CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.6 RIB Jaarprogramma 2024 en halfjaarverantwoording 2023 vd Regionale werkorganisatie Sociaal Domein

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college12.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2

Beschikbaar zorgaanbod vanaf 2025

2.1. Het inkopen van zorg vanaf 2025 Het bieden van een beschikbaar zorgaanbod vraagt om een zorgvuldig inkoopproces. Vanaf 2025 gaat een nieuwe inkoopperiode van start, waarin een kwalitatief hulp- en ondersteuningsaanbod ingekocht is dat passend, beschikbaar, toegankelijke en betaalbaar is voor iedereen die dat nodig heeft in Midden-Holland.

8

In 2024 wordt gewerkt aan de voorbereiding en uitvoering van de inkoop tot en met het afsluiten en implementatie van de overeenkomsten. Het hebben (continueren) van zorgcontinuïteit voor de inwoners heeft conform de vastgestelde kaders te allen tijd prioriteit. Dit is een zeer omvangrijk project dat veel zal vragen van de regionale werkorganisatie. Dit geldt ook voor lokale gemeenten in de implementatiefase, waarin ook de uitvoering goed geëquipeerd zal moeten zijn om de inwoners naar de goede zorg door te verwijzen. Resultaat: vastgesteld inkoopplan. In het inkoopplan vindt een uitwerking van de visie en doelen plaats naar concrete keuzes voor de inkoop voor wat betreft contractvorm, bekostiging, leveranciersmanagement en toegang. Resultaat: het zorgaanbod is gecontracteerd en geïmplementeerd. * inkoopdossiers waaronder aanbestedingsleidraden: conceptcontracten, programma’s van eisen, prijslijsten, nota’s van Inlichtingen. * Getekende overeenkomsten * Overbruggingsovereenkomsten indien van toepassing * Implementatie van de nieuwe overeenkomsten na contractering (separaat project) * Zorgvuldig overgangsbeleid

Integreren dan wel afschalen / beëindigen pilots en projecten In de laatste jaren van de huidige inkoopperiode is er door middel van pilots en projecten sturing gegeven aan het zorglandschap en geëxperimenteerd met nieuwe innovatieve concepten. Het doel was of om meer grip en sturing te krijgen en / of een passender zorgaanbod te ontwikkelen. Deze ervaringen kunnen op basis van evaluaties in 2023 landen in de inkoop voor 2025 en verder. Voor 2024 is er daarmee aandacht voor het gericht integreren dan wel afschalen of beëindigen van deze pilots en projecten. Het gaat o.a. om de Break, de geïntegreerde crisisdienst, PAST en Inverbindingsteam, Mockingbird, strippenkaarten voor nazorg. Voortborduren op inspanningen 2023  In het kader van de inkoop wordt ingezet op goede sturingsinformatie aan de voorkant, zodat we van meet af aan monitoring adequaat kunnen inregelen.  Bij de inkoop wordt ingezet op het beperken van extra (administratieve) lasten voor aanbieders, de backoffices en de toegang.  De uitkomsten van de verkenning op horizontaal toezicht uit 2023 worden betrokken bij de vormgeving van de inkoop 2025

2.2. Regiovisie jeugd en Wmo vanaf 2025 De huidige regiovisie heeft een looptijd tot en met 2024. In 2024 dient samen met de gemeenteraden gestart te worden met een nieuwe regiovisie. Deze regiovisie is nu al noodzaak vanuit de Norm voor opdrachtgeverschap voor Jeugd en Beschermd wonen en wordt straks ook wettelijk verplicht vanuit de Jeugdwet. Een groot deel van de inhoudelijke lijnen voor de periode

9

vanaf 2025 worden al vastgesteld in het kaderdocument inkoop. In het proces zal daarom gestart worden met het verkennen van de focus en breedte van de nieuwe regiovisie, mede in het licht van de te vormen Gemeenschappelijke regeling. Besluitvorming in de vijf gemeenteraden is niet realistisch in 2024. Gezien de andere grote opgaven (inkoop, hervormingsagenda, gemeenschappelijke regeling) is de druk zowel ambtelijk als bestuurlijk groot. Tegelijk voldoen we mogelijk al aan de wettelijke verplichting met een besluit over de governance en het inkoopkader. Waar toch noodzakelijk zal worden voorgesteld om de huidige regiovisie een jaar te verlengen op onderdelen. Resultaten: Voorbereiding voor de regiovisie jeugd en Wmo:  Er ligt een uitgewerkt procesvoorstel, inclusief besluitvormingstraject gemeenteraden.  In het BOSD is een gedragen beeld van de gewenste richting en inhoud (scope) van de regiovisie.  Eind 2024 wordt voldaan aan de verplichtingen uit de Norm voor opdrachtgeverschap dan wel wettelijke vereisten. Visie op veranderende doelgroepen in de Wmo Binnen de Wmo wordt gesignaleerd dat er sprake is van een groeiende groep GGZ-cliënten met zeer complexe problematiek (incl. zorgmijders), waarvoor geldt dat aanbieders regelmatig expertise missen om passende hulp te bieden en/of om tijdig verder door te verwijzen.

Daarnaast is er sprake van vergrijzing en ambulantisering, wat gevolgen zal hebben voor de omvang van de doelgroep en de zwaarte van de hulpvraag. Bij diensten zoals dagbesteding en hulp bij huishouden is inmiddels ook sprake van oplopende wachttijden voor de inwoners. In het kader van de regiovisie zal in kaart worden gebracht welke knelpunten we hierin voor de komende jaren voorzien en wat hier op nodig is om inwoners passende zorg te blijven bieden. De link met zowel beschermd wonen als met IZA/GALA zal hierin gezocht worden Resultaat: visie op veranderende doelgroep Wmo  in de nieuwe regiovisie wordt visie ontwikkeld voor de veranderingen in de doelgroep van de Wmo, mede in relatie tot beschermd wonen en IZA/GALA.

3

Kwalitatief en betaalbaar zorgaanbod

Kwalitatief goede hulp is hulp die voldoet aan professionele standaarden en richtlijnen en aansluit bij de vraag en behoefte van de cliënt. Een belangrijke voorwaarde voor het bieden van kwalitatieve hulp betreft competente hulpverleners, maar ook effectieve interventies die worden ingezet door deze professionals. Met het stimuleren van kwalitatief zorgaanbod wordt gestreefd naar meer effectieve, efficiënte en rechtmatige zorg. In 2024 werken we aan dit doel door in te zetten op de volgende onderdelen: 1. Project versterking handhaving kwaliteit begeleiding en dagbesteding

10

2. Verstevigen Regionaal toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid 3. Terugdringen gesloten plaatsingen, alternatieven gesloten jeugdhulp

3.1 Project versterking handhaving op kwaliteit begeleiding en dagbesteding De ambitie richting de nieuwe inkoop is om te sturen op de kwaliteit. Hierop vooruitlopend is een intensivering ingezet in 2023 die doorloopt in 2024 op handhaving van kwaliteitseisen op de producten van begeleiding en dagbesteding. Hierbij zullen waar nodig contracten worden beëindigd en ervaring opgedaan worden hoe zorgaanbieders omgaan met kwaliteitseisen. Deze ervaringen uit 2024 zullen worden betrokken bij de inrichting van het leveranciersmanagement vanaf 2025. Beoogd effect is kwaliteitsverbetering; neveneffect is mogelijk een beperkte reductie van aanbieders. Resultaat:  Kwaliteitsindicatoren t.a.v. de zorg bij zorgaanbieders bieden inzicht en worden gehandhaafd

3.2

Verstevigen van het regionaal toezicht kwaliteit en rechtmatigheid

In 2023 is er hard gewerkt aan de basis op orde krijgen voor toezicht. 2024 staat in het teken van het verder verstevigen van het regionaal toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid. Resultaat: Regionaal toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid is verstevigd  Werkprogramma Toezicht wordt gevolgd en over gerapporteerd. In 2024 wordt toezicht vooralsnog tijdelijk versterkt met enige capaciteit. Er zal een werkprogramma worden opgesteld, waaraan de rapportages gekoppeld kunnen worden.  Beleidsplan toezicht wordt vastgesteld.  Op toezicht Wmo worden de landelijke ontwikkelingen op nieuwe wetgeving gevolgd en zo nodig in actie omgezet.

3.3

Terugdringen gesloten plaatsingen

Er ligt een grote landelijke opgave op het terugdringen van het aantal gesloten plaatsingen. Het landsdeel ZuidWest (provincie Zuid-Holland) staat voor de gesloten jeugdhulp onder interbestuurlijk toezicht van het Rijk. In Midden-Holland gaat het om een beperkt aantal jeugdigen (15-20 per jaar). In 2024 wordt uitvoering gegeven aan het bovenregionale en het regionale plan dat in opdracht van VWS moet worden opgesteld. Een deel van de alternatieven wordt gevormd uit de inspanningen van de ambulantisering gewoon thuis jeugd (zie borgen inspanningen 2023).

11

4

Dekkend en toegankelijk zorgaanbod

Bij een dekkend zorglandschap beschikt de regio Midden-Holland over voldoende zorgaanbod om aan de (geïndiceerde) hulpvraag te kunnen voldoen. Dit betekent dat er tijdig voldoende aanbod beschikbaar is, afgestemd op de behoeften van de inwoners van Midden-Holland. In de praktijk blijkt dit niet altijd het geval. Dit speelt landelijk, maar ook de regio Midden-Holland kan niet altijd (tijdig) voldoen aan de (specifieke) hulpvraag. Door beter in te spelen op signalen en knelpunten en regionaal te sturen op wachtlijsten en niet-gecontracteerd aanbod, wordt er naar gestreefd te zorgen voor voldoende (specifieke) ingekochte zorg in Midden-Holland, passend bij de vraag en behoeften van haar inwoners. Daarnaast is toegankelijkheid van het zorgaanbod ook van belang, zodat inwoners weten waar ze naar toe kunnen. In 2024 werken we aan dit doel door in te zetten op deze onderdelen: 1. Inspelen op knelpunten in het zorgaanbod

2. 3.

Inzetten op een beter werkende Jeugdbeschermingsketen Voorliggend veld verbinden met ingekochte jeugdhulp

4.1

Inspelen op knelpunten in het zorgaanbod

In 2023 is ingezet op de uitwisseling tussen contractmanagement en toegang/ verwijzers. Daarbij zijn een aantal specifieke knelpunten naar voren gekomen, waarvoor in 2024 naar oplossingen wordt gezocht. Voordat deze nieuwe interventies geconcretiseerd worden, worden deze voorzien van een startnotitie die in het BOSD wordt besproken om de kaders op te halen waarbinnen de opgave al dan niet wordt opgepakt. Het gaat om:  Verkenning samenhangende aanpak voor thuiszitters Binnen Midden-Holland lijkt de zorg voor thuiszitters onvoldoende georganiseerd. Gevolg is een stapeling van zorg, zorgen of de zorg passend is, een gebrek aan zorg of geen aansluiting terug naar school. Gesignaleerd is dat hier sprake is van onvoldoende samenwerking tussen zorg en onderwijs.  Collectieve inzet van zorg in onderwijstijd In de ontwikkelagenda Passend Onderwijs is afgesproken om de financiering en organisatie van zorg en ondersteuning in cluster 3 en 4 van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs en SBO te verbeteren en vereenvoudigen. In de samenwerking met het onderwijs worden een aantal knelpunten ervaren waardoor zorg versnipperd is over meerdere aanbieders en teveel tijd verloren gaat in financierings- en verantwoordelijkheidsdiscussies. Om zorgvuldig hier stappen in te zetten wordt als eerste aan de slag gegaan met (V)SO De Startbaan, cluster 3 school.

In 2024 is het streven te starten met een collectief financieringsmodel in deze testcase. In de eerste helft van 2024 wordt daartoe een startnotitie voorgelegd aan het BOSD. Beoogde start van deze testcase is na de zomervakantie 2024. In het inkoopplan voor 2025 wordt meegenomen dat de regio momenteel onderzoekt of de zorg op school voor cluster 3 en 4 onderwijs mogelijk in de vorm

12

van collectieve financiering geboden kan worden. Op basis van de ervaringen passen we de aanpak voor de volgende scholen aan waar nodig. Verkenning samenhangende aanpak echtscheidingsproblematiek Complexe echtscheidingen hebben veel effect op een gezin en bij veel jeugdhulp vragen speelt deze problematiek. Dit lijkt met name in de jeugdbeschermingsketen ook een groot deel te zijn. Er zijn wachtlijsten voor hulp en mogelijk zijn er andere wijze waarop deze gezinnen beter geholpen kunnen worden en de kinderen veilig. Verkend wordt of hulp zich meer kan richten op ouders, waaronder vanuit andere wetten. Anderzijds kan worden voorgesteld om gericht extra budget beschikbaar te stellen voor aanbieders van echtscheidingszorg. Inzet is om een goede en sluitende aanpak rond echtscheidingen te ontwikkelen waardoor we de inzet van jeugdhulp zoveel mogelijk kunnen voorkomen en ervoor zorgen dat kinderen niet klem komen te zitten. Hierbij kun je onder meer denken aan uitbreiding van het vrij toegankelijk aanbod rondom relatie- en echtscheidingsondersteuning.

4.2 Inzetten op een beter werkende Jeugdbeschermingsketen De jeugdbeschermingsketen is een complex samenspel met veel actoren die allen tot doel hebben de kinderen veilig te laten opgroeien. Er is sprake van veel verschillende wettelijke kaders en samenwerkingspartners. Bovendien is personeelstekort een belangrijk probleem, waardoor investeren in samenwerking en toekomstige ontwikkelingen soms op gespannen voet komen met het uitvoeren van de primaire taken. Bovenregionaal wordt samengewerkt in de regio ZuidWest (Provincie Zuid-Holland excl Rotterdam) en worden inspanningen uitgewerkt o.a. op het gebied van caseloadverlaging, een formulier voor verwijzers en vereenvoudigingen van regelingen voor de jeugdbeschermingsorganisaties (zoals eenduidige zak- en kleedgeldregeling). Landelijk wordt gewerkt aan één tarief. Naast de samenwerking bovenregionaal wordt vanuit de regio Midden-Holland gewerkt aan de volgende opgaven: Volgen ontwikkeling rond verlenen voorrang aan jeugdigen met een kinderbeschermingsmaatregel Als een kinderrechter zich uitspreekt over de noodzaak van een kinderbeschermingsmaatregel en daaruit voortvloeiende inzet van hulp voor een kind is dat ingrijpend en vraagt dit om vlotte start van zorg. Daarnaast zijn er ook kinderen met complexe en urgente problemen, zonder kinderbeschermingsmaatregel.

Beide groepen kinderen moeten zo snel mogelijk passende hulp krijgen, terwijl deze schaars is. Hiervoor wordt door de NJI (Nederlands jeugdinstituut) een gezamenlijk ontwikkeld afwegingskader dat nodig is om professionals te helpen bij het maken van de juiste keuzes en prioritering. In Haaglanden wordt een proef gedaan met het verlenen van voorrang op hulp aan jeugdigen met een kinderbeschermingsmaatregel. De ontwikkelingen hiervan worden gevolgd, maar de regio Midden-Holland vind het wel van belang dat er geen absoluut voorrangsrecht is. We zien de aanwezigheid van een OTS als een relevant aspect bij triage in geval van wachtlijsten. Samen Veilig Opgroeien: voorbereiden op het toekomstscenario In 2023 is voor het project Samen Veilig Opgroeien een Plan van Aanpak voorgelegd waarbij zal worden aangesloten op het Landelijke Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. De

13

‘ontwikkelbeweging’ gaan we regionaal ondersteunen, waarbij positioneren van de Jeugdbeschermingstafel, de aanpak huiselijk geweld, kindermishandeling en complexe scheidingen in de nieuwe ketensamenwerking een plek krijgt. Hierbij staan ook in 2024 de volgende punten centraal: 1. Lokaal doen en leren vanuit casuïstiek door lokaal team en jeugdbeschermingsketen, 2. Regionale leerbijeenkomsten met professionals vanuit lokale teams en jeugdbeschermingsketen, 3. Aanpassen beleid en systeem door de projectgroep: gericht op oplossingen en resultaten die nodig zijn voor de praktijk, door de projectgroep in afstemming met stuurgroep. Het Project Handle with Care is in 2022 opgezet in Krimpenerwaard en krijgt vervolg in de regio Midden-Holland, door opname in project Samen Veilig Opgroeien. In 2024 zal worden gewerkt aan het borgen van de samenwerking met de veiligheidsketen in de ontwikkeling naar Toekomstscenario. Verkennen versterking rechtspositie gezinnen aan de Jeugdbeschermingstafel Onderzoek doen naar de wijze waarop we een spreekrecht kunnen invoeren c.q. uitbreiden voor rechtshulpverleners bij zittingen van de jeugdbeschermingstafel.

4.3 Voorliggend veld verbinden met ingekochte jeugdhulp In kaart brengen voorliggende veld en verbinden met regionale aanbod Om het regionale aanbod en het voorliggende veld met elkaar te verbinden zal bezien worden hoe het voorliggend veld van de verschillende gemeenten ook inzichtelijk kan worden voor de aanbieders. Doel is om te komen tot passende zorg, waar afschaling en samenwerking een meer bewust onderdeel zijn. Jeugdhulp op school evalueren In het kader van de aansluiting tussen passend onderwijs en jeugdhulp wordt Jeugdhulp op school (JOS) langjarig gesubsidieerd. In 2024 zal dit geëvalueerd worden zodat tijdig besloten kan worden over het vervolg vanaf 2026. Heroriëntatie regionale subsidies op het gebied van preventie De afgelopen jaren is er vanuit de netwerkorganisatie gericht impuls gegeven aan de wens tot preventieve voorzieningen. De samenhang op dit geheel dient opnieuw aangebracht en waar nodig dienen keuzes te worden heroverwogen en de visie vastgelegd in de nieuwe regiovisie. Hier zit grote samenhang met de subsidies vanuit de centrumtaken.

5. Governance & overige inspanningen 5.1 Toewerken naar een Gemeenschappelijke regeling Op basis van de Hervormingsagenda komt er een wettelijke plicht tot een Gemeenschappelijke regeling voor een deel van de jeugdtaken aan. Dit sluit aan bij de eigen wens van de regio tot het verstevigen van bestuurlijke governance. Vanaf 2024 hebben de colleges in dat licht al een

14

gezamenlijk gefinancierde regionale werkorganisatie waarbij in de aansturing wordt voorgesorteerd op een GR. De colleges hebben besloten over de uitgangspunten voor de GR en hierbij als streefdatum 1 januari 2025 te hanteren. Daarbij wordt opgemerkt dat de streefdatum niet ten koste mag gaan van een zorgvuldig voortraject. Naast de bestuurlijke besluitvorming van de regeling moet ook gebouwd worden aan een organisatie met een nieuwe rechtspersoon. Keuzes rondom personeel zullen in afstemming met de OR van Gouda netjes verlopen, en er dienen vele keuzes rondom bedrijfsvoering gemaakt te worden. Resultaat: De besluitvorming tot een Gemeenschappelijke regeling wordt conform streefdatum gerealiseerd per 1-1-2025.

5.2 Regionale taken IZA In het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorg Akkoord (IZA) zijn afspraken gemaakt om in samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars, zorgkantoren en zorgaanbieders de gezondheid van inwoners te bevorderen en passende zorg te verlenen. Dit wordt beoogd door processen goed op elkaar aan te laten sluiten en regionaal afspraken te maken over de (domeinoverstijgende) samenwerking. Eind 2023 zal hiertoe een regioplan zijn vastgesteld en begin 2024 volgt hierop een besluit rondom toekenning van financiering door het Rijk (SPUK IZA). Van dit geld moeten een aantal concrete regionale taken worden uitgevoerd, waarbij de inhoudelijke keuzes in het regioplan zijn uitgewerkt. Elke gemeente afzonderlijk maakt lokale keuzes, maar stemt hierbij regionaal af. In regionaal verband wordt gewerkt aan onder meer structurele inzet plegen op de netwerksamenwerking van het sociaal domein met de GGZ, 1e-lijnszorg en huisartsenzorg en op de coördinatie en organisatie van de vijf ketenaanpakken: kansrijke start, valpreventie, welzijn op recept, gezonde leefstijlinterventies en overgewicht kinderen. Resultaten regionaal IZA: - Het regioplan wordt uitgevoerd en de gemonitord. - De ketenaanpakken worden regionaal uitgevoerd

5.3 Naar een nieuwe visie Huiselijk geweld Hollands Midden 2024-2028 De samenwerking op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling vindt plaats op het niveau van Hollands Midden. De 18 gemeenten werken samen aan een nieuwe visie die in het eerste half jaar 2024 naar verwachting wordt vastgesteld. De huidige visie loopt eind 2023 af, en de nieuwe visie bouwt voort op de vorige. Daarnaast zijn de landelijke programma’s, zoals Toekomstscenario, verwerkt in de ambities voor de komende jaren. De regiovisie is uitgewerkt in uitgangspunten en drie actielijnen: 1) preventie en vroegsignalering, 2) Samenwerken en duurzaam oplossen, 3) specifieke aandacht (voor doelgroepen). De visie wordt vastgesteld in het eerste half jaar van 2024, na een uitgebreid inspraaktraject waarin de raden ook hun wensen en bedenkingen vooraf kunnen meegeven. De visie wordt vervolgens geconcretiseerd in uitvoeringsplannen en in de uitvoering van de opdrachten aan maatschappelijke partners gefinancierd uit de Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang.

15

6.

Financiën 2024

In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de verwachte financiële baten en lasten van de regionale werkorganisatie voor het jaar 2024. De begrotingscijfers zijn inclusief de bijdragen voor de regionale taken op het aanvullend zorgaanbod waar de afspraken regionaal worden gemaakt, maar waar de financiële stroom direct via de lokale gemeenten loopt. De RWO zal inzetten op het vergroten van het inzicht in welke kosten er n.a.v. de inspanningen uit het jaarprogramma richting de gemeentes komen. Hoewel er soms onverwachts sprake is van extra kosten is het van belang dat daar waar dat wel te voorzien is daar in een vroeg stadium over te informeren.

6.1

Uitgangspunten begroting 2024

De verwachte baten en lasten zijn gebaseerd op de eerder vastgestelde begroting 2023 en de kadernotitie 2024. Ten opzichte van de eerdere ramingen zijn de cijfers voor 2024 op onderstaande onderdelen bijgesteld:  In de begroting van 2023 was sprake van een tweetal (tijdelijke) posten die niet meer van toepassing zijn in 2024: - incidentele kosten voor het uitrollen van het teammodel ad. € 103k (conform de eerdere meerjaren verwachting t.a.v. de regionale taken) - de lumpsum financiering van de consultatiefunctie ad. € 130k (conform het collegevoorstel m.b.t. de geïntegreerde Jeugd-SGGZ)  de kosten voor overhead ad. € 36k voor de programmasecretaris zijn toegevoegd (tot en met 2023 werden deze nog niet berekend).  de baten en lasten (inclusief overhead) zijn geïndexeerd in lijn met de geldende afspraken (zie onderstaande paragraaf) dit resulteert in een verhoging van de kosten van € 333k.  de bijdragen van de gemeenten zijn (her)berekend op basis van de geactualiseerde verdeelsleutels naar het jaar 2024 (zie bijlage). De totale bijstellingen komen uit op verhoging van de totale kosten ad. € 134k. ten opzichte van de begroting 2023 en de kadernotitie 2024. Indexatie In de begroting 2024 is in lijn met de collegebesluiten m.b.t.

de ‘vereenvoudiging financiële stromen’ rekening gehouden met onderstaande indexeringen:  Voor de personele kosten en overhead: het prijsindexpercentage loonvoet sector overheid uit de meicirculaire 2023 ad. 5,2%.  Voor materiële kosten: het prijsindexpercentage bruto binnenlands product (pbbp) uit de meicirculaire 2023 ad. 3,0%.  Voor het aanvullend zorgaanbod: vanwege de diversiteit aan indexatie afspraken: geen indexatie op de begrotingscijfers. De kosten voor 2024 zijn minimaal gelijkgesteld aan de kosten voor 2023.

16

6.2

Financieel overzicht 2023/2024

In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen. Ter verbetering van de leesbaarheid zijn de kosten zoals opgenomen in de begroting 2023 en de kadernotitie 2024 op de volgende wijze ingedeeld:  Personeelskosten (vast en inhuur)  Overheadkosten  Overige (niet-personele) kosten t.b.v. de bedrijfsvoering van RWO  Aanvullend zorgaanbod (subsidies en vergoedingen aan andere partijen) Financieel overzicht (x € 1)

Begroting 2023

Begroting 2024

Baten Bijdragen gemeenten

-5.000.432

-7.743.200

Lasten Personeelskosten Overhead Overige bedrijfsvoeringskosten Subtotaal

4.241.053 391.056 214.028 4.846.137

5.250.600 1.762.300 164.000 7.176.900

Aanvullend zorgaanbod Waarvan niet via RWO Subtotaal

2.553.430 -1.454.135 1.099.295

2.502.000 2.502.000

Totaal lasten

5.945.432

9.678.900

Dekking uit reserve

-945.000

-1.935.700

Totaal

-

-

6.3 Bijdragen per gemeente In onderstaande tabel zijn de ontwikkelingen opgenomen per gemeente t.o.v. de begroting 2023 (incl. programmasecretaris) en de kadernotitie 2024. De bijdragen zijn berekend op basis van de verdeelsleutels zoals opgenomen in bijlage 1. Gemeente

Begr. 2023

Progr. secr. '23

Kadern. 2024

Bijstellingen

Bodegraven - Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas

923.223 1.962.286 1.488.090 828.820 1.164.591

58.206

169.208 350.774 270.039 148.302 216.678

31.357 12.359 9.911 50.215 30.092

1.181.994 2.325.418 1.768.039 1.066.690 1.411.361

Totaal

6.367.009

97.559

1.155.000

133.932

7.753.500

39.353

Begr. 2024

In onderstaande tabel zijn de bijdragen 2024 per gemeente opgenomen, waarbij onderscheid is gemaakt tussen de facturatie via RWO en de facturatie door andere samenwerkingspartijen. Het BOSD heeft eerder opdracht gegeven te onderzoeken wat een efficiënte wijze van organisatie van de financiering is voor het aanvullend zorgaanbod. Na afstemming met de lokale controllers en financials is de in dit jaarprogramma opgenomen lijn dat met ingang van 2024 de facturatie van het aanvullend zorgaanbod volledig via de RWO te laten plaatsvinden en niet meer via de lokale

17

gemeenten. Voor de nieuwe voorziening De Break vind nog afstemming plaats over de meest passende vorm van financiering: lokaal of regionaal. Bijdragen per gemeenten 2024 (x € 1)

Totaal begroting

Facturatie door RWO Overige

Bodegraven - Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas

1.181.132 2.345.056 1.757.073 1.066.835 1.403.404

1.179.629 2.341.939 1.754.686 1.065.486 1.401.460

1.502 3.117 2.388 1.349 1.944

Totaal bijdragen gemeenten

7.753.500

7.743.200

10.300

6.4

Afrekensystematiek

Eventuele resultaten zullen worden verrekend met de gemeenten op basis van de per deelpost gebruikte verdeelsleutels in de begroting. In bijzondere omstandigheden kan de RWO een alternatief voorstel voorleggen aan het BOSD. De resultaatverdeling zal na afloop van het jaar wordt voorgesteld vanuit RWO, afgestemd met het regionaal overleg financials en controllers en vastgesteld door het BOSD.

18

Bijlage 1: Verdeelsleutels 2024 In onderstaande tabellen zijn de verdeelsleutels opgenomen cf. de definities in de samenwerkingsovereenkomsten. In de tabellen zijn de onderliggende aantallen en de berekende percentages opgenomen voor het jaar 2024. Aantal inwoners op 1-1 jaar T-1: Bodegraven-Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas Totaal

Begr. 2023 35.752 74.095 57.062 31.342 45.794 244.045

% 14,65% 30,36% 23,38% 12,84% 18,76% 100,00%

Begr. 2024 36.308 75.316 57.700 32.601 46.981 248.906

% 14,59% 30,26% 23,18% 13,10% 18,87% 100,00%

% 12,33% 38,93% 24,61% 12,57% 11,56% 100,00%

Begr. 2024 1.283 3.954 2.575 1.327 1.287 10.426

% 12,31% 37,92% 24,70% 12,73% 12,34% 100,00%

NB: begr. 2023 = 01-01-2022; begr. 2024 = 01-01-2023

Aantal VO leerlingen per gemeente Bodegraven-Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas Totaal

Begr. 2023 1.262 3.986 2.520 1.287 1.184 10.239

NB: begr. 2023 = peildatum 1 oktober 2021; begr. 2024 = peildatum 1 oktober 2022

Aantal jongeren 0-17 jr per gemeente Bodegraven-Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas Totaal

Begr. 2023 7.615 14.374 11.527 6.895 10.120 50.532

% 15,07% 28,45% 22,81% 13,65% 20,03% 100,00%

Begr. 2024 7.697 14.385 11.655 7.303 10.477 51.517

% 14,94% 27,92% 22,62% 14,18% 20,34% 100,00%

NB: begr. 2023 = 01-01-2022; begr. 2024 = 01-01-2023

NB: voor de kosten van de Consultatie en Advies functie ten behoeve van de Sociale Teams is aangesloten bij de daarvoor geldende verdeelsleutel.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=151bc2de-1ea8-4371-aa27-290b2e9f661b