BIJL 2: Voorstel structureel sluitende begroting
Tekst van het document
De OZB is, net zoals de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds, een algemene inkomstenbron om het gemeentelijke voorzieningenniveau te kunnen bekostigen. De OZB is de grootste ‘eigen’ inkomstenbron van gemeenten. Gevolgen - Partijen hebben het recht om zich te kunnen voorbereiden op het verhogen van belastingen. Zorgvuldige en tijdige communicatie met de belastingplichtigen is een vereiste. Daarom wordt een ingroeimodel geadviseerd. - Verhoging leidt tot hogere lasten voor de eigenaren van woningen en niet-woningen. Verhuurders kunnen de stijging verrekenen in de huur. - De verhoging van de OZB kan leiden tot hogere tarieven voor de klanten en daardoor tot minder omzet en/of lagere marges voor de ondernemers. - Door een verhoging van de OZB worden de lasten verdeeld over alle eigenaren in de gemeente Krimpenerwaard en dit draagt bij aan het voorzieningenniveau in de gemeente Krimpenerwaard. Woonlastendruk (bron: Vereniging Eigen Huis) gemeente OZB Afval Krimpenerwaard 366 323 Bodegraven -Reeuwijk 588 398 Gouda 317 438 Krimpen a/d IJssel 330 502 Molenlanden 332 460 Oudewater 522 296 Waddinxveen 354 383 Zuidplas 466 366 Gemiddeld (excl KRW) 416 Verschil: 13,5%
Riool 275 368 562 344 310 409 238 217
Woonlasten 964 1354 1317 1176 1102 1227 975 1049 1171 21% -
29 -
Toelichting wijzigingen Het % dat genoemd werd in de beschrijving is eruit gehaald. Bij het vaststellen van de tarieven wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van de WOZ-waarde. Deze waardeontwikkeling bepaalt mede de opbrengst. Daaruit vloeien de tarieven voort. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen - Het heeft de voorkeur om de verhogingen bij alle tarieven door te voeren. Bij verhoging van 1 of 2 tarieven moet je op grond van fiscale jurisprudentie goed (kunnen) onderbouwen waarom je niet alle tarieven verhoogt. Zeker als dit gefaseerd invoert. - Verhoging van de tarieven kan leiden tot meer bezwaar en beroep en daardoor meer proceskostenvergoedingen. De huidige OZB tarieven niet-woningen gebruikers liggen al dichtbij de landelijk gemiddelde tarieven.
Planning tot realisatie Om de invoering te realiseren dienen de volgende stappen genomen te worden: Q3 2025: voorlopig besluit tot extra verhoging van de OZB-tarieven/-opbrengst (Kadernota) Q3/Q4 2025: communicatie over extra verhoging van de heffing Q4 2025: vaststelling van de verordening door de raad (Begrotingsraad) Q1 2026: aanslagoplegging door SVHW Financiële planning
Taakveld: 0.62 OZB niet-woningen
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
.
302.500
302.500
.
2027
.
605.000
605.000
.
2028
.
907.500
907.500
.
2029
.
1.210.000
1.210.000
.
-
30 -
VS07 - Kst.dekkendheid leges burg.stand Beschrijving Deze mogelijkheid gaat uit van het verhogen van de tarieven leges burgerlijke stand met 10%, naast de reguliere jaarlijkse indexering. De opbrengst wordt gebruikt om de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen en om personeels-, huisvestings-, materiaalkosten en andere kosten, die in het kader van de aangevraagde dienst worden gemaakt, te dekken. Momenteel bedraagt de kostendekkendheid van hoofdstuk 1 (2025) 73,2%. De opbrengst mag hooguit kostendekkend zijn. In de praktijk spreekt men dan ook wel van maximaal kostendekkende tarieven. Tarieven voor akten blijven gelijk (afgezien van de landelijke indexering), zij zijn landelijk vastgesteld. Gevolgen -Door een hoger tarief wordt (meer) betaald voor de door de gemeente verleende dienst(en). Dit kan leiden tot meer gratis huwelijken en minder (betaalde) huwelijken door te kiezen voor huwelijken in goedkopere buurgemeenten. Toelichting wijzigingen N.v.t. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen -
Hogere tarieven kunnen leiden tot meer gratis huwelijken en minder betaalde huwelijken en daardoor tot minder inkomsten aan leges (lager percentage kostendekkendheid). - Hogere tarieven kunnen leiden dat bruidsparen gaan uitwijken naar andere gemeenten, terwijl men liever in de eigen gemeente willen trouwen. De opbrengsten kunnen daardoor lager uitvallen. - Partijen hebben het recht om zich te kunnen voorbereiden op het verhogen van belastingen. Zorgvuldige en tijdige communicatie met de belastingplichtigen is een vereiste. - Er is bezwaar en beroep mogelijk tegen de legesverhoging. Planning tot realisatie Dit kan in principe per 1 januari 2026 worden ingevoerd. Om de invoering te realiseren dienen de volgende stappen genomen te worden: Q3 2025: voorlopig besluit tot extra verhoging van de tarieven leges burgerlijke stand (Kadernota) Q3/Q4 2025: communicatie over extra verhoging van de tarieven Q4 2025: vaststelling van de legesverordening door de raad (Begrotingsraad) Financiële planning
Taakveld: 0.2 Burgerzaken
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
.
10.000
10.000
.
2027
.
10.000
10.000
.
2028
.
10.000
10.000
.
2029
.
10.000
10.000
.
-
31 -
VS35b - Aansluitwaarde OVL-kasten Beschrijving De beschrijving die de basis vormt voor VS 35 luidde: We werken deels kostengestuurd. De centrumgebieden en doorgaande wegen blijven we onderhouden op kwaliteitsniveau B, de overige wegen onderhouden we op kwaliteitsniveau C. We verminderen aansluitwaarde OVL-kasten van 3x35 naar 3x25. De beschrijving die als basis dient voor de berekeningen luidt: De aansluitwaarde van de kasten t.b.v. de openbare verlichting worden verlaagd van 3x35 naar 3x25. De verlaging van het kwaliteitsniveau onderhoud wegen is apart van dit voorstel uitgewerkt. (VS35a) Gevolgen Het verlagen van de aansluitwaardes van 3x35 naar 3x25 bij openbare verlichting heeft geen gevolgen voor de buitenruimte. Het levert alleen een financieel voordeel op. Toelichting wijzigingen Het voorstel rondom de eisen van een borgsom van een initiatiefnemer is verwijderd omdat dit voorstel juridisch niet haalbaar is. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Openbare verlichting: Om de voorgestelde bezuiniging te realiseren is er een eenmalige investering nodig van € 32.000,-. De investering is nodig om de aansluitwaardes te verlagen de werkzaamheden moeten door Stedin worden uit gevoerd. Planning tot realisatie Openbare verlichting: De bezuiniging kan alleen na het eerste jaar gerealiseerd worden. Financiële planning
Taakveld: 2.1 Verkeer en vervoer
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
0
0
-16.000
2027
0
0
-16.000
2028
35.000
35.000
.
2029
35.000
35.000
.
-
32 -
VS23-VS36a - Toeristenbelasting verhogen tussen mediaan en landelijk gemiddelde Beschrijving Deze mogelijkheid gaat uit van het verhogen van het tarief toeristenbelasting (voor overnachten op water) naar € 2,50 - tussen het landelijk en mediane tarief. € 1,96 is het tarief 2025 in onze gemeente € 3,21 is het landelijk gemiddelde tarief in 2024 (bron: COELO). Een andere mogelijkheid is om uit te gaan van het mediane tarief (€ 1,89). Het mediane tarief is het tarief dat in het midden ligt; de helft van de gemeenten heeft een hoger tarief en de helft een lager tarief. De mediaan is daardoor minder gevoelig voor extreme waarden dan het gemiddelde. (bron: COELO). In deze mogelijkheid zijn we uitgegaan van verhoging van het tarief naar € 2,50. Dit is het tarief tussen het landelijke gemiddelde en het mediane tarief . Dit tarief is gelijk aan het tarief in de gemeente Gouda. In 2025 is de toeristenbelasting in Nederland gemiddeld met 8% gestegen. (bron: FAMO) In onze gemeente is het tarief met 2,3% (inflatie) gestegen. gemeente Krimpenerwaard Bodegraven-Reeuwijk Gouda Krimpen a/d IJssel Molenlanden Nieuwkoop Oudewater Waddinxveen Zuidplas
hotel € 1,96 € 3,10 € 2,50 € 2,00 € 1,50 € 1,45 € 1,03 € 3,47
vakantiepark € 1,96 € 2,65 € 2,50 € 2,00 € 1,50 € 1,45 € 1,03 € 3,47
camping € 1,96 € 2,05 € 2,50 € 2,00 € 1,50 € 1,45 € 1,03 € 3,47
De opbrengst komt in de algemene middelen van de gemeente en is door de gemeente vrij besteedbaar. Er is geen verplichting om de geheven belasting in te zetten voor uitgaven die samenhangen met recreatie en toerisme. Het BTW-tarief voor overnachtingsmogelijkheden (behouden kampeergelegenheden) zal vanaf 1 januari 2026 stijgen van 9% naar 21%. Gevolgen -
-
De opbrengst van de toeristenbelasting is vrij besteedbaar. De toeristenbelasting komt niet ten laste van onze inwoners, maar van mensen die niet staan ingeschreven in de gemeente en die zakelijk of privé overnachten in onze gemeente. Door (een hoger tarief van) deze belasting betalen ze (meer) mee aan de algemene voorzieningen in onze gemeente. Verhoging van het tarief kan leiden tot minder overnachtingen en daardoor tot minder inkomsten bij onze overnachtingsaanbieders en lokale ondernemers. Vaststelling van het tarief 2026 in de begrotingsraad is voor de overnachtingsaanbieders laat om hun (potentiële) gasten te informeren over de tarieven.
-
33 -
-
De toeristenbelasting wordt afgedragen door de overnachtingsaanbieders en kan weerstand opleveren. Zij mogen de toeristenbelasting doorberekenen aan hun gasten.
Toelichting wijzigingen De raad heeft twee voorstellen gedaan over toeristenbelasting (VS23 en VS36). De raad heeft al besloten om toeristenbelasting op water in te voeren per 1-1-2026 tegen hetzelfde tarief als de reeds bestaande toeristenbelasting op land. Daarom zijn de voorstellen samengevoegd. Daarnaast is deze mogelijkheid toegevoegd. Hier is uitgegaan van een tarief tussen het landelijke gemiddelde en het mediane tarief in. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen -
-
-
Dit kan leiden tot lagere inkomsten door het wegblijven van toeristen. Dit was in het verleden niet het geval, ook niet bij een extra tariefstijging (boven de inflatie). Dit kan leiden tot minder overnachtingen op water in de havens (in Ouderkerk aan den IJssel beroepsvaart en in de zomer ook pleziervaart, in Schoonhoven cruiseschepen, in Haastrecht en in de commerciële havens van Krimpen aan de Lek en Schoonhoven) en daardoor tot minder toeristen die geld besteden in de havens en bij de horeca en detailhandel. Heffing voor overnachtingen op water (vanaf 2026) kan ook leiden tot lagere inkomsten havengelden (in Ouderkerk aan den IJssel beroepsvaart en in Schoonhoven cruiseschepen) en een lagere kostendekkendheid. Er is bezwaar en beroep mogelijk.
Planning tot realisatie Dit kan per 1 januari 2026 worden ingevoerd. De Verordening toeristenbelasting 2026 wordt in de Begrotingsraad (11-11-2025) vastgesteld. Aanslagen toeristenbelasting worden na afloop van het belastingjaar opgelegd, omdat dan pas het aantal overnachtingen bekend is. In 2027 worden de aanslagen toeristenbelasting 2026 opgelegd. Financiële planning
Taakveld: 3.4 Economische promotie
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
.
60.000
60.000
.
2027
.
120.000
120.000
.
2028
.
120.000
120.000
.
2029
.
120.000
120.000
.
-
34 -
NBZ22-NBZ25 - Invoeren precariobelasting Beschrijving Een deel van de raad heeft gevraagd de volgende mogelijkheid uit te werken: het invoeren van precariobelasting tegen het landelijk gemiddelde tarief. We hebben dit als volgt uitgewerkt: Precariobelasting is een belasting die je moet betalen als je een voorwerp plaatst onder, op of boven grond die van de gemeente is en bedoeld is voor openbaar gebruik. Het wordt gezien als een soort betaling om deze gemeentegrond te mogen gebruiken, zoals bij een privaatrechtelijke vergoeding. Voorbeelden van belaste voorwerpen zijn kabels en leidingen, terrassen, bouwmaterialen, zonneschermen, luifels, lichtreclames en vlaggen. De opbrengst komt in de algemene middelen van de gemeente en is door de gemeente vrij besteedbaar. Er is geen verplichting om de geheven belasting in te zetten voor uitgaven die samenhangen met de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Gevolgen Precariobelasting kan een remmende werking hebben op het aantal voorwerpen dat op de openbare gemeentegrond wordt neergezet. De gebruiker van openbare gemeentegrond betaalt precariobelasting. Dit zijn vooral ondernemingen en instellingen (winkeliers, horeca en bouwbedrijven). In het algemeen verwerken zij deze kosten in de prijs van hun producten of diensten. Dit kan effect hebben op de concurrentiepositie van de ondernemer.
Bij het heffen van deze belasting hoort ook handhaving/toezicht om te zorgen dat iedereen hierin ook gelijk wordt behandeld. Precariobelasting hoeft niet betaald te worden als iets verplicht wordt toegestaan door een wet of contract, zoals kabels van telecomnetwerken, erfpacht of terrassen op verhuurde grond van de gemeente. Sinds 1 juli 2017 mag er geen precariobelasting worden geheven van netwerken van nutsbedrijven die in, op of boven gemeentegrond liggen. Het heffen van precariobelasting leidt tot meer administratie en regeldruk bij inwoners en ondernemers. De verhouding tussen kosten en opbrengsten van deze belasting is relatief ongunstig ten opzichte van andere meer generieke belastingen (bijvoorbeeld OZB). Toelichting wijzigingen De raad heeft in twee mogelijkheden de optie voor precariobelasting aangegeven (NBZ22 en NBZ25). Deze mogelijkheden hebben we samengevoegd. Uitgewerkt is wat precariobelasting is en wie/wat erdoor wordt geraakt en wat er nodig is om deze belasting in te voeren. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen De opbrengst is afhankelijk van de voorwerpen die in de heffing betrokken worden en de te kiezen tarifering. Een schatting van de mogelijke opbrengst is daardoor nog niet mogelijk. Partijen hebben het recht om zich te kunnen voorbereiden op het invoeren van een nieuwe belasting.
Zorgvuldige en tijdige communicatie met de belastingplichtigen is een vereiste. Daarom wordt een ingroeimodel geadviseerd. Er is bezwaar en beroep mogelijk.
-
35 -
Er is vooraf onderzoek en inventarisatie nodig van de verschillende objecten en eventuele privaatrechterlijke afspraken. Planning tot realisatie Afhankelijk van de voorwerpen die in de heffing worden betrokken en de gekozen heffingsmaatstaf/maatstaven, kan dit op een bepaald moment worden ingevoerd. Dat hoeft niet per se per 1 januari van een jaar te zijn. Om de invoering te realiseren dienen de volgende stappen genomen te worden (uitgaande van invoering per 1 januari 2026): Q3 2025: voorlopig besluit tot invoering van de heffing (Kadernota) Q3/Q4 2025: communicatie over (mogelijke) invoering van de heffing Q1/Q2 2026: inventarisatie voorwerpen die in de heffing betrokken gaan worden Q4 2026: vaststelling van de verordening door de raad (Begrotingsraad) Q1 2026: inrichting administratie SVHW Q2 2026: start aanslagoplegging Financiële planning
Taakveld: 0.64 Belastingen overig
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
-2.580
25.000
22.420
20.000
2027
-2.580
50.000
47.420
.
2028
-2.580
50.000
47.420
.
2029
-2.580
50.000
47.420
.
-
36 -
VS33 - Veren Beschrijving Het Driehoeksveer is een samenwerking met gemeente Molenlanden en gemeente Ridderkerk aan de overzijde van de Lek. Het veer dient met name forenzen en deels recreatieve gebruikers. De huidige afspraak over de kostenverdeling is dat gemeente Krimpenerwaard 13% van de totale exploitatiebijdrage voor rekening neemt, dat komt neer op ongeveer €25.000,- per jaar. Jaarlijkse wordt er € 37.500,00 begroot. Het stoppen van de financiële bijdrage aan het Driehoeksveer levert een jaarlijkse besparing op van €37.500,00. Gevolgen Door het verdwijnen van het Driehoeksveer neemt de aantrekkelijkheid van de Krimpenerwaard voor woon- werkveer en recreanten licht af. Het Driehoeksveer vervoert betrekkelijk kleine aantallen forenzen en recreanten, waardoor de gevolgen in absolute zin beperkt blijven. De kade in Krimpen a/d Lek bedient voornamelijk bewoners. Toeristen die gebruik maken van het Driehoeksveer varen doorgaans van de Waterbus in Ridderkerk naar Kinderdijk. Fietsers reizen via de fietsknooppunten ook van en naar Krimpen a/d Lek. Het stopzetten van de financiële bijdrage aan het Driehoeksveer heeft ook maatschappelijke gevolgen voor de samenwerkende buurgemeenten Molenlanden Lekkerkerk. De buurgemeenten hebben aangegeven bij voorkeur het Driehoeksveer in stand te willen houden.
Toelichting wijzigingen De gevolgen zijn herzien naar aanleiding van een gebruikersonderzoek dat in 2023 is uitgevoerd. Voor forenzen (circa 50% van de gemiddeld 250 dagelijkse gebruikers) naar en vanuit Ridderkerk neemt de reistijd aanzienlijk toe bij het vervallen van het Driehoeksveer. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen De huidige overeenkomst met veerdienstexploitant kan nog 1 jaar worden verlengd volgens de huidige voorwaarden. De exploitant geeft nu al aan het Driehoeksveer niet rendabel te kunnen exploiteren. Aannemelijk is dat - indien u het veer niet laat vervallen - de kosten in de toekomst fors zullen toenemen en/ of dat de veerdienst ongepland uitvalt. De veersteiger is aan groot onderhoud toe, dat vraagt een eenmalige investering van ongeveer €80.000,00. Het stopzetten van de financiële bijdrage door gemeente Krimpenerwaard aan het Driehoeksveer betekent zeer waarschijnlijk het einde van het Driehoeksveer. Het opheffen van het Driehoeksveer heeft ook gevolgen voor de bereikbaarheid van de gemeenten Molenlanden en Ridderkerk. Door het stopzetten van het veer kan de relatie met gemeenten Molenlanden en Ridderkerk verslechteren. Zij willen het Driehoeksveer graag behouden.
Zowel bij het stopzetten van de financiële bijdrage aan het Driehoeksveer, als het nogmaals verlengen van de huidige overeenkomst, is de afspraak met de huidige veerdienstexploitant om dit te communiceren voor 1 oktober 2025. In het scenario dat de financiële bijdrage aan het Driehoeksveer stopt dan is het noodzakelijk dat dit besluit in afstemming met de andere gemeenten voor 1 oktober 2025 is genomen via een collegevoorstel. Planning tot realisatie Hier de planning in stappen: 1. Keuze raad (Q3 2025) 2. Afstemming met buurgemeenten (Q3 2025)
-
37 -
3. Collegebesluit deelnemende gemeenten (Q3 2025) 4. (Gezamenlijke) communicatie naar aanbieder en inwoners (Q4 2025) Financiële planning
Taakveld: 2.1 Verkeer en vervoer
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
0
0
.
2027
37.833
37.833
.
2028
37.833
37.833
.
2029
37.833
37.833
.
-
38 -
VS29 - Milieu Beschrijving De beschikbare eigen middelen gericht op de inhoudelijke uitvoering worden met 75% verminderd. Binnen deze post zijn kosten opgenomen die vraaggestuurd zijn zoals monsternames asbest bij incidenten, specialistisch juridisch advies of vergoeding van proceskosten etc. Ook onderzoek ten behoeve van milieubeleidsvorming valt hieronder (nieuwe thema's zoals gezondheid, nieuwe zeer zorgwekkende stoffen) - waar dit niet al belegd is bij een uitvoeringsorganisatie als ODMH. Gevolgen Begrote bedrag (overige goederen en diensten) wordt doorgaans niet geheel opgemaakt. Er blijft met dit voorstel geen financiële ruimte over binnen milieubeheer voor onvoorziene kosten. Bij onvoorziene kosten moet elders dekking gezocht worden. Er wordt een risico gelopen dat daardoor (advies- en onderzoek)vragen niet op tijd aangepakt kunnen worden omdat eerst budget vrijgemaakt moet worden. Toelichting wijzigingen e.e.a. nader uitgewerkt. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Niet van toepassing. Wel zullen zich onvoorziene omstandigheden blijven voordoen waarvoor dan budget moet worden gevonden. Daarvoor moet dan een beroep worden gedaan op de algemene reserve. Dit gaat gepaard in dergelijke gevallen met ambtelijke inzet. Planning tot realisatie Deze bezuiniging kan worden meegenomen in de kadernota 2026 en daarmee in de begroting 2026 worden geëffectueerd.
Financiële planning
Taakveld: 7.4 Milieubeheer
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
75.000
75.000
.
2027
75.000
75.000
.
2028
75.000
75.000
.
2029
75.000
75.000
.
-
39 -
NBZ08 - Verhogen OZB niet-woningen Beschrijving Een deel van de raad heeft gevraagd de volgende mogelijkheid uit te werken: Het verhogen van de Ontroerende Zaakbelasting voor niet-woningen naar 1,05x het landelijk gemiddelde. We hebben dit als volgt uitgewerkt: We zijn uitgegaan van het verhogen van de OZB-tarieven niet-woningen naar 1,05x de landelijk gemiddelde tarieven. Het voorstel is om dit stapsgewijs in te voeren zodat eigenaren en gebruikers rekening kunnen houden met de lastenstijging. De opbrengst komt in de algemene middelen van de gemeente en is door de gemeente vrij besteedbaar. De OZB is, net zoals de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds, een algemene inkomstenbron om het gemeentelijke voorzieningenniveau te kunnen bekostigen. De OZB is de grootste ‘eigen’ inkomstenbron van gemeenten. Gevolgen -
-
Partijen hebben het recht om zich te kunnen voorbereiden op het verhogen van belastingen. Zorgvuldige en tijdige communicatie met de belastingplichtigen is een vereiste. Daarom wordt een ingroeimodel geadviseerd. Door een verhoging van de OZB gaan eigenaren en gebruikers van niet-woningen gezamenlijk meer bijdragen aan het voorzieningenniveau in de gemeente Krimpenerwaard Verhoging leidt tot hogere lasten voor de eigenaren en onze ondernemers van niet-woningen. Niet-woningen in bezit van particulieren dragen zelf de lastenstijging en kunnen dit niet doorrekenen.
Toelichting wijzigingen Bij het vaststellen van de tarieven wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van de WOZ-waarde. Deze waardeontwikkeling bepaalt mede de opbrengst. Daaruit vloeien de tarieven voort. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen -
Het heeft de voorkeur om de verhogingen bij alle tarieven door te voeren. Bij verhoging van 1 of 2 tarieven moet je op grond van fiscale jurisprudentie goed onderbouwen waarom je niet alle tarieven verhoogt. - Verhoging van de tarieven kan leiden tot meer bezwaar en beroep en daardoor meer proceskostenvergoedingen. De huidige OZB tarieven niet-woningen liggen al dichtbij de landelijk gemiddelde tarieven. - De verhoging van de OZB kan leiden tot hogere tarieven voor de klanten en daardoor tot minder omzet en/of lagere marges voor de ondernemers. - Het tarief voor de gebruikers van Niet-woningen ligt al rond het landelijk gemiddelde. Het risico bestaat dat zij buiten de gemeente een pand gaan huren en er meer leegstand komt. In het plan van aanpak is hier rekening mee gehouden.
-
40 -
Planning tot realisatie Om de invoering te realiseren dienen de volgende stappen genomen te worden: Q3 2025: voorlopig besluit tot extra verhoging van de OZB-tarieven/-opbrengst (Kadernota) Q3/Q4 2025: communicatie over extra verhoging van de heffing Q4 2025: vaststelling van de verordening door de raad (Begrotingsraad) Q1 2026: aanslagoplegging door SVHW Financiële planning
Taakveld: 0.62 OZB niet-woningen
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
.
134.500
134.500
0
.
2027
.
269.000
269.000
.
2028
.
403.500
403.500
.
2029
.
538.000
538.000
.
Een deel van de opbrengst is al onderdeel van een andere mogelijkheid. In het financiele overzicht wordt de opbrengst hierop gecorrigeerd. Zie overzicht prioritering alle mogelijkheden.
-
41 -
VS34 - Inrichtingskwaliteit wegen Beschrijving We kiezen gedeeltelijk voor goedkopere materialen en minder voorzieningen bij de inrichting van wegen. In plaats van asfaltverharding, kiezen we - behoudens de centrumgebieden - voor betonstraatstenen in de woonkernen (30km zones). Dit doen we geleidelijk, bij de uitvoering van het integraal beheerplan openbare ruimte (IBOR). We verwijderen 30% van de openbare verlichting in de kernen. Gevolgen Door het toepassen van goedkopere materialen in woonwijken (asfalt naar elementen) neemt de kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte af. Er zijn maatschappelijke gevolgen door het frequenter onderhoud. Er zijn ook personele gevolgen. Onderhoud aan asfaltverharding is complexer dan bij elementenverharding. Onderhoud aan asfaltverharding gebeurt in veel gevallen door de aannemer. Onderhoud aan elementenverharding kan gebeuren door onze eigen dienst. Het omvormen van asfalt naar elementen betekent een extra inzet van onze eigen dienst. Nadeel van het verwijderen van 30% van de openbare verlichting, is dat de sociale- en verkeersveiligheid afneemt. Dit geldt met name voor de kwetsbare verkeersdeelnemers (fietsers en voetgangers). De gemeente voldoet niet meer aan de richtlijn Openbare Verlichting NPR 13201 en het keurmerk veilig wonen. Het gevoel van een veilige woonomgeving neemt af.
Toelichting wijzigingen Er zijn geen tekstuele wijzigingen in de beschrijving aangebracht. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Risico’s en frictiekosten vervangen asfaltverharding naar klinkerverharding: De kans op schades aan een asfaltweg is veel minder dan aan een weg uitgevoerd met een klinkerverharding. Het risico op eerder grootschalig onderhoud aan klinkerverharding is reëel. Bovendien is er sprake van frictiekosten in verband met het verwijderen van teerhoudend asfalt. (€ 200,- per kuub). Bezuiniging bij meeliften IBOR- projecten: 4.250 m2 maal 15 cm asfalt is 637,5 m3 maal € 200,- is € 127.500,- frictiekosten. Wij doen 23 jaar om 1% asfalt om te zetten naar klinkerverharding. Is € 5.500,-. Dus € 9.500,- besparing minus € 5.500,frictiekosten is € 4.000,- netto. Bezuiniging bij niet meeliften IBOR- projecten: 4.250 m2 maal 15 cm asfalt is 637,5 m3 maal € 200,- is € 127.500,- frictiekosten. Wij doen 23 jaar om 1% asfalt om te zetten naar klinkerverharding. Is € 5.500,-. Dus € 9.500,- besparing minus € 5.500,frictiekosten is € 4.000,- netto. De frictiekosten van € 127.500,- worden als gevolg bijkomende kosten (VAT- kosten, communicatie, verkeersmaatregelen, aanlegkosten) met 50% verhoogd naar € 192.500,-. Het eerste jaar 50% van de frictiekosten en het jaar daarna 100%. Dit scenario is niet verwerkt in de financile planning.
-
42 -
Risico’s en frictiekosten minder openbare verlichting: Om de voorgestelde bezuiniging te realiseren is er een eenmalige investering nodig van circa € 400.000,-. De investering is nodig om de 30% minder openbare verlichting op te ruimen/slopen. Door de structurele bezuiniging van €161,683,50 is de benodigde investering na 2.5 jaar terug verdiend. Planning tot realisatie Vervangen asfaltverharding naar elementenverharding: Het vervangen doet zich alleen voor als er sprake is van een realisatie van een IBOR-project. De levensduur van asfalt ligt rond de 23 jaar. Het eerder vervangen van asfalt is kapitaalvernietiging, zeker gezien de omvang van de bezuiniging in relatie tot de investeringskosten. Minder openbare verlichting: Minder openbare verlichting is realiseerbaar tijdens de uitvoering van een IBOR-project. Bij 30% minder verlichting volgens dit regulier proces (bijv. IBOR projecten en Middelgroot projecten) is de besparing over 25 jaar gerealiseerd. Door een eenmalige investering is de besparing na 2,5 jaar zichtbaar.
Financiële planning
Taakveld: 2.1 Verkeer en vervoer
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
9.500
9.500
-5.500
2027
9.500
9.500
-5.500
2028
90.500
90.500
-5.500
2029
172.000
172.000
-5.500
-
43 -
VS42 - Collectief en vrij toegankelijk aanbod Wmo Beschrijving Door een beperkte verschuiving te maken van individuele verstrekkingen naar collectief en vrij toegankelijk aanbod in het preventief domein, kan op de lange termijn een besparing gerealiseerd worden. We starten met pilots op enkele voorzieningen. Bijvoorbeeld: een collectieve wasvoorziening als alternatief van hulp bij huishouding (hbh) - een hulpmiddelenpool. Gevolgen -Deze maatregel richt zicht op het versterken van de sociale basis door het realiseren van meer collectieve en vrij toegankelijke voorzieningen. Als gevolg hiervan kunnen individuele maatwerkvoorzieningen vaker worden vervangen door voorzieningen die voor een bredere groep inwoners beschikbaar en toegankelijk (beschikkingsvrij) zijn. Dit leidt tot minder maatwerkverstrekkingen of het verstrekken van minder uren aan inwoners die nu hulp bij het huishouden ontvangen voor het doen van de was of een hulpmiddel gebruiken. Voor een deel van de huidige gebruikers van deze maatwerkvoorzieningen is een hulpmiddelenpool, een wasvoorziening een passende oplossing. Voor de wasservice geldt dat deze naar landelijke voorbeelden kan worden ingericht en uitgevoerd door mensen met een (lange) afstand tot de arbeidsmarkt waardoor zij duurzaam en zinvol aan het werk zijn. - De verwachting is dat deze maatregel formatief geen impact heeft.
Wanneer inwoners zich melden met een hulpvraag gericht op ondersteuning bij de was, heeft dat eigenlijk nooit alleen betrekking op de was maar ook op andere huishoudelijke taken. Een volledig onderzoek moet dan nog steeds worden uitgevoerd. - Het inrichten van en verwijzen naar een wasservice is mogelijk niet voor iedere inwoner een wenselijke oplossing op zijn of haar hulpvraag. Het kan zijn dat inwoners zich niet serieus genomen voelen als hun hulpvraag wordt ‘afgeschoven’ naar een algemene voorziening. Het kan zijn dat inwoners dit ervaren als minder keuzevrijheid . Voor maatwerkvoorzieningen hulp bij het huishouden zijn meerdere aanbieders gecontracteerd. Toelichting wijzigingen De tekst over de gevolgen is aangevuld waarin nader wordt toegelicht welke beleidsbeweging wordt versterkt door deze maatregel. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Risico's: - besparing is gebaseerd op een aanname dat een deel van de inwoners die zich melden met een hulpvraag of daadwerkelijk geholpen zijn met 1 van de voorgestelde voorzieningen. De inschatting van percentages is met onzekerheid omgeven. - De algemene voorzieningen moeten er zijn voordat dit kan leiden tot een besparing. (Kosten gaan voor de baten uit). Realisatie van deze voorzieningen gaat in samenwerking met maatschappelijke partners.
Capaciteit bij deze partners is randvoorwaardelijk voor het kunnen realiseren van de beoogde algemene voorzieningen.
-
44 -
Frictiekosten/eenmalige investeringen: - Uitwerken/opzetten wasservice - Gesprekken met woonzorglocaties - Herindicaties met bewoners van de betreffende woonzorglocaties - aanschafkosten hulpmiddelen - Tijdelijk meer klachten en bezwaarschriften Planning tot realisatie Oprichten wasservice: aug 2025- dec 2026
Voorbereiden en oprichten wasservice (veldonderzoek andere gemeenten, uitwerken gedetailleerde buca, gesprekken potentiele partners, uitschrijven aanbesteding, besluitvorming) (He)rindicaties inwoners met hbh voor was Start wasservice
jan-dec 2027 jan 2028 Hulpmiddelenpool: aug-dec 2025 jan 2026
Voeren gesprekken met woonzorglocaties Start verstrekken hulpmiddelen inkoop voor pools bij nieuwe indicaties.
Financiële planning
Taakveld: 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
.
.
-50.000
2027
pm
0
-50.000
2028
157.000
157.000
-15.000
2029
170.000
170.000
-15.000
-
45 -
VS41 - Collectief en vrij toegankelijk aanbod jeugd Beschrijving Door een verschuiving te maken van individuele verstrekkingen naar collectieve en vrij toegankelijke voorzieningen in de sociale basis , verwachten we op de lange termijn kosten te besparen. We zien kansen in de volgende gebieden: - Collectief aanbod opvoedondersteuning binnen de sociale basis, als alternatief voor individuele maatwerkvoorzieningen op het gebied van opvoedondersteuning. - Collectief aanbod ondersteuning voor jeugdigen binnen de sociale basis, als alternatief voor individuele maatwerkvoorzieningen op het gebied van de sociaal emotionele ontwikkeling van jeugdigen. Zoals trainingen gericht op o.a. weerbaarheid, faalangst, hoogbegaafdheid. Er is onderzocht hoe opvoedondersteuning en begeleiding voor jongeren kan worden ingezet. We hebben veel gegevens beschikbaar over de verschillende vormen van hulp per productcode. Op basis van deze gegevens ingeschat hoeveel geld hiermee bespaard kan worden.
Gevolgen Deze maatregel richt zich op het versterken van de sociale basis door het vergroten van het aantal collectieve en vrij toegankelijke voorzieningen. Individuele maatwerkvoorzieningen worden vervangen door meer algemeen toegankelijke voorzieningen in de sociale basis, die beschikbaar zijn voor een bredere groep inwoners, zonder dat een beschikking nodig is. De gevolgen gelden voor het collectief aanbod voor opvoedondersteuning en het aanbod voor ondersteuning jeugdigen. - Opvoedondersteuning wordt primair georganiseerd binnen de sociale basis, met een nadruk op collectieve vormen van ondersteuning waar mogelijk. Het aanbieden in de sociale basis maakt de hulp laagdrempelig en verbetert de toegankelijkheid. - Het brengt minder administratieve lasten met zich mee, omdat het vrij toegankelijk is. - Het is preventieve hulp, waardoor hopelijk maatwerk niet meer nodig is. De inwoner is sneller geholpen. - Deelnemen met gelijkgestemden kan zorgen voor herkenning en erkenning. - Het verminderen van individuele maatwerkvoorzieningen voor opvoedondersteuning kan leiden tot negatieve ervaringen bij inwoners en een toename van bezwaren tegen deze veranderingen. - Er is een risico dat inwoners via andere verwijzers alsnog toegang zoeken tot individuele maatwerkvoorzieningen.
Toelichting wijzigingen De tekst over de gevolgen is aangevuld waarin nader wordt toegelicht welke beleidsbeweging wordt versterkt door deze maatregel. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen De risico's en frictie kosten & eenmalige investeringen gelden zowel voor de opvoedondersteuning als de ondersteuning voor jeugdigen.
-
46 -
Risico's: - De beoogde besparing is gebaseerd op de veronderstelling dat een deel van de inwoners die zich met een hulpvraag meldt, daadwerkelijk geholpen zal zijn door één van de voorgestelde collectieve voorzieningen en geen aanvullende individuele maatwerkvoorziening nodig heeft. De inschatting van de percentages is echter omgeven met een zekere mate van onzekerheid. - Het is essentieel dat de algemene voorzieningen eerst worden gerealiseerd voordat deze daadwerkelijk kunnen leiden tot besparingen. De kosten voor de realisatie van deze voorzieningen dienen vooraf te worden geïnvesteerd, waarbij de baten pas op termijn gerealiseerd worden. De realisatie van deze voorzieningen vindt plaats in samenwerking met maatschappelijke partners, waarbij de capaciteit van deze partners een randvoorwaarde is voor het kunnen realiseren van de beoogde algemene voorzieningen. - Er is een risico dan inwoners via andere verwijzers alsnog toegang zoeken tot individuele maatwerkvoorzieningen. Frictiekosten en investeringen: - Inventariseren van de hiaten in het aanbod. - Gesprekken met partners over uitbreiding collectieve voorzieningen. - Uitwerken gedetailleerde businesscase en opzetten collectief aanbod opvoedondersteuning en ondersteuning voor jeugdigen.
Planning tot realisatie Collectief aanbod opvoedondersteuning: Augustus 2025 – maart 2026: Voorbereiding op de opstart van collectieve opvoedondersteuning, inclusief gesprekken met partners, het uitwerken van een gedetailleerde businesscase en het werven van personeel. Maart 2026 en verder: Beginnen met het verwijzen naar collectieve opvoedondersteuning in plaats van maatwerkvoorzieningen. Collectief aanbod ondersteuning voor jeugdigen: Augustus 2025 – maart 2026: Inventariseren van de wensen en hiaten in het aanbod. Inclusief gesprekken met partners, het uitwerken van een gedetailleerde businesscase en het werven van personeel. Maart 2026 – en verder: Beginnen met het verwijzen naar collectieve opvoedondersteuning in plaats van maatwerkvoorzieningen. Financiële planning
Taakveld: 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
25.000
25.000
-25.000
2027
30.000
30.000
-20.000
2028
30.000
30.000
-20.000
2029
30.000
30.000
-20.000
-
47 -
VS10 - Omvang college Beschrijving College bestaat uit 1 burgemeester en 4 fte aan wethouders in plaats van 5 fte aan wethouders. Het aantal collegeleden neemt vanaf de nieuwe coalitieperiode af met 1 fte. Gevolgen De maatschappelijke effecten van een compacter college zijn het volgende: 1. Er komt meer druk te staan op de overige wethouders en de burgemeester als dezelfde taken en portefeuilles met minder collegeleden uitgevoerd en bestuurd dienen te worden. Dit gevolg kan beheerst worden door als college te prioriteren: welke taken worden niet meer uitgevoerd en aan welke regio- en netwerkactiviteiten neemt de Krimpenerwaard op bestuurlijk niveau niet meer deel. 2. Het college is minder zichtbaar. De huidige activiteiten en bezoeken waar het college voor uitgenodigd wordt, worden verdeeld onder minder wethouders. Dit betekent dat het college aan minder activiteiten en bezoeken kan deelnemen en het college minder zichtbaar is in de samenleving. Toelichting wijzigingen De maatschappelijke gevolgen zijn uitgebreider toegelicht. De zin 'er is minder ondersteuning nodig', is weggehaald, effecten op de overhead/bedrijfsvoering worden centraal berekend. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Frictiekosten: - Een compacter college kan leiden tot wachtgeld en frictiekosten m.b.t. de FTE besparing.
Bij de uitwerking is uitgegaan dat er pas overgegaan wordt naar een compacter college na de verkiezingen, zodat er geen frictiekosten ontstaan m.b.t. zittende bestuurders. Wachtgelden zijn niet te voorspellen, deze kunnen ook ontstaan door aftreden vanwege een gewijzigde coalitie. Risico’s - De keuze voor het aantal collegeleden is aan de nieuwe coalitie, na de verkiezingen – waardoor onzeker is welke meerderheden nodig zijn voor een (meerderheids-)coalitie. Door het college te klein te maken is het ook lastiger om te komen tot een evenwichtige verdeling te komen tussen partijen; - De werkdruk kan voor wethouderskandidaten zo hoog zijn dat – de meer ervaren kandidaten – afhaken en daarmee ook de kwaliteit van het college afneemt; - Met minder tijd voor sturing vanuit de wethouders is het risico dat de aansluiting van het ambtelijk werk met de politieke wensen van de raad te klein wordt, waardoor dit werk minder effectief is. - In het algemeen neemt ziekte en uitval van wethouders in het land toe, deze maatregel kan leiden tot versterking van deze trend. Planning tot realisatie Een compacter college kan gerealiseerd worden na de coalitieonderhandelingen n.a.v. gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026. Toch blijft de keuze aan de onderhandelende partijen.
-
48 -
Financiële planning
Taakveld: 0.1 Bestuur
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
.
65.000
0,5
2027
.
130.000
1
.
2028
.
130.000
1
.
2029
.
130.000
1
.
*) de frictiekosten op personeel zijn generiek berekend en omgeslagen per fte besparing.
-
49 -
NBZ06 - Activiteiten raad Beschrijving Door een deel van de raad is gevraagd om een bezuinigingsvoorstel te onderzoeken met de volgende vraag: Een besparing op kosten van activiteiten voor de raad, zoals: - Eindejaarsbijeenkomst - Ochtenddeel heidag - Fractiebudgetten verlagen (50%) Deze vraag is als volgt uitgewerkt: • Representatie (o.a. bloemen) • De fractievergoeding halveren op het vaste deel van de vergoeding • Het ochtend programma van de heidag van de raad laten vervallen • Geen hapjes meer na de commissievergaderingen • Geen eindejaarsbijeenkomst • Bijstelling van de begroting op de praktijk van digitaal notuleren
Gevolgen Er wordt bespaard op kleine activiteiten die bijdragen aan de sociale cohesie in de raad. Toelichting wijzigingen De vraag is nader uitgewerkt. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Geen Planning tot realisatie Alle besparingen kunnen vanaf 01-01-2026 ingezet woirden Financiële planning
Taakveld: 0.1 Bestuur
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
15.700
15.700
.
2027
15.700
15.700
.
2028
15.700
15.700
.
2029
15.700
15.700
.
-
50 -
NC06 - Vrij toegankelijke dagbesteding (dagactiviteiten) Beschrijving Door een beperkte verschuiving te maken van individuele verstrekkingen naar collectief en vrij toegankelijk aanbod in het preventief domein, kan op de lange termijn een besparing gerealiseerd worden. We zien kansen voor laagdrempelige welzijnsactiviteiten als alternatief voor dagbesteding voor ouderen (incl ouderen met dementie) en vervolgens als alternatief voor mensen met een hulpvraag binnen de Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en bij mensen met een lichtverstandelijke beperking (LVB-problematiek), met als doel het verminderen van de vraag naar geïndiceerde zorg. We starten met de dagbesteding voor ouderen te vervangen door een algemene voorziening en breiden vervolgens uit met de andere opties. Met onze strategie willen we de visie uit het Integraal Beleidskader (IBK) verwezenlijken. Daarom zetten we ons in op (1) versterken van de sociale basis (2) normaliseren (3) algemeen toegankelijk maken van (maatwerk) voorzieningen (collectiveren) en (4) afbakening/inperken van gemeentelijke regelingen om de toegang tot maatwerkvoorzieningen te versmallen. Dit voorstel sluit aan bij de strategie gericht op het algemeen toegankelijk maken van maatwerkvoorzieningen.
Maatregel A: We zetten met deze maatregel in op het grotendeels vervangen van dagbesteding voor ouderen door een laagdrempeligere welzijnsvoorziening, waar diverse ouderen gebruik van kunnen maken zonder indicatie. Het betreft niet alleen ouderen die anders een maatwerkvoorziening Wmo zouden ontvangen maar ook een groep minder kwetsbare ouderen. Hierdoor ontstaat een mix van dragende en vragende deelnemers. De algemene voorziening richt zich op het voorkomen en vertragen van instroom in de toekomst (gezondheidswinst is instroom vertragend in de zorg). Maatregel B: ‘Voorzorg- en telefooncirkels’ promoten/ opstarten in de kernen i.s.m. welzijnswerk voor ouderen en vrijwilligersgroepen. Gericht op het vergroten van sociale cohesie en grotere samenredzaamheid van ouderen in de toekomst. Het hebben van een sociaal netwerk kan mensen langer mee laten doen aan welzijnsactiviteiten. Kanttekening is dat lange termijn financiële opbrengst zich lastig laat meten. Maatregel C: We zetten met deze maatregel in op extra groepsbegeleiding en welzijnsactiviteiten voor een specialistische doelgroep met hogere indicaties met enig perspectief (GGZ). Onderzoeken of hierdoor afschaling volgt. Gevolgen Deze maatregel richt zich op het versterken van de sociale basis door het realiseren van meer collectieve en vrij toegankelijke voorzieningen.
- Individuele maatwerkvoorzieningen kunnen vaker worden vervangen door voorzieningen die voor een bredere groep inwoners beschikbaar en toegankelijk (beschikkingsvrij) zijn. - Lagere kosten voor dagactiviteiten doordat geïndiceerde Wmo ondersteuning wordt uitgesteld of voorkomen. De inzet van welzijnsactiviteiten kan ook naast de inzet van geïndiceerde ondersteuning bestaan waardoor de doelen van een cliënt eerder worden behaald en/of de zorg op den duur kan worden afgeschaald. - Grotere mate van zelfredzaamheid van inwoners door het bieden van activerende en zinvolle activiteiten in de sociale basis. De zelfredzaamheidsdoelen verschillen per doelgroep: Bij ouderen -
51 -
(met bijvoorbeeld beginnende dementie) is het doel actief blijven, de mantelzorger ontlasten, langer thuis kunnen blijven wonen en het dementieproces vertragen. - Bij mensen met o.a. een licht verstandelijk beperking (LVB) zelfredzaam worden of blijven, stabiel blijven etc. - Bij mensen met problematiek in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ-problematiek) is zelfredzaamheid verbeteren, de mantelzorger ontlasten, stabiel blijven en zinvolle activiteiten dragen bij aan het herstel. Toelichting wijzigingen
Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Risico's: - Forse wijziging van het welzijnswerk en andere partners. Dat vraagt tijd en capaciteit voor organisatie en vergroten deskundigheid. -De uitvoering is afhankelijk van vrijwilligers. Vrijwilligers zijn moeilijk beschikbaar en vrijwilligers moeten continue begeleid en geworven worden. - Motivering inwoners voor deelname aan groepsactiviteiten. Het is niet te verwachten dat cliënten die nu een maatwerkvoorziening Wmo hebben, allemaal te motiveren zijn voor een algemene voorziening. Bij nieuwe cliënten is dat naar verwachting makkelijker, Het betreft dan ook een ingroeimodel. Eenmalige investering - Organisatiekosten WelZijn Krimpenerwaard voor inrichten algemene voorziening. Schatting €15.000,Planning tot realisatie Oprichten groepswerk : aug 2025- dec 2025: Informeren partners en vrijwilligers met nieuwe aanpak jan-dec 2026: Subsidieopdracht welzijn aanpassen en voorbereiding voor oprichten algemene voorziening jan 2026: Start 2028: Evaluatie Financiële planning
Taakveld: 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
.
.
-15.000
2027
25.000
25.000
.
2028
50.000
50.000
.
2029
50.000
50.000
.
-
52 -
VS44 - Maatwerkvoorzieningen (Jeugd) Beschrijving Het Rijk regelt de afbakening binnen de Jeugdwet niet volledig in de verschillende wetten. Dit betekent dat het aan lokale gemeenten is om hierop aanvullend beleid vast te stellen. In lijn met de landelijke beweging tot afbakening van de Jeugdwet en onze eigen beleidsmatige ambitie, scherpen wij de kaders aan waarbinnen een beroep kan worden gedaan op de maatwerkvoorzieningen van de Jeugdwet en definiëren wij duidelijker de reikwijdte van de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Wij passen de verordening zodanig aan dat bepaalde voorzieningen niet meer of in mindere mate worden verstrekt. Dit houdt in dat we richtlijnen aanscherpen ten aanzien van de minimale en maximale inzet van maatwerkvoorzieningen in de jeugdhulp. De beoordeling of jeugdhulp noodzakelijk is, wordt uitgevoerd door de wettelijke verwijzers: de gemeente, jeugdartsen, kinderartsen, huisartsen, de gecertificeerde instellingen (jeugdbescherming en jeugdreclassering) en de kinderrechter. De gemeente draagt de financiële verantwoordelijkheid voor de jeugdhulp die door zowel haarzelf als andere wettelijke verwijzers wordt geïndiceerd. We zien o.a. mogelijkheden bij: - Striktere toepassing van jurisprudentie: Het nauwgezet volgen van de stappen die de Centrale Raad van Beroep voorschrijft bij aanvragen en herindicaties.
- Duidelijkere afbakening van verantwoordelijkheden: Heldere richtlijnen vaststellen over de gemeentelijke verantwoordelijkheid bij complexe vraagstukken, zoals complexe (v)echtscheidingen, procesregie en onderwijsvraagstukken. - Versterking samenwerking met externe verwijzers: Het intensiveren van de samenwerking en afstemming met externe wettelijke verwijzers, conform de maatregelen die hierop gericht zijn. Gevolgen Het aanpassen van de verordening of nadere regels beïnvloedt de afbakening van de Jeugdwet alleen binnen de gemeente als verwijzer. - Lichte hulpvragen worden minder frequent en onnodig doorverwezen naar zwaardere hulp. - Inwoners kunnen vaker een afwijzing op hun aanvraag krijgen, dit kan leiden tot meer negatieve ervaringen en een toename van bezwaren. - Inwoners kunnen gaan shoppen bij andere verwijzers. - Het verhoogd duidelijkheid voor alle betrokkenen. Een expliciete afbakening zorgt ervoor dat jeugdhulpaanbieders, jeugdigen, hun gezinnen en verwijzers beter begrijpen welke hulp onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid valt en welke niet. Dit voorkomt misverstanden en schept heldere verwachtingen. - Stimulering van een wenselijke cultuur. Een duidelijke afbakening draagt bij aan een cultuur waarin de verantwoordelijkheden van ouders, verzorgers en het sociale netwerk worden benadrukt.
Hierdoor wordt jeugdhulp ingezet waar het echt nodig is, en worden lichtere hulpvragen binnen de eigen kring opgelost. - Efficiënter gebruik van middelen. Met een duidelijk omlijnde jeugdhulpplicht kunnen we als gemeenten hun middelen effectiever inzetten, waardoor wij beter in staat zijn om prioriteiten te stellen en de beschikbare budgetten te beheren.
-
53 -
De duidelijkheid leidt tot een verschuiving van werkzaamheden binnen de bestaande formatie. Van het onderzoeken of bepaalde zorg en ondersteuning wel of niet wordt ingezet naar het voeren van complexere gesprekken met inwoners over de afwijzing. Toelichting wijzigingen De maatregel legt niet de focus op minimaliseren of maximeren van uren bij verstrekkingen van maatwerkvoorzieningen maar wordt gebaseerd op het formuleren van visie/opvattingen over wat we goed genoeg vinden (normaliseren). Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen De concrete afbakening van de Jeugdwet door de raad is een cruciale factor voor de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van deze maatregel. Indien de raad besluit minimaal af te bakenen is daarmee de besparing ook minimaal. - Wanneer maatschappelijke opvattingen van verwijzers en politiek te ver uiteen komen te liggen, wordt er vaker doorverwezen naar zwaardere producten als de lichte niet worden vergoed. (upcoding) - Omdat de Jeugdwet meerdere verwijzers kent waarop afbakening van de jeugdwet in de verordening en nadere regels geen invloed heeft, kan dit leiden tot een stijging van het aantal verwijzingen door andere verwijzers. Dit kan mogelijk resulteren in hogere kosten door de inzet van duurdere zorg en het minder snel inschakelen van lichtere hulp in het voorliggend veld. - Vooraf dient een goede maatschappelijke dialoog te worden gevoerd.
- Aanpassingen van verordeningen en regels moeten juridisch worden getoetst. - Er moet extra geïnvesteerd worden in versterking van de sociale basis (de welzijnsorganisaties) om te voorzien in passende collectieve en vrij toegankelijke voorzieningen. - Het is nodig om de capaciteit voor het voeren van moeilijkere gesprekken en afhandelen van bezwaren van inwoners te vergroten. Planning tot realisatie Maart-september 2025: Voeren maatschappelijke dialoog over normaliseren intern, college/raad ketenpartners. september 2025 - september 2026: Aanpassen verordening/nadere regels okt-dec 2026: besluitvorming verordening/nadere regels / voorbereiden implementatie. 2027 en verder: Uitvoering Toelichting: toepassing van nieuwe verordening vindt plaats bij herindicaties en nieuwe indicaties. Derhalve vindt effectuering van afbakening in toenemende mate plaats over de jaren 2027 t/m 2029. Volgens de huidige planning start het proces voor de aanpassing van de verordening in juni 2026, zodat zowel intern als met relevante partners een zorgvuldig traject kan worden doorlopen. Het aanpassen vindt plaats in 2 fasen. Een deel van de aanpassingen in 2025 (mn jurisprudentie) en een deel in 2026.
-
54 -
Financiële planning
Taakveld: 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
30.000
30.000
-20.000
2027
120.000
120.000
-20.000
2028
120.000
120.000
-20.000
2029
120.000
120.000
-20.000
-
55 -
BIJ07 - Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Beschrijving Een deel van de raad heeft de volgende bijstelling voorgesteld: Voorgesteld wordt een verbeterde kostendekking door het verlagen van het niveau van dienstverlening Met deze maatregel zullen de lijkbezorgingsrechten nog lang niet kostendekkend zijn en de hoop bestaat dat er begrip zal zijn voor deze beperkte ingreep. Aangezien het volledig kostendekkend maken van de lijkbezorgingsrechten niet haalbaar is omdat dit tot tarieven zou leiden die onbetaalbaar voor de burgers zijn, wordt hier voor een beperkte verhoging gekozen. Ook moet worden onderzocht of, hoe en voor hoeveel er kan worden bespaard op het niveau van dienstverlening en het onderhoud. Opbrengstverwachting tezamen is 200.000,Dit is als volgt uitgewerkt: Optie 1: Het werk op de begraafplaatsen (groenonderhoud, het ruimen en openmaken van graven) wordt minder uitbesteed (besparing van 35.000 euro). Optie 2: Kostendekkendheid met 10% verhogen (162.569 euro) De reserve van begraven, (deels) gesloten begraafplaatsen en het aanpassing van kwaliteitsniveau vallen buiten de scoop van de vraag. Zij worden in het kader van het (toekomstig) beleidsplan begraven in beeld gebracht. Indien hier aantrekkelijkere of betere opties uit voortkomen wordt de mogelijkheid hiermee bijgesteld.
Gevolgen Door het werk minder uit te besteden (ruimen- en openmaken van graven) en meer zelf te doen, komt er een besparing van 35.000 euro. Voor het open- en dichtmaken van graven moet wel extra formatie aan het team worden toegevoegd (ca. 60.000 euro). Deze kosten zijn al verrekend in de 35.000 euro, inclusief overheadkosten. Om de kostendekkendheid te verhogen met 10%, moet je 160.000 euro aan extra inkomsten ophalen. Het verhogen van de tarieven afkoop onderhoud en kopen graf worden gestort in de voorziening en heeft vrijwel geen effect op de kostendekkendheid. De begrafenisrechten en overige opbrengsten moeten stijgen met 36,25% om de 160.000 euro op te halen. Het tarief voor bijvoorbeeld het begraven wordt dan geen € 1.787,59 maar € 2.435,59. Toelichting wijzigingen Om te komen tot 2 ton betere kostendekkendheid, hebben we de opties uitbesteed werk (optie 1) en de verhoging van begrafenisrechten en overige opbrengsten (optie 2). Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen De capaciteit wordt uitgebreid om de graven te openen en te sluiten, maar: ten alle tijden moet hier een beheerder bij aansluiten. In het eentje een graf graven/sluiten is wettelijk niet toegestaan. Door tarieven te verhogen bestaat het risico dat begraven voor een aantal mensen te duur wordt. Zij kiezen dan voor andere opties.
Dit kan weer tot gevolg hebben dat de inkomsten dalen en de kostendekkendheid afneemt.
-
56 -
Planning tot realisatie De legesverordening moet aangepast worden voor de verhoging van de tarieven. Hierdoor kan de verhoging van de kostendekkendheid per 2027 ingaan. De andere maatregelen worden nog integraal afgewogen in het kader van de nota begraven. Daarom is ook voor deze maatregelen uitgegaan van verwerking vanaf 2027.
Financiële planning
Taakveld: 7.5 Begraafplaatsen en crematoria
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
.
.
.
2027
197.569
197.569
.
2028
197.569
197.569
.
2029
197.569
197.569
.
-
57 -
VS02 - Advisering en ontwikkeling Beschrijving Verbetering van de dienstverlening betreft het organiseren van de (digitale) dienstverlening en enkele activiteiten (metingen) die het inwonersperspectief toevoegen aan onze dienstverlening. We zetten de adviseur(s) in op het houden van inwoner- en klanttevredenheidsonderzoeken op basis van het huidige beleid en de huidige stand van ontwikkelingen. We zetten in deze mogelijkheid 1 fte minder in op de functie van adviseur dienstverlening waardoor er geen sprake meer is van advisering en uitvoering bij projecten en doorontwikkelingsvraagstukken. Dit betreft doorontwikkeling beleid en visie op dienstverlening, doorontwikkeling digitale dienstverlening (website), doorontwikkeling proactieve dienstverlening (waar de inwoner mag rekenen op proactief verlenen van diensten en producten als de gemeente op de hoogte is van het recht daarop), activiteiten en klantreizen om processen en dienstverlening te verbeteren, etc. Gevolgen - De kwaliteit, effectiviteit, snelheid en toegankelijkheid van de dienstverlening wordt afhankelijk van individuele ambtenaren en teams. De dienstverlening naar inwoners wordt dan minder consistent. Op den duur loopt daardoor de efficiëntie terug. Dit kan leiden tot een verminderd vertrouwen van inwoners in de overheid.
- Het terugschroeven van de inzet op dienstverlening leidt ertoe dat we minder snel mee kunnen bewegen met verbeteringen op het gebied van (digitale) dienstverleningsprocessen. We stellen ons op als late volger. Dit leidt geleidelijk tot een afname van kwalitatief goede dienstverlening en tijdverlies bij de uitvoering van de dienstverlening mede omdat efficiënte (digitale) dienstverleningsprocessen ook positief zijn voor de snelheid van werken van ambtenaren. Op den duur zal er sprake zijn van achterlopen i.p.v. het zijn van een late volger. - Door het als gemeente niet doorvoeren van ontwikkelingen en verbeteringen gaan de verwachtingen van inwoners en wat we als gemeente kunnen bieden verder uit elkaar lopen. De verwachtingen van de inwoners stijgen mee met de mogelijkheden die men elders ervaart. Dit kan leiden tot een afname van de burgertevredenheid. Toelichting wijzigingen Nadere specificering in de beschrijving aangebracht van de activiteiten die niet meer plaatsvinden door de bezuiniging van 1 fte. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Risico's Door het ontbreken van ondersteuning en actieve kennisoverdracht op het gebied van de dienstverlening, neemt de werkdruk toe en vertraagt de standaardisering van processen. Hierdoor kunnen de kosten voor interne opleidingen stijgen.
Planning tot realisatie 2025: Administratief verwerken van de vermindering van fte's. Personeel afvloeien: richten we dan op 2029 gerealiseerd. Zo kan er een goed proces rond herplaatsing en/of werk-naar-werk plaatsvinden. Informeren medewerker 2026/2027: Herplaatsen van medewerker op een andere functie.
-
58 -
Financiële planning
Taakveld: 0.4 Overhead
Gevolgen business-case Jaar
Afname lasten
Toename opbrengsten
(+) a
(+) b
Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b
Personele besparing (in FTE) d
Incidentele kosten / frictiekosten (-) e
2026
.
0
.
2027
.
0
.
2028
.
0
-30.000
2029
.
104.000
1
.
*) de frictiekosten op personeel zijn generiek berekend en omgeslagen per fte besparing.
-
59 -
VS19 - Cultureel erfgoed Beschrijving We minderen de instandhoudingssubsidie voor gemeentelijke monumenten. Deze subsidie compenseert de financiële meerkosten die horen bij de monumentenstatus. Bijvoorbeeld onderhoud op basis van restauratie en de legeskosten. Het voorstel is de subsidies in de hele gemeente gelijk te trekken aan de regeling voor het beschermd dorpsgezicht Lekkerkerk. Zowel het uitkeringspercentage als het maximaal uit te keren bedrag worden daarvoor verlaagd. Een mindering van de instandhoudingssubsidie voor gemeentelijk monumenten levert een besparing op gelijk aan de eerdere prognose. In dit voorstel wordt niet bezuinigd op Open Monumentendag (OMD). OMD wordt sinds 2 jaar uitbesteed aan Stichting Promotie Krimpenerwaard (SPK). Dit is in 2025 het laatste jaar op incidenteel budget. Vanaf 2026 wordt deze ondergebracht in de subsidieregeling Cultuur gemeente Krimpenerwaard. Gevolgen - Door een versoberde subsidie kunnen restauratieachterstanden ontstaan bij gemeentelijke monumenten. Door restauratieachterstanden neemt de ruimtelijke kwaliteit in het straatbeeld af, met een verminderd aantrekkelijke uitstraling voor Krimpenerwaard als locatie om te wonen, werken en recreëren - In de aanwijsronde van 2023 en in 2025 zijn er nieuwe monumenten aangewezen (totaal ca. 40) waarbij de instandhoudingssubsidie onderdeel was van de voorwaarden behorende bij de status.
Versobering vindt plaats kort na het verkrijgen van de monumentenstatus - Het versoberen van de instandhoudingsubsidie werkt door in het monumentenbeleid 1- Bij het aanwijzen van de monumentenstatus op vrijwillige basis kan de animo afnemen doordat de meerkosten minder financieel gecompenseerd worden. 2- De welwillendheid van eigenaren bij het aanwijzen door het college zal verminderen Toelichting wijzigingen Aangezien het budget van OMD niet structureel is voorzien en gering is in opbrengst, is dit als onderdeel niet meer opgenomen in deze uitwerking. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Risico's - Meer monumenteneigenaren maken gebruik van de subsidie waardoor het subsidieplafond wordt bereikt. - Als de complexiteit van subsidieaanvragen toeneemt kan de interne capaciteit toch onvoldoende blijken. - Voor aanvang van de wijziging worden er veelvuldig aanvragen volgens de oude regeling ingediend - Als de complexiteit van subsidieaanvragen toeneemt kan de interne capaciteit toch onvoldoende blijken.