2.60 SVHW, Aanbiedingsbrief voor zienswijze begroting 2027 + begroting 2027
Tekst van het document
Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling Postbus 7059 3286 ZH Klaaswaal
Aan de Raad van de deelnemende gemeente van SVHW
Aan de Verenigde Vergadering van het Waterschap Hollandse Delta
Tel 0186 57 72 22 0800 020 08 73 www.svhw.nl Rekening: NL81 BNGH 0285 0843 21
uw kenmerk
uw brief van
Onderwerp
ons kenmerk
datum
2026-1/MH
9 april 2026 bijlage n
Aanbieden voor zienswijze van Ontwerpbegroting 2027 en het niet doorvoeren van de kosteloze herinnering
2
Geachte leden van de Raad en de Verenigde Vergadering, Bijgaand ontvangt u de Ontwerpbegroting 2027 met meerjarenraming 2028-2031 van SVHW, zoals deze
behandeld is door het Algemeen Bestuur SVHW op 8 april 2026. Ook ontvangt u een korte memo over de pilots kosteloze herinnering die geleid hebben tot het aanhouden van het huidige invorderingsproces zonder een kosteloze herinnering. Wij vragen u om een zienswijze op de Ontwerpbegroting 2027 en u daarbij indien gewenst specifiek uit te spreken over het niet doorvoeren van een kosteloze herinnering in het invorderingsproces.
Als bijlage treft u aan: 1.
2.
Begroting 2027;
Memo kosteloze herinnering.
Hieronder wordt volstaan met een beknopte toelichting over de Ontwerpbegroting. Voor een uitgebreidere toelichting verwijzen wij u kortheidshalve naar de bijgevoegde Ontwerpbegroting 2027.
In de Begroting 2027 zijn de afspraken uit de Kadernota 2027 verwerkt. Naast de Kadernota 2027 zijn ook de
structurele effecten uit de Jaarrekening 2025 opgenomen in de Begroting 2027. Deze effecten leiden tot lagere kosten met name door inkoopvoordelen en een lagere vergoeding voor proceskosten.
Ook is in de Begroting een aanpassing gedaan in de KPI’s voor de strategie. De nieuwe KPI’s zijn voor de
Jaarrekening 2025 voor het eerst ontwikkeld en gemeten. Daardoor is meer zicht gekomen op de haalbaarheid
van de KPI’s. Het doel van de KPI’s is om richting te geven en te groeien naar de ambities uit 2030. Door de KPI’s verder te analyseren kunnen we de juiste projecten en maatregelen uitvoeren om de dienstverlening te
verbeteren en te ontwikkelen richting de ambities uit de strategie. Waar nodig worden n de KPI’s bijgesteld. Er zijn geen grote beleidsveranderingen in de Begroting 2027 opgenomen. Over het al dan niet doorvoeren van een kosteloze herinnering voorafgaand aan de aanmaning wordt bij de zienswijze procedure voor de Begroting 2027 specifiek een zienswijze gevraagd aan de vertegenwoordigende organen.
Tenslotte is in de Begroting 2027 het investeringsbesluit van het AB van 4 februari 2026 om het kantoorpand
van SVWH te verduurzamen verwerkt. De investering wordt vanaf 2028 afgeschreven, rekening houdend met de resultaatbestemming 2025.
Pagina 1 van 5
Financieel beeld Begroting 2027
Het financiële beeld ziet er als volgt uit: Omschrijving Lasten
Baten Deelnemersbijdrage Opbrengst invorderingskosten Teruggave opbrengst invorderingskosten Overige opbrengsten en renteopbrengst Totaal baten Onttrekking reserve Resultaat begrotingsjaar
(bedragen x € 1.000)
Jaarrekening 2025
Begroting 2026
Gewijzigde begroting
(primair)
2026
Begroting 2027
15.642
17.544
16.476
17.320
17.012
17.084
15.905
16.860
3.531
2.792
3.000
3.060
-3.531
-2.792
-3.000
-3.060
899
460
571
460
17.911
17.544
16.476
17.320
-
-
-
-
207 2.476
-
Per saldo zijn de totale lasten (€ 16.476.000) in de eerste Begrotingswijziging 2026 € 1.068.000 lager dan in de Begroting 2026 (€ 17.544.000). In de Kadernota 2027 was voor 2026 rekening gehouden met hogere lasten van € 355.000 ten opzichte van de primaire Begroting 2026. Dit geeft per saldo een verschil van € 1.423.000 ten opzichte van de Kadernota 2027. Bij de Kadernota 2027 waren de uitkomsten van de Jaarrekening 2025 nog niet bekend. Per saldo zijn de totale lasten (€ 17.371.000) in de Begroting 2027 € 399.000 lager dan in de Meerjarenbegroting 2026 (de totale lasten in de Meerjarenbegroting 2026 waren voor 2027 € 17.719.000). Ten opzichte van de bedragen in de Kadernota 2027 zijn de totale lasten in de Begroting 2027 € 1.126.000 lager uitgekomen (de totale lasten in de Kadernota waren € 18.446.000). Zoals hierboven al staat vermeld waren bij de Kadernota 2027 de uitkomsten van de Jaarrekening 2025 nog niet bekend.
Pagina 2 van 5
Onderstaand overzicht geeft alle effecten weer uit de eerste Begrotingswijziging 2026 en de Kadernota 2027 ten opzichte van die jaren in de oorspronkelijke Meerjarenbegroting 2026: (bedragen x € 1.000) Omschrijving
Gewijzigde Begroting 2026
Incidenteel / Kadernota 2027
structureel
Ontwikkelingen opgenomen in de Kadernota 2027: Materiële kosten indexering
33
99
Structureel
Personele kosten indexering
54
268
Structureel
Kosten gebruik Basisregistratie Personen
13
13
Structureel
Stelpost EU-aanbestedingen
25
25
Structureel
80
80
Structureel
-
150
Structureel
Totaal ontwikkeling lasten Kadernota 2027
205
635
Lagere (overige) personeelskosten i.v.m. in te vullen vacatures
-646
-
Incidenteel
Lagere kosten aanslagen
-272
-272
Structureel
79
79
Structureel
Lagere proceskosten
-403
-403
Structureel
Lagere telefoonkosten
-71
-71
Structureel
Vrijval kapitaallasten
-82
-
Incidenteel
Lagere kosten voor controle belastingen
-15
-15
Structureel
Hogere kosten voor contributies
26
26
Structureel
Totaal 1e Begrotingswijziging 2026
-1.384
-656
Totaal ontwikkeling lasten
-1.179
-21
Extra werkzaamheden nieuwe belastingen
(verblijfsbelasting, ondernemersfonds etc.) Mutatiesignalering vanwege Omgevingswet
Hogere kosten dwanginvordering
Deelnemers In 2027 zal geen nieuwe deelnemer toetreden. Eventuele te maken kosten voor potentiële nieuwe toetreders worden aan hen doorbelast. Toename aanslagregels In deze Begroting 2027 zijn de aantallen uit de Jaarrekening 2025 geactualiseerd door bijvoorbeeld rekening te houden met nieuwe belastingsoorten die een gemeente in gaat voeren of gevoerd heeft. Door voornoemde aanpassingen ontstaat er in de begroting 2027 een zuiver beeld van de toerekening van de kosten. Bijdrage deelnemers
Voor het bepalen van de deelnemersbijdrage worden per programma de volgende tarieven gehanteerd. Tariefomschrijving
Kosten
Eenheid
Gegevensbeheer algemeen – tarief per object (gemeenten en waterschap)
€ 5,106
Per belastbaar object
BAG administratie – tarief per BAG-object (BAG-deelnemers)
€ 1,623
Per WOZ-object
BAG administratie – tarief bijdrage efficiencykorting per WOZ-object (alle gemeenten)
€ 0,626
Per WOZ-object
WOZ administratie – tarief per object (gemeenten)
€ 14,585
Per WOZ-object
Dienstverlening – tarief per gewogen aanslagregel (gemeenten en waterschap)
€ 1,859
Per aanslagregel
Pagina 3 van 5
De onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de deelnemersbijdrage. (bedragen x 1.000 euro) Begroting 2026
Gewijzigde begroting 2026
Begroting 2027
Alblasserdam
305
291
310
Albrandswaard
377
354
377
Altena
960
909
966
Barendrecht
665
625
667
Drimmelen
510
446
474
Geertruidenberg
417
351
374
1.031
984
1.047
Deelnemer
Goeree-Overflakkee
261
274
292
Hoeksche Waard
1.579
1.494
1.590
Krimpenerwaard
956
900
958
Lansingerland
992
915
975
Nieuwkoop
494
483
514
Ridderkerk
781
733
781
1.157
1.113
1.186
Hardinxveld-Giessendam
Voorne aan Zee Hollandse Delta
6.599
6.033
6.349
Totaal
17.084
15.905
16.860
De WOZ-kostenfactuur voor het waterschap is vanaf 2026 niet meegenomen. De opbrengst invorderingskosten wordt vanaf 2025 met de belastingopbrengsten aan de deelnemers uitgekeerd. Hierbij wordt de verdeling van het programma Dienstverlening aangehouden. In onderstaande tabel laten wij zien hoe de opbrengst invorderingskosten is toegerekend aan de deelnemers. (bedragen x € 1.000) Invorderingsopbrengsten
Percentage
Begroting 2027
Alblasserdam
1,36%
Albrandswaard
1,77%
37 54
Altena
4,64%
142
Barendrecht
2,60%
80
Drimmelen
2,46%
75
Geertruidenberg
1,50%
46
Goeree-Overflakkee
4,58%
140
Hardinxveld-Giessendam
1,41%
44
Hoeksche Waard
8,41%
257
Krimpenerwaard
4,24%
130
Lansingerland
4,67%
143
Nieuwkoop
2,18%
69
Ridderkerk
3,27%
102
Voorne aan Zee
5,11%
156
Hollandse Delta
51,80%
1.585
100%
3.060
Totaal
Pagina 4 van 5
De volgende behandeling is voorzien: 1.
18 maart 2026:
Bespreking begroting 2027 in het DB;
3.
8 april 2026:
Bespreking begroting 2027 in het AB
2. 4.
31 maart 2026:
9 april 2026:
5.
10 april 2026– 1 juli 2026:
7.
1 september 2026:
6.
8.
9.
26 augustus 2026:
9 september 2026:
10 september 2026:
Inhoudelijke toelichting begroting 2027 in de AC;
Aanbieding begroting 2027 en de memo kosteloze herinnering aan de Vertegenwoordigde Organen; 12 weken zienswijzeperiode;
Bespreking zienswijzen in DB;
Toelichting afhandeling zienswijzen in de AC;
Vaststelling begroting 2027 en beantwoording zienswijzen door het AB; Aanbieden begroting 2027 aan Gedeputeerde Staten.
Zienswijzen
Volgens artikel 68 Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) kan uw Raad of Verenigde Vergadering bij het Dagelijks Bestuur SVHW zienswijzen kenbaar maken op deze begroting.
Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de Begroting 2027, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden ter vaststelling in de vergadering op 9 september 2026. In artikel 68 Wgr is eveneens opgenomen, dat de deelnemers zorg dienen te dragen voor het ter inzage leggen van de Begroting 2027. SVHW zorgt voor publicatie op de website van SVHW.
Als de zienswijze op de kosteloze herinnering leidt tot een heroverweging van het Algemeen Bestuur met
effecten op de begroting 2027, zal de begroting 2027 hierop worden aangepast. De financiële effecten van de kosteloze herinnering zijn opgenomen in de separate memo.
Wij stellen het op prijs om uw eventuele zienswijze op de Begroting 2027 en de kosteloze herinnering uiterlijk
op 1 juli 2026 te ontvangen. Als u geen zienswijze wenst in te dienen vernemen wij dit ook graag uiterlijk op 1 juli 2026.
Hoogachtend,
Namens het Dagelijks Bestuur SVHW
Directeur
Pagina 5 van 5
Begroting 2027 Meerjarenraming 2028 - 2031
SVHW
Rijksstraatweg 3b Postbus 7059
3286 ZH Klaaswaal www.svhw.nl
(0186) 57 72 00
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 1 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Versie historie Versie
Datum
Status
0.1
11-3-2026
1e concept
1.0
18-3-2026
Definitief
1.0
31-3-2026
Definitief
1.0
8-4-2026
Definitief
1.0
9-4-2026
Aanbieden voor zienswijze
Versie 1.0
8 april 2026
Auteur
Pagina 2 van 50
Controle
Paraaf
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Inhoudsopgave
Inhoud 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
ALGEMEEN ................................................................................................................................................ 5 MISSIE ..................................................................................................................................................... 5 VISIE EN STRATEGISCHE DOELEN..................................................................................................................... 5 DEELNEMERS ............................................................................................................................................. 7 TAKENPAKKET ............................................................................................................................................ 7
2.1 2.2
UITKOMSTEN BEGROTING 2027 .................................................................................................................... 8 VERTREKPUNT............................................................................................................................................ 8
2.2.1
RESULTAAT 2025 ................................................................................................................ 8
2.2.2
DOORWERKING KADERNOTA 2027 ............................................................................................ 9
2.3
2.3.1
NADERE TOELICHTING OP DE WIJZIGINGEN IN DE BEGROTING 2027 .................................................................... 12 TOELICHTING OP DE ONTWIKKELING VAN DE OPBRENGSTEN .............................................................. 12
2.3.2
TOELICHTING OP DE ONTWIKKELING VAN DE KOSTEN ...................................................................... 16
3.1 3.2 3.3
DOEL...................................................................................................................................................... 19 ONTWIKKELINGEN BINNEN DIT PROGRAMMA.................................................................................................. 19 FINANCIËLE TOELICHTING ........................................................................................................................... 20
4.1 4.2 4.3
DOEL...................................................................................................................................................... 22 ONTWIKKELINGEN BINNEN DIT PROGRAMMA.................................................................................................. 22 FINANCIËLE TOELICHTING ........................................................................................................................... 23
5.1 5.2 5.3
DOEL...................................................................................................................................................... 25 ONTWIKKELINGEN BINNEN DIT PROGRAMMA.................................................................................................. 25 FINANCIËLE TOELICHTING ........................................................................................................................... 25
6.1 6.2 6.3
DOEL...................................................................................................................................................... 27 ONTWIKKELINGEN BINNEN DIT PROGRAMMA.................................................................................................. 27 FINANCIËLE TOELICHTING ........................................................................................................................... 27
7.1 7.2 7.3 7.4 7.5
DOEL KLANTCONTACT ................................................................................................................................ 29 DOEL HEFFINGEN ..................................................................................................................................... 29 DOEL INVORDERING .................................................................................................................................. 29 ONTWIKKELINGEN BINNEN DIT PROGRAMMA.................................................................................................. 29 FINANCIËLE TOELICHTING ........................................................................................................................... 31
8.1 8.2 8.3
PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ........................................................................... 33 PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN .............................................................................................. 36 PARAGRAAF FINANCIERING ......................................................................................................................... 36
8.3.1
ALGEMEEN ........................................................................................................................ 36
8.3.2
TREASURYBEHEER ................................................................................................................ 36
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 3 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 8.3.3
KASGELDLIMIET EN RENTERISICONORM ....................................................................................... 37
8.3.4
FINANCIERING .................................................................................................................... 38
8.3.5
RELATIEBEHEER .................................................................................................................. 38
8.3.6
TOELICHTING EMU-SALDO ................................................................................................... 38
8.4
PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING .................................................................................................................... 39
8.4.1
ALGEMEEN BESTUUR ............................................................................................................ 39
8.4.2
DAGELIJKS BESTUUR ............................................................................................................ 39
8.4.3
ORGANOGRAM ................................................................................................................... 40
8.4.4
TECHNOLOGISCHE- EN PROCESONTWIKKELINGEN .......................................................................... 40
8.4.5
NIS2 .............................................................................................................................. 41
8.4.6
INFORMATIEBEVEILIGING EN PRIVACY ......................................................................................... 41
8.4.7
INVESTERINGEN IN ICT ......................................................................................................... 42
8.4.8
HUISVESTING ..................................................................................................................... 42
8.4.9
RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING ....................................................................................... 42
11.1
Versie 1.0
MEERJAREN OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD ................................................................................. 46
8 april 2026
Pagina 4 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Inleiding 1.1
Algemeen
SVHW is voor zijn deelnemers de uitvoeringsorganisatie voor de heffing en inning van de belastingen en realiseert daarmee opbrengsten voor hun begrotingen. Voor de gemeenten zijn deze
belastingopbrengsten naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds de belangrijkste bron van
inkomsten. De begroting van het Waterschap Hollandse Delta wordt vrijwel geheel gedragen door de
belastingopbrengsten. Voor alle deelnemers is SVHW daarmee een belangrijke schakel in hun jaarlijkse exploitatie.
SVHW is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid om op een zo zorgvuldig mogelijk wijze inhoud te
geven aan zijn functie. Daarnaast vindt SVHW als zelfstandige overheidsorganisatie zijn basis in de Wet gemeenschappelijke regelingen en opereert SVHW als verlengd lokaal bestuur voor en namens zijn
deelnemers binnen de wet- en regelgeving die daarop van toepassing is. Hoe SVHW hieraan invulling geeft is beschreven in de missie, visie en strategische doelstellingen van SVHW.
1.2
Missie
In 2024 is de missie en visie van SVHW herijkt. Onze missie (hoger doel) luidt: Belastingen voor onze leefomgeving: het moet en wij doen het goed. Deze missie is in de volgende twee onderdelen op te delen: −
Belastingen voor onze leefomgeving: Niemand wordt blij van belasting betalen, maar we
kunnen er onze leefomgeving mogelijk mee maken. We hebben het dan o.a. over droge voeten, veiligheid, kwaliteit van het water en voorzieningen; −
Het moet en wij doen het goed: Het moet: Belasting betalen moeten we allemaal en we krijgen
er een mooie leefomgeving voor terug. Wij doen het goed: dat betekent efficiënt en eenvoudig. Klanten (waterschap, gemeenten, inwoners en bedrijven) mogen betrokkenheid en kwaliteit van ons verwachten
1.3
Visie en strategische doelen
Vanuit onze missie hebben wij een gewaagd doel bepaald. Dit gewaagde doel geeft richting aan waar we als organisatie voor gaan. Het gewaagde doel is:
In 2030 zijn wij een toonaangevende organisatie, waarbij minimaal 95% van onze
dienstverlening verloopt via selfservice. Met de menselijke maat: Met een tevredenheid onder medewerkers en klanten >7,5
De doelen betekenen het volgende voor SVHW: -
Toonaangevende organisatie: we willen een voorloper zijn, een organisatie waar anderen een
-
voorbeeld aan nemen. In de wereld van belastingen kijkt men naar ons op en zijn we een
-
95% Selfservice: dit is zeer ambitieus (precieze uitwerking vindt nog plaats) en geeft vooral
zichtbare speler die het voortouw neemt;
richting aan de ontwikkelingen in de organisatie.
MijnSVHW moet dan zo helder zijn dat niet alleen de aanslag, maar ook de voortgang in het dossier kan worden gezien, waar je kan betalen en de manier van betalen kunt regelen. De
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 5 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 digitale balie heeft alle gewenste informatie helder beschikbaar. Klanten kunnen hun gegevens -
aanvullen/ wijzigen/ updaten, zodat ze onderdeel worden van ons proces;
Menselijke maat: selfservice geeft ons de ruimte en tijd om maatwerk te leveren aan hen die
dat nodig hebben. De menselijke maat geldt zowel intern als extern voor alle klanten.
Om dit gewaagde doel te behalen is dit vertaald in een strategiekaart, die richting geeft aan het handelen van de organisatie. Aan deze strategiekaart zijn doelstellingen gekoppeld. Aan deze
doelstellingen wordt gewerkt. In 2025 en 2026 worden de KPI’s verder uitgewerkt, meetbaar gemaakt
en indien nodig nog geactualiseerd naar voortschrijdend inzicht. Het behalen van de doelstellingen geeft richting aan de organisatie en behoren periodiek geëvalueerd te worden op realiteitszin en
haalbaarheid. Het gaat erom de organisatie te stimuleren de goede dingen te doen en deze ook te realiseren.
SVHW werkt aan de strategie met een drietal kernwaarden als basis: Samenwerken, Vertrouwen en
Gewoon doen. Aan deze kernwaarden wordt voortdurend aandacht besteed in onze organisatie en bij de werving van collega’s en SVHW wil hierop aangesproken kunnen worden.
Onze begroting stellen wij op aan de hand van deze strategische prioriteiten waarbij wij per jaar
uitwerken wat onze doelstellingen zijn die we moeten behalen om in 2030 te staan waar wij willen staan en daarover verantwoording afleggen. Onze missie, visie en strategie zijn in het Algemeen Bestuur van 7 februari 2024 vastgesteld.
De begroting is opgesteld en verdeeld in programma’s per activiteit. Binnen deze programma’s wordt
in samenhang en integraal gewerkt aan de doelen van SVHW uit de strategie en aan de doelen die zijn afgesproken met de deelnemers in de Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Hiervoor zijn KPI’s
afgesproken waarvoor in 2025 de wijze van meten van deze KPI’s nieuw is ontwikkeld. Hierover is in het jaarverslag 2025 voor het eerst gerapporteerd. Gebleken is dat volgens de ontwikkelde maatstaf twee doelstellingen aanpassingen behoeven om realistischer te zijn.
De KPI voor Klanttevredenheid kwam in 2025 uit op 7,8 tegenover de ambitie van een 7,5. Het voorstel is om het doel voor deze KPI op 8,0 te zetten. Dit stimuleert om verder te werken met projecten die bijdragen aan verdere verbetering.
De KPI voor selfservice staat voor de mate waarin burgers hun eigen zaken kunnen regelen zonder
tussenkomst van een medewerker van SVHW. De KPI is in 2025 bepaald als 100% minus een percentage waarbij het aantal inkomende contactformulieren, telefoonmomenten en brieven worden opgeteld en
gedeeld door het aantal aanslagen. De KPI kwam over 2025 uit op 77%. Uit analyse van de aard van de contactformulieren, telefoonmomenten en brieven blijkt dat 95% te ambitieus is. Daarom is het
voorstel om het ambitieuze doel op 90% in 2030 te zetten. Dat is nog steeds een hele ambitieuze opgave, maar de haalbaarheid is realistischer.
Door de KPI’s verder te analyseren kunnen we de juiste projecten en maatregelen uitvoeren om de
dienstverlening te verbeteren en te ontwikkelen richting de ambities uit de strategie of kunnen de KPI’s worden bijgesteld. Het gewaagde doel wordt met de bijstelling van de KPI’s:
In 2030 zijn wij een toonaangevende organisatie, waarbij minimaal 90% van onze
dienstverlening verloopt via selfservice. Met de menselijke maat: Met een tevredenheid onder medewerkers > 7,5 en klanten > 8 Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 6 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
1.4
Deelnemers
De onderstaande tabel geeft het overzicht van de deelnemers per 1 januari 2026 Type deelnemer Naam organisatie Gemeente
Alblasserdam Albrandswaard Altena Barendrecht Drimmelen Geertruidenberg Goeree-Overflakkee Hardinxveld-Giessendam Hoeksche Waard Krimpenerwaard Lansingerland Nieuwkoop Ridderkerk Voorne aan Zee
Waterschap
1.5
Hollandse Delta
Takenpakket
SVHW verzorgt voor de deelnemers de volgende processen/producten: •
de volledig uitvoering van overgedragen belastingtaken, inclusief het adviseren over fiscale zaken, verordeningen en dergelijke;
• •
de volledige uitvoering van de Wet WOZ inclusief de waardebepaling;
leveren van ramingen van WOZ-waarden en overige belastingeenheden ten behoeve van de begroting;
•
het verzorgen van de financiële administratie van de belastingopbrengsten inclusief de
•
verwerken van bevolkingsmutaties, omgevingsvergunningen, kadastrale mutaties et cetera in
jaarlijkse controleverklaring;
de belastingbestanden; • •
volledige uitvoering van de BAG;
het maken van aanslagen, waarde beschikkingen, afhandelen telefonische/schriftelijke
vragen/reacties op aanslagen/waarde beschikkingen, afhandelen bezwaar- en beroepschriften; •
het invorderen van aanslagen, automatische incasso’s en beoordelen van kwijtscheldingsverzoeken;
•
het beschikbaar stellen aan de deelnemers van kadastrale kaarten, cyclorama foto's van alle gebouwen, luchtfoto’s van de hele gemeente en het leveren van vastgoedinformatie voor beheersystemen van de gemeente.
Als er sprake is van een eventuele uitbreiding van taken dan moet dit een gevolg zijn van de behoefte van de deelnemers en leiden tot verbetering van de doelmatigheid van de dienstverlening en verdere verlaging van de kosten per afgenomen dienst. De aanvullende kosten worden gedragen door afnemende deelnemer(s).
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 7 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Financiële samenvatting 2.1
Uitkomsten begroting 2027
Het financiële beeld, toegedeeld naar programma’s ziet er als volgt uit: (bedragen x € 1.000)
Omschrijving
Jaarrekening 2025
Lasten
Baten Deelnemersbijdrage Opbrengst invorderingskosten Teruggave opbrengst invorderingskosten
Overige opbrengsten en renteopbrengst Totaal baten Onttrekking reserve Resultaat begrotingsjaar
Begroting 2026
Gewijzigde
(primair)
Begroting 2027
begroting 2026
15.642
17.544
16.476
17.320
17.012
17.084
15.905
16.860
3.531
2.792
3.000
3.060
-3.531
-2.792
-3.000
-3.060
899
460
571
460
17.911
17.544
16.476
17.320
207
-
-
-
-
-
2.476
-
Per saldo zijn de totale lasten (€ 16.476.000) in de eerste begrotingswijziging 2026 € 1.068.000 lager dan in de begroting 2026 (€ 17.544.000). In de kadernota 2027 was voor 2026 rekening gehouden
met hogere lasten van € 355.000 ten opzichte van de primaire begroting 2026. Dit geeft per saldo een verschil van € 1.423.000 ten opzichte van de kadernota 2027. Bij de kadernota 2027 waren de
uitkomsten van de jaarrekening 2025 nog niet bekend.
Per saldo zijn de totale lasten (€ 17.320.000) in de begroting 2027 € 399.000 lager dan in de
meerjarenbegroting 2026 (de totale lasten in de meerjarenbegroting 2026 waren voor 2027
€ 17.719.000). Ten opzichte van de bedragen in de kadernota 2027 zijn de totale lasten in de
begroting 2027 € 1.126.000 lager uitgekomen (de totale lasten in de kadernota waren € 18.446.000).
Zoals hierboven al staat vermeld waren bij de kadernota 2027 de uitkomsten van de jaarrekening 2025 nog niet bekend.
2.2
Vertrekpunt
Het vertrekpunt is de jaarrekening 2025, de kadernota 2027 en de gewijzigde begroting 2026.
2.2.1
Resultaat 2025
De jaarrekening 2025 sluit per saldo met een positief resultaat van € 2.476.000. De totale lasten 2025
bedragen € 15.642.000 ten opzichte van € 17.426.000 begroot. De totale opbrengsten 2025 bedragen € 17.911.000 aangevuld met een onttrekking aan de reserve van € 207.000 (opgeteld € 18.118.000) ten opzichte van € 17.426.000 begroot. Het voordeel in 2025 is met name behaald door het niet kunnen invullen van vacatures, lagere proceskosten, lagere kosten aanslagen en vrijval van twee
voorzieningen. De afwijkingen in de jaarrekening 2025 met een structureel karakter zijn meegenomen
bij het opstellen van de begroting 2027. Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 8 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
2.2.2
Doorwerking Kadernota 2027
Materiele kosten
Bij het opstellen van de jaarrekening 2025 is er ook meer inzicht ontstaan in de daadwerkelijke kosten in het boekjaar 2025. Dit leidt tot een aantal structurele mutaties van € 618.000 in de eerste
begrotingswijziging 2026 ten opzichte van de Kadernota 2027. Deze mutaties zijn toegelicht in de
eerste begrotingswijziging 2026 en hebben effect op de berekende indexering in de kadernota 2027. De materiële kosten in de primaire begroting 2026 zijn geïndexeerd met 2,8% op basis van nationale consumentenprijsindex (cpi) in de septembercirculaire 2024 CPB. De septembercirculaire 2025 CPB geeft een indexatie voor de nationale consumentenprijsindex (cpi) van 3,2%. Dit betekent een verhoging van de kosten ten opzichte van de begroting 2026 van € 33.000.
Zoals eerder vermeld vindt de facturatie van het ministerie BZK vanaf boekjaar 2026 plaats via het waterschap en maakt geen onderdeel meer uit van de primaire begroting 2026 en verder.
De materiële kosten in de primaire begroting 2026 zijn voor 2027 geïndexeerd met 1% om tot de
kosten voor het jaar 2027 te komen. Door de aanhoudende inflatie is de verwachting dat de kosten van 2026 naar 2027 stijgen met 2,3%. Dit brengt een stijging van de kosten van 1,3% met zich mee wat
resulteert in een stijging van de kosten van € 99.000. Over de afschrijvingslasten en onvoorzien vindt
geen indexering plaats. De opgenomen afschrijvingslasten in de begroting 2026 zijn per abuis te hoog opgenomen. Een volledig afgeschreven actief is meegenomen in de berekening van de
afschrijvingslasten. In de eerste begrotingswijziging 2026 is dit gecorrigeerd. Hierdoor verwachten wij dat de materiele kosten per saldo uitkomen voor 2027 op € 8.086.000.
In onderstaand overzicht zijn de details van de indexering van de materiële kosten weergegeven:
(bedragen x € 1.000)
Ontwikkeling materiële kosten
2027
Totaal materiële kosten in begroting 2026
8.654
Af: 1e begrotingswijziging 2026
-618
Af: afschrijving en onvoorzien geen indexering
-422
Prijsindex 2026: 3,2% minus al doorgerekend 2,8% Materiele kosten 2026
33 7.647
Prijsindex 2027: 2,3% minus al doorgerekend 1%
99
Bij: afschrijving en onvoorzien geen indexering
422
Af: 1e begrotingswijziging 2026 correctie afschrijving Begrote materiële kosten
-82 8.086
Personele kosten
Bij het opstellen van de jaarrekening 2025 is er ook meer inzicht ontstaan in de daadwerkelijke kosten in het boekjaar 2025. Dit leidt tot een aantal structurele mutaties van € 80.000 in de eerste
begrotingswijziging 2026 overeenkomstig de Kadernota 2027. Deze mutaties zijn toegelicht in de
eerste begrotingswijziging 2026 en hebben effect op de berekende indexering in de kadernota 2027. De personele kosten in de primaire begroting 2026 zijn geïndexeerd met 4,7% op basis van de
loonvoet voor overheid in de septembercirculaire 2024 CPB. De septembercirculaire 2025 CPB geeft
een indexatie voor de loonvoet voor overheid van 5,3%. De personele kosten in de primaire begroting 2026 zijn hierdoor te laag geïndexeerd met 0,6%. Financieel betekent dit een correctie van € 54.000. Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 9 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 De Vereniging werken voor waterschappen (Vwvw) en de vakbonden FNV en CNV Overheid bereikten op 1 april 2025 overeenstemming over een onderhandelingsakkoord van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026. Per 1 januari 2026 worden de salarissen met 1,0% verhoogd en per 1 maart 2026 worden de salarissen verhoogd met het gemiddelde prijsindexcijfer (cpi). Dit betreft 3,5%. In de
begroting 2026 was rekening gehouden met een indexatie van de loonkosten van het jaar 2026 naar
2027 van 1%. De salarisstijging per 1 januari 2026 is hiermee al verwerkt. De stijging per 1 maart 2026
moet worden doorberekend over een periode van 10 maanden. Dit bekent een verhoging van de kosten ten opzichte van de begroting van € 268.000. Hierdoor verwachten wij dat de personele kosten uitkomen voor 2027 op € 9.467.000.
In onderstaand overzicht zijn de details van de indexering van de personele kosten weergegeven:
(bedragen x € 1.000)
Ontwikkeling personele kosten
2027
Totaal personele kosten in begroting 2026
9.065
Totaal voor indexatie
9.065
Prijsindex 2025: 5,3% minus al doorgerekend 4,7%
54
Bij 1e begrotingswijziging 2026 (structureel)
80
Personele kosten 2026 geïndexeerd t/m 2025
9.199
Prijsindex 2026: 3,5% (10 maanden) minus al doorgerekend 1%
268
Begrote personele kosten
9.467
Onderstaand overzicht geeft alle effecten weer uit de eerste begrotingswijziging 2026 en de Kadernota 2027 ten opzichte van die jaren in de oorspronkelijke meerjarenbegroting 2026:
(bedragen x € 1.000)
Omschrijving
Gewijzigde
begroting 2026
Kadernota 2027
Incidenteel / structureel
Ontwikkelingen opgenomen in de kadernota 2027: Materiële kosten indexering
33
99 Structureel
Personele kosten indexering
54
268 Structureel
Kosten gebruik Basisregistratie Personen
13
13 Structureel
Stelpost EU-aanbestedingen
25
25 Structureel
80
80 Structureel
Mutatiesignalering vanwege Omgevingswet
-
150 Structureel
Totaal ontwikkeling lasten kadernota 2027
205
Lagere (overige) personeelskosten i.v.m. in te vullen vacatures
-646
- Incidenteel
Lagere kosten aanslagen
-272
-272 Structureel
79
79 Structureel
Lagere proceskosten
-403
-403 Structureel
Lagere telefoonkosten
-71
-71 Structureel
Vrijval kapitaallasten
-82
- Incidenteel
Lagere kosten voor controle belastingen
-15
-15 Structureel
Hogere kosten voor contributies
26
26 Structureel
Extra werkzaamheden nieuwe belastingen
(verblijfsbelasting, ondernemersfonds etc.)
Hogere kosten dwanginvordering
635
Totaal 1e begrotingswijziging 2026
-1.384
-656
Totaal ontwikkeling lasten
-1.179
-21
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 10 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 De bovenstaande posten zijn in de eerste begrotingswijziging 2026 en de begroting 2027 toegepast. In de eerste begrotingswijziging 2026 zijn ook de kosten voor mutatiesignalering niet opgenomen.
Hierover vindt in 2026 overleg plaats met de deelnemers en effecten zijn pas voor het eerst in 2027 merkbaar.
Daarnaast is uit de jaarrekening 2025 een aantal posten naar voren gekomen met een structureel
karakter. Ook deze zijn gewijzigd ten opzichte van hetgeen in de kadernota 2027 was opgenomen. Dit betreft de volgende posten: •
De kosten aanslagen zijn lager dan begroot. Dit is met name, omdat het gewicht van de
enveloppen lager is. Er worden geen bijsluiters meer verzonden en we betalen binnen het nieuwe contract een lager tarief bij tijdige aanlevering van bestanden. Door tijdig aan te leveren kunnen de kosten structureel worden verlaagd met € 272.000 en kan deze post worden afgeraamd. •
Er is een substantiële stijging in het gemiddelde bedrag van een dwangbevel, terwijl het aantal dwangbevelen nagenoeg gelijk blijft. Het aantal beslagleggingen van 2023 en 2025 is
nagenoeg gelijk, maar doordat het tarief in 2025 40 euro hoger is dan in 2023 is er meer
opbrengst. Het aantal exploten is ook toegenomen ten opzichte van 2023. Dat leidt naast een hogere opbrengst invorderingskosten ook tot extra kosten voor de deurwaarder. Hieruit volgt een structurele verhoging van kosten voor dwanginvordering met € 79.000.
•
In de jaarrekening 2025 zijn de proceskosten aanzienlijk lager uitgevallen dan begroot en ook in voorgaande verslagjaren is uitgegeven. Hier ligt een aantal ontwikkelingen aan ten
grondslag. Allereerst is in de belastingwet de proceskostenvergoeding voor NCNP-bezwaren
verlaagd met een factor 25%, waardoor de kosten dalen. Daarnaast is het percentage gegronde bezwaren van NCNP-bureaus ook aanzienlijk gedaald en dus het recht op deze vergoeding. Voor 2026 verwachten we tenslotte dat het aantal NCNP bezwaren zal dalen, omdat enkele
grotere NCNP-bureaus hebben aangegeven dat ze geen of minder bezwaren aanleveren. In die zin lijkt het rijksbeleid om de proceskostenvergoeding te verlagen mede bij te dragen aan het terugdringen van de hoeveelheid NCNP bezwaren. Door deze ontwikkelingen ramen we vanaf
2026 de proceskosten met € 403.000 af. Dit doen we structureel. Uiteraard hebben eventuele
toekomstige groei of krimp van NCNP bezwaren effect op deze kosten. We melden dit tijdig bij
het Algemeen Bestuur als dit speelt. •
Als gevolg van een scherpe aanbesteding in 2024 en de werkelijke uitgaven in 2025 worden de kosten voor de telefoonsoftware voor het klant contactcentrum (KCC) structureel bijgesteld met € 71.000.
•
De controle op enkele belastingen is de afgelopen jaren efficiënter ingezet en leidt tot een jaarlijkse besparing van € 15.000.
•
De post kantoorkosten wordt met € 26.000 opgehoogd gelet op o.a. de stijgende
contributiekosten voor bijvoorbeeld deelname aan landelijke branche gerichte organisaties als de LVLB en LLBP (Landelijke Vereniging Lokale Belastingen en Landelijke Lokale Belasting Processen) en ESBL (Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden).
Met de berekening zoals opgenomen in bovenstaande tabel werd in de kadernota voor 2027 de
deelnemers bijdrage berekend op € 17.981.000. Hierbij is geen rekening meer gehouden met de WOZ-
kostenbijdrage voor het waterschap. De vergelijkbare deelnemersbijdrage bedraagt nu in de
voorliggende begroting 2027, € 16.860.000. Dat is ca. € 1.121.000 lager dan de kadernota 2027.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 11 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
2.3
Nadere toelichting op de wijzigingen in de Begroting 2027 2.3.1
Toelichting op de ontwikkeling van de opbrengsten
Deelnemers
In 2027 zal geen nieuwe deelnemer toetreden. Eventuele te maken kosten voor potentiële nieuwe toetreders worden aan hen doorbelast. Toename aanslagregels
In deze begroting 2027 zijn de aantallen uit de jaarrekening 2025 geactualiseerd door bijvoorbeeld
rekening te houden met nieuwe belastingsoorten die een gemeente in gaat voeren of gevoerd heeft.
Door voornoemde aanpassingen ontstaat er in de Begroting 2027 een zuiver beeld van de toerekening van de kosten.
Bijdrage deelnemers
Voor het bepalen van de deelnemersbijdrage worden per programma de volgende tarieven gehanteerd. Tariefomschrijving
Kosten
Eenheid
BAG administratie – tarief per BAG-object (BAG-deelnemers)
€ 1,623
Per WOZ-object
BAG administratie – tarief bijdrage efficiencykorting per WOZ-object (alle
€ 0,626
Per WOZ-object
WOZ administratie – tarief per object (gemeenten)
€ 14,585
Per WOZ-object
Gegevensbeheer algemeen – tarief per object (gemeenten en waterschap)
€ 5,106
gemeenten)
Dienstverlening – tarief per gewogen aanslagregel (gemeenten en waterschap)
€ 1,859
Per belastbaar object
Per aanslagregel
Toelichting tarieven 2027
De tarieven zijn vastgesteld door de programmakosten per programma te delen door het totaal aantal
eenheden binnen het programma. Hierbij is geen rekening meer gehouden met de opbrengsten vanuit
de dwanginvordering. Deze wordt apart afgedragen. Het BAG-tarief bestaat uit twee componenten: •
Een tarief per BAG-object voor de BAG-deelnemers, hiermee wordt 50% van de aan de BAG toe
te rekenen kosten gedekt; •
Een tarief per WOZ-object voor alle gemeentelijke deelnemers, aangezien alle gemeentelijke
deelnemers profiteren van het synergie-effect van de gecombineerde BAG-WOZ uitvoering bij SVHW. Hiermee wordt de andere 50% gedekt.
Het gecombineerde tarief voor het programma Dienstverlening is gebaseerd op het totaal aantal
gewogen aanslagregels. Afhankelijk van de bewerkelijkheid van de belastingsoort wordt een weging gegeven aan de aanslagregel. Op deze wijze wordt een relatie gelegd tussen de inspanning en de kosten voor de belastingsoort. SVHW hanteert de volgende wegingsfactoren: •
Wegingsfactor 1: Het proces is nagenoeg geautomatiseerd en invoer is eenmalig en eenvoudig (veelal naar aanleiding van basisregistraties);
•
Wegingsfactor 2: Jaarlijks optredende mutaties; het analyseren en verhelpen van de uitval is
•
Wegingsfactor 3: Het invoeren van jaarlijkse mutaties is complex en aanvullende
noodzakelijk en de invoer van de mutaties is redelijk eenvoudig;
controlewerkzaamheden voor de volledigheid van de belastingheffing zijn nodig.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 12 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 We gingsfa ctor 1
We gingsfa ctor 2
We gingsfa ctor 3
OZB
DifTar eindafrekening
RZB
Rioolheffing gebruiker Afvalstoffenheffing
BIZ Baatbelasting
(Dag)toeristenbelasting Watertoeristenbelasting
Ondernemersfonds Rioolheffing eigenaar
DifTar vastrecht / voorschot Reinigingsrechten Watersysteemheffing Wegenheffing
Grafrechten Precariobelasting
Hondenbelasting Forensenbelasting
Zuiveringsheffing niet-woningen Verontreinigingsheffing niet-woningen
Reclamebelasting Vermakelijkheidsretributie
Zuiveringsheffing woningen Verontreinigingsheffing woningen
Gebleken is dat er door SVHW werkzaamheden worden uitgevoerd, waarvoor nog geen kosten aan
deelnemers in rekening worden gebracht en ook nog geen extra formatie is ingezet. Dit betreft de werkzaamheden voor het ondernemersfonds. De wijze waarop dit nu aan de belastingaanslag is
toegevoegd (als tekst bij de aanslagregel voor OZB) leidt niet tot een extra aanslagregel (want het
betreft een aanvullend percentage op het OZB-percentage). Deze belastingsoort zal hoewel het geen
aparte aanslagregel wel als zodanig worden meegeteld. De hiermee samenhangende formatie was al in
de kadernota opgenomen.
Binnen de toeristenbelasting wordt sinds 2025 door sommige deelnemers ook verblijfsbelasting geheven, bijvoorbeeld vanwege het verblijf van arbeidsmigranten in de gemeente. De hiermee
samenhangende kosten bij een wegingsfactor van 3 wegen niet op tegen de extra formatie die hiervoor
nodig is. In 2026 wordt onderzocht op welke wijze deze kosten correct kunnen worden verrekend. De hiermee samenhangende formatie was al in de kadernota opgenomen. Verloop tarieven
In onderstaand overzicht is het verloop van de tarieven ten opzichte van 2026 weergegeven. Er is geen volumegroei meegenomen, waardoor hiervoor in de begroting geen dalend effect zichtbaar is.
Voorheen werd 1% volumegroei meegenomen, maar hier is vanaf de begroting 2025 vanaf gestapt.
Achteraf bleek de volumegroei toch steeds veel lager, waardoor de deelnemers een onjuist voorschot
betaalden. In de begroting 2027 stijgen de kosten voor programma Gegevensbeheer BAG in lijn met de jaarrekening 2025 en de gewijzigde begroting 2026. In de begroting 2025 en primaire begroting 2026 zijn de kosten voor de toetreding van Geertruidenberg globaal verbijzonderd. Door de extra
werkzaamheden voor de BAG is de formatie hiervoor omhooggegaan. Omdat de verdeling van de
automatiserings- en ondersteuningskosten over de programma’s op basis van fte plaatsvindt leidt dit ook op deze kostenposten tot een stijging in dit programma.
Overzicht ontwikkeling tarieven begroting 2027 ten opzichte van de primaire begroting 2026 Tariefomschrijving
Begroting 2026
Begroting 2027
Verschillen Nominaal
Percentage
Gegevensbeheer algemeen – tarief per object
€ 5,196
€ 5,106
€ - 0,090
-1,73%
BAG administratie – tarief per BAG-object
€ 1,360
€ 1,623
€ 0,263
19,35%
BAG administratie – tarief bijdrage
€ 0,523
€ 0,626
€ 0,103
19,79%
WOZ administratie – tarief per object
€ 14,074
€ 14,585
€ 0,511
3,63%
Dienstverlening – tarief per gewogen
€ 1,959
€ 1,859
€ -0,100
-5,11%
(gemeenten en waterschap) (BAG-deelnemers)
efficiencykorting per WOZ-object (alle gemeenten)
(gemeenten)
aanslagregel (gemeenten en waterschap)
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 13 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 De onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de deelnemersbijdrage. Deelnemer
Begroting 2026
Gewijzigde begroting 2026
(bedragen x 1.000 euro)
Begroting 2027
Alblasserdam
305
291
310
Albrandswaard
377
354
377
Barendrecht
665
625
667
Altena
960
Drimmelen
909
510
Geertruidenberg
966
446
474
417
351
374
Goeree-Overflakkee
1.031
984
1.047
Hoeksche Waard
1.579
1.494
1.590
Lansingerland
992
915
975
Nieuwkoop
494
483
514
Voorne aan Zee
1.157
1.113
1.186
Totaal
17.084
15.905
16.860
Hardinxveld-Giessendam
261
Krimpenerwaard
274
956
Ridderkerk
900
781
Hollandse Delta
292 958
733
6.599
781
6.033
6.349
De WOZ-kostenfactuur voor het waterschap is vanaf 2026 niet meegenomen. De opbrengst
invorderingskosten wordt vanaf 2025 met de belastingopbrengsten aan de deelnemers uitgekeerd. Hierbij wordt de verdeling van het programma Dienstverlening aangehouden.
In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de deelnemersbijdrage meerjarig weergeven. Na 2027 wordt de deelnemersbijdrage alsook de terugbetaling van de opbrengst invorderingskosten geïndexeerd met 2%. Deelnemersbijdrage
(bedragen x € 1.000)
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Alblasserdam
310
318
324
331
337
Altena
966
992
1.011
1.031
1.051
Barendrecht
667
685
698
712
726
Geertruidenberg
374
384
391
399
407
Goeree-Overflakkee
1.047
1.075
1.095
1.117
1.139
Hoeksche Waard
1.590
1.632
1.663
1.696
1.730
Lansingerland
975
1.001
1.020
1.040
1.061
Nieuwkoop
514
528
538
548
559
Voorne aan Zee
1.186
1.218
1.241
1.265
1.291
Totaal
16.860
17.309
17.637
17.986
18.347
Albrandswaard
Drimmelen
Hardinxveld-Giessendam Krimpenerwaard
Ridderkerk
Hollandse Delta
Versie 1.0
8 april 2026
377
474
292 958
781 6.349
387
487
300 984
802 6.518
Pagina 14 van 50
394
496
305
1.002
817 6.642
402
506
312
1.022
833 6.773
Begroting 2031
410
516
318
1.042
850 6.909
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 In onderstaande tabel laten wij zien hoe de opbrengst invorderingskosten is toegerekend aan de deelnemers:
(bedragen x € 1.000)
Invorderingsopbrengsten Percentage
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Begroting 2031
Alblasserdam
1,36%
37
38
38
39
40
Altena
4,64%
142
145
148
151
154
Drimmelen
2,46%
75
77
78
80
82
Geertruidenberg
1,50% 4,58%
46
140
47
143
48
146
49
149
152
Hardinxveld-Giessendam
1,41%
44
45
46
47
48
Hoeksche Waard
8,41%
257
262
268
273
278
Lansingerland
4,67%
143
146
149
152
155
Ridderkerk
3,27%
102
104
106
108
110
Albrandswaard Barendrecht
Goeree-Overflakkee
Krimpenerwaard Nieuwkoop
Voorne aan Zee
Hollandse Delta Totaal
1,77% 2,60%
4,24% 2,18% 5,11%
54 80
130 69
156
55 81
132 70
159
56 83
135 72
163
58
59
84
86 50
138
140
73
165
75
168
51,80%
1.585
1.617
1.648
1.681
1.715
100%
3.060
3.121
3.184
3.247
3.312
In de begroting 2027 is rekening gehouden met het besluit van het Algemeen Bestuur om bij het niet tijdig betalen van de belastingverplichtingen gelijk tot een aanmaning met bijbehorende
aanmaningskosten over te gaan. Daarom zijn de opbrengst invorderingskosten ingeschat op basis van
continuïteit van beleid. Het in afwijking hiervan invoeren van een kosteloze herinnering voorafgaand aan de aanmaning zou tot een daling van de opbrengst invorderingskosten kunnen leiden van
ongeveer € 1,7 miljoen op basis van de begroting 2026. Dit is gebleken uit twee uitgevoerde pilots en komt doordat zowel de aanmaningen als dwangbevelen met 40% afnemen bij een kosteloze
herinnering. Er wordt separaat om een zienswijze gevraagd van de vertegenwoordigende organen over
het niet invoeren van een kosteloze herinnering. Mochten de zienswijzen leiden tot aanpassing van het aanmaningsproces, dan wordt de opbrengst invorderingskosten ten opzichte van de begroting met
60% verlaagd. Voor de extra exploitatiekosten van SVHW wordt € 100.000 als stelpost toegevoegd aan het programma Dienstverlening. Bij de aanvraag voor een zienswijze over dit onderdeel van de begroting is een separate memo toegevoegd met meer achtergrondinformatie.
Toelichting overige Opbrengsten
Zoals eerder beschreven worden de opbrengst invorderingskosten niet meer verantwoord in de
begroting van het SVHW, maar worden deze gelijktijdig met de belastingopbrengsten teruggestort naar
de deelnemers. Naast deze opbrengsten is volgens de kadernota 2026 een opbrengst voor rentekosten van € 450.000 en overige opbrengsten van € 10.000 opgenomen.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 15 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
2.3.2
Toelichting op de ontwikkeling van de kosten
Formatie
De formatie van SVHW bedraagt in 2027 95,21 FTE. Totale lasten Omschrijving
(bedragen x € 1.000)
Jaarrekening Gewijzigde 2025
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
Begroting 2026 2027
2028
2029
2030
2031
Personeelskosten
7.387
7.935
8.704
8.878
9.056
9.237
9.421
Automatiseringskosten
2.451
2.734
2.766
2.822
2.878
2.936
2.994
Beeldmateriaal
427
477
483
493
503
513
523
Communicatiekosten
53
72
73
74
76 58
77
598
79
Ingeleend personeel
1.628
1.541
1.562
1.593
1.625
1.658
1.691
Kapitaallasten
247
285
334
497
479
476
478
Kosten aanslagen
511
550
557
568
580
591
603
Kosten kadaster
190
199
202
206
210
214
219
Organisatieontwikkeling
21
50
51
52
53
54
55
Overige kosten
111
109
111
113
115
118
120
Proceskosten
387
400
405
413
421
430
438
Telefoonkosten KCC
69
90
91
93
95
97
99
-
50
50
50
50
50
50
Overige kosten personeel
363
Bankkosten
192
Controle belastingen
329
Kosten dwanginvordering
431
Media campagne
58
Accountantskosten
122
WOZ kosten gemeenten Totaal lasten
200
39
Kantoorkosten
Onvoorzien
693
203
55 436
440 60
100
626 15.642
622
56 442
446 61
101
-
16.476
-
17.320
634
647
207
211
57 451
460
455
464
62
63
103
105
-
17.822
-
18.150
660
673
215
220
61
469
478
473
483
65
66
107
109
-
18.499
-
18.860
Onderstaand worden de verschillen tussen 2025, 2026 en 2027. Hierbij worden alleen verschillen groter dan € 25.000 verklaard. •
Ten opzichte van 2025 stijgen de personele lasten in de eerste begrotingswijziging 2026 met € 548.000. Dit wordt veroorzaakt door indexering en in 2025 niet ingevulde vacatures. Bij de
eerste begrotingswijziging is rekening gehouden met de invulling van deze vacatures vanaf 1 juli. De stijging van de kosten in de begroting 2027 bedraagt € 769.000 en wordt veroorzaakt door
indexering en invulling van de vacatures voor het gehele jaar. In zowel 2026 als 2027 is de extra capaciteit voor nieuwe belastingen verwerkt (€ 80.000).
•
De overige personeelskosten stijgen in 2026 met € 330.000 ten opzichte van 2025. Dit wordt veroorzaakt door indexering, opname reguliere opleidingsbudget en te betalen kosten voor
eigenrisicodrager. De overige personeelskosten dalen in 2027 met € 71.000, omdat de kosten voor
eigenrisicodrager incidenteel zijn voor 2026. •
In 2025 was sprake van een incidenteel voordeel op de totale automatiseringskosten wegens
vacatures bij ICT. Hierdoor zijn niet alle ICT-innovaties opgepakt en een aantal doorgeschoven naar 2026. De automatiseringskosten zijn voor 2027 geïndexeerd. •
In 2025 was er een eenmalig een voordeel op de kosten van beeldmateriaal, vanwege gunstige
uitkomst van de Europese Aanbesteding en het gebruiken van lopende contracten bij de nieuwe deelnemers. Voor 2027 zijn de kosten voor beeldmaterieel geïndexeerd. Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 16 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 •
Ten opzichte van 2025 dalen de kosten voor ingeleend personeel met € 87.000 in de eerste
begrotingswijziging 2026. Dit wordt veroorzaakt doordat er in 2025 eenmalig extra is ingehuurd
voor de certificering ISO 270001 en procesverbeteringen. Voor 2027 zijn de kosten voor ingeleend personeel geïndexeerd. •
De kantoorkosten waren in 2025 lager door uitstel van de werkzaamheden in afwachting van het strategisch huisvestingsplan. Met de uitvoering van het strategisch huisvestingsplan in 2026 en
2027 zijn de kosten voor 2026 € 107.000 hoger, voor de niet activeerbare onderdelen vanuit het plan. De kantoorkosten zijn geïndexeerd voor 2027. •
Op basis van de gedane investeringen 2025 zijn de werkelijke kapitaallasten berekend, dit leidt tot een stijging van € 38.000 in de eerste begrotingswijziging 2026. Voor de begroting 2027 zijn de kapitaallasten inclusief de investeringen in de eerste begrotingswijziging 2026. Voor 2028 en
verder is de afschrijving van de investering in de huisvesting verwerkt. Hiertegenover staat jaarlijks
nog een onttrekking uit de reserve kapitaallasten van € 52.500. •
Op basis van de uitkomsten over 2025 is de post voor de kosten van de aanslagen naar beneden
bijgesteld in 2026. Dit wordt veroorzaakt door met name een lager gewicht van de enveloppen. Er
worden geen bijsluiters meer verzonden en we betalen binnen het nieuwe contract een lager tarief bij tijdige aanlevering van bestanden. Voor 2027 is de post geïndexeerd.
•
•
In 2026 en verder zijn de WOZ kosten derden vervallen; deze worden rechtstreeks aan het waterschap gefactureerd.
De post onvoorzien is weer opgevoerd in de eerste begrotingswijziging 2026 en de begroting 2027.
Per saldo zijn de totale lasten (€ 16.476.000) in de eerste begrotingswijziging 2026 € 1.068.000 lager dan in de begroting 2026 (€ 17.544.000). Dit is exclusief de geraamde vrijval van de voorziening van
€ 111.000 in de eerste begrotingswijziging 2026. Dit geeft een saldo van € 1.179.000. In de kadernota 2027 was voor 2026 rekening gehouden met hogere lasten van € 355.000 ten opzichte van de
primaire begroting 2026. Dit geeft een verschil van € 1.534.000. Bij de kadernota 2027 waren de uitkomsten van de jaarrekening 2025 nog niet bekend.
Per saldo zijn de totale lasten (€ 17.320.000) in de begroting 2027 € 399.000 lager dan in de meerjarenbegroting 2026 (de totale lasten in de meerjarenbegroting 2026 waren voor 2027
€ 17.719.000. Ten opzichte van de bedragen in de kadernota 2027 zijn de totale lasten in de
begroting 2027 € 1.126.000 lager uitgekomen (de totale lasten in de kadernota waren € 18.446.000).
Zoals hierboven al staat vermeld waren bij de kadernota 2027 de uitkomsten van de jaarrekening 2025 nog niet bekend.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 17 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Beleidsbegroting
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 18 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Programma Ondersteuning 3.1
Doel
Een aantal kosten heeft betrekking op alle programma’s. Dit betreffen o.a. huisvestingskosten en
kantoorkosten. Deze worden in eerste instantie verantwoord op de kostenplaats voor het programma
Ondersteuning en aan het einde van het jaar toegerekend aan de overige programma’s. De toerekening
aan de programma’s vindt plaats op basis van de formatie per programma.
3.2
Ontwikkelingen binnen dit programma
Huisvesting Rijksstraatweg 3b te Klaaswaal
Door het AB is in april 2025 het besluit genomen om het pand te renoveren c.q. aan te passen aan de
minimale wettelijk verplichte vereisten voor verduurzaming. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat het pand nog minimaal 15 jaar door geëxploiteerd kan worden. Een interne Stuurgroep Huisvesting,
ondersteund door deskundige externe adviseurs, heeft hiervoor een Plan van Aanpak en de financiële
kaders opgesteld. Het investerings- en financieringsbesluit van het AB uit februari 2026 is opgenomen in de meerjarenbegroting 2027. De formele start van de renovatie en verduurzaming staat gepland in 2026 en het werk loopt door in 2027. (Europese) aanbestedingen
In 2026 met doorloop naar 2027 staan er minimaal vijf Europese aanbestedingen gepland, waaronder de aanbesteding van bancaire betalingsdiensten en vier ICT-gerelateerde aanbestedingen. Hieronder
valt ook de nieuwe bezwarenapplicatie, waarmee in 2025 en 2026 een pilot heeft plaatsgevonden.
Gezien de benodigde specifieke expertise op het gebied van Europese aanbestedingen en de druk op
de huidige organisatie, is extra capaciteit in de vorm van adviseurs noodzakelijk. Hiervoor is € 25.000
structureel opgenomen in deze begroting. Waterbedrijven
Steeds meer waterbedrijven weigeren vanuit AVG-motieven informatie te verstrekken om de
belastingen te kunnen heffen of rekenen daarvoor extra kosten. Omdat de verplichting tot levering uit
de wet volgt en dit een landelijke trend is, heeft de UvW dit in samenspraak met VNG bij het ministerie van I&W geëscaleerd. Een ander samenwerkingsverband heeft een kort geding aangespannen en is in het gelijk gesteld. De informatie moet geleverd worden. Als het opvragen van gegevens bij
waterbedrijven alsnog leidt tot extra kosten worden deze separaat doorbelast aan de betreffende
deelnemers. Dit omdat niet alle waterbedrijven extra kosten rekenen en ook niet alle deelnemers in even grote mate gebruik maken van m3 waterverbruik als heffingsgrondslag.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 19 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
3.3
Financiële toelichting
Lasten
De lasten bestaan in belangrijke mate uit de personele kosten. Daarnaast vormen de gebouw gebonden kosten (kapitaallasten, onderhoud, faciliteiten) en kosten voor inhuur/diensten derden een belangrijk onderdeel. Baten
De totale kosten zijn aan de programma’s toegerekend op basis van de formatie. FTE 26 BAG
1,78
FTE 27 2,10
Dienstverlening
31,10
32,10
Ondersteuning
22,43
23,91
Gegevensbeheer Algemeen WOZ
Totaal
Versie 1.0
8 april 2026
18,09 19,23 92,63
17,87 19,23 95,21
Pagina 20 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Omschrijving
Begroting
Gewijzigde
2027
(bedragen x 1.000 euro) Jaarrekening
begroting 2026
2025
LASTEN Personeelskosten
2.495
2.411
2.407
Kantoorkosten
442
436
329
Communicatiekosten
73
72
53
Accountantskosten
101
100
122
Overige kosten voor personeel
622
693
363
Organisatie ontwikkeling
51
50
21
Inhuur personeel
764
754
840
Kapitaallasten
334
285
247
Onvoorzien
50
50
-
Dotatie aan voorziening verlofsparen
-
-
-
4.932
4.851
4.382
Vergoeding kosten deelnemers
-
-
30
Forfaitaire vergoeding KOTA
-
-
130
Vrijval voorzieningen
-
111
217
Overige opbrengsten
10
10
51
10
121
428
4.922
4.730
3.954
1.234
1.185
965
145
139
123
Productie WOZ
1.327
1.276
1.046
Dienstverlening
2.216
2.129
1.819
Totaal allocatie
4.922
4.730
3.954
Totaal baten
4.932
4.851
4.382
Totaal lasten
4.932
4.851
4.382
-
-
-
Totaal lasten BATEN
Totaal baten Subtotaal Toerekening naar programma's: Gegevensbeheer algemeen Gegevensbeheer BAG
Resultaat
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 21 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Programma 1: Gegevensbeheer algemeen 4.1
Doel
Dit programma heeft betrekking op het verzamelen, registreren en bewerken van de basisgegevens van alle deelnemers van SVHW. Hiervoor verwerkt SVHW kadastrale informatie, bevolkingsmutaties, bouwvergunningen en informatie van de deelnemers.
4.2
Ontwikkelingen binnen dit programma
Mutatiesignalering
Per 1 januari 2025 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet bundelt en
moderniseert de wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Het doel van de overheid is dat de regels voor ruimtelijke ontwikkeling worden vereenvoudigd en
samengevoegd. De wet biedt een aantal voordelen, maar heeft veel impact op organisaties. Het vergt namelijk een hoop extra werk om data op orde te brengen en te houden, bijvoorbeeld omdat veel vergunningsvrij gebouwd kan worden.
De Waarderingskamer heeft aangegeven vanaf 2026 scherpere controles uit te voeren. Daarbij is onder
andere als speerpunt benoemd dat de basis moet kloppen. De Waarderingskamer zegt hierover: “De absolute basis van een correcte WOZ-waarde is de juistheid van de objectgegevens”. Het belang van up-to-date geo-basisregistraties in een snel veranderende wereld maken een structurele
mutatiesignalering essentieel voor elke BGT, BAG en WOZ-beheerder.
Mutatiesignalering brengt snel alle mutaties in beeld, kan omgaan met de subjectiviteit van mutaties en waarborgt de kwaliteit en standaard van de registraties. Dit zorgt ook voor automatische kaart/beeld
vergelijkingen en objectdetectie, waarbij het zelf ontwikkelde kunstmatige intelligentie toepast om te signaleren en te duiden waar de kaart niet klopt. Het resultaat is een geografisch of administratief
bestand met de relevante veranderingen, of mutaties, ten opzichte van de huidige BGT, BAG of WOZ.
Voorbeelden hiervan zijn veranderingen ten opzichte van bouwwerken (BGT/BAG), grijs/groen/blauw objecten (BGT), dakkapellen (WOZ) en zonnepanelen.
Zowel voor een BAG deelnemer, als een niet-BAG deelnemer heeft SVHW dus luchtdetectie nodig om de
WOZ en BAG gegevens op orde te hebben. Dit zijn externe kosten die nog niet in de begroting zijn
opgenomen en ook niet in de tarieven. We nemen deze kosten op in de begroting 2027 en zullen in samenspraak met de deelnemers komen tot een zo (kosten)efficiënt mogelijk inrichting van de luchtdetectie activiteiten ten behoeve van mutatiesignalering. Verhoging kosten gebruik Basisregistratie Personen
SVHW maakt als afnemer gebruik van gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). De BRP wordt beheerd door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De RvIG hanteert een abonnementenstructuur om de kosten door te bereken aan afnemers van de BRP. Dit model is wettelijk vastgelegd en jaarlijks vastgesteld door de staatssecretaris van BZK. De belangrijkste kenmerken van deze structuur: •
Indeling in klassen op basis van berichtenvolume: Het aantal verzonden en ontvangen BRPberichten bepaalt in welke klasse een afnemers valt.
•
Vast tarief per klasse: Elke klasse heeft een jaarlijks tarief dat de kosten voor het in stand houden van de centrale voorzieningen dekt.
Versie 1.0
8 april 2026
Pagina 22 van 50
Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 •
Indexering en herziening: Tarieven worden jaarlijks geïndexeerd en kunnen stijgen op basis van verwachte kosten en gebruik.
Door het afschaffen van staffelkortingen, een herijking van de tarieven en hogere exploitatiekosten is door de RvIG een forse tariefstijging doorgevoerd in 2025. SVHW zit in Abonnementsklasse C met berichtenvolume 100.000 – 500.000. De kosten hiervan stegen van € 19.400 in 2024 naar € 36.200 in 2025. Op 1 december 2026 is SVHW door de RvIG geïnformeerd over de kosten voor 2026. Voor Abonnementsklasse C stijgen de kosten in 2026 naar € 38.800. Deze aanvullende indexering (€ 13.000) is verwerkt in de eerste wijziging van de begroting 2026 en de begroting 2027. Abonnementsklasse C heeft een berichtenvolume van 100.000 – 500.000. SVHW zat in 2024 op 421.000 berichten en lijkt in 2025 rond hetzelfde aantal uit te komen. Het is aannemelijk dat de limiet van 500.000 in 2026 en 2027 nog niet geraakt wordt met het huidige aantal deelnemers en de huidige belastingheffingen. Afhankelijk van de ontwikkelingen zal SVHW op termijn mogelijk in Abonnementsklasse D vallen waardoor de kosten aanzienlijk zullen stijgen.