BIJL 2 Toelichting en regels C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven BP2109BG029-VG01
Tekst van het document
Het aanvragen van ontheffingen of vervolgonderzoek is niet nodig, mits aan mitigerende en compenserende voorwaarden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt voldaan: Rooien van struiken buiten het broedseizoen half maart – half juli; Geen opslag van grond en zandhopen in het broedseizoen of afwerken in taludhelling < 45°; Voorafgaand aan uitvoeren van werken in de periode maart-juli een broedvogelcheck uitvoeren; Knotbomen aan westzijde van de projectlocatie afschermend op 2.00 meter uit de stamvoet; Het voorkomen van uitstralend licht tijdens de bouw activiteiten; Ruim verstoren voor aanvang van het verwijderen van beplantingen; Indien mogelijk beplanting rooien buiten de winterrustperiode van egels. Voorts dient te allen tijd de algemene zorgplicht voor flora en fauna in acht te worden genomen.
30
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
C.G. Roosweg 21 De voorgenomen uitbreiding van het bouwvlak betreft nu een stuk terreindeel wat al gedeeltelijk is verhard met stelconplaten en een deel dat nu in gebruik is als moestuin. De gronden worden reeds intensief gebruikt. In alle redelijkheid mag worden aangenomen dat er door de planontwikkeling geen nadelige effecten te verwachten zijn voor de aanwezige flora en fauna (zie ook de verantwoording bij bijlage 9). Op de betrokken gronden zijn geen bomen of houtopstanden aanwezig. De sloten en het slotenpatroon blijven ongewijzigd. Met voorliggend plan wordt voor deel van het bedrijfsperceel uitgesloten dat er vee mag worden gehouden. In dit kader worden 15 konijnen verplaatst naar een andere stal. Dit heeft geen nadelig effect op omliggende Natura 2000-gebieden. Een nader stikstofonderzoek is niet nodig. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.
4.4
Verkeer
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Beide initiatieven worden ontsloten via de C. G. Roosweg. C.G. Roosweg 23 De toevoeging van de tweede woning op het perceel van nummer 23 kan leiden tot een beperkte toename van verkeer. Deze is echter verwaarloosbaar ten opzichte van de capaciteit van de C. G. Roosweg. De tweede woning is bereikbaar via de bestaande inrit. Bij een nieuwe woning dient op grond van het Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard voldoende parkeerruimte gerealiseerd te worden op eigen terrein. Hiervoor worden de normen gehanteerd van de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor vrijstaande koopwoningen in het buitengebied (in een weinig stedelijk gebied) is de minimale parkeernorm 2 parkeerplaatsen per woning. Op het perceel is voldoende ruime aanwezig om in de parkeerbehoefte te voorzien. C.G. Roosweg 21 De uitbreiding van het agrarisch bouwvlak maakt het mogelijk om een wagenberging te realiseren op het perceel. Dit leidt niet tot een wijziging van de activiteiten en heeft geen gevolgen voor verkeersstructuur, de hoeveelheid verkeer of de behoefte aan parkeerruimte. De parkeerregeling uit het 'Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard' is overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect verkeer.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
31
moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie In het 'Parapluplan cultuurhistorie en archeologie' heeft het gehele plangebied de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie 1". De gronden met deze bestemming zijn mede bedoeld voor het behoud en/of de versterking van de aanwezige structuren en objecten met een hoge cultuurhistorische waardering te onderscheiden in: a.
de historische gelaagdheid van het gebied; b. de aanwezigheid van historische materialen, constructies en structuren; c. de externe structuren van gebouwen en gebieden; d. stedenbouwkundige ensembles en infrastructuur. C.G. Roosweg 23 Voor dit perceel is een cultuurhistorische quickscan uitgevoerd om de cultuurhistorische waarden van het erf te bepalen. Hierin zijn niet alleen de gebouwen beoordeeld, maar ook de beplanting en perceleringen. Het rapport hiervan is opgenomen in bijlage 2. Hoog gewaardeerd worden de authentieke onderdelen die dateren uit de periode 19e eeuw (de bouwtijd van de boerderij) tot ca. de jaren vijftig van de vorige eeuw, omdat zij het best de oorsprong en de ontwikkelingsgeschiedenis van het erf tonen. Onderdelen met de hoogste waardering zijn: het slotenpatroon, de hooiberg, de wagenschuur, het spoelhuis, de hoofdvorm en de resterende balklagen van de boerderij en de knotwilgen. Daarnaast zijn er ook andere gebouwen en objecten die wel deel uitmaken van de geschiedenis en de erfstructuur, maar die te jong of te algemeen zijn om als van hoge cultuurhistorische waarde te kunnen worden beschouwd. Dit zijn bijvoorbeeld de brug, de gepotdekselde gereedschapsschuur, de silo en de fruitbomen op het erf.
Concluderend wordt gesteld dat het ensemble van boerderij, hooiberg, wagenschuur, boenstoep/spoelhuis en overige bijgebouwen hoog gewaardeerd wordt op hun cultuurhistorische waarde. Het behoud van het boerderijensemble en de samenstellende elementen ervan is wenselijk vanuit cultuurhistorisch oogpunt. Voorliggend plan maakt het mogelijk om de wagenschuur te verbouwen tot woning, met behoud van cultuurhistorische kenmerken. Deze herbestemming biedt de mogelijkheid voor duurzaam behoud van dit gebouw èn het erfensemble. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het niet gewenst om overige bijgebouwen te slopen.
32
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
C.G. Roosweg 21 Voorliggend plan maakt het mogelijk om op deze locatie het agrarisch bouwperceel naar achteren uit te breiden. Deze uitbreiding ligt in het verlengde van het huidige bouwvlak. De bestaande verkavelingsstructuur en het slotenpatroon blijven in tact. De voorgenomen ontwikkeling leidt derhalve niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden. Archeologie Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Krimpenerwaard weergegeven. Het plangebied heeft een middelhoge archeologisch verwachting (aangegeven met de aanduiding WA5). Dit houdt in dat bij bodemingrepen dieper dan 1,5 m -Mv en groter dan 2.500 m² eerst een archeologisch onderzoek moet plaatsvinden om de aanwezige archeologische waarden in de bodem vast te stellen. Voorliggend plan leidt niet tot bodemingrepen van dergelijke omvang. Archeologisch onderzoek is niet nodig. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect cultuurhistorie en archeologie.
Uitsnede uit de Archeologische beleidskaart van de gemeente Krimpenerwaard
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
33
het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemers. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemers. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
34
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voor de systematiek en de regels van dit plan is aangesloten op het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied' van de voormalige gemeente Schoonhoven. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Agrarisch met waarden Deze bestemming ligt op het adres C.G. Roosweg 21. Naast het agrarisch bedrijf is hier ook een zorgboerderij toegestaan. Het agrarisch bouwvlak wordt aan de achterzijde met ca. 900 m² uitgebreid. Voorts zijn aanduidingen opgenomen voor het toelaten van een moestuin en om aan te geven dat op een deel van het perceel geen vee mag worden gehouden. Dit om te voorkomen dat er sprake kan zijn van geurhinder op de naastgelegen woning. Het achterste gedeelte van het perceel aan de C.G. Roosweg 23 heeft eveneens een agrarische bestemming. Het voormalige agrarisch bouwvlak is hier van de verbeelding verwijderd.
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
35
Wonen Deze bestemming is toegekend aan de bestaande en de nieuwe woning op het adres C.G. Roosweg 23. Voor beide woningen is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de woning is toegestaan. Met een aanduiding op de verbeelding is aangegeven welke gebouwen een karakteristieke waarde hebben. Deze gebouwen mogen niet zonder omgevingsvergunnning worden gesloopt. Waarde - Archeologie 5 Deze dubbelbestemming dient de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Op grond van de Archeologienota Krimpenerwaard uit 2016 is niet de bestemming uit het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied' overgenomen, maar de regeling uit het archeologiebeleid, verwoord in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. Binnen deze dubbelbestemming moet voor bodemingrepen groter dan 2.500 m² en dieper dan 1,5 m -mv een omgevingsvergunning worden aangevraagd, waarbij in ieder geval een archeologisch onderzoek van de ondergrond plaats moet vinden. Waarde - Cultuurhistorie 1 Deze dubbelbestemming is overgenomen uit het Parapluplan 'Cultuurhistorie en Archeologie' en heeft tot doel de aanwezige structuren en objecten met een hoge cultuurhistorische waarden te beschermen. Milieuzone – boringsvrije zone Deze gebiedsaanduiding is opgenomen ter bescherming van de boringsvrije zone van het waterwingebied. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
36
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg worden toegezonden aan de verschillende overleginstanties. In bijlage 11 wordt hier verslag van gedaan. De adviezen van de diverse instanties zijn verwerkt in voorliggend plan.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
In november 2019 is er een informatieavond georganiseerd voor direct omwonenden. De uitkomst van deze avond was dat er geen bezwaren zijn tegen de uitvoering van het plan. Het plan werd met instemming en goedkeuring ontvangen.
6.4
Verslag zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 8 september 2021 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Op verzoek van de initiatiefnemer is de verbeelding van het plan aangepast door de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veestallen uitgesloten' iets te verkleinen. In het achterste deel van het betreffende gebouw wordt het daarmee mogelijk om rundvee te houden. Er wordt voldaan aan de minimaal aan te houden afstand van 25 meter tot de naastgelegen woning (zie paragraaf 4.1.4).
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
37
38
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Bijlagen bij de toelichting
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
39
40
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Bijlage 1
Advies Agrarische BeoordelingsCommissie
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
41
42
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Bijlage 2
Cultuurhistorische quickscan
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
43
44
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Bijlage 3
Bodemonderzoek
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
45
46
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
47
48
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Bijlage 5
Geurberekening
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
49
50
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Bijlage 6
Resultaat watertoets C.G. Roosweg 23
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
51
52
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Bijlage 7
Resultaat watertoets C.G. Roosweg 21
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
53
54
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Bijlage 8
Quickscan wet Natuurbescherming C.G. Roosweg 23
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
55
56
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Bijlage 9
Ecologische verantwoording C.G. Roosweg 21
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
57
58
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Bijlage 10
Advies veiligheidsregio Hollands Midden
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
59
60
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Bijlage 11
Nota van beantwoording vooroverleg
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
61
62
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Bijlage 12
Besluit hogere grenswaarde
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
63
64
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Regels
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
65
66
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: plan: het bestemmingsplan C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven met identificatienummer NL.IMRO.1931.BP2109BG029-VG01 van de gemeente Krimpenerwaard. bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. agrarisch bedrijf: bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waarop een bedrijfsmatige, op de markt gerichte productie plaatsvindt, welke een wezenlijke bijdrage levert aan de inkomensvorming; met betrekking tot deze voorschriften worden onder het begrip agrarisch bedrijf niet begrepen agrarische hulp- of nevenbedrijven en landelijke bedrijven. archeologische waarde: de aan een gebied toegerekende waarden in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden. bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
bed & breakfast: het bieden van van recreatief nachtverblijf, kortdurend, in de vorm van logies al dan niet met ontbijt, binnen oorspronkelijk voor andere functies gebouwde gebouwen. bedrijfsmatige activiteiten in de woning: het bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen detailhandelbedrijf zijnde - en ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op dan wel bij een terrein bestemd voor een huishouding waarvan huisvesting daar, gelet op de bedrijfsvoering in overeenstemming met de bestemming, noodzakelijk is.
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
67
beroepsmatige activiteiten in de woning: het beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch gebied of hiermede naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang in een woning zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; bestaand (in relatie tot bebouwing): bebouwing aanwezig ten tijde van de in artikel 3.8 van de Wet op de ruimtelijke ordening bedoelde terinzagelegging van het (ontwerp) bestemmingsplan, alsmede bebouwing waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan een inwerking getreden bouwvergunning is verleend; bestaand (in relatie tot gebruik): gebruik dat bestaat ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan. bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. bijgebouw: een gebouw behorende bij en ruimtelijk ondergeschikt aan een op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, met een aan dat hoofdgebouw ondergeschikte functie; bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
bouwgrens: de grens van een bouwvlak. bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. bouwperceelsgrens: een grens van een bouwperceel. bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
68
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
cultuurhistorische bebouwing: bebouwing met cultuurhistorische waarde, waaronder in elk geval bebouwing met de aanduiding "karakteristiek", waarbij naast het hoofdgebouw tevens de aangebouwde voormalige bedrijfsgedeelten die, gelet op de oorspronkelijke functie en bouwwijze, een wezenlijk onderdeel uitmaken van de oorspronkelijke (bedrijfs)bebouwing; hieronder vallen niet latere aan- of uitbouwen zonder cultuurhistorische waarde; extensieve recreatie: vormen van recreatief (mede)gebruik in een gebied, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandelen, fietsen, paardrijden en vissen; gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf dat overwegend afhankelijk is van de bij het bedrijf behorende gronden als agrarisch productiemiddel; hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw valt aan te merken; huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; landschappelijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; mantelzorg: het bieden van zorg aan iemand die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/ of sociale vlak op vrijwillige basis en buiten een georganiseerd verband; moestuin: een tuin waar groenten en andere (eetbare) planten worden verbouwd voor niet-commerciële doeleinden; natuurwaarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied; peil: a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b.
voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het door de gemeente vastgestelde peil ter plaatse van de te realiseren hoofdtoegang van het gebouw; c. voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde: de hoogte van het maaiveld ter plaatse bij voltooiing van de bouw;
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
69
voldoende parkeergelegenheid: parkeergelegenheid voor auto's, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de gemiddelde parkeerkencijfers van CROW-publicatie 381 (december 2018) en diens rechtsopvolger(s), dan wel later door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels over parkeren. woning: een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één huishouden; wooneenheid: een tot bewoning bestemd gebouw dat, vanuit bouwtechnisch oogpunt gezien, blijvend is bestemd voor permanente bewoning door een particulier huishouden; zorgboerderij: een agrarisch bedrijf dat zorgvragers (verstandelijk of lichamelijk gehandicapten, (ex)psychiatrische cliënten, cliënten uit de verslavingszorg of zorgbehoevende ouderen) dagbesteding en opvang biedt;
70
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
71
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden
3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. volwaardige grondgebonden veehouderij; b. bestaande intensieve veehouderij als neventak; c. agrarisch aanverwant gebruik zoals het beweiden van dieren, al dan niet in het kader van de agrarische bedrijfsvoering; d. behoud en versterking van de aan de betreffende gronden eigen zijnde landschappelijke waarde, waaronder de openheid en half openheid, het kavel- en slotenpatroon en grensbeplantingen; e. water; f. kleinschalige landschapselementen; g. extensief recreatief medegebruik; h. kleinschalig kampeeractiviteiten, met dien verstande dat de agrarische hoofdfunctie in stand blijft, waarbij geldt dat: 1. de kampeermiddelen uitsluitend mogen worden geplaatst binnen het bouwvlak; 2. niet meer dan 15 kampeermiddelen per bouwvlak zijn toegestaan; 3. kampeermiddelen uitsluitend zijn toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 4. permanente bewoning niet is toegestaan. 3.1.2 Zorgboerderij Ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' zijn de in lid 3.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een zorgboerderij. 3.1.3 Moestuin Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - moestuin' zijn de in lid 3.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een moestuin.
3.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak; b. per bouwvlak mag ten hoogste één (bedrijfs)woning worden gebouwd; c. uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de functies als bedoeld in lid 3.1.1 is uitsluitend toegestaan indien deze noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering; d. omtrent het bepaalde onder c winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een adviseur inzake landbouw, een en ander gelet op: 1. de volwaardigheid van het bedrijf; 2. de aard en inrichting van het bedrijf; 3. de mate van mechanisatie van het bedrijf; 4. de omvang van het bedrijf; 5. de al of niet verspreide ligging van de bedrijfsgronden; 6. de continuïteit van het bedrijf, mede gelet op de leeftijd van de aanvrager en/of de opvolgingssituatie; 7. het beroep van de aanvrager en het al dan niet hebben van een volledige dagtaak in het betreffende bedrijf;
72
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
8. 9.
e. f. g.
h. i. j.
k. l.
de aanwezigheid van bedrijfsgebouwen die zijn afgestemd op de aard en omvang van het bedrijf; het advies als bedoeld onder d kan achterwege blijven indien het bouwplan betrekking heeft op: een bouwwerk, geen gebouw zijnde; vernieuwing, verandering of uitbreiding van een bedrijfswoning, ten dienste van het bedrijf waarvan die woning deel uit maakt; de oprichting of vergroting van bedrijfsgebouwen met een oppervlak van 200 m² of minder; herbouw van door een calamiteit verwoeste gebouwen of silo's ter voortzetting van het betrokken bedrijf. van de (bedrijfs)woning en de daarbij behorende bijgebouwen mag de gezamenlijke inhoud niet meer bedragen dan 650 m3; de goothoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 4 m en de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m; met betrekking tot bijgebouwen bij (bedrijfs)woningen geldt het volgende: 1. de goothoogte mag niet meer mag bedragen dan 3 m; 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; van de overige bedrijfsgebouwen mag de goothoogte niet meer dan 4 m en de bouwhoogte niet meer dan 10 m bedragen; in afwijking onder het bepaalde in lid h mag de goothoogte van bedrijfsgebouwen over een gevellengte van maximaal 4 meter maximaal 6 m bedragen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen te worden opgericht binnen het bouwvlak waarbij: 1. de doorsnede van mestsilo's en watertanks niet meer mag bedragen dan 25 m; 2.
de bouwhoogte van mestsilo's en watertanks niet meer mag bedragen dan 5 m; 3. de bouwhoogte van voedersilo's niet meer mag bedragen dan 15 m; 4. de bouwhoogte van sleufsilo's niet meer mag bedragen dan 2,50 m; binnen de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - moestuin' zijn teeltgerelateerde voorzieningen toegestaan met een maximale oppervlakte van 80 m² en een maximale hoogte van 2,5 m; in afwijking van het bepaalde onder a mogen buiten het bouwvlak bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd waarbij geldt dat: 1. de hoogte van afrasteringen maximaal 1 m mag bedragen; 2. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan afrasteringen maximaal 1,5 m mag bedragen; 3. de oppervlakte maximaal 5 m2 mag bedragen;
3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan het bepaalde: in lid 3.2 onder c ten behoeve van het stellen van een maximale omvang van bedrijfsgebouwen waarbij mag worden bepaald dat de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 1.000 m2 mag bedragen; in lid 3.2 onder a ten behoeve van het handhaven van bestaande doorzichten en de openheid waarbij mag worden bepaald dat nieuwe bedrijfsgebouwen worden gebouwd op een afstand van maximaal 10 meter van bestaande gebouwen. 3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Stalruimte voor hobbymatig gebruik Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.2 onder a ten behoeve van het oprichten van een stalruimten voor hobbymatig agrarisch gebruik onder de voorwaarde dat: a. de oppervlakte maximaal 25 m2 bedraagt; b. de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt; c. de stalruimte is gelegen op een afstand van minimaal 50 m van een bestemmingsvlak met de bestemming "Wonen";
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
73
d. e. f.
de stalruimte, voor zover niet gelegen aan een ter plaatse aanwezige ontsluitingsweg, dient te worden gesitueerd binnen een afstand van 50 m vanuit een als zodanig aangewezen verkeersbestemming; bij de stalruimte ten minste 1 ha grond hoort, waarop de stalruimte wordt gebouwd; de stalruimte landschappelijk wordt ingepast.
3.4.2 Paardenbak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.2 ten behoeve van het realiseren van een paardenbak ten behoeve van hobbymatige paardenhouderij bij een bedrijfswoning of een burgerwoning onder de voorwaarde dat: a. maximaal 1 paardenbak per bedrijfswoning of burgerwoning wordt gerealiseerd; b. de paardenbak als volgt wordt gesitueerd: 1. achter het hoofdgebouw; 2. tenminste 20 m uit de rand van de weg; 3. tenminste 1,5 m uit de slootranden; 4. maximaal 50 m achter de bestaande bebouwing; 5. minimaal 25 m van woningen van derden; c. de omvang van de paardenbak niet meer bedraagt dan 20 m bij 40 m; d. de hoogte van een hek rondom een paardenbak niet meer bedraagt dan 1,50 m; e. indien de paardenbak vanaf de weg zichtbaar is, afschermende gebiedseigen beplanting wordt aangebracht, mits hierdoor geen doorbreking plaatsvindt van bestaande zichtlijnen op het open weidegebied; f. de paardenbak wordt voorzien van waterdoorlatend bodemmateriaal; g. er geen verlichting wordt gerealiseerd bij de paardenbak; h. er geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en woonkwaliteit van aangrenzende en overige nabij gelegen gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken plaatsvindt, een en ander met in achtneming van de Wet geurhinder en veehouderij.
3.4.3 Overige afwijkingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.2 ten behoeve van: a. de bouw van voedersilo's / torensilo's binnen het bouwvlak, waarbij de hoogte ten hoogste 25 m mag bedragen onder de voorwaarde dat gestreefd wordt naar een zo gunstig mogelijke landschappelijke inpassing. Alvorens de ontheffing te verlenen winnen burgemeester en wethouders ten aanzien van de landschappelijke inpassing advies in bij een landschapsdeskundige. b. de bouw van bedrijfsgebonden gebouwde mestopslagvoorzieningen binnen het bouwvlak, indien zulks noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsuitoefening, waaronder begrepen logistieke en/of milieutechnische redenen, met een inhoud van ten hoogste 3000 m3, een doorsnede van ten hoogste 25 m, een wandhoogte van ten hoogste 7,5 m en een hoogte ten hoogste 10 m. c. de realisatie van gebouwde mestopslagvoorzieningen buiten het bouwvlak, indien zulks noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsuitoefening, waaronder begrepen logistieke en/of milieutechnische redenen, op voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gegeven beleidsdoelstellingen met betrekking tot de landschappelijke en/of natuurwaarden van het gebied waarop de ontheffing betrekking heeft.
In dit kader kunnen zonodig nadere voorwaarden worden gesteld ten aanzien van de situering en/of landschappelijke inpassing; d. het bepaalde onder b en c vindt toepassing indien er geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en woonkwaliteit van aangrenzende en overige nabij gelegen gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken plaatsvindt, een en ander met in achtneming van de Wet geurhinder en veehouderij.
74
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
e.
een bouwhoogte tot 2 m boven de nok ten behoeve van kleinschalige windturbines op bebouwing, mits: 1. geen afbreuk wordt gedaan aan de karakteristiek van het buitengebied; 2. het geen cultuurhistorische bebouwing betreft.
3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Aantal agrarische bedrijven Per bouwvlak mag ten hoogste één agrarisch bedrijf worden gevestigd. 3.5.2 Verbod gebruik Het is verboden de gronden en/of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor: a. horeca; b. detailhandel; 3.5.3 Verbod beplanting Het is verboden om buiten een bouwvlak bomen of andere houtopstanden te planten of te hebben met uitzondering van één gebiedseigen boom per kavel. 3.5.4 Verbod oppervlakteverharding Het is verboden buiten een bouwvlak oppervlakteverharding aan te brengen met een oppervlakte van meer dan 200 m2. 3.5.5 Uitsluiten veestallen Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - veestallen uitgesloten' is het bedrijfsmatig houden van vee niet toegestaan. 3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Bed & Breakfast Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.5.2 onder a ten behoeve van Bed & Breakfast in de bedrijfswoning onder de voorwaarde dat: a. de functie maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de bedrijfswoning mag beslaan; b. parkeren op eigen terrein plaatsvindt, bij voorkeur uit het zicht vanaf de weg; c. geen onevenredige inbreuk op de privacy van omwonenden plaatsvindt; d.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beleidsdoelstellingen met betrekking tot de landschappelijke en/of natuurwaarden van het gebied waarop de wijziging betrekking heeft; e. alvorens over de ontheffing te beslissen winnen burgemeester en wethouders advies in bij de verkeersadviseur bij de regiopolitie over de veiligheid van de verkeerssituatie ter plaatse. 3.6.2 Zelfgeproduceerde en streekeigen producten Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.5.2 ten behoeve van detailhandel in zelfgemaakte, bewerkte, gekweekte of geteelde agrarische producten en detailhandel in agrarische streekproducten, onder de voorwaarde dat: a. de functie maximaal 20% van de vloeroppervlakte van de totale bebouwing mag beslaan; b. parkeren op eigen terrein plaatsvindt, bij voorkeur uit het zicht vanaf de weg; c. geen onevenredige inbreuk op de privacy van omwonenden plaatsvindt; d. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beleidsdoelstellingen met betrekking tot de landschappelijke en/of natuurwaarden van het gebied waarop de wijziging betrekking heeft. e. alvorens over de ontheffing te beslissen winnen burgemeester en wethouders advies in bij de verkeersadviseur bij de regiopolitie over de veiligheid van de verkeerssituatie ter plaatse.
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
75
3.6.3 Kamperen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.1.1 ten behoeve van het plaatsen van kampeermiddelen buiten het bouwvlak onder de voorwaarde dat: a. plaatsing binnen het bouwvlak vanwege de bedrijfsvoering of de bebouwing binnen het bouwvlak niet mogelijk is en; b. de kampeermiddelen direct aansluitend aan het bouwvlak en niet verder dan 30 m van de bestaande bebouwing worden geplaatst. 3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.7.1 Verboden Het is verboden buiten het bouwvlak de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders: a. het aanleggen van waterbassins en mestbassins; b. het vellen of rooien van houtopstanden waaronder (hoogstam)boomgaarden of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van de houtopstanden ter gevolge kunnen hebben; c. het dempen, graven en vergraven van watergangen, hieronder het aanleggen van dammen en bruggen mede begrepen; d. het scheuren van grasland ten behoeve van de permanente omzetting in bouwland; e. het benutten van gronden ten behoeve van de teelt van ruwvoedergewassen; f.
de aanleg van verharde wandel-, fiets-, en kavelpaden; g. het bebossen of inplanten op gronden die op het tijdstip van rechtskracht verkrijgen van het plan niet bebost of ingeplant waren; h. ter plaatse van de aanduiding 'afdeklaag' tevens het verrichten van grondwerkzaamheden, inclusief het inplanten van gewassen om bomen, die een aantasting van de afdeklaag betekenen; i. ter plaatse van de aanduiding 'landschapstuin' het aanbrengen van oppervlakteverharding. 3.7.2 Uitzondering Het in lid 3.7.1 van dit artikel vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, welke uit een oogpunt van te beschermen belangen van ondergeschikte betekenis zijn. 3.7.3 Toelaatbaar De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 3.7.1 sub a, b, c en e zijn slechts toelaatbaar, indien door de uit te voeren werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke of cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige belangen van de gronden; 3.7.4 Advies landschapsdeskundige Burgemeester en wethouders winnen ten behoeve van de beoordeling van de toelaatbaarheid van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in lid 3.7.3 advies in bij een landschapsdeskundige.
3.7.5 Advies waterbeheerder Burgemeester en wethouders winnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in lid 3.7.3 voor zover het gaat om werkzaamheden zoals bedoeld in lid 3.7.1 onder c advies in bij de waterbeheerder.
76
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
3.8 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op: het wijzigen van de situering van de bouwgrens dan wel het uitbreiden van de oppervlakte van een bouwvlak tot een oppervlakte van ten hoogste 1,5 ha, indien zulks voor een doelmatige bedrijfsuitoefening noodzakelijk is. Met betrekking tot de uitbreiding van bouwvlakken wordt uitsluitend medewerking verleend, indien: a. is aangetoond, dat de continuïteit van de bedrijfsvoering de uitbreiding noodzakelijk maakt; b. de uitbreiding qua oppervlakte van het bouwvlak wordt afgestemd op de gewenste/noodzakelijke bedrijfsomvang; c. door de uitbreiding geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van in de nabijheid gelegen bestaande agrarische bedrijven, onder meer door het aanhouden van, mede uit een oogpunt van milieuhygiëne, voldoende afstand tussen bouwvlakken van twee afzonderlijke bedrijven. d. door de uitbreiding geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de binnen de voor de onderscheiden gebiedsbestemmingen gegeven beleidsdoelstellingen met betrekking tot de waarden van het gebied waarbinnen het bouwvlak wordt gesitueerd. In dit kader kunnen zo nodig nadere voorwaarden worden gesteld aan onder meer de situering van bebouwing; e.
in overleg met het waterschap zorg wordt gedragen voor voldoende watercompensatie; uitgangspunt daarbij is dat minimaal 10% van de oppervlakte waarmee het bouwvlak wordt uitgebreid wordt gecompenseerd in de vorm van open water; f. het geen bouwvlak betreft ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voormalig agrarisch bedrijf'. Alvorens toepassing te geven aan deze bepaling (a tot en met c, 1 tot en met 6) winnen burgemeester en wethouders met betrekking tot de noodzaak/doelmatigheid schriftelijk advies in bij een agrarisch deskundige;
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
77
Artikel 4
Wonen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen. 4.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. binnen ieder bestemmingsvlak mag één vrijstaande woning worden gebouwd; b. de woning dient te worden gebouwd binnen het bouwvlak; c. de inhoud van een woning mag niet meer dan 650 m 3 bedragen; d. in geval van herbouw van een woning dient de woning op dezelfde plaats te worden teruggebouwd; e. in afwijking van het bepaalde onder c geldt dat voormalige agrarische bedrijfswoningen en een aangebouwde voormalig agrarische bedrijfsruimte mag worden verbouwd tot woonruimte als uitbreiding van de bestaande woning, op voorwaarde dat daardoor de aard van de woning (boerderij) niet in onevenredige mate wordt aangetast; f. de goothoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 4,5 m; g. de bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 10 m; h. bij iedere woning mogen bijgebouwen worden opgericht, waarbij: 1. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3 m; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m; 3. de gezamenlijk oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m²; 4. de afstand van de bijgebouwen tot de woning niet meer dan 20 m mag bedragen; 5. de bijgebouwen uitsluitend achter de (verlengde) voorgevel van de woning mogen worden gebouwd; 6.
de afstand van de bebouwing tot de bestemmingsgrens minimaal 3 m dient te bedragen; i. voor zover de maatvoering van een woning als bedoeld onder c en e ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan reeds meer bedroeg, geldt de bestaande maatvoering als maximum; j. bij iedere woning mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht, waarbij: 1. de hoogte maximaal 1 m mag bedragen indien deze worden geplaatst voor (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de voorgevel van de woning; 2. de hoogte maximaal 2 m mag bedragen indien deze worden geplaatst achter (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de voorgevel van de woning. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan: a. de plaatsing van bijgebouwen bij woningen, waarbij geëist kan worden, dat: 1. deze worden opgericht op een afstand van ten minste 3 m achter de lijn, welke kan worden getrokken in het verlengde van de voorgevel van de woning; 2. deze worden opgericht achter de lijn, welke kan worden getrokken in het verlengde van de achtergevel. 4.4 Afwijken van de bouwregels 4.4.1 Andere situering Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 4.2 onder b en d ten behoeve van een andere situering van de woning op het perceel mits: a.
de situering van de woning met maximaal 10 m mag worden gewijzigd ten opzichte van de oorspronkelijke woning b. de nieuwe situering vanuit stedenbouwkundig of milieuhygiënisch oogpunt of om redenen van algemeen belang gewenst of toelaatbaar is;
78
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
c. d. e. f.
geen afbreuk wordt gedaan aan de gebiedseigen waarden en de stedenbouwkundige structuur in de directe omgeving; voldaan wordt aan de Wet geluidhinder; advies wordt gevraagd bij een ter zake deskundige; de afstand van de woning tot de zijdelingse perceelsgrenzen dan wel de insteek van een gemeenschappelijke sloot ten minste 5 m bedraagt.
4.4.2 Paardenbak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 4.2 ten behoeve van het realiseren van een paardenbak ten behoeve van hobbymatige paardenhouderij, onder de voorwaarde dat: a. maximaal 1 paardenbak per woning wordt gerealiseerd; b. de paardenbak als volgt wordt gesitueerd: 1. achter het hoofdgebouw; 2. tenminste 20 m uit de rand van de weg; 3. tenminste 1,5 m uit de slootranden; 4. maximaal 50 m achter de bestaande bebouwing; 5. minimaal 25 m van woningen van derden; c. de omvang van de paardenbak niet meer bedraagt dan 20 m bij 40 m; d. de hoogte van een hek rondom een paardenbak niet meer bedraagt dan 1,50 m; e. indien de paardenbak vanaf de weg zichtbaar is, afschermende gebiedseigen beplanting wordt aangebracht, mits hierdoor geen doorbreking plaatsvindt van bestaande zichtlijnen op het open weidegebied; f. de paardenbak wordt voorzien van waterdoorlatend bodemmateriaal; g. er geen verlichting wordt gerealiseerd bij de paardenbak; h. er geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en woonkwaliteit van aangrenzende en overige nabij gelegen gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken plaatsvindt, een en ander met in achtneming van de Wet geurhinder en veehouderij.
4.4.3 Oppervlakte aan bijgebouwen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 4.2 onder h voor zover het de vernieuwing van bijgebouwen betreft waarbij tegelijk minimaal 50% van het teveel aan m3's aan bijgebouwen wordt gesloopt. 4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Aantal wooneenheden a. Per woning mag maximaal één wooneenheid wordt gevestigd. 4.5.2 Beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten a. Het gedeeltelijk gebruik van een woning inclusief aangebouwd bijgebouw voor de uitoefening van beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning (inclusief aangebouwd bijgebouw) tot een maximum van 30 m2; 2. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; 3. detailhandel, anders dan productiegebonden detailhandel, is niet toegestaan; 4. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. b. het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of laten gebruiken ten behoeve van horeca.
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
79
4.5.3 Voorwaardelijke verplichting sloop Een omgevingsvergunning voor de (ver)bouw van de woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' kan pas worden verleend nadat de bouwwerken conform de tekening in Bijlage 1 Sloopkaart van deze regels zijn gesloopt. 4.6 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 4.5.2 onder b ten behoeve van de vestiging van bed & breakfast of een museum onder de voorwaarde dat: a. de woonfunctie op het perceel gehandhaafd blijft; b. de functie maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woning en aan- en bijgebouwen mag beslaan; c. parkeren op eigen terrein plaats vindt, bij voorkeur uit het zicht vanaf de weg; d. geen onevenredige inbreuk op de privacy van omwonende plaatsvindt; e. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beleidsdoelstellingen met betrekking tot de landschappelijke en/of natuurwaarden van het gebied waarop de wijziging betrekking heeft; f. alvorens over de ontheffing te beslissen winnen burgemeester en wethouders advies in bij de verkeersadviseur bij de regiopolitie over de veiligheid van de verkeerssituatie ter plaatse.
80
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
Artikel 5
Waarde - Archeologie 5
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van te verwachten archeologische waarden in verband met Holoceen afgedekt rivierenlandschap en stroomgordels Graaf riviersysteem, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 5.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 5.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels. 5.2.1 Verbod Het is verboden te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie 5' mede bestemde gronden. 5.2.2 Uitzonderingen Het in lid 5.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a. gronden waarvan uit documenten blijkt dat de archeologische waarden reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 1,5 meter onder het bestaande maaiveld, hetgeen wordt getoetst door een archeologisch deskundige, of; b. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter, of; c. bebouwing waarvan de diepte niet meer bedraagt dan 1,5 meter onder het bestaande maaiveld en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; d. bebouwing waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 2.500 m² en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; e.
de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid. 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 5.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften als bedoeld in lid 5.3.2 aan de vergunning. 5.3.2 Beperkingen Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.1 onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
81
5.3.3 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 5.4 Omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verbod Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 5.1 de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag: a. de bodem met meer dan 1 meter op te hogen boven het bestaande maaiveld; b. het verwijderen van funderingen; c. het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; d. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren; e. het aanleggen van drainage; f. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; g. het aanbrengen van diepwortelende bomen en/of beplanting; h.
het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd; i. het veranderen van het grondwaterpeil; j. het uitvoeren van andere grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden. 5.4.2 Uitzonderingen Het in lid 5.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. worden uitgevoerd op gronden waarvan uit documenten blijkt dat de archeologische waarden reeds eerder verstoord zijn op een diepte van meer dan 1,5 meter onder het bestaande maaiveld, hetgeen wordt getoetst door een archeologisch deskundige, of; b. het archeologisch onderzoek betreffen, of; c. een diepte hebben van niet meer dan 1,5 meter onder het bestaande maaiveld, of; d. een gezamenlijke oppervlakte hebben van niet meer dan 2.500 m², of; e. het normale onderhoud en beheer betreffen, of; f. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; g. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 5.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b.
op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden als gevolg van de werken of werkzaamheden niet worden verstoord, of; c. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd middels het verbinden van voorschriften als bedoeld in lid 5.4.4 aan de vergunning.
82
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
5.4.4 Beperkingen Aan de vergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 kunnen in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem worden behouden; of b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 5.4.5 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 wint zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven
83
Artikel 6
Waarde - Cultuurhistorie 1
6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 1' aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud en/of de versterking van de aanwezige structuren en objecten met een hoge cultuurhistorische waardering te onderscheiden in: d. de historische gelaagdheid van het gebied; e. de aanwezigheid van historische materialen, constructies en structuren; f. de externe structuren van gebouwen en gebieden; g. stedenbouwkundige ensembles en infrastructuur. 6.1.2 Bescherming waardevolle elementen Met betrekking tot de gronden als bedoeld in lid 6.1.1 geldt dat het realiseren van de krachtens dit plan op gronden in het plangebied gelegde bestemmingen niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de waardevolle structuren en objecten met een hoge cultuurhistorische waardering. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: h. behoud gaat voor vernieuwen; i. authentiek materiaal gebruik bij vervanging; j. behoud van de oorspronkelijke hoofdvormen; k. behoud van onderliggende structuren 6.1.3 Andere bestemmingen Voor zover de in 6.1.1 bedoelde gronden tevens zijn aangewezen voor (een) andere daar voorkomende bestemming(en) is daarbij het bepaalde in de regels, behorende bij de desbetreffende bestemming(en) secundair van toepassing. 6.2 Bouwregels Op de gronden als bedoeld in lid 6.1.1 mag niet worden gebouwd.
6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Algemeen Het bevoegd gezag is bevoegd om bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 6.2 voor zover een bouw- of inrichtingsplan geen onevenredige afbreuk doet aan, respectievelijk strekt tot het behoud en/of de versterking van de aanwezige structuren en objecten met een hoge cultuurhistorische waardering. 6.3.2 Onderzoek Alvorens te beslissen omtrent het al dan niet afwijken van het gestelde in lid 6.2 kan aanvrager verzocht worden een bouwhistorisch of cultuurhistorisch onderzoek te overleggen, opgesteld door een deskundige, indien er onduidelijkheid bestaat over de monumentale of cultuurhistorische waarde van een bepaald onderdeel in relatie tot de ontwikkeling. 6.3.3 Advies Alvorens te beslissen omtrent het al dan niet afwijken van het gestelde in lid 6.2 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de welstands- en monumentencommissie respectievelijk een deskundige op het gebied van cultuurhistorie.
84
C.G. Roosweg 21 en 23, Schoonhoven