CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

2.71 Veiligheidsregio Hollands Midden, Aanbieding (ter consultatie) concept-Regionaal Risicoprofiel 2027-2030

Raadsvergadering 2 juni 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie Regio / Verbonden Partijen36.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De kans op extreme neerslag is groot. In het westen van Nederland, waaronder Hollands Midden, valt meer regen dan gemiddeld. Door de opwarming van de atmosfeer en de Noordzee neemt de intensiteit van buien toe en komen hoosbuien vaker voor. Het KNMI kan extreme neerslag goed voorspellen en waarschuwt wanneer de impact naar verwachting groot is.

Extreme kou, sneeuw of ijzel Winterse weersomstandigheden zoals kou, sneeuw en ijzel kunnen het dagelijks leven tijdelijk verstoren. Een koudegolf komt in Nederland weinig voor, maar lage temperaturen en gevoelstemperaturen kunnen wel leiden tot gezondheidsrisico’s, zoals onderkoeling en winterse aandoeningen. Sneeuw en ijzel ontstaan bij specifieke temperatuuren vochtcondities en kunnen leiden tot gladheid op wegen en fietspaden, met verkeersongevallen en letsel tot gevolg. Ook kunnen koude-periodes leiden tot schade aan infrastructuur, woningen en landbouwgewassen, waardoor de economische impact oploopt.

5 Risicobeeld per thema

De impact op de fysieke veiligheid kan aanzienlijk zijn: gewonden en soms dodelijke slachtoffers komen met enige regelmaat voor. Economische schade kan hoog oplopen; eerdere stormen veroorzaakten landelijk honderden miljoenen euro’s schade. De territoriale en ecologische impact blijft meestal beperkt, al kunnen duinen tijdelijk worden aangetast of natuur schade oplopen door omgevallen bomen. Het dagelijks leven kan ontregeld raken door wegafsluitingen, verstoringen op het spoor en afgelaste evenementen.

De impact op de ecologische veiligheid blijft doorgaans beperkt, omdat natuur zich kan herstellen van winterse omstandigheden. Wel kan ernstige vorst schade veroorzaken aan specifieke gewassen of ecosystemen. Winterweer kan invloed hebben op de sociale en politieke stabiliteit, wanneer openbaar vervoer en verkeer verstoord raken. Storingen op het spoor komen in de winter vaker voor door vastgevroren wissels, ijsvorming of defecten aan bovenleidingen en materieel. Hierdoor kan het dagelijks leven ontregeld raken, al is dat meestal van korte duur. De impact op cultureel erfgoed is beperkt en betreft vooral vorstschade of instorting door zware sneeuwbelasting, maar dit blijft uitzonderlijk. Extreme kou komt door klimaatverandering minder vaak voor, maar blijft mogelijk. Sneeuwval wordt steeds zeldzamer doordat het aantal dagen met temperaturen onder nul afneemt. IJzel komt vrijwel ieder winterseizoen voor en blijft daarmee het meest waarschijnlijke winterse incidenttype. Winterse omstandigheden hebben vooral impact op fysieke en economische veiligheid.

31

• Incidenten met gevaarlijke stoffen

5.2 Milieu

Aanjagers van het crisistype: • Ecologische ontwikkelingen • Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen

Laag

Onder dit thema valt het volgende crisistype: • Incident met gevaarlijke stoffen

5 Risicobeeld per thema

Impact-score

Hoog

Risicomatrix voor Milieu

Laag

Waarschijnlijkheid-score

Hoog

Figuur 4. Risicomatrix voor het thema Milieu.

5.2.1 Conclusie Het risico op incidenten met gevaarlijke stoffen blijft aanwezig en verandert bovendien door de energietransitie. Nieuwe energiedragers, zoals waterstof, brengen andere typen risico’s met zich mee, terwijl de verdichte leefomgeving de gevolgen van incidenten kan vergroten. Hyperconnectiviteit zorgt ervoor dat verstoringen of lekkages sneller ruimtelijke of maatschappelijke impact hebben. De variatie in stoffen en mogelijke situaties vraagt blijvend om actuele kennis bij partners, goede risicocommunicatie en een scherp zicht op BRZO-bedrijven en transportstromen. De veiligheidsregio speelt hierbij een belangrijke adviserende en coördinerende rol.

32

5.2.2 Algemene bevindingen Incident met gevaarlijke stoffen

Gevaarlijke stoffen vormen een risico wanneer ze buiten hun verpakking of installatie treden. De impact hangt af van de stof, de concentratie, het effectgebied en de nabijheid van bebouwing of kwetsbare locaties. Verspreiding kan plaatsvinden via lucht, water of bodem en kan leiden tot acute gezondheidsrisico’s, gewonden of dodelijke slachtoffers. Ook rook bij brand bevat gevaarlijke stoffen. Daarnaast kunnen incidenten leiden tot schade aan infrastructuur, milieuverontreiniging en hoge saneringskosten.

5 Risicobeeld per thema

Een incident met gevaarlijke stoffen betreft situaties waarbij chemische of biologische stoffen vrijkomen door lekkages, branden, explosies of toxische wolken. Deze incidenten kunnen plaatsvinden bij transport over weg, spoor of water, bij opslag of tijdens industriële processen. Ook zogeheten Natech-incidenten – waarbij extreem weer of overstromingen leiden tot technisch falen – vallen hieronder. Door ontwikkelingen zoals klimaatverandering, energietransitie en de circulaire economie ontstaan nieuwe risico’s, onder meer door het gebruik van alternatieve energiedragers, energieopslagsystemen en batterijrecycling.

Hoewel het aantal ernstige ongevallen beperkt is, komen incidenten regelmatig voor. Veroudering van industriële installaties, groeiend vervoer van waterstofrijke energiedragers en CO2, en druk op het spoor kunnen de kans op incidenten vergroten. Daarnaast groeit de aandacht voor langdurige gezondheidsrisico’s door emissies van onder andere PFAS, fijnstof en PAK’s, die meewegen in beleidsvorming en vestigingskeuzes. De impact varieert van ‘laag’ tot ‘midden’, afhankelijk van de locatie, de schaal en de stof. Bij grote incidenten kunnen cascade-effecten ontstaan, zoals langdurige weg- of spoorafsluitingen en verstoringen van bedrijvigheid. Cultureel erfgoed kan kwetsbaar zijn bij incidenten nabij risicocontouren. Door verdichting, meer gebruik van gevaarlijke stoffen en intensiever transport neemt de beweeglijkheid van de impact naar verwachting toe.

33

Hoog

Risicomatrix voor Continuïteit vitale voorzieningen • Verstoring

elektriciteitsvoorziening

Aanjagers van de crisistypen: • Technologische ontwikkelingen • Ecologische ontwikkelingen • Geopolitieke ontwikkelingen

Impact-score

Onder dit thema vallen de volgende crisistypen: • Verstoring gasvoorziening • Verstoring elektriciteitsvoorziening • Verstoring drinkwatervoorziening • Verstoring rioolwater- en afvalwaterzuivering • Verstoring telecommunicatie en ICT • Verstoring afvalverwerking • Verstoring voedselvoorziening

• Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering

• Verstoring • Verstoring telecommunicatie afvalverwerking en ICT •V  erstoring voedselvoorziening

Laag

5.3 Continuïteit vitale voorzieningen

• Verstoring drinkwatervoorziening

5 Risicobeeld per thema

• Verstoring gasvoorziening

Laag

Waarschijnlijkheid-score

Hoog

Figuur 5. Risicomatrix voor het thema Continuïteit vitale voorzieningen.

5.3.1 Conclusie De continuïteit van energie-, water-, afval-, telecom- en voedselvoorzieningen staat onder druk door hyperconnectiviteit, digitalisering, klimaatverandering en de energietransitie. Uitval van één voorziening kan snel leiden tot cascadeeffecten. Klimaatverandering beïnvloedt onder meer drinkwaterbeschikbaarheid en rioolwaterafvoer, terwijl de energietransitie extra graafwerkzaamheden en netbelasting veroorzaakt die de kans op storingen vergroten. Een verstoring kan grote maatschappelijke gevolgen hebben. De veiligheidsregio heeft vooral een coördinerende rol. Intensieve samenwerking met vitale partners en inzicht in wederzijdse afhankelijkheden zijn noodzakelijk.

34

5.3.2 Algemene bevindingen Verstoring elektriciteitsvoorziening

Een verstoring van de gasvoorziening ontstaat wanneer huishoudens, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen geen gas meer ontvangen. Hierdoor vallen verwarming, warm water en gasfornuizen uit. De meest voorkomende oorzaak is schade aan gasleidingen, vaak door graafwerkzaamheden of technische defecten. Wanneer een leiding bezwijkt en verontreinigd raakt, kunnen herstel en reiniging aanzienlijk langer duren. Naast technische oorzaken spelen ook geopolitieke ontwikkelingen een rol: internationale spanningen kunnen leiden tot opzettelijke verstoringen of beperkte import, wat vooral in de winter tot knelpunten kan leiden. Tijdens de energietransitie kan tijdelijke uitval optreden doordat infrastructuur wordt aangepast.

Een verstoring van de elektriciteitsvoorziening kan ontstaan door werkzaamheden aan het netwerk, overbelasting, extreme weersomstandigheden, cyberaanvallen, verouderde infrastructuur of ontwikkelingen binnen de energietransitie. Door de groei van duurzame energiebronnen, zoals zon en wind, ontstaan wisselende energiestromen die het netwerk zwaar belasten en tot congestie kunnen leiden. Daarnaast worden steeds vaker grondwerkzaamheden uitgevoerd om het netwerk te versterken, wat tijdelijk juist extra storingen kan veroorzaken. Ook nemen risico’s toe door het gebruik en de opslag van elektriciteit in accu’s en thuisbatterijen, waar onveilig gebruik nieuwe incidenttypen met zich meebrengt. Geopolitieke spanningen vergroten daarnaast de kans op sabotage of digitale aanvallen op kritieke infrastructuur.

De impact op fysieke veiligheid is beperkt, maar kwetsbare groepen kunnen risico lopen bij langdurige uitval in koude periodes. Economisch kan de schade aanzienlijk zijn door herstelkosten, compensatieverplichtingen en stilstand van bedrijven die afhankelijk zijn van gas. Ook ontstaan kosten door noodvoorzieningen, zoals elektrische verwarmings- en kookalternatieven. De ecologische impact is gering. Wel kan langdurige uitval maatschappelijke onrust veroorzaken, vooral in dichtbevolkte gebieden waar het dagelijks leven direct wordt geraakt. Ziekenhuizen en zorginstellingen zijn extra kwetsbaar, omdat uitval van gas gevolgen kan hebben voor de zorgcontinuïteit. Cultureel erfgoed loopt vooral risico wanneer klimaatbeheersing uitvalt, bijvoorbeeld bij musea of depots. De waarschijnlijkheid van een verstoring wordt als ‘enigszins waarschijnlijk’ beoordeeld. Extreme weersomstandigheden, overstromingen of stormschade kunnen de infrastructuur onder druk zetten, terwijl technologische en geopolitieke ontwikkelingen aanvullende risico’s vormen. De afhankelijkheid neemt naar verwachting af door de energietransitie, maar in de overgangsfase kunnen verstoringen juist vaker optreden.

5 Risicobeeld per thema

Verstoring gasvoorziening

De impact van een langdurige stroomuitval is groot. Hoewel directe slachtoffers minder waarschijnlijk zijn, kunnen mensen die afhankelijk zijn van medische apparatuur in de problemen komen wanneer voorzieningen uitvallen. Uitval van elektriciteit legt productie stil, verstoort digitale communicatie en raakt vitale voorzieningen, zoals ziekenhuizen, waterzuivering, transport en telecommunicatie. De economische schade kan oplopen tot miljoenen euro’s door herstel, noodmaatregelen en bedrijfsonderbreking. Ook kan maatschappelijke onrust ontstaan wanneer huishoudens geen verwarming of apparatuur kunnen gebruiken en communicatie wegvalt. Cultureel erfgoed kan risico lopen door uitval van beveiligings- en klimaatsystemen. De waarschijnlijkheid van een verstoring is hoog. Door klimaatverandering, technologische afhankelijkheden, digitalisering en de energietransitie neemt de kans op uitval verder toe, terwijl de gevolgen steeds groter worden doordat de samenleving steeds afhankelijker is van elektriciteit.

35

Verstoring drinkwatervoorziening

Uitval tast het grondgebied niet aan, maar kan de continuïteit van vitale processen wel raken. Kwetsbare groepen, zoals ouderen en zieken, lopen risico op uitdroging en gezondheidsproblemen. In sectoren die afhankelijk zijn van water, zoals de voedselproductie, de industrie en de zorg, kan langdurige uitval leiden tot hoge economische schade. Ook bij brandbestrijding kan watergebrek extra risico’s opleveren. Ecologische schade is meestal indirect en tijdelijk. De maatschappelijke impact kan groot zijn, doordat scholen, zorginstellingen en bedrijven snel ontregeld raken. Goede, tijdige communicatie kan onrust en wantrouwen richting de overheid voorkomen. De impact van een verstoring is doorgaans beperkt, maar kan in uitzonderlijke situaties aanzienlijk toenemen, vooral in dichtbevolkte gebieden met veel kwetsbare inwoners. Door klimaatverandering, bevolkingsgroei en afhankelijkheid van digitale systemen is de kans op verstoringen de komende jaren waarschijnlijk.

Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering Verstoring van de rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering betreft het inzamelen, transporteren en zuiveren van afval- en hemelwater. Een goed functionerend rioleringssysteem is essentieel voor de volksgezondheid; uitval kan leiden tot verontreiniging van bodem en

oppervlaktewater, algengroei en zuurstoftekort. Daarnaast kan een afvalwaterzuiveringsinstallatie uitvallen door technische storingen, cyberaanvallen of vervuilde lozingen vanuit de industrie. De impact richt zich vooral op ecologische veiligheid, doordat vervuild rioolwater in oppervlaktewater grote schade kan veroorzaken aan natuur en ecosystemen. Bij manifestatie kunnen gezondheidsrisico’s ontstaan, zoals bacteriën in zwemwater, maar doorgaans zonder dodelijke slachtoffers. Economische schade ontstaat vooral door herstelwerkzaamheden en sanering. Verstoring van rioolwaterprocessen heeft verder beperkte invloed op het dagelijks leven, al kan stedelijke verdichting de druk op systemen vergroten. Cultureel erfgoed wordt nauwelijks geraakt.

5 Risicobeeld per thema

Een verstoring van de drinkwatervoorziening kan ontstaan bij het winnen, zuiveren, opslaan of distribueren van drinkwater. Uitval kan veroorzaakt worden door drukproblemen, vervuiling van grond- of oppervlaktewater, (micro) biologische besmetting of storingen in zuiveringsprocessen. Ook klimaatverandering, langdurige droogte en digitale verstoringen kunnen leiden tot problemen met beschikbaarheid of kwaliteit. Drinkwaterbedrijven beschikken over grote redundantie en moeten risicoanalyses en leveringsplannen opstellen, maar de druk op bronnen neemt toe. De verwachting is dat de watervraag richting 2030 sterk stijgt, terwijl de beschikbaarheid juist afneemt.

De impact is meestal beperkt, maar kan bij langdurige of grootschalige verstoring aanzienlijk toenemen, met name ecologisch. De gevolgen zijn vooral lokaal en treffen zelden grote delen van de samenleving. De waarschijnlijkheid van dit type incident is laag. Verstoring van rioolsystemen en afvalwaterzuivering komt weinig voor, maar extreme neerslag, technische storingen en cyberaanvallen vergroten de kans op uitval.

Verstoring telecommunicatie en ICT Een verstoring van telecommunicatie en ICT betreft het (gedeeltelijk) uitvallen van communicatienetwerken of digitale systemen, zoals mobiele telefonie, internet, dataverbindingen of noodcommunicatie. Dergelijke verstoringen kunnen grote gevolgen hebben, bijvoorbeeld wanneer 112 tijdelijk minder goed bereikbaar is, of wanneer digitale systemen in vitale processen uitvallen. Door de voortschrijdende digitalisering en de sterke onderlinge afhankelijkheden tussen systemen nemen zowel de impact als de kwetsbaarheid toe. Een verstoring kan zich snel verspreiden naar andere sectoren, zoals betalingsverkeer, zorg, mobiliteit of energievoorziening. Dat was zichtbaar tijdens de wereldwijde Crowdstrike-storing en de C2000storing tijdens de jaarwisseling 2024-2025.

36

De impact van dit crisistype is groot, vooral door de vele mogelijke cascade-effecten en de afhankelijkheid van complexe, vaak internationale digitale ketens. De omvang van de verstoring en de duur ervan zijn bepalend voor de schade. Een verstoring van telecommunicatie en ICT is waarschijnlijk. Technologische ontwikkelingen vergroten de kwetsbaarheid, net als de groeiende afhankelijkheid van cloud-infrastructuren en buitenlandse leveranciers. Daarnaast kunnen geopolitieke spanningen leiden tot digitale aanvallen of verstoringen, variërend van spionage tot sabotage.

Verstoring afvalverwerking Een verstoring van de afvalverwerking ontstaat wanneer het inzamelen of verwerken van afval tijdelijk stilvalt of onvoldoende capaciteit heeft. Dit kan zowel gepland zijn, zoals bij een staking, als ongepland, bijvoorbeeld door een storing of brand. Uitval bij één installatie leidt meestal niet direct tot problemen, maar wanneer meerdere verwerkers tegelijk uitvallen kan afval zich snel ophopen. Dit veroorzaakt overlast en kan op termijn risico’s opleveren voor de volksgezondheid, vooral bij warm weer of in dichtbebouwde

gebieden. Een voorbeeld is de brand bij afvalverwerker AVR in Rozenburg (2023), die ook in Hollands Midden gevolgen had voor opslag en inzameling. De directe impact op de fysieke veiligheid is beperkt, al kunnen stank, ongedierte en brandgevaar lokaal tot hinder en gezondheidsrisico’s leiden. Economische gevolgen kunnen ontstaan door noodmaatregelen, extra transport, tijdelijke opslag of vertraging in bedrijfsprocessen die afhankelijk zijn van frequente afvalafvoer, zoals zorginstellingen, industrie en horeca. De ecologische impact blijft in de regel klein; alleen bij grote incidenten, zoals langdurige branden, kan sprake zijn van schade aan natuur of milieu.

5 Risicobeeld per thema

De impact raakt meerdere veiligheidsbelangen. De territoriale veiligheid kan in het geding komen wanneer infrastructurele objecten niet bediend kunnen worden, zoals bruggen of waterkeringen. De fysieke veiligheid wordt geraakt doordat acute zorg moeilijker bereikbaar wordt en vitale voorzieningen kunnen uitvallen. De economische veiligheid kan worden aangetast door productieverlies, herstelkosten en reputatieschade. Het dagelijks leven kan ontregeld raken wanneer digitale dienstverlening, pinbetalingen, openbaar vervoer of onderwijs op afstand tijdelijk wegvallen. Ook kan onrust ontstaan wanneer de verstoring langere tijd aanhoudt of wanneer de informatievoorziening zelf uitvalt. Cultureel erfgoed is beperkt kwetsbaar, al kunnen digitale collectieregistraties en beveiligingssystemen wel risico lopen.

Een verstoring kan leiden tot irritatie of onvrede in de samenleving, vooral wanneer afval zichtbaar blijft liggen of communicatie uitblijft. De sociaalpsychologische impact hangt sterk samen met de duur van de verstoring en het optreden van betrokken partijen. De waarschijnlijkheid van verstoringen is enigszins verhoogd, met brand als meest waarschijnlijke oorzaak. De meeste verstoringen blijven echter lokaal en van beperkte duur. Grote veranderingen in waarschijnlijkheid worden de komende jaren niet verwacht.

Verstoring voedselvoorziening Een verstoring van de voedselvoorziening ontstaat wanneer productie, distributie of beschikbaarheid van voedsel tijdelijk of langdurig wordt belemmerd. Hoewel de voedselzekerheid in Nederland over het algemeen goed is, kunnen verschillende factoren tot verstoringen leiden. Dat kan het gevolg zijn van opzettelijk handelen, maar vaker ontstaan verstoringen indirect door andere incidenten, zoals misoogsten, transportproblemen of stakingen in distributiecentra. Ook ecologische en mondiale ontwikkelingen spelen een rol. Afnemende biodiversiteit, zoals bijensterfte, raakt de bestuiving van gewassen. Daarnaast neemt door klimaatverandering de kans op overstromingen

37

De impact op de fysieke en territoriale veiligheid is meestal beperkt. Wel kunnen langdurige verstoringen klachten veroorzaken bij kwetsbare groepen. Economisch kunnen verstoringen leiden tot hogere kosten door schaarste, omzetverlies en extra logistieke druk. De sociale en politieke impact kan oplopen wanneer tekorten zichtbare effecten hebben in het dagelijks leven en gevoelens van onzekerheid of wantrouwen ontstaan. De impact wordt als laag beoordeeld, maar kan bij langdurige verstoring oplopen. Een verstoring van de voedselvoorziening is enigszins waarschijnlijk. Klimaatverandering, geopolitieke spanningen en mondiale handelsschommelingen vergroten de kans dat de voedselketen tijdelijk hinder ondervindt, al blijft een grootschalige verstoring minder reëel.

(Concept) Regionaal Risicoprofiel 2027-2030

toe, wat landbouwopbrengsten kan beïnvloeden. De Nederlandse voedselketen werkt grotendeels volgens het ‘justin-time’ principe, wat efficiënt is, maar weinig ruimte laat voor vertragingen. Daardoor kan een acute verstoring snel leiden tot lege schappen of logistieke knelpunten. Aangekondigde verstoringen, zoals stakingen, hebben doorgaans minder impact omdat maatregelen kunnen worden getroffen.

38

Hoog

Risicomatrix voor Continuïteit Gebouwde omgeving

• Complexe incidenten

5 Risicobeeld per thema

5.4 Gebouwde omgeving

Impact-score

• Instorting

Aanjagers van deze crisistypen: • Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen • Ecologische ontwikkelingen

Laag

Onder dit thema vallen de volgende crisistypen: • Complex incident • Instorting

Laag

Waarschijnlijkheid-score

Hoog

Figuur 6. Risicomatrix voor het thema Gebouwde omgeving.

5.4.1 Conclusie Incidenten in de gebouwde omgeving worden complexer door verdichting, energietransitie en vergrijzing. Hoogbouw, transformatie van gebouwen en meervoudig ruimtegebruik vergroten de kans dat een relatief klein incident zich ontwikkelt tot een complexe brand of instorting. Nieuwe energiedragers (zoals zonnepanelen, laadvoorzieningen en warmtesystemen) bemoeilijken de incidentbestrijding. Daarnaast vergroot de aanwezigheid van verminderd zelfredzamen de impact van incidenten. Het is belangrijk om de effecten van deze trends – afzonderlijk en in samenhang – goed in beeld te houden en te vertalen naar preventie, advisering en risicocommunicatie.

39

5.4.2 Algemene bevindingen Instorting

Een complex incident in de bebouwde omgeving ontstaat wanneer een ongeval meerdere disciplines raakt of wanneer een reguliere aanpak onvoldoende is. Bijvoorbeeld doordat meerdere risicobronnen, effecten en bestuurlijke niveaus samenkomen en die daardoor de reguliere inzet en besluitvorming overstijgen. Door hoge bevolkingsdichtheid, verdichting en meervoudig ruimtegebruik — zoals combinaties van wonen, werken, laboratoria of ondergrondse parkeergarages — kunnen incidenten snel complex worden. Nieuwe risico’s ontstaan door de energietransitie, bijvoorbeeld door lithiumionbatterijen, laadvoorzieningen en zonnepanelen die bij brand moeilijk te bestrijden zijn en gevaarlijke stoffen kunnen vrijgeven. Ook maakt hoogbouw evacuatie en brandbestrijding uitdagender, zoals bleek bij recente flat- en studentencomplexbranden. Deze ontwikkelingen vergroten de kans op complexe scenario’s.

Instorting betreft het gedeeltelijk of volledig bezwijken van bouwwerken of constructies, zoals woningen, gebouwen, bruggen of parkeergarages. Oorzaken kunnen liggen in bouw- of ontwerpfouten, brand, explosies, veroudering, achterstallig onderhoud of extreme weersomstandigheden. Ook kan instorting ontstaan door explosies of het gebruik van gevaarlijke stoffen, of door funderingsproblemen als gevolg van droogte. Door verdichting, hoogbouw en multifunctioneel ruimtegebruik neemt de complexiteit verder toe. VRHM levert personeel aan Team West van de landelijke STH-teams, die worden ingezet voor specialistische technische hulpverlening bij instortingen.

De impact op de fysieke veiligheid kan groot zijn, met kans op dodelijke of zwaargewonde slachtoffers bij brand, rookontwikkeling, instorting, een explosie of bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Indirect kunnen voorzieningen uitvallen, wat vooral voor kwetsbare groepen gevolgen heeft. Economische schade ontstaat door herstel van gebouwen, onderbreking van bedrijfsprocessen en hoge opruim- en zorgkosten. Ecologische schade blijft meestal lokaal, al kunnen zonnepanelen en andere materialen zich over een groot gebied verspreiden. De sociale impact kan aanzienlijk zijn wanneer bereikbaarheid, winkels, scholen of zorglocaties worden getroffen. Cultureel erfgoed ligt in Hollands Midden verspreid, waardoor de kans op grootschalige schade aan cultureel erfgoed klein is, al kunnen incidenten nabij waardevolle objecten lokaal wel gevolgen hebben. De impact van complexe incidenten is potentieel hoog, vooral door cascade-effecten, verdichting en de samenhang van risico’s in de stedelijke omgeving. Complexe incidenten komen regelmatig voor in Hollands Midden. De waarschijnlijkheid neemt de komende jaren verder toe door energietransitie, klimaatverandering en sociaalmaatschappelijke druk op de ruimte.

De impact van een instorting is vaak groot, vooral wanneer gebouwen een publieksfunctie hebben of wanneer sprake is van veel aanwezige personen. Slachtoffers, zwaargewonden en grote schade aan gebouwen en infrastructuur zijn mogelijk. Ook kan het getroffen gebied tijdelijk onbereikbaar worden, wat gevolgen heeft voor bewoners, bedrijven en zorginstellingen. De economische schade bestaat uit herstelkosten, bedrijfsonderbreking en verstoring van de leefomgeving. Ecologische schade blijft meestal beperkt. De sociale impact kan toenemen wanneer voorzieningen niet bereikbaar zijn of wanneer het herstel lang duurt. Cultureel erfgoed is alleen kwetsbaar wanneer het incident plaatsvindt nabij monumentale gebouwen.

5 Risicobeeld per thema

Complex incident

Instortingen komen weinig voor, maar de waarschijnlijkheid neemt toe door klimaatverandering, verouderde constructies, verdichting en het gebruik van nieuwe energietechnologieën. Ook explosieven in het criminele milieu kunnen bijdragen aan het risico op instorting.

40

Hoog

Risicomatrix voor Mobiliteit en Infrastructuur

5 Risicobeeld per thema

Onder dit thema vallen de volgende crisistypen: • Luchtvaartincident • Incident op of onder water • Wegvervoerincidenten • Spoorvervoerincidenten Aanjagers van de crisistypen: • Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen • Technologische ontwikkelingen • Ecologische ontwikkelingen

• Incidenten op of onder water •S  poorvervoerincidenten

• Wegvervoerincidenten

Laag

5.5 Mobiliteit en Infrastructuur

Impact-score

• Luchtvaartincidenten

Laag

Waarschijnlijkheid-score

Hoog

Figuur 6. Risicomatrix voor het thema Mobiliteit en Infrastructuur.

5.5.1 Conclusie Door de groeiende mobiliteit en verdichting neemt de kans op incidenten op weg, water, spoor en in de lucht toe. Hoewel grote incidenten relatief weinig voorkomen, kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn door drukke infrastructuur, tunnels, transport van gevaarlijke stoffen en de afhankelijkheid van digitale systemen. Hyperconnectiviteit en automatisering verhogen de kwetsbaarheid van vervoerssystemen en vergroten de kans op verstoringen met brede maatschappelijke impact. Door de komst van nieuwe infrastructuur (zoals tunnels) blijft specifieke voorbereiding en multidisciplinaire samenwerking belangrijk.

41

5.5.2 Algemene bevindingen Luchtvaartincident beladen schepen, tot technische mankementen en plotselinge weersomstandigheden. In Hollands Midden worden jaarlijks honderden waterongevallen geregistreerd, waarvan een klein deel als groot incident wordt geclassificeerd. Incidenten kunnen zich voordoen op binnenwateren, langs de kust en in recreatiegebieden. Ook worden grote hoeveelheden goederen en gevaarlijke stoffen vervoerd, wat de risico’s kan vergroten. Incidenten zijn vaak lastig bereikbaar voor hulpdiensten, waardoor de inzet van vaartuigen noodzakelijk is. Daarnaast liggen veel vaarwegen op regio-grenzen, wat incidenten al snel een bovenregionaal karakter geeft.

De impact van een luchtvaartincident is sterk afhankelijk van het type toestel, het aantal inzittenden en de locatie. Een ongeval in landelijk gebied veroorzaakt doorgaans minder slachtoffers dan een incident in een woonwijk of langs een drukke weg. Het getroffen gebied kan langdurig afgesloten blijven vanwege reddingsoperaties, brandbestrijding, onderzoek en het ruimen van wrakstukken. Economische schade ontstaat door herstel van infrastructuur en verstoringen in het luchtverkeer. Ecologische schade kan lokaal optreden door branden en bodemverontreiniging. Ook sociaalpsychologische gevolgen kunnen groot zijn, zeker bij dodelijke slachtoffers of onduidelijkheid over de oorzaak, wat langdurige nazorg vraagt.

De impact is over het algemeen beperkt. Slachtoffers zijn voorstelbaar, bijvoorbeeld door verdrinking of ongevallen tijdens recreatie, maar het aantal betrokken personen blijft meestal klein. Economische schade ontstaat vooral bij incidenten met scheepsvaart of infrastructuur, of wanneer gevaarlijke stoffen in het water terechtkomen. Ecologische schade is afhankelijk van de aard en hoeveelheid vrijgekomen stoffen. Het dagelijks leven kan tijdelijk verstoord raken door stremmingen van vaarwegen of bruggen. Sociaalpsychologische effecten blijven beperkt en ook cultureel erfgoed wordt zelden geraakt.

De waarschijnlijkheid van een luchtvaartincident in Hollands Midden is laag, doordat de regio buiten zone 1 ligt en slechts beperkt in zone 2. Technologische afhankelijkheden, digitalisering en toenemend dronegebruik vergroten de kwetsbaarheid wel enigszins, maar veranderen het algemene risicobeeld niet.

Incident op of onder water Een incident op of onder water ontstaat wanneer vaarwegen, waterlichamen of onderwaterinfrastructuur zodanig worden verstoord dat de continuïteit in het geding komt. Oorzaken variëren van menselijk handelen, zoals onoplettendheid of verkeerd

5 Risicobeeld per thema

Een luchtvaartincident kan in Hollands Midden plaatsvinden ondanks het ontbreken van luchthavens binnen de regio. De nabijheid van Schiphol en Rotterdam The Hague Airport zorgt ervoor dat delen van Zuidplas, Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Hillegom binnen zone 2 van het luchtvaartveiligheidsgebied vallen, waar een klein deel van de ongevallen zich voordoet. Het grootste deel van de regio ligt in zone 3, waardoor de kans op een groot incident relatief klein is. Naast commerciële luchtvaart kan in Hollands Midden ook sprake zijn van ongevallen met sportvliegtuigen, zweefvliegtuigen of drones, onder meer rond Valkenburg en in het laagvlieggebied bij Gouda.

De waarschijnlijkheid van een incident op of onder water is reëel, vooral door recreatievaart en toegenomen drukte op en rond het water. Klimaatverandering, wisselende waterstanden en technologische afhankelijkheid vergroten de kans op incidenten en kunnen leiden tot extra hinder of uitval.

Wegvervoerincidenten Wegvervoerincidenten komen in Hollands Midden veel voor door het uitgebreide netwerk van gemeentelijke, provinciale en rijkswegen en het grote aantal dagelijkse vervoersbewegingen. Jaarlijks gebeuren er duizenden verkeersongevallen, waarbij ook dodelijke slachtoffers vallen. Daarnaast vindt over de weg transport van gevaarlijke stoffen plaats via het Basisnet Weg, wat extra risico’s met zich meebrengt. De

42

De impact op de fysieke veiligheid kan aanzienlijk zijn wanneer er slachtoffers vallen, variërend van lichtgewonden tot dodelijke ongevallen. Economische schade ontstaat door voertuigschade, vertragingen, immateriële kosten en eventuele schadeclaims. Ecologische schade blijft meestal beperkt, maar kan groot zijn wanneer gevaarlijke stoffen vrijkomen. Het dagelijks leven wordt vooral geraakt door hinder, files en verminderde bereikbaarheid, maar de maatschappelijke ontwrichting blijft doorgaans klein. Cultureel erfgoed wordt zelden geraakt. De waarschijnlijkheid van wegvervoerincidenten is hoog. Dagelijks vinden kleinere ongevallen plaats en op trajecten met veel verkeer en transport van gevaarlijke stoffen is het risico op incidenten groter. Door groei van de bevolking, vergrijzing, toenemende ruimtedruk en meer verkeersbewegingen in dichtbebouwde gebieden neemt de kans op conflicten tussen weggebruikers verder toe. Hierdoor kan de hinder sneller oplopen en houden verstoringen langer aan.

Spoorvervoerincidenten

omdat het spoor steeds afhankelijker wordt van geautomatiseerde besturings- en beveiligingssystemen. Over het spoor worden eveneens gevaarlijke stoffen vervoerd. Rond Gouda gebeurt dit in de nabijheid van werk-, onderwijs- en woonfuncties, wat de potentiële impact vergroot bij een incident. De bestrijding van spoorongevallen vraagt een gespecialiseerde aanpak vanwege de specifieke risico’s van spoorinfra, bovenleiding en gevaarlijke stoffen. De impact van spoorvervoerincidenten is meestal beperkt en bestaat vooral uit stremming van treinverkeer, waardoor reizigers hinder ondervinden. Fysieke gevolgen variëren van geen slachtoffers tot meerdere gewonden of dodelijke slachtoffers, afhankelijk van de aard van het incident. Economische schade ontstaat door herstel van spoor en materieel, vertragingen en schadevergoedingen. Ecologische schade blijft doorgaans beperkt, tenzij gevaarlijke stoffen vrijkomen. De sociaalpsychologische impact is meestal klein, al kan een groot incident gevoelens van angst veroorzaken. Gevolgen voor cultureel erfgoed zijn gering.

5 Risicobeeld per thema

meeste incidenten zijn klein van omvang, maar bij grotere ongevallen kan sprake zijn van langdurige stremmingen, zeker in perioden van druk verkeer of op locaties met beperkte uitwijkmogelijkheden. Het risico wordt verder beïnvloed door verdichting, toenemende verkeersdrukte en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen.

De waarschijnlijkheid van spoorvervoerincidenten is reëel. Kleine incidenten komen regelmatig voor en technologische afhankelijkheden vergroten het risico op verstoringen. Extreme weersomstandigheden en geopolitieke spanningen kunnen de kwetsbaarheid van spoorinfrastructuur verder versterken.

Hollands Midden kent 124 kilometer spoor en de regio wordt intensief gebruikt voor personen- en goederenvervoer. Hoewel het spoor in Nederland tot de veiligste van Europa behoort, kunnen incidenten optreden. Dat varieert van aanrijdingen tot ontsporingen of verstoringen van het railverkeer. Een voorbeeld hiervan is het treinongeval bij Voorschoten in 2023, waarbij meerdere slachtoffers vielen en zowel een goederentrein als een reizigerstrein ontspoorden. Incidenten kunnen worden veroorzaakt door menselijke fouten of fysieke oorzaken, zoals koperdiefstal of materiële defecten. Ook digitale verstoringen en cyberincidenten spelen een toenemende rol,

43

Hoog

Risicomatrix voor Gezondheid

Impact-score

Onder dit thema valt het volgende crisistype: • Bedreiging volksgezondheid

5 Risicobeeld per thema

5.6 Gezondheid

• Bedreiging volksgezondheid

Laag

Aanjagers van de crisistypen: • Geopolitieke ontwikkelingen • Ecologische ontwikkelingen • Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen

Laag

Waarschijnlijkheid-score

Hoog

Figuur 8. Risicomatrix voor het thema Gezondheid.

5.6.1 Conclusie Gezondheidsrisico’s worden beïnvloed door globalisering, klimaatverandering en steeds hogere mobiliteit. Infectieziekten – zowel humane besmettingen als zoönosen – kunnen zich sneller verspreiden en langdurige maatschappelijke ontwrichting veroorzaken. Ook hitte, luchtkwaliteit en vector-gerelateerde ziekten nemen toe door klimaatverandering. Hyperconnectiviteit kan bijdragen aan snelle verspreiding van infecties én aan snelle escalatie van publieke zorgen. Een goed functionerend netwerk, snelle informatie-uitwisseling en duidelijke risicocommunicatie blijven cruciaal om gezondheidsincidenten te beheersen.

44

5.6.2 Algemene bevindingen Bedreiging van de volksgezondheid

Dergelijke ziekten veroorzaken jaarlijks ziekte en sterfte, vooral onder kwetsbare groepen. Ook kunnen langdurige gezondheidsklachten optreden, zoals post-virale syndromen. Bij een ernstige ziektegolf kan de zorg onder grote druk komen te staan door een hoge vraag en uitval van personeel. Daarnaast kunnen maatregelen, zoals quarantaine en isolatie, het dagelijks leven verstoren.

5 Risicobeeld per thema

Onder dit crisistype vallen infectieziekten die een grote impact kunnen hebben op de samenleving, zoals zoönosen en ziektegolven. Zoönosen zijn ziekten die tussen mens en dier kunnen worden overgedragen, bijvoorbeeld via voedsel, lucht, water of vectoren, zoals teken en muggen. In Nederland komen zoönosen als Q-koorts, psittacose, Lyme en vogelgriep voor. Een ziektegolf ontstaat wanneer een besmettelijke ziekte zich snel verspreidt onder een grote groep mensen. Dit kan variëren van lokale uitbraken tot epidemieën en pandemieën, afhankelijk van de besmettelijkheid en verspreidingsgraad.

Een bedreiging van de volksgezondheid heeft een grote economische impact door zorgkosten en productiviteitsverlies. Ook kan sociale en psychologische schade ontstaan, bijvoorbeeld door eenzaamheid, angst of spanningen in de samenleving. Maatregelen kunnen bovendien leiden tot weerstand of een verminderd vertrouwen in de overheid. Cultureel erfgoed wordt niet direct geraakt, al kunnen instellingen tijdelijk gesloten zijn. De kans op een bedreiging van de volksgezondheid is enigszins waarschijnlijk. Factoren die dit vergroten zijn intensieve veehouderij, natuurgebieden met vectoren, een lagere vaccinatiegraad en de hoge bevolkingsdichtheid in stedelijke gebieden. Klimaatverandering, verstedelijking en vergrijzing zorgen daarnaast voor een grotere kans op uitbraken. Infectieziekten worden gemonitord, maar vooral zoönosen blijven beperkt voorspelbaar. In de regio Hollands Midden, waar stedelijk en landelijk gebied in elkaar overlopen, is het risico op verspreiding groter.

45

Risicomatrix voor Publieke veiligheid Hoog



• Militair conflict

Impact-score

Onder dit thema vallen de volgende crisistypen: • Verstoring openbare orde • Extreem geweld • Militair conflict Aanjagers van de crisistypen: • Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen • Technologische ontwikkelingen • Geopolitieke ontwikkelingen

Laag

5.7 Publieke veiligheid

5 Risicobeeld per thema

• Extreem geweld • Verstoring openbare orde

Laag

Waarschijnlijkheid-score

Hoog

Figuur 9. Risicomatrix voor het thema Publieke veiligheid.

5.7.1 Conclusie De risico’s binnen publieke veiligheid worden versterkt door polarisatie, desinformatie, arbeidskrapte bij veiligheidsdiensten en toenemende druk op de openbare ruimte. Verstoring van de openbare orde kan sneller escaleren, mede door digitale mobilisatie en een afnemend vertrouwen in gezag. Ook extreem geweld kent een veranderend karakter, met zowel fysieke als digitale componenten. De veiligheidsregio moet blijven investeren in samenwerking tussen partners, het monitoren van signalen en het versterken van de weerbaarheid en veerkracht van de samenleving.

46

5.7.2 Algemene bevindingen Extreem geweld

Er is sprake van aantasting van de openbare orde wanneer een verstoring van enige betekenis de normale gang van zaken in de openbare ruimte raakt. Incidenten variëren van rellen, groepsgeweld en verstoringen bij demonstraties tot agressie tegen hulpverleners. Deze gebeurtenissen kunnen leiden tot schade, letsel en een grote inzet van politie en hulpdiensten. In Hollands Midden speelt vooral de toegenomen polarisatie een rol: maatschappelijke spanningen nemen toe, waardoor de drempel tot confrontatie lager wordt. Daarnaast groeit het capaciteitsprobleem bij politie en veiligheidspartners. Dat kan de bestrijding van ordeverstoringen bemoeilijken.

Extreem geweld betreft het gebruik van buitensporig geweld dat grote fysieke en sociaal-maatschappelijke impact kan hebben. Dit kan worden veroorzaakt door zware geweldsmiddelen, een schokkende manier van handelen of een intentie om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. Terrorisme valt hieronder wanneer er ook een ideologisch motief is. Daarnaast kan extreem geweld plaatsvinden zonder ideologische achtergrond, zoals in het criminele circuit of bij ernstige incidenten in de privésfeer.

Digitale dynamiek heeft een steeds grotere invloed. Desinformatie kan meningen beïnvloeden, tegenstellingen versterken en een voedingsbodem creëren voor onrust. Dit sluit aan bij een bredere ontwikkeling van hybride dreigingen, waarbij statelijke en niet-statelijke actoren desinformatie inzetten om verdeeldheid te versterken en het vertrouwen in overheid en instituties te ondermijnen. Hoewel de impact van openbare orde-incidenten sterk varieert, kunnen ernstige verstoringen leiden tot maatschappelijke ontwrichting, economische schade en aantasting van het veiligheidsgevoel. De beleving in Nederland is hoog: spanningen tussen bevolkingsgroepen worden door een meerderheid gezien als een waarschijnlijk risico. Preventie, het versterken van vertrouwen in gezag en voldoende capaciteit bij partners in de veiligheidsketen blijven daarom cruciaal.

De gevolgen voor de fysieke veiligheid kunnen groot zijn, met kans op doden, gewonden en langdurige psychologische schade. Ook kan extreem geweld leiden tot materiële schade, economische verliezen en verstoringen van het dagelijks leven, zoals tijdelijke sluiting van voorzieningen of ontruimingen. De impact op sociale en politieke stabiliteit kan aanzienlijk zijn. Incidenten leiden vaak tot angst, onrust en maatschappelijke spanning. Ze kunnen het vertrouwen in de overheid of het bestuur onder druk zetten, zeker wanneer eerdere signalen of dreigingen onvoldoende zijn opgepakt.

5 Risicobeeld per thema

Verstoring van de openbare orde

Het territoriale effectgebied is meestal beperkt, maar een incident kan gebieden tijdelijk ontoegankelijk maken. De impact op ecologie is verwaarloosbaar. Cultureel erfgoed kan doelwit zijn of nevenschade oplopen, al is de kans relatief klein. De incidenten met de grootste impact zijn situaties waarbij meerdere slachtoffers vallen of wanneer locaties met een publieke of symbolische functie worden getroffen. De waarschijnlijke toename van extreem geweld hangt sterk samen met sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen, zoals polarisatie, verharding, radicalisering en toename van onbegrepen gedrag. Ook online radicalisering en internationale geopolitieke spanningen vergroten de dreiging. Het risico op een aanslag wordt door de NCTV als substantieel beschouwd.

47

Militair conflict

Hybride dreigingen – zoals cyberaanvallen, sabotage en desinformatie – bevinden zich in het grijze gebied tussen vrede en oorlog en maken het lastig exact te bepalen wanneer Nederland formeel in een conflict belandt. Deze moderne dreigingsvormen kunnen al substantiële impact hebben op maatschappij en bestuur, ook zonder fysieke gevechtshandelingen.

De impact voor VRHM is naar verwachting kleiner dan voor regio’s met strategische militaire objecten. Mogelijke risico’s zijn vooral verbonden aan digitale infrastructuur en het Bio Science Park. Toch zullen landelijke verstoringen altijd indirect effect hebben op Hollands Midden. Een militair conflict wordt als enigszins waarschijnlijk beoordeeld. De kans wordt vergroot door aanhoudende geopolitieke spanningen, hybride activiteiten gericht op NAVO-landen en de toegenomen nadruk op collectieve verdediging. Hierdoor moeten we rekening houden met conflictdreigingen die zowel direct als indirect invloed kunnen hebben op de regio.

5 Risicobeeld per thema

Een militair conflict kan Nederland raken wanneer artikel 4 of 5 van het NAVO-verdrag wordt geactiveerd. Door de toegenomen geopolitieke spanningen, onder meer door de oorlog in Oekraïne en de herbewapening van Rusland, bestaat er voor het eerst in jaren weer een reële kans dat Nederland indirect of direct betrokken raakt bij een internationaal conflict.

De impact van een militair conflict kan groot zijn. Fysieke schade aan infrastructuur en mogelijke slachtoffers zijn voorstelbaar, maar ook economische gevolgen, zoals kosten voor ondersteuning van bondgenoten, verstoringen in handelsketens en de inzet van reservisten. Daarnaast kan een conflict brede maatschappelijke ontwrichting veroorzaken, zoals beperkingen in vervoer, onderwijs en toegang tot essentiële voorzieningen. Ook sociaalpsychologische gevolgen zijn denkbaar, bijvoorbeeld stress, angst en verlies van vertrouwen door ineffectief crisismanagement of gerichte desinformatie. Cultureel erfgoed kan eveneens schade oplopen, ondanks bestaande beschermingsmaatregelen.

48

6 Slotbeschouwing 6 Slotbeschouwing

Risico’s laten zich steeds minder als afzonderlijke en voorspelbare incidenten manifesteren. Ontwikkelingen in de fysieke, digitale en sociale leefomgeving grijpen in toenemende mate op elkaar in en kunnen elkaar versterken. Hierdoor ontstaat het risico op cascades, waarbij één verstoring kan doorwerken in meerdere domeinen en leiden tot complexe, meervoudige crises. Deze verschuiving vraagt om een bredere blik op veiligheid en risico- en crisisbeheersing. De opgave verschuift van het voorbereiden op geïsoleerde scenario’s naar het omgaan met samenhang, onzekerheid en stapeling van effecten. Dit regionaal risicoprofiel vormt daarmee geen eindpunt, maar een fundament. Het biedt richting en samenhang voor vervolgstappen in beleid en uitvoering. Het profiel fungeert als gezamenlijk referentiekader voor bestuurders en partners bij het maken van keuzes en prioriteiten. Het Regionaal Risicoprofiel dient bovendien als belangrijke input voor het Regionaal Beleidsplan, waarin de strategische keuzes voor een beleidsperiode van vier jaar wordt uitgewerkt. Tot slot geldt dat niet alle risico’s kunnen worden voorkomen of volledig beheerst. Na vaststelling van het concept Regionaal Risicoprofiel wordt een consultatieperiode gestart bij de gemeenteraden.

Tijdens deze periode krijgen gemeenten de gelegenheid om inhoudelijk te reageren op het stuk, op basis waarvan het document waar nodig kan worden aangepast. Daarnaast wordt het concept gedeeld met andere veiligheidsregio’s om aanvullende input te verzamelen. De definitieve versie van het Regionaal Risicoprofiel voor de periode 2027–2030 wordt eind 2026 ter vaststelling aangeboden.

49

Bijlagen Regionaal Risicoprofiel

Inhoudsopgave Bijlagen

Bijlage 1: thema-indeling

3

Bijlage 2: risicoanalyse

5

7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4 7.2.5 7.2.6 7.2.7

Natuur en Klimaat Milieu Continuïteit vitale voorzieningen Gebouwde omgeving Mobiliteit en Infrastructuur Gezondheid Publieke veiligheid

5 25 27 39 42 51 54

2

Bijlagen Bijlagen

Bijlage 1: thema-indeling Voor het opstellen van het risicoprofiel is uitgegaan van onderstaande thema-indeling.

Natuur en Klimaat

• • • • • • • • •

Overstroming Natuurbrand Aardbeving Plagen en dierziekten Extreme hitte Extreme droogte Extreme wind Extreme neerslag Extreme kou, sneeuw of ijzel

Milieu

• Incident met gevaarlijke stoffen Continuïteit vitale voorzieningen

• Verstoring gasvoorziening • Verstoring elektriciteitsvoorziening • Verstoring drinkwatervoorziening • Verstoring rioolwater- en afvalwaterzuivering • Verstoring telecommunicatie en ICT • Verstoring afvalverwerking • Verstoring voedselvoorziening

Gebouwde omgeving

• Complex incident • Instorting

Mobiliteit en Infrastructuur

• Luchtvaartincident • Incident op of onder water • Wegvervoerincident • Spoorvervoerincident Gezondheid

• Bedreiging volksgezondheid Publieke veiligheid

• Verstoring openbare orde • Extreem geweld • Militair conflict

3

Verantwoording

Binnen het thema Natuur en Klimaat is het eerder gebruikte overkoepelende crisistype ‘extreme weersomstandigheden’ nader uitgesplitst. Er is gekozen voor een opdeling in de crisistypen: extreme hitte, extreme droogte, extreme wind, extreme neerslag en extreme kou, sneeuw of ijzel.

Bijlagen

Ten opzichte van het Regionaal Risicoprofiel 2023–2026 zijn enkele aanpassingen gedaan in de thema-indeling van crisistypen en incidenttypen. Deze wijzigingen zijn doorgevoerd om het risicoprofiel beter aan te laten sluiten op actuele ontwikkelingen. In deze verantwoording worden de wijzigingen toegelicht.

Deze onderverdeling is gemaakt omdat elk type extreem weer unieke risico’s met zich meebrengt. Met deze onderverdeling kon de waarschijnlijkheid en de impact van de verschillende weersomstandigheden beter geanalyseerd worden. Daarnaast is in het thema Gebouwde Omgeving het crisistype ‘complexe branden’ aangepast naar ‘complexe incidenten’. De eerdere benaming was te beperkt door alleen te focussen op complexe branden. Er spelen namelijk meer factoren mee die een incident complex kunnen maken en daarnaast kunnen ook andere gebeurtenissen leiden tot een complex incident in de gebouwde omgeving. Binnen het thema publieke veiligheid is het crisistype ‘militair conflict’ toegevoegd aan het risicoprofiel. De aanleiding hiervoor zijn de toenemende geopolitieke spanningen wereldwijd. Met name de dreiging vanuit Rusland vergroot de kans dat Nederland via artikel 5 van het NAVO-verdrag betrokken raakt bij een militair conflict. Daarom is ervoor gekozen om ‘militair conflict’ als crisistype toe te voegen. Naast het crisistype worden geopolitieke ontwikkelingen ook in de gelijknamige aanjager toegelicht, waarbij ook wordt gekeken naar de invloed van geopolitieke ontwikkelingen op andere crisistypen.

4

Bijlage 2: risicoanalyse 7.2.1 Natuur en Klimaat Inhoudelijke beschrijving Een overstroming is een natuurlijk fenomeen waarbij water een gebied overspoelt dat normaal gesproken droog is. Dit wordt veroorzaakt door hevige neerslag, het bezwijken van waterkeringen, stormvloeden of rivieren die buiten hun oevers treden. Een groot deel van Hollands Midden ligt onder NAP waardoor het risico van overstroming aanwezig is1. We onderscheiden twee verschillende typen overstromingen: overstromingen vanuit zee door het bezwijken van primaire waterkeringen en overstromingen vanuit rivieren door het bezwijken van regionale keringen. Ook kan het boezemstelsel bij extreme neerslag of technische storingen leiden tot overstromingen. Dit systeem speelt een cruciale rol in de regionale waterhuishouding. De boezem bestaat uit een stelsel van meren, kanalen, watergangen en sloten die met elkaar in open verbinding staan. Het boezemstelsel wordt in het risicoprofiel meegenomen onder ‘Bezwijken van regionale keringen’. In de regio Hollands Midden zijn met name overstromingen door het bezwijken van waterkeringen en stormvloeden relevant. Door de ligging aan de kust en nabij grote rivieren blijft het risico van overstromingen, ondanks blijvende investeringen in waterveiligheid, reëel.

Grootschalige overstromingen zijn weliswaar zeldzaam, maar de geografische positie van de regio maakt dat dit risico niet kan worden uitgesloten. Dankzij geavanceerde monitoring en voorspellingen is het mogelijk om tijdig te anticiperen op mogelijke overstromingen. Maar de exacte locatie en omvang van een overstroming blijven moeilijk te voorspellen.

Beoordeling impact Territoriale veiligheid De impact van een overstroming op de territoriale veiligheid is groot. Bij het bezwijken van de primaire waterkering zal een groot gebied niet meer toegankelijk en niet meer bewoonbaar zijn. Dit kent een lange nasleep.

Bijlagen

7.2.1.1 Overstroming

Overstromingen door hevige neerslag, zoals in Limburg in juli 2021, zijn voor deze regio minder waarschijnlijk omdat Hollands Midden niet direct is aangesloten op het ‘hoofdsysteem’ van de rivieren en niet in een dal ligt. De overstromingen in Limburg waren het gevolg van extreme neerslag, waarbij rivieren zoals de Geul en de Maas buiten hun oevers traden, met ernstige wateroverlast en schade als gevolg. Wateroverlast door extreme neerslag wordt afzonderlijk behandeld onder ‘Extreme neerslag’.

De precieze impact van een dergelijke overstroming is afhankelijk van het aantal doorbraken, de grootte van de doorbraken, de hoogte en de duur van de waterstand, de locaties van de doorbraken en het achterland en de ligging (en sterkte) van waterkeringen en wegen. Fysieke veiligheid De impact van een overstroming op de fysieke veiligheid is hoog. Zeker bij grote overstromingen zonder tijdige evacuatie kunnen er doden en gewonden vallen en kunnen er slachtoffers vallen onder chronisch zieken. Het is mogelijk dat getroffenen zichzelf meerdere dagen moeten redden. Door slechte weersomstandigheden, uitbreiding van de overstroming en mogelijk verwoeste infrastructuur is het denkbaar dat hulpverleningsdiensten het overstromingsgebied lastig kunnen bereiken. Het is dus ook voorstelbaar dat mensen lange tijd zonder bijvoorbeeld voedsel, onderdak of andere primaire levensbehoeften zitten.

1  http://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten KNMI (2021), Weersvoorspellingen en klimaatmodellen NCTV - Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024

5

Ecologische veiligheid Een overstroming kan leiden tot schade voor zowel plant als dier, bijvoorbeeld bij het langdurig onder water staan van (natuur) gebieden. De impact op de ecologische veiligheid is daarom gemiddeld. Sociale en politieke stabiliteit Als gevolg van een overstroming zijn een verstoring van het dagelijks leven, druk op het openbaar bestuur en sociaalpsychologische effecten aannemelijk. Maatschappelijke voorzieningen komen stil te liggen en de bereikbaarheid verminderd. Door deze beperkingen wordt ook het uitvoeren van de bestuurlijke taak lastiger. Daarnaast kan er sprake zijn van verminderd vertrouwen in de overheid vanwege besluiten voor, tijdens en na het incident. Tot slot kan een overstroming leiden tot gevoelens van onzekerheid en angst. Veiligheid van cultureel erfgoed Impact op de veiligheid van cultureel erfgoed is voorstelbaar, bijvoorbeeld wanneer collecties of musea (gedeeltelijk) onder water komen te staan. Dit is zeer afhankelijk van de ernst van de overstroming.

Conclusie De impact van een overstroming zowel vanuit zee als een rivier is groot. De mate van impact is afhankelijk van de ernst en duur. Bij overstroming uit een rivier zal het gebied doorgaans kleiner zijn dan bij overstroming vanuit zee. Er worden meerdere vitale belangen geraakt, met meerdere mogelijke cascade-effecten. Bij een overstroming ontstaat uitval van vitale infrastructuur, zoals elektriciteit, de drinkwatervoorziening, telecom en transport. Ook kan ontruiming of evacuatie nodig zijn. De hersteltijd van een overstroming kan meer dan een jaar duren. Overstromingen vanuit zee kunnen leiden tot een ernstige aantasting van natuurwaarden door zoutwaterdepositie. Daarnaast kan milieuvervuiling ontstaan door het vrijkomen van gevaarlijke stoffen uit bijvoorbeeld industrietanks of transport.

Bijlagen

Economische veiligheid De economische schade kan oplopen tot tientallen miljoenen euro’s, afhankelijk van de grootte van het getroffen gebied. Daarmee is de impact op de economische veiligheid hoog.

Deze impact wordt in de komende jaren mogelijk vergroot door klimaatverandering (meer extreem weer), verdichting (meer mensen op een kleiner oppervlakte) en vergrijzing (minder zelfredzaamheid). Beoordeling waarschijnlijkheid Een overstroming de komende 5 jaar binnen VRHM is enigszins waarschijnlijk. De waarschijnlijkheid varieert, afhankelijk van het gebied, van eens per 30.000 jaar tot eens per 3.000 jaar tot eens per 300 jaar. Er is onderscheid tussen primaire keringen en secundaire keringen. Aan de kust, een primaire kering, is de kans ca eens per 30.000 jaar. Ten oosten en zuiden van Leiden is de kans eens per 300 tot eens per 3.000 jaar. Ten oosten en zuiden van Gouda is de kans eens per 30 tot eens per 300 jaar. Dit betreft secundaire keringen. Boezems en bergingsgebieden kunnen bewust onder water worden gezet om grotere schade elders te voorkomen. Dit beïnvloedt de waarschijnlijkheid en het verloop van overstromingen.

6

Beleving In de Risico- en Crisisbarometer van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) wordt inzicht gegeven in hoe Nederlanders de nationale veiligheid beleven. Uit de voorjaarseditie van 2025 blijkt dat 9% van de bevolking het risico als zeer waarschijnlijk inschat, 29% als waarschijnlijk, 32% als enigszins waarschijnlijk en 24% als niet waarschijnlijk. Ook wordt de impact van dit risico op de Nederlandse samenleving door 14% als catastrofaal, door 33% als zeer ernstig, 30% als ernstig en 16% als aanzienlijk geschat. In het onderzoek konden deelnemers ook een top vijf van risico’s aangeven waar zij zich zorgen over maken. Overstromingen staat bij 11% van de deelnemers in de top vijf2.

7.2.1.2 Natuurbrand Inhoudelijke beschrijving Een natuurbrand is een brand in een gebied met natuurlijke vegetatie, zoals bos-, berm-, duin-, riet- en veenbranden. Een natuurbrand is een dynamische brand die zich snel kan uitbreiden, zeker in moeilijk bereikbaar terrein zoals duingebieden. Ze vormen een reëel veiligheidsrisico voor omwonenden, recreanten en hulpdiensten. In Hollands Midden komen met name berm-, duin- en rietbranden voor, vooral tussen april en september. Door klimaatverandering neemt de kans op natuurbranden toe, mede door langere periodes van droogte, hogere temperaturen en meer brandbare vegetatie. In Hollands Midden zijn er verschillende gebieden waar een natuurbrand kan plaatsvinden, bijvoorbeeld in de duinen in de kustgemeenten en het Bentwoud. De meest voorkomende natuurbranden in Hollands Midden zijn bermbranden en duinbranden 2  Risico- en Crisisbarometer voorjaar 2025 | Rapport | Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid

In 2018 beleefde Nederland een enorme piek in natuurbranden vanwege de droogte en hitte3. In juni en juli van dat jaar waren er 2.811 incidenten in Nederland, tegenover 1.213 een jaar eerder. Wel bleven natuurbranden beheersbaar, doordat de wind op tijd draaide of omdat het begon te regenen. De grootste brand dat jaar vond plaats in Nationaal Park Drents Friese Wold bij Wateren4. In 2024 zijn in Hollands Midden drie daadwerkelijke natuurbranden geweest5. In alle gevallen betrof het brand in duinen. Over 2025 zijn in de periode februari tot augustus 13 natuurbrandmeldingen gedaan.

Bijlagen

Klimaatverandering en verstedelijking vergroten de waarschijnlijkheid, door meer extreme neerslag, een snellere zeespiegelstijging en bodemdaling die de overstromingsdiepte versterkt. De waarschijnlijkheid wordt ook vergroot door terroristische aanslagen, hybride en militaire dreiging.

Voor de inventarisatie van natuurbrandrisico´s wordt gebruik gemaakt van de landelijke systematiek om een natuurbrandrisico te inventariseren: een zogenaamde Risico-Index Natuurbranden (RIN)6. Met de RIN wordt ingeschat hoe hoog de kans is op het ontstaan van een (onbeheersbare) natuurbrand. Voor het duingebied in Hollands Midden is in 2024 een Risico Index Natuurbranden opgesteld7. In dit duingebied staan een aantal zorginstellingen, er vindt veel recreatie plaats, de bluswatervoorziening is op veel locaties beperkt en de toegankelijkheid van het gebied voor hulpverleningsdiensten is slecht.

3 4 5 6 7

Natuurbranden in Nederland 2019 Artikel natuurbrand Grote heidebrand Wateren 2018 NOS grote heidebrand NIPV 2025 Kerncijfers natuurbranden NIPV 2025 Risico Index Natuurbranden RIN Hollands Midden 2024

7

Over de afgelopen zes jaar zijn er in Hollands Midden natuurbranden geweest. Er zijn jaren met weinig natuurbranden en jaren met relatief veel natuurbranden.

Ecologen benadrukken dat herhaaldelijke natuurbranden kunnen leiden tot verschraling van de biodiversiteit. Hoewel herstel binnen twintig jaar mogelijk is, kan de samenstelling van flora en fauna blijvend veranderen, vooral bij frequent terugkerende natuurbranden.

Bijlagen

Beoordeling impact Volgens experts kan dit type incident grote gevolgen hebben, vooral door de complexe evacuaties in duingebieden en de nabijheid van kwetsbare voorzieningen en gebouwen. De impact van een natuurbrand op een gebied kan weliswaar groot zijn, de gevolgen voor de maatschappij zijn over het algemeen beperkt. Onderzoek van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)10 wijst uit dat de bestrijding van natuurbranden specifieke expertise vereist. Traditionele blusmethoden zijn vaak onvoldoende effectief in duingebieden vanwege beperkte bereikbaarheid en het ontbreken van bluswaterpunten.

Figuur 10. Duingebied Hollands Midden

Voor het ontstaan van een natuurbrand zijn een aantal oorzaken denkbaar: bewust menselijk handelen (brandstichting), onwetendheid, onvoorzichtigheid en onachtzaamheid (brandende sigaret) of een natuurlijke oorzaak, zoals een blikseminslag8. Behalve in zomermaanden is er ook in de maanden januari t/m maart sprake van een verhoogd risico op een natuurbrand. Dit komt onder meer door een dalende luchtvochtigheid9. Dan is er namelijk veel afgevallen blad en dood gras aanwezig. 8 9

NIPV 2022 Samen werken Natuurbeheersing KNMI 2023 Groter natuurbrandgevaar

Territoriale veiligheid De impact op de territoriale veiligheid is beperkt. Een natuurbrand kan een gebied groter dan vier vierkante kilometer tijdelijk onbruikbaar maken, maar leidt niet tot langdurige aantasting van het grondgebied. Een duinbrand tast de duinsterkte niet direct aan, omdat de brand vooral aan de oppervlakte plaatsvindt en de wortels die het zand vasthouden intact blijven. Als kwetsbare locaties worden geduid: recreatiegebieden, de dichtbevolkte kustzone en nationale parken, musea met groen rond gebouwen en zorglocaties in kwetsbaar gebied, zoals Topaz in de Katwijkse duinen. Fysieke veiligheid Bij een natuurbrand is het gevaar voor de fysieke veiligheid reëel. Evacuatie vormt hierbij een kernrisico, omdat duingebieden slecht bereikbaar zijn en moeilijk kunnen worden ontruimd. Dat geldt zowel voor mensen als voor dieren die bij de brand betrokken raken. Ook voor hulpverleningsdiensten is inzet gevaarlijk en wordt specifieke expertise vereist. Dodelijke slachtoffers en ernstig gewonden zijn mogelijk, met name bij onvoldoende alarmering of evacuatie. Door rook kunnen klachten met ademhaling ontstaan. De beweeglijkheid van de impact neemt toe door klimaatverandering. 10 NIPV 2024 Onderzoek Natuurbranden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=825207f4-bf19-4ea3-bbeb-a6cd4d9217af