CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 1 bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk, toelichting en regels.pdf

Raadsvergadering 8 juni 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk17.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In zijn algemeenheid geldt dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem bij het Hoogheemraadschap vergunning dient te worden aangevraagd op grond van de Keur, tenzij voor de activiteit algemene regels van toepassing zijn. Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 De Verenigde Vergadering van het hoogheemraadschap heeft op 27 juni 2012 het Beleid Waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen 2012 vastgesteld. Dit beleid heeft tot doel om ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Een belangrijk ongewenst effect van verhardingstoenamen is de versnelde afvoer van neerslag. Voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorwaarden beschreven om de te verwachten effecten op het watersysteem te compenseren. Toetsingscriteria Er wordt onderscheid gemaakt in drie typen plannen: kleine, middelgrote en grote ruimtelijke ontwikkelingen. Onderstaand is per type toegelicht hoe HHSK omgaat met de typen ruimtelijke ontwikkelingen: 1. Kleine plannen: Plannen met een verhardingstoename tot 500 m² 2. Middelgrote plannen: Plannen met een verhardingstoename groter dan 500 m² en kleiner dan 10 hectare bruto planoppervlak 3. Grote plannen: Een plan groter dan 10 hectare bruto planoppervlak Kleine plannen Voor kleine ruimtelijke ontwikkelingen met een verhardingstoename is geen compensatie noodzakelijk.

26

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Kleine plannen hebben een gering effect op de waterhuishouding. Daarnaast bestaat er een zekere onzekerheid in berekening door de invoergegevens, berekeningsmethode en gevolgen van de klimaatsverandering. Door rekening te houden met de onzekerheid en om onevenredige belasting van de organisatie door dergelijke plannen te voorkomen, wordt compensatie voor een geringe verhardingstoename kwijtgescholden. Deze kwijtschelding, namelijk de aftrek van 500 m² verhardingstoename, geldt in verband met gelijkheid voor alle ruimtelijke ontwikkelingen binnen het beheergebied van HHSK. 4.2.2 Waterhuishouding Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling is niet van invloed op de veiligheidssituatie in het plangebied. Het plangebied ligt buiten de kern- en beschermingszones van waterkeringen. Waterhuishoudkundige situatie Het projectgebied maakt onderdeel uit van de Polder Benedenkerk. Volgens de Bodemkaart van Nederland is ter plaatse van het plangebied sprake van grondwatertrap II. Dat wil zeggen dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand hier van nature minder dan 0,4 m beneden het maaiveld ligt, terwijl de gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 0,5 m en 0,8 m beneden het maaiveld ligt. Het plangebied grenst aan watergangen. Aan de noordoostzijde ligt een hoofdwatergang. Een uitsnede van de legger is opgenomen in figuur 4.

Figuur 4: Legger oppervlaktewatersysteem Watersysteemkwaliteit en ecologie Bij het gedeeltelijk vervangen en vernieuwen van bouwwerken zal gebruik worden gemaakt van niet-uitloogbare bouwmaterialen (geen zink, lood, koper en PAK's-houdende materialen) om diffuse verontreiniging van water en bodem te voorkomen. Afvalwaterketen en riolering Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in-) filtratie van afstromend hemelwater;

Toelichting

27

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Er is geen wateraansluiting in het plangebied, zodat er geen afvalwater ontstaat. Het hemelwater wordt afgevoerd naar aangrenzend oppervlaktewater. Toekomstige situatie Onderhavig plangebied is bestemd voor tuinbouw met een bouwvlak. De omzetting van het agrarisch perceel naar recreatie gaat niet gepaard met extra bebouwing of verharding. Per saldo zal het verhard oppervlak gelijk blijven. Dit betekent dat op grond van de richtlijnen van het hoogheemraadschap geen watercompensatie nodig is. Conclusie De Watertoets is via www.dewatertoets.nl op 14 december 2020 (dossiercode 20201214-40-25066) uitgevoerd. De samenvatting is opgenomen in Bijlage 2. Op basis hiervan is geconcludeerd dat er geen waterstaatkundige belangen zijn. Bij brief van 17 maart 2021 heeft het hoogheemraadschap bevestigd dat het plan geen nadelige invloed heeft op het watersysteem. Er zijn in het gebied geen bijzondere waterhuishoudkundige belangen. Het hoogheemraadschap heeft daarom geen bezwaar tegen de vaststelling van het plan. Op verzoek van het hoogheemraadschap is nog een passage opgenomen over de rioleringsaspecten.

4.3

Archeologie en cultuurhistorie

Wettelijk kader In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 door Nederland geratificeerd. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Het verdrag is geïmplementeerd in de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden. Om deze belangenafweging op adequate en verantwoorde wijze te kunnen maken, heeft de gemeente een archeologische beleidskaart op laten stellen voor haar grondgebied.

4.3.1 Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland In de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (provincie Zuid-Holland) is het gebied niet specifiek aangeduid. Er is onderscheid gemaakt in drie kleuren categorieën (drie tinten bruin). De toekenning van een (zeer) grote, redelijke of lage kans op sporen (kleuren donker-, middel- en lichtbruin) heeft betrekking op de relatieve dichtheid van archeologische vondsten die in een bepaald gebied verwacht wordt. De witte gebieden hebben een lage trefkans. De plankaart laat zien dat er in dit gebied een grote trefkans op archeologische sporen is, ruim dieper dan 5 m maaiveld (basis holoceen) in de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen.

28

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

4.3.2 Gemeentelijke beleidsnota archeologie De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 13 december 2016 de Archeologienota Krimpenerwaard vastgesteld. Deze nota schept duidelijkheid over de archeologische waarden binnen de gemeente en geeft richtlijnen over de omgang hiermee. Op grond van de archeologische beleidskaart heeft het gebied een lage trefkans, waarbij in beginsel een onderzoekseis geldt voor bodemingrepen dieper dan 3m –Mv en een plangebied groter dan 2.500 m². De archeologische beleidsadvieskaart is opgenomen in figuur 5. Een archeologisch onderzoek kan achterwege worden gelaten, omdat er geen bodemingrepen plaatsvinden. Het is niet volledig uit te sluiten dat binnen het plangebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van toekomstig grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Conclusie Het initiatief tast de archeologische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling.

Figuur 5: Uitsnede van de archeologische beleidsadvieskaart (plangebied rood gestreept omlijnd). 4.3.3 Cultuurhistorie en monumenten Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a Bro moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. In het plangebied staan enkele bouwwerken die geen monumentale en cultuurhistorische waarde hebben. Verder is er alleen sprake van een legalisatie zonder dat er aanpassingen plaatsvinden op de percelen. Conclusie

Toelichting

29

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Het initiatief tast de cultuurhistorische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling.

30

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

4.4

Flora en fauna

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische hoofdstructuur (EHS) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Onderzoek/ beoordeling Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein', bevindt zich op een afstand van circa 5,3 km ten noorden van het plangebied. Het Natura2000-gebied 'Donkse Laagten' ligt circa 8 km zuidelijker.

Er is alleen sprake van een legalisatie van dag-recreatieve voorzieningen, zodat deze Natura2000-gebieden niet worden beïnvloed. Evenmin worden (significante) externe effecten op Natura2000-gebieden verwacht als gevolg van deze ontwikkeling. Het plangebied ligt in de nabijheid van NNN van de provincie Zuid-Holland (figuur 6). In zuidelijke richting ligt bestaande en nieuwe natuur, alsmede een ecologische verbbindingszone op ongeveer 1.700 m Verder ligt er ten noorden en zuiden van het plangebied op minimaal 1 kilometer afstand belangrijke weidevogelgebieden. De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen hierop.

Figuur 6: NNN in de directe omgeving van het plangebied (plangebied met rode stip aangegeven.)

Toelichting

31

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

4.4.1 Stikstofdepositie In onderhavige situatie is er sprake van legalisatie van dagrecreatie in het plangebied. Het Natura2000-gebied 'Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein' ligt 5,3 km ten noorden van het plangebied; het Natura2000-gebied 'Donkse Laagten' ligt 8 km ten zuiden van het plangebied. Deze gebieden zijn niet stikstofgevoelig, met dien verstande dat de Polder Stein waarschijnlijk binnenkort wordt aangewezen als habitatrichtlijngebied. Daarnaast zijn delen van de 'Uiterwaarden Lek' aangeduid als Natura2000-gebied. Deze liggen minimaal 5 km ten zuidoosten van het plangebied en zijn stikstof relevant. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden onder de Wet natuurbescherming (dat ook geldt onder de in te voeren Omgevingswet op 1 januari 2023). De Wsn bevat onder andere de resultaatsverplichting om stapsgewijs de stikstofbelasting op stikstofgevoelige habitattypes in de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen. Hiertoe zijn een drietal omgevingswaarden opgenomen in de wet voor 2025, 2030 en 2035. Voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten geldt een vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd.

De tijdelijke gevolgen van door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie kunnen daarmee buiten beschouwing worden gelaten bij de natuurvergunning. Eerder is al op basis van proefberekeningen door de toezichthouder Wet natuurbescherming in Zuid-Holland (Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid) bij de bouw tot één woning geen effect op Natura2000 gebieden op meer dan 1.400 meter in het geval dat het tussenliggende gebied uit grasland en water bestaat. De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is 5,3 km. Voor deze effectbeschrijving is daarom geen berekening nodig. Het aspect stikstofdepositie vormt voor dit plan geen belemmering. Kort samengevat: In het plangebied is géén regelgeving met betrekking tot Natura 2000 van toepassing. Met betrekking tot stikstofdepositie zijn er geen effecten te verwachten. Het plangebied vormt géén onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. 4.4.2 Effect vergunnen activiteiten Onderhavig initiatief voorziet in een legalisatie van bestaande dagrecreatie. Er vinden geen kap- of snoeiwerkzaamheden plaats van aanwezig groen. De kans is dan ook nihil dat de voorgenomen activiteit een schadelijk effect heeft op beschermde soorten. Dit in combinatie met voortzetting van het gebruik als dagrecreatie maakt dat hier geen te beschermen ecologische waarden verwacht worden.

Om deze reden wordt vanuit een goede ruimtelijke ordening nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Algemene zorgplicht De Wet natuurbescherming bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen voor flora of fauna veroorzaakt, verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. Wanneer er toch beschermde soorten worden gevonden, dan zal hiervoor tijdig ontheffing worden aangevraagd. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd er vanuit de gebiedsbescherming en soortenbescherming geen belemmeringen bestaan voor deze planontwikkeling.

4.5

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

4.5.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen geen planologisch relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.

32

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen een vertaling hebben gekregen in de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan, de plankaart (de verbeelding van de geometrische plaatsbepaling) en de regels.

5.2

Verbeelding

Op de verbeelding (plankaart), getekend op een kadastrale ondergrond (GBKN) schaal 1:1.000, zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen aangegeven. Gekozen is voor een gedetailleerd bestemmingsplan.

5.3

Regels

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 5.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn onder andere de anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels en overige regels voor parkeren opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. 5.3.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen.

Begrippen Artikel 1 In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Wijze van meten Artikel 2 In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. 5.3.2 Bestemmingsregels Artikel 3 Recreatie - Dagrecreatie Binnen de bestemming 'Recreatie - Dagrecreatie' worden functies mogelijk gemaakt zoals aanwezig ten tijde van het tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan. De drie bestaande schuren worden elk voorzien van een bouwvlak. Twee hiervan krijgen overeenkomstig de bestaande situatie de functieaanduiding 'specifieke vorm van dagrecreatie - verblijfsrecreatie', zodat het overnachten wordt gelegaliseerd. Door middel van het opnemen van een persoonsgebonden overgangsrecht is voor de overige bouwwerken het behouden en onderhouden van opstallen die afwijken van de bouwregels toegestaan. 5.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn.

Toelichting

33

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Artikel 5 Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. Overige regels Artikel 6 In lid 1 wordt geregeld dat de wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, de regelingen betreffen zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. In lid 2 zijn de regels over parkeren opgenomen met verwijzing naar de CROW-publicatie 381 (december 2018). Als regel wordt uitgegaan van de maximum parkeernorm. Voorts is in dit artikel een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om te kunnen afwijken van de parkeernormen uit de CROW-publicatie 381. 5.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Overgangsrecht Artikel 7 Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan. Lid 1 van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden, en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan.

Lid 2 van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Slotregel Artikel 8 Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.

5.4

Handhaving bestemmingsplan

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft alleen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende maatschappelijk draagvlak voor beleid en regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling vanuit een oogpunt van algemeen belang aanvaardbaar is. De belangen van omwonenden worden hierbij vooraf gewogen in het kader van de inspraak. 3. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4.

Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden

34

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid. Conclusie Het bestemmingsplan is zodanig opgesteld met toelichting, regels en verbeelding dat handhaving op naleving hiervan goed mogelijk is.

Toelichting

35

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

36

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid en resultaten overleg

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente en initiatiefnemer/exploitant van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. Het betreft een particulier voornemen waarvan de lasten door initiatiefnemer zullen worden gedragen. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale, regionale en gemeentelijke uitgangspunten. Er is geen sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 Wro, juncto artikel 6.2.1 Bro. Dit houdt in dat er geen exploitatieplan behoeft te worden vastgesteld. Wel is tussen initiatiefnemer en gemeente een planschadeovereenkomst aangegaan teneinde de planschaderisico's voor de gemeente af te dekken. De ambtelijke kosten worden gedekt door de leges. Hiermee is de ontwikkeling economisch uitvoerbaar.

6.2

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening zal het ontwerpbestemmingsplan door middel van een E-formulier bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aangemeld.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht vanaf 9 februari 2022 zes weken ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn geen mondelinge en/of schriftelijke zienswijzen ingediend.

Toelichting

37

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

38

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Bijlagen bij toelichting

Bijlagen bij toelichting

39

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Bijlage 1 Bodemonderzoek

40

Bijlagen bij toelichting

HISTORISCH (BODEM)ONDERZOEK De Vaartweg 2a Stolwijk kenmerk Waders Milieu BV: 21429701H

HISTORISCH (BODEM)ONDERZOEK De Vaartweg 2a Stolwijk kenmerk Waders Milieu BV: 21429701H

opdrachtgever:

De heer Verweij te Reeuwijk

datum rapport:

25 januari 2022

kenmerk:

21429701H

status:

Definitief

uitgevoerd door:

Waders Milieu BV

projectleider en rapporteur:

A.G. van Gent - Blankesteijn MSc. | gent@wadersmilieu.nl

autorisatie:

ing. J.J. van Beek

Waders Milieu BV | Kouwe Hoek 18 | 2741 PX Waddinxveen | 0182-244500 | info@wadersmilieu.nl

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING ........................................................................................................... 4

2

ONDERZOEKSLOCATIE .......................................................................................... 5 2.1 Algemeen ................................................................................................... 5 2.2 Huidig gebruik (archiefonderzoek) .................................................................. 5 2.3 Historisch gebruik (archiefonderzoek) ............................................................. 6 2.4 Toekomstig gebruik ...................................................................................... 6

3

VOORONDERZOEKSGEBIED ................................................................................... 7 3.1 Algemeen ................................................................................................... 7 3.2 Achtergrondgehalten .................................................................................... 7

4

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .................................................................... 8

5

CONCLUSIES........................................................................................................ 9

BIJLAGEN

1 | Verklarende woordenlijst 2 | Geraadpleegde bronnen 3 | Foto’s 4 | Kadastrale kaarten

Historisch (bodem)onderzoek

1

INLEIDING

In opdracht van De heer Verweij te Reeuwijk is door Waders Milieu BV van november 2021 tot januari 2022 een historisch (bodem)onderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse van De Vaartweg 2a te Stolwijk. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is een voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Doelstelling Het doel van het historisch onderzoek is vast te stellen of er aanleiding is om een bodemverontreiniging boven de lokale achtergrondwaarde te verwachten binnen de beschouwde locatie. Indeling rapport In de rapportage worden de uitvoering en resultaten van het onderzoek besproken. In de hoofdstukken 2 en 3 wordt de verzamelde informatie van de onderzoekslocatie en het vooronderzoeksgebied (de omgeving) weergegeven. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de bodemopbouw en de geohydrologie. Tenslotte worden de conclusies in hoofdstuk 5 weergegeven. Normering en verantwoording De te hanteren werkwijze voor uitvoering van het historisch onderzoek is gebaseerd op de NEN 57251. Onder bijlage 1 is een ‘Verklarende woordenlijst’ opgenomen. Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen. Opgemerkt wordt dat Waders Milieu BV geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de beschouwde locatie.

1

NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017

21429701H | De Vaartweg 2a Stolwijk

4

Historisch (bodem)onderzoek

2

ONDERZOEKSLOCATIE

De in dit hoofdstuk genoemde informatie over de onderzoekslocatie (het geografische gebied waarover een besluit moet worden genomen) is gebaseerd op de resultaten van het raadplegen van diverse bronnen. Een overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in bijlage 2. 2.1

Algemeen

De onderzoekslocatie bevindt zich aan De Vaartweg 2a te Stolwijk. Enkele (topografische) gegevens omtrent de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1

Topografische en algemene gegevens locatie

Algemeen Adres onderzoekslocatie

De Vaartweg 2a Stolwijk

Gemeente

Krimpenerwaard

Kadastrale aanduiding

Gemeente Stolwijk, sectie D, percelen 1099 en 3867

Artikel 55

Ten aanzien van deze percelen is geen aantekening in het kader van het artikel 55 Wet Bodembescherming opgenomen.

Oppervlakte percelen

1.860 + 1.300 m²

Oppervlakte onderzoekslocatie

3.160 m²

X-coördinaat

112.612

Y-coördinaat

442.220

Eigenaren

Stolwijk D 1099 en 3867

Naam

De heer K. Verweij

Adres

Van Heuven Goedhartstraat 12

Postcode en plaats

2811 BW Reeuwijk

Voor de regionale en lokale ligging wordt verwezen naar bijlage 3 (kadastrale kaarten). 2.2

Huidig gebruik (archiefonderzoek)

Voor het archiefonderzoek is het digitale archief, Bodembalie van de omgevingsdienst MiddenHolland geraadpleegd. Aangezien er geen digitale gegevens van de Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente beschikbaar zijn op de website van het streekarchief Midden Holland zijn deze niet geraadpleegd. Inrichting gebied Op het zuidelijke deel (D 3867) van de locatie is één recreatief gebouw en op het noordelijke deel (D 1099) van de locatie is één recreatief gebouw aanwezig. De locatie wordt aan alle zijden begrensd door een wetering en sloten. De locatie bevindt zich op circa 2,1 m – NAP. Tijdens de veldinspectie zijn op de locatie geen bijzonderheden waargenomen zoals brandplekken, verzakkingen, bodemvreemde bestanddelen etc.. Verder is op en in de aanwezige bebouwing geen asbestverdacht materiaal waargenomen.

21429701H | De Vaartweg 2a Stolwijk

5

Historisch (bodem)onderzoek

2.3

Historisch gebruik (archiefonderzoek)

Op perceel 1099 is vanaf omstreeks 1940 tot 1991 een kas aanwezig geweest van tuinderij Gebr. Van Dam. De houten kas was gebouwd op koude grond, er is geen gebruik gemaakt van stookinstallaties. In 1991 heeft dhr. Verweij kassen afgebroken en afgevoerd naar een erkende verwerker. Op perceel 3867 is enkel een kleine schuur aanwezig geweest. Volgens bodemloket is er op de grens van de bovenstaande percelen een demping/stort aanwezig geweest. In de huidige situatie bevind zich hier een sloot. Volgens dhr. Verweij is hier altijd een sloot aanwezig geweest. Bodembedreigende activiteiten Bij Omgevingsdienst Midden-Holland en het bodemloket zijn geen gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten in de omgeving. Echter is volgens topotijdreis.nl in het verleden wel een kas op perceel 1099 aanwezig geweest. Bodeminformatie Ter plaatse van de grens tussen de percelen 1099 en 3867 is een historisch onderzoek uitgevoerd door BKH (kenmerk is onbekend, d.d. 31 december 1996). Echter is het rapport niet beschikbaar bij de ODMH. 2.4

Toekomstig gebruik

Men is voornemens om ter plaatse van de onderzoekslocatie het bestemmingsplan te wijzigen van agrarische naar recreatiepercelen.

21429701H | De Vaartweg 2a Stolwijk

6

Historisch (bodem)onderzoek

3

VOORONDERZOEKSGEBIED

De in dit hoofdstuk genoemde informatie over het vooronderzoeksgebied (kortweg omgeving) is gebaseerd op de resultaten van het raadplegen van diverse bronnen. Een overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in bijlage 2. 3.1

Algemeen

Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en een ‘strook grond’ hieromheen tot een afstand van maximaal 25 meter. In tabel 2 zijn de adressen (voor zover bekend) en/of een omschrijving van het gebruik ter plaatse weergegeven. Tabel 2

Omliggende percelen

Windrichting

Adres

Gebruik

Noorden

-

Achterwetering (watergang)

Westen

-

Sloot

Oosten

-

Achterwetering (watergang)

Zuiden

-

sloot

Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in een omgeving welke te karakteriseren is als agrarisch gebied. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd. Van het perceel ten zuidwesten van de locatie is een onderzoeksrapport bekend bij Omgevingsdienst Midden-Holland. Het vooronderzoek bodemkwaliteit Zuidelijke entree Stolwijk (registratienummer: MDAF20121196-BO, d.d. juli 2012) is uitgevoerd door DHV B.V.. Hieruit blijkt dat ‘het zuidelijke deel’ (het perceel ten zuidoosten van de voorliggende onderzoekslocatie) tot op heden altijd een agrarische functie heeft gehad. Dit deel wordt voornamelijk bestemd als waterberging, ter compensatie van het gedempte oppervlakte water in het noordelijke deel (circa 1 km van de voorliggende onderzoekslocatie vandaan). 3.2

Achtergrondgehalten

De Omgevingsdienst Midden-Holland beschikt over een bodemkwaliteitskaart. De locatie is gelegen binnen zone 19: Buitengebied - veenweide. Voor deze zone zijn in tabel 3 de lokale achtergrondgehalten weergegeven. Tabel 3

Lokale achtergrondgehalten voor standaardbodem (in mg/kg d.s.)

Vaste bodem

Ba

Cd

Co

Cu

Hg

Mo

Ni

Pb

Zn

MO

PAK

Bovengrond

210,6

0,78

15,1

56,8

0,71

3,42

50,5

232

215,6

126,7

6,6

Ondergrond

278,8

0,36

16,8

37,6

0,37

3,23

53,0

142,9

145,4

109,3

3,3

21429701H | De Vaartweg 2a Stolwijk

7

Historisch (bodem)onderzoek

4

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

Het maaiveldniveau van de locatie ligt globaal op 2,1 m – NAP. Voor het bepalen van de bodemopbouw en geohydrologische situatie zijn gegevens uit het DINOloket achterhaald. In tabel 4 is de geohydrologische indeling van de bodem tot 50 m-mv schematisch weergegeven. Tabel 4

Bodemopbouw en geohydrologische situatie

Pakket

Samenstelling

Diepte (m-mv)

Formatie

Deklaag

Klei

0,0 – 0,5

Formatie van Echteld

1e watervoerende laag

Veen

0,5 – 4,0

Formatie van Nieuwkoop

1 scheidende laag

Klei

4,0 – 8,5

Formatie van Echteld

2e watervoerende laag

Veen

8,5 – 10,0

Formatie van Nieuwkoop

2 scheidende laag

Klei

10,0 – 11,0

Formatie van Kreftenheye

3e watervoerende laag

Zand, matig fijn tot uiterst grof

11,0 – 21,0

Formatie van Kreftenheye en Boxtel

e

e

Het freatisch grondwater bevindt zich globaal op 1,0 m-mv. Uit het isohypsenpatroon van de grondwaterkaart wordt aangenomen dat de stromingsrichting van het grondwater uit het 1e watervoerende pakket noordwestelijk gericht is. Het freatisch grondwater zal richting de omliggende sloten stromen. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied.

21429701H | De Vaartweg 2a Stolwijk

8

Historisch (bodem)onderzoek

5

CONCLUSIES

De (bedrijfs)activiteiten zoals het voormalige gebruik van de locatie voor tuinbouw (koude teelt) en de sloop van de kassen heeft waarschijnlijk niet geleid tot een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hooguit zijn licht verhoogde gehalte aanwezig die passen binnen de bodemkwaliteitszone. De voormalige slootdemping is niet (meer) aanwezig. Op de locatie of in de omgeving is niet eerder een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat uit het uitgevoerde vooronderzoek bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten naar voren komen die geen belemmering vormen voor de bestemmingsplanwijziging van agrarisch naar recreatie.

21429701H | De Vaartweg 2a Stolwijk

9

Bijlage | 1 Verklarende woordenlijst

VERKLARENDE WOORDENLIJST 1 achtergrondwaarden voor grond en baggerspecie bij regeling vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingbronnen. Deze waarden zijn (door gemeenten) vastgesteld in het project ‘achtergrondwaarden 2000 (AW 2000)’. De achtergrondwaarden vervangen met ingang van 1 oktober 2008 de streefwaarden voor grond. asbestverdacht materiaal materiaal waarvan op basis van voorkennis en/of een beoordeling met het blote oog wordt verwacht een zodanige hoeveelheid asbest te bevatten dat de vigerende norm mogelijk wordt overschreden. Laboratoriumonderzoek zal moeten uitwijzen of het materiaal daadwerkelijk asbest bevat. bodem vast deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen. deellocatie voor het onderzoek afgekaderd gedeelte van de totale onderzoekslocatie, waarop een afzonderlijke onderzoekshypothese en onderzoeksstrategie van toepassing zijn. diffuse bodembelasting in relatie tot de onderzoeksschaal, gelijkmatige belasting van de bodem over een groter gebied. Bij een diffuse bodembelasting is over het algemeen geen duidelijke verontreinigingskern aanwezig.

grond vast materiaal en bestaande uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 mm tot 63 mm, met uitzondering van baggerspecie Indien er sprake is van een bijmenging van meer dan 50 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal is er geen sprake meer van grond maar van een bouwstof, verhardingsmateriaal of een verhardingslaag. grootschalige onverdachte locatie onverdachte locatie groter dan 1,0 ha, die altijd eenzelfde, extensief gebruik heeft gehad. Dit betreft bijvoorbeeld een natuurgebied of een landbouwgebied met één gebruiksvorm en weinig tot geen bebouwing. heterogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt door matig tot veel variatie op de schaal van monsterneming. homogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt door geen of weinig variatie op de schaal van monsterneming. hypothese veronderstelling over de aard en verdeling van (een) verontreinigende stof(fen) bodemonderzoeksgebied die wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie.

in

het

interventiewaarde waarde waarmee voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater het concentratieniveau wordt aangegeven waarboven sprake is van ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. lijnvormig element langwerpige strook landbodem met een lengte die minimaal 100 maal groter is dan de maximale breedte. mengmonster monster verkregen door het in het laboratorium mengen van in het veld verkregen afzonderlijke grondmonsters.

1

Bron: NEN 5740

nader onderzoek onderzoek in het kader van de saneringsparagraaf Wet bodembescherming, volgend op een verkennend of oriënterend bodemonderzoek, waarbij het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging is ontstaan. Het doel van het nader onderzoek is het vaststellen van de aard en concentratie van de verontreinigende stoffen en de omvang van de bodemverontreiniging om, in het licht van blootstellings- en verspreidingsrisico’s, te bepalen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en om de spoedeisendheid van sanering vast te stellen. ondergrond bodemlaag die zich bevindt onder de actuele contactzone en die normaal niet wordt beroerd door bewerkingen, zoals ploegen, omspitten en harken. Voor de actuele contactzone/de bovengrond wordt in het kader van deze norm een standaarddikte van 50 cm gehanteerd. Derhalve bevindt de ondergrond zich op een diepte vanaf 50 cm van het maaiveld. onderzoekslocatie grondgebied dat wordt onderzocht op de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Per locatie kunnen meer onderzoekshypotheses en daarop gebaseerde onderzoeksstrategieën van toepassing zijn. Een locatie kan in die situatie worden opgesplitst in deellocaties waarbij per deellocatie één eenduidige onderzoekshypothese en daarop gebaseerde onderzoeksstrategie van toepassing is. Verschillende deellocaties kunnen elkaar overlappen.

onderzoeksstrategie opzet van het verkennend bodemonderzoek waarin het aantal te nemen monsters, de plaatsen op de locatie waar deze behoren te worden genomen en de stoffen die in deze monsters behoren te worden bepaald, is vastgelegd. onverdachte locatie locatie waarvan uit het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen zijn voortgekomen dat de bodem van die locatie of een deel daarvan is verontreinigd met één of meer stoffen. NEN 5740 algemeen toegepaste Nederlandse norm voor verkennende bodemonderzoeken op verdachte en nietverdachte locaties. nulsituatie-onderzoek met dit onderzoek wordt een referentiekader vastgelegd voor eventueel toekomstige bodemverontreinigingen ter plaatse van zogenaamde ‘potentieel bodembedreigende activiteiten’. Dergelijk onderzoek kan in het kader van de Wet Milieubeheer opgelegd worden. Verontreinigingen die optreden na het nulsituatie-onderzoek moeten terstond worden opgeruimd. Het bevoegd gezag is veelal de gemeente. potentieel verontreinigende activiteiten activiteiten die kunnen leiden tot bodembelasting, met als mogelijk gevolg bodemverontreiniging. somparameter parameter die wordt berekend als de som van de concentraties van een aantal gespecificeerde stoffen. Een voorbeeld is de som van een aantal polycyclische aromatische koolwaterstoffen (‘som-PAK’s’).

streefwaarden grondwater aanduiding van het ijkpunt voor de milieukwaliteit voor de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem waarbij voor metalen onderscheid wordt gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. tussenwaarde Voor grond: het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof. Voor grondwater: het rekenkundig gemiddelde van de streefwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek wordt uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. verdachte locatie locatie waarvoor op grond van het vooronderzoek concrete aanwijzingen bestaan dat die locatie, of een deel ervan is verontreinigd met een of meer stoffen.

verkennend (bodem)onderzoek bodemonderzoek dat ten doel heeft met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op een bepaalde locatie bodemverontreiniging aanwezig is. verontreinigingskern (vermoedelijke) centrum van het (als gevolg van een plaatselijke bodembelasting) verontreinigde deel van de bodem. vooronderzoek het op basis van de NEN 5725 verzamelen en interpreteren van informatie over het voormalige, huidige en (eventueel) het toekomstige gebruik, bodemopbouw en geohydrologie en financieel-juridische aspecten in een bepaald geografisch gebied. Op basis van de verzamelde gegevens wordt een totaalbeeld gevormd en worden conclusies getrokken over de afbakening van de locatie voor het bodemonderzoek, de eventuele onderverdeling van de onderzoekslocatie in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie. vooronderzoeksgebied het gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft.

Bijlage | 2 Geraadpleegde bronnen

Informatiebron

Geraadpleegd (ja, omschrijving bron/nee)

Motivatie niet geraadpleegd

Datum raadpleging

Historische en huidig gebruik locatie en omgeving Archief bouwvergunningen

Nee

Niet digitaal aanwezig

Archief Hinderwet

Ja

-

10-12-2021

Archief ondergrondse tanks

Ja

-

10-12-2021

Archief Wet Milieubeheer

Ja

-

10-12-2021

Historische topografische kaart

Ja

-

10-12-2021

Informatie eigenaar/bewoner

Ja

-

23-11-2021

Informatie gemeente/omgevingsdienst

Ja

-

15-12-2021

Internet (bodemloket, Kadaster, provinciale site)

Ja

-

15-12-2021

Luchtfoto

Ja

-

15-12-2021

Inspectie

Ja

-

20-01-2022

Ja, recreatie

-

19-08-2021

Toekomstig gebruik

Bodeminformatie, calamiteiten, verhardingen e.d. locatie en omgeving Inspectie

Ja

-

20

Informatie eigenaar/bewoner

Ja

-

23-11-2021

Informatie gemeente/milieudienst

Ja

-

23-11-2021

Verhardingen/kabels en leidingen

Ja

-

23-11-2021

Ja, TNO, DGV, grondwatertools.nl

-

15-12-2021

Ja

-

15-12-2021

Bodemopbouw en geohydrologie Grondwaterkaart Nederland DINOloket

Bijlage | 3 Foto’s

Foto 01

Foto 02

Foto 03

Foto 04

Foto 05

Foto 06

Bijlage | 4 Kadastrale kaarten

Kadastrale kaart

Uw referentie: 21429701H

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Stolwijk D 1099

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 16 december 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Kadastrale kaart

Uw referentie: 21429701H

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Stolwijk D 3867

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 16 december 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Bijlage 2 Watertoets

64

Bijlagen bij toelichting

datum 14-12-2020 dossiercode 20201214-40-25066 Geachte heer/mevrouw, U heeft, via www.dewatertoets.nl, een watertoets uitgevoerd voor een plan binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Op basis van de door u verstrekte gegevens concluderen wij dat er geen waterstaatkundige belangen zijn. Het hoogheemraadschap geeft daarom een positief wateradvies.

Het plangebied heeft een of meerdere kaartlagen geraakt. Iedere kaartlaag die is geraakt kunt u activeren door deze aan te zetten in de kaart middels het vinkje. Wij verzoeken u de contouren van de geraakte kaartlagen over te nemen op uw plankaart. Mocht u specifiekere details of een geografische informatie kaart willen, neemt u dan even contact met ons op.

Wij verzoeken u in de waterparagraaf* van het plan een verwijzing te maken naar deze watertoets. Hoogachtend, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Maasboulevard 123 3063 GK Rotterdam Telefoon: 010 45 37 335 E-mail: info@hhsk.nl * De waterparagraaf is een verplicht onderdeel van het bestemmingsplan. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de effecten die het plan heeft op het watersysteem, de waterkeringen, afvalwatersituatie en de daaraan gelieerde uitvoering van de taken van het hoogheemraadschap.

www.dewatertoets.nl

datum 14-12-2020 dossiercode 20201214-40-25066 Tekenen: Heeft u een beperkingsgebied geraakt? ja Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Krimpenerwaard

Vragen: Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging betreft van bestaande bebouwing zonder dat de bebouwing wordt uitgebreid? ja Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd? nee Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? nee

Afbeelding plangebied en eventueel geraakte kaartlagen. www.dewatertoets.nl

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Regels

Regels

67

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan Het bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk met identificatienummer NL.IMRO.1931.BP2010BG034-VG01 van de gemeente Krimpenerwaard. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.6 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, met uitzondering van bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; b. bij gebruik: het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan met uitzondering van het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

1.7 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.8 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.9 bevoegd gezag Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.10 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.11 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.12 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.13 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

68

Regels

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

1.14 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.15 dagrecreatie Recreatief verblijf ter ontspanning en vermaak, waarbij overnachting niet is toegestaan. 1.16 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.17 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.18 peil a. voor gebouwen: 1. voor gebouwen die onmiddellijk aan de openbare weg grenzen: de hoogte van de kruin van die openbare weg ter plaatse van de hoofdtoegang; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende bestaande afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; b. voor andere bouwwerken: 1. de gemiddelde hoogte van het aansluitende bestaande afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw. 1.19 plangrens De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan. 1.20 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen.

1.21 seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen: a. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; b. een seksbioscoop of sekstheater; c. een seksautomatenhal; d. een seksclub of parenclub; al dan niet in combinatie met elkaar; een escortbedrijf wordt niet onder seksinrichting verstaan. 1.22 verblijfsrecreatie Recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.

Regels

69

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand De afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

70

Regels

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Recreatie - Dagrecreatie

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Dagrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dagrecreatie; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, nutsvoorzieningen, water en toegangspaden. 3.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m; d. ondergrondse bebouwing is niet toegestaan. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Uitsluiten zelfstandige bewoning Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. het gebruik van gebouwen als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte is niet toegestaan. 3.3.2 Verblijfsrecreatie In afwijking van het bepaalde in 3.3.1 is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie verblijfsrecreatie' recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben toegestaan, met dien verstande dat: a. het permanent bewonen of laten bewonen van een recreatieverblijf niet is toegestaan; b. recreatief verblijf niet langer plaatsvindt dan zes maanden; c. (permanente) verhuur niet is toegestaan. 3.4 Persoonsgebonden overgangsrecht a. In afwijking van de regels bij deze bestemming, mag, bij wijze van persoonsgebonden overgangsrecht, het gebruik van gronden en opstallen voor dagrecreatie tevens zien op het behouden en onderhouden van de opstallen die afwijken van de bouwregels. b. Dit persoonsgebonden overgangsrecht ziet alleen op de bebouwing zoals deze aanwezig was ten tijde van het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan en indien en voor zover is opgenomen in Bijlage 1 die behoort bij de planregels. c.

Dit persoonsgebonden overgangsrecht geldt enkel voor degene die ten tijde van het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan de eigenaar was van de bewuste grond en opstallen en indien en voor zover degene is opgenomen in Bijlage 1 die behoort bij de planregels. d. Dit persoonsgebonden overgangsrecht geldt uitdrukkelijk niet voor het geheel of gedeeltelijk vernieuwen van de bestaande bouwwerken.

Regels

71

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

72

Regels

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Artikel 5

Algemene gebruiksregels

5.1 Strijdig gebruik a. Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken in strijd met de bestemming. b. Als gebruik in strijd met dit bestemmingsplan worden in ieder geval aangemerkt: 1. het storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; 2. het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, voer- en vaartuigen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; 3. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; 4. het gebruik van bouwwerken voor een seksinrichting en voor detailhandel, voor zover zulks niet expliciet is toegestaan ingevolge de bestemmingsomschrijving; 5. of het doen of laten uitvoeren van vorenstaande activiteiten. 5.2 Uitzonderingen strijdig gebruik Het bepaalde in 5.1 onder b, is niet van toepassing op: a. het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden; b. de opslag van goederen in het kader van de in het plan toegestane bedrijfsvoering; c. het opslaan of storten van afval- en meststoffen, voor zover noodzakelijk voor het normale onderhoud van de gronden en de watergangen.

Regels

73

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Artikel 6 6.1

Overige regels

Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 6.2

Parkeren

6.2.1 Algemeen a. Indien de omvang of de functie van een gebouw, een bouwwerk of een terrein daartoe aanleiding geeft, moet voldaan worden aan voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig het bepaalde in de CROW-publicatie 317 (oktober 2012) en diens rechtsopvolger(s); b. het bevoegd gezag kan slechts een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of het gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig het bepaalde in de CROW-publicatie 317 (oktober 2012) en diens rechtsopvolger(s); c. De onder b genoemde bepalingen zijn alleen van toepassing voor aanvragen omgevingsvergunning waarvan het aannemelijk is dat deze een parkeervraag genereren. 6.2.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.1 indien: a. aanpassing van het bouwplan om alsnog te kunnen voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein redelijkerwijs niet kan worden verlangd; b. op een andere wijze is of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid om de toename van de parkeerbehoefte op te vangen; c. uit parkeeronderzoek blijkt dat de parkeerdruk in het openbaar gebied niet toeneemt.

6.2.3 Advies Een afwijking als genoemd in 6.2.2 wordt pas verleend, nadat een advies is verkregen van een verkeerskundige.

74

Regels

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Hoofdstuk 4 Artikel 7

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

7.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 7.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 7.1 sub a met maximaal 10%. c. 7.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 7.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 7.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in 7.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. 7.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Regels

75

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Artikel 8

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk.

76

Regels

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Bijlage bij regels

Bijlage bij regels

77

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Bijlage 1 Persoonsgebonden overgangsrecht

78

Bijlage bij regels

Bijlage 1. Dagrecreatie De Vaartweg 2a te Stolwijk.

Afbeelding 1.

Afbeelding 2.

Afbeelding 3.

Afbeelding 4.

Afbeelding 5.

Afbeelding 6.

Afbeelding 7.

Afbeelding 8.

Afbeelding 9.

Afbeelding 10.

Afbeelding 11.

Afbeelding 12.

Afbeelding 13.

Afbeelding 14.

Afbeelding 15.

Afbeelding 16.

Afbeelding 17.

Afbeelding 18.

Afbeelding 19.

Afbeelding 20.

Afbeelding 21.

Afbeelding 22.

Afbeelding 23.

Afbeelding 24.

Afbeelding 25.

Afbeelding 26.

Afbeelding 27.

Afbeelding 28.

Afbeelding 29.

Afbeelding 30.

Afbeelding 31.

Afbeelding 32.

Afbeelding 33.

Afbeelding 34.

Afbeelding 35.

Afbeelding 36.

Afbeelding 37.

Afbeelding 38.

Afbeelding 39.

Afbeelding 40.

Afbeelding 41.

Afbeelding 42.

Afbeelding 43.

Afbeelding 44.

Afbeelding 45.

Afbeelding 46.

Afbeelding 47.

IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=d0187324-988d-490e-b29e-34368e06fa67