Begroting 2024-2027 (1nov23 zie toelichting)
Tekst van het document
Waarde
Eenheid
2023
2024
57.062
57.700 Aantal inwoners
7,4 6,4
8,2 Aantal fte per 1.000 inwoners 7,5 Aantal fte per 1.000 inwoners
Apparaatskosten
€687,66
Externe inhuur
3,73%
5,17% % van de totale loonsom + totale kosten inhuur
Overhead
11,78%
12,66% % van totale begrote lasten
60
€798,50 Kosten per inwoner
61
62
63
Taakveld
Naam indicator - eenheid
Krimpenerwaar d
Nederland
(conform Regeling beleidsindicatoren gemeenten)
Nu
Nu
Vorig jaar
Vorig jaar
1. Veiligheid
Diefstallen uit woning - Aantal per 1.000 inwoners
1,1
1,7
1,4
1,3
1. Veiligheid
Geweldsmisdrijven - Aantal per 1.000 inwoners
2,6
3
4,6
4,3
1. Veiligheid
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte) Aantal per 1.000 inwoners
6,8
4,4
6
6,1
1. Veiligheid
Verwijzingen Halt - Aantal per 1.000 jongeren
9
8
8
7
1. Veiligheid
Winkeldiefstallen - Aantal per 1.000 inwoners
0,7
0,4
2,3
1,8
3. Economie
Functiemenging - %
46,9%
46,7% 53,8%
53,3%
3.Economie
Vestigingen (van bedrijven) - Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 tot en met 64 jaar
175,9
167,2 174,1
165,1
4.Onderwijs
Absoluut verzuim - Aantal per 1.000 leerlingen
0
0
4,2
2,5
4. Onderwijs
Relatief verzuim - Aantal per 1.000 leerlingen
35
20
24
19
4. Onderwijs
Voortijdig schoolverlaters totaal (VO MBO)
1,6%
1,6% 1,9%
1,9%
5. Sport, cultuur en recreatie
Niet-sporters - %
51,8%
51,8% 49,0%
49,3%
6. Sociaal Domein
Werkloze jongeren - % 16 t/m 22 jarigen
1%
1%
2%
6. Sociaal Domein
Kinderen in uitkeringsgezin - % kinderen tot 18 jaar
4%
4%
6%
6%
6. Sociaal Domein
Lopende re-integratievoorzieningen - Aantal per 10.000 inwoners van 15-64 jaar
139,1
137 197,7
202
6. Sociaal Domein
Banen - Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64 jaar
604,2
597,5 825,4
805,5
6. Sociaal Domein
Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo - Aantal per 10.000 inwoners
600
610
700
x
6. Sociaal Domein
Jongeren met een delict voor de rechter - % 12 t/m 21 jarigen
1%
0%
1%
1%
6. Sociaal Domein
Jongeren met jeugdhulp - % van alle jongeren tot 18 jaar
11,6%
12% 13,2%
12,9%
6. Sociaal Domein
Jongeren met jeugdbescherming - % van alle jongeren tot 18 jaar
1,4%
1,7% 1,2%
1,2%
6. Sociaal Domein
Jongeren met jeugdreclassering - % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
0,2%
0,1% 0,3%
0,3%
6. Sociaal Domein
Netto arbeidsparticipatie - % van de werkzame beroepsbevolking t.o.v. de beroepsbevolking
74,1%
68,9% 72,2%
68,4%
6. Sociaal Domein
Personen met een bijstandsuitkering - Aantal per 10.000 inwoners
220,7
220,7 431,2
431,2
7. Volksgezondheid en Milieu
Hernieuwbare elektriciteit - %
14,4%
11,3% 33,2%
26,8%
7.Volksgezondheid en Milieu
Omvang huishoudelijk restafval - Kg per inwoner
8.Vhrosv
Demografische druk - %
8. Vhrosv
Nieuw gebouwde woningen - Aantal per 1.000 woningen
11,6
10,5
9,3
8,9
8. Vhrosv
Gemiddelde WOZ-waarde - x € 1.000
388
295
369
290
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden - in €uro's
815
805
860
826
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden in €uro's
925
921
942
904
64
112 80,1%
112
2%
170
170
80,4% 70,3%
70,3%
65
PARAGRAFEN A. Lokale heffingen In deze paragraaf staat informatie over de gemeentelijke heffingen, het beleid rondom de lokale heffingen, een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk. Algemeen De totale opbrengst aan belastingen en overige heffingen bedraagt in 2024 ruim € 33,7 miljoen. In onderstaande tabel zijn de opbrengsten van de lokale heffingen weergegeven: bedragen x € 1.000
2023
2024
Onroerende-zaakbelastingen
12.693
13.465
Rioolheffing
6.418
6.429
Afvalstoffenheffing
6.793
7.596
Toeristenbelasting
256
272
Lijkbezorgingsrechten
1.066
1.080
Leges
4.519
5.168
Marktgelden
41
44
Havengelden
86
93
Kwijtschelding
-378
-380
31.494
33.768
Het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) verzorgt de uitvoering van diverse belastingen voor de gemeenten. Bij de heffingen (afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, leges, marktgelden en havengelden) mogen de geraamde baten niet hoger zijn dan de geraamde lasten. Bij de toe te rekenen kosten worden onder andere de kwijtschelding, de kosten van het SVHW en de kosten van toezicht meegenomen, maar de beleidsuren en uren van handhaving niet. Bij de belastingen (OZB en toeristenbelasting) geldt deze wettelijke eis niet. De opbrengst van de belastingen komt in de algemene middelen van de gemeente terecht. Voorgesteld wordt om de tarieven en bij de OZB de opbrengst te indexeren met de inflatie. De inflatie is 6,2% (3,2% inflatiecorrectie 2023 en 3% inflatie 2024). 1. Onroerendezaakbelastingen (OZB) De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen. Het SVHW bepaalt jaarlijks een nieuwe WOZ-waarde van de woning of niet-woning. Drie groepen krijgen een aanslag OZB, namelijk eigenaren van woningen, eigenaren en gebruikers van niet-woningen. Voor iedere groep geldt een eigen tarief. Gebruikers van woningen, bijvoorbeeld huurders, krijgen geen aanslag OZB. De uitkomsten van de taxatie door het SVHW zijn voor de begroting nog niet definitief.
Daarom wordt gerekend met de (geactualiseerde) waardegegevens van 2022 en de geschatte waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. De verwachting is dat in onze gemeente de gemiddelde WOZ-waarde stijgt bij woningen met 3,5% en bij niet-woningen met 0,4%. De waardestijging leidt niet tot een hogere opbrengst OZB, omdat de waardestijging gecompenseerd wordt door een verlaging van de tarieven. De totale opbrengst van de OZB wordt geïndexeerd met de inflatie (en niet de tarieven). Op basis van deze cijfers zien de tarieven er als volgt uit:
66
bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
Eigenaren woning
0,0995%
0,0858%
0,0875%
Eigenaren niet-woning
0,2596%
0,2641%
0,2705%
Gebruikers niet-woning
0,2137%
0,2181%
0,2191%
2. Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker. Bij woningen wordt de hoogte van de rioolheffing bepaald door de grootte van het huishouden. Bij niet-woningen is de WOZ-waarde de basis. Uitgangspunt is kostendekkende tarieven. De uitgaven zijn geïndexeerd met de inflatie. 2022
2023
2024
Woning: eenpersoonshuishouden
€192,40
€201,65
€201,65
Woning: meerpersoonshuishouden
€256,50
€268,80
€268,80
Niet-woning: % van de WOZ-waarde
0,0796%
0,0834%
0,0834%
(max. € 1.130,85)
(max. € 1.185,15)
(max. € 1.185,15)
Berekening kostendekkendheid rioolheffing Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen
5.075.533
netto kosten taakveld(en)
5.075.533
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente BTW
437.876 762.784 808.681
Totale kosten
7.084.874
Opbrengst heffingen
6.429.427
Dekkingspercentage
90,75%
Het dekkingspercentage wordt 100% door de inzet van de Voorziening Riool van € 655.447. Dit is het verschil tussen de totale opbrengst en de totale kosten in de bovenstaande tabel. 3. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing wordt geheven van de gebruiker. Uitgangspunt is 100% kostendekkende tarieven. In de tarieven is ook een tariefsverhoging van Cyclus verwerkt.
67
Vast tarief
2022
2023
2024
€173,70
€183,40
€216,25
vermeerderd met per lediging restafval (140 liter)
€7,00
€7,15
€7,60
per lediging restafval (240 liter)
€12,00
€12,25
€13,00
per storting in ondergrondse container
€3,00
€3,05
€3,25
Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen
7.059.771 -698.906
netto kosten taakveld(en)
6.360.865
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente BTW
349.750 110.372 796.500
Totale kosten
7.617.487
Opbrengst heffingen
7.596.282
Dekkingspercentage
99,72%
Het dekkingspercentage wordt 100% door de inzet van de Voorziening Afval van € 21.205. Dit is het verschil tussen de totale opbrengst en de totale kosten in de bovenstaande tabel. 4. Toeristenbelasting De toeristenbelasting wordt geheven van degene die gelegenheid biedt tot verblijf (de ondernemer), maar het is uiteindelijk de gast van buiten de gemeente die de belasting betaalt. De ondernemer mag de belasting namelijk doorberekenen aan zijn gasten. Het tarief wordt geïndexeerd met de inflatie. Op het moment van het samenstellen van deze begroting zijn de uitkomsten van het lopende onderzoek naar de maatstaven in de Verordening Toeristenbelasting nog niet bekend. Dit kan nog invloed hebben op het tarief (indien bijvoorbeeld een differentiatie wordt toegepast) maar niet op de geraamde opbrengst. Per persoon per overnachting
2022
2023
2024
€1,78
€1,81
€1,92
5. Lijkbezorgingrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor het gebruik van een begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. De tarieven worden geïndexeerd met de inflatie. Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen tarieventabel bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2024.
68
Berekening kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
1.481.326
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
-201.268
netto kosten taakveld(en)
1.280.058
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
541.697
BTW
-
Totale kosten
1.821.755
Opbrengst heffingen
1.080.293
Dekkingspercentage
59,3%
De kapitaallasten worden gedekt uit de Reserve Begraafplaatsen en uit de Reserve Kapitaallasten. De onttrekking wordt meegenomen bij de inkomsten van het taakveld waardoor de netto kosten lager worden. 6. Leges Leges mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. De tarieven worden geïndexeerd met de inflatie. Een aantal legestarieven is wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor een paspoort, een rijbewijs en een aanwezigheidsvergunning speelautomaten. In die gevallen wordt het maximale tarief gehanteerd (afgerond op € 0,05 naar beneden). Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen op 1 januari 2024 wordt hoofdstuk 2 (voorheen titel 2) van de tarieventabel bij de legesverordening gewijzigd, zoveel mogelijk conform de modelverordening van de VNG. Uitgangspunt hierbij is om voor zover mogelijk beleidsneutraal over te gaan. Als de inwerkingtreding van deze wetten (weer) uitgesteld wordt, worden de tarieven van hoofdstuk 2, met uitzondering van de doorberekende externe tarieven, geïndexeerd met de inflatie. Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen tarieventabel bij de Legesverordening 2024. Berekening kostendekkendheid leges hst. 1: algemene dienstverlening Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente BTW
1.282.224 1.282.224 439.947 -
Totale kosten
1.722.171
Opbrengst heffingen
1.219.398
Dekkingspercentage
70,8%
69
X Berekening kostendekkendheid leges hst. 2: dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Kosten taakveld(en)
2.277.940
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
2.277.940 115.375 1.119.290
BTW
-
Totale kosten
3.512.605
Opbrengst heffingen
3.885.142
Dekkingspercentage
110,6%
De kostendekkendheid van hoofdstuk 2 wordt 100% door een toevoeging aan de voorziening egalisatie bouwleges ad. € 372.537. X Berekening kostendekkendheid leges hst. 3: dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hst. 2 / Horeca Kosten taakveld(en)
98.230
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en)
98.230
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
75.230
BTW Totale kosten
173.460
Opbrengst heffingen
7.689
Dekkingspercentage
4,4%
X Berekening kostendekkendheid leges hst. 3: dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hst. 2 / Evenement of markt Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente BTW
392.921 392.921 300.920 -
Totale kosten
693.841
Opbrengst heffingen
26.309
Dekkingspercentage
3,8%
X
70
Berekening kostendekkendheid leges hst. 3: dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hst. 2 / Standplaatsen Kosten taakveld(en)
26.980
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto
-
netto kosten taakveld(en)
26.980
Toe te rekenen kosten
-
Overhead incl. (omslag)rente
9.719
BTW
-
Totale kosten
36.699
Opbrengst heffingen
18.938
Dekkingspercentage
51,6%
X Berekening kostendekkendheid leges hst. 3: dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hst. 2 / Kinderopvang Kosten taakveld(en)
131.026
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen netto
-
netto kosten taakveld(en)
131.026
Toe te rekenen kosten
-
Overhead incl. (omslag)rente
24.109
BTW
-
Totale kosten
155.135
Opbrengst heffingen
10.620
Dekkingspercentage
6,8%
7. Marktgelden De marktgelden worden geheven van degene aan wie een standplaats op een markt ter beschikking gesteld is. Dit zijn de dag- of weekmarkten waar bijvoorbeeld eetwaren en textielwaren voor consumenten te koop zijn. De marktgelden mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. De marktgelden kennen een gedifferentieerd tarief voor de grote markten, de kleine markten en de mini markten voor een vaste standplaats. De tarieven per kwartaal bedragen per strekkende meter frontbreedte: 2022
2023
2024
grote markt (20 en meer standplaatsen)
€28,00
€28,00
€29,75
kleine markt (6 t/m 19 standplaatsen)
€18,40
€18,40
€19,55
mini markt (1 t/m 5 standplaatsen)
€12,05
€12,05
€12,80
Berekening kostendekkendheid marktgelden 20 en meer
6 t/m 19
1 t/m 5
totaal
Begrote kosten
€17.895
€35.300
€9.193
€62.387
Begrote opbrengsten
€17.375
€22.522
€3.840
€43.736
Dekkingspercentage
97,1%
63,8%
41,8%
70,1%
71
Er is bewust voor gekozen om het tarief van de kleine markten laag te houden, omdat er minder vraag is naar standplaatsen en om de leefbaarheid van de kleine kernen te behouden. 8. Havengelden Havengelden worden geheven van de schipper van het vaartuig voor het gebruik van waterwegen en havens. De havengelden mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. De tarieven worden geïndexeerd met de inflatie. Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen Verordening havengelden 2024. Berekening kostendekkendheid havengelden Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
83.659
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
-11.589
netto kosten taakveld(en)
72.070
Toe te rekenen kosten
-
Overhead incl. (omslag)rente
52.002
BTW
-
Totale kosten
124.072
Opbrengst heffingen
93.328
Dekkingspercentage
75,2%
9. Overige heffingen Voor de bijdragen van de bedrijveninvesteringszones (BIZ-heffing) treedt de gemeente op als dienstverlener. De stichtingen zorgen voor de plannen en de uitvoering ervan. De bij aanvang van de BIZ opgestelde verordening geldt voor het hele BIZ-tijdvak (5 jaar) en bevat de tarieven voor alle jaren. Er is een BIZ-heffing voor het centrum van Bergambacht en voor bedrijventerrein De Wetering in Bergambacht. Voor het centrum van Schoonhoven vindt binnenkort een draagvlakmeting plaats voor een BIZ 20242028. 10. Overzicht lokale lastendruk Bij de lokale lastendruk nemen we de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing mee in de berekening. De WOZ-waarde 2023 is gecorrigeerd met de gemiddelde waardestijging van woningen. Bij de afvalstoffenheffing is uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met een container van 240 liter die gemiddeld 9,6x per jaar geleegd wordt (in de begroting 2023 werd nog uitgegaan van 10 ledigingen). Eigenaar woning
2022
2023
2024
WOZ-waarde
€318.000
€365.000
€378.000
OZB
€316,00
€313,00
€330,00
Afvalstoffenheffing
€293,70
€305,90
€341,05
Rioolheffing
€256,50
€268,80
€268,80
€866,20
€887,70
€939,85
Huurder woning
2022
2023
2024
Afvalstoffenheffing
€293,70
€305,90
€341,05
Rioolheffing
€256,50
€268,80
€268,80
€550,20
€574,70
€609,85
72
De woonlasten van de omliggende gemeenten voor 2024 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken, worden daarom de woonlasten 2023 vergeleken. Deze woonlasten zijn berekend met behulp van de Lokale Lasten Calculator 2023 van het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Bij de berekening is uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde, een tweepersoonshuishouden met een gemiddelde hoeveelheid afval en indien de rioolheffing afhankelijk is van het waterverbruik een gemiddeld waterverbruik. Gemeente
OZB
Afvalstoffenheffing
rioolheffing
woonlasten
Krimpenerwaard
€ 387
€ 269
€ 269
€ 925
Bodegraven-Reeuwijk
€ 614
€ 354
€ 337
€ 1.306
Gouda
€ 326
€ 373
€ 477
€ 1.175
Krimpen aan den IJssel
€ 367
€ 430
€ 319
€ 1.116
Molenlanden
€ 367
€ 370
€ 243
€ 980*
Oudewater
€ 552
€ 314
€ 335
€ 1.201
Waddinxveen
€ 386
€ 368
€ 209
€ 963
Zuidplas
€ 488
€ 322
€ 197
€ 1.006
Landelijk gemiddelde
€ 429
€ 310
€ 224
€ 963
*Gemeente Molenlanden hanteert nog wel een heffingskorting ad €30
11. Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid bepaalt de belastingen waarvan kwijtschelding mogelijk is en de voorwaarden waaronder kwijtschelding plaatsvindt. Burgers met een inkomen tot ongeveer bijstandsniveau en zonder vermogen komen voor kwijtschelding in aanmerking. Kleine zelfstandigen kunnen ook in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privé-belastingschulden. Alleen op enkele kleine onderdelen kan (binnen wettelijke grenzen) afgeweken worden van de landelijke regeling. In de Verordening kwijtschelding 2024 is opgenomen dat bij de kosten van bestaan uitgegaan wordt van 100% van de bijstandsnorm. Een hoger percentage dan 100% is wettelijk niet toegestaan. Het rijk gaat in de landelijke regeling uit van 90% van de bijstandsnorm. Kwijtschelding kan verleend worden voor aanslagen OZB, afvalstoffenheffing (vast tarief en een gemaximeerd aantal ledigingen en/of ontgrendelingen) en rioolheffing. Het SVHW behandelt de kwijtscheldingsverzoeken. In het eerste verzoek om kwijtschelding kan de aanvrager toestemming verlenen voor geautomatiseerde kwijtschelding. Dan hoeft, bij gelijkblijvende omstandigheden, niet jaarlijks een kwijtscheldingsverzoek ingediend te worden. De kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid worden doorberekend in de tarieven van de verschillende heffingen.
73
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Inleiding In deze paragraaf gaan we in op het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de gemeente Krimpenerwaard. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) vraagt in deze paragraaf minimaal in te gaan op een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, een inventarisatie van de risico’s en het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Deze risico-inventarisatie wordt twee keer per jaar geactualiseerd (voor de begroting en voor de jaarrekening). Daarnaast hebben we in onze nota Risicomanagement vastgelegd dat deze paragraaf een toelichting bevat van alle risico’s groter dan € 50.000. Met de weerstandscapaciteit bedoelen we al die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden. Denk hierbij aan de algemene reserve en de reserve weerstandsvermogen. De reserve weerstandsvermogen is gebaseerd op de geïnventariseerde risico’s. Risico's (x € 1.000)
Bedrag
Geïnventariseerde risico’s
7.439
Het is onwaarschijnlijk dat alle geïnventariseerde risico’s zich tegelijkertijd in volle omvang voordoen. De gemeente Krimpenerwaard heeft ervoor gekozen om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen op 50% van de geïnventariseerde risico’s. Hetgeen neerkomt op:
50% van de geïnventariseerde risico’s af te dekken, 50% van € 7.439.000 = € 3.720.000
Dit saldo ad € 3.720.000 moet afgedekt worden door middel van de reserve weerstandsvermogen. In de vast te stellen geactualiseerde nota reserves en voorzieningen stellen we voor de reserve weerstandsvermogen op te heffen en het saldo toe te voegen aan de algemene reserve. Zowel de algemene reserve als de reserve weerstandsvermogen zijn onderdeel van de weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit (x € 1.000)
Bedrag
De algemene reserve
15.529
Claim weerstandsvermogen
3.720
Totale beschikbare weerstandscapaciteit
19.249
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt weergegeven als een ratio tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het totaal van de gekwantificeerde risico’s. De weerstandscapaciteit bedraagt € 19,4 miljoen. De geïnventariseerde risico’s bedragen € 7,4 miljoen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico’s. Dit verhoudingsgetal bedraagt derhalve 2,6. Ratio Boven 2,0 Tussen 1,4 en 2,0
Waardering Uitstekend Ruim voldoende
Tussen 0,8 en 1,4
Matig
Tussen 0,6 en 0,8
Onvoldoende
Onder 0,6
74
Ruim onvoldoende
Het kengetal 2,6 geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen en wordt beoordeeld als ruim voldoende. Ten opzichte van de jaarrekening 2022, waar dit kengetal 2,5 was, is er sprake van een lichte verbetering. In de begroting 2023 was het kengetal 1,6. De schommelingen in dit kengetal worden met name veroorzaakt door de peildatum waarop de algemene reserve meegewogen wordt in de berekening van de weerstandscapaciteit. Voor deze begroting is de peildatum van de algemene reserve 1-1-2024. In het totaal van de risico's is er sprake van een stijging van € 1 miljoen. Risicomanagement Risicomanagement kent meerdere doelstellingen. In de nota Risicomanagement, die in oktober 2016 door de raad is vastgesteld, hebben wij de volgende doelstellingen benoemd: 1. Inzicht verkrijgen in de risico’s die wij als gemeente lopen. Dit zijn zowel financiële als nietfinanciële risico’s. Daarbij moeten beheersmaatregelen deze risico’s verminderen. 2. Vergroten van het risicobewustzijn van alle medewerkers binnen de gemeente in houding en gedrag. Risicobewustzijn moet onderdeel zijn van de bedrijfscultuur. 3. Beoordelen van het benodigde weerstandsvermogen. 4. Voldoen aan wet- en regelgeving (BBV). Bij risico’s maken we een onderscheid tussen risico’s die wel en risico’s die niet van belang zijn voor de weerstandscapaciteit.
Bepaalde risico’s zijn niet van belang voor de weerstandscapaciteit als de begroting-en rekeningcyclus in orde is en we adequate beheersmaatregelen of (verlies)voorzieningen hebben getroffen. Risico’s die van belang zijn voor de weerstandscapaciteit zijn bijvoorbeeld bedrijfsrisico’s als grondexploitatie, de sociaaleconomische ontwikkelingen, garantieverplichtingen, schadeclaims en renterisico’s. De risico-inventarisatie is in juli en augustus 2023 geactualiseerd. Inventarisatie van de risico’s Op basis van de geïnventariseerde risico’s is een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële tegenvallers. Om bij de inventarisatie een redelijke inschatting te kunnen maken van de kansen dat risico’s zich voordoen en de financiële consequenties, hebben we gebruik gemaakt van bandbreedtes. Bij de opzet van de bandbreedtes is rekening gehouden met de omvang van risicovolle situaties in Krimpenerwaard, afgezet tegen de schaal waarop Krimpenerwaard opereert. Klasse 1 2 3 4 5
Norm Minder of 1 x per 10 jaar 1 x per 5 - 10 jaar 1 x per 2 - 5 jaar 1 x per 1 - 2 jaar 1 x per jaar of vaker
Risico 10% 30% 50% 70% 90%
Bij elk risico is geïnventariseerd welke beheersmaatregelen zijn getroffen die het risico verkleinen. Vervolgens is een inschatting gemaakt van het maximaal financiële risico dat resteert. Met behulp van het percentage, behorend bij de klasse (bijvoorbeeld 10%), en het bedrag opgenomen bij “maximaal financieel gevolg restrisico” wordt het financiële gevolg voor de weerstandscapaciteit berekend. Hieronder een overzicht van de risico’s ≥ € 50.000 op basis van het op deze wijze berekende financiële gevolg.
75
Risico's >= € 50.000
(x € 1.000)
1. Diverse risico's Jeugd, Wmo en Participatiewet
1.700
2. Gebiedsovereenkomst - Opgave natuur
1.500
3. Risico inzake inflatie en loon-en prijsstijgingen in diverse sectoren
1.320
4. Financiële verplichtingen tav sport en maatschappelijke voorzieningen die kunnen leiden tot financiële risico's
1.100
5. Invoering Omgevingswet/WKB
400
6. Risico's grondexploitaties
310
7. Beheeroverdracht Steinsedijk in Haastrecht
112
8. Niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming
105
9. Wachtgeldregeling wethouders
92
10. Onvoldoende naleven van informatiebeleid en procedures
70
11. Impact opvang vluchtelingen
PM
12. Overige risico's Totaal risico inventarisatie
730 7.439
De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de geïnventariseerde risico’s bedraagt € 7,4 miljoen. Bij de jaarrekening 2022 was dit € 6,5 miljoen en bij de begroting 2023 was dit € 6,4 miljoen. Het totaal aan risico's is dus gestegen met om en nabij de 1 miljoen. De belangrijkste oorzaken voor de verhoging van het risicoprofiel zit in de toename van de risico's binnen het sociaal domein door een aantal landelijke ontwikkelingen. De ondertekende Hervormingsagenda heeft in zich een reeks aan maatregelen die op papier tot een besparing zouden moeten leiden. Of de besparing werkelijk gehaald worden en in hoeverre gemeenten gecompenseerd worden mocht dat onverhoopt niet lukken brengt risico's met zich mee. Daarnaast zien we ook dat de landelijke ontwikkeling in de gesloten jeugdzorg extra financiële risico's met zich meebrengen om continuïteit van de jeugdzorg te waarborgen. De diverse ontwikkelingen zorgen voor een stijging van het risicoprofiel met € 0,3 miljoen. Daarnaast zien we een aanvullend risico in verband met de daadwerkelijke invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Er is een lange weg bewandeld richting de uiteindelijke invoering en pas wanneer de omgevingswet werkelijk geldend is zal blijken in hoeverre de praktijk zich zal verhouden tot de theorie en welke impact dit heeft. Er is een aanvullend risico van € 0,4 miljoen opgenomen.
Op andere risico's zien we enkele lichte stijgingen en of verschuivingen door de actualisaties. De onzekerheid met betrekking tot de financiële risico's inzake de opvang van vluchtelingen blijft nog voortduren. Hieronder volgt een toelichting op de risico’s van € 50.000 en groter. Vanaf de Begroting 2021 worden alle risico’s van € 50.000 en groter toegelicht. Hieronder een toelichting per risico ≥ € 50.000. 1 - Diverse risico's Jeugd, Wmo en Participatiewet De uitgaven voor Jeugdhulp en de Wmo voorzieningen worden jaarlijks zo reëel mogelijk begroot. Hierbij zijn trends uit eerdere jaren de basis voor de indicatie naar de toekomst toe. Bij de jaarrekening 2022 hebben we geconstateerd dat er sprake lijkt van een lichte afvlakking van de stijging. Door het open einde karakter van deze voorzieningen bestaat echter het risico dat de uitgaven onvoorzien toch hoger zijn dan geprognosticeerd. Met name omdat de aantallen wellicht wat afvlakken, maar de casussen wel steeds complexer worden. Daarnaast zullen we de komende periode gaan ondervinden welke effecten de maatregelen uit de hervormingsagenda zullen hebben.
De insteek is daarbij dat de genomen maatregelen tot kostenbesparingen zullen leiden, maar de vraag is in hoeverre de reeds ingerekende kortingen ook behaald zullen worden en in hoeverre gemeenten gecompenseerd worden wanneer dit niet het geval blijkt buiten de schuld van gemeenten om. Binnen de jeugdhulp wordt daarnaast 70% van de indicaties buiten het gemeentelijk kanaal om afgegeven door directe verwijzers als huis- en jeugdartsen. Dit maakt ook dat er relatief weinig grip op de kosten is. Daarnaast zien we inmiddels ook een ontwikkeling om tot landelijke tariefstelling te komen voor gecertificeerde instellingen. Welk risico dit met zich meebrengt voor ons zal in de komende tijd nader onderzocht worden. Onder meer het inzetten van de jeugdondersteuners 76
huisartsen moet ons als gemeente meer handvatten geven om ook in deze kanalen meer inzicht en grip te krijgen. Voor de begroting 2024 schatten we het totale risico in op € 1 miljoen. Met betrekking tot de jeugdhulp + en specifiek de gesloten jeugdzorg is een transformatie in het zorgaanbod in volle gang. Er is een wens, gesteund door de landelijke politiek en het ministerie, om de gesloten jeugdzorg naar een minimum terug te dringen en hiervoor alternatief zorgaanbod te ontwikkelen. Deze transformatie vraagt om het stellen van nieuwe kaders en een visie op dit herziene zorglandschap, maar vraagt ook van de zorgaanbieders een financiële inspanning om de transformatie vorm te geven. Gezien het feit dat gemeenten een zorgplicht hebben is er een noodzaak deze transformatie intensief te begeleiden. De komende tijd staat in het teken van het beoordelen van de plannen die de zorgaanbieders van gesloten jeugdzorg in ons landsdeel presenteren om de transformatie vorm te geven. Afhankelijk van de beoordeling van deze plannen zal blijken in hoeverre de gemeenten daarin financieel moeten bijdragen. Daarnaast blijft de tussentijdse borging van de continuïteit een punt van aandacht. Voorlopig wordt het risico ingeschat op € 0,3 miljoen. Daarnaast worden ook aan andere aanbieders binnen het sociaal domein voorschotten betaald om de continuïteit van de dienstverlening te kunnen waarborgen.
Momenteel speelt dit specifiek nog bij één casus waarop het risico bestaat dat betaalde voorschotten bij een faillissement van de aanbieder niet meer kunnen worden verrekend. Met deze aanbieder zijn inmiddels concrete afspraken gemaakt inzake aflossingsregelingen waardoor het maximale risico (€ 0,2 miljoen) gemitigeerd is. Bij de Wmo heeft de verlaging van de eigen bijdrage in de vorm van het abonnementstarief een aanhoudend aanzuigend effect op de maatwerkvoorzieningen. Er is sprake van een structurele toename van de Wmo uitgaven vanaf 2019. In 2021 is de inkomenstoets voor huishoudelijke hulp ingevoerd als onderdeel van de bepaling van de zelfredzaamheid voor aanvragers. Dit lijkt een preventieve werking te hebben gehad aangezien er een stagnatie op het aantal aanvragen huishoudelijke hulp te constateren is. Inmiddels is de inkomenstoets echter weer geschrapt uit de verordening als gevolg van uitspraken van de bezwaarschriftencommissie. Daar tegenover staat dat landelijk beleid in voorbereiding is om vanaf 2026 weer een inkomensafhankelijke bijdrage te gaan invoeren voor alle onderdelen binnen de Wmo. Naast bovenstaande blijft ook de vergrijzing een rol spelen in de te verwachten toename van het aantal aanvragen. Door de groeiende groep ouderen bestaat de kans dat niet tijdig gesignaleerd wordt dat inwoners (tijdelijk) minder zelfredzaam zijn.
Het risico ( € 0,1 miljoen) ontstaat als we door het niet tijdig signaleren te laat kunnen ingrijpen en geconfronteerd worden met hoge kosten. We zien ook dat de gestegen energielasten en de daarvoor in het leven geroepen energietoeslag maken dat er een breder beroep wordt gedaan op beschikbare minimaregelingen. We zien van 2021 naar 2022 dan ook een toename in de verstrekking van minimaregelingen. De evaluatie van het minimabeleid en de daaruit geconstateerde bevindingen worden waar mogelijk direct meegenomen in de reguliere P&C cyclus. Maar daarnaast bestaat er nog immer het risico dat de doelgroep blijft groeien en de aanspraken daardoor hoger blijken dan verwacht. Momenteel schatten we een risico van € 0,1 miljoen in met betrekking tot een stijgende vraag naar minimaregelingen. 2 - Gebiedsovereenkomst - opgave natuur De gemeente heeft samen met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, de regie over de samenhangende opgaven in hun buitengebied. De provincie Zuid-Holland fungeert als opdrachtgever. In het tweede halfjaar van 2020 is met de andere twee overheden een addendum overeengekomen op de Gebiedsovereenkomst Veenweiden. Allereerst is de doorlooptijd van de overeenkomst verlengd tot en met 2026. Daarnaast zijn nieuwe afspraken gemaakt over het risico van overschrijding van het totaalbudget van € 95,1 miljoen voor dit project.
Bij een overschrijding van het budget tot € 4 miljoen, is 50% voor rekening van de provincie en 50% voor rekening van de uitvoerende partijen (gemeente 75% en hoogheemraadschap 25%). Is de overschrijding meer dan € 4 miljoen, dan is dat volledig voor rekening van de provincie. De aanspraak zal voor de gemeente, op basis van het addendum, nooit meer bedragen dan € 1,5 miljoen. 3 - Risico's inzake inflatie en loon- en prijsstijgingen in diverse sectoren In de begroting 2023 is voor het eerst een algemeen risico opgenomen met het oog op diverse ontwikkelingen gekoppeld aan de loon-en prijsstijgingen en de hoge inflatie. Het risico zit daarbij met name in de vraag of de diverse prijsstijgingen afdoende gecompenseerd worden binnen het gemeentefonds. Dit risico is nu geactualiseerd waarbij een onderverdeling is gemaakt tussen een drietal onderwerpen: 77
Projecten: De projecten zijn grofweg in te delen in 3 categorieën te weten civiele (bouw)projecten, medewerking aan bouwprojecten ontwikkelaars en projecten waarvan de gemeente opdrachtgever is. Voor alle projecten is er sprake van risico's, maar de financiële risico's spelen zich met name af rond de projecten waar de gemeente zelf opdrachtgever is. Op basis van de huidige lopende projecten is er een risico inschatting gedaan van € 0,5 miljoen. Daarnaast zien we een steeds groter risico ontstaan met betrekking tot de vertraging van projecten door oplopende wachttijden bij de netbeheerders. Dit kan zorgen voor oplopende kosten en het risico is nu gekwantificeerd op 0,1 miljoen. Onderhouds- en beheerkosten: Hoewel de grootste prijsstijgingen van grondstoffen en materialen zich in 2022 hebben voorgedaan, is het aannemelijk dat de prijsstijgingen, weliswaar in een wat afgevlakte vorm, zich blijven voortzetten. Het risico wordt voor de komende jaren ingeschat op € 0,3 miljoen. CAO-ontwikkelingen: Een ander deel van het risico zoals opgenomen bij de begroting 2023 bestond ook uit de onzekerheid over de CAO voor de ambtelijke organisatie. Inmiddels is daarover voor 2023 een akkoord bereikt tussen werkgevers en vakbonden. Er is echter slechts een CAO voor 1 jaar overeengekomen en daarmee blijft dit risico voor 2024 nog steeds bestaan.
Bij de begroting 2024 gaan we uit van een CAO stijging van 4% op basis van CBS indexcijfers. Voor nu schatten we het risico dat de indexatie conform CBS lager blijkt dan het resultaat van de nieuwe onderhandelingen op € 0,3 miljoen. Daarnaast zien we ook risico's m.b.t. CAO-ontwikkelingen in andere sectoren die invloed kunnen hebben op de budgetten van de gemeenten via bijvoorbeeld de subsidies. Voor zover dit niet ondervangen is in contractuele afspraken zal de gemeente continu beoordelen waar extra inspanning van de gemeente nodig is om hierin tegemoet te komen. Naast de CAO voor 2024 zijn er in de CAO 2023 ook afspraken gemaakt rondom een regeling vervroegd uittreden. Dit maakt het, onder voorwaarden, mogelijk voor medewerkers om voor het bereiken van de AOW leeftijd te stoppen met werken. Op basis van het huidige personeelsbestand is het maximale financiële risico € 0,1 miljoen. Een laatste belangrijke ontwikkeling is die rond (langdurig) ziekteverzuim. Met de druk op de arbeidsmarkt vormt ziekteverzuim financieel gezien een steeds groter risico voor de gemeente. Gezien de hoge premielast om je als gemeente hiertegen te verzekeren kiest de gemeente ervoor eigen risicodrager te zijn en het personeelsbeleid dusdanig in te richten dat ziekteverzuim waar mogelijk voorkomen kan worden.
Waar verzuim door ziekte toch optreedt is het in de huidige arbeidsmarkt echter steeds lastig daarvoor betaalbare vervanging van goede kwaliteit te vinden. We zoeken hierin voortdurend de balans tussen het kunnen continueren van cruciale processen en de beperking van additionele lasten. 4 - Verplichtingen ten aanzien van sport en maatschappelijke voorzieningen Op basis van in het verleden gemaakte afspraken heeft de gemeente verplichtingen ten aanzien van enkele maatschappelijke instellingen. De risico's worden sinds de jaarrekening 2020 ontleend aan de standenlijst voor maatschappelijke voorzieningen binnen het Sociaal domein. De actualisatie van de risico inschatting heeft ten opzichte van de jaarrekening 2022 enkele wijzigingen in het mogelijke risico ten laste van het weerstandsvermogen ten gevolg gehad. In 2023 is er voor maatschappelijke voorzieningen namelijk een mogelijkheid beschikbaar gesteld tot het aangaan van een duurzaamheidslening. Deze lening is er op gericht de exploitatielasten te verlagen door te investeren in duurzaamheidsmaatregelen. Het afgeven van deze leningen, inclusief toetsing door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn), verhoogt het maximale risico.
Bij de jaarrekening is daarbij nog uitgegaan van het totaal beschikbaar gestelde bedrag, maar gezien het feit dat de aanvragen inmiddels binnenkomen is nu uitgegaan van het daadwerkelijk beleende bedrag. Daarbij verlagen de toetsing en de waarborgen die bij de lening gevraagd worden dit risico. Daarnaast zijn de inschatting bij enkele voorzieningen herijkt waarmee het totale risico (1,1 miljoen) per saldo lager ligt dan bij de jaarrekening 2022. De duurzaamheidsleningen en de daarmee genomen maatregelen leiden op termijn tot een verlaging van het overall risico aangezien hierdoor de exploitatielasten van maatschappelijke voorzieningen aanzienlijk kunnen dalen 5 - Invoering Omgevingswet/Wkb In deze begroting zijn zo goed als mogelijk de baten en lasten als gevolg van de invoering van de Omgevingswet en de Wkb ingeschat. Landelijk wordt het uitgangspunt gehanteerd dat binnen 20 jaar de Omgevingswet budgetneutraal is ingevoerd. We hebben geen zicht op wat de daadwerkelijke kosten zullen zijn in de beginjaren, omdat we niet weten wat de uitvoering precies in de praktijk gaat betekenen. Er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd die een kostenstijging ramen van 10 tot 20%. Voor gemeenten is daarbij een onzekerheidsmarge opgenomen van 20%. Vooralsnog houden wij rekening met een risico van € 400.000 voor deze stijging. In 2024 houden we nog rekening met incidentele lasten die we in de 78
begroting hebben opgenomen. Daarnaast gaan wij een onderzoek uitvoeren in de loop van 2024, omdat we verwachten dan meer te kunnen zeggen over de uitvoering en wat dit in de praktijk betekent 6 - Grondexploitaties In de grondexploitaties zijn er verschillende soorten risico’s te onderscheiden. Voorbeelden hiervan zijn financiële, technische of organisatorische risico’s. Voor deze begroting 2024 zijn deze risico’s opnieuw geactualiseerd. De totale risicowaardering is voor de begroting 2024 bepaald op circa € 0,3 miljoen. Dit is ongeveer € 50.000 hoger ten opzichte van de inschatting bij de jaarrekening 2022. De afronding van de complexen Dorpshart (Krimpen aan de Lek) in 2023 heeft een voordelig effect op de risico’s van € 55.000. Voor het complex Tussen Dijk en Bakwetering is de risicowaardering, vanwege de verwachte beperkte mutaties in het risicoprofiel van dit complex, ongewijzigd gebleven ten opzichte van de jaarrekening 2022. De risico’s bij het complex Hoflaan Stolwijk zijn daarentegen wel hoger geworden, namelijk € 105.000. Dit komt volledig voor rekening van de inschatting dat de kosten van bouw- en woonrijp maken door de inflatie hoger zullen uitpakken.
In paragraaf G – Grondbeleid wordt nader ingegaan op de grondexploitaties binnen onze gemeente en de gevormde reserves en voorzieningen 7 - Beheeroverdracht Steinsedijk in Haastrecht Door de wijziging in de Waterwet met ingang van 1 januari 2017 heeft de Steinsedijk in Haastrecht haar waterkerende functie verloren. Dit betekent dat het gehele dijklichaam in beheer en onderhoud aan de gemeente is overgedragen. Dit dijklichaam is in een dermate slechte staat van onderhoud dat een volledig herstel voor de hand ligt. Wij lopen het risico dat de gemeente de volledige kosten voor herstel moet betalen. De totale kosten worden geschat op € 8,3 miljoen af te schrijven over 80 jaar. Voor deze periode is gekozen omdat het een unieke investering betreft waarvoor geen standaard is vastgelegd in de nota investeren en afschrijven. 8 - Niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming De gemeente is in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en Wet politiegegevens (Wpg) verplicht passende technische en organisatorische maatregelen te treffen om ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens van burgers en haar medewerkers. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) kan organisaties die niet aan de AVG voldoen een boete opleggen van maximaal € 20 miljoen of 4% van de jaaromzet.
Bij overtreding van de Wpg kan de AP boetes opleggen welke zijn opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. Afhankelijk van de aard van de overtreding kan een boete oplopen tot wel € 820.000 per overtreding. Op basis van de genomen beheersmaatregelen is het risico bepaald op € 0,1 miljoen 9 - Wachtgeldregeling wethouders De uitkering (wachtgeld) na het vervullen van een politiek ambt is voor politieke ambtsdragers geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Het recht op de uitkering bestaat ongeacht de reden van het aftreden. De termijn en hoogte van de uitkering zijn afhankelijk van de duur van alle voorafgaand aan het ontslag beklede politieke functies (de Appa-loopbaan) en van inkomsten uit een eventuele nieuwe functie. Daarnaast is ook sprake van recht op vergoeding van ten behoeve van outplacement. In de loop van 2022 en 2023 heeft een aantal, inmiddels voormalige, bestuurders recht gekregen op een uitkering. In de begrotingscijfers vanaf 2024 is op basis van een inschatting van hoogte, duur en mogelijke inkomsten rekening gehouden met de hoogte van de uitkering. Dit bedrag ligt lager dan de maximale aanspraak. Het verschil is nu meegenomen in de risicoanalyse. Indien er sprake is van wijzigingen in de omvang van de aanspraken op een uitkering wordt dit meegenomen in de p&cdocumenten in de loop van het jaar.
10 - Risico inbreuk informatiehuishouding Dit risico gaat over het voorkomen van schending van enige wetgeving, wettelijke en regelgevende of contractuele verplichtingen, en van beveiligingseisen. Het niet toezien op de naleving van het onlangs geactualiseerde informatiebeveiligingsbeleid kan tot gevolg hebben dat er wel regels zijn afgesproken en maatregelen zijn genomen, maar dat men er zich niet of onvoldoende aan houdt. Het risico is bruto hoog geprioriteerd. We hebben echter vele beheersmaatregelen getroffen, waardoor het risico (netto) slechts beperkt drukt op het weerstandsvermogen.
79
11 - Impact opvang vluchtelingen Ook in 2024 zal naar verwachting de oorlog in Oekraïne nog niet voorbij zijn. We zien nog steeds een stroom van vluchtelingen als gevolg van deze oorlog ons land intrekken. De afgelopen jaren is gebleken dat de Rijksoverheid gemeenten afdoende gecompenseerd heeft voor de opvang van de vluchtelingen van dit oorlogsgeweld. In 2023 zal er echter wel een herijking van het normbedrag volgen dat gemeenten ontvangen. Maar de inzet is daarbij niet dat gemeenten niet meer kostenneutraal opvang kunnen verzorgen. Een andere belangrijke factor van onzekerheid is hoe we de Oekraïense vluchtelingen op de langere termijn kunnen opvangen. De huidige opvang is tijdelijk van karakter, maar het voortduren van de oorlog en het feit dat gezinnen zich steeds meer wortelen in onze gemeenschappen zal er voor zorgen dat er ook voor de langere termijn plek voor hen nodig is. Daarnaast is ook de druk op de reguliere asielopvang nog zeer groot. De gemeente heeft haar medewerking aan het COA gegeven voor de inrichting van een opvanglocatie voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen in Haastrecht. Daarnaast moeten we als gemeente ook zorgdragen voor het invullen van steeds hogere taakstellingen met betrekking tot huisvesting statushouders.
Dit brengt het risico met zich mee dat we niet langer in staat zijn de taakstelling in te vullen of dat we dit tegen aanzienlijk hogere kosten moeten doen. Vooralsnog is dit echter nog niet van toepassing. Kengetallen Gezien het stijgende belang van onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten, een grotere druk op doelmatigheid en een steeds meer divers wordende context (ontwikkeling van financiële producten, meer verbonden partijen, meer taken zoals bijvoorbeeld in het Sociaal Domein) is het belang van inzicht in de financiële positie toegenomen. Om aan het voorgaande tegemoet te komen, schrijft het BBV een verplichte basis set van vijf financiële kengetallen voor die moeten worden opgenomen in deze paragraaf. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. In de volgende tabel zijn de verplichte kengetallen, inclusief betreffende waarden voor onze gemeente opgenomen. Onder de tabel volgt een nadere toelichting per kengetal en wordt de link gelegd tussen waarden op de verschillende kengetallen. Kengetallen
Rekening 2022
Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
Netto schuldquote
20%
60%
76%
102%
121%
114%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
14%
52%
69%
95%
113%
107%
Solvabiliteitsratio
36%
24%
28%
24%
20%
20%
Structurele exploitatieruimte
4,9%
0,7%
0,1%
0,2%
-6,4%
-7,7%
Grondexploitatie
0%
0%
0%
0%
-1%
0
Belastingcapaciteit
102%
99%
96%
96%
96%
96%
Voor de toelichting per kengetal wordt gebruik gemaakt van het dashboard Financiële kengetallen van het Ministerie van Binnenlands Zaken en Koninkrijksrelaties. Daarbij worden de cijfers van de eigen gemeente geplaatst in de context met landelijke cijfers en de cijfers van de gemeentegrootte 45.000 tot 60.000 inwoners. Deze benchmark is gebaseerd op de cijfers uit de Begroting 2023. Opgemerkt moet worden dat in het dashboard het kengetal netto schuldquote foutief is opgenomen. Dit zou 60% moeten zijn conform onze begroting maar opgenomen is 6%.
80
Weerbaarheid: Kan de gemeente tegen een stootje?
81
Wendbaarheid: kan de gemeente zich relatief snel aanpassen aan veranderende omstandigheden?
Toelichting per kengetal: Netto schuldquote: Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarop rentelasten en aflossingen drukken op de exploitatieruimte. Een normale netto schuldquote ligt tussen de 0% en 90%. Een schuldquote tussen de 90% en 130% wordt als hoog beschouwd en mag niet verder toenemen. Een schuldquote hoger dan 130% wordt als te hoog beoordeeld en moet afgebouwd worden. In het Findo dashboard is per abuis het kengetal voor de gemeente Krimpenerwaard als 6% opgenomen, waar dit 60% zou moeten zijn. De gemeente Krimpenerwaard bevindt zich met 60% bij de begroting 2023 binnen de normale marge en zit lager dan het gemiddelde van andere gemeenten van gelijke omvang (65,6%). Vanaf 2024 zien we de netto schuldquote flink toenemen in verband met de voorziene investeringen. Gecorrigeerde netto schuldquote: Dit kengetal is een aanvulling op bovenstaande waarbij er een correctie plaatsvindt door de verstrekte leningen mee te nemen. Dit om het effect van doorlenen inzichtelijk te maken. De marges zijn identiek en door het meenemen van de verstrekte leningen daalt de schuldquote van de gemeente Krimpenerwaard van 60% naar 52%. Ook de gecorrigeerde netto schuldquote neemt vanaf 2024 toe op basis van de voorziene investeringen.
Solvabiliteit: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen en bestaat uit de hoogte van het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal. Een ratio hoger dan 50% is het minst risicovol, een ratio tussen de 20% en 50% is neutraal en een ratio lager dan 20% is risicovol. De gemeente Krimpenerwaard zit met 24% bij de begroting 2023 in de midden categorie qua risico, maar scoort vergelijkbaar aan het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (29,6%). In 2024 stijgt de solvabiliteit nog licht om in de jaren daarna af te nemen.
82
Grondexploitatie: Dit kengetal geeft weer hoe de boekwaarde van de grondexploitaties zich verhouden tot de totale (geraamde) baten van de gemeente. Een score lager dan 20% is het minst risicovol, tussen de 20% en 35% is neutraal en hoger dan 35% is risicovol. De gemeente Krimpenerwaard zit met een score van 0% bij de begroting 2023 in de minst risicovolle categorie en loopt ook minder risico dan het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (6,5%). Ook vanaf 2024 blijft het kengetal op of rond 0%. Belastingcapaciteit: Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot de gemiddelde landelijke belastingdruk. Een score lager dan 100% geeft aan dat de lokale lasten lager zijn dan het landelijk gemiddelde en een score hoger dan 100% geeft aan dat de lokale lasten hoger zijn dan het landelijke gemiddelde. De gemeente Krimpenerwaard zit met een score van 99% bij de begroting 2023 onder het landelijk gemiddelde, maar iets boven de score van het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (95,3%). In de begroting 2024 zien we dit kengetal dalen naar 96% t.o.v. het landelijk gemiddelde. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is de structurele lasten te dragen met structurele baten. Bij een negatief percentage zijn de structurele lasten hoger dan de structurele baten.
Bij een positief percentage kan de gemeente de structurele lasten dragen met de structurele baten. Voor de gemeente Krimpenerwaard is het percentage 7% bij de begroting 2023 en dit laat dus zien dat wij de structurele lasten kunnen dragen met de structurele baten. Bij het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang is er minder positieve ruimte tussen de structurele lasten en de structurele baten (2,5%). In 2024 is de exploitatieruimte nog net positief. Vanaf 2025 zien we dat we onder andere door de enorme daling van het gemeentefonds exploitatieruimte tekort komen. Het kengetal wordt dan negatief.
83
C. Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn bezittingen van de gemeente die gedurende een lange periode gebruikt worden om een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke belang. Het onderhoud hiervan kost veel geld. Dit neemt dan ook een groot deel van de gemeentelijke begroting in beslag. Voor kapitaalgoederen zijn vaak langlopende investeringen vereist. Achterstanden in het onderhoud hiervan kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol om op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen planmatig beleid te voeren en op deze wijze invulling te geven aan de begrippen assetmanagement en risicomanagement. In deze paragraaf is het beleidskader opgenomen waarin het kwaliteitsniveau is vastgelegd waarop de kapitaalgoederen worden onderhouden, de aantallen en de financiële middelen die nodig zijn voor het in stand houden hiervan. De financiële consequenties zijn inzichtelijk gemaakt voor de komende jaren. We merken hierbij op dat aanbestedingsvoordelen of -nadelen, gelet op de hoogte van de investeringen, grote invloed kunnen hebben op de financiën. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van de rente. De kapitaalgoederen worden onderverdeeld in de volgende drie categorieën: 1. Gebouwen (beleidskader: Vastgoedbeleid (2021) en de Kadernota Maatschappelijke Voorzieningen(2021)) 2.
Wegen, civiele kunstwerken, groen, water, openbare verlichting en speelvoorzieningen (beleidskader: Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2021-2025) 3. Riolering (beleidskader: Programma Riolering en Klimaatadaptatie 2023-2027) Op de pagina’s hierna is per categorie kort het beleidskader aangegeven. Ook is van 2024, 2025, 2026 en 2027 de begroting weergegeven. 1. Gebouwen Actueel beleidskader De gemeente Krimpenerwaard is eigenaar van een omvangrijke en gevarieerde vastgoedportefeuille. Vastgoed waarmee we onze sociaal-maatschappelijke doelstellingen mogelijk maken en we laagdrempelige zorg en ondersteuning bieden. Vastgoed waarmee we voorzien in culturele activiteiten en waarmee we de gelegenheid geven elkaar te ontmoeten. Ons vastgoed geeft veel inwoners de gelegenheid om onder andere te sporten en vitaal te blijven. Sommige gebouwen hebben we tijdelijk in bezit, ze zullen op korte termijn plaats maken voor nieuwbouw of voor het toevoegen van ruimtelijke kwaliteit. Onze gemeentelijke huisvesting en begraafplaatsen dienen het algemeen nut en met het bezit van de voor publiek toegankelijke monumenten dragen we bij aan het behoud van het Krimpenerwaardse erfgoed en aan de uitstraling van onze gemeente. In 2021 zijn het Vastgoedbeleid en de Kadernota maatschappelijke voorzieningen opgesteld.
In het Vastgoedbeleid zijn de kaders gesteld om het gemeentelijk vastgoed op een doeltreffende en efficiënte manier te beheren. De Kadernota maatschappelijke voorzieningen biedt een afwegingskader om eenduidige besluiten te nemen over specifieke huisvestingsvragen voor maatschappelijke activiteiten. De twee beleidsstukken sluiten naadloos op elkaar aan. Areaal De gemeente Krimpenerwaard bezit 118 vastgoedobjecten, met een totaal bruto vloeroppervlakte(BVO) van ruim 53.000 m2. Deze objecten staan verspreid in de verschillende kernen binnen de gemeente. Onderhoudsbudgetten De financiële middelen voor openbare gebouwen zijn gesplitst in exploitatie (dagelijks onderhoud) en een storting in een onderhoudsvoorziening. De storting in de voorziening is toereikend om in de planperiode het groot onderhoud uit te kunnen voeren. Toch moet wel het aanwezige risico worden benoemd van onvoorziene omstandigheden en prijsstijgingen. Sinds het opstellen van de huidige meerjarenplanning zijn de prijzen van grondstoffen explosief gestegen. Hoe zich dit verder ontwikkelt en wanneer dit zich stabiliseert is de vraag. De kosten voor het groot onderhoud worden jaarlijks inzichtelijk gemaakt door het uitvoeren van 84
inspecties aan de gebouwen. Voor de brandweerkazernes geldt dat het klein dagelijks onderhoud ten laste van de Veiligheidsregio komt. De kosten zijn in de meerjarenbegroting als volgt geraamd: Onderdeel (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Lasten in de exploitatie
424.280
424.280
424.280
424.280
Dotatie voorziening Onderhoud gebouwen
1.380
1.380
1.380
1.380
Onttrekking voorziening Onderhoud gebouwen
1.425
900
1.476
1.058
Om te anticiperen op toekomstige areaaluitbreidingen en prijsstijgingen ten opzichte van het huidige beheerplan zijn hiervoor in de begroting lasten opgenomen ter grootte van respectievelijk 1% en 3% van de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening. 2. IBOR Actueel beleidskader Het beleidsplan IBOR 2 vormt het kader voor de in stand houding en ontwikkeling van de openbare ruimte. Met dit plan laat de gemeente zien hoe zij haar openbare buitenruimte de komende jaren gaat beheren. Het IBOR 2 richt zich in basis op: • We werken kwaliteitsgericht binnen de beschikbare middelen • We spelen in op trends en ontwikkelingen • We dragen zorg voor een veilige openbare ruimte • We kennen de kwantiteit en kwaliteit van ons areaal Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte doen wij volgens de principes van integraal beheer. Hierbij beschouwen wij de onderdelen van de openbare ruimte als een geheel. We hebben het dan over wegen, openbare verlichting, groenvoorzieningen, bomen, water, civiele kunstwerken, speelvoorzieningen en verkeers- en straatmeubilair. Areaal Onderdeel
Aantallen 1-7-2023
Wegen in ha.
210
Civiele kunstwerken
398
Lichtpunten
12.580
Oppervlakte groen in ha.
125
Bomen
22.336
Speeltoestellen
905
Oppervlakte water in ha.
742
Oeverlengte in km.
164
Oeverconstructies
86
Duikers
372
Onderhoudsbudgetten De kosten voor het IBOR zijn opgenomen onder programma: - Verkeer, vervoer en waterstaat - Onderwijs, sport, cultuur en recreatie - Volksgezondheid en milieu
85
De financiële middelen die beschikbaar zijn voor het IBOR zijn gesplitst in exploitatie (dagelijks onderhoud) en een storting in een onderhoudsvoorziening. De storting in de voorziening is toereikend om in de planperiode het groot onderhoud uit te kunnen voeren. Onderhoud groen en bestrijding onkruid op verharding Net als bij gladheidbestrijding is de besteding van de groenbudgetten afhankelijk van de sterk wisselende weersomstandigheden Om toch goed te kunnen anticiperen op het wisselende weer zijn soms extra onderhoudswerkzaamheden nodig. Door deze extra maatregelen kan de besteding van groenbudgetten fluctueren en bij ongunstige omstandigheden worden overschreden. De kosten zijn in de meerjarenbegroting als volgt geraamd: Onderdeel (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Lasten in de exploitatie
3.845
4.264
4.264
4.264
Dotatie voorziening IBOR
4.503
4.503
4.503
4.503
Onttrekking uit de voorziening IBOR
7.146
7.874
7.269
5.109
Om te anticiperen op toekomstige areaaluitbreidingen en prijsstijgingen ten opzichte van het huidige beheerplan zijn hiervoor in de begroting lasten opgenomen ter grootte van respectievelijk 1% en 3% van de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening. 3. Riolering Actueel beleidskader Het beleidskader is gebaseerd op hetgeen is opgenomen in de Wet Milieubeheer en volgt het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Daarin staat opgenomen dat een gemeente verplicht is al het afvalwater dat binnen haar grenzen vrijkomt, in te zamelen. Door de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken hebben de gemeenten ook de zorg voor het afvloeiend hemelwater en het grondwater. Deze zorgplicht is verankerd in het Programma Riolering & Klimaatadaptatie 2023-2027 (PR&K). Het IBOR 2 en het PR&K zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in onze integrale projecten. Dit zijn communicerende vaten, omdat aanpassingen bij de één direct van invloed zijn op de ander. Deze twee beleidskaders worden dan ook in nauwe samenhang afgestemd. Door een goed beheer en onderhoud, renovatie en vervanging willen wij het rioleringssysteem zo optimaal mogelijk laten functioneren tegen de laagst mogelijke kosten. Duurzaamheid is hierbij een kernbegrip.
De riolering dient ervoor om de volksgezondheid duurzaam te beschermen, de kwaliteit van de leefomgeving op peil te houden en bodem, grondwater en oppervlaktewater duurzaam te beschermen en wateroverlast te voorkomen. Areaal Onderdeel
Aantallen 1-7-2023
Gemengd systeem
157
Droogweerafvoer (DWA)
59
Hemelwaterafvoer (HWA)
76
Drainage
24
Gemalen
79
Pompunits drukriolering
1875
Persleiding
204
Bergingsbassins
16
Onderhoudsbudgetten De uitgaven voor dit onderdeel vallen in grote lijnen uiteen in exploitatielasten en investeringskosten. De 86
exploitatielasten bestaan voor een groot gedeelte uit kapitaallasten (rente en aflossing op investeringen in het riool) en overheadkosten, omdat het rioolstelsel in eigen beheer wordt onderhouden. Deze kosten worden gedekt door de tarieven. De kosten zijn in de meerjarenbegroting als volgt geraamd: Onderdeel (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Lasten in de exploitatie
1.438
1.415
1.415
1.415
Dotatie voorziening vGRP Onttrekking uit de voorziening vGRP
0
0
0
0
653
1.131
1.261
1.606
4. Projecten openbare ruimte We zorgen voor een duurzame instandhouding van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte door te renoveren en te investeren. Iedere jaarschijf wordt hier een krediet voor aangevraagd. Dit krediet wordt vervolgens verspreid over een periode van 2 tot 5 jaar uitgegeven. Dit is de doorlooptijd van projecten, afhankelijk van de complexiteit en omvang van de werkzaamheden. De budgetten voor de portefeuille van 2024 wordt in twee delen aangevraagd. In de begroting 2024 wordt er circa €3,5 miljoen aangevraagd. Dit bestaat uit IBOR (€ 2,8) en Riolering (€0,7). Voor de jaarschijf 2024 geldt dat er eerst krediet voor de kleinschalige renovaties en voorbereiding grote projecten wordt aangevraagd en later (na 1 á 2 jaar) het uitvoeringskrediet van de grote projecten. Dit maakt dat deze aanvraag in eerste instantie lager ligt ten opzichte van de voorgaande jaren en na 1 á 2 jaar een gelijk niveau laat zien. Hiermee sluiten we in financiële zin aan op de realistische snelheid waarmee de budgetten uitgegeven worden. De raad wordt jaarlijks geïnformeerd over de stand van zaken van lopende projecten openbare ruimte en kredieten middels de jaarrekening. In aanvulling hierop wordt gekeken naar de mogelijkheid de raad actief te informeren middels bijvoorbeeld een Projectenavond over de openbare ruimte.
Het krediet van IBOR bestaat uit: - Renovatie Renovatie wordt gedekt middels onttrekking uit de Voorziening IBOR. - Vervanging Civiele kunstwerken - Vervanging Openbare verlichting Vervanging wordt geactiveerd en over een periode van 25 tot 40 jaar afgeschreven. Dit leidt tot afschrijvings- en rentelasten in de exploitatie. Met deze werkwijze conformeren wij ons aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
87
D. Financiering Algemeen Inleiding In de paragraaf financiering wordt de financieringsfunctie van de gemeente Krimpenerwaard toegelicht voor de jaren 2024-2027. De toelichting vindt plaats in een onderdeel algemene ontwikkelingen en een onderdeel ontwikkelingen gemeente Krimpenerwaard. Onder de algemene ontwikkelingen komen de renteontwikkelingen en ontwikkelingen ten aanzien van de wet- en regelgeving aan de orde. Het onderdeel ontwikkelingen gemeente Krimpenerwaard richt zich specifiek op de financiering, renteberekening en het voldoen aan wettelijke bepalingen van de gemeente Krimpenerwaard. Belangrijkste conclusies De belangrijkste conclusies uit de paragraaf financiering zijn: