Begroting 2023-2026.pdf
Tekst van het document
Toe te rekenen kosten
-
Overhead incl. (omslag)rente
23.819
BTW
-
Totale kosten
149.617
Opbrengst heffingen
10.480
Dekkingspercentage
7,0%
7. Marktgelden De marktgelden worden geheven van degene aan wie een standplaats op de markt ter beschikking gesteld is. Marktgelden kennen een gedifferentieerd tarief voor de grote markten, de kleine markten en de mini markten. De marktgelden mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. De tarieven worden geïndexeerd met de inflatie. De tarieven bedragen per strekkende meter frontbreedte voor een vaste standplaats per kwartaal. 2021
2022
2023
grote markt (20 en meer standplaatsen)
€27,55
€28,00
€29,35
kleine markt (6 t/m 19 standplaatsen)
€18,10
€18,40
€19,30
mini markt (1 t/m 5 standplaatsen)
€11,85
€12,05
€12,65
Berekening kostendekkendheid marktgelden 20 en meer
6 t/m 19
1 t/m 5
totaal
Begrote kosten
€17.920
€35.349
€9.205
€62.474
Begrote opbrengsten
€17.140
€22.234
€3.795
€43.169
Dekkingspercentage
96%
63%
41%
69%
Er is bewust voor gekozen om het tarief van de kleine markten laag te houden, omdat er minder vraag is naar standplaatsen en omdat we de leefbaarheid van de kleine kernen willen behouden.
81
8. Havengelden Havengelden worden geheven van de schipper van het vaartuig. De havengelden mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. De tarieven worden geïndexeerd met de inflatie. Voor de tarieven wordt verwezen naar de vast te stellen Verordening havengelden 2023. Berekening kostendekkendheid havengelden Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
82.740
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
-11.937
netto kosten taakveld(en)
70.803
Toe te rekenen kosten
-
Overhead incl. (omslag)rente
55.787
BTW
-
Totale kosten
126.590
Opbrengst heffingen
86.328
Dekkingspercentage
68,2%
9. Overige heffingen Voor de bijdragen van de bedrijveninvesteringszones (BIZ-heffing) treedt de gemeente op als dienstverlener. De stichtingen zorgen voor de plannen en de uitvoering ervan. De bij aanvang van de BIZ opgestelde verordening geldt voor het hele BIZ-tijdvak (5 jaar) en bevat de tarieven voor alle jaren. Er is een BIZ-heffing voor het centrum van Schoonhoven, voor het centrum van Bergambacht en voor bedrijventerrein De Wetering in Bergambacht. 10. Overzicht lokale lastendruk Bij de lokale lastendruk nemen we de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing mee in de berekening. De WOZ-waarde 2022 is gecorrigeerd met de gemiddelde waardestijging van woningen. Bij de afvalstoffenheffing is uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met een container van 240 liter die 10x per jaar geleegd wordt. Eigenaar woning
2021
2022
2023
WOZ-waarde
€291.000
€318.000
€372.000
OZB
€311,00
€316,00
€319,00
Afvalstoffenheffing
€289,35
€293,70
€305,90
Rioolheffing
€252,45
€256,50
€268,80
€852,80
€866,20
€893,70
Huurder woning
2021
2022
2023
Afvalstoffenheffing
€289,35
€293,70
€305,90
Rioolheffing
€252,45
€256,50
€268,80
€541,80
€550,20
€574,70
De woonlasten van de omliggende gemeenten voor 2023 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken, worden de woonlasten 2022 vergeleken. Deze woonlasten zijn berekend met behulp van de Lokale Lasten Calculator 2022 van het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lager Overheden). Bij de berekening is uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde, een tweepersoonshuishouden met de gemiddelde hoeveelheid afval en indien de rioolheffing afhankelijk is van het waterverbruik het gemiddelde waterverbruik.
82
Gemeente
OZB
afvalstoffenheffing
rioolheffing
Krimpenerwaard
€ 388
€ 251
€ 257
woonlasten € 896
Bodegraven-Reeuwijk
€ 453
€ 316
€ 287
€ 1.056
Gouda
€ 313
€ 313
€ 500
€ 1.126
Krimpen aan den IJssel
€ 319
€ 384
€ 236
€ 939
Oudewater
€ 518
€ 304
€ 335
€ 1.157
Zuidplas
€ 452
€ 304
€ 192
€ 948
Landelijk gemiddelde
€ 380
€ 317
€ 207
€ 904
11. Kwijtschelding Iemand die de lokale belastingen niet kan betalen, kan in aanmerking komen voor kwijtschelding. Bij het verlenen van kwijtschelding wordt rekening gehouden met het vermogen en met de betalingscapaciteit die iemand heeft. Kleine zelfstandigen kunnen ook in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privé-belastingschulden. Hoofdregel is dat gemeenten de kwijtscheldingsregels van de rijksoverheid volgen. Het Rijk gaat uit van 90% van de kosten van bestaan. Om van deze rijksregel af te kunnen wijken is in de Verordening kwijtschelding 2023 opgenomen dat we uit gaan van hogere kosten van bestaan, namelijk 100%. Een hoger percentage dan 100% is wettelijk niet toegestaan. In de verordening wordt ook bepaald voor welke belastingen geen of gedeeltelijke kwijtschelding mogelijk is. Kwijtschelding kan verleend worden voor aanslagen OZB, afvalstoffenheffing (vast tarief en een gemaximeerd aantal ledigingen en/of ontgrendelingen) en rioolheffing. Het SVHW behandelt de kwijtscheldingsverzoeken. Als het eerste verzoek leidt tot kwijtschelding, kan de aanvrager toestemming verlenen voor geautomatiseerde kwijtschelding. Dan hoeft, bij gelijkblijvende omstandigheden, niet jaarlijks een kwijtscheldingsverzoek ingediend te worden. De kosten voor de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid worden doorberekend in de tarieven van de verschillende heffingen.
83
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Inleiding In deze paragraaf gaan we in op het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de gemeente Krimpenerwaard. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) vraagt in deze paragraaf minimaal in te gaan op een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, een inventarisatie van de risico’s en het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Deze risicoinventarisatie wordt twee keer per jaar geactualiseerd (voor de begroting en voor de jaarrekening). Daarnaast hebben we in onze nota Risicomanagement vastgesteld dat deze paragraaf een toelichting bevat van alle risico’s groter dan € 50.000. In de begroting 2023-2026 worden de COVID-19 risico's niet langer separaat benoemd. Voor zover er nog risico's optreden die gerelateerd zijn aan COVID-19 zijn deze geïntegreerd in bestaande risico's. Weerstandscapaciteit Met de weerstandscapaciteit bedoelen we al die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden. Denk hierbij aan de algemene reserve en de reserve weerstandsvermogen. De reserve weerstandsvermogen is gebaseerd op de geïnventariseerde risico’s. Bedrag €
Risico's Geïnventariseerde risico’s
6.430
Het is onwaarschijnlijk dat alle geïnventariseerde risico’s zich tegelijkertijd in volle omvang voordoen. De gemeente Krimpenerwaard heeft ervoor gekozen om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen op 50% van de geïnventariseerde risico’s. Hetgeen neerkomt op:
50% van de geïnventariseerde risico’s af te dekken, 50% van € 6.430.000 = € 3.215.000
Dit saldo ad € 3.215.000 moet afgedekt worden door middel van de reserve weerstandsvermogen. Weerstandscpaciteit
Bedrag
De algemene reserve
7.104
De reserve weerstandsvermogen
3.215
Totale beschikbare weerstandscapaciteit
10.319
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt weergegeven als een ratio tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het totaal van de gekwantificeerde risico’s. De weerstandscapaciteit bedraagt € 10,3 miljoen. De geïnventariseerde risico’s bedragen € 6,4 miljoen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico’s. Dit verhoudingsgetal bedraagt derhalve 1,6. Ratio Boven 2,0 Tussen 1,4 en 2,0
Waardering Uitstekend Ruim voldoende
Tussen 0,8 en 1,4
Matig
Tussen 0,6 en 0,8
Onvoldoende
Onder 0,6
Ruim onvoldoende
Het kengetal 1,6 (Jaarrekening 2021: 2) geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen en wordt beoordeeld als matig. De verlaging van dit kengetal van 2 naar1,6 wordt in hoofdzaak veroorzaakt door de beoogde onttrekking uit de Algemene reserve vrij vermogen in 2023, waardoor de weerstandscapaciteit afneemt. Risicomanagement Risicomanagement kent meerdere doelstellingen. In de nota Risicomanagement, die in oktober 2016 in de raad is vastgesteld, zijn de volgende doelstellingen benoemd:
84
1. Inzicht verkrijgen in de risico’s die wij als gemeente lopen. Dit zijn zowel financiële als nietfinanciële risico’s. Daarbij moeten beheersmaatregelen deze risico’s verminderen. 2. Vergroten van het risicobewustzijn van alle medewerkers binnen de gemeente in houding en gedrag. Risicobewustzijn moet onderdeel zijn van de bedrijfscultuur. 3. Beoordelen van het benodigde weerstandsvermogen. 4. Voldoen aan wet- en regelgeving (BBV). Bij risico’s maken we een onderscheid tussen risico’s die wel en risico’s die niet van belang zijn voor de weerstandscapaciteit. Bepaalde risico’s zijn niet van belang voor de weerstandscapaciteit als de begroting- en rekeningcyclus in orde is en we adequate beheersmaatregelen of (verlies)voorzieningen hebben getroffen. Risico’s die van belang zijn voor de weerstandscapaciteit zijn bijvoorbeeld bedrijfsrisico’s als grondexploitatie, de sociaaleconomische ontwikkelingen, garantieverplichtingen, schadeclaims en renterisico’s. De risico-inventarisatie is in juli en augustus 2022 geactualiseerd. Inventarisatie van de risico’s Op basis van de geïnventariseerde risico’s is een inschatting gemaakt van de mogelijke financiële tegenvallers. Om bij de inventarisatie een redelijke inschatting te kunnen maken van de kansen dat risico’s zich voordoen en de financiële consequenties, hebben we gebruik gemaakt van bandbreedtes.
Bij de opzet van de bandbreedtes is rekening gehouden met de omvang van risicovolle situaties in Krimpenerwaard, afgezet tegen de schaal waarop Krimpenerwaard opereert. Klasse
Norm
Risico
1
Minder of 1 x per 10 jaar
10%
2
1 x per 5 - 10 jaar
30%
3
1 x per 2 - 5 jaar
50%
4
1 x per 1 - 2 jaar
70%
5
1 x per jaar of vaker
90%
Bij elk risico is geïnventariseerd welke beheersmaatregelen zijn getroffen die het risico verkleinen. Vervolgens is een inschatting gemaakt van het maximaal financiële risico dat resteert. Met behulp van het percentage, behorend bij de klasse (bijvoorbeeld 10%), en het bedrag opgenomen bij “maximaal financieel gevolg restrisico” wordt het financiële gevolg voor de weerstandscapaciteit berekend. Hieronder een overzicht van de risico’s ≥ € 50.000 op basis van het op deze wijze berekende financiële gevolg. Risico's >= € 50.000
(x € 1.000)
1. SD/SZ - Diverse risico's Jeugd, Wmo en Participatiewet
1.535
2. Gebiedsovereenkomst - Opgave natuur
1.500
3. ALG - Risico inzake inflatie en loon-en prijsstijgingen in diverse sectoren
1.000
4. SD04 - Financiële verplichtingen tav sport en maatschappelijke voorzieningen kunnen leiden tot financiële risico's
940
5. GREX01 - Exploitatierisico's
218
6. P&O-06 Wachtgeldregeling wethouders
120
7. OW01 - Beheeroverdracht Steinsedijk in Haastrecht
112
8. ALG01 - Niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming
105
9. S&I12 - Onvoldoende naleven van informatiebeleid en procedures
70
10. SD - Impact (Oekraïense) vluchtelingenstroom
PM
11. Overige risico's Totaal
830 6.430
De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de geïnventariseerde risico’s bedraagt € 6,4 miljoen. Bij de Jaarrekening 2021 was dit € 7,4 miljoen. De verlaging van het risico met € 1 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door het wegvallen van de risico's COVID-19, een beperking van enkele risico's binnen het sociaal domein en een afname van de risico's op de grondexploitaties en lopende projecten. Wat echter wel duidelijk is, is dat er met name door de onzekerheid op een groot aantal dossiers op landelijk niveau zoals asielbeleid, woningbouw-en stikstofopgave en de financiering medeoverheden na 2025 er ook gemeentelijk veel onzekerheden bijkomen. Maar gezien de grote
85
onzekerheid op veel van deze dossiers is ook een risico inschatting complex. Hieronder volgt een toelichting op de risico’s van € 50.000 en groter. Inleiding Vanaf de Begroting 2021 worden alle risico’s van € 50.000 en groter toegelicht. Hieronder een toelichting per risico ≥ € 50.000. 1 - SD Diverse risico's Jeugd, Wmo en Participatiewet Jeugd en Wmo € 1,28 miljoen De uitgaven voor Jeugdhulp en de Wmo-voorzieningen worden jaarlijks zo reëel mogelijk begroot. Door het open einde karakter van deze voorzieningen bestaat het risico (€ 0,8 miljoen) dat de uitgaven een, vaak niet te voorzien, negatief verloop laten zien. Een toename van de kosten kan het gevolg zijn van mutaties in het volume en in de prijsafspraken. Binnen de Jeugdhulp wordt 70% van de indicaties buiten het gemeentelijke kanaal om afgegeven door directe verwijzers als huis- en jeugdartsen. In de tussentijdse rapportages stellen wij steeds de budgetten bij op basis van de meest recente data. Binnen het Sociaal Domein wordt aan verschillende leveranciers, soms onder landelijke druk vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, voorschotten betaald om de continuïteit van de dienstverlening te kunnen waarborgen. Het risico (€ 0,3 miljoen) bestaat dat betaalde voorschotten bij een faillissement van de dienstverlener niet meer kunnen worden verrekend.
De nu nog uitstaande bevoorschotting wordt momenteel formeel ook omgezet in een leningsovereenkomst om daarmee de risico's te beperken en formeel vast te leggen. Het borgen van continuïteit door middel van voorschotten en leningen wordt momenteel mede versterkt door de transformatie die de jeugdhulp plus zorgverlening doormaakt. Dit vraagt om een inspanning van de aan deze zorg verbonden zorgaanbieders om hun zorgpakket om te schakelen. Bij de Wmo heeft de verlaging van de eigen bijdrage een aanzuigende werking op de maatwerkvoorzieningen. We zien over 2020 en 2021 een toename van de Wmo uitgaven. De toename is deels het gevolg van de toenemende vergrijzing en deels ten gevolge van de verlaging van het abonnementstarief. Daarnaast bestaat de kans dat niet tijdig gesignaleerd wordt dat mensen (tijdelijk) minder zelfredzaam zijn. Het gaat hierbij om alle doelgroepen binnen de samenleving. Jong en oud. Het risico (€ 0,1 miljoen) bestaat eruit dat de gemeente opeens voor hoge kosten komt te staan omdat te laat kan worden ingegrepen. Door middel van de inspanning zoals benoemd in het integraal beleidskader sociaal domein en de maatschappelijke agenda trachten we de zelfredzaamheid te vergroten of het ontbreken daarvan eerder te signaleren.
Daarnaast toetsen we tegenwoordig, als onderdeel van de zelfredzaamheidstoets, ook de financiële zelfredzaamheid van inwoners bij aanvragen huishoudelijk hulp. Tot slot bestaat er nog het risico (€ 0,1 miljoen) dat de uitgaven Jeugd, als gevolg van de invoering van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet per 1 januari 2022, minder hard dalen dan de berekeningen van het Rijk. Inmiddels is er goed inzicht in de in- en uitstroom door de wijziging van het woonplaatsbeginsel, maar er is nog geen volledige overgang van alle jeugdigen gerealiseerd. Het risico blijft daarmee bestaan, maar wordt op basis van de laatste inzichten wel aanzienlijk lager dan in de jaarrekening 2021 (0,4 miljoen). Participatiewet € 0,25 miljoen Ook voor 2022 is de verwachting dat de gemeente Krimpenerwaard aanspraak zal mogen maken op de vangnetuitkering inzake de BUIG-budgetten. De discrepantie tussen de uitkering vanuit de Rijksoverheid en de kosten van de gemeente nemen echter wel af en de verwachting is dat deze trend zich ook in 2023 zal doorzetten. Het risico neemt daarmee licht af ten opzichte van de jaarrekening 2021. 2 - Gebiedsovereenkomst - opgave natuur De gemeente heeft samen met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, de regie over de samenhangende opgaven in hun buitengebied. De provincie Zuid-Holland fungeert als opdrachtgever.
In het tweede halfjaar van 2020 is met de andere twee overheden een addendum overeengekomen op de Gebiedsovereenkomst Veenweiden. Allereerst is de doorlooptijd van de overeenkomst verlengd tot en met 2026. Daarnaast zijn nieuwe afspraken gemaakt over het risico van overschrijding van het totaalbudget van € 95,1 miljoen voor dit project. Bij een overschrijding van het budget tot € 4 miljoen, is 50% voor rekening van de provincie en 50% voor rekening van de uitvoerende partijen (gemeente 75% en hoogheemraadschap 25%). Is de
86
overschrijding meer dan € 4 miljoen, dan is dat volledig voor rekening van de provincie. De aanspraak zal voor de gemeente, op basis van het addendum, nooit meer bedragen dan € 1,5 miljoen. 3 - Risico's inzake inflatie en loon- en prijsstijgingen in diverse sectoren In de paragraaf weerstandsvermogen bij de jaarrekening 2021 was reeds een risico opgenomen van € 500.000 met betrekking tot loon-en prijsontwikkelingen in de bouw- en onderhoudssector. Inmiddels zien we dit risico bewaarheid worden en waar mogelijk wordt deze stijgingen verwerkt in de budgetten. Daarmee neemt het risico op de onderdelen waar de budgetten bijgesteld kunnen worden wel af, maar inmiddels moeten we erkennen dat gezien de hoge inflatie en de loon-en prijsstijgingen in overige sectoren er ook op andere fronten risico's ontstaan voor ons als gemeente. Denk daarbij aan prijsstijgingen bij onze verbonden partijen, onze maatschappelijke partners, maar ook een toename van het aantal minima die daarmee aanspraak krijgen op voorzieningen die voor deze doelgroep beschikbaar zijn binnen onze gemeente. Ook de loonontwikkeling van de ambtelijke organisatie, waarvoor in de begroting 2023 een stijging van 2% is voorzien, geeft nog risico's aangezien deze loonontwikkeling op basis van de laatste landelijke indexcijfers ook hoger uit kan vallen.
Het is daarbij nog onzeker in hoeverre de gemeente zelf gecompenseerd wordt voor deze loon- en prijsstijgingen via het gemeentefonds. Daarom is de hoogte van dit risico in de begroting 2023 op € 1 miljoen gezet. 4 - Verplichtingen ten aanzien van sport en maatschappelijke voorzieningen Op basis van in het verleden gemaakte afspraken heeft de gemeente verplichtingen ten aanzien van enkele maatschappelijke instellingen. De methode van risicobepaling voor dit onderdeel is gewijzigd ten opzichte van voorgaande keren. De risico's worden sinds de jaarrekening 2020 nu ontleend aan de standenlijst voor maatschappelijke voorzieningen (onderdeel beheer van het project maatschappelijke voorzieningen binnen Sociaal Domein). Bruto en netto wordt het risico nauwkeuriger per instelling bepaald. Ten opzichte van de jaarrekening 2021 zijn er geen wijzigingen opgetreden in de risicoprofielen van de verschillende voorzieningen. 5 - Grondexploitaties In de grondexploitaties zijn er verschillende soorten risico’s te onderscheiden. Voorbeelden hiervan zijn financiële, technische of organisatorische risico’s. Voor deze begroting 2023 zijn deze risico’s geactualiseerd. De totale risicowaardering is voor de begroting 2023 bepaald op circa € 218.000,00. Dit is ongeveer € 70.000 lager ten opzichte van dit risico bij de jaarrekening 2021.
Oorzaak hiervan is de afronding van beide complexen Dorpshart (Krimpen aan de Lek) in 2022. Voor de complexen Tussen Dijk en Bakwetering en Hoflaan Stolwijk is de risicowaardering vanwege de verwachte beperkte mutaties in het risicoprofiel in deze complexen, ongewijzigd gebleven ten opzichte van de jaarrekening 2021. In paragraaf G – Grondbeleid wordt nader ingegaan op de grondexploitaties binnen onze gemeente en de gevormde reserves en voorzieningen. 6 - Beheeroverdracht Steinsedijk in Haastrecht Met ingang van 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. Vanwege de wetwijziging is door de Provincie een ontwerpbesluit opgesteld tot wijziging van de Waterverordening Rijnland en de Verordening Ruimte 2014, welke op 14 november 2018 is vastgesteld door de Provincie Zuid-Holland. Het Hoogheemraadschap van Rijnland (verder Rijnland) heeft op basis van dit besluit de legger regionale keringen en de legger primaire keringen geactualiseerd. Onderdeel van de wetswijziging is een wijziging in de normering van dijken. De Steinsedijk in Haastrecht heeft daardoor voor een groot deel de waterkerende functie verloren en is dus formeel geen dijk meer. Dit betekent dat het hele dijklichaam in beheer en onderhoud door Rijnland aan de gemeente wordt overgedragen.
Aangezien het dijklichaam in slechte staat van onderhoud verkeert, vordert de gemeente van Rijnland de kosten van herstel van het dijklichaam. De ramingen voor het herstel liggen tussen en € 6,5 en € 8,5 miljoen exclusief BTW. Op grond van deze informatie is het risico berekend op € 112.000 gebaseerd op een investering van € 8.350.000 af te schrijven in 80 jaar. Er wordt op dit moment gekeken wat de mogelijkheden zijn om het dijklichaam zo te construeren dat er voor de komende lange periode geen onveilige situaties ontstaan en waardoor het onderhoud verder teruggedrongen wordt. Daarbij wordt ook nog steeds gekeken naar de rol van Rijnland. Zodra daar duidelijkheid over is kan dit risico komen te vervallen. 7 - Niet voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming De gemeente is verplicht passende technische en organisatorische maatregelen te treffen ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens van burgers. Vanaf 25 mei 2016 geldt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en organisaties in de publieke en private sector hadden tot 25 mei 2018 de tijd voor het aanpassen van de bedrijfsvoering op de AVG. Organisaties die vanaf dat
87
moment niet aan de AVG voldoen lopen boeterisico’s, die kunnen oplopen tot € 20 miljoen of maximaal 4% van de jaaromzet. 8 - Wachtgeldregeling wethouders De uitkering (wachtgeld) na het vervullen van een politiek ambt is voor politieke ambtsdragers geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Het recht op de uitkering bestaat ongeacht de reden van het aftreden. De termijn en hoogte van de uitkering zijn afhankelijk van de duur van alle voorafgaand aan het ontslag beklede politieke functies (de Appa-loopbaan) en van inkomsten uit een eventuele nieuwe functie. Daarnaast is ook sprake van recht op vergoeding van ten behoeve van outplacement. In de loop van 2022 heeft een aantal, inmiddels voormalige, bestuurders recht gekregen op een uitkering. In de begrotingscijfers vanaf 2023 is op basis van een inschatting van hoogte, duur en mogelijke inkomsten rekening gehouden met de hoogte van de uitkering. Dit bedrag ligt lager dan de maximale aanspraak. Het verschil is nu meegenomen in de risicoanalyse. Indien er sprake is van wijzigingen in de omvang van de aanspraken op een uitkering wordt dit meegenomen in de p&cdocumenten in de loop van het jaar. 9 - Onvoldoende naleven van informatiebeleid en procedures Dit risico gaat over het voorkomen van schending van enige wetgeving, wettelijke en regelgevende of contractuele verplichtingen en van beveiligingseisen.
Het niet toezien op de naleving van het onlangs geactualiseerde informatiebeveiligingsbeleid kan tot gevolg hebben dat er wel regels zijn afgesproken en maatregelen zijn genomen, maar dat men er zich niet of onvoldoende aan houdt. Het risico is bruto hoog geprioriteerd. We hebben echter vele beheersmaatregelen getroffen, waardoor het risico (netto) slechts beperkt drukt op het weerstandsvermogen. 10 - Impact (Oekraïense) vluchtelingenstroom De enorme toename aan vluchtelingen, mede veroorzaakt door de crisis in Oekraïne heeft niet alleen een korte termijn impact, maar gaat ook op de langere termijn impact hebben. Denk daarbij aan zorgvragen, minima en bijstand, participatie etc. Met name gezien de omvang van de stroom Oekraïense vluchtelingen en de onduidelijkheid over de mogelijkheid en wens tot terugkeer maken dat hier aanzienlijke risico's spelen met betrekking tot de langere termijn impact hiervan op de gemeentelijke begroting. Met betrekking tot de korte termijn is er door de compensatie van de Rijksoverheid geen impact te verwachten op de financiële staat van de gemeente. Wel is er op de korte termijn een grote impact op het ambtelijk apparaat waarbij ook de onder druk staande arbeidsmarkt geen ruimte geeft om eenvoudig op te schalen en ondersteuning in te zetten. Naast de opvang van de Oekraïense vluchtelingen is er momenteel ook een landelijke asielzoekerscrisis.
De eerste regionale taakstelling is al opgelegd en onduidelijk is wat de effecten hiervan voor onze gemeente in 2023 gaan zien. Momenteel is het dan ook nog niet mogelijk om de financiële consequenties en risico's voor 2023 en verder in te schatten en wordt dit risico als PM post opgenomen. Kengetallen Gezien het stijgende belang van onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten, een grotere druk op doelmatigheid en een steeds meer divers wordende context (ontwikkeling van financiële producten, meer verbonden partijen, meer taken zoals bijvoorbeeld in het Sociaal Domein) is het belang van inzicht in de financiële positie toegenomen. Om aan het voorgaande tegemoet te komen, schrijft het BBV een verplichte basis set van vijf financiële kengetallen voor die moeten worden opgenomen in deze paragraaf. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. In de volgende tabel zijn de verplichte kengetallen, inclusief betreffende waarden voor onze gemeente opgenomen. Onder de tabel volgt een nadere toelichting per kengetal en wordt de link gelegd tussen waarden op de verschillende kengetallen.
88
Kengetallen
Rekening 2021
Begroting 2022
2023
2024
2025
2026
Netto schuldquote
21%
44%
60%
83%
95%
93%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
15%
38%
52%
75%
87%
85%
Solvabiliteitsratio
33%
32%
24%
24%
25%
23%
Structurele exploitatieruimte
0,3%
0,4%
0,7%
2,1%
3,4%
-2,4%
0%
0%
0%
0%
99% 99%
99%
99%
Grondexploitatie
-1%
1%
Belastingcapaciteit
106%
107%
Voor de toelichting per kengetal wordt gebruik gemaakt van het dashboard Financiële kengetallen van uw gemeente van het Ministerie van Binnenlands Zaken en Koninkrijksrelaties. Daarbij worden de cijfers van de eigen gemeente geplaatst in de context met landelijke cijfers en de cijfers van de gemeentegrootte 45.000 tot 60.000 inwoners. Deze benchmark is gebaseerd op de cijfers uit de Begroting 2022.
89
Toelichting per kengetal: Netto schuldquote: Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarop rentelasten en aflossingen drukken op de exploitatieruimte. Een normale netto schuldquote ligt tussen de 0% en 90%. Een schuldquote tussen de 90% en 130% wordt als hoog beschouwd en mag niet verder toenemen. Een schuldquote hoger dan 130% wordt als te hoog beoordeeld en moet afgebouwd worden. De gemeente Krimpenerwaard bevindt zich met 44% bij de begroting 2022 binnen de normale marge en zit lager dan het gemiddelde van andere gemeenten van gelijke omvang (74,8%). Vanaf 2023 zien we de netto schuldquote flink toenemen in verband met de voorziene investeringen. Gecorrigeerde netto schuldquote: Dit kengetal is een aanvulling op bovenstaande waarbij er een correctie plaatsvindt door de verstrekte leningen mee te nemen. Dit om het effect van doorlenen inzichtelijk te maken. De marges zijn identiek en door het meenemen van de verstrekte leningen daalt de schuldquote van de gemeente Krimpenerwaard van 44% naar 38%. Ook de gecorrigeerde netto schuldquote neemt toe op basis van de voorziene investeringen.
Solvabiliteit: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar verplichtingen te voldoen en bestaat uit de hoogte van het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal. Een ratio hoger dan 50% is het minst risicovol, een ratio tussen de 20% en 50% is neutraal en een ratio lager dan 20% is risicovol. De gemeente Krimpenerwaard zit met 32% bij de begroting 2022 in de middencategorie qua risico, maar scoort in vergelijking met het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (26,7%) beter. Vanaf 2023 neemt de solvabiliteit licht af. Grondexploitatie: Dit kengetal geeft weer hoe de boekwaarde van de grondexploitaties zich verhouden tot de totale (geraamde) baten van de gemeente. Een score lager dan 20% is het minst risicovol, tussen de 20% en 35% is neutraal en hoger dan 35% is risicovol. De gemeente
90
Krimpenerwaard zit met een score van 1% bij de begroting 2022 in de minst risicovolle categorie en loopt ook minder risico dan het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (9,5%). Vanaf 2024 komt het kengetal afgerond zelfs op 0% uit. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente is staat is de structurele lasten te dragen met structurele baten. Bij een negatief percentage zijn de structurele lasten hoger dan de structurele baten. Bij een positief percentage kan de gemeente de structurele lasten dragen met de structurele baten. Voor de gemeente Krimpenerwaard is het percentage 0,4% en dit laat dus zien dat wij de structurele lasten kunnen dragen met de structurele baten. Bij het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang is er meer positieve ruimte tussen de structurele lasten en de structurele baten (1,2%). Vanaf 2023 zien we de exploitatieruimte toenemen tot 2026 waarin we zien dat we door de enorme daling van het gemeentefonds exploitatieruimte tekort komen. Belastingcapaciteit: Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot de gemiddelde landelijke belastingdruk. Een score lager dan 100% geeft aan dat de lokale lasten lager zijn dan het landelijk gemiddelde en een score hoger dan 100% geeft aan dat de lokale lasten hoger zijn dan het landelijke gemiddelde.
De gemeente Krimpenerwaard zit met een score van 107% iets boven het landelijk gemiddelde en ook iets boven de score van het gemiddelde van de andere gemeenten van gelijke omvang (103,5%). In de begroting 2023 zien we echter een daling tot net onder het landelijk gemiddelde, namelijk 99%. Dit komt met name door een forse stijging in de OZB die veel andere gemeenten door hebben gevoerd.
91
C. Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn bezittingen van de gemeente die gedurende een lange periode gebruikt worden om een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke belang. Het onderhoud hiervan kost veel geld. Dit neemt dan ook een groot deel van de gemeentelijke begroting in beslag. Voor kapitaalgoederen zijn vaak langlopende investeringen vereist. Achterstanden in het onderhoud hiervan kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol om op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen planmatig beleid te voeren en op deze wijze invulling te geven aan de begrippen assetmanagement en risicomanagement. In deze paragraaf is het beleidskader opgenomen waarin het kwaliteitsniveau is vastgelegd waarop de kapitaalgoederen worden onderhouden, de aantallen en de financiële middelen die nodig zijn voor het in stand houden hiervan. De financiële consequenties zijn inzichtelijk gemaakt voor de komende jaren. We merken hierbij op dat aanbestedingsvoordelen of -nadelen, gelet op de hoogte van de investeringen, grote invloed kunnen hebben op de financiën. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van de rente. De kapitaalgoederen worden onderverdeeld in de volgende drie categorieën: 1. Gebouwen 2.
Wegen, civiele kunstwerken, groen, water, openbare verlichting en speelvoorzieningen; samengevoegd in het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2021-2025 (IBOR 2) 3. Riolering Op de pagina’s hierna is per categorie het beleidskader aangegeven. Ook is van 2023, 2024, 2025 en 2026 de begroting weergegeven. 1. Gebouwen Actueel beleidskader De gemeente beschikt over diverse, openbare en niet-openbare, gebouwen. In de begroting wordt voor deze gebouwen rekening gehouden met klein onderhoud en groot onderhoud. In het kort komt het er op neer dat er geen achterstallig onderhoud mag ontstaan. In 2017 heeft de raad het ‘Beheerplan gemeentelijk vastgoedbeheer 2017-2031’ vastgesteld. Dit vormt het beleidskader voor het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed voor de komende jaren. Dit beheerplan is geactualiseerd en is in 2022 ter besluitvorming aan de raad aangeboden. Synchroon hieraan wordt aan het voorzieningenbeleid gewerkt. Hiermee moet duidelijk worden welke rol de gemeente speelt in geval van maatschappelijk vastgoed en hoe zij deze rol uitvoert. Na vaststelling van het vastgoedbeleid zal de zogenaamde Portefeuilleroutekaart (PFK) worden opgesteld. De PFK maakt inzichtelijk wat het kost aan tijd en geld om het gemeentelijke vastgoed te verduurzamen. Voor de korte termijn is reeds budget voorhanden om aan de nu geldende wettelijk verplichte maatregelen te voldoen.
Areaal De gemeente was in 2017 nog eigenaar van 134 gebouwen. In 2017 heeft de raad besloten om 31 objecten af te stoten. Hiervan zijn 17 gebouwen in de periode 2018-2021 verkocht. Het project wordt nu conform de planning afgesloten. Daarbij merken we op dat van een aantal panden is geconstateerd dat deze om uiteenlopende redenen niet verkocht zullen worden. Te denken valt hierbij aan bijvoorbeeld ontwikkeling, onverkoopbaar of het niet aantrekkelijk zijn om nu in verhuurde staat te verkopen. De kosten blijven binnen het afgesproken budget. De te verkopen gebouwen waren in eerste instantie onttrokken aan het onderhoudsplan. De onverkochte panden zullen weer aan het onderhoudsplan worden toegevoegd. Een eventuele verhoging van het budget moet nog nader moet worden vastgesteld. Sinds 1 januari 2022 is de gemeente eigenaar van 117 gebouwen. Onderhoudsbudgetten De financiële middelen voor openbare gebouwen zijn gesplitst in exploitatie (dagelijks onderhoud) en een storting in een onderhoudsvoorziening. De storting in de voorziening is toereikend om in de planperiode het groot onderhoud uit te kunnen voeren. Toch moet wel het aanwezige risico worden benoemd van onvoorziene omstandigheden en prijsstijgingen. Sinds het opstellen van de huidige meerjarenplanning zijn de prijzen van grondstoffen explosief gestegen.
Hoe zich dit verder ontwikkelt en wanneer dit zich stabiliseert is de vraag. De kosten voor het groot onderhoud worden jaarlijks inzichtelijk gemaakt door het uitvoeren van
92
inspecties aan de gebouwen. Voor de brandweerkazernes geldt dat het klein dagelijks onderhoud ten laste van de Veiligheidsregio komt. De kosten zijn in de meerjarenbegroting als volgt geraamd: Onderdeel
2023
2024
2025
2026
Lasten in de exploitatie
353.297
353.297
353.297
353.297
Dotatie voorziening Onderhoud gebouwen
1.380.482
1.380.482
1.380.482
1.380.482
Onttrekking voorziening Onderhoud gebouwen
2.631.256
960.403
1.424.555
900.498
Om te anticiperen op toekomstige areaaluitbreidingen en prijsstijgingen ten opzichte van het huidige beheerplan zijn hiervoor in de begroting lasten opgenomen ter grootte van respectievelijk 1% en 3% van de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening. 2. IBOR Actueel beleidskader Eind 2021 is het IBOR 2 vastgesteld door de gemeenteraad. Met dit plan laat de gemeente zien hoe zij haar openbare buitenruimte de komende jaren gaat beheren. Het IBOR 2 gaat verder met waar we in IBOR 1 mee zijn begonnen: • We werken kwaliteitsgericht binnen de beschikbare middelen • We spelen in op trends en ontwikkelingen • We dragen zorg voor een veilige openbare ruimte • We kennen de kwantiteit en kwaliteit van ons areaal Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte doen wij volgens de principes van integraal beheer. Hierbij beschouwen wij de onderdelen van de openbare ruimte als een geheel. We hebben het dan over wegen, openbare verlichting, groenvoorzieningen, bomen, water, civiele kunstwerken, speelvoorzieningen en verkeers- en straatmeubilair. Areaal Onderdeel
Aantallen
Eenheid
1-1-2022 Wegen in ha.
206
ha
Civiele kunstwerken
397
st
Lichtpunten
12.564
st
Oppervlakte groen in ha.
126
ha
Bomen
21.585
st
Speeltoestellen
929
st
Oppervlakte water in ha.
741
ha
Oeverlengte in km.
164
km
Oeverconstructies
86
st
Duikers
370
st
Onderhoudsbudgetten De kosten voor het IBOR zijn opgenomen onder: - Verkeer, vervoer en waterstaat (programma 2) - Sport, cultuur en recreatie (programma 5) - Volksgezondheid en milieu (programma 7). De financiële middelen die beschikbaar zijn voor het IBOR zijn gesplitst in exploitatie (dagelijks onderhoud) en een storting in een onderhoudsvoorziening. De storting in de voorziening is toereikend om in de planperiode het groot onderhoud uit te kunnen voeren. Onderhoud groen en bestrijding onkruid op verharding Net als bij gladheidbestrijding is de besteding van de groenbudgetten afhankelijk van de sterk wisselende weersomstandigheden. Om toch goed te kunnen anticiperen op het wisselende weer zijn soms extra onderhoudswerkzaamheden nodig. Door deze extra maatregelen kan de besteding van groenbudgetten fluctueren en bij ongunstige omstandigheden worden overschreden.
93
De kosten zijn in de meerjarenbegroting als volgt geraamd: Onderdeel
2023
2024
2025
2026
Lasten in de exploitatie
3.203.037
3.172.947
3.455.034
3.530.413
Dotatie voorziening IBOR
4.503.275
4.503.275
4.503.275
4.503.275
Onttrekking uit de voorziening IBOR
5.277.466
8.103.442
8.893.542
5.709.500
Om te anticiperen op toekomstige areaaluitbreidingen en prijsstijgingen ten opzichte van het huidige beheerplan zijn hiervoor in de begroting lasten opgenomen ter grootte van respectievelijk 1% en 3% van de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening. 3. Riolering Actueel beleidskader Het beleidskader is gebaseerd op hetgeen is opgenomen in de Wet Milieubeheer. Daarin staat opgenomen dat een gemeente verplicht is al het afvalwater dat binnen haar grenzen vrijkomt, in te zamelen. Door de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken hebben de gemeenten ook de zorg voor het afvloeiend hemelwater en het grondwater. Deze zorgplicht is verankerd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In 2016 is het GRP Krimpenerwaard 2017-2021 vastgesteld. Naar verwachting wordt het nieuwe Omgevingsprogramma riolering en klimaatadaptatie begin 2023 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Het IBOR en vGRP zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in onze integrale projecten. Dit zijn communicerende vaten, omdat aanpassingen bij de één direct van invloed zijn op de ander. Deze twee beleidskaders worden dan ook in nauwe samenhang afgestemd. Door een goed beheer en onderhoud, renovatie en vervanging willen wij het rioleringssysteem zo optimaal mogelijk laten functioneren tegen de laagst mogelijke kosten. Duurzaamheid is hierbij een kernbegrip.
De riolering dient ervoor om de volksgezondheid duurzaam te beschermen, de kwaliteit van de leefomgeving op peil te houden en bodem, grondwater en oppervlaktewater duurzaam te beschermen en wateroverlast te voorkomen. Areaal Onderdeel
Aantallen
Eenheid
1-1-2022 Gemengd systeem
157,1
km
Droogweerafvoer (DWA)
63,1
km
Hemelwaterafvoer (HWA)
78,1
km
Drainage
22,5
km
Gemalen
85
st
Pompunits drukriolering
1887
st
Persleiding
204,9
km
Bergingsbassin
16
st
Onderhoudsbudgetten De uitgaven voor dit onderdeel vallen in grote lijnen uiteen in exploitatielasten en investeringskosten. De exploitatielasten bestaan voor een groot gedeelte uit kapitaallasten (rente en aflossing op investeringen in het riool) en overheadkosten, omdat het rioolstelsel in eigen beheer wordt onderhouden. Deze kosten worden gedekt door de tarieven. De kosten zijn in de meerjarenbegroting als volgt geraamd: Onderdeel Lasten in de exploitatie Dotatie voorziening vGRP Onttrekking uit de voorziening vGRP
2023
2024
2025
2026
1.393.573
1.367.941
1.367.941
1.367.941
-
-
-
-
362.959
664.491
458.521
366.175
4. Projecten openbare ruimte Bij de beheerplannen worden de benodigde kredieten voor de komende projecten aangevraagd, gebaseerd op de nieuwe uitgangspunten.
94
D. Financiering Algemeen Inleiding In de paragraaf financiering wordt de financieringsfunctie van de gemeente Krimpenerwaard toegelicht voor de jaren 2023-2026. De toelichting vindt plaats in een onderdeel algemene ontwikkelingen en een onderdeel ontwikkelingen gemeente Krimpenerwaard. Onder de algemene ontwikkelingen komen de renteontwikkelingen en ontwikkelingen ten aanzien van de wet- en regelgeving aan de orde. Het onderdeel ontwikkelingen gemeente Krimpenerwaard richt zich specifiek op de financiering, renteberekening en het voldoen aan wettelijke bepalingen van de gemeente Krimpenerwaard. Belangrijkste conclusies De belangrijkste conclusies uit de paragraaf financiering zijn:
Om het door de raad vastgestelde en nog vast te stellen beleid te kunnen uitvoeren moeten financieringsmiddelen worden aangetrokken. Hierdoor neemt de schuldpositie van de gemeente in de komende jaren aanzienlijk toe. De omvang van de schuldpositie wordt per 1 januari 2023 ingeschat op € 97 miljoen. Per 31 december 2026 stijgt de schuldpositie naar verwachting tot € 143 miljoen. In de meerjarenbegroting 2023-2026 wordt rekening gehouden met het aantrekken van nieuwe geldleningen in 2023 (€ 10 miljoen per 1 december), 2024 (€ 40 miljoen per 1 juli) en 2025 (30 miljoen per 1 juli). De toename van de schuldpositie vindt met name plaats in 2024 en 2025 en heeft gevolgen voor de beschikbare begrotingsruimte, de ontwikkeling van de netto schuldquote en het solvabiliteitsratio. Bij een gelijkblijvende renteverwachting wordt eerst gebruik gemaakt van kortlopende geldleningen voordat er een langlopende geldlening wordt aangetrokken; Voor het afdekken van renterisico’s kan worden afgeweken van financiering met een korte looptijd. Lange rentetarieven lopen in de periode 2023-2026 naar verwachting op. Bij het aantrekken van nieuwe langlopende geldleningen wordt uitgegaan van een rentepercentage van 2,5%.; In 2023 wordt een reëel rentepercentage (0,8%) toegerekend aan de activa. Er is voldaan aan de voorschriften vanuit de wet Fido (kasgeldlimiet en renterisiconorm).
Algemene ontwikkelingen Renteontwikkelingen Het voorspellen van de renteontwikkeling is een lastige opgave, zeker op de lange termijn. In onderstaand overzicht wordt de ontwikkeling van de te betalen rente (debetrente) in een deel van 2021 en 2022 weergegeven. Naast het algemene Euribor tarief en het tarief voor staatsleningen worden de tarieven van verschillende gemeentelijke financieringsmogelijkheden in de grafiek gepresenteerd.
95
De rentemarkt wordt vaak opgedeeld in de geldmarkt (geldmarktrente) en de kapitaalmarkt (kapitaalmarktrente). Hierbij wordt onder de geldmarktrente de korte rente verstaan en onder de kapitaalmarktrente de lange rente (met een looptijd vanaf 2 jaar). Euribor is het gemiddelde rentetarief waartegen een groot aantal vooraanstaande Europese banken elkaar leningen in euro's verstrekken en vormt de basis voor andere (kortlopende) rentetarieven. Als maatstaf van de kapitaalmarktrente wordt vaak naar staatsleningen gekeken. De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De Europese Centrale Bank heeft per 27 juli 2022 de rentetarieven met 50 basispunten verhoogd. Met deze rentestap wil de ECB voorkomen dat de hoge inflatie verder in de economie wortelt. In mei 2022 bedroeg de geldontwaarding in het muntgebied 8,1%, meer dan vier keer de doelstelling van 2%. Op basis van de rentevisie van de BNG Bank wordt verwacht dat de ECB het monetaire beleid in het komende jaar zal verkrappen. De lange rentetarieven zullen daardoor in alle looptijden naar verwachting oplopen. Wet- en regelgeving De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de bijbehorende ministeriële regelingen geven het bindende kader voor de uitoefening van de treasury van de gemeenten. De onderliggende regelingen zijn:
de regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo); de uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo); het besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden; de regeling schatkistbankieren decentrale overheden.
Op grond van artikel 212 Gemeentewet is de gemeente verplicht een financiële verordening vast te stellen. In artikel 15 van de Financiële verordening gemeente Krimpenerwaard 2019 is opgenomen dat het college eens per vier jaar een treasurystatuut vaststelt en ter informatie aan de gemeenteraad aanbiedt. Een nieuw treasurystatuut is in 2020 vastgesteld. Conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dient een financieringsparagraaf op te worden genomen in de begroting en het jaarverslag (artikelen 9, 13 en 26). Ontwikkelingen Krimpenerwaard Beleidsvoornemen treasury In het Treasurystatuut gemeente Krimpenerwaard 2020 heeft het college de kaders voor de treasuryfunctie bepaald. Het beleid van onze gemeente is erop gericht om de financieringsbehoefte zo
96
gunstig mogelijk af te dekken. Omdat de rente op de kortlopende middelen in het algemeen gunstiger is dan de rente op langlopende middelen, wordt bij een gelijkblijvende renteverwachting eerst gebruik gemaakt van kortlopende geldleningen als er een lening aangetrokken moet worden. Voor het afdekken van renterisico’s kan worden afgeweken van financiering met een korte looptijd. Door langlopende geldleningen eerder aan te trekken dan strikt noodzakelijk kan enerzijds geprofiteerd worden van een lage rente en anderzijds het risico op stijgende rente worden beperkt of afgewend. De gemeente Krimpenerwaard werkt vanuit totaalfinanciering. Alle gemeentelijke inkomsten en uitgaven worden hierbij gesaldeerd voordat de gemeente zich op de geld- of kapitaalmarkt begeeft. Goed inzicht in het verloop van inkomsten en uitgaven leidt tot betere sturing op de benodigde liquiditeiten voor de komende jaren, de aan te trekken externe financiering en de ontwikkeling van de rentekosten. Risicobeheer In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn voor de beheersing van de renterisico’s de kasgeldlimiet en de renterisiconorm opgenomen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een bovengrens aan de toegestane omvang van de kortlopende schuld (looptijd korter dan 1 jaar).
Reden hiervoor is dat een korte schuldpositie een potentieel renterisico in zich heeft, omdat rentestijgingen direct doorwerken in de rentelasten. Voor structurele liquiditeitstekorten is financiering met geldleningen met een looptijd langer dan 1 jaar de aangewezen oplossing. Het is niet toegestaan de kasgeldlimiet meer dan twee kwartalen achtereen te overschrijden. Onderstaand volgt een overzicht van de ontwikkeling van de kasgeldlimiet in 2023. Berekening kasgeldlimiet
Begroot (bedragen x € 1.000)
Grondslag: Begrotingstotaal
Begroot 2023
2022
1e kw.
2e kw.
3e kw.
4e kw.
151.637
161.775
161.775
161.775
161.775
Toegestane kasgeldlimiet: - relevant percentage (wettelijk voorgeschreven)
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
12.889
13.751
13.751
13.751
13.751
(negatief betekent schuld, positief betekent tegoed)
39.889
26.140
12.392
-1.356
Ruimte (+) / overschrijding (-)
53.640
39.891
26.143
12.395
Bedrag Gemiddelde kortlopende schuld
Renterisiconorm De renterisiconorm gaat er van uit dat de vaste leningenportefeuille zodanig is samengesteld dat het renterisico gelijkmatig over de jaren wordt gespreid. De renterisiconorm is gekoppeld aan het begrotingstotaal. Berekening renterisiconorm
Begroot (bedragen x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
Renterisico's (aflossingen op vaste schuld): - renteherziening op vaste schuld
-
-
-
-
- aflossingen
7.225
7.225
8.725
10.075
Renterisico
7.225
7.225
8.725
10.075
161.775
153.276
154.693
155.622
20%
20%
20%
20%
32.355
30.655
30.939
31.124
Renterisiconorm
32.355
30.655
30.939
31.124
Renterisico
7.225
7.225
8.725
10.075
Ruimte (+) / overschrijding (-)
25.130
23.430
22.214
21.049
Berekening renterisiconorm: Begrotingstotaal Bij ministerie vastgesteld percentage Renterisiconorm Toetsing renterisico aan norm:
In bovenstaande tabel is rekening gehouden met de jaarlijkse aflossingen van de geraamde nog op te nemen vaste geldleningen over de periode 2023-2026. Uit de opstelling blijkt dat het risico dat de gemeente loopt op haar vaste schuld beperkt is en ruim binnen de norm blijft.
97
Leningenportefeuille en financieringsbehoefte De schuldpositie van de gemeente wordt bepaald door de omvang van de portefeuille opgenomen geldleningen in combinatie met de debetstand op de rekening-courant. Op basis van de huidige inzichten geeft onderstaande tabel de ontwikkeling van de schuldpositie over de periode 2022 tot en met 2026 weer. Schuldpositie
2022
2023
2024
104.375
97.150
-7.225
-7.225 10.000
2025
2026
99.925
132.700
153.975
-6.725
-6.225
-6.075
-500
-500
-500
40.000
-2.000
-2.000
(bedragen x € 1.000) Onderhandse geldleningen binnenlandse banken - hoofdsom leningen per 1 januari - Aflossing afgesloten leningen t/m 2022 - lening per 01-12-2023 € 10.000, 20jr., 2,5% - lening per 01-07-2024 € 40.000, 20jr., 2,5% - lening per 01-07-2025 € 30.000, 20jr., 2,5%
30.000
Hoofdsom leningen per 31 december
97.150
99.925
132.700
153.975
-1.500 143.900
In bovenstaande tabel is rekening gehouden met het aantrekken van een drietal langlopende geldleningen. Deze leningen zijn gebaseerd op de financieringsbehoefte voor de komende jaren. Voor de onderbouwing van de financieringsbehoefte is een gedetailleerde liquiditeitsprognose voor de lange termijn gemaakt op basis van verwachte inkomsten en uitgaven gedurende 2022 t/m 2025. De liquiditeitsprognose laat het volgende beeld zien: Liquiditeitsprognose 2022-2025
2022
2023
2024
2025
€59.179
€44.472
€(521)
€(6.734)
€8.343
€9.438
€10.340
- Investeringsactiviteiten (definitief vastgesteld raad)
€(27.219)
€(13.610)
- Investeringsactiviteiten (nog vast te stellen raad)
€(28.872)
€(34.308)
€906
€(164)
€(88)
€(8.151)
€(7.569)
€(6.997)
€(10.521)
€(46.734)
€(28.969)
(bedragen x € 1.000) Saldo liquide middelen medio augustus 2022 - Operationele activiteiten (programma's)
- Activiteiten actieve grondexploitatie - Financieringsactiviteiten - Prognose mutaties 2e halfjaar 2022
€(14.707)
Saldo liquide middelen, exclusief aangetrokken financiering
€44.472
€(25.490)
Financiering middels langlopende geldleningen: - 2022
€€10.000
- 2023
€40.000
- 2024
€30.000
- 2025 Saldo liquide middelen, inclusief aangetrokken financiering
€ 44.472
€ 521-
€ 6.734-
€ 1.031
De door de gemeenteraad nog vast te stellen investeringen hebben betrekking op de B-lijst van het investeringsprogramma 2022 (Bouw Schoonhovens College, Bouw sporthal De Meent, en aanleg milieustraat), investeringen uit de Kadernota 2023 (o.a. investeringen IBOR, vGRP en vastgoed) en de nieuwbouw van het gemeentekantoor. Renteresultaat In het vernieuwde BBV is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarrekening naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid ook verplicht inzicht moet geven in: - de rentelasten uit externe financiering - het renteresultaat - de wijze van rentetoerekening. Voor de interne doorberekening van de rentelasten hanteren we voor 2023 een percentage van 0,8%. Deze interne rekenrente wordt gebruikt voor rentetoerekening aan investeringen, grondexploitatie en taakvelden. Onderstaand renteschema geeft inzicht in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Bij de berekening van de renteomslag mag er sprake zijn van een renteresultaat. Het renteresultaat 2023 van € 96.000 is terug te vinden op het taakveld Treasury.
98
Rentetoerekening
2023 (bedragen x € 1.000)
a.
Externe rentelasten over korte en lange financiering
928
b.
Externe rentebaten over korte en lange financiering
-
Saldo rentelasten en -baten c1.
Doorberekende rente aan grondexploitaties
c2.
Rente projectfinanciering
c3.
Rentebaten van doorverstrekte leningen
928 6 -109 -103
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
825
d1.
Rente over eigen vermogen
199
d2.
Rente over voorzieningen
199
e.
Totaal aan taakvelden toe te rekenen
1.024
De aan taakvelden toegerekende rente
-1.120
Boekwaarde activa welke integraal wordt gefinancierd (peildatum 01-01-2023, conform mjb. 2023-2026) Voorcalculatorische rentepercentage begroting 2023 Renteresultaat op taakveld Treasury (-/- = voordelig)
140.000 0,8% -96
Kredietrisicobeheer Kredietrisico is de kans dat verstrekte leningen niet (volledig) en/of niet tijdig worden terugbetaald. Op kapitaalverstrekkingen en afgegeven gemeentegaranties/borgstellingen loopt de gemeente een zeer beperkt risico aangezien de gemeente fungeert als achtervang voor garantstellingen die afgegeven zijn door zogenaamde waarborgfondsen. De uitzettingen van de gemeente kennen eveneens nagenoeg geen risico. Enerzijds heeft de gemeente Krimpenerwaard een overeenkomst met de BNG Bank met betrekking tot onder andere het aantrekken en uitzetten van kort en lang geld. Daarnaast worden overtollige middelen geparkeerd bij het ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Geldstromenbeheer De geldstromen lopen hoofdzakelijk via de BNG Bank. De saldi van de rekeningen bij de andere banken wordt zoveel als mogelijk overgeboekt naar de rekening bij de BNG Bank. Er wordt gewerkt met een meerjarige liquiditeitsprognose die regelmatig geactualiseerd wordt. Relatiebeheer De bancaire partijen waarmee de gemeente Krimpenerwaard zaken doet vallen onder toezicht van De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer. In 2018 is een nieuwe financieringsovereenkomst met de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) afgesloten.
Dit raamcontract voor een krediet- en depotarrangement en elektronisch betalingsverkeer wordt ten minste eens in de vier jaar beoordeeld op inhoudelijke bepalingen en concurrerende condities. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de BNG Bank een unieke plaats inneemt ten opzichte van andere banken, omdat voor het ontvangen van rijksuitkeringen een lopende rekening bij deze bank vereist is. Overigens worden de faciliteiten van de BNG Bank toereikend geacht en de condities marktconform.
99
E. Bedrijfsvoering Algemeen Samen aan de slag De samenleving verandert voortdurend en snel. Als gevolg daarvan verandert de vraag van onze inwoners. Inwoners verwachten dat de gemeente dicht bij hen staat en bijdraagt in de verbinding tussen inwoners en netwerken. De gemeente is minder een ‘regent’ (wat moet en mag) en meer een ‘facilitator’ (wat kan, wat is mogelijk en goed). Dat maakt dat we ons werk op een andere manier moeten uitvoeren; resultaat en proces worden leidend in plaats van standaardproducten, procedures en regels. Om deze ambitie ook waar te kunnen maken is een duidelijke koers uitgewerkt in de organisatievisie Krimpenerwaard Vooruit! Hierin staan de vijf speerpunten centraal: wees flexibel in de manier waarop je het doel behaalt, de behoefte van de inwoner staat centraal, samen komen we verder, je krijgt de ruimte om jezelf te ontwikkelen en te blijven groeien en je weet van aanpakken en gaat ervoor. Deze speerpunten sluiten het best aan bij ontwikkelingen en inzichten over het functioneren van de lokale overheid en de maatschappelijk opgaven waar de gemeenten voor staan. Te denken valt aan de terreinen van de veranderende samenleving, dienstverlening, participatie, burgerinitiatief en gebiedsgericht en integraal werken.
Organisatie Het realiseren van onze bestuurlijke ambities in een voortdurend veranderende omgeving vraagt een wendbare en daadkrachtige organisatie die onderscheid en keuzes durft te maken. Bestuur, management en medewerkers geven daar ieder vanuit hun eigen rol gezamenlijk invulling aan. Krimpenerwaard Vooruit! geeft richting aan de verdere ontwikkeling van de organisatie. De nieuwe organisatiestructuur die vanaf 1 januari 2022 operationeel is, vormt hiervoor een belangrijke basis. De teams vormen de belangrijkste schakel voor de ontwikkeling van de organisatie en staan daarom ook centraal bij de implementatie van de organisatievisie. Het eerste half jaar van 2022 lag de nadruk vooral op de bemensing van de teams; vanaf 1 juni zijn alle teammanagersfuncties ingevuld, waarbij 13 van de 16 functies door interne kandidaten. De komende jaren zetten we vol in op teamontwikkeling en leiderschapsontwikkeling. In 2023 zullen we met ondersteuning van een externe partner verder werken aan de noodzakelijke veranderingen in onze cultuur. Wat al goed gaat, gaan we verder uitbouwen. We willen daarmee vooral de focus op de inwoner versterken en de klantgerichtheid, doelgerichtheid, samenwerking en wendbaarheid van de organisatie vergroten. Personeel Jaarlijks geeft het A&O Fonds Gemeenten de Personeelsmonitor Gemeenten uit.
De personeelsmonitor is een onderzoek naar arbeidsmarkttrends en HR-ontwikkelingen. In dit onderzoek onder gemeenten worden kengetallen verzameld over ziekteverzuim, personeelsopbouw, externe inhuur en opleiding. De cijfers kunnen worden gebruikt als benchmark voor het opstellen van ons eigen personeels- en organisatiebeleid. Op basis van deze Personeelsmonitor kunnen wij het volgende aangeven: Druk op de organisatie Net als voorgaande jaren staat de organisatie onder druk. Op cruciale dossiers moeten alle personele zeilen worden bijgezet om de voortgang en kwaliteit te waarborgen. Het trekt een behoorlijke wissel op onze medewerkers om binnen de huidige bezetting alle ambities en taken waar te maken. Hiernaast zijn we het afgelopen jaar geconfronteerd met de (nood)opvang van vluchtelingen uit de Oekraine wat enorm veel extra werkzaamheden met zich meebracht voor de ambtelijke organisatie. Dit heeft veel gevraagd van onze medewerkers en doet dit voor een deel van de medewerkers nog steeds. Wij hebben grote waardering voor de wijze waarop onze medewerkers hun schouders eronder hebben gezet en al deze acties en werkzaamheden met name rond de noodopvang hebben opgepakt zonder hiervoor de kennis en expertise te hebben. Inmiddels is met behulp van externe partijen een goedlopende organisatie ingericht die de vraag naar opvang kan faciliteren.
De verwachting is dat deze crisis ook nog voortduurt in 2023 en als gemeente zullen wij ons hierop moeten blijven voorbereiden. Krappe arbeidsmarkt Er is al langer en steeds in toenemende mate sprake van krapte op de arbeidsmarkt. De impact van de coronacrisis heeft dit effect nog verder versterkt. De krapte komt tot uitdrukking in een constant hoog aantal vacatures, die bovendien vaak lang openstaan. Het UWV berekent ieder kwartaal de krapte op de arbeidsmarkt door het geschatte aantal openstaande vacatures te delen door het totale 100