CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

2.60 SVHW, Aanbiedingsbrief voor zienswijze begroting 2027 + begroting 2027

Raadsvergadering 2 juni 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie Regio / Verbonden Partijen19.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.3

Lasten

Financiële toelichting

De kosten voor het verwerven van data (gegevens, fotomateriaal) en de ICT kosten drukken op dit

programma. De kosten van Ondersteuning en automatisering worden op basis van aantal fte’s aan de

diverse programma’s toegerekend. Baten

De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een bedrag van 5,106 euro per belastbaar object, zoals aangegeven in de onderstaande tabel. Kwantitatieve gegevens aantal belastbare objecten

Versie 1.0

8 april 2026

2027 803.133

Pagina 23 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Omschrijving

Begroting

Gewijzigde

2027

(bedragen x 1.000 euro) Jaarrekening

begroting 2026

2025

LASTEN Personeelskosten

1.489

1.328

1.163

Automatiseringskosten

693

687

598

Beeldmateriaal

483

477

427

Kosten kadaster

202

199

190

Subtotaal programmakosten

2.867

2.691

2.378

Toerekening kosten Ondersteuning

1.234

1.185

965

Totaal lasten

4.101

3.877

3.343

Bijdragen deelnemers

4.101

3.877

3.859

Totaal baten

4.101

3.875

3.859

Totaal baten

4.101

3.877

3.859

Totaal lasten

4.101

3.877

3.318

-

-

516

BATEN

Resultaat

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 24 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Programma 1A: Gegevensbeheer BAG 5.1

Doel

Dit programma heeft betrekking op het bijhouden en verbeteren van de BAG-administratie. De BAG

(Basisregistraties Adressen en Gebouwen) bevat gemeentelijke basisgegevens van alle adressen en gebouwen in gemeentes.

5.2

Ontwikkelingen binnen dit programma

De in paragraaf 4.2 beschreven knelpunten voor het gegevensbeheer ten gevolge van de nieuwe omgevingswet gelden dus ook heel specifiek voor de BAG-deelnemers ten aanzien van de BAG-

administratie.

5.3

Lasten

Financiële toelichting

De lasten hebben betrekking op personeelslasten en automatiseringskosten (licenties). De kosten van Ondersteuning en automatisering worden op basis van het aantal fte’s aan de diverse programma’s toegerekend. Baten

De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een vast bedrag van 1,623 euro per BAG object voor de BAG-deelnemers en op een vast bedrag van 0,626 euro per WOZ-object voor alle gemeentelijke deelnemers, zoals aangegeven in de onderstaande tabel. Kwantitatieve gegevens

Aantal te waarderen WOZ-objecten

Aantal objecten t.b.v. aanslag WSHD

Versie 1.0

8 april 2026

2027

327.574 179.347

Pagina 25 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Omschrijving

Begroting

Gewijzigde

2027

(bedragen x 1.000 euro) Jaarrekening

begroting 2026

2025

LASTEN Personeelskosten

184

174

163

Automatiseringskosten

81

80

76

Subtotaal programmakosten

265

254

239

Toerekening kosten Ondersteuning

145

139

123

Totaal lasten

410

394

362

Bijdragen deelnemers

410

394

330

Totaal baten

410

394

330

Totaal baten

410

394

330

Totaal lasten

410

394

362

-

-

-32

BATEN

Resultaat

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 26 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Programma 2: WOZ administratie

Onder het programma WOZ administratie vallen de activiteiten op het gebied van de WOZ administratie (o.a. WOZ bezwaarafhandeling), de permanente marktanalyse en de herwaardering.

6.1

Doel

Dit programma heeft betrekking op het bijhouden en verbeteren van de waardering van de onroerende zaken ten behoeve van de belastingheffing voor de deelnemers. Hierbij is inbegrepen de (her) taxatie van de onroerende zaken binnen het gebied van de gemeentelijke deelnemers.

6.2

Ontwikkelingen binnen dit programma

Secundaire object kenmerken

Sinds december 2023 is het landelijke project ‘Het nieuwe waarderen’ van start gegaan met als

uitgangspunt het verbeteren en uniformeren van het WOZ-beschikkingsproces. De nadruk ligt op het

belang van het informeel contact voorafgaand aan de waarde vaststelling en het betrekken van burgers

bij de totstandkoming ervan. Vanuit het perspectief dat de woningeigenaar zijn eigen woning het beste kent, checkt de woningeigenaar bij deze nieuwe waarderingsmethode de staat van zijn woning aan de hand van foto’s van de secundaire objectkenmerken in een (online) portaal. Woningeigenaren kiezen

uit drie foto’s van de kenmerken kwaliteit, onderhoud, voorzieningen en ligging – die variëren van zeer slechte staat tot uitstekende staat – de foto die het beste bij hun woning past. Deze algemene fotosets zijn door ons verzameld. De woningeigenaar hoeft zelf geen foto’s in te sturen. Het project wordt getrokken door de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB).

SVHW heeft bovenstaande ontwikkeling op de voet gevolgd en financieel bijgedragen aan de

ontwikkeling hiervan. In 2026 wordt gewerkt aan een pilot om woningeigenaren in gelegenheid te

stellen input te leveren ten aanzien van de secundaire objectkenmerken. Het e-formulier dat hiervoor gebruikt wordt, is verder (door)ontwikkeld intern door ICT en gecombineerd met andere inlichtingenformulieren. De kosten worden opgevangen binnen de begroting. Landelijke voorziening

De nota van BZK met een voor 2025 begroot bedrag van € 639.000 voor het gebruik van de landelijke

voorzieningen door het Waterschap loopt vanaf 2026 niet langer over de administratie van SVHW, maar wordt rechtstreeks bij WSHD in rekening gebracht.

6.3

Financiële toelichting

Lasten

De kosten ingeleend personeel betreffen de kosten van inschakeling van externe organisaties voor de

taxatie van de onroerende zaken. De kosten van Ondersteuning en automatisering worden op basis van

het aantal fte’s aan de diverse programma’s toegerekend. Baten

De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een vast bedrag per te waarderen WOZ-object van 14,585 euro, zoals aangegeven in de onderstaande tabel. Kwantitatieve gegevens

2027

Aantal WOZ-objecten Bag Deelnemers

126.432

Totaal aantal WOZ-objecten

327.574

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 27 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Omschrijving

Begroting

Gewijzigde

2027

(bedragen x 1.000 euro) Jaarrekening

begroting 2026

2025

LASTEN Personeelskosten

1.990

1.701

1.496

Ingeleend personeel

670

661

704

Automatiseringskosten

746

737

648

Overige kosten

44

43

55

WOZ kosten gemeenten

-

-

626

Subtotaal programma kosten

3.450

3.142

3.529

Toerekening kosten Ondersteuning

1.327

1.276

1.046

Totaal lasten

4.778

4.417

4.575

-

-

626

Bijdragen deelnemers

4.778

4.417

4.630

Totaal baten

4.778

4.417

5.256

Totaal baten

4.778

4.417

5.256

Totaal lasten

4.778

4.417

4.575

-

-

681

BATEN Bijdrage deelnemers-factuur Ministerie BZK

Resultaat

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 28 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Programma 3: Dienstverlening

Onder het programma Dienstverlening vallen: klantcontact, heffingen en invordering.

7.1

Doel klantcontact

Dit onderdeel van het programma heeft als doelstelling het onderhouden van contacten met de klant. Hiervoor worden onder andere de onderstaande activiteiten uitgevoerd:    

7.2

Het zoveel mogelijk afhandelen van telefonische vragen van de klant

Het registreren van calls

Klanten in een keer met de juiste persoon doorverbinden voor afhandeling van vragen

Verdiepende klantonderzoeken

Doel Heffingen

Dit onderdeel van het programma heeft als doelstelling het opleggen van aanslagen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften. Hiervoor worden onder andere de onderstaande activiteiten

uitgevoerd:    

7.3

het printen van de aanslagen (door een extern bureau); het verzenden van de aanslagen;

het behandelen van bezwaar- en beroepschriften;

het verwerken van de waarde gegevens voor de waterschappen.

Doel Invordering

Dit onderdeel van het programma heeft als doelstelling het innen van de opgelegde belastingbedragen. Hierbij worden volgende activiteiten uitgevoerd:      

7.4

bijhouden debiteurenadministratie; bijhouden financiële administratie;

behandelen van kwijtscheldingsverzoeken;

verzenden van aanmaningen en dwangbevelen;

het treffen van overige invorderingsmaatregelen;

beoordelen invorderbaarheid en het doen van voorstellen ten behoeve van oninbaar verklaringen.

Ontwikkelingen binnen dit programma

Harmonisatie belastingverordeningen

De werkgroep harmonisatie belastingverordeningen zag nog meer dan voldoende mogelijkheden om verbeteringen door te voeren. Ook in 2026 zal de werkgroep doorgaan met het adviseren van alle deelnemers over mogelijke harmonisatie van de belastingverordeningen.

Het is vanzelfsprekend dat de Raad het hoogste orgaan is en dat de Raad de verordeningen voor elke deelnemer afzonderlijk vaststelt. Tegelijkertijd heeft de Raad ook de verantwoordelijkheid om

onderzoek te doen naar de uitvoerbaarheid van de verordeningen, waarbij het verbeteren van de kwaliteit en risicobeheersing een rol spelen.

Het aantal belastingen dat wordt geheven bij de deelnemers neemt elk jaar toe. Bovendien worden er regelmatig nieuwe taken overgedragen die aansluiten bij of deel uit maken van de belastingheffing. Voorbeelden hiervan zijn de verblijfsbelasting van arbeidsmigranten, BIZ-bijdragen,

ondernemingsfondsen, registratie van afvalpassen, nieuwe Diftar etc. Deze voorbeelden leiden tot

extra werkzaamheden voor SVHW waarbij een uitbreiding van de formatie noodzakelijk is. SVHW heeft

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 29 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 de impact op de formatie inzichtelijk gemaakt in de begroting 2027 en de kosten worden doorbelast via de tarieven aan de betreffende deelnemers.

Leegstandsbelasting

De Eerste Kamer heeft op 4 december 2025 de Fiscale Verzamelwet 2026 aangenomen. Onderdeel van deze wet is nieuw artikel in de Gemeentewet 221a: leegstandbelasting voor woningen voor eigenaren. De wet treedt in werking op 1 januari 2026 en maakt het mogelijk om voor woningen die langer dan

twaalf maanden leegstaan belasting te heffen. De heffingsmaatstaf voor de leegstandbelasting wordt

vastgesteld door de gemeente. De VNG werkt aan een modelverordening voor deze nieuwe belasting. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om belastingen in te voeren, te wijzigen en in te trekken, maar deze bevoegdheid kan wel rechterlijk worden getoetst. De rechter controleert of de gemeenteraad bij

het vaststellen van belastingverordeningen de algemene rechtsbeginselen heeft gerespecteerd en of er een rechtvaardiging is voor eventuele verschillen tussen gevallen. De rechter kijkt niet of de afweging van de gemeenteraad tot een ander besluit had moeten leiden, maar wel of de benodigde

overwegingen zijn gemaakt. Als blijkt dat de gemeenteraad niet aan de vereisten heeft voldaan, kan de rechter de belastingheffing tegenhouden, wat leidt tot lagere of vernietigde aanslagen en gemiste inkomsten voor de gemeente.

De wet is in werking getreden op 1 januari 2026, waardoor het op zijn vroegst mogelijk is om per 2027 deze belasting te heffen. De VNG heeft op dit moment nog geen model belastingverordening voor deze nieuwe heffing. Deze wordt wel in het tweede kwartaal van 2026 verwacht. De kosten voor het heffen van de leegstandsbelasting zal SVHW doorbelasten via de tarieven aan de betreffende deelnemers. Hiervoor is in de begroting niets opgenomen. Wijziging Waterschapswet

De nieuwe Waterschapswet, trad op 1 januari 2026 in werking. Bij ongeveer een kwart van de bedrijven

bepalen waterschappen de vervuilingswaarde. Dat doen ze door het waterverbruik te vermenigvuldigen met een van de afvalwatercoëfficiënten behorende bij de 15 klassen in de zogenoemde tabel

afvalwatercoëfficiënten. Ongeveer 95% van deze tabelbedrijven is ingedeeld in klasse 8. De wetgever heeft daarom besloten dat alle nieuwe bedrijven in deze klasse worden ingedeeld. Tenzij het waterschap of het bedrijf zelf met een afvalwateronderzoek een lagere of hogere klasse

aantoont. Voor nieuwe bedrijven is een speciaal E-formulier ingericht zodat zij eenvoudig informatie

kunnen verstrekken. De informatie is nodig om het bedrijf op juiste wijze in te delen in een klasse. Inmiddels hebben de eerste nieuwe bedrijven een brief voor het invullen van het E-formulier

ontvangen.

Wij vertalen de financiële consequenties van de wetswijzigingen voor het waterschap en haar belastingoplegging in de juni- en septemberraming die wij verstrekken aan het waterschap. Sociaal invorderen

SVHW volgt de trend met betrekking tot het meer maatschappelijk invorderen. Het beleid van SVHW is

om zoveel mogelijk te voorkomen dat er problematische schulden of een opeenstapeling van schulden

ontstaan. SVHW heeft hiervoor naast de al bestaande maatregelen recent ook de volgende maatregelen ter besluitvorming aangeboden of getroffen:

•

De kosteloze herinnering is een maatregel die kan worden ingezet als onderdeel van sociaal invorderen. Hiervoor zijn twee pilots uitgevoerd. Uit de evaluatie van de tweede pilot bleek evenals die van de eerste pilot in 2024 een grote daling van de opbrengsten

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 30 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 invorderingskosten door het succes van de pilot. Een heroverweging van het besluit door het AB om de kosteloze herinnering vooralsnog niet in te voeren, vindt plaats nadat hiervoor

tegelijkertijd met de begroting 2027 een zienswijze aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers is gevraagd. Met financiële effecten van de eventuele invoering van de kosteloze herinnering wordt vooralsnog geen rekening gehouden.

•

De mogelijkheid om met een automatische incasso in 10-maandelijkse termijnen te betalen,

waarbij de betaaldatum zelf gekozen kan worden. Vanaf medio 2025 is het als

belastingplichtige mogelijk om de incassodatum te kiezen. Medio 2026 heeft de

softwareleverancier toegezegd het ook mogelijk te maken om het aantal termijnen te kunnen wijzigen. Hiervoor is een aanpassing van de belastingapplicatie noodzakelijk.

•

Het proces voor kwijtschelding wordt verder geoptimaliseerd. We vereenvoudigen de aanvraag voor kwijtschelding. Hierdoor kan de uitvraag sneller naar BIDN (voormalige

Inlichtingenbureau) om te beoordelen of er belemmeringen zijn die kwijtschelding in de weg staan.

•

De goede ervaringen met uitbellen door het KCC naar bedrijven die niet op tijd hadden

betaald, maakt dat we dit jaar ook beoordelen in welke vorm we dit kunnen toepassen voor inwoners.

7.5

Financiële toelichting

Lasten

De lasten bestaan uit externe kosten voor dwanginvordering, proceskostenvergoeding, de kosten voor vervaardigen van aanslagen, portokosten en bankkosten. De toegerekende kosten algemeen beheer

betreffen voornamelijk de eigen personeelskosten, die op basis van een urenregistratie aan de diverse programma’s zijn toegerekend. De kosten van Ondersteuning en automatisering worden op basis van het aantal fte’s aan de diverse programma’s toegerekend. Baten

De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een vast bedrag per gewogen aanslagregel van

1,859 euro, zoals aangeven in de onderstaande tabel. Dit is inclusief de bijdrage aan de kosten voor Invordering.

De onderstaande tabel geeft een aantal kwantitatieve gegevens. Kwantitatieve gegevens aantal aanslagregels

Versie 1.0

8 april 2026

2027 4.073.143

Pagina 31 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Omschrijving

Begroting 2027

Gewijzigde begroting 2026

(bedragen x 1.000 euro) Jaarrekening 2025

LASTEN Personeelskosten Overige kosten Automatiseringskosten Ingeleend personeel

2.546

2.321

2.158

67

66

56

1.245

1.229

1.129

128

126

84

Telefoonkosten KCC

91

90

69

Kosten aanslagen

557

550

511

Controle belastingen

56

55

39

Media campagne

61

60

58

Kosten dwanginvordering

446

440

431

Proceskosten

405

400

387

Bankkosten

203

200

192

Subtotaal programmakosten

5.805

5.537

5.114

Toerekening kosten Ondersteuning

2.216

2.129

1.819

Totaal lasten

8.021

7.667

6.933

Opbrengst invorderingskosten

3.060

3.000

3.531

Teruggave opbrengst invordering

-3.060

-3.000

-3.531

Bijdragen deelnemers

7.571

7.217

7.567

Rentebaten

450

450

471

Totaal baten

8.021

7.667

8.038

Totaal baten

8.021

7.667

8.038

Totaal lasten

8.021

7.667

6.933

-

-

1.105

BATEN

Resultaat

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 32 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Paragrafen 8.1

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Het weerstandsvermogen is: het vermogen van SVHW om niet-structurele risico's op te vangen zonder het beleid en de bedrijfsvoering aan te hoeven passen.

Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn de deelnemers verplicht eventuele tekorten bij een gemeenschappelijke regeling aan te vullen. SVHW verwerkt de kosten in de tarieven van de

producten. Een eventueel overschot/tekort aan het einde van het jaar wordt in rekening of in mindering gebracht op de te ontvangen bedragen van de deelnemers. In formele zin loopt het SVHW geen risico,

omdat het eventuele tekorten afwentelt op de deelnemers, dan wel verrekent met de algemene reserve (buffer) van de gemeenschappelijke regeling.

Op 13 april 2022 heeft het Algemeen bestuur de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen

SVHW 2022 vastgesteld. Deze notitie beschrijft de structuur ten aanzien van het uit te voeren beleid

omtrent risico’s en fraude. SVHW hanteert een risicomijdend profiel voor risico’s en streeft ernaar om

risico 's zoveel mogelijk te ondervangen. Dat is de reden waarom diverse verzekeringen afgesloten zijn voor het onroerend goed, inventaris en personeel.

De risico’s hebben een intern (SVHW, “eigen” organisatie) en/of een extern (deelnemers) karakter. Op basis van de risico’s zijn/worden (aanvullende) beheersmaatregelen genomen. In de Voor- en

Najaarsnota rapporteert SVHW over de voortgang van de risico’s en de beheersmaatregelen.

SVHW is een belangrijke organisatie voor haar 15 deelnemers. Continuïteit van de bedrijfsvoering is

daarom essentieel. Dit dient op het niveau van directie en Dagelijks Bestuur te kunnen worden beslist. Bij het opvangen van de gevolgen van calamiteiten is het onwenselijk dat de organisatie afhankelijk zou zijn van de besluitvorming van de deelnemers. Gelet op genoemde risico's en de behoefte aan

continuïteit van de bedrijfsvoering is het gewenst een financiële buffer in stand te houden. In de nota

Risicomanagement en weerstandsvermogen is daarom besloten de omvang daarvan vast te stellen op minimaal 400.000 euro en maximaal 700.000 euro.

Er doen zich geen juridische procedures voor die aanleiding kunnen geven tot enig financieel nadeel. Eind 2004 is bij de Bank Nederlandse Gemeenten een lening van 2.600.000 euro met een looptijd van 30 jaar aangetrokken. Deze lening heeft gedurende de gehele looptijd van 30 jaar een vast rentepercentage van 4,445%, zodat er geen sprake is van een financieel risico.

In de Begroting 2027 is, op basis van aannames, een aantal ontwikkelingen verwerkt waarvan de

uitkomsten nog onzeker zijn. Deze ontwikkelingen hebben betrekking op de volgende gebieden:

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 33 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 Categorie

Beheersing

Financieel

Verzekeren

100

Risico Nalatigheid of

onrechtmatig handelen

Kans

belang

Risico

Toelichting

score %

Klasse 1

10%

10

De risico’s zijn in de meeste gevallen beperkt, doordat waar

mogelijk verzekeringen zijn afgesloten. Ook hebben wij in de

begroting diverse budgetten beschikbaar, bijvoorbeeld om ons eigen risico af te dekken.

Schadeclaims

Overdragen

100

1

10%

10

Onderhoud gebouw SVHW

Accepteren

100

1

10%

10

Het SVHW loopt altijd het risico op schadeclaims. Over het

algemeen zijn dit langlopende procedures waarvan de risico's moeilijk in te schatten zijn.

Wij voeren voor onze gebouw planmatig beheer en onderhoud

uit. Dit doen wij op basis van actuele inspecties. Echter kan het

altijd voorkomen dat onbegroot onderhoud moet plaatsvinden. Dit risico neemt af na renovatie van het gebouw in 2027. Bedrijfsongevallen

Verzekeren

50

1

10%

5

Wij hebben hiervoor een verzekering afgesloten. Werkgevers hebben de wettelijke zorgplicht voor de veiligheid van

werknemers en die zorgplicht wordt uitgebreid. De werkgever

is aansprakelijk voor bedrijfsongevallen en beroepsziektes van werknemers. Fraude en diefstal

Elimineren

50

1

10%

5

Economische ontwikkelingen kunnen voor medewerkers van

het SVHW leiden tot verhoogde prikkels of gelegenheden tot het doen van of meewerken aan fraude. Er zijn fysieke en/of administratieve maatregelen genomen (functiescheiding,

procesbeschrijvingen). De interne controle richt zich ook op deze zaken. Afwezigheid personeel wegens ziekte of

Reduceren

150

2

30%

45

anderszins

kwaliteit van de organisatie en de door de organisatie geleverde producten lager worden. Uitgangspunt bij ziekteverzuim is een

(zwangerschaps- en

interne oplossing en geen externe inhuur, afhankelijk van de

bevallingsverlof,

duur van de afwezigheid en taak.

zorgverlof)

Vertrek personeel

Kennis en kunde zijn (tijdelijk) niet beschikbaar waardoor de

Reduceren

150

3

50%

75

Als gevolg van vertrek van personeel kunnen er kennis en

kunde verloren gaan. Daarnaast is er bij het huidige personeel

veel ervaring en kennis van de lokale situatie aanwezig, die bij vertrek verloren gaat. Dit kan leiden tot inefficiëntie. ICT

Reduceren

750

2

30%

225

Computer-/ systeemuitval kan tot gevolg hebben dat we onze

dienstverlening niet meer uitvoeren en onze medewerkers niet

meer optimaal kunnen werken. Concreet zijn er dreigingen van cyber aanvallen en datalekken, maar ook overstromingen of internationale dreiging. Informatiebeveiliging en cybercrime

Reduceren

750

2

30%

225

Informatiebeveiliging is steeds actueler. Er is weliswaar steeds meer aandacht voor en zelfs wetgeving in de maak, maar het

risico wordt ook steeds groter. Denk hierbij aan datalekken en

cyberincidenten. SVHW heeft beheersmaatregelen uitgevoerd en toetst periodiek de beveiliging van informatie bijvoorbeeld door de jaarlijkse pentest. Voor 2026 bereidt SVHW zich voor op

ISO27001 certificering voor ICT. Vooralsnog is het risico door Het SVHW niet verzekerd. Loonontwikkelingen

Accepteren

100

2

25%

25

Voor 2026 is een cao vastgesteld. In 2026 vinden opnieuw caoonderhandelingen plaats, waarbij het risico bestaat dat

loonontwikkelingen hoger uitvallen dan geraamd. Dit kan leiden tot een stijging van de personeelslasten. Prijsontwikkelingen

Reduceren

75

2

25%

19

De begroting is zowel aan de baten- als aan de lastenkant

gebaseerd op contante prijzen. Per programma maken we bij

het opstellen van de begroting een reële en actuele inschatting van de kosten. Het kan voorkomen dat de inflatie hoger is dan geraamd. De meerjarige indexering is verhoogd van 1% naar 2%. Bezwaarschriften & Beroep

Reduceren

150

2

25%

38

Door de vele bezwaarschriften die worden ingediend moeten hoge proceskostenvergoedingen worden betaald. Deze zijn

reeds verwerkt in de begroting, echter het is lastig te schatten naar omvang. Uittreden van deelnemers

Accepteren

100

1

10%

10

Risico op verlies van baten bij uittreden van deelnemers uit de

GR. Dit is echter goed afgedekt binnen de gemeenschappelijke regeling waarbij frictiekosten worden opgevangen door de uittredend deelnemer.

Nieuwe wet en regelgeving

Reduceren

100

1

10%

10

Het risico dat wij onvoldoende voorbereid zijn op de invoering van nieuwe wet- en regelgeving waardoor wij onvoorziene kosten moeten maken

Totaal

Versie 1.0

8 april 2026

2.725

712

Pagina 34 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 De risico’s worden in eerste instantie worden opgevangen vanuit de algemene reserve, die 700.000 euro bedraagt.

Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen wordt de verhouding tussen de beschikbare

weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit berekend. De weerstandsratio van SVHW bedraagt:

Beschikbare capaciteit/benodigde capaciteit = 700/ 712 = 0,98. Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen wil SVHW uitkomen op een waarde tussen de 1,0 en 1,4. Een weerstandsratio van minimaal 1 wordt gezien als voldoende. Gezien dan alle risico’s met het

weerstandsvermogen kunnen worden opgevangen. Daar zit SVHW in deze begroting onder.

Wanneer de geïnventariseerde risico’s de bovengrens van € 700.000 structureel overschrijden legt het

Dagelijks Bestuur een plan voor dat gericht is op het aanvullen van de Algemene reserve tot het bedrag uit hoofde van het benodigd weerstandsvermogen. Als de risico’s meerjarig de algemene reserve overstijgen komt er een voorstel.

Op basis van de geprognosticeerde meerjarenbalans zijn de volgende kengetallen berekend: Kengetallen

2027

2028

2029

2030

-12,03%

1,33%

13,68%

11,22%

-12,03%

1,33%

13,68%

11,22%

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Solvailiteitsrisico

8,44%

22,74%

22,84%

22,44%

Strucutrele exploitatieruimte

0,00% n.v.t.

0,00% n.v.t.

0,00% n.v.t.

0,00% n.v.t.

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Grondexploitatie

Belastingcapaciteit

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau

van de schuldenlast van SVHW ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf,

maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend en vervolgens weer afgelost. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van

doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto

schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin SVHW in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van SVHW. De mate van

weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 35 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Financiële positie SVHW

De uitkomsten van bovenstaande financiële kengetallen worden beïnvloed door de afspraken die

gemaakt zijn over de omvang van het weerstandsvermogen. Hierdoor beschikt SVHW over een beperkt eigen vermogen. Tegenover dit beperkte eigen vermogen staan kortlopende- en langlopende

verplichtingen die invloed hebben op de uitkomsten van de kengetallen. De financiële bedrijfsvoering van SVHW is onder andere gericht op het voldoen aan de kaders die gesteld worden in de begroting,

exploitatietekorten komen ten laste van het weerstandsvermogen. Indien het weerstandsvermogen niet voldoende is om het tekort op te vangen wordt het exploitatietekort doorbelast aan de deelnemers.

8.2

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Ultimo december 2004 heeft het SVHW voor eigen gebruik het kantoor Rijksstraatweg 3B te Klaaswaal aangekocht. De aankoopprijs bedroeg 2.000.000 euro. Het kantoorpand was bij aankoop in goede staat van onderhoud. Na aankoop is het gehele gebouw voorzien van airconditioning.

Het periodieke onderhoud is in de begroting 2027 verwerkt. Bij de uitgaven wordt terughoudendheid

betracht vanwege de recente besluitvorming over de verduurzaming van het pand. Door het AB is in

november 2025 het besluit genomen om het pand te renoveren c.q. aan te passen aan de minimale

wettelijk verplichte vereisten voor verduurzaming. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat het pand nog zeker 20 jaar door geëxploiteerd kan worden. Het investerings- en financieringsbesluit is

verankerd in deze meerjarenbegroting 2027. De formele start van de renovatie en verduurzaming staat

gepland in de tweede helft van 2026 en het werk loopt door in 2027.

8.3

Paragraaf Financiering

8.3.1

Algemeen

De financieringsparagraaf gaat in op de eisen van de wet Fido. Het moet blijken dat de uitvoering van

de treasuryfunctie alleen de publieke taak dient, het beheer prudent is en dat aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is voldaan.

8.3.2

Treasurybeheer

De volgende risico`s zijn voor de organisatie van belang:  

Renterisicobeheer;

Kredietrisicobeheer.

Renterisicobeheer

Het doel van het renterisicobeheer is het beheersen van de risico`s die voortvloeien uit de

mogelijkheid dat de rentelasten van vreemd vermogen in de toekomst hoger zouden worden dan gewenst zou zijn. De aangetrokken geldlening heeft gedurende de looptijd (30 jaar) een vast rentepercentage. Er is dus geen sprake van een renterisico. Kredietrisicobeheer

Per twee weken vinden afgeronde voorschotbetalingen plaats aan de deelnemers. SVHW bepaalt de hoogte van het voorschot aan de hand van de werkelijk ontvangen belastingopbrengsten per

deelnemer. Een gering bedrag reserveren we voor restituties. Elk kwartaal ontvangen de deelnemers

een overzicht van de stand van de invordering alsmede van de ontvangsten en de daarop in mindering gebrachte voorschot afdrachten. Medio van het jaar ontvangt SVHW de geraamde bijdragen van de Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 36 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 deelnemers in de kosten van de dienstverlening. Het verstrekken van gelden aan derden in welke vorm dan ook komt niet voor.

8.3.3

Kasgeldlimiet en renterisiconorm

De kasgeldlimiet en de renterisiconorm hebben beiden als doel de leningenportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. De

kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto vlottende schuld van een decentrale overheid in een

bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit 8,2%.

In onderstaande is een prognose opgenomen van de ruimte onder kasgeldlimiet. Uit deze prognose

blijkt dat de gemiddelde ruimte onder het kasgeldgeldlimiet gedurende in 2027 circa 2 miljoen euro bedraagt.

(bedragen x € 1.000)

1

Ka sge ld limie t Omvang begroting Kasgeldlimiet

2

Vlottende schuld Opgenomen gelden < 1 jaar

3 4

1 e kwa rt. 2 e kwa rt. 3 e kwa rt. 4 e kwa rt. 17.320 1.420 1.420 1.420 1.420

0

0

0

0

Vlottende middelen Rekening-courantsaldi < 1 jaar

488

488

488

488

Totaal netto vlottende schuld (2)-(3)

-488

-488

-488

-488

Ruimte onder kasgeldlimiet (1)-(4)

1.908

1.908

1.908

1.908

De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van één jaar of langer te beperken. Dit komt erop neer dat het renterisico in een bepaald jaar niet meer mag bedragen dan een bepaald percentage van het begrotingstotaal. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit 20%.

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 37 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 Uit de onderstaande tabel blijkt, dat SVHW geen renterisico heeft. (bedragen x € 1.000) 1a

Renteherziening vaste schuld o/g

3a 3b

Nieuwe vaste schuld Nieuwe verstrekte lange leningen

1b 2

Renteherziening vaste schuld u/g Netto renteherziening (1a-1b)

4 5

Netto nieuwe vaste schuld Betaalde aflossingen

6

8.3.4

0 0

0 0

0 0

0 0

0

2031

0 0

0 0

0 0

0 0

0 133

0

0

0

0

0

Begrotingstotaal Vastgesteld % (20%)

17.320 20,00%

17.822 20,00%

18.150 20,00%

18.499 20,00%

18.860 20,00%

Ruimte (10-7)

3.464

4.277

4.356

4.440

4.527

0

3.464 0

0

4.277 0

0

4.356 0

0

4.440 0

0

4.527 0

Financiering

Het saldo van de aangetrokken geldleningen is per 1 januari 2027 € 1.048.373. Op de lening van de Bank Nederlandse Gemeenten wordt in 2027 een bedrag van € 111.987 afgelost. Het saldo van de geldlening per 31 december 2027 bedraagt € 936.386. Bij deze lening bedraagt het vaste

rentepercentage 4,445 %.

8.3.5

Relatiebeheer

Het SVHW heeft met de Bank Nederlandse Gemeenten een rekeningcourant verhouding. De bank valt onder Nederlands toezicht. In 2026 wordt de bancaire dienstverlening (EU) aanbesteed.

8.3.6

Toelichting EMU-saldo

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 19) is de verplichting vastgesteld, dat er in de

begroting een overzicht verstrekt moet worden over het boekjaar. Hieronder volgt het EMU-Saldo van SVHW over 2027 tot en met 2030:

Versie 1.0

8 april 2026

0

0 128

Renterisiconorm (minimumnorm) Renterisico vaste schuld

11

0 0

0

2030

0 122

Renterisiconorm

10 7

0 0

0

2029

0 116

Renterisico vaste schuld (2 en 6)

8 9

0

2028

0 112

Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

7

2027

Pagina 38 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Omschrijving 1

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

2

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

3

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie

4

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

5

Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering

6

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op

7

Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden

8

Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie

9

Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze met derden betreffen

10

Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog i t ll d éé b t d t

11 a b

Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op

Paragraaf bedrijfsvoering

8.4.1

Algemeen Bestuur

2028 Begroting x € 1000,-

0

53

53

53

286

399

384

384

0

ja

Berekend EMU-saldo

8.4

(bedragen in x € 1.000) 2029 2030 Begrotin Begroting g x € 1000,x € 1000,-

2027 Begroting x € 1000,-

nee

ja

286

nee

452

ja

nee

437

ja

437

Het Algemeen Bestuur vertegenwoordigt de verschillende deelnemende organisaties en is het hoogste

bestuursorgaan. Het Algemeen Bestuur heeft als taak om het beleid vast te stellen en te controleren of het juist wordt uitgevoerd. De samenstelling van het algemeen bestuur is vastgelegd in de

gemeenschappelijke regeling SVHW. Iedere gemeente heeft één afvaardiging in het algemeen bestuur. Het waterschap heeft 2 deelnemers binnen het algemeen bestuur.

8.4.2

Dagelijks Bestuur

De leden van het Dagelijks Bestuur zijn door en vanuit de leden van het Algemeen Bestuur

aangewezen. Het Dagelijks Bestuur bepaalt onder andere de instructies en de regels voor de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering van SVHW.

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 39 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

8.4.3

Organogram

SVHW heeft de werkzaamheden belegd in zelforganiserende procesteams. Deze procesteams houden zich bezig met de operatie en zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren en het continu verbeteren van

het proces en het realiseren van de gewenste output. De processen zijn gegroepeerd in domeinen met

aan het hoofd een domeinmanager. In lijn met doelstellingen van SVHW bepalen de domeinmanager en proceseigenaren de gewenste output, die zoveel mogelijk beschreven wordt in de vorm van meetbare en zichtbare prestatie indicatoren.

Het MT bestaande uit de drie domeinmanagers en de directeur stelt de kaders (richting en doelen), schept de randvoorwaarden voor de procesteams bij de uitvoering van hun taken en bewaakt de samenhang van de processen.

De onderstaande figuur geeft de vereenvoudigde weergave van het organogram weer:

8.4.4

Technologische- en procesontwikkelingen

SVHW heeft net als alle andere organisaties te maken met een steeds sterkere afhankelijkheid van IT oplossingen en moet daarom ook meegaan met de veranderingen daarin. Onze contracten voor

hardware en het onderhoud daarvan zijn in 2025 opnieuw aanbesteed. De komende jaren worden diverse applicaties opnieuw aanbesteed, waarvan de bezwarenapplicatie in 2026 de eerste is.

Daarnaast worden alle contracten door onze contractmanager tegen het licht gehouden in 2026,

waarbij deze beoordeeld worden op de mate waarin de voorwaarden voldoen aan de eisen die gesteld worden om te kunnen voldoen aan wetgeving zoals NIS2 en AVG. De nieuwe Cybersecuritywet is een ontwikkeling met grote impact op onze IT. Het is mede ook daarom dat SVHW zich in 2026 voor het

eerst wil certificeren voor ISO27001. Een aantal andere externe ontwikkelingen is: -

-

Landelijke stelsel van basisregistraties en aansluiting hierop;

Invoering van de omgevingswet en de aanpassing hierdoor van informatie aanlevering en de inzet van luchtdetectie;

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 40 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 -

De ontwikkeling van werken met AI (Artificial Intelligence) neemt een grote vlucht en wordt

-

Het project secundaire objectkenmerken (Check uw woning) die in wetgeving vanaf 2027 is

-

meer gemeengoed;

verankerd. Belastingplichtigen kunnen aangeven wanneer secundaire kenmerken van hun woning in onze registraties niet matchen met de daadwerkelijke situatie;

Steeds meer applicaties worden in de cloud aangeboden, hetgeen de flexibiliteit van SVHW in zal perken omdat minder maatwerk mogelijk is. Op dit moment is de belangrijkste applicatie (Centric) in eigen beheer waardoor SVHW door slim maatwerk en specifieke functionaliteiten

-

-

8.4.5

efficiëntie kan koppelen aan maatwerk;

Doorontwikkeling van MijnOverheid en verdere digitalisering overheidsdienstverlening; Informatiebeveiliging en privacy waarbij SVHW ervoor zorg moet dragen dat de digitale

weerbaarheid op peil wordt gehouden en verder wordt verbeterd waar nodig en passend binnen toenemende nationale en Europese regelgeving (NIS2);

Implementatie van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV).

NIS2

In Europees verband worden sectoren en organisaties die van vitaal belang zijn voor de maatschappij verplicht te voldoen aan de NIS2-richtlijn. Begin 2026 heeft SVHW bij BZK aangegeven dat SVHW als

overheidsinstantie kan worden aangemerkt en daarmee binnen de reikwijdte van de Cybersecuritywet (Cbw) valt en heeft zich hiervoor geregistreerd in het entiteitenregister. Dit betekent voor SVHW de volgende drie verplichtingen: •

Zorgplicht: De zorgplicht bestaat uit een lijst van maatregelen waaraan SVHW minimaal moet voldoen. Denk hierbij aan crisismanagement bij een groot cyberincident en het gebruik van cryptografie en versleuteling.

•

Meldplicht: SVHW moet binnen 24 uur dat SVHW zich bewust is geworden van een incident

melden dat bij SVHW sprake is van een incident bij de toezichthouder (Rijksinspectie Digitale

Infrastructuur (RDI)) en een uitgebreide rapportage over het incident binnen een maand. Een cyberincident moet ook bij het Computer Security Incident Response Team (CSIRT) van SVHW gemeld worden •

Toezicht: Er komt een onafhankelijk toezichthouder (Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)), die naar de naleving van de verplichtingen uit de richtlijn kijkt.

De invoering vindt plaats medio 2026. SVHW anticipeert hier tijdig op en wil ook een ISO certificering

hiervoor behalen. SVHW verzorgt in 2026 een training voor zowel Bestuurders als medewerkers (met de E-learning ARDA) op dat de organisatie NIS2 bestendig wordt gemaakt.

8.4.6

Informatiebeveiliging en privacy

Door de toenemende datastromen, koppeling van systemen en digitale dreiging van hackers en

cybercriminelen wordt het zorgvuldig omgaan met de gegevens van inwoners en organisaties steeds

belangrijker. SVHW zal als data gedreven organisatie daarom zijn digitale weerbaarheid op peil dienen

te houden. Dit vergt een toenemende inspanning van SVHW. SVHW maakt op dit gebied (beveiliging en privacy) gebruik van de diensten van de Informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD) en werkt samen met collega belastingkantoren. Er is een privacy officer binnen het domein

Ondersteuning, die op dit terrein de tweedelijns ondersteuning levert en er is een CISO (Chief

Information Security Officer) en FG (Functionaris Gegevensbescherming) die rechtstreeks aan de

directie rapporteren. SVHW moet voldoen aan NIS2 en wil zich hiervoor ISO certificeren, uiterlijk in 2026.

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 41 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

8.4.7

Investeringen in ICT

Voor een gestructureerde aanpak van de benodigde ICT-ontwikkelingen vanwege de strategie en

wetgeving zoals hiervoor beschreven (o.a. NIS2) is een ICT-strategie opgesteld. In 2025 is hiervoor een

roadmap gemaakt. De kosten hiervoor worden opgevangen binnen de begroting. Eventuele meerkosten worden separaat ter besluitvorming aan het AB voorgelegd. Er zijn voor 2027 buiten de hiervoor genoemde exploitatiekosten geen investeringen voorzien.

8.4.8

Huisvesting

Door het AB is in november 2025 het besluit genomen om het pand te renoveren c.q. aan te passen aan de minimale wettelijk verplichte vereisten voor verduurzaming. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat het pand nog zeker 20 jaar door geëxploiteerd kan worden. Het investerings- en

financieringsbesluit is verankerd in deze meerjarenbegroting 2027. De formele start van de renovatie

en verduurzaming staat gepland in de tweede helft van 2026 en het werk loopt door in 2027.

8.4.9

Rechtmatigheidsverantwoording

Over 2023 tot en met 2025 heeft het dagelijks bestuur de rechtmatigheidsverantwoording reeds

opgenomen in de jaarstukken. De onderbouwing van deze rechtmatigheidsverantwoording komt tot

stand vanuit de verbijzonderde interne controle die wordt uitgevoerd op basis van het verbijzonderd intern controleplan. Op basis van de bevindingen uit het verleden verwachten wij niet dat het

Controleplan voor 2026 en 2027 moet worden aangepast. Mocht dit wel noodzakelijk zijn, blijkend uit

de bevindingen uit de controles over het boekjaar 2025, zullen wij dit middels een tussentijdse rapportage kenbaar maken aan het bestuur.

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 42 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Financiële begroting Staat van Baten en Lasten (bedragen x € 1.000) Be groting 2 0 2 7

Sta a t va n b a te n e n la ste n

Ba te n

La ste n

G e wij zigd e b e groting 2 0 2 6 Sa ld o

Ba te n

La ste n

Sa ld o

J a a rre ke ning 2 0 2 5 Ba te n

La ste n

Sa ld o

Omschrijving programma: Ondersteuning Gegevensbeheer Algemeen

-

-

-

4.101

3.039

1.062

10

10

3.877

2.835

-

-

-

-

1.042

3.859

2.457

1.402

BAG-administratie

410

286

124

394

271

123

330

249

81

WOZ-administratie

4.778

3.635

1.143

4.417

3.296

1.121

5.256

3.615

1.641

Dienstverlening Sub tota a l p rogra mma ' s

8.021

6.114

1.907

7.667

5.796

1.871

8.038

5.263

2.775

17.310

13.074

4.236

16.365

12.208

4.157

17.483

11.583

5.900

Omschrijving algemene dekkingsmiddelen: Algemene dekkingsmiddelen

-

-

-

-

-

-

Sub tota a l a lge me ne d e kkingsmid d e le n

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Gerealiseerde kosten Overhead

-

4.236

-4.236

-

4.157

-4.157

-

3.631

-3.631

Vennootschapsbelasting

-

-

-

-

-

-

-

-

17.310

17.310

-

16.365

16.365

17.483

15.214

2.269

G e re a lise e rd e tota a l sa ld o va n b a te n e n la ste n

-

Toevoeging/onttrekking aan reserves: Mutaties in reserves

-

-

-

-

-

-

207

-

207

Sub tota a l muta tie s re se rve s

-

-

-

-

-

-

207

-

207

17.310

17.310

-

16.365

16.365

-

17.690

15.214

2.476

G e re a lise e rd e re sulta a t

Zie voor de toelichting op de staat van baten en lasten de toelichtingen per programma.

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 43 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Staat van incidentele baten en lasten Programma

Kostensoort

Omschrijving

2027

Incidentele lasten

Totaal incidentele lasten Incidentele baten

Totaal incidentele baten Incidenteel resultaat

Toelichting

In deze begroting zijn geen incidentele baten en lasten opgenomen.

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 44 van 50

2028

(bedragen in x € 1.000)

2029

2030

2031

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Overzicht baten en lasten per taakveld Hieronder is het overzicht baten en lasten per taakveld weergegeven. Categorie

0.4 0.5

0.61 0.62 0.64 0.8 7.2 7.3

Omschrijving

Realisatie 2025

LASTEN

0.61 0.62 0.64 0.8 7.2 7.3

4.157

4.236

OZB-woningen

6.529

6.526

6.997

Belastingen overig

3.130

3.338

3.493

47

OZB-niet woningen Overige baten en lasten Riolering Afval

1.029 -

BATEN

Mutaties reserves

47

1.030 -

48

1.103 -

635

677

709

15.642

16.476

17.320

658

207

701

-

734

-

OZB-woningen

2.918

2.696

2.858

Belastingen overig

9.750

9.009

9.550

Riolering

1.979

1.829

1.939

18.118

16.476

17.320

Totale lasten

15.642

16.476

17.320

Gerealiseerd saldo

2.476

-

-

OZB-niet woningen Overige baten en lasten Afval

527 688

2.049

Totale baten

8 april 2026

na wijziging

3.615

Treasury

Totaal baten

Versie 1.0

Begroting 2027

Overhead

Totaal lasten

0.10

(bedragen in x € 1.000)

Begroting 2026

18.118

Pagina 45 van 50

487 561

1.893

16.476

517 450

2.007

17.320

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

11.1 Meerjaren overzicht baten en lasten per taakveld C ate g o rie Omschrijving LAST EN 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB-woningen 0.62 OZB-niet woningen 0.64 Belastingen overig 0.8 Overige baten en lasten 7.2 Riolering 7.3 Afval

BAT EN 0.10 Mutaties reserves 0.61 OZB-woningen 0.62 OZB-niet woningen 0.64 Belastingen overig 0.8 Overige baten en lasten 7.2 Riolering 7.3 Afval Totale lasten Totale baten Ge re alise e rd sald o

Versie 1.0

8 april 2026

Be g ro ting 2027

Ge wijzig d e b e g ro ting 2026

Be g ro ting 2028

Be g ro ting 2029

(bedragen x € 1.000) Be g ro ting 2030

T o taal laste n

4.157 47 6.526 1.030 3.338 677 701 16.476

4.236 48 6.997 1.103 3.493 709 734 17.320

4.532 45 7.137 1.125 3.563 723 749 17.874

4.545 42 7.280 1.148 3.634 738 764 18.150

4.680 39 7.426 1.171 3.707 752 779 18.553

T o taal b ate n

2.696 487 9.009 561 1.829 1.893 16.476

2.858 517 9.550 450 1.939 2.007 17.320

53 2.928 527 9.791 450 2.027 2.097 17.873

53 2.972 522 9.972 450 2.055 2.126 18.150

53 3.041 543 10.181 450 2.106 2.179 18.553

16.476 16.476 -

17.320 17.320 -

17.874 17.873 -

18.150 18.150 -

18.553 18.553 -

Pagina 46 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Geprognosticeerde balans 2027 - 2030 Hieronder is de balans weergegeven met de geprognosticeerde cijfers voor de jaren 2027-2030. (bedragen x € 1.000) Activa

3 1 -1 2 -2 0 2 5 3 1 -1 2 -2 0 2 6 3 1 -1 2 -2 0 2 7 3 1 -1 2 -2 0 2 8 3 1 -1 2 -2 0 2 9 3 1 -1 2 -2 0 3 0

Vaste activa

1.660

2.453

4.649

4.222

4.100

3.975

Vlottende activa

35.847

4.253

2.068

2.404

2.431

2.458

Liquide middelen

488

480

480

480

480

480

Overlopende activa

965

965

965

965

965

965

38.960

8.151

8.162

8.071

7.976

7.878

T ota a l P a ssiva Eigen vermogen

3 1 -1 2 -2 0 2 5 3 1 -1 2 -2 0 2 6 3 1 -1 2 -2 0 2 7 3 1 -1 2 -2 0 2 8 3 1 -1 2 -2 0 2 9 3 1 -1 2 -2 0 3 0 814

1.864

1.864

1.811

1.758

Gerealiseerd resultaat

2.476

-

-

-

-

-

T ota a l e ige n ve rmoge n

3.290

1.864

1.864

1.811

1.758

1.705 414

Voorzieningen

1.705

525

414

414

414

414

Langlopende schulden

1.156

1.048

936

819

697

570

Vlottende passiva

29.419

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Overlopende passiva T ota a l

Versie 1.0

8 april 2026

4.570

3.870

3.947

4.026

4.107

4.189

38.960

8.196

8.162

8.071

7.976

7.878

Pagina 47 van 50

Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Investeringsoverzicht Voor 2027 staat de volgende investering gepland. Afschrijving op deze investering vindt plaats met

ingang van 2028. De start van de investering begint in 2026 en is om deze reden ook opgenomen in de 1e wijziging van de begroting 2026. Investeringsoverzicht

Bedrag

Verbouwing gebouw

€ 3.520.000

Totaal

Afschrijvingstermijn 20 jaar

€ 3.520.000

De totale kapitaalsbehoefte voor de verbouwing van het gebouw betreft €3.700.000. Hiervan komt

€180.000 ten laste van de exploitatie. Het krediet voor de verbouwing betreft zodoende € 3.520.000. De werkzaamheden voor de verbouwing van het gebouw starten na vaststelling van de 1e wijziging

begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027. De verwachting is dat de besteding voor 25% van het krediet in 2026 plaats vindt, de overige 75% in 2027.

Versie 1.0

8 april 2026

Pagina 48 van 50

Beleidsindicatoren Begroting 2027 No.

T a a kve ld

1

Bestuur en ondersteuning Formatie

Fte per 1.000 inwoners

0,082 Fte per 1.000 inwoners

2

Bestuur en ondersteuning Bezetting

Fte per 1.000 inwoners

0,086 mdw. per 1.000 inwoners

3

Bestuur en ondersteuning Apparaatskosten

Kosten per inwoner

4

Bestuur en ondersteuning Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom

15,22% Kosten als % van totale loonsom

+ totale kosten inhuur externen

+ totale kosten inhuur externen

5

Na a m b e le id sind ica tor

Bestuur en ondersteuning Overhead

E e nhe id

Kosten als % van de totale lasten

Pagina 49 van 50

Wa a rd e

€

E e nhe id

15,48 Kosten per inwoner

24,7% % van de totale lasten

Specificatie kosten per deelnemer Specificatie kosten per deelnemer begroting 2027 G e ge ve nsb e he e r

a a nta l ob j e cte n

b e d ra g p e r ob j e ct / tota a l b ij d ra ge

a a nta l WOZob j e cte n

G e ge ve nsb e he e r BAG

b e d ra g p e r ob j e ct / tota a l b ij d ra ge

a a nta l BAG ob j e cte n

b e d ra g T ota a l p e r ob j e ct / ge ge ve nsb e tota a l he e r BAG b ij d ra ge

WOZ-a d ministra tie

a a nta l ob j e cte n

b e d ra g p e r ob j e ct / tota a l b ij d ra ge

Die nstve rle ning

a a nta l a a nsla ge n

b e d ra g p e r re ge l / tota a l b ij d ra ge

P rogra mma koste n

4.101

205

205

4.778

7.571

T a rie f p rogra mma

5,106

0,626

1,623

14,585

1,859

Alblasserdam Albrandswaard Altena

9.961 11.932 28.024

50.863 60.927 143.096

9.961 11.932 28.024

6.241 7.475 17.557

9.961

16.169

28.024

Geertruidenberg Goeree-Overflakkee

11.847 31.912

60.493 162.949

11.847 31.912

7.422 19.993

18.190 19.154 9.807 16.330 24.673

Barendrecht Drimmelen

Hardinxveld-Giessendam Hoeksche Waard Krimpenerwaard Lansingerland Nieuwkoop Ridderkerk Voorne aan Zee

23.143 14.163

8.971 46.912

29.035 30.573 15.653 26.066 39.382

118.172 72.319

45.808 239.541

148.258 156.111 79.927 133.098 201.092

Hollandse Delta

475.559

2.428.293

T ota a l

803.133

4.100.948

23.143 14.163

8.971 46.912

14.499 8.873

5.620 29.390

29.035 30.573 15.653 26.066 39.382

45.488

22.409 7.475 63.045

9.961 11.932 28.024

145.279 174.026 408.724

48.941 72.193 189.007

90.974 134.196 351.337

309.525 376.625 966.202

11.847 31.912

19.230 51.799

26.652 71.792

11.847 31.912

172.786 465.430

61.144 186.491

113.658 346.660

373.589 1.046.830

29.035

47.129

15.653

25.408

320.779 353.820 171.002 251.466 386.700

957.826 974.986 514.439 781.061 1.186.843

14.499 8.873

5.620 29.390

65.320 19.154 35.214 16.330 24.673

23.143 14.163

8.971 46.912

29.035 30.573 15.653 26.066 39.382

337.536 206.564

130.840 684.202

423.469 445.901 228.296 380.167 574.378

105.861 100.312

58.920 342.465

172.568 190.343 91.993 135.280 208.031

2.109.594 327.574

205.223

Pagina 50 van 50

T ota le koste n

126.432

205.223

410.446

327.574

4.777.599

4.073.143

196.780 186.466

109.524 636.593

3.921.433

666.988 474.222

291.792 1.589.727

6.349.726

7.571.389 16.860.381

A.B. 26/34 D.B. 26/12 Aan vertegenwoordigende organen deelnemers GR SVHW Onderwerp: Kosteloze herinnering In de Ontwerpbegroting 2027 van SVHW is ervan uitgegaan, dat er geen nieuw beleid uitgevoerd wordt. Er is echter één beleidsonderwerp waarop het Algemeen Bestuur (AB) van SVHW de

vertegenwoordigende organen vraagt om een zienswijze. Dit betreft het al dan niet toevoegen van de

kosteloze herinnering aan het invorderingsproces bij SVHW. Vooralsnog heeft het AB SVHW naar

aanleiding van een tweetal pilots besloten geen wijziging door te voeren in het invorderingsproces.

Hiervoor zijn meerdere argumenten. Eén argument raakt echter uw budgetrecht, omdat de pilots laten

zien dat bij invoering van een kosteloze herinnering de opbrengsten uit invorderingskosten (en daarmee uw inkomsten) significant kunnen dalen. Daarom heeft het AB SVHW besloten u bij de

begroting 2027 om een zienswijze te vragen. In deze memo wordt u geïnformeerd om tot een goede

zienswijze te kunnen komen.

1. Aanleiding: Sociaal Maatschappelijk Verantwoord Invorderen (SMVI)

SVHW probeert enerzijds de belastingopbrengsten voor haar deelnemers te optimaliseren en anderzijds de menselijke maat in het invorderingsproces toe te passen in het bijzonder voor de kwetsbare belastingplichtigen. Daarom heeft SVHW een pakket aan samenhangende maatregelen om sociaal verantwoord in te vorderen. Waar SVHW nu mee werkt is: • • •

Het hanteren van een betalingstermijn van drie maanden in plaats van de wettelijke zes weken; De mogelijkheid om met een automatische incasso in tien maandelijkse termijnen te betalen;

De mogelijkheid om binnen twee weken na ontvangst van een aanmaning alsnog een automatische incasso af te geven;

• • •

Het op verzoek opsturen van een betaallink via email of sms; Het treffen van individuele betalingsregelingen;

Gebruik Incasso Op Maat voor flexibel incasseren waarbij belastingplichtigen het incassomoment kunnen bepalen;

•

Belacties en huisbezoeken om met een persoonlijke aanpak de kwetsbare mensen in de samenleving te begeleiden naar praktische oplossingen en om kostenstapeling te voorkomen.

Al een aantal jaren wordt overwogen om ook het instrument van de kosteloze herinnering hieraan toe

te voegen. Op dit moment ontvangt de belastingplichtige na het verstrijken van de betalingstermijn van drie maanden gelijk een aanmaning met aanmaningskosten. Voor 2026 bedragen de

aanmaningskosten € 10 voor een openstaand bedrag tot en met € 454 en voor bedragen daarboven zijn de aanmaningskosten € 22. Een volgende stap in het invorderingstraject is het sturen van een

dwangbevel, eveneens met bijbehorende invorderingskosten. Het is mogelijk om voorafgaand aan de aanmaning eerst nog een kosteloze herinnering te sturen aan de belastingplichtige. Op die manier

kunnen aanmaningskosten voorkomen worden. Het is voor overheden wettelijk toegestaan om zonder kosteloze herinnering het aanmaningsproces te starten. De tarieven voor invorderingskosten zijn wettelijk vastgelegd.

Het invoeren van de kosteloze herinnering kent voor SVHW dus al een lange geschiedenis. In november 2023 heeft het AB SVHW zich hier opnieuw over gebogen en uitgesproken de kosteloze

betalingsherinnering in te willen voeren. De ambitie was invoering per 1 januari 2025 en hiervoor in Pagina 1 van 4

A.B. 26/34 2024 een pilot te starten. Uit deze pilot bleek onder meer dat de kosteloze herinnering succesvol is,

voor wat betreft het betaalgedrag van de belastingplichtigen en de door de belastingplichtigen ervaren menselijke maat. Het te verwachten effect op de opbrengsten invorderingskosten is echter groot. Het

AB SVHW heeft daarop besloten de invoering van de kosteloze betalingsherinnering uit te stellen, een tweede bredere pilot uit te voeren en te onderzoeken of het risico op een significante daling van de

opbrengst invorderingskosten verminderd kan worden door in samenhang te treffen andere maatregelen. 2. Pilots

De eerste pilot

In 2024 heeft een pilot plaats gevonden ter onderbouwing van een besluit om voor SVHW de kosteloze

herinnering in te voeren. De pilot omvatte een representatief aantal kosteloze herinneringen uit het aanslagkohier van 31 mei 2024. Dit kohier bevatte in hoofdzaak aanslagen van WSHD (eigenaren

woningen) voor het gebied van niet-SVHW deelnemers. Door deze kosteloze herinnering daalde het

aantal aanmaningen met 40%. Zonder kosteloze herinnering hadden 40% meer belastingplichtigen een

aanmaning ontvangen en aanmaningskosten moeten betalen. Ervaringscijfers wijzen uit dat ongeveer

50% van de niet betaalde vorderingen na een aanmaning uitmondt in een dwangbevel. De

invorderingskosten bij een dwangbevel zijn significant hoger dan bij een aanmaning. Door de kosteloze

herinnering lag het aantal dwangbevelen in de pilot echter ook 40% lager dan normaal gesproken. Dit was vooraf niet verwacht.

Als dit lager aantal aanmaningen en dwangbevelen zou worden geëxtrapoleerd over het totale aantal

aanslagen van SVHW (gesteld op 700.000) zou dit kunnen leiden tot een derving met 40% van de opbrengst invorderingskosten van per saldo bruto ca. € 1,7 miljoen.

De pilot kende positieve reacties vanuit de belastingbetaler: de kosteloze herinnering werd als meer

menselijke maat ervaren en er werd sneller betaald. De derving van de opbrengst invorderingskosten

riep de vraag op of de pilot voldoende representatief was, omdat het voornamelijk eigenaren van woningen betrof en alleen waterschapsbelasting. Tweede pilot

Omdat in eerste pilot voornamelijk eigenaren woningen voor het waterschap betrof, besloot het AB SVHW

om een tweede, meer representatieve pilot uit te voeren. In juni 2025 is een pilot uitgevoerd met een

selectie

van

belastingplichtigen

van

alle

deelnemers

met

aanslagen

voor

gebruikers-

en

eigendomsbelasting. Daarmee is de steekproef zeer representatief voor heel SVHW. Er zijn ruim 10.000

kosteloze herinneringen gestuurd. Ook in de tweede pilot bleek 40% van de belastingplichtigen door de

kosteloze herinnering een betaling te hebben gedaan of regeling te hebben getroffen met SVHW bij de start van het aanmaningsproces in juli (effectief dus een betaaltermijn van ca. vier maanden voor

aanmaning). Dit is dus in lijn met de eerste pilot. Uiteindelijk is er op de steekproef per medio oktober een aantal dwangbevelen uitgestuurd, wat op ongeveer 30% van de oorspronkelijke steekproef lag. Dit

was dus ook 40% lager dan gebruikelijk is in de situatie zonder een kosteloze herinnering. Het beeld uit deze tweede steekproef is dus gelijk aan de eerste steekproef. Het gemiddelde bedrag aan kosten voor

het dwangbevel ligt wel hoger dan bij de eerdere pilot, omdat de februari run voor een groot deel

gecombineerde en dus hogere aanslagen bevat en de wettelijke kosten hoger liggen dan vorig jaar.

Omdat de tweede pilot deel uitmaakte van het grote kohier van februari/ maart is ook een vergelijking mogelijk met de overige openstaande posten die wel gelijk een aanmaning hebben ontvangen. Ook Pagina 2 van 4

A.B. 26/34 daaruit bleek dat ongeveer 50% van de openstaande posten uiteindelijk leidde tot een dwangbevel per medio oktober. Deze verhouding geldt ook voor de februari kohieren uit 2024 en 2023. Van de

openstaande vorderingen die in de pilot voor een kosteloze herinnering in aanmerking kwamen leidde

slechts 30% tot een dwangbevel.

Per saldo zijn de conclusies uit de tweede pilot hetzelfde als uit de eerste pilot: de derving opbrengst

invorderingskosten kan, zoals bij de eerste pilot berekend, meer dan bruto € 1,7 miljoen bedragen.

Hierbij is het resultaat uit de pilots geëxtrapoleerd naar een kosteloze herinnering bij alle niet betaalde

aanslagen uitgaande van 700.000 aanslagen en is geen rekening gehouden met de stijging van het tarief voor dwangbevelen en oninbare vorderingen. De indicatieve effecten per deelnemer zijn opgenomen in de bijlage.

3. Overige overwegingen

Er is naast de derving opbrengst invorderingskosten een aantal andere overwegingen, dat moet worden

meegenomen bij de keuze om wel of geen kosteloze herinnering bij SVHW door te voeren: •

Jaarlijkse ervaringscijfers tot nu toe waren dat 10-11% van het aantal aanslagen leidt tot aanmaningen;

•

Uit twee pilots mogen we concluderen, dat door de kosteloze herinnering de terugval zowel in

het aantal aanmaningen als dwangbevelen ca. 40% bedraagt ten opzichte van andere jaren en

model staat voor alle aanslagen. Het effect op de invorderingsmaatregelen bij kosteloze

herinneringen op de langere termijn is uiteraard onbekend. Wellicht gaat het effect verloren als kosteloze herinneringen “normaal” worden; •

In de toekomst worden kosteloze herinneringen mogelijk wettelijk verplicht. Op dit moment

wordt hier niet actief aan gewerkt. In 2024 heeft de staatssecretaris van BZK wel een oproep

gedaan de kosteloze herinnering in het invorderingsproces op te nemen. Uit een inventarisatie in 2023 is gebleken dat ongeveer de helft van de belastingkantoren met een kosteloze herinnering werkt;

•

Enkele recent toegetreden deelnemers waren tot voor kort gewend aan kosteloze herinneringen en enkele deelnemers doen dit voor overige heffingen/ leges wel;

•

Uitrol van kosteloze herinneringen is alleen mogelijk als alle deelnemers hiertoe besluiten. Dit

vanwege gecombineerde aanslagen en hogere kosten/ inefficiëntie; •

Het is mogelijk om de structurele wanbetalers uit te sluiten van het versturen van een kosteloze herinnering;

• •

De opbrengsten voor invorderingskosten is geen verdienmodel voor deelnemers;

De gemeentelijke deelnemers nemen bezuinigingsmaatregelen voor het ravijnjaar 2026 en verder;

•

Het daarom voor deelnemers wenselijk is om niet eerder dan in 2027 de kosteloze herinnering

•

Bij de invoering van kosteloze herinneringen in samenhang met een aantal andere maatregelen

in te voeren;

zoals gecombineerde aanslagen voor het waterschap, wordt de daling van de opbrengst

invorderingskosten in te beperkte mate gecompenseerd; •

Bedrijven zijn al wel wettelijk verplicht om aan hun klanten altijd eerst een herinnering te sturen

als die niet op tijd de rekening betalen. Pas als klanten dan nog niet betalen, mogen bedrijven

een opgehoogde factuur sturen. Maar voor overheden geldt dat nu niet. Zij mogen meteen aanmaningskosten in rekening brengen. De betaaltermijn voor bedrijven is doorgaans ook korter

en de factuur betreft doorgaans consumptie en geen belastingen;

Pagina 3 van 4

A.B. 26/34 •

De daling van de opbrengst invorderingskosten moet bij de deelnemers gedekt worden. Als dit met belastingverhoging gebeurt, gaat dit ten koste van de belastingplichtigen die wel op tijd betalen of een automatische incasso hebben;

•

De ervaring leert dat de kosteloze herinnering vooral belastingplichtigen activeert, die de verplichting kunnen betalen. Het is dus niet per definitie een maatregel die de kwetsbare belastingplichtige helpt. Daarom is het geëxtrapoleerde bedrag een brutobedrag, dus zonder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=5d1d795a-3e04-45ee-af64-9ad0bba8ebc1