BIJL 2 Plantoelichting en -regels Bestemmingsplan Landgoed De Vlist.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Landgoed De Vlist Gemeente Krimpenerwaard
COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Landgoed De Vlist NL.IMRO.1931.BP2111BG014-VG01 Vastgesteld Oktober 2022 66.90.41
Opdrachtgever:
Fam. Kruiswijk
Projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
In samenwerking met: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
2
Verstoep bouwadvies, architectuur en ontwikkeling Dhr. J de Jong Opaalstraat 5 2873 ZR Schoonhoven 0182-320111 www.verstoep.nl info@verstoep.nl Buro SRO Mevr. J. Jentink Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl
Landgoed De Vlist
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4
5 Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Leeswijzer Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Economische uitvoerbaarheid Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen Procedure Algemeen Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro Verslag zienswijzen
7 7 7 8 9 9 10 14 14 15 18 23 23 29 31 32 32 35 36 36 36 38 38 38 38 38
Bijlagen bij de toelichting
39
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
41 43 45 47 49 51 53 55
Landgoed De Vlist
Landgoedontwikkeling Bodemonderzoek Oost-Vlisterdijk 13 Bodemonderzoek West-Vlisterdijk 28 Akoestisch onderzoek Watertoets Oost-Vlisterdijk 13 Quickscan flora en fauna Verslag inspraak Nota van beantwoording zienswijzen
3
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Hoofdstuk 3 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Hoofdstuk 4 Artikel 23 Artikel 24
57 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Agrarisch met waarden Natuur Water Wonen Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Archeologie 6 Waarde - Archeologie 7 Waarde - Cultuurhistorie 1 Waarde - Landgoed Waterstaat - Waterkering Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
59 59 63 64 64 66 67 68 72 75 78 81 84 87 90 92 94 95 95 95 96 97 98 98 99 100 100 100
Bijlagen bij de regels
101
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
103 105 107 109
4
Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' Ecologische en maatschappelijke maatregelen Beeldkwaliteitsplan Schetsontwerp wandelpad
Landgoed De Vlist
Toelichting
Landgoed De Vlist
5
6
Landgoed De Vlist
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan
De initiatiefnemer woont in een monumentale woonboerderij aan de Oost-Vlisterdijk 13 te Vlist. Bij het perceel hoort circa 7 hectare gras- en hooiland waar het 'boerenlandpad' overheen loopt. De initiatiefnemer wil met gebruik making van de provinciale regeling hier een nieuw landgoed realiseren en deze rangschikken onder de Natuurschoonwet 1928. Het beleid voor nieuwe landgoederen maakt het mogelijk om nieuwe gebouwen op te richten met als tegenprestatie het ontwikkelen van nieuwe natuur en het (grotendeels) openstellen van het landgoed met natuur en recreatie. Met voorliggend plan wordt de instandhouding en openstelling van twee belangrijke wandelroutes op privéterrein zeker gesteld, in combinatie met de ontwikkeling van natuurwaarden op de 7 ha grond. Het plan omvat ook de bouw van een nieuwe woning achter de bestaande de woning aan de Oost-Vlisterdijk 13 en een beheergebouw ten behoeve van het beheer van het landgoed. Daarnaast wordt een agrarisch gebouw op het perceel West-Vlisterdijk 28 omgebouwd tot woning. Deze locatie is tevens in eigendom van de initiatiefnemer. Deze ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied bestaat uit twee locaties, gelegen aan de Oost-Vlisterdijk 13 en de West-Vlisterdijk 28 ten noorden van de kern Vlist. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.
Ligging van het plangebied (bron: openstreetmap.org)
Landgoed De Vlist
7
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.
8
Landgoed De Vlist
Hoofdstuk 2
Het initiatief
In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt aan de Oost-Vlisterdijk 13 en achter West-Vlisterdijk 28, in het buitengebied van Vlist. Beide locaties zijn gelegen midden in het veenweidegebied aan de rivier de Vlist, binnen het beschermde dorpsgezicht van Vlist. Het veenweidegebied wordt bepaald door lintbebouwing, weidegronden, de verkavelingen en het slotenpatroon. Op het perceel Oost-Vlisterdijk 13 staat een oude monumentale woonboerderij met een aangebouwde voormalige veestalling. Ook bevinden zich op het erf nog een met riet gedekte hooiberg en een aantal voormalige agrarische opstallen. Het perceel is omzoomd door veel groen onder andere in de vorm van grienden. Bij het perceel behoort ca. 7 ha gras/hooiland. Op het perceel is een wandelpad (Boerenlandpad) aanwezig dat loopt over de percelen die eigendom zijn van de initiatiefnemer. Het Boerenlandpad is een wandelroute die de Oost-Vlisterdijk verbindt met de Lange Vliet. Vanaf de Oostvlisterdijk komt men dan weer uit in Polsbroek, Hoenkoop, Haastrecht of Oudewater. De onderstaande afbeelding toont een luchtfoto van een deel van de locatie aan de Oost-Vlisterdijk 13.
Luchtfoto locatie Oost-Vlisterdijk 13
De initiatiefnemer is tevens eigenaar van de landerijen die de West-Vlisterdijk met Schoonouwen en Stolwijk verbinden, circa 400 meter ten noordwesten van de locatie aan de Oost-Vlisterdijk. Op deze landerijen is het Kraamvrouwenpad gelegen. Beide genoemde wandelpaden zijn onderdeel van zowel gemeentelijke, regionale en landelijke wandelroutes. Op de gronden van de initiatiefnemer aan de West-Vlisterdijk, staat achter WestVlisterdijk 28 een agrarisch gebouw in de vorm van een veestalling, dat nog gebruikt wordt voor agrarische bedrijfsvoering. De navolgende afbeelding toont een luchtfoto van de locatie aan de West-Vlisterdijk.
Landgoed De Vlist
9
Luchtfoto locatie achter West-Vlisterdijk 28
2.2
Toekomstige situatie
Het plangebied bestaat uit twee delen die in samenhang worden ontwikkeld. Oost-Vlisterdijk 13 De initiatiefnemer heeft het voornemen om via de provinciale regeling "nieuwe landgoederen" op de gronden bij de Oost-Vlisterdijk 13 een nieuw landgoed aan te leggen. De bestaande boerderij aan de Oost Vlisterdijk 13 zal als drager / vertegenwoordiger van het nieuwe landgoed dienen. Daarnaast is het plan om in het kader van de landgoederenregeling twee nieuwe woningen (waarvan één op de locatie aan de West-Vlisterdijk) en een beheerschuur te realiseren. De beheerschuur wordt opgericht ten behoeve van het onderhoud en beheer van de 7 hectare natuurland. Met het plan wordt tevens gewaarborgd dat de wandelpaden die door het plangebied lopen in stand worden gehouden. De onderstaande afbeeldingen geven een impressie van de toekomstige situatie aan de Oost-Vlisterdijk. Het langgerekte perceel wordt ingericht als landgoed, bestaande uit vochtig vogelweidegrasland en bloemrijk en kruidenrijk grasland. Achter de bestaande boerderij wordt één nieuwe woning gerealiseerd. Op het achtergelegen perceel wordt de beheerschuur gerealiseerd. De bebouwing wordt in dezelfde lijn geplaatst, waardoor bestaande zichtlijnen behouden blijven.
10
Landgoed De Vlist
Overzicht plangebied Oost Vlisterdijk
Inrichtingsschets toekomstige situatie Oost-Vlisterdijk 13 (bron: Verstoep bouwadvies en architectuur)
West-Vlisterdijk 28 De tweede woning wordt gerealiseerd achter West-Vlisterdijk 28. Hier wordt een agrarisch gebouw omgevormd tot woning, waarbij de bestaande kenmerkende vorm behouden blijft. De navolgende afbeelding geeft een impressie van de toekomstige situatie aan de West-Vlisterdijk.
Landgoed De Vlist
11
Inrichtingsschets toekomstige situatie West-Vlisterdijk 28 (bron: Verstoep bouwadvies en architectuur)
NSW Landgoed De initiatiefnemer wil het landgoed de status van NSW-landgoed geven (Natuurschoonwet 1928). De doelstelling van de Natuurschoonwet 1928 is om eigenaren te stimuleren om een landgoed in stand te houden of om nieuwe landgoederen aan te leggen en daarmee een bijdrage te leveren aan het behoud en ontwikkeling van natuurschoon in Nederland. Het terrein achter de Oost-Vlisterdijk 13 kan als NSW landgoed worden gekwalificeerd als het aan de daarvoor gestelde eisen voldoet. Het gaat hier onder andere om: i. een minimale omvang van het landgoed (5 ha) ii. een minimaal percentage natuur van het totaal gerangschikte areaal (30% bos en/of natuurterreinen of 20% bos en 50% natuurterreinen). Met het plan wordt het landgoed opengesteld voor wandelaars, waarmee het landgoed zal worden gekwalificeerd als een opengesteld NSW landgoed. Aan het creëren van een opengesteld landgoed zijn voorwaarden verboden, zoals een minimale openstelling van 5 ha, voldoende vrij toegankelijke paden, een minimale padlengte per ha en bebording. De initiatiefnemer is daarnaast bereid het pad te verbinden met het reeds aanwezige Kraamvrouwenpad gelegen op de, eveneens in eigendom zijnde, percelen aan de WestVlisterdijk (zie bijlage 4 bij de regels). Deze paden lopen over particulier terrein.
Met toekenning van de NSWstatus is de instandhouding en openstelling van deze paden voor de lange termijn gewaarborgd. In bijlage 1 bij de toelichting is een rapportage toegevoegd waarin de actuele en potentiële natuur- en landschapswaarden van het nieuwe landgoed worden beschreven. Het landgoed zal in hoofdlijnen bestaan uit 4,4 hectare vochtig vogelweidegrasland, de bestaande watergangen, een aantal bestaande singels en boomgaarden en het erf met deels bestaande en deels nieuwe bebouwing, inclusief de bestaande parkeerplaats. De nieuwe bebouwing wordt landschappelijk ingepast met bijpassende beplantingselementen als singels en knotwilgenrijen. Daarnaast wordt aan de voorzijde een bloemrijk grasland ingezaaid. De totale oppervlakte van het nieuwe landgoed bedraagt circa 7,9 hectare.
12
Landgoed De Vlist
Beeldkwaliteit Om voldoende sturing te kunnen geven aan de architectonische invulling en de inrichting van het (openbaar) gebied, om zo een passende en hoogwaardige plankwaliteit te realiseren, is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage 3 bij de regels toegevoegd.
Landgoed De Vlist
13
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied.
Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
14
Landgoed De Vlist
Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden uit de NOVI. Er zijn geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan. Ladder duurzame verstedelijking Voorliggend initiatief maakt twee nieuwe woningen mogelijk in ruil voor de realisatie van een landgoed. De realisatie van een nieuw landgoed met twee woningen is geen stedelijke ontwikkeling. Uit jurisprudentie blijkt dat er pas vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6. Bro. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet nodig. Het initiatief past daarmee binnen het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Deze zijn op 01-04-2019 in werking getreden. Met het samenvoegen van verschillende beleidsplannen c.q. verordeningen sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Onder meer de Visie ruimte en mobiliteit en de Verordening ruimte zijn in het Omgevingsbeleid opgegaan. Met het Omgevingsbeleid streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Vanuit het bestaande beleid gaat het hier om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beleid voor ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, zoals benoemd op de kwaliteitskaart en uitgewerkt in richtpunten. De kwaliteitskaart toont in vier lagen de gebiedskenmerken en kwaliteiten die de provincie belangrijk vindt. De vier lagen zijn samengevat in één kaartbeeld; de integrale kwaliteitskaart.
De vier lagen zijn: laag van de ondergrond laag van de cultuur- en natuurlandschappen laag van de stedelijke occupatie laag van de beleving Het kwaliteitsbeleid gaat uit van 'ja, mits': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact is. Er wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.
Landgoed De Vlist
15
(bron: Omgevingsvisie Zuid-Holland, 2019)
Beleid nieuwe landgoederen In de Verordening Ruimte 2011 is het beleid Nieuwe Landgoederen opgenomen. Het doel van het beleid voor Nieuwe Landgoederen is tweeledig. Enerzijds kan met de aanleg van een nieuw landgoed conform de regels groengebied worden aangelegd en beheerd (natuur- of recreatiegebied) anderzijds wordt de mogelijkheid geboden voor een bijzondere manier van landelijk wonen. De kwaliteitskaart met bijbehorende gebiedsprofielen wordt richtinggevend voor de uitwerking van ruimtelijke kwaliteit op een nieuw landgoed. Artikel nieuwe landgoederen de mogelijkheid een landhuis of andere bebouwing op te richten en ter compensatie een deels openbaar landgoed (natuur- en/of recreatiegebied) aan te leggen. De realisatie is uitgesloten in de EHS/NNN evenals in gerealiseerde recreatiegebieden. Hierbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: i. de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt duurzaam verbeterd, hetgeen wordt aangetoond in een beeldkwaliteitsparagraaf over de inrichting van het landgoedpark, de vormgeving van de bebouwing en de aansluiting op het omliggende landschap; ii. het landgoed wordt minimaal 5 hectare groot en is nagenoeg aaneengesloten; iii. minimaal 90% van het gebied is voor het publiek toegankelijk; iv.
maximaal 10% van het gebied behoort tot het private deel, dat voor maximaal 20% mag worden bebouwd, met een bij het wezen van een landgoed passende bebouwing; v. bedrijfsfuncties zijn beperkt tot categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; vi. de functie heeft niet meer dan een potentieel geringe verkeersaantrekkende werking; vii. het onder iii bedoelde gebied wordt niet bebouwd maar ingericht met groene en/of blauwe functies die passen in de ambities voor het omliggende landschap, zoals aangeduid op de kwaliteitskaart van de provinciale structuurvisie, en die –voor zover het gaat om aanleg in een nog niet gerealiseerde ecologische verbinding- aansluiten bij het beoogde natuurdoeltype van de ecologische verbinding. Planspecifiek Voorliggend plan betreft het realiseren van een nieuw landgoed en de realisatie van twee nieuwe woningen. Het beleid Nieuwe Landgoederen wordt niet meer als officieel beleid in de Omgevingsverordening benoemd, maar bij de beoordeling van de aanvullende ruimtelijke (kwaliteits-)maatregelen worden de bovengenoemde voorwaarden als uitgangspunt genomen voor de ontwikkeling. Ditzelfde geldt voor de hoogwaardige inpassingsmaatregelen die kunnen worden gezien als een vorm van 'rood voor groen' of de specifieke invulling daarvan met de voormalige regeling 'nieuwe landgoederen'.
Het beleid is dus wel maatgevend geweest voor de ontwikkeling in onderhavig plan. Aan de genoemde voorwaarden wordt voldaan. Stiltegebied Een groot deel van de Krimpenerwaard is aangewezen als stiltegebied. De stiltegebieden zijn (relatief) geluidluwe gebieden met beperkte verstedelijking, waar het dagelijks geluid de 40 decibel niet overstijgt. Hier vindt men rust en stilte als contrast met het dynamisch stedelijk gebied. In de stiltegebieden is alleen ruimte
16
Landgoed De Vlist
voor “gebiedseigen” geluid. Beide locaties van het plangebied vallen binnen een stiltegebied. Het realiseren van een landgoed en twee woningen op twee verschillende locaties zijn passende ontwikkelingen in een stiltegebied. De rust in het gebied blijft gewaarborgd. Regels voor ruimtelijke kwaliteit Op basis van de Kwaliteitskaart provincie Zuid-Holland behorende bij de Omgevingsvisie zijn twee landschapstypen relevant voor het plangebied. Dit zijn het veen(weide)landschap en de linten. De structuur van het veenweidegebied wordt bepaald door de rivieren en de parallel aan de rivieren aangelegde tiendwegen, kades en weteringen. Hierdoor is een landschap ontstaan met lange rechte lijnen en lange smalle kavels. Voor dit landschapstype worden de volgende richtpunten beschreven: Behoud van het veenlandschap door het afremmen van bodemdaling. Behoud van het contrast tussen (meer verdichte) oeverwallen langs de rivieren en de linten in het gebied en het uitgestrekte, ingeklonken veen. Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen, waarbij lengtesloten als beeldbepalend worden beschouwd. Behoud van de veenstroom, dijk en kade als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het veen(weide)landschap en begrenzing van poldereenheden.
Het gebruik is zoveel mogelijk gericht op behoud van de karakteristieken (maat van de poldereenheden, verkavelingspatroon, beplanting, kades en dijken en de zichtbaarheid van water in de vorm van sloten, weteringen en boezems). Ontwikkelingen zijn gericht op een duurzaam gebruik en eigenaarschap van het veen(weide)gebied. Het maken van nieuwe (agrarische) natuurlandschappen met een (extensieve) recreatieve functie behoren tot de mogelijkheid. Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien. Voor het landschapstype linten worden de volgende richtpunten beschreven: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand.
Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Conclusie Met onderhavig plan wordt de structuur van het veenweidelandschap en de lintbebouwing behouden en versterkt. Het verkavelingspatroon met de lengtesloten blijft behouden. De nieuwe woning aan de OostVlisterdijk wordt achter de bestaande bebouwing in de tweede bebouwingslijn gerealiseerd. De monumentale boerderij blijft het beeld bepalen. De nieuwe woning aan de West-Vlisterdijk wordt gerealiseerd in een voormalige ligboxenstal. Hiermee blijven het zicht vanaf de dijk en de bestaande zichtlijnen behouden. Met de voorgenomen ontwikkeling blijven de landschappelijke kwaliteiten van het veenweidelandschap en de linten behouden. Door een groot deel van het plangebied als landgoed in te richten worden de kwaliteiten van het veenweidelandschap en het gebied juist versterkt. De cultuurhistorie vormt een groot deel van de herkomstwaarde van het plangebied. Met het oprichten van het landgoed wordt een extra bijdrage geleverd aan de belevingswaarde, gebruikerswaarde en toekomstwaarde van dit gebied. Het initiatief sluit aan bij het provinciaal beleid.
Landgoed De Vlist
17
3.3
Gemeentelijk beleid
Het plangebied ligt in de gemeente Krimpenerwaard. Dit is sinds 1 januari 2015 een samenvoeging van de gemeenten Nederlek, Ouderkerk, Bergambacht, Schoonhoven en Vlist. Het plangebied ligt in de voormalige gemeente Vlist. 3.3.1 Omgevingsvisie Krimpenerwaard In de (ontwerp) Omgevingsvisie Krimpenerwaard 2020 heeft de gemeente vastgelegd welke toekomstige ontwikkelingen zij ziet voor de leefomgeving. De visie geeft richting aan ruimtelijk-maatschappelijke ambities en opgaven. In de toekomst wil de gemeente Krimpenerwaard een vitaal leefbaar gebied zijn waar in goede gezondheid en met plezier wordt gewoond, gewerkt en genoten van de unieke omgeving. Waarbij iedereen mee kan doen en zijn verantwoordelijkheid neemt. In deze dynamische gemeente zijn de kernen in verbinding met de omliggende gebieden en vervult de Krimpenerwaard een belangrijke rol op het gebied van duurzaamheid, biodiversiteit en ruimtelijke ontwikkeling. De identiteit van de gemeente Krimpenerwaard en belangrijke kwaliteiten waar rekening mee wordt gehouden worden beschreven in de 'Krimpenerwaarden'. De opgaven en uitdagingen die hieraan bijdragen zijn vertaald in speerpunten. De “Krimpener-waarden” zijn als volgt opgedeeld: Waarden van heel de Krimpenerwaard; Waarden per gebied; Waarden van de Kernen.
Kansen De Waterlinie: Benut de kwaliteiten langs de Vlist om het bestaande woonmilieu te versterken; Maak gebruik van en respecteer de historie om de recreatieve toegankelijkheid en verblijfswaarde te vergroten; Versterken van de toeristisch recreatieve verbindingen tussen Nieuwpoort, Oudewater en Gouda; Beleefbaar maken van de Oude Hollandse Waterlinie door de Vlist als belangrijke historische ader te benutten; Fiets- en wandelroutes met elkaar verbinden, zodat ontmoeting in de openbare ruimte gestimuleerd wordt en het gebied beleefbaar is. Planspecifiek Voorliggend initiatief maakt twee nieuwe woningen en de realisatie van een landgoed mogelijk bij de kern Vlist. Met het plan wordt ook de duurzame instandhouding van de wandelroutes 'Boerenlandpad' en 'Kraamvrouwenpad' verzekerd. Het plangebied ligt binnen het deelgebied De Waterlinie, waarvoor de kansen hierboven beschreven zijn. Het plan levert een bijdrage aan het versterken van het bestaande woonmilieu langs de Vlist en het vergroten van de recreatieve toegankelijkheid en verblijfswaarde van het gebied. Hiermee sluit het plan aan bij de Omgevingsvisie Krimpenerwaard. 3.3.2 Structuurvisie Vlist 2020 Met deze structuurvisie wordt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente (i.c. de voormalige gemeente Vlist) op hoofdlijnen weergegeven. Het is daarmee het ruimtelijk afwegingskader voor nieuwe initiatieven.
Het beleid voor het buitengebied is gericht op behoud en herstel van landschap, cultuurhistorie en natuur, in balans met de ontwikkelingsmogelijkheden voor een duurzame grondgebonden veehouderij. Voor overige functies wordt een consoliderend beleid voorgestaan. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kwaliteiten van het gebied. Indien deze verder gaan dan het bestemmingsplan mogelijk maakt, moet een nieuwe afweging worden gemaakt. Voorwaarden binnen die afweging zijn: het betreft een duurzame ontwikkeling; er is sprake van toevoeging van kwaliteit (op het gebied van cultuurhistorie, landschap en/of natuur);
18
Landgoed De Vlist
de ontwikkeling past bij de identiteit en schaal van de omgeving; draagt bij aan de economie van het buitengebied.
Planspecifiek Onderhavig plan betreft de realisatie van een landgoed en het mogelijk maken van twee nieuwe woningen. Tevens wordt met het plan ook de duurzame instandhouding van de wandelroutes 'Boerenlandpad' en 'Kraamvrouwenpad' verzekerd. Deze ontwikkeling past bij de identiteit en schaal van de omgeving (veenweidelandschap) en draagt bij aan de toevoeging van kwaliteit aan het gebied. Het plan past hiermee binnen de Structuurvisie Vlist 2020. 3.3.3 Nota Ruimtelijke Kwaliteit De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 13 december 2016 de "Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard" vastgesteld. De nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Doel van de Nota Ruimtelijke kwaliteit is het welstandsbeleid van de voormalige gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist te harmoniseren en dereguleren met behoud van kwaliteit. Bij de Nota Ruimtelijke kwaliteit horen twee kaarten; de Niveaukaart en de Gebiedenkaart. Op de Niveaukaart is aangegeven wat het minimale toelatingsniveau is om de gewenste kwaliteit van de omgeving te regelen. Op de Gebiedenkaart zijn de gebieden weergegeven die zich onderscheiden met samenhangende bebouwingstypologieën. Planspecifiek Op onderstaande afbeeldingen zijn een uitsnede van de Niveaukaart en een uitsnede van de Gebiedenkaart weergegeven met in de rode cirkels de twee locaties van het plangebied.
Uitsnede Niveaukaart (bron: Nota Ruimtelijke Kwaliteit)
Landgoed De Vlist
19
Uitsnede Gebiedenkaart (bron: Nota Ruimtelijke Kwaliteit)
De locatie aan de West-Vlisterdijk en de voorzijde van de locatie aan de Oost-Vlisterdijk zijn aangeduid als 'bijzonder welstandsniveau' en als beschermd dorpsgezicht van de linten langs 'De Vlist'. In deze gebieden is het uiterlijk van aanzienlijk belang voor de identiteit van Krimpenerwaard. Inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit is in deze gebieden gewenst. Een plan dient een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het straatbeeld. Met voorliggend plan blijft de karakteristieke bebouwing aan de voorzijde van de locatie Oost-Vlisterdijk intact. Bij de locatie West-Vlisterdijk wordt een voormalige stal omgebouwd tot woning, waarbij het bestaande karakter behouden blijft. Hiermee wordt bijgedragen aan behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het achtergelegen perceel aan de OostVlisterdijk heeft een gewoon welstandsniveau en is aangeduid als 'landelijk gebied'. De waarde is in ieder geval gelegen in de combinatie tussen de oorspronkelijke structuurelementen en de afwisselende lintbebouwing. De verkaveling met dicht op elkaar gelegen sloten leidt tot langwerpige kavels met tussen de kavels doorzichten op het achterland. Deze wijze van erfinrichting is kenmerkend voor het gebied en zorgt voor doorzichten over de erven. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijke structuurelementen.
De inrichting van dit deel van het plangebied als landgoed sluit hier goed bij aan en past goed in landelijk gebied. Hiermee levert het plan een positieve bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit. Het initiatief sluit aan op het beleid uit de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2017. 3.3.4 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist)', vastgesteld op 15 december 2015 door de gemeente Krimpenerwaard. Oost-Vlisterdijk 13 De locatie Oost-Vlisterdijk 13 heeft de enkelbestemmingen 'Wonen', 'Water' en 'Agrarisch met waarden'. Binnen de bestemming 'Wonen' ligt voor een deel de bouwaanduiding 'karakteristiek'. Het plangebied heeft deels de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 1', 'Waarde - Archeologie 1', Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 6'. De achtergelegen percelen hebben tevens de gebiedsaanduiding 'overige zone weidevogelgebied'. De onderstaande afbeeldingen tonen uitsnedes van het geldende bestemmingsplan ter plaatse van de locatie Oost-Vlisterdijk.
20
Landgoed De Vlist
Uitsnede vigerend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Uitsnede vigerend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Achter West-Vlisterdijk 28 De locatie achter West-Vlisterdijk 28 heeft de enkelbestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch met waarden'. Langs de oostzijde van de locatie ligt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Een groot deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie 1'. Het gehele plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. De onderstaande afbeelding toont een uitsnede van het geldende bestemmingsplan ter plaatse van de locatie achter West-Vlisterdijk 28.
Landgoed De Vlist
21
Uitsnede vigerend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Op de locatie Oost-Vlisterdijk 13 is het realiseren van een woning en beheerschuur binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' strijdig met het geldende bestemmingsplan. Op de locatie West-Vlisterdijk 28 is binnen de bestemming 'Wonen' één vrijstaande woning per bestemmingsvlak toegestaan. In het bestemmingsvlak is al een woning aanwezig. Het realiseren van een extra woning is strijdig met het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld.
22
Landgoed De Vlist
Hoofdstuk 4
Uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.
4.1
Milieu
4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn op beide locaties bodemonderzoeken uitgevoerd. Het onderzoeksrapport voor de locatie Oost-Vlisterdijk 13 is toegevoegd als bijlage 2. Hierin wordt geconcludeerd dat een deel van de locatie vanwege een slootdemping verdacht is voor zware metalen, PAK en asbest. Voor het overige is de locatie onverdacht. De nieuwe woning is niet beoogd ter plaatse van de verdachte locatie. Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal verder onderzoek worden gedaan naar de dan geldende situatie. Het onderzoeksrapport van het verkennend bodemonderzoek voor de locatie West-Vlisterdijk 28 is toegevoegd als bijlage 3. Hierin wordt geconcludeerd dat de bovengrond en/of de grond onder de puinlaag licht verontreinigd is met diverse metalen, PAK en olie. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de grond aan Industrie of Wonen.
Het grondwater is matig verontreinigd met barium en licht verontreinigd met barium, zink en naftaleen. De overschrijding van de tussenwaarde voor barium is gering en wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de puinlaag. Er is een sterke verontreiniging met asbest aangetroffen welke een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. De oppervlakte van de sterke verontreiniging is 100 m², de hoeveelheid is 15 m³. Voorafgaand aan de bouw dient de sterke verontreiniging met asbest gesaneerd te worden. Hiervoor kan voorafgaand aan de bouw een BUS-melding ingediend worden. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem. 4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang. Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De twee belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5(fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). Voor grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3.
Landgoed De Vlist
23
Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt. Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl).
Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het rekenpunt 156509 (aan de West-Vlisterdijk ter hoogte van plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:
Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2020 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3)
NO2 (stikstofdioxide) 17.4 µg/m3
PM10 (fijnstof) 17.8 µg/m3
PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 10.9 µg/m3
40 µg/m3
40 µg/m3
25 µg/m3
De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief (realiseren landgoed en 2 woningen) van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, toevoegen 1.500 woningen). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 4.1.3 Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd: woningen; geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen).
24
Landgoed De Vlist
Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Planspecifiek Voor voorliggend document is het van belang te kijken naar de mogelijke gevolgen van industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai, omdat nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk worden gemaakt (2 woningen). Het plangebied ligt aan de Oost-Vlisterdijk 13 en achter West-Vlisterdijk 28. Industrielawaai en spoorweglawaai zijn hier niet aan de orde. Wat betreft wegverkeerslawaai geldt aan de West-Vlisterdijk en de Oost-Vlisterdijk, ter hoogte van het plangebied, een maximum snelheid van 60 km/u. Het plangebied ligt binnen de geluidszones van deze wegen. Daarom is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 4. Hierin wordt geconcludeerd dat de gecumuleerde geluidsbelasting door wegverkeer op beide nieuwe woningen lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Zodoende zal ook de geluidsbelasting van elke weg afzonderlijk voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Er zijn geen hogere grenswaarden nodig voor dit plan. Er is voor de nieuwe woningen vanuit het oogpunt van geluid sprake van een goede ruimtelijke ordening. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid. 4.1.4 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend, voor de tweede gelden minimumafstanden tot dergelijke objecten (ook wel bekend onder de term 'vaste afstandsdieren'). De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaald in bijlage 1 voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd. Als het (beoogde) veehouderijbedrijf niet in deze regeling wordt genoemd betreft het vaste afstandsdieren. Op grond van artikel 3 lid 1 van de Wgv gelden de volgende normen ten behoeve van vergunningverlening voor dieren met een geuremissiefactor: geurgevoelig object gelegen in: concentratiegebied binnen bebouwde kom concentratiegebied buiten bebouwde kom niet-concentratiegebied binnen bebouwde kom niet-concentratiegebied buiten bebouwde kom
maximaal toegestane geurbelasting (odour units per m3 lucht) 3,0 ouE/m3 14,0 ouE/m³ 2,0 ouE/m3 8,0 ouE/m3
Als het geen bedrijf is waar een geuremissiefactor voor is vastgelegd gelden de volgende eisen: binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 100 meter; buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter. Tot slot geldt voor zowel dieren met als voor dieren zonder geuremissiefactoren altijd een minimumafstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Dit betreft 50 respectievelijk 25 meter voor hetzij binnen dan wel buiten de bebouwde kom.
Landgoed De Vlist
25
De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties mogelijk maken wordt getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en verblijfklimaat. De gemeenteraad is bevoegd lokale afwegingen te maken betreffende de te accepteren geurbelasting en in afwijking van de ten hoogste toegestane geurbelasting een andere waarde of een andere afstand te stellen. Bij deze afweging moet rekening gehouden worden met de ligging van het bedrijf, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen buiten de bebouwde kom of binnen de bebouwde kom en rekening wordt gehouden of het bedrijf ligt in een concentratiegebied of in een niet-concentratiegebied. Voor de onderbouwing van andere normen wordt de geursituatie berekend met het verspreidingsmodel. De gemeente Krimpenerwaard heeft een eigen geurbeleid, vastgesteld in de Verordening geurhinder en veehouderij, gemeente Krimpenerwaard 2017. Hierin zijn de afstandsnormen voor dieren zonder geuremissiefactor gehalveerd, waarbij sprake is van een eenzijdige werking. Dat betekent dat bij het oprichten, uitbreiden of veranderen van een veehouderij buiten de bebouwde kom een afstand van 25 meter wordt gehanteerd tussen de dichtstbijzijnde gevel van de stal en het geurgevoelige object.
Binnen de bebouwde kom bedraagt deze afstand 50 meter. Woningen in het buitengebied dienen wel op 50 meter afstand te blijven. Planspecifiek Met voorliggend plan worden twee nieuwe geurgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf bij de locatie aan de Oost-Vlisterdijk betreft een melkveebedrijf ten noorden van het plangebied aan de Oost-Vlisterdijk 12. Voor melkvee geldt een vaste afstand. Conform de gemeentelijke geurverordening bedraagt de aan te houden afstand 50 meter tot geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom. Aangezien de afstand tussen het bedrijf en de beoogde nieuwe woning circa 75 meter bedraagt, wordt aan de geëiste afstand voldaan. Ten zuiden van het plangebied ligt aan de Oost-Vlisterdijk 14 een zorgboerderij waar melkvee wordt gehouden. De afstand tussen dit bedrijf en het plangebied bedraagt circa 90 meter, waarmee ook aan de geëiste afstand wordt voldaan. In de omgeving van de locatie achter West-Vlisterdijk 28 is het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf een melkveehouderij aan de West-Vlisterdijk 32. Dit bedrijf ligt op circa 60 meter afstand van het plangebied, waarmee aan de normafstand wordt voldaan. Omgekeerd leidt de bouw van twee woningen niet tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van het agrarische bedrijf, omdat er al voldaan wordt aan de normafstand van 50 meter.
Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geur. 4.1.5 Milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven.
26
Landgoed De Vlist
Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Planspecifiek In de omgeving van het plangebied zijn enkele agrarische bedrijven gesitueerd. Het aspect geur is reeds in paragraaf 4.1.4 behandeld. Voor de aspecten stof en geluid geldt voor rundveebedrijven op grond van de Staat van bedrijfsactiviteiten uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' een maximale richtafstand van 30 meter. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Verder liggen er in de directe omgeving geen bedrijven die van invloed zijn op het plan. Met voorliggend plan is sprake van een goed woon- en leefklimaat voor de nieuw te bouwen woningen. Daarnaast worden met de ontwikkeling geen bedrijven belemmerd in hun bedrijfsvoering.
Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering. 4.1.6 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, parkeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn.
Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6-contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan.
Landgoed De Vlist
27
Planspecifiek Via de website risicokaart.nl kan voor de locatie worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en / of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de externe veiligheid van belang zijn. Bijgevoegd een screenshot van die website.
Uitsnede risicokaart
Uit de risicokaart is op te maken dat ten noorden van het plangebied een gevaarlijke stof (propaan) ligt opgeslagen. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van deze risicobron. Ten oosten van het plangebied ligt op circa 1.200 meter afstand een buisleiding voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt ook niet binnen het invloedsgebied van deze buisleiding. In de omgeving van het plangebied zijn geen andere inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen gelegen. Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er geen risico's voor de nieuwe kwetsbare objecten binnen het plangebied. Woningen voorzien van centraal afsluitbare mechanische ventilatie zullen per woning de mogelijkheid krijgen om deze ventilatie met één druk op de knop uit te schakelen. Dit voorkomt dat bij een incident in de omgeving giftige (rook)gassen naar binnen worden gezogen. Dit kan al bereikt worden door de stekker van de mechanische ventilatie op een makkelijk bereikbare plek te plaatsen. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect externe veiligheid.
4.1.7 Milieueffectrapportage Voor activiteiten die belangrijke milieugevolgen kunnen hebben, is het verplicht een milieueffectrapportage (m.e.r.) uit te voeren en een Milieu Effect Rapport (MER) te maken. Hiermee krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De m.e.r. onderzoekt de milieugevolgen van een plan of een besluit en (milieuvriendelijker) alternatieven. Een plan of besluit is m.e.r.-plichtig in een van de volgende situaties: in het Besluit milieueffectrapportage, artikel 7.4 bijlagen C en D zijn activiteiten aangewezen waarvoor direct een m.e.r.-plicht geldt; een m.e.r.-plicht kan volgen uit een passende beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming; op grond van de provinciale milieuverordening kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen waarvoor een m.e.r.-plicht geldt.
28
Landgoed De Vlist
M.e.r.-beoordeling Een aantal activiteiten op kleinere schaal zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig als een indicatieve drempelwaarde uit bijlage D wordt overschreden. Ook als de drempelwaarden niet worden overschreven kan in overleg worden bekeken of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling, omdat er mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Er kunnen twee uitkomsten zijn: als de conclusie is dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden hoeft er geen m.e.r.procedure te worden doorlopen. Dit wordt in het betreffende plan of besluit gemotiveerd en moet ook formeel bekend worden gemaakt door het bevoegd gezag; als belangrijke nadelige milieugevolgen niet uitgesloten kunnen worden, moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Planspecifiek Het onderhavige plan betreft het realiseren van twee woningen in combinatie met natuur- en landschapsontwikkeling (stichting NSW-landgoed). Deze ontwikkeling komt niet voor in het besluit m.e.r., waarmee een m.e.r.-beoordeling of m.e.r.-plicht niet aan de orde is.
4.2
Water
Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien nodig wordt overtollig water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden.
Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft
Landgoed De Vlist
29
maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Het plangebied ligt in het beheersgebied van twee verschillende waterschappen. Voor de locatie aan de OostVlisterdijk 13 is dit het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en voor de locatie West-Vlisterdijk 28 is dit het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Beide waterschappen worden hieronder behandeld. Beleid Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden Het beleid van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden(HDSR) is neergelegd in het Waterbeheerplan 'Waterkoers 2016-2021'. De focus betreft het werken aan veilig, voldoende en gezond water tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten. Het hoogheemraadschap richt zich op beheren en ontwikkelen van het watersysteem over de eigen grenzen heen en speelt in op ontwikkelingen van de maatschappij door actief het gesprek aan te gaan en samen te werken. Het Hoogheemraadschap hanteert beleidsregels op grond van de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018. Bij versnelde afvoer en lozing van extra aangelegd verhard oppervlak wordt het stand-still beginsel gehanteerd. Dit wil zeggen dat er ten gevolge van de aanleg geen extra peilstijging mag optreden.
In de Uitvoeringsregels bij de Keur is een stroomschema opgenomen, waarmee wordt bepaald of er extra verhard oppervlak, waarvan versnelde afvoer en lozing naar oppervlaktewater plaatsvindt, gecompenseerd moet worden door extra oppervlaktewater te graven. Er wordt een ondergrens gesteld aan de compensatieplicht. Deze grens is voor stedelijk gebied 500 m² en voor landelijk gebied 5.000 m². Deze grens is gesteld zodat niet iedere uitbreiding van verhard oppervlak gelijk leidt tot een compensatieplicht. In landelijk gebied heeft het uitbreiden van verhard oppervlak minder gevolgen voor het watersysteem dan in stedelijk gebied. Bovendien kan in stedelijk gebied wateroverlast tot grotere problemen leiden dan in landelijk gebied. Daarom is de ondergrens in landelijk gebied hoger dan in stedelijk gebied. Toename aan verharding moet volledig gecompenseerd worden: daarmee wordt in dit verband bedoeld dat er in stedelijk gebied een oppervlak van 15% van de toename van verhard oppervlak aan nieuw oppervlaktewater wordt gegraven en in landelijk gebied 10%. Als de toename van verhard oppervlak meer dan 10.000 m² bedraagt, dan wordt per geval beoordeeld hoeveel compensatie er nodig is.
Waterbeheerplan 2016-2021 HHSK Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan HHSK 2016-2021, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, peilbesluiten en de leggers. In deze documenten heeft HHSK de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard vastgelegd. HHSK houdt het land veilig en bewoonbaar, nu en in de toekomst, en draagt bij aan de leefbaarheid van het gebied. Het beheer en onderhoud zijn gericht op het vergroten van de toekomstbestendigheid van het (afval)watersysteem. Bij grote investeringen in nieuwe infrastructuur en de aanleg van woon- of werkgebieden, denkt het Hoogheemraadschap actief mee met initiatiefnemers over de mogelijke gevolgen van hun plannen voor overstromingsrisico's, wateroverlast, de waterkwaliteit en de afvalwaterketen. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan voorafgaand aan de vaststelling van het plan.