CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 3 - 20230915_t_NL.IMRO.1931.BP2102BT043-VG01 - 18 sep

Raadsvergadering 19 september 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan De Nieuwe Wetering IV, Bergambacht20.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voor menig soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is Planspecifiek De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk een negatief effect op beschermde flora en fauna en/of beschermde natuurgebieden. Ten behoeve van de ontwikkeling geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Om die reden is een quickscan flora en fauna (Blom Ecologie, 15 juni 2021, zie bijlagen bij toelichting bijlage 9) uitgevoerd. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland, een Belangrijk weidevogelgebied of de Strategische reservering natuur en er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig. Een voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot Natura 2000-gebieden en de beoogde situatie dient met AERIUS Calculator berekend te worden of het plan negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden heeft. Stikstofdepositie Voor de beoogde ontwikkeling is ten behoeve van de Wet natuurbescherming een stikstofonderzoek (Langelaar Milieuadvies, 26 januari 2023, zie bijlagen bij toelichting bijlage 10) uitgevoerd.

Uit de AERIUS-berekening blijkt dat in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie groter is dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in verschillende Natura 2000-gebieden. De grootste depositietoename op reeds (bijna) overbelaste delen van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden vindt plaats in de Natura 2000-gebieden 'Uiterwaarden Lek' en 'Zouweboezem' en is maximaal 0,01 mol/ha/jr in de aanlegfase en de gebruiksfase. Er is een verschilberekening uitgevoerd tussen de vermeden emissies, de bemesting van de agrarische percelen (grasland), en de emissies die plaats vinden in de aanlegfase en de gebruiksfase. De verschilberekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Dit betekent dat per saldo de depositie op alle kwetsbare habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebieden gedurende de aanlegfase en de gebruiksfase niet groter is dan bij het huidige agrarisch gebruik. Er kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden heeft. Er is geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming.

48

Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Er dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar de volgende soorten: rugstreeppad, heikikker, grote modderkruiper en groot spiegelklokje. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels die niet beschermd zijn. Voor de soorten geldt wel de algemene zorgplicht van de Wet natuurbescherming. Aanvullend onderzoek Op basis van het oriënterende onderzoek kon de aanwezigheid van vaste voortplantingsplaatsen van grote modderkruiper, heikikker en rugstreeppad en de staanplaats van groot spiegelklokje niet uitgesloten worden. Om vast te stellen of de planlocatie daadwerkelijk een functie heeft voor vorengenoemde soorten is een aanvullend onderzoek (Blom Ecologie, 15 juni 2021, zie bijlagen bij toelichting bijlage 11) uitgevoerd. Uit het aanvullende onderzoek zijn de volgende conclusies naar voren gekomen. Groot spiegelklokje Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van groot spiegelklokje op de planlocatie uitgesloten kan worden. Derhalve is door de beoogde ontwikkeling ten aanzien van beschermde vaatplanten geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming.

Grote modderkruiper Tijdens de veldbezoeken zijn geen individuen van de grote modderkruiper waargenomen. Negatieve effecten op de grote modderkruiper zijn uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve ten aanzien van de grote modderkruiper niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Heikikker Tijdens het onderzoek zijn geen heikikkers gevangen of waargenomen. Negatieve effecten op de soort zijn uitgesloten en de beoogde ontwikkeling leidt derhalve niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Rugstreeppad Tijdens de veldbezoeken zijn geen individuen van de rugstreeppad waargenomen. Derhalve is door de beoogde ontwikkeling ten aanzien van de rugstreeppad geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Overige soorten Naast algemene soorten zijn tijdens het uitvoeren van het aanvullend onderzoek tevens de blauwe reiger, boerenzwaluw en zwarte roodstaart waargenomen. Dit betreffen soorten van categorie 5, wat inhoudt dat nesten van deze soort beschermd zijn onder zwaar ecologische redenen. Van deze soorten zijn geen nesten of horsten aangetroffen. Hiervoor is binnen de planlocatie geen potentie. De planlocatie is geen onderdeel van het essentieel leefgebied, waardoor de beoogde ontwikkeling niet zal leiden tot negatieve effecten op de soorten.

Ten aanzien van algemene broedvogels en broedvogels van categorie 5 dienen de werkzaamheden enkel worden opgestart buiten het broedseizoen (globaal 15 maart t/m 15 juli). Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart, dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige. Conclusie aanvullend onderzoek Voor de uitvoering van de beoogde ontwikkeling is geen ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van groot spiegelklokje, grote modderkruiper, heikikker en rugstreeppad.

49

Te treffen maatregelen

•

Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht).

•

Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

•

Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten.

•

Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden.

•

De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel).

•

De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.

50

5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten weer die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

5.2 Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

5.3 Planregels De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk 2 geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk 3 geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed zijn op het bepaalde in hoofdstuk 2. Ten slotte regelt hoofdstuk 4 de overgangs- en slotbepalingen. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de SVBP 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met 'Inleidende regels' (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de 'Overgangs- en slotregels'. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemming op alfabetische volgorde. Ook dit hoofdstuk kent een standaardopbouw:

• • • • • • •

bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan); bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk); afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk).

51

5.4 Wijze van bestemmen Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de geldende bestemmingsplannen 'Bedrijventerreinen (voormalige gemeente Vlist)' en 'Dorpskernen 2014'. Navolgend worden per artikel de belangrijkste aspecten beschreven. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Artikel 2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Hiervoor is aangesloten bij de SVBP 2012. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijventerrein Aan de uitgeefbare gronden van het bedrijventerrein, met uitzondering van het deelgebied ‘entree’, is de bestemming 'Bedrijventerrein' toegekend. Binnen deze bestemming zijn bedrijven en bedrijfsgebonden kantoren toegestaan. Op de verbeelding is de maximaal toegestane milieucategorie aangegeven, die varieert tussen categorie 3.1 en 3.2.

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein milieustraat', die is opgenomen voor het zuidelijk deel van het plangebied, is uitsluitend een milieustraat mogelijk. Tevens zijn binnen deze bestemming onder andere bijbehorende (nuts)voorzieningen, wegen en paden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen toegestaan. Voor het bouwen van gebouwen is een bouwvlak opgenomen. Ter plaatse van een gevellijn dient de voorgevel van een hoofdgebouw in deze gevellijn gebouwd te worden. Voor bedrijfsgebonden kantoren geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 12 m mag bedragen. Voor bedrijfsgebouwen geldt een maximale bouwhoogte van 11 m, die met maximaal 2 m overschreden mag worden ten behoeve van technische installaties. Er geldt een maximum bebouwingspercentage van 70%. Binnen deze bestemming zijn geen bedrijfswoningen toegestaan. Verder mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd worden. In dit artikel is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die stelt dat de gronden die bestemd zijn voor 'Bedrijventerrein' uitsluitend in gebruik mogen worden, als de gronden met de bestemming 'Groen' binnen 24 maanden na inwerkingtreding van het bestemmingsplan ingericht en in stand gehouden worden overeenkomstig het inrichtingsplan dat als bijlage bij de regels is gevoegd.

Artikel 4 Gemengd Het noordelijke gedeelte van het plangebied, het deelgebied 'entree', is voorzien van de bestemming 'Gemengd'. Deze gronden zijn bestemd voor (zelfstandige) kantoren en bedrijven. Op de verbeelding staat aangegeven waar bedrijven tot en met de categorie 3.1 en 3.2 toegestaan zijn. Ook zijn deze gronden bestemd voor onder andere bijbehorende (nuts)voorzieningen, wegen en paden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Voor kantoren en bedrijfsgebouwen geldt dat deze uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak mogen worden gebouwd. Bij de aanwezigheid van een gevellijn, dient de voorgevel van het hoofdgebouw in deze gevellijn gebouwd te worden. Voor kantoren geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 12 m mag bedragen. Voor bedrijfsgebouwen geldt een maximale bouwhoogte van 11 m, die met maximaal 2 m overschreden mag worden ten behoeve van technische installaties. Er zijn geen bedrijfswoningen toegestaan. Verder mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd worden.

52

Ook in dit artikel is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die stelt dat de gronden die bestemd zijn voor 'Gemengd' uitsluitend in gebruik mogen worden, als de gronden met de bestemming 'Groen' binnen 24 maanden na inwerkingtreding van het bestemmingsplan ingericht en in stand gehouden worden overeenkomstig het inrichtingsplan dat als bijlage bij de regels is gevoegd. Artikel 5 Groen De groenbestemming is opgenomen voor het groen aan de oost- en zuidzijde van het plangebied. Binnen deze bestemming zijn groenvoorzieningen, waterlopen, voet- en fietspaden, in- en uitritten, straatmeubilair, nutsvoorzieningen en ondergeschikte verharding toegestaan. Er mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen worden gebouwd met een bouwhoogte van niet meer dan 4 m en een oppervlakte van niet meer dan 20 m² per gebouw. Verder is het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Artikel 6 Verkeer Voor de verkeersstructuur is de bestemming 'Verkeer' opgenomen. De gronden aangewezen voor 'Verkeer' zijn onder andere bestemd voor wegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, in- en uitritten, openbare groenvoorzieningen en water. Er mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen worden gebouwd met een bouwhoogte van niet meer dan 4 m en een oppervlakte van niet meer dan 20 m² per gebouw.

Ook binnen deze bestemming zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Artikel 7 Water De watergangen zijn voorzien van de bestemming 'Water'. Deze gronden zijn bestemd voor water ten behoeve van de waterhuishouding, verkeer te water, bruggen en duikers ten behoeve van langzaam verkeer en taluds en natuurlijke oevers. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Artikel 8 Leiding - Riool De dubbelbestemming 'Leiding - Riool' is opgenomen voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van de rioolwatertransportleiding die aan de noord-, oost- en zuidzijde van het plangebied ligt dan wel komt te liggen. Artikel 9 Waarde - Archeologie 5 De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' is opgenomen voor de bescherming van te verwachten archeologische waarden van gronden met een middelhoge archeologische verwachting. Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 10 Antidubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 11 Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemene bepalingen over het bouwen opgenomen.

Deze bepalingen hebben betrekking op ondergrondse werken en ondergronds bouwen. Bij ondergronds bouwen dient tevens voldaan te worden aan de eisen die volgen uit de ligging in een grondwaterbeschermingsgebied (zie artikel 13). Artikel 12 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van strijdig gebruik opgenomen.

53

Artikel 13 Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels is het grondwaterbeschermingsgebied opgenomen. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. In de regeling is opgenomen dat de provincie Zuid-Holland om advies wordt gevraagd waar het betreft de beoogde ingreep in relatie tot de provinciale milieuverordening. Artikel 14 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen om af te wijken van hetgeen is bepaald in het bestemmingsplan. Artikel 15 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is de mogelijkheid opgenomen voor het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmings- en/of bouwgrenzen. Artikel 16 Parkeren In dit artikel is bepaald dat in voldoende parkeergelegenheid voorzien moet worden, waarbij wordt verwezen naar de gemiddelde normen van het CROW. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 17 Overgangsrecht In deze regels wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik. Artikel 18 Slotregel Als laatste wordt de slotregeling opgenomen. Deze regeling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsregeling.

54

6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van een ruimtelijk plan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:

•

het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;

•

het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;

•

het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

Planspecifiek Het voorliggende bestemmingsplan heeft gelet op artikel 6.2.1 van het Bro betrekking op een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan. De gemeente Krimpenerwaard zal met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst sluiten. In deze overeenkomst worden het gemeentelijk kostenverhaal en de verplichting tot vergoeding van eventuele planschade, die het nieuwe planologische kader kan veroorzaken, geregeld. Het bestemmingsplan is hierdoor financieel uitvoerbaar.

55

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub c Wro overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Een ontwerp bestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter visie gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor eenieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt en ligt het bestemmingsplan na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens de dag na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld, dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.

De procedure eindigt met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Participatie Op dinsdag 30 maart 2021 is er een digitale informatieavond voor omwonenden gehouden. Hieraan hebben circa zes personen deelgenomen. Tijdens de avond zijn de plannen toegelicht en was er gelegenheid tot het stellen van vragen. De belangrijkste zorgen die geuit zijn waren het aanzicht op het nieuwe bedrijventerrein in relatie tot de bestaande woningen en de aansluiting op het bestaande bedrijventerrein De Nieuwe Wetering.

7.1 Overleg In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Bro zal het plan toegestuurd worden aan de wettelijke vooroverlegpartners. Hun reacties zal in deze paragraaf of een separate bijlage worden samengevat en van een gemeentelijke reactie worden voorzien. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 16 februari 2022 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn zijn de vooroverlegpartners verzocht om een reactie. De ingekomen reacties zijn in de Nota van beantwoording vooroverleg- en inspraakreacties (gemeente Krimpenerwaard, zie bijlagen bij toelichting bijlage 12).

7.2 Inspraak Het voorontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 16 februari 2022 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen inspraakreacties ontvangen.

7.3 Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 5 april 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn in de nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien (gemeente Krimpenerwaard, zie bijlagen bij toelichting, bijlage 13).

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=3e19463c-6899-4dca-b4ef-e1ebb7388ec5