CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL. 2 Toelichting bestemmingsplan NL.IMRO.1931.BP2202BG055-VG01

Oordeelsvorming R&F (RZ) 4 april 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht (10 min)10.709 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht Gemeente Krimpenerwaard

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht Gemeente Krimpenerwaard

Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481

Kenmerk: Status: Datum: Auteur: Geaccordeerd:

R202164/2204 Vastgesteld 18-4-2023 S.P. van Werven S. Zonneveld

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Inhoudsopgave Inleiding ........................................................................................................................................... 5 Aanleiding en doel ................................................................................................................... 5 Locatie plangebied ................................................................................................................... 5 Geldend bestemmingsplan ...................................................................................................... 5 Leeswijzer ................................................................................................................................ 7 Planbeschrijving ............................................................................................................................... 8 Bestaande situatie ................................................................................................................... 8 Beoogde situatie ...................................................................................................................... 8 Beleidskaders .................................................................................................................................

13 Algemeen ............................................................................................................................... 13 Rijksbeleid .............................................................................................................................. 13 Provinciaal beleid: Zuid-Holland............................................................................................. 14 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 18 Water ............................................................................................................................................. 20 4.1.

Kader...................................................................................................................................... 20

Sectorale milieuaspecten ............................................................................................................... 22 5.1.

Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 22

5.2.

Geluid..................................................................................................................................... 23

5.3.

Geurhinder............................................................................................................................. 24

5.4.

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 25

5.5.

Externe veiligheid .................................................................................................................. 26

5.6.

Bodem.................................................................................................................................... 28

5.7.

Duurzaamheid........................................................................................................................ 31

5.8.

Besluit milieueffectrapportage .............................................................................................. 31

Natuur............................................................................................................................................ 32 Wettelijk kader ...................................................................................................................... 32 6.2.

Natuurbescherming ............................................................................................................... 33

Archeologie en cultuurhistorie ...................................................................................................... 34 Archeologie ............................................................................................................................ 34 Cultuurhistorie ....................................................................................................................... 36 Juridische planopzet ...................................................................................................................... 37 Uitvoerbaarheid ............................................................................................................................. 38

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 3 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 38 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................ 38 Bijlagen .................................................................................................................................................. 40

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 4 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Inleiding Aanleiding en doel Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel gelegen aan de Bovenberg 66 in Bergambacht in de gemeente Krimpenerwaard. Op dit perceel zijn momenteel een woning in een voormalige boerderij, en graslanden voor agrarische doeleinden aanwezig. Op de locatie van onderhavig perceel geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’, vastgesteld op 13 december 2011. Hierbij is het gehele perceel bestemd als ‘Agrarisch met waarden’. De eigenaar van het perceel is voornemens om op het perceel een bijgebouw op te richten ten behoeve van een garage, paardenstal en berging. Op basis van het huidige bestemmingsplan is dit niet toegelaten. Voor de beoogde ontwikkeling wordt daarom een (postzegel)bestemmingsplan opgesteld. De gemeente heeft aangegeven in principe bereid te zijn medewerking te verlenen aan onderhavige ontwikkeling. Locatie plangebied Het plangebied, kadastraal bekend als B4660, B4661 en B4662, is gelegen aan de lintbebouwing aan de Bovenberg, tussen de kernen van Bergambacht en Schoonhoven in de gemeente Krimpenerwaard. Aan de Bovenberg bevinden zich verschillende functies, waaronder een timmerfabriek en meerdere woningen en agrarische bedrijven.

Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Bovenberg, aan de westzijde door een perceel met aan zowel een woonbestemming alsook een agrarische bestemming en aan de oostzijde door een timmerfabriek. Aan de noordzijde bevinden zich meerdere agrarische gronden. Afbeelding 1 op de volgende pagina geeft een impressie van de omgeving van het plangebied. Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ dat op 13 december 2011 is vastgesteld door de voormalige gemeente Bergambacht (op 1 januari 2015 gefuseerd met vier omliggende gemeenten in de gemeente Krimpenerwaard). Daarnaast is op 29 januari 2019 een Parapluplan parkeren vastgesteld. Het geldende bestemmingsplan heeft betrekking op het volledige buitengebied van de voormalige gemeente Bergambacht. Het plangebied aan de Bovenberg is in het bestemmingsplan Buitengebied 2011 bestemd voor ‘Agrarisch met waarden’. Tevens is er sprake van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en voor een klein noordwestelijk gedeelte ‘Waarde – Archeologie 6’. Daarnaast gelden de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ en ‘ruwvoederteelt’. Tot slot is er een bouwvlak ingetekend met daarbij de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – voormalig agrarisch bedrijf’ en de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – monument’.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 5 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Afbeelding 1: Plangebied indicatief weergegeven met rode omlijning (bron: Google Earth)

Het oprichten van een bijgebouw ten behoeve van een paardenstal, garage en bergingen is in het huidige bestemmingsplan niet mogelijk, daar het gewenste oppervlakte niet past binnen de bestemming Agrarisch met waarden met de functieaanduiding ‘voormalig agrarisch bedrijf’. De gemeente heeft aangegeven dat zij in principe medewerking verleent aan de ontwikkeling om het bijgebouw in de gewenste vorm mogelijk te maken mits het huidige bouwvlak van het voormalige agrarische bedrijf wordt verkleind en wordt omgezet naar de bestemming Agrarisch met waarden en Wonen. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt een (postzegel)bestemmingsplan opgesteld.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 6 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Afbeelding 2: Planlocatie indicatief rood omlijnd (bron: website www.ruimtelijkeplannen.nl)

Leeswijzer In dit hoofdstuk is kort ingegaan op de aanleiding van dit bestemmingsplan en de bestemming van het plangebied. In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie en het plan beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het geldende ruimtelijke beleid van rijk, provincie en gemeente. In hoofdstuk 4 wordt aandacht besteed aan sectorale aspecten. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de mogelijkheden van milieuhinder. Hoofdstuk 6 bevat de juridische planopzet. De toelichting wordt afgesloten met de economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid van het plan, als uiteengezet in hoofdstuk 7.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 7 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Planbeschrijving Bestaande situatie In de bestaande situatie bestaat het perceel aan de Bovenberg uit een woning in een monumentale, voormalige boerderij en achterliggend grasland, waarop een agrarische bestemming rust. De oostzijde wordt begrensd door een heg, en de noord- en westzijde door een watergang. Op het perceel zelf bevinden zich tevens twee watergangen. Voorts is het zuidelijke gedeelte van het perceel tussen de woning en de weg voorzien van een tuin en een verharde ontsluiting. Het plangebied heeft een oppervlakte van 13.100 m2. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarisch gronden, woningen en een timmerfabriek.

Afbeelding 3: Plangebied bezien vanaf het zuidoosten van de Bovenberg (bron: Google Maps)

Beoogde situatie In de beoogde situatie wordt het huidige bouwvlak van het voormalige agrarische bedrijf verkleind en deels omgezet naar Agrarisch met waarden. Het voorste deel wordt permanent omgezet naar de bestemming Wonen waar een binnen de omgeving en het perceel passende oppervlakte aan bijgebouwen wordt mogelijk gemaakt. Initiatiefnemer is wel voornemens om ten noordoosten van de bestaande woning een bijgebouw op te richten ten behoeve van een paardenstal, berging en een garage. Opgemerkt wordt dat het houden van paarden in hobbymatige zin is. Dit houdt in dat maximaal 4 paarden tegelijkertijd aanwezig zijn en geen paarden van derden gestald zullen worden. Het bijgebouw zal een oppervlakte krijgen van 168 m2, met een aangebouwde overkapping van 64 m2. De goothoogte bedraagt 2,6 meter en de nokken bedragen 6,5 en 7 meter.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 8 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

In het verleden zijn enkele vervallen en overbodige bijgebouwen gesloopt. Deze bijgebouwen hadden een totale oppervlakte van 512 m². Hiervoor wordt nu een bijgebouw van 168 m2 + 64 m2 overkapping voor teruggeplaatst. Hier is dus geen sprake van een toename in bebouwing.

Figuur 4: De in het verleden verwijderde bijgebouwen (bron: initiatiefnemer)

Omdat het hoofdgebouw op het perceel een fors gebouw is, met daarnaast de status van een monument is de keuze gemaakt om één wat groter bijgebouw te realiseren zodat het bijgebouw in verhouding is met het hoofdgebouw. Daarnaast is het oppervlakte aan bijgebouwen dat wordt mogelijk gemaakt passend binnen de omgeving waar aan de oostkant een bedrijf ligt met forse opstallen. Het bijgebouw zal bestaan uit hardhout, metselwerk en worden voorzien van kermische VH pannen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de kleuren antraciet, standgroen en gebroken wit. Voor een verdere detaillering wordt verwezen naar de schetsen op de volgende pagina’s. Daarnaast zal ook ten noorden, op enige afstand van de woning, een paardenbak aangelegd worden met de afmetingen van 20 bij 40 meter. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het wijzigen van de bestemming agrarisch met waarden voormalige agrarisch bedrijf naar de bestemmingen agrarisch met waarden en wonen.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 9 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Het huidige bouwvlak van het voormalige agrarische bedrijf wordt fors verkleind. Binnen de bestemming Wonen wordt een binnen de omgeving passende oppervlakte aan bijgebouwen mogelijk gemaakt.

Afbeelding 5: Schets van beoogde invulling van het perceel aan de Bovenberg (bron: initiatiefnemer)

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 10 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Afbeelding 6: Vooraanzicht bijgebouw vanuit zuidzijde inclusief hoogte-afmetingen. (Bron: La Piazza)

Afbeelding 7: Doorsnede bijgebouw inclusief hoogte-afmetingen. (Bron: La Piazza)

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 11 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Afbeelding 8: Zijaanzicht oost (boven) en west (beneden). (Bron: La Piazza)

Verkeer en parkeren Het plan voorziet in het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming. Directe aanleiding hiervoor vormt het plan om een bijgebouw te realiseren. In de huidige situatie is sprake van een agrarische bedrijfsbestemming met bedrijfswoning. Op grond van deze bestemming dient rekening te worden gehouden met het nodige verkeer, ook van zwaar (agrarisch) verkeer. Door transformatie van de locatie naar een woonbestemming behoeft geen rekening meer te worden gehouden met een dergelijke verkeersgeneratie. Er zal enkel sprake zijn van verkeer van en naar de aanwezige woning. Net als in de huidige situatie kan op eigen terrein in de parkeerbehoefte worden voorzien.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 12 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Beleidskaders Algemeen In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid. Het rijksbeleid uit de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) wordt in de eerste paragrafen beschreven. Voor het provinciaal beleid wordt gebruik gemaakt van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (WRO). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk.

Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bovenstaande vergt een goed samenspel tussen Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten, maar ook tussen overheden en bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. We spreken hier over ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. Voorliggend plan is te kleinschalig om van invloed te zijn op het beleid genoemd in de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en sinds die tijd enkele malen herzien.

In de geconsolideerde versie van het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van: a) Rijksvaarwegen; b) Project Mainportontwikkeling Rotterdam; c) Kustfundament; d) Grote rivieren; e) Waddenzee en waddengebied; Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 13 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

f) Defensie; g) Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; h) Elektriciteitsvoorziening; i) Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; j) Natuurnetwerk Nederland; k) Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; l) IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); m) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; n) Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het plan heeft geen gevolgen voor de ruimtelijke belangen welke in het Barro zijn benoemd. Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij de laddersystematiek is gewijzigd. Doelstelling blijft een optimale benutting van ruimte in stedelijke gebieden en ondersteuning van gemeenten en provincies in de vraaggerichte programmering. Dat wil zeggen dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren aan de hand van behoefte in de regio, beschikbare ruimte binnen bestaand stedelijk gebied en een multimodale ontsluiting. Deze vraaggerichte programmering heeft als doel de nodige groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en regio’s waar sprake is van krimp leefbaar te houden. Ruimte dient zorgvuldig te worden benut en over programmering moet worden voorkomen.

De ontwikkeling waar dit bestemmingsplan in voorziet, heeft betrekking op het planologisch wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ naar ‘Wonen’, opdat het mogelijk wordt om een bijgebouw op te richten. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de ladder voor duurzame verstedelijking, omdat met de beoogde ontwikkeling slechts een bijgebouw wordt gerealiseerd op gronden waarop reeds de nodige bebouwing en verharding is toegestaan. Los hiervan is van belang dat het bijgebouw enkel ter plaatse kan voorzien in de behoefte aan een bijgebouw bij de monumentale woning. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de uitgangspunten van de ladder. Provinciaal beleid: Zuid-Holland Het provinciale ruimtelijke beleid is vervat in de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Dit beleid is vastgesteld op 20 februari 2020 en nadien geactualiseerd op 1 juli 2020. De geconsolideerde versie is van 7 augustus 2021. Omgevingsvisie Zuid-Holland Met de Omgevingsvisie anticipeert de provincie op het in werking treden van de Omgevingswet. In de nieuwe Omgevingsvisie is het volledige omgevingsbeleid van de provincie vervat, zoals de Omgevingswet ook zal voorschrijven. In de Omgevingsvisie worden de huidige beleidsplannen in één document verenigd:

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 14 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

-

de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb).

De provincie Zuid-Holland kiest hierbij voor een opgavegerichte aanpak, waarbij steeds samenhangende beleidsonderdelen worden vernieuwd waar dat nodig is. Het provinciale omgevingsbeleid is dus geen statisch (eind)document, maar een document waarmee voortdurend de dialoog wordt gezocht met de diverse ruimtelijke actoren: altijd klaar, maar nooit af. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit, waarbij Zuid-Holland slimmer, groener en sterker dient te worden. De visie geeft aan dat de economie van Zuid-Holland is gebaseerd op fossiele brandstoffen. De provincie zet in op verduurzaming van energieopwekking uit hernieuwbare bronnen. De visie geeft daarnaast aan dat de provincie moet inspelen op de gevolgen van de klimaatverandering, niet in de laatste plaats de te verwachten stijging van de zeespiegel. Daarnaast staat de provincie de komende decennia ook voor de vergrijzing als (tijdelijke) demografische verandering. De provincie wil daarbij ontwikkelingen samen met andere partijen oppakken, waarbij de volgende sturingsprincipes worden gehanteerd: Gebiedsgericht: De provincie komt met elk gebied tot een aanpak op maat. Zuid-Holland bestaat uit verschillende gebieden met elk hun eigen opgaven. Specifieke opgaven ontstaan in interactie met de omgeving.

Die specifieke opgaven vragen elk om hun eigen vorm van sturing. Uitgaan van passend schaalniveau: De provincie vormt allianties op het schaalniveau van de specifieke opgave. Allianties op verschillende niveaus zijn nodig. De provincie werkt met partners op lokaal, regionaal, provinciaal en landsdeelniveau en kijkt waar nodig ook over landsgrenzen heen. Ruimte voor differentiatie: Waar mogelijk gaan integrale maatwerkoplossingen boven generieke regels. Dat gebeurt alleen als per saldo sprake is van voldoende positieve ontwikkeling. De provincie wil ruimte laten voor verschil, experimenten toelaten, maatwerkoplossingen zoeken en omgaan met onzekerheid. De provincie heeft zes richtinggevende ambities geformuleerd in de fysieke leefomgeving. Door in te zetten op de zes ambities wordt bijgedragen aan het sterker maken van Zuid-Holland. Deze ambities zijn: -

Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool;

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 15 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

-

Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Toetsing plangebied Onderhavige ontwikkeling is niet in strijd met het de benoemde punten uit de omgevingsvisie. Met onderhavige kleinschalige ontwikkeling, passend in de bebouwing en functies aan het lint tussen Bergambacht en Schoonhoven, wordt daarnaast een aantrekkelijke leefomgeving gefaciliteerd. Voor wat betreft het perceel aan Bovenberg 66 is relevant dat het perceel reeds in eigendom van de bewoner van de woning op het perceel, welke tevens de initiatiefnemer is van onderhavig plan. Omgevingsverordening Zuid-Holland - Koers 2020 (ontwerp) Op 6 oktober 2020 is het ontwerp verschenen van de Omgevingsverordening Zuid-Holland - Koers 2020, welke is herzien op 23 juni 2021. In deze aanpassing van de omgevingsverordening wordt, voor zover relevant voor onderhavig plan, in artikel 6.50 voorgeschreven dat aandacht moet worden besteed aan de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering. Hierbij worden specifiek de aspecten wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte benoemd. Toetsing plangebied In onderhavige situatie is sprake van een functieverandering en het oprichten van een bijgebouw. De ontwikkeling is daarnaast dermate kleinschalig dat dit niet zal leiden tot afbreuk van het klimaatbestendige karakter van het perceel.

Het hemelwater kan direct infiltreren in de bodem en verder afwateren in de richting van de omliggende sloten op en naast het perceel. Het overstromingsrisico ter plaatse voldoet aan de normen die het waterschap hierbij in acht neemt. Gelet op de ligging en het geringe hoogteverschil ter plaatse zal er in geval van een overstroming enige tijd zijn om te ontvluchten. Overig Provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsbeleid vier provinciale milieubelangen. Hieronder leest u welke dit zijn en hoe de voorgenomen ontwikkeling zich verhoudt tot deze belangen: - Bescherming van stiltegebieden De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op de rand van het stiltegebied ‘Krimpenerwaard – Alblasserwaard’. Blijkens de notitie ‘Stiltegebieden in Zuid-Holland’ van 8 maart 2017 is het ruimtelijk beleid van het Rijk gericht op het tegengaan of beperken van ontwikkelingen van verstedelijking in het landelijke gebied. Van rijkswege is de eis gesteld dat ten behoeve van de besluitvorming voor stedelijke ontwikkelingen de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast. Een aantal gebieden in deze provincie wordt extra beschermd: de beschermingscategorieën. De meeste bescherming is toegekend aan gebieden van beschermingscategorie 1 en heeft betrekking op gebieden van bijzondere kwaliteit.

Het gaat om gebieden met hoge en specifieke natuurwaarden die een belangrijke bijdrage leveren aan de Europese biodiversiteit. Daarnaast gaat het om de cultuurhistorische kroonjuwelen.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 16 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Zoals te zien is op afbeelding 8, bevindt onderhavig plangebied zich niet in een gebied waarop een beschermingscategorie 1 van toepassing is. Voorts is de ladder van duurzame verstedelijk toegepast in paragraaf 3.2.3, waar werd vastgesteld dat onderhavige ontwikkeling dermate gering is dat zij niet kwalificeert als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Afbeelding 9: Beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit. Plangebied indicatief voorzien van rode stip. (Bron: Provincie Zuid-Holland)

- Windenergie stimuleren De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een plaatsingsgebied voor windmolens. - Beschermen bedrijventerreinen voor Hogere Milieu Categorie-bedrijven De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een HMC-bedrijventerrein. Afname van HMC-locaties is derhalve niet aan de orde. - Beschermen van grote groepen mensen De voorgenomen ontwikkeling is niet gelegen in een invloedsgebied Groepsrisico van een EV-relevante risicobron.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 17 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Gemeentelijk beleid Ontwerp Omgevingsvisie Krimpenerwaard De basis voor het gemeentelijk beleid van de gemeente Krimpenerwaard is gelegd in de Omgevingsvisie Krimpenerwaard, welke op 24 november 2020 de status ontwerp heeft gekregen. In de Omgevingsvisie wordt benoemt hoe de gemeente naar de toekomst kijkt en wat voor opgaven, uitdagingen en doelen zij heeft. De centrale doelstelling voor Krimpenerwaard is manifesteert zich als een ‘Toekomstgerichte gemeente met vitale kernen en een krachtig buitengebied’. In de dynamische gemeente zijn de kernen in verbinding met de omliggende gebieden en vervult de Krimpenerwaard een belangrijke rol binnen de regio op het gebied van duurzaamheid, biodiversiteit en ruimtelijke ontwikkeling.” De gemeente hanteert typeringen voor de verschillende gebieden. De planlocatie ligt in het gebied ‘het land van linten en het middengebied’. Dit gebied wordt gekenmerkt door veenweidegebied met een agrarisch karakter en lange bebouwingslinten. Het agrarische karakter uit zich met name in melkveehouderijen. Naast de landbouw kent het gebied veel natuurwaarden in de vorm van waterrijk gebied met ruimte voor weidevogels.

De gemeente heeft een achttal kansen voor dit gebied geformuleerd: • Verbeteren van de polders en natuurgebieden voor recreatieve mogelijkheden; • Benut en respecteer het cultuurhistorische waardevolle landschap bij toeristische ontwikkelingen; • Benut en respecteer de cultuurhistorische waarden, natuurwaarden en landschappelijke waarden bij ontwikkelingen; • Laat de inrichting van natuurgebieden het landschappelijk karakter versterken; • Verbeter de ontsluiting voor de landbouw passend in het landschap; • Combineer natuurontwikkeling, biodiversiteit en passende waterpeilen in gebieden met de grootste bodemdaling; • Maak onderscheid tussen natuurlijk ingerichte en beheerde graslanden en de landbouwkundig meer optimaal ingerichte gebieden in de buurt van de agrarische bedrijven (huiskavels); • Voormalige agrarische bebouwing benutten voor andere functies zoals kleinschalige bedrijvigheid, wonen en recreatie. Naast deze punten zijn speerpunten geformuleerd, waarbij ‘Versterken van de linten’ relevant is voor onderhavig ontwikkeling. Daar de linten belangrijk zijn voor het beeld van de Krimpenerwaard, probeert de gemeente dezen zo veel mogelijk te behouden en te versterken.

Ontwikkeling in de linten draagt bij aan het behoud van de linten, maar bij voorkeur komen nieuwe functies (zoals wonen) in bestaande (cultuurhistorische waardevolle) bebouwing of in plaats van bestaande bebouwing. Toetsing Daar een van de speerpunten uit de omgevingsvisie voor het gebied ‘Versterken van de linten’ het versterken en ontwikkelen van de linten is, sluit onderhavige ontwikkeling hier goed op aan. Niet alleen wordt middels de functiewijziging het realiseren van een paardenstal mogelijk, welke het lint versterkt, tevens past deze ontwikkeling in het landschappelijke karakter van de agrarische omgeving.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 18 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Nota ruimtelijke kwaliteit 2017 Sinds 1 januari 2017 geldt de Nota ruimtelijke kwaliteit 2017 als de welstandsnota van de gemeente Krimpenerwaard. Doel van het beleid is het toezicht op ruimtelijke kwaliteit helder onder woorden te brengen en op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Daarbij is het van belang aanvragers door middel van de nota ruimtelijk kwaliteit van tevoren op de hoogte te stellen van de aspecten die een rol spelen bij de beoordeling en bespreking van plannen. Het beleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische waarden een rol te geven bij ontwikkelingen. Toetsing Het lint langs de dijk waar het plangebied onderzoek van uitmaakt, wordt in deze nota onder een bijzonder welstandsregime gebracht, mede vanwege de combinatie van oorspronkelijke structuurelementen en de afwisselende lintbebouwing langs de dijk. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen, het gegroeid bebouwingspatroon en de cultuurhistorische bebouwing. Met voorliggende ontwikkeling wordt het hoofdgebouw (monument) niet betrokken. In de loop van de tijd zijn een aantal bijgebouwen die minder passend waren, geamoveerd (zie ook paragraaf 2.2).

Omdat het hoofdgebouw op het perceel een fors gebouw is, met daarnaast de status van een monument is de keuze gemaakt om één wat groter bijgebouw te realiseren zodat het bijgebouw in verhouding is met het hoofdgebouw. Het materiaalgebruik is/wordt tevens afgestemd met de afdeling Welstand van de gemeente. Op deze manier ontstaat een toekomstige situatie die meer recht doet aan de gebiedskenmerken van het lint en bijbehorende cultuurhistorie.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 19 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Water 4.1. Kader 4.1.1. Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015, met eventueel uitstel tot 2027. De doelstellingen worden uitgewerkt in (deel)stroomgebiedsbeheerplannen voor de Rijndelta, de Maas, de Schelde en de Eems. In deze plannen staan de ambities en maatregelen beschreven; ook de ecologische ambities worden op dit niveau geregeld. De gemeente Krimpenerwaard valt onder het stroomgebied van de Rijn. De Europese ambities en maatregelen zijn het kader (de basis) voor het nationale beleid. 4.1.2. Wettelijk kader Het Rijk, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen hebben in februari 2001 de startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw ondertekend. Deze startovereenkomst is in 2003 omgezet in het Nationaal Bestuursakkoord Water dat in juni 2008 is geactualiseerd. Hiermee hebben deze partijen elkaar gecommitteerd om een watertoets toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen.

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorts bepaald dat waterbeheerders dienen te worden geraadpleegd bij het opstellen of wijzigen van bestemmingsplannen. De watertoets is een instrument om bij alle ruimtelijke plannen en besluiten waarin waterhuishoudkundige aspecten voorkomen te toetsen of in voldoende mate rekening wordt gehouden met die aspecten. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor de waterkwantiteit (ruimte voor water, berging, infiltratie, aan- en afvoer), aandacht voor effecten op de waterkwaliteit en aandacht voor de veiligheid (overstroming). 4.1.3. Beleidskader Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard In het beleidsplan ‘Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen’ (vastgesteld door de Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard op 27 juni 2012) legt het hoogheemraadschap de ambities voor de komende jaren vast ten aanzien van het aspect water bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het waterbergingsbeleid bij ruimtelijke ontwikkelingen heeft tot doel om ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Een belangrijk ongewenst effect van verhardingstoenamen is de versnelde afvoer van neerslag. Voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorwaarden beschreven om de te verwachten effecten op het watersysteem te compenseren.

Er wordt onderscheid gemaakt in drie typen plannen: kleine, middelgrote en grote ruimtelijke ontwikkelingen. Onderstaand is per type toegelicht hoe HHSK omgaat met de typen ruimtelijke ontwikkelingen. Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 20 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

1. 2. 3.

Kleine plannen - Plannen met een verhardingstoename tot 500 m2; Middelgrote plannen - Plannen met een verhardingstoename groter dan 500 m2 en kleiner dan 10 hectare bruto planoppervlak; Grote plannen - Een plan groter dan 10 hectare bruto planoppervlak.

Voor kleine plannen geldt dat er geen compensatie noodzakelijk is, waar dit voor middelgrote en grote plannen wel het geval is. Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Schieland en de Krimpenerwaard In dit programma beschrijft het hoogheemraadschap zijn visie en ambities voor het waterbeheer. Naast de wettelijke taken heeft het hoogheemraadschap voor de periode 2022-2027 ook specifieke ambities en doelen. Deze worden in aan de hand van de volgende drie thema’s uiteengezet: 1. Een veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat. Door de omgeving aan te passen aan het veranderende klimaat blijft het mogelijk om de taken in de toekomst goed uit te voeren. Het vasthouden van regenwater kan helpen verdroging te bestrijden, de waterkwaliteit te verbeteren en wateroverlast te voorkomen. Waar nodig zullen ook dijken versterkt moeten worden. 2. Een duurzaam waterschap voor de wereld van morgen. Het hoogheemraadschap wil de eigen bijdrage aan klimaatverandering verkleinen en het hergebruik van grondstoffen vergroten. In samenwerking met andere partijen wil het hoogheemraadschap ook een bijdrage leveren aan de verbetering van de waterkwaliteit en de vergroting van de biodiversiteit. 3. Water en waterschap als onderdeel van de samenleving.

Het hoogheemraadschap staat in dienst van de gebruikers en wil vanuit die verbondenheid samen aan de wateruitdagingen werken. Tevens wil zij graag het waterbewustzijn vergroten en het versterken van participatie. Digitalisering en innovatie speelt daarbij een steeds belangrijkere rol. Toetsing De functiewijziging van het perceel aan de Bovenberg 66 en de realisatie van het bijgebouw en paardenbak valt onder de noemer ‘kleine ruimtelijke ontwikkeling’, daar het plan een verhardingstoename omvat dat kleiner is dan 500 m2 en kleiner dan 10 hectare bruto planoppervlak. Daarnaast zijn in het verleden diverse m2 aan bijgebouwen en bouwwerken gesloopt, die de oprichting van het bijgebouw verantwoorden.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 21 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Sectorale milieuaspecten Bij het opstellen van een ruimtelijk plan, dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt ruimtelijke aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van milieu. Het gaat hier om de volgende aspecten: 1. bedrijven en milieuzonering (paragraaf 5.1); 2. geluid (paragraaf 5.2); 3. geurhinder (paragraaf 5.3); 4. luchtkwaliteit (paragraaf 5.4); 5. externe veiligheid (paragraaf 5.5); 6. bodem (paragraaf 5.6); 7. duurzaamheid (paragraaf 5.7); 10. Besluit milieueffectrapportage en gezondheid (paragraaf 5.8). 5.1. Bedrijven en milieuzonering 5.1.1. Wet- en regelgeving Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). Bedrijven en Milieuzonering geeft richtafstanden per categorie en per type bedrijvigheid aan. Binnen deze richtafstanden is bij een gemiddelde bedrijfsvoering hinder van het bedrijf te verwachten.

De gegeven afstanden zijn richtafstanden en geen harde afstandsnormen en dienen als handvat om concrete situaties maatwerk te kunnen leveren. Nieuwe milieugevoelige functies nabij bestaande bedrijven In deze situatie dient primair te worden beoordeeld of hinder te verwachten is van de specifieke bestaande bedrijven. Deze beoordeling is met name gebaseerd op de Wet Milieubeheer en het bijbehorende Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarnaast zal moeten worden meegewogen of ter plaatse van de nieuwe milieugevoelige functies bij eventuele vestiging van een nieuw bedrijf op het bestaande bedrijfsperceel een probleemsituatie ontstaat. Deze afweging vindt met name plaats op basis van Bedrijven en Milieuzonering. Toetsing De beoogde ontwikkeling (het realiseren van een bijgebouw en paardenbak) omvat geen milieugevoelige functie. Het houden van paarden zal enkel op hobbymatige schaal plaatsvinden. Hierdoor zullen niet meer dan vier paarden tegelijkertijd aanwezig zijn en worden ook geen paarden van derden gestald. Derhalve zal er op het gebied van milieuzonering geen negatieve verandering plaatsvinden. De bestaande woning is immers reeds leidend en de afstand tot naastgelegen (bedrijfs)woning is meer dan 25 meter.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 22 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

De paardenbak wordt enkel gebruikt voor de training van paarden en is geen sprake van 24-uurs aanwezigheid in de paardenbak. De opslag van mest wordt op een zo groot mogelijke afstand van (bedrijfs)woningen geplaatst. Dit om enige vorm van geurhinder te voorkomen. Al met al zal de geen belemmeringen meebrengen bij de uitvoering van de bedrijvigheid. 5.2. Geluid Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met de geluidbelasting als gevolg van eventueel verkeerslawaai en industrielawaai op de geluidgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient daarnaast te worden beoordeeld of los van dit wettelijk kader een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden bereikt. 5.2.1. Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (artikel 74) zijn onder andere voor wegen in zowel binnenstedelijk als buitenstedelijk gebied formele zones met betrekking tot geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai opgenomen. Voor het stedelijk gebied bedraagt deze zone 200 meter vanaf een weg met een of twee rijstroken en 350 meter van een weg met drie of meer rijstroken. Toetsing Op de Bovenberg geldt een snelheidslimiet van 60 km/uur. Bij wegen met een maximum snelheid vanaf 50 km/uur is de Wet geluidhinder van toepassing. In de beoogde situatie is geen sprake van een nieuw geluidgevoelig object.

De beoogde wijziging leidt tot de realisatie van een bijgebouw, welke geen geluidgevoelig object is. Het aspect geluid met betrekking tot wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de functiewijziging van de bestaande woning. 5.2.2. Spoorweglawaai Tevens dient rekening te worden gehouden met de geluidbelasting als gevolg van eventueel spoorweglawaai. Op grond van artikel 1 Wgh hebben spoorwegen een zone. Toetsing Op circa 8 kilometer afstand van de woning is de dichtstbijzijnde spoorverbinding tussen Gouda en Utrecht gelegen. De maximale geluidzone van een spoor bedraagt circa 1.200 meter, waardoor het plangebied niet binnen een geluidzone van een spoor gelegen is. 5.2.3. Industrielawaai Op grond van artikel 40 van de Wgh kunnen industrieterreinen een geluidzone hebben. In de nabijheid van het plangebied waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft is géén geluidgezoneerd industrieterrein gelegen.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 23 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Voor bedrijven die niet zijn gelegen op geluidgezoneerd industrieterrein dient aandacht te worden besteed aan de individuele geluidvoorschriften die gelden op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een aan het bedrijf verleende omgevingsvergunning milieu. Toetsing De statuswijziging van de agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning leidt niet tot een andere normering van de toegelaten geluidbelasting op deze woning. Dit betekent dat de bestaande gebruiksmogelijkheden van de naastgelegen timmerfabriek niet zullen worden aangetast. De woning is verder niet gelegen op relevante afstand van andere bedrijvigheid en valt buiten een bestemde ‘geluidzone – industrie’ waarbinnen moet worden getoetst aan de Wgh. Geconcludeerd kan worden dat er ten aanzien van het aspect geluid geen aspecten zijn die zich verzetten tegen de bestemmingswijziging en de realisatie van het bijgebouw. 5.3. Geurhinder Bij een functiewijziging dient in bepaalde gevallen rekening te worden gehouden met de geurhinder van eventueel aanwezige veehouderijbedrijven. Sinds 1 januari 2013 geldt het Activiteitenbesluit voor agrarische bedrijven. Voor wat betreft geurhinder wordt in het Activiteitenbesluit een normafstand van 50 meter aangehouden vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt tot de dichtstbijzijnde geurgevoelige objecten buiten stedelijk gebied.

Krachtens beleid van de gemeente Krimpenerwaard mag deze afstand worden gereduceerd, echter niet als het gaat om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Toetsing Voorliggende ontwikkeling voorziet onder andere in de realisatie van een bijgebouw inclusief paarden stallen en een paardenbak. Het betreft hier echter enkel het hobbymatig houden van paarden. Hierdoor zullen niet meer dan vier paarden tegelijkertijd aanwezig zijn en worden geen paarden van derden gestald. De kleinschalige mestopslag wordt zo ver mogelijk van (bedrijfswoningen) gesitueerd, zodat enige vorm van geurhinder wordt voorkomen. In de directe omgeving rond het plangebied bevinden zich geen veehouderijen binnen een afstand van 50 meter. Het dichtstbij gelegen agrarische bedrijf is gelegen aan de overzijde van de weg Bovenberg op een afstand van circa 60 meter, waarbij de stallen zich op grotere afstand bevinden. Van de met dit plan toe te laten functiewijziging behoeft geen geurhinder te worden verwacht en het plan leidt niet tot beperkingen voor bestaande agrarische bedrijven..

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 24 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

5.4. Luchtkwaliteit Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. Van belang hierbij is de invloed van het bouwplan op de plaatselijke luchtkwaliteit alsook de invloed van kwaliteit van de omgevingslucht op het bouwplan. 5.4.1. Wettelijk kader De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wet milieubeheer, hierna ook: Wm) stelt dat een ruimtelijke plan of project doorgang kan vinden indien: 1. een project niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt; 2. de luchtkwaliteit ten gevolge van het project (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; 3. een project “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht (De NIBM bijdrage is gedefinieerd als een toename van de concentraties van zowel fijn stof (PM10) als stikstofdioxide (NO2) met minder dan 3% van de grenswaarde (1,2 µg/m3 PM10 of NO2 en 0,75 µg/m3 PM2.5 jaargemiddeld); 4. een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL).

(Het programma bevat een pakket maatregelen dat erop gericht is om grote ruimtelijke projecten tijdig aan de grenswaarden te laten voldoen.) Sinds 2011 zijn de grenswaarden (jaargemiddelde en 24-uursgemiddelde concentratie) voor PM10 in werking. Voor NO2 geldt dat vanaf 2015 moet worden voldaan aan de (jaargemiddelde en uurgemiddelde) grenswaarden. Via de landelijke voorziening NSL-monitoringstool wordt de (geprognosticeerde) luchtkwaliteit in Nederland in beeld gebracht. In de navolgende tabel is hiervan een overzicht gegeven voor de Bovenberg. Het meetpunt aan de Bovenberg bevindt zich binnen 10 meter van het plangebied. Via de NSL-monitoringstool 2020 kunnen de jaren 2019, 2020 en 2030 in beeld worden gebracht. Andere jaren kunnen niet in beeld worden gebracht. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingloodsen tot 10 jaar na vaststelling van het planologisch besluit. Hierbij geldt in principe dat voor de toekomst rekening wordt gehouden met een verkeerstoename ten opzichte van het huidige verkeersbeeld. Tegelijkertijd wordt naar de toekomst toe ook rekening gehouden met een afname van de emissies per voertuig. In de navolgende tabel wordt een overzicht gegeven van de (geprognosticeerde) luchtkwaliteit op het dichtstbijzijnde rekenpunt van de het plangebied. Tabel 1: Monitoring NSL-Tool luchtkwaliteit van omgeving (Bron: Rijksoverheid 2021)

Monitoring NSL 2021 Rekenjaar 2019

Adromi B.V.

Stof NO2

Bovenberg 66 <35 µg/m³

Norm 40 µg/m³ jaargemiddelde

PM10c

<35 µg/m³

40 µg/m³ jaargemiddelde

PM10d

<35 dagen

<35 dagen/jaar >50 µg/m³

R202164/2204

Pagina 25 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

PM2,5

<20 µg/m³

25 µg/m³ jaargemiddelde

EC

<0,75 µg/m³

NO2

<35 µg/m³

40 µg/m³ jaargemiddelde

PM10c

<35 µg/m³

40 µg/m³ jaargemiddelde

PM10d

<35 dagen

<35 dagen/jaar >50 µg/m³

PM2,5

<20 µg/m³

25 µg/m³ jaargemiddelde

EC

<0,75 µg/m³

NO2

<35 µg/m³

40 µg/m³ jaargemiddelde

PM10c

<35 µg/m³

40 µg/m³ jaargemiddelde

PM10d

<35 dagen

<35 dagen/jaar >50 µg/m³

PM2,5

<20 µg/m³

25 µg/m³ jaargemiddelde

EC

<0,75 µg/m³

Rekenjaar 2020

Rekenjaar 2030

In principe leidt de functiewijziging niet tot een ander beoordelingskader voor luchtkwaliteit. Zoals evenwel zichtbaar is, wordt ter plaatse geen rekening gehouden met een (dreigende) overschrijding van de luchtkwaliteitseisen ter plaatse. De geprognosticeerde concentraties liggen zelfs ver onder de grenswaarden, zodat ook van de voorgenomen ontwikkeling geen overschrijding valt te verwachten. 5.4.2. Gevolgen van bouwplan voor luchtkwaliteit Het onderhavige plan is zodanig kleinschalig dat hierop het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteit) van toepassing is (hierna ook: NIBM). De grens op grond van dit besluit is immers meer dan 1.500 woningen . Uit de NIBM-tool blijkt dat pas vanaf 1.280 motorvoertuigen per dag extra, in betekenende mate wordt bijgedragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Er is evenmin sprake van extra emissies als gevolg van nieuwe stookinstallaties. 5.4.3. Invloed van omgevingslucht op bouwplan Buiten de aanwezige wegenstructuur zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen activiteiten welke de kwaliteit van de buitenlucht als beschreven in de titel 5.4 en bijlage 2 van de Wet milieubeheer significant beïnvloeden. Toetsing De (geprognosticeerde) luchtkwaliteit in de omgeving voldoet ruimschoots aan de eisen. 5.5. Externe veiligheid 5.5.1.

Algemeen juridisch kader Doel van het externe veiligheidsbeleid is om de kans op overlijden van mensen in de omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen, binnen aanvaardbare grenzen te houden. Deze risicobenadering kent een tweetal begrippen om het risiconiveau weer te geven, het plaatsgebonden risico en groepsrisico.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 26 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Het plaatsgebonden risico is een maat voor het overlijdensrisico op een bepaalde plaats. Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans per jaar dat een gemiddelde persoon op een bepaalde geografische plaats in de omgeving van een transportroute of industriële risicobron overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen op deze transportroute, er van uitgaande dat die persoon onbeschermd en permanent op die plaats aanwezig is. Anders gezegd, het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het plaatsgebonden risico kan worden weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Dergelijke contouren zijn van belang bij de beoordeling of een risicovolle activiteit of een risicovolle bestemming op een bepaalde plaats kan worden toegelaten. Voor het plaatsgebonden risico is door de rijksoverheid voor nieuwe situaties een grenswaarde vastgesteld van 10-6 per jaar. (De norm van 10-6 per jaar betekent dat de kans op een dodelijke situatie door een ongeval met gevaarlijke stoffen binnen de 10-6 begrenzing/plek = 1:1.000.000, 10-5 = kans van 1:100.000). Het groepsrisico drukt de kans uit per jaar dat een groep mensen van minimale omvang overlijdt als direct gevolg van één ongeval op de transportroute waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.

Het groepsrisico is te beschouwen als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een incident. Dit risico laat zich niet in de vorm van een risicocontour op een kaart weergeven, maar kan wel worden vertaald in een dichtheid van personen per hectare. Hoe meer personen per hectare in het schadegebied van een hier bedoeld ongeval aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is. Het groepsrisico is in tegenstelling tot het plaatsgebonden risico een oriënterende waarde. Voor wat betreft het groepsrisico spelen ook andere aspecten een rol, zoals de afstand van de ontwikkeling tot aan de risicobron, de snelheid waarmee een calamiteit zich kan ontwikkelen alsook de duur van een calamiteit, de toename van het groepsrisico t.o.v. de bestaande situatie, het nut en de noodzaak van de beoogde ontwikkeling, de aanwezigheid van bouwwerken die kunnen worden gebruikt om te schuilen, de voorhanden of te realiseren infrastructuur welke dienst kan doen als vluchtroute en de mate waarin de aanwezige personen zelfredzaam zijn (in staat om zichzelf en anderen te helpen en te (helpen) vluchten). Vanuit de rijksoverheid wordt daarbij het belang van voldoende zelfredzaamheid benadrukt. Tot slot speelt ook de aard van het risico (waaronder de beheersbaarheid in geval van een incident) en de responstijd van de hulpdiensten een rol. 5.5.2.

Risicobronnen, kabels en leidingen en transportroutes Toetsing De te realiseren bijgebouw en de paardenbak aan de Bovenberg 66 worden niet aangemerkt als kwetsbaar object in het kader van de externe veiligheid. Gasleiding Raadpleging van de risicokaart maakt duidelijk dat er binnen een straal van een kilometer van het plangebied geen buisleidingen lopen.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 27 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Spoor Voor wat betreft het spoor bevindt de dichtstbijzijnde spoorweg zich op circa 8 kilometer van het plangebied. De spoorweg is onderdeel van het algemene spoornetwerk en verbindt de stations van Utrecht Centraal en Gouda Centraal. Gezien de grote afstand is deze spoorweg niet relevant voor het plan. Wegen De woning is gelegen op circa 12 kilometer van de A27, welke de dichtstbijzijnde rijksweg is waarover gevaarlijke stoffen getransporteerd worden. Op grond van de afstanden opgenomen in het Basisnet weg moet rekening gehouden worden met veiligheidszone met een afstand van 26 meter gemeten vanaf het midden van de weg voor wat betreft het plasbrandgebied. Het plangebied is zeer ruim buiten deze contouren gelegen. Overige risicobronnen Wat betreft overige risicovolle inrichtingen zijn er in de nabije omgeving enkele inrichtingen aanwezig. In afbeelding 9 is te zien dat de naburige timmerfabriek is aangeduid als risicovolle inrichting. Daar het bijgebouw en de paardenbal niet onder de noemer ‘kwetsbare objecten’ valt, en er op het perceel reeds een woning aanwezig is, heeft de timmerfabriek geen invloed op onderhavige ontwikkeling.

Afbeelding 10: Risicobronnen in de omgeving van de Bovenberg 66. Planlocatie is indicatief in het geel weergegeven. (Bron: www.risicokaart.nl)

Toetsing Het aspect externe veiligheid staat de ontwikkeling van een bijgebouw niet in de weg. 5.6. Bodem Verontreiniging in de bodem vormt een aspect dat moet worden beoordeeld in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Dit om zeker te stellen dat eventuele verontreinigingen in de bodem, gelet op de geldende regelgeving en het staande beleid, zich niet verzetten tegen het door onderhavig bestemmingsplan beoogde gebruik. Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 28 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Blijkens de Atlas Bodem van de Omgevingsdienst Midden Holland wordt rekening gehouden met de kwaliteitsklasse “Wonen” aan de Bovenberg 66 en omgeving.

Afbeelding 11: Bodemkwaliteitskaart regio Krimpenerwaard, plangebied indicatief voorzien van rode stip. (Bron: Bodemkwaliteitskaart Regio Midden-Holland en gemeente Zoetermeer; Lievense CSO)

Toetsing In het kader van de voorliggende ontwikkeling is sprake van een bestemmingswijziging van agrarisch met waarden naar de bestemming wonen. De bestaande woning zal een woonbestemming verkrijgen. Ook zullen de nieuw te realiseren bijgebouw en de paardenbak binnen de woonbestemming komen te vallen. In het kader van de bestemmingswijziging is dan ook een verkennend bodemonderzoek1 uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het verkennend onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: - De plaatselijk matig puinhoudende bovengrond (boring 07 van 0,30-0,50 m-mv) is sterk verontreinigd met PAK en minerale olie; - De opgebrachte leeflaag (0-0,50 m-mv) ter plaatse van de gedempte sloot is licht verontreinigd met molybdeen; - De overige zwak puinhoudende bovengrond is licht verontreinigd met zware metalen, PAK en PCB; - Het grondwater is licht verontreinigd met barium, nikkel, zink, xylenen en naftaleen; - Op het maaiveld en in de bodem is, voor zover kon worden waargenomen, geen asbestverdacht materiaal waargenomen; - In de analysemonsters ABMM01, ABMM02, ABMM03 en ABMM04 van de bovengrond is geen asbest aangetoond. De hypothese verdacht wordt bevestigd vanwege het aantreffen van sterke tot lichte verontreinigingen in de grond en lichte verontreinigingen in het grondwater.

1

Adromi Group, Verkennend bodemonderzoek en asbest-in-grond onderzoek Bovenberg 66 te Bergambacht, 18 november 2021, bijlage 1.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 29 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

Zeer plaatselijk, bij boring 07 van 0,30-0,50 m-mv, overschrijden de gehalten PAK totaal (4.199 mg/kgds) en minerale olie totaal (16.100 mg/kgds) de interventiewaarden. Uit het uitgevoerde onderzoek is gebleken dat vervolgonderzoek noodzakelijk is in de vorm van een nader bodemonderzoek. Indien de paardenbak zal worden gepland in de gedempte sloot zijn extra maatregelen verplicht. Voor de beoogde ontwikkeling heeft dan een nader bodemonderzoek2 plaatsgevonden. Het doel van het nader onderzoek is tweeledig: − vaststellen van de ernst van de verontreiniging met minerale olie en PAK in de grond; − vaststellen van de omvang van de verontreiniging met minerale olie en PAK in de grond. De sterke verontreiniging met minerale olie wordt alleen zeer plaatselijk (boring 07) aangetroffen. De sterke verontreiniging met minerale olie betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet Bodembescherming (> 25 m3). De sterke verontreiniging met PAK wordt aangetroffen ter plaatse van boring 07 en boring 07B (grondlaag 0,30-0,50 m-mv). In westelijke richting is de verontreiniging met PAK nog niet geheel afgeperkt. In de bovengrond, onder de klinkerverharding, is puin- en kolengruis waargenomen. De sterke verontreiniging met PAK is vermoedelijk afkomstig van deze bodemvreemde bijmenging.

De sterke verontreiniging is, over een oppervlakte van minimaal 14 m2 en laagdikte van minimaal 0,20 meter, aangetroffen. De verontreiniging is in westelijke richting nog niet geheel horizontaal afgeperkt. Dit is in overleg met de opdrachtgever niet uitgevoerd, aangezien de nieuwbouw van een schuur in oostelijke richting is gepland. Ter plaatse van de verontreinigingen zijn geen bouwactiviteiten voorzien. Op de locatie kan sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet Bodembescherming, verontreiniging met PAK boven de interventiewaarde (> 25 m3). Het is nog niet zeker of het bodemvolume verontreinigde grond groter is dan 25 m3, aangezien de verontreiniging met PAK nog niet geheel is afgeperkt in westelijke richting. Er kan nog geen definitieve uitspraak over worden gedaan. De sterke verontreiniging met minerale olie betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet Bodembescherming (> 25 m3). Aangezien de sterke verontreiniging met PAK is aangetroffen in het aanwezige pad ter plaatse van boring 07 en boring 07B, waar geen herinrichting zal plaatsvinden, wordt een aanvullend onderzoek op dit moment niet van toepassing geacht. Indien in de toekomst ter plaatse van de verontreinigingen herinrichting zal plaatsvinden dient de aanwezige verontreiniging met minerale olie en PAK in de bovengrond te worden verwijderd.

Ook moet worden opgemerkt dat indien bij de herinrichtingswerkzaamheden grond vrijkomt die niet ter plaatse kan worden hergebruikt er restricties gelden ten aanzien van het hergebruik.

2

Adromi Group, Nader onderzoek Bovenberg 66 te Bergambacht, 7 september 2022, bijlage 2.

Adromi B.V.

R202164/2204

Pagina 30 van 40

Bestemmingsplan Bovenberg 66, Bergambacht

In het kader van een omgevingsvergunning bouwen, zal bepaald worden waar de toekomstige graafwerkzaamheden plaats zullen vinden en of het benodigd is dat de verontreiniging verder gekarteerd dient te worden. 5.7. Duurzaamheid Landelijk beleid Het rijk wil het gebruik van hernieuwbare energiebronnen (de nieuwe term voor duurzame energie) stimuleren. De Europese doelstelling voor hernieuwbare energie is hiervoor leidend. Ambitie gemeente Krimpenerwaard De gemeente wil een duurzame ontwikkeling stimuleren en zet in op een samenleving die vrij is van fossiele brandstoffen en fossiele energie. De ambitie is dat de CO2-uitstoot in 2030 met 50% is afgenomen (ten opzichte van 2015). Toetsing Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op een functiewijziging waarbij een bijgebouw en een paardenbak wordt gerealiseerd. Bij de realisatie van dit bijgebouw wordt waar mogelijk gekozen voor energiezuinige oplossingen en duurzame materialen, bijvoorbeeld adaptieve verlichting op basis van energiezuinige LED’s en waar relevant toepassing van extra isolatie. 5.8. Besluit milieueffectrapportage Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten dient te worden beoordeeld of voor de betreffende ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Het Besluit m.e.r. bevat verschillende onderdelen waarin criteria voor ontwikkelingen en activiteiten zijn opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=1909f64c-c4e1-4a63-b8cf-d874d27e3603