1.6 RIB Rapport Onderzoek en Plan van Aanpak Alternatieven Jeugdzorgplus Midden-Holland
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
de gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
12-11-2024 Rapport: Onderzoek en Plan van Aanpak Alternatieven Jeugdzorgplus Midden-Holland
Beste meneer, mevrouw, Inleiding In de eerste helft van 2023 bent u geïnformeerd over Jeugdzorgplus, ook wel bekend als gesloten jeugdzorg en de huidige en toekomstige ontwikkelingen hierin. De VNG en het ministerie van VWS hebben destijds alle landsdelen gevraagd om hun bovenregionale plannen voor de afbouw en ombouw van gesloten jeugdzorg elke zes maanden te actualiseren. In het landsdeelplan Zuidwest, waar regio Midden-Holland een onderdeel van is, staat dat de vijf Jeugdzorgregio’s ieder een eigen plan opstellen voor het ontwikkelen van alternatieve vormen voor gesloten Jeugdzorg. De reden hiervoor is dat elke regio eigen contractafspraken heeft met de betreffende zorgaanbieders. In november 2024 hebben de vijf colleges van Midden-Holland kennisgenomen van het ‘Rapport: Onderzoek en Plan van Aanpak Alternatieven Jeugdzorgplus Midden-Holland’ (zie bijlage 1) en het Plan van Aanpak vastgesteld. Het rapport omvat een kwalitatief en kwantitatief onderzoek binnen het zorglandschap Jeugdzorgplus en Hoogspecialistisch in de regio Midden-Holland. Tevens de evaluatie en voorlopige resultaten van de onderzoeken naar- en de implementatie van de initiatieven die als alternatief zijn geïnitieerd om plaatsing in de Jeugdzorgplus te verminderen en te voorkomen.
Vanuit dat perspectief is een plan van aanpak opgesteld welke stappen worden ondernomen om de alternatieven voor Jeugdzorgplus Midden-Holland verder te ontwikkelen. Het onderzoek is uitgevoerd en geschreven door de Regionale Werkorganisatie Midden-Holland (hierna te noemen RWO) in nauwe samenwerking met de 5 lokale gemeenten Midden-Holland, Gecertificeerde Instellingen, systeemaanbieders, Zorgbemiddelaar, ECZ (expertise team complexe zorg) verblijfstafel, Jeugdzorgplus plaatsing coördinator, expertise vanuit OZJ (ondersteuningsteam zorg voor de Jeugd). Over de belangrijkste bevindingen uit het rapport wordt u via deze memo geïnformeerd. Samenvatting onderzoek De regio Midden-Holland is al vanaf 2018 actief met het vormgeven van alternatieven van residentiele zorg via het transformatieprogramma Gewoon Thuis Jeugd (GTJ). Dit zijn alternatieven voor zowel open als gesloten verblijf. Via dit programma is er altijd gezamenlijk opgelopen met de betrokken aanbieders, gecertificeerde instelling (GI), lokale toegang, ervaringsdeskundigen en onderwijs. En voor de gesloten Jeugdzorg verliep dit ook via de samenwerking op landsdeel niveau; Zuidwest (2019). Het transformatieprogramma heeft als ambitie gesteld dat door intensieve ambulante hulp te bieden uithuisplaatsingen voorkomen of verkort kunnen worden en de veiligheid wordt gewaarborgd.
Er wordt gestreefd naar passende zorg binnen de vertrouwde omgeving van het kind, bij voorkeur in het eigen netwerk. Als uithuisplaatsing onvermijdelijk is, kiest men voor kleinschalige, gezinsgerichte voorzieningen. Actief wordt gestuurd op het terugdringen van (gesloten) residentiële plaatsingen. Daarnaast worden bovenregionale alternatieven zonder vrijheidsbeperkingen benut als bepaalde initiatieven niet haalbaar zijn in de regio zelf. 1483600 / 1483691 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
Wat heeft de regio tot nu toe bereikt en hoe verder? De regio Midden-Holland heeft met haar ambitieuze transformatieprogramma GTJ sinds 2018 een divers alternatief zorglandschap weten te creëren voor de complexe doelgroep van Jeugdzorgplus. Door middel van 11 diverse zorgalternatieven binnen dit programma biedt de regio nu een breed scala aan passende hulp, waar voorheen onvoldoende van beschikbaar was. Daarnaast heeft de regio dit jaar ook twee verblijfslocaties in eigen regio omgebouwd tot kleinschalig verblijf en twee crisisbedden verblijf in eigen regio volledig beschikbaar gesteld voor de inwoners van Midden-Holland. Hoewel de aard van de doelgroep voortdurende doorontwikkeling vraagt en het transformatieprogramma de afgelopen jaren een wat minder stevige positie heeft gekend, heeft Midden-Holland getoond dat het mogelijk is om op regionaal niveau een toekomstbestendig zorgaanbod te realiseren. Het data-onderzoek, uitgevoerd door de RWO, toont aan dat er overwegend een daling is in het aantal uithuisgeplaatste jeugdigen in de regio. Hiermee kan geconcludeerd worden dat meer kinderen thuis blijven wonen dan voorheen. Het aantal plaatsingen in de jeugdzorgplus (gesloten residentiele jeugdzorg) van 2018 t/m 2023 is gedaald met ongeveer 71%, van 35 naar 10 plaatsingen.
De verblijfsduur van de jeugdzorgplus is over de periode 2018 t/m 2023 ook gedaald van ongeveer 8 maanden naar 4,8 maand in 2023. Hier zijn de ambities voor de afbouw Jeugdzorgplus behaald (verblijfsduur < 6 mnd.). Duidelijk is dat er met name focus nodig is op de drie-milieu voorzieningen en GGZ verblijf, waarin we een toename of aanhoudende stabilisatie zien in de plaatsing cijfers. Echter is de vraag of een gelijktijdige afbouw van zowel gesloten jeugdzorg als open residentiële voorzieningen realistisch en uitvoerbaar is. We zien een forse afname van het aantal geplaatste jeugdigen in een gesloten setting, maar deze doelgroep is in potentie nog aanwezig en heeft zich hoogstwaarschijnlijk verschoven naar de zwaardere verblijfsvoorzieningen. Het gebruik van gestapelde specialistische zorg in open residenties en ambulante omgeving neemt deels daardoor ook toe. Aannemelijk is dat het huidige aanbod kwalitatief niet voldoende is uitgerust voor de huidige doelgroep die deels is verschoven vanuit de gesloten jeugdzorg. Deze doelgroep is complexer en heeft deels een andere zorgbehoefte. Ook wordt geconcludeerd dat alternatieve zorgvormen momenteel onvoldoende worden ingezet als afschaalproduct om een duurzame en tijdige uitstroom uit open en gesloten residentiële voorzieningen te realiseren.
Dit kan de kans op terugval op hulp of zwaardere hulp vergroten en een zorgen voor toename in verblijfsduur. Uit data is namelijk geconcludeerd dat de verblijfsduur in residentiële voorzieningen, behalve jeugdzorgplus en crisis, over het algemeen toegenomen is, wat erop wijst dat de alternatieven nog onvoldoende worden ingezet om een versnelde uitstroom te realiseren. De gezinsgerichte verblijven (gezinshuizen en pleeggezinnen) welke een voorkeur hebben boven residentiele plaatsingen, laten in 2022 een significante toename zien van verblijfsduur en plaatsingen, gevolgd door een enorme afname in 2023. Een verklaring kan zijn dat er veel tijd en energie is gestoken in het verruimen van het aanbod in 2021, wat zijn vruchten heeft afgeworpen in 2022. De verklaring van de grote daling in 2023 kan zijn dat er in dit jaar onvoldoende aanbod is gerealiseerd of dat het aanbod niet passend is geweest voor de doelgroep. Ook bij deze voorziening is het nodig diepgaand onderzoek te doen naar de oorzaak hiervan. Alhoewel het een mooi resultaat is dat het aantal gesloten plaatsingen zijn gedaald, is er veel context en overige uitkomsten uit o.a. kwalitatief onderzoek toe te voegen aan deze cijfers.
De belangrijkste zijn: Op basis van het uitgevoerde onderzoek, waaronder de bijeenkomst Gewoon Thuis Jeugd met alle betrokken partners in maart dit jaar, kan worden geconcludeerd dat er positiviteit en samenwerkingsbereidheid heerst om de verbinding tussen de betrokken partijen verder te versterken.
pag. 2/4
Hierdoor kan de algehele effectiviteit van het programma worden vergroot; De geleerde lessen uit dit onderzoek bieden waardevolle inzichten om de kwaliteit van toekomstige ambities en bijbehorende prestatie-indicatoren te verbeteren. Door deze lessen mee te nemen, kan er een kwaliteitsslag worden gemaakt in de formulering van de nieuwe ambities en indicatoren; Het integraal werken moet nog verder worden ontwikkeld met de huidige partijen, maar ook hierbij is het van belang andere sectoren of gebieden van zorg beter te betrekken of zelfs te verankeren in een integraal team. Het gaat met name om de sectoren onderwijs, volwassen GGZ en verslavingszorg; Het zorglandschap, de omvang (het aantal) en de inhoud van de alternatieve jeugdzorgvoorzieningen zal (mogelijk) effectiever kunnen worden ingezet. Sommige voorzieningen lijken elkaar inhoudelijk te overlappen of te veel op afstand van elkaar en de relevante partners te werken. Van belang is te verkennen hoe de verbinding en samenwerking verstevigd kan worden door middel van kennisdeling en best practices; Doorontwikkeling van de kleinschalige voorzieningen. Een nieuwe hybride woonvorm start in Q2 2024, deze zal moeten worden opgevolgd, geëvalueerd en bijgesteld om te waarborgen dat het een passend alternatief wordt. Ook de Mockingbird constructies lijken een positief resultaat te hebben.
Hoe werken we verder aan onze ambities? In het Plan van Aanpak is ook uitgewerkt hoe verder gewerkt zal worden aan onze ambities inclusief tijdlijn. Dit biedt dus inzicht in waar in 2024, 2025 en 2026 de focus op zal liggen, zoals bijvoorbeeld op: Betere verbinding met het landsdeel en dus zorgen voor meer verbinding met de stuurgroep bovenregionaal; Starten met consistente borging van data op de (GTJ) alternatieven om per alternatief meer inzichtelijkheid te krijgen op de resultaten. Er een gedeelde verantwoordelijk in het leveren/inzichtelijk maken van de resultaten op alternatief niveau; Beschikbare subsidies benutten voor het innoveren en door ontwikkelen van dit zorglandschap; Eenduidigheid en eenvoud creëren in zorglandschap; Mogelijkheden verkennen om de verschillende alternatieven meer te integreren met elkaar, zodat het integraler is, versnipperingen tegen gaat en de krachten gezamenlijk ingezet kunnen worden; Verder realiseren van ombouw open residenties naar kleinschalige voorzieningen. Samenwerking met partners uit het alternatieve aanbod versterken om met elkaar op te trekken. Daarnaast heeft ook een verdiepende evaluatie plaatsgevonden op drie pilots die vallen onder het programma Gewoon Thuis Jeugd, namelijk: PAST, IVT en de Break.
Uit deze evaluatie zullen ook lessen worden getrokken voor de toekomst en hoe specifiek deze pilots verder aan onze ambities kunnen bijdragen.
Conclusie In de regio is een omvangrijk divers aanbod aan alternatieve zorgopties reeds gerealiseerd. Ondanks de relatief kleine omvang van de regio, heeft men sinds de start in 2018 een voortrekkersrol vervuld op dit gebied. De resultaten tonen overwegend aan dat de gestelde ambities zijn behaald, wat een positieve ontwikkeling is. Bovendien is duidelijk geworden dat de partners in dit zorglandschap de bereidheid en de noodzaak voelen om gezamenlijk aan deze verbeterpunten te werken. Dit biedt een veelbelovend perspectief voor de toekomst van de alternatieve zorg in de regio. Er zijn al veel verschillende alternatieven beschikbaar die bijdragen aan de om- en afbouw van gesloten jeugdhulp. Komende periode zullen waar nodig alternatieven worden bijgesteld om het succes ervan te vergroten, waarbij het uitgangspunt is dat dit geen extra geld zal kosten. Desalniettemin hebben we binnen de regio Midden-Holland al mooie stappen gemaakt om ervoor te zorgen dat zo min mogelijk jeugdigen in gesloten jeugdzorg hoeven te verblijven.
pag. 3/4
Bijlage Bijlage RIB: Rapport: Onderzoek en Plan van Aanpak Alternatieven Jeugdzorgplus Midden-Holland
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker
pag. 4/4
Rapport: Onderzoek en Plan van Aanpak Alternatieve zorgvormen Jeugdzorgplus MIDDEN-HOLLAND
Naam projectleider
Zainab Saberi, beleidsadviseur RWO
Leden projectteam
Zainab Saberi, Anouk Schepers (projectondersteuner) en Anke van der Landen (OZJ)
Naam opdrachtgever
Ministerie VWS en VNG
Documentversie
1.0
Datum
20 Juni 2024
Inhoud Inleiding ..................................................................................................................................................3 Achtergrond............................................................................................................................................4 Ambitie ...................................................................................................................................................4 Belangrijkste uitkomsten ........................................................................................................................6 Ontwikkelingen 2018 t/m sept 2023 a.d.h.v. tijdslijn ...........................................................................10 Activiteiten overzicht sept 2023 – mrt 2024 ........................................................................................11 Resultaat activiteit 1. “Overzicht zorglandschap” ............................................................................12 Resultaat activiteit 2. “Kwantitatief onderzoek Jeugdzorgplus” ......................................................15 Resultaat activiteit 3. “Kwalitatief onderzoek”.................................................................................21 Resultaat activiteit 4.
“Evaluatie pilot projecten Past, IVT en de Break 2024” .................................22 Resultaat activiteit 5. “Uitkomsten Bijeenkomst zorglandschap “GTJ” (26-03-2024) ......................23 Resultaat activiteit 6. “Evaluatie en bijstelling verblijf- en experttafel” ...........................................24 Resultaten / Onderzoeksuitkomsten AEF rapport “Naar een toekomstbestendig jeugdhulpstelsel” ..25 Conclusie ..............................................................................................................................................27 Hoe verder werken aan onze ambities? Plan van aanpak ...................................................................30 Bijlage 1 Ambities 2018-2024 en regiovisie ..................................................................................34 Bijlage 2: Overzicht en beschrijving zorgproducten .....................................................................35 Bijlage 3: Interview vragen voor kwalitatief onderzoek ...............................................................40
2
Inleiding Op 27 november 2023 verscheen de tweede actualisatie van het bovenregionaal plan Jeugdzorgplus Zuid-West. In opdracht van de VNG en het ministerie van VWS actualiseren alle landsdelen hun bovenregionale plannen ‘af- en ombouw gesloten Jeugdzorg’ halfjaarlijks ten einde een update te geven. In het landsdeelplan Zuid-West, waar regio Midden-Holland een onderdeel van is, staat dat de vijf Jeugdzorgregio’s in het landsdeel ieder een plan opstellen voor het ontwikkelen van alternatieve vormen voor gesloten Jeugdzorg. De ontwikkelopdracht ‘Regionale alternatieven’ bestaat uit de onderdelen bovenregionale kennisdeling (ervaringen nieuw aanbod), monitoring en beleidscoördinatie & afstemming. Iedere regio pakt dit individueel op omdat het open zorgaanbod betreft met eigen contractafspraken. Er is door de regio Midden-Holland een kwalitatief en kwantitatief onderzoek uitgevoerd, waarin interne- en externe data (PCZW jaarrapportages) is geanalyseerd. Er is onderzoek gedaan naar de actuele stand van zaken en een prognose: welke alternatief aanbod is gestart, welke in voorbereiding en welke nog in planning in de regio en er heeft ook separaat onderzoek plaatsgevonden door het AEF, in opdracht van landsdeel Zuid-West. De uitkomsten van het AEF rapport ‘Naar een toekomstbestendig Jeugdzorgstelsel’, zijn ook meegenomen in dit rapport.
Input en overleg in het kader van dit rapport en het ontwikkelen van alternatieven voor jeugdzorgplus heeft plaatsgevonden tussen de samenwerkingspartijen in de jeugdzorg Midden-Holland. Beoogde opbrengst Dit rapport omvat een data-onderzoek naar het zorglandschap Jeugdzorgplus en Hoogspecialistisch in de regio Midden-Holland en een inventarisatie van de huidige alternatieven. Tevens de evaluatie en voorlopige resultaten van de onderzoeken naar- en de implementatie van de initiatieven die als alternatief zijn geïnitieerd om plaatsing in de jeugdzorgplus te verminderen en te voorkomen. Vanuit dat perspectief is een plan van aanpak opgesteld welke stappen worden ondernomen om de alternatieven voor jeugdzorgplus Midden-Holland verder te ontwikkelen.
3
Achtergrond Landelijk is bepaald dat in 2030 het aantal gesloten jeugdzorg plaatsingen ‘zo dicht mogelijk bij nul moet zijn’. Het wordt maatschappelijk niet acceptabel gevonden dat kinderen die niets strafbaars hebben gedaan worden opgesloten. Om de gesloten plaatsingen te kunnen afbouwen, moeten er alternatieven kunnen worden aangeboden die voldoen aan de zorg/begeleiding die de kinderen nodig hebben. Deze zorgt dient in veilige, stabiele, kindvriendelijke en thuisnabije woonplekken geboden te worden, waar kinderen onverdeelde, positieve aandacht krijgen. En waar niet, tot zo min mogelijk, wordt overgeplaatst. Hoe deze alternatieven de juiste vorm en inhoud te geven zodat deze voldoen aan de zorgvraag van de kinderen is nog niet zo gemakkelijk. Er moet gedacht worden aan de juiste mate van bescherming met daarbij passende begeleiding, zorg en behandeling en het betrekken van het eigen systeem. De regio Midden Holland is al vanaf 2018 actief met het vormgeven van alternatieven van residentiele zorg via het programma Gewoon Thuis Jeugd. Dit zijn alternatieven voor zowel open als gesloten verblijf en kent verschillende aandachtsgebieden. Via dit programma is er altijd gezamenlijk opgelopen met de betrokken aanbieders, gecertificeerde instelling (GI), lokale toegang, ervaringsdeskundigen en onderwijs.
En voor de gesloten Jeugdzorg verliep dit ook via de samenwerking op landsdeel niveau; Zuid-West (2019). Het landsdeel Zuid-West bestaat uit vijf regio’s (Haaglanden, Holland-Rijnland, Midden-Holland, Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland-Zuid), die overeengekomen zijn dat iedere regio een plan opstelt voor het ontwikkelen van alternatieve vormen voor gesloten Jeugdzorg. Iedere regio pakt dit individueel op, omdat het open zorgaanbod betreft met eigen contractafspraken. Vanaf 2018 hebben er dan ook verschillende activiteiten en initiatieven plaatsgevonden voor het vormgeven van de alternatieven, waarbij het centrale doel is het aantal plaatsingen in gesloten residentiele voorzieningen, “zo dicht mogelijk bij nul te brengen” en een afname in plaatsingen binnen open residentiele voorzieningen te realiseren door hiervoor passende alternatieven te bieden.
Ambitie Ambities Landelijk Jeugdzorgplus • •
In 2025 is jeugdzorgplus kleinschalig georganiseerd In 2030 moet het aantal gesloten jeugdzorg plaatsingen ‘zo dicht mogelijk bij nul zijn’
Ambitie landsdeel Zuid-West • • • •
Leeftijd 12-, gesloten naar 0 (omvorming naar 12- volledig ‘open’ 2023) 1-1-2024: Max. capaciteit 90 bedden in en voor Zuid-West + aanvullend hybride bedden (aanname ca. 45 o.b.v. capaciteit 1-1-2023) 1-1-2025: ambitie max. capaciteit naar 55 + aanvullend 45 hybride bedden (scenario’s ontwikkelen) Zikos naar 0 (VNG in the lead)
Ambitie van de regio Midden-Holland • •
Zoveel mogelijk intensiveren van integrale ambulante hulp om uithuisplaatsingen te voorkomen of te verkorten en veiligheid te borgen. Zoveel mogelijk passende jeugdzorg bieden binnen de verblijfplaats van het kind en daarmee overplaatsingen voorkomen.
4
• • •
Bij een uithuisplaatsing zoveel mogelijk inzetten op plaatsingen in kleinschalig, gezinsgericht en perspectief biedende voorzieningen, waar mogelijk in het eigen netwerk. Actief sturen op het terugdringen van het aantal en de duur van (gesloten) residentiële plaatsingen. Als initiatieven niet in de regio te bieden zijn i.v.m. schaalbaarheid, wordt er gebruik gemaakt van de alternatieven die bovenregionaal zijn ontwikkeld voor de doelgroep zonder vrijheidsbeperkende maatregelen.
KPI’s die destijds hierbij zijn benoemd: •
• •
Gesloten Jeugdzorg: o -50% in 2024 = 14 plaatsen o 0 in 2030 Drie-milieuvoorzieningen: o -50% in 2024 = 14 plaatsingen Behandelgroep verblijf o -30% in 2024 = 46 plaatsingen
NB.(!) Bij bovenstaande cijfers moet vermeld worden dat deze zijn gesteld aan de start van het proces, rond 2018/2019. Het is niet duidelijk hoe deze cijfers tot stand zijn gekomen. De meetmethode, de bijbehorende definities van de onderliggende paramaters, de gebruikte bron voor het meten evenals de periode waarover destijds gemeten is, is niet te achterhalen. Als voorbeeld, zijn dit alle nieuwe plaatsingen in een kalenderjaar verkregen uit de data van Midden-Holland (zoals we het verderop in het rapport hebben gemeten) of zijn deze cijfers gebaseerd op de data van de plaatsing coördinator die andere factoren hanteert? Ook is inmiddels de definitie van “Kleinschalig verblijf” verandert; In 2018/2019 werd “kleinschalig verblijf” gezien als een woonvorm met een groepsgrootte van 5-8 personen, in de huidige definitie is de groepsgrootte aangepast naar 4 tot 6. Desalniettemin willen we deze KPI’s wel weergeven, om een compleet beeld neer te zetten.
5
Belangrijkste uitkomsten Landelijk is bepaald dat in 2030 het aantal gesloten jeugdzorg plaatsingen ‘zo dicht mogelijk bij nul moet zijn’. Vanaf 2018 zet de regio Midden-Holland middels het programma “Gewoon Thuis Jeugd” zich in om samen mogelijk te maken dat zoveel mogelijk kinderen/jongeren thuis kunnen blijven wonen en het aantal plaatsing in de jeugdzorgplus te minderen. Wat hebben we tot zover bereikt en hoe verder? De regio Midden-Holland heeft met haar ambitieuze transformatieprogramma GTJ sinds 2018 een divers alternatiefzorglandschap weten te creëren voor de complexe doelgroep van Jeugdzorgplus. Door middel van 11 diverse zorgalternatieven biedt de regio nu een breed scala aan passende hulp, waar voorheen onvoldoende van beschikbaar was en is hierin een voorloper geweest. Daarnaast heeft de regio dit jaar ook twee verblijfslocaties in eigen regio omgebouwd tot kleinschalig verblijf en twee crisisbedden verblijf in eigen regio volledig beschikbaar gesteld voor de inwoners van Midden-Holland. Hoewel de vraag van de doelgroep voortdurende doorontwikkeling vraagt en het transformatieprogramma de afgelopen jaren een wat minder stevige positie heeft gekend, heeft Midden-Holland getoond dat het mogelijk is om op regionaal niveau een toekomstbestendig zorgaanbod te realiseren.
Data onderzoek (op basis van twee indicatoren, namelijk aantal nieuwe plaatsingen binnen een kalenderjaar en gemiddelde doorlooptijd binnen een kalenderjaar) wijst uit dat met o.a. deze 11 alternatieven en andere vormen van jeugdzorg het aantal plaatsingen in de jeugdzorgplus van 2018 t/m 2023 is gedaald met ongeveer 71%, van 35 naar 10 plaatsingen. De overige residentiele voorzieningen laten na het eerste jaar (van 2018 op 2019) ook allemaal een sterke daling zien, daarna lichtere dalingen, een stabilisatie of zelfs een lichte stijging. Maar gemiddeld genomen zijn de plaatsingen (zoals hierboven benoemd) in alle residentiele voorzieningen in de jaren na 2018 gedaald. Een lichte stijging is m.n. van 2022 op 2023 te zien bij zowel de drie-milieuvoorzieningen als GGZ verblijf. Bij drie-milieuvoorzieningen was er een plaatsingsambitie van 14 genoemd voor het jaar 2024, wat met een aantal van 25 plaatsingen in 2023 aannemelijk is dat deze streven niet behaald zal worden. We zien binnen deze residentiele voorziening veel schommeling in zowel doorlooptijd als aantal nieuwe plaatsingen. Het is ook de vraag of een ambitie van daling in plaatsingen in deze voorziening gerealiseerd kan worden naast de gewenste daling in gesloten verblijf. De doelgroep moet immers ergens worden geholpen en het goed ontwikkelen van (ambulante) alternatieven heeft tijd en expertise nodig.
Een consequente daling zien we, naast de jeugdzorgplus ook bij de crisis plaatsingen. De verblijfsduur van de jeugdzorgplus is over de periode 2018 t/m 2023 ook gedaald van ongeveer 8 maanden naar 4,8 maand in 2023. De ambities zijn behaald (verblijfsduur < 6 mnd in 2024). Tevens zien we bij verblijfsduur (bijna) dezelfde ontwikkeling als bij het aantal plaatsingen; gemiddeld genomen is vanaf 2018 de verblijfsduur omlaag gegaan bij alle residentiele voorzieningen, op éen na en dat is crisis verblijf. Al zien we juist bij crisis verblijf dat de verblijfsduur de laatste 3 jaar enorm aan het afnemen is (meer dan gehalveerd). De cijfers van 2019 en 2020 halen dat gemiddelde erg omhoog waardoor het positieve effect van de afgelopen twee jaar vertekend. Iets meer ingezoomd op andere voorzieningen, zien we dat de verblijfsduur op “behandelgroep verblijf” in 2022 weer is toegenomen en in 2023 waarschijnlijk rond de 400 dagen uitkomt, waardoor we kunnen concluderen dat de verblijfsduur de laatste twee jaar weer is toegenomen na een periode van drie jaar afname. In GGZ verblijf zien we het laatste jaar weer een behoorlijke daling (-30%). In 2023 verblijven jeugdigen in de GGZ verblijf gemiddeld 3 maanden t.o.v. 5 maanden in 2018. En in de crisis verblijf gemiddeld
6
één maand t.o.v. een kleine 2 maanden in 2018. Bij drie-milieu stijgt de plaatsingsduur in 2023 naar gemiddeld 200 dagen. De toegenomen behandelduur in behandelgroepen verblijf en driemilieuvoorzieningen kan mogelijk worden verklaard door een verschuiving in de doelgroep van Jeugdzorgplus naar deze locaties. De hogere complexiteit in zorgbehoefte van deze doelgroep sluit mogelijk nog onvoldoende aan op het huidige aanbod binnen de open residentiële voorzieningen. De gezinsgerichte verblijven (gezinshuizen en pleeggezinnen) welke een voorkeur hebben boven residentiele plaatsingen, laten in 2022 een significante toename zien van verblijfsduur en plaatsingen, gevolgd door een enorme afname in 2023. Een verklaring kan zijn dat er veel tijd en energie is gestoken in het verruimen van het aanbod in 2021, wat zijn vruchten heeft afgeworpen in 2022. De verklaring van de grote daling in 2023 kan zijn dat er onvoldoende aanbod is gerealiseerd of dat het aanbod niet passend is geweest voor de doelgroep. Ook bij deze voorziening is het nodig diepgaand onderzoek te doen naar de oorzaak hiervan. Alle residentiele voorzieningen blijven monitoring op de data nodig houden om te zien hoe het verloop in de komende jaren zal zijn. Alhoewel dit hele mooie resultaten zijn, daar we zien dat de plaatsingen zijn gedaald, is er veel context en overige uitkomsten uit o.a.
kwalitatief onderzoek toe te voegen aan deze cijfers. De belangrijkste zijn: •
•
•
•
•
•
Op basis van het uitgevoerde onderzoek, inclusief de bijeenkomst Gewoon Thuis Jeugd met alle betrokken partners in maart dit jaar, kan worden geconcludeerd dat er positiviteit en samenwerkingsbereidheid heerst om de verbinding tussen de betrokken partijen verder te versterken. Hierdoor kan de algehele effectiviteit van het programma worden vergroot. De geleerde lessen uit dit onderzoek bieden waardevolle inzichten om de kwaliteit van toekomstige ambities en bijbehorende prestatie-indicatoren te verbeteren. Door deze lessen mee te nemen, kan er een kwaliteitsslag worden gemaakt in de formulering van de nieuwe ambities en indicatoren. Alternatieven voor jeugdzorgplus, zowel de bestaande alternatieven als de alternatieven uit het transformatieprogramma kunnen nog beter inspelen op deze doelgroep. Het is een doelgroep met forse problematiek en de begeleiding/zorg van de alternatieve voorzieningen moet nog verder worden doorontwikkeld. Een versnelde en duurzame uitstroom uit residentiële voorzieningen kan mogelijk worden gerealiseerd door de Gewoon Thuis Jeugd alternatieven vaker en tijdiger in te zetten als afschalingsproduct na plaatsing. Op basis van het kwalitatief onderzoek blijkt namelijk dat deze alternatieven nog minimaal worden ingezet bij de uitstroom vanuit open of gesloten residentiële voorzieningen.
Het integraal werken moet nog verder worden ontwikkeld met de huidige partijen, maar ook hierbij is het van belang andere sectoren of gebieden van zorg beter te betrekken of zelfs te verankeren in een integraal team. Het gaat met name om de sectoren onderwijs, volwassen GGZ en verslavingszorg. Om de integrale aanpak te bevorderen willen de zorgaanbieders graag een startplan maken met het gezin, waar alle disciplines in worden meegenomen. En de (proces) regie hierop te beleggen bij 1 instantie. En het liefst met een integrale indicatie/integraal gezinsbudget/gezinsbeschikking. Het zorglandschap, de omvang (het aantal) en de inhoud van de alternatieve jeugdzorgvoorzieningen zal (mogelijk) effectiever kunnen worden ingezet. Sommige voorzieningen lijken elkaar inhoudelijk te overlappen of teveel op afstand van elkaar en de relevante partners te werken. Van belang is te verkennen hoe de verbinding en samenwerking verstevigd kan worden door middel van kennisdeling en best practices .
7
•
•
•
•
•
De residentiele zorg ziet een gat in het zorg(woon)landschap, met name de groep die behoefte heeft aan een langdurige woonplek waar ze onvoorwaardelijk kunnen wonen, om te landen en vertrouwen op te bouwen en waar behandeling mogelijk is. Ook de mogelijkheid voor gezinshuizen voor 16+ en jeugdigen met zwaardere problematiek, zoals eetstoornissen, agressie en trauma’s moet verder onderzocht worden. Doorontwikkeling van de kleinschalige voorzieningen. Een nieuwe hybride woonvorm start in Q2 2024, deze zal moeten worden opgevolgd, geëvalueerd en bijgesteld om te waarborgen dat het een passend alternatief wordt. Ook de Mockingbird constructies lijken een positief resultaat te hebben. Er zijn sinds 2024 twee crisis verblijf plekken in de regio volledig beschikbaar gesteld voor jeugdigen uit Midden-Holland. De komende periode zal er gemonitord worden op instroomen uitstroomprofiel en doorlooptijd, zodat jeugdigen zo kort als mogelijk en zo lang als nodig hier verblijven en d.m.v. een alternatief weer terug naar huis kunnen. De bekendheid van de alternatieven zal vergroot moeten worden in de regio, zodat er (meer) gebruik van kan worden gemaakt en er vertrouwen kan groeien wanneer alternatieven daadwerkelijk passend zijn.
Ook op het gebied van processen en mens(kracht) zullen verbeteringen moeten plaatsvinden om te zorgen dat het alternatieve aanbod inhoudelijk een kans van slagen heeft. Denk hierbij aan: personeelstekort, wisselend personeel, (enorme) wachttijden voor de GGZ en toegang, indicaties/toeleidingen die (veel te) complex zijn, rollen en zorgproducten die niet duidelijk zijn voor de spelers in het zorglandschap en dat het nog steeds lastig blijkt om “elkaar te vinden”/ samen te werken. Er is toch nog een vorm van concurrentie gevoel aanwezig.
Om bovenstaande verder te ontwikkelen is er meer coördinatie nodig op alle activiteiten die daarbij van invloed en belang zijn. Daarom wordt er gepleit voor een programmamanager of een coördinator die een coördinerende rol vanuit de RWO in de regio oppakt. Punten die verder worden opgepakt in een plan van aanpak omvatten (zie ook hoofdstuk “plan van aanpak”): 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Nieuwe regiovisie en ambities benoemen Verbinding en samenwerking initiëren met de stuurgroep bovenregionaal Dataonderzoek: consistentie en doorontwikkeling Ontwikkelen digitaal platform met verdieping op de verschillende alternatieven Onderzoek naar mogelijke subsidies die de nodige doorontwikkelingen ondersteunen Ambities van inkoop integreren Verkennen mogelijkheden in samenvoegen van (sommige) alternatieven om versnippering en mogelijk overlap tegen te gaan en het alternatieve aanbod te versterken 8. Integraliteit van alternatieven jeugdzorgplus verhogen en verder ontwikkelen met o.a. onderwijs, GGZ en verslavingszorg 9. Doorontwikkelen op kwaliteit en effectiviteit van de alternatieven (waaronder open residentiële voorzieningen) 10. Verder onderzoek en inzet op kleinschalige voorzieningen 11. Verder onderzoek en verbetering van uitstroom (voorzieningen) jeugdzorgplus 12. Verder onderzoek naar andere woonvormen (bij uitstroom) waar de (oudere) doelgroep langdurig kan blijven, (waar duurzaam wonen het hoofddoel is, i.p.v. hoge frequentie van behandeling) 13. Recidive, onderzoek naar aantal en mogelijkheden tot verbetering
8
14. Doorontwikkeling van de verblijfs- en experttafel in een nieuwe vorm als de Verwijstafel, die zich positioneert als brugfunctie van de alternatieven.
9
Ontwikkelingen 2018 t/m sept 2023 a.d.h.v. tijdslijn Hieronder in overzicht, alle initiatieven die hebben plaatsgevonden van 2018 t/m sept 2023. In bijlage 2 is een korte beschrijving van de initiatieven opgenomen. Start Programma Gewoon Thuis Jeugd 2018-2021 (ambitie, zie bijlage 1)
2018
Expertteam met mandaat en zorgbemiddeling
2018
In VerbindingsTeam (IVT)
2018
Uitstroomprofielen Jongere uit verblijf bij 18 jaar
2018
Wooninitiatieven Julianastaete t.b.v. passende woonplekken jongeren
2019
Verblijfstafel (centrale toegang verblijfszorg jeugd)
2020
Woonzorgcoordinator 16-27 jaar
2020
MST / MDFT
2021
Regiovisie “Samen scherper aan de wind” 2021-2024 (ambitie, zie bijlage 1)
2021 2021 2022 2022 2022 2022 22-23 2023 2023 2023 2023 2024 2024 2024
Bovenregionaal plan Jeugdzorgplus Zuidwest en actualisaties (2021-2025)
2018
PAST (Pilot Ambulante Specialistische Jeugdzorg Thuis) Flex woningen Winterdijk (De Rietgors) Kleinschalig Behandelgroep verblijf Sequoia Avalon (dagbehandeling in eigen regio SGGZ) Mockingbird (versterking pleegzorg) Marathon (Ambulant jeugdzorgplus team), (pilot 2022) AEF Rapport door Landsdeel Zuid-West “Naar een komstbestendig jeugdhulpstelsel” De Break (Harmonicavoorziening) in eigen regio Gezinsbehandeling (buiten regio) School2Care (buiten de regio) Kleinschalig behandelgroep verblijf in eigen regio Beschikbaarheid Twee crisisbedden verblijf in eigen regio 2e consultatie Mockingbird (realisatietermijn Q2 2024) Hybride voorzieningen (realisatietermijn Q2 2024)
10
Activiteiten overzicht sept 2023 – mrt 2024
Activiteit
Wat
Bron
Wie
1.
Overzicht zorglandschap JZ+ en HoogSpecialistisch
RWO
Zainab Anke (OZJ)
2.
Kwantitatief onderzoek JZ+
Welke initiatieven zijn er, waar in het zorglandschap nemen ze een plek en voor welke doelgroep zijn ze bedoeld? Data-onderzoek naar de het zorglandschap JZplus en HS kwantitatieve gegevens, zoals De kpi’s voortvloeiend uit de ambitie gemeten is het instroomprofiel? Duur van gesloten opname? D.m.v. vooropgezette vragen in een open interview vorm, evaluatie van de alternatieven (zie bijlage 3).
• •
Zainab Anke Anouk Data-analist RWO
Nov ’23 feb ‘24
Interviews met lokale toegangen, systeemgerichte zorgaanbieders, GI’s, expert- en verblijfstafel, zorgbemiddelaar • AEF onderzoek landsdeel Zuid-West • Profielen huidige plaatsingen JZ+ Met Enver en ASVZ als opdrachtnemer en penvoerder van de projecten PAST/IVT/de Break, evalueren en bespreken voortgang pilots richting besluitvorming 2024 Factsheets zorglandschap, PowerPoint met opgehaalde resultaten deelsessies
Zainab Anke Anouk
Novdec ‘23
Zainab Lies
Lopend
Zainab Anouk Moniek (Beleid RWO) Zorgaanbieders
26-03 2024
Notulen stuurgroep
Zainab inkoopteam stuurgroep
o.a. nov ‘23
3.
Kwalitatief onderzoek JZ+
4.
Evaluatie pilot projecten Past, IVT en de Break
Gesprekken voortgang effectiviteit
5.
Bijeenkomst zorglandschap “GTJ”
6.
Verblijfsexpert tafel
Verbinden, reflecteren en kennisdelen. Terugkoppeling van kwantitatiefen kwalitatief onderzoek. En (belangrijkste) vraagstukken die voortvloeien uit onderzoeken d.m.v. deelsessies bespreken. Evaluatie en bijstelling
en
over en
•
Rapportages ECZ interne data regiogemeenten AEF onderzoek landsdeel Zuidwest rapport benoemen
•
Wanneer Okt ‘23
11
Resultaten Activiteiten sept 2023 – mrt 2024 Resultaat activiteit 1. “Overzicht zorglandschap”
12
In het hoofdstuk “Ontwikkelingen 2018-2024” staan alle alternatieve jeugdzorgvormen genoemd die in die periode hebben plaatsgevonden. In de factsheet hierboven zijn deze grotendeels visueel weer terug te zien. De volgende resultaten qua zorgaanbod zijn bereikt passend bij de ambities genoemd in de regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’ (2021-2024), zie hoofdstuk “ambitie” en bijlage 1. Ambitie 1.
Zoveel mogelijk intensiveren van integrale ambulante hulp om uithuisplaatsingen te voorkomen of te verkorten en veiligheid te borgen. Verschillende zorgproducten zijn hiervoor ontwikkeld of geïntensiveerd. ▪
▪ ▪
Ambitie 2.
Zoveel mogelijk passende Jeugdzorg bieden binnen de verblijfplaats van het kind en daarmee overplaatsingen voorkomen. ▪
▪
Ambitie 3.
In de regio Midden-Holland is een integraal intensief ambulant team opgericht met actieve inzet van het netwerk; “InVerbinding team (IVT)”. Aan InVerbinding in Midden-Holland nemen in ieder geval deel: Enver; Pameijer; Kwintes; ASVZ; Parnassia; Viersprong. Het InVerbindingsteam wordt gekoppeld aan het bestaande Factteam van de regio. In de uitrol van InVerbinding zetten we breed in om professionals en verwijzers op te leiden in deze methodiek en de JIM (Jouw Ingebracht Mentor) aanpak. Daarbij is gericht aandacht voor de aansluiting op en van het onderwijs. Daarnaast zijn MST / MDFT contractueel aangepast zodat ze meer binnen de regio zijn in te zetten. PAST is ontwikkeld. PAST is een integrale ambulante levensloopjeugdzorg (gericht op zowel opvoeding, verzorging, huishouden als maatschappelijke taken), waarmee verergering van de problematiek getracht wordt te voorkomen.
Het opzetten van een expert- en verblijfstafel. Hier worden multidisciplinair complexe jeugdcasuïstiek besproken en bij de verblijfstafel is er o.a. een centraal overzicht op aanmeldingen en verblijfsduur. Ook zal er gekeken worden waar een kind wordt geplaatst om overplaatsingen zoveel mogelijk te minimaliseren. Er wordt zoveel als mogelijk binnen de verblijfsplaats, daarna regionaal en als laatste optie bovenregionaal gezocht naar passende zorg. Het is niet mogelijk om alle vormen van zorg in de verblijfplaats, of zelf regionaal aan te bieden. Dit heeft te maken met de schaalbaarheid van een zorgproduct.
Bij een uithuisplaatsing zoveel mogelijk inzetten op plaatsingen in kleinschalig, gezinsgericht en perspectief biedende voorzieningen, waar mogelijk in het eigen netwerk. ▪
▪ ▪
Er is een harmonicavoorziening, de Break, (ambulante hulp in combinatie met mogelijkheid van logeren) binnen de regio geïntroduceerd als aansluiting op de integrale ambulante zorg en de integrale verblijfsvoorzieningen. Daarnaast zijn er twee locaties met kleinschalig verblijf in de regio gerealiseerd. Waarbij een maximale groepsgrootte van 6 wordt aangehouden. Hybride voorzieningen: Een hybride groep is een groep waarin jongeren geplaatst kunnen worden met een Machtiging Gesloten Jeugdhulp (MGJ), een voorwaardelijke Machtiging Gesloten Jeugdhulp of een geschorste Machtiging Gesloten Jeugdhulp. De groep wordt gekenmerkt door een open leefklimaat. De hybride groepen zijn voornamelijk bedoeld voor jongeren tussen 12 en 18 jaar.
13
▪ ▪ Ambitie 4.
Actief sturen op het terugdringen van het aantal en de duur van (gesloten) residentiële plaatsingen. ▪
▪ Ambitie 5.
In het geval van crisis zijn er twee crisisbedden in de regio waar (kortdurend) gebruik van kan worden gemaakt. Voor versterking van pleegzorg is er Mockingbird ontwikkeld, en is er een 2e Mockingbird gepland in Q2 2024.
Het opzetten van een expert- en verblijfstafel. Hier worden multidisciplinair complexe jeugdcasuïstiek besproken en bij de verblijfstafel is er o.a. een centraal overzicht op aanmeldingen en verblijfsduur. Vanuit het expertise centrum complexe zorg van Jeugdbescherming West is een coördinatie op de verblijfszorg opgezet, in combinatie met wachtlijstbeheer.
Als initiatieven niet in de regio te bieden zijn i.v.m. schaalbaarheid, wordt er gebruik gemaakt van de alternatieven die bovenregionaal zijn ontwikkeld voor de doelgroep zonder vrijheidsbeperkende maatregelen. Voor sommige soorten zorg moet er bovenregionaal worden samengewerkt, m.n. voor de schaalbaarheid van deze initiatieven. De volgende alternatieven zijn bovenregionaal: ▪
▪
▪
Gezinsbehandeling. De gezinsbehandeling richt zich op gezinnen met kinderen tussen de 0 en 18 jaar, waarbij ouders moeilijkheden ervaren in de opvoeding van hun kind(eren) met de daarbij horende opvoedvraagstukken. Met de gezinsbehandeling van Horizon wordt het hele gezin intern behandeld. Zij wonen tijdelijk op één van de Horizon-locaties Prisma in Harreveld, Antonius in Castricum en Zorgboerderij de Mentinkberg in Winterswijk School2care. School2Care is een speciale school voor voortgezet onderwijs. Deze school is er voor jongeren die problemen hebben op drie niveaus: thuis, op school en in de vrije tijd. School2Care kan een alternatief zijn om uithuisplaatsing te voorkomen. Je verblijft, indien nodig, van acht tot acht uur op school en krijgt hier zowel zorg als onderwijs aangeboden. Marathon voorziening.
14
Resultaat activiteit 2. “Kwantitatief onderzoek Jeugdzorgplus”
15
16
Resultaten kwantitatief onderzoek De factsheets zijn gemaakt d.m.v. input uit eigen onderzoek van regiodata van Midden-Holland en met resultaten van het AEF rapport op landsdeel niveau. Hieronder staan tabellen weergegeven die een deel van de informatie weergeeft. Het is niet onze insteek om deze informatie leidend te laten zijn, of dat het als “enige waarheid” wordt gezien. Data geeft een bepaald inzicht, maar behoeft ook veel uitleg over context en definitie van meten. Hierna wordt aangegeven hoe onderstaande data is verkregen. Plaatsingsjaarberekening De data van gesloten plaatsingen is verkregen met de definitie “Het jaar waarin een cliënt geplaatst wordt, is het beginjaar van de 1e afgegeven indicatie binnen de geselecteerde diensten van een set indicaties die elkaar opvolgen met een gat van maximaal 30 dagen ertussen”. Voorbeelden: een cliënt start in 2022 en heeft in 2023 een indicatie aansluitend (dus binnen 30 dagen na de einddatum van de indicatie ervoor) nog een indicatie, dan is de plaatsing enkel in 2022. Indien het traject in 2023 start en meer dan 30 dagen na afsluiting vorige indicatie dan is er een plaatsing in 2022 en 2023. Doorlooptijd(verblijfsduur) Per plaatsing (gedefinieerd zoals hierboven) wordt de begindatum van de eerste indicatie in de set aansluitende indicaties afgetrokken van de einddatum van de laatste indicatie in de set aansluitende indicaties.
Hierbij is steeds enkel de tijd binnen de indicaties meegenomen, de eventuele tijd tussen de indicaties (die binnen een set de 30 niet kan overschrijden) is niet meegenomen. Opmerkingen: •
de einddatum van een indicatie kan in de toekomst liggen. Er wordt voor de doorlooptijd dan ook aangenomen dat de zorg geleverd wordt tot betreffende einddatum in de toekomst en dat er daarna geen vervolgindicatie meer volgt.
•
De cijfers van de doorlooptijden van 2023 zijn een ondergrens. De data zijn begin 2024 opgehaald en in die periode waren niet alle traject afgerond en hadden we nog niet alle indicaties binnen over 2023. Aannemelijk is dan ook dat de uiteindelijke gemiddelde doorlooptijd van in 2023 geplaatste cliënten hoger ligt dan in de tabellen zijn opgenomen, wanneer alle (her)indicaties afgegeven zijn en trajecten afgerond zijn.
•
Volgens de beschikbare gegevens is het meest logisch om zich voornamelijk te richten op de cijfers vanaf 2021 bij het beoordelen van het effect van de alternatieven voor jeugdzorgplus. Dit omdat de meest prominente alternatieven vanaf deze periode van start zijn gegaan.
17
Gezin- en pleeg
Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Doorlooptijd 1385 887 762 781 1528 503
mutatie jaar over mutatie jaar over Nieuwe jaar doorlooptijd jaar plaatsingen plaatsing per plaatsingsjaar per plaatsingsjaar 458 0% 0% 121 -36% -74% 115 -14% -5% 138 2% 20% 200 96% 45% 48 -67% -76%
3 milieu
Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Doorlooptijd 319 257 486 146 145 199
mutatie jaar over mutatie jaar over Nieuwe jaar doorlooptijd jaar plaatsingen plaatsing per plaatsingsjaar per plaatsingsjaar 22 0% 0% 14 -20% -36% 8 89% -43% 22 -70% 175% 16 0% -27% 25 38% 56%
Behandelgroep verblijf
Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Doorlooptijd 396 348 322 236 414 338
mutatie jaar over mutatie jaar over Nieuwe jaar doorlooptijd jaar plaatsingen plaatsing per plaatsingsjaar per plaatsingsjaar 75 0% 0% 35 -12% -53% 35 -8% 0% 42 -27% 20% 44 75% 5% 27 -18% -39%
GGZ verblijf
Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Doorlooptijd 158 146 149 89 141 98
mutatie jaar over mutatie jaar over Nieuwe jaar doorlooptijd jaar plaatsingen plaatsing per plaatsingsjaar per plaatsingsjaar 54 0% 0% 35 -7% -35% 30 2% -14% 36 -40% 20% 31 58% -14% 35 -30% 13%
18
Crisis verblijf
Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Doorlooptijd 53 118 145 61 52 34
mutatie jaar over mutatie jaar over Nieuwe jaar doorlooptijd jaar plaatsingen plaatsing per plaatsingsjaar per plaatsingsjaar 43 0% 0% 29 123% -33% 31 23% 7% 31 -58% 0% 23 -15% -26% 22 -35% -4%
Jeugdzorgplus
Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Doorlooptijd 240 278 157 119 306 170
•
•
•
•
mutatie jaar over mutatie jaar over Nieuwe jaar doorlooptijd jaar plaatsingen plaatsing per plaatsingsjaar per plaatsingsjaar 35 0% 0% 23 16% -34% 23 -44% 0% 13 -24% -43% 12 158% -8% 10 -44% -17%
Jeugdzorgplus Na het eerste jaar (2018) zijn de plaatsingen behoorlijk gedaald, wat vanaf 2021 lijkt te stabiliseren tot licht afneemt. Het doel van max. 14 plaatsingen in 2024 is behaald en hopend dat de daling verder inzet door de geboden alternatieven. Al is het aantal plaatsingen met 71% gekrompen, we zien wel (in o.a. onderzoek AEF) dat de doelgroep niet is geslonken maar op andere plekken in de jeugdzorg terecht komt. De plaatsingen in drie-milieuvoorzieningen is heel licht toegenomen, maar kan niet de volledige verplaatsing van de jeugdzorgplus doelgroep verklaren. Wel blijkt uit de stapelingen (-gegevens) dat extra behandeling en begeleiding binnen de open residenties zijn toegenomen wat ook kan verklaren dat de doelgroep jeugdzorgplus met zwaardere problematiek meer vraagt dan het regulier hulpaanbod. De verblijfsduur voor de Jeugdzorgplus neemt sinds 2018 geleidelijk af, maar kent een piek in 2022. Dit is m.n. te verklaren uit 1 jeugdige die een verblijfsduur heeft van 801 dagen (ononderbroken), waardoor het gemiddelde op zo’n kleine groep meteen fors omhoog gaat. Nb. De verblijfsduur in 2023 is hier 170 dagen, in de factsheet 4,8 maand. Hier zit een verschil in doordat in dit tabel (170 dgn) wordt gerekend met de doorlooptijd voor alle cliënten die in 2023 geplaatst zijn.
Bij het getal van 4,8 maanden is de gemiddelde doorlooptijd voor alle cliënten die in 2023 hun traject beëindigd hebben berekend. De laatste definitie wordt ook gehanteerd door de plaatsing coördinator ZuidWest. Beide getallen zijn onder de beoogde 6 maanden wat het doel was. Dat is positief te noemen.
19
•
•
Crisis verblijf Nieuwe plaatsingen binnen een jaar nemen af vanaf 2018. Eerst een sterke afname van 2018 naar 2019 (-33%), daarna een stabilisatie, daarna in 2022 wederom een sterkere afname (-26%). De verblijfsduur neemt de eerste 2 jaar (2019 en 2020) enorm toe (meer dan verdubbeling), waar na deze in 2021 en de jaren daarna afneemt. GGZ verblijf De nieuwe plaatsingen nemen het eerste jaar, van 2018 naar 2019 enorm af (-35%), waarna ze de jaren daarna fluctuerend zijn, met in het laatste jaar (2023) weer een lichte toename. De doelgroep jeugdzorgplus is er nog steeds al worden hun in steeds mindere mate gesloten geplaatst. Dit maakt dat de doelgroep zich verspreidt over de andere voorzieningen, zoals GGZ verblijf waar hoog-specialistische zorg wordt geleverd. We zien wel dat de verblijfsduur gemiddeld gezien afneemt vanaf 2019, met een flinke verhoging in 2022, waarna deze (mogelijk) weer iets daalt. Behandelgroep verblijf Ook bij behandelgroep verblijf zien we na het eerste jaar (2019) iets meer dan een halvering van het aantal nieuwe plaatsingen (-53%), ook daarna schommelt het wat; neemt een beetje toe waarna het in 2023 weer afneemt. Verblijfsduur neemt in 2022 weer toe en mogelijk zet dit voort naar een schatting van 400 dagen in 2023 (338 dagen staat in het tabel, maar deze zal hoger uitvallen).
• •
•
Drie-milieuvoorzieningen De verblijfsduur van de drie-milieuvoorzieningen zijn toegenomen in 2023. Met daarbij ook als opmerking, het cijfer van 2023 is een ondergrens. Er zijn 25 plaatsingen geweest in 2023. Dit is een lichte stijging t.o.v. 2018 en 2022. De cijfers laten m.n. een wisselend beeld zien, met gemiddeld genomen wel een afname van plaatsingen sinds 2018. Toch was er een plaatsingsambitie van 14 genoemd, wat niet is behaald. We zien binnen deze residentiele voorziening veel schommeling in zowel doorlooptijd als aantal nieuwe plaatsingen. Het vraagt daarom verder onderzoek om te duiden wat de oorzaak is van de schommelingen en stijging van de indicatoren. Het is dus ook de vraag of de ambitie van 14 plaatsingen gerealiseerd kan worden naast een daling van plaatsingen gesloten verblijf. De doelgroep moet immers ergens worden geholpen. De vraag is wel of dit het juiste alternatief is voor de doelgroep jeugdzorgplus. Gezinsgericht verblijf (gezinshuizen en pleeggezinnen) De gezinsgerichte verblijven (gezinshuizen en pleeggezinnen), laten in 2022 een significante toename zien van verblijfsduur en plaatsingen, gevolgd door een enorme afname in 2023. Een verklaring kan zijn dat er veel tijd en energie is gestoken in het verruimen van het aanbod in 2021, wat zijn vruchten heeft afgeworpen in 2022.
De verklaring van de grote daling in 2023 kan zijn dat er onvoldoende aanbod is gerealiseerd of dat het aanbod niet passend is geweest voor de doelgroep. Ook bij deze voorziening is het nodig diepgaand onderzoek te doen naar de oorzaak hiervan.
20
Resultaat activiteit 3. “Kwalitatief onderzoek” Hieronder in de factsheet staan eerst de voornaamste knelpunten benoemd die uit het kwalitatief onderzoek naar voren kwamen. Deze zijn onderverdeeld in Product, Process & People. In de witte wolk worden de dromen weergegeven die hoofdzakelijk werden benoemd. In Bijlage 3 zijn de interview vragen toegevoegd. Onder de factsheet worden de positieve punten benoemd.
21
Daarnaast werden de volgende positieve punten genoemd, te weten: •
•
•
•
•
• • •
Algemeen: De integrale samenwerking wordt meer en meer gestimuleerd, meer contact met collega-aanbieders met gezamenlijke doelstellingen. Visie uitgangspunten helpen hierbij om hier gezamenlijk in op te trekken. Experttafel: Fijn dat alle aanbieders bij elkaar zitten / Verschillende disciplines denken mee wat fijn is / Het geeft ook hoop naar ouders / Betrokkenheid is hoog vanuit de tafel / Er wordt regelmatig contact gezocht om af te stemmen hoe het verloopt over de tijd / Zorgbemiddelingsrol is wel goed en wordt vaak geraadpleegd. IVT: Er worden belangrijke anderen binnen het netwerk gepositioneerd om iets te betekenen in het gezin / Er is een systeemtherapeut verbonden die naast het individuele gedeelte ook het systemische stuk kan oppakken / Snelle start / Goed in het coachen van de JIM / De inzet van de JIM’s wordt als zeer positief ervaren en is in lijn met de doelstellingen van de gemeenten (continuatie van ondersteuning vanuit het netwerk van de klant als hulpverlening stopt) / voor 18+ een goede overgang. PAST: Meerdere positieve ervaringen na gebruik; waarbij het echt helpend was en de samenwerking goed verliepen / De resultaten van de hulp, de deskundigheid van medewerkers en afstemming tijdens het hulpverleningstraject, de toeleiding en communicatie / Integraal, zo voorkom je echt veel. Het kan echt het verschil maken voor een gezin.
De Break: Ouders komen door deze inzet op adem / Product is passend, ouders beter in hun vel / Dit was echt een gat in het zorgaanbod / Kan goed worden ingezet voor voorkomen uithuisplaatsing, voor afschaling en ambulantisering. Marathon: Hands on. Goede eerste ervaringen. Begrijpen de doelgroep goed. Werken met medewerkers uit geslotenheid. Mockingbird: Samenwerking met gemeente, Jeugdbescherming en wijkteams is soepel verlopen. Sequoia: Behandelgroepen Enver kunnen echt meer dan vroeger qua behandeling. Ze denken meer out of the box. Kleine aanbieders kunnen te weinig kwaliteit leveren. Graag sturen op grote aanbieders om gezamenlijk passend en genoeg verblijf te bieden. Anders kleinere alleen in onder aanneming.
Resultaat activiteit 4. “Evaluatie pilot projecten Past, IVT en de Break 2024” De pilot projecten zijn d.m.v. kwalitatief en kwantitatief onderzoek, op basis van een aantal indicatoren, waaronder instroomprofiel, doorlooptijd, andere jeugdhulp tijdens inzet alternatief en uitstroomprofiel. Dit zal geëvalueerd worden en op basis hiervan wordt er een besluit genomen op vervolg en eventuele doorontwikkeling voor de pilots in 2025. Evaluatie kan worden teruggelezen in een separaat rapport hierover.
22
Resultaat activiteit 5. “Uitkomsten Bijeenkomst zorglandschap “GTJ” (26-03-2024) Deelsessie: “Integrale aanpak”: Hoe maken we de zorg werkelijk integraal? -
Een startplan maken met gezin, waar alle We zijn geen concurrenten van elkaar, disciplines worden meegenomen (1 gezin, 1 maar kunnen elkaar wel versterker in het plan met regisseur). In plan wordt ook belang van de jeugdige en zijn/haar gezin. prioritering aangegeven en dit plan wordt - Bij crisis en/of uithuisplaatsing altijd eerst screenen of er sprake is van geëvalueerd en bijgesteld waar nodig. - Integrale indicatie, integraal gezinsbudget, thuiszittersproblematiek. Een jeugdige die gezinsbeschikking (niet voor elk kind een nog wel structureel onderwijs volgt heeft heel traject doorlopen) een grote slagingskans om vanuit huis geholpen te worden en een uithuisplaatsing - Online omgeving voor professionals om brengt dan grotere schade met zich mee, elkaar te vinden, mogelijk in de vorm van doordat onderwijsbehoud in gevaar komt. een leernetwerk - Zoek elkaar op, om tips en tops te delen, met elkaar te leren en elkaar te consulteren. Deelsessie: “GTJ alternatieven voor uitstroom en afschaling”: Hoe kunnen alternatieven van GTJ ook ingezet worden als optie voor afschaling en uitstroom zodat tijdiger en duurzamer terugkeer naar huis mogelijk is? -
-
-
Vóór uit huisplaatsing eerst een ambulant alternatief inzetten. Toch uithuisplaatsing? Dan parallel aan deze plaatsing altijd ambulante zorg inzetten om (ook) veranderingen in de thuissituatie en het systeem te weeg te brengen (Nb. Dit vraag wel iets van bureaucratie in stapelingen en administratie. Dit kost geld op korte termijn maar betaalt zich uit op de lange termijn). Bij een selecte doelgroep binnen HS, met dusdanige problematiek dat je van te voren al kan inschatten dat er vroeg of laat een crisis komt met alle gevolgen van dien, dient er op voorhand al een compleet zorgpad uitgestippeld te worden, met
(proces)regie hierop beleggen bij 1 persoon. Hierdoor voorkom je onnodige overplaatsingen en dat je “iemand kwijt raakt in het systeem”. Ook bij uitstroom hebben ze continuïteit nodig. Pijlers benoemen, procesregie beleggen en onderwijs inschakelen. Note: Sturen op dalende cijfers zegt nog niks over de kwaliteit en effectiviteit ervan. Hoe weten we of de afname ook van kwalitatieve een duurzame aard is? Of krijgen we een boemerang effect? Tijdens een Jeugdzorgplus traject wil je na een bepaalde tijd opnieuw kijken of een Gewoon Thuis Jeugd product ingezet kan worden om de zorg af te schalen.
Deelsessie: “Kennen en kiezen alternatieven”: Wat is er nodig om de alternatieven beter bekend te laten zijn? -
-
Droom – Met meerdere aanbieders vanuit één team werken voor specialistische zorg. Samen een traject laten slagen. Niet vooraf beslissen wat er nodig is voor hoelang. Eenvoudiger kunnen beschikken (voor de alternatieven) en hybride kunnen beschikken met ruimte voor een product voor consultatie en advies om als aanbieder met elkaar mee te kunnen denken. Werken vanuit vertrouwen in aanbieders, dat zij juist handelen. Niet beschikken voor
Een website/een online platform met de alternatieven die geboden worden zoals de zorglandschapskaart en met filmpjes, informatie en contactgegevens over de alternatieven. Dit zorgt voor toegankelijkheid, zichtbaarheid en bekendheid. Meer sturen op de doelen, minder op de inhoud
23
bepaald product van bepaalde duur, maar laat aanbieder uitzoeken wat en wie passend is en hoe lang er bepaalde zorg nodig is tijdens een traject – maatwerk
Het organiseren van een infomarkt, voor gemeentes en aanbieders om elkaar te leren kennen
Resultaat activiteit 6. “Evaluatie en bijstelling verblijf- en experttafel” Eind 2023 hebben er gesprekken/(overleg) plaatsgevonden met de stuurgroep, waaronder zorgbemiddelaars en samenwerkende jeugdzorgpartners in Midden-Holland. -
-
Per 1 januari 2024 wordt er gestart bij de Experttafel Midden-Holland met ervaringsdeskundigen aan de tafel. Bij de Experttafel is men gestart om de perspectieven zo goed mogelijk uit te breiden, daarbij was ervaringsdeskundigheid een wens. Per 1 januari 2025 worden de verblijfstafel en experttafel bij elkaar gevoegd nadat er verder is verkend en ontwikkeld om verder te verbeteren.
24
Resultaten / Onderzoeksuitkomsten AEF rapport1 “Naar een toekomstbestendig jeugdhulpstelsel” Eind 2022 heeft het AEF een rapport opgeleverd aangaande jeugdzorgplus, met onderstaande uitkomsten. Deze uitkomsten zijn voor het gehele landsdeel Zuid-West en niet specifiek gemaakt naar onze regio Midden-Holland. Verklaring voor de afname van de jeugdigen in JeugdzorgPlus • •
•
•
Er is geen reden om te concluderen dat de doelgroep kleiner is geworden. Wel stroomt deze minder vaak in JeugdzorgPlus. Dat is niet zozeer omdat rechters machtigingen minder vaak afgeven, maar omdat de aanvragen ervoor minder vaak gedaan worden. Dit omdat er een scherpere afweging gemaakt wordt voor welke jeugdigen een gesloten plaatsing echt nodig is. De mogelijke drijvers hierachter zijn divers en moeilijk om precies vast te stellen (mogelijk per persoon verschillend). Meest voor de hand liggend is de invloed van het maatschappelijke debat over het minimaliseren van het aantal gesloten plaatsingen. Ook plausibel zijn de verminderde beschikbaarheid van bedden en het beschikbaar zijn van alternatieven. We zien geen aanleiding om te concluderen dat dit tot een grotere toestroom naar JJI’s of LTA-aanbod leidt.
Bestaan van en eisen aan alternatieven •
•
•
Een deel van de jeugdigen die voorheen naar JeugdzorgPlus gegaan zouden zijn, komt nu in ander aanbod terecht. Dat is deels aanbod dat zich als alternatief profileert, deels bestaand open aanbod. Er zijn nog onvoldoende passende alternatieven (zowel in aard als in omvang). Ook kan het open aanbod deze jongeren met moeite aan. Het leidt daarbovenop soms tot situaties waarvan de vraag is of het alternatief te verkiezen is boven JeugdzorgPlus. Er zijn bouwstenen geïdentificeerd vanuit het perspectief van jeugdigen. Er zijn ook ideeën over hoe alternatief aanbod eruit zou kunnen zien. Er is echter geen breed gedeeld beeld over wat de benodigde alternatieven zijn.
Verklaring voor de afname van de jeugdigen in JeugdzorgPlus •
• • •
Er is een groep jeugdigen waarvoor een bepaalde mate van geslotenheid nodig blijft: jeugdigen waar sprake is van een stevige onveiligheid voor zichzelf en/of anderen, in combinatie met het ontbreken van behandelmotivatie en/of onttrekkend gedrag. De inschatting van de omvang van deze groep gaat met een grote bandbreedte gepaard, omdat het van een groot aantal factoren afhangt of dit behaald kan worden. Er zijn verschillende manieren hoe aan deze geslotenheid invulling gegeven kan worden, waarbij op dit moment onbekend is in hoeverre ze werken en voor wie. Gemeenten moeten hierin een richting kiezen: zij moeten keuzes maken over het te ontwikkelen alternatieve aanbod, hoe zij invulling willen geven aan het aanbod dat een gesloten karakter zal blijven kennen en de manier waarop zij van de huidige naar de beoogde situatie willen bewegen.
1 https://rijswijk.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/View/e0157474-cbcf-4ea5-867e-017cdfe12075
25
Daarnaast bleek •
• •
Ook uit de cijfers dat het aantal aanmelding van 12-/12+ was gestegen. Zij passen niet bij de populatie van de groepen. Hier is verder onderzoek voor nodig en eventuele bijstelling van het huidige aanbod. Ook een substantiële toename van agressie onder de jongeren die in zorg komen. Er zal naar gekeken moeten worden waar dit vandaan komt en/of hoe hiermee om te gaan. Het AEF wijst op twee groepen jongeren in de gesloten hulp voor wie het ontwikkelen van open zorgaanbod als zeer complex wordt ingeschat en wat dus extra aandacht behoeft. Dit betreft: o Jongeren die een Langdurig Intensief Verblijf (LIV) nodig hebben Deze groep jongeren heeft veelal een combinatie van gedrags-, hechtings- en/of psychiatrische problematiek. Het karakter van hun problematiek is langdurig. Deze jongeren hebben onvoldoende perspectief en stromen moeilijk door naar een geschikte vervolgplek. Wanneer de machtiging gesloten jeugdzorg stopt, verdwijnen zij uit beeld. Daarom is voor deze groep een langdurige en stabiele woonplek van belang. Zij hebben, naast de juiste zorg, dus een langdurige woonplek nodig. o Jongeren wier problematiek te complex is voor ambulante behandeling in de GGz of voor verblijf in reguliere/open LVB voorzieningen. De complexiteit van de problematiek uit zich in: ▪ a.