BIJL 2 Plantoelichting Bestemmingsplan Middelblok 187A Gouderak
Tekst van het document
1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
2
2. 2.1 2.2 2.3
Bestaande situatie Historische context Ruimtelijke structuur omgeving Bestaande situatie
7
3. 3.1 3.3
Toekomstige situatie Planvoornemen Verkeer en parkeren
10
4. 4.1 4.2 4.3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid
16
5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12
Randvoorwaarden Bodemkwaliteit Water Luchtkwaliteit Geluid Geur Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Natuurwetgeving Cultuurhistorie Archeologie Mer-beoordeling Ontplofbare oorlogsresten
28
6. 6.1. 6.2. 6.3.
Juridische regelgeving Inleiding Systematiek van de regels Beschrijving van de bestemmingen
56
7. 7.1 7.2
Uitvoerbaarheid Economische haalbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
58
Bijlagen: Bijlage 1: Inrichtingsschets Bijlage 2: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Digitale watertoets Bijlage 5: Akoestisch onderzoek optredende gevelbelastingen Bijlage 6: Ontwerpbesluit Hogere waarden Bijlage 7: Quickscan natuurwetgeving Bijlage 8: Stikstofdepositie onderzoek Bijlage 9: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek Bijlage 10: M.e.r.-beoordelingsbesluit Bijlage 11: Omgevingsdialoog Bijlage 12: Vooroverlegreacties Bijlage 13: Zienwijze
2 2 4 5 6
7 7 8
10 14
16 18 23
28 29 35 37 39 40 43 45 49 51 52 54
56 56 57
58 58
|2
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is het voornemen om een kinderdagverblijf/BSO te realiseren op de locatie Middelblok 187a te Gouderak in de gemeente Krimpenerwaard. Ter plaatse gelden binnen het bestemmingsplan “Middelblok” de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’ met een bouwvlak strak om de bestaande bebouwing heen en een aantal dubbelbestemmingen en aanduidingen. Zowel binnen de bestemming ‘Agrarisch’ als ‘Agrarisch met waarden’ is een kinderdagverblijf/BSO niet toegestaan. De gemeente Krimpenwaard heeft in januari 2022 aangegeven in principe onder voorwaarden akkoord te gaan met het voorgestelde plan om de bestemming ter plaatse te wijzigen. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, is een herziening van het vigerend bestemmingsplan noodzakelijk.
1.2
Bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden
Bij de vaststelling van het bestemmingsplan ’Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard’ in 2019 is door de raad een motie aangenomen waarbij de raad het college verzoekt om ruimhartig om ruimhartig om te gaan met het mogelijk maken van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de (bebouwings)linten die grenzen aan het bestemmingsplan ‘Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard’ en die het gevolg zijn van natuur in het kader van dit bestemmingsplan. Het perceel Middelblok 187a te Gouderak grens aan voornoemd bestemmingsplan, zie figuur 1. Met voorliggend plan wordt dus uitvoering gegeven aan deze motie.
Figuur 1 Uitsnede bestemmingsplan ‘Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard’ NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|3
1.3
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan Middelblok 187A te Gouderak in de gemeente Krimpenerwaard, op circa 1,7 kilometer ten noordoosten van de bebouwde kom van Gouderak. Het plangebied is gelegen in het buitengebied en is onderdeel van het perceel kadastraal bekend als gemeente Gouderak, sectie B, perceelnummer 3577. Het totale perceel kent een oppervlakte van 25.436 m². Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de weg Middelblok met daarachter gelegen een bedrijventerrein. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden, met daarachter gelegen woonbestemmingen. Aan de zuidoost-, zuid- en zuidwestzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden en aan het open veenweidegebied van de Krimpenerwaard. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden en woonbestemmingen.
Figuur 2 Ligging en begrenzing plangebied
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|4
1.4
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Middelblok’, vastgesteld op 30 juni 2011. Daarnaast geldt voor deze locatie het ‘Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard’, vastgesteld op 29 januari 2019.
Figuur 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (plangebied rood omlijnd)
Bestemmingsplan ‘Middelblok’ Enkelbestemmingen Op basis van het bestemmingsplan ‘Middelblok’ kent het plangebied gedeeltelijk de enkelbestemming ‘Agrarisch’. De gronden binnen de bestemming ‘Agrarisch’ zijn bestemd voor de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven, extensieve recreatie, erftoegangswegen, agrarische wegen, paden, parkeervoorzieningen, water, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming, alsmede voor gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen. De agrarische bedrijfsbebouwing waaronder begrepen sleufsilo’s, kuilplaten en (mest)bassins en waaronder niet begrepen kassen, mogen uitsluitend worden gebouwd binnen een bouwvlak. De goothoogte van een bedrijfswoning en agrarische bedrijfsbebouwing mag niet meer bedragen dan 6 meter en de bouwhoogte niet meer dan 5 meter boven de toegestane goothoogte (11 meter). Verder kent het overgrote deel van het plangebied de enkel bestemming ‘Agrarisch met waarden’. De gronden binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ zijn bestemd voor het behoud en herstel van de natuur- en landschapswaarden, de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven, extensieve recreatie, erftoegangswegen, agrarische wegen, paden, parkeervoorzieningen, water, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming.
Ten behoeve van agrarische bedrijvigheid zijn uitsluitend veldschuren, schuilgelegenheden en bouwwerken, niet zijnde bouwwerken voor mestopslag en silo’s toegestaan, waarvan de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste 60 m2 bedraagt. NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|5 Dubbelbestemmingen Voor het plangebied geldt op basis van het bestemmingsplan ‘Middelblok’ de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. De gronden binnen deze bestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden. Een archeologisch onderzoek is vereist bij het bouwen van bouwwerken dieper dan 0,3 meter. Het noordelijk deel van het plangebied valt daarnaast binnen de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. De voor 'Waterstaat – Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen(en), mede bestemd voor werken ten behoeve van de waterkering, de waterhuishouding met de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen ten dienste van de geleiding en beveiliging van het scheepvaartverkeer. Aanduidingen Verder ligt het noordelijk deel van het plangebied binnen de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrielawaai’.
De bouw van een woning of een gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder, alsmede in artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder, is binnen deze geluidzone niet toegestaan, tenzij een besluit tot vaststelling van een hogere grenswaarde voor de betrokken woning of voor het betrokken gebouw vóór de vaststelling van dit plan is verleend of uit akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op enige gevel van de betrokken woning of het betrokken gebouw niet hoger zal zijn dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard Voor de gehele gemeente Krimpenerwaard is een parapluplan parkeren opgesteld, die op 29 januari 2019 is vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan ziet toe het waarborgen van voldoende parkeergelegenheid. De regelingen uit het genoemde parapluplan met betrekking tot deze onderwerpen zijn overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.
1.5
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. • Regels: In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. • Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|6
1.6
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde toekomstige situatie wordt weergegeven. Een beschrijving en toetsing van het relevante beleidskader op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de milieukundige randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven.
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|7
2. BESTAANDE SITUATIE 2.1
Historische context
De dijk, met daarop gelegen de weg Middelblok, vormt de belangrijkste structuurlijn in Gouderak. Gouderak dankt haar bestaan aan deze dijk, vanwege het feit dat het achterliggend weidegebied droog bleef en beschermd tegen het rivierwater. De dijk werd oorspronkelijk aangelegd om de laag gelegen Krimpenerwaard te beschermen tegen de Hollandsche IJssel. Aan de overzijde van de dijk zijn in de jaren 70 en 80 de uiterwaarden drooggelegd, waarna hier een bedrijventerrein is gerealiseerd. Later is de ringweg (N207) aangelegd.
2.2
Ruimtelijke structuur omgeving
Het plangebied aan het Middelblok is gelegen ten noorden van het dorp Gouderak. Het Middelblok vormt de verbinding tussen de kern van Gouderak en het zuiden van Gouda en ligt langs de Hollandsche IJssel. Het dicht bebouwde bebouwingslint ligt tussen de openheid van de rivier enerzijds en de openheid van het veenweidelandschap Krimpenerwaard anderzijds. Het veenweidegebied wordt gekenmerkt door een zogenaamde slagenverkaveling: een verkavelingspatroon van lange, smalle kavels die min of meer haaks op de dijk zijn gesitueerd en zich uitstrekken vanaf de dijk tot ver in het natte veengebied. De kavels worden van elkaar gescheiden door kavelsloten en door (voormalige) vlieten en molenboezems, die sterk in breedte variëren en doorlopen tot aan de dijk langs de Hollandsche IJssel. De dijk, met daarop gelegen de weg Middelblok, heeft naast een waterkerende functie vooral ook in ruimtelijk opzicht een grote betekenis. Met een hoogte van drieënhalf à vier meter boven NAP is deze duidelijk zichtbaar vanuit het, op ongeveer anderhalve meter beneden NAP liggende, veenweidegebied. De dijk fungeert daarnaast als de belangrijkste verkeersroute in het gebied en is de drager van de bebouwing die er zich langs uitstrekt. De bebouwing staat overwegend haaks ten opzichte van de dijk en correspondeert nog in belangrijke mate met de oorspronkelijke verkavelingsrichting.
De bebouwing bestaat afwisselend uit grote boerderijcomplexen en kleine burgerwoningen. Plaatselijk is sprake van grote contrasten in verschijningsvorm, stedenbouwkundige oriëntatie, maatvoering en grootte van de bebouwing binnen het lint. De kleinschaligheid van burgerwoningen, schuurtjes en andere bouwsels wordt afgewisseld met grotere elementen zoals boerderijen en een enkel bedrijfscomplex. Naast een grote mate van ongestructureerdheid, willekeurige bebouwingsstructuren en recente aanbouwsels komen er ook een aantal monumentale panden en authentieke boerderij-erven voor. Aan de overzijde van het plangebied aan het Middelblok is het bedrijventerrein Middelblok Groot gesitueerd. Dit bedrijventerrein kent haar oorsprong in 1953. De bedrijven binnen dit bedrijventerrein bevinden zich voornamelijk in de sectoren zakelijke diensten, gezondheid, industrie en bouw.
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|8
2.3
Bestaande situatie
In het verleden zijn de percelen Middelblok 187 (wonen) en 187A (agrarisch) gesplitst. Onderhavig bestemmingsplan heeft enkel betrekking op het agrarische perceel Middelblok 187A. Het perceel Middelblok 187A betreft een agrarische locatie waarbij sprake was van het houden van rundvee. Het perceel Middelblok 187A kan niet meer functioneren als volwaardig agrarisch vanwege het ontbreken van voldoende weiland door de natuurbestemming aan de zuidoost-, zuid- en zuidwestzijde van het plangebied. Het perceel heeft een oppervlakte van 25.436 m² en omvat circa 3 hectare landbouwgrond, een erf, een mestplaat en een mestput en twee schuren c.q. stallen. De schuren zijn volgens het kadaster in 1984 en 1986 gebouwd en hebben een oppervlakte van 150 m² en 195 m². De schuur gebouwd in 1986 is geschikt voor het huisvesten van 26 stuks rundvee. In deze schuur, aan de kant van de dijk, ligt een betonvloer en in de vloer bevinden zich mestgoten. Deze voeren af naar een ondergrondse mestput van 180 m2. De vloer van de zuidelijke schuur bestaat deels uit tegels. Deze schuur wordt gebruikt als loods/berging. Het erf tussen de schuren is verhard met puin, beton en een klein deel asfalt. Ook de oprit vanaf de dijk is verhard met puin en grind, hetzelfde materiaal dat tussen de schuren ligt. Het materiaal is een zogenaamde halfverharding.
Ten westen van de voorste schuur bevindt zich een betonnen bak, een mestput. De mestplaat en mestput zijn circa 180 m². Voor de locatie is een milieu toestemming aanwezig, een zogenaamde Hinderwetvergunning d.d. 13-02-1986.
Figuur 4 Bestaande situatie Middelblok
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|9
Figuur 5 Bestaande situatie plangebied
Figuur 6 Bestaande situatie plangebied
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|10
3. TOEKOMSTIGE SITUATIE 3.1
Planvoornemen
Het Tuinhuis is voornemens om op de locatie Middelblok 187A een kinderdagverblijf/BSO te realiseren. Het Tuinhuis biedt een kind(er)vriendelijke opvang, voor kinderen vanaf 6 weken tot 4 jaar, evenals een buitenschoolse opvang t/m 12 jaar. Het Tuinhuis wil de kinderen meer betrokken maken bij de agrariër. Door de toenemende vraag naar opvang en de toekomstige regelgeving met betrekking tot gratis kinderopvang is de behoefte naar kinderopvang groot. De wachtlijst bij Het Tuinhuis is inmiddels opgelopen tot het jaar 2024 waardoor behoefte is aan meer ruimte. De kinderopvang is bedoeld voor de gemeenten in de Krimpenerwaard en eventueel omliggende steden/dorpen. De locatie aan het Middelblok is uitermate geschikt voor de kinderopvang zoals Het Tuinhuis ambieert; het ligt op de grens van industrie en groen, dicht bij Gouda en andere woonkernen. Er staan twee boerenschuren die gebruikt kunnen worden voor dieren en de daarbij behorende voorzieningen zoals stro-en voeropslag en dergelijke. Er is weiland waar de dieren in de zomer buiten kunnen lopen. Er is voldoende ruimte om een nieuw gebouw voor de kinderopvang te realiseren dat voldoet aan alle huidige eisen qua veiligheid, welbevinden, energiezuinigheid et cetera. Gebruik bestaande bebouwing Het plangebied aan de Middelblok 187A omvat circa 3 hectare landbouwgrond, een erf, een mestplaat en een mestput en twee schuren.
De mestplaat en mestput met een oppervlakte van 180 m² worden geheel verwijderd, waarmee bestaande bebouwing wordt ingeleverd. De bedoeling is om één van de twee schuren (195 m²) te gebruiken voor de opslag van de nodige (landbouw)machines die nodig zijn voor het weiland, hooi en stro en voor de opslag van speelmaterialen. Ook is minimaal een kleine werkplaats nodig om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren aan het speelgoed, de gebouwen, het erf, het weiland en de machines. Daarnaast is het de bedoeling om deze schuur te gebruiken voor het onderbrengen van een aantal dieren en een overdekte kinderspeelplaats. Het gaat immers om het buitengevoel en op deze manier kunnen de kinderen ook buiten spelen op momenten dat het slecht weer is. De andere schuur (155 m²) wordt gesloopt. Nieuwbouw De kinderopvang wordt in een nieuw gebouw gevestigd. Het nieuwe pand krijgt de uitstraling van een schuur, maar wel in een eigentijds jasje. De wens is om te starten met vier groepen voor de allerkleinsten op de begane grond en één groep voor iets oudere kinderen op de verdieping. Daarin is ook buitenschoolse opvang verweven, indien nodig. Het Tuinhuis heeft sterk de voorkeur om slaapvertrekken op de begane grond te situeren vanwege brandveiligheid. Deze bevinden zich tussen de groepsruimtes in, zodat de leiding goed overzicht kan houden.
Tussen de groepsruimtes in bevindt zich ook een sanitaire ruimte (toilet en verschonen) die vanuit beide groepsruimtes te bereiken is. Op de verdieping komt één groepsruimte en ook alle ondersteunende ruimtes zoals kantoor, toiletten, douche, opslag, kantine, speelruimte en educatieve ruimte voor de kinderen. Voor goed ingerichte binnenspeelruimten wordt uitgegaan van 4,5 m² per kind, zodat totaal 360 m² vloeroppervlakte benodigd is. Voor slapen en sanitair is per twee groepen rond de 35 m² nodig, waarmee het totaal op circa 70 m² uitkomt. De resterende m² zullen nodig zijn voor verkeersruimtes, sanitair voor volwassenen, pauzeruimte, kantoor et cetera. Ook komt er een inpandige opbergruimte in het pand.
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|11 Deze ruimte wordt gebruikt als opbergruimte voor de babybedjes en (buiten)speelgoed. Er is bewust gekozen voor een inpandige opbergruimte om geen losse schuurtjes te realiseren. Het nieuwe gebouw krijgt daarom een oppervlakte van circa 460 m². Vanuit het gebouw is er volop zicht op de weilanden rondom. Het gebouw zal bestaan uit twee, ten opzichte van elkaar iets verschoven, volumes. Dit zorgt voor een speelt uiterlijk en zorgt ervoor dat het gebouw visueel kleiner lijkt dan het is. Een dergelijke verspringing is ook te zien bij de schuren van Middelblok 187. Het nieuwe gebouw komt zoveel mogelijk in lijn te staan met de schuren van Middelblok 187 in verband met de aanwezige geurcirkel en om te zorgen voor een natuurlijk geheel. Buitenruimte Qua dieren wordt gedacht aan diverse soorten boerderijdieren. Schapen, konijnen, kippen en dergelijke. Dit is niet bedrijfsmatig, maar ‘hobbymatig’ bedoeld. Aan de dieren wordt geen geld verdiend – in tegendeel – maar ze zijn wel de basis waarop de bedrijfsfilosofie van Het Tuinhuis is gebaseerd. De exacte aantallen worden in nader overleg met de gemeente afgestemd. In de speelweides kunnen de kinderen ravotten in een veilige, natuurrijke, uitdagende buitenspeelomgeving. De erfinrichting wordt ook speciaal ontworpen met het veiligheid als één van de belangrijkste aspecten.
Wandelende kinderen, auto’s, dieren moeten elkaars paden niet onnodig kruisen. Beeldkwaliteitsplan Ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, die als bijlage bij deze toelichting is opgenomen. Doelstelling is het landschappelijk inpassen van het kinderdagverblijf met behoud en herstel van de landschappelijke en stedenbouwkundige kernkwaliteiten en waarden en daarnaast versterking van de ruimtelijke (beeld)kwaliteit, verduurzaming en behoud van het karakter. Hiertoe zijn een aantal ontwerpuitgangspunten opgesteld: • Behoud van bestaand agrarische karakter in aansluiting op het karakter van het omliggende gebied; • Behoud van doorzicht op open het veenweidegebied echter met ruimte voor het aanbrengen van diversiteit en versterking van kleinschaligheid; • Inpassen van streekeigen beplantingselementen (landschapselementen) o.a.: o Fruitbomen; o Erfbomen; o Erfscheidingshagen; o Knotwilgen; o Bestaande waardevolle beplanting; • Behoud van de bestaande meest noordelijk liggende schuur; • Voldoende parkeergelegenheid inpassen op een landelijke wijze; • Diversiteit in kaphelling, goot/nokhoogte conform huidige situatie terug laten komen in het bouwplan; • Architectuur inspireren op de huidige uitstraling van gebouwen; • Behoud van de karakteristieke uitstraling passend bij het karakteristieke dijklint; • Ruimte om te bewegen. Spelen in het landschap.
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|12
Figuur 7 Inrichtingsvoorstel
Beeldkwaliteitseisen bebouwing Bouwprogramma en typologie In de omgeving van het plangebied is een grote verscheidenheid aan agrarische bebouwing terug te vinden. Dit uit zich ook in een grote diversiteit in schaal en architectuur. Het plangebied kenmerkt zich echter door een schrale kwaliteit in vormgeving en materiaalgebruik. Het is wenselijk het bestaande agrarische authentieke en landelijke karakter terug te laten komen in de nieuwe situatie zodat het karakter van het ensemble aansluit bij de omgeving. Het groen (waaronder de boomstructuur, erfinrichting en beplanting) en de toepassing van natuurlijke materialen vormt de verbindende factor tussen de diversiteit in bouwstijlen en architectuur. Hiermee ontstaat er eenheid binnen het plangebied. De bebouwing heeft een ondergeschikt karakter als schuurelement op het boerenerf. De te behouden bestaande schuur kan een modernisering ondergaan, waarbij aansluiting wordt gezocht in uitstraling en materiaalgebruik met het nieuw te bouwen gebouw. Het nieuwe bouwvolume bestaat uit 1,5 laag met een kap, met een maximale goothoogte van 4,75 meter en een maximale bouwhoogte van 7,25 meter. Gestreefd wordt naar een hoogwaardige landelijke uitstraling met zowel moderne als gebiedseigen materialen en vormgeving.
Bouwmassa en materiaalgebruik Gevels worden opgetrokken uit natuurlijke en gebiedseigen materialen, zoals een combinatie tussen baksteen plint met natuurlijke duurzame materialen zoals natuurlijk vergrijsd, bruinkleurig of in antraciet/zwart/grijs kleur geschilderd houtwerk, zwart/antraciet kleurig metalen golfplaat en glas. De gevels worden gerealiseerd binnen een terughoudend kleurenpalet van naturel/vergrijsd, bruin, donkergrijs of antraciet/zwart. Daarnaast is het van belang dat grote puien niet worden uitgesloten i.v.m. optimaal binnen-buiten ervaring en lichttoetreding. De kap van het dak bestaat uit keramische dakpannen (niet geglazuurd) in een terughoudende kleur; roodbruin of antraciet, of duurzame dakbeplating bijvoorbeeld zink of zwart/antraciet kleurig metalen golfplaat. Voor de kozijnen zijn verschillende duurzame materialen toepasbaar, zorgvuldige en terughoudende detaillering aansluitend bij de architectuur en harmoniërend bij de gevelkleur. Deuren, kozijnen en daklijsten zijn uitgevoerd in wit of donkere en/of aardse, natuurlijke kleurstelling afgestemd op de kleur van de gevel(bekleding). NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|13 Doormiddel van luiken, schuifdeuren of bomen kan worden voorzien in zonwering. Toevoegingen aan en op het dak dienen mee ontworpen te worden in de stijl van het schuurvolume. De goot dient een traditioneel vormgegeven zinken goot te zijn.
Figuur 8 Indicatie uiterlijk nieuwe bebouwing
Figuur 9 Indicatie uiterlijk bebouwing
Beeldkwaliteitseisen landschap Boom- en groenstructuur De boomstructuur krijgt een belangrijke functie als verbindend element binnen het erf ensemble en bepaald in een belangrijk deel de (groen)kwaliteit en verblijfsklimaat van de buitenruimte. Er worden lager blijvende soorten toegepast die het zicht vanaf de dijk op het open veenweidegebied niet belemmeren. Echter is er ook ruimte voor de toepassing van individuele hoogstam bomen ten behoeve van de diversiteit en het creëren van doorkijkjes. De bomen hebben naast de esthetische waarde ook een toegevoegde waarde voor de biodiversiteit en het microklimaat op het erf. Zo heeft de schaduwwerking een verkoelend effect en voorkomt hittestress. Erfafscheidingen en hekwerken Het plangebied wordt gekenmerkt door de uitstraling van een boerenerf. Hier vormen gebiedseigen afrasteringen een onderdeel van. Voor een kinderdagverblijf is een veilige, duurzame en transparante afscheiding gewenst. Hierbij kan worden gedacht aan een staafmathekwerk en kastanjehouten spijlenhekwerk. Naast de toepassing van hekwerken kan ook op beperkte schaal een afscheiding in hagen worden toegepast. Ontsluiting, erf en parkeren De huidige situatie laat een erf zien dat beide schuren en aangrenzende weilanden ontsluit. De afrit vanaf de dijk betreft een karrenspoor in halfverharding en gras.
Het is wenselijk dit karakter te behouden, echter in gebruiksvriendelijke en veilige toepassing aansluitend bij het gebruikt als kinderdagverblijf. Door een eenheid in verhardingsmateriaal te vinden, wordt de samenhang van het erf ensemble versterkt. De ontsluiting van de dijkstoep wordt verbreed zodat boven aan de dijk veilig gemanoeuvreerd kan worden. NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|14 Overige verharding bestaat uit elementenverharding passend bij het erfkarakter. Op de paden in de gebieden grenzend aan de weilanden wordt verharding terughoudend toegepast, waarbij een landschappelijke uitstraling gewenst is. Parkeren voor bezoekers gebeurt op het erf nabij de dijk, uit het zicht van passanten. Hier is ruimte om in een groene setting te parkeren. Gezien de drukke parkeermomenten in de ochtend en einde van de dag kan de ruimte ook voor eventuele groepsactiviteiten van het kinderdagverblijf worden benut. Spelen in het landschap De bufferbeplanting zal een positieve bijdrage leveren aan de landschappelijke kwaliteit. Ook wordt een positieve bijdrage geleverd aan het gewenste microklimaat, niet alleen voor de kinderen en bezoekers maar ook voor flora en fauna, waaronder vogels. De diversiteit kan ook een positieve bijdrage leveren aan de educatieve functie en bewustwording van het landschap om ons heen en met alles wat zich daarin afspeelt. Deze groene buffer vormt de achtergrond voor het spelen in het groen. Hierbij worden verschillende zones gedefinieerd. Rond het gebouw voor het kinderdagverblijf is ruimte voor verharde pleintjes, speeltoestellen en rijden met fietsjes, skelters en trekkers bijvoorbeeld. Dit heeft een intensiever karakter dan de terreindelen eromheen.
Op de gebieden grenzend aan de dijk en het open veenweidegebied is ruimte voor een natuurlijkere en avontuurlijkere speelinvulling.
Figuur 10 Indicatie uiterlijk landschap
Het Beeldkwaliteitsplan is beoordeeld door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Zij zijn positief over de beoogde nieuwe bestemming en ontwikkeling voor het landschap. Daarnaast vinden zij het beeldkwaliteitsplan een helder plan met goede referentiebeelden. Hiermee volgt het beeldkwaliteitsplan een goed toetsingskader.
3.3
Verkeer en parkeren
Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het plangebied wordt ontsloten door het Middelblok. Dit is een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom, waar langs woningen, bedrijven en agrarische percelen liggen. Er geldt hier een maximum snelheid van 60 km/h. Met het planvoornemen wordt een kinderopvang gerealiseerd. De kinderopvang/BSO biedt plaats voor maximaal 80 kinderen. De kinderen die gebruik maken van de buitenschoolse opvang (BSO) worden daarbij opgehaald van de nabijgelegen basisscholen. De verkeersbewegingen ten behoeve van de BSO hebben derhalve enkel betrekking op het ophalen van de kinderen aan het einde van de dag. NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|15 De kinderen die gebruik maken van de kinderopvang worden wel gebracht en gehaald. Gezien de ligging nabij de ontsluitingsweg N207 is het aannemelijk dat ongeveer de helft van de ouders (uit Gouderak, Stolwijk, Bergambacht, Lageweg en eventueel Ouderkerk a/d IJssel) al over deze weg naar hun werk rijdt en dus niet speciaal hiervoor omrijdt. De locatie ligt 160 meter vanaf de rotonde, het aanrijden is dus ideaal, het geeft geen wezenlijke extra verkeersdruk op de dijk. Gezien het voorstaande wordt voor de kinderopvang/BSO derhalve uitgegaan van 100 verkeersbewegingen per dag gedurende 5 dagen per week. Verwacht wordt dat het Middelblok voldoende capaciteit heeft om deze verkeersgeneratie af te kunnen wikkelen. Het plangebied is bereikbaar door middel van een oprit vanaf de dijk. Vooral tijdens de spits zal er gebruik gemaakt worden van de oprit vanaf de dijk en dit zal leiden tot achteruitgang van de verkeersveiligheid. Er moet daarom extra aandacht besteed worden aan de verkeersveiligheid. Daartoe wordt de oprit verbreed en voorzien van een opstelstrook, waarbij een haakse aansluiting op de openbare weg de voorkeur heeft. Parkeren Ruimtelijke functies trekken een bepaalde hoeveelheid autoverkeer aan en daarmee ook de vraag naar een bepaalde parkeerbehoefte.
Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen is afhankelijk van de voorzieningen en de parkeernorm die bij de betreffende ontwikkeling hoort. Op 29 januari 2019 heeft de gemeenteraad het parapluplan Parkeren Krimpenerwaard vastgesteld. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van de CROW uitgave “Toekomstbestendig parkeren 2018”. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Krimpenerwaard. In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte voor de nieuwe situatie weergegeven. Parkeren nieuwe situatie
Kinderdagverblijf (crèche) Totaal
Aantal/oppervlakte
Parkeernorm
960 m²
1,4 pp/100 m²
Aantal parkeerplaatsen 13,44 pp 13,44 pp
De parkeerbehoefte betreft afgerond 14 parkeerplaatsen. Parkeren gebeurt op eigen terrein, hier worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. In het voorliggende bestemmingsplan is een regeling opgenomen die borgt dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Geconcludeerd kan worden dat het aspect parkeren geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde herontwikkeling van het erf.
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|16
4. BELEIDSKADER 4.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerkingen tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Conclusie Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale karakter. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 30 december 2011 inwerking getreden.
Conclusie Door het nationale karakter van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. Het Barro bevat geen voor het plangebied relevante bepalingen.
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|17 Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van art. 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking mits er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Per 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. In de nieuwe Ladder zijn de eerste twee treden samengevoegd en komt de derde trede te vervallen.
Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de Ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied dan wordt voldaan aan de Ladder. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 500 m², wordt deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt. Indien de Ladder niet van toepassing is op het plan, is een motivering nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet onder andere aandacht besteed worden aan de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van de uitvoerbaarheid moet de behoefte aan de beoogde ontwikkeling worden uitgewerkt. Toetsing Het planvoornemen betreft de nieuwbouw van een kinderdagverblijf inclusief buitenschoolse opvang met parkeerplaatsen, speelweiden en nieuwe groenvoorzieningen, in combinatie met het hobbymatig houden van dieren ten behoeve van de kinderopvang.
Het plangebied omvat in de huidige situatie circa 3 hectare landbouw, een erf, een mestplaat en een mestput en twee schuren. De mestplaat en mestput met een oppervlakte van 180 m² worden geheel verwijderd. De bedoeling is om één van de twee bestaande schuren (195 m²) te gebruiken. De andere schuur (155 m²) wordt gesloopt. De kinderopvang wordt in een nieuw gebouw van circa 460 m² gevestigd. Met het planvoornemen is sprake van een toevoeging van minder dan 500 m². Het planvoornemen wordt derhalve niet beschouwd als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ die ladderplichtig is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel wenselijk aandacht te besteden aan de uitvoerbaarheid en de behoefte aan het plan.
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|18 Door de toenemende vraag naar opvang en de toekomstige regelgeving met betrekking tot gratis kinderopvang is de behoefte naar kinderopvang groot. Gezien de kracht van de groene locatie die Het Tuinhuis bezit in Boskoop en Bodegraven is de wachtlijst van ouders die de kinderen op een groene locatie willen plaatsen opgelopen tot 2024. Vanuit de behoefte naar meer ruimte is het Tuinhuis in contact gekomen met de eigenaars van Middelblok 187 en 187A. De locatie aan het Middelblok wordt daarbij uitermate geschikt geacht voor de kinderopvang zoals Het Tuinhuis ambieert; het ligt op de grens van industrie en groen, zeer dicht bij Gouda en andere woonkernen. Vanuit een goede ruimtelijke ordening blijkt dat behoefte is aan onderliggend planvoornemen. Conclusie Het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal en regionaal beleid
Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 april 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 15 maart 2022 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden.
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|19 Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht.
De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening Kwaliteitskaart De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, zoals benoemd op de kwaliteitskaart en uitgewerkt in richtpunten. De kwaliteitskaart toont in vier lagen de gebiedskenmerken en kwaliteiten die de provincie belangrijk vindt. De vier lagen zijn samengevat in één kaartbeeld; de integrale kwaliteitskaart. De vier lagen zijn: • laag van de ondergrond • laag van de cultuur- en natuurlandschappen • laag van de stedelijke occupatie • laag van de beleving Het kwaliteitsbeleid gaat uit van 'ja, mits': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang.
De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact is. Er wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. De provincie vraagt gemeenten om voor ontwikkelingen in en nabij het buitengebied de kwaliteitskaart te benutten en gebruik te maken van de opgestelde gebiedsprofielen. Naast het ruimtelijke kwaliteitsbeleid zijn er gebiedsprofielen opgesteld, gezamenlijk met decentrale overheden en andere partijen in de regio. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Toetsing Laag van de ondergrond Op de kaart 'Laag van de ondergrond' is het noordelijke deel van het plangebied aangewezen als ‘Bijzonder reliëf - oude stroomgordels en geulafzettingen’. Het zuidelijke deel van het plangebied is aangemerkt als 'Rivierdeltacomplex - rivierklei/veen'. Bij ontwikkelingen in het rivierengebied dient het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar gehouden te worden. NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|20 De onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap worden bij ontwikkelingen herkenbaar en in stand gehouden. Het plangebied aan het Middelblok 187A bevindt zich tegen een dijk. Het hoogteverschil zal hier dan ook behouden blijven. Daarbij wordt het zicht op de achtergelegen gronden verbeterd door het plan landschappelijk in te passen. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Op de kaart ‘Laag van de cultuur- en natuurlandschappen’ is het plangebied aanduid als ‘veen(weide)landschap’. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de verkavelingspatronen. Richtpunten voor het veenlandschap zijn: • Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. • Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. • Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. • Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer.
Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. Het planvoornemen betreft de nieuwbouw van een kinderdagverblijf inclusief buitenschoolse opvang (460 m²) met parkeerplaatsen, speelweiden en nieuwe groenvoorzieningen, in combinatie met het hobbymatig houden van dieren ten behoeve van de kinderopvang. Hiervoor worden een mestplaat en een mestput (180 m²) geheel verwijderd en wordt één schuur (155 m²) gesloopt. Eén van de twee bestaande schuren (195 m²) blijft behouden. Het plan wordt landschappelijk ingepast. Bij het ontwerp is rekening gehouden met het omliggende landschap van de Krimpenerwaard. Hierbij wordt dus rekening gehouden met de maat en weidsheid van het landschap. Het nieuwe gebouw wordt geplaatst binnen een bestaand lint. Het karakter van het lint blijft zoveel mogelijk geborgd middels landschappelijke inpassing. De nieuwbouw bestaat uit twee, ten opzichte van elkaar iets verschoven, volumes. Dit zorgt voor een speels uiterlijk en zorgt ervoor dat het gebouw visueel kleiner lijkt dan het is. Het nieuwe gebouw komt zoveel mogelijk in lijn te staan met de schuren van Middelblok 187 om te zorgen voor een natuurlijk geheel. Het ontwerp steekt slechts 1 meter boven de dijk uit. Daarnaast zijn er gebiedsprofielen opgesteld, gezamenlijk met decentrale overheden en andere partijen in de regio.
De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Gebiedsprofiel Het plangebied valt binnen het gebiedsprofiel 'Krimpenerwaard'. Voor elk gebiedsprofiel zijn meerdere kaarten beschikbaar. Onderstaand worden de voor het plangebied relevante kaarten besproken die een aanvulling vormen op de reeds genoemde aspecten van de kwaliteitskaart:
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|21 Herkenbaar waterrijk veen(weide) De veenweidepolders lopen door tot aan de rivierdijken. Hier is het hoogteverschil geleidelijk en hier is geen duidelijke oeverwal te onderscheiden. Het contrast van de verdichte dijklinten op de oeverwal en het open veenweidegebied dient beleefbaar te zijn. Doorzichten over opstrekkende verkaveling vanaf de wegen op de dijk moet zoveel mogelijk behouden blijven. Met het planvoornemen aan het Middelblok 187A blijft het contrast tussen het dijklint en het open veenweidegebied behouden. Door landschappelijke inpassing van het planvoornemen blijven doorzichten behouden. Weg door stad en land Alle rivierdijken zijn toegankelijk, waarbij de weg op de kruin van de dijk ligt. Het profiel en de continuïteit van de dijk dient behouden te blijven. Voor de beleefbaarheid van het landschap wordt de weg op de kruin van de dijk gehouden. Onderhavig initiatief heeft een minimale invloed op de weg. De huidige uitrit van 3,7 meter breed wordt verbreed naar circa 5 meter om in- en uitgaand verkeer te optimaliseren. Boven aan de dijk komt een opstelruimte zodat enkele auto’s hier kunnen wachten totdat de weg vrij is, wat stagnatie van het wegverkeer voorkomt. Linten blijven linten Het plangebied ligt aan een dijklint. De zone langs de rivieren was het vroegst bebouwde gebied, van daaruit is het achterliggende land ontgonnen.
De ontginningsrichting is haaks op de rivier. De bebouwing ligt als een aaneengesloten band langs de dijk. Binnendijks staat de meeste bebouwing beneden aan de dijkvoet en incidenteel op dijkniveau. Een ambitie die bij het dijklint hoort is het contrast tussen het verdichte dijklint en het open veenweidegebied beleefbaar te houden. Daarbij dient het profiel in stand gehouden te worden. De beleefbaarheid van het plangebied wordt verbeterd met het planvoornemen. Daarbij worden vanuit het nieuwe gebouw betere doorzichten op het veenweidegebied gecreëerd. De karakteristieken van het lint blijven met de ontwikkeling zoveel mogelijk behouden. Omgevingsverordening Zuid-Holland (2019) In samenhang met de omgevingsvisie en het Programma Ruimte is de Omgevingsverordening ZuidHolland opgesteld, vastgesteld op 20 februari 2020. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het plangebied valt volgens de Interim Omgevingsverordening onder de volgende gebieden: • Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (Kaart 4: Gebieden met waterkwantiteitsnormen en waterschappen) • Ontgrondingen op land en in regionale wateren (Kaart 9: Ontgrondingen) • Gebied verplicht peilbesluit (Kaart 17: Gebieden met verplichte peilbesluiten) Bovenstaande kaarten met bijbehorende regels zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen.
Voor het planvoornemen zijn onderstaande artikelen uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland van toepassing.
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|22 Ruimtelijke kwaliteit (art. 6.9) In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i.
een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van inpassen (sub a), omdat de ontwikkeling zich afspeelt op perceelniveau en past bij de aard en de schaal van het gebied. De relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en gebiedsprofielen zijn in voorgaande paragraaf toegelicht. Hieruit blijkt dat het beoogde plan aan de relevante richtpunten voldoet. Stedelijke ontwikkelingen (art. 6.10) In artikel 6.10 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b.
indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In paragraaf 4.1 is ingegaan op de ladder voor duurzame verstelijking, waarmee voldaan wordt aan sub a van artikel 6.10 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Sub b is niet van toepassing op het planvoornemen omdat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en de locatie niet groter is dan 3 hectare. Daarmee wordt er voldaan aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|23 Risico’s van klimaatverandering (art. 6.35a) In artikel 6.35a van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is opgenomen dat in een bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering. Tenminste voor zover het de risico’s ten aanzien van wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte, droogte, alsmede de effecten van voorgenoemde risico’s op het risico van bodemdaling betreft. Voor zover risico’s zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico’s. De ontwikkeling biedt mogelijkheden om rekening te houden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering. Door het behouden, versterken of creëren van robuuste groen/blauwe structuren, keuze voor lichte kleur bouwmaterialen (reflectie in plaats van absorptie), gevelgroen of groene daken en zorgen voor schaduw door bijvoorbeeld bomen kan het plangebied waterrobuust en klimaatbestendig worden ingericht. Ook kan gedacht worden aan duurzame energieopwekking door middel van zonnepanelen, energiebesparing door het gebouw volledig te isoleren door middel van extra duurzame technieken en materialen, een zonneboiler, een warmtepomp en het aanbrengen van een luchtcirculatiesysteem voor duurzaam warmtegebruik.
Door compact te bouwen gaat minder warmte verloren. De kans op oververhitting bij zonoriëntatie kan worden verkleind door vaste (passieve) zonwering in de vorm van overstekken toe te passen. Deze uitgangspunten worden in acht genomen bij de verdere uitwering van het bouwplan. Er wordt voldoende watercompensatie c.q. -berging gerealiseerd om wateroverlast bij overvloedige neerslag te voorkomen (zie paragraaf 5.2) en/of te gebruik bij extreme droogte. Het totaal verhard oppervlak neemt in de toekomstige situatie toe met circa 1.955 m². Op basis van het beleid van het waterschap dienen voor de toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m² compenserende maatregelen te worden getroffen ten aanzien van de verwerking van hemelwater. Van de te compenseren verhardingstoename (1.455 m²) moet 10% gecompenseerd worden in te graven water. Door de sloot aan de zuidwestzijde van het plangebied te verbreden wordt 145,5 m² gecompenseerd. Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Krimpenerwaard De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 14 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. In de Omgevingsvisie heeft de gemeente vastgelegd welke toekomstige ontwikkelingen ze zien voor de leefomgeving. Deze visie geeft richting aan ruimtelijk-maatschappelijke ambities en opgaven. Versterken kwaliteiten Krimpenerwaard De gemeente vindt het belangrijk richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen die invloed hebben op de leefomgeving. Het gaat vooral om initiatieven en ontwikkelingen die niet passen binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarom is een omgevingsvisie opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente. Bij het opstellen van de visie en speerpunten is uitgegaan van de kwaliteiten en waarden van de Krimpenerwaard. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen antwoord op de vraag hoe de toekomst van de Krimpenerwaard eruit ziet. De inhoud is in samenspraak met inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en partners gerealiseerd. NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|24 Belangrijke opgaven De komende jaren wil de gemeente werken aan sterke en leefbare kernen, duurzame economische ontwikkeling, de klimaat- en energietransitie en veranderingen in het landelijk gebied. De visie helpt inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, investeerders en de gemeente bij het maken van plannen, initiatieven en beleid. De Omgevingsvisie nodigt uit samen te blijven werken aan een veilige, gezonde en duurzame Krimpenerwaard; waar het prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren is. Samen initiatieven tot succes maken De gemeente staat positief tegenover nieuwe initiatieven. Initiatieven die passen bij de Krimpenerwaard en bijdragen aan haar toekomst. Zij hanteert het ‘ja-mits’ principe. Het is een kans om meer te werken vanuit wensen en signalen van de samenleving, vanuit vertrouwen en minder vanuit regels. Ook daagt de gemeente initiatiefnemers en haarzelf uit al in een vroeg stadium contact te zoeken met alle betrokken partijen. Participatie is immers een van de belangrijke aspecten van de Omgevingsvisie. Waarden per gebied De Krimpenerwaard ligt tussen drie rivieren, dicht bij stedelijke gebieden en is onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie. Het buitengebied van de gemeente Krimpenerwaard is op de ene plek agrarisch, op de andere meer natuur en op een ander deel is er veel bedrijvigheid of toerisme.
Er is goed onderscheid te maken tussen de verschillende deelgebieden met elk hun eigen waarden. Nieuwe ontwikkelingen dienen zo veel mogelijk aan te sluiten op de waarden in het gebied en deze waar mogelijk te versterken. De verschillende gebieden en waardes zijn weergegeven op de ‘Identiteits- en Waarden-kaart’. Op deze kaart is onderscheid gemaakt in de volgende gebieden met ieder hun eigen identiteit: • De lekstreek • Het land van linten en het middengebied • De waterlinie • De IJsselstreek
Figuur 11 Uitsnede Identiteits- en Waarden-kaart Omgevingsvisie Krimpenerwaard (plangebied met ster gemarkeerd)
NL.IMRO.1931. BP2304BG022-VG01
bestemmingsplan Middelblok 187A, Gouderak
|25 Het plangebied aan het Middelblok 187A ligt binnen het gebied 'IJsselstreek'. De IJsselstreek is het gebied rond de Hollandsche IJssel, die ten oosten van Haastrecht de Krimpenerwaard binnen stroomt. Langs de Hollandsche IJssel liggen de kernen Haastrecht, Gouderak, Ouderkerk aan den IJssel, de buurtschappen Boven-Haastrecht, Beneden-Haastrecht, Stolwijkersluis, Lageweg en een aantal bedrijventerreinen. Ook de polders langs de Hollandsche IJssel horen bij dit deelgebied. Het deel tussen Krimpen aan den IJssel en Gouda heeft een ander karakter dan het deel tussen Gouda en Oudewater. Langs de Hollandsche IJssel ligt tussen Gouda en Krimpen aan den IJssel een vrijwel aaneengesloten lint van woningen, boerderijen, bedrijfsgebouwen en bedrijventerreinen. Dit bebouwingslint heeft grotendeels een kleinschalig, landelijk en agrarisch karakter. Tussen de woonlinten liggen werkgebieden met een grootschaliger karakter. Tussen Gouda en Oudewater heeft het gebied een rustiger en groener karakter. Het lint is minder intensief bebouwd en er zijn veel open ruimtes tussen de bebouwing. In de omgevingsvisie zijn kansen voor het gebied IJsstelstreek de volgende kansen opgenomen: • Maak bij ontwikkelingen gebruik van het lokale erfgoed en de lokale geschiedenis; • Benut gebieden zoals Veerstalblok, met een goede ontsluiting nabij provinciale wegen, voor ontwikkeling van werkgebieden.
Dit geeft ruimte om bestaande bedrijvigheid op slecht ontsloten locaties te verplaatsen; • Sluit aan op het landelijke en kleinschalige karakter van het bebouwingslint; • Uitzicht op het landschap vanaf de wegen op de dijken en vanuit de kernen zoveel mogelijk behouden; • Het karakter van de Hollandsche IJssel als dynamische getijdenrivier beleefbaar maken en versterken; • Herkenbaar houden van het verschil tussen het binnendijkse en het buitendijkse landschap; • Combineer mogelijkheden voor recreatie met het karakteristieke landschap; • Het bebouwingslint benutten als bijzonder woonmilieu. Toetsing Het planvoornemen om aan de Middelblok 187A een kinderopvang/BSO te realiseren, in combinatie met het hobbymatig houden van dieren, sluit aan bij de speerpunten in de omgevingsvisie van de gemeente Krimpenerwaard. De kinderopvang is een passende maatschappelijke voorziening, aangezien kinderopvang in de maatschappij een onmisbare voorziening is voor een vitale leefomgeving. Hiermee wordt tevens de verdere toename van het aantal woningen in de omliggende gemeenten ondersteund. Bij een toename van het aantal woningen in de Krimpenerwaard neemt de vraag naar kinderopvang namelijk toe. Door de visie en werkwijze van Het Tuinhuis is deze kinderopvang primair gericht op de mentale en fysieke gezondheid van kinderen. Daarmee wordt de gezondheid bevorderd.