CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 2b Toelichting bijlage 2 Cultuurhistorische quickscan

Raadsvergadering 8 februari 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Bestemmingsplan C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven11.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

CULTUURHISTORISCHE QUICKSCAN BOERENERF EN WAGENSCHUUR C.G. ROOSWEG 23 TE SCHOONHOVEN

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

Colofon Opdrachtgever: Dhr. J. Lindsen Uitgevoerd door: Bureau Helsdingen te Vianen Helsdingse Voorweg 2 4133 ND Vianen advies@bureauhelsdingen.nl www.bureauhelsdingen.nl tel. 0347-370651 Bureau Helsdingen is een onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van Monumenten en Bouwhistorie, gespecialiseerd in boerderijen. Samenstelling: Ing. P.T. den Hertog Dhr. H. den Hertog Status: Definitief Datum: 26-07-2019

Pagina 2

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

INHOUDSOPGAVE

1 Inleiding .......................................................................................................................................................... 4 2 Projectgegevens.............................................................................................................................................. 5 3 Cultuurhistorisch kader................................................................................................................................. 7 3.1 Omgevingsgeschiedenis ........................................................................................................................... 7 3.2 Cultuurhistorische waardering............................................................................................................... 12 4 Typologie ...................................................................................................................................................... 13 5 De bouwgeschiedenis.................................................................................................................................. 15 5.1 Nieuwbouw ca. 1870 ..............................................................................................................................

15 5.2 Verbouwing 1974.................................................................................................................................... 17 5.3 Latere aanpassingen ................................................................................................................................ 19 6 Beschrijving .................................................................................................................................................. 20 6.1 De omgeving............................................................................................................................................ 20 6.2 Hoofdgebouw; boerderij........................................................................................................................ 28 6.3 De hooiberg ............................................................................................................................................. 38 6.4 Brug en hek .............................................................................................................................................. 42 6.5 Wagenschuur ...........................................................................................................................................

44 6.6 Schuur achter de boerderij..................................................................................................................... 61 6.7 Paardenstal ............................................................................................................................................... 64 6.8 Boenstoep / Spoelhuis ........................................................................................................................... 67 6.9 Gereedschapsschuur............................................................................................................................... 71 6.10 Silo............................................................................................................................................................. 73 6.11 Overige gebouwde elementen ............................................................................................................... 76 7 Waardestelling .............................................................................................................................................. 82 7.1 Motivering waardestelling ...................................................................................................................... 82 7.2 Waardestelling uitgewerkt in plattegrond ............................................................................................

84 8 Samenvatting, conclusie en aanbevelingen .............................................................................................. 86 9 Bronnen ........................................................................................................................................................ 87 10 Fotobijlage .................................................................................................................................................... 88 10.1 Historische foto's boerderij en erf........................................................................................................ 88 10.2 Verbouwingsfoto's boerderij ................................................................................................................. 91

Pagina 3

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

1 INLEIDING Aanleiding In deze bouwhistorische quickscan wordt de cultuurhistorische waarde van het erf en de opstallen aan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven beschreven. Aanleiding voor dit onderzoek is het verzoek van de eigenaar om één van de bijgebouwen (de oorspronkelijke wagenschuur / veestal) te herbestemmen tot woonhuis. Het hoofdgebouw en de rest van de bijgebouwen blijft hierbij grotendeels ongewijzigd. Het hoofdgebouw en de bestaande bebouwing op het erf is niet aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument en heeft evenmin de aanduiding 'karakteristiek' in het bestemmingsplan. Het doel van dit rapport is het inventariseren en waarderen van de wagenschuur / veestal: - op zichzelf; - als onderdeel van het erf; - in verhouding tot de overige erfelementen; om zo tot een cultuurhistorisch verantwoorde afweging te komen van de wenst tot herbestemming.

Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd. Na de projectgegevens worden in hoofdstuk drie de omgeving van de boerderij beschreven, deze is vaak bepalend voor de wordingsgeschiedenis en het uiterlijk van een pand. Vervolgens wordt de typologie van boerderij en het erf besproken. De meeste boerderijen zijn onder te brengen bij een bepaalde type met specifieke kenmerken. Met de algemene beschrijving van de typologie wordt het gebruik van het erf en de afzonderlijke gebouwen verklaard. In het vijfde hoofdstuk volgt kort de bouwgeschiedenis van de boerderij. In het zesde hoofdstuk worden het exterieur en het interieur van de boerderij het erf beschreven en met foto's ondersteund. De unieke kenmerken, de afwijkingen van de standaard typologie en de zichtbare bouwsporen en historische onderdelen worden per onderdeel genoemd en waar mogelijk gedateerd. Ook de bijgebouwen op het erf worden op deze manier beschreven. In hoofdstuk zeven volgt ten slotte een waardestelling waarin de cultuurhistorische waarde van het erf beoordeeld wordt.

Uitvoering De resultaten van dit onderzoek worden gepresenteerd in de vorm van een bouwhistorische verkenning. Een bouwhistorische verkenning is een vorm van bouwhistorisch onderzoek aan een object of een gebied met meerdere objecten, waarbij het onderzoek wordt uitgevoerd op basis van de bestaande toestand, zonder sloopwerk. De opbouw en de reikwijdte van dergelijke rapporten zijn beschreven in de brochure 'Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek'.1

1 Richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek, gezamenlijke uitgave van o.a. de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, de

Stichting Bouwhistorie, de Rijksgebouwendienst, Den Haag, 2009. Te bekijken via http://www.rijksvastgoedbedrijf.nl/documenten/richtlijn/2014/06/24/richtlijnen-bouwhistorisch-onderzoek . Pagina 4

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

2 PROJECTGEGEVENS Opdrachtgever Eigenaars

: dhr. J. Lindsen C.G. Roosweg 23 2871 MB Schoonhoven : idem

Objectgegevens Adres

: C.G. Roosweg 23 2871 MB Schoonhoven Objectnaam : Gemeente : Krimpenerwaard Kadastraal adres : SHV00 F 0679 Coördinaten : 51º56'38.25" N 4º49'53.80" O Ligging : Landelijk buiten bebouwde kom Status : Geen monumentale status; geen aanduiding 'cultuurhistorische waarde in het bestemmingsplan. Oorspronkelijke bestemming : Boerderij Huidige bestemming : Volgens bestemmingsplan: Agrarisch met waarden. Feitelijk: Wonen met hobbyhandel in antiek en curiosa Bouwjaar : Ca. 1870, huidige verschijningsvorm 1975 Bouwstijl : Streekeigen en traditioneel Actuele kaartgegevens/ situering Topografische ligging van het pand tussen Schoonhoven en Bergambacht.

Bron: Google Maps

Pagina 5

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Detail van de bovenstaande foto.

Bron: Google Maps

Plattegrond van het erf. De ligging van de boerderij aan de provinciale weg / tiendweg. De boerderij staat evenwijdig aan de kavelrichting en vrijwel haaks aan de weg. Bron: Verstoep

Pagina 6

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

3 CULTUURHISTORISCH KADER Voordat we het erf en de gebouwen zelf bespreken, wordt in dit hoofdstuk eerst gekeken naar de context waarin het complex is ontstaan. De geschiedenis van de omgeving maakt duidelijk wat de aanleiding is geweest voor de eigenlijke bouw van een complex. Dit levert verklaringen voor de functie, situering en uiterlijke kenmerken. De omgevingsgeschiedenis leidt tot inzicht in de historische waarde van het complex.

3.1 Omgevingsgeschiedenis Ontginning van de Krimpenerwaard Duizend jaar geleden was het Groene Hart een moerassig veengebied. Aan het einde van de elfde eeuw schonken de bisschop van Utrecht en de graaf van Holland aan enkele van hun leenheren het recht om het ondoordringbare terrein te ontginnen. De redenen hiervoor waren zowel politiek als economisch. Met een groter gebied konden de rivaliserende machthebbers tegenwicht bieden aan de macht en expansiedrift van de ander. Nieuw land zou tevens inkomsten genereren en de voedselproductie verhogen. Ook de Krimpenerwaard is op deze manier gecultiveerd, en wel hoofdzakelijk in opdracht van de Utrechtse kapittelkerken van Sint Maarten en Sint Salvator.2 Gedurende de middeleeuwen nam de invloed van de bisschop en de kapittelkerken gestaag af in het voordeel van de graven van Holland en zijn leenmannen. Van deze leenmannen waren de heren Van den Berghe, die kasteel 's-Heraartsberg bij Bergambacht stichten3, en Van der Lede, de eerste heren van Schoonhoven4, aanvankelijk het belangrijkst in de Bergambachtse Polder. De ontginning verliep grofweg in drie elkaar overlappende fasen. In de eerste fase (ca. 1000 - 1300) werd ontgonnen vanaf de bestaande rivieren de Lek, de IJssel en de Vlist. Omdat het werk nog niet strak gereguleerd was, ontstonden percelen met 'vrije opstrek'. Dit houdt in dat de achtergrens willekeurig bepaald kon worden.

Er waren nog geen gestandaardiseerde afmetingen van de kavel gesteld waar men zich aan moest houden. De ontginningen vanaf de Lek lopen veelal door tot de Bovenbergseweg. Waarschijnlijk zijn tegelijkertijd ook de dijken langs de rivieren aangelegd. De tweede fase (ca. 1200 - 1500) betrof de ontginning van het middengebied van de waard. Parallel aan de rivieren werden weteringen gegraven van oost naar west, met haaks daarop de afwateringssloten. Om wildgroei van landerijen te voorkomen stelden de graaf, de bisschop en de proosten van de kapittelkerken contracten op. Hierin werden de afmetingen van de kavels vastgelegd wat heeft geleid tot de geordende inrichting van het huidige landschap. De kavels moesten circa 1250 meter diep worden. Dergelijke contracten werden 'cope' genoemd, wat in vele plaatsnamen in de omgeving terugkomt, zoals Benschop, Hoenkoop, Teckop en Gerverscop. De restgebieden werden in de derde fase (na 1500) ontgonnen. Hierbij zijn ontginningsassen aan elkaar gegroeid. Deze gebieden hebben onregelmatige grenzen en een slagenverkaveling.

2 Catharina L. van Groningen, De Krimpenerwaard: De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst (Zwolle: Waanders, 1995),

26. 3 “Bergambacht,” Dorpen en steden, John Ooms, geraadpleegd op 26-03-18, http://johnooms.nl/dorpen-ensteden/bergambacht/. 4 “Schoonhoven,” Plaatsen, Erfgoed Krimpenerwaard, geraadpleegd op 26-03-28, http://www.erfgoedkrimpenerwaard.nl/index.php/2013-04-04-06-38-45/122-schoonhoven. Pagina 7

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

De bisschop, de graaf en de kapittelkerken stuurden de ontginning steeds strakker aan waardoor grote vooruitgang werd geboekt. Elk jaar werd gemiddeld 2.000 hectare grond gewonnen en tegen het begin van de veertiende eeuw was de klus grotendeels geklaard.5 6 De eerste pioniers waren horigen die het moeras ontgonnen in ruil voor hun vrijheid. Zij vestigden zich vooral langs de rivieroevers. Tijdens de eerste ontginningsfase werden ook enkele geïsoleerde locaties in de polder in gebruik genomen. Door de constante dreiging van wateroverlast werden woonheuvels opgeworpen. Toen meer landinwaarts werd gewerkt, ontstonden lintbebouwingen langs de weteringen. In tegenstelling tot de linten langs de rivier werden deze vaak aan twee kanten bebouwd. De werklui bouwden in eerste instantie eenvoudige hutten aan de kop van elk kavel. Dit waren constructies van teen die met klei of koemest besmeerd werden om ze winddicht te maken. Later werden de hutten vervangen door houten huisjes.7 Tiendwegen In het westen van Nederland, met name in het Groene Hart, komen tiendwegen voor. Dit zijn wegen aangelegd op een kade met aan weerszijde een waterloop. Omdat ze bijna allemaal parallel lopen aan een rivier op maximaal één kilometer afstand ervan, is het zeer aannemelijk dat ze een functie hebben gehad in de waterbeheersing. Welke functie dat precies was, is nog niet duidelijk.

De afkomst van de benaming is ook onzeker. 'Tiend' kan naar verschillende termen verwijzen, zoals naar de tienden-belasting, naar het 'tiën' (trekken) van schepen, naar het 'tiën' (wegstromen) van water of naar het 'tiendhout' (geriefhout) dat op de kade groeide. De huidige C.G. Roosweg heette vroeger de (Schoonhovensche) Kerkweg. De weg is tegenwoordig vernoemd naar Cornelis Gerardus Roos, de liberale burgemeester van Lekkerkerk tussen 1928 en 1938 die naar alle waarschijnlijkheid is omgekomen in concentratiekamp Bergen-Belsen. Op de kadastrale minuutkaart van 1811 - 1832 is te zien dat deze weg in die tijd aan beide zijden een waterloop had. Dit is één van de tien tiendwegen langs de Lek. De weg is aangelegd ten tijde van de ontginning en is daarmee te dateren op ca. 1200. In het beginperiode heeft hier mogelijk bewoning plaats gevonden, maar daarvan zijn geen bronnen bekend. Ook de onderstaande kaart laat hier niets van zien. Kadaster Minuutplan 1828-1829, Bergambacht, Sectie C, blad 03. De percelen 739 t/m 745 (nu de omgeving van C.G. Roosweg 23) zijn allen onbebouwd en staan genoteerd als 'Weiland'. De weilanden zijn eigendom van 'Jasper Jonkers en mede eigenaren in het gemeen'. Het noorden is links. Bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl

5 Van Groningen, De Krimpenerwaard, 24. 6 Roland Blijdenstijn, Tastbare Tijd: Cultuurhistorische Atlas van de provincie Utrecht (Utrecht: Stokerkade, 2005), 230. 7 Van Groningen, De Krimpenerwaard, 24.

Pagina 8

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Buurtschap De Hem Het buurtschap De Hem is gelegen rondom de gelijknamige weg tussen de N210 en de Lek, op het 'landstuk in de bocht van een rivier'. Dit is tevens de betekenis van hem of ham. Het buurtschap is ontstaan rondom klooster Den Hem, ook wel Henriksveld of Sint Michielsberg genoemd. Gwijde II van Blois, de heer van Schoonhoven, gaf in 1396 toestemming tot de stichting van een kapel met klooster in de nabijheid van een boomgaard. In de volksmond werden de bewoners ook wel de 'broeders van den Boomgaart' genoemd. Tijdens de Arkelse oorlog werd het klooster in 1401 verwoest. Niet veel later in 1407 vond de herbouw plaats. Den Hem was een zeer voornaam klooster en was een medeoprichter van het Generaal Kapittel der Reguliere Kanunniken. Bij een zware storm in 1495 sloeg de bliksem in en werd het gebouw zwaar beschadigd. De opbrengsten van boekproducties door de monniken en contributies van de andere kloosters van het Generaal Kapittel maakten het mogelijk om de schade te herstellen. Maar in 1572 kwam het bestaan van klooster Den Hem definitief tot een einde. De watergeuzen, onder leiding van Willem II van der Marck Lumey, vernietigden het complex. De bezittingen van het klooster werden door de Staten van Holland geannexeerd.

Het grootste gedeelte van het grondgebied van De Hem werd toegewezen aan het gasthuis in Gorinchem.8 Er zijn geen geschreven bronnen bekend van een herbouw. Echter, op de onderstaande kaart uit 1740 is een bouwwerk tegenover het voormalige kloosterterrein ingetekend. Vandaag de dag zijn er geen sporen van vroegere bebouwing meer aanwezig.

Plattegrond van het erf in 1571. Op de plaats waar nu C.G. Roosweg nummers 21 en 23 zijn gebouwd, lagen in 1571 twee hennepwerven (links, bruin). Achter de hennepwerven was een bosje griendhout. De boomgaard ten oosten van nr. 21 was weiland. Het perceel was eigendom van het klooster De Hem. De hennepwerven en het griendbos stonden in de 16e eeuw bekend als 'Gerrit Willemsz. of Eersten Hegghe'. In de tijd van prior Nicolai Joannis is dit stuk grond geruild (mogelijk met Gerrit Willemszn.) voor een weiland bij Schoonhoven, het 'Thomas lant'. De hennepakkers werden verpacht aan Cornelis Woutersz. Speckien. Het noorden is rechts. Bron: Van Aesch, 54-55

8 Koen Goudriaan, “Een kroniekje van het klooster Sint-Michiel-in-Den-Hem,” in Het klooster Sint Michiel in Den Hem buiten Schoonhoven, red. F.H.J. van Aesch (Schoonhoven: Historische Encyclopedie Krimpenerwaard, 1995), 9.

Pagina 9

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Detail van de kaart van Schieland en de Krimpenerwaard door Isaak Tirion. De kaart is in 1740 tot stand gekomen. Te zien is dat er een groot bouwwerk stond in De Hem, dat in 1828 was verdwenen. Om wat voor bouwwerk het ging, is onbekend.

Bron: www.archieven.nl Het buurtschap zal halverwege de 19e eeuw ontstaan zijn en niet meer dan een handjevol adressen hebben geteld. Deze bevonden zich rondom en ten noorden van de kruising Provincialeweg - De Hem C.G. Roosweg. Alleen de naam van het buurtschap en de straat herinneren nu nog aan deze geschiedenis.9 Juridisch hoorde De Hem tot 1986 bij Bergambacht. Na de gemeentelijke herindeling van 1986 werd de grens tussen Bergambacht en Schoonhoven naar het westen verschoven en kwam De Hem pal op de grens te liggen. C.G. Roosweg 23 kwam in het uiterste westen van de gemeente Schoonhoven te liggen.10 Sinds de gemeentelijke herindeling van 2015 vallen zowel Bergambacht als Schoonhoven onder de fusiegemeente Krimpenerwaard. Van tramlijn naar N210 In de jaren 70 van de 19e eeuw ontstonden de eerste plannen voor een betere ontsluiting van de Krimpenerwaard. Concreet werd voorgesteld een tram- of treinverbinding aan te leggen tussen Gouda, Bergambacht en Schoonhoven. Door een gebrek aan financiële middelen en de twijfelachtige geschiktheid van de ondergrond, is het lange tijd bij planvorming gebleven. Uiteindelijk is toch een tramlijn aangelegd volgens het geplande tracé. Op 14 november 1914 vond de eerste rit plaats. De Hem kreeg een eigen halte, zoals te zien op onderstaande kaart. De tramlijn heeft 28 jaar dienst gedaan.

In de oorlogsjaren is het spoor gedemonteerd door de bezetter en afgevoerd naar Duitsland. In de jaren 50 van de vorige eeuw werd de doorgaande weg opgewaardeerd tot de huidige Provincialeweg de N210.11 Het Schoonhovense gedeelte van de weg werd vernoemd naar Cornelis Roos die zich als lid van de Commissie van de Weg en Brug intensief had ingezet voor de aanleg van een doorgaande weg door de Krimpenerwaard.

9 Frank van den Hoven, Hans van Embden en Nieko Jongerius, Op Ontdekkingstocht door Krimpenerwaard en Lopikerwaard:

Topografisch, cultuurhistorisch en recreatief handboek voor streekbewoners en toeristen (Leerdam: Filatop, 2002), 41. 10 Van Groningen, De Krimpenerwaard 16-7. 11 Van Groningen, De Krimpenerwaard 330-31. Pagina 10

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

De omgeving van C.G. Roosweg 23 op de Topografisch Militaire Kaart uit 1850. C.G. Roosweg 23 is op de kaart, zij het onduidelijk, te zien. De grootste verandering in het landschap sinds 1850 is de groei van de stad Schoonhoven. Bron: www.topotijdreis.nl De topografisch militaire kaart uit 1877. Hierop is de wagenschuur schuin achter de boerderij voor het eerst zichtbaar.

Bron: www.topotijdreis.nl Topografische kaart 38B Schoonhoven /Gouda uit 1936 met daarop de halte Den Hem aangegeven.

Bron: www.topotijdreis.nl Topografische kaart 38B Schoonhoven /Gouda uit 1959. De doorgaande weg is opgewaardeerd tot N210. Op deze kaart zijn de voormalige koeienstal en een ander bijgebouw te zien, waarschijnlijk de hooiberg. Bron: www.topotijdreis.nl

Pagina 11

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

3.2 Cultuurhistorische waardering Het pand staat als object niet op zichzelf, maar is een onderdeel van een groter historisch en ruimtelijk geheel, met tal van relaties in de tijd en de ruimte. Cultuurhistorie wordt gezien als het totaal van archeologie, (historisch) landschap en bebouwingsstructuren. Dit wordt hieronder verklaard.

Archeologie Het erf is gelegen op een oude stroomgordel, de formatie van Echteld. Hierdoor is het erf gelegen in een archeologisch waardevolle zone. De stroomgordel heeft vanaf drie meter onder het maaiveld een hoge archeologische verwachtingswaarde. Hierboven ligt een komafzetting met veen. De ondergrond van het erf tot drie meter onder het maaiveld heeft geen of een lage archeologische verwachtingswaarde.12 In het bestemmingsplan is het gebied aangeduid met dubbelbestemming Waarde archeologie 1.

Landschappelijk De boerderij ligt in de Bergambachtsche polder aan een tiendweg parallel aan de Lek. Deze tiendweg is door de aanleg van de N210 niet meer als zodanig te herkennen in het landschap. Wel volgt de N210 het tracé van de oude tiendweg. Het polderlandschap waarbinnen het erf gelegen is, is een veenontginning van redelijk hoge waarde.13

Nederzetting / monumentaal De omgeving van de boerderij was al voor 1500 gebouwd gebied. Het landschap is in opzet middeleeuws. Ook is de boerderij gelegen binnen de verloopcontouren van de Oude Hollandse Waterlinie.14 De regio maakt tevens deel uit van het voormalige Nationale Landschap Het Groene Hart.15 De Krimpenerwaard is door de provincie Zuid-Holland aangewezen als één van hun 'kroonjuwelen', dat zijn de belangrijkste cultuurhistorisch waardevolle gebieden.

12 “Cultuur historische atlas” Cultuurhistorische kaart, Erfgoed en cultuur, geraadpleegd op 06-05-2019,

http://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas. 13 Erfgoed en cultuur, “Cultuur historische atlas”. 14 Erfgoed en cultuur, “Cultuur historische atlas”. 15 “Gebieden” Nationale landschappen, geraadpleegd op 26-03-19, https://nationalelandschappen.nl/gebieden/. Pagina 12

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

4 TYPOLOGIE

De hallenhuisboerderij In grote delen van Nederland zijn de boerderijen gebaseerd op een basistype: het hallenhuis. In de loop der eeuwen zijn daar verschillende regionale varianten op ontstaan. De voornaamste kenmerken van de oude hallenhuisboerderij zijn de brede, compacte, rechthoekige vorm met grote, laag aflopende dakvlakken en lage zijgevels. Het skelet wordt gevormd door een aantal achter elkaar geplaatste ankerbalkgebinten. Dit skelet draagt het dak. De muren hebben een beperkte constructieve functie en dienen voornamelijk als scheidingswanden. De gebinten verdelen de ruimte in de breedte in drie beuken, een hoge middenruimte met aan weerszijde lage zijbeuken. De open middenbeuk, de deel, werd als werkruimte en dorsvloer gebruikt. In de lage zijbeuken stond het vee, met de koppen naar de deel. De achtergevel past daarbij en is functioneel ingedeeld met een deur in het midden voor de voergang, en meestal twee groepdeuren aan weerszijden die uitkomen op de groep achter de koeien. Op de verdieping is meestal een hooiluik. De oogst werd op de zolder boven de deel opgeslagen. Hooi lag niet uitsluitend in de boerderij zelf maar werd ook opgeslagen op het erf in de hooiberg. Het woon- en het bedrijfsgedeelte liggen onder één dak en worden door een dwarswand, de brandmuur, van elkaar gescheiden.16 De eenvoudigste, meest sobere hallenhuisboerderijen werden éénbeukig gebouwd.

Bij deze variant werden de zijgevels net buiten de gebinten gebouwd zodat een smallere boerderij met hogere zijgevels ontstond dan bij de driebeukige hallenhuizen het geval was. Soms werden de gebinten in de zijgevels verwerkt. Behalve de smallere bouwmassa en de hogere zijgevels verschillen éénbeukige hallenhuisboerderijen qua structuur weinig van de driebeukige variant. De indeling met een voor- en achterhuis, van elkaar gescheiden door een brandmuur, ziet men hier ook. Een verschil is wel dat de ruimtes soms kleiner zijn of dat de verschillende kamers achter elkaar in plaats van naast elkaar zijn gelegen. Over het algemeen is er binnen de bouwmassa minder ruimte beschikbaar dan bij driebeukige hallenhuisboerderijen. Daarom hebben éénbeukige hallenhuisboerderijen logischerwijs relatief meer bijgebouwen op het erf dan driebeukige hallenhuizen. Bijgebouwen zijn vaak eveneens éénbeukig. Het kan voorkomen dat zo'n bijgebouw door afsplitsing van de moederboerderij een dochterboerderij vormt. In dat geval ontstaat een nieuw boerenbedrijf, met eigen bijgebouwen. Deze bijgebouwen hoeven trouwens niet éénbeukig te zijn.

Boerderij Het Paradijs in Haastrecht was van oorsprong een éénbeukige boerderij met een driebeukige stal.17 Als een éénbeukige boerderij geen door bedrijfssplitsing ontstane dochterboerderij is, is het in de meeste gevallen een boerderij aan een dijk (Het Paradijs) of een keuterij (C.G. Roosweg 23).

16 Bovenstaande tekst is gebaseerd op: R.C. Hekker, ‘‘De Ontwikkeling van de Boerderijvormen in Nederland’’ in S.J. Fockema Andreae, Duizend jaar bouwen in Nederland (Amsterdam: Allert de Lange, 1957), 212-15, 245-83. 17 Van Groningen, De Krimpenerwaard 368-9.

Pagina 13

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Principetekening van het traditionele hallenhuis. Tekening Bureau Helsdingen

Referentiebeeld

Het Paradijs in Haastrecht is een éénbeukige boerderij uit de 17e eeuw, gelegen aan de dijk van de Hollandsche IJssel. De driebeukige stal achter de boerderij is een laat 18e eeuwse aanpassing en is constructief een apart bouwlichaam. Het Paradijs is een rijksmonument.

Bron: Wikipedia Commons Auteur: Co.Pr.

Pagina 14

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

5 DE BOUWGESCHIEDENIS In dit hoofdstuk wordt de bouwgeschiedenis van het erf in verschillende fasen besproken. Boerderijen en erven zijn meestal diverse keren aangepast en zijn daarom doorgaans niet aan één bouwjaar te koppelen. Bij historische boerderijen is er vaak sprake van een ontwikkeling die verband houdt met de ontwikkelingen in de agrarische sector.

5.1 Nieuwbouw ca. 1870 De opeenvolging van de topografische kaarten in het vorige hoofdstuk tonen dat deze boerderij is gebouwd tussen ca. 1850 en 1877. Op basis van de gebruikte bouwmaterialen en bouwstijl van de oorspronkelijke boerderij is een bouwjaar omstreeks 1870 aannemelijk. Om dit bouwjaar nader te bepalen is aanvullend onderzoek in het kadaster noodzakelijk. Deze boerderij behoorde tot de eerste groep van boerderijen die werd gebouwd langs de Kerkweg. Al deze boerderijen kenmerken zich door een smal erf met daarop een smalle, éénbeukige boerderij. Later, nadat de Kerkweg een belangrijker vervoersfunctie kreeg, breidde de bebouwing zich sterk uit tot een boerderijenlint. De bebouwing bestond in deze eerste fase in elk geval uit de oorspronkelijke boerderij met een hooiberg. Deze hooiberg zal een voorganger zijn geweest van de huidige hooiberg, met houten roeden en een rietgedekte houten kap. Vrijwel zeker was er ook al de wagenschuur / varkensschuur aanwezig en de vrijstaande schuur achter de boerderij. Beide schuren kenden dezelfde wijze van metselen van de kopgevels. Deze bijgebouwen waren noodzakelijk daar de capaciteit van de boerderij (hoofdgebouw) beperkt was. In de boerderij was uitsluitend plaats voor één korte rij koeien, rechts achter in de stal. Het grootste deel van de rundveestapel zal hebben gestaan in de koeienstal achter de boerderij.

De plaats van de hooiberg was zo gekozen dat deze gunstig was voor zowel het vee in de boerderij als in de stal. De meeste 19de eeuwse boerderijen in de Krimpenerwaard kenden een dergelijk samenspel van hoofdgebouw en bijgebouwen. Onderstaande afbeelding geeft een voorbeeld van een 'ideaalerf' van een 19de eeuwse Krimpenerwaardse boerderij. De boerderij CG Roosweg 23 kende een vergelijkbare opzet met ongeveer dezelfde bijgebouwen, maar door de specifieke situering op het smalle perceel tussen de sloten kreeg het erf een andere indeling waarbij de gebouwen vooral achter elkaar gepositioneerd werden. Dat het perceel in feite te smal was voor een volwaardig boerenerf, blijkt uit het feit dat de sloot verlegd is bij de hooiberg. Zonder die ingreep was het niet mogelijk om op het erf te manoeuvreren met paard en wagen en landbouwmachines. Naarmate het boerenbedrijf zich uitbreidde, kwam er meer en meer behoefte aan bijgebouwen. Omstreeks 1930 zal de boenstoep gebouwd zijn. Dat blijkt uit de gekozen steenformaten en uit vergelijking met andere boenstoepen in deze regio. Op het erf staan twee houten gepotdekselde schuren die vanwege het tijdloze karakter, niet eenvoudig te dateren zijn. Deze schuren komen in elk geval reeds voor op de oudste luchtfoto van het erf uit de jaren vijftig - zestig van de vorige eeuw.

Op basis van het hang- en sluitwerk kunnen de schuren gedateerd worden op 1930 - 1950. Op het erf werd een betonnen silo geplaatst voor kuilgras, omstreeks 1945 - 1950. De wagenschuur / varkensschuur kreeg een lage uitbouw aan de achterzijde, gemetseld van betonblokken en voorzien van een lessenaarsdak van golfplaten. De oorspronkelijke houten hooiberg zal in de periode 1950 - 1960 zijn vervangen door het huidige exemplaar met stalen roeden en een dak van stalen golfplaten.

Pagina 15

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Referentiebeeld

Erftekening.

Het erf van Oudelandseweg 18 te Ouderkerk aan den IJssel is een karakteristiek voorbeeld van een boerenerf in de Krimpenerwaard. Tegen de linkerzijgevel is een boenhok gebouwd. De hooiberg staat achter de achtergevel van de boerderij. De paardenstal met wagenschuur is evenwijdig aan de boerderij gebouwd aan de andere kant van het toegangspad. Hierachter staat de varkensstal met uitloophokken. Rechts een boomgaardje. Tekening: J.J. Jehee Bron: Van Groningen 337

Luchtfoto van het gebied van Den Hem. De foto dateert waarschijnlijk uit de periode 1960 - 1970. Onder: detail van bovenstaande foto met het erf van C.G. Roosweg 23. Bron: archief fam. Lindsen.

Pagina 16

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Gezicht op de oorspronkelijke boerderij in 1971. Op de achtergrond is de hooiberg te zien.

5.2 Verbouwing 1974 In 1971 werd de boerderij te koop aangeboden en werd de fam. Lindsen eigenaar. De boerderij werd toen omschreven als: "De bouwmanswoning met veestalling (voor ongeveer 20 koeien), boenhok, hooiberg, 2 houten schuren, varkensschuur en silo, erf en weiland en water gelegen te Schoonhoven, (tegenover de Hemstoep). (…) Indeling boerderij: beneden: entree, keuken, toilet, douche, 2 kamers + zijkamertje, bijkeuken en berging. Boven: zolder + slaapkamertje." De oude boerderij werd gefaseerd vernieuwd. De balklagen, de kap en het dak werden gestut en alle buitengevels werden vernieuwd. Deze verbouwing vond plaats in 1974-1975. Uiteindelijk werden ook de binnenwanden vervangen. Een selectie van de fotoreportage van de verbouwing is te vinden in de bijlage. Op de rekening van de aannemer staan de volgende steensoorten vermeld: boerengrauw, handvorm en rood.18

18 Vriendelijke mededeling dhr. Lindsen.

Pagina 17

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Nadat de familie Lindsen de boerderij als woonboerderij betrok, bleef de agrarische activiteit nog een aantal jaren bestaan. De gebouwen op het erf werden door de heer Dekker uit Bergambacht gebruikt als onderdeel van zijn agrarisch bedrijf. In de woonboerderij zelf stonden in 1971 geen koeien meer. Luchtfoto van de omgeving van C.G. Roosweg. Het jaartal van de luchtfoto is onbekend. Onder: detail van de vorige foto. Op de foto is te zien dat het boerenbedrijf nog actief is. Dat blijkt o.a. uit de aanwezigheid van kuilgrassilo's en uit het rijpad aan de achterzijde van het erf dat de verbinding maakt met het achterliggende land en de percelen ten westen van de boerderij. Bron: archief fam. Lindsen.

Pagina 18

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

5.3 Latere aanpassingen Na een crisis in de varkenshouderij wegens de Italiaanse varkenspest omstreeks 1980 besloot de toenmalige boer te stoppen met varkens en de wagenschuur / varkensschuur werd intern verbouwd tot stal voor jongvee. De specifieke onderdelen voor de varkens werden uit de schuur weggehaald zoals de lage deurtjes aan de linkerzijgevel. Daarvoor in de plaats kwamen enkele kenmerkende onderdelen voor het stallen van rundvee. Nadat de boerderij was vernieuwd, werden er gaandeweg meer onderdelen aangepakt. De brug met de witte houten brugleuningen werd vervangen door de huidige brug. De houten schuur op het achtererf: de z.g.n. paardenstal, werd verbouwd en kreeg een nieuwe houten bekleding van rabatdelen die het oorspronkelijke potdekselwerk verving. De veestal achter de boerderij is in 2006 gesloopt vanwege de slechte technische staat. Daarvoor in de plaats kwam een bijgebouw met dezelfde hoofdvorm en grondplan als de oorspronkelijke schuur. Dit bijgebouw doet nu dienst als uitstalruimte voor de hobbyverzameling in antiek en brocante. Ook de stenen wagenschuur / veestal kreeg deze bestemming.

Pagina 19

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

6 BESCHRIJVING

6.1 De omgeving Het erf is gelegen aan de N210 in de buurtschap De Hem, tussen Schoonhoven en Bergambacht. In noordoostelijke richting, richting Schoonhoven, staat de weg bekend als de C.G. Roosweg. Richting Bergambacht in het zuidwesten gaat de weg verder als de Provincialeweg. De N210 was van oorsprong een tiendweg, parallel aan de Lekdijk West (Schoonhoven) / Hogedijk (Bergambacht), die tegenover de boerderij ligt. Aan de noordkant van de weg ligt een doorlopende sloot, de Buitenwetering. Ten zuiden van de tiendweg is het slotenpatroon minder regelmatig. De omgeving van De Hem wordt gekarakteriseerd door (agrarische) bebouwing ten noorden van de weg, weilanden en boomgaarden. De kavels waar de boerderijen op staan, zijn opvallend smal. Het erf wordt aan weerszijden begrensd door sloten. De sloot ten westen van het erf is tevens de grens tussen Schoonhoven en Bergambacht. Ten noorden van het erf begint een weids polderlandschap. Aan de horizon is de buurtschap Bovenberg te zien. Het weggetje waar buurtschap De Hem naar is vernoemd geeft toegang naar de Lekdijk.

Pagina 20

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Op deze foto van het gebied aan de overzijde van de provinciale weg is de dijk goed te zien. Hier stond tussen 1407 en 1572 het klooster De Hem.

De Buitenwetering richting Bergambacht.

Pagina 21

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

De Buitenwetering richting Schoonhoven.

De sloot ten westen van het erf is tegenwoordig de grens tussen Schoonhoven en Bergambacht.

Pagina 22

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

De sloot ten oosten van het erf.

Fruitbomen op een rij langs de rechterzijgevel van de boerderij. Deze wijze van beplanting is karakteristiek voor de Krimpenerwaard. Ook reeds voor de verbouwing uit de jaren zeventig van de vorige eeuw waren hier fruitbomen aanwezig.

Pagina 23

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Een halfronde bocht in de sloot ten westen van het erf. Dit uitsteeksel is op de oudste kadasterkaart niet terug te zien maar was in 1970 (en wellicht eerder) reeds aanwezig. Deze bocht maakte het mogelijk om op het smalle erf met paard en wagen (en later met een tractor) langs de hooiberg te kunnen manoeuvreren.

Sloep of schouw in de sloot. Tot de aanleg van de N210 was vervoer over het water het meest efficiënt.Ook voor vervoer van hooi en mest van en naar de weilanden achter de boerderij bleef de schouw lang populair.

Pagina 24

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Een inham aan de sloot, bedoeld voor een schouw. De mest werd vroeger met behulp van een schouw op het land gebracht.

Een rijtje knotwilgen langs de sloot ten westen van het erf. Knotbomen kwamen in de Krimpenerwaard veel voor en werden gebruikt als erfscheiding en als geriefhout. Ook boden ze in het open polderlandschap beschutting tegen de wind. Vooral op hennepakkers, de functie van dit erf in de 16e eeuw, was dit van belang als windvang omdat de dunne, meterslange hennepplanten makkelijk knakten in de wind.

Pagina 25

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Een hek geeft aan waar het erf overgaat in weiland.

Uitzicht op de Bergambachtsche polder. De ruimtelijke kwaliteit is hier zeer hoog. Aan de horizon ligt Bovenberg.

Pagina 26

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Uitzicht richting De Hem vanaf dezelfde plek.

De sloot ten oosten van het erf.

Pagina 27

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Uitzicht op het erf vanaf de polder.

6.2 Hoofdgebouw; boerderij Bij de beschrijving wordt, om bondig te kunnen schrijven en misverstanden te voorkomen, een gebouw beschreven volgens een vaste systematiek. Staand voor de voorgevel is de gevel aan uw rechterhand de rechter zijgevel. Waar u zich vervolgens ook in het pand bevindt, deze gevel blijft de rechter zijgevel heten, enz. De voorgevel is de gevel die gericht is op de weg.

De bouwmassa De boerderij bestaat uit een vrijstaand rechthoekig bouwmassa van één laag met een kapverdieping, rietgedekt.

De voorgevel Het metselwerk van deze symmetrische topgevel bestaat uit dikke rode baksteen in halfsteens verband gemetseld. Het metselwerk staat op een trasraam van harde klinkers.

Pagina 28

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Voorgevel van de boerderij aan de C.G. Roosweg 23. De onderste bouwlaag heeft drie identieke vensters en een kleiner model in de top. De gevel is uitgevoerd als tuitgevel. De gevelbeëindiging bestaat uit een halfsteens rollaag.

Detail van bakstenen en muuranker. Dit muuranker is historiserend uitgevoerd. Oorspronkelijk waren dit rechte scheutankers.

Pagina 29

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

De voorgevel is uitgevoerd als spouwmuur met nieuwe stenen, van cement gemetseld op een trasraam van harde klinkers.

De vensters zijn historiserende 15-ruits schuifvensters van een model zoals die in de 18e eeuw gebruikelijk waren.

Pagina 30

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Het raam in de topgevel is daarvan afwijkend en is uitgevoerd als 12 ruits draairaam.

De linker zijgevel De linker zijgevel van de boerderij bestaat net als de voorgevel uit dikke rode baksteen in halfsteensverband, uitgevoerd als spouwmuur. Overzicht van de zijgevel met de indeling zoals die in 1973 1975 is ontstaan.

Pagina 31

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

De openslaande deuren zijn een nieuwe toevoeging. De muurankers die de gevel aan de balken koppelen zijn nog aanwezig.

In de linkerzijgevel is nu de voordeur opgenomen, ongeveer op dezelfde plaats als waar die in de oorspronkelijke boerderij aanwezig was.

Pagina 32

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

De achtergevel De achtergevel is asymmetrisch uitgevoerd met een wolfseind. De achtergevel is opgebouwd zoals de andere gevels. Deze zone van de boerderij heeft tweelichtvensters die ook historiserend zijn uitgevoerd.

Pagina 33

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Op de achtergevel staat een schoorsteen die door het dak heen steekt. Dat was bij de oude boerderij eveneens het geval, maar toen stond de schoorsteen aan de linkerzijde van de nok.

De rechter zijgevel De rechter zijgevel van de boerderij bestaat net als de voorgevel uit dikke rode baksteen in halfsteens verband, uitgevoerd als spouwmuur. Achterzijde van de rechter zijgevel. De muurankers die de gevel aan de balken koppelen zijn nog aanwezig. Er heeft op het erf een buitentoilet gestaan, ''naast de boerderij, tegenover de boenstoep''19. Mogelijk was dit ongeveer hier.

19 Vriendelijke mededeling dhr. Lindsen.

Pagina 34

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Voorzijde van de rechter zijgevel. Deze gevel is grotendeels blind.

Ook in deze gevel is een historiserend schuifraam opgenomen van het model van de voorgevel. Dit raam is echter twintig ruits en vier ruiten breed.

Pagina 35

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Het dak De boerderij is gedekt met een rieten zadeldak met een grote dakkapel aan de linkerzijde net twee kleine halfronde dakkapellen aan de rechterzijde. Op het dak een schoorsteen midden op het dak De tuit van de voorgevel steekt door het rieten dak heen. Het anker is bevestigd aan de nok.

Dakkapel op het linker dakvlak. De schoorsteen staat ongeveer op de plaats van de oorspronkelijke schoorsteen. De schoorsteenkap is voorzien van een windwijzer.

Pagina 36

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Boerderij; interieur De boerderij is thans een woonboerderij volgens de inzichten zoals die daarvoor in de jaren zeventig van de vorige eeuw gangbaar waren. De klassieke indeling met voorhuis en achterhuis gescheiden door een brandmuur, is niet meer aanwezig. In de boerderij resteren de zolderbalken nog uit de oude boerderij.

Ook in de keuken zijn deze balken nog aanwezig.

Pagina 37

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Op de verdieping zijn de kapspanten nog aanwezig. Ook de oude (paneel)deur met glas in lood dateert van voor de verbouwing van 1972-1975.

Een ander kapspant in de boerderij. Het is een A-spant van behakt rondhout met een overgekeepte balk.

6.3 De hooiberg De hooiberg of kapberg bestaat uit een zeshoekige kap zonder wanden. De zeshoekige kap kon op en neer bewegen via staalkabels die over katrollen lopen aan de bovenzijde van de ijzeren 'roeden'. Aan de onderzijde van de drie roeden zitten lieren waarmee de via de staalkabels met handkracht de kap onhoog en omlaag kon bewegen. In het Groene Hart staan de hooibergen vrijwel altijd direct achter de achtergevel omdat dat het efficientst is: de kortst mogelijke afstand tussen de opslag van het hooi en het gebruik voor de koeien. Het erf van C.G. Roosweg 23 wijkt hier vanaf. Dat kan worden verklaard door de plaats van het vee: zowel in het bedrijfsgedeelte van de boerderij als in de wagenschuur en in de voormalige stal (waar nu de nieuwe schuur staat) stonden runderen. Later ook in de wagenschuur. De plaats van de hooiberg op deze centrale locatie was het meest effectief. Om ruimte te maken werd het erf halfrond uitgebreid en werd de sloot verlegd.

Pagina 38

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

De huidige hooiberg is ongetwijfeld de moderne opvolger van een ouder exemplaar op dezelfde plaats. De ouderwetse hooibergen waren opgebouwd uit houten (verticale) roeden die een houten, rietgedekte kap droegen. Deze kap was meestal vijf- of zeshoekig en kon op en neer bewegen via een houten 'bergwind' en soort dommekracht. De technische levensduur van dergelijke hooibergen is doorgaans niet veel meer dan ca. 100 jaar. Vanaf ca. 1930 werden deze oude hooibergen meer en meer vervangen door deze modernere exemplaren. Vanaf ca. 1930 kwamen de ijzeren roeden in zwang.20 Er komen naast de metalen hooiberg, zoals dit type, ook varianten voor met betonnen roeden en vierkante hooibergen. Detail van de hooiberg in 1971. De hooiberg is nog in gebruik en de diagonale schoren zijn nog niet aangebracht

Idem in november 1972. Omdat de winter nog niet is begonnen, is de hooiberg hier tot bovenaan gevuld.

20 Suzan Jurgens, Marten Jansen en Wim Lanphen, Hooibergen in Nederland: Geschiedenis en behoud van een agrarisch cultuurmonu-

ment (Kampen: Stichting IJsselacademie, 2008), 29.

Pagina 39

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Overzicht van de hooiberg. Nadat de oorspronkelijke functie van de hooiberg verviel, is de kap vastgezet en met schoren gestabiliseerd.

Pagina 40

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Detail van een van de lieren van de hooiberg. Door te draaien aan een hendel werd via een wormwiel de kabel opgedraaid en de kap omhoog getrokken. De ijzeren roede is in het beton gestort.

Overzicht van de binnenzijde van de kap. De hoekkepers komen bovenin bij elkaar in een makelaar.

Pagina 41

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Referentie:

De hooiberg achter boerderij 'Vecht en Gein' te Baambrugge. Op het eerste gezicht is deze hooiberg identiek aan de hooiberg achter C.G. Roosweg 23 maar er zijn drie subtiele verschillen. De draaimechanismen van de roeden zijn bij de Schoonhovense hooiberg een stuk gaver. Verder staan de roeden van de hooiberg achter 'Vecht en Gein' op betonnen poeren. Tot slot heeft 'Vecht en Gein' een vloer van tegels, C.G. Roosweg 23 een vloer van beton.

6.4 Brug en hek Het erf is toegankelijk via een oprijpad aan de linkerzijde van het erf, evenwijdig aan de kavelsloot. Omdat er tussen de weg en het erf de Buitenwetering ligt, is hier een brug aangelegd. De huidige brug vervangt een oudere, betonnen brug met houten leuning. Deel van de brugleuning van de oude brug in 1971. Deze brug lag net iets anders ten opzichte van de weg dan de huidige brug.

Pagina 42

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

De brug is in 1975 aangelegd en daarbij is de breedte aangepast aan de moderne maatstaven. Ook de fundering is verbeterd ten opzichte van de vorige situatie. De brug bestaat uit gemetselde flanken en gemetselde hekpijlers.

Detail van één van de hekpijlers. Deze is afgetopt met een betonnen adelaar. Aan elke pijler hangt een hek.

Pagina 43

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Het hek is gesmeed en de onderzijde is voorzien van een gesmeed maaswerk met art-deco invloeden.

Elk hek draait tegen een gemetselde lage pilaar die is voorzien van een sluiting. Deze pilaar is afgetopt met een hardstenen of betonnen bol.

6.5 Wagenschuur Behalve voor het stallen van wagens werden wagenschuren ook gebruikt om ander gereedschap zoals ploegen en eggen in op te slaan. Ze zijn te herkennen aan de grote, brede inrijdeuren. In Zuid-Holland zijn wagenschuren over het algemeen losse bijgebouwen, in Zeeland konden zij tegen grote schuren aangebouwd worden of hierin worden ondergebracht.21 In alle gevallen is de wagenschuur op een plaats gelegen waar men gemakkelijk met de wagen de schuur in kan rijden. De meeste losse schuren zijn éénbeukig en bedekt met pannen. In de Krimpenerwaard zijn de wagenschuren meestal eenvoudig vormgegeven en vormen zij door middel van de vormgeving van de gevel een eenheid met het hoofdgebouw. Ze zijn rechthoekig van plattegrond en hebben een zadeldak. De meeste wagenschuren in de 21 “Wagenschuur” AgriWiki, geraadpleegd op 27-03-19, http://www.agriwiki.nl/wiki/Wagenschuur.

Pagina 44

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Krimpenerwaard zijn opgetrokken uit een combinatie van hout en steen.22 Ten noorden van de Hollandse IJssel zijn stenen wagenschuren algemener, ten zuiden van de Hollandse IJssel en de Maas komen houten wagenschuren vaker voor. De meeste wagenschuren zijn sober uitgevoerd. De enige vorm van decoratie die algemeen voorkomt zijn de wit geschilderde biezen rond de deuropening.23 Behalve ter versiering zal dit ook een praktisch nut hebben gehad; als de deuropeningen opvallend zijn, botst men hier minder snel tegenaan.

Exterieur De schuur heeft één bouwlaag met een kap met aan achterzijde een aanbouw onder een lessenaarsdak. De gevels van het hoofdvolume zijn gemetseld van baksteen in kruisverband en de beide kopgevels hebben een geveltop met een beëindiging met een rollaag. Het dak is een zadeldak en is gedekt met rode oud-hollandse / oude holle pannen. De schuur dateert uit de bouwtijd van de vestiging van de boerderij op deze plaats en is even oud als de oorspronkelijke boerderij en de oude veestal. De aanbouw aan de achterzijde is jonger, maar dateert toch tenminste uit de jaren zestig van de vorige eeuw.

22 Van Groningen, De Krimpenerwaard, 339. 23 F.W. van Oostrom, “Bijgebouwen en erven, een inventarisatie,” in Boerderijen in Zuid-Holland: aquarellen van J. Verheul Dzn.,

red. P. Ratsma (Zutphen: Terra, 1989), 27.

Pagina 45

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Overzicht van enkele oude foto's met de wagenschuur. De bovenste twee foto's dateren uit 1971, de onderste twee uit 1974. Het uiterlijk van de schuur is sindsdien nauwelijks veranderd. De interieurfoto uit 1973 toont de inrichting voor de varkens met de houten schotten die zorgen voor de indeling in vakken.

Voorgevel van de wagenschuur met de dubbele deuren die meteen het karakter van dit bijgebouw tonen. In de voorgevel muurankers die de gevel koppelen aan de gebinten, balken en gordingen van de constructie.

Pagina 46

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

De dubbele deuren dienden om met wagens en ander gerij naar binnen te rijden. Deze gevelopening is voorzien van een getoogde anderhalfsteens rollaag die als ontlastingsboog fungeert.

Op de verdieping een gevelopening die bestaat uit een dubbel hooiluik met daarboven een halfrond bovenlicht van een halfrond gietijzeren venster.

Pagina 47

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

In de voorgevel een stalraam waarvan het halfronde bovendeel kan scharnieren voor ventilatie. Deze gevelopening heeft aan de bovenzijde een halfsteens rollaag en aan de onderzijde een waterslag.

De linkerzijde heeft enkele halfronde stalvensters en een aantal dichtgemetselde varkensuitloopjes. De ruimte tussen de linkerzijgevel en de sloot was ingericht als uitloopgebied voor de varkens.

Pagina 48

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

In deze zone staan een aantal prefab betonnen palen met verticale groeven. In de groeven liet men dikke planken zakken die zorgden voor de afscheiding tussen de varkensuitloopjes. Zo had ieder varkenshok via de (nu dichtgemetselde) openingen, hier blauw aangegeven, een doorgang naar het uitloopgebied. Het systeem met deze palen is nog vrijwel intact aanwezig.

De linkerzijgevel vanaf de andere zijde.

Pagina 49

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Detail van één van de dichtgemetselde varkensuitloopjes.

Eén van de halfronde stalvensters. Ook dit raam kan scharnieren en ventileren.

Pagina 50

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Overzicht van de linkerzijgevel met de jongere aanbouw onder lessenaarsdak. Deze aanbouw dateert in elk geval reeds van voor de aankoop van de boerderij in 1971.

Achtergevel van de oude wagenschuur.

Pagina 51

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

In de achtergevel bevond zich een luik met bovenlicht, net als in de voorgevel. Nadat de aanbouw is gerealiseerd verviel de functie van het luik en wed deze dichtgemetseld. De achtergevel is eenvoudiger uitgevoerd dan de voorgevel. Hier ontbreekt de rollaag en zijn de pannen direct op het metselwerk gemetseld.

Detail van de aanbouw onder lessenaarsdak.

Pagina 52

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Overzicht van de rechterzijgevel. Het zadeldak is bedekt met rode oude holle pannen, ook wel bekend als Oude Hollandsche Pannen. De indeling is sinds 1971 niet veranderd.

De voorste staldeur bestaat uit een opgeklampte deur. Het kozijn is aan de bovenzijde voorzien van een strekse boog.

Pagina 53

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

In het midden van de rechter zijgevel een stalvenster van hetzelfde model als in de voorgevel.

De dakgoot is ná 1974 vervangen. De oude dakgoot lag op uitkragend gemetselde stenen. De nieuwe dakgoot is een bakgoot en die ligt op metalen gootbeugels. Ook bij de linker zijgevel is dat op dezelfde wijze uitgevoerd.

Pagina 54

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

In de plank van de dakgoot is een opening uitgespaard voor de knoop van het muuranker.

De achterste staldeur is vervangen door een vlakke deur van multiplex met modern hang- en sluitwerk.

Pagina 55

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Referentie:

Wagenschuur van een boerderij aan de IJsseldijk Noord te Ouderkerk aan den IJssel. De schuur is opgebouwd uit IJsselstenen in kruisverband. Gecentreerd ter hoogte van de begane grond de groene dubbele bedrijfsdeur. De kap wordt afgesloten met een windveer met makelaar. De schuur heeft een gepleisterde plint. Ook deze schuur heeft een tweede functie als stal, maar deze is in de lengterichting, achter het wagenschuur gedeelte geplaatst en niet naast het wagenschuur gedeelte zoals bij de C.G. Roosweg.

Interieur De indeling van de schuur wordt bepaald door de constructie en de constructie hangt samen met het historische gebruik. Voor het gebruik als wagenschuur is er een open ruimte zonder gebintstijlen nodig achter de grote deuren. Daarom staan de gebintstijlen ongeveer in het midden van de ruimte. Een grote onderslagbalk loopt van de voorgevel tot de achtergevel en deze wordt ondersteund door drie standvinken. De zolderbalken lopen in de dwarsrichting van zijgevel naar zijgevel en deze worden halverwege ondersteund door de onderslagbalk van het gebint. De zolder diende als hooiopslag. Het hooi werd via de hooiluiken in de kopgevels toegevoerd. Het achterst luik is later vervallen. Dit gebint verdeelt de ruimte min of meer in twee gelijke delen. Een rechter ruimte achter de deeldeuren en de andere ruimte links. Deze linker ruimte was ingericht als veestalling. Oorspronkelijk was het een varkensschuur en later is deze ruimte verbouwd tot veestal voor jongvee.

Pagina 56

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Eén van de drie standvinken die de onderslagbalk dragen. De onderslagbalk is opgelegd op de gebintstijl en geschoord met twee korbelen. De verbindingen van de korbelen zijn gemaakt met een tand en gespijkerd. Op de zolderbalken liggen underlaymentplaten.

Bij de achterste standvink zijn de korbelen weggehaald.

Pagina 57

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

In de vloer van het voormalige stalgedeelte (links) zijn in de vloer de sporen te zien van de stalindeling met koestand en mestgoten.

Tegen één van de gebintstijlen staat een metalen hekwerkje, bedoeld als scheiding tussen de koeien.

Pagina 58

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

In de vloer ligt de voergoot voor de varkens, later eveneens gebruikt voor het jongvee. Deze goot is gemaakt van een doorgezaagde rioleringsbuis van gres. Dit materiaal werd in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw voor voergoten gebruikt om dat het goedkoop was en omdat deze door de gladde binnenkant goed is schoon te houden. Op de vloer zijn de sporen te zien van de wijze waarop het jongvee was vastgezet. Er zijn ringen ingestort in het beton van de vloer (rode pijl) voor kettingen naar de hoger geplaatste schoftboom. Eén van de kettingen ligt nog op de vloer (blauwe pijl). Rechts een restant van de indeling voor de varkens. In de sleuf tussen de houten balken kon een houten plank worden geschoven als afsluiting voor de varkens. Links één van de drinkbakjes waar het jongvee uit kon drinken. Dit detail is ook te zien op de oude interieurfoto uit 1973.

Pagina 59

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Doorgang tussen het hoofdvolume en de achterbouw.

Indeling van de achterbouw. Het is een open ruimte die voorheen in vier compartimenten was verdeeld ten behoeve van kalveren.

Pagina 60

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Overzicht van de hooizolder. Het kapspant is een eenvoudig A-spant met spantbenen en een tussenbalk.

De kap is onbeschoten en bestaat uit gordingen, sporen, en panlatten.

6.6 Schuur achter de boerderij Achter de boerderij staat een eigentijdse schuur die de vervanger is van een oude veestal. In de nieuwe schuur is de hoofdvorm van de oude schuur gehandhaafd. De schuur dateert uit 2006 en heeft één bouwlaag met een kap. De gevels zijn spouwmuren gemetseld van baksteen in halfsteens verband en de beide kopgevels hebben een geveltop van houten delen. De schuur is thans ingericht als brocante winkel.

Pagina 61

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Overzicht van enkele oude foto's met de veestal uit 1971 en 1974. Deze schuur dateerde uit de bouwtijd van de vestiging van de boerderij op deze plaats en was even oud als de oorspronkelijke boerderij en de wagenschuur. De uitstraling van deze schuur was hetzelfde als van de wagenschuur: metselwerk met tuitgevels, afgedekt met rollagen en een bakgoot die ligt op gemetselde uitkragingen.

Pagina 62

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Voorzijde van de nieuwe schuur. Vanwege de positionering direct achter de boerderij is deze gevel overwegend blind. De topgevel is afgewerkt met rabatwerk.

Linker zijgevel van de schuur. Het zadeldak is bedekt met opnieuw verbeterde Hollandse pannen, grijs gesmoord. De windveren zijn uitgevoerd in metaal en de kozijnen zijn van kunststof.

Pagina 63

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Achtergevel van de schuur heeft dezelfde opzet als de voorgevel.

In de rechter zijgevel aan de slootzijde zijn de stalramen uit de oude stal hergebruikt zodat deze gevel daardoor een uitstraling heeft die overeenkomt met de oorspronkelijke schuur.

6.7 Paardenstal Op het achtererf staat een bijgebouw die vanwege het oorspronkelijke gebruik wordt aangeduid als paardenstal. Deze schuur bestond reeds toen de huidige eigenaars de boerderij kochten en deze schuur heeft in de loop van de tijd een nieuwe buitenschil gekregen van rabatdelen. De schuur heeft een flauw aflopend lessenaarsdak. Aan de achterzijde is in de loop van de tijd een stenen aanbouw toegevoegd. De schuur is thans ingericht als feestruimte.

Pagina 64

Cultuurhistorische quickscan C.G. Roosweg 23 te Schoonhoven

versie: Definitief

Foto van de oorspronkelijke paardenstal in 1971. De indeling van de gevel is ongeveer gelijk gebleven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=5b07ed9a-1ab9-4a45-88f5-d3777f689a0b