CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 1. Ontwerp Bestemmingsplan Hospice Bergambacht (toelichting en regels)

Raadsvergadering 15 oktober 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15 Bergambacht, realisatie Hospice20.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan TUSSENLANEN TUSSEN 11/13 EN 15 Gemeente Krimpenerwaard

STATUS:

VASTGESTELD

DATUM:

16 juli 2024

IMRO IDN:

NL.IMRO.1931.BP2302DK063-VG01

OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

OPDRACHTGEVER Stichting Hospice Krimpenerwaard Dijklaan 75 2861 DW Bergambacht

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 24 augustus 2023 22 november 2023 5 december 2023 16 juli 2024

VERSIE 2e versie 1e versie 1e versie 1e versie

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

4

Toelichting

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 8

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

9 9

Hoofdstuk3

11

3.1 3.2 3.3

Planbeschrijving

Nieuwe situatie Beeldkwaliteitsparagraaf Verkeer en parkeren

11 13 14

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

15 15 17 20

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.3 Waterparagraaf

25 25 25 26

Hoofdstuk6 Omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

29 29 35 40 43

Hoofdstuk7 Juridische planbeschrijving 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

45 45 45 45 47

Hoofdstuk8 Uitvoerbaarheid en resultaten overleg 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Communicatie 8.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

49 49 49 49 50

Regels

51

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Toelichting

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

52 52 55

5

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Maatschappelijk - Hospice Tuin Water

56 56 57 58

Hoofdstuk3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

59 59 60 61 62 63

Hoofdstuk4

Overgangs- en slotregels

64

Artikel 11 Artikel 12

Overgangsrecht Slotregel

64 65

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

Bijlage 3

Bodemonderzoek

Bijlage 4

Onderzoek archeologie

Bijlage 5

Notitie stikstofberekeningen

Bijlage 6

Ecologisch onderzoek

Bijlage 7

Nota van beantwoording zienswijzen

Bijlage bij regels Bijlage 1

6

Landschapsrinrichtingsplan

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De Stichting Hospice Krimpenerwaard onderzoekt de mogelijkheden om een Hospice op te richten in de gemeente Krimpenerwaard, omdat de vraag naar palliatieve terminale zorg toeneemt. Een Hospice biedt zorg en ondersteuning aan voor terminaal zieke mensen met een korte levensduur. De tendens van een grotere vraag naar hospicezorg is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de veranderingen in de zorg. Het Rijksbeleid gaat uit van eigen verantwoordelijkheid van de inwoners om de zorg betaalbaar te houden. Een Hospice wordt voor een belangrijk deel gefinancierd buiten de van overheidswege ter beschikking gestelde middelen. Om in te spelen op deze maatschappelijke behoefte wenst de Stichting Hospice Krimpenerwaard op een perceel tussen de Tussenlanen 11/13 en 15 in Bergambacht een Hospice met vier gastenkamers te realiseren. Deze voorziening is in de gemeente Krimpenerwaard nog niet aanwezig. De ontwikkeling is goed inpasbaar in deze groene woonomgeving, omdat het plan kleinschalig van opzet is en de uitstraling krijgt van een groot bijgebouw in de tweede lijn bebouwing tussen en achter monumentale woongebouwen aan de Tussenlanen, waarbij de bebouwing nagenoeg niet zichtbaar is vanaf de openbare weg. Om deze ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de zuidzijde van de Tussenlanen in een groene omgeving aan de rand van de bebouwde kom van de Bergambacht. Aan weerszijden van het plangebied staan cultuurhistorisch waardevolle woningen. Aan de overzijde van de Tussenlanen staat op nummer 18b staat een woning. Het plangebied en omgeving is aangeduid in figuur 1.

Figuur 1: Situering omgeving plangebied (planlocatie met rood gestippelde lijn aangeduid).

Toelichting

7

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende door het gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplannen. Bestemmingsplan "Dorpsgebied" "Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard"

Raadsbesluit 25 oktober 2011 29 januari 2019

Uitspraak Raad van State 27 maart 2013 n.v.t.

Het plangebied is in het door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Bergambacht vastgestelde bestemmingsplan 'Dorpsgebied' bestemd voor 'Tuin' en 'Water'. Binnen de bestemming 'Tuin' is de 'specifieke bouwaanduiding - 2' opgenomen op grond waarvan gebouwen en overkappingen zijn toegestaan met een oppervlakte van ten hoogste 80 m² en een bouwhoogte van maximaal 3 meter. De planontwikkeling is hiermee in strijd, omdat een Hospice niet is toegestaan. Een uitsnede van de plankaart is opgenomen in figuur 2. In het bestemmingsplan zijn geen afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen om een Hospice mogelijk te maken. De Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geen betrekking gehad op onderhavig plangebied.

Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Dorpsgebied'. Plangebied rood gestippeld omkaderd.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie. De planbeschrijving van de nieuwe toestand is in Hoofdstuk 3 opgenomen. In Hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid beschreven. De Waterparagraaf wordt behandeld in Hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 omvat de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In Hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de uitkomsten van de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

8

Toelichting

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Veenweide Het grondgebied van Bergambacht ligt in de Krimpenerwaard en bestaat uit veenweidegebied. Het veenweidegebied wordt gekenmerkt door twee hoofdrichtingen. De ene hoofdrichting loopt evenwijdig aan de Lek en de Hollandsche IJssel en wordt bepaald door de nederzettingen, watergangen en doorgaande wegen. De andere richting staat haaks op deze rivieren en wordt bepaald door de verkaveling, watergangen en verbindingswegen. Het slagenlandschap in het veengebied bestaat uit twee verschillende werelden: die van de kleinschalige linten met bruggetjes en knotwilgen en die van de ruimte met sloten en weilanden daarachter. De meeste beplanting is te vinden in de dorpen, rondom de boerenerven, langs de Lek, langs de kavelgrenzen, de tiendwegen en op de achterkaden. Samen met de bebouwing zorgen deze voor langgerekte verdichte zones die de openheid van het gebied onderbreken. Bebouwingslinten De bebouwing in het buitengebied en in de randen van de dorpskernen bevindt zich in een aantal bebouwingslinten die over het gehele grondgebied te vinden zijn en die min of meer buurtschappen vormen, waaronder ook de Tussenlanen. De bebouwingslinten kennen een zeer divers gebruik: agrarische bedrijven, woningen en niet agrarische bedrijven liggen naast elkaar.

Kenmerkend zijn de doorzichten van de kleinschalige bebouwingslinten naar het open veenweidegebied enerzijds en woonbebouwing in de kernen anderzijds. Tussenlanen 15.

Tussenlanen 11/13.

Tussenlanen 18b.

Groen langs de Houtstraat.

Speelveld aan de Houtstraat.

Woningen aan de Karekiet.

Planspecifiek In het bebouwingslint komen aan de noordzijde van de Tussenlanen naast woningen ook boerderijen en enkele niet-agrarische functies voor. Het zuidelijke gedeelte is dichter bebouwd dan het noordelijke deel waar tussen de bebouwing nog doorzichten aanwezig zijn naar het veenweidegebied. Het plangebied ligt in het zuidelijke gedeelte. Het maakt onderdeel uit van het erf van het rijksmonument aan de Tussenlanen 11/13. Achter en aan weerszijden van dit monumentale gebouw ligt een landschappelijk ingerichte tuin met diverse waterpartijen dat doorloopt tot de Houtstraat. Het plangebied zelf, groot 2.903 m², is in gebruik als gazon. Aan weerszijden liggen sloten met aansluitend groen. Aan de noord- en zuidzijde staan eveneeens bomen met veel groen. Vanaf de Houtstraat en de Tussenlanen is het open veld nagenoeg niet zichtbaar.

Toelichting

9

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

Plangebied vanaf de Tussenlanen.

Plangebied vanaf de Houtstraat.

Plangebied vanuit het noorden.

Plangebied vanaf het zuiden.

10

Toelichting

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Nieuwe situatie

Landschappelijke kwaliteiten plangebied en omgeving Het plangebied ligt ingeklemd tussen enerzijds de Tussenlanen, een belangrijke lintbebouwingsstructuur in het slagenlandschap en anderzijds aan de zuid- en oostzijde de bebouwde kern van Bergambacht. Het huidige plangebied kan worden gekarakteriseerd als een groene-, waterrijke oase waarbij de structuur tamelijk grillig is. De huidige beweiding met lama's is kenmerkend en een herkenningspunt, dit ligt echter buiten het plangebied van de Hospice maar doet wel mee in de beleving van het gebied. Rondom de veenput staat een aantal oude karakteristieke bomen en streekeigen bosschages. Deze bosschages zijn weliswaar niet oorspronkelijk, echter vormt het tegenwoordig een groene begrenzing naar alle zijden van het plangebied. Het is zeer waardevol deze te behouden, zodat de groene beeldkwaliteit blijft bestaan. Daarnaast is van belang dat het boerderij-ensemble tot uiting blijft komen inclusief de Hospice-locatie. De groene begrenzing aan de zuidzijde van het terrein vormt een buffer langs de meer stedelijke uitstraling van de aaneengesloten woningen aan de Houtstraat. De westzijde is momenteel tamelijk open en wordt begrensd door een platanenlaan met de weiden en bosschages op gemeentelijk grondgebied. De oostzijde grenst aan een woonhuis op nummer 15 met daaromheen een royale landschappelijke tuin.

Aan de noordzijde grenst het terrein aan de Tussenlanen en kenmerkt zich door een entreegebied van de boerderijcluster met ten oosten een groene afscherming van het terrein en aan de westzijde meer openheid. Langs de Tussenlanen zelf zijn in de berm verspreidt karakteristieke knotwilgen aanwezig. Ter hoogte van de planlocatie ontbreken deze, waardoor een schrale overgang richting het open landschap aanwezig is en het kleinschalige karakter verloren gaat. Het is van belang dat de inpassing van de Hospice in harmonie met het bestaande rijksmonument aan de Tussenlanen 11 wordt vormgegeven met een goede balans tussen het klassieke boerderij ensemble en een modern, eigentijds gebouw dat meer een paviljoenachtige uitstraling. Bij de positionering van de Hospice is het van belang dat het gebouw op voldoende afstand van het boerderij ensemble komt te staan. Daarnaast dient dit gebouw in lijn met de slagenverkaveling te worden geplaatst uit oogpunt van een goede landschappelijke inpassing. De bestaande bufferbeplanting zal worden benut en waar nodig versterkt, zodat de beleving van de Hospice vanaf de Houtstraat, Tussenlanen, Weidestraat en ten oosten van het plangebied gelegen woning op nummer 15, niet of nauwelijks aanwezig is. De ontwikkeling zal meer naar binnen worden gericht met de groene oase.

Daarnaast is er ook ruimte voor een meer contrasterende architectuur voor dit nieuwe gebouw. Het plan biedt bij uitstek de gelegenheid de aanwezige natuurlijke uitstraling te behouden en te versterken. De juiste keuze van verharding, beplanting en architectuur is hierbij van belang. Een afweging dient te worden gemaakt tussen groene daken en/of bedekking met zonnepanelen op voldoende afstand van het huidige boerderij ensemble. Ontwerpuitgangspunten Op basis van de landschappelijke kwaliteiten van het gebied dient rekening gehouden te worden met de volgende uitgangspunten: Behoud van het bestaande agrarische karakter in aansluiting op het karakter van het omliggende gebied; Behoud van het besloten karakter van het gebied, mede vanwege de aard van ontwikkeling. Het behouden van het karakter van het bestaande boerderij ensemble (rijksmonument). Een landschappelijke inpassing van de Hospice op een ingetogen wijze in de tweede lijn bebouwing. Bouwprogramma en typologie In de omgeving van het plangebied is een grote verscheidenheid aan agrarische- en niet agrarische bebouwing aanwezig. Dit uit zich ook in een grote diversiteit in schaal en architectuur. Het plangebied kenmerkt zich door de aanwezigheid van een monumentale herenboerderij dat zich als een ensemble manifesteert. De hospice is een toevoeging aan dit ensemble.

Het is van belang de eigen identiteit van het boerderij ensemble te behouden. De Hospice dient daarvoor een meer ingetogen rol te spelen hetgeen tot uitdrukking moet komen in de positie en uitstraling van dit gebouw, dusdanig dat het

Toelichting

11

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

karakter van het ensemble aansluit bij de omgeving. Het groen (waaronder de boomstructuur, erfinrichting en beplanting) en de toepassing van natuurlijke materialen vormt de verbindende factor tussen de diversiteit in bouwstijlen en architectuur. Hiermee ontstaat er eenheid binnen het plangebied. Bebouwingstypologie De bebouwingstypologie van de Hospice uit zich in een eenvoudig vrijstaand volume met een knipoog naar het boerderij karakter. Het gebouw dient een paviljoenachtige uitstraling te krijgen. Het karakter van een agrarisch ogend gebouw is duidelijk afleesbaar in de architectuur en is hedendaags vormgegeven. Het gebouw heeft een natuurlijke uitstraling, harmoniërend met de natuurlijke omgeving waarbij eenvoud in vormgeving leidend is. Het gebouw is een solitair gebouw en onderscheidt zich van het boerderij ensemble in hoofdvorm en materiaaltoepassing. Het is van belang eenheid te creëren tussen de schuurvolumen. De Hospice kan een moderne uitstraling krijgen waarbij aansluiting wordt gezocht in uitstraling en materiaalgebruik met het bestaande boerderij ensemble. Oriëntatie Kenmerkend is dat bebouwing grotendeels noord-zuid is georiënteerd in lijn met de slagen verkaveling. Dit geldt ook voor de Hospice. Qua oriëntatie is het van belang de positie van de entree duidelijk afleesbaar is in de architectuur.

De deurpartijen bevinden zich vaak in de kopgevel van het gebouw, maar zijn bij een kapschuur weer veelal in de langsgevel gesitueerd. Landbouwschuren worden gekenmerkt door aanwezigheid van ingangen aan zowel voor- als zijgevel, afhankelijk van gebruik en goothoogte. Bouwhoogte Het nieuwe bouwvolume bestaat uit 1 tot 1,5 laag met plat dak of flauwe kap (10-15%). De maximale goothoogte is 4,5 meter met maximale bouwhoogte van 5 meter met een kap met grote of minimale overstekken. De kap kan ook in combinatie met glas worden geconstrueerd waarbij het dak een zwevende uitstraling krijgt. Hierbij is ook een asymmetrische kapverdeling denkbaar, passend bij het karakter van een kapschuur/paviljoen. De kaprichting is parallel aan de richting van de slagenverkaveling. Verder heeft een dak een eenvoudig plat dak of zadeldak zonder wolfseinden of dwarskappen. De oppervlakte van de bebouwing is afgerond 370 m². Verder wordt nog voorzien in een berging van 10 m² achter het hoofdgebouw. Hospice in plangebied Op basis van voornoemde uitgangspunten is een plan ontwikkeld voor een Hospice dat min of meer verscholen ligt achter groen en bosschages. De Hospice wordt gesitueerd achter de lintbebouwing langs de Tussenlanen. De aan weerszijden gelegen watergangen, bosschages en bomen blijven behouden. De Hospice is het enige hoofdgebouw in het plangebied.

Hierachter is ruimte voor een kleine berging. De architectonische uitgangspunten voor de bebouwing in dit gebied zijn een landelijk karakter te midden van het groen met parkeervoorzieningen op eigen terrein. Gekozen wordt voor een bouwmassa met één volume. Deze bestaat uit een eenvoudige rechthoekige hoofdvorm met een goothoogte van maximaal 4,5 meter. Het gebouw kan worden voorzien van een zadeldak in de lengte van de kavelrichting met een maximale bouwhoogte van 6,5 meter. De functie van het gebouw is niet direct afleesbaar uit de architectonische verschijningsvorm en dat is wat de opdrachtgever, het bestuur van de Stichting Hospice Krimpenerwaard voor ogen staat. Een (t)huis dat zich voegt in zijn omgeving. Het gebouw is georiënteerd op het aanwezige groen en water om daarmee de directe visuele relatie naar de directe omgeving te beperken, terwijl gasten in alle rust kunnen genieten van deze waterrijke en groene omgeving. Op de begane grond zijn vier kamers voor terminale zorg beschikbaar. In het gebouw zijn tevens ruimten aanwezig voor bezoekers, verplegend personeel, keuken, kantoor en een vergaderruimte. Achter he hoofdgebouw is er ruimte voor het plaatsen van een kleine berging. Een verkavelingstekening van de nieuwe situatie is opgenomen in figuur 3.

12

Toelichting

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

Figuur 3: Verkavelingstekening (indicatief).

3.2

Beeldkwaliteitsparagraaf

Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Omgevingsverordening een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Deze paragraaf voorziet hierin. Landschappelijke en stedenbouwkundige hoofdstructuur Het plangebied en de monumentale boerderij liggen aan de Tussenlanen. De Tussenlanen vormt een waardevolle lintbebouwingsstructuur in het veenweidegebied/ slagenlandschap. De breedte hiervan varieert aanzienlijk namelijk van weg met berm zonder enige bebouwing of beplanting tot vrij intensief bebouwd aan zowel de noord- als zuidzijde oplopend tot 300 meter breed. De opbouw van de lintbebouwing bestaat uit gebouwen zoals woningen en bijgebouwen in de vorm van schuren, bedrijfsgebouwen (grotendeels agrarisch), erven en erfbeplanting. Dit wordt afgewisseld met open- en gedeeltelijk open ruimten. Deze opbouw loopt gedeeltelijk door in het dorp. Het groene kleinschalige karakter blijft behouden tot en met het projectgebied, terwijl daarachter een veel dichter bebouwd gebied is ontstaan. De langgerekte smalle sloten zijn een waardevol en belangrijk element in de structuur van het slagenlandschap. In het projectgebied ligt nog een tweetal van deze structuurdragende sloten.

Daarnaast zijn er op verschillende plaatsen in het slagenlandschap veenputten/waterpartijen terug te vinden. Deze zijn in vroegere jaren ontstaan door de ontginning van veen en ten behoeve van het opwerpen van terpen en construeren van het fundament van deze boerderijen. Ook in het projectgebied ligt een veenput/waterpartij. Het is wenselijk deze belangrijke landschappelijke elementen te behouden en waar mogelijk te versterken. Daarnaast is het wenselijk dat de bebouwingsoriëntatie aansluit op de omliggende gebouwen, zodat de projectlocatie aansluiting vindt op de stedenbouwkundige en landschappelijke structuur van het dorp en daarmee een goede overgang wordt gerealiseerd tussen buitengebied en bebouwde kern. Beeldkwaliteitsplan Lagendijk Tuin- en Landschapsarchitecten B.V. heeft een Beeldkwaliteitsplan opgesteld, waarin de landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing van deze ontwikkeling is beschreven. In het beeldkwaliteitsplan is de gewenste beeldkwaliteit vastgelegd van de Hospice. Hierbij is aansluiting gezocht bij de bestaande kwaliteiten van de Tussenlanen. Dit plan dient als toetsingskader voor het bouwplan en de inrichting van de buitenruimte voor de Hospice. Het volledige rapport van 15 juli 2024 is opgenomen in Bijlage 1.

Toelichting

13

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

3.3

Verkeer en parkeren

Verkeer De Tussenlanen is een erftoegangsweg, die is ingericht als een 60 km/uur gebied. De weg wordt tevens gebruikt door recreatief fietsverkeer tussen Bergambacht en Schoonhoven. Het plangebied wordt vanaf de Tussenlanen ontsloten via een nieuw aan te leggen in- en uitrit. In westelijke richting is het centrum van Bergambacht en de Provincialeweg (N207) bereikbaar. De Tussenlanen heeft voldoende capaciteit om deze vervolgfunctie op te vangen, omdat de verkeersgeneratie maar in geringe mate toeneemt met circa 10 verkeersbewegingen per dag (uitgaande van een verkeersgeneratie van 2,4 per kamer). De planlocatie is ook bereikbaar met het openbaar vervoer. De dichtstbijzijnde bushalte ligt op circa 1 km loopafstand van het plangebied aan de Provincialeweg N210 ter hoogte van de rotonde. Hier halteren busdiensten 497 (Gouda - Schoonhoven) en 295 (Rotterdam Capelsebrug - Utrecht).

Tussenlanen.

Geplande in- en uitrit op Tussenlanen.

Parkeren Voor parkeren sluit de gemeente aan bij de parkeerkencijfers van de CROW-publicatie 381 van december 2018, uitgaande van matig stedelijk, rest bebouwde kom. Voor een Hospice zijn geen parkeerkencijfers opgenomen. Daarom is aansluiting gezocht bij de kengetallen voor kamerverhuur, zelfstandig. Deze parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeerkencijfers Functies Kamerverhuur, zelfstandig Totaal

Parkeernorm (per kamer) 0,8 (max.)

Aantal 4

Aandeel bezoekers 0,3 per kamer

Totaal 4,4 pp 5 pp (afgerond)

In totaal worden 4 gastenkamers voor terminale zorg mogelijk gemaakt. Op basis van de kengetallen zijn afgerond 5 parkeerplaatsen benodigd. In het plan wordt voorzien in 8 parkeerplaatsen op eigen terrein, zodat kan worden voldaan aan de maximum parkeernorm voor deze planontwikkeling. In figuur 3 is het parkeerplaatsenplan opgenomen. Bij uitwerking van het bouwplan dient te worden aangetoond dat hieraan wordt voldaan. In artikel 10.2 van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.

14

Toelichting

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.

Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren.

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het oprichten van een Hospice in bestaand stedelijk gebied.

Toelichting

15

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze (14) belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij onder andere om rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen en ecologische hoofdstructuur (EHS), thans Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Met dit bestemmingsplan zijn geen nationale belangen gemoeid.

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.

Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking kan worden geconstateerd dat er sprake is van een behoefte. In Bergambacht is een Hospice nog niet aanwezig. In het Bro is bestaand stedelijk gebied gedefinieerd als 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied ligt in de bebouwde kom (Bestaand stads- en dorpsgebied) van Bergambacht. De invulling van het plangebied met een Hospice levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op, zoals nader toegelicht in paragraaf 4.2.2.

4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Hospice is voorts in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

16

Toelichting

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Voor deze planontwikkeling zijn de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking relevant. In de Omgevingsvisie maakt het plangebied onderdeel uit van het 'Bestaand stads- en dorpsgebied 2018'. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.

Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. De planontwikkeling is hiermee in overeenstemming. Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze

Toelichting

17

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De ondergrond (eerste laag) van het plangebied wordt gevormd door rivierklei en veen in een rivierdeltacomplex. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil herkenbaar houden tussen komgronden en oeverwallen. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt het plangebied onderdeel uit van het veen(weide) landschap (figuur 4). De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. Richtpunten zijn onder andere dat nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Daarnaast ligt het plangebied aan een polderlint.

Op kaart zijn zowel de linten buiten als binnen het stedelijk gebied aangegeven. De linten binnen het stedelijk gebied zijn met name opgenomen om de relatie met het lint in het buitengebied aan te geven. De bebouwing aan een polderlint ligt op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Richtpunten zijn onder andere: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit van steden en dorpen in de dorpsrand (figuur 4). Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp.

Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen; de nabijheid van voorzieningen gecombineerd met het vrije zicht en het directe contact met het buitengebied. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit. Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. Op de Laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het oprichten van een Hospice is in overeenstemming met de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking, omdat het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied ligt. De ontwikkeling draagt bij aan een maatschappelijke behoefte binnen de gemeenschap. Voldaan wordt aan de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik; de richtpunten zijn niet in het geding.

18

Toelichting

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

Figuur 4: Uitsnede Kwaliteitskaart, links 'Laag van de cultuur- en natuurlandschappen' en rechts 'Laag van de Stedelijke Occupatie'. Plangebied is zwart omlijnd. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een ruimtelijk plan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II.

Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling mogelijk van een Hospice in bestaand dorpsgebied in de 'stads- en dorpsrand'. De oppervlakte aan bebouwing is circa 380 m² op een perceel van groot 2.903 m². Het begrip stedelijke ontwikkeling, zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen (o.a. Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 23 april 2014, zaaknummer 201306183/1). Een toetsing aan de Ladder is niet nodig. De behoefte aan deze zorgvoorziening is volop aanwezig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft.

In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van

Toelichting

19

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen' in de dorpsrand. Als richtpunt voor 'steden en dorpen' wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Deze ontwikkeling is vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar in de dorpsrand van bestaand dorpsgebied. Het gebouw wordt landschappelijk ingepast in het bebouwingslint. Deze planontwikkeling past qua aard en schaal bij wat er al staat in de directe omgeving. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan.

Risico's van klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.3.3 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Het plangebied ligt binnen de BSD. Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en regels over ruimtelijke kwaliteit. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Omgevingsvisie De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 14 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is het beleid voor de fysieke leefomgeving beschreven met het oog op de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Versterken kwaliteiten Krimpenerwaard De gemeente vindt het belangrijk richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen die invloed hebben op de leefomgeving. Het gaat vooral om initiatieven en ontwikkelingen die niet passen binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarom is een omgevingsvisie opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente. Bij het opstellen van de visie en speerpunten is uitgegaan van de kwaliteiten en waarden van de Krimpenerwaard. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen antwoord op de vraag hoe de toekomst van de Krimpenerwaard eruit ziet. De inhoud is in samenspraak met inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en partners gerealiseerd. Speerpunt: versterken van de linten De gemeente wil de linten behouden voor de toekomst door ze te versterken. De linten zijn belangrijk voor het beeld van de Krimpenerwaard en vormen een belangrijke cultuurhistorische karakteristiek. De linten vertellen het verhaal van het ontstaan van de Krimpenerwaard door het ontginnen van het landschap. In de linten is zicht op het landschap belangrijk.

Door ontwikkelingen in het buitengebied verandert het gebruik van bebouwing, erven en wegen. Ontwikkeling in de linten draagt bij aan het

20

Toelichting

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

behoud van de linten. Bij voorkeur komen nieuwe functies (zoals wonen, recreatie en toerisme, andere agrarische verdienmodellen en duurzame ontwikkelingen) in bestaande (cultuurhistorisch waardevolle) bebouwing of in plaats van bestaande bebouwing. Nieuwe bebouwing moet een versterking vormen voor de lokale identiteit. Ieder lint heeft zijn eigen karakter en kwaliteiten. Daarom zijn ontwikkelingsmogelijkheden per lint verschillend. De gemeente zet in op ruimte voor ontwikkelingen in de linten die de kwaliteiten en identiteit van het betreffende lint behouden en versterken. Belangrijk hierbij is: Wat passend en gebiedseigen is voor de plek en het lint zoals een passende maat en schaal; Bereikbaarheid en verkeersveiligheid; Omgevingskwaliteit zoals lucht, geluid, veiligheid, gezondheid, leefbaarheid; Landschappelijke waarden zoals erfinrichting, kavelstructuur, openheid, doorzichten; Cultuurhistorische, monumentale en architectonische waarden; Herbestemming. Behoud van (cultuurhistorisch waardevolle) bebouwing door passende herbestemming (zoals wonen, recreatie en toerisme, andere agrarische verdienmodellen en duurzame ontwikkelingen). Speerpunt: passende maatschappelijke voorzieningen De gemeente zet in op passende en bereikbare maatschappelijke voorzieningen.

Voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de Krimpenerwaard is een passend aanbod van bereikbare maatschappelijke voorzieningen van belang. De nabijheid en bereikbaarheid van voorzieningen zoals winkels, sport, cultuur, zorg en welzijn en onderwijs, is belangrijk. Het slim combineren van functies, gebouwen en voorzieningen draagt bij aan een passend voorzieningenniveau. Het streven is om op basis van realisme en maatschappelijke meerwaarde een dekkende combinatie van voorzieningen te realiseren. Hierbij gaat de gemeente mee in ontwikkelingen en behoudt zij wat goed gaat. De gemeente zet in op streven naar een (minimale) dekkende combinatie van functies, activiteiten en voorzieningen. Benodigde voorzieningen en mogelijke samenwerkingsverbanden versterken elkaar. Samen met de gemeenschap bepaalt de gemeente wat een realistische minimale dekkende combinatie van functies, activiteiten en voorzieningen is. Verder zet zij zich in op toegankelijkheid en bereikbaarheid van maatschappelijke voorzieningen voor iedereen. Belangrijke opgaven De komende jaren wil de gemeente werken aan sterke en leefbare kernen, duurzame economische ontwikkeling, de klimaat- en energietransitie en veranderingen in het landelijk gebied. De visie helpt inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, investeerders en de gemeente bij het maken van plannen, initiatieven en beleid.

De Omgevingsvisie nodigt uit samen te blijven werken aan een veilige, gezonde en duurzame Krimpenerwaard; waar het prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren is. Samen initiatieven tot succes maken De gemeente staat positief tegenover nieuwe initiatieven. Initiatieven die passen bij de Krimpenerwaard en bijdragen aan haar toekomst. Zij hanteert het ‘ja-mits’ principe. Het is een kans om meer te werken vanuit wensen en signalen van de samenleving, vanuit vertrouwen en minder vanuit regels. Ook daagt de gemeente initiatiefnemers en haarzelf uit al in een vroeg stadium contact te zoeken met alle betrokken partijen. Participatie is immers een van de belangrijke aspecten van de Omgevingsvisie. Conclusie De Omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau waar ontwikkelingen op perceelsniveau niet zijn beschreven. Het oprichten van een Hospice levert een bijdrage aan het voorzieningenniveau in de gemeente Krimpenerwaard die nog niet aanwezig is in de gemeente. Het plan voorziet in een groeiende behoefte. Gelet op de kleinschaligheid van de gevraagde voorziening is een Hospice op de gevraagde locatie in de lintbebouwing inpasbaar. Gesteld kan worden dat het oprichten van Hospice in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.

Toelichting

21

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

4.3.2 Nota ruimtelijke kwaliteit De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 13 december 2016 de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard” vastgesteld. De nota is op 1 januari 2017 in werking getreden. Vanaf dat moment vervallen de Welstandsnota’s van de voormalige gemeenten Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist. De nota bevat de beleidsregels met daarin de criteria die de gemeente toepast bij de welstandsbeoordeling van bouwplannen. Met de “Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Krimpenerwaard” is gekozen voor harmonisering en deregulering van het welstandsbeleid met behoud van ruimtelijke kwaliteit. Een groot aantal woongebieden en bedrijventerreinen hebben een soepel toetsingsniveau waarbij verbouwingen welstandsvrij zijn. Om onaanvaardbare situaties tegen te gaan is een excessenregeling opgenomen. De eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ kan aangeschreven worden om die strijdigheid op te heffen. Ter ondersteuning van het beleid zijn er twee kaarten gemaakt. Er is een niveaukaart en een gebiedenkaart. De invulling van de beleidskaarten zijn een vertaling van de hoofdlijnen van de ruimtelijke kwaliteit in de Krimpenerwaard ten behoeve van de toetsen van het uiterlijk van bouwwerken op zichzelf en in hun omgeving.

De Tussenlanen maakt in de Nota onderdeel uit van een polderlint met een bijzonder niveau. Dit betreft gebieden waar het uiterlijk van de bebouwing van aanzienlijk belang is voor de identiteit van de Krimpenerwaard. In deze gebieden is inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst. De nota ruimtelijke kwaliteit bevat voor gebieden met een bijzonder niveau een uitgebreide set criteria, die in woordkeuze en bandbreedte aanstuurt op een zorgvuldige inpassing van bouwplannen in het gebied. Een plan moet een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het straatbeeld. Ter ondersteuning van de verschillende niveaus van welstand zijn er gebieden te onderscheiden met samenhangende bebouwingstypologieën. Per gebied is een beschrijving, waardering en enkele uitgangspunten opgenomen. Afhankelijk van het gevraagde niveau zijn de onderscheidende karakteristieken meer of minder uitgebreid beschreven. De per gebiedstype opgestelde criteria moeten in samenhang met beschrijving, waardering en uitgangspunten geïnterpreteerd worden. Het plangebied maakt onderdeel uit van een polderlint (gebied 2D). Hiervoor zijn gebiedsgerichte criteria aangegeven. Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van een Hospice mogelijk. Conclusie Het bouwplan voor de Hospice houdt rekening met de in de Nota vastgelegde gebiedsgerichte criteria.

De aanvraag omgevingsvergunning zal om advies worden voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Aan de door de commissie te maken opmerkingen zal worden voldaan. 4.3.3 Duurzaamheid Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijv. oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Ook het gebruik van niet logende bouwmaterialen valt onder de noemer duurzaam bouwen. Dit is van belang voor de waterkwaliteit. In de waterparagraaf 5.3 wordt hierop ingegaan. Tevens zal hierin aandacht worden besteed aan waterhuishoudelijke aspecten. Duurzame gemeente In de door de gemeenteraad van Krimpenerwaard vastgestelde Omgevingsvisie wil de gemeente de lat van verduurzamen hoog leggen. Als landelijke gemeente gaat zij een stevige bijdrage leveren aan een verstandig klimaatbeleid.

De gemeente beseft dat rond 2050 het aardgas zo'n beetje op zal zijn en dat zij daarom vanaf heden moet toewerken naar energieneutrale gebouwen die niet langer met aardgas verwarmd hoeft te worden. Zij wil een duurzame ontwikkeling stimuleren door ook in te zetten op energiezuinige gebouwen en energiebesparing.

22

Toelichting

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan “weten, willen en werken” om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. Hierbij is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas van Zuid-Holland. Wateroverlast door overvloedige neerslag Bij de nieuwbouw is het zaak het vloerpeil zo te kiezen dat het water van het erf niet naar binnen loopt. Er zijn verder geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Overstroming Door klimaatverandering neemt in bodemdalingsgevoelige gebieden met slappe veen- of kleibodems de kans op wateroverlast toe. Op de Kaart Overstromingsbeeld is aangegeven dat de grondslag niet optimaal is. Het verhard oppervlak neemt in beperkte mate toe.

Rondom het plangebied liggen watergangen, zodat overtollig water bij hoosbuien kan worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. De kans op wateroverlast is klein. Er zijn geen maatregelen nodig om wateroverlast tegen te gaan. Hitte Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. Het verhard oppervlak is omgeven met groen en water. Het groen zorgt voor schaduwwerking. In het plangebied is er op de Kaart Hitte geen knelpunt voor hittestress. Droogte In het plangebied is er geen sprake van extra bodemdaling door droogte. Het gebouw daalt niet, omdat de palen van beton zijn. Er zijn uit dien hoofde geen beperkingen. Conclusie De Hospice wordt volgens de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) gebouwd. Het gebouw wordt zonder gasaansluiting gerealiseerd. Op het dak worden zonnepanelen geplaatst. Bij uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de door de gemeente gehanteerde beleidsuitgangspunten op het gebied van Duurzaam Bouwen en klimaatadaptatie.

Toelichting

23

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

24

Toelichting

bestemmingsplan Tussenlanen tussen 11/13 en 15

Hoofdstuk 5 5.1

Water

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.

5.2

Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, algemene regels bij de Keur, peilbesluiten, leggers en andere documenten (zie www.hhsk.nl/diensten/publicaties). In deze documenten heeft HHSK de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard vastgelegd. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Op 26 januari 2022 heeft het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In dit programma beschrijft het hoogheemraadschap haar visie en ambities voor het waterbeheer voor de komende jaren. Naast de wettelijke taken heeft het hoogheemraadschap voor de periode 2022-2027 ook specifieke ambities en doelen. Deze worden in aan de hand van de volgende drie thema's uiteengezet: 1. Een veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat. Door de omgeving aan te passen aan het veranderende klimaat blijft het mogelijk om de taken in de toekomst goed uit te voeren. Het vasthouden van regenwater kan helpen verdroging te bestrijden, de waterkwaliteit te verbeteren en wateroverlast te voorkomen.

Waar nodig zullen ook dijken versterkt moeten worden. 2. Een duurzaam waterschap voor de wereld van morgen. Het hoogheemraadschap wil de eigen bijdrage aan klimaatverandering verkleinen en het hergebruik van grondstoffen vergroten. In samenwerking met andere partijen wil het hoogheemraadschap ook een bijdrage leveren aan de verbetering van de waterkwaliteit en de vergroting van de biodiversiteit. 3. Water en waterschap als onderdeel van de samenleving. Het hoogheemraadschap staat in dienst van de gebruikers en wil vanuit die verbondenheid samen aan de wateruitdagingen werken. Tevens wil zij graag het waterbewustzijn vergroten en het versterken van participatie. Digitalisering en innovatie speelt daarbij een steeds belangrijkere rol. Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 De Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap heeft op 27 juni 2012 het Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 vastgesteld. Dit beleid heeft tot doel om ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Een belangrijk ongewenst effect van verhardingstoenamen is de versnelde afvoer van neerslag. Voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorwaarden beschreven om de te verwachten effecten op het watersysteem te compenseren.

Toetsingscriteria Er wordt onderscheid gemaakt in drie typen plannen: kleine, middelgrote en grote ruimtelijke ontwikkelingen. Onderstaand is per type toegelicht hoe HHSK omgaat met de typen ruimtelijke ontwikkelingen: 1. Kleine plannen: Plannen met een verhardingstoename tot 500 m² 2. Middelgrote plannen: Plannen met een verhardingstoename groter dan 500 m² en kleiner dan 10 hectare bruto planoppervlak

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=de9de125-fa89-4105-91f8-a0fa1c24ce01