CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 2: Voorstel structureel sluitende begroting

Raadsvergadering 8 juli 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Kadernota 2026 en meerjarenraming (+bezuinigingen)27.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Voorstel structureel sluitende begroting

INHOUDSOPGAVE INLEIDING............................................................................................................................................... 3 TOELICHTING VOORSTEL ................................................................................................................... 4 PRIORITERING TOT DOEL + MARGE .................................................................................................. 9 UITWERKING MOGELIJKHEDEN ....................................................................................................... 11 OVERZICHT PRIORITERING ALLE MOGELIJKHEDEN .................................................................. 181

-

2-

INLEIDING De gemeente Krimpenerwaard is een financieel gezonde gemeente. Afgelopen 10 jaar heeft de gemeente behoudend begroot. Als gemeente (zowel raad als college) zijn we van nature kritisch op uitgaven en hebben we de lasten voor onze inwoners laag kunnen houden. Wel wordt de gemeente geconfronteerd met stijgende kosten, maar vooral het ontbreken van voldoende financiële middelen vanuit het rijk. We zien bijvoorbeeld in het rapport Groeipijn van de deskundigencommissie van Ark dat begin 2025 gepubliceerd is dat de uitgaven van gemeenten alleen al voor het onderdeel Jeugd, vele malen hoger liggen dan de ontvangen bijdrage van het Rijk. Op meerdere terreinen, denk aan woningbouw, voorzieningen en klimaatopgave, zien we dat de gemeente onvoldoende middelen krijgt. Afgelopen 1,5 jaar is met de gemeenteraad een proces doorlopen met de volgende stappen: 1. Voorstel vanuit het college met een gemeentebreed overzicht van mogelijke bezuinigingen 2. Eerste politieke screening van de voorstellen door de raad welke heeft geresulteerd in een eerste lijst. Deze lijst is in juli 2024 in de raad vastgesteld 3. Aanvullingen op en aanpassing van de eerste lijst. Deze tweede lijst is in december 2024 in de raad vastgesteld. 4. Uitwerking van alle bezuinigingsvoorstellen (van de tweede lijst) 5.

Een advies vanuit het college voor een pakket aan bezuinigingen We wisten en weten nog niet wat de precieze tekorten voor de komende jaren zijn, hierom is in overleg met de raad afgesproken om het totaaloverzicht van alle bezuinigingsvoorstellen in volgorde te plaatsen. In de Kadernota is een voorlopig tekort gepresenteerd voor 2029 van €3,3 miljoen. Uitgaande van een marge is in dit voorstel uitgegaan van alle voorstellen tot €4,1 miljoen. (zie. pag 10) Het college heeft alle voorstellen (oplopend tot €7,8 miljoen) in volgorde geplaatst. Deze totaal lijst vind u op pag. 182183. In dit voorstel van het college wordt niet ingegaan op het totaal van voorstellen (van €7,8 miljoen), maar alleen het pakket toegelicht welke nodig is om het tekort van €4,1 miljoen (€3,3 miljoen en een marge van €0,8 miljoen) te dichten. Als college zien we de bezuinigingen als noodzakelijk, maar willen dit zoveel mogelijk vanuit realisme & een lange termijn visie benaderen. Het belangrijkste is om, los van de korte termijn opdracht om de begroting sluitend te krijgen, voor de lange termijn de juiste keuzes maken. Hierbij hebben we niet gekozen voor het uitstellen van bestuurlijke keuzes (met alleen de focus op de komende 4 jaar).

Ook hebben we voorstellen lager geprioriteerd welke beperkt financieel voordeel geven en vooral eerst vragen om een politiek debat en inhoudelijke (niet financieel gedreven) keuzes. In overleg met de raad hebben we de bezuinigingsvoorstellen gegroepeerd in 3 categorieën: 1. Bestuur en Dienstverlening 2. Leefomgeving 3. Zorg en welzijn Per categorie is een toelichting gegeven op het voorstel van het college. Dit zijn de voorstellen die nodig zijn om het voorlopig tekort in 2029 (van €4,1 miljoen inclusief marge) te dekken. In de kadernota zijn enkele bezuinigingsvoorstellen al direct (technisch) verwerkt. Het gaat dan om:  NBZ10: scherper ramen in de begroting  VS13: verwerken van alle door de AB’s van de GR-en gedragen mogelijkheden om te besparen Alle bezuinigingen raken de samenleving, wel is gezocht naar een balans tussen het verhogen van de lasten, het schrappen van taken en formatie en het bezuinigen bij college en raad. Het college heeft bij de beoordeling van alle voorstellen het voorzieningenniveau en de lange termijn zoveel als mogelijk ontzien. Dit vanuit onze visie op vitale inwoners, vitale kernen en een vitaal buitengebied (zoals vastgelegd in het Toekomstperspectief Vitaal Krimpenerwaard). -

3-

TOELICHTING VOORSTEL

-

4-

Bestuur en Dienstverlening Als college zien we binnen deze categorie mogelijkheden om te bezuinigingen op de volgende onderdelen:  Dienstverlening (niveau dienstverlening en kostenreductie)  Kostendekkendheid voor producten en diensten  Belastingen naar landelijk gemiddelde Als college zien we verder mogelijkheden om te bezuinigingen door verder te automatiseren in de organisatie en door de regeldruk te verminderen. Ook hiermee wordt een bezuiniging op de ambtelijke inzet gerealiseerd (3,5 en 1 fte). Het verlagen van de regeldruk vraagt wel van het bestuur (college en raad) om maximaal terughoudend te zijn om nieuwe regels (en dus ook vaak extra inzet voor het toetsen vooraf en controleren achteraf) vast te stellen. De raad heeft eerder aangegeven dat een beperkte kostenreductie in de kosten van de raad zelf mogelijk moet zijn. Er is geen aparte bezuiniging op personeel opgenomen. Bezuinigingen op personeel zijn altijd gekoppeld aan keuzes ten aanzien van ambitie, taken en dienstverlening. In een aantal voorstellen die het college voorstelt, zit een bezuiniging op de ambtelijke capaciteit verwerkt. Ook is een bezuiniging opgenomen voor de omvang van het college. Het is aan een nieuwe coalitie en uiteindelijk de raad om te besluiten op de omvang (aantal en aanstelling) van het college.

Ook is, zoals door de meerderheid van de raad eerder als optie aangegeven, een beperkte bezuiniging op de raad opgenomen. Over het algemeen zien wij dat we als gemeente lagere tarieven hanteren bij onze belastingen, producten en diensten. Lager dan de regio en lager dan het landelijk gemiddelde. Dit terwijl we zowel een hoog voorzieningen- als serviceniveau hebben. Met het verhogen van de tarieven naar ofwel landelijk gemiddelde, ofwel meer richting kostendekkendheid verhogen we onze inkomsten dermate dat hierdoor bezuinigingen op belangrijke voorzieningen deels buiten beeld kunnen blijven. Hierdoor hoeven er geen bezuinigingsmaatregelen genomen te worden die leiden tot onomkeerbare besluiten en die onze inwoners direct raken. Een algemeen uitgangspunt is al jaren om de producten en diensten kostendekkend te maken. We zullen komend jaar verschillende producten tegen het licht houden. Voorgesteld wordt dit in ieder geval voor de leges burgerlijke stand kostendekkend te maken en precariobelasting in te voeren. De Onroerend Zaak Belasting (OZB) in de gemeente Krimpenerwaard is relatief laag. Lager dan het landelijk gemiddelde en lager dan in de gemeenten om ons heen. Lager ook dan wat het Rijk verwacht dat de gemeente zelf opbrengt om bij te dragen aan de vervulling van algemene taken en waarop ze de bijdrage in het gemeentefonds baseert.

Hierdoor doen we onszelf door de lage OZBtarieven financieel te kort. Want niet alleen de inkomsten blijven achter. Het Rijk berekent een korting op de Algemene Uitkering. Deze korting berekent het Rijk door te bepalen wat de totale WOZ-waarde binnen de gemeente is en vervolgens wordt met een gemiddeld tarief bepaald welk bedrag we als gemeente in staat zijn om op te halen. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de Algemene Uitkering. Doordat onze tarieven lager zijn, zijn de werkelijke inkomsten lager dan waar het Rijk rekening mee houdt. Ook de landelijke discussie over de maximering van de stijging van de OZB is belangrijk om in beeld te houden. Daarom stelt het college een stijging van de OZB-belasting voor. Hiermee worden de lasten ook verdeeld “over vele schouders” en blijft de stijging per huishouden relatief laag (dit betekent een extra stijging van nog geen € 9,- per jaar voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde), waarbij degenen die dit niet kunnen dragen kwijtschelding kunnen krijgen. We hebben ervoor gekozen om het niveau van dienstverlening zoveel mogelijk te consolideren en daarmee niet verder door te ontwikkelen. Daarbij komt dat we een minder faciliterende rol als gemeente nemen en meer verantwoordelijkheid bij de inwoners, ondernemers, maatschappij neerleggen.

Hoewel dit voor de samenleving lastig kan zijn, kan dit ook een stimulans zijn voor de onderlinge samenwerking en participatie. Hiermee realiseren we een bezuiniging op de ambtelijke inzet (1 fte).

-

5-

Leefomgeving Vitale gemeenschappen en vitale inwoners zijn het uitgangspunt. Hiervoor zijn de leefomgeving, een goede woning en het hebben van werk cruciaal. Het college stelt voor om niet te bezuinigen op:  Prioriteiten vanuit het Toekomstperspectief Vitaal Krimpenerwaard, denk daarbij aan de thema’s Wonen, Landbouw en Klimaat.  Invoeren van heffingen en belastingen die relatief weinig opleveren en/ of vooral een inhoudelijk beleidsmatige aanvliegroute vragen en/of extra regels geven (inclusief veel ambtelijke capaciteit). Dan gaat het over reclamebelasting, baatbelasting en parkeerbelasting.  Klimaat en energie. Korte termijn bezuinigingen betekenen lange termijn effecten op de openbare ruimte en de gezondheid van inwoners. Naast een veilige buitenruimte is een groene en gezonde buitenruimte van belang voor vitale inwoners. Door de veranderingen van het klimaat en hevigere buien is water opvangen in de openbare ruimte van belang voor drogere perioden en voldoende bomen en schaduw van belang tegen hittestress bij warmere perioden. Daarnaast is een aantrekkelijke buitenruimte belangrijk voor het welzijn van inwoners, ontmoeten en beweging. In de openbare ruimte zijn beperkt bezuinigen mogelijk, gekozen is voor voorstellen die op de middellange termijn geld opleveren en op de lange termijn niet te veel investeringen vragen.

Het college kiest ervoor om de inrichtingskwaliteit van wegen en groen te verminderen. Dat betekent dat we niet bezuinigen op de onderhoudskwaliteit (anders gezegd: wat we hebben onderhouden we op het huidige niveau). Gewerkt wordt aan een nieuwe Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte, hierin wordt een beleidsmatige onderlegger opgesteld en kunnen de keuzes geconcretiseerd worden en op onderdelen keuzes worden bijgesteld. Er worden beperkte bezuinigingen voorgesteld ten aanzien van Klimaatadaptatie, Energietransitie en Cultureel erfgoed. Ook kijken we naar de aansluitwaarde van OVL-kasten en wordt de afschrijvingstermijn van speeltoestellen verlengt van 15 naar 18 jaar. We stellen voor de toeristenbelasting te verhogen en ook de kostendekkenheid van de lijkbezorgingsrechten wat te vergroten. Op een aantal onderdelen heeft uw raad vorig jaar aangegeven dat bezuinigen reëel is. Dan gaat het om het Driehoeksveer en milieu. Als college willen we belangrijke initiatieven en voorzieningen in de samenleving ontzien. Denk hierbij aan de subsidies voor de zwembaden én onze diverse verenigingen en maatschappelijke organisaties. Voor nieuwe initiatieven is het belangrijk om initiatieven vanuit de samenleving ook echt van de samenleving te laten zijn. Wel blijft incidentele financiële steun mogelijk.

-

6-

Zorg en welzijn Het Integraal Beleidskader (IBK) beschrijft de visie op het Sociaal Domein van Krimpenerwaard. Afgelopen jaren hebben we ons ingezet op structurele verbeteringen en het versnellen van een beoogde transformatie in het sociaal domein. Een sociaal domein waarin mensen verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf en voor elkaar en waarbij de professionele hulp vanuit de gemeente een vangnet is en blijft voor die inwoners die het niet zelf redden. Daar waar nodig is er een samenhangend ondersteuningsaanbod voor onze inwoners. We zetten stappen richting een inclusieve samenleving waar ruimte is (en wordt gestimuleerd) voor oplossingen vanuit de inwoners en samenleving zelf en de kosten van professionele ondersteuning beheersbaar blijven: passend en betaalbaar. Deze transformatie vraagt om een cultuurverandering. Daarin zijn zowel de raad, het college, medewerkers van de gemeente Krimpenerwaard, maatschappelijke organisaties en verenigingen betrokken, als de mensen die zorg nodig hebben en/of mantelzorg geven. We streven met elkaar naar een samenleving waarin mensen meedoen naar vermogen, omkijken naar elkaar en waar zorg en ondersteuning beschikbaar is voor de mensen die dat nodig hebben. Met onze strategie willen we de visie uit het IBK verwezenlijken (separaat gaat het college het gesprek met de raad aan over de evaluatie en actualisatie van het IBK).

We versterken het gewone leven en de veerkracht van inwoners, huishoudens en de samenleving met een focus op collectieve en preventieve voorzieningen. Voor de meest kwetsbare inwoners is en blijft een samenhangend ondersteuningsaanbod beschikbaar. Hiermee bouwen we een toekomstbestendig sociaal domein. Daarom zetten we in op: 1. Sociale basis als vertrekpunt: We streven naar een veerkrachtige, inclusieve en zorgzame samenleving, waarin mensen kunnen floreren, naar elkaar kunnen en willen omkijken en kunnen en willen bijdragen aan het eigen en andermans welzijn. Met het versterken van de sociale basis helpen we de beweging te maken van individuele naar collectieve oplossingen, van zelfredzaamheid naar samenredzaamheid. Onderdeel van een sterke sociale basis is een sterke pedagogische basis. Dat deel van de sociale basis dat bestaat uit alles wat bijdraagt aan het opgroeien, opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. 2. Normaliseren: We benadrukken dat afwijken van de norm niet altijd een probleem hoeft te zijn. Inwoners en professionals kijken eerst naar de mogelijkheden in het normale leven en vrij toegankelijke activiteiten. 3.

Algemeen toegankelijk maken van (maatwerk) voorzieningen en collectiveren: Individuele ondersteuning wordt vervangen door voorzieningen die voor een bredere groep inwoners beschikbaar en toegankelijk (beschikkingsvrij) zijn en vinden veelal in groepsverband plaats. 4. Afbakening/inperken van gemeentelijke regelingen: We scherpen aan wanneer wel en wanneer geen beroep kan worden gedaan op gemeentelijke regelingen/voorzieningen waardoor lichte hulpvragen niet onnodig worden doorverwezen naar zwaardere ondersteuning en gemeentelijke voorzieningen beschikbaar zijn en blijven voor de meest kwetsbare inwoners. De bezuinigingen zien we als kans om via onze strategie een versnelling aan te brengen in de noodzakelijke transformatie van het sociaal domein. Het is niet zo dat er de afgelopen jaren niets gebeurd is. Zo hebben we.al diverse voorzieningen gerealiseerd. Een jeugdondersteuner is beschikkingsvrij actief binnen huisartsenpraktijken. Bij Groei en Bloei kunnen inwoners beschikkingsvrij terecht voor dagbesteding. Er is kinderopvang plus voor kinderen die extra zorg en ondersteuning nodig hebben en de eerste stappen in de lerende werkpraktijk zijn gezet voor een stevige integrale toegang tot zorg en ondersteuning. Kansen liggen er voor het uitbouwen van vrij toegankelijke en collectieve voorzieningen waardoor zorg en ondersteuning dichterbij en toegankelijker wordt.

Alleen dan krijgt normaliseren een kans. Parallel vraagt dat wel een dialoog waarin we bepalen op welke vragen in het gewone leven een oplossing moet worden gevonden en we richting geven aan uitvoerend professionals voor het al dan niet verstrekken van gemeentelijke (maatwerk) voorzieningen. Met de bezuinigingen die het college voorstelt, die allen aansluiten bij de strategie, ziet het college een besparingspotentieel zonder daarbij afbreuk te doen aan de grote opgaven die er liggen: werken aan bestaanszekerheid en kansengelijkheid voor onze inwoners en het verstevigen van de sociale basis in de kernen.

-

7-

Naast deze maatregelen is als gevolg van de Hervormingsagenda Jeugd door de Rijksoverheid reeds een besparingspotentieel opgenomen in de uitkering van het gemeentefonds. Om dit besparingspotentieel te bewerkstelligen hebben wij als organisatie reeds diverse maatregelen genomen die hiertoe moeten leiden. In de Kadernota 2024 is dit geeffectueerd door aan de formatieve uitbreiding die hier een bijdrage aan moet leveren een inverdien effect te koppelen. Het gaat hierbij onder meer om het verlenen van basishulp door consulenten en het verbeteren van de triage. Het Rijk heeft ook een aantal maatregelen bedacht. De commissie van Ark trekt het besparingspotentieel van deze, maar ook andere, maatregelen in de Hervormingsagenda echter sterk in twijfel. Daarmee is ook de korting op het gemeentefonds naar het oordeel van de commissie van Ark arbitrair, maar is dat voor de periode na 2028 wel een gegeven voor ons als gemeenten.

-

8-

PRIORITERING TOT DOEL + MARGE

-

9-

Prioritering tot aan doel + marge In de onderstaande tabel is aangegeven welke mogelijkheden het college u adviseert te nemen om te komen tot structurele dekking van het verwachte tekort, zoals gepresenteerd in jaarschijf 2029 van de kadernota 2026. Ontwikkelingen na het opstellen van de kadernota, zoals bijvoorbeeld de uitkomsten van de meicirculaire, kunnen ertoe leiden dat bij het opstellen van de begroting sprake is financiële tegenvallers. Aanbevolen wordt daarom om rekening te houden met een marge van minimaal 8 ton. c

Code 1 VS43 2 VS03 3 VS18 4 NC05 5 VS50 6 VS53 7 NC02 8

9 10 11 12 13 14 15 16

VS09BIJ08 VS11 VS07 VS35b VS23VS36a NBZ22NBZ25 VS33 VS29 NBZ08

16 NBZ08 17 18 19 20

VS34 VS42 VS41 VS10

21 22 23 24 25 26 27 28 29

NBZ06 NC06 VS44 BIJ07 VS02 VS19 VS22 VS25 VS30

Business case

2026

2027

2028

75.000 0

130.000 0

130.000 234.500

Dubbeling 2029 Cumulatief met 130.000 130.000 234.500 364.500

55.000

55.000

55.000

55.000

419.500

0

170.000

170.000

170.000

589.500

145.000 75.500

145.000 196.000

145.000 196.000

145.000 196.000

734.500 VS51 930.500

0

100.000

100.000

100.000

1.030.500

0

0

52.000

104.000

1.134.500

Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Kst.dekkendheid leges burg.stand Aansluitwaarde OVL-kasten Toeristenbelasting verhogen tussen mediaan en landelijk gemiddelde Invoeren precariobelasting

302.500 10.000 0

605.000 10.000 0

907.500 10.000 35.000

1.210.000 10.000 35.000

60.000

120.000

120.000

120.000

2.509.500

22.420

47.420

47.420

47.420

2.556.920

Veren Milieu Verhogen OZB niet-woningen Correctie voordeel verhogen OZB niet-woningen i.v.m. dubbeling Inrichtingskwaliteit wegen Collectief en vrij toegankelijk aanbod Wmo Collectief en vrij toegankelijk aanbod jeugd Omvang college Subtotaal Activiteiten raad Vrij toegankelijke dagbesteding (dagactiviteiten) Maatwerkvoorzieningen (Jeugd) Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Advisering en ontwikkeling Cultureel erfgoed Energietransitie Klimaatadaptatie Inrichtingskwaliteit groen Subtotaal

0 75.000 134.500

37.833 75.000 269.000

37.833 75.000 403.500

37.833 75.000 538.000

2.594.753 2.669.753 VS28 3.207.753

-76.750

-153.500

-230.250

-307.000

2.900.753

9.500 0 25.000 65.000 977.670 15.700 0 30.000 0 0 23.000 55.000 0 95.000 1.196.370

9.500 0 30.000 130.000 1.976.253 15.700 25.000 120.000 197.569 0 60.000 55.000 26.000 95.000 2.570.522

90.500 157.000 30.000 130.000 2.896.003 15.700 50.000 120.000 197.569 0 60.000 55.000 26.000 95.000 3.515.272

172.000 170.000 30.000 130.000 3.402.753 15.700 50.000 120.000 197.569 104.000 60.000 55.000 46.800 95.000 4.146.822

3.072.753 3.242.753 3.272.753 3.402.753

Domeinoverstijgend werken Automatisering werkprocessen Verlengen levensduur en afschrijftermijn speeltoestellen Inclusieve kinderopvang - aanpak collectief aanbod kinderopvang Sturen op verwijzers Maatwerkvoorzieningen (WMO) In meer kernen vrijwilligersvervoer/opzetten Belbus ter ontlasting van het CVV Lokale regeldruk

2029

2.344.500 NBZ08 2.354.500 2.389.500

VS11

3.418.453 3.468.453 3.588.453 3.786.022 3.890.022 3.950.022 4.005.022 VS21 4.051.822 VS24 4.146.822

Voor de volledige lijst zie pag. 181 t/m 183.

-

10 -

UITWERKING MOGELIJKHEDEN

-

11 -

INHOUDSOPGAVE UITWERKINGEN VS43 - Domeinoverstijgend werken ...................................................................................................... 15 VS03 - Automatisering werkprocessen ................................................................................................. 17 VS18 – Verlengen levensduur en afschrijftermijn speeltoestellen ........................................................ 18 NC05 - Inclusieve kinderopvang - aanpak collectief aanbod kinderopvang ......................................... 19 VS50 - Sturen op verwijzers .................................................................................................................. 21 VS53 - Maatwerkvoorzieningen (WMO) ................................................................................................ 23 NC02 - In meer kernen vrijwilligersvervoer/opzetten Belbus ter ontlasting van het CVV ..................... 25 VS09-BIJ08 - Lokale regeldruk.............................................................................................................. 27 VS11 - Onroerende-zaakbelastingen (OZB) ......................................................................................... 29 VS07 - Kst.dekkendheid leges burg.stand ............................................................................................

31 VS35b - Aansluitwaarde OVL-kasten .................................................................................................... 32 VS23-VS36a - Toeristenbelasting verhogen tussen mediaan en landelijk gemiddelde ....................... 33 NBZ22-NBZ25 - Invoeren precariobelasting ......................................................................................... 35 VS33 - Veren ......................................................................................................................................... 37 VS29 - Milieu ......................................................................................................................................... 39 NBZ08 - Verhogen OZB niet-woningen ................................................................................................. 40 VS34 - Inrichtingskwaliteit wegen .......................................................................................................... 42 VS42 - Collectief en vrij toegankelijk aanbod Wmo............................................................................... 44 VS41 - Collectief en vrij toegankelijk aanbod jeugd .............................................................................. 46 VS10 - Omvang college .........................................................................................................................

48 NBZ06 - Activiteiten raad ....................................................................................................................... 50 NC06 - Vrij toegankelijke dagbesteding (dagactiviteiten) ...................................................................... 51 VS44 - Maatwerkvoorzieningen (Jeugd) ............................................................................................... 53 BIJ07 - Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten................................................................................ 56 VS02 - Advisering en ontwikkeling ........................................................................................................ 58 VS19 - Cultureel erfgoed ....................................................................................................................... 60 VS22 - Energietransitie .......................................................................................................................... 62 VS25 - Klimaatadaptatie ........................................................................................................................ 63 VS30 - Inrichtingskwaliteit groen ...........................................................................................................

65 VS26 - Kostendekkendheid havengelden ............................................................................................. 67 VS05 - Invulling Kabinetszaken ............................................................................................................. 68 BIJ11a - Recreatie en toerisme ............................................................................................................. 69 VS37 - Zwembaden in eigendom gemeente ......................................................................................... 71 VS06 - Kanalen voor dienstverlening .................................................................................................... 73 NBZ42 - Kostendekkendheid commerciële evenementen .................................................................... 74 VS16 - Projecten Samen Veilig Ondernemen ....................................................................................... 76 NBZ30 - Invoeren forensenbelasting ..................................................................................................... 78 NC01 - Budgetbeheer Wmo overhevelen naar voorliggend veld/budgetbeheer regulier ..................... 80 NBZ28 – Minder onkruidbeheer op verharding .....................................................................................

82 VS15 - Invulling van toezicht/handhaving openb.ruimte ....................................................................... 85 VS20 - Economie ................................................................................................................................... 86 -

12 -

VS12 - Participatie ................................................................................................................................. 88 NBZ13 - Lokale rekenkamer naar regionale rekenkamer ..................................................................... 90 NBZ41 - Bovenwettelijke taken, leerlingenvervoer................................................................................ 92 VS23-VS36 - Toeristenbelasting verhogen naar landelijk gemiddelde ................................................. 95 NBZ20 - Subsidie Zilvermuseum ........................................................................................................... 97 NBZ14 - Collegeprogramma.................................................................................................................. 99 VS35a - Onderhoudskwaliteit wegen .................................................................................................. 101 NBZ09 - Inhuurbudgetten .................................................................................................................... 103 VS38 - Buitenzwembaden in beheer bij stichtingen ............................................................................ 105 VS01 - Aantrekkelijk werkgeverschap .................................................................................................

107 VS39 - Bibliotheek en media ............................................................................................................... 109 VS49 - Sociale cohesie en ondersteuning .......................................................................................... 111 VS31 - Onderhoudskwaliteit groen ...................................................................................................... 113 VS52 - Verminderen preventief ........................................................................................................... 115 VS04 - Hondenbelasting ...................................................................................................................... 117 VS47 - Re-integratie en Participatie .................................................................................................... 119 VS54 - Inkomensregelingen ................................................................................................................ 120 VS51 - Sturen op verwijzers ................................................................................................................ 122 BIJ02 - Aansturing organisatie ............................................................................................................

123 VS24 - Klimaatadaptatie ...................................................................................................................... 125 NBZ46 - Economie .............................................................................................................................. 127 VS21 - Energietransitie ........................................................................................................................ 129 VS48 - Sociale cohesie en ondersteuning .......................................................................................... 131 VS28 - Milieu ....................................................................................................................................... 133 BIJ11 - Recreatie en toerisme ............................................................................................................. 135 NBZ29 - Verdergaand versoberen gebiedsmarketing ......................................................................... 137 NBZ45 - Aansturing organisatie .......................................................................................................... 139 NBZ26 - Invoeren parkeerbelasting ....................................................................................................

141 NBZ36 - Beveiliger .............................................................................................................................. 144 VS14 - Samenvatting taakstelling GR'en ............................................................................................ 146

-

13 -

Businesscases zonder structurele opbrengst ............................................................................... 149 BIJ18 - Begrotingssubsidie aan maatsch. voorz. ................................................................................ 150 NBZ02 - Terugdringen rechtszaken .................................................................................................... 152 NBZ05 - GR Regio Midden Holland .................................................................................................... 154 NBZ07 - Bedrijfsvoeringsfuncties ........................................................................................................ 156 NBZ15 - Wet inburgering ..................................................................................................................... 158 NBZ16 - Strategische Beleidsadvisering ............................................................................................. 159 NBZ17 - Gemeentekantoor openstellen voor huurders ...................................................................... 161 NBZ21 - Duurzaamheidsreserve ......................................................................................................... 162 NBZ23 - Invoeren reclamebelasting ....................................................................................................

164 NBZ24 - Invoeren baatbelasting .......................................................................................................... 166 NBZ31 - Verkopen snippergroen ......................................................................................................... 168 NBZ33 - Verkoop gronden rondom Carpediem en aanleg ontsluitingsweg carpediem - lekdijk ......... 170 NBZ34 - Wijzigen WMO-wet (inkomensafhankelijk)............................................................................ 171 NBZ35 - Extra inzet op arbeidsparticipatie .......................................................................................... 172 NBZ37 - Procesregie, Triage en Zelf basishulp .................................................................................. 173 NBZ39 - Taakstelling op Sociaal Domein ............................................................................................ 174 NBZ40 - wetsvoorstel WMO ................................................................................................................ 175 NBZ43 - Taakstellende opgave ........................................................................................................... 176 NBZ44 - Samenkracht en participatie, inburgering .............................................................................

177 VS27 - Landbouw ................................................................................................................................ 179

-

14 -

VS43 - Domeinoverstijgend werken Beschrijving In het Sociaal Domein zien we soms een snelle en effectieve maatwerkoplossing voor het probleem van een cliënt, maar een onorthodoxe aanpak strandt in een moeras van wetten en bureaucratische bezwaren. Een methode als de 'doorbraakmethode' kan daarbij helpen. Deze methode helpt personen en gezinnen verder bij wie meerdere problemen spelen en waar andere methodes niet hebben gewerkt. Dan kan het helpen om buiten de lijntjes te kleuren. In dat geval is er een doorbraak nodig: een uitzonderling op de regel of werkroutine. Dat vraagt tijd en handelingsruimte voor de uitvoering. Deze maatregel kan aansluiten bij de beleidsmatige wens om hulpvragen zoveel als mogelijk in het gewone leven op te lossen (normaliseren) in plaats van aan specialistische zorg/maatwerkvoorzieningen te denken. In casuïstiek waarbij meerdere problemen spelen is een uitzondering op de regel of werkroutine soms wel een heel gewone oplossing. We kunnen een pilot starten met 10 zaken per jaar, sociaal domein breed (integraal). Levert gemiddeld 15.000,- per zaak op. Gevolgen Snellere en effectievere hulpverlening Door domeinoverstijgend samen te werken, worden bureaucratische barrières doorbroken. Hulp komt sneller op gang en is beter afgestemd op de situatie van de cliënt.

Maatwerk voor complexe problemen De methode richt zich op wat écht nodig is, in plaats van standaardprocedures te volgen. Dit leidt tot duurzamere oplossingen die beter aansluiten bij de behoeften van cliënten. Betere samenwerking tussen professionals Organisaties werken minder langs elkaar heen en stemmen hun inspanningen beter af. Hierdoor ontstaat een efficiëntere en klantvriendelijkere aanpak. Kostenbesparing op lange termijn Doordat problemen structureler worden aangepakt, is er minder herhaalde of ineffectieve inzet van zorg nodig. Dit kan leiden tot lagere maatschappelijke kosten voor zorg en ondersteuning. Vergroting van eigen regie en welzijn van cliënten Cliënten ervaren minder ‘kastje-naar-de-muur’-situaties. Ze krijgen meer grip op hun eigen situatie en voelen zich beter gehoord. Meer werkplezier en empowerment bij professionals Medewerkers ervaren meer ruimte om te doen wat nodig is, in plaats van vast te zitten in protocollen. Dit verhoogt hun motivatie en betrokkenheid.

-

15 -

Toelichting wijzigingen Wijzigingen in de vooraf ingevulde tekst zijn aangebracht ter verduidelijking van de uit te voeren maatregel. Een korte beschrijving van de methode die we voornemens zijn toe te passen en in welke casuïstiek.

Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Risico's: - Het aantal casussen waarop de doorbraakmethode goed is toe te passen (en financiële winst te behalen) is nog onzeker. - Er is bestuurlijk commitment nodig, integrale samenwerling vanuit verschillende domeinen. Alle lagen binnen de organisatie moeten op de hoogte zijn van de nieuwe werkwijze. - Er is commitment nodig van maatschappelijke ketenpartners om ook onorthodoxe oplossingen mogelijk te maken. Frictiekosten/investeringen: - Medewerkers moeten worden getraind in de 'Doorbraakmethode'. (2025) Planning tot realisatie - mei/jun/juli 2025 - sept t/m dec 2025 - sep t/m de 2025 - jan 2026 - jan 2027 e.v.

: Informeren relevante vakafdelingen : Trainen vakafdelingen en enkele relevante ketenpartners : selectie potentiële casussen : Start doorbraakmethode 5 casussen : doorbraakmethode in 10 casussen per jaar toepassen

Financiële planning

Taakveld: 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

75.000

75.000

.

2027

130.000

130.000

.

2028

130.000

130.000

.

2029

130.000

130.000

.

-

16 -

VS03 - Automatisering werkprocessen Beschrijving We investeren in procesoptimalisatie van alle werkprocessen door maximaal gebruik te maken van de automatiseringsmogelijkheden die beschikbaar zijn. We investeren maximaal op het efficiënter maken van onze werkprocessen waardoor een deel van de administratieve taken sneller of geautomatiseerd kunnen plaatsvinden. Ondanks extra incidentele financiële investeringen, is er per saldo sprake van structureel financieel voordeel. De foutmarge en daarmee noodzaak tot herstel wordt aanzienlijk verlaagd. Door maximaal te investeren in automatisering is er naast de verhoging van de kwaliteit ook een verlaging van de inzet van de organisatie mogelijk. Gevolgen Deze automatiseringsslag zal gezien de huidige werkdruk een flinke initiële investering vragen en uitgewerkt zal moeten worden in welk tempo we op welke onderdelen automatisering kunnen toepassen waarbij ook rekening gehouden dient te worden met beschikbaar intern personeel voor de implementatie en begeleiding als ook de fasering van vervanging van systemen. Omdat het veelal om interne processen gaat, is er voor de inwoner naar verwachting geen gemis aan persoonlijk contact. Toelichting wijzigingen De beschrijving en gevolgen zijn nader uitgewerkt.

Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Op basis van de uitkomsten van het uit te voeren plan van aanpak door het externe bureau dienen de financiële consequenties en investeringen in beeld gebracht te worden. Planning tot realisatie Een opdracht zal worden belegd bij een extern bureau om de mogelijkheden te inventariseren en te komen tot een voorstel plan van aanpak procesoptimalisatie en automatisering. Oplevering van het plan van aanpak is naar verwachting eind 3de kwartaal 2025. Financiële planning

Taakveld: 0.4 Overhead

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

.

0

-235.000

2027

.

0

-575.000

2028

.

234.500

3,5

.

2029

.

234.500

3,5

.

*) de frictiekosten op personeel zijn generiek berekend en omgeslagen per fte besparing.

-

17 -

VS18 – Verlengen levensduur en afschrijftermijn speeltoestellen Beschrijving Met de huidige kwaliteit van de speeltoestellen is het mogelijk om de afschrijvingstermijn van 15 jaar te verlengen naar 18 jaar en het onderhoudsregime daarop aan te passen. Zonder dat dit gevolgen heeft voor de veiligheid van de speelvoorziening. Met deze maatregel zorgen we ervoor dat het huidige speelaanbod behouden blijft. Gevolgen De gevolgen van deze bezuinigen zijn gering alle speelplekken blijven behouden. De speeltoestellen blijven 3 jaar langer staan ten opzichte van de huidige 15 jaar levensduur. De kosten voor reparatie en onderhoud aan de speeltoestellen zullen toenemen door deze langere gebruiksperiode. Om de toestellen veilig te houden is er meer budget nodig voor reparatie en onderhoud. De wettelijke taak voor een veilig speelplek blijft geborgd door het uitvoeren van de inspecties. Toelichting wijzigingen Het speelaanbod met 25% verminderen leidt tot een structurele besparing van ca 55K. Echter, dezelfde besparing wordt bereikt door de afschrijvingstermijn met 3 jaar te verlengen van 15 jaar naar 18 jaar. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen De risico’s zijn zeer klein. De huidige kwaliteit van de speeltoestellen is een levensduur van gemiddeld 18 jaar gegarandeerd. Tevens vindt jaarlijks een veiligheidsinspectie plaats bij alle speeltoestellen.

Er zijn geen frictiekosten verbonden aan deze maatregel. Planning tot realisatie Kan per direct ingevoerd worden. Financiële planning

Taakveld: 5.7 Openbaar groen en (openlucht)recreatie

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) B

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

55.000

55.000

.

2027

55.000

55.000

.

2028

55.000

55.000

.

2029

55.000

55.000

.

-

18 -

NC05 - Inclusieve kinderopvang - aanpak collectief aanbod kinderopvang Beschrijving We gaan invulling geven aan de beleidslijn inclusieve kinderopvang waarbij het uitgangspunt is dat zoveel mogelijk kinderen met een zorgbehoefte binnen de reguliere kinderopvang kunnen blijven. We zetten een pilot op waarbij twee zorgaanbieders gezamenlijk aanbod organiseren binnen de kinderopvang, gericht op kinderen met een intensieve zorgbehoefte. Door jeugdhulp naar de kinderopvang te brengen kan het kind dicht bij huis hulp ontvangen en mee blijven draaien in de reguliere kinderopvang. In veel gevallen kunnen we hiermee zwaardere zorg voorkomen. Met onze strategie willen we de visie uit het Integraal Beleidskader (IBK) verwezenlijken. Daarom zetten we ons in op (1) versterken van de sociale basis (2) normaliseren (3) algemeen toegankelijk maken van (maatwerk) voorzieningen (collectiveren) en (4) afbakening/inperken van gemeentelijke regelingen om de toegang tot maatwerkvoorzieningen te versmallen. Dit voorstel sluit aan bij de strategie gericht op normaliseren en het algemeen toegankelijk maken van voorzieningen. Een mogelijke tweede fase is gericht op het basisonderwijs.

Gevolgen Door de inzet van deze maatregel wordt een kind dichtbij huis geholpen in een reguliere setting (het gewone leven), het is laagdrempelig, snelle hulp is beschikbaar want er zijn geen lange wachtlijsten, meerdere kinderen kun op een groep/locatie/kern profiteren van de in te zetten hulpverlening o.a. door het groepsgerichte aanbod en het is goedkoper t.o.v. individuele beschikkingen. Toelichting wijzigingen

Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Risico's - Het is essentieel dat de algemene voorzieningen eerst worden gerealiseerd voordat deze daadwerkelijk kunnen leiden tot besparingen. De kosten voor de realisatie van deze voorzieningen dienen vooraf te worden geïnvesteerd, waarbij de baten pas op termijn gerealiseerd worden. - De realisatie van deze voorzieningen vindt plaats in samenwerking met maatschappelijke partners, waarbij de capaciteit en continuïteit van deze partners een randvoorwaarde is voor het kunnen realiseren van de beoogde algemene voorzieningen. - Er is een risico dat inwoners via andere verwijzers alsnog toegang zoeken tot individuele maatwerkvoorzieningen. Frictiekosten en investeringen - Gesprekken met partners over opstart inclusieve kinderopvang - Ambtelijke capaciteit voor het uitwerken gedetailleerde businesscase en opzetten inclusieve kinderopvang - Het huren van een ruimte om groepsgerichte ondersteuning/behandeling te kunnen bieden aan meerdere kinderen met een zorgbehoefte. - Inzet van 2 fte aan jeugdhulpprofessionals á €130.000,- per fte Voor het eerste half jaar is rekening gehouden met een voorinvestering zonder opbrengstverwachting. Deze kosten zijn in mindering gebracht op het voordeel.

-

19 -

Onzeker is of de aanpak slaagt. Na een jaar evalueren we en wordt bepaald of voortzetting mogelijk is. Veiligheidshalve zijn we uitgegaan 75% van de besparing voor de jaren 2027 en verder. Planning tot realisatie Januari- maart 2025:

Oriënterende gesprekken met zorgaanbieders en kinderopvang hebben plaatsgevonden. Er is een businesscase opgesteld. In de gesprekken zijn ook collega's van andere afdelingen betrokken (Loket Samenleving en Zorg, financiën) Q2 – Q4 2025: concretiserende gesprekken met potentiële aanbieders en de kinderopvang. Uitzoeken van AVG technische voorwaarden. Mogelijk DPIA opstellen. Okt-dec 2025: Besluitvorming begroting Q1 – Q2 2026: Samen tot een samenwerkingsovereenkomst komen Q2 2026:

Start aanpak

Financiële planning

Taakveld: 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

0

0

0

-130.000

2027

430.000

-260.000

170.000

.

2028

430.000

-260.000

170.000

.

2029

430.000

-260.000

170.000

.

*) de frictiekosten op personeel zijn generiek berekend en omgeslagen per fte besparing.

-

20 -

VS50 - Sturen op verwijzers Beschrijving In de Jeugdwet is vastgelegd dat naast (gemandateerde) jeugdconsulenten in het gemeentelijke team, ook huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters, jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders (Gecertificeerde instelling: GI), de wettelijke verwijzers zijn naar de jeugdhulp. Als gemeente kunnen we formeel de verwijzing van een wettelijke verwijzer niet tegenhouden, maar wel (binnen onze mogelijkheden) sturen op goede samenwerking, overleg en afstemming om zoveel mogelijk in gezamenlijkheid in te zetten op de meest passende vorm van ondersteuning en zorg, mede in relatie tot de kostenafweging. We zien op basis van een cijfermatige analyse de meeste kansen bij verwijzingen vanuit huisartsen (39% van het totaal aantal verwijzingen/13 % van de kosten) en GI’s (10% van het totaal aantal verwijzingen/27% van de kosten). Om die reden ligt daar onze prioriteit de komende periode en dat wordt uitgewerkt in dit voorstel. (Daarnaast gaan we ook in gesprek met de overige formele verwijzers over de onderlinge samenwerking én ook met het onderwijs.) We investeren in het optimaliseren van werkprocessen en breiden uit van 9 naar 11 praktijken. We verwachten dit binnen de huidige capaciteit vorm te kunnen geven. Daarnaast zetten we in op een intensievere samenwerking met de Gecertificeerde Instellingen (GI's) met betrekking tot de inzet van hulp.

Gevolgen - We zien dat door afstemming tussen JOH en huisarts het aantal verwijzingen door de huisarts naar 2e lijnszorg afnemen, zowel het totaal aantal als specifiek richting GGZ hulp; - We verwachten door een betere afstemming met huisartsen en GI's dat zij meer zicht krijgen op beschikbare lokale en regionale aanbod en daardoor passender zullen verwijzen: - We verwachten een betere en passendere aansluiting van vraag en aanbod, waarbij ook meer wordt samengewerkt met lokale preventieve partners (zoals het SPT) en het team jeugd; - We verwachten de omvang en intensiteit van de beschikkingen te verminderen. Van uitbreiding JOH is geen sprake. Wel wordt nu de volledige 2 fte JOH ingezet voor ondersteuning van die jeugdigen voor wie een oplossing te vinden is binnen het sociaal domein (i.p.v. medisch domein) en hopen we dat in de komende periode ook bij de 2 huisartsenpraktijken waar nu nog geen ondersteuner zit een JOH'er te kunnen inzetten. Er zijn vooralsnog geen signalen dat de huidige capaciteit onvoldoende is. Door efficiëntere werkprocessen en het verder opbouwen van een samenwerkingsrelatie verwachten we bovenstaande gevolgen te kunnen realiseren.

Toelichting wijzigingen Concretisering van eerdere toelichting Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen - We zijn afhankelijk van de bereidheid van externe verwijzers om samen te werken, aangezien we formeel de verwijzing van een wettelijk verwijzer niet tegen kunnen houden; - Het is mogelijk dat het niet lukt om de functie van JOH in te vullen. - Het is mogelijk dat de 2 huisartsenpraktijken waar nu nog geen jeugdondersteuner zit, hier geen behoefte aan hebben. Eenmalige investeringen t.a.v. de samenwerking met huisartsen zijn niet aan de orde. De benodigde capaciteit is al onderdeel van de begroting. -

21 -

Voor de intensivering van de samenwerking met de GI's is de inzet van 0,2 fte extra nodig (senior jeugdconsulent, schaal 10). Dit is 0,2 x € 74.626 = afgerond 15.000 en betreft structurele frictiekosten. Planning tot realisatie Per 1 januari 2026: - Is er binnen alle huisartsenpraktijken een JOH werkzaam; - Werken we o.b.v. vastgelegde afspraken samen met de GI’s ten aanzien van verwijzingen jeugdhulp. - Is er 0,2 fte senior consulent beschikbaar voor de intensivering samenwerking GI's. Financiële planning

Taakveld: 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

145.000

145.000

.

2027

145.000

145.000

2028

145.000

145.000

.

2029

145.000

145.000

.

-

22 -

VS53 - Maatwerkvoorzieningen (WMO) Beschrijving Deze maatregel past bij de beleidsmatige wens tot afbakening van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). We scherpen aan wanneer wel en wanneer geen beroep kan worden gedaan op maatwerkvoorzieningen Wmo en tot hoever de verantwoordelijkheid van de gemeente daarin reikt. Dit wordt gebaseerd op een maatschappelijke dialoog waarin we onder andere spreken over: - Wanneer is goed, goed genoeg? - In welke gevallen is een voorziening noodzakelijk en in welke gevallen wenselijk? - Waarvan verwachten we dat inwoners dat in eigen netwerk/sociale basis oplossen? Op basis van de uitkomsten van de dialoog passen we de verordening Wmo zodanig aan/toe dat dat we bepaalde onderdelen niet meer en/of in mindere mate verstrekken. Overbruggingszorg blijft wel beschikbaar. Gevolgen - Lichte hulpvragen worden minder frequent en onnodig doorverwezen naar zwaardere hulp. - Inwoners kunnen vaker een afwijzing op hun aanvraag krijgen, dit kan leiden tot meer negatieve ervaringen en een toename van bezwaren. - Het verhoogt duidelijkheid voor alle betrokkenen. Een expliciete afbakening zorgt ervoor dat aanbieders en inwoners beter begrijpen welke hulp onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid valt en welke niet. Dit voorkomt misverstanden en schept heldere verwachtingen. - Stimulering van een wenselijke cultuur.

Een duidelijke afbakening draagt bij aan een cultuur waarin de verantwoordelijkheden van cliënten en het sociale netwerk worden benadrukt. Hierdoor wordt ingezet waar het echt nodig is, en worden lichtere hulpvragen binnen de eigen kring opgelost. - Efficiënter gebruik van middelen. Met een duidelijk omlijnde ondersteuningsplicht kunnen gemeenten hun middelen effectiever inzetten, waardoor zij beter in staat zijn om prioriteiten te stellen en de beschikbare budgetten te beheren. De duidelijkheid leidt tot een verschuiving van werkzaamheden binnen de bestaande formatie. Van het onderzoeken of bepaalde zorg en ondersteuning wel of niet wordt ingezet naar het voeren van complexere gesprekken met inwoners over de afwijzing. Toelichting wijzigingen De maatregel legt niet de focus op minimaliseren of maximeren van uren bij verstrekkingen van maatwerkvoorzieningen maar wordt gebaseerd op het formuleren van visie/opvattingen over wat we goed genoeg vinden. (normaliseren). Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Risico's: - De concrete afbakening door de raad is een cruciale factor voor de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van deze maatregel. Indien de raad besluit minimaal af te bakenen is daarmee de besparing ook minimaal. - Haalbaarheid en invoering van de voorgestelde aanpassingen van verordening en nadere regels moet juridisch onderzocht worden.

- De wet smaller interpreteren leidt mogelijk tot meer bezwaarschriften en klachtenprocedures. -

23 -

Wanneer aanscherpingen niet standhouden in de bezwarencommissie leidt dit tot afbreuk van de besparing, - Kan leiden tot een verschuiving van middelen, capaciteit en deskundigheid van maatwerk naar sociale basis. Wanneer door aangescherpte richtlijnen geen beroep (meer) kan worden gedaan op maatwerk, maar er wel een vorm van hulp nodig is, wordt het beroep op voorzieningen in de sociale basis vergroot. Er is daarom een voorinvestering nodig om ervoor te zorgen dat er passende collectieve en vrij toegankelijk voorzieningen in de sociale basis gerealiseerd worden. Zie VS42 Beperkt omvormen van maatwerk naar collectief en vrij toegankelijk. Frictiekosten: - capaciteit voor voeren maatschappelijke dialoog - Vertaling van uitkomsten dialoog in verordening/nadere regels - Juridische kosten voor toetsen haalbaarheid - Implementatie verordening nadere regels d.m.v. training en het doen van (her)indicaties.

Planning tot realisatie Maart-september 2025: Voeren maatschappelijke dialoog over normaliseren intern, college/raad ketenpartners. september 2025 - september 2026: Aanpassen verordening/nadere regels okt-dec 2026: besluitvorming verordening/nadere regels / voorbereiden implementatie. 2027 en verder: Uitvoering Toelichting: toepassing van nieuwe verordening vindt plaats bij herindicaties en nieuwe indicaties. Derhalve vindt effectuering van afbakening in toenemende mate plaats over de jaren 2027 t/m 2029. Volgens de huidige planning start het proces voor de aanpassing van de verordening in juni 2026, zodat zowel intern als met relevante partners een zorgvuldig traject kan worden doorlopen. Er is een mogelijkheid om dit proces met een jaar te vervroegen en reeds in juni 2025 te starten. Dit zou echter een aanzienlijke ambtelijke inzet vergen en consequenties hebben voor andere werkzaamheden die dan geen voortgang krijgen. Daarnaast betekent het dat er bij de besluitvorming vrijwel geen ruimte is voor wijzigingen. Financiële planning

Taakveld: 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

75.500

75.500

.

2027

196.000

196.000

.

2028

196.000

196.000

.

2029

196.000

196.000

.

-

24 -

NC02 - In meer kernen vrijwilligersvervoer/opzetten Belbus ter ontlasting van het CVV Beschrijving In Schoonhoven/Bergambacht kan gebruik gemaakt worden van het vrijwilligersvervoer door middel van de Belbus. De belbus rijdt geen vaste routes, niet structureel en ook niet door de gehele Krimpenerwaard. Doordat de busjes alleen lokaal rijden, zijn de wachttijden minder lang. Het voorliggende (vrijwilligers) vervoer wordt als onvoldoende dekkend ervaren buiten Schoonhoven en Bergambacht. Met name vanuit de kleinere kernen wordt de verbinding met grotere kernen gemist. Daarnaast is gebruik maken van het OV vaak niet passend, doordat de bushaltes te ver weg zijn voor de inwoners (rijden niet meer door de kernen). Hierdoor kent de WMO vaak een CVV pas toe. Voorstel is om het vrijwilligersvervoer/belbus uit te breiden naar meerdere kernen. Voor de inzet van (vrijwillige) chauffeurs kan gekeken worden naar mogelijkheden van inwoners die bijstand ontvangen, bijvoorbeeld als tegenprestatie. Met onze strategie willen we de visie uit het IBK verwezenlijken. Daarom zetten we ons in op (1) versterken van de sociale basis (2) normaliseren (3) algemeen toegankelijk maken van (maatwerk) voorzieningen (collectiveren) en (4) afbakening/inperken van gemeentelijke regelingen om de toegang tot maatwerkvoorzieningen te versmallen. Dit voorstel sluit aan op alle focuspunten van de strategie.

Gevolgen Meer gebruik van het voorliggend vrijwilligers vervoer en daardoor minder gebruik van het CVV. Beperkt de druk op de capaciteit binnen het team Wmo. Toelichting wijzigingen

Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen Risico: · Draagvlak en mogelijkheden van Stichting Belbus zijn nog onbekend · Potentiële besparing is gebaseerd op grove aannames en daarmee vraagt deze maatregel een gedetailleerde businesscase en verdere verkenning. Hierdoor is de verwachte besparing met onzekerheden omgeven. · Onvoldoende vrijwilligers om de busjes te bemannen. Frictiekosten/eenmalige investeringen bij aanschaf van één bus: · Aanschaf bussen · Verzekeringskosten, onderhoud en wegenbelasting · Afschrijvingskosten Faciliteren van Stichting Belbus (ICT, trainingen, overige kosten). Deze kosten zijn in jaarlijkse kosten omgezet en in mindering gebracht op het voordeel.

-

25 -

Planning tot realisatie Mei-dec: 2025 onderzoek naar aanwezige alternatieve vervoersmogelijkheden Jan-dec 2026: concrete uitwerking uitbreiding belbus Jan 2027: start verwijzing naar Belbus Financiële planning

Taakveld: 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

.

.

.

2027

100.000

100.000

.

2028

100.000

100.000

.

2029

100.000

100.000

.

-

26 -

VS09-BIJ08 - Lokale regeldruk Beschrijving Onderzoek doen naar de mogelijkheid om de lokale regeldruk in de breedte te verminderen. Voorstel om richting de Kadernota 2026 inzicht te geven in de mogelijkheden om de lokale regeldruk te verminderen. Hierbij wordt inzicht gegeven in de voor- en nadelen voor de samenleving alsook de effecten op de organisatie. Hierbij moet u denken aan het, buiten de historische en te beschermen gebieden, sterk terugdringen van regels rondom het bouwen van wijzigingen aan of rond de woning. Welstandsvrij en veel ruimer als het gaat om de maximale maten. Een uitgebreider overzicht van bij te stellen regels hebben we uitgewerkt maar is te uitgebreid om in deze beschrijving op te nemen. Vergunningregels zijn ook afspraken op basis waarvan inwoners verwachtingen richting elkaar baseren. Het effect van minder regels op de samenleving is daardoor niet goed te voorspellen. Daarvoor is het nodig de proef op de som te nemen in de praktijk en het gesprek aan te gaan met de inwoners zelf. De omschrijving en financiële doelstelling sluit aan bij de bijstelling die de raad heeft gevraagd via BIJ08. We hebben deze mogelijkheden dan ook samengevoegd. Gevolgen Gemeente maakt meer vergunningvrij en stelt minder regels bij veel voorkomende aanvragen Omgevingsvergunningen en maakt meer ontwikkelingen mogelijk op basis van het Omgevingsplan.

Belangrijkste winst ligt in de versnellingen vereenvoudiging van de dienstverlening voor de inwoners. Daarmee wordt er meer verantwoordelijkheid bij de inwoners gelegd. Minder regels, meer vergunningvrij betekent ook minder grip op ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent minder inzet op vergunningen en ook minder inkomsten uit leges. Vermoeden is dat het vooral winst oplevert in een afname van toegekende handhavingsverzoeken. Toelichting wijzigingen beschrijving is nader gespecificeerd: buiten historische centrumgebieden. Risico's en frictiekosten / eenmalige investeringen In eerste instantie is een investering nodig om het beleid zo aan te passen dat er meer vergunningsvrij kan worden afgehandeld, er minder aanvragen op ruimtelijke kwaliteit moeten worden getoetst, er een verruiming komt van de regels in het Omgevingsplan. Deze capaciteit is niet op korte termijn beschikbaar en zal moeten worden vrijgemaakt. Inschatting is dat dit niet voor 2026/ 2027 mogelijk is zonder extra investeringen. Daarnaast zien we dat vanuit omgevingsprogramma's maar ook in het kader van de zoektocht naar het genereren van inkomsten de vraag is om lokale regels te stellen. Bij het realiseren van de besparing op personeel is hier uitgegaan van natuurlijk verloop cq. het niet meer invullen van vacatures.

Planning tot realisatie Om de besparing in de uitvoering mogelijk te maken zullen er beleidsmatig de nodige aanpassingen moeten worden gedaan met de verwachting dat dit niet voor 2026/ 2027 mogelijk is. -

27 -

Financiële planning

Taakveld: 0.4 Overhead

Gevolgen business-case Jaar

Afname lasten

Toename opbrengsten

(+) a

(+) b

Structurele opbrengst /besparing (incl. FTE) c=a+b

Personele besparing (in FTE) d

Incidentele kosten / frictiekosten (-) e

2026

.

0

0

-100.000

2027

50.000

- 50.000

0

ntb

-15.000

2028

100.000

-100.000

52.000

0,5

-15.000

2029

100.000

-100.000

104.000

1

.

*) de frictiekosten op personeel zijn generiek berekend en omgeslagen per fte besparing.

-

28 -

VS11 - Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Beschrijving Deze mogelijkheid gaat uit van het verhogen van de OZB-tarieven woningen en niet-woningen naar de landelijk gemiddelde tarieven. De mogelijkheid is uitgewerkt als verhoging van de opbrengst op van de OZB van eigenaren voor zowel woningen als niet-woningen. Het voorstel is om dit stapsgewijs te verhogen met 2,5% per jaar (exclusief de jaarlijkse inflatie). Voor eigenaren woningen komt dit gemiddeld neer op een extra verhoging van ca 9 euro per jaar. In het afgelopen jaar hebben veel gemeenten hun opbrengst extra verhoogd, in 2024 was dit ca 4,5% boven inflatieniveau – in de Krimperwaard was deze verhoging 3,5%. Als we de opbrengst OZB voor woningen vergelijken met de gemiddelde landelijke opbrengst per woning ligt deze in de Krimpenerwaard circa 7,7% lager. Zowel de gemiddelde woningwaarde als het gemiddeld besteedbaar inkomen voor huishoudens liggen respectievelijk 7% en 10% hoger. Voor niet-woningen is een dergelijk vergelijk niet goed te maken, omdat de gemiddelde WOZ-waarde niet-woningen niet bekend zijn. Er is een reële kans dat we bij deze mate van verhoging we toch achter blijven lopen bij het landelijk gemiddelde. Ook bij andere gemeenten wordt – waarschijnlijk - de OZB opbrengst verhoogd met meer dan de inflatie. De opbrengst komt in de algemene middelen van de gemeente en is door de gemeente vrij besteedbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=20d2e900-e6d3-445e-b2cd-ee6c9b481185