BIJL 2: Plantoelichting Bestemmingsplan IJsseldijk-West 13 Ouderkerk aan den IJssel
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN IJSSELDIJK WEST 13 Gemeente Krimpenerwaard 27 augustus 2024
1/2
IJsseldijk West 13
Krimpenerwaard
bestemmingsplan
identi icatie
planstatus
identi icatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.1931.BP2308DK057-VG01
22-05-2023
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
projectnummer:
20221574 opdrachtleider:
L.C. Snel
Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl
05-12-2023 xx-xx-2024
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
9
2.1
Huidige situatie
9
2.2
Randvoorwaarden
10
2.3
Beoogde ontwikkeling
11
Ruimtelijk beleidskader
15
3.1
Inleiding
15
3.2
Rijksbeleid
15
3.3
Provinciaal beleid
19
3.4
Gemeentelijk beleid
28
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
31
4.1
Inleiding
31
4.2
Milieueffectrapportage
31
4.3
Geluid
31
4.4
Verkeer en parkeren
33
4.5
Water
40
4.6
Bodem
46
4.7
Archeologie en cultuurhistorie
46
4.8
Externe veiligheid
48
4.9
Bedrijven en milieuhinder
51
4.10
Ecologie
52
4.11
Stikstof
55
4.12
Luchtkwaliteit
56
4.13
Kabels en leidingen
57
Juridische planbeschrijving
59
Algemeen
59
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 5 5.1
3/64
5.2
Opbouw regels
59
5.3
De bestemmingen
59
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
61
6.1
Economische uitvoerbaarheid
61
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
61
6.3
Vooroverleg
62
6.4
Zienswijzen
63
4/64
TOELICHTING
6/64
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
In de noordwesthoek van de kern Ouderkerk aan den IJssel ligt een voormalige boerderij aan de binnenzijde (zuidzijde) van bebouwingslint langs de IJsseldijk. Op het betreffende perceel aan de IJsseldijk West 13 bevindt zich naast de voormalige boerderij ook een groot bijgebouw. De initiatiefnemer heeft het voornemen om op deze locatie woningen te realiseren. Het voornemen betreft de realisatie van een appartementengebouw met maximaal 32 appartementen. Deze ontwikkeling is niet toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan 'IJsseldijk-West'. De initiatiefnemer heeft daarom in 2022 een principeverzoek ingediend voor de ontwikkeling van het appartementengebouw. De gemeente heeft in 2023 -na diverse aanpassingen aan het eerdere plan- het besluit genomen om medewerking te verlenen aan de ontwikkeling. Op basis daarvan is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied vormt min of meer de westelijke entree van de dorpskern Ouderkerk aan den IJssel. De IJsseldijk West, een belangrijke waterkering, ontsluit hier het dorp en vormt de noordelijke begrenzing van het plangebied. Achter deze waterkering stroom de Hollandsche IJssel. Oostelijk grenst het plangebied aan de Abelenlaan een belangrijke ontsluitingsweg naar de kern Ouderkerk aan den IJssel. Het plangebied zal vanaf deze weg worden ontsloten. Ten zuiden van het plangebied, aan de overzijde van een watergang, zijn een kerk en een bedrijventerrein te vinden. De westzijde van het plangebied grenst aan een naastgelegen woning in het dijklint.
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Arcgis luchtfoto 2022)
7/64
1.3
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'IJsseldijk-West', vastgesteld op 17 december 2009.
Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan 'IJsseldijk-West' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Binnen het plangebied geldt de bestemmingen 'Wonen' en 'Water - 2'. Onder de bestemming 'Wonen' zijn woningen toegestaan, mits gebouwd binnen een bouwvlak. Gronden waarvoor de bestemming 'Water - 2' geldt, mogen niet zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de navolgende werken en/of werkzaamheden uitvoeren; aanleggen, dempen, verdiepen of verleggen van waterlopen. Voor het noordelijk deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Dit betekent dat aangetoond dient te worden dat de ontwikkeling geen schade toebrengt aan de functies die samenhangen met deze bestemming. Er gelden twee bouwaanduidingen in het plangebied: 'vrijstaand' en 'bijgebouwen' en de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - vrijgekomen agrarische bebouwing'. Bij bouwaanduiding 'vrijstaand' geldt een maximum goothoogte van 6 meter en bouwhoogte van 11 meter. Verder geldt voor het plangebied het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard'. Dit plan legt regels vast voor het parkeren in de gemeente Krimpenerwaard. Voor de parkeernormen wordt gebruik gemaakt van CROWpublicatie 317 en diens rechtsopvolgers. Op het moment van schrijven is deze rechtsopvolger CROW-publicatie 381.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 komt de ruimtelijke analyse van het plangebied aan de orde en wordt het initiatief beschreven. Vervolgens wordt de ontwikkeling in hoofdstuk 3 aan het actuele en relevante beleidskader getoetst. In hoofdstuk 4 worden de relevante omgevingsaspecten en de bijbehorende onderzoeken beschreven. Een toelichting op de juridische regeling van het plan is opgenomen in hoofdstuk 5. Ten slotte gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
8/64
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Oriëntatie De ruimtelijke opbouw van Ouderkerk aan den IJssel wordt bepaald door het oorspronkelijke dijklint IJsseldijk West Dorpsstraat - IJsseldijk Noord en de Kerkweg, die haaks op de dijklint staat, ter hoogte van de Dorpsstraat. De belangrijkste ontsluiting van het dorp voert inmiddels niet meer over de Dorpsstraat, maar gaat over de Abelenlaan, die later overgaat in de Burgemeester Neetstraat. Het plangebied ligt in de oksel van IJsseldijk West en de Abelenlaan. Plangebied Op de locatie staat in de huidige situatie een vrijstaand woonhuis/voormalige boerderij met oprit aan de IJsseldijkWest. Op het perceel staan twee gebouwen, waarvan één gebruikt wordt als woonhuis en de andere voor opslag.
Figuur 2.1: Aanzicht vanaf IJsseldijk-West (bron: Google Maps) Het plangebied maakt deels onderdeel uit van een waterkering waardoor er een aanzienlijk hoogte verschil in het plangebied aanwezig is. De bebouwing staat benedendijks.
9/64
Figuur 2.2: Aanzicht vanaf kruispunt Abelenlaan en IJsseldijk-West (bron: Google Maps)
2.2
Randvoorwaarden
Er zijn twee externe invloeden die in belangrijke mate bepalend zijn voor in het plangebied. Het noordelijk gedeelte van het plangebied maakt deel uit van een waterkering. Het is voor de constructie van een waterkering niet wenselijk om hierin te bouwen. Ten zuiden van het plangebied is een bedrijventerrein met bedrijven tot en met milieucategorie 3.1. Vanaf deze bedrijven is een richtafstand van 30 meter voor 'gemengd gebied' waardoor deze geluidscontour deels in het plangebied aanwezig is. Het is daarom wenselijk om bebouwing centraal in het plangebied te situeren.
Figuur 2.3: Kaart randvoorwaarden
10/64
2.3
Beoogde ontwikkeling
2.3.1
Toekomstige situatie
In de nieuwe situatie wordt een bouwvolume op de locatie gerealiseerd met 32 appartementen, verdeeld over vier bouwlagen. Van deze 32 woningen is 25% betaalbare koop met een grensprijs van €355.000 V.O.N.. Verder worden er 9 middeldure en 15 dure koopappartementen gerealiseerd. De gebouwmassa is vormgegeven als een solitair, compact en alzijdig volume op het perceel. Het gebouw sluit qua maat en schaal aan op de ruime maat van het perceel en de aanwezige hoogteverschillen. De bouwvorm en architectonische expressie is geïnspireerd op de historische 'Steenplaatsen' (figuur 2.4) die aan de dijklinten langs de Hollandsche IJssel te vinden zijn/waren.
Figuur 2.4: Steenplaatsen (bron: Roest architectuur)
11/64
Figuur 2.5: Beoogde ontwikkeling gezien vanaf de IJsseldijk West (ten noordwesten van het plangebied) (bron: Roest Architectuur)
Figuur 2.6: Beoogde ontwikkeling in vogelvluchtperspectief vanuit het noordoosten gezien (bron: Roest Architectuur)
12/64
Figuur 2.7: Beoogde ontwikkeling gezien vanaf de Abelenlaan (ten zuidoosten van het plangebied) (bron: Roest Architectuur)
Figuur 2.8: Beoogde ontwikkeling in vogelvluchtperspectief vanuit het zuidwesten gezien (bron: Roest Architectuur) Door het gebouw benedendijks te plaatsen blijft het karakteristieke dijktalud beeldbepalend aanwezig. De keuze voor een solitair alzijdig gebouw levert een nieuw accent/entreegebouw voor het dorp op, terwijl de karakteristieke (groen/blauwe-) randen van het perceel vrij blijven.
13/64
De hoogte van het bouwplan is specifiek afgestemd op deze locatie, in nauw overleg met de stedenbouwkundige en de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit Krimpenerwaard. Daarbij is gekeken naar wat passend is binnen het dorp Ouderkerk aan de IJssel, het dijklint langs de Hollandsche IJssel en specifiek de ontwikkellocatie op de hoek van de IJsseldijk West en Abelenlaan. Dit onderdeel was tijdens de informatieavond duidelijk gevisualiseerd op een doorsnede van het terrein waarop ook de contour (de 'skyline') van het dorp Ouderkerk a/d IJssel zichtbaar is, het nieuwe bouwplan voegt zich hier heel goed binnen, en is daarom als passend op de locatie bestempeld (ook door de stedenbouwkundige en CRK). Het nieuwe bestemmingsplan gaat uit van een maximale goothoogte van 13,0 meter. en een maximale bouwhoogte van 15,5 meter ten opzichte van het nieuwe maaiveld. Het nieuwe maaiveld wordt circa 1 meter opgehoogd ten opzichte van het bestaande maaiveld om te kunnen voldoen aan de eisen die het Waterschap / Rijkswaterstaat stellen aan de waterkering. Ondanks dat het nieuwe gebouw hoger is dan de nok van het kerkgebouw, past het hier toch goed bij.
De afstand tussen het kerkgebouw en de nieuwbouw is groot en de hoek van het gebouw richting het kerkgebouw begint met een 'laag' geveldeel (dus op maximaal 13,0 meter), waardoor de gebouwen qua schaal en gebouwmassa op elkaar aansluiten. In het kader van natuurinclusief bouwen worden vleermuiskasten geïntegreerd in de gevels en worden nestkasten voor vogels opgehangen. Verdere maatregelen worden onderzocht in de uitwerking van het ontwerp. Het perceel wordt ontsloten via de Abelenlaan. De parkeerplaatsen worden aan de zuid- en westzijde gesitueerd, de inpandige bergingen komen in de begane grond van het gebouw.
Figuur 2.9: Situatie beoogde ontwikkeling (bron: Roest Architectuur) Tegenover de hoofdingang zal een stijger langs de achterliggende waterpartij worden gerealiseerd, zoals in figuur 2.8 te zien is.
14/64
Hoofdstuk 3 3.1
Ruimtelijk beleidskader
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het voor het plangebied relevante ruimtelijke beleidskader. De ontwikkeling is in overeenstemming met het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) (vastgesteld, 11 september 2020) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.
Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeemverantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
15/64
Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit Ruimte voor overgang naar een circulaire economie Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Toetsing De ontwikkeling van 32 appartementen draagt bij aan de vitaliteit van de steden en dorpen en is in lijn met de keuze ‘woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden’. Met het NOVI streeft het rijk naar prettige woonmilieus voor diverse doelgroepen. Zo neemt het aantal ouderen in ons land toe en is er een groeiende vraag naar betaalbare woningen. De ontwikkeling zorgt ervoor dat er woningen beschikbaar komen voor deze groepen. 3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
(geconsolideerd, 1 december 2020) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent 14 aangewezen nationale belangen: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Toetsing De ontwikkelingen binnen het plangebied raken geen van bovenstaande rijksbelangen. Zo ligt het plangebied buiten het rivierbed, zoals in figuur 3.1 te zien is.
16/64
Figuur 3.1: Barro Kaart 4 Grote rivieren
3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking, artikel 3.1.6 Bro
De ladder is als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, moet in de toelichting worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. Toetsing Voor wonen geldt, dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Het plan maakt 32 woningen mogelijk, waarmee ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden meer dan 12 woningen worden toegevoegd. In dit geval is gelet op de stedelijke bestemmingen in het rond het plangebied sprake van een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Daarom is hierna de woningbehoefte beschreven. Beschrijving behoefte Uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2021 blijkt dat in de periode 2021-2030 in de regio Midden-Holland behoefte is aan 14.500 woningen. Dit is hoger dan de WBR 2019 (14.260 in de periode 2019-2030, waarvan 3.070 in de Krimpenerwaard). Bovendien zijn 22.150 woningen (10%) nog niet regionaal toegedeeld.
De gemeente houdt zelf een woningbouwplanning bij om zicht te houden op de verhouding tussen de plancapaciteit en de behoefte, zodat overaanbod in de regio wordt voorkomen. De woningbouwplanning wordt regelmatig regionaal afgestemd.
17/64
Om de vitaliteit van de kernen te versterken wordt op basis van het Coalitieakkoord 'Vitaal Vooruit!' vol ingezet op het ontwikkelen van de minimaal 3.000 woningen uit de woonvisie (zie paragraaf 3.4.2) in en aansluitend aan de randen van de bestaande kernen. In juli 2023 is de nieuwe woonvisie vastgesteld. De vorige versie kwam uit 2017 in een periode waar de woningmarkt zich net hersteld had van een jarenlange crisis. De woningmarkt is de afgelopen jaren enorm veranderd en al een tijd oververhit. Voor steeds meer mensen is de stap naar een koopwoning niet meer haalbaar. Dat vergroot de druk op de huursector. Het zorgdragen voor voldoende woningen voor iedereen – jongeren, ouderen, gezinnen, kwetsbare en bijzondere doelgroepen, et cetera en het behouden en versterken van de vitaliteit van de kernen vraagt om een actueel en realistisch inzicht en beleid op het gebied van bouwen en wonen in de gemeente. In 2023 is daarom gewerkt aan een nieuwe woonvisie, uitgaande van een woningbehoefte van circa 2.800 en een ambitie van 4.000 woningen tot 2040. Kwalitatief heeft Krimpenerwaard te maken met een forse vergrijzing en daarmee een grote behoefte aan woningen voor senioren (stellen en alleenstaanden). Daarnaast is er in gemeente Krimpenerwaard ook grote behoefte aan betaalbare woningen.
Figuur 3.2: Prognoses en huishoudensontwikkeling naar doelgroepen (bron Stec, 2022) Gelet op de vergrijzing is er grote behoefte aan appartementen. In dit plan wordt voornamelijk ingezet op woningbouw voor senioren, waaronder ook betaalbare woningen (25%), in de noordwesthoek van de kern Ouderkerk aan den IJssel.
18/64
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
(geconsolideerd, 2 december 2022) Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. De provincie heeft zeven vernieuwingsambities geformuleerd in de fysieke leefomgeving. Door daarop in te zetten, wordt bijgedragen aan het sterker maken van Zuid-Holland. Deze ambities zijn: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten.
De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. Daarnaast zet de provincie in op een ordening van knooppunten van functies, voorzieningen en infrastructuur die elkaar aanvullen en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: Bouw naar behoefte; Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving; Bouw voldoende betaalbare woningen. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Een deel van die vraag past qua kwaliteit niet daarbinnen. Daarnaast kunnen er kwantitatieve beperkingen zijn. Een randvoorwaarde bij beter benutten is namelijk dat de leefkwaliteit in de bebouwde ruimte behouden blijft en waar mogelijk wordt versterkt. Ook kan de kwaliteit van de groene ruimte aanleiding zijn om een kwaliteitsverbetering te realiseren door middel van het toevoegen van stedelijke functies.
19/64
Toetsing De ladder is in paragraaf 3.2.3 doorlopen. Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.
Figuur 3.3: Kwaliteitskaart Laag van de stedelijke occupatie (bron: kwaliteitskaart Zuid-Holland) (rood = stads- en dorpsgebied, arcering is dorprand) Toetsing Het plangebied ligt in de noordwesthoek van de kern Ouderkerk, waar het dijklint onderdeel van het dorp is geworden. Mede door het achterliggende bedrijventerrein en de kerk is er geen relatie meer met het open buitengebied. Het gebied wordt ook niet meer getypeerd als buitengebied in het gebiedsprofiel Krimpenerwaard 3.3.3. Wel zijn natuurlijk de dijk, het hoogteverschil en de achterliggende (binnendijkse) watergang nog goed zichtbaar. Met de herinrichting van de locatie blijven juist deze elementen goed herkenbaar, maar wordt ook een bebouwingselement toegevoegd dat de entree van het dorp, bij de kruising van de dijk en de Abelenlaan, accentueert. Door de specifieke vormgeving van het gebouw, referent aan voormalige steen(oven) plaatsen langs de IJssel wordt een extra verband met het verleden gelegd.
20/64
Met deze transformatie (vervanging van de voormalige boerderij met bijgebouwen), die ook in lijn is met de uitgangspunten van het gebiedsprofiel Krimpenerwaard, wordt een nieuwe kwaliteit aan het gebied gegeven. Een invulling die aansluit op de bijzondere ligging en (historische) kenmerken.
3.3.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
(geconsolideerd, 1 februari 2023) In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de onderstaande artikelen relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II van de Omgevingsverordening en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a.
een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.
Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.
21/64
6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. Lid 8 t/m 12 zijn voor deze ontwikkeling niet relevant. Toetsing De ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar voorziet in wijzigingen op structuurniveau gelet op de aanduiding landelijk gebied (zie figuur 3.4). Er is sprake van 'aanpassen'. Er dient rekening te worden gehouden met de kwaliteitskaart van de Omgevingsvisie.
De kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Voor het plangebied zijn de volgende richtpunten relevant. 1) Laag van de ondergrond Bijzonder reliëf en aardkundige waarden Ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand. Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Riverklei en veen Ontwikkelingen in het rivierengebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar. 2) Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Linten Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht.
22/64
Veen(weide)landschap Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar. 3) Laag van de stedelijke occupatie Steden en dorpen Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur.
Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. Stads- en dorpsrand Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap) Conclusie In de toetsing van paragraaf 3.3.1 wordt ingegaan hoe de landschappelijke en stedelijke kwaliteiten van de locatie door de ontwikkeling beschermd en versterkt worden. Artikel 6.9a Beschermingscategorie 3 Buitengebied 1. Een bestemmingsplan voor een locatie binnen buitengebied waarvan de plaats geometrisch is verbeeld op kaart 14 in bijlage II kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, blijkens een afdoende motivering die tevens ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorps gebied. 2.
In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin;
23/64
b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. 3. nvt Toetsing In de toetsing van paragraaf 3.3.1 wordt gemotiveerd dat het plangebied niet binnen de definitie 'buitengebied' valt.
Figuur 3.4: Kaart 14 Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. niet van toepassing 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 4. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie.
24/64
Toetsing De ontwikkeling is in paragraaf 3.2.3 getoetst aan de ladder. Artikel 6.10a Dichtheid en verscheidenheid woningbouw 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt buiten bestaand stads- en dorpsgebied houdt rekening met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en draagt bij aan een goede woon- en leefomgeving. 2. Het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, betrekt de mogelijkheden voor gevarieerde woningtypen bij het toelaten van woningbouw. Toetsing In de plannen is rekening gehouden met een hoge woningdichtheid, een prettige woon- en leefomgeving en woningen voor de doelgroep senioren. Artikel 6.10d Bereikbaarheid Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. Toetsing Zie paragraaf 4.4. Artikel 6.10f Functiemenging Een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functies wonen of bedrijven, houdt rekening met de mogelijkheden voor functiemenging. Toetsing In dit geval is gelet op de grote woningbehoefte gekozen voor een optimale invulling van deze locatie met woningen. Artikel 6.10h Kansen voor biodiversiteit Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit.
Toetsing Ter bevordering van de biodiversiteit worden in de gevels een aantal vleermuiskasten opgenomen. Daarnaast worden de parkeervakken omzoomd met hagen en er zijn een aantal bomen en groenvakken in het plangebied aanwezig. Dit bevorderd de nestel mogelijkheden van vogels. Ook blijft het dijktalud volledig open en groen wat vooral belangrijk is voor insecten en vogels. Artikel 6.27a risico’s van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming;
25/64
c. hitte d. droogte; alsmede de effecten van de bovengenoemde risico’s op het risico van bodemdaling. Voor zover risico’s zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico’s. Toetsing Er wordt rekening gehouden met de risico's van klimaatverandering onder andere door het realiseren van groene parkeerplaatsen. Door deze parkeerplaatsen kan hemelwater natuurlijk infiltreren in de bodem. Verder zorgen deze groene parkeerplaatsen er ook voor, dat de parkeerplaats minder heet wordt. Op het aspect water wordt ingegaan bij 4.5. 3.3.3
Gebiedsprofiel Krimpenerwaard
De gebiedsprofielen geven een overzicht van de landschappelijke waarden, waarmee bij ruimtelijke ingrepen rekening moet worden gehouden. Maar ze beschrijven ook ambities die richting geven aan de ontwikkeling van de kenmerken. Het gebiedsprofiel is een regionale uitwerking van de provinciale kwaliteitskaart.
Figuur 3.5: Identiteitsdragers van Zuid-Holland (bron: Provincie Zuid-Holland) Ambities veenweide met rivierinvloed Contrast verdichte dijklinten op oeverwal en open veenweidegebied beleefbaar houden; Doorzichten over opstrekkende verkaveling vanaf de wegen op de dijk zoveel mogelijk behouden.
26/64
Figuur 3.6: Kwaliteit in stad- en dorpsgebied (bron: Provincie Zuid-Holland) Ambities nederzetting aan de rivier De oriëntatie van het dorpscentrum op de rivier bewaren en versterken. Centrumfuncties krijgen bij voorkeur hier een plek; Het contrast tussen (historische) bebouwing langs de dijk en nieuwe woonwijken in de veenweide behouden; Nieuwe ontwikkelingen behouden of versterken het contrast tussen rivierdijk en veenweide; Handhaven van belangrijke zichtlijnen tussen landschap en stad (Gouda, Haastrecht, Schoonhoven); bijvoorbeeld zicht op de stadscoulisse vanuit het landschap resp. doorzicht of panorama op het landschap vanuit de stad.
Figuur 3.7: Linten blijven linten (bron: Provincie Zuid-Holland) Ambities dijklint ingesloten Continuïteit van het dijklint binnen en buiten het dorp beleefbaar houden; Herkenbaar houden van het lint waarlangs het dorp gegroeid is; Asymmetrisch profiel handhaven: buitendijks op dijkniveau, binnendijks vaak lager.
27/64
Toetsing In de toetsing van paragraaf 3.3.1 wordt uitgelegd dat de ontwikkeling (ook) past bij de gebiedsprofielen die opgesteld zijn voor de Krimpenerwaard.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Krimpenerwaard
(vastgesteld, 14 juli 2020) De Omgevingsvisie is het instrument voor de Omgevingswet waarin gemeentes vastleggen hoe ze zich als gemeente de komende jaren willen ontwikkelen. Om sturing te geven aan de ontwikkelstrategie heeft de gemeente Krimpenerwaard verschillende speerpunten opgesteld die toepasbaar zijn op bepaalde deelgebieden. Voor de kernen zijn deze speerpunten: Sociale verbinding bevorderen; Toename woningen in relatie tot behoefte; Een diverser woningaanbod; Passende maatschappelijke voorzieningen; Ruimte voor vitale, toekomstbestendige bedrijvigheid; Bevorderen gezondheid; Gezond en veilig woon- en leefklimaat; Toeristische en recreatieve voorzieningen ontwikkelen; Klimaat adaptieve inrichting in de kernen; en Toekomstbestendige winkelgebieden. De gemeente wil inzetten op het versnellen van de realisatie van de woningbouwopgave. Hierbij gaat de voorkeur uit naar het herontwikkelen van bestaande woningen. Woningbouw langs het lint is toegestaan, maar wel zolang dit passend is bij de kwaliteit en identiteit van het lint en bereikbaarheid en verkeersveiligheid gewaarborgd wordt. De gemeente zet daarnaast in op een divers woningaanbod wat passend is bij verschillende doelgroepen en generaties.
Toetsing De ontwikkeling is op de identiteits- en waardenkaart aangemerkt als kernen/bebouwing, draagt bij aan de woningbouwopgave en richt zich daarbij op ouderen. Hiermee sluit de ontwikkeling aan bij de speerpunten uit de Omgevingsvisie. De woningen zijn ruimtelijk passend bij de kwaliteit van het lint en door een in- en uitrit aan de Abelenlaan wordt de verkeersveiligheid gewaarborgd.
28/64
3.4.2
Woonvisie Krimpenerwaard; Vitale kernen in het groen
Op 4 juli 2023 is de nieuwe Woonvisie van de gemeente Krimpenerwaard vastgesteld. De vorige woonvisie was alweer zes jaar oud. De woningmarkt is de afgelopen jaren enorm veranderd: de woonvisie is geschreven toen de woningmarkt zich net hersteld had van een jarenlange crisis. De afgelopen jaren was de woningmarkt juist oververhit en zijn de koopprijzen sterk gestegen. Op dit moment dalen de prijzen juist weer, maar nemen de hypotheekrentes toe. Voor steeds meer mensen is de stap naar een koopwoning niet haalbaar en zullen zij steeds meer een beroep doen op de sociale huursector. Het zorgdragen voor voldoende woningen voor iedereen en het behouden en versterken van de vitaliteit van de kernen vraagt om een actueel inzicht en beleid op het gebied van wonen. De woonvisie vormt de basis voor het woonbeleid dat door de gemeente de komende jaren gevoerd wordt. De woonvisie gaat over de integrale opgaven op de lokale woningmarkt. Wonen gaat niet alleen over stenen, maar is veel breder. De hoofddoelstelling is “het versterken van onze vitale kernen doordat iedereen beschikt over een prettige en passende woning, woon- en leefomgeving”.
Om deze hoofddoelstelling te behalen is de woonvisie verder uitgewerkt in vier pijlers: Pijler 1 – beschikbaarheid en betaalbaarheid Pijler 2 – aantrekkelijke en inclusieve nieuwbouw Pijler 3 – wonen, zorg en welzijn Pijler 4 – duurzaamheid Gelet op de omvang van de woningbouwopgave wordt in de Woonvisie geconcludeerd dat veelal ruimte in de dorpsranden zal moeten worden gevonden, natuurlijk op een zorgvuldige wijze ingepast. Dat geldt ook voor het onderhavige plan. Verder worden de onderstaande twee doelen uitgelicht voor deze ontwikkeling: Doel: we zetten bij ieder nieuwbouwplan in op 75% betaalbaar Om meer betaalbare woningen te realiseren hanteren we op planniveau onderstaande segmentering. Dit betekent dat ieder plan voor 75% uit betaalbare woningen (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) moet bestaan. Met de woningbouwsegmentering werken we toe naar een woningvoorraad die voor 30% bestaat uit sociale huurwoningen. Het is een ingroeimodel. Op basis van het beoogde bouwprogramma en het aandeel sociale huur zal dit aandeel daarentegen nog niet in 2040 bereikt zijn. Voor middenhuur gaan we uit van woningen met een huurprijs vanaf de liberalisatiegrens (€ 808,06, prijspeil 2023) tot 187 punten (tot 1 januari 2025 betekent dit € 1.100 per maand, daarna wordt de prijsgrens geïndexeerd).
Voor het betaalbare koopsegment maken we een onderverdeling naar goedkope koop (tot € 250.000) en het overige deel betaalbare koop (€ 250.000 tot € 355.000). Op basis van de actuele planlijst brengen we specifiek in beeld voor welke bestaande projecten de 75% betaalbaarheidsregel niet gaat gelden (bijvoorbeeld omdat de planvorming niet meer beïnvloedbaar is of doordat vergevorderde plannen hierdoor teveel vertragen). Doel: we zetten nieuwbouw gericht in voor de doorstroming van ouderen Het relatief beperkte aanbod van betaalbare woningen (koop en huur) hangt samen met de beperkte doorstroom(mogelijkheden) van/voor ouderen. We stimuleren het bouwen voor doorstroming. Dit betekent concreet dat we op locaties die geschikt zijn voor de huisvesting van ouderen nadrukkelijk inzetten op het realiseren van geschikte,
29/64
aantrekkelijke en betaalbare nultredenwoningen. Hiermee komen we tegemoet aan de veranderende woonwensen van de vergrijzende bevolking én vergroten we de kansen van alle andere woningzoekenden op de woningmarkt van Krimpenerwaard. Het toevoegen van een nultredenwoning voor ouderen kan namelijk wel vijf verhuisbewegingen opleveren. Het toevoegen van een starterswoning zorgt gemiddeld voor slechts één verhuisbeweging. Toetsing De ontwikkeling van het appartementencomplex draagt bij aan de vergroting van de woningvoorraad. De appartementen zijn geschikt voor senioren, dit is een doelgroep waar de behoefte naar passende woningen groot is. Hierdoor wordt de doorstroming bevorderd. Daarbij wordt 25% van het totaal aantal woningen gerealiseerd in de categorie 'betaalbare koop'. De woningen worden gebouwd in de dorpsrand van Ouderkerk aan den IJssel op een locatie die nu al bestemd is voor wonen en diverse woonunits binnen een oude boerderij aanwezig waren. Uitgaande hiervan is er sprake van bij de Woonvisie en de locatie passend ruimtegebruik. Vanwege o.a. de ligging van de planlocatie in de dorpsrand is gekozen voor de doelgroep senioren. De keuze voor senioren draagt ook bij aan de doorstroming in de gemeente van senioren wat in lijn is met de Woonvisie. Daarnaast worden ook andere doelgroepen aangesproken o.a. door de realisatie betaalbare koopwoningen.
De woningen worden voor de 25% in de categorie betaalbaar gerealiseerd (tot maximaal 355.000). De overige in de vrije sector koop. Hierover zijn afspraken met de gemeente gemaakt. Het volledig voldoen aan de recent vastgestelde segmentering uit de gemeentelijke Woonvisie is het niet haalbaar.
30/64
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de sectorale aspecten beschreven die voor dit bestemmingsplan relevant zijn. De resultaten en conclusies van de onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.
4.2
Milieueffectrapportage
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 32 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Daarom wordt voor de beoogde ontwikkeling een vormvrije m.e.r.- beoordeling opgesteld. Deze rapportage is toegevoegd in bijlage 1.
De aard en omvang van het project leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Dit blijkt ook uit de uitgevoerde onderzoeken in dit hoofdstuk. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is zodoende niet noodzakelijk.
4.3
Geluid
Toetsingskader Ten aanzien van geluidhinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Onderzoek Het plangebied ligt in de wettelijke geluidzone van de Abelenlaan en de IJsseldijk West. Daarnaast ligt het plangebied in de nabijheid van de Dorpsstraat die een maximumsnelheid van 30 km/uur heeft. In het kader van een goed woonen leefklimaat is deze weg ook onderzocht.
31/64
Abelenlaan - IJsseldijk West De geluidbelastingen zijn berekend op de gevels van de toekomstige appartementen op 1,5, 4,5, 7,5 en 10,5 meter hoogte boven maaiveld. De berekende geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeer op de Abelenlaan IJsseldijk West zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Tabel 4.1: Berekende geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeer Abelenlaan - IJsseldijk West Uit de resultaten blijkt dat de hoogste geluidbelasting 56 dB bedraagt ter plaatse van de noordgevel. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. Er dienen hogere waarden te worden aangevraagd voor de appartementen met een hogere geluidbelasting dan 48 dB. Dorpsstraat De hoogste geluidbelasting ten gevolge van de Dorpsstraat (30 km/uur) bedraagt 37 dB (inclusief aftrek van 5 dB ex artikel 110g Wgh) ter plaatse van de oostgevel. Vanwege deze weg is er geen relevante geluidbelasting. Er wordt ruim voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. In de rapportage is beschreven dat bron- en overdrachtsmaatregelen niet voldoende doelmatig zijn. Daarom dienen maatregelen bij de ontvanger getroffen te worden. Dit wordt hieronder toegelicht. Gemeentelijk beleid De gemeente Krimpenerwaard heeft geluidbeleid opgesteld met voorwaarden voor het verlenen van hogere waarden. Wanneer de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai groter is dan 53 dB, dienen de appartementen een geluidluwe gevel te hebben en elk appartement heeft ten minste één buitenruimte die aan de geluidluwe gevel ligt. De appartementen die aan de zuidgevel grenzen hebben allemaal, op elke verdieping, een 'natuurlijk' geluidluwe gevel. Hiermee wordt voldaan aan het geluidbeleid.
Om voor appartementen 01-06-15 en 24 ook geluidluwe buitenruimten te realiseren worden deze appartementen voorzien van een afsluitbare loggia. De appartementen die grenzen aan de noordgevel hebben een hoge geluidbelasting en worden voorzien van een afsluitbare loggia. Met deze voorziening worden geluidluwe gevels en een geluidluwe buitenruimte gerealiseerd.
32/64
Een afsluitbaar balkon/loggia kan gerealiseerd worden door M-View balkonbeglazing met Silent Air ventilatie box of een te openen balkonbeglazing met een Merford ventilatierooster. Voor de ventilatie van het balkon moet rekening gehouden worden met 3 dm3/s per m2 oppervlakte van het balkon/loggia. Dan mag er rekening mee gehouden worden dat er buitenluchtcondities zijn in de afgesloten buitenruimte en kan de scheidingsconstructies tussen verblijfsruimten het balkon beschouwd worden als gevel in de zin van de Wet geluidhinder. Met beide voorgestelde voorzieningen kan de benodigde 8 dB geluidreductie behaald worden. Conclusie Om het plan te kunnen realiseren zijn vanwege de Abelenlaan – IJsseldijk West hogere waarden nodig. Door het toepassen van afsluitbare loggia's kan voldaan worden aan de gestelde voorwaarden voor het verlenen van hogere waarden conform het geluidbeleid van de Omgevingsdienst Midden-Holland. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. In bijlage 10 is het besluit hogere waarden toegevoegd.
4.4
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan die de activiteit mogelijk maakt te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid. De parkeerbehoefte en verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling wordt berekent op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381. Hierbij wordt op basis van CBS-data voor de gemeente Krimpenerwaard een stedelijkheidsgraad van 'weinig stedelijk' aangehouden. Voor het gebiedstype wordt uitgegaan van een ligging in 'rest bebouwde kom'. Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer De beoogde ontwikkeling wordt ontsloten op de Abelenlaan. De Abelenlaan is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u. Ten noorden van het plangebied loopt de IJsseldijk West waarop de Abelenlaan aantakt, dit zijn erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 50 en deels 60 km/u. In westelijke richting leidt de IJsseldijk West naar Krimpen aan den IJssel. In zuidoostelijke richting leidt de Abelenlaan naar het kruispunt Abelenlaan – Zijdeweg (N475).
De Zijdeweg is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u en leidt buiten de kern Ouderkerk aan den IJssel naar de aansluiting op de N210, tussen Krimpen aan den IJssel en Nieuwegein. De Abelenlaan loopt in oostelijke richting over in de Burgemeester Neetstraat en leidt vervolgens om het centrum van de kern naar de IJsseldijk Noord. De IJsseldijk Noord is ingericht als een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 60 km/u en leidt in noordelijke richting door tot aan Gouda.
33/64
Langzaam verkeer Op de Abelenlaan zijn aan weerszijde van de rijbaan voetpaden aanwezig. Ten hoogte van het plangebied zijn op de Abelenlaan geen aparte fietsvoorzieningen aanwezig, waardoor fietsers de rijbaan moeten delen met het gemotoriseerde verkeer. Vanaf het kruispunt Abelenlaan - Zijdeweg zijn fietssuggestiestroken aanwezig op de Abelenlaan. Openbaar vervoer De dichtstbijzijnde OV-halte vanaf het plangebied is gelegen op circa 250 meter loopafstand aan de IJsseldijk West. Bij deze halte stopt de buslijn 196, tussen Rotterdam Capelsebrug en Gouda, met een frequentie van 2 uur. Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van het plangebied is gebruik gemaakt van kencijfers uit CROW publicatie 381. Met behulp van de CROW kencijfers zijn de weekdagintensiteiten berekent. Voor de beoordelen van de verkeersafwikkeling zijn echter werkdagintensiteiten maatgevend. De weekdagintensiteiten zijn omgerekend naar werkdagintensiteiten met omrekenfactor 1,11 voor de functie wonen (CROW publicatie 381). In de bestaande situatie is 1 vrijstaande woning binnen het plangebied aanwezig. Dit pand zal met de ontwikkeling van het plan worden gesloopt, waardoor om de verkeersgeneratie van het plan te bepalen met deze vrijstaande woning kan worden gesaldeerd.
Overigens was deze woning opgedeeld in meerdere woon units, waardoor de daadwerkelijke verkeersgeneratie aanzienlijk hoger zal zijn geweest. Er is dus sprake van een worst case berekening. In tabel 4.3 is de verkeerstoename als gevolg van de beoogde ontwikkeling berekend. Functie
Aantal
Koop, huis, vrijstaand 1 woning
Kencijfer
Weekdag (mvt/etmaal)
Werkdag (mvt/etmaal)
8,2 per woning
8,2
9,1
Tabel 4.2: Huidige situatie Functie
Aantal
Kencijfer
Weekdag (mvt/etmaal)
Werkdag (mvt/etmaal)
Koop, appartement, duur
15 woningen
7,4 per woning
111,0
123,2
Koop, appartement, midden
9 woningen
6,0 per woning
54,0
60,0
Koop, appartement, goedkoop
8 woningen
5,4 per woning
43,2
48,0
Totaal
208,2
231,2
Beoogde verkeerstoename (beoogd bestaand)
200
223
Tabel 4.3: Toekomstige situatie
34/64
Ten opzichte van de bestaande situatie zorgt de beoogde ontwikkeling (worst case) voor een verkeerstoename van 200 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Omgerekend naar werkdagintensiteiten leidt dit tot een verkeerstoename van 223 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Verkeersafwikkeling Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de verkeersafwikkeling gedurende het drukste uur maatgevend. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt als standaard vuistregel aangehouden dat gedurende het maatgevende uur 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Voor de beoogde ontwikkeling leidt dit tot een verkeerstoename van 23 mvt/uur in het drukste uur. Dit komt neer op een verkeerstoename van circa 1 voertuig per 2,5 minuten. Deze toename is dermate gering dat het plan naar verwachting nauwelijks invloed heeft op de verkeersafwikkeling. Verkeersveiligheid Aandacht dient besteed te worden aan de verkeersveiligheid van fietsers op de Abelenlaan. Ten hoogte van het plangebied voldoet de inrichting van de Abelenlaan niet aan de ontwerprichtlijnen voor een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom conform het ASVV 2021, wegens het ontbreken van fietsvoorzieningen op de rijbaan. De toename in de verkeersgeneratie is dermate laag dat de beoogde ontwikkeling zal niet leiden tot knelpunten in de verkeersveiligheid.
Overigens heeft de nieuwe ontsluiting op de Abelenlaan vanuit veiligheid grote voorkeur boven de huidige ontsluiting vanaf/naar de dijk. Een aansluiting op de IJsseldijk is ook onderzocht. Variant 1: Ontsluiting IJsseldijk-West In variant 1 wordt het plangebied nog steeds via de IJsseldijk-West ontsloten. In aanvulling op de bestaande situatie wordt er nog een tweede aansluiting op de IJsseldijk-West gecreëerd, waarmee de rijstromen van en naar het westen het westen en het oosten worden gescheiden. Deze dubbele ontsluiting is zowel bedoeld voor gemotoriseerd verkeer als fietsers. Voor voetgangers wordt een aansluiting op het voetpad van de Abelenlaan voorzien. Onderstaande afbeelding toont de wijze van ontsluiten voor alle verkeer.
35/64
Figuur 4.1: Variant 1 met de ontsluiting op de IJsseldijk-West Beoordeling variant 1 Ligging Direct ten oosten van de oostelijke aansluiting van het plangebied buigt de IJsseldijk-West af in de Abelenlaan. Dit heeft meerdere nadelige gevolgen. Ten eerste zorgt de ligging van de oostelijke aansluiting ervoor dat het inrijdende verkeer vanuit de Abelenlaan links afbuigt de IJsseldijk-West op en vervolgens direct links afslaat om het plangebied in te rijden. De dubbele links afslaande beweging zorgt voor een onoverzichtelijke situatie voor de overige verkeersdeelnemers bij het richting aangeven. Daarnaast wordt het zicht van het uitrijdende verkeer op de Abelenlaan en andersom door de bocht beperkt (zie figuur 4. 2)
36/64
Figuur 4.2 Zicht aansluiting plangebied vanaf Abelenlaan (bron: Cyclomedia, 2023) De oostelijke aansluiting van het plangebied ligt op korte afstand van het kruispunt IJsseldijk-West – Dorpsstraat – Abelenlaan. In de bestaande situatie ligt de aansluiting van het plangebied zo dicht op dit kruispunt dat deze kon worden gezien als onderdeel van de kruising. Ten opzichte van de bestaande situatie is de aansluiting echter lichtelijk richting het westen verschoven, waardoor de aansluitingen iets uit elkaar worden getrokken. Dit heeft echter ook negatieve gevolgen, met name voor fietsers vanuit de Abelenlaan/Dorpsstraat, omdat zij niet meer in een keer vanuit het voorsorteervak naar het plangebied kunnen oversteken. In plaats daarvan moeten zij eerst de IJsseldijk-West oprijden om vervolgens over te steken naar het plangebied. Een potentiële maatregel die genomen kan worden om dit knelpunt te verminderen is om net als voor de voetgangers ook voor de fietsers een aansluiting te realiseren aan de oostzijde van het plangebied op de Abelenlaan. Op die manier zijn fietsers vanuit het zuiden niet meer genoodzaakt om het plangebied te betreden via de aansluiting op de IJsseldijk-West.
Inrichting aansluiting Conform de richtlijnen uit het ASVV 2021 dienen aansluitingen haaks op een doorgaande weg te worden ingericht om te borgen dat verkeersdeelnemers voldoende zicht hebben op het kruisende verkeer. Dit geldt ook voor in- en uitritten zoals nu aan de orde. Beide aansluitingen op de IJsseldijk-West zijn niet haaks ingericht, waardoor het zicht van het uitrijdende verkeer wordt beperkt. Dat de aansluitingen niet haaks zijn ingericht heeft deels te maken met het te overbruggen hoogteverschil. Tussen de bebouwing en de IJsseldijk-West is sprake van een hoogteverschil dat moet worden overbrugd binnen het plangebied. Haaks aansluiten op de IJsseldijk-West is niet mogelijk zonder dat de helling van de aansluiting steiler wordt, wat ook het zicht van het uitrijdende verkeer negatief beïnvloed. In het huidige ontwerp is gekozen om schuin op de dijk aan te sluiten, zodat bovenaan bij de dijk vlakke opstelruimtes beschikbaar zijn voor het uitrijdende verkeer. Hiermee wordt de invloed van het hoogteverschil op het zicht van het uitrijdende verkeer verminderd. Een aandachtspunt is de breedte van de aansluitingen. Op basis van de tekeningen hebben beide aansluitingen een dermate smal profiel dat maar een voertuig tegelijk gebruik kan maken van de aansluiting.
Dit kan leden tot opstoppingen in de verkeersdoorstroming op de IJsseldijk-West, doordat het inrijdende verkeer moet wachten op een uitrijdend voertuig.
37/64
Variant 2: Ontsluiting Abelenlaan In variant 2 wordt het plangebied ontsloten via de oostzijde op de Abelenlaan. De aansluiting van het plangebied ligt hiermee niet meer in een bocht en ligt verder verwijderd van het kruispunt met de Dorpsstraat. Net als in variant 1 wordt ook hier voor voetgangers een aansluiting op de Abelenlaan gerealiseerd.
Figuur 4.3: Ontsluiting variant 2 Beoordeling variant 2 Aantal en ligging In tegenstelling tot variant 1 wordt in variant 2 slechts één aansluiting op de omliggende wegen. De verkeersveiligheid van een weg is afhankelijk van het aantal aansluitingen. Elke aansluiting is in feite een potentieel conflictpunt. Het is daarom gewenst om zo min mogelijk aansluitingen op gebiedsontsluitingswegen te creëren, om op die manier het aantal conflictpunten te minimaliseren. De aansluiting ligt tevens verder verwijderd van de bocht bij de Dorpsstraat, dan de (oostelijke) aansluiting op de dijk, waardoor het zicht van zowel het uitrijdende verkeer als het verkeer beter is dan in variant 1. De aansluiting ligt echter nog steeds dicht genoeg in de buurt van het kruispunt IJsseldijk-West – Dorpsstraat – Abelenlaan dat het verkeer niet de maximum toegestane snelheid van 50 km/u zal rijden. Dit maakt het ook makkelijker voor fietsers om het plangebied in en uit te rijden, via dezelfde aansluiting als het gemotoriseerde verkeer. Inrichting aansluiting Ten opzichte van de IJsseldijk-West ligt het punt waar het plangebied op de Abelenlaan aansluit lager, waardoor het te overbruggen hoogteverschil ook lager wordt. Hierdoor kan ook gewoon een haakse aansluiting op de Abelenlaan worden gerealiseerd.