211x09610_T_BP Lidl-supermarkt Albert Plesmanstraat 20210325.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Lidl-supermarkt Albert Plesmanstraat Gemeente Krimpenerwaard Ontwerp
Bestemmingsplan Lidl-supermarkt Albert Plesmanstraat Gemeente Krimpenerwaard Ontwerp
Rapportnummer:
211x09610
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.1931.BP2009DK024-ON01
Datum:
4 november 2020
Projectteam BRO:
RM, MvDn, TA
Concept:
16 maart 2020
Voorontwerp: Ontwerp:
4 november 2020
Vaststelling: Bron foto kaft:
BRO
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Toelichting
Inhoudsopgave
pagina
1.INLEIDING 1.1Aanleiding 1.2Plangebied 1.3Vigerend bestemmingsplan 1.4Leeswijzer
3 3 3 5 6
2.PLANBESCHRIJVING 2.1Huidige situatie 2.2Voorgestane ontwikkeling
7 7 8
3.BELEIDSKADER 3.1Rijksbeleid
10 10
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2Provinciaal beleid
10 11 11 14
3.2.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland 3.3 Gemeentelijk beleid
14 15
3.3.1 Retailvisie Krimpenerwaard 2019 3.3.2 Woonvisie Krimpenerwaard 2017 3.3.3 Masterplan Centrum Schoonhoven-Noord
15 16 17
4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1Verkeer en parkeren 4.2Geluid 4.3Luchtkwaliteit 4.4Bedrijven en milieuzonering 4.5Geur agrarisch 4.6 Externe veiligheid 4.7Ecologie 4.8Bodem 4.9Asbestinventarisatie pand 4.10Water 4.11Archeologie 4.12Cultuurhistorie 4.13Niet-gesprongen explosieven 4.14M.e.r.-beoordeling
Inhoudsopgave
19 19 20 21 23 25 26 27 31 34 34 37 38 39 40
1
5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1Inleiding 5.2Plansystematiek 5.3Bestemmingen
41 41 41 43
6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid
45 45
6.1.1 Financieel economische haalbaarheid 6.1.2 Kostenverhaal 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45 45 45
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Memo Verkeer Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 4: Quickscan flora en fauna Bijlage 5: Stikstofdepositie Bijlage 6: Bodemonderzoek Bijlage 7: Asbestonderzoek Bijlage 8: Bodemonderzoek gemeente Bijlage 9: Bodemonderzoek Albert Plesmanstraat Bijlage 10: Beoordeling bodemonderzoek Bijlage 11: Waterparagraaf Bijlage 12: Aanmeldingsnotitie MER Bijlage 13: Ladderonderbouwing Bijlage 14: Participatietraject Bijlage 15: Ontwerp Omgevingsvergunning Bijlage 16: Besluit ontwerp bestemmingsplan Bijlage 17: Voorgenomen besluit maatwerkvoorschriften
Inhoudsopgave
47
2
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding Lidl is voornemens om in Schoonhoven de bestaande Lidl aan de Albert Plesmanstraat onder te brengen in een nieuw pand. Ten behoeve van deze nieuwbouw wordt het huidige pand van Lidl gesloopt, de aangrenzende basisschool en het tankstation zijn reeds gesloopt en maken deel uit van het plangebied. Naast de nieuw te bouwen supermarkt omvat het plan 12 appartementen; een plint met ca. 358 m2 voor dienstverlening; de sloop van twee of drie kiosken op het plein aan de Albert Plesmanstraat en de herbouw van twee winkelruimtes/kiosken (elk 80 m2). Tot slot wordt het nieuwe winkelplein en de parkeergelegenheden heringericht om de aantrekkelijkheid van het winkelplein te vergroten. In het plangebied gelden verschillende bestemmingsplannen en verschillende bestemmingen. Zo geldt in het deel van het plangebied waar de nieuwe supermarkt wordt opgericht de bestemming ‘Maatschappelijk’. Op deze locatie zijn woningen en de nieuwbouw van een supermarkt niet toegestaan. Derhalve is een (partiële) herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk waarin alle ontwikkelingen worden meegenomen. Voorliggend bestemmingsplan betreft het nieuwe juridisch-planologische kader voor het gehele plangebied. Er wordt aangetoond dat het initiatief haalbaar is en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
1.2 Plangebied Het plangebied ligt in het centrum van Schoonhoven-Noord en wordt aan de zuidzijde ontsloten door de Albert Plesmanstraat, aan de westzijde door de Beneluxlaan, aan de noordzijde door de Regiment van Heutszstraat en aan de oostzijde door de Edelsmidsdreef. Het plangebied is kadastraal bekend als Schoonhoven sectie A, nummers 633, 1702, 2318, 2319, 1546 en 1547 en heeft een oppervlakte van circa 6.000 m2. De ligging en begrenzing van het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1.1. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.
Hoofdstuk 1
3
Figuur 1.1 Begrenzing plangebied (Bron: Google Maps)
Hoofdstuk 1
4
1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied gelden twee bestemmingsplannen. Ter plaatse van de huidige Lidl is het bestemmingsplan ‘Centrum Noord’ het geldende juridisch kader (zie figuur 1.2). Dit bestemmingsplan is op 2 oktober 2014 vastgesteld door de voormalige gemeente Schoonhoven. Ter plaatse van de huidige Lidl geldt de bestemming ‘Centrum’ met bouwvlak en de aanduiding ‘supermarkt’, met een maximale bouwhoogte van gedeeltelijk 4,5 meter en gedeeltelijk 7,5 meter. Daarnaast gelden de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 5’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’.
Figuur 1.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (ruimtelijkeplannen.nl)
Ter plaatse van de kiosken en een gedeelte van de Albert Plesmanstraat is ook het bestemmingsplan ‘Centrum-Noord’ het vigerende bestemmingsplan. De kiosken hebben de bestemming ‘Centrum – uit te werken’ met bouwvlak, maximum bouwhoogte 4 meter. Daarnaast gelden ook hier de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 5’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’. Rondom de supermarkt en de kiosken geldt de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ en de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 5’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’. Het vigerende bestemmingsplan voor het overige gedeelte van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Schoonhoven-Noord’, vastgesteld door de voormalige gemeente Schoonhoven op 30 mei 2013 (zie figuur 1.3). In dit deel van het plangebied gelden de volgende bestemmingen: ‘Maatschappelijk’ met bouwvlak en functieaanduiding ‘onderwijs’, maximum bouwhoogte 4,5 meter en maximum bebouwingspercentage terrein bedraagt 60%. ‘Bedrijf’ met bouwvlak en functieaanduiding ‘servicestation’ de maximum bouwhoogte is 4,5 meter. ‘Verkeer’ Voor dit gedeelte van het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 5’.
Hoofdstuk 1
5
Figuur 1.3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (ruimtelijkeplannen.nl)
Daarnaast gelden voor het gehele plangebied de bestemmingsplannen ‘Parapluplan Cultuurhistorie en Archeologie’, vastgesteld op 30 oktober 2014 en ‘Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard’, vastgesteld op 29 januari 2019. De vigerende bestemmingen maken het niet mogelijk de gewenste ontwikkelingen te realiseren. Voorliggend bestemmingsplan stelt de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied en vormt de partiële herziening van de vigerende bestemmingsplannen.
1.4 Leeswijzer Voorliggend plan is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Dit eerste hoofdstuk diende als introductie voor het plan en bijbehorend plangebied. In het tweede hoofdstuk wordt ingegaan op de beoogde ontwikkelingen. Het derde en vierde hoofdstuk gaan respectievelijk in op de verhouding van het plan tot vigerend beleid en de invloed van en op verschillende milieuaspecten. De laatste twee hoofdstukken gaan in op de juridische opzet inzake de bijbehorende regels en de maatschappelijke en economische haalbaarheid van het plan.
Hoofdstuk 1
6
2.
PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen in het centrum van Schoonhoven-Noord en bestaat momenteel uit een braakliggend terrein, waar voorheen een basisschool en een tankstation stonden. Daarnaast een verouderde supermarkt, een drietal kiosken en openbaar gebied. Op figuur 2.1 is de huidige Lidl te zien met rechts de kiosken. Figuur 2.2 toont het braakliggende terrein.
Figuur 2.1 Huidige situatie plangebied gezien vanaf de Albert Plesmanstraat (Bron: Google Maps)
Figuur 2.2 Huidige situatie plangebied gezien vanaf de Beneluxlaan (Bron: Google Maps)
Het centrum Schoonhoven-Noord is het boodschappencentrum van Schoonhoven-Noord en de omliggende wijken en kernen. In en rondom het plangebied zijn winkels en supermarkten en andere voorzieningen gevestigd. Het winkelcentrum is in de jaren zeventig gebouwd en vormt de belangrijke (winkel)kern in de wijk Schoonhoven-Noord. Verder wordt het plangebied voornamelijk omringd door woningen. Veelal oudere woonbebouwing in rijen, met twee woonlagen en kap. In de omgeving van het plangebied zijn een aantal onderwijsinstellingen gevestigd. Tot slot ligt ruim 300 meter ten noorden van
Hoofdstuk 2
7
het plangebied een bedrijventerrein met bedrijven van ten hoogste milieucategorie 2 en een aannemersbedrijf met een specifieke aanduiding tot milieucategorie 3.1. Gezien de ruimte afstand vormt dit bedrijventerrein geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
2.2 Voorgestane ontwikkeling In het plangebied, op de kop van het braakliggende terrein, met de entree aan de Beneluxlaan worden 12 appartementen gerealiseerd. Op de begane grond komt ook ruimte voor dienstverlening. De voormalige basisschool en het tankstation zijn inmiddels gesloopt. Er wordt nieuwbouw gerealiseerd ten behoeve van de bestaande Lidl. De Lidl wordt ondergebracht in nieuwbouw en krijgt hiermee een bruto vloeroppervlak van circa 1.885 m2. Het huidige pand van Lidl wordt gesloopt. De figuren 2.3, 2.4 en 2.5 tonen concept impressies van de voorgestane ontwikkelingen, dit zijn nog geen definitieve eindbeelden van de toekomstige situatie.
Figuur 2.3 Concept impressie toekomstige situatie plangebied (stavaza medio 2020)
Twee bestaande kiosken aan de Albert Plesmanstraat worden gesloopt, dit vergroot de zichtbaarheid en de aantrekkelijkheid van het winkelplein. De kiosken kunnen worden ondergebracht in twee nieuwe winkelruimtes van elk ca. 80 m 2 aan de westzijde van de bestaande winkelstrip. Een derde kiosk wordt gesloopt of gerenoveerd. Tot slot wordt het nieuwe winkelplein en de parkeergelegenheden heringericht. Algehele ontwikkeling zorgt voor een opwaardering van het winkelgebied en de openbare verblijfsruimte.
Hoofdstuk 2
8
Figuur 2.4 Concept impressie toekomstige situatie gezien vanaf de Albert Plesmanstraat (stavaza medio 2020)
Figuur 2.5 Concept impressie toekomstige situatie gezien vanaf de Beneluxlaan (stavaza medio 2020)
Hoofdstuk 2
9
3.
BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke op 11 september 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd is. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. Doorwerking plangebied De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is.
Hoofdstuk 3
10
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Doorwerking plangebied Zoals al in voorgaande paragraaf bij de NOVI is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied. Het Barro bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt.
Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).
Doorwerking plangebied Het planinitiatief in Schoonhoven betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de Laddertoets verplicht is, dit gezien de aard en omvang van de programma-onderdelen: Detailhandel: het plan omvat een detailhandelsontwikkeling met een uitbreiding groter dan 500 m² bvo, waardoor deze Ladderplichtig is. Woningen: vanaf 12 woningen is een ontwikkeling Ladderplichtig. Dienstverlening: in de basis is dit programma-onderdeel niet Ladderplichtig (pas vanaf 500 m² bvo), maar aangezien het deel uitmaakt van de grotere ontwikkeling is het wel wenselijk op hoofdlijnen te kijken naar de behoefte aan commerciële en maatschappelijke dienstverlening Doordat de ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied is op dat punt geen verdere motivering vereist.
1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Hoofdstuk 3
11
De conclusies van de Laddertoets zijn hieronder samengevat. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport in de bijlagen. Detailhandel Kwalitatieve behoefte De uitbreiding van Lidl in Schoonhoven Noord in combinatie met de upgrading van het winkelaanbod aan het plein moet beschouwd worden als een kwalitatief zeer wenselijke ontwikkeling. De ontwikkeling voorziet nadrukkelijk in een kwalitatieve behoefte. Dit wordt onderstreept vanuit trends en ontwikkelingen en bovendien beleidsmatig onderkend: Het winkelcentrum in Schoonhoven-Noord heeft een functie voor de dagelijkse boodschappen. Versterking van het boodschappenaanbod sluit aan bij deze functie. Supermarkt Lidl krijgt een moderne maat die aansluit bij de wens van de hedendaagse consument, die in toenemende mate behoefte heeft aan grotere supermarkten met uitgebreider assortiment en een ruimere opzet. Na de ontwikkeling zijn er in Schoonhoven drie moderne supermarkten in het service- en discountsegment. De ontwikkeling betreft verplaatsing en uitbreiding van bestaand aanbod en het winkelaanbod en winkelcentrum krijgen de gewenste kwaliteitsimpuls. Met de verplaatsing van Lidl ontstaat er ruimte voor verplaatsing van de kiosken, waardoor het winkelgebied overzichtelijker wordt en het gebied een open uitstraling krijgt.
De structuur van het gebied volgt het ‘haltermodel’, met twee supermarkten aan de uiteinden en daartussen (vers)speciaalzaken. Dit is een veel beproefde, prettige opzet voor zowel consumenten als ondernemers. De overige winkels in het centrum-gebied gaan er daardoor naar verwachting op vooruit gaan, doordat ze profiteren van de trekkracht van het versterkte supermarktaanbod. Daarnaast wordt de pleinruim-te en openbare ruimte heringericht en de parkeer- en verkeerssituatie verbeterd. Al met al neemt de aantrekkelijkheid en toekomstbestendigheid van het winkelgebied en het plein en de leefbaarheid van het totale gebied hierdoor aanzienlijk toe. De oostzijde van het verouderde winkelcentrum is reeds vernieuwd. De beoogde ontwikkeling voorziet ook in vernieuwing van de westzijde. Beleidsmatig worden de plannen voor de supermarktontwikkeling in Schoonhoven-Noord nadrukkelijk aangemerkt als prioritair. Het winkelgebied is dan ook beleidsmatig aangewezen als een ‘te versterken centrum’ waar lopende plannen worden afgemaakt. Ook is de ontwikkeling voor 1.600 m² wvo opgenomen in de provinciaal vastgestelde harde plancapaciteit. Per saldo blijft de ontwikkeling daar in uitbreiding ruim onder. Immers, de planologische uitbreiding betreft ca. 645 m² bvo (aangezien in het bestemmingsplan ‘Centrum Noord’ al een uitbreiding van de supermarkt is voorzien naar ca. 1.240 m² bvo).
Ook de feitelijke uitbreiding (van ca. 1.148 m² bvo) blijft binnen de aangegeven plancapaciteit. Kwantitatieve behoefte In de huidige en de toekomstige situatie ligt het economisch functioneren van dagelijkse winkels in Schoonhoven (iets) beneden het landelijk gemiddelde economisch functioneren. Dat is niet ongebruikelijk in kleinere, landelijke kernen. De huidige situatie mag daardoor als een evenwichtssituatie beschouwd worden. Aangezien het draagvlak toeneemt (bevolkingsgroei) en dagelijkse bestedingen meer gebonden worden, zijn er naar verwachting nauwelijks tot geen omzeteffecten en komt het dagelijks aanbod in de kern Schoonhoven (ten opzichte van de huidige situatie) niet onder druk te staan. Bovendien is het dagelijks aanbod én het supermarktaanbod per 1.000 inwoners op gemeentelijk niveau relatief beperkt ten opzichte van het provinciale en landelijke gemiddelde.
Hoofdstuk 3
12
Geen onaanvaardbare effecten De te verwachten effecten van de ontwikkeling zijn per saldo positief. De consumentenverzorging verbetert en de aantrekkelijkheid en toekomstbestendigheid van het winkelgebied en het plein en de leefbaarheid van het totale gebied nemen aan-zienlijk toe. Gezien het stabiel blijven van de gemiddelde vloerproductiviteit ligt het ook niet in de lijn van verwachting dat er (significante) omzeteffecten op het dagelijks winkelaanbod zullen optreden. Als gevolg van de versterking van het supermarktaanbod en winkelgebied Albert Plesmanstraat als geheel zullen foodspeciaalzaken in Schoonhoven-Noord er naar verwachting juist op vooruit gaan, doordat ze profiteren van de trekkracht van het versterkte supermarktaanbod. Het is niet de verwachting dat er foodspeciaalzaken zijn die als gevolg van de uitbreiding van de supermarkt zullen verdwijnen. Het is echter nooit helemaal uit te sluiten dat een enkele kleinschalige (verspreid gelegen) foodspeciaalzaak elders in de gemeente individueel dusdanig omzeteffect ondervindt en (op termijn) verdwijnt. Voor dergelijke winkels geldt echter dat zij vaak al een zeer lage vloerproductiviteit accepteren en hun verdwijnen meer een autonoom proces is. In zo’n geval zal dat niet leiden tot onacceptabele effecten op het woon-, leef- en ondernemersklimaat.
Integendeel, zoals al aangegeven is juist de verwachting dat speciaalzaken (in Schoonhoven Noord) erop vooruitgaan. De consumentenverzorging verbeterd: er is sprake van een versterking van het winkelaanbod en meer keuze voor de consument. Ook buiten Schoonhoven kan nooit helemaal worden uitgesloten dat er (in beperkte mate) effecten optreden. Met de toename van de koopkrachtbinding op Schoonhoven, is er immers minder afvloeiing van bestedingen vanuit naar de omliggende kernen (bijvoorbeeld Bergambacht). Tegelijkertijd neemt de toevloeiing van buiten Schoonhoven naar verwachting licht toe. Gezien de omvang van de gemeente en de vele kernen in de omgeving wordt het omzeteffect echter uitgesmeerd over meerdere winkels. Het effect per winkel is redelijkerwijs zeer beperkt en als acceptabel aan te merken. Wonen Kwantitatieve behoefte De gemeente Krimpenerwaard is een groeigemeente. Er ligt een ambitie 3.000 woningen te bouwen tussen 2017 en 2030. Regionale en provinciale woningbehoefteprognoses gaan voor de gemeente Krimpenerwaard zelfs uit van een toevoeging van 1.500 en 3.070 woningen tussen 2019 en 2030 (140 – 279 woningen op jaarbasis). In vergelijking met de gemeentelijke woningbouwambitie en de provinciale behoefteraming laat dit nog ruimte voor ca. 1.500 – 2.500 nieuwbouwwoningen tot 2030. Daarmee is er duidelijk sprake van een kwantitatieve behoefte.
Kwalitatieve behoefte Vanuit zowel het regionaal als gemeentelijk beleid is er aandacht voor het realiseren van een woningvoorraad passend bij de groeiende woningbehoefte. Nieuwbouwprojecten dienen bij te dragen aan de kwaliteit en diversiteit van de woonmilieus in de gemeente en aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen. Daarnaast is de mogelijkheid tot zorg aan huis en levensloopbestendigheid een belangrijk aspect. Met het realiseren van (levensloopbestendige) appartementen sluit het planinitiatief hierop aan. Ook is er sprake van een effectieve vraag naar woningen in de woonmilieus woonwijk laagbouw (huidige typering van omgeving planlocatie) als de woonwijk laag- en hoogbouw. Bovendien verbetert de belevingswaarde van het woonmilieu met de aanpak van de openbare ruimte en de verbetering van het voorzieningenniveau (supermarktuitbreiding en dienstverlening).
Hoofdstuk 3
13
De huidige woningvoorraad in de gemeente kent een relatief hoog aandeel eengezinskoopwoningen en sociale huurwoningen. Er is onder starters en senioren echter ook een vraag naar (betaalbare en levensloopbestendige) appartementen. Marktonderzoek Regio Midden-Holland bevestigt dit. De behoefte aan meergezinswoningen vormt ook 45% van de effectieve vraag naar nieuwbouwwoningen. Jaarlijks is er een effectieve vraag naar 60-75 nieuwe meergezinswoningen. Deze vraag komt met name tot uiting in de behoefte aan zowel huur- als koopappartementen in het middensegment. Het planinitiatief van Lidl om 12 appartementen te realiseren aan de Beneluxlaan voorziet daarmee ook in een kwalitatieve woningbehoefte. Geen onaanvaardbare effecten De ontwikkeling van 12 appartementen in Schoonhoven Noord voorziet zowel in een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte. Als gevolg van de ontwikkeling zijn geen onaanvaardbare effecten te verwachten. De realisatie van de woningen en vestiging van extra huishoudens levert een bijdrage aan het draagvlak voor de omliggende voorzieningen, de leefbaarheid en sociale veiligheid en betekent een verbetering van de belevingswaarde van de woonomgeving. Dienstverlening Dienstverlening is een aanvulling voor het wijkwinkelcentrum in Schoonhoven-Noord. Ongeacht om welke voorzieningen het gaat, clustering biedt voordelen.
Meer voorzieningen bij elkaar betekent meer gemak voor de consument. Daarnaast profiteren voorzieningen van elkaars bezoekers en zorgen voor voorzieningen voor meer reuring op straat (leefbaarheid in de wijk). Des te breder het aanbod, des te meer bezoekdoelen. Zowel ambachtelijke dienstverlening, sport, zorg als sociaalmaatschappelijk voorzieningen kunnen een meerwaarde zijn voor het winkelcentrum. Gelet op het reeds bestaande voorzieningenaanbod in Schoonhoven worden ambachtelijke dienstverlening en dienstverlening gericht op gezondheid en persoonlijke verzorging kansrijk geacht. Deze voorzieningen zijn veelal beperkt aanwezig en bovendien zeer passend binnen een wijkgericht voorzieningenaanbod. Sportvoorzieningen zijn er al relatief veel in Schoonhoven. Eventueel kan worden gedacht aan verplaatsing van bestaand aanbod, dan wel nieuwvestiging van niche-aanbod (kleinschalig, persoonlijk, ouderen). Gelet op het bestaande aanbod is het perspectief voor zorg/medische voorzieningen beperkt. Schoonhoven-Noord beschikt over een zorgcluster.
3.2 Provinciaal beleid Provincie Zuid-Holland 3.2.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit.
Hoofdstuk 3
14
Voor de bebouwde ruimte streeft de provincie naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. Voor het versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie en voor zorgvuldig ruimtegebruik is de concentratie en clustering van detailhandel in de centra van steden en wijken een kernpunt. Het provinciaal beleid maakt een grove beleidsmatige driedeling in soorten winkelgebieden: te versterken centra, de te optimaliseren centra en de overige centra. De overige centra vervullen een lokale functie, zijn belangrijk voor de bereikbaarheid van het dagelijks aanbod en hebben een meerwaarde voor de leefbaarheid van de kleine kernen, wijken en buurten. Het toekomstperspectief is divers: sommige centra functioneren goed, andere centra komen in aanmerking voor een facelift, herprofilering, (gedeeltelijke) transformatie of samenvoeging. Voor deze categorie centra kan eventuele beperkte groei van het winkeloppervlak aan de orde zijn om de dynamiek in de dagelijkse sector te faciliteren. Leefbaarheid in en van kleine kernen hangt in veel gevallen samen met de beschikbaarheid en bereikbaarheid van dagelijks winkelaanbod. In deze sector zien we een tendens naar schaalvergroting van supermarkten.
In de Verordening ruimte is aangegeven dat nieuwe detailhandel primair binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie moet worden gerealiseerd. Voor (ontwerp)bestemmingsplannen die nieuwe detailhandel groter dan 2.000 m² bruto vloeroppervlak binnen de centra mogelijk maken, moet worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat en de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig worden aangetast. Het gaat daarbij onder meer om het voorkomen van onaanvaardbare leegstand. Met het oog hierop is advies nodig van de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland. Voor de beoogde nieuwbouw en uitbreiding is afstemming niet van toepassing, aangezien de ontwikkeling geen nieuwe detailhandel groter dan 2.000 m² bruto vloeroppervlak mogelijk maakt, het betreft nieuwbouw voor reeds bestaande detailhandel. Doorwerking plangebied De beoogde modernisering en uitbreiding van Lidl zorgt voor een structuurverbetering van het winkelcentrum in Schoonhoven-Noord. Zo versterkt de consumentenverzorging (kwalitatief beter aanbod) en wordt de bereikbaarheid en uitstraling verbeterd met de herindeling van het winkelplein en de parkeergelegenheid. Daarnaast is de onderhavige ontwikkeling met detailhandel in deze toelichting onderbouwd via de ladder duurzame verstedelijking. Het plan past binnen het gestelde kader van de provincie.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Retailvisie Krimpenerwaard 2019 In opdracht van de gemeenteraad van gemeente Krimpenerwaard is in oktober 2019 de Retailvisie Krimpenerwaard vastgesteld. Deze bevat een heldere visie op de toekomstige retailstructuur op gemeenteniveau én kernniveau, een toetsingskader voor nieuwe initiatieven en een bijbehorend uitvoeringsprogramma.
Hoofdstuk 3
15
Het winkelcentrum rondom het plein aan de Albert Plesmanstraat heeft een lokale boodschappenfunctie. Het winkelcentrum is in deze visie aangewezen als een ‘ te versterken centra: afmaken lopende plannen’. Onder die lopende plannen valt het realiseren van de ontwikkelplannen van de Lidl en de openbare ruimte. Hiermee wordt het toekomstperspectief van het winkelgebied versterkt. Specifiek is opgenomen dat het doorgaan van de ontwikkelplannen met vergroting Lidl en de facelift openbare ruimte voor het winkelgebied de hoogste prioriteit heeft. Uitgangspunt is ook dat de verplaatsing van de kiosken op het plein onderdeel wordt van de plannen, om tot een betere routing tussen de beide supers te komen via het overige winkelaanbod en om de verkeers- en parkeersituatie te verbeteren. Doorwerking plangebied In de Retailvisie wordt voor het winkelgebied Schoonhoven-Noord gesproken over het Realiseren ontwikkelplannen: Het doorgaan van de ontwikkelplannen met vergroting Lidl en de facelift openbare ruimte heeft voor het winkelgebied de hoogste prioriteit. Met dit bestemmingsplan wordt daar uitvoering aan gegeven. De ontwikkelingen zijn in lijn met de Retailvisie Krimpenerwaard. 3.3.2 Woonvisie Krimpenerwaard 2017 De gemeente Krimpenerwaard heeft in haar Woonvisie Krimpenerwaard 2017 vijf woonthema’s geformuleerd: 1.
Positionering in de regio Krimpenerwaard heeft als ambitie een deel van de instroom vanuit het stedelijk gebied te huisvesten. De beschikbaarheid van ruime woningen, groene omgeving en veilige kernen is met name voor gezinnen en doorstromers een belangrijke factor in de aantrekkingskracht van de gemeente Krimpenerwaard. Om de regionale positie te versterken zijn een viertal maatregelen geformuleerd: een sterk economische programma t.b.v. een toename van de werkgelegenheid; verbetering van de bereikbaarheid; gebiedspromotie t.b.v. naamsbekendheid; het realiseren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat door onderscheidende woonmilieus te creëren. 2. Betaalbaar & beschikbaar Daarnaast heeft de gemeente als doel dat alle woningzoekenden in de Krimpenerwaard in 2030 in staat zijn om binnen een termijn van twee jaar een passende woning te vinden. Dit betekent dat er voldoende betaalbare woningen beschikbaar moeten zijn in zowel (particuliere) huur- als koopmarkt. In het bijzonder wordt de doelgroep van starters en (jonge) doorstromers aangehaald. Met betrekking tot senioren wordt er ingezet op bewustwording en doorstroming naar meer geschikte woningen in combinatie met innovatieve woonconcepten en pilots. 3. Duurzaam gebouwde omgeving Duurzaamheid is in de gemeente Krimpenerwaard een belangrijke pijler.
Met betrekking tot nieuwbouw wordt ingezet op ketensamenwerking en energie neutrale bouw. Nieuwe initiatieven die bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen worden gefaciliteerd.
Hoofdstuk 3
16
4. Wonen, welzijn en zorg Krimpenerwaard vergrijst. Een groot aandeel van de senioren woont het liefst zo lang mogelijk zelfstandig in de huidige woning. De huidige voorraad heeft een ontoereikend aantal nultredenwoningen voor de toekomstige behoefte. Bij nieuwbouw is aandacht voor nieuwe woonvormen voor vitale senioren en mensen met een zorgvraag wenselijk. 5. Bouwen aan vitale kernen In elk van de 11 kernen in de gemeente Krimpenerwaard is sprake van een huishoudensgroei. Wat betreft appartementen heeft de behoefte betrekking op nultredenwoningen en appartementen in het goedkope segment (tot €185.000). Het toevoegen van woningen dient bij te dragen aan het in stand houden van het sociale netwerk, het gemeenschapsleven, de identiteit van de kernen, ruimtelijke kwaliteit en aan een levendig verenigingsleven. Nieuwbouw moet aansluiten bij het karakter van de gemeente en meerwaarde bieden aan de leefomgeving. Doorwerking plangebied Met onderhavige ontwikkeling worden onder andere 12 appartementen gerealiseerd. De ontwikkeling sluit aan op de woonvisie, de bouw van appartementen voorziet in de behoefte aan appartementen en toekomstbestendige woningen. Onder starters en senioren is er vraag naar betaalbare en levensloopbestendige appartementen. Het planinitiatief van Lidl om 12 appartementen te realiseren voorziet daarmee in een kwalitatieve woningbehoefte.
Daarnaast krijgen de appartementen geen gasaansluiting en energielabel A+, het initiatief draagt bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen. 3.3.3 Masterplan Centrum Schoonhoven-Noord Op 1 april 2014 is het Masterplan centrum Schoonhoven-Noord vastgesteld door de voormalige gemeente Schoonhoven. In het masterplan zijn verschillende bestaande ideeën samengebracht tot één masterplan voor het centrumgebied. Door deze integrale aanpak is een samenhangend kader ontstaan voor zowel het bebouwde en onbebouwde gebied. Het masterplan dient daarnaast als basis voor verdere planontwikkeling. Dit wil zeggen dat bouwplannen moeten voldoen aan de, in dit masterplan, vastgelegde ambities en randvoorwaarden. Naar aanleiding van dit masterplan is vervolgens het bestemmingsplan ‘Centrum Noord’ vastgesteld op 2 oktober 2014. Het plangebied van het masterplan omvat onder andere het gebied waar het bestaande wijkwinkelcentrum gesitueerd is. Hierbij gaat het om de Lidl en de winkelstrip langs de Albert Plesmanstraat. Het concentreren van de winkelvoorzieningen in het centrumgebied vormt een belangrijke stap naar een duurzame toekomst van het wijkwinkelcentrum van Schoonhoven-Noord. De concentratie betekent dat de Plus Supermarkt een nieuwe plek krijgt in het wijkwinkelcentrum. Bij de inpassing van de Plus is gekozen voor een zogenaamd haltermodel.
Een haltermodel bestaat uit twee sterk aantrekkende winkels (Plus en de Lidl) aan de uiteinden van het winkelgebied met daar tussen een strip van kleinschalige detailhandel. Deze opzet is zowel voor de supermarkten als voor de kleinere ondernemers aantrekkelijk omdat de functies elkaar op deze manier versterken. Op basis van dit model is naast de nieuwbouw van de Plus ook een uitbreiding van de Lidl voorzien. Doorwerking plangebied In het masterplan is om de uitbreiding van de Lidl mogelijk te maken het bestaande bouwvlak aan alle kanten vergroot. De voormalige basisschool en het tankstation zijn niet meegenomen in het masterplan. Inmiddels zijn de basisschool en het tankstation gesloopt, waardoor hier ook ruimte ontstaat voor het
Hoofdstuk 3
17
wijkwinkelcentrum. Ten behoeve van deze nieuwbouw wordt het huidige pand van Lidl gesloopt en het aangrenzende gebied van de voormalige basisschool en het tankstation maken deel uit van het plangebied. Onderhavige ontwikkeling sluit dus niet geheel aan op het masterplan, omdat er ten tijde nog geen sprake was van het verdwijnen van de basisschool en het tankstation. Echter doet onderhavige ontwikkeling geen afbreuk aan het haltermodel en het doel van het masterplan om het verouderde winkelcentrum in Schoonhoven-Noord nieuw leven in te blazen door de concentratie van winkelvoorzieningen. Met onderhavige ontwikkeling is de nieuwbouw van een supermarkt, tevens wordt er ingezet op de sloop en nieuwbouw van kiosken en wordt het nieuwe winkelplein en de parkeergelegenheden heringericht om de aantrekkelijkheid van het winkelcentrum te vergroten.
Hoofdstuk 3
18
4.
OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.
4.1 Verkeer en parkeren Toetsingskader De gemeente Krimpenerwaard heeft op 12 februari 2019 het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeren Krimpenerwaard’ vastgesteld. Het doel van dit bestemmingsplan is om ten aanzien van het parkeren uniforme bepalingen vast te stellen die verwijzen naar beleidsregels voor parkeernormen. In nieuw vast te stellen bestemmingsplannen zullen deze regels vervolgens standaard worden opgenomen. De impact van de extra verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling is in beeld gebracht in de Memo Verkeerskundige aspecten Lidl Schoonhoven (d.d. 12 oktober 2020). Deze memo is opgenomen als bijlage bij deze toelichting, onderstaand worden de belangrijkste conclusies vermeld. Doorwerking plangebied Parkeren Om de parkeerbehoefte te berekenen is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381. De gemeente heeft in opeenvolgende beleidsstukken (‘Parkeernorm en afkoopregeling, beleidsregels ter uitwerking van artikel 2.5.30 van de bouwverordening’ d.d. 15 september 2009, Civieltechnisch Technisch handboek d.d. 13 september 2016, Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard d.d. 12 februari 2019) het volgende gesteld: Actuele parkeerkencijfers CROW publicatie 381; De gemiddelde parkeernorm als uitgangspunt; Stedelijkheidsklasse V: niet stedelijk. In het nieuwe plan wordt de bestaande supermarkt gesloopt en vervangen door een nieuwe.
Deze supermarkt is 1.075 m2 bvo groter dan de bestaande. Daarnaast worden 12 nieuwe appartementen en circa 358 m2 bvo dienstverlening toegevoegd. Twee kiosken worden gesloopt en kunnen worden herbouwd. Uit de bruto parkeerbehoefte berekening blijkt dat de ontwikkelingen een toename van parkeerbehoefte genereert van bruto 103 parkeerplaatsen. De bruto parkeerbehoefte wordt berekend door het bruto vloeroppervlak (BVO) of aantallen woningen van de te ontwikkelen functies te vermenigvuldigden met een parkeernorm. Het resultaat is dan de bruto parkeerbehoefte. Bij het bepalen van de parkeerbehoefte zijn de volgende stappen genomen: Op basis van het programma en de bijbehorende parkeerkencijfers is het totale aantal bruto parkeerplaatsen2 bepaald dat noodzakelijk zou zijn voor de ontwikkeling (per functie); Vervolgens is met behulp van de aanwezigheidspercentages de maatgevende parkeerbehoefte (drukste moment van de week) bepaald.
2
De term bruto wil zeggen dat er nog geen rekening is gehouden met aanwezigheidspercentages. Die geven aan op welk tijdstip (dagdeel) hoeveel procent van de parkeerplaatsen daadwerkelijk bezet is.
Hoofdstuk 4
19
De totale toename in netto parkeerbehoefte valt lager uit door de toepassing van aanwezigheidspercentages. Door de verschillende functies is er namelijk sprake van dubbel gebruik van parkeerplaatsen. De diverse functies hebben een verschillend aanwezigheidsprofiel. Dat wil zeggen dat niet iedere functie op elk tijdstip 100% aanwezigheid rechtvaardigt. De netto parkeerbehoefte op het meest maatgevende moment (zaterdagmiddag) bedraagt 82 parkeerplaatsen. In de omgeving van het plangebied is er momenteel al parkeergelegenheid. Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen er met de herontwikkeling van de supermarkt ten minste nodig zijn is er ook onderzoek gedaan naar de huidige parkeerdruk in en rondom het plangebied. Met dit parkeeronderzoek is de huidige parkeerdruk in kaart gebracht Tijdens de meest maatgevende momenten op koopavond en zaterdagmiddag is de netto parkeerbehoefte van de herontwikkeling respectievelijk 73 en 82 parkeerplaatsen. Gezien er in de huidige situatie op deze meest maatgevende momenten sprake is van een overcapaciteit van minstens 50 parkeerplaatsen in de omgeving, wordt er bij een minimum van 32 (82 netto parkeerbehoefte - 50 parkeerplaatsen overcapaciteit = 32) nieuwe parkeerplaatsen voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De voorlopige concept inrichtingstekening (van medio 2020) voorziet reeds in dit minimale aantal parkeerplaatsen.
In de definitieve uitwerking van het inrichtingsplan wordt rekening gehouden met het realiseren van ten minste 32 parkeerplaatsen. Verkeersgeneratie De nieuwe functies zorgen voor extra verkeersbewegingen. Op basis van de CROW kengetallen 3 is de toename van de verkeersgeneratie berekend. Uit de berekeningen in de Memo Verkeerskundige aspecten Lidl Schoonhoven (d.d. 12 oktober 2020) blijkt dat de herontwikkeling van het plangebied een netto verkeerstoename van 1.378 mvt/etmaal laat zien. Deze toename kan prima verdeeld worden over de huidige infrastructuur van het plangebied. De relatief beperkte verkeerstoename wordt verdeeld over de twee ontsluitingsroutes: gebiedsontsluitingsweg Rotterdamseweg en de erftoegangsweg Meester Kesperstraat). De verkeersveiligheid in het plangebied is gewaarborgd omdat alle wegen in het plangebied in een 30 km/u zone liggen.
4.2 Geluid Wegverkeer Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. Met de ontwikkeling worden er appartementen en dus nieuwe geluidsgevoelige functies gerealiseerd.
3
‘CROW publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren: Van parkeerkencijfers naar parkeernormen.
Hoofdstuk 4
20
Doorwerking plangebied Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Voor het onderdeel ‘industrielawaai’ wordt verwezen naar paragraaf 4.4 Bedrijven en milieuzonering. Een akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Rotterdamseweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de Albert Plesmanstraat, Beneluxlaan, Marconiplein en Pasteurweg opgenomen in het akoestisch onderzoek. Rotterdamseweg De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 46 dB, incl. aftrek artikel 110g. De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze weg hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan. Beneluxlaan & Albert Plesmanstraat Er is sprake van 30 km/zones, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden de wegen wel beschouwd en wordt ook het toetsingskader van de Wet geluidhinder gehanteerd. In een aantal waarneempunten zijn gevelbelastingen vastgesteld hoger dan de ‘voorkeursgrenswaarde’ van 48 dB.
De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Omdat er geen sprake is van gezoneerde wegen, hoeft ook geen hogere waarden ten aanzien van deze wegen te worden aangevraagd. Formeel hoeven ten gevolge van deze wegen geen maatregelen te worden getroffen aan de gevel. Uit het oogpunt van wooncomfort en gezondheid wordt wel geadviseerd maatregelen te treffen om een binnenniveau van 33 dB te garanderen. Marconiplein & Pasteurstraat Er is sprake van 30 km/u zones, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de wegen wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie De Wet geluidhinder legt ten gevolge van de wegen geen restricties op aan het planvoornemen. Uit het oogpunt van wooncomfort en gezondheid wordt geadviseerd maatregelen te treffen om een binnenniveau van 33 dB te garanderen. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmeringen voor de ontwikkeling.
4.3 Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen.
Hoofdstuk 4
21
Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m3). Doorwerking plangebied In voorliggende situatie gaat het om een uitbreiding van het aantal bvo meter van Lidl, het toevoegen van 12 appartementen en circa 358 m2 aan dienstverlening. Dit zorgt voor extra verkeersbewegingen.
Er is onderzoek gedaan naar de verkeersgeneratie ten gevolge van de ontwikkeling, dit onderzoek (Memo Verkeerskundige aspecten Lidl Schoonhoven, d.d. 12 oktober 2020) is als bijlage opgenomen bij dit bestemmingsplan. Uit de berekeningen blijkt dat de herontwikkeling van het plangebied een netto verkeerstoename van 1.378 mvt/etmaal laat zien. Op basis van de NIBM-Rekentool is een berekening gemaakt van de maximale planbijdrage van het extra verkeer. Er wordt uitgegaan van een toename verkeersgeneratie van 1.378 mvt/etmaal. Er is ook uitgegaan van 2% vrachtverkeer. Op basis van deze benadering is een maximale bijdrage van het extra verkeer berekend van 1,19 μg/m3 voor NO2 en 0,23 μg/m3 voor PM10. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel. De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate. Bovendien zal in de feitelijke situatie het aandeel vrachtverkeer lager zijn dan 2%.
Tabel 4.1: Resultaten NIBM Rekentool
Daarnaast moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening aangetoond worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Dit kan bepaald worden met behulp van achtergrondwaarden die achterhaald kunnen worden via de NSL-monitoringstool. In onderstaande tabel (tabel 4.2) zijn de achtergrondwaarden ter plaatse van de dichtstbijzijnde meetpunten weergegeven. Geconcludeerd wordt dat de achtergrondwaarden ruim onder de norm liggen en sprake is van een goed woon- en leefklimaat in het kader van de luchtkwaliteit. Dit aspect zorgt dan ook niet voor belemmeringen.
Hoofdstuk 4
22
Meetpunt NO2 μg/m3 15475226 16.8 15475294 16.8 15476631 16.8 15475868 16.6 15476801 16.8 Norm 40
PM10 μg/m3 19.5 19.5 19.5 19.5 19.5 40
PM10 overschrijdingsdagen 7.2 7.2 7.2 7.2 7.2 35
PM2.5 μg/m3 11.8 11.8 11.8 11.8 11.8 25
Jaar 2020 2020 2020 2020 2020
Tabel 4.2 Achtergrondwaarden (Bron: NSL-monitoringstool)
Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit zijn geen normoverschrijdingen te verwachten als gevolg van de voorgenomen plannen en draagt de ontwikkeling niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
4.4 Bedrijven en milieuzonering Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 4. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijk gebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid.
4
‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.
Hoofdstuk 4
23
Doorwerking plangebied Met dit initiatief wordt een bestaande supermarkt verplaatst en uitgebreid, worden er nieuwe winkelvoorzieningen gebouwd en bestaande winkelvoorzieningen verplaatst, daarnaast worden er appartementen gerealiseerd. Het plangebied kan aangemerkt worden als een gemengd gebied, het is immers gelegen in het winkelcentrum van Schoonhoven-Noord. Een supermarkt heeft volgens de VNG-brochure de milieucategorie 1. Hiervoor geldt in een gemengd gebied de richtafstand van 0 meter. Dit houdt in dat een supermarkt naast / aanpandig aan gevoelige functies zoals wonen is toegestaan. Op circa 30 meter afstand van het plangebied bevindt zich het Schoonhovens College. Dit college valt in milieucategorie 2, hiervoor geldt de richtafstand van 30 meter tot rustige woonwijk en 10 meter tot gemengd gebied. Aan deze richtafstand van 10 meter wordt voldaan. Daarnaast ligt op circa 160 meter een bedrijf. Binnen deze bedrijfsbestemming zijn bedrijven toegestaan van ten hoogste milieucategorie 2. Hiervoor geldt de richtafstand van 30 meter tot rustige woonwijk en 10 meter tot gemengd gebied, dit is ruim onder de werkelijke afstand. Onderhavige ontwikkeling wordt niet belemmerd door het bedrijf en vice versa. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Tot slot ligt ruim 300 meter ten noorden van het plangebied een bedrijventerrein met bedrijven van ten hoogste milieucategorie 2 en een aannemersbedrijf met een specifieke aanduiding tot milieucategorie 3.1. De richtafstand voor bedrijven in milieucategorie is 50 meter tot een rustige woonwijk en 30 meter tot gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt ruim voldaan. Dit bedrijventerrein vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Wel moet aangetoond worden dat de geluiduitstraling van de Lidl aan de Albert Plesmanstraat geen overlast veroorzaken bij geluidsgevoelige functies in de omgeving. Om deze reden is een akoestisch onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd. In deze paragraaf worden de belangrijkste conclusies genoemd. Voor nadere details en het volledige onderzoeksrapport wordt verwezen naar de bijlagen. De berekeningen in dit onderzoek zijn gebaseerd op een concept inrichtingsplan (van medio 2020). In de definitieve uitwerking van het inrichtingsplan is er geen verslechtering van de geluidsbelasting te verwachten omdat er geen sprake zal zijn van parkeerplaatsen die dichterbij woningen gerealiseerd worden dan reeds in het huidige concept inrichtingsplan staan ingetekend. Langtijdgemiddelde geluidbelastingen De langtijdgemiddelde optredende gevelbelastingen ten gevolge van de activiteiten op het terrein van de inrichting bedragen ten hoogste 50 dB(A).
Daarmee wordt voldaan aan de geluidseisen uit het Activiteitenbesluit. Maximale geluidniveaus De maximale belasting voldoet bij de meeste waarneempunten aan de eis van 70 dB(A) etmaalwaarde. Bij deze waarneempunten wordt voldaan aan de geluideisen van het Activiteitenbesluit. Ter plaatse van waarneempunt 1 (representatief voor de gehele zuidgevel van het appartementengebouw) ontstaan in de avondperiode piekgeluiden van 69 dB(A). Deze waarde overschrijdt de grenswaarde van het Activiteitenbesluit voor de avondperiode met 4 dB. Het is niet mogelijk om de piekgeluiden te verlagen.
Hoofdstuk 4
24
Figuur 4.1 toont waar de overschrijding van de geluidniveaus in de avondperiode plaatsvindt. Indien men moet voldoen aan het Activiteitenbesluit dienen de aangegeven parkeerplaatsen in de avondperiode, tijdens de openingstijden van de Lidl, buiten gebruik worden gesteld.
Figuur 4.1: Aanduiding locatie overschrijding geluidniveaus parkeerplaats avondperiode concept inrichtingsplan (bron: K+ Adviesgroep)
De parkeerplaatsen passen in het straatbeeld en worden naast de Lidl hoogstwaarschijnlijk ook gebruikt door andere omliggende bedrijven en voorzieningen. De gemeente Krimpenerwaard vindt het derhalve ongewenst de parkeerplaatsen tijdens de avonduren af te sluiten en wil meewerken aan een maatwerkvoorschrift voor deze overschrijding. Indirecte hinder De gevelbelasting vanwege de verkeersaantrekkende werking bedraagt ten hoogste 50 dB(A) etmaalwaarde. De voorkeursgrenswaarde van de Schrikkelcirculaire wordt niet overschreden. Gezien het bovenstaande is voldoende aangetoond dat de Lidl vanuit akoestisch oogpunt inpasbaar is. Voor de parkeerplaatsen waar een overschrijding is van de geluidsniveaus neemt de gemeente Krimpenerwaard een maatwerkvoorschrift op in de omgevingsvergunning. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
4.5 Geur agrarisch Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe planologische projecten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient te worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. In de Wgv zijn voor verschillende dieren geuremissienormen opgenomen die de maximale geurbelasting op een gevoelig object bepalen. Als de geuremissie van een dier niet bekend is, stelt de wet minimumafstanden tussen een veehouderij en een geurgevoelig object. Als die geuremissie wel bekend is, dan moet de geurbelasting worden berekend. De emissie van geurstoffen uit een veehouderijbedrijf wordt uitgedrukt in geureenheden. De berekende geurbelasting wordt getoetst aan de norm (de maximale belasting die het bedrijf mag veroorzaken). Gemeenten mogen, binnen bepaalde bandbreedten, van deze wettelijke normen afwijken als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening is vastgesteld.
Hoofdstuk 4
25
Doorwerking plangebied In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen veehouderijen of andere agrarische bedrijven met een geuruitstraling. Het is dan ook niet noodzakelijk om een geuronderzoek uit te voeren. Het aspect geur agrarisch zorgt niet voor belemmeringen.
4.6 Externe veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke wet- en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met: activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen; transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd.
Bij het groepsrisico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Samen met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een persoon feitelijk is. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting.
Doorwerking plangebied In figuur 4.2 is het plangebied rood omcirkeld. Ten noorden van het plangebied ligt een gasontvangststation op circa 460 meter afstand. De PR10-6 contourafstand hiervoor is 15 meter. Het plangebied ligt dus op ruim voldoende afstand. Daarnaast loopt op circa 260 meter afstand de N210, de PR10-6 contour hiervoor is 0 meter.
Hoofdstuk 4
26
Figuur 4.2 Uitsnede risicokaart met plangebied Rood omcirkeld.
Op basis van de risicokaart kan geconcludeerd worden dat er in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen voorkomen. Het plangebied ligt buiten PR- of GR-contouren van zowel risicovolle inrichtingen als transportroutes met gevaarlijke stoffen. Het aspect externe veiligheid zorgt niet voor belemmeringen.
4.7 Ecologie De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd gezag. Doorwerking plangebied Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmings-