CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 2 Plantoelichting Bestemmingsplan De Kleine Betuwe Haastrecht

Raadsvergadering 6 februari 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Gewijzigd Bestemmingsplan De Kleine Betuwe, Haastrecht28.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

bestemmingsplan

De Kleine Betuwe, Haastrecht Gemeente Krimpenerwaard

Planstatus:

vastgesteld

Plan identificatie:

NL.IMRO.1931.BP2005DK015-VG01

Datum:

2023-12-14

Contactpersoon Buro SRO:

dhr. J. van de Zand | dhr. R. van der Made | dhr. T. Wilde

Kenmerk Buro SRO:

SR180362

Opdrachtgever:

Gemeente Krimpenerwaard | Adriaan van Erk Ontwikkeling

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 5 1.3 Geldende bestemmingsplannen ......................................................................................................................... 7 1.4 Leeswijzer .......................................................................................................................................................... 10

2 Planbeschrijving .................................................................................................................................... 11 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................. 11 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 13

3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 17 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 17 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 20 3.3 Regionaal beleid ................................................................................................................................................ 26 3.4 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 27

4 Omgevingsaspecten .............................................................................................................................. 33 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 33 4.2 Bodem ............................................................................................................................................................... 34 4.3 Geluid ................................................................................................................................................................ 36 4.4 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 38 4.5 Milieuzonering .................................................................................................................................................. 40 4.6 Ecologie ............................................................................................................................................................. 44 4.7 Externe veiligheid ..............................................................................................................................................

47 4.8 Water ................................................................................................................................................................ 50 4.9 Cultureel erfgoed .............................................................................................................................................. 57 4.10 Verkeer en parkeren ....................................................................................................................................... 60

5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 64 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 64 5.2 Verbeelding ....................................................................................................................................................... 64 5.3 Planregels .......................................................................................................................................................... 64 5.4 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 65

6 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 69 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 70 7.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 70 7.2 Verslag artikel 3.1.1 Bro overleg en inspraak .................................................................................................... 70 7.3 Verslag zienswijzen ........................................................................................................................................... 70

3

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding In de Structuurvisie Vlist 2012 - 2020 wordt de revitalisering van bedrijventerrein Galgoord als één van de opgaven genoemd. De gemeenteraad van de gemeente Krimpenerwaard heeft in het verlengde hiervan in december 2017 de ruimtelijke uitgangspunten voor een algehele integrale herontwikkeling van Galgoord vastgesteld om de toenemende problematiek op het bedrijventerrein Galgoord in Haastrecht aan te pakken. Dit bedrijventerrein heeft, inclusief het in verval geraakte recreatieterrein 'De Kleine Betuwe', een omvang van circa 7 hectare, waarbinnen circa 28 bedrijven gevestigd zijn. De problematiek betreft onder meer leegstand van het bedrijfsvastgoed op het bedrijventerrein. Dit leidde tot verpaupering van het betreffende gebied. Voornoemde negatieve ontwikkelingen verhogen de maatschappelijke urgentie om voor dit gebied tot aanpak te komen. Om grip te houden op deze beoogde herontwikkeling heeft de gemeenteraad op 30 januari 2018 ook een gemeentelijk voorkeursrecht gevestigd op delen van bedrijventerrein ‘Galgoord’ en de locatie ‘De Kleine Betuwe’, beide gelegen aan het Galgoord in Haastrecht. De herontwikkelingslocatie is tevens bekend onder de naam 'De Kleine Betuwe'.

Op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: Wvg) dienen gemeenten binnen drie jaar na dagtekening van het raadsbesluit een structuurvisie, bestemmingsplan of inpassingsplan vast te stellen om een gemeentelijk voorkeursrecht ex artikel 5 Wvg te kunnen bestendigen. Om aan deze eis tegemoet te komen heeft de raad van de gemeente Krimpenerwaard op 15 december 2020 de structuurvisie 'Galgoord' vastgesteld. Gezien de huidige staat van de locatie en de toenemende vraag naar woningen is de meest wenselijke ontwikkelrichting een transformatie van de huidige bedrijfsbestemming en het voormalige recreatieterrein naar een combinatie van wonen en werken. De combinatie die in het voorliggende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt bestaat uit wonen, een nieuwe supermarkt en bedrijfskavels. Om vervolg te kunnen geven aan de in de structuurvisie geschetste plannen en ambities dienen deze juridisch-planologisch mogelijk gemaakt te worden. De planvoornemens passen immers niet binnen de mogelijkheden van de geldende bestemmingsplannen. Om die reden moeten de geldende bestemmingsplannen herzien worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is gelegen in het oosten van de kern Haastrecht. Deze kern ligt in het noorden van de gemeente Krimpenerwaard. Het plangebied bestaat uit het beoogde herontwikkelingsgebied 'De Kleine Betuwe', een deel van de Provincialeweg Oost en een klein gebied ten zuiden van deze provinciale weg. De oppervlakte van het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan bedraagt ca. 7 ha. Het plangebied van voorliggende bestemmingsplan is als volgt begrensd:

• • • •

noordzijde: Hollandsche IJssel; oostzijde: woning Provincialeweg Oost 94c, bedrijven aan de Kuiperstraat en Steenbakkerstraat en de waterzuiveringsinstallatie Galgoord 10; zuidzijde: percelen behorende bij Provincialeweg Oost 131a; westzijde: percelen aan de oostzijde van de Hoogstraat.

5

De navolgende afbeeldingen tonen achtereenvolgens de globale ligging en begrenzing van het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan.

Globale ligging van het plangebied (witte cirkel, bron: Google Earth)

Begrenzing van voorliggend bestemmingsplan (rode omkadering, bron: ruimtelijkeplannen.nl)

De bedrijven aan de Steenbakkerstraat en de Kuiperstraat (oostzijde bedrijventerrein Galgoord) maken geen onderdeel uit van het herontwikkelingsgebied en zijn om die reden niet meegenomen in het voorliggende bestemmingplan. Ook de woning aan de Provincialeweg Oost 139 behoort niet tot het plangebied.

6

1.3 Geldende bestemmingsplannen Voor de gronden in het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan gelden de volgende bestemmingsplannen:

• • • • •

Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard (vastgesteld op 29 januari 2019); Bedrijventerreinen (voormalige gemeente Vlist) (vastgesteld op 27 september 2016); Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist) (vastgesteld op 15 december 2015); Dorpskernen 2014 (vastgesteld op 16 december 2014); Bedrijventerreinen 2009 (vastgesteld op 27 april 2010).

Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard Voor het hele grondgebied van de gemeente Krimpenerwaard geldt het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard'. De raad heeft dit op 29 januari 2019 vastgesteld. Het bestemmingsplan zorgt voor een uniforme parkeerregeling voor het gehele grondgebied van de gemeente. In het bestemmingsplan is vastgelegd dat voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, overeenkomstig de gemiddelde parkeerkencijfers van het CROW. Bedrijventerreinen (voormalige gemeente Vlist) In het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen’ hebben de gronden in het plangebied de bestemmingen ‘Bedrijventerrein’, 'Bedrijf', 'Verkeer' en 'Groen' (zie navolgende afbeelding). Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' zijn op enkele locaties bedrijfswoningen aanwezig en worden middels aanduidingen afwijkingen van de maximum toegestane milieucategorie 3.1 mogelijk gemaakt. De bestemming 'Bedrijf' is toegekend aan de nutsvoorziening in het noordoosten van het plangebied.

Uitsnede bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen' (plangebied rood omkaderd)

7

Landelijk gebied (voormalige gemeente Vlist) Voor een kleine strook in het zuiden van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist)’. Deze gronden hebben de bestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch met waarden'. In verband met de realisatie van de rotonde ter hoogte van het entreegebied van 'De Kleine Betuwe' worden deze gronden meegenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

Uitsnede bestemmingsplan 'Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist)' (plangebied rood omkaderd)

Dorpskernen 2014 In het bestemmingsplan ‘Dorpskernen 2014’ ligt één kleine gedeelte dat onderdeel is van voorliggend plan. Het gaat daarbij om de gronden direct ten westen van bedrijventerrein Galgoord, waar in de huidige situatie onder andere een woonwinkel gevestigd is. De locatie van de woonwinkel heeft de bestemming 'Gemengd'. Op deze locatie wordt een wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming 'Wonen' gevestigd. Met deze wijzigingsbevoegdheid kan in de toekomst onder voorwaarden een bestemmingswijziging doorgevoerd worden en kunnen woningen mogelijk gemaakt worden. Om invulling te kunnen geven aan de wijzigingsbevoegdheid dient in de toekomst een wijzigingsplan vastgesteld te worden. Tot dit moment blijft de huidige gemengde bestemming gehandhaafd.

8

Uitsnede bestemmingsplan 'Dorpskernen 2014' (plangebied rood omkaderd)

Bedrijventerreinen 2009 Met het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen (voormalige gemeente Vlist)' heeft Galgoord eerder een nieuw bestemmingsplan gekregen. Echter is recreatieterrein 'De Kleine Betuwe' niet meegenomen in dit bestemmingsplan. Daarom geldt ter plaatse nog het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein 2009'. In dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemmingen 'Recreatie', 'Verkeer' en 'Wonen'. Omdat ter plaatse diverse functies zijn beoogd die niet passen binnen deze bestemmingen is een herziening van het bestemmingsplan vereist. Voor de overige gronden op bedrijventerrein Galgoord geldt het recenter vastgestelde bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen (voormalige gemeente Vlist)'.

9

Uitsnede bestemmingsplan 'Bedrijventerrein 2009' (plangebied rood omkaderd)

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 achtereenvolgens de huidige situatie en de toekomstige situatie beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante nationale, provinciale en gemeentelijke beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van de omgevingsaspecten en (milieu)wetgeving. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens een juridische planbeschrijving gegeven. Hoofdstuk 6 bevat de economische uitvoerbaarheid van het plan en hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid, waarbij de uitkomsten van de inspraak- en overlegmomenten zijn opgenomen.

10

2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Functionele structuur De huidige bedrijvigheid bevindt zich aan beiden zijden van de Blekerstraat, de noordzijde van het Galgoord (zijde Hollandsche IJssel), de Steenbakkerstraat en Kuiperstraat. Op navolgende afbeeldingen is hiervan een impressie van het plangebied en de omgeving weergegeven.

11

Impressie plangebied en omgeving (bron: Buro SRO)

Op het bedrijventerrein Galgoord is een aantal bedrijfswoningen aanwezig. Deze bevinden zich voornamelijk aan de Blekerstraat. De westzijde van de Blekerstraat grenst aan de achterzijde van (woon)percelen die aan de Hoogstraat liggen (buiten het plangebied). Deze weg vormt de verbinding met het centrum van Haastrecht. Aan de zuidoostzijde van het plangebied (buiten het plangebied) liggen de woonpercelen ten zuiden van de Kuiperstraat. Ten oosten van het plangebied (buiten het plangebied) liggen bedrijven aan de Kuiperstraat en de Steenbakkerstraat, de begraafplaats en de afvalwaterzuiveringsinstallatie. Vanaf de Hoogstraat, die aantakt op de Provincialeweg Oost, wordt het bedrijventerrein via Galgoord ontsloten. Aan beide zijden van de Provincialeweg Oost zijn vrijliggende fietspaden gelegen. De weg Galgoord loopt tot aan de Steenbakkerstraat (buiten het plangebied). De Kuiperstraat loopt dood en aan de zuidzijde van de straat bevinden zich particuliere garageboxen (buiten het plangebied). Aan de westzijde ligt de Blekerstraat. Deze loopt vanaf Galgoord tot aan de Hollandsche IJssel en loopt daar dood. Ten zuiden van het Galgoord ligt het voormalige recreatieterrein 'De Kleine Betuwe'. In het verlengde van de ontsluitingsweg Galgoord is een (vrachtwagen)parkeerterrein aanwezig, dat tevens dienst doet als keerlus.

Ruimtelijke structuur Galgoord is het buitendijkse gebied tussen de winterdijk en de zomerdijk van de Hollandsche IJssel. Geleidelijk ontwikkelde de bedrijvigheid zich aan weerszijden van de Blekerstraat. De rest van het gebied was in gebruik als boomgaard en agrarisch land. Met het verstrijken van de jaren verdwenen de boerderijen en breidde de bedrijvigheid zich richting het oosten uit. Het bedrijventerrein Galgoord is in de periode van 1970 tot 1995 geleidelijk gerealiseerd. Vanaf 2015 staan zijn enkele bedrijfspanden leeg. Het bedrijventerrein vormt de overgang van de bebouwde kom van Haastrecht, gelegen langs de Hoogstraat, naar het agrarische gebied aan de oostzijde. De dorpskern van Haastrecht ligt op een afstand van ca. 400 m ten westen van het plangebied. Aan de zuidzijde lag het recreatieterrein 'De Kleine Betuwe', dat in 2005 gesloten is. Dit terrein is in onbruik geraakt en verkeert nu in vervallen toestand, zoals te zien is op de navolgende afbeelding.

12

Impressie huidige situatie 'De Kleine Betuwe', gezien vanaf de N228 (bron: Buro SRO)

Ten zuiden van het bedrijventerrein Galgoord is de Provincialeweg Oost (N228) gelegen met begeleidende boombeplanting. Vanaf deze weg wordt het bedrijventerrein via de Hoogstraat en Galgoord (straat) ontsloten. Galgoord (straat) vormt de ruimtelijke scheiding tussen het noordelijke en zuidelijke deel van het bedrijventerrein. Verder wordt de ruimtelijke structuur bepaald door de Blekerstraat aan de westzijde en de Steenbakkerstraat aan de oostzijde. De Hollandsche IJssel wordt vanuit het gebied nauwelijks beleefd of ervaren. Grote delen van de zuidelijke oever zijn bebouwd. Uitzondering hierop vormt het aan de oostzijde gelegen parkeerterrein voor vrachtwagens, met een groenvoorziening.

2.2 Toekomstige situatie Het plangebied wordt getransformeerd naar een aantrekkelijk gebied waar gewoond en gewerkt wordt, in combinatie met een aantal voorzieningen. Daarbij wordt nadrukkelijker de relatie gelegd met de Hollandsche IJssel. Op navolgende afbeeldingen zijn de te slopen bebouwing en het stedenbouwkundig plan voor de planlocatie weergegeven. In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met een nieuwe brug over de Hollandsche IJssel. Deze brug is echter nadrukkelijk geen onderdeel van het voorliggende bestemmingsplan.

Te slopen bebouwing (bron: Buro SRO)

13

Stedenbouwkundig plan 'De Kleine Betuwe' (bron: Buro SRO)

Hoofdopzet De hoofdopzet van het plan is gebaseerd op de aanwezige structuur van het bedrijventerrein en de oorspronkelijk landschapsstructuur van de polder. Daarnaast blijven de wegen Galgoord, Steenbakkerstraat, Kuiperstraat en Blekerstraat in structuur gehandhaafd en vormen deze mede de ruimtelijke hoofdopzet van het plan. Het plangebied krijgt een nieuwe hoofdontsluiting op de Provincialeweg Oost, door middel van een rotonde centraal het gebied in. Direct nabij de entree, aan de westzijde, is een gemengd gebied voorzien waar een supermarkt met woningen en parkeren een plek krijgt. Deze ontwikkeling speelt in op de ligging aan de rotonde en vormt als het ware de nieuwe entree van het dorp aan de oostzijde. Stedenbouwkundig, landschappelijk en architectonisch wordt ingespeeld op deze situatie, zodat er een aantrekkelijk gebied ontstaat. Aan de oostzijde van de entree wordt het bestaande bedrijvengebied uitgebreid met bedrijfskavels die ruimte bieden voor bedrijven die elders uit Galgoord verplaatst willen worden, waarmee ruimte ontstaat voor woningbouw. Daarmee ontstaat er een optimale concentratie van bedrijven en kan milieu-planologisch beter ingespeeld worden op de nieuw te realiseren woningen aan de noordzijde. Ook de ontsluiting van dit bedrijvengedeelte wordt geoptimaliseerd. De bestaande Kuiperstraat wordt doorgetrokken naar de nieuwe centrale entreeweg.

Daarmee wordt het mogelijk dat vrachtverkeer niet op het bedrijventerrein hoeft te keren, zoals in de huidige situatie. Vanaf de Galgoord is een aantal inprikkers het woongebied in voorzien. Daarmee ontstaan enkele woonvelden die ruimte bieden aan een diversiteit aan woningtypes, zoals rijenwoningen en appartementen. Stedenbouwkundig spelen de woonblokken in op de aanliggende openbare ruimte. Aan het einde van de Galgoord, de oostzijde, wordt het vrachtwagenparkeerterrein omgevormd naar een aantrekkelijk groenstrookje aan de Hollandsche IJssel met eveneens ruimte voor autoparkeren. Aan de westzijde van het plangebied wordt de oostzijde van de Blekerstraat getransformeerd naar woningbouw. De westzijde van de Blekerstraat blijft vooralsnog voor bedrijven bestemd, maar ook hier is in de nabije toekomst woningbouw voorzien. Dit wordt ook zo planologisch mogelijk gemaakt, zodat eigenaren

14

hier (op termijn) op in kunnen spelen. Een langzaamverkeersverbinding, vanaf de Hoogstraat naar de Hollandse IJssel, behoort eveneens tot de gewenste mogelijkheden in de toekomst. Op basis van deze hoofdstructuur ontstaat een aantal aantrekkelijk woon- en werkvelden met centraal in het plan de nieuwe supermarkt. Navolgend worden enkele onderdelen van het plan nader beschreven. Programma en bouwhoogte Binnen het stedenbouwkundig plan is een vijftal woon- en werkvelden te onderscheiden, zoals op de volgende afbeelding wordt getoond. In dit plan is ruimte voor maximaal 184 woningen, waarvan 1 bestaand.

Woon- en bedrijfsvelden (bron: Buro SRO)

Er wordt onder andere voorzien in appartementen en rijenwoningen. Met deze woningtypen wordt tegemoet gekomen aan de lokale en regionale behoefte aan woningen. Daarnaast zijn dit woningtypes die doorstroming op de woningmarkt kunnen bevorderen. Dit komt nader aan bod in toelichting paragraaf 3.4.2. Naast woningbouw gaat het stedenbouwkundig plan uit van een supermarkt met een omvang van circa 1.500 m² bvo, waarvan 1.200 m² winkelvloeroppervlak en 300 m² magazijn, dienstverlening met een omvang van circa 350 m² en 3.000 - 3.500 m² bedrijfskavels. Op de nieuwe bedrijfskavels zijn ten hoogste drie inpandige bedrijfswoningen toegestaan. Alle grondgebonden woningen in het plan, met uitzondering van de kadewoningen, worden twee lagen met een kap met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 11 m. De kadewoningen worden drie lagen, met bijvoorbeeld een sheddak, met een maximale goot- en nokhoogte van 9 en 11 meter. Het blok van de supermarkt, waarboven zich twee à drie lagen appartementen bevinden, heeft een maximale bouwhoogte van 14 m. De tegenovergelegen bedrijven hebben een bouwhoogte van circa 11 m, in aansluiting op de bestaande bedrijven. De appartementen langs de Hollandsche IJssel worden drie tot vier bouwlagen hoog, met deels een halfverdiepte parkeerkelder eronder. Dit betekent een maximale bouwhoogte van 11 tot 14 m.

Om de effecten van schaduw als gevolg van de beoogde nieuwbouw op de bestaande gebouwen in de omgeving te bepalen is een bezonningsstudie (Buro SRO, nr. SR180362, d.d. 15 november 2022, zie bijlagen bij toelichting 1) uitgevoerd. Hierbij is een vergelijking gemaakt tussen de maximale bebouwingsmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan en het voorliggende bestemmingsplan biedt.

15

De onderzochte tijdstippen zijn conform de lichte TNO-norm (landelijke standaard). Afhankelijk van het tijdstip veroorzaakt de nieuwe bebouwing verslechteringen ten opzichte van de huidige bezonningssituatie, maar ook grote verbeteringen. Dit geldt voor de woningen aan de Dunantstraat. De woningen aan het Jaagpad ondervinden geen extra schaduwwerking. Bij alle woningen in de omgeving wordt (ruimschoots) aan de lichte TNO-norm voldaan. Ontsluiting en parkeren Om het gebied op een verkeersveilige en toekomstbestendige wijze te ontsluiten vormt een nieuwe rotonde tussen de Provincialeweg Oost en de Galgoord de nieuwe entree van 'De Kleine Betuwe'. Deze is ter plaatse van het voormalige recreatieterrein De Kleine Betuwe voorzien. Aan de westzijde van het plangebied wordt de aansluiting met de Hoogstraat en de Provincialeweg Oost (N228) afgewaardeerd tot een eenrichtingsweg naar 'De Kleine Betuwe'. Deze weg sluit aan op de Galgoord. De bestaande Blekerstraat blijft gehandhaafd en loopt aan het einde dood. De oostzijde van de Galgoord gaat over in de Steenbakkerstraat en Kuiperstraat. Deze laatste takt aan op de entreeweg, waardoor vrachtwagens eenvoudig het bedrijventerrein kunnen verlaten zonder te keren. Alle wegen in het plangebied worden 30 km/uurwegen en als zodanig ingericht.

Het parkeren en het laden en lossen vindt voor de bedrijven in het plangebied op eigen terrein plaats. Het laden en lossen van de supermarkt vindt onder een luifel plaats. Dit komt de kwaliteit van de openbare ruimte en het woon- en leefklimaat ter plaatse ten goede. Voor de woningen wordt het parkeren in de directe nabijheid in de straten of in een halfverdiepte parkeerkelder opgelost. Ter plaatse van de supermarkt, met bovenliggende appartementen, wordt het parkeren grotendeels aan de voorzijde en zijkant opgelost. Deze parkeerplaatsen zijn ruimer van maat. Voor het aantal parkeerplaatsen zijn de gemeentelijke geldende parkeernormen gehanteerd. Tevens is nabij de supermarkt voorzien in invalidenparkeerplaatsen, ruimte voor winkelwagentjes, fietsparkeerplaatsen en ondergrondse afvalcontainers. Eventuele laadpalen kunnen bij reguliere parkeerplaatsen worden geplaatst. De parkeeropgave wordt uitgewerkt in toelichting paragraaf 4.10.2. Langs de Hollandsche IJssel zijn geen parkeerplaatsen voorzien. Dit moet het domein worden van de voetganger en fietser en wordt op een aantrekkelijk wijze ingericht om te kunnen verblijven aan het water. Op termijn, wanneer de westzijde van de Blekerstraat ook wordt getransformeerd naar wonen, ontstaat de mogelijkheid om een extra langzaamverkeersverbinding te maken tussen de oude kern van Haastrecht en De Kleine Betuwe.

Ruimtelijke kwaliteit In het voorliggende bestemmingsplan worden de beoogde functies binnen de stedenbouwkundige hoofstructuur mogelijk maakt. Door middel van de bestemmingsregels (zie ook toelichting paragraaf 5.4), in combinatie met de sturing via het beeldkwaliteitsplan (Buro SRO, nr. SR180362, d.d. 15 november 2022, zie bijlagen bij toelichting 2), is de ruimtelijke kwaliteit van het beoogde woon- en werkmilieu verzekerd. Duurzame inrichting Het stedenbouwkundig plan voor 'De Kleine Betuwe' is gebaseerd op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Dit komt tot uitdrukking in de overgangszone van de bedrijven naar woningbouw, het entreegebied nabij de Provincialeweg Oost en de zone langs de Hollandsche IJssel. Daarbij is aandacht voor een duurzaam watersysteem, het mogelijk maken van een ommetje en het bijdragen aan klimaatadaptatie en biodiversiteit door extra aandacht voor groen. Op bedrijfskavelniveau dient een ondernemer hier ook nadrukkelijk aandacht aan te geven. Bij de uitgifte van een bedrijfskavel wordt bekeken welke maatregelen worden ingezet om de ambities voor het gehele plan waar te maken.

16

3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Voorliggend plan heeft geen gevolgen die van nationaal belang zijn. Wel wordt aangesloten op de ambities van het Rijk door in het plan aandacht te besteden aan klimaatadaptatie en energietransitie. De woningen, de supermarkt en de nieuwe bedrijfspanden worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor ruimte en mobiliteit. Daarnaast sluit het beoogde woningbouwprogramma aan op de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklassen in de gemeente, wat door het Rijk als hoogst gewenst wordt beschouwd. Voorliggend plan is daarmee in lijn met de ambities uit de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd.

Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Nationale Omgevingsvisie zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014, 1 juli 2016 en 1 januari 2017 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling valt niet binnen één van de projecten aangewezen in het Barro. Vanuit het Barro zijn er dan ook geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Per 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden.

17

De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.

3.

4.

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Conform artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen, afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Het voorgenomen plan bestaat uit de realisatie van maximaal 183 nieuwe woningen, een supermarkt van circa 1.500 m² bvo, waarvan 1.200 m² winkelvloeroppervlak en 3.000 - 3.500 m² bedrijfskavels. Hiervoor dienen verschillende bedrijfsgebouwen gesloopt te worden. Omdat de bedrijfsgebouwen reeds aanwezig zijn in het plangebied en het daarom in planologische zin slechts om een verplaatsing gaat, kunnen deze in het kader van de ladder buiten beschouwing blijven. De nieuwe supermarkt dient wel beschouwd te worden. Daarnaast is ook de beschrijving van de behoefte aan woningen in dit kader van belang. Behoefte Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuwe supermarkt van 1.500 m² bvo buiten een bestaand winkelconcentratiegebied mogelijk.

Hierbij wordt uitgegaan van een supermarkt van 1.200 m² winkelvloeroppervlak (wvo) en 300 m² vloeroppervlak voor bijbehorende kantoren, magazijnen en overige dienstruimten. De behoefte aan deze ontwikkeling dient aangetoond te worden. Om de behoefte inzichtelijk te maken is een distributieplanologisch onderzoek (Emma Retail, nr. 2023-0119, d.d. 14 december 2023, zie bijlagen bij toelichting 3) uitgevoerd. Hierin concludeert Emma Retail dat het plan geen zodanige leegstand tot gevolg heeft dat dit tot een onaanvaardbare situatie zal leiden uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Hier liggen de volgende argumenten aan ten grondslag:

• •

•

De totale impact is zeer gering: er wordt één supermarkt toegevoegd. Er is behoefte vanuit lokale ondernemers aan geschikte vestigingspanden met perspectief en ruimte voor modernisering en herinvulling van nieuwe en achterblijvende panden. De vernieuwing is juist nodig om een carrousel op gang te brengen en nieuwe perspectieven te creëren voor ondernemers. Er is behoefte van gemeente en inwoners voor een goede dagelijkse verzorging in Haastrecht. Blijvend perspectief bieden aan ondernemers past daarin. Daarvoor is ruimtelijke vernieuwing en relocatie nodig.

•

De eventuele achterblijvende panden hebben voldoende perspectief voor eventuele transformatie naar andere functies, zoals wonen en werken. Mocht invulling met detailhandel niet haalbaar zijn dan is transformatie een goede optie en een oplossing voor de leegstand.

•

Tot slot is de huidige leegstand beperkt. De verwachting is dat leegkomende units snel weer gevuld worden. Mocht er onverhoopt toch leegstand ontstaan dan zijn dit hooguit één of twee units

18

met een gering oppervlak. Deze leegstand veroorzaakt geen onaanvaardbare situatie en leidt niet tot een verpaupering. In aanvulling op het distributieplanologisch onderzoek heeft BRO een ruimtelijk-functionele effectenanalyse van de supermarktontwikkeling (BRO, nr. P04607, d.d. 29 juli 2021, zie bijlagen bij toelichting 4) opgesteld. In deze analyse is met betrekking tot koopstromen en effecten ook rekening gehouden met ontwikkelingen buiten het verzorgingsgebied. BRO komt voor de kwantitatieve behoefte tot de conclusie dat de huidige situatie met een vloerproductiviteit van € 6.950,- wordt beschouwd als evenwichtssituatie. Met deze vloerproductiviteit als benchmark wordt een uitbreidingsruimte van ca. 1.400 m² wvo voor de komende 10 jaar voorzien in de gemeente Krimpenerwaard. Deze uitbreiding dekt in de orde van grootte nagenoeg volledig de voorziene plannen in de gemeente, namelijk een uitbreiding van 620 m² wvo voor de uitbreiding van Lidl op de Albert Plesmanstraat in Schoonhoven en de functionele uitbreiding van 764 m² wvo ten behoeve van Coop in Haastrecht. Dit betekent dat het initiatief binnen de context van de gemeente Krimpenerwaard voorziet in een kwantitatieve behoefte. Met betrekking tot de kwalitatieve behoefte van de beoogde supermarkt kan het volgende geconcludeerd worden:

•

De kwalitatieve meerwaarde die ontstaat als gevolg van supermarktontwikkelingen in kleine kernen, zoals in Haastrecht, is groot. De huidige supermarkt aan de Kleine Haven is te kleinschalig om toekomstbestendig te zijn. Zonder uitbreiding bestaat er een risico dat er meer koopkracht afvloeit naar Gouda en andere kernen in de omgeving, die wel over een modern supermarktaanbod beschikken. Dit zorgt voor meer afvloeiing en mobiliteit.

•

Als er geen uitbreiding en modernisering plaats vindt, komt het economisch functioneren van de supermarkt in Haastrecht steeds meer onder druk te staan, met op termijn mogelijke sluiting tot gevolg. Het behoud van een supermarkt in Haastrecht is noodzakelijk voor de leefbaarheid in het dorp en de levensvatbaarheid van andere voorzieningen door een blijvende binding op het dorp voor aankopen.

•

De toenemende vergrijzing en de blijvende behoefte aan keuzemogelijkheden in artikelen op het gebied van de eerste levensbehoefte (algemene levensmiddelen, vers, kruidenierswaren, drogisterij artikelen, etc.) zorgen er voor dat faciliteren van het initiatief duidelijk voorziet in een kwalitatieve behoefte.

•

De nieuwe supermarktlocatie heeft een veel betere bereikbaarheid per auto/fiets/voet en vrachtverkeer dan de huidige supermarktlocatie.

Ook de behoefte aan de ontwikkeling van woningen dient beschreven te worden. Uit de woonvisie van de gemeente Krimpenerwaard (zie toelichting paragraaf 3.4.2) volgt dat er in de gemeente tot 2030 een woningbouwbehoefte van 3.000 woningen bestaat. Hieruit volgt dat het voorgenomen plan in kwantitatieve zin tegemoet komt aan de woningbouwbehoefte. Zoals te lezen is in toelichting paragraaf 3.4.2 wordt daarbij ook voldaan aan de kwalitatieve behoeften. Bestaand stedelijk gebied Het grootste deel van de gronden waarop de ontwikkelingen zijn voorzien zijn heden ten dage in gebruik als bedrijventerrein. De overige gronden bestaan uit een in verval geraakt recreatieterrein, een provinciale weg en landelijk gebied. In de thans geldende bestemmingsplannen hebben deze gronden verschillende bestemmingen. Volgens artikel 1.1,1, eerste lid, onder h van het Bro is bestaand stedelijk gebied 'het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Uitgaande van deze definitie kan het grootste deel van de gronden, afgezien van de provinciale weg en het landelijk gebied ten zuiden van de provinciale weg, aangemerkt worden als bestaand stedelijk gebied.

Omdat de stedelijke ontwikkelingen plaatsvinden in het stedelijk gebied is dit passend binnen de ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Er dient geconcludeerd te worden dat het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

19

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 april 2023. De Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1.

Ruimtelijke hoofdstructuur

De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden:

•

het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen;

• •

de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht;

• • • •

de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie;

2.

Ambities en sturing

het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie.

De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, provinciaal belang en maatwerk. De provincie heeft zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De provincie heeft de volgende ambities:

• • • • • •

naar een klimaatbestendige delta; naar een nieuwe economie: the next level;

3.

Omgevingskwaliteit

naar een levendig meerkernige metropool; energievernieuwing; best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit:

•

een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de ZuidHollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken;

•

een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit;

•

een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.

20

4.

Beleidskeuzes

De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes (zie Omgevingsvisie Zuid Holland). Planspecifiek 1.

Ruimtelijke hoofdstructuur

Het beoogde initiatief past binnen de ruimtelijke hoofdstructuur. Het plan voorziet alleen in een wijziging op de lokale schaal van Haastrecht. 2.

Ambities en sturing

De ambities van de provincie zijn niet specifiek van toepassing voor het beoogde initiatief, maar vormen tevens geen belemmering voor de herontwikkeling. Daarnaast spelen duurzaamheid en een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving een grote rol in de planvorming. 3.

Omgevingskwaliteit

Voor de beoogde ontwikkeling is de omgevingskwaliteit van belang. Ruimtelijke ontwikkelingen die maatschappelijk en economisch gewenst zijn, moeten bijdragen aan de balans tussen de instandhouding, benutting en versterking van de bestaande gebiedskwaliteiten. Deze vinden hun grondslag in de drie onderscheiden deltalandschappen. Het plangebied is gelegen in het Zuid-Hollandse rivierdeltacomplex. De kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten geven richting aan de wijze waarop ontwikkelingen kunnen inspelen op ruimtelijke gebiedskwaliteiten. Navolgend wordt ingegaan op de relevante kaartlagen hiervan. Laag van de ondergrond Op de laag van de ondergrond is de planlocatie aangewezen als 'bijzonder reliëf - oude stroomgordels en geulafzettingen' en 'rivierdeltacomplex - rivierklei/veen'. In dit gebied kunnen natuurlijke hoogteverschillen voorkomen. Dit betreft strandwallen in de kustzone, oude stroomruggen, kreken en geulafzettingen, rivierduinen met donken en oude bovenlanden met restveen. Vanwege de hogere ligging waren deze plekken aantrekkelijk voor (pre)historische bewoning. Het zijn vaak plekken van grote archeologische en aardkundige waarde. Behoud van dit reliëf houdt de leesbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het gebied in stand. Richtpunten hierbij zijn:

•

Ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand.

•

Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

In het plangebied zijn geen onregelmatige patronen aanwezig en is geen reliëf in het landschap herkenbaar. Uit toelichting paragraaf 4.9.1 volgt of er archeologische waarden aanwezig zijn. De gronden in het rivierdeltacomplex bestaan overwegend uit rivierklei en zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Ontwikkelingen in dit gebied houden aan het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar. Dit contrast is echter niet (meer) aanwezig in het plangebied. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen In deze kaartlaag is het plangebied aangewezen met 'veen(weide)landschap' en 'linten'. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Daarbij zijn voornamelijk de verkavelingspatronen van belang. In het stedelijk gebied van Haastrecht zijn deze verkavelingspatronen niet meer aanwezig. Ook de

21

lintstructuur aan de Provincialeweg Oost is ter plaatse van het plangebied nauwelijks te ervaren, doordat recreatieterrein 'De Kleine Betuwe' niet beschikt over bebouwing aan de Provincialeweg Oost. Laag van de beleving De Provincialeweg Oost en de Hoogstraat zijn aangewezen als fiets- en wandelroute. Bij de realisatie van de rotonde en de aanpassing van de weg wordt rekening gehouden met dit recreatieve netwerk door fietspaden, trottoirs en oversteekplaatsen aan te leggen. Laag van de stedelijke occupatie Op de laag van de stedelijke occupatie is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen' en 'stads- en dorpsrand'. Ontwikkelingen dienen hier bij te dragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van het dorp en versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. De stedenbouwkundige hoofdstructuur en uitgangspunten zijn afgeleid van de omgeving. Hiermee wordt voortgebouwd op het bestaande stads- en dorpsgebied. Door de groenere en ruimere opzet van het plan wordt de overgang naar het ten oosten gelegen agrarisch gebied tevens geleidelijker ten opzichte van het besloten karakter van het huidige bedrijventerrein. 4.

Beleidskeuzes

De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze 'behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit', 'gezonde leefomgeving', 'stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied' en 'verstedelijking en wonen'. Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid bestaat uit de voornoemde lagen van de kwaliteitskaart. Uit de toetsing van het voorgenomen plan aan de kwaliteitskaart volgt dat het plan grotendeels voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Met het voorgenomen plan wordt een deel van de vraag naar woningen opgevangen. Met het plan wordt een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving gerealiseerd, waar ruimte is voor groen. Het woningbouwprogramma bestaat uit passende woningen voor verschillende doelgroepen. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie en past binnen de provinciale ambities ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit en wonen. Daarmee vormt de Omgevingsvisie geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijk met de Omgevingsvisie is de meest recente versie van de Omgevingsverordening op 1 april 2023 in werking getreden. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsvisie.

De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 lid 5 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a.

b.

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de

22

c.

ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.

Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van transformatie (sub c). Het gebied verandert dusdanig van aard en omvang dat er een nieuw stedelijk gebied ontstaat met een nieuwe gebiedsidentiteit. Gelet op de wezenlijke verandering van het gebied kan aan de richtpunten van de kwaliteitskaart worden voldaan, wat blijkt uit toelichting paragraaf 3.2.1. Met het nieuwe integrale ontwerp (zie toelichting paragraaf 2.2) ontstaat er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit. Hierbij is aansluiting gezicht bij structuren en patronen in de omgeving, zoals het handhaven en doortrekken van de bestaande wegstructuur. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat 'een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.

b.

de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.'

Bij het voorgenomen plan is in toelichting paragraaf 3.1.3 ingegaan op de ladder voor duurzame verstelijking (sub a) en het bevindt zich daarnaast in bestaand stads- en dorpsgebied (sub b). Daarmee wordt er voldaan aan artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening. Bedrijven In artikel 6.12 lid 4 en 5 van de Omgevingsverordening is bepaald dat bij transformatie van een bedrijventerrein beschreven dient te worden hoe dit gecompenseerd wordt: 4.

5.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bestaand bedrijventerrein als bedoeld in het eerste lid of het tweede lid en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting op welke wijze binnen de regio compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden. Compensatie als bedoeld in het vierde lid, kan achterwege blijven, indien: a. het een bestaand niet-watergebonden bedrijventerrein met ten hoogste milieucategorie 3 en een oppervlakte van minder dan 1 hectare betreft; of b. regionale afstemming heeft plaatsgevonden en hieruit is gebleken dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.

Transformatie van bedrijventerrein Galgoord is gewenst daar het gaat om een bedrijventerreinen dat gedeeltelijk verouderd is en waar sprake is van leegstand. Op grond van de Omgevingsverordening is transformatie van het bedrijventerrein mogelijk. De beoogde transformatie voorziet in een bestemmingswijziging van de bedrijfspercelen aan Galgoord 3-5 (metaalwarenfabriek en overige bedrijven tot en met milieucategorie 3.1), Blekerstraat 2 (bedrijven tot en met milieucategorie 3.1) en Blekerstraat 10 (transport- en garagebedrijf en overige bedrijven tot en met milieucategorie 3.1) naar een woonbestemming. In totaal gaat het hierbij om circa 2 ha. Omdat het deel van het bedrijventerrein dat getransformeerd wordt groter is dan 1 ha, is daarbij compensatie nodig.

23

De betreffende compensatie-opgave is opgenomen in de in 2020 vastgestelde nota naar een Regionale Bedrijventerreinenstrategie (STEC Groep, nr. 17.402 d.d. november 2019) en de regionale kwantitatieve en kwalitatieve bedrijventerreinenstrategie Midden-Holland. Deze opgave is onderdeel van de in de nota voorziene vervangingsvraag als gevolg van transformatie. Daarnaast bevat de gemeentelijke omgevingsvisie (zie toelichting paragraaf 3.4.1) een kader voor de lokale vertaling van de opgave die de voor gemeente Krimpenerwaard is opgenomen in de Regionale Bedrijventerreinenstrategie. Dit kader voorziet in mogelijkheden voor tijdige reservering van ruimte voor de toekomstige vraag naar bedrijventerreinen, waaronder HMC- en watergebonden bedrijventerrein, en een tijdige invulling op het moment dat zich een concrete vraag naar uitbreiding aandient. Passend hierin zijn de volgende ontwikkelingen, waarmee aan de compensatie-opgave voor Galgoord in voldoende mate tegemoet wordt gekomen en die tegelijkertijd invulling geven aan de actuele aantoonbare lokale vraag naar bedrijventerreinen: 1.

2.

Het mogelijk maken van circa 0,4 ha nieuwbedrijventerrein van grotendeels milieucategorie 3.1 in het voorliggende bestemmingsplan (oostzijde). Dit betreft gronden die in het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen 2009' van de voormalige gemeente Vlist de bestemming 'Recreatie' hebben. De uitbreiding van het bedrijventerrein De Nieuwe Wetering in Bergambacht met circa 5 ha bedrijventerrein van milieucategorie 3.1 en 3.2. Het bestemmingsplan voor deze uitbreiding is vastgesteld op 19 september 2023.

Detailhandel In artikel 6.13 lid 1 worden eisen gesteld aan detailhandel. Omdat de beoogde supermarkt een vorm van detailhandel is, dient beschouwd te worden of dit in lijn is met dit artikel. In het eerste lid van het artikel is het volgende opgenomen: Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel op gronden: a. b. c.

binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken; binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk; binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg van herallocatie.

Onderhavig bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuwe supermarkt buiten een bestaande winkelconcentratie mogelijk. In lid 3 sub f van artikel 6.13 is bepaald dat lid 1 niet van toepassing is op supermarkten net buiten het winkelconcentratiegebied in kleine kernen, als is aangetoond dat hiervoor onvoldoende ruimte is in een bestaande winkelconcentratie. Daarnaast dient aangetoond te worden dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en dat geen onaanvaardbare leegstand ontstaat. Mede met het oog hierop is in het kader van wettelijk vooroverleg advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland, Leefbaarheid in en van kleine kernen hangt in veel gevallen samen met de beschikbaarheid en bereikbaarheid van dagelijks winkelaanbod. In deze sector zien we een tendens naar schaalvergroting van supermarkten. In sommige gevallen zal het echter niet mogelijk zijn een toekomstbestendige supermarkt in een winkelconcentratie van een kleine kern onder te brengen, omdat er geen geschikte ruimte te vinden is voor de benodigde omvang van de supermarkt. Via lokaal maatwerk wordt daarom de mogelijkheid geboden voor de vestiging of uitbreiding van een supermarkt in een kleine kern net buiten het winkelconcentratiegebied.

Er moet dan aangetoond worden dat die hier niet in of aansluitend aan gerealiseerd kan worden en dat de leefbaarheid in het geding kan komen als er geen locatie net buiten het winkelconcentratiegebied beschikbaar komt. Haastrecht dient beschouwd te worden als een kleine kern. In een kleine kern als Haastrecht hangt de leefbaarheid samen met de beschikbaarheid en bereikbaarheid van dagelijks winkelaanbod. Gezien de schaalvergroting bij supermarkten, de beperkte omvang van de bestaande supermarkt (436 m² wvo) en het kleinschalige karakter van de bebouwing in het beschermd dorpsgezicht van Haastrecht, is er geen ruimte voor een toekomstbestendige supermarkt in de bestaande winkelconcentratie. Het

24

winkelconcentratiegebied van Haastrecht geen mogelijkheid biedt tot uitbreiding van de bestaande supermarkt en ook nieuwe locaties van voldoende omvang binnen het winkelconcentratiegebied niet aanwezig zijn. Het mogelijk maken van een supermarkt op een locatie die net buiten het winkelconcentratiegebied ligt, goed bereikbaar is en onderdeel is van een integrale transformatie van het bedrijventerrein ten behoeve van woningbouw is een vorm van lokaal maatwerk. In het distributieplanologisch onderzoek (Emma Retail, 2023-0119, d.d. 14 december 2023, zie bijlagen bij toelichting 3) komt Emma Retail tot de volgende conclusies:

• •

De realisatie van een nieuwe moderne supermarkt zorgt voor een versterking van de verzorgingsstructuur in Haastrecht en draagt bij aan de leefbaarheid in de kern. De ontwikkeling leidt tot een hogere koopkrachtbinding op Haastrecht en iets minder koopkrachtafvloeiing naar aanbod in andere nabijgelegen kernen in de Krimpenerwaard en Gouda. De ontwikkeling leidt echter niet tot een verstoring van de bestaande voorzieningenstructuur in de Krimpenerwaard en Gouda.

•

De ontwikkeling is gunstig voor het ondernemersperspectief. Een carrousel kan ontstaan waardoor andere ondernemers eveneens kunnen verplaatsen en zich beter positioneren en profileren.

•

De ontwikkeling zorgt uiteindelijk voor een betere detailhandelsstructuur en speelt zo in op het gemeentelijke beleid en de retailvisie. In de retailvisie is voor de kern Haastrecht onder andere opgenomen dat de huidige supermarkt te klein is om in de dagelijkse behoefte te voorzien en uitbreiding gewenst is.

Ten aanzien van de supermarksituatie in Haastrecht zijn twee scenario’s mogelijk: 1.

2.

De nieuwe supermarktruimte wordt ingevuld met een nieuwe formule of door verplaatsing van de bestaande supermarkt naar de nieuwe locatie. De bestaande winkel sluit en hier komt geen supermarkt terug. Per saldo wordt het dagelijkse aanbod uitgebreid met ongeveer 750 m² wvo. De nieuwe supermarktruimte wordt ingevuld met een nieuwe supermarktformule. De bestaande winkel blijft open. Per saldo neemt het dagelijkse detailhandelsaanbod toe met 1.200 m² wvo. Op dit moment is scenario 2 het meest waarschijnlijke.

Emma Retail concludeert in het distributieplanologisch onderzoek dat er voldoende distributieve ruimte is, zowel in Haastrecht als in de hele gemeente, voor de situatie in scenario 1. De nieuwe supermarkt of verplaatste supermarkt kan goed functioneren en biedt een goede verzorgingsfunctie in de kern Haastrecht. In scenario 2 overschrijdt de planontwikkeling de distributieve ruimte iets, zij het beperkt. Voor beide scenario’s geldt verder dat sprake is van een versterking van de verzorgingsfunctie van Haastrecht. Daarnaast geldt voor beide scenario’s dat er geen sprake zal zijn van onevenredige aantasting van het voorzieningenniveau en ook niet van onaanvaardbare leegstand of toename daarvan. Beide scenario’s zullen er toe leiden dat de koopkrachtbinding op Haastrecht toeneemt en dat de omzetafvloeiing naar aanbod in andere kernen van de Krimpenerwaard en Gouda beperkt afneemt. Dit is echter niet in een mate dat dit verstorend werkt voor het voorzieningenniveau in die kernen en in Gouda. Het openhouden van twee supermarkten is daarmee mogelijk, zij het dat er een broos evenwicht ontstaat. Hierbij is te voorzien dat de bestaande supermarkt een mindere concurrentiepositie zal hebben ten opzichte van de nieuwe supermarkt. Mocht één van de supermarkten toch sluiten dan is dat het gevolg van marktwerking. Het betekent niet dat de distributieve verzorgingsstructuur wordt verstoord.

Er blijft voldoende aanbod over met één supermarkt met een afdoende verzorgingsfunctie voor de kern Haastrecht. De adviescommissie detailhandel heeft in het kader van de supermarktontwikkeling een advies uitgebracht. In dit advies vraagt de commissie onder andere aandacht voor de positie van de overige kleine kernen in de gemeente Krimpenerwaard, de visie van de gemeente op de achterblijvende locatie van de huidige supermarkt, de effecten op de consumentenverzorging en de retailstructuur in de gemeente, de behoefte en/of uitbreidingsruimte en versterking van het kerngebied en de leefbaarheid in Haastrecht. Naar aanleiding van het advies van de commissie is een memo (BRO, nr. P04607, d.d. 29 juli 2021, zie bijlagen bij toelichting 4) opgesteld waarin de aandachtspunten van de commissie worden behandeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=103766c6-4810-4e53-b478-f316c0d17ec8