CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL 1 bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk, toelichting en regels.pdf

Raadsvergadering 8 juni 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk17.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan DE VAARTWEG 2A, STOLWIJK Gemeente Krimpenerwaard

STATUS:

VASTGESTELD

DATUM:

7 juni 2022

IMRO IDN:

NL.IMRO.1931.BP2010BG034-VG01

OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

OPDRACHTGEVER de heer K. Verweij Van Heuven Goedhartstraat 12 2811 BW Reeuwijk

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 24 februari 2021 20 december 2021 1 februari 2022 7 juni 2022

VERSIE 2e versie 1e versie 1e versie 1e versie

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 7 8

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie plangebied en omgeving 2.2 Proces legalisatie 2.3 Toekomstige regeling 2.4 Persoonsgebonden overgangsrecht 2.5 Verkeer en parkeren

9 9 11 12 13 13

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 17 20

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieu 4.2 Waterparagraaf 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.4 Flora en fauna 4.5 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

21 21 26 28 31 32

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Verbeelding 5.3 Regels 5.4 Handhaving bestemmingsplan

33 33 33 33 34

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid en resultaten overleg 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

37 37 37 37

Bijlagen bij toelichting

39

Bijlage 1

Bodemonderzoek

40

Bijlage 2

Watertoets

64

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

67 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

68 68 70

3

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Recreatie - Dagrecreatie

71 71

Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Overige regels

72 72 73 74

Hoofdstuk 4 Artikel 7 Artikel 8

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

75 75 76

Bijlage bij regels

77

Bijlage 1

78

4

Persoonsgebonden overgangsrecht

Inhoudsopgave

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Toelichting

Toelichting

5

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

6

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De eigenaar van De Vaartweg 2a in Stolwijk heeft de kadastrale percelen sectie D, nummers 1099 en 3867 reeds jarenlang in gebruik voor dagrecreatie. De aanwezige bouwwerken hebben een recreatieve functie. In het geldende bestemmingsplan zijn de gronden bestemd voor agrarische doeleinden met de functieaanduiding 'Tuinbouw'. De bebouwing en het gebruik van het gebied is daarmee in strijd met het geldende bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' (voormalige gemeente Vlist). In het kader van een legalisatieproces is dit bestemmingsplan opgesteld om de aanwezige bouwwerken en het gebruik van het terrein planologisch te verankeren met een persoonsgebonden overgangsrecht, zoals dat ook al eerder is gedaan voor een recreatieterrein achter de Benedenkerkseweg 83 en het recreatieterrein De Eilanden ten zuiden van de kern van Stolwijk.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan De Vaartweg 2a in Stolwijk ten westen van de Schoonhovenseweg (N207). Aan de oostzijde van de Provincialeweg ligt het bedrijventerrein Nijverheidsweg in de bebouwde kom van Stolwijk. Ten westen van De Vaartweg ligt het veenweidegebied van de Krimpenerwaard. Aan de oost-, noord- en westzijde ligt een watergang. Aan deze zuidzijde ligt een waterberging in een natuurgebied. Het plangebied en omgeving is aangeduid in figuur 1.

Figuur 1: Situering omgeving plangebied (locatie rood gestippeld aangeduid).

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende, door de gemeenteraad van Krimpenerwaard vastgestelde, bestemmingsplannen:

Toelichting

7

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Bestemmingsplan Bestemmingsplan "Landelijk Gebied" (voormalige gemeente Vlist) "Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard"

Raadsbesluit 15 december 2015

Uitspraak Raad van State 25 januari 2017

29 januari 2019

n.v.t.

Het perceel is bestemd voor 'Agrarisch met waarden' met de functieaanduiding 'tuinbouw'. Hier is tevens het houden van groenten, tuinvruchten en tuinbouwzaden toegestaan. Midden op het perceel is een bouwvlak opgenomen. Een uitsnede van de verbeelding is opgenomen in figuur 2. Bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het bestemmingsplan onherroepelijk van kracht geworden. Om medewerking aan deze planontwikkeling te verlenen is een bestemmingsplan nodig.

Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' (voormalige gemeente Vlist).

1.4

Leeswijzer

In Hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige (feitelijke) situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. Hoofdstuk 4 omvat de omgevingsaspecten, waaronder de Waterparagraaf en uitvoeringsaspecten. In Hoofdstuk 5 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 6 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de uitkomsten van de inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

8

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie plangebied en omgeving

Veenweide Het grondgebied van de Krimpenerwaard bestaat uit veenweidegebied. Het veenweidegebied wordt gekenmerkt door twee hoofdrichtingen. De ene hoofdrichting loopt evenwijdig aan de Lek en de Hollandsche IJssel en wordt bepaald door de nederzettingen, watergangen en doorgaande wegen. De andere richting staat haaks op deze rivieren en wordt bepaald door de verkaveling, watergangen en verbindingswegen. Het slagenlandschap in het veengebied bestaat uit twee verschillende werelden: die van de kleinschalige linten met bruggetjes en knotwilgen en die van de ruimte met sloten en weilanden daarachter. De meeste beplanting is te vinden in de dorpen, rondom de boerenerven, langs de Lek, langs de kavelgrenzen, de tiendwegen en op de achterkaden. Samen met de bebouwing zorgen deze voor langgerekte verdichte zones die de openheid van het gebied onderbreken. Planspecifiek Het plangebied ligt ten westen van de bebouwde kom van Stolwijk. De aanwezige bedrijfsbebouwing van het bedrijventerrein is vanuit het plangebied duidelijk zichtbaar. De twee percelen zelf liggen als een eiland in het buitengebied van de gemeente Krimpenerwaard, ten westen van De Vaartweg in Stolwijk. Het plangebied is alleen bereikbaar met een boot. Het zuidelijk gedeelte betreft een bosperceel met opgaande beplanting.

In dit plandeel staan meerdere opstallen, zoals twee recreatieverblijven, een schuur, alsmede overige bergingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het noordelijke deel heeft een open structuur. Aan de randen staan wilgen met in het midden een hoogstam boomgaard waar doorzichten zijn naar het veenweidegebied. Het geheel straalt een landelijk karakter uit. Een situatietekening van de bestaande toestand is opgenomen in figuur 3.

Toelichting

9

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Figuur 3: Bestaande situatie.

10

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Plangebied vanaf De Vaartweg.

Nogmaals vanaf De Vaartweg.

In het middengebied staan enkele bouwwerken.

Het noordelijke gedeelte is vrij van bebouwing.

2.2

Proces legalisatie

Het gebruik wijkt af van het in de Krimpenerwaard gebruikelijke grasland voor de veehouderij. De percelen zijn sinds 1991 in eigendom van de huidige eigenaar. Hij heeft eerst het voormalige tuinbouwperceel opgeruimd door de aanwezige kas en overige bouwwerken te verwijderen. De vergunde schuren (met letters C, H en L) heeft hij laten staan. In de loop der jaren is het terrein in gebruik genomen voor recreatieve doeleinden, waarbij de vergunde schuren gedeeltelijk zijn vervangen en vernieuwd. De schuren met de letters C en L worden tevens gebruikt als recreatieverblijf voor gezinsleden. In de loop der jaren zijn diverse bouwwerken gerealiseerd, veelal zonder bouwvergunning. In figuur 3 is de bestaande situatie in kaart gebracht. Door de aanplant van bomen en struiken is het zuidelijke deel van het gebied in de loop der jaren meer besloten geraakt ten opzichte van het omliggende open landschap. Na 1991 is het recreatieve gebruik en de bebouwing in geen van de planologische plannen geregeld of gelegaliseerd. Zoals gezegd was een deel van de bebouwing al aanwezig toen het tuindersbedrijf hier nog gevestigd was. De gemeenteraad van de voormalige gemeente Vlist heeft op 16 februari 2010 de Handhavingsnota K-5 vastgesteld. Deze nota is samen met de andere gemeenten in de Krimpenerwaard opgesteld.

Eén van de doelen is het beëindigen van situaties die in strijd zijn met de wettelijke regels, zoals op het terrein aan De Vaartweg 2a het geval is. Het college van burgemeester en wethouders heeft bij brief van 20 december 2017 besloten het bestaande recreatieve gebruik te legaliseren en onder voorwaarden bebouwing toe te staan. Bij de afweging heeft de gemeente ook twee andere opties meegewogen, te weten: handhaving van de illegale situatie; persoonsgebonden beschikking. Uit een nadere afweging is gebleken dat beide opties geen recht doen aan de reeds voor vele jaren bestaande feitelijke situatie en tevens veel inspanning van de gemeente vereisen. Dit heeft er toe geleid dat gekozen is voor de optie legalisatie. De keuze voor legalisering betekent dat een basis wordt gegeven aan het al jarenlang bestaande gebruik als recreatieterrein. Dit doet recht aan de belangen van

Toelichting

11

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

de eigenaar van het gebied. Het gebied past functioneel bij het buitengebied, immers op meerdere plekken komen kleinschalige recreatieterreinen voor. Het landschap van de Krimpenerwaard kenmerkt zich weliswaar door de openheid maar is op een aantal locaties meer besloten door onder andere bebouwing en beplanting. Dit is het geval langs de rivieren, linten en nabij de dorpen. Het recreatieterrein sluit qua beslotenheid aan langs De Vaartweg. Legalisering sluit tevens aan bij de wens van de gemeenteraad, zoals verwoord in de Structuurvisie Vlist 2020, om recreatie te stimuleren. Alles afwegende is de gemeente van mening dat een legalisering ruimtelijk en functioneel passend is en zich goed verhoudt tot de omgeving. Recreatieverblijf (nr. C).

Recreatieverblijf (nr. L).

2.3

Berging (nr. H).

Houten badtobbe met houtkachel (nr. J).

Toekomstige regeling

De nieuwe bestemming voor het terrein wordt 'Recreatie - Dagrecreatie'. De drie bestaande - vergunde schuren (zoals ook zichtbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl) worden gelegaliseerd middels drie kleine bouwvlakken, waarbij conform de reeds jarenlange gedoogde situatie in het bouwwerk met letter C ook een recreatieverblijf is toegestaan voor gezinsleden. Verhuur is niet toegestaan vanwege het ontbreken van voorzieningen en de slechte toegankelijkheid voor hulpdiensten. Hiermee wordt een passende hoeveelheid bebouwing toegestaan en recht gedaan aan de behoeftes van de eigenaar. Voor deze gebouwen geldt een bouwhoogte van 3 m. Ondergrondse bebouwing is niet toegestaan. Tegelijkertijd wordt verrommeling van het gebied tegengegaan door overige niet vergunde bouwwerken onder een persoonsgebonden overgangsrecht te brengen. In paragraaf 2.4 wordt hierop ingegaan. Na legalisatie van het recreatieterrein dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de navolgende hoofdstukken wordt de legalisatie getoetst aan het ruimtelijke beleidskader en de relevante omgevingsaspecten.

12

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

2.4

Persoonsgebonden overgangsrecht

Gelet op een brief van burgemeester en wethouders d.d. 21 februari 2020 mag de betrokken eigenaar er op vertrouwen dat handhavend optreden tegen de aanwezige bebouwing niet meer aan de orde is. Om dit vertrouwen zijn waarde te geven én om het belang van de gemeente om tot een goede ruimtelijke ordening te komen en het uiteindelijke eindbeeld op termijn te realiseren, is besloten om een persoonsgebonden overgangsrecht op te nemen. Dit overgangsrecht houdt in dat de huidige eigenaar de huidige niet vergunde bebouwing in stand mag houden en mag onderhouden. Er mag niets bijgebouwd worden en indien een perceel verkocht wordt, zal de totale bebouwing teruggebracht moeten worden naar de in het bestemmingsplan opgenomen toegestane oppervlakte binnen de drie bouwvlakken. Concreet betekent dit dat voor het recreatieterrein drie bouwvlakken worden opgenomen van de bestaande vergunde schuren, waarbij in één bouwwerk een recreatieverblijf is toegestaan. De overige op het terrein reeds lange tijd aanwezige ongewenste hoeveelheid aan bebouwing valt onder het persoonsgebonden overgangsrecht, zoals opgenomen in Bijlage 1 van de regels. Het college heeft besloten om het gebruik te legaliseren, maar om wel op te treden tegen nieuwe illegale bebouwing dan is opgenomen in Bijlage 1 van de regels.

2.5

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied ligt aan de westzijde van De Vaartweg in Stolwijk die alleen toegankelijk is voor bestemmingsverkeer. De weg is een 60 km/uur zone. Deze weg takt in noordelijke richting aan op de Benedenkerkseweg. Via de rotonde is de N207 aan te rijden richting Gouda en Bergambacht. In oostelijke richting ligt de dorpskern van Stolwijk. Het plan voorziet in legalisatie van bestaande recreatieve voorzieningen. Deze ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de verkeersintensiteit, omdat het aantal verkeersbewegingen niet wijzigt.

Begin Vaartweg (vanaf Benedenkerkseweg).

De Vaartweg ter hoogte van plangebied.

Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Krimpenerwaard. Op 29 januari 2019 heeft de gemeenteraad het parapluplan Parkeren Krimpenerwaard vastgesteld. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de parkeernorm van de richtlijnen van het CROW 2018 (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, publicatie 381). De regels voor parkeren zijn opgenomen in artikel 6.2 waarbij de regels van het parapluplan zijn overgenomen. Het plan voorziet niet in nieuwe bebouwingsmogelijkheden. Parkeren vindt plaats langs De Vaartweg, omdat het plangebied niet per auto bereikbaar is. Bij nieuwe vergunningplichtige activiteiten dient te worden aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de uit het bestemmingsplan 'Parapluplan parkeren Krimpenerwaard' overgenomen regeling in artikel 6.2, inclusief de hierin opgenomen afwijkingsregels.

Toelichting

13

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

14

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief." Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd.

Toelichting

15

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Naast de beleidskeuze, is ook het volgende nationaal belang opgenomen: "behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang". Het Rijk is medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevol landschap, zoals het Groene Hart, de Waddenzee en de Veluwe. De opgave bij dit nationale belang is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. Het plangebied is gelegen in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap. Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een herontwikkeling van een voormalig tuinbouwbedrijf naar recreatie. Deze herontwikkeling geeft een impuls aan de kwaliteit van dit perceel in het buitengebied, waarbij de landschappelijke waarden per saldo worden verbeterd. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken.

Buiten deze (14) belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij onder andere om rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen en ecologische hoofdstructuur (EHS), thans Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. In dit bestemmingsplan wordt een kleinschalig recreatieterrein gelegaliseerd.

Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 3.2.2 wordt hierop ingegaan.

16

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 7 augustus 2021 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.

Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart In de Structuurvisie heeft de provincie een kwaliteitskaart opgenomen. Deze gaat over het buitengebied (de ruimte tussen steden en dorpen) en over de rand van steden en dorpen. Op deze kaart staan kwaliteiten van Zuid-Holland benoemd. Bijvoorbeeld prachtige en unieke gebieden, variërend van kust en delta tot de veenlandschappen van het Groene Hart. De kwaliteitskaart bestaat uit een aantal

Toelichting

17

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

legenda-eenheden. De provincie vraagt gemeenten om voor ontwikkelingen in en nabij het buitengebied de kwaliteitskaart te benutten en gebruik te maken van de opgestelde gebiedsprofielen. De Vaartweg is gelegen in het gebiedsprofiel Krimpenerwaard. De ondergrond (eerste laag) van het plangebied wordt gevormd door veen. Binnen het veengebied is een aantal plekken waar in de ondergrond nog grote veenpakketten aanwezig zijn. Niet alleen zijn deze veenpakketten van bijzondere waarde, ook zijn deze gebieden zeer gevoelig voor bodemdaling. Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het veenlandschap zorg dragen voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. In de laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt het plangebied onderdeel uit van het veen(weide)landschap. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels, vele sloten met hoog waterpeil en overwegend grasland als bodemgebruik. Het agrarisch gebruik overheerst.

Belangrijke kenmerken van het veenweidegebied zijn het contrast tussen (meer verdichte) hooggelegen boezems, linten en bovenlanden en het uitgestrekte, ingeklonken veen (open gebied). Veenstromen, dijken en kades vormen landschappelijke structuurdragers en begrenzen de (open) poldereenheden. Het gebruik richt zich op behoud van de maat van de poldereenheden, het verkavelingspatroon, de beplanting, de kades en dijken en de zichtbaarheid van water in de vorm van sloten, weteringen en boezems. Een duurzaam gebruik en eigenaarschap van het veen(weide)gebied is van belang. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied ten westen van de stads- en dorpsrand. Op de laag van de laag van de beleving ligt het plangebied in het kroonjuweel Middengebied Krimpenerwaard. Toetsing aan kaarten Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'Veencomplex' in een veenweidelandschap. Het gebied maakt op de kaart 'Laag van de beleving' onderdeel uit van het 'kroonjuweel Middengebied Krimpenerwaard'. Dit bestemmingsplan maakt een reeds jarenlang bestaand recreatief gebruik mogelijk in het kader van een legalisatieproces, waarbij door middel van een persoonsgebonden overgangsrecht het gebruik van het terrein en de aanwezige bouwwerken worden gereguleerd.

Deze ruimtelijke ontwikkeling valt onder de noemer 'inpassing', waarbij de ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in beschermingscategorie 1 tenminste gelijk blijft. Mitsdien is deze ontwikkeling in overeenstemming is met de provinciale belangen. Conclusie De ruimtelijke kwaliteit blijft tenminste gelijk, omdat alleen reeds jarenlang bestaand recreatief gebruik en enkele bouwwerken op twee aaneengesloten percelen worden gelegaliseerd waar nu tuinbouw met een bouwvlak is toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan. Het bebouwd oppervlak neemt niet toe. De belevingswaarde van het veenweidegebied wordt niet aangetast. Deze vervolgfunctie is vanuit landschappelijk oogpunt verantwoord, temeer daar op grond van het persoonsgebonden overgangsweg overtollige bebouwing na eigendomsoverdracht dient te worden verwijderd. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening.

Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt legalisatie mogelijk van bestaand recreatief gebruik van twee percelen met een oppervlakte van circa 3.350 m². Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame

18

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

verstedelijking is opgenomen. Hier is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de begripsbepaling in de Omgevingsverordening. Toetsing aan de ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c.

als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Kroonjuweel Middengebied Krimpenerwaard In artikel 6.9, lid 2 is vastgelegd dat een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 (ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën) niet kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder b en c gestelde voorwaarden.

Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'veen(weide)landschap'. Als richtpunt voor 'veen(weide)landschap' wordt onder andere het volgende aangehouden: Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Het plangebied maakt onderdeel uit van het Kroonjuweel Middengebied Krimpenerwaard waar de oude opstrekkende verkaveling en het watersysteem nog grotendeels intact zijn en bepalend voor het regelmatige en de oost-west georiënteerde nederzettingsstructuur. Het huidige, reeds jarenlange gebruik, wordt middels dit bestemmingsplan gelegaliseerd.

Aanwezige niet vergunde bebouwing valt onder een persoonsgebonden overgangsrecht, zodat deze na eigendomsoverdracht wordt verwijderd. Bestaande zichtlijnen naar het veenweidegebied blijven behouden; de aanwezige kavelstructuur en slotenpatronen worden gehandhaafd. Dit betekent dat sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor deze onderdelen van het plan. Deze inpassing is mitsdien mogelijk op grond van artikel 6.9, lid 2 van de Omgevingsverordening.

Toelichting

19

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Conclusie De aanwezige landschappelijke kwaliteiten en zichtlijnen blijven behouden, omdat er geen bebouwing wordt toegevoegd. De kavelstructuur en het slotenpatroon worden niet aangetast. Gesteld kan worden dat de vervolgfunctie voldoet aan het provinciale belang met betrekking tot behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Resumerend kan worden geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met artikel 6.9, lid 1 sub a (inpassen), lid 2 en lid 4 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie De gemeenteraad van Krimpenerwaard heeft op 14 juli 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin is het beleid voor de fysieke leefomgeving beschreven met het oog op de naar verwachting op 1 juli 2021 in werking treden van de Omgevingswet. Versterken kwaliteiten Krimpenerwaard De gemeente vindt het belangrijk richting te geven aan toekomstige ontwikkelingen die invloed hebben op de leefomgeving. Het gaat vooral om initiatieven en ontwikkelingen die niet passen binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarom is een omgevingsvisie opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente. Bij het opstellen van de visie en speerpunten is uitgegaan van de kwaliteiten en waarden van de Krimpenerwaard. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen antwoord op de vraag hoe de toekomst van de Krimpenerwaard eruit ziet. De inhoud is in samenspraak met inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en partners gerealiseerd. Belangrijke opgaven De komende jaren wil de gemeente werken aan sterke en leefbare kernen, duurzame economische ontwikkeling, de klimaat- en energietransitie en veranderingen in het landelijk gebied. De visie helpt inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, investeerders en de gemeente bij het maken van plannen, initiatieven en beleid.

De Omgevingsvisie nodigt uit samen te blijven werken aan een veilige, gezonde en duurzame Krimpenerwaard; waar het prettig wonen, werken, ondernemen en recreëren is. Samen initiatieven tot succes maken De gemeente staat positief tegenover nieuwe initiatieven. Initiatieven die passen bij de Krimpenerwaard en bijdragen aan haar toekomst. Zij hanteert het ‘ja-mits’ principe. Het is een kans om meer te werken vanuit wensen en signalen van de samenleving, vanuit vertrouwen en minder vanuit regels. Ook daagt de gemeente initiatiefnemers en haarzelf uit al in een vroeg stadium contact te zoeken met alle betrokken partijen. Participatie is immers een van de belangrijke aspecten van de Omgevingsvisie. Conclusie Deze planontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie, waarin extensieve recreatie in het buitengebied mogelijk wordt gemaakt.

20

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij legalisatie van het recreatieterrein. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht.

4.1

Milieu

De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn M.E.R., Milieuzonering, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid. 4.1.1 M.E.R. Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Omdat dit project wordt genoemd in de D-lijst (categorie D 10), maar de omvang onder de drempelwaarde van 25 ha ligt kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling, die onderdeel moet zijn van deze toelichting. De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r.

zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Onderzoek/ beoordeling Dit plan maakt dagrecreatie mogelijk op een perceel groot circa 3.350 m². Er is geen m.e.r.-beoordeling nodig, omdat deze planontwikkeling volgens het Besluit m.e.r. niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Indien een ontwikkeling niet voorkomt op de C en D lijst van het Besluit m.e.r. kan een m.e.r.-beoordeling achterwege worden gelaten. Conclusie Dit plan is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, en dus ook niet m.e.r.-plichtig. Zoals de hieronder beschreven milieuparagrafen aantonen heeft het plan ook om andere redenen dan de omvang (zoals bijvoorbeeld de aard van de ontwikkeling of een ligging nabij een gevoelig gebied) geen significante nadelige gevolgen voor het milieu. 4.1.2 Milieuzonering Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties.

Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. Van een 'rustig buitengebied' is sprake wanneer er in de nabijheid vrijwel geen andere functies voorkomen. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Een 'gemengd gebied' is een gebied met

Toelichting

21

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

een matige tot sterke functiemenging. Lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 4.1 vermeld. Tabel 4.1: Richtafstanden en omgevingstype. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustig buitengebied gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m Onderzoek/ beoordeling Het plangebied kan getypeerd worden als een 'gemengd gebied', omdat het ten westen van de Provincialeweg N207 ligt. Dit plan betreft de legalisatie van een terrein en bebouwing ten behoeve van dagrecreatie. Dagrecreatie wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) niet gezien als een gevoelige bestemming. De dag-recreatieve activiteiten vormen daarmee geen belemmering voor verderop gelegen bedrijven. Vanuit de Wet milieubeheer bestaan er geen bezwaren tegen realisatie van deze planontwikkeling. De activiteiten op het perceel vinden hobbymatig plaats. Hiervoor is geen milieumelding nodig. Conclusie De dag-recreatieve activiteiten geven vanuit milieuzonering geen beperkingen voor bestaande milieugevoelige en milieubelastende activiteiten.

Het woon- en leefklimaat in de omgeving van het plangebied kan in voldoende mate worden gegarandeerd. 4.1.3 Geluid Wettelijk kader wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van wegverkeerslawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen binnen vastgestelde onderzoeksgebieden (zones) langs wegen (art. 74-75 Wgh). Tevens stellen de Wgh en het Besluit geluidhinder regels aan de maximale geluidsbelasting op deze bestemmingen. Onder geluidsgevoelige bestemmingen worden verstaan (Art. 1 Wgh): Woningen Onderwijsgebouwen Ziekenhuizen en verpleeghuizen Geluidsgevoelige terreinen (bij onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en woonwagenstandplaatsen) Wettelijk kader Industrielawaai Industrielawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van industrielawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe een industrieterrein te zoneren, indien het bestemmingsplan de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers (conform art. 2.4, Inrichtingen en Vergunningenbesluit) toestaat (art. 40 Wgh).

Dat betekent dat de maximale geluiduitstraling van het industrieterrein wordt vastgelegd middels het opnemen van een 50 dB(A)-contour voorkeursgrenswaarde) in het bestemmingsplan. Onderzoek/ beoordeling Verkeerslawaai De relevante wegen in de directe omgeving van het plangebied zijn De Vaartweg (60 km/uur) en Provincialeweg N207 (80 km/uur). Bij verandering van een bestemmingsplan moet er in principe worden

22

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

getoetst aan de Wet geluidhinder. Dagrecreatie valt niet onder de noemer geluidsgevoelige functies, zodat de Wet geluidhinder hierop niet van toepassing is voor wat betreft wegverkeerslawaai ten gevolge van De Vaartweg en N207. Vanuit oogpunt van wegverkeerslawaai zijn er geen beperkingen. Industrielawaai In de directe nabijheid van het de plangebied zijn geen (milieugezoneerde) bedrijventerreinen aanwezig. Vanuit oogpunt van industrielawaai zijn er geen beperkingen. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder vormt dagrecreatie geen belemmering voor dit plan; een akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk. 4.1.4 Bodem Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft.

Onderzoek/ beoordeling De Omgevingsdienst Midden-Holland heeft in oktober 2013 het beleid voor het uitvoeren van bodemonderzoeken in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geactualiseerd. Het beleid is vastgelegd in de Nota 'Bodemkwaliteit bij bouwen' (oktober 2013). Dankzij het Bodem Informatie Systeem en de bodemkwaliteitskaart Midden-Holland is al veel bekend van de bodemkwaliteit. Door gebruik te maken van deze kennis kan in veel gevallen worden volstaan met een verminderde onderzoeksinspanning, wat een lastenverlichting voor burgers en bedrijven oplevert. In de beleidsnota worden vele raakvlakken concreet uitgewerkt en het beleid vormt hierdoor een goed handvat bij de beoordeling van bodemonderzoeken voor omgevingsvergunningen. In verband met deze planontwikkeling is een vooronderzoek overeenkomstig NEN 5725 uitgevoerd Waders Milieu B.V. te Waddinxveen (rapport van 25 januari 2022, kenmerk 21429701H, Bijlage 1). Op basis van het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd (overgenomen uit rapport). De (bedrijfs)activiteiten zoals het voormalige gebruik van de locatie voor tuinbouw (koude teelt) en de sloop van de kassen heeft waarschijnlijk niet geleid tot een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hooguit zijn licht verhoogde gehalte aanwezig die passen binnen de bodemkwaliteitszone.

De voormalige slootdemping is niet (meer) aanwezig. Op de locatie of in de omgeving is niet eerder een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat uit het uitgevoerde vooronderzoek bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten naar voren komen die geen belemmering vormen voor de bestemmingsplanwijziging van agrarisch naar recreatie. Wanneer in de toekomst grond van de locatie moet worden afgevoerd of ergens anders zal moeten worden toegepast zal initiatiefnemer de kwaliteit van de vrijkomende grond laten onderzoeken conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit of hetgeen is gesteld in het grondstromenbeleid Midden-Holland. Conclusie Vanuit bodemhygiënische redenen zijn er geen beperkingen ten aanzien van de beoogde gebruik.

Toelichting

23

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

4.1.5 Luchtkwaliteit Wettelijk kader De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vanaf 15 november 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5, Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen). In de wet zijn onder andere regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. In tabel 4.2 is een overzicht gegeven van de grenswaarden. Tabel 4.2: Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer. stof jaargemiddelde uurgemiddelde 24-uursgemiddelde Opmerkingen NO2 40 µg/m3 200 µg/m3 n.v.t. Uurgemiddelde mag 18x per jaar worden overschreden PM2,5 25 µg/m3 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 3 3 PM10 40 µg/m n.v.t. 50 µg/m 24-uursgemiddelde Mag 35x per jaar worden overschreden De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien aan één van de onderstaande voorwaarden is voldaan: a. de plannen niet leiden tot het overschrijden van een grenswaarde; b. de luchtkwaliteit ten gevolge van de plannen (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; c. de plannen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht.

Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBM bijdrage een bijdrage van minder dan 3% van de grenswaarde verstaan; d. het project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Verder is er met deze wijziging een wettelijke basis voor een Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit opgesteld. Luchtkwaliteit en goede ruimtelijke ordening Naast de bovenstaande bepalingen wordt in de Wet luchtkwaliteit een relatie gelegd met de Wet ruimtelijke ordening, in de zin van dat bij een nieuwe ontwikkeling er sprake moet zijn van een “goede ruimtelijke ordening”. Een dergelijke afweging wordt uiteindelijk gemaakt in samenspraak met de andere milieuaspecten. Gekeken naar het aspect luchtkwaliteit kan gesteld worden dat de huidige grenswaarden geen absolute bescherming bieden – ook onder de normen kunnen, vooral bij gevoelige groepen gezondheidseffecten optreden. In het algemeen geldt voor een goede luchtkwaliteit - hoe verder van een drukke weg (de belangrijkste bron van luchtvervuiling) hoe beter.

Onderzoek/ beoordeling De NSL monitoringstool, die behoort bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, is geraadpleegd voor 2018 en diverse prognosejaren (2020 en 2030) in de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10, PM2,5 en EC-concentratie langs de oostelijk gelegen N207 (Schoonhovenseweg). Volgens de NSL monitoringtool is de concentratie NO2, PM10, PM2,5 en EC-concentratie op de rekenpunten ruim onder de grenswaarden. Geconcludeerd wordt dat de Wlk de uitvoering van het project niet in de weg staat. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit ter hoogte van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Project is NIBM Het plan omvat het voortzetten van bestaand recreatief gebruik. Door de omvang van dit project is dit een project niet in betekenende mate. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Conclusie Het beoogd gebruik betreft geen gevoelige bestemming. Dit gebruik valt onder de noemer “kleine projecten”, zodat hoofdstuk 5, Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen) deze

24

Toelichting

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

planontwikkeling niet in de weg staat. 4.1.6 Externe veiligheid Wettelijk kader Bij Externe Veiligheid (EV) gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de opslag, productie of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de EV worden twee normstellingen gehanteerd: Het Plaatsgebonden risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers. Het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van het PR: rond inrichtingen, waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Risico's verbonden aan het transport van gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht in de diverse risicoatlassen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. Onderzoek/ beoordeling Risicokaart De Risicokaart geeft inzicht in de risico's in de woon- en werkomgeving.

Op de kaart staan meerdere soorten typen rampen, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Deze gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincie en de rijksoverheid. Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, is de Risicokaart geraadpleegd. De Risicokaart toont aan dat er in de omgeving van het plangebied geen risicovolle (Bevi-)inrichtingen, transportroutes gevaarlijke stoffen door buisleidingen of transportroutes gevaarlijke stoffen over water en spoor aanwezig zijn die een risicocontour hebben die over het plangebied ligt. Wegtransport Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied (een zone van 200 meter aan beide zijden) van de Provinciale weg (N207). Over deze weg vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Er is geen sprake van een PR 10-6 contour buiten de weg zelf en geen sprake van een relevant groepsrisico (in ieder geval kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde). Gezien de omvang van het plan zal het groepsrisico niet toenemen, omdat de personendichtheid niet wijzigt. Verdere maatregelen in het kader van externe veiligheid zijn niet nodig.

Niet gesprongen explosieven Uit ervaring blijkt dat circa 10 tot 15% van de gebruikte Conventionele Explosieven (CE) uit WOll tijd niet functioneerde en als blindganger in de bodem is achtergebleven. Een blindganger vormt een wezenlijk risico tijdens grondroerende werkzaamheden. In 2018 is historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van Niet Gesprongen explosieven (NGE) voor het grondgebied van de gemeente. Hieruit blijkt dat het plangebied onverdacht is voor wat betreft het voorkomen van NGE. Verder onderzoek naar NGE is niet noodzakelijk. Hoewel er geen indicaties zijn voor de aanwezigheid van NGE, kan niet met zekerheid worden gesteld dat die er niet zijn. Als men bij graafwerk stuit op een verdacht object, zijn passende maatregelen nodig. Conclusie Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die in de directe omgeving aanwezig zijn in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoeren van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Vanuit spoor-, vaarwegen, wegtransport, buisleidingen en inrichtingen gelden geen beperkingen voor het plangebied. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI), Besluit externe veiligheid Buisleidingen (BEVB) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) staat de uitvoering van dit gebruik dan ook niet in de weg.

Toelichting

25

bestemmingsplan De Vaartweg 2a, Stolwijk

4.2

Waterparagraaf

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. 4.2.1 Beleid Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het Waterbeheerplan HHSK 2016-2021, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, algemene regels bij de Keur, peilbesluiten, leggers en andere documenten (zie www.hhsk.nl/diensten/publicaties). In deze documenten heeft HHSK de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard vastgelegd. HHSK streeft ernaar om samen met gemeenten als partners op te trekken.

Er moet worden ingezet op intensief overleg met gemeentebesturen voor het kunnen realiseren van projecten. De ruimtelijke ordening en de waterhuishouding moeten in onderlinge relatie worden ontwikkeld. Op basis van ervaring en deskundigheid adviseert HHSK over de mogelijkheden voor een duurzaam watersysteem. De laatste jaren is het inzicht gegroeid dat op een duurzamer wijze met het stedelijk waterbeheer dient te worden omgegaan, mede gezien de klimaatveranderingen. Aandachtspunten voor het duurzame stedelijk waterbeheer zijn het minimaliseren van wateroverlast, het realiseren van voldoende waterberging waarbij zoveel mogelijk een ecologische inrichting wordt nagestreefd, het verantwoord afkoppelen van verhard oppervlak en het voorkomen van diffuse verontreinigingen door toepassing van duurzame bouwmaterialen. De visie is uitgewerkt in een concreet maatregelenplan: het woongenot, de belevingswaarde en de recreatieve mogelijkheden op en in het water voor burgers nemen toe; de waterkwaliteit voldoet tenminste aan de algemene milieukwaliteitseisen; het waterhuishoudkundig systeem kent goede aan- en afvoermogelijkheden, waarbij de doorspoelbaarheid en de mogelijkheid om onder normale omstandigheden het waterpeil binnen zekere marges te handhaven, voldoende worden gewaarborgd; het watersysteem is zo ingericht dat het de ontwikkeling van biologisch gezond water bevordert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=d0187324-988d-490e-b29e-34368e06fa67