CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan t Hooge Zand 1-5 Bergambacht 12-2023

Raadsvergadering 4 juni 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Bestemmingsplan t Hooge Zand 1-5, Bergambacht20.039 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

- 36 -

december 2023

Toelichting – ’t Hooge Zand 5 en 1 Bergambacht

Wel is er door de betonnen keerwanden sprake van een afscherming vanaf de N478 richting het plangebied. Afgezien van het reeds bestaande kantoorgedeelte aan de oostkant van het plangebied zijn of komen er geen verblijfsruimte waar personen zich langdurig bevinden. Op het westelijke deel van het plangebied (voormalige sporthal / bowlingcentrum) zijn personen actief in de buitenruimte. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. 4.2.9 MER In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) 1994 is vastgelegd wanneer voor welke activiteiten een verplichting geldt tot het maken van een (project-)MER (onderdeel C) en is aangegeven in welke situaties voor welke activiteiten een m.e.r-beoordelingsplicht geldt (onderdeel D). Per 16 mei 2017 bestaat ook beneden de drempel van onderdeel D een m.e.r.-beoordelingsplicht. In de Wet milieubeheer, artikel 7.2, lid 1 onder b. wordt aangegeven dat bij algemene maatregel van bestuur (i.e. Besluit m.e.r.) activiteiten worden aangewezen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben.

Het 4e lid, artikel 7.2, stelt dat voor dergelijke activiteiten categorieën van besluiten worden aangewezen in het kader waarvan het bevoegd gezag aan de hand van de relevante criteria in bijlage III van de mer-richtlijn (artikel 7.17) een beslissing neemt of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. De beoogde ontwikkeling kan op voorhand worden aangemerkt als de volgende categorieën uit het Besluit m.e.r.:  D 11.3 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein; In het Besluit zijn nadere drempelwaarden opgenomen voor de verplichting aangaande het doorlopen van een formele m.e.r-beoordeling. De drempel, voor D.11.3 betreft dit een uitbreiding aan industrieterrein van 75 hectare of meer, wordt niet overschreden. De ontwikkeling waarbij een bestaande stedelijke functie wordt gewijzigd omvat per saldo circa 0,5 hectare als ‘nieuw’ bedrijfsterrein. Een formele m.e.r.-beoordeling is geenszins aan de orde. Alhoewel geen sprake is van een wettelijke verplichting tot het doorlopen van de uitgebreide m.e.r.-procedure en de m.e.r.-beoordeling, geeft de Wet milieubeheer aan dat voor de geplande activiteit in beginsel wel een vormvrije m.e.r.beoordelingsplicht van toepassing kan zijn. Deze beoordeling kan worden uitgewerkt in een zogenaamde aanmeldnotitie.

Bij een dergelijke beoordeling moet dan worden afgewogen of het project geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu die alsnog aanleiding kunnen geven tot het doorlopen van de uitgebreide procedure (o.g.v. bijlage III van de mer-richtlijn). Een activiteit heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu indien:  sprake is van een grote afstand tot gevoelige gebieden;  de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken hebben waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten;  de activiteit niet tot grote emissies leidt;  er sprake is van een klein ruimtebeslag. De hiervoor genoemde aspecten zijn van toepassing op deze ontwikkeling. Een nadere onderbouwing en motivering luidt als volgt: De afstand tot gevoelige gebieden, bijvoorbeeld in relatie tot de Wet natuurbescherming, is relatief groot (zie paragraaf 4.2.5). De ontwikkeling leidt niet tot belangrijke nadelige gevolgen of belemmeringen voor de omgeving of het milieu. Er is sprake van een stedelijke functie welke als economische drager en als stedelijke functie wordt voortgezet. Aangaande het effect van emissies wordt in eerste aanleg volstaan met een verwijzing naar de overige relevante paragrafen van dit hoofdstuk, zoals 4.2.3, 4.2.5 en 4.2.6. hieruit blijkt dat er geen sprake is van (grote) onevenredige emissies of aantasting van belangen.

Tot slot is sprake van een relatief klein ruimtebeslag. Op basis van voormelde wordt geen aanleiding gezien om een aanmeldnotitie m.e.r. op te stellen in relatie tot dit bestemmingsplan.

Cumela Advies – Nijkerk

- 37 -

december 2023

Toelichting – ’t Hooge Zand 5 en 1 Bergambacht

Conclusie Onderhavig initiatief is geen activiteit of plan waarvoor het verplicht is om een milieueffectrapportage of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uit te voeren op grond van het Besluit milieueffectrapportage en / of artikel 7.16, lid 2 van de Wet milieubeheer. De nadere verantwoording aangaande de milieueffecten zijn in de afzonderlijke paragrafen van hoofdstuk 4 opgenomen. 4.2.10 Leidingen De ontwikkeling, in casu de wijziging / toename aan verharding, zou invloed kunnen hebben op in of nabij het plangebied gelegen kabels of leidingen. In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen aardgasleidingen of te beschermen (hoogspannings-)kabels aanwezig. Direct aangrenzend aan het plangebied, ten noordoosten van perceel ’t Hooge Zand 1, is een transformatorunit aanwezig. Initiatiefnemer heeft in relatie tot de ontwikkelingen reeds afstemming gehad met de eigenaar / beheerder. Conclusie Dit onderdeel levert geen belemmering op voor de uitvoering van het initiatief. 4.2.11 Geur Het aspect ‘geur’ is niet aan de orde omdat de activiteiten van initiatiefnemer (primair gericht op grondwerken en transport) niet gericht zijn op geurrelevante activiteiten of dergelijke. Het aspect ‘geur’ kan redelijkerwijs wel aan de orde zijn bij de (tijdelijke) op- en overslag van houtachtig materiaal (groenafval, snoeihout en stobben) of gerede compost.

Op grond van de milieuregels van het Activiteitenbesluit dient in beginsel een afstand van 50 meter aangehouden te worden tot geurgevoelige objecten gelegen (conform artikel 3.46, lid 1 Activiteitenbesluit). Hier wordt aan voldaan. Overeenkomstig de vigerende milieumelding worden de activiteiten niet aangemerkt als activiteiten welke zouden leidden tot significante geurhinder. Conclusie Dit onderdeel levert geen belemmering op voor de uitvoering van het initiatief. 4.2.12 Duurzaamheid De gemeente Krimpenerwaard streeft ook naar een duurzame gemeente, waarin niet alleen aandacht is voor het 'hier' en 'nu', maar ook voor het 'daar' en 'later'. Duurzaamheid houdt in dat bij alle ontwikkelingen, beleid, plannen en activiteiten gezocht wordt naar een optimale balans tussen leefbaarheid, ecologie en economie. De gemeente vraagt aandacht voor en wijst inwoners onder andere op aspecten als Duurzaam Bouwen, aanpassing aan de klimaatverandering (klimaatadaptatie), een duurzaam bouwloket en de mogelijkheid voor subsidies (zie website “duurzaamkrimpenerwaard.nl”. Zonder uitputtend te zijn draagt dit initiatief bij aan klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen. De ontwikkeling is gericht op faciliteren van het hergebruik en nuttig toepassen van stoffen en producten binnen een lokale kringloop.

Op die manier wordt circulariteit gestimuleerd en een bijdrage geleverd aan het beheer en het herstel van biodiversiteit. In relatie tot ‘recycling’ en reductie van productieafval of het stimuleren van het scheiden van afval alsmede het nuttig toepassen van herbruikbare grondstoffen levert initiatiefnemer een bijdrage. - Energietransitie / klimaatadaptie Het energie- en gasverbruik binnen de inrichting c.q. gerelateerd aan de bedrijfsactiviteiten is relatief gering. Het bedrijf blijft ruim onder grens voor verplichte besparingsmaatregelen zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit.

Cumela Advies – Nijkerk

- 38 -

december 2023

Toelichting – ’t Hooge Zand 5 en 1 Bergambacht

De bestaande bebouwing op het terrein aan ’t Hooge Zand 5 is deels voorzien van zonnepanelen. Initiatiefnemer beoogt de bebouwing uit te breiden en tevens meer zonnepanelen te plaatsen of mogelijkheid voor duurzame energieopwekking te benutten. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van het voorzien in het plaatsen van een aantal zogenaamde windsokkels aan de westzijde van het plangebied in de vorm van bouwwerken, geen gebouw zijnde. Middels deze windsokkels wordt nagenoeg permanent stroom opgewekt. Middels voormelde voorzieningen wordt én kan blijven worden voorzien in de eigen energiebehoefte maar zal ook sprake zijn van overcapaciteit zodat levering aan het elektriciteitsnet of – op termijn – opslag in accupakketten ten behoeve van het werkmaterieel als kansrijk mag worden beschouwd. In dat kader wordt middels onderhavig initiatief een bijdrage geleverd aan de energietransitie. Het oprichten van gebouwen is niet aan de orde c.q. geen onderdeel van dit plan. Indien dit aan de orde zou komen, is het voldoen aan de BENG-eisen het uitgangspunt en nadere invulling inzake klimaatadaptie. Voor de toekomst zal initiatiefnemer mogelijkheden inzake duurzaamheid, verlagen van CO2-emissie, etc. verder onderzoek. Middels de aanschaf en inzet van emissieloos (werk-)materieel en voertuigen wordt hier reeds een bijdrage aangeleverd en het gebruik van fossiele brandstoffen verminderd.

Cumela Advies – Nijkerk

- 39 -

december 2023

Toelichting – ’t Hooge Zand 5 en 1 Bergambacht

5 JURIDISCHE TOELICHTING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van bestemmen. In de eerste twee paragrafen wordt daarbij een toelichting gegeven op het instrument 'bestemmingsplan' in het algemeen voor die personen die niet dagelijks te maken hebben met bestemmingsplannen.

5.1 Doel en reikwijdte Het bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. In artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald dat twee begrippen centraal staan. Dit zijn: 1. goede ruimtelijke ordening; 2. uitvoerbaarheid. Als een plan aan deze twee eisen voldoet, voldoet het aan de wet. Via een bestemmingsplan worden functies aan gronden gegeven. Vanuit de Wro volgt een belangrijk principe, namelijk toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan bepaalt uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en; 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsregels zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken' (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: 1.

het bebouwen van de gronden; 2. het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is niet het enige instrument. Andere wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemeen Plaatselijke Verordening, de Wet Milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitvoeren van het ruimtelijk beleid. Via overeenkomsten kan de gemeente met betrokken partijen aanvullende afspraken maken voor zover dat niet via het bestemmingsplan geregeld kan worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het zeker stellen dat bepaalde activiteiten ook werkelijk verricht worden om zo het toelatingskarakter van een bestemmingsplan aan te scherpen.

5.2 Onderdelen van een bestemmingsplan Een bestemmingsplan bestaat uit 3 onderdelen. Dit zijn de toelichting, de planregels en de verbeelding (plankaart). 5.2.1 De toelichting De toelichting wordt opgesteld volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hier staat, in het kort, dat in de toelichting verslag gedaan moet worden van de gemaakte keuzes in het plan. Voor een ontwikkelingsgericht plan vraagt dat een andere motivatie dan voor op beheer gerichte plannen (een plan kan ook zowel ontwikkelingsgericht zijn voor het ene deel en voor een ander deel beheergericht). Ook moet ingegaan worden op het aspect water, de afstemming met andere overheden (indien nodig), het onderzoek voor zover nodig voor de uitvoerbaarheid, de wijze waarop inspraak is verricht (indien nodig). Als er bij het bestemmingsplan een milieu-effect rapport is gemaakt hoeft

Cumela Advies – Nijkerk

- 40 -

december 2023

Toelichting – ’t Hooge Zand 5 en 1 Bergambacht

niet ingegaan te worden op monumentale- en/of andere waarden in het plangebied noch de milieukwaliteit in het gebied, want dat gebeurt in dat geval in het milieu-effect rapport. Via de toelichting wordt zo inzicht gegeven in de twee eisen uit artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Centraal in de toelichting moet staan waarom de functies als opgenomen op de plankaart, met de bijhorende regels, de mogelijkheden bieden en waarom dit past op die locatie. Bijlagen bij de toelichting: Bij de toelichting kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan zelf. Omdat ze een onlosmakelijk onderdeel zijn van het bestemmingsplan kan de toelichting zelf kort van tekst blijven omtrent het desbetreffende onderwerp. Hierdoor blijft de toelichting zelf kort en daarmee leesbaar. Algemene beleidsdocumenten hoeven vanwege het algemeen geldende karakter niet als bijlage opgenomen te worden bij het bestemmingsplan. Denk aan verschillende sectorale beleidsdocumenten als ook structuurvisies. Een toelichting moet, voor zover het beleidsstuk relevant is voor het plan, aangeven wat de relatie is tussen het bestemmingsplan en dat beleidsdocument. 5.2.2 De planregels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels: In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1).

Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Deze begrippen zijn soms erg belangrijk voor een goed inzicht in de gebruiksmogelijkheden. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2) bepaald. 2.

Bestemmingsregels: In dit hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Als er voorlopige bestemmingen, nog uit te werken bestemmingen en/of dubbelbestemmingen zijn, worden die ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels opgenomen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving, vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen de (mogelijke) afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot de bouw en/of het gebruik. Ten slotte zijn (eventuele) omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden opgenomen, aangevuld met mogelijke wijzigingsbevoegdheden. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. Indien er sprake is van specifieke verplichtingen kan dit via een zogenaamde ‘voorwaardelijke verplichting’ worden vastgelegd.

3.

Algemene regels: In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter die gelden voor het hele plan. Deze moeten daarom altijd goed gelezen worden voordat op basis van de bestemmingsregels interpretaties worden verricht. Voorbeelden van algemene regels zijn de anti-dubbeltelregel, algemene procedurebepalingen maar ook regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen (een binnenplanse afwijking is, zoals het woord het al zegt, een afwijkingsmogelijkheid van de regels in het bestemmingsplan zelf, dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingen). In de algemene regels kunnen erg belangrijke bepalingen zijn opgenomen.

4.

Overgangs- en slotregels: In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Bijlagen bij de regels: Bij de regels kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van de regels.

Cumela Advies – Nijkerk

- 41 -

december 2023

Toelichting – ’t Hooge Zand 5 en 1 Bergambacht

5.2.3 De verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen zoals gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Via de bijhorende regels in de planregels wordt bepaald wat hier wel en niet is toegestaan. De verbeelding wordt ook wel plankaart genoemd. Dan wordt hetzelfde bedoeld. Belangrijk te weten is dat een digitaal bestand (een '.gml-bestand') leidend is. Dat digitaal bestand bepaalt waar welke bestemming ligt en waar welke aanduidingen etc.. Een afgeleide van dat digitale bestand is bijvoorbeeld een '.pdf-bestand' of een papieren (analoge) verbeelding. Bij twijfel over een '.pdf-bestand' of een papieren versie van de verbeelding geeft het digitale bestand de juridische doorslag.

5.3 Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. Middels dit bestemmingsplan wordt het planologisch kader van het vigerende bedrijfsterrein en de activiteiten (gebruik, bebouwing, etc.) voor het perceel ’t Hooge Zand 5 formeel geborgd. Het vigerende bestemmingsplan is (zeer) gedateerd. Op perceel ’t Hooge Zand 1 is een sporthal aanwezig, welke niet meer functioneel is of redelijkerwijs geëxploiteerd kan worden. De huidige bestemmingen Bedrijf – timmerfabriek, Bedrijf – zonder gebouwen, Verkeersdoeleinden – verblijfsgebied en Sport - sporthal worden gewijzigd naar bestemming Bedrijf met functieaanduidingen opslag en specifieke vorm van Bedrijf - grondverzet- en transportbedrijf. De toelaatbare bebouwing is vastgelegd middels een bouwvlak en bebouwingspercentage. Eveneens wordt planologisch geborgd middels een gebiedsaanduiding dat zware bronnen op het oostelijke deel van het plangebied terrein niet toegestaan zijn tussen 19.00 en 7.00 uur.

Aan de noordwestzijde van het plangebied wordt de mogelijkheid voor parkeerplaatsen voor derden formeel en feitelijk gerealiseerd door middel van de bestemming Bedrijf met functieaanduiding specifieke vorm van Bedrijf – parkeren derden. Tevens wordt een groenzone aangelegd aan de west- en zuidkant ter hoogte van 't Hooge Zand 1. De dubbelbestemming Waarde – Archeologie, specifieke vorm waarde-5 blijft van toepassing. Voor het beschermen van de milieuzone-grondwater is eveneens een nadere aanduiding opgenomen. Het bestemmingsplan heeft betrekking op een totale oppervlakte van het plangebied van circa 14.500 m2. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Bij dit bestemmingsplan is inzake de planregels aangesloten bij de vigerende planregels van bestemmingsplannen van de gemeente Krimpenerwaard. De specifieke regels ‘planregels ‘t Hooge Zand 5 en 1 te Bergambacht’ zijn onderdeel van dit plan. Conclusie Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

Cumela Advies – Nijkerk

- 42 -

december 2023

Toelichting – ’t Hooge Zand 5 en 1 Bergambacht

6 UITVOERBAARHEID EN CONCLUSIE In dit bestemmingsplan is nader ingegaan op de ruimtelijke, planologische, juridische en milieukundige aspecten aangaande de verantwoording van de beoogde onwikkeling voor de locatie ‘t Hooge Zand 5 en 1 te Bergambacht.

6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Deze toelichting maakt onderdeel uit van de wijziging van het bestemmingsplan, welke door de Krimpenerwaard in procedure wordt gebracht. In dit plan zijn de resultaten van het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening uiteengezet. De direct omwonenden zijn de middels een buurtavond/-gesprek in januari 2023 persoonlijk geïnformeerd door initiatiefnemer c.q. bekend met onderhavig initiatief (zie paragraaf 7.1).

6.2 Economische uitvoerbaarheid De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Deze gronden zijn niet belast met beperkt zakelijke rechten van derden. Er is geen sprake van een zogenaamd GREX-plan, maar een legesplan. Dit betekent dat voor de bestemmingsplanprocedure leges worden geheven en met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst en / of planschadeovereenkomst wordt gesloten.

6.3 Conclusie In dit bestemmingsplan is verantwoord dat het initiatief in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en dat er sprake is van een aanvaardbare ruimtelijke ontwikkeling c.q. geen sprake is van onevenredige aantasting van de fysieke leefomgeving. Hiermede is onder andere afdoende invulling gegeven aan de toetsing van het relevante ruimtelijke beleid en de gestelde voorwaarden van de gemeente inzake de medewerking aan onderhavig plan.

Cumela Advies – Nijkerk

- 43 -

december 2023

Toelichting – ’t Hooge Zand 5 en 1 Bergambacht

7 INSPRAAK EN VOOROVERLEG 7.1 Inspraak (omgevingsdialoog) In het kader van de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan heeft een buurtgesprek / omgevingsdialoog plaatsgevonden met de buurtbewoners op 12 januari 2023. Voor dit overleg zijn alle bewoners uit de omgeving c.q. ‘’Buurtschap Bergstoep” (via de nieuwsbrief) uitgenodigd. De lijst van genodigden en presentielijst zijn bij initiatiefnemer beschikbaar. In totaliteit hebben 30 omwonenden deel genomen aan de informatiebijeenkomst / buurtgesprek. Initiatiefnemers hebben de plannen aan bovengenoemde buurtbewoners toegelicht. Tijdens de bijeenkomst zijn mondelinge reacties kenbaar gemaakt en zijn alle aanwezigen in de gelegenheid gesteld om aan de hand van een vragenlijst te reageren en / of opmerkingen kenbaar te maken. De diverse reacties van de omgevingsdialoog hebben niet specifiek geleidt tot aanpassing van het plan c.q. inrichtingstekening in relatie tot de beoogde ontwikkeling. De opmerkingen waren over het algemeen positief van aard. De omwonenden zijn vooral content dat er wat gedaan wordt aan de leegstand van het sportcomplex en dat het terrein en omgeving wordt ingericht met beplanting, goede verlichting, etc.

7.2 Wettelijk vooroverleg In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is onderhavig bestemmingsplan voorgelegd aan de wettelijke vooroverlegpartners (juni 2023). De reacties uit het vooroverleg zijn, waar nodig, verwerkt in dit bestemmingsplan. Van de volgende instanties is een reactie ontvangen: > Veiligheidsregio Midden-Holland -> geen opmerkingen / akkoord; > Oasen -> geen opmerkingen / akkoord; > Stedin -> overleg gevoerd met initiatiefnemer ivm trafo-station. Stedin heeft het trafostation inclusief ondergrond aangekocht van initiatiefnemer. Deze gronden c.q. voorzieningen zijn geen onderdeel van het plangebied. > Gasunie -> geen opmerkingen / akkoord; > GGD -> geen opmerkingen / akkoord; > HHSK -> akkoord (na aanvulling) In de waterparagraaf ontbreekt een verwijzing naar het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Schieland en de Krimpenerwaard. Er wordt verzocht deze verwijzing in de waterparagraaf op te nemen. In de bijlage is een samenvatting toegevoegd die gebruikt kan worden als voorbeeld. Dit is verwerkt in de waterparagraaf. > ODMH : Advies uitgebracht omtrent aanpassingen / wijzigingen van de aspecten Geluid, Wet Natuurbescherming / Aerius, Archeologie, Externe Veiligheid en adviezen irt Duurzaamheid. Betreffende aspecten zijn verwerkt in de toelichting, regels en/of verbeelding. De adviezen t.a.v.

duurzaamheid zijn – waar mogelijk / relevant – betrokken bij het plan. Meest actuele versie van Aerius (oktober 2023) is als rekenprogramma gehanteerd.

Cumela Advies – Nijkerk

- 44 -

december 2023

Toelichting – ’t Hooge Zand 5 en 1 Bergambacht

8 PROCEDURE Er wordt een reguliere bestemmingsplanprocedure voorstaan op grond van artikel 3.1 van de Wro.

8.1 Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan is gepubliceerd en heeft gedurende een periode van 6 weken (van …… tot en met ……..) ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon door eenieder zienswijzen worden ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Er zijn wel / geen zienswijzen ontvangen / ingediend.

Cumela Advies – Nijkerk

- 45 -

december 2023

Toelichting – ’t Hooge Zand 5 en 1 Bergambacht

BIJLAGEN 1. 2.

Plattegrond- en inrichtingstekening: Terreintekening en inrichting ‘t Hooge Zand 5 en 1 te Bergambacht – januari 2023; Voortoets stikstofdepositie ontwikkeling t ‘Hooge Zand 1 en 5 te Bergambacht inclusief Aeriusberekening gebruiksfase en aanleg-/ontwikkelfase, november 2023.

Cumela Advies – Nijkerk

- 46 -

december 2023

Toelichting – ’t Hooge Zand 5 en 1 Bergambacht

Cumela Advies – Nijkerk

- 47 -

december 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=b82cafa6-9b57-46c5-aecd-f0cb448c5419