CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL - 03 Ruimtelijke onderbouwing.pdf

Raadsvergadering 18 april 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Omgevingsvergunning Opperduit 182 te Lekkerkerk26.536 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Deze structuurvisie bevat een lange termijnvisie op het buisleidingentransport van gevaarlijke stoffen. Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een ruimtelijk plan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te nemen en het groepsrisico te verantwoorden. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Als onderdeel van het Bevt is op 1 april 2015 tevens het basisnet in werking getreden. Het basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de regeling ligt vast wat de maximale risico’s voor omwonenden mogen zijn. Die begrenzing was er tot nu toe niet.

Bovendien zorgt het basisnet ervoor dat gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het buitenland vervoerd kunnen blijven worden. Indien een ruimtelijk plan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een (basisnet)transportroute voor gevaarlijke stoffen, moet in de toelichting ingegaan worden op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met de personen die a) in dat gebied reeds aanwezig zijn, b) in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan redelijkerwijs te verwachten zijn en c) de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan betrekking heeft. Planspecifiek In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is bepaald dat woningen kwetsbare objecten zijn. Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig zijn is de risicokaart geraadpleegd. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van deze kaart.

25

Uitsnede risicokaart (plangebied zwart omcirkeld)

Transport gevaarlijke stoffen Het plangebied is gelegen op ca. 150 m ten noorden van de binnenvaartroute Corridor Amsterdam - Rijn, die onderdeel is van Basisnet water. Omdat het plangebied deels binnen een afstand van 200 m van de Lek is gelegen, moet, ondanks dat de woning binnen 200 m afstand een bestaande woning betreft, volgens artikel 7 van het Bevt een beknopte verantwoording van het groepsrisico opgesteld worden. Het groepsrisico is niet hoger dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, waarmee artikel 8 lid 1 van het Bevt buiten beschouwing kan worden gelaten. Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om de taken goed uit te voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het geschikte aanvalswegen, bluswatervoorzieningen en de aanbevolen opkomsttijd. Het plangebied moet goed bereikbaar zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen. Het plangebied is vanuit minimaal twee richtingen bereikbaar. Voor bluswatervoorzieningen kan gebruik worden gemaakt van het oppervlaktewater in de omgeving. Uit advies van de veiligheidsregio zal moeten volgen of de opkomsttijd acceptabel is en eventueel maatregelen benodigd zijn.

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Binnen het plangebied worden geen functies voorzien die specifiek bedoeld zijn voor minder zelfredzame personen. Indien minder zelfredzame personen aanwezig zijn, wordt er van uitgegaan dat zij met behulp van valide personen in veiligheid kunnen worden gebracht. De mogelijkheden om op eigen kracht te kunnen vluchten nemen toe door (nood)uitgangen en vluchtroutes zoveel mogelijk loodrecht van de waterweg af te richten. Op die manier worden vluchtende personen afgeschermd door de bebouwing zelf. In geval van een calamiteit is een vroegtijdige alarmering van levensbelang om ervoor te zorgen dat de aanwezigen veilig kunnen vluchten. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem en risicocommunicatie. In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Vluchtroutes dienen zichtbaar en duidelijk te worden aangeduid. Inrichtingen Er zijn geen inrichtingen aanwezig waarvan de risicocontouren binnen het plangebied gelegen zijn.

26

Buisleidingen Uit de risicokaart komt naar voren dat op een afstand van ca. 950 m van het plangebied buisleidingen zijn gelegen. Het betreft aardgastransportleidingen. Gezien de ruime afstand van het plangebied tot aan de aardgastransportleidingen, zullen de aardgastransportleidingen geen belemmering vormen. Hoogspanningslijnen Het plangebied ligt niet binnen de indicatieve veiligheidszone van een hoogspanningslijn, waarbinnen beperkingen gelden voor nieuwe stralingsgevoelige objecten. Conclusie Gezien het voorgaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7 Ecologie Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming kan volgen uit de aanwijzing van een gebied. Wat betreft soortenbescherming is per 1 januari 2017 de Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kunnen voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten’ vrijstellingbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menig soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.

Planspecifiek Er is een quickscan Wet natuurbescherming (Bui-TeGewoon, d.d. november 2021, zie bijlagen bij toelichting bijlage 4) uitgevoerd. De planlocatie is zowel middels een bureauonderzoek als door middel van een veldonderzoek beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en situaties in het kader van de Wet Natuurbescherming en op de ligging ten opzichte van beschermde natuurgebieden. Gebleken is dat er geen effecten zullen optreden die van invloed zijn op beschermde gebieden. Met betrekking tot soortbescherming leiden de bevindingen niet tot de noodzaak voor het aanvragen van ontheffingen of een specialistisch vervolgonderzoek, mits aan mitigerende en compenserende voorwaarden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt voldaan.

27

In de navolgende tabel zijn de conclusies weergegeven.

Samenvattingstabel met conclusie en resultaten quickscan flora en fauna (bron: Bui-TeGewoon, d.d. november 2021)

In aanvulling op de rapportage van november 2021 is een notitie opgesteld waarin de vragen van de gemeente Krimpenerwaard/Omgevingsdienst Midden-Holland over amfibieën zijn beantwoord (BuiTeGewoon, d.d. 18 februari 2022, zie bijlagen bij toelichting bijlage 5). In de notitie wordt geconcludeerd dat er met voldoende zekerheid is aangetoond dat beschermde soorten (amfibieën) niet aanwezig kunnen zijn en dat er geen aanvullend onderzoek naar de rugstreeppad uitgevoerd hoeft te worden.

4.8 Waterhuishouding Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. 4.8.1 Generiek beleid Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan.

28

Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21e eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd:

•

•

vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.

Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de Waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water.

Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. 4.8.2 Beleid Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Het plangebied valt onder Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. De missie van dit hoogheemraadschap luidt: ‘Droge voeten en schoon water’. Deze missie heeft betrekking op de veiligheid en de waterkwaliteit, en is uitgewerkt in het missiestatement: veiligheid voor inwoners en bedrijven, voldoen aan de complexe wateropgave in stedelijk en landelijk gebied, efficiënt en doelmatig werken, oog voor het waterschap als functionele overheid en voor de wijze waarop de organisatie naar buiten treedt. Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar de watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang. Zo wordt het verlies aan waterberging in de bodem gecompenseerd. Uit berekeningen zal blijken hoeveel ruimte voor compenserende waterberging nodig is. De aanleg van de bergingsvoorziening komt voor rekening van plannemer van de ruimtelijke ingreep.

Waterbeheerplan Schieland en de Krimpenerwaard 2016 - 2021 Het Waterbeheerplan bevat de hoofdlijnen van het beleid voor de taken van het hoogheemraadschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies, en het wegenbeheer in de regio Midden-Holland. HHSK zorgt voor bescherming tegen overstromingen, een passend waterpeil, schoon oppervlaktewater, de zuivering van afvalwater en de wegen, opdat mensen hier kunnen wonen, werken en recreëren.

29

De veranderende maatschappelijke en fysieke omstandigheden geven richting aan de accenten binnen het waterbeheer. Deze accenten vormen de rode draad voor het werk van het hoogheemraadschap in de komende planperiode: HHSK staat voor doelmatig en duurzaam waterbeheer en staat in directe verbinding met de omgeving. Zo blijft het mogelijk bij het uitvoeren van de waterschapstaken soepel mee te bewegen met de klimatologische, technische en maatschappelijke ontwikkelingen. Duurzaam financieel beheer blijft de basis. 4.8.3 Watertoets De ‘watertoets’ is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. In de waterparagraaf worden de watertoets en de uitkomsten van een eventueel overleg opgenomen. Planspecifiek In het kader van de watertoets worden de voor onderhavig plan relevante waterthema's beschouwd. In onderhavige situatie is sprake van herstructurering van een perceel in het buitengebied. Waar mogelijk zal het hemelwater op een duurzame manier worden geborgd. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren.

Er wordt dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmeringen verwacht ten aanzien van uitvoering van het plan. Watercompensatie In de huidige situatie is het grootste deel van het erf verhard. In de beoogde situatie wordt een groot deel van deze verharding weggenomen en wordt groen aangeplant. Omdat er verharding wordt verwijderd, is er sprake van een verbetering ten opzichte van de huidige situatie en is watercompensatie niet aan de orde. Waterkeringen en watergangen Om te bepalen of er belangen van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard betrokken zijn bij voorliggend plan is de legger van het hoogheemraadschap geraadpleegd. Op navolgende afbeelding is een uitsnede van de legger weergegeven.

Legger HHSK (plangebied zwart omkaderd)

30

In en nabij het plangebied bevindt zich de beschermingszone van een primaire waterkering. Deze reikt zelfs verder dan de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' in het geldende bestemmingsplan. De watergangen in het plangebied zijn in de legger aangewezen als ‘water’ of als 'overig water'. Uit de beleidsregels bij de keur blijkt dat er door het hoogheemraadschap vergunning kan worden verleend voor de verschillende werkzaamheden die plaatsvinden binnen de beschermingszone van de waterkering. Het plan dient daarom ter toetsing voorgelegd te worden aan het hoogheemraadschap. Riolering en afkoppeling Het hemelwater vanaf de toekomstige verharding infiltreert in de bodem of vloeit af naar het oppervlaktewater. Er zal geen gebruik worden gemaakt van uitlogende materialen. Conclusie Er is een vergunning van het hoogheemraadschap vereist voor de werkzaamheden in de beschermingszone van de waterkering. Ook voor de ingrepen aan watergangen is een vergunning vereist. De overige wateraspecten vormen geen belemmeringen voor het initiatief.

4.9 Archeologie In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen de bepalingen over omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving van de Erfgoedwet overgaan naar de Omgevingswet. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Onder andere de Monumentenwet is hierin opgegaan. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet stelt namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'. Planspecifiek De gemeente Krimpenerwaard beschikt over een archeologische beleidskaart voor haar grondgebied. Het plangebied behoort tot de categorieën 3 en 4 (zie navolgende afbeelding).

In deze zones is er een onderzoeksverplichting bij bodemingrepen dieper dan respectievelijk 0,3 m en 1,5 -Mv en groter dan respectievelijk 100 m² en 1.000 m².

Uitsnede archeologische beleidskaart (plangebied is zwart omkaderd)

De locatie van de beoogde te realiseren woning valt binnen categorie 3 met een onderzoeksplicht voor bodemingrepen met oppervlakte van groter dan 100 m² en dieper dan 0,3 -Mv. De beoogde woning heeft een omvang van ca. 9 x 13,5 m. Tevens wordt de woning onderkelderd met een oppervlakte van ca. 60 m². Gezien de omvang van de nieuw te realiseren woning geldt in beginsel een onderzoeksplicht.

31

In overleg met de Omgevingsdienst Midden-Holland is afgesproken dat een archeologisch onderzoek niet benodigd is. Uit de raadpleging van historische kaarten blijkt dat de locatie van de nieuw te realiseren woning volgens de kadastrale kaart 1811-1832 geen onderdeel uitmaakte van het historische erf aan de Opperduit 182, maar altijd in gebruik is geweest ten behoeve van agrarische doeleinden. Tevens is een aanzienlijk deel van de beoogde woning boven op een slootdemping voorzien. Geconcludeerd wordt dat tegen de sloop van voormalige agrarische bebouwing en de nieuwbouw van de woning geen bezwaren bestaan in archeologisch opzicht. Er worden ter plaatse van de nieuwbouw immers geen archeologische waarden verwacht. Bij de sloopwerkzaamheden worden de (hei)palen niet verwijderd. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.

4.10 Cultuurhistorie Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Ruimtelijke plannen zijn een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Planspecifiek Het voorgenomen plan betreft de functiewijziging van een karakteristieke boerderij naar burgerwoning. Tevens is er een karakteristieke schuur bij de boerderij gesitueerd. De boerderij en de schuur blijven behouden, zoals ook volgt uit toelichting paragraaf 2.2, waarmee de karakteristieke waarden niet verloren gaan. Verder zijn binnen de directe omgeving van het plangebied geen gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied worden er dan ook geen cultuurhistorische waarden negatief beïnvloed.

4.11 Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. 4.11.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn kencijfers voor de verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt. Planspecifiek Het voorgenomen plan voorziet in het gebruiken van de voormalige bedrijfswoning als burgerwoning en de realisatie van een vrijstaande woning. Het aantal woningen in het plangebied neemt daarmee met één toe.

Volgens de kencijfers van CROW-publicatie 381 bedraagt de gemiddelde verkeersgeneratie van een

32

vrijstaande koopwoning in het buitengebied 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Daarentegen komt de verkeersgeneratie als gevolg van agrarische bedrijfsactiviteiten, die tot medio 2019 nog plaatsvonden en zwaar verkeer aantrokken, te vervallen. Naar verwachting zal er sprake zijn van een afname aan verkeersgeneratie ten opzichte van de oorspronkelijke situatie. De bestaande woning aan de zuidzijde van het plangebied zal, gelijk aan de huidige situatie, ontsloten worden via de inrit die direct aansluit op de Opperduit. De nieuwe woning wordt met een eigen inrit aan de noordoostzijde ontsloten. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van het bestaande bruggetje en de Hoekseweg, waarmee de Opperduit bereikt kan worden. Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) heeft een vergunning verleend voor dit bruggetje en de bijbehorende inrit. HHSK is de wegbeheerder van de Hoekseweg en heeft akkoord gegeven op deze wijze van ontsluiten. Conclusie Het aspect 'verkeer' vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.11.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte.

Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeren is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard' (vastgesteld op 29 januari 2019). Hierin wordt verwezen naar de gemiddelde parkeernormen van het CROW en dient op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid voorzien te worden. Planspecifiek Het voorgenomen plan voorziet in het gebruiken van de voormalige bedrijfswoning als burgerwoning en de realisatie van een vrijstaande woning. De navolgende tabel geeft de parkeerbehoefte weer in de toekomstige situatie, gebaseerd op de CROW-publicatie 381. functie

aantal woningen

koop, huis, vrijstaand Totaal

2 2

parkeernorm (weinig stedelijk, buitengebied) 2,4 -

parkeerbehoefte 4,8 4,8

De parkeerbehoefte voor de voorgenomen ontwikkeling betreft afgerond vijf parkeerplaatsen. Er is binnen het plangebied (op eigen terrein) voldoende ruimte voor 5 parkeerplaatsen. Daarmee zijn er geen belemmeringen vanuit het aspect parkeren.

33

5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid Onder andere naar aanleiding van een omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sublid 2 en 3 van de Wabo wordt afgeweken van het bestemmingsplan, dient onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van de vergunning. In principe dient bij deze vergunningverlening tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. De vaststelling van zo’n plan kan achterwege blijven indien:

• • •

het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of de vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, Wro niet noodzakelijk is; en het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, Wro niet noodzakelijk is.

Planspecifiek De gemeente heeft ten behoeve van het project met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afgesloten. In deze overeenkomst is onder ander de betaling van eventuele tegemoetkoming in de planschade. De kosten zijn dankzij de overeenkomst anderszins verzekerd, waardoor een exploitatieplan niet nodig is. De overige kosten worden door middel van leges op de initiatiefnemer verhaald. Het voorgenomen plan is hierdoor financieel uitvoerbaar.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo, die in strijd is met het bestemmingsplan en waarvoor slechts een omgevingsvergunning kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sublid 3 Wabo, stelt artikel 3.10 Wabo dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Voor de uitgebreide procedure geldt afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit houdt in dat het ontwerpbesluit conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd wordt. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen (artikel 3.12 lid 5 Wabo). Alleen belanghebbenden kunnen in beroep gaan. De Wabo voegt hier aan toe dat het ontwerpbesluit en/of het definitieve besluit op grond van de Wabo of het Besluit omgevingsrecht in bepaalde specifieke gevallen aan specifiek personen of instanties wordt gestuurd. Participatie De initiatiefnemer heeft de omwonenden van Opperduit 13, 168, 176, 178, 194 en 196 geïnformeerd over het initiatief. De bevindingen van de omwonenden zijn door de initiatiefnemer samengevat in een verslag (zie bijlagen bij toelichting bijlage 6).

34

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Opperduit 182 Lekkerkerk kenmerk Waders Milieu BV: 21431001A

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Opperduit 182 Lekkerkerk kenmerk Waders Milieu BV: 21431001A

opdrachtgever:

Adviesburo Hogendoorn te Bergambacht

datum rapport:

7 januari 2022

kenmerk:

21431001A

status:

Definitief

uitgevoerd door:

Waders Milieu BV

projectleider en rapporteur:

Agatha van Gent - Blankesteijn | gent@wadersmilieu.nl

autorisatie:

ing. Johan van Beek

Waders Milieu BV | Kouwe Hoek 18 | 2741 PX Waddinxveen | 0182-244500 | www.wadersmilieu.nl

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING ........................................................................................................... 4

2

VOORONDERZOEK ................................................................................................ 5 2.1 Werkwijze .................................................................................................... 5 2.2 Resultaten vooronderzoek .............................................................................. 5 2.2.1 Onderzoekslocatie ................................................................................... 5 2.2.2 Omgeving............................................................................................... 6 2.3 Hypothese en onderzoeksopzet ....................................................................... 7

3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................... 8 3.1 Uitvoering veldonderzoek ............................................................................... 9 3.2 Resultaten veldonderzoek ............................................................................... 9 3.3 Laboratoriumonderzoek ................................................................................. 10 3.4 Analyseresultaten ......................................................................................... 10 3.5 Deelconclusie verkennend bodemonderzoek .................................................... 11

4

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................ 12 4.1 Resultaten ................................................................................................... 12 4.2 Conclusies ................................................................................................... 12 4.3 Aanbevelingen ............................................................................................. 12

BIJLAGEN

1|

Tekening

2|

Boorprofielen met legenda, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk en foto’s

3|

Analysecertificaten

4|

Toetsing analyseresultaten

5|

Achtergrondinformatie

6|

Documenten vooronderzoek

1

INLEIDING

In opdracht van Adviesburo Hogendoorn te Bergambacht is door Waders Milieu BV in december 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse van de Opperduit 182 te Lekkerkerk. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning. Men is voornemens een nieuwe woning te bouwen. Doelstelling Het algemene doel van het onderzoek is het vaststellen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit. De doelstelling per deelonderzoek is in de volgende hoofdstukken weergegeven. Indeling rapport In de rapportage worden de resultaten van de deelonderzoeken in achtereenvolgende separate hoofdstukken uitgewerkt. Het rapport sluit af met een samenvatting met conclusies en aanbevelingen. Verantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen1. Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses uitgevoerd wordt. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is. Het onderzoek is, voor zover van toepassing, onder certificaat (KWALIBO) uitgevoerd, maar een bodemonderzoek is geen partijkeuring.

Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van een af te voeren partij (grond of verhardingsmaterialen) verlangd worden. Tenslotte wordt opgemerkt dat Waders Milieu BV geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de onderzochte locatie.

1

De gebruikte normen en richtlijnen zijn in de navolgende hoofdstukken weergegeven

21431001A | Opperduit 182 Lekkerkerk

4

2

VOORONDERZOEK

Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 57252, aanleiding A3. 2.1

Werkwijze

Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de omgeving. De volgende bronnen zijn geraadpleegd: ▪ het Kadaster; ▪ de opdrachtgever; ▪ de gemeente en/of omgevingsdienst (omgevingsdienst Midden Holland); ▪ het Bodemloket en Topotijdreis.nl; ▪ de Grondwaterkaart van Nederland, de Bodemkaart van Nederland en/of het DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Relevante documenten en foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 1. 2.2

Resultaten vooronderzoek

2.2.1

Onderzoekslocatie

Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergeven in tabel 1. Tabel 1

Topografische en algemene gegevens locatie

Algemeen Adres onderzoekslocatie

Opperduit 182 Lekkerkerk

Gemeente

Krimpenerwaard

Kadastrale aanduiding

Gemeente Lekkerkerk, sectie C, perceel 11216

Artikel 55

Ten aanzien van dit perceel is een aantekening in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen, hetgeen inhoudt dat bij het Kadaster bodeminformatie is geregistreerd

Oppervlakte perceel

8.362 m2

Oppervlakte onderzoekslocatie

Circa 500 m2

X-coördinaat

109.397

Y-coördinaat

434.908

Huidig gebruik De locatie heeft een agrarische functie, namelijk grasland bij een boerderij met erf. De bemonstering kan handmatig worden uitgevoerd. Het maaiveld is namelijk grotendeels onverhard (er ligt bijvoorbeeld geen puin of asfalt) en de bodem zelf bevat geen puin. Tijdens de visuele inspectie van de locatie zijn geen bodembedreigende activiteiten aangetroffen. Echter is wel bekend dat ter plaatse van de locatie een gedempte sloot aanwezig is, deze is 2 3

NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoering van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek

21431001A | Opperduit 182 Lekkerkerk

5

afgekocht door Stichting Bodembeheer Krimpenerwaard (SBK). In bijlage 1 is een situatietekening opgenomen. Historisch gebruik De locatie heeft van oorsprong een agrarische functie, namelijk grasland op een boerderij met erf. Op de locatie is in het verleden een boomgaard aanwezig geweest daarom is de grond verdacht op de aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen (OCB). Uit de website topotijdreis.nl blijkt het volgende: ▪ op de locatie is nooit bebouwing aanwezig geweest. Op het perceel, ten zuiden van de locatie is sinds 1850 d.d. bebouwing aanwezig; ▪ de huidige bebouwingen dateren van tussen 1862 en 1980. Van de locatie is een bodemonderzoeksrapport bekend. In tabel 2 zijn gegevens uit dit rapport beknopt weergegeven. Relevante onderdelen van het rapport zijn opgenomen in bijlage 6. Tabel 2

Voorgaande bodemonderzoeken

Opperduit 182

Slootdempingen Krimpenerwaard

Type onderzoek

Bijzonder inventariserend onderzoek

Onderzoeksbureau

Ingenieursbureau Grabowsky & Poort BV

Datum rapport

April 1994

Kenmerk rapport

IBS-locatie 366/033

Aanleiding

Nagaan van de herkomst en samenstelling van slootdempingen

Conclusies

De demping heeft met vergunning plaatsgevonden in 1973. Volgens de beschikbare gegevens omvat het dempingsmateriaal bouw- en sloopafval. Voor zover bekend is er gestort door Heuvelman N.V. uit Krimpen a/d IJssel. De gegevens die over het dempingsmateriaal beschikbaar zijn wijzen niet in de richting van bodemverontreiniging. De vervoerder geeft geen aanleiding de stort te verdenken en de stort kan ook niet in verband gebracht worden met een andere (verdachte) locatie.

Toekomstig gebruik Men is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie nieuwbouw van een woning te realiseren. Asbest Om vast te stellen of de bodem van de locatie op voorhand verdacht is op aanwezigheid van asbest, zijn de volgende acties uitgevoerd: ▪ globale inspectie van de locatie (maaiveld en gebouwen); ▪ bestuderen luchtfoto's; ▪ verzamelen informatie over ophogingen, dempingen en/of stort afval of puin. De genoemde werkzaamheden hebben niet geleid tot de hypothese ‘asbestverdachte locatie’. 2.2.2 Omgeving Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en de directe omgeving tot een afstand van maximaal 25 meter. Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente. Het gebied wordt in hoofdzaak benut voor agrarische doeleinden. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd.

21431001A | Opperduit 182 Lekkerkerk

6

Bodembedreigende activiteiten Van de directe omgeving zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten. Voorbeelden zijn (ondergrondse) brandstoftanks, een olie-benzine-afscheider of calamiteiten. Expliciete bronnen van PFAS (inclusief GenX) zijn niet bekend. Bodeminformatie Van de omgeving zijn geen (relevante) bodemonderzoeksrapporten bekend. Bodemopbouw en geohydrologie De locatie is opgenomen in rapport GWK 22 en gelegen op kaartblad 38 west. Regionaal bestaat de bodem tot 10 meter min maaiveld (m-mv) uit klei en veen met plaatselijk een zandlaag. De regionale grondwaterstroming in het watervoerend pakket is niet eenduidig af te leiden. De freatische stroming zal sterk beïnvloed worden door de rivier(stand) en de poldersloten. De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Achtergrondgehalten De omgevingsdienst Midden Holland beschikt over een (regionale) bodemkwaliteitskaart. De uitkomsten van het onderzoek kunnen met de in deze kaart genoemde achtergrondgehalten worden vergeleken. Over het algemeen vindt dit echter alleen plaats als in de grondmonsters matig of sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond. 2.3

Hypothese en onderzoeksopzet

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt verwacht dat op de locatie sprake zal zijn van aanwezigheid van bodemverontreiniging (verdachte locatie). Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 57404. Het algemene doel van verkennend bodemonderzoek is: het vaststellen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit. Volgens de NEN 5740 is de doelstelling in deze situatie als volgt: het bepalen van de aard van een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond en het freatische grondwater boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde wordt aangetroffen. In onderstaande tabel is de gehanteerde onderzoeksstrategie (NEN 5740) en de daarop gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden schematisch weergegeven.

4

NEN 5740+A1, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016

21431001A | Opperduit 182 Lekkerkerk

7

Tabel 3

Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek

Onderzoekslocatie Verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen

Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters

Boring tot 0,5 m in de verdachte laag

én boring tot onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 m

én boring met peilbuis

Grond (verdachte laag)

Grondwater

3*

1

1

2

1

Standaardpakket

Standaardpakket

bodem5 en 1x OCB

grondwater6

* waarvan 2 boringen in de gedempte sloot

5

6

Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10), PCB (7) en het lutum- en organische stofgehalte Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC)

21431001A | Opperduit 182 Lekkerkerk

8

3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK

In dit hoofdstuk is het uitgevoerde onderzoek omschreven volgens de opzet en de doelstelling in de vorige paragraaf. 3.1

Uitvoering veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van Waders Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor de SIKB-procescertificaten voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 20007) en de protocollen 20018 en 20029. Op 7 december 2021 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. De verrichte boringen en de geplaatste peilbuis zijn gecodeerd vanaf nr. 1. Het grondwater is bemonsterd op 15 december 2021. Gelijktijdig zijn de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 1). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. 3.2

Resultaten veldonderzoek

Bodemopbouw In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 4 omschreven. Tabel 4

Globale bodemopbouw onderzoekslocatie

Traject (m-mv)

Lithologische beschrijving

0,0 - 2,0

Klei, matig siltig, plaatselijk veen

m-mv

=

meter minus maaiveld

Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn geen bijmengingen aangetroffen. Op het maaiveld en in het omhoog gebrachte materiaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Bij de overige boringen zijn geen bijzonderheden (waaronder olie-indicaties en/of bodemvreemde materialen aangetroffen, die kunnen duiden op aanwezigheid van bodemverontreiniging. Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 5 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 5

Veldmetingen grondwater

Peilbuis

Datum monstername

Grondwaterstand (m-mv)

Zuurgraad (-)

Geleidbaarheid (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

15-12-2021

0,46

6,8

718

22,1

5-1-1

7 8

9

Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters

21431001A | Opperduit 182 Lekkerkerk

9

De in tabel 5 genoemde waarden aan zuurgraad en geleidbaarheid kunnen als normaal worden beschouwd. De troebelheid is hoger dan 10 NTU. Ondanks goed voorpompen en een laag afpompdebiet is geen helder watermonster verkregen. Dit kan van invloed zijn op het analyseresultaat (van met name organische parameters). Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 6 zijn de waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven. Tabel 6

Waarnemingen grondwater

Peilbuis

Zintuiglijke waarnemingen

Goed-/slechtlopend

Belucht

Geen

Goedlopend

Niet belucht

5-1-1

3.3

Laboratoriumonderzoek

De monsters zijn aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld. De resultaten van het veldonderzoek geven geen aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken of andere analyses uit te voeren dan conform de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3). In tabel 7 zijn de voor analyses geselecteerde monsters en de stoffen waarop de monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven. Tabel 7

Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters Boringen

Traject (m-mv)*

Geanalyseerde parameters

MM-1

1 en 2

0,0 - 0,7

Standaardpakket bodem, lutum en organische stof

MM-2

3 t/m 5

0,0 - 0,5

Standaardpakket bodem, OCB, lutum en organische stof

5

1,0 - 2,0

Standaardpakket grondwater

Monstercode

Grond

Grondwater 5-1-1 MM *

3.4

= =

mengmonster het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven

Analyseresultaten

De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond-/streef10- en interventiewaarden. De analyseresultaten van de grond zijn ook indicatief 11 getoetst volgens het Besluit12 en de Regeling13 bodemkwaliteit. Deze toetsing geeft een indicatie van toepassingsmogelijkheden zodra grond wordt afgevoerd. De toetsing doet geen uitspraak over

10

11

12 13

Het betreffen de door de gemeente vastgestelde locatiespecifieke achtergrondwaarden (zie bodemkwaliteitskaart) en/of de landelijk vastgestelde generieke waarden (AW2000) Mogelijke klassen zijn: ‘Altijd toepasbaar’, ‘Klasse Wonen’, ‘Klasse Industrie’, ‘Niet toepasbaar’ en ‘Nooit toepasbaar’ Besluit van 22 november 2007 Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397. Tevens zijn navolgende wijzigingen van de Regeling van toepassing

21431001A | Opperduit 182 Lekkerkerk

10

de (gezondheids)risico’s bij het gebruik van de grond. De toetsingen zijn opgenomen in bijlage 4. Informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. In onderstaande tabellen is het resultaat van de toetsing14 opgenomen voor respectievelijk de grond en het grondwater. Tabel 8

Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing

Monstercode

Boringen

Grondsoort*

Bijmengingen**

Resultaat toetsing***

MM-1

1 en 2

Klei

-

Licht: kwik, (0,17), molybdeen Wonen (1,6), lood (58), zink (150) en PCB (0,028)

MM-2

3 t/m 5

Klei

-

Licht: koper (41), kwik (0,16), Wonen molybdeen (1,9), lood (68), zink (160), PCB (0,021) en PAK (2,2)

MM * ** *** ****

-

= = = = = =

Tabel 9

mengmonster indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in de bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit met het oog op afvoer geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden

Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing

Monstercode

Peilbuis

Resultaat toetsing*

5-1-1

5

Licht: barium (100)

*

-

Klasse indeling****

= =

mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in µg/l geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden

Zoals eerder aangegeven duidt de troebelheid van het grondwater op een onvoldoende helder watermonster. Dit heeft de resultaten van het bodemonderzoek echter niet negatief beïnvloed. In het grondwater zijn namelijk geen matig of sterk verhoogde gehalten aangetoond. 3.5

Deelconclusie verkennend bodemonderzoek

Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'verdachte locatie' voor het verkennend bodemonderzoek stand houdt. Zware metalen, PCB en PAK zijn in de vaste bodem aangetoond in een gehalte waarbij in lichte mate sprake is van verontreiniging. De verhoogde concentratie barium in het grondwater heeft waarschijnlijk een natuurlijke oorsprong (niet veroorzaakt door menselijk handelen). De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. 14

•

•

• •

niet verhoogd: het gehalte overschrijft de achtergrond-/streefwaarde niet; er is in principe sprake van een ‘schoon’ monster (NB: ook de als licht verhoogd gerapporteerde ‘parameters * factor 0,7’ kunnen als ‘niet verhoogd’ worden beschouwd, indien alle individuele parameters de detectiegrens AS3000 niet overschrijden) licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrond-/streefwaarde, maar de tussenwaarde (het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde) wordt niet overschreden. De verontreiniging is naar verwachting dermate gering dat veelal geen nadere actie (onderzoek of sanering) noodzakelijk is matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek kan worden aanbevolen om te bepalen of er inderdaad sprake is van relevante bodemverontreiniging sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. Nader onderzoek naar de aard, mate, omvang en oorzaken van de verontreiniging is in de meeste gevallen noodzakelijk

21431001A | Opperduit 182 Lekkerkerk

11

4

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In december 2021 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Opperduit 182 te Lekkerkerk. Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning. 4.1

Resultaten

In onderstaande tabel zijn de resultaten van het onderzoek weergegeven. Tabel 10

Resultaten

Vooronderzoek Werkwijze vooronderzoek

NEN 5725, aanleiding A

Oppervlakte onderzoekslocatie

Circa 500 m2

Gebruik locatie

Agrarische functie

Bijzonderheden

Geen

Bodemonderzoek Strategie bodemonderzoek

NEN 5740, verdachte locatie

Bodemopbouw tot 2,0 m-mv

Klei

Grondwaterstand

0,5 m-mv

Bijmengingen of bijzonderheden

-

Analyseresultaten

bovengrond

Licht: koper, kwik, molybdeen, lood, zink, PCB en PAK

grondwater

Licht: barium

4.2

Conclusies

Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'verdachte locatie' voor het verkennend bodemonderzoek stand houdt. Zware metalen, PCB en PAK zijn in de vaste bodem aangetoond in een gehalte waarbij in lichte mate sprake is van verontreiniging. De verhoogde concentratie barium in het grondwater heeft waarschijnlijk een natuurlijke oorsprong (niet veroorzaakt door menselijk handelen). De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. 4.3

Aanbevelingen

De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek te adviseren. Het onderzoek is, voor zover van toepassing, onder certificaat (KWALIBO) uitgevoerd, maar een bodemonderzoek is geen partijkeuring. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van een af te voeren partij (grond of verhardingsmaterialen) verlangd worden. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten.

21431001A | Opperduit 182 Lekkerkerk

12

Bijlage | 1 Tekening

21431001A

11217 10796

10795 Hoekseweg

8391

10794

10801

168 1

4

10793 5

8146 9144 2

3

9715

10885 10789

10790

176 10884 11216

10788 178 10792

1710 10791 10378

10941 10942

10943

10469

10458 182 11288 10459

10461 1000 9192

10468

Projectnaam: Opperduit 182, Lekkerkerk Type: Verkennend bodemonderzoek achterste deel Omschrijving: Situatietekening Projectnr: Bestandsnaam: 21431001A 21431001A Formaat: Datum: Getekend: A3 AvG 01-12-2021 Schaal: 7,5m 0m 1:750

LEGENDA Boring Peilbuis 25 1234

Huisnummer Perceelsnummer Onderzoekslocatie Bebouwing (buitenmuur) Perceelsgrens (Kadaster)

Waders Milieu BV

Topografie

Adres:

Begrenzing water

schaal omgevingskaart 1:10000 Aan de maten kunnen geen rechten worden ontleend.

Telefoon: E-mail: Internet:

Kouwe Hoek 18 2741 PX Waddinxveen 0182-244500 info@wadersmilieu.nl www.wadersmilieu.nl

grondwater

Tekeningnr: 1

Versie: 1 37,5m

Bijlage | 2 Boorprofielen met legenda Verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk Foto’s

Boring:

01

Boring:

02

Datum: Boormeester

7-12-2021 Jp Kalkman

Datum: Boormeester

7-12-2021 Jp Kalkman

0

0

weiland

0

0

Klei, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs

weiland Klei, zwak siltig, neutraalgrijs

1

1 40

Klei, matig siltig, neutraalgrijs

50

2

50 60

Veen, donkerbeige

70

Veen, donkerbeige

2

3 100

100

100

100

Boring:

03

Boring:

04

Datum: Boormeester

7-12-2021 Jp Kalkman

Datum: Boormeester

7-12-2021 Jp Kalkman

0

0

weiland

0

0

Klei, zwak siltig, neutraalgrijs

weiland Klei, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs

1

1

50

50

50

Klei, matig siltig, neutraalgrijs

60

Klei, matig siltig, neutraalgrijs

2

2 90 100

100

Boring:

05

Datum: Boormeester

7-12-2021 Jp Kalkman 0

0

100

weiland Klei, zwak siltig, neutraalgrijs

1

50

2 90

Klei, matig siltig, laagjes veen, neutraal beigegrijs

100

3

150

4

200

200

Pr oj e ct :

21431001A

Locatie:

Opperduit 182 Lekkerkerk

Getekend volgens NEN 5104

100

Veen, donkerbeige

Legenda (conform NEN 5104)

grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

matige olie-water reactie sterke olie-water reactie

Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10

Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000 Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

Zand, uiterst siltig

>10000

monsters

geroerd monster

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus volumering

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis

blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

VERKLARING ONAFHANKELIJKHEID UITVOERING VELDWERK

Projectcode: Locatie: Projectleider:

21431001A Opperduit 182 Lekkerkerk Agatha van Gent

BRL SIKB:

   

1000 2000 2100 6000

Monsterneming voor partijkeuringen Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek Mechanisch boren Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen en nazorg

Protocollen:

 

1001 1002

2001

    

2002 2003 2018 2101 6001

6002

Monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie Monsterneming voor partijkeuringen niet-vormgegeven bouwstoffen Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem Mechanisch boren Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden Milieukundige begeleiding van landbodemsanering met in-situ methoden

Ik verklaar dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. Naam:

Jan-Pieter Kalkman

Handtekening:

21431001A

Bijlage | 3 Analysecertificaten

Waders Milieu BV T.a.v. Agatha van Gent Kouwe Hoek 18 2741 PX WADDINXVEEN NETHERLANDS

Analysecertificaat Datum: 10-Dec-2021

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2021200369/1 21431001A Opperduit 182 Lekkerkerk 07-Dec-2021

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

21431001A Opperduit 182 Lekkerkerk

Eenheid

Analyse

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

1

2

Uitgevoerd

Uitgevoerd

% (m/m)

63.0

65.3

2021200369/1 08-Dec-2021 10-Dec-2021 10-Dec-2021/16:07 A,B,C 1/3

Voorbehandeling

Cryogeen malen Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

8.3

9.3

Gloeirest

% (m/m) ds

90

89

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

24.2

24.3

S

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

220

200

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.32

0.55

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

9.8

13

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

36

41

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.17

0.16

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

1.6

1.9

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

32

32

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

58

68

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

150

160

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

<11

13

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

5.9

11

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

<6.0

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

<35

<35

Minerale olie

S

Organo chloorbestrijdingsmiddelen, OCB

S

alfa-HCH

mg/kg ds

<0.0010

S

beta-HCH

mg/kg ds

<0.0010

S

gamma-HCH

mg/kg ds

<0.0010

S

delta-HCH

mg/kg ds

<0.0010

Nr. Uw monsteromschrijving

1

MM-1 (0-70)

2

MM-2 (0-50)

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

Grond (AS3000) Grond (AS3000)

12450008 12450009

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

21431001A Opperduit 182 Lekkerkerk

Eenheid

Analyse

S

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

1

2

Hexachloorbenzeen

mg/kg ds

<0.0010

S

Heptachloor

mg/kg ds

<0.0010

S

Heptachloorepoxide(cis- of A)

mg/kg ds

<0.0010

S

Heptachloorepoxide(trans- of B)

mg/kg ds

<0.0010

S

Hexachloorbutadieen

mg/kg ds

<0.0010

S

Aldrin

mg/kg ds

<0.0010

S

Dieldrin

mg/kg ds

<0.0010

S

Endrin

mg/kg ds

<0.0010

S

Isodrin

mg/kg ds

<0.0010

S

Telodrin

mg/kg ds

<0.0010

S

alfa-Endosulfan

mg/kg ds

<0.0010

Q

beta-Endosulfan

mg/kg ds

<0.0010

S

Endosulfansulfaat

mg/kg ds

<0.0020

S

alfa-Chloordaan

mg/kg ds

<0.0010

S

gamma-Chloordaan

mg/kg ds

<0.0010

S

o,p'-DDT

mg/kg ds

<0.0010

S

p,p'-DDT

mg/kg ds

<0.0010

S

o,p'-DDE

mg/kg ds

<0.0010

S

p,p'-DDE

mg/kg ds

0.0015

S

o,p'-DDD

mg/kg ds

<0.0010

S

p,p'-DDD

mg/kg ds

<0.0010

S

HCH (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0021

1)

S

Drins (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0021

1)

S

Heptachloorepoxide (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0014

1)

S

DDD (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0014

1)

S

DDE (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0022

S

DDT (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0014

S

DDX (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0050

S

Chloordaan (som) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0014

S

OCB (som) LB (factor 0,7)

mg/kg ds

0.015

S

OCB (som) WB (factor 0,7)

mg/kg ds

0.017

Nr. Uw monsteromschrijving

1

MM-1 (0-70)

2

MM-2 (0-50)

2021200369/1 08-Dec-2021 10-Dec-2021 10-Dec-2021/16:07 A,B,C 2/3

1)

1)

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

Grond (AS3000) Grond (AS3000)

12450008 12450009

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

21431001A Opperduit 182 Lekkerkerk

Analyse

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

Eenheid

1

2

2021200369/1 08-Dec-2021 10-Dec-2021 10-Dec-2021/16:07 A,B,C 3/3

Polychloorbifenylen, PCB

S

PCB 28

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

S

PCB 52

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

S

PCB 101

mg/kg ds

0.0021

0.0018

S

PCB 118

mg/kg ds

<0.0010

S

PCB 138

mg/kg ds

0.0067

2)

<0.0010 0.0057

2)

S

PCB 153

mg/kg ds

0.0087

3)

0.0065

3)

S

PCB 180

mg/kg ds

0.0082

0.0045

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=c5d52e0a-67b7-4eed-a715-4dc338027b9f