2.14 Bijlage - MIRT_Participatierapport_Analytische_fase_juli21.pdf
Tekst van het document
Participatierapport analytische fase MIRT-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam
MIRT-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam
Colofon
Voorwoord
Uitgegeven door: gemeente Rotterdam, provincie Zuid-Holland, Metropoolregio Rotterdam Den Haag en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. En specifiek voor de Algeracorridor ook samen met de gemeenten Krimpen aan den IJssel, Krimpenerwaard en Capelle aan den IJssel.
Met één been in het project en één been in de omgeving. Ons doel is om het omgevingsbelang mee te laten wegen in de bestuurlijke afwegingen en vaststelling van de NKO. Met voorliggend participatierapport hebben we er vertrouwen in daartoe bij te dragen.
Versie juli 2021
Het is een bijzonder jaar geweest, waarin we allemaal te maken hadden met de coronapandemie. We hebben daarom moeten besluiten om alle vormen van participatie, op een enkele expertsessie in de zomer na, digitaal te organiseren. Een besluit dat in onze ogen onvermijdelijk was, maar dat niet lichtvoetig is genomen. Gelukkig hebben we op begrip kunnen rekenen van de deelnemers aan de participatie. Digitaal participeren betekende voor alle betrokkenen dat zij in sneltreinvaart moesten wennen aan het gebruik van digitale hulpmiddelen. Er zijn meerdere digitale programma’s ingezet, met ondersteuning van professionals. Gelukkig wisten verreweg de meeste deelnemers zich na een opstartfase goed aan te passen aan het digitaal vergaderen. We hebben het live contact natuurlijk wel gemist. Zeker bij een complex project als deze MIRT-verkenning, met zulke uiteenlopende belangen, geven we de voorkeur aan een gesprek aan tafel. We hebben het gemis aan fysieke bijeenkomsten zo goed mogelijk proberen op te vangen door extra momenten te organiseren en één-op-één gesprekken te voeren. We zijn aangenaam verrast door de tomeloze inzet van de betrokkenen ondanks de beperkingen. Een compliment voor alle betrokkenen! We hopen uiteraard dat we in de loop van 2021 uitzicht krijgen op fysieke participatieactiviteiten.
Op basis van de afgeronde participatieactiviteiten, hebben wij er vertrouwen in dat de wensen en perspectieven van de omgeving in voldoende mate zijn toegelicht in dit participatierapport en zijn opgenomen in de onderzoeken. Op naar een nieuwe fase in de verkenning, waarin omgeving en participatie weer een prominente plek krijgen. We willen iedereen oproepen om weer mee te doen in de volgende fase. Namens Team Omgevingsmanagement van de MIRT-verkenning,
Participatierapport analytische fase
Participatierapport analytische fase
2
3
Niels Vrije Omgevingsmanager
Inhoud
Participatierapport analytische fase Voorwoord 3 1. Inleiding 6 2. Procesbeschrijving 9
2.1 Spelregelkader Participatie 10 2.2 Opbouw participatieaanpak 11 2.2.1 Participeren 12 2.2.2 Consulteren 12 2.2.3 Informeren 13 2.2.4 Informeren en betrekken van Raden en Staten en bestuurscommissie MRDH 13
3. Ingebrachte visies en bewonersinitiatieven
13
3. Communicatie 16 4. Oogst van de participatie 18
4.1 Inpassing Oeververbinding & Openbaar Vervoer (OV) 19 4.2 A16 Van Brienenoordcorridor en effecten op het OWN 21 4.3 Algeracorridor 24
8.1 Overzicht deelnemers en paricipatiemomenten 38 8.2 Lijst ingebrachte documenten omgeving 42 8.3 Advies Omgevingsberaad 43 8.4 Rapport belevingswaardeonderzoek download
Participatierapport analytische fase
Advies Omgevingsberaad 28 Conclusie belevingswaarde onderzoek 31 Vooruitblik beoordelingsfase 34 Bijlagen 37
5
4
Participatierapport analytische fase
5. 6. 7. 8.
De participatie in deze eerste fase van de Verkenning (zeef 1) stond in het teken van meedenken en meepraten over ‘bouwstenen’ en ‘kansrijke alternatieven’. Een nog vrij abstracte fase, maar wel nodig voor een eerste selectie in wat kansrijk en niet kansrijk is.
6
Participatierapport analytische fase
Er zijn door participanten en belanghebbenden punten ingebracht over het formuleren van de probleemstellingen en het aandragen van oplossingen. Daarnaast is meningsvormende input gegeven over de voorliggende oplossingen. In dit rapport sorteren we deze inbreng per werkspoor, onafhankelijk van wie deze inbreng afkomstig is. We streven naar een gelijkwaardig participatieproces, zoals in het Spelregelkader staat. Niet alle inbreng zal dus één op één zichtbaar zijn in dit rapport. Er zijn wel verslagen gemaakt van alle klankbordgroepen en expertgroepen. Deze zijn gedeeld met de deelnemers, om op te reageren. De verslagen zijn beschikbaar bij de projectorganisatie. De projectinformatie is in presentatievorm en in nazendingen gedeeld met de participanten. Op deze manier hebben we geprobeerd om de informatie voor iedereen toegankelijk te maken. De presentaties zijn ook beschikbaar gesteld.
In hoofdstuk 3 gaan we dieper in op de communicatieactiviteiten rondom de participatie. Vanaf het startpunt van de MIRT-verkenning hebben we belanghebbenden via onze website en nieuwsbrief zo goed mogelijk geïnformeerd over project, proces en participatie. Ook hebben we digitale masterclasses georganiseerd om inwoners van de regio te informeren over onderwerpen die van belang zijn voor de MIRT-verkenning. De participatie ‘zo dicht mogelijk’ bij de inhoud organiseren; dat is een van de uitgangspunten geweest. Op die manier kan de participatie de meeste invloed hebben op het onderzoek. We zijn heel blij om te zien dat het uitgangspunt op een aantal plekken tot een toevoeging op, of bijsturing van, het project heeft geleid. De totale oogst van de participatie per ‘werkspoor’ staat in hoofdstuk 4. De projectorganisatie heeft diverse partijen uitgenodigd om deel te nemen in het nieuw ingestelde Omgevingsberaad. Dit beraad bestaat uit maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van bewonersorganisaties in het projectgebied. De belangen die aan tafel zitten zijn de binnenvaart, natuur, milieu, economie, bewoners, ondernemers, transport en logistiek, recreatie, reizigers, fietsers en automobilist. Een unieke samenstelling van uiteenlopende partijen en belangen. Zij kijken integraal naar de projectopgave en het verloop van de participatie.
De opdrachtgevers hebben het Omgevingsberaad gevraagd om advies uit te brengen over de Notitie Kansrijke Oplossingen. Dit advies vindt u in hoofdstuk 5. Participatierapport analytische fase
Het doel van het participatierapport is om de inbreng van de deelnemers vast te leggen, zodat deze volwaardig wordt meenomen in de vaststelling van de Notitie Kansrijke Oplossingen. Enkele hoogtepunten uit de inbreng van de omgeving zijn ook opgenomen in de NKO. Dit doen we om aan te geven waar omgevingspartijen accenten hebben gelegd en hoe het project is omgegaan met deze inbreng.
Leeswijzer De volledige procesverantwoording van de participatie lees je in hoofdstuk 2 van dit participatierapport. In dit hoofdstuk gaan we in op de uitgangspunten en de gestelde ambities voor de participatie. Ook beschrijven we het uitgevoerde proces en hoe wij met de inbreng van de omgeving zijn omgegaan.
7
1. Inleiding
Dit is het Participatierapport van de analytische fase, onderdeel van de Notitie Kansrijke Oplossingen (NKO) van de MIRT-verkenning Oeververbindingen Regio Rotterdam. In dit participatierapport lees je alles over het gevolgde proces en de oogst van de participatie in de analytische fase van de Verkenning. Deze periode loopt van voorjaar 2020 tot en met 1 april 2021. Het rapport gaat over de inbreng die is gegeven tijdens expertgroepen, klankbordgroepen, het Omgevingsberaad en andere momenten met participanten en belanghebbenden van dit project.
Binnen het beoordelingskader van de zogenaamde zeef 1 (einde analytische fase), is het aspect Omgevingsaspecten opgenomen. We wilden dit aspect vullen vanuit het belevingswaardeonderzoek. Helaas gooide Covid-19 roet in het eten en hebben we ervoor gekozen om geen mensen op straat te interviewen. We zijn een belevingswaardeonderzoek ‘light’ gestart, met telefonische interviews met respondenten die zich hebben aangemeld na een oproep in de nieuwsbrief. De resultaten van dit onderzoek staan in hoofdstuk 6.
2. Procesbeschrijving
Participatierapport analytische fase
Participatierapport analytische fase
8
9
Tenslotte kijken we in hoofdstuk 7 vooruit en geven we een korte vooruitblik op de beoordelingsfase. Net zoals in de fase voorafgaand aan de analytische fase, zijn we van plan om een korte fase van Participatie over de Participatie te organiseren om de evaluatiepunten van de analytische fase een goede plek te geven en gezamenlijk verantwoordelijkheid te kunnen dragen voor de participatie.
Er is tijd uitgetrokken om met de stakeholders van gedachten te wisselen over de vraag hoe zij betrokken willen worden. Dit is onder meer een gevolg van het participatieproces in de ‘pre-verkenning’. De opdrachtgevers vonden het belangrijk om de aanpak mee ter inzage te leggen als onderdeel van de fase ‘Participatie over de Participatie’. Deze fase staat ook weergegeven in de Routekaart (zie einde hoofdstuk).
• • • •
Niet alleen het inventariseren en kenbaar maken van belangen moet mogelijk zijn via het participatieproces, maar ook het uitwisselen en confronteren van deze belangen. Hier past een houding van oprecht respect voor het belang van de ander. Hiertoe is het Spelregelkader Participatie in het leven geroepen. Het Spelregelkader bevat nadere afspraken over participatie. In het Spelregelkader staat dat alle betrokkenen de intentie hebben tot goede participatie. Daarnaast biedt het houvast om initiatiefnemers en omgeving scherp te houden op verwachtingen en gedrag in de praktijk. Het Spelregelkader is niet bedoeld als juridisch bindend of afdwingbaar. De kern is morele binding. Het voorkomen van verrassingen is een belangrijk punt in het Spelregelkader. Door deze afspraken met elkaar te maken kan het onderlinge vertrouwen groeien. Dit komt het hele proces, in zowel participatie als inhoud, ten goede. Ook vormt vertrouwen de basis in het bouwen van relaties voor de lange termijn. Vanuit de projectorganisatie mogen betrokkenen bijvoorbeeld verwachten dat:
Twee jaar (indicatief)
10
Participatierapport analytische fase
Initiatieffase Pre-verkenning
Het vooronderzoek naar de hoofddoelen en de maatregelen. Gebied west valt af als mogelijke locatie voor de oeververbinding.
Startfase
Opstart van het project en keuze van de locatie voor de oeververbinding.
Beslissing Keuze voor het maatregelenpakket, waaronder een oeververbinding in Rotterdam Oost, tussen Kralingen en Feijenoord.
Resultaat • Startbeslissing • Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Afbeelding 1: Fasen in de MIRT-verkenning
Analytische fase
Beoordelingsfase
Besluitvorming
Selectie van kansrijke alternatieven (zeef 1).
Keuze voor het voorkeursalternatief (zeef 2).
Op weg naar de Voorkeursbeslissing.
Nader onderzoek naar bouwstenen en uitwerking van alternatieven.
Beoordeling van kansrijke alternatieven en keuze voor het voorkeursalternatief.
Afronding van de MIRT-Verkenning.
Resultaat • Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen
Resultaat • Milieueffectrapportage • Kosten-batenanalyse • Planvorm (concept Omgevingsvisie)
Resultaat • Voorkeursbeslissing • Planvorm
Planuitwerking
Het vervolg richting realisatie en beheer van de zes maatregelen.
informatie eenduidig is; informatie op tijd beschikbaar is; de projectorganisatie bereikbaar is; de projectorganisatie afspraken nakomt.
Van de deelnemers aan het participatieproces wordt bijvoorbeeld verwacht dat zij: • een constructieve bijdrage leveren aan de gesprekken waaraan zij deelnemen; • de belangen van andere deelnemers respecteren; • eventuele onvrede over de gang van zaken bespreekbaar maken; • afspraken nakomen. In de evaluatie in hoofdstuk zeven gaan we nader in op hoe het contact en de samenwerking met de projectorganisatie is ervaren.
2.2 Opbouw participatieaanpak
Participatieaanpak Participeren • Expertsessies per deelstudie • Omgevingsberaad Consulteren / Adviseren • Klankbordgroepen per deelstudie • Brede ambt/bestuurlijke sessies • Meningspeiling (na deze fase) • Op-maat-gesprekken Informeren • Nieuwsbrieven • Informatiebijeenkomsten • Oeververbindingen.nl • Digitale masterclasses • Digitaal vragenuurtje Informeren en betrekken Raden en Staten
Afbeelding 2: Samenvatting participatieaanpak
Ben je expert op nautisch gebied? Dan is er plek in de expertgroep nautiek. Ben je inwoner van de Esch en wil je vooral je belang laten horen over de nieuwe oeververbinding? Dan ben je welkom in de klankbordgroep Inpassing & OV. Deze voorbeelden illustreren dat we plek maken voor verschillende invalshoeken in deze participatie. Als expert zit je dicht op het proces van het onderzoek en kijk je mee naar de manier waarop het onderzoek wordt uitgevoerd. Ben je belanghebbende, dan kun je vanuit jouw referentiekader standpunten en belangen inbrengen. Wil je alleen volger zijn van het project, dan zijn er genoeg mogelijkheden om je te laten informeren via de website, nieuwsbrief en bijvoorbeeld de masterclasses. De participatieaanpak kent een opbouw langs de verschillende niveaus van participeren (van informeren en consulteren tot participeren). Op deze manier is het voor eenieder mogelijk geweest om het project te volgen (niveau van informeren), aan te geven wat men van de oplossingen vindt (consulteren) tot het niveau van advies en meedoen (niveau participeren). Op deze drie niveaus zijn verschillende type bijeenkomsten georganiseerd, zoals in afbeelding 2 te zien is. Voor de data en het overzicht van deelnemers, verwijzen we naar de bijlage. We lopen hieronder deze niveaus van participatie en het informeren en betrekken van Raden en Staten kort langs.
Participatierapport analytische fase
De Participatieaanpak en de Routekaart zijn samen met de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) januari 2020 voor de periode van zes weken ter inzage gelegd. In juli 2020 zijn de documenten vastgesteld. Op dat moment is ook de Nota van Antwoord gepubliceerd.
2.1 Spelregelkader Participatie
11
De participatie voor de analytische fase is in juli 2020 gestart, na de afronding van de preverkenning. Deze fase hebben we afgerond met een participatierapport pre-verkenning. Zie afbeelding 1 voor de fasering van de MIRTverkenning
12
Participatierapport analytische fase
Omgevingsberaad met een onafhankelijk voorzitter Om samen kennis te verzamelen, maar ook de collectieve belangen een plek te geven in deze brede verkenning, is er een Omgevingsberaad opgericht. Een overlegvorm waarin een confrontatie van verschillende maatschappelijke belangen plaatsvindt. Een confrontatie die een constructief advies aan de initiatiefnemers oplevert (zie hoofdstuk 5). Dit advies gaat over de Notitie Kansrijke Oplossingen. In de volgende fase wordt het Omgevingsberaad gevraagd advies te geven over het Voorkeursbesluit.
Een nadeel van de verschillende participatiegroepen was dat de participanten geen volledig overzicht hadden van de samenhang tussen de verschillende thema’s binnen de studie. Daarom heeft de projectorganisatie een afsluitende informatieve bijeenkomst gehouden ‘over de werksporen heen’. Klankbordgroepen Bij het werkspoor Inpassing en OV heeft men in de klankbordgroep kunnen reageren op de onderzoeksstappen van het projectteam. Bij de werksporen A16/OWN en zijn de klankbordgroepen in de vorm van werktafels georganiseerd. Er is zowel meegedacht met de probleemstelling, oplossingen en maatregelpakketten. Ook hebben de klankbordgroepleden hun voorkeuren kunnen uitspreken over de voorgestelde oplossingsrichtingen.
2.2.3 Informeren Het doel van het informeren is om eenieder die het project wil kunnen volgen in processtappen en inhoudelijke uitwerking van zo volledig mogelijke en kwalitatief goede informatie te voorzien. Op deze manier kunnen betrokkenen ervoor kiezen om bijvoorbeeld via masterclasses en nieuwsbrieven het project ‘te volgen’. Voor een uitgebreidere reflectie op de informatievoorziening verwijzen we naar hoofdstuk 3 waarin apart aandacht wordt besteed aan communicatie. 2.2.4 Informeren en betrekken van Raden en Staten en bestuurscommissie MRDH Op twee momenten zijn de Raden en Staten betrokken bij de totstandkoming van de NKO. Ten eerste is er een tussentijds informatiemoment geweest in het najaar van 2020. Ten tweede zijn er informatieve bijeenkomsten verzorgd in de Raden en Staten op 14 april in aanloop naar de bestuurlijke vaststelling van de NKO. Op deze momenten is ook de bestuurscommissie van de MRDH geïnformeerd. Via de websites van de desbetreffende organisaties, zijn de informatieve en oriënterende besprekingen terug te kijken. Ook zijn de inspraakreacties bij de gemeente Rotterdam in te zien.
3. Ingebrachte visies en bewonersinitiatieven Er zijn ook visie(s) van bewonersgroep(en) op het onderzoek van de MIRT-verkenning ingediend. Een deel van deze visies hebben als directe aanleiding de MIRT-verkenning. Een ander deel betreffen bewonersinitiatieven die breder zijn dan de MIRTverkenning en/of de MIRT-verkenning niet per se als aanleiding kennen. Als het gaat om de visies van bewonersgroepen op de MIRT-verkenning hebben we gemeend deze direct te betrekken in de participatie en dit participatierapport. Voorbeelden zijn de visie van Impact op 3e Van Brienenoordbrug en de visie van de BBV op inpassing. De lijst met ingebrachte visies is te vinden in bijlage 8.2. Met bewonersinitiatieven die breder zijn dan de MIRT-verkenning en/of de MIRT-verkenning niet perse als aanleiding kennen, hebben wij contact en kijken wij graag naar kansen en mogelijkheden voor samenwerking. Wegens het hoge abstractieniveau was daar in deze fase nog beperkt sprake van. Onze verwachting is dat dit in de volgende fase sterkere vorm kan aannemen. De betrokken gemeente speelt hier tevens een belangrijke rol in.
Brede ambtelijke en bestuurlijke voortgangssessies Om de bestuurlijke partners van het project in voldoende mate mee te kunnen nemen in de voortgang van het project, hebben we brede ambtelijke en bestuurlijke voortgangssessies gehouden. Hierin nemen partijen deel als de Waterschappen, ProRail, NS, RET en Havenbedrijf Rotterdam. Dit zijn partijen die zelf ook veelal deelnemen in werkgroepen en expertgroepen en in de voortgangssessies eventuele bespreekpunten kunnen agenderen. Op-maat-gesprekken Naast alle georganiseerde participatie in bijeenkomsten, is er ook aandacht besteed aan één-op-één consultatie in op-maat-gesprekken. Het betreft hier partijen en individuen die met een direct belang betrokken zijn of vertegenwoordigers zijn van bewonersverenigingen.
Participatierapport analytische fase
Expertgroepen Om hun kennis en expertise in te brengen, hebben we expertgroepen gehouden. De expertgroepen zijn rondom thema’s georganiseerd: nautiek, OV en inpassing. Onze intentie is om door te gaan met expertgroepen.
2.2.2 Consulteren Participatie kan naar ons idee de meeste invloed hebben op dit project wanneer de participatie zo dicht mogelijk op de inhoud wordt georganiseerd. Om die reden zijn de klankbordgroepen per werkspoor ingericht, namelijk: Inpassing oeververbinding & OV, A16 Van Brienenoordcorridor/onderliggend wegennet en Algeracorridor.
13
2.2.1 Participeren Om tot een constructieve dialoog te komen, is het belangrijk om samen kennis te verzamelen en analyseprocessen te doorlopen. Dit noemen we J ‘ oint Fact Finding’. Daarvoor moet je elkaar kunnen begrijpen en elkaar de goede vragen kunnen stellen. Joint Fact Finding draagt eraan bij dat de gesprekspartners van het begin af aan betrokken zijn. Zo kunnen zij een wezenlijke bijdrage leveren aan het onderzoekstraject.
Proces stappen
Versie juli 2020
Start fase
Initiatiefnemers
Doelen: - Goede voorbereiding van de besluitvorming, zodat er een zorgvuldig afgewogen keuze kan worden gemaakt. - Bewaken en behouden van de bestuurlijke tevredenheid. - Informeren over mogelijke bestuurlijke kansen en risico’s. - Betrokkenheid vanuit bevoegd gezag rol faciliteren.
Gemeenteraden Provinciale Staten
Democratische verantwoording
Participeren Omgevingspartijen waaronder:
Doelen: - De participatie wordt in samenspraak vormgegeven zodat deze aansluit bij de behoeftes en verwachtingen. - Inhoudelijk betrokken bij onderzoeken, (in opmaat naar besluitvorming). - Joint Fact Finding rond thema’s (met experts). - Omgevingsberaad: maatschappelijke belangen tafel die vanuit het collectief belang advies uitbrengt aan de initiatiefnemers.
Ministerie BZK BAR-organisatie Rijkswaterstaat Havenbedrijf Rotterdam Rijkshavenmeester ProRail Vervoerders Verkeersonderneming Aanpalende gemeenten Waterschappen OV partijen Rederijen Fietsersbond Brancheorganisaties scheepvaart en nautiek
Besluitvorming cyclus
Besluit c-NRD
Publicatie c-NRD
Reactie Nota zienswijzen
Gespreksronde met de Initiatiefnemers over de invulling en randvoorwaarden bij participatieaanpak
Participatie aanpak als bijlage bij c-NRD
Vaststellen definitieve participatieaanpak
Selecteren kansrijke bouwstenen
Vaststellen Spelregelkader Participatie
Samenstellen bouwstenen tot mogelijke alternatieven
Besluitvorming cyclus
Publicatiedefinitieve participatieaanpak (juli 2020)
Selecteren kansrijke alternatieven
Besluit kansrijke alternatieven
Besluitvorming cyclus
Publicatie Besluit Kansrijke alternatieven
Besluit kansrijke bouwstenen
De democratische verantwoording vindt plaats via het eigen bestel van de bestuurlijke partners. Dat geldt ook voor de informatievoorziening aan de gemeenteraden (inclusief de relevante Rotterdamse gebiedscommissies en wijkraden) en Provinciale Staten zodat zij inzicht krijgen in de uitkomsten van het onderzoek en de besluitvorming. Desgewenst draagt het project bij aan de informatievoorziening.
Joint fact finding
Participatie over de participatie De definitieve participatieaanpak geeft invulling aan vragen als; in welke vorm de verschillende belanghebbenden betrokken gaan worden, in welke samenstelling, met welke frequentie en hoe de communicatie zal gaan plaatsvinden.
Gesprekken over Participatie met BAG Partners - Gemeente Capelle a/d IJssel - Gemeente Krimpen a/d IJssel - Gemeente Ridderkerk - Gemeente Krimpenerwaard
Gesprekken met belanghebbenden over wensen/ideeën bij participatie - Samenwerkende bewonersorganisaties - Gebiedscommisies en wijkraden
Functie: voorkómen dat er met belanghebbenden verschil van inzicht ontstaat over de onderzoeksmethodiek, over de uitkomsten van het onderzoek, danwel over de interpretatie daarvan
Expertsessies rondom werksporen: Vormgeven Spelregelkader participatie Uitkomst gesprekken is input Participatieaanpak bij c-NRD
- Inpassing oeververbinding en OV - Nautiek - Algeracorridor - A16 van Brienenoordcorridor/OWN - Mobiliteitsanalyses
Per werkspoor worden meerdere sessies georganiseerd met experts uit de omgeving De bijeenkomsten worden georganiseerd op momenten in de verkenning waarop de vergaarde inzichten bijdragen aan het onderzoeksproces
Participatie over de participatie Beoordelings fase Herijken participatie en specificeren naar volgende fase
De vorm en frequentie kan per werkspoor verschillen
Consultatieronde spelregels en praktische afspraken t.a.v. participatie input voor het Spelregelkader.
Omgevingsberaad Adviesrol Maatschappelijk partijen verifieren collectief belang
Brancheverenigingen Koepelorganisaties vervoer en nautische aangelegenheden Landelijke natuur en milieuorganisaties Lokale organisaties (zoals recreatieschappen, gebiedscommissies en wijkraden, natuurverenigingen, ondernemersverenigingen, bewonersverenigingen) Individuele bewoners en ondernemers. Raakvlakprojecten
Informeren Journalistiek / media Alle overige belanghebbenden
Klankbordgroepen rondom werksporen
Doelen: - De participatie wordt in samenspraak vormgegeven zodat deze aansluit bij de behoefte en verwachtingen. - Verifieren of belangen juist zijn begrepen en vertaald in onderzoek. - Verifieren kwaliteit participatieproces en aansluiting bij behoeften. - Toegankelijk in contact, mogelijkheid tot op maat gesprekken.
Verifieëren of belangen goed zijn vertaald & geborgd en kwaliteit van de participatie • Klankbordgroep inpassing oeververbinding en OV • Klankbordgroep Algeracorridor • Klankbordgroep A16 van Brienenoordcorridor en effecten op het onderliggend wegennet (OWN)
Mogelijkheid voor belanghebbenden zich aan te melden voor participatie over de participatie
Meedenken over de opgave
Z
Meedenken over de kansrijke bouwstenen
Meedenken over kansrijke alternatieven Input voor Omgevingsberaad
Tervisielegging cNRD (6 weken) Formele zienswijze mogelijkheid voor iedereen Op maat gesprekken
Doel - Informeren over de voortgang en de besluitvorming van de verkenning. - Goede bereikbaarheid van de projectorganisatie bij vragen. - Tijdige, begrijpelijke en toegankelijke communicatie. - Investeren in kennisniveau zodat het project goed navolgbaar is voor iedereen.
Informatie en Bereikbaarheid project mail@oeververbindingen.nl www.oeververbindingen.nl
Kennisdeling Investeren in kennisniveau onder meer door Masterclasses
Informatiebijeenkomsten c-NRD
Abonneren op nieuwsbrief via de website
* Deze doelen gelden ook voor de andere participatieniveau’s.
Inhoudelijke navolgbaarheid project Inhoudelijke informatie over het project beschikbaar voor iedereen
Inzicht in de procesvoortgang & wetenswaardigheden Onder meer via nieuwsbrieven, website en het digitale vragenuurtje
*De Algeragemeenten leveren een bijdrage aan de bekostiging van de maatregelen t.b.v. de Algeracorridor. Op dit onderdeel beslissen zij mee.
Informatiebijeenkomsten Notitie Kansrijke Oplossingen (NKO)
Participatierapport analytische fase
Consulteren Omgevingspartijen waaronder:
15
Omgevingsproces - participatieniveau’s
Ministerie I&W Provincie Zuid-Holland Metropoolregio Den Haag (MRDH) Gemeente Rotterdam *Algeragemeenten Capelle a/d IJssel Krimpen a/d IJssel Krimpenerwaard
Participatierapport analytische fase
Beoordelen of bouwstenen kansrijk zijn of niet
Beoordelingskader opstellen logische en haalbare bouwstenen en inventariseren bouwstenen
Besluiten
14
Analyse Fase
Mensen die geïnteresseerd zijn, moeten wij uit kunnen leggen wat er in het project gebeurt, wat er in de NKO staat en wat dit betekent. Dat geldt niet alleen voor bewoners, maar ook voor raadsleden of ondernemers. Technische en complexe stukken hebben wij zoveel mogelijk ‘vertaald’, op diverse manieren. Wij hebben artikelen en samenvattingen geschreven, en gewerkt met mondelinge toelichtingen zoals een masterclass of video-interviews.
16
Participatierapport analytische fase
Digitaal Wat betreft de organisatie van de participatie is het continu een uitdaging om over te schakelen van fysiek contact naar digitaal. Voor de communicatie is dit minder lastig. De basismiddelen die wij gebruiken zijn digitaal, zoals de website en de nieuwsbrief. Wel was het aan het begin van de coronapandemie zoeken naar de juiste middelen om online bijeenkomsten te organiseren. Gedurende de analytische fase hebben we meerdere applicaties gebruikt voor de digitale participatie. Voor online bijeenkomsten hebben we Zoom, MS Teams, en Cisco Webex gebruikt. Voor het ophalen van reacties bij participanten tijdens de bijeenkomsten gebruikten we applicaties zoals Mentimeter en Conceptboard. Website en nieuwsbrieven Vanwege het gezamenlijk opdrachtgeverschap en de brede impact van het project is gekozen voor een eigenstandige uitstraling van het project middels een eigen website, huisstijl en nieuwsbrief.
Na de publicatie van de NRD is de website geherstructureerd. De website is de bron van alle publieksinformatie. Die moet meegroeien en -ontwikkelen met het project. De website is gebaseerd op een driedeling tussen proces, project en participatie. Op die manier vinden bezoekers snel informatie over wat er gebeurt, wanneer dat gebeurt en hoe zij mee kunnen doen. Via de website kan men zich ook aanmelden voor de nieuwsbrief. De nieuwsbrief is met frequentie verstuurd. Digitale vragenuurtjes en masterclasses Nadat de coronamaatregelen van kracht werden, zijn we overgestapt naar digitale bijeenkomsten. Met regelmaat hebben we online vragenuurtjes ingesteld. In die vragenuurtjes konden geïnteresseerden aanschuiven en hun - vooraf ingestuurde - vragen stellen. Deze bijna maandelijkse spreekuren werden gewaardeerd door de omgeving. Daarnaast hebben wij twee masterclasses georganiseerd, over de onderwerpen Mobiliteitsanalyses en Verstedelijking. De masterclasses zijn ingezet om het kennisniveau van geïnteresseerden op te vijzelen en om op een toegankelijke manier complexe materie helder te maken. Voor een aantal digitale bijeenkomsten zijn professionals ingeschakeld. In de startfase was het voor ons zoeken naar de juiste manier van modereren en presenteren in een digitale omgeving. Gaandeweg is iedereen hier behendiger in geworden en was die hulp niet altijd meer nodig.
Ook was er een telefonische hulplijn beschikbaar voor de deelnemers als zij problemen hadden met inloggen bij de bijeenkomsten.
Participatierapport analytische fase
We proberen daarom de communicatie volgens drie kernwaarden vorm te geven en uit te voeren. We zijn: • Voorspelbaar in het proces; • Duidelijk over het project; • Uitnodigend in de participatie.
Om zoveel mogelijk mensen te informeren over het proces en de principes achter een MIRTverkenning hebben we ook masterclasses georganiseerd. Dit willen we continueren in de volgende fase.
17
3. Communicatie
Aangezien communicatie een wezenlijk onderdeel is van de participatie, hebben we in dit hoofdstuk nog eens apart aandacht besteed aan dit onderdeel van onze aanpak. Een constructieve en waardevolle participatie valt of staat met de begrijpelijkheid van de informatievoorziening, daar zijn we van overtuigd. De uitdaging voor dit project is om de technische complexiteit en brede afweging van diverse belangen helder te maken. Hoe concreter de resultaten van dit project worden, hoe makkelijker dat is.
4.1 Inpassing Oeververbinding & Openbaar Vervoer (OV) Voor het werkspoor Inpassing oeververbinding & OV is het participatieproces van juli 2020 tot en met maart 2021 doorlopen. In deze periode zijn met de klankbordgroep, bestaande uit 26 deelnemers, vier digitale bijeenkomsten georganiseerd. In de zomer van 2020 is er een kennismakingsbijeenkomst georganiseerd. Hier gaven we uitleg over het proces, de spelregels en de rol van de klankbordgroep. Vervolgens zijn er tussen september 2020 en maart 2021 drie inhoudelijke bijeenkomsten georganiseerd1: Aftrap 13 juli 2020 Kennismaken & toelichting proces 1e sessie 15 oktober 2020 Verkennen mogelijke aanlandingslocaties oeververbinding & OV bouwstenen 2e sessie 3 december 2020
18
De belangrijkste reacties, zorgen en aandachtspunten die naar voren kwamen tijdens het werkspoor Inpassing oeververbinding & OV worden hieronder toegelicht. Leefbaarheid De voornaamste zorg die in de klankbordgroep Inpassing oeververbinding & OV naar voren is gekomen, is dat de leefbaarheid van De Esch onder druk staat met de komst van een nieuwe oeververbinding. De zorgen zijn vooral gericht op de gevolgen van een (grote) toename van verkeer door de woonwijk, zoals geluidoverlast, files, verkeersonveilige situaties en extra barrièrewerking door meer infrastructuur in de wijk. De weerstand voor meer autoverkeer door de wijk is hierbij het grootst. De bewoners in De Esch zien liever het autoverkeer de stad uit gaan. Een verbinding voor OV en langzaam verkeer wordt als minder nadelig ervaren. Bij files op de A16, staat het verkeer meestal ook vast op het Kralingseplein en op de Abram van Rijckevorselweg (richting de A16). De doorstroming is daar onvoldoende. Dit probleem wordt vermoedelijk groter als er meer autoverkeer via een oeververbinding vanuit Rotterdam-Zuid komt dat ook de Abraham van Rijckevorsel op wil. De afrit naar het Kralingseplein is namelijk te kort, wat opstoppingen veroorzaakt. Daarbij zien de bewoners van Rotterdam-Oost niet direct de meerwaarde van een nieuwe oeververbinding.
In hun optiek is de nieuwe verbinding vooral een toegevoegde waarde voor bewoners uit Rotterdam-West en het centrum, omdat het verkeer meer verspreid zal worden. Dit betekent dat het verkeer op de huidige oeververbindingen zal afnemen. Ditzelfde zal gelden voor het verkeer op de A16. De verwachting is dat een extra autoverbinding dat ‘sluipverkeer’ zal stimuleren.
3e sessie 16 februari 2021
Participatierapport analytische fase
Participatierapport analytische fase
Presentatie 17 inpassingsalternatieven oeververbinding & 10 logische OV combinaties
Oogst van de participatie
Bij elkaar brengen informatie inpassing, nautiek & OV en ophalen reacties t.b.v. effectbeoordeling Rapportage maart 2021 Effectbeoordeling Zie voor een meer uitgebreide procesbeschrijving bijlage 8.1.
1
19
4. Oogst van de participatie
Zoals in hoofdstuk 2 is beschreven, heeft de participatie in drie werksporen plaatsgevonden. Er zijn in die verschillende werksporen veel waardevolle ideeën, aandachtspunten, standpunten en belangen opgehaald. Hieronder vermelden we per werkspoor de oogst van de participatie.
20 Participatierapport analytische fase
Multimodaliteit als eis De participanten vragen zich af waarom aan de eis voor een multimodale verbinding wordt vastgehouden. Een nieuwe oeververbinding neemt veel ruimte in beslag. Voor langzaam verkeer (fietsen en lopen) is er een pontje in gebruik tussen de Oude Plantage en de Piekstraat, dat prima functioneert. Eventueel kan gekeken worden naar de mogelijkheid om het pontje ook ’s avonds en in het weekend te laten varen, om de verbinding betrouwbaarder te maken. In dat geval is volgens deelnemers helemaal geen nieuwe oeververbinding voor langzaam verkeer nodig. Brug of een tunnel Veel participanten hebben een voorkeur voor een tunnel in plaats van een brug. Ondanks dat een tunnel minder aantrekkelijk wordt bevonden voor langzaam verkeer als het over de sociale veiligheid gaat. De voorkeur voor een tunnel komt voort uit de veronderstelling dat CO2-uitstoot, fijnstof en geluidsoverlast met een tunnel beperkt blijven en het groen in de stad kan worden behouden. Daarnaast zal er door een tunnel een metro of sneltram rijden.
4.2 A16 Van Brienenoordcorridor en effecten op het OWN3 In het werkspoor A16 Van Brienenoordcorridor/ OWN is een participatieproces doorlopen van juli 2020 t/m maart 2021. In deze periode is de klankbordgroep, bestaande uit 18 deelnemers, vijf keer digitaal bijeengekomen.
Aftrap donderdag 2 juli Kennismaken & toelichting proces
De nautische experts hebben een duidelijke voorkeur voor een tunnel. Dat komt vanwege de grote twijfels bij de haalbaarheid van een brug in de bocht van De Esch en het effect daarvan op veilig en vlot doorvaren. De nautische experts zijn van mening dat door de pijlers van de brug de bocht voor de scheepvaart te smal wordt; ook als een deel van De Esch hiervoor wordt afgegraven. Als er dan toch een brug moet komen zien ze liever een hoge brug in de rechtstand van de rivier direct ten westen van de Van Brienenoordbrug, met de klep aan de noordzijde. Een klep aan de zuidzijde is vanuit nautisch veiligheidsperspectief onwenselijk, omdat de scheepvaart dan eerst de rivier moet kruisen om de brug te kunnen passeren. Nadeel van een brug parallel aan de Van Brienenoordbrug (o.a. in het geval van Pakket 6) is dat beide bruggen tegelijk open moeten als er een groot vrachtschip de bruggen wil passeren. Innovatief OV Enkele participanten vinden het teleurstellend dat er nauwelijks wordt gekeken naar innovatieve openbaarvervoersystemen, zoals bijvoorbeeld de Metrino. Er is onderzoek gedaan naar innovatieve OV-concepten2. Op basis van dit onderzoek is door het project gekozen voor OV-systemen die al bestaan in Rotterdam, zoals HOV-bus, tram, sneltram en metro. Deze systemen sluiten beter aan op het bestaande OV-netwerk.
1e werktafel donderdag 8 oktober Benoemen verkeerskundige knelpunten en oorzaken 2e werktafel donderdag 12 november Schetsen mogelijke maatregelen
Zie de notitie "Innovatie bouwstenen"
In het werkspoor A16 Van Brienenoordcorridor/ OWN heeft de participatie eind 2020 geleid tot vijf maatregelpakketten5. Tegelijkertijd is door het bewonerscollectief IMpact6 een aanvullend maatregelpakket ingebracht: Pakket 6. Het uitgangspunt van Pakket 6 is maximale leefbaarheid en behoud van het groen rondom de nieuwe oeververbinding en Kralingen-Oost. In het pakket wordt een nieuwe stadsbrug direct naast de Van Brienenoordbrug gesitueerd. Waarbij al het verkeer dat erop of af moet bij Kralingseplein of Feijenoord via deze stadsbrug wordt geleid. Met als resultaat minder stedelijk verkeer op de Van Brienenoordbrug. Met Pakket 6 denkt IMpact meerdere problemen in één keer op te kunnen lossen. “Met deze plannen zorgen we voor een betere doorstroming op de Van Brienenoordbrug en zal er minder sluipverkeer zijn op de Kralingse Zoom. Daarmee blijft overlast in De Esch bespaard” aldus IMpact. In goede afstemming met IMpact zijn we samen tot een voorstel voor Pakket 6 gekomen. Dit pakket hebben we op hetzelfde detailniveau doorgerekend als de andere vijf maatregelpakketten, zodat een gelijkwaardige afweging gemaakt kon worden tussen de pakketten.
3e werktafel woensdag 16 december Verkennen oplossingsrichtingen 4e werktafel donderdag 11 februari Effectiviteit maatregelenpakketten Rapportage maart 2021 Resultaten werkspoor A16 & participatie
De formele naam van het werkspoor is A16 Van Brienenoordcorridor en effecten op het onderliggend wegennet. Hierna werkspoor A16 benoemd. 4 Zie voor een uitgebreidere procesbeschrijving bijlage 8.1. 5 Zie voor een uitgebreide beschrijving van de pakketten de rapportage ‘MIRT-verkenning Oeververbindingen Rotterdam, werkspoor A16/OWN fase 1 alternatievenonderzoek’ 6 IMpact is een samenwerking van meerdere bewonersorganen en bewonersverenigingen en wijkorganen uit onder meer KralingenCrooswijk, Capelle aan den IJssel, Rivium, Kralingse Veer, IJsselmonde en de Esch. 3
Parallel aan dit proces is er ook afgestemd met een ambtelijke klankbordgroep. Zo hebben we gezamenlijk de mogelijke oplossingsrichtingen in kaart gebracht4.
2
Samen werken aan oplossingen
Participatierapport analytische fase
Polder De Esch Polder De Esch is voor de bewoners erg dierbaar. De participanten vinden het dan ook onwenselijk dat de polder mogelijk moet worden afgegraven voor een nieuwe oeververbinding. Zeker gezien de enorme verstening die je ziet in de stad en de matige kwaliteit van het groen, zoals bijvoorbeeld De Oude Plantage. Het groen moet niet van ondergeschikt belang zijn. Ook vrezen de participanten daarnaast voor het verlies van andere voorzieningen in de wijk, zoals het sportcomplex, de volkstuinen, de Joodse begraafplaats en/of hun eigen huis.
Er zijn twijfels bij een brug, omdat je met een nieuwe oeververbinding op maaiveld een extra barrière creëert op zowel de noord- als de zuidoever. Het argument dat bewoners van zuid nu niet naar noord kunnen en een nieuwe oeververbinding ‘kansen voor mensen’ creëert, vinden ze onvoldoende. Die mogelijkheid is er nu ook, de verbinding is alleen niet rechtstreeks. Daarbij vinden de bewoners dat de doelstelling ‘kansen voor mensen’ ook in strijd kan zijn met de inpassing van een brug, aangezien mensen er mogelijk voor moeten wijken. Toch zijn er enkele participanten die de waarde van een brug als nieuw icoon voor de stad zien. Ze zien ook de voordelen die een brug biedt voor de toegankelijkheid voor het langzame verkeer als de brug niet te hoog wordt.
21
Voor veel participanten is de doelstelling van het project om de stedelijke leefkwaliteit te verbeteren, ongrijpbaar. Maatregelen op deze doelstelling zien ze onvoldoende terug. Daarom werd er meermaals een oproep gedaan het groen in de stad niet ondergeschikt te maken, maar een goede balans (economische groei vs. groen/ leefbaarheid) te vinden. Er is weinig (hoogwaardig) groen in de stad en met de komst van zo’n 20.000 tot 30.000 woningen de komende jaren in de regio, zal de behoefte aan groen in de stad toenemen.
Tijdens het werkspoor A16 is er een aantal belangrijke aandachtspunten, standpunten en belangen gedeeld, die hieronder worden beschreven.
22 Participatierapport analytische fase
Autoverkeer op de A16 houden De klankbordgroep heeft meermaals uitgesproken dat zij bij voorkeur het autoverkeer de stad uit ziet gaan. Aangegeven wordt dat het nu al druk is op wegen zoals de Abram van Rijckevorselweg en het Kralingseplein. Als er meer autoverkeer over een nieuwe oeververbinding tussen De Esch en Feijenoord rijdt, worden deze wegen alleen maar drukker, is de vooronderstelling. Bovendien tast dat de woonkwaliteit aan, omdat het verkeer dan in een woonwijk terechtkomt. De voorkeur van de participanten gaat dan ook nadrukkelijk uit naar een maatregelpakket waarbij het autoverkeer zoveel mogelijk op de A16 wordt gehouden. Dat kan bij pakket 1 tot en met 4.
Aansluiting Rivium/Fascinatio De aansluiting naar de wijk Fascinatio (Capelle aan den IJssel) is een specifiek knelpunt dat wordt genoemd door participanten. Het verkeer loopt op het Kralingseplein vast, met als gevolg files op de N210 richting het oosten. De A16 wordt ter hoogte van het Kralingseplein als barrière naar Rotterdam ervaren. Renovatie Van Brienenoordbrug De participanten vragen ook aandacht voor de renovatie van de Van Brienenoordbrug. Dit project loopt parallel aan de MIRT-verkenning. Hierbij worden onderdelen van de brug - de westboog en de oostboog - vervangen en gerenoveerd. Na de vervanging en renovatie van beide bogen blijft de oude oostboog over. Om meer capaciteit op de Van Brienenoordbrug mogelijk te maken, kan de oude oostboog volgens de participanten gerenoveerd worden om zo meer capaciteit op de A16 te creëren. Op die manier kan er slim werk met werk gemaakt worden.
Verkeersveiligheid De verkeersveiligheid van de maatregelen is een ander belangrijk aandachtspunt. Volgens de participanten verslechtert de verkeersveiligheid door het samenvoegen van de rijbanen bij maatregelpakket 4. Het wordt er onduidelijk en onoverzichtelijk van, vooral voor mensen die niet uit de omgeving komen. Dit leidt tot files. Er is door de participanten gevraagd om hier nadrukkelijk rekening mee te houden. Het voordeel van het samenvoegen van rijbanen, waarbij meer mogelijkheden zijn om verkeer om te leiden, wordt wel gezien.
Beschikbare budget voor de A16 Er zijn twijfels over het richtbedrag van €100 miljoen voor het oplossen van het NMCA7 knelpunt op de Van Brienenoordcorridor. Deelnemers zijn verbaasd dat er projecten in Nederland zijn waar de urgentie veel minder hoog is, maar het budget veel groter is. Bijvoorbeeld de A6 bij Lelystad of in Alkmaar. Daarnaast hebben enkele stakeholders bezwaar tegen het nu al verdelen van het totaal beschikbare budget voor de MIRT-verkenning over de drie werksporen. Dit zorgt volgens hen voor beperkingen. Ze roepen op het project en dus ook de budgetten integraal te benaderen.
Aandacht voor de fiets en pontje voor langzaam verkeer In het werkspoor is er veel aandacht geweest voor de fiets en het openbaar vervoer. Er zijn zorgen uitgesproken over het gebrek aan fiets- en openbaar vervoer (OV) maatregelen om de druk op de A16 te verminderen. Zonder stimulerende maatregelen om voor de fiets of het OV te kiezen, belemmer je mensen om de auto te laten staan. Terwijl je met de auto van knelpunt naar knelpunt rijdt. Daarbij is het huidige fietspad aan de oostzijde van de Van Brienenoordbrug per richting 1,75 meter breed. Dit is volgens de participanten te smal voor het toenemende fietsverkeer, waardoor er regelmatig ongelukken gebeuren. Een fietspad aan de westzijde zou een goede oplossing zijn en wordt daarom uitgesproken als wens.
Blijvend effect van corona Deelnemers vragen zich af of de bereikbaarheidsopgave nog wel nodig is door de mogelijk blijvende effecten van het coronavirus. Veel meer mensen werken bijvoorbeeld thuis; een structurele gedragsverandering. Daarom is het veel rustiger op de weg en wordt er minder in de spits gereden. Ook het OV wordt minder gebruikt. Mensen kiezen deze tijd liever voor de auto of de fiets. Men vraagt zich daarom af of dit niet juist het moment is om de fiets en OV meer te stimuleren, door structureel meer in te zetten op gedragsverandering. De overheid zou dit meer moeten aanjagen in plaats van in te blijven zetten op het uitbreiden of toevoegen van wegcapaciteit. Volgens de deelnemers heeft meer asfalt nog nooit files opgelost, maar trekt het alleen maar
meer verkeer aan. De BReVeR-wet wordt hierbij aangehaald door deelnemers, dat is de de wet van behoud van reistijd en verplaatsingen. Horizon verder dan 2030 Er wordt binnen de MIRT-verkenning gekeken naar de situatie in 2030, hoewel de infrastructuur zo’n 70 misschien wel 100 jaar mee gaat. Deelnemers vinden dat minstens geprognotiseerd moeten worden op 2050 of verder.
Reactie klankbordgroep op de zes maatregelpakketten Tijdens het participatieproces kwam steun vanuit de omgeving voor maatregelen om de doorstroming op de A16 te verbeteren, aangezien men zich bewust is van de negatieve effecten van stilstaand verkeer op de A16. Om gevoel te krijgen bij de reactie van de klankbordgroep op de zes maatregelpakketten, is in de laatste werktafel de volgende vraag aan de deelnemers voorgelegd: “Welk pakket zou je niet mee willen nemen naar de volgende fase? En Waarom?”. Hierin valt een aantal zaken op: Een aantal klankbordgroepleden vond het lastig om deze vraag te beantwoorden zonder inzicht te hebben in de effectbeoordeling van de pakketten, zoals milieu, inpassing, kosten/ baten en maakbaarheid8. Op basis van de voertuigverliesuren zijn de verschillen tussen de pakketten namelijk klein. Daarom benadrukken de klankbordgroepleden de noodzaak om in de volgende fase ook de effecten op het onderliggend wegennet te analyseren, omdat ze daarbij wel verschillen verwachten in de effectiviteit tussen de pakketten.
Pakket 5 Pakket 5 heeft niet de voorkeur van de klankbordgroep, omdat het naar verwachting een negatieve impact heeft op de omliggende woonwijken. De nieuwe oeververbinding - die in dit pakket ook geschikt is voor autoverkeer – zou door de Esch komen, in het verlengde van de Kralingse Zoom. Dit tast de woonkwaliteit aan. Er wordt gerefereerd naar de kaders die vooraf gegeven zijn; maatregelen met grote nadelige effecten op de stedelijke omgeving en op het milieu zijn uitgesloten. Pakket 6 Enkele klankbordgroepleden zijn positief over pakket 6, terwijl sommigen negatief zijn vanwege de verwachte kosten/baten. Een aantal participanten is van mening dat dit pakket de voorkeur heeft, omdat deze variant de minste impact heeft op de omliggende wijken. Met dit pakket kun je zoveel mogelijk verkeer buiten de stad afwikkelen. Anderen vinden dat je met pakket 6 juist een onwenselijke mix van verkeersstromen veroorzaakt; doorgaand verkeer kan als sluiproute eenvoudig gebruik maken van de stadsbrug. Daarnaast geven sommige klankbordgroepleden aan dat er in pakket 6 teveel focus ligt op autoverkeer, met zeer nadelige gevolgen voor de leefbaarheid in de omliggende wijken. De initiatiefnemers van pakket 6 benadrukken de integraliteit en toekomstgerichtheid van pakket 6.
Pakket 1 t/m 3 De participanten zien kansen in pakket 1, 2 en 3. Op dit moment worden geen directe nadelen verwacht bij deze pakketten. Pakket 4 Maatregelpakket 4 springt er voor veel klankbordgroepleden nadelig uit vanwege het samenvoegen van de parallel- en hoofdrijbanen. De verwachting is dat deze samenvoeging voor gevaarlijk verkeerssituaties zorgt. De verkeerssituatie wordt er onduidelijker van, vooral voor mensen die niet uit de omgeving komen. Ook wordt het weven op de rijbanen moeilijker.
7
Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse De effectbeoordeling van de maatregelpakketten was op dat moment nog niet beschikbaar.
8
23 Participatierapport analytische fase
Oogst van de participatie
In het werkspoor Algeracorridor is een participatieproces doorlopen van juli 2020 tot en met maart 2021. In deze periode is de klankbordgroep van zo’n 20 deelnemers9 vijf keer digitaal bijeengekomen10. De klankbordgroep heeft meegedacht over kansrijke oplossingsrichtingen. Een van de maatregelen die is aangedragen door een deelnemer is het doortrekken van de wisselstrook van de Algerabrug naar Capelseplein. Dit idee is meegenomen in alternatief 1B.
Aftrap dinsdag 14 juli Kennismaken & toelichting proces 1e werktafel woensdag 13 september Opgave en doelstellingen, verkennen mogelijke oplossingen 2e werktafel donderdag 25 november Voorstel vier rekenpakketten 3e werktafel donderdag 4 februari Resultaten & effecten vier rekenpakketten 4e werktafel donderdag 18 maart
24 Participatierapport analytische fase
Presentatie kansrijke alternatieven Rapportage maart 2021 Resultaten werkspoor Algera & participatie
9
Zie voor de deelnemers en bijeenkomsten bijlage 8.1. Voor een uitgebreide beschrijving wat in welke werktafel is behandeld, zie Eindrapportage Algeracorridor p. 10-11 .
10
Oogst van de participatie De belangrijkste perspectieven, standpunten en zorgen die tijdens de participatie in het werkspoor Algeracorridor de boventoon voerden, staan hieronder. Doorstroming Een groot deel van de klankbordgroep vindt dat de doorstroming op de Algeracorridor verbeterd moet worden. Dit komt ook naar voren in het Belevingswaardeonderzoek. Er zijn wel verschillende meningen over waarom de verbetering van de doorstroming nodig is. De gebruiker van de Algeracorridor heeft te maken met verkeersdrukte, lange wachttijden en een onbetrouwbare reisduur. De omwonende van de Algeracorridor ervaart vanwege filevorming en/ of verkeersdrukte (extra) overlast van geluid, een verslechterde luchtkwaliteit, fijnstof en toenemend sluipverkeer. Daarnaast maken inwoners en ondernemers uit Krimpen aan den IJssel en de Krimpenerwaard zich zorgen over de bereikbaarheid bij een calamiteit, omdat er maar één vaste oeververbinding is. Ondernemers uit de Krimpenerwaard noemen ook de vitaliteit van de regio als aandachtspunt, omdat ze zich zorgen maken dat de Krimpenerwaard een krimpregio zal worden als de doorstroming niet verbetert. Barrièrewerking De Van Brienenoordcorridor zorgt voor barrièrewerking, met name voor de fiets. Dit blijkt uit de probleemanalyse, maar is ook opgemerkt door de klankbordgroep. Door de corridor vormen bepaalde wijken ‘eilandjes’.
Het is daarom onaantrekkelijk korte afstanden af te leggen met de fiets. Omwonenden van de Algeracorridor zien graag dat de onderlinge verbondenheid tussen wijken verbetert, en daarmee de lokale bereikbaarheid in hun gemeente toeneemt. Leefbaarheid Omwonenden van de Algeracorridor vrezen dat hun leefomgeving (verder) achteruitgaat. Deze zorg is het meest genoemd tijdens de participatie, en wordt ook genoemd in het Belevingswaardeonderzoek. Omwonenden zeggen al jarenlang overlast te ervaren door het verkeer op de Algeracorridor. Ze stellen dat het invloed heeft op hoe zij hun leefomgeving waarderen. De vrees bestaat dat door de mogelijke maatregelen de overlast zal toenemen. Het gaat om de geluidsoverlast, de (slechte) luchtkwaliteit en
de vermindering van groen in de wijken. In het Belevingswaardeonderzoek wordt fijnstof ook benoemd. Bewoners uit Capelle aan den IJssel (’s Gravenland) zeggen dat het vrachtverkeer uit de Krimpenerwaard, de OV-bussen en motorfietsen de oorzaak zijn voor overlast van geluid en uitstoot. Sommige bewoners worden steeds vroeger wakker, omdat het vrachtverkeer eerder vertrekt uit de Krimpenerwaard om de ochtendspits te vermijden. Ook wordt herhaaldelijk benoemd dat de voertuigbestuurders zich niet houden aan de toegestane snelheid van 50 km/uur op de Algeraweg en de 70 km/uur op de Abram van Rijckevorselweg. Dit zorgt volgens hen voor extra geluidsoverlast, fijnstof en verslechtering van de luchtkwaliteit11. Omwonenden missen de aandacht voor leefbaarheid in het project. Zij maken graag al vroeg afspraken over maatregelen ter verbetering van de leefbaarheid, los van de maatregelen om de doorstroming te verbeteren. Daarbij zien zij het liefst dat eventuele leefbaarheidsmaatregelen op de korte termijn worden genomen. Zij willen niet wachten tot 2030. Een ander aandachtspunt is het sluipverkeer in de nabijgelegen wijken rondom de Algeracorridor. In Capelle aan den IJssel is dit in wijken zoals Kralingse Veer, ’s Gravenland, Rivium en Fascinatio. In Krimpen aan den IJssel is er sluipverkeer bij de C.G. Roosweg, Van Ostadelaan en de Overturelaan.
In combinatie met de mogelijke komst van het Nieuwe Rivium en de bijbehorende afsluiting van de Riviumboulevard12, maken omwonenden zich zorgen over toenemend (sluip)verkeer en de bijbehorende overlast. Verruiming scope werkspoor Algeracorridor Deelnemers uit de klankbordgroep droegen soms oplossingen aan die niet in de onderzoeksscope zitten. Daarnaast werd herhaaldelijk opgeroepen maatregelen te nemen ter verbetering van de leefbaarheid. Het gaat hierbij om: • handhavingsmaatregelen m.b.t. de snelheid; • maatregelen ter vermindering van vrachtverkeer en OV-bussen; • een tunnel in plaats van de Algerabrug; • een vaste verbinding tussen Krimpen aan den IJssel en Ridderkerk; • het verplaatsen van de busremise uit de Stormpolder; • concrete maatregelen voor vermindering van overlast en het versterken van groen.
Op basis van eerder onderzoek blijkt dat de opgave op de Algeracorridor ook op te lossen is door maatregelen op de corridor zelf.13 Daarvoor is een combinatie van maatregelen mogelijk, met een accent op autodoorstroming en de bevordering van alternatieve vervoerswijzen. Vanuit een paar deelnemers uit de klankbordgroep blijft nadrukkelijk het verzoek om maatregelen buiten de scope onderdeel te maken van de MIRTverkenning of een apart traject hiervoor te starten. Het onderscheid KTA en MIRT-verkenning Tijdens het participatieproces kwamen we erachter dat niet altijd duidelijk was dat de Korte Termijn Aanpak Algeracorridor (KTA) en de MIRTverkenning verschillende trajecten zijn. Het feit dat dezelfde partijen deelnemen in beide trajecten en er een gezamenlijk budget voor is, maakt het verwarrend. Voor de omgeving zou het makkelijker zijn als de twee trajecten onder dezelfde noemer vallen. Om deze reden is er bij klankbordgroepbijeenkomsten van de MIRTverkenning ook aandacht besteed aan de KTA. We zijn ingegaan op wat de KTA inhoudt en wat de relatie is tussen beide trajecten. Ook is er in de communicatie op de website aandacht besteed aan het onderscheid tussen beiden en waar geïnteresseerden terecht kunnen voor vragen.
‘Liefdesbrief’ voor Algerabrugverkeer: Rijd niet harder dan 50 kilometer per uur | Rotterdam | AD.nl https://wijwillendit.nl/capelle-aan-den-ijssel/project/het-nieuwerivium 13 Eindrapportage Probleemanalyse en Oplossingsrichtingen Algeracorridor versie 3.3., Studio bereikbaar, mei 2019. Zie www.oeververbindingen.nl/publicaties 11
12
25 Participatierapport analytische fase
4.3 Algeracorridor
Tijdens de laatste werktafel zijn er vier alternatieven gepresenteerd aan de klankbordgroep. Op hoofdlijnen zijn er twee oplossingsrichtingen. Oplossingsrichting 1 gaat uit van behoud van de wegcapaciteit van de huidige Algerabrug. Oplossingsrichting 2 gaat uit van uitbreiding van de wegcapaciteit van de Algerabrug (4x1 of 2x2 rijstroken). Elke richting bevat twee alternatieven waardoor er in totaal vier alternatieven zijn:
Pakket 1: Huidige capaciteit Algerabrug Variatie 1a: maatregelen gelijkvloers
Pakket 2: Uitbreiding capaciteit Algerabrug
Variatie 1b: maatregelen ongelijkvloers
Variatie 2a: 4 x 1 brug
Variatie 2b: 2 x 2 brug
Breed mobiliteitspakket
We vroegen aan de deelnemers wat ze van de alternatieven vinden, welke voor- en nadelen ze zien, en naar de zorgen en kansen. We ontvingen uiteenlopende reacties.
26 Participatierapport analytische fase
Oplossingsrichting 1 Een deel van de klankbordgroep spreekt zich uit voor oplossingsrichting 1. Er wordt wel getwijfeld of oplossingsrichting 1 voldoende oplossend vermogen heeft. Vanwege het onderwerp ‘leefbaarheid’ neigt men naar alternatief 1. Een andere reden is de hoge kosten die alternatief 2 met zich meebrengt. Dat geld kan beter worden gebruikt om het OV en de fiets te stimuleren. Oplossingsrichting 2 Een deel van de klankbordgroep ziet meer in oplossingsrichting 2; de uitbreiding van de rijstroken op de Algerabrug. Dit pakket heeft het meeste effect op de doorstroming en is daarmee volgens de deelnemers het meest toekomstgericht. Vooral de ondernemers uit de Krimpenerwaard en Krimpen aan den IJssel vinden uitbreiding noodzakelijk. Volgens hen hoort de prioriteit te liggen bij doorstroming. Daarbij is wel opgemerkt dat oplossingsrichting 2 niet voor extra overlast moet zorgen als het gaat om geluid en luchtvervuiling. Deelnemers zien een kans voor minder overlast bij het aanleggen van een nieuwe brug (variant 2B), doordat het met geluidsarm asfalt aangelegd kan worden en dit niet meer voor trillingen zorgt.
Zorgen over toenemend overlast Er zijn deelnemers die niks zien in de voorgestelde oplossingsrichtingen. Voor hen ligt het probleem in de huidige overlast van de Algeracorridor. Deze deelnemers verwachten niet dat door een van de pakketten de overlast vermindert. Integendeel, zij vrezen dat de overlast in Capelle aan den IJssel alleen maar zal toenemen. Volgens hen moeten er maatregelen genomen worden om de ‘Krimpenerwaard te ontsluiten’, en zijn infrastructurele aanpassingen aan Capelse zijde niet nodig. Dit hebben zij beschreven in een visie, die meerdere voorstellen bevat voor oplossingen om de ‘Krimpenerwaard te ontsluiten’14. In de visie staan maatregelen, zoals: • het instellen van een maximumsnelheid van 50 km/uur op de Algeracorridor inclusief handhaving; • de snelheid en frequentie van OV-bussen verminderen; • de OV-doelgroepenstrook opheffen; • meerdere maatregelen om vrachtverkeer te verminderen door: • het alleen toestaan van lokaal vrachtverkeer op de Algeracorridor; • een weeglus op de N210 voor te zwaar vrachtverkeer; • het uitplaatsen van bedrijven en zware industrie in de Krimpenerwaard.
14
Input kansrijke oplossing MIRT werktafel Algera Corridor NKO-5 van de Projectaanjagers Capelle a/d IJssel.
De deelnemers roepen op om de benoemde maatregelen serieus te nemen, en te overwegen de maatregelen onderdeel te maken van de MIRTverkenning als een vijfde alternatief. Recreatie- en scheepvaart Een paar deelnemers van de klankbordgroep komen op voor de belangen van de recreatieen scheepvaart, omdat de Hollandsche IJssel onderdeel is van de Staande Mast Route. Deze deelnemers hebben hun twijfels over het realiseren van een extra fietsbrug tussen Capelle-centrum en Krimpen-centrum. Er wordt opgeroepen om te kijken naar een fietstunnel of om ervoor te zorgen dat de fietsbrug hoog genoeg is om de Staande Mast Route in stand te houden. Ondanks de verschillende standpunten op de gepresenteerde oplossingsrichtingen, is de klankbordgroep het erover eens dat de leefbaarheid rondom de corridor aandacht verdient. Onafhankelijk van welke maatregelen er uiteindelijk genomen worden, wil men niet dat de overlast voor de omwonenden toeneemt.
27 Participatierapport analytische fase
Reactie klankbordgroep op vier alternatieven
Reactie op advies Het advies van het Omgevingsberaad is besproken door de opdrachtgevers van de MIRT-verkenning en de reactie is als volgt. Ten eerste, willen de opdrachtgevers het Omgevingsberaad van harte bedanken voor hun advies, waar zij duidelijk veel tijd en energie in hebben gestoken.
Het Omgevingsberaad is gevraagd om een advies uit te brengen op de concept-Notitie Kansrijke Oplossingen. Dit advies is het resultaat van een participatieproces van zo’n acht maanden, waarin informatie vanuit de projectorganisatie met het beraad is gedeeld en het Omgevingsberaad onderling in gesprek is geweest. Het Omgevingsberaad verzoekt om in een volgende fase in gesprek te gaan over de hoofdpunten van dit advies om ze nader uit te werken voor zeef 2.
1. Aanscherpingen Notitie Kansrijke Oplossingen De Notitie Kansrijke oplossingen is op een aantal punten aangescherpt naar aanleiding van het advies van het Omgevingsberaad. Er is duidelijk gemaakt in de tekst dat het uiteindelijke maatregelenpakket van de MIRT-verkenning toekomstgericht- en bestendig moet zijn. In de volgende fase kijken we daarnaar, inclusief de mate van aanpasbaarheid en flexibiliteit van de maatregelen bij toekomstige ontwikkelingen.
Het advies bevat drie hoofdpunten: 1. Wens om te werken vanuit een herkenbare visie op de stad en op de stad in de regio, als voorwaarde om te komen tot robuuste en toekomst vaste oplossingen voor stad en regio op de korte, middellange en lange termijn; 2 De oproep tot een integrale benadering op verschillende dimensies, namelijk tussen de werksporen, in de tijd, en over de doelstellingen heen waarbij ook wordt gekeken naar andere ontwikkelingen in de regio. 3. De noodzaak om te komen tot eenduidige en heldere criteria voor het beoordelen van effecten van maatregelen in relatie tot de geformuleerde doelstellingen én met het oog op de lange termijn.