CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL. 2 Toelichting bestemmingsplan NL.IMRO.1931.BP2202BG055-VG01

Oordeelsvorming R&F (RZ) 4 april 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht (10 min)10.709 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen onderdeel C en D. Voor activiteiten die voldoen aan diverse criteria uit onderdeel C geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D zijn activiteiten opgenomen waarvoor een beoordeling uitgevoerd moet worden om te bepalen of er voor de betreffende activiteiten een m.e.r.-plicht geldt. De m.e.r.-beoordelingsplicht treedt in werking wanneer er sprake is van stedelijke ontwikkelingsprojecten als genoemd bijlage onder D categorie 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Dit heeft betrekking op het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van een stedelijk ontwikkelingsproject. Toetsing Deze beoordelingsplicht is voor dit bestemmingsplan niet aan de orde, omdat dit bestemmingsplan uitsluitend toeziet op een functiewijziging met een bijgebouw en paardenbak. Hierdoor wordt het plan niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in het kader van het Besluit milieueffectrapportage.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 31 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Natuur Wettelijk kader Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van toepassing. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In de Wet natuurbescherming is onder andere de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn opgenomen. Onderdeel van de wet is dat er beschermde gebieden worden aangewezen (netwerk van de zogenaamde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten) gericht op de bescherming van ongeveer 500 soorten in het wild voorkomende planten en dieren. Op provinciaal niveau hebben bepaalde natuurgebieden eveneens een beschermingsniveau toegewezen gekregen, in de vorm van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Toetsing Het plangebied is niet gelegen in een gebied wat is aangemerkt als Natura 2000- of NNN-gebied. De dichtstbijzijnde natuurgebieden (NNN) zijn gelegen op ca. 900 meter en 1.100 meter. Op een kleine 300 meter ten noorden en ten zuiden van het plangebied liggen weidevogelgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is de ‘Donkse Laagten’, gelegen op een afstand van ca. 6,5 kilometer.

Daar dit bestemmingsplan toeziet op het omzetten naar een woonbestemming opdat een paardenstal kan worden gerealiseerd en vanaf heden enkel de bouwfase niet langer meegenomen hoeft te worden in termen van stikstofuitstoot, wordt van onderhavige ontwikkeling geen toename van stikstofuitstoot verwacht. Daarom is er geen reden om een stikstofonderzoek uit te voeren.

Afbeelding 12: Planlocatie (indicatief met rode stip weergegeven) ten opzichte van de ecologische hoofdstructuur (Bron: Interactieve kaart Provincie Zuid Holland - Natuurnetwerk Nederland)

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 32 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

6.2. Natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van toepassing. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming voorgenomen activiteit betreft onder andere de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Onderdeel van de wet is dat er beschermde gebieden worden aangewezen (netwerk van de zogenaamde Natura-2000 gebieden en de Beschermde natuurmonumenten) gericht op de bescherming van ongeveer 500 soorten in het wild voorkomende planten en dieren. Beoordeling Van het toevoegen van een bijgebouw en paardenbak, welke kunnen worden gerealiseerd door de bestemmingswijziging worden bouwwerkzaamheden verwacht. Om uit te sluiten dat (beschermde) dier- en plantsoorten geen hinder ondervinden of gevaar lopen, is een quickscan ecologie3 uitgevoerd. Hieruit is geconcludeerd dat de beoogde ontwikkelingen geen negatief effect hebben op eventuele voorkomende soorten. Wel worden er struiken gerooid. Deze werkzaamheden moeten bij voorkeur buiten het broedseizoen worden uitgevoerd (het broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli) of na inspectie van een kundig ecoloog. Het betreft hier enkel het hobbymatig houden van paarden.

Hierdoor zullen niet meer dan vier paarden tegelijkertijd aanwezig zijn en worden geen paarden van derden gestald, waardoor ook geen sprake is van een verkeer aantrekkende werking. De ontwikkeling is zo kleinschalig dat dit niet voor een effect zorgt in het kader van stikstofdepositie. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels (in het kader van Algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen.

3

Blom ecologie B.V. Quickscan Wet natuurbescherming Bovenberg 66 te Bergambacht, 28 oktober 2021, bijlage 3.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 33 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Archeologie en cultuurhistorie Archeologie In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend. Dit verdrag wordt ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland of de stad waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in Nederland geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet. Vanuit de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) bestond al een verplichting om bij de voorbereiding van bestemmingsplannen alle ter zake doende belangen mee te wegen. In feite is de Wamz een concrete invulling en verbreding van deze verplichting. Sinds 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet bundelt de daarvoor bestaande wet- en regelgeving (6 wetten en regelingen) voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Het is een integrale wet die betrekking heeft op de museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Een gedeelte van de Monumentenwet 1988 is daarmee opgegaan in de Erfgoedwet.

Een ander deel zal te zijner tijd opgaan in de Omgevingswet, maar bevindt zich nu nog in het overgangsrecht. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is dat roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten in de Erfgoedwet staan, terwijl de aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet komen. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die later naar de Omgevingswet gaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt (naar verwachting in 2021). De veranderende wetgeving in de afgelopen decennia heeft gezorgd voor decentralisatie, waarmee de verantwoordelijkheid voor het opstellen en handhaven van archeologiebeleid verschoven is naar de gemeentes. Mede gelet op het geldende bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met archeologische verwachtingswaarden, wat tevens blijkt uit de Cultuur historische atlas van de provincie Zuid-Holland. Uit de Cultuur historische atlas blijkt dat onderhavig plangebied gedeeltelijk binnen een zogeheten ‘Polderlint, voor 1850’-nederzetting is gelegen. Dit polderlint wordt archeologisch gekwalificeerd als ‘zeer hoge waarde’ (zie tevens afbeelding 12).

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 34 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Afbeelding 13: Cultuur historische atlas, plangebied indicatief blauw omlijnd (Bron: Viewer Provincie Zuid-Holland)

Toetsing Op het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Voor het meest noordwestelijke gedeelte geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’. De beoogde paardenstal zal worden gerealiseerd ter plaatse waar de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ geldt. Hier geldt dat de archeologische bestemming voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemmingen. Het is verboden om hier te bouwen of te laten bouwen, tenzij het bebouwing is waarvan de diepte minder bedraagt dan 30 centimeter onder het maaiveld of de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m2. Daar de beoogde plannen de vrijstellingsgrens van 30 centimeter onder het maaiveld en 100 m2 aan oppervlakte overschrijdt, is een archeologisch onderzoek benodigd. In eerste instantie is een archeologisch bureauonderzoek4 uitgevoerd. Uit het bureauonderzoek blijkt dat voor het aantreffen van archeologische resten in het plangebied een hoge verwachting geldt voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd, een middelhoge verwachting voor de periode Laat-Mesolithicum – Bronstijd, en een lage verwachting voor de overige periodes. Hoewel er altijd een kans bestaat dat relevante archeologische lagen (ten dele) niet meer aanwezig zijn, of (ten dele) niet worden bedreigd door de geplande ontgravingen, is de bodemopbouw op basis van bureauonderzoek alleen niet vast te stellen.

Hetzelfde geldt voor de aard en mate van eventuele bodemverstoringen.

4

Rubicon Erfgoed, Archeologisch bureauonderzoek Bovenberg 66, Bergambacht (gemeente Krimpenerwaard), 18 oktober 2021, bijlage 4.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 35 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Op basis van dit bureauonderzoek wordt daarom geadviseerd om de archeologische verwachting uit dit bureauonderzoek in het veld te toetsen, door de opbouw en aard en mate van intactheid van de bodem vast te stellen middels een verkennend booronderzoek in het gehele plangebied. Er heeft dan ook een verkennend booronderzoek 5plaatsgevonden. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied voor alle perioden een lage verwachting geldt voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Er wordt dan ook geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. De gemeente is meegegaan in bovenstaand advies. Cultuurhistorie De gemeente Krimpenerwaard hanteert in haar bestemmingsplan de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - monument’. Ter plaatse zijn de gronden medebestemd voor het behoud van de monumentale waardevolle bebouwing. De bebouwing betreft een voormalig boerderij uit 1840. Toetsing Daar het pand op onderhavig plangebied medebestemd is voor ‘Monument, dienen deze waarden behouden te blijven. De functiewijziging van het perceel en de realisatie van het bijgebouw hebben echter geen invloed op de bestaande monumentale woning. De cultuurhistorische waarden komen hierdoor niet in het geding.

5

ADC Archeoprojecten, Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, 20 juli 2022, bijlage 5.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 36 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Juridische planopzet Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat de verbeelding en regels te allen tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover er regels aan deze aanduidingen zijn gekoppeld. Soms heeft een aanduiding dus juridisch gezien geen enkele betekenis en is deze uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van de bestemmingsplanherziening. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken.

Voor de regels en verbeelding in dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de regeling zoals die voor de omliggende gronden geldt in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’. De enkelbestemming 'Wonen' wordt van toepassing en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2 en ‘Waarde – Archeologie 3’ blijven van toepassing, tenzij archeologisch onderzoek anders uitwijst. Tevens is de gebiedsaanduiding ‘ruwvoederteelt’ weer opgenomen en na overleg met Oasen is de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – boringsvrije zone ’ opgenomen. Eenzelfde geldt voor de reeds bestaande functieaanduiding en bouwaanduiding. De regeling uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ is - voor zover van toepassing - integraal overgenomen. Toelichting De toelichting heeft géén juridisch bindende werking, maar vervult een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter geen rechtstreeks bindende werking voor burgers.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 37 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid In artikel 3.1.6, sub i van het Besluit ruimtelijke ordening is vastgelegd dat inzicht gegeven moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkeling die concreet mogelijk wordt gemaakt met dit plan moet (economisch) uitvoerbaar zijn en kunnen worden gerealiseerd. Het kostenverhaal is geregeld middels de legesverordening Krimpenerwaard 2022 (art. 2.8.1) en er is een planschadeverhaalsovereenkomst getekend. Het onderhavige plan betreft een particuliere ontwikkeling op eigen grond van de initiatiefnemer. De uitvoering komt niet ten laste van de publieke middelen. Er zijn geen gemeentelijke kosten aan verbonden. Vanuit dit oogpunt bezien wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht. Overige gemeentelijke kosten kunnen in rekening worden gebracht via een anterieure overeenkomst en op grond van de Legesverordening. Vooralsnog wordt geen rekening gehouden met een planschaderisico. Eventuele planschade voortvloeiend uit de realisering van onderhavig plan, zal door middel van het sluiten van een overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer van het plan worden afgedekt. Zo er planologisch nadeel aanwezig is, zal dit door middel van een dergelijke overeenkomst onder de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer worden gebracht. Hiermee is voldoende verzekerd dat het plan uitvoerbaar is.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Het ontwerpbestemmingsplan zal ter visie worden gelegd, waardoor ieder in de gelegenheid wordt gesteld een reactie in te dienen op het plan. De directe buren van Bovenberg 66 zijn op de hoogte van de plannen. Wettelijk vooroverleg Het bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) middels een e-formulier aangemeld bij de provincie Zuid-Holland en toegezonden aan het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Er zijn geen provinciale belangen betrokken bij het plan aldus de provincie Zuid-Holland, dus het plan hoeft niet aan de provincie toegestuurd te worden. Het Hoogheemraadschap merkt op dat het plan geen nadelige invloed heeft op het watersysteem, maar heeft gevraagd wel het nieuwe waterbeheerprogramma op te nemen in de toelichting. Het hoogheemraadschap heeft daarom geen bezwaar tegen de vaststelling van het plan.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 38 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan wordt zes weken ter visie gelegd. Het ontwerp bestemmingsplan heeft van23 november 2022 tot en met 4 januari 2023 (zes weken) ter visie gelegen. Bekendmaking heeft plaatsgevonden via de Staatscourant, de gemeentelijke website en de lokale nieuwskrant. Er is 1 zienswijze ontvangen. In de Nota van beantwoording zienswijze (bijlage 6) is een samenvatting opgenomen van de zienswijze en is de zienswijze voorzien van een beantwoording. Na vaststelling van het bestemmingsplan worden de bijbehorende stukken nog eens 6 weken ter visie gelegd.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 39 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Bijlagen 1) Adromi Group, Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Bovenberg 66 te Bergambacht, 18 november 2021 2) Adromi Group, Nader onderzoek Bovenberg 66 te Bergambacht, 2 september 2022 3) Blom ecologie B.V. Quickscan Wet natuurbescherming Bovenberg 66 te Bergambacht, 28 oktober 2021 4) Rubicon Erfgoed, Archeologisch bureauonderzoek Bovenberg 66, Bergambacht (gemeente Krimpenerwaard), 18 oktober 2021 5) ADC Archeoprojecten, Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, 20 juli 2022 6) Gemeente Krimpenerwaard, Nota van beantwoording zienswijze, 11 januari 2023

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 40 van 40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=1909f64c-c4e1-4a63-b8cf-d874d27e3603