2.14 Bijlage - MIRT_Participatierapport_Analytische_fase_juli21.pdf
Tekst van het document
Wat betreft de integraliteit is het beeld van projecten en ontwikkelingen in de regio uitgebreid. De afstemming met projecten in de omgeving zal nadrukkelijker worden gezocht in de volgende fase en daarnaast zijn projecten die het Omgevingsberaad had genoemd in het advies opgenomen in de NKO. Met projecten waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden wordt sowieso rekening gehouden in de MIRTverkenning. Daarnaast zal er in de volgende fase ook nader gekeken worden naar initiatieven die (nog) geen formele status hebben. Met de vertegenwoordigers van deze initiatieven bekijken we de raakvlakken en identificeren we waar mogelijk gezamenlijke kansen. Om de beoordelingscriteria en tabellen nader te duiden is er meer toelichting gegeven in de NKO. Tenslotte is ook opgenomen dat we in zeef 2 streven naar een consistente participatieaanpak, waarbij enige flexibiliteit mogelijk blijft als die behoefte er ligt bij de omgeving.
Tenslotte maakt het Omgevingsberaad een opmerking over de participatie en de aanbeveling om deze meer in lijn te brengen op integraliteit bij de participatieaanpak in zeef 2. Het advies is te vinden in bijlage 8.3.
De opdrachtgevers hebben gemeend op basis van het advies: 1. De NKO op een aantal punten aan te scherpen 2. Het gesprek met het Omgevingsberaad te voeren over de hoofdpunten van het advies en dat plek te geven in de volgende fase van de MIRT-verkenning.
2. Gesprek hoofdpunten advies Naast de concrete wijzigingen die op basis van het advies in de NKO zijn opgenomen zijn de drie hoofdpunten van het advies als volgt met het Omgevingsberaad besproken.
29 Participatierapport analytische fase
28 Participatierapport analytische fase
5. Advies Omgevingsberaad
Het Omgevingsberaad is een belangrijk overkoepelend adviesorgaan voor de MIRTverkenning. Het Omgevingsberaad denkt actief mee bij belangrijke processtappen in de verkenningsfase en brengt op twee momenten advies uit aan het project. Dit is bij de processtappen: selectie kansrijke oplossingen (NKO) en het Voorkeursalternatief. Het beraad bestaat uit vertegenwoordigers van organisaties met een maatschappelijk karakter, die staan voor een collectief belang. Hieronder vallen partijen uit het bedrijfsleven, de wegtransporten binnenvaartsector, belangenbehartigers van burgers, gebiedscommissies en reizigers in brede zin.
Herkenbare visie De vertaling in het gesprek met het Omgevingsberaad is gemaakt dat dit aandachtspunt gaat om het herkennen van de samenhang en het inzicht in de richting die de bestaande en nieuw te ontwikkelingen visies geven. Denk hierbij aan de Omgevingsvisie van Rotterdam en de provincie Zuid-Holland, gebiedsontwikkeling A tot Z, maar ook de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak. Het betreft niet het maken van nog een visie bovenop de bestaande visies. Het gaat hierbij om het duiden van de vele visies op gebiedsontwikkeling én mobiliteit die van invloed zijn op de MIRTverkenning. In zeef 2 organiseert de MIRTverkenning hier het gesprek over.
Eenduidige en heldere criteria Direct hieraan gekoppeld is het gesprek over eenduidige en heldere criteria. De MIRTverkenning kent meerdere doelstellingen die vertaald zijn naar criteria om op te beoordelen. De koppeling van de doelstellingen aan de verschillende type maatregelen is niet altijd helder voor de leden van het Omgevingsberaad. Het Omgevingsberaad heeft daarnaast een zorg dat de criteria niet eenduidig bij de maatregelen zijn toegepast en onderling niet goed vergelijkbaar zijn. In de volgende fase zal hier aandacht aan worden besteed. Evenals zullen wij samen met het Omgevingsberaad kijken naar de operationalisering van de te gebruiken criteria, bijvoorbeeld op het punt van stedelijke leefkwaliteit.
6. Conclusie belevingswaarde onderzoek
Participatierapport analytische fase 31
30 Participatierapport analytische fase
Integraliteit Ook is afgesproken om het gesprek over integraliteit en de nadere uitwerking samen met het Omgevingsberaad op te pakken. De zorg van het Omgevingsberaad is dat de verschillende opgaven niet dezelfde aandacht krijgen in het vervolg. Hiermee wordt bedoeld dat de MIRTverkenning zowel regionale bereikbaarheid als stedelijke bereikbaarheidsopgaven bevat. De MIRT-verkenning is een integrale verkenning met vijf verschillende doelstellingen, en zes verschillende maatregelen. Vanuit de MIRTverkenning geldt dat de doelstellingen voor de gehele opgave van belang zijn. Wel kunnen er per deelstudie accenten worden gelegd. Bijvoorbeeld de verstedelijkingsopgave is bij de Algeracorridor een andere dan bij de Oeververbinding en OV. De accenten kunnen dus verschillen per deelstudie. De MIRT-verkenning onderschrijft dat de relatie tussen de maatregelen en de doelstellingen nadere uitwerking vraagt wat onderdeel is van zeef 2. Deze uitwerking is onderdeel van het gesprek dat in de volgende fase met het Omgevingsberaad wordt voortgezet.
Opzet In eerste instantie was het idee om straatinterviews te houden op verschillende locaties in het projectgebied. Vanwege het coronavirus zijn er in plaats daarvan 52 inwoners van de betrokken gemeenten (Rotterdam, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard) telefonisch geïnterviewd. Deze inwoners hadden zich aangemeld naar aanleiding van een uitnodiging in de nieuwsbrief die naar zo’n 700 ontvangers is verstuurd. In de interviews is gevraagd naar meningen, ideeën en emoties die bewoners ervaren in de regio Rotterdam. De resultaten van dit onderzoek worden gebruikt voor zeef 1. In de volgende fase worden alsnog de straatinterviews (ca. 550) afgenomen, zodra de coronamaatregelen dit toelaten.
Resultaten
32 Participatierapport analytische fase
Met het positieve oordeel over de belevingswaarde zeggen respondenten in De Esch/Feijenoord dat de voorzieningen goed zijn – in de woonbuurt en op stadsniveau – en de bereikbaarheid (de stad in en de stad uit) weinig klachten oplevert. Weinig groen in de buurt en een vaak stenige omgeving worden door respondenten wel genoemd als ze hun buurt beschrijven, maar heeft geen duidelijke invloed op de belevingswaarde. Respondenten wonen er goed, hebben weinig te klagen en waarderen dat met een positief oordeel.
Verschil per oever In reactie op wat voor effect de voorgenomen oeververbinding gaat hebben op hun belevingswaarde, is een duidelijk verschil te zien op welke oever van de Maas de respondenten wonen. Respondenten in Feijenoord verwachten dat de kwaliteit van hun leefomgeving in de wijk zal toenemen als de plannen voor een oeververbinding tussen Kralingen en Feijenoord worden uitgevoerd. Hun argumenten gaan over cohesie in de stad, ontwikkeling van Zuid, terugdringen van het autogebruik, parkeerdruk en beter OV.
een groene omgeving en sociale contacten in de buurt. Voor inwoners uit de Krimpenerwaard speelt de Algeracorridor geen invloed op hun belevingswaarde.
Aan de overkant van de Maas (De Esch en omgeving) klinken andere argumenten. Men denkt dat de belevingswaarde onder druk komt te staan als de plannen doorgaan. Hier speelt het open gebied een rol; de groene long in de stad, die verdwijnt of wordt aangetast bij uitvoering van de plannen, en de komst van een groot aantal woningen. Daarbij verwacht men dat een nieuwe oeververbinding het autogebruik zal stimuleren.
Wat we met de resultaten doen Deze eerste resultaten gebruiken we in de beoordeling van de alternatieven. Daarnaast vormen de resultaten een opstap naar het onderzoek in de volgende fase: zeef 2. Het aantal respondenten (52) is te laag voor conclusies; wel geeft het een beeld van wat er breder leeft. In zeef 2 kunnen we het onderzoek verbreden en verdiepen.
De voorgenomen maatregelen op de Algeracorridor zijn volgens de respondenten onvoldoende voor een hogere waardering. De bewoners zijn bezorgd dat de druk op het gebied verder zal toenemen, zeker als de woningplannen voor kantorengebied Rivium doorgaan. Respondenten missen prikkels om automobilisten te stimuleren om andere vervoersmiddelen te gebruiken.
OV De respondenten zijn positief over de voorgenomen maatregelen met betrekking tot het OV in Rotterdam. Zij verwachten dat het een impuls geeft aan het openbaar vervoer in de stad. De respondenten zien het OV daarbij als goed alternatief voor de auto. Algerabrug In Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel is de Algerabrug van negatieve invloed op de belevingswaarde. Het verkeer is toegenomen, net als geluidsoverlast van auto’s en vrachtverkeer en de doorstroming op de corridor (N210, Algerabrug) is verslechterd. Het merendeel van de respondenten vindt dat de belevingswaarde de afgelopen vijf jaar is afgenomen. Als oorzaak noemen zij de verkeersdrukte op de Algeracorridor. De Abram van Rijckevorselweg (N210) wordt in dat verband het meest genoemd, gevolgd door de Algeraweg/ Algerabrug, Nijverheidsstraat, IJsseldijk en Rivium Boulevard. Zonder Algeracorridor zou de belevingswaarde voor Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel hoger uitvallen, blijkt uit de reacties. Beide gemeenten hebben volgens respondenten de kenmerken waarvoor ze ooit kozen toen een woning werd gezocht: een fijne plek om te wonen, rustig, met een redelijk tot goed voorzieningenniveau, goed aanbod van woningen,
33 Participatierapport analytische fase
In het kader van de MIRT-verkenning is een belevingswaardeonderzoek uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek is om in kaart te brengen welke belevingswaarde inwoners toekennen aan hun woonomgeving en welke impact ze verwachten bij de uitvoering van het project. Dit onderzoek is uitgevoerd naast de bestaande participatie en vormt input voor het aspect ‘Omgevingsaspecten’ in de beoordeling. Het rapport is te vinden in bijlage 8.4.
Voor de beoordelingsfase wordt de participatieaanpak herijkt op basis van de ervaringen van de analytische fase. We willen leren van wat tijdens de Analytische fase goed en minder goed is gegaan en willen verbeteren. Hiertoe hebben wij dan ook een evaluatie uitgevoerd waar in dit hoofdstuk de hoofdlijn is weergegeven. Daarnaast heeft de beoordelingsfase een ander karakter dan de analytische fase. Waar de analytische fase nog grotendeels expertmatig is, komt er in de beoordelingsfase ook meer kwantitatief onderzoek aan te pas. Daarnaast wordt het beoordelingskader flink uitgebreid. Dit vraagt dus om de participatieaanpak opnieuw tegen het licht te houden.
34 Participatierapport analytische fase
Evaluatie onder actieve participanten In maart 2021 is een evaluatie gedaan onder alle actieve participanten. Dit zijn de deelnemers aan de expertgroepen, klankbordgroepen en het Omgevingsberaad. Bijna de helft van de genodigden heeft de evaluatie ingevuld. In de evaluatie hebben we open vragen gesteld en een aantal stellingen voorgelegd, waarbij aan de hand van een vijfpuntenschaal aangegeven kon worden in hoeverre men het eens of oneens was. Vervolgens kon de deelnemer zijn antwoord toelichten. Vooral door de toelichtingen die hierbij werden gegeven waren de resultaten van de evaluatie voor ons erg nuttig. Wij willen de deelnemers nogmaals hartelijk bedanken voor het invullen van de evaluatie. Deelnemers waren tevreden over het contact met de projectorganisatie en de bereikbaarheid van de projectorganisatie per mail en/of telefonisch. Dit is als een duidelijk pluspunt ervaren. Ook vindt een meerderheid dat er voldoende ruimte was om de onderwerpen die voor hem/haar van belang zijn te bespreken.
Met betrekking tot de communicatie is men positief over de informatievoorziening, namelijk qua hoeveelheid, en dat er beelden worden gebruikt. Er wordt wel aandacht gevraagd om de informatie tijdig te verstrekken. Verder wordt benoemd dat teksten te ingewikkeld zijn, teveel jargon, en dat de communicatie meer ‘to the point’ moet zijn. Een terugkerend kritisch punt is dat men te weinig terugziet wat er met inbreng wordt gedaan, waardoor het gevoel kan ontstaan dat er geen echte ruimte voor participatie zou zijn. Daarnaast wordt een aantal keren het verschil in aanwezigheid/dominantie tussen deelnemers in de participatieactiviteiten benoemd. Meerdere deelnemers benoemen dat er een groot verschil is qua kennisniveau en voorbereiding, en ervaren dit als storend. Tenslotte, deelnemers zijn ook gevraagd naar de invloed van corona op hun ervaring met de participatie. Er worden voordelen benoemd zoals geen reistijd, het beter kunnen zien van mensen en de presentaties, en de strakke organisatie. De meeste deelnemers hebben echter de voorkeur om fysiek bij elkaar te komen. Zaken die worden gemist bij online participatie zijn de non-verbale communicatie, de emoties en spanning, het groepsgevoel en de interactie met andere participanten.
Aanscherpingen participatieaanpak Onze eigen ervaring en de evaluatie hebben ons het inzicht gegeven dat de participatieaanpak in basis voor bekendheid van het project heeft gezorgd en voldoende mogelijkheid heeft geboden tot participatie. Wel willen we aan de slag met de kritische punten uit de evaluatie die dan ook tot een aantal aanscherpingen leiden van onze participatieaanpak. We streven voor de volgende fase naar een consistente participatieaanpak voor de verschillende werksporen, maar maatwerk en flexibiliteit zal ook mogelijk blijven. Met name als blijkt dat hier behoefte voor is de omgeving. Conform het Spelregelkader is het mogelijk om per participatiegroep aanvullende afspraken te maken.
35 Participatierapport analytische fase
7. Vooruitblik beoordelingsfase
Met dit rapport wordt de participatie van de analytische fase afgesloten. De volgende fase van de MIRT-verkenning (zie Afbeelding 1) is de beoordelingsfase. De beoordelingsfase is een fase waarin geselecteerde kansrijke alternatieven nader worden uitgewerkt en beoordeeld. Hiervoor worden gedetailleerdere schetsontwerpen gemaakt en worden de milieueffecten in kaart gebracht. Eveneens wordt er een Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse gemaakt (MKBA).
Informeren / communicatie Op het niveau van informeren blijven we vragenuurtjes organiseren om daarmee ook mensen mogelijkheid te bieden vragen te stellen en daarnaast op de hoogte te blijven van de voortgang van het project. We doen dit vraaggestuurd. We blazen de masterclasses nieuw leven in. Aanvullend komt er een sociaal mediakanaal bij om belangstellenden te informeren.
De expertgroep Nautiek blijft bestaan en wordt verder versterkt. De ervaring heeft ons wel geleerd dat de strikte scheiding tussen expert- en klankbordgroep lastig houdbaar is voor de andere onderdelen van het project. Een gecombineerde expert- en klankbordgroep waar werktafels voor werden georganiseerd hebben ons inziens beter gewerkt en vraagt van de participanten ook niet de gevraagde rollenscheiding (expert vs belanghebbende).
Een observatie is dat een grotere diversiteit aan stakeholders wenselijk is. Bijvoorbeeld jongeren, ondernemers(verenigingen) en met name gebruikers. Maar ook stakeholders woonachtig in Rotterdam-Zuid. In de Beoordelingsfase zetten we de instrumenten Belevingswaardeonderzoek en de Meningspeiling in om een groter publiek te betrekken. Het Belevingswaardeonderzoek zoals was bedoeld in de Analytische fase zal worden uitgevoerd zodra de coronamaatregelen dit toelaten. Hier zouden we ons specifiek op deze doelgroepen kunnen richten.
Aanvullend willen we de beoordelingsfase starten met een gebiedskennissessie waarin inwoners mét experts samen het gebied verkennen. Dit is wel onder voorbehoud van Corona. Het lijkt ons een goed gezamenlijk startpunt voor de volgende fase.
Consulteren / participeren Zoals hierboven aangegeven zijn er verschillen tussen de analytische- en beoordelingsfase is de wijze van beoordelen van de alternatieven. Waar de analytische fase een kwalitatief en sterk expertmatig karakter had, worden in de beoordelingsfase effecten van deze kansrijke maatregelen uitgebreid onderzocht en beschreven in de MER. De Beoordelingsfase wordt dus een kwantitatieve fase. Dit resulteert erin dat met name ruimte voor participatie is gelegen in het ontwerpen van de alternatieven en niet in de effectbeoordeling ervan. 36 Participatierapport analytische fase
maatregelen. Of bijvoorbeeld met het Centrum OndergrondsBouwen (COB), zoals we ook in de analytische fase hebben gedaan. De terugkoppeling van hoe met de inbreng uit de omgeving is omgegaan zal tevens nadrukkelijker worden ingebed in het proces.
Dit leidt er toe dat in de volgende fase zal meer aandacht wordt besteed vanuit welke rol er wordt gevraagd om te reageren, en hoe er vervolgens met deze reactie wordt omgegaan. We zien daarbij de mogelijkheid voor het organiseren van ad-hoc expertgroepen. Bijvoorbeeld een sessie met directe belanghebbenden ten aanzien van een specifieke ontwerpopgave. Zij worden immers direct geraakt door de
8. Bijlagen 1. Overzicht deelnemers en participatiemomenten 2. Lijst ingebrachte documenten omgeving 3. Advies Omgevingsberaad 4. Rapport Belevingswaardeonderzoek
Het Omgevingsberaad evalueert zichzelf en wordt gevraagd advies uit te brengen voor het Voorkeursalternatief. De ambtelijke & bestuurlijke voortgangssessies worden opnieuw georganiseerd. Ook de mogelijkheid om op maat gesprekken te voeren en reguliere bijpraat (zoals met buurtverenigingen) blijven bestaan. Betrekken Raden en Staten In overleg met onze opdrachtgevers blijven we de Raden en Staten betrekken bij de voortgang van de Beoordelingsfase en de Besluitvormingsfase die daarop volgt. Zij hebben een formele rol in vaststelling van het Voorkeursalternatief en de eventuele planologische procedures voor de verankering van de besluiten. Tenslotte Op dit moment is het nog onduidelijk hoe de samenleving eruit zal zien qua coronamaatregelen bij de start van de beoordelingsfase. Onze hoop is dat fysieke participatie weer mogelijk is. Wij hebben wel de verwachting dat een mix van online en digitale participatie zal blijven bestaan. Bijvoorbeeld klankbordgroepen houden we fysiek, maar de vragenuurtjes houden we digitaal. Een en ander kunnen we nader afstemmen op behoeftes in de omgeving. Over de start van het participatietraject van de beoordelingsfase en hoe aan te melden zal worden gecommuniceerd via de nieuwsbrief en website in de zomer van 2021.
37 Participatierapport analytische fase
In de volgende fase blijven we in ieder geval doorgaan met het betrekken van stakeholders op de verschillende niveaus (informeren, consulteren, participeren). Hieronder staat per niveau weergegeven wat de voorgenomen aanpassingen zijn in de participatieaanpak.
Deelnemers A16 Van Brienenoordcorridor/OWN In het werkspoor A16 Van Brienenoordcorridor / OWN is de participatie in twee groepen georganiseerd geweest; (1) een klankbordgroep en (2) een ambtelijke klankbordgroep. In de klankbordgroep hebben 18 belanghebbenden meegedaan. Bewoners, maar ook deelnemers van diverse belangengroepen: • Bewoners Belangen de Veranda (BBV) • Drinkwaterleidingbedrijf (DWL) – De Esch • Bewonersvereinging Kralingen-Oost (BKO) • Wijk Overleg Platvormen (WOP) Graveland en Fascinatio • IMpact15 En andere belanghebbende partijen: • Evofenedex • Mobiliteitspanel • Coalitie Gezond Verkeer / milieucentrum Rotterdam • Ondernemerskringen Krimpenerwaard
38 Participatierapport analytische fase
In de ambtelijke klankbordgroep hebben deelgenomen: • MRDH • Gemeente Rotterdam • Gemeente Capelle aan den IJssel • BAR gemeenten (Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk) • Waterschap Hollandse Delta • Havenbedrijf Rotterdam • RET • Qbuzz Met de klankbordgroep zijn vier werktafels georganiseerd. In de 1e werktafel zijn samen met de klankbordgroep de knelpunten en de oorzaken van de knelpunten op het traject A16 Van Brienenoordcorridor benoemd. In de 2e werktafel is vervolgens gezamenlijk met de participanten aan oplossingsrichtingen en maatregelen geschetst. Door de projectorganisatie is vervolgens een lijst met maatregelen opgesteld. De ingebrachte maatregelen door de klankbordgroep
De ambtelijke klankbordgroep is twee keer bij elkaar gekomen. Een eerste keer om aanvullingen te doen op de gesignaleerde knelpunten, oplossingsrichtingen en maatregelen. In de tweede werktafel zijn de zes pakketten en hun effectiviteit gepresenteerd en is om een eerste reactie gevraagd. Voor een uitgebreidere beschrijving van het participatieproces, zie het rapport ‘Participatie rapportage (deel 1) A16 Van Brienenoordcorridor/ OWN’.
Deelnemers Algeracorridor Aan de klankbordgroep deden bewoners mee vanuit Capelle a/d IJssel, Krimpen a/d IJssel, Krimpenerwaard en Rotterdam, en er waren vertegenwoordigers vanuit verschillende (belangen)organisaties: • Wijkoverlegplatformen uit Capelle a/d IJssel (’s Gravenland, Fascinatio en Capelle-West); • Ondernemerskringen Krimpenerwaard • Ondernemerskringen Krimpen a/d IJssel; • Fietsersbond Capelle a/d IJssel; • Toerzeilers; • Watersportverbond; • Rover; • Stichting Waardtafel.
15
IMpact is een samenwerking van meerdere bewonersorganen en bewonersverenigingen en wijkorganen uit onder meer KralingenCrooswijk, Capelle aan den IJssel, Rivium, Kralingse Veer, IJsselmonde en de Esch.
Deze werktafels werden georganiseerd rondom het beschikbaar komen van informatie uit het onderzoek, waarop reactie werd gevraagd vanuit de klankbordgroep. De onderwerpen die aan bod zijn gekomen zijn: • Werktafel 1: Doelstellingen, beoordelingskader en mogelijke maatregelen • Werktafel 2: Selectie maatregelen voor doorrekening in pakketten • Werktafel 3: Resultaten doorrekening pakketten • Werktafel 4: Kansrijke Alternatieven
Deelnemers Inpassing oeververbinding & OV In de klankbordgroep deden 26 deelnemers mee, waarvan een groot deel woonachtig is in De Esch. Daarnaast waren ook de wijkraad Feijenoord, reizigersorganisatie Rover, de fietsersbond, tuinvereniging ATV Kweeklust en de watersportverbond vertegenwoordigd naast diverse bewonerscollectieven (Leonidas, Kralingen-Oost, de Veranda en IMpact). In totaal zijn er vier bijeenkomsten georganiseerd. In de zomer van 2020 is er een bijeenkomst georganiseerd om kennis met elkaar te maken, uitleg te geven over de rol van de klankbordgroep, het proces, de spelregels en vragen te beantwoorden. Vervolgens zijn er tussen september 2020 en maart 2021 drie inhoudelijke bijeenkomsten georganiseerd, die we werktafels noemen. Deze werktafels stonden in het teken van informatie uit het onderzoek, waarop reactie werd gevraagd vanuit de klankbordgroep. De onderwerpen die aan bod zijn gekomen zijn: • Werktafel 1: Mogelijke aanlandingslocaties en OV-bouwstenen • Werktafel 2: 17 logische inpassingsalternatieven en 10 OV-combinaties • Werktafel 3: Beoordeling 7 Kansrijke Alternatieven
39 Participatierapport analytische fase
8.1 Overzicht deelnemers en paricipatiemomenten
vormen een groot deel van de maatregelenlijst, aangevuld met maatregelen ingebracht in het ambtelijk overleg en maatregelen vanuit de projectorganisatie. Door het ingenieursbureau is samen met RWS een vijftal maatregelpakketten samengesteld met maatregelen uit de maatregelenlijst. In de 3e werktafel zijn de 5 maatregelpakketten gepresenteerd. Door een aantal klankbordgroep leden is na de 3e werktafel een 6e maatregelpakket ingebracht. Dit maatregelpakket is meegenomen in de effectberekeningen van RHDHV. In de 4e werktafel is de effectiviteit van de 6 maatregelpakketten gepresenteerd en door de klankbordgroep van aanbevelingen voorzien.
Datum
Omgevingsberaad 1
22 sept 2020
Activiteit
Datum
Omgevingsberaad 2
20 nov 2020
Expertsessie mobiliteitsanalyses 1
13 mei 2020
Omgevingsberaad 3
15 jan 2021
Expertsessie mobiliteitsanalyses 2
7 juli 2020
Omgevingsberaad 4
19 feb 2021
Expertsessie mobiliteitsanalyses 3
24 sept 2020
Omgevingsberaad 5
16 mrt 2021
Activiteit
Datum
Omgevingsberaad 6
14 april 2021
Expertsessie nautiek 1
21 jul 2020
Omgevingsberaad 7
18 mei 2021
Expertsessie nautiek 2
8 dec 2020
Omgevingsberaad 8
16 juni 2021
Expertsessie nautiek 3
12 feb 2021
Activiteit
Datum
Activiteit
Datum
Vragenuurtje 1
15 april 2020
Expertsessie OV 1
12 nov 2020
Vragenuurtje 2
20 mei 2020
Expertsessie OV 2
14 dec 2020
Vragenuurtje 3
24 juni 2020
Gebiedscommissie/wijkraden OV
27 jan 2020
Vragenuurtje 4
11 nov 2020
Expertsessie OV 3
23 mrt 2021
Vragenuurtje 5
10 dec 2020
Activiteit
Datum
Vragenuurtje 6
1 mrt 2021
Kennismakingsbijeenkomst klankbordgroep Algeracorridor
14 juli 2020
Vragenuurtje 7
17 juni 2021
Klankbordgroep Algeracorridor 1
30 sept 2020
Masterclasses
Datum
Klankbordgroep Algeracorridor 2
25 nov 2020
Mobiliteitsanalyses
27 mei 2020
Klankbordgroep Algeracorridor 3
4 feb 2021
Verstedelijking
30 juni 2020
Klankbordgroep Algeracorridor 4
18 mrt 2021
Activiteit
Datum
Activiteit
Datum
Sessie Stadion Feijenoord, Stichting Gebiedsontwikkeling aan de Maas, A tot Z
14 sept 2020
Kennismakingsbijeenkomst A16 Van Brienenoordcorridor / OWN
2 juli 2020
Denktank Capelle a/d IJssel
16 nov 2020
Klankbordgroep A16 Van Brienenoordcorridor / OWN 1
8 okt 2020
Presentatie gemeenteraad Krimpenerwaard
18 nov 2020
Klankbordgroep A16 Van Brienenoordcorridor / OWN 2
12 nov 2020
Presentatie gemeenteraad Krimpen a/d IJssel
19 nov 2020
Ambtelijke klankbordgroep 1
23 nov 2020
Informatiebijeenkomst NKO gebiedscommissies + wijkraden
6 april 2021
Klankbordgroep A16 Van Brienenoordcorridor / OWN 3
16 dec 2020
Informatiebijeenkomst NKO klankbordgroepen
8 april 2021
Ambtelijke klankbordgroep 2
9 feb 2021
Gezamenlijke raadsbijeenkomst Algeragemeenten
14 april 2021
Klankbordgroep A16 Van Brienenoordcorridor / OWN 4
11 feb 2021
Bijeenkomst Provinciale Staten
14 april 2021
Activiteit
Datum
Technische sessie Commissie EDEM (gemeente Rotterdam)
14 april 2021
Kennismakingsbijeenkomst klankbordgroep inpassing oeververbinding & OV
13 juli 2020
Politieke behandeling (gemeenteraad Rotterdam)
21 april 2021
Klankbordgroep inpassing oeververbinding & OV 1
15 okt 2020
Klankbordgroep inpassing oeververbinding & OV 2
3 dec 2020
Klankbordgroep inpassing oeververbinding & OV 3
16 feb 2021
Participatierapport analytische fase
Activiteit
41
40 Participatierapport analytische fase
Participatiemomenten
• • • • • • • •
Unieke mobiliteitsoplossingen voor Rotterdam versie 7 oktober 2020 van Chris van Eijmeren Ideeën voor A16 Van Brienenoordcorridor 10 december 2020 van Sjaak Biggelaar; Pakket 6 ‘Sprong naar de toekomst’ versie 6 november 2020 van Impact Verbetering capaciteit wisselstrook ochtend- en avondspits voor Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard versie (1.3) 7 januari 2021 van Rob van der Have Een nieuwe oeververbinding: een totaalplan versie (3) 10 februari 2021 van Arie van Kooten Brugopties met werkelijke dimensies en gevolgen versie 1 maart 2021 van de Bewoners Belangen de Veranda (BBV) Prioritering maatregelen Algeracorridor versie 4 maart 2021 van de Ondernemerskringen Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard Input kansrijke oplossing MIRT werktafel Algera Corridor NKO-5 versie 31 maart 2021 van de Projectaanjagers Capelle a/d IJssel.
eze documenten zijn op te vragen bij de projectorganisatie door een mail te sturen naar D mail@oeververbindingen.nl
8.3 Advies Omgevingsberaad
Inleiding Voor u ligt het advies van het Omgevingsberaad1 op de Notitie Kansrijke Oplossingen, versie 7 mei 2021 (hierna “de NKO”). De hoofdlijnen in dit advies worden door alle deelnemers aan het Omgevingsberaad ondersteund. Het is het resultaat van een participatieproces van zo’n acht maanden, waarin vooral veel informatie vanuit de projectorganisatie met ons is gedeeld en waarin we elkaar en elkaars belangen hebben leren kennen. Vanuit de gezamenlijkheid van die belangen hebben wij de NKO vanuit een helikopterview benaderd. Ons advies kent dan ook een abstractieniveau dat past bij deze fase (‘zeef 1’).
42 Participatierapport analytische fase
Graag nodigen wij u uit om in de volgende fase (‘zeef 2’) met elkaar (bestuurlijk verantwoordelijken, projectorganisatie, experts en deelnemers Omgevingsberaad) de in dit advies vervatte hoofdlijnen nader te bespreken en uit te werken. Wij zien de volgende fase dan ook nadrukkelijk als een kans om het Voorkeursbesluit aan kracht te doen winnen door met elkaar de volgende punten beet te pakken. Ons advies kent de volgende hoofdlijnen: • de wens om te werken vanuit een herkenbare visie op de stad en op de stad in de regio, als voorwaarde om te komen tot robuuste en toekomst vaste oplossingen voor stad en regio op de korte, middellange en lange termijn; • de oproep tot een integrale benadering; • de noodzaak om te komen tot eenduidige en heldere criteria voor het beoordelen van effecten van maatregelen in relatie tot de geformuleerde doelstellingen n met het oog op de lange termijn. Deze drie hoofdlijnen staan niet op zichzelf; ze houden nauw verband met elkaar, zoals wij hierna zullen proberen te duiden. 1. Visie De vraag die naar onze mening centraal moet staan, luidt: “Waar willen we naar toe met de stad en de regio?” Daarbij zien we Rotterdam als vitale stad, met een buitenring van omliggende
Er zou een samenhangend geheel aan maatregelen moeten ontstaan dat ook op de lange termijn in n totaaloplossing (waar nodig/wenselijk/ haalbaar verspreid in de tijd) een robuuste en toekomst vaste invulling geeft aan de wensen van de stad en de gebieden daar direct omheen, aan knelpunten in het landelijk wegennet en die een ‘boost’ geeft aan de lokale, regionale en landelijke economie, rekening houdend met zaken als duurzaamheid, milieu, (verkeers-)veiligheid en sociale ontwikkeling. Hiermee sluiten we aan bij datgene wat ten tijde van de MIRT-verkenning Rotterdam Vooruit als belangrijke identiteit van Rotterdam werd genoemd, te weten “Rotterdam als motor van Nederland”. De in de NKO beschreven oplossingsrichtingen zouden maximaal invulling moeten geven aan: a. de wensen van de stad Rotterdam in het kader van toekomstige, stedelijke ontwikkelingen, van de verbinding tussen Zuid en Noord en van het voornemen te komen tot een !modal shift”-benadering (daarmee tevens recht doend aan allerhande lopende en voorgenomenontwikkelingen van de stad - zie ook het volgende hoofdstuk over het ontbreken van eenintegrale benadering in de NKO); b.
h et ontsluiten van gebieden rondom Rotterdam (“de buitenring”) om de in de Notitie Reikwijdteen Detailniveau geformuleerde doelstellingen ook van toepassing te laten zijn op de gebiedendirect rondom de stad; dit met het oog op een volwaardige en vitale stadsagglomeratie met behoud van het unieke karakter van de verschillende gebieden ter versterking van het totaal;
Zoals in de Participatieaanpak in de zomer van 2020 is geschreven, bestaat het Omgevingsberaad uit vertegenwoordigers van organisaties met een maatschappelijk karakter, die staan voor een collectief belang. Hieronder vallen partijen uit het bedrijfsleven, organisaties vanuit het belang van de natuur, belangenbehartigers van burgers en gebiedscommissies, van reizigers in brede zin en belangenbehartigers uit de wegtransport- en binnenvaartsector. In deze fase hebben de volgende organisaties/belangengroeperingen op uitnodiging deelgenomen (in alfabetische volgorde): ANWB, BLN/Schuttevaer, EVOFENEDEX, Fietsersbond Provincie Zuid-Holland, Gebiedscommissie IJsselmonde, IMpact (bewoners en bewonersverenigingen in Rotterdam-Zuid, Kralingen, De Esch, Capelle aan den IJssel en Gebiedscommissie Kralingen-Crooswijk), METROCOV, VNO-NCW West, Waardtafel (Krimpenerwaard), Wijkraden Feijenoord, Vreewijk en Kop van Zuid.
1
43 Participatierapport analytische fase
8.2 Lijst ingebrachte documenten omgeving
gemeenten en gebieden, dit geheel omsloten door de grotere regio en rekening houdend met de relevante landsbelangen op het gebied van economie en mobiliteit.
De NKO in zijn huidige vorm geeft hier onvoldoende invulling aan en lijkt daarbij op twee gedachten te hinken: enerzijds draait het om de doelstellingen en maatregelen die vooral de stad Rotterdam raken (doelstellingen 2 t/m 5 en maatregelen a t/m d); anderzijds gaat het om het oplossen van knelpunten op het gebied van mobiliteit buiten Rotterdam (doelstelling 1 en maatregelen e en f). Door het ontbreken van synergie tussen deze twee (zie ook het volgende hoofdstuk over het ontbreken van een integrale benadering) is het moeilijk de in de NKO beschreven oplossingsrichtingen met elkaar te vergelijken. De samenhang tussen de twee grote opgaven (verstedelijking en regionale mobiliteit) en de geformuleerde doelstellingen en bijbehorende maatregelen ontbreekt. Het is alsof je appels met peren vergelijkt. Door een visie te ontwikkelen over de centrale vraag aan het begin van dit hoofdstuk, kan dit manco worden ondervangen. Wij adviseren u, als gezamenlijk opdrachtgevende partijen, dan ook om de volgende fase te benutten door een dergelijke visie alsnog te ontwikkelen.
44 Participatierapport analytische fase
2. Integrale benadering Wij doen een dringend beroep op u, het collectief van bestuurders, om de doelstellingen, maatregelen, oplossingsrichtingen en effecten als beschreven in de NKO met een integrale bril op te bezien. Een integrale benadering kent voor ons drie dimensies: 1. tussen de drie werksporen van de MIRTverkenning; 2. over de doelstellingen van de MIRT-verkenning heen, in combinatie met lopende en toekomstige initiatieven en projecten in de stad en de wijdere regio;
3. in tijd, door historie, heden en toekomst (korte, middellange en lange termijn) op een natuurlijke en logische wijze aan elkaar te verbinden. Tussen de drie werksporen Dit betekent dat de (deel)oplossingsrichtingen die door de drie werksporen worden geschetst, beoordeeld moeten worden op hun oplossend vermogen voor het totaal aan uitdagingen voor stad en regio. Hiertoe is een visie, zoals in het voorgaande hoofdstuk beschreven, onontbeerlijk. Als wij nu bijvoorbeeld de (samenvattende) beoordelingstabellen van de werksporen naast elkaar leggen, valt ons de bonte verscheidenheid op in plussen en minnen en in de kleuren bij de verschillende beoordelingscriteria. Het is voor ons de vraag in hoeverre de plussen en minnen in de drie tabellen van een zelfde betekenis en gewicht zijn. Wij verwijzen in dit verband ook naar de zienswijzen, waarin om inzicht in de beoordelingscriteria is gevraagd. En verandert het beeld, wanneer de werksporen in samenhang worden bekeken? Zie ook hetgeen wij hierover schrijven in hoofdstuk 3 van dit advies.
In combinatie met andere projecten en initiatieven Ongetwijfeld is er meer te bedenken, maar in de NKO missen wij de aansluiting met projecten en initiatieven als: • Voor de stad Rotterdam (de ‘binnenring’): Mobiliteitsvisie, Omgevingsvisie, Verstedelijking A-Z, De Groene Boog, Excelsior, Brainpark en EUR, Feyenoord-City, Hart van Zuid, ontwikkeling motorstraatgebied, cultuurcampus en Rivium (Capelle aan den IJssel). • Voor de ‘buitenring’: In diverse gemeenten hebben participatietrajecten plaatsgevonden (bijvoorbeeld “Panorama Krimpenerwaard Vitaal slagenlandschap met eigentijds elan”), worden visies ontwikkeld en wordt nagedacht over hoe het gebied vitaal gehouden of gemaakt kan worden. Mobiliteit en infrastructuur bepalen in hoge mate de ontwikkeling van de toekomstige vitaliteit van een gebied. Juist deze ontwikkelingen zouden meegekoppeld kunnen worden met deze verkenning. • Ten aanzien van de wijdere regio en het landelijk belang: de A24 (Blankenburgverbinding), project A16 Rotterdam, project A4 Haaglanden-N14, Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV), Metropolitaan Fietsnetwerk.
Op zijn best wordt rekening gehouden met de resultaten van onderzoeken en initiatieven die al eerder hebben plaatsgevonden of nog lopen (zoals met de ontwikkeling van Feijenoord City). Dit doet echter geen recht aan het doordenken van de consequenties en overlap die de MIRTverkenning en overige projecten en initiatieven op elkaar, dan wel met elkaar gemeen hebben. De effectbeoordeling van voorgenomen maatregelen zal hierdoor, positief dan wel negatief, worden beïnvloed. In tijd Het is een illusie te denken dat alle knelpunten in stad en regio ineens kunnen worden opgelost. Wij begrijpen dat ook in de onderhavige MIRTverkenning keuzes moeten worden gemaakt. Deze verkenning is een vervolg op eerdere verkenningen en zal - rekening houdend met de dynamiek in stad en regio - in de toekomst ongetwijfeld worden opgevolgd door andere verkenningen en initiatieven. Dat betekent dat we ons bij de beoordeling van oplossingsrichtingen steeds de vraag zullen moeten blijven stellen: “Worden hierdoor toekomstige ontwikkelingen niet onmogelijk gemaakt of ernstig belemmerd?” Uiteraard zal deze vraag gemakkelijker te beantwoorden zijn voor de korte en middellange termijn, dan voor de lange termijn. Deze vraag is echter noodzakelijk, mede omdat de verkeerskundige modellen van dit moment niet verder (kunnen) kijken dan het jaar 2030.
En dat terwijl de fysiek te realiseren zaken een veel langere houdbaarheidsdatum zullen kennen en de te besteden budgetten daarmee ook over een langere termijn zullen moeten worden bezien. 3. Eenduidige en heldere beoordelingscriteria Het ontbreken van een alles overkoepelende visie op stad en stedelijke agglomeratie, alsmede het gegeven dat niet gekozen is voor een integrale benadering als hierboven beschreven, leidt ertoe dat de weging die per werkspoor aan de verschillende criteria wordt gegeven discutabel is. Zo houdt maatregelpakket 5 binnen het werkspoor A16/Brienenoordbrug er rekening mee dat doorgaand verkeer van de ring af wordt geleid richting binnenstad, indien autoverkeer toegelaten wordt op de nieuwe oeververbinding. Daar raken deze werksporen elkaar; de effecten zijn echter (nog) niet in combinatie zichtbaar. Naar onze mening is doorgaand, interregionaal verkeer op de nieuwe oeververbinding onwenselijk,
gezien het leefklimaat en de leefbaarheid in de stad. Bovendien past dit geenszins bij de initiatieven om de stad Rotterdam autoluw te maken. Dit brengt ons tot de volgende vragen waarover we graag in ‘zeef 2’ met u in gesprek gaan: (a) Hoe worden de beoordelingscriteria ingevuld? (b) Welk gewicht hangt aan welk criterium en vindt er verandering plaats in de weging ingeval van een cumulatie van factoren? (c) Hoe voork men we dat er effecten met elkaar verknoopt worden die niet met elkaar te verknopen zijn, of waarvan het onwenselijk is dat ze met elkaar verknoopt worden? Tot slot: het participatieproces Het Omgevingsberaad is als participatie-gremium ingericht om belang overstijgend advies uit te brengen. Dit is niet iets wat vanzelf gaat. Sinds onze eerste bijeenkomst in september werken we er met elkaar aan om daarvoor de juiste taal te vinden in een abstractieniveau dat past bij de opdracht die we hebben meegekregen. Dat wij, vanuit verschillende geledingen van de samenleving, in staat zijn (en hopelijk ook in de volgende fase worden) gesteld om gezamenlijk te participeren in deze verkenning, ervaren wij als bijzonder waardevol. Wij waarderen het zeer dat mevrouw Bokhove, vanuit het collectief van opdrachtgevende partijen, bereid is geweest in één van onze bijeenkomsten aan te sluiten om met ons over diverse vragen en eerste idee n van gedachten te wisselen.
Enkelen van ons zijn ook via andere gremia betrokken geweest bij het participatieproces. Wat daarbij opvalt, is onder andere het verschil in benadering ten opzichte van participatie binnen de drie afzonderlijke werksporen. Het verdient aanbeveling om daar meer lijn in aan te brengen voor de volgende fase. Uiteraard zijn wij gaarne bereid om ons advies aan u toe te lichten. Hoogachtend, de deelnemers aan het Omgevingsberaad, namens deze, Wilma van der Bruggen (voorzitter)
45 Participatierapport analytische fase
c. mogelijkheden om het landelijk OV- en wegennet rondom Rotterdam (dat met name ook dragend is voor haven, randstad en voor vitale - interregionale - noord-zuid verbindingen) naar de toekomst toe robuuster te maken, onder meer door de bestaande knooppunten zoveel mogelijk te ontlasten; ook hier weer rekening houdend met reeds lopende projecten en voornemens tot toekomstige (regionale en landelijke) initiatieven en projecten.
Participatierapport analytische fase MIRT-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam
Initiatiefnemers