CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.45 Brief aan Ministerie VWS, Financiering nieuwe hospice voorziening (afdoening T25-007 en TV25-010)

Raadsvergadering 15 april 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college17.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

kan ontwikkelen.

regio’s hierin te ondersteunen zijn vanuit het NPPZ II middelen beschikbaar gesteld én zijn er een aantal informatiebronnen: het

Daarnaast kunnen de huidige prognoses dienen als nulmeting waarop de

publieksrapport van HOPEVOL1, het rapport De Olifant de kamer uit2, de

komende jaren vanuit de landelijke koepels kan worden gemonitord en

jaarlijkse Registratierapportage17 en de uitkomsten van het voorliggende

bijgestuurd:

onderzoek.

• Hoe ontwikkelen verschillende trends zich? • Wat is dan de verwachte impact op de hospicecapaciteit?

Het veld van ondersteuning en zorg, en ook de palliatieve zorg, is

continu in beweging en zal zich ook in de komende jaren blijven

Tot slot is het goed om te benoemen dat deze prognoses nadrukkelijk

ontwikkelen. De politieke koers die komende jaren voor de zorg zal

níét normstellend zijn voor of een finaal oordeel zijn over hoe de

worden gevaren, ingegeven door macro-financiële druk om de zorg

capaciteit er in de toekomst uit moet komen te zien. Het is de opdracht

betaalbaar te houden én de arbeidsmarktkrapte, zal van grote invloed

aan de hospicevoorzieningen in elke regio zelf om, met elkaar en met

zijn op hoe de zorg zich in de komende vijftien jaar zal ontwikkelen.

ketenpartners en financiers, na te denken over het toekomstige regionale hospicelandschap. Deze prognoses kunnen daarbij een

Daarmee zijn harde voorspellingen over wat in de toekomst nodig is aan

hulpmiddel zijn. Daarbij is belangrijk om te benoemen dat in deze

capaciteit lastig. Wél kunnen we op basis van nu bekende

prognoses wordt uitgegaan van de huidige vorm van hospicezorg.

ontwikkelingen onderbouwde prognoses maken van wat in de toekomst

Mogelijk zullen toekomstige ontwikkelingen ook leiden tot andersoortige

nodig zou kunnen zijn aan capaciteit. De prognoses betreffen daarmee

vormen van hospicezorg, wat invloed heeft op de benodigde capaciteit.

een inschatting van hoe de toekomst zich kan ontwikkelen.

Hier is in de huidige prognose geen rekening mee gehouden.

71721-Intern vertrouwelijk

34

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Prognoses voor toekomst | Toelichting Werkwijze

De drie effecten per discriminerende factor zijn na zorgvuldige afweging

De zorg als geheel, en ook de palliatieve zorg, is continu in beweging en

met de landelijke begeleidingscommissie en het Kernteam tot stand

zal zich ook blijven ontwikkelen, mede ingegeven door macrofinanciële

gekomen. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat elke factor ‘in isolatie’

druk om de zorg betaalbaar te houden, én zo te organiseren dat een

doorwerkt op de basisprognose, dus het minimum, de verwachting en

antwoord op de arbeidsmarktkrapte wordt gevonden. Daarmee zijn

het maximum zijn de optelsom van alle onderliggende factoren.

harde voorspellingen over wat in de toekomst nodig is aan capaciteit lastig. Wél kunnen we op basis van nu bekende ontwikkelingen een

Op basis van deze factoren zijn vier verschillende prognoses voor

inschatting maken van wat in de toekomst nodig kan zijn aan capaciteit.

toekomstig benodigde capaciteit ontwikkeld: • basisprognose: op basis van enkel de niet-discriminerende factoren;

We weten op basis van dit onderzoek de bekende beddencapaciteit in

• verwachte prognose: op basis van het verwachte effect per factor;

2022, namelijk 1.326 bedden. De huidige capaciteit is het vertrekpunt

• minimale prognose: op basis van het minimale effect per factor;

voor de verdere prognoses. Doordat in deze onderzoeksronde de

• maximale prognose: op basis van het maximale effect per factor.

capaciteit vollediger in beeld is, zijn ook de prognoses aangescherpt. Met de huidige capaciteit als vertrekpunt zijn, op basis van de landelijke en

De effecten van de prognoses zijn landelijk bepaald, de uitkomsten zijn

regionale duidingssessies en de deskstudy, een aantal factoren

ook doorgerekend per zorgkantoorregio (zie deel B van de rapportage).

gedefinieerd die invloed hebben op de toekomstig benodigde capaciteit.

Voor het vervolgproces en -gesprek in de regio is het daarmee van belang om óók met elkaar het gesprek te voeren over hoe de genoemde

We maken daarbij onderscheid tussen:

factoren in de eigen regio spelen, wat het verwachte effect dan is voor

• niet-discriminerende factoren: deze gelden in alle prognoses en zijn

de eigen regio en of er in de eigen regio mogelijk aanvullende factoren

eenduidig voorspelbaar richting de toekomst

een rol spelen die nog niet meegenomen zijn in deze prognose.

• discriminerende factoren: de precieze impact van deze factoren en de werkelijke situatie in de toekomst zijn onzeker; daarom zijn per factor

Op de volgende pagina’s gaan we eerst in op de basisprognose en

een minimale, een maximale en een verwachte impact bepaald.

vervolgens op de verwachte, minimale en maximale prognose.

71721-Intern vertrouwelijk

35

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Prognoses voor toekomst | Toelichting basisprognose In de basisprognose maken we op basis van de volgende factoren een

In deze basisprognose wordt géén rekening gehouden met eventuele

prognose van de benodigde hospicecapaciteit in 2030, 2035 en 2040:

capaciteitstekorten in 2022. Op basis van de de vragenlijst en de

1. het bekende aantal hospicebedden in 2022 op basis van voorliggend

verschillende regionale sessies hebben we signalen dat ten minste in

onderzoek.

delen van het land momenteel op momenten gedurende het jaar een

2. de verhouding tussen onverwachte en niet-onverwachte sterfgevallen

tekort wordt ervaren. Circa 90% van de respondenten geeft aan

in 2022 op basis van de ‘kerncijfers palliatieve zorg’12, gecorrigeerd

gedurende het jaar gasten te hebben moeten weigeren omdat alle

naar de sterftecijfers zoals CBS over 2022 heeft geregistreerd.6

bedden bezet waren. Ook in de regionale duidingssessies kwam een

3. landelijke prognosecijfers van het totale aantal sterfgevallen in 2030, 2035 en 2040.7 4. Een aanname over de toekomstige verhouding tussen onverwachte en niet-onverwachte sterfgevallen; deze aanname is gedaan op basis

dergelijk signaal regelmatig naar voren. Tegelijkertijd zijn er ook signalen dat de bezetting met ‘pieken en dalen’ gaat, waarbij er vaak ook een mogelijkheid is om bij pieken door te verwijzen naar collega’s in de regio.

van de pre-covidverhoudingen tussen de twee vormen van sterfte12 en is getoetst met de landelijke begeleidingscommissie voor het

Op basis van het huidige onderzoek zijn er dus signalen dat de huidige

project Versterken Hospicezorg.

capaciteit niet overal voldoende is. Daarmee is deze basisprognose waarschijnlijk een voorzichtige inschatting.

In de basisprognose wordt verder geen rekening gehouden met andere (discriminerende) factoren. Deze worden ‘ceteris paribus’ verondersteld.

Met andere woorden: we gaan ervan uit dat al het overige constant blijft ten opzichte van de situatie in 2022.

71721-Intern vertrouwelijk

36

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Prognoses voor toekomst | Berekening basisprognose De factoren zoals hiervoor beschreven zien er als volgt uit: 1. De hospicebeddencapaciteit in 2022 (voor zover bekend) bedroeg 1.326 bedden landelijk (dataset november 2024). 2. In 2022 waren er 111.463 niet-onverwachte sterfgevallen conform de kerncijfers palliatieve zorg12, oftewel 65,9% van de totale sterfte. De definitieve sterftecijfers van het CBS6 wijken iets af van de kerncijfers. Wanneer daarvoor gecorrigeerd wordt, komt, uitgaande van dezelfde verhouding onverwacht versus niet-onverwacht, de niet-onverwachte sterfte in 2022 uit op 112.147 sterfgevallen. 3. De verwachte totale sterfte landelijk7 in 2030, 2035 en 2040 bedraagt respectievelijk 176.136, 188.565 en 198.463. De stijging in absolute sterfte tussen 2022 en 2040 bedraagt 28.351 overlijdens landelijk, een stijging van 16,7%. 4. In de pre-covidjaren lag het aandeel niet-onverwachte overlijdens tussen de 74% en 72,4%. In de covid-periode zijn deze cijfers vertekend door oversterfte en sterfte door covid (wat is meegenomen onder acute sterfte). De laatste twee jaren (2018 en 2019) lag het aandeel nietonverwachte overlijdens respectievelijk op 72,6% en 72,4%. We doen in deze prognose de aanname dat dit de komende jaren op 72,5% zal liggen.

Op basis van deze factoren zien we in de basisprognose een verwachte groei van 28,3% niet-onverwachte overlijdens tussen 2022 en 2040. Onder gelijkblijvende omstandigheden impliceert dit in de basisprognose een groei van 28,3% hospicebedden in dezelfde periode. Dat is per saldo een stijging van 375 bedden (landelijk). Wat

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

20226

1. Absolute aantal overlijdens

146.200

148.038

149.193

152.404

150.928

167.700

170.051 169.075

2030

2035

2040

170.112

176.136

188.565

198.463

2. Aantal niet-onverwachte overlijdens

108.256

109.507

109.572

110.273

109.522

105.812

106.582 111.463

3. Aandeel onverwachte overlijdens

26,0%

26,0%

26,6%

27,6%

27,4%

36,9%

37,3%

34,1%

34,1%

27,5%

27,5%

27,5%

4. Aantal overlijdens met behoefte aan palliatieve zorg

74,0%

74,0%

73,4%

72,4%

72,6%

63,1%

62,7%

65,9%

65,9%

72,5%

72,5%

72,5%

5. Berekende aantal niet-onverwachte overlijdens

112.147

127.699

136.710

143.886

6. Groei ten opzichte van 2022

100%

113,9%

121,9%

128,3%

7. Aantal bedden (basisprognose)

1.326

1510

1616

1701

71721-Intern vertrouwelijk

202212

37

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Prognoses voor toekomst | Minimaal, maximaal, verwacht Naast de basisprognose op basis van sterftecijfers zijn acht factoren

Deze effecten zijn inschattingen, gemaakt in samenspraak met de

bepaald die naar verwachting invloed zullen hebben op de toekomstig

landelijke begeleidingscommissie en het Kernteam dat dit onderzoek

benodigde capaciteit. Dit betreft ontwikkelingen waarvan we met de

begeleid heeft, op basis van de huidige beschikbare kennis en ervaring

huidige kennis inschatten dat deze de komende jaren zullen optreden en

in de praktijk.

ook invloed kunnen gaan hebben op de behoefte aan hospicebeddencapaciteit. Deze ontwikkelingen zijn bepaald op basis van

Op basis van deze effecten zijn drie aanvullende prognoses ontwikkeld

verzamelde input uit de verschillende duidingssessies in de zeven

ten opzichte van de basisprognose. Daarbij is de veronderstelling dat

consortiumregio’s, gesprekken met de landelijke begeleidingscommissie

deze acht factoren in beginsel eigenstandig kunnen plaatsvinden en los

en deskresearch.

van elkaar effect hebben op de benodigde beddencapaciteit. Het betreft de volgende drie prognoses:

Deze factoren kennen meer onzekerheid dan de factoren die in de

basisprognose zijn gehanteerd. Omdat deze factoren meer onzekerheid kennen, zijn voor elke factor drie mogelijke niveaus van effect op de beddencapaciteit in de basisprognose bepaald: • minimaal: het kleinst mogelijke effect dat we verwachten • maximaal: het grootst mogelijke effect dat we verwachten

• de verwachte prognose: de cumulatie van alle verwachte effecten ten

opzichte van de basisprognose. • de minimale prognose: de cumulatie van alle kleinst mogelijke effecten ten opzichte van de basisprognose • de maximale prognose: de cumulatie van alle grootst mogelijke effecten ten opzichte van de basisprognose

• verwachting: het punt op de bandbreedte minimaal-maximaal dat we,

op basis van de huidige inzichten, het meest waarschijnlijk achten.

Op de volgende pagina’s geven we eerst een toelichting op de acht factoren. Vervolgens lichten we per factor de drie niveaus van effect toe.

71721-Intern vertrouwelijk

38

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Prognoses voor toekomst | Minimaal, maximaal, verwacht Factoren

Toelichting

1. Politieke koers ten aanzien van intramurale capaciteit.

De huidige politieke koers is dat er geen verpleeghuisplekken bij komen; ook zullen er naar verwachting geen ziekenhuisbedden bij komen. Dit impliceert dat er in 2040 ten opzichte van 2022 28.351 éxtra mensen op een andere plek zullen sterven dan in een intramurale voorziening of ziekenhuis.

2. Arbeidsmarkttekort in de (thuis)zorg.

In 2040 zijn er, zonder veranderingen, meer dan twee miljoen mensen nodig in de zorg (tegenover 1,4 miljoen werkenden in de zorg in 2020). Nu werkt een op de zeven werknemers in de zorg; in 2040 moet dat een op de vier worden (volgens de Sociaal-Economische Raad13). In 2032 is er een verwacht arbeidsmarkttekort van 189.900 werknemers, waarvan 51.900 in de sector V&V, 27.400 in de thuiszorg en 5.900 in de huisartsenzorg (volgens het Prognosemodel Zorg en Welzijn14, 2024). Deze ontwikkeling kan mogelijk invloed hebben op de mogelijkheden voor palliatieve terminale thuiszorg. Het Zorginstituut Nederland heeft in juli 2023 de uitspraak gedaan dat bij een terminale patiënt er altijd een medische noodzaak is voor verblijf in een instelling. Als palliatief terminale zorg niet thuis geleverd wordt is er een indicatie voor verblijf in verband met geneeskundige zorg onder de Zvw. Daarbij zien we ook dat er breder in de zorg een beweging op gang komt naar het leveren van geclusterde zorg. Tegelijkertijd zal het arbeidsmarkttekort óók iets betekenen voor de wijze waarop de zorg in hospicevoorzieningen georganiseerd wordt.

3. Proactieve zorgplanning en verbeteringen in de keten.

Op dit moment zijn er op veel plekken initiatieven rondom ACP (proactieve zorgplanning). Uit de regionale duidingssessies kwamen diverse signalen over gasten die gemiddeld langer in het hospice verblijven, maar ook juist van hele korte opnames in hospices. Uit de gesprekken komt naar voren dat beide situaties mede ontstaan door (1) gebrek aan proactieve zorgplanning en aan het tijdig voeren van het gesprek over de laatste levensfase en (2) onvoldoende samenwerking en coördinatie met ketenpartners zoals ziekenhuizen.

4. Ontwikkeling mantelzorgers en zorgzame buurten. *

In de regionale duidingssessies werd duidelijk dat relatief veel eenzame, ‘alleenstaande’ mensen in hospices terechtkomen, voor wie dan ook relatief veel georganiseerd moet worden. De landelijke prognose is dat het mantelzorgpotentieel afneemt van tien mantelzorgers per oudere nu naar vier mantelzorgers per oudere in 2040.10 Tegelijkertijd zijn er ontwikkelingen in de samenleving die bij kunnen dragen aan meer oog voor elkaar in de maatschappij, zoals communitycare, wijksteunsystemen en sociale cohesie. Dit kan er mogelijk toe leiden dat juist méér voor elkaar gezorgd kan worden dan nu het geval is.

5. Complexer wordende zorgvraag, onder andere onder invloed van multimorbiditeit en toename van sterfte door dementie. *

Het percentage mensen dat overlijdt aan dementie zal toenemen van circa 10% van de totale sterfte in 2022 tot circa 20% in 2040. Uit de regionale sessies blijkt dat mensen met dementie op dit moment veelal geen doelgroep zijn voor hospices. Daarnaast komt uit de regionale sessies een beeld naar voren van toenemende complexiteit van de zorgvraag an sich (meer multimorbiditeit en psychiatrische problematiek).

6. Maatschappelijk bewustzijn en toenemende regie over het levenseinde.

In de maatschappij is er een toenemend bewustzijn over het levenseinde, de keuzes die je hierin als individu kunt maken en de mogelijkheden, zoals hospicezorg, die er zijn. Het taboe rondom euthanasie en bewust stoppen met eten en drinken lijkt daarbij ook af te nemen.

7. Technologische ontwikkelingen in de thuissituatie.

Door technologische ontwikkelingen kunnen zorgvragers langer zelfstandig thuis blijven wonen. Dit leidt er mogelijk toe dat men later in de palliatieve terminale fase een noodzaak krijgt voor hospicezorg.

8. Behoefte aan hospicezorg bij mensen met een migratieachtergrond.

Op dit moment zijn Nederlanders met een migratieachtergrond ondervertegenwoordigd in de hospicezorg. Op basis van CBS-prognoses11 zijn er in 2040 6,7 miljoen Nederlanders waarvan zijzelf of hun ouders buiten Nederland geboren zijn; in 2022 waren dit er circa 4,5 miljoen.

* Er is steeds meer wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat de complexiteit van de zorgvraag in de palliatieve zorg beïnvloed wordt door een samenspel van de context

71721-Intern vertrouwelijk

én het ziektebeeld (of de ziektebeelden) en dat deze ook op elkaar inspelen. Voor nu hanteren we deze twee factoren als afzonderlijk; mogelijk worden er in de toekomst meer en betere integrale prognoses gemaakt. Zie bijvoorbeeld Grant, M. de, Graaf, E., Teunissen, S., A systematic review of classifications systems to determine complexity of patient care needs in palliative care.15

39

TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT

Prognoses voor toekomst | Minimaal, maximaal, verwacht Factor

Minimaal

Toelichting

Maximaal

Toelichting

Verwacht

Toelichting

1. Politieke koers ten aanzien van intramurale capaciteit

0%

Het aandeel overlijdens in hospicevoorziening blijft gelijk aan de basisprognose.

+ 10%

We verwachten dat van de extra sterfte in 2040 ten opzichte van 2022 maximaal 20% in een hospice plaatsvindt. Dit betekent in absolute zin dat in 2040 5.670 mensen méér in een hospice overlijden dan in 2022 (20% van 28.351). Tegen een bezettingsgraad van 74,6% en een gemiddelde ligduur van 24,0 dagen, betekent dit dat er 500 bedden extra nodig zijn ten opzichte van 2022. Ten opzichte van de basisprognose is dit een extra toename van ongeveer 10%.

+ 5%

Er zijn geen inzichten bekend over de exacte impact van het bevriezen van de intramurale capaciteit op de benodigde hospicecapaciteit. De verwachting is dat mensen langer zelfstandig thuis moeten blijven wonen. Omdat we geen andere onderbouwing hebben, nemen we als verwachting het punt halverwege de bandbreedte.

2. Arbeidsmarkttekort in de (thuis)zorg

0%

Door arbeidsmarktkrapte, ook bij huisartsen en bij wijkverpleegkundigen, blijft het minimale effect gelijk aan de basisprognose.

+ 15%

Door arbeidsmarktkrapte voorzien we een verschuiving naar meer geclusterde palliatieve terminale zorg, waardoor een maximale toename van benodigde hospicecapaciteit wordt verwacht van 15%. Daarnaast zal méér hospice-kennis ‘buiten’ het hospice gebracht moeten worden.

+ 10%

We weten dat de arbeidsmarktkrapte komende jaren zal toenemen én er zijn al diverse bewegingen en adviezen dat geclusterde zorg zoals hospicezorg een oplossingsrichting is (zoals het advies van het 3 Zorginstituut ). Daarom verwachten we een beweging richting het maximale effect.

3. Proactieve zorgplanning en verbeteringen in de keten

-/- 13%

Door betere ketenzorg en proactieve zorgplanning kan het aantal gasten op de juiste plek toenemen, waardoor het aantal gasten dat gemiddeld langer in het hospice ligt, afneemt. Ook kan het aantal gasten dat gemiddeld korter in het hospice verblijft, afnemen. Per saldo verwachten we dat in het minimale effect de gemiddelde ligduur omlaaggaat met drie dagen. Dit betekent dat de benodigde capaciteit omlaaggaat met (3 gedeeld door 24,0 =) 13%.

0%

Het lukt niet om de netwerkzorg significant te verbeteren ten opzichte van huidige situatie, en proactieve zorgplanning heeft niet het verwachte effect, waardoor de gemiddelde ligduur gelijk blijft aan de basisprognose.

-/- 4%

We verwachten dat betere netwerkzorg zeker effect zal hebben op ‘de juiste patiënt op juiste plek’. We verwachten echter dat dit niet landelijk overal het maximale effect zal hebben, maar slechts ten dele. We rekenen daarom in de verwachte prognose met een gemiddelde ligduurverkorting van één dag, wat een effect heeft van -/- 4% op de benodigde capaciteit.

71721-Intern vertrouwelijk

40

TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT

Prognoses voor toekomst | Minimaal, maximaal, verwacht Factor

Minimaal

Toelichting

Maximaal

Toelichting

Verwacht

Toelichting

4. Ontwikkeling mantelzorgers en zorgzame buurten

-/- 5%

Zorgzame gemeenschappen en woonvormen zullen een vlucht nemen, waardoor minder mensen in eenzaamheid sterven en daarmee minder een beroep wordt gedaan op hospicezorg. We verwachten als minimaal effect een afname van 5%.

+ 10%

We zien verdere afname van mantelzorgpotentieel van 10 op 1 nu naar 4 op 1 in 2040. Hier komt niet tijdig genoeg een goed alternatief voor in de vorm van een zorgzame samenleving. Daarom zullen meer mensen in eenzaamheid de terminale fase in gaan en behoefte hebben aan hospicezorg. We verwachten een maximaal effect van 10% op de benodigde capaciteit.

+ 2%

Het realiseren van een zorgzame samenleving vraagt een verandering in de maatschappij. Dergelijke veranderingen kosten tijd en zullen mogelijk ook niet overal tot bloei komen. Daarom verwachten we een effect halverwege de bandbreedte.

5. Complexer wordende zorgvraag, onder andere onder invloed van multimorbiditeit en toename van sterfte door dementie

-/- 10%

Het aantal mensen dat overlijdt door dementie neemt toe van circa 10% tot circa 20% van de totale sterfte in 2040 (volgens een prognose 8 van het RIVM ). Op dit moment lijken hospices geen passende zorg voor deze groep te kunnen bieden en de verwachting is dat dit in de toekomst niet verandert. In absolute zin zijn er in 2022 17.500 mensen met deze doodsoorzaak en in 2040 39.100, een toename van 21.600. We gaan in de minimale prognose ervan uit dat deze doelgroep primair in het verpleeghuis zal worden opgenomen en daarmee deze (groeiende) doelgroep niet in een hospice zal overlijden. Daarmee verwachten we als minimaal effect een daling van de benodigde capaciteit van 10%.

+ 10%

De doelgroep voor hospicevoorzieningen verbreedt zich ten opzichte van 2022 doordat hospices zich (deels) specialiseren in de complexere doelgroepen. Daarmee kan een groter aandeel van de terminale zorgvragers een plek vinden bij een hospice dan in 2022 het geval was. We verwachten een maximaal effect van +10%.

+ 2%

De groep ouderen met dementie en complexere zorgvragen zal toe gaan nemen, ook in de thuissituatie. De verwachting is dat in toenemende mate ook voor deze doelgroep passende palliatieve zorg gewenst zal zijn en dat deze specialistische kennis en expertise vanuit hospicevoorzieningen ook meer extern zal worden ingezet bijvoorbeeld in psychogeriatrische voorzieningen. Desondanks zal naar verwachting óók een deel van deze doelgroep in hospicevoorzieningen worden opgenomen, waarmee we een lichte stijging van de benodigde capaciteit verwachten.

71721-Intern vertrouwelijk

41

TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT

Prognoses voor toekomst | Minimaal, maximaal, verwacht Factor

Minimaal

Toelichting

Maximaal

Toelichting

Verwacht

Toelichting

6. Maatschappelijk bewustzijn en toenemende regie over het levenseinde

-/- 3%

Door afname van het taboe in de samenleving en meer maatschappelijk bewustzijn rondom het eigen levenseinde verwachten we twee ontwikkelingen: (1) Men leert de mogelijkheden van een hospice beter kennen; dit leidt mogelijk tot een toename in de vraag naar hospicezorg. (2) Men kiest er bewuster voor om thuis te sterven en waar nodig eerder in de terminale fase eigen regie op het overlijden te nemen; dit leidt tot een dalend effect in de vraag naar hospicezorg. Per saldo verwachten we als minimaal effect dat (2) meer impact heeft dan (1), met een afname in benodigde capaciteit van 3%.

+ 3%

We verwachten als maximale prognose dat de genoemde ontwikkelingen bij het minimale scenario anders doorwerken. Daarbij heeft de bekendheid met hospicevoorzieningen en -zorg een groter effect dan de wens om thuis te sterven. Als maximaal effect verwachten we een toename van 3%

0%

Zowel de minimale als de maximale prognose is op basis van de huidige kennis en inzichten denkbaar. Er is geen harde voorspelling te doen welke kant het op zal bewegen. In de verwachte prognose rekenen we met het effect halverwege de bandbreedte.

7. Technologische ontwikkelingen in de thuissituatie

-/- 8%

Door technologie en innovatie zullen mensen die terminaal zijn langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen, waardoor ze, áls ze instromen in een hospicevoorziening, dat later zullen doen. We verwachten dat dit leidt tot een afname van de gemiddelde ligduur van maximaal twee dagen. Dit betekent dat de benodigde capaciteit omlaaggaat met 2 gedeeld door 24,0 = 8%.

0%

De technologische ontwikkelingen gaan niet zo snel en/of hebben geen duidelijk effect op het instroommoment in hospicevoorzieningen.

-/- 2%

De afgelopen jaren laten een vrij stabiel beeld zien in ligduur in hospicevoorzieningen, ook al hebben er de afgelopen jaren ook de nodige innovaties plaatsgevonden. De verwachting is daarom dat dit beperkt effect zal hebben en een reductie in de gemiddelde ligduur van 0,5 dag. Per saldo leidt dit tot een afname in benodigde capaciteit van 2%.

8. Behoefte aan hospicezorg bij mensen met een migratieachtergrond

-/- 5%

Het aantal inwoners dat zelf buiten Nederland geboren is of wier ouders buiten Nederland geboren zijn, groeit van circa 4,5 miljoen in 2022 naar 6,7 miljoen in 2040. Op basis van de regionale sessies lijkt het erop dat deze groep op dit moment ondervertegenwoordigd is in hospices, mede door culturele verschillen. Doordat deze groep qua omvang groter wordt ten opzichte van de huidige doelgroep van hospices, verwachten we een daling in de benodigde hospicecapaciteit van 5%.

+ 5%

In de toekomst zal een groter aandeel van deze groep wél behoefte hebben aan hospicezorg dan in 2022. We verwachten een toename in zorgvraag van 5%.

+ 3%

De verwachting is dat een steeds groter deel van deze groep Nederlanders behoefte krijgt aan hospicezorg, doordat zij steeds meer onderdeel worden van de Nederlandse cultuur. We verwachten daarom dat het effect eerder richting het maximale punt beweegt. Wel vraagt dit iets in de organisatie van hospicezorg en hospicevoorzieningen: meer inclusiviteit en aandacht voor culturele diversiteit. Gezien de groei van deze groep verwachten we dat hospicevoorzieningen deze stap zullen gaan zetten.

71721-Intern vertrouwelijk

42

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Prognoses voor toekomst | Doorrekening De grafiek hiernaast toont de vier prognoses zoals op voorgaande

Prognoses toekomstig benodigde hospicebedden (landelijk)

pagina’s toegelicht: • Basisprognose: De prognose voor toekomstig benodigde capaciteit op

3000

basis van enkel de niet-discriminerende factoren leidt tot een 2603

2500

2040.

2248 1894

2000

• Verwachte prognose: De prognose voor toekomstig benodigde 1973

1794

1326

1510

2040. 1616

1701

1160

• Minimale prognose: De prognose voor toekomstig benodigde

capaciteit op basis van het minimale effect per factor leidt tot een

1326 1000

capaciteit op basis van het verwachte effect per factor leidt tot een toename van 1.326 bedden in 2022 naar 1.973 benodigde bedden in

1614 1500

toename van 1.326 bedden in 2022 naar 1.701 benodigde bedden in

afname van 1.326 bedden in 2022 naar 953 benodigde bedden in 1056

953

2040. Deze prognose wordt als absoluut minimum gezien en impliceert dat alle factoren volledig het minimale effect zullen kennen. • Maximale prognose: De prognose voor toekomstig benodigde

500

capaciteit op basis van het maximale effect per factor leidt tot een

toename van 1.326 bedden in 2022 naar 2.603 benodigde bedden in

0 2022

71721-Intern vertrouwelijk

2030

2035

Prognose basis

Prognose verwachting

Prognose minimaal

Prognose maximaal

2040

2040. Deze prognose wordt als absoluut maximum gezien en impliceert dat alle factoren volledig het maximale effect zullen kennen.

43

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Hoofdstuk 4.

Aanbevelingen voor vervolg

In dit hoofdstuk geven we een aantal aanbevelingen aan de landelijke koepels en de regio’s voor hoe in het vervolg met

capaciteitsvraagstukken omgegaan kan worden.

71721-Intern vertrouwelijk

44

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Aanbevelingen voor vervolg Dit onderzoek is een eerste stap in het versterken van het

Daarbij adviseren we om ook periodiek met elkaar te bepalen hoe de in

hospicelandschap. We hebben hiermee een scherper beeld verkregen

dit traject opgestelde prognoses en de onderliggende factoren zich door

van het huidige landschap en de toekomstig benodigde capaciteit. Dit

de tijd heen ontwikkelen. Deze zijn nu op basis van beschikbare kennis

eindrapport en de rapportages per zorgkantoorregio dienen als een

zo goed mogelijk ingeschat, maar het is niet ondenkbaar dat de

startpunt voor het vervolgtraject in de regio. In deel B van dit rapport

toekomst tóch anders zal blijken te zijn.

presenteren we de uitkomsten en ook de doorrekening van de prognoses per zorgkantoorregio.

Door deze exercitie jaarlijks te herhalen kun je landelijk en regionaal de

komende jaren ook de vinger aan de pols houden of de ingezette Daarnaast doen wij op deze plek graag een aantal aanbevelingen voor

vervolgstappen het beoogde effect hebben, én kun je gaan bijdragen

het vervolg.

aan de gewenste ontwikkeling van de capaciteit van hospicevoorzieningen.

Herhaal periodiek dit onderzoek én monitor de factoren in prognoses

Voor een volgende exercitie adviseren we daarbij om specifiek na te

Allereerst adviseren wij het NPPZ II en de drie hospicekoepels om dit

denken over hoe de ligduur en bezettingsgraad in kaart worden

geen eenmalige exercitie te laten zijn. Idealiter wil je (in onze ogen)

gebracht. In dit onderzoek zijn deze op organisatieniveau bepaald op

landelijk en als regio periodiek inzicht hebben en houden in de

jaargemiddeldes. Uit de verschillende gesprekken blijkt dat deze

werkelijke hospicecapaciteit en de ontwikkelingen hierin. Belangrijk

gemiddeldes niet alles zeggen, en dat ook de variatie in ligduur (tussen

daarbij is om dit, ook in de toekomst, in gezamenlijkheid te blijven doen,

zorgvragers) en bezettingsgraad (gedurende het jaar) interessante

zodat een integraal beeld blijft bestaan. Mogelijk kan de reeds

inzichten kan bieden.

bestaande Registratierapportage hiervoor worden doorontwikkeld en verbreed naar alle hospicekoepels. Daarbij is het van belang het bereik voor deze uitvraag en bijbehorend responspercentage onder de leden van alle hospicekoepels te vergroten. 71721-Intern vertrouwelijk

45

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Aanbevelingen voor vervolg Werk aan (betere bekendheid van) eenduidige definities

Door heldere, eenduidige definities vast te stellen én uit te dragen, kan

Als tweede adviseren wij om landelijk tot eenduidige definities te komen

de vraag naar de verschillende typologieën en daarmee de toekomstig

voor de verschillende typologieën. ‘Hospice’ is geen beschermde titel,

benodigde capaciteit beter in kaart gebracht worden.

waarmee er ruimte wordt geboden aan diversiteit in het hospicelandschap. Tijdens het onderzoek is gebleken dat

Bepaal scherper hoe de hospicedoelgroep eruitziet en maak hier

hospicevoorzieningen momenteel verschillende ideeën kunnen hebben

vervolgens ook beleid op

over welk type hospicevoorziening zij zijn. Hierdoor kan mogelijk

Ten derde adviseren wij om op landelijk niveau te bepalen wie er tot de

onduidelijkheid ontstaan over het huidige aanbod aan

doelgroep van hospicevoorzieningen behoren. Er zijn op dit moment

hospicevoorzieningen.

geen eenduidige, gedeelde ideeën over welke zorgvragers tot de hospicedoelgroep behoren. Daarbij zijn er met oog op de toekomst

Wat hierin van belang is, is dat in de financiering van hospicezorg wel

verschillende doelgroepen die in omvang groeien en nu niet (of zeer

degelijk verschillen bestaan tussen de verschillende varianten. Waarbij

beperkt) in hospicevoorzieningen komen (onder andere mensen met

een verschil bestaat in financiering tussen wel of geen ’24-uurs continue

dementie en mensen met een migratieachtergrond).

formele zorg’. Hieraan zijn ook voor de zorgvrager (financiële) consequenties verbonden ten aanzien van eigen risico en eigen bijdrage

Door landelijk duidelijkere definities en een afbakening van de doelgroep te bepalen, wordt duidelijkheid gecreëerd en kan het opnamebeleid

Daarbij kunnen we ons goed voorstellen dat ook voor verwijzende

hierop worden aangepast. Ook kan de doelgroep hierdoor centraal

partijen niet altijd duidelijk is wat de verschillen zijn tussen de

gesteld worden en kan er in het aanbod rekening gehouden worden met

verschillende hospices in de regio, terwijl deze verschillen en

hun wensen en behoeften.

bijvoorbeeld specifieke kennis en doelgroepen wel van belang kunnen zijn voor verwijzing.

71721-Intern vertrouwelijk

46

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Aanbevelingen voor vervolg Hoe regionaal vervolg te geven aan deze uitkomsten

Mogelijk onderdeel van deze afspraken is het inrichten van regionaal

Ook doen wij enkele aanbevelingen voor het vervolg specifiek op

capaciteitsmanagement. Hiermee kan betere afstemming tussen

regionaal niveau.

ketenpartners plaatsvinden, kan er beter gebruikgemaakt worden van de beschikbare beddencapaciteit, zullen wachtlijsten zoveel mogelijk

Allereerst adviseren wij om op regionaal niveau met elkaar in gesprek te

voorkomen worden, en kan personeelscapaciteit optimaal worden

gaan over wat de uitkomsten van dit onderzoek betekenen voor het

ingezet.

hospicelandschap in de desbetreffende regio. Door de prognoses verder te duiden en afspraken te maken hoe hiermee om te gaan, kan de regio

Onderzoek sturingsmogelijkheden voor bezettingsgraad

beter toegerust worden voor de toekomstige vraag naar

De gemiddelde bezettingsgraad landelijk bij hospices ligt lager dan wat

hospicevoorzieningen.

we in andere intramurale zorgvoorzieningen zoals verpleeghuizen (>95%) zien. Ten dele is dit ook begrijpelijk gezien de kortere ligduur,

Wij adviseren regio’s dan ook om afspraken te maken in de keten.

waardoor meer doorstroom plaatsvindt. En gezien het kleinere aantal

Verbetering van transmurale samenwerking, zowel in de keten met

bedden, waardoor één leeg bed direct relatief grote invloed heeft op de

ziekenhuizen als richting de eerste lijn, maakt een betere toeleiding van

bezettingspercentages. Tegelijkertijd zien we tussen hospices in dit

gasten mogelijk en zorgt er naar verwachting voor dat de juiste

onderzoek verschillen in bezettingsgraad wat de suggestie geeft dat hier

zorgvrager op de juiste plek de juiste zorg ontvangt.

wél op te sturen is. Door de bezettingsgraad over de hele linie te verhogen kan ook een deel van de toekomstige capaciteitsvraag

mogelijk opgevangen worden.

71721-Intern vertrouwelijk

47

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Aanbevelingen voor vervolg Bepaal regionaal de impact van wijziging in bekostiging

Met deze wijzigingen in bekostiging kan de businesscase voor hospices

Na het uitkomen van de eerste versie van deze rapportage in mei 2024

veranderen. Het is denkbaar dat deze wijzigingen ook impact heeft op

zijn door de Nederlandse Zorgautoriteit de betaaltitel en tarieven voor

de toekomstige aantallen bedden en eventueel geplande of te plannen

hospicezorg bij PU’s en HCH’s gepubliceerd. In deze vernieuwde

uitbreidingen. Daarmee is het van belang om in de regionale gesprekken

regelgeving worden voortaan HCH’s en PU’s op basis van de prestatie

deze nieuwe inzichten ook een plek te geven.

Eerstelijnsverblijf voor palliatieve, terminale zorg (elv ptz) bekostigd. Daarbij is dit tarief ook opnieuw vastgesteld, waarbij een verhoging van het elv ptz tarief plaatsvindt van 407,92 euro naar 589,14 euro per 2025. Naast deze wijziging voor de HCH’s en PU’s wordt momenteel ook een

dagtarief in de BTH's afgesproken door de zorgverzekeraars met de thuiszorgorganisaties. Ook dit kan consequenties hebben voor de dienstverlening in de BTH. Kan er bijvoorbeeld, in het geval dat dit bij een BTH momenteel van toepassing is, nog 24-uurs zorg worden geleverd als de bekostiging van de 24-uurs zorg met het dagtarief niet meer voldoende is?

71721-Intern vertrouwelijk

48

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Bijlagen

De volgende bijlagen horen bij deze rapportage: A. Vragenlijst B. Bronnenlijst

C. Samenstelling Kernteam Versterken Hospicezorg

71721-Intern vertrouwelijk

49

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Bijlage A | Vragenlijst Op deze en de volgende pagina’s treft u de vragenlijst aan zoals deze in samenspraak met het Kernteam Versterken Hospicezorg is opgesteld en gebruikt. Deze vragenlijst is digitaal verspreid via Qualtrics. Hieronder vindt u de introductietekst, op de volgende pagina’s de feitelijke vragen.

Introductietekst

De vragen zijn bedoeld om een beeld te kunnen schetsen van de huidige

Het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II) heeft Berenschot

capaciteit per regio en reeds voorziene capaciteitsuitbreidingen. De

opdracht gegeven om een onderzoek uit te voeren naar de huidige én

vragen hebben enkel betrekking op het hospicegedeelte van uw

toekomstig benodigde capaciteit van hospicezorg voor zorgvragers in

organisatie.

Nederland. Hierbij gaat het voornamelijk om beddencapaciteit, maar wij zijn ook benieuwd of de personele capaciteit hierop van invloed is.

Het invullen van de vragenlijst duurt circa 10 minuten. We vragen u om bijgaande vragenlijst zo spoedig mogelijk, en uiterlijk 22 januari 2024,

Dit onderzoek is bedoeld als eerste stap in een groter onderzoek met als

in te vullen.

doel het nader duiden, inrichten en versterken van het hospicelandschap, zodat in de toekomst een mogelijk nog grotere

Let op: mocht uw organisatie meerdere hospice-locaties hebben, dan

bijdrage kan worden geleverd aan de vraagstukken die op de zorg, en

verzoeken we u om de vragenlijst meermaals in te vullen, 1x per

specifiek de eerste lijn daarbinnen, afkomen.

hospice.

Het capaciteitsonderzoek moet leiden tot een methode om met elkaar

Als u vragen heeft over de vragenlijst of technische knelpunten

gefundeerde beslissingen te kunnen nemen over uitbreidingsplannen en

tegenkomt, dan kunt u contact opnemen met onze helpdesk via

nieuwe initiatieven in de diverse regio’s. De vragenlijst is uitgezet onder alle hospices die lid zijn van VPTZ Nederland, de Associatie Hospicezorg

. Wij streven ernaar u binnen 24 uur te antwoorden (op werkdagen).

Nederland (AHzN) en ActiZ. Daarnaast zijn enkele niet aangesloten hospices aangeschreven. Hiermee streven we naar één landelijk én

Alvast veel dank voor uw medewerking!

regionaal overzicht van het aantal hospicebedden. 71721-Intern vertrouwelijk

50

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Bijlage A | Vragenlijst (vervolg) Algemene informatie

Vragenlijst

• Naam hospice

1. Kruis aan wat op uw hospice van toepassing is: o Wij zijn een Bijna Thuis Huis waarbij waarbij ondersteuning en zorg

• Straatnaam

door deskundige vrijwilligers (informele zorg) wordt geleverd en ondersteund door beroepsmatige zorgverleners (formele zorg) op

• Huisnummer

indicatie en in de nacht. o Wij zijn een Bijna Thuis Huis waarbij waarbij ondersteuning en zorg

• Postcode

door deskundige vrijwilligers wordt geleverd en ondersteund door beroepsmatige zorgverleners, wel of niet 24 uur per dag,

• Plaatsnaam

afhankelijk van het aantal gasten en hun indicatie. o Wij zijn een Bijna Thuis Huis waarbij waarbij ondersteuning en zorg

• Naam contactpersoon

door deskundige vrijwilligers wordt geleverd en ondersteund voor beroepsmatige zorgverleners, standaard 24 uur per dag.

• Functie contactpersoon

o Wij zijn een ‘high care’-hospice met 24 uur per dag continue zorg, die geleverd wordt door verpleegkundigen, verzorgenden (formele

• E-mailadres contactpersoon

zorg) en vrijwilligers (informele zorg) gezamenlijk. o Wij zijn een Palliatieve Unit, dit is een onderdeel van een

• Telefoonnummer contactpersoon

professionele ouderenzorgorganisatie waar beroepsmatige zorgverleners en (vaak in beperkte mate) deskundige vrijwilligers

• Mogen uw contactgegevens door het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II bewaard worden om ook ná dit onderzoek met u te

werken. o Anders, namelijk …

communiceren over het programma? 71721-Intern vertrouwelijk

51

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Bijlage A | Vragenlijst (vervolg) 2. Wij zijn lid van:

6. U gaf bij de vorige vraag aan dat u uitbreidingsplannen heeft wat

o

ActiZ

betreft het aantal bedden voor gasten in de palliatieve terminale

o

AHzN

fase. Om hoeveel bedden gaat dit?

o

VPTZ Nederland

o

Geen lidmaatschap bij een koepelvereniging

7. Per wanneer wilt u uitbreiden? Vraag 6-7 enkel indien vraag 5 met ‘Ja’ is beantwoord

3. Over hoeveel bedden beschikt uw hospice in 2022 in totaal? Het gaat hier om het totale aantal bedden, inclusief eventuele flexibel in

Vul onderstaande gegevens aan voor uw hospice voor het jaar 2022:

te zetten bedden voor respijt-, logeer- of crisiszorg.

8. Aantal gasten in zorg in de palliatieve terminale fase:

4. Hoeveel van deze bedden zijn in beginsel bedoeld voor gasten in de

9. Totaal aantal ligdagen dat uw organisatie zorg heeft geleverd aan

palliatieve terminale fase?

gasten in de palliatieve terminale fase: Hiermee bedoelen we niet het aantal dagen dat u open bent geweest in

5. Heeft u uitbreidingsplannen wat betreft het aantal bedden voor gasten in de palliatieve terminale fase? o

Ja

o

Nee

o

We overwegen uitbreiding maar hebben nog geen concrete

2022, maar de som van het aantal dagen per unieke cliënt (bijvoorbeeld: cliënt X is 30 dagen in zorg geweest, cliënt Y is 15 dagen in zorg geweest; dan is het totale aantal dagen 45).

plannen

71721-Intern vertrouwelijk

52

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Bijlage A | Vragenlijst (vervolg) 10. Wie zijn uw belangrijkste verwijzers?

13. Heeft u in 2022 aanmeldingen gehad waarbij gasten toch in een

Verdeelt u 100% over de verschillende mogelijke verwijzers, waarbij de

ander hospice opgenomen zijn?

verwijzer met de meeste verwijzingen naar uw hospice het hoogste

o

Ja, aantal bekend, namelijk …

percentage krijgt.

o

Ja, aantal onbekend

o Huisartsen

o

Nee

o Wijkverpleging

o

Onbekend

o Ziekenhuizen o Zonder verwijzing

14. Heeft u nog opmerkingen of een toelichting die u met ons wilt delen?

o Overig 11. Heeft u in 2022 gasten niet kunnen opnemen omdat u 100%

bedbezetting had? o Ja, aantal bekend, namelijk … o Ja, aantal onbekend o Nee 12. Heeft u in 2022 gasten niet kunnen opnemen vanwege

personeelstekorten of een tekort aan vrijwilligers? o

Ja, aantal bekend, namelijk …

o

Ja, aantal onbekend

o

Nee

71721-Intern vertrouwelijk

53

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Bijlage B | Bronnenlijst Nummer (overeenkomstig verwijzingen in rapport)

Bronnenlijst

1

Publieksrapport HOPEVOL, de Graaf, E., Grant, M., van der Baan, F., Leget, C. en Teunissen, S. (2022)

2

De olifant de kamer uit, Gupta Strategists (2024)

3

Advies – Verdelen van schaarste in de wijkverpleging, Zorginstituut Nederland (2023)

4

Palliatieve ZorgZoeker, IKNL & PZNL, via www.palliaweb.nl/

5

RegioAtlas: indeling zorgkantoorregio’s, ministerie van Binnenlandse Zaken (verkregen april 2024)

6

Tabel ‘Overledenen; geslacht, leeftijd, burgerlijke staat, regio’, CBS (verkregen maart 2024)

7

Tabel ‘Prognose overledenen; geslacht en leeftijd, 2023-2070’, CBS (verkregen maart 2024)

8

Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) 2018, RIVM (2018)

9

Tabel ‘Prognose huishoudens op 1 januari; kerncijfers 2022-2070’, CBS (verkregen maart 2024)

10

Werkende mantelzorgers van ouderen, RIVM (2021)

11

Tabel ‘Prognose bevolking; geslacht, leeftijd, herkomstland, 2024-2070’, CBS (verkregen maart 2024)

12

Kerncijfers palliatieve zorg, IKNL, via www.palliaweb.nl

13

Zorg voor de toekomst, SER (2020)

14

Prognosemodel Zorg en Welzijn, ABF Research en ministerie van VWS (verkregen maart 2024)

15

A systematic review of classifications systems to determine complexity of patient care needs in palliative care, Grant, M., de Graaf, E., Teunissen, S., gepubliceerd in Palliative Medicine, 2021

16

Het hospice: ‘De voorpoort naar de hemel’, Maaike van der Meulen, ROS Friesland (mei 2023)

17

VPTZ Registratierapportage 2022 (juli 2023)

18

CBS, Onderzoek Sociale samenhang en welzijn 2019 – 2021 (2022)

19

NZa, nieuwsbericht ‘NZa verhooft tarieven ELV palliatieve terminale zorg per 2025’ (12 juli 2024)

71721-Intern vertrouwelijk

54

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Bijlage C | Samenstelling Kernteam Versterken Hospicezorg Organisatie

Rol

Naam

Het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II

Projectleider Versterken Hospicezorg, voorzitter Kernteam

Mevrouw Mirjam Segers

Associatie Hospicezorg Nederland

Lid Kernteam namens AHzN

Mevrouw Ingrid Heidema

ActiZ

Lid Kernteam namens ActiZ

Mevrouw Annemiek Florisson

VPTZ Nederland

Lid Kernteam namens VPTZ Nederland

De heer René Edinga

Het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II

Senior projectadviseur Versterken Hospicezorg

Mevrouw Ilse Brummelhuis

Het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II

Projectsecretaris Versterken Hospicezorg

Mevrouw Deidre Theysen

Het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II

Communicatieadviseur

Mevrouw Ank Louwes

71721-Intern vertrouwelijk

55

Berenschot

www.berenschot.nl linkedin.com/berenschot

71721-Intern vertrouwelijk

Versterken Hospicezorg

Onderzoek naar huidige en toekomstig benodigde capaciteit In opdracht van het Nationaal Programma

Palliatieve Zorg II Deel B – Rapportage per zorgkantoorregio [versie november 2024] 71721-Intern vertrouwelijk

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Leeswijzer Voor u ligt de bijgestelde eindrapportage van de eerste fase van het project ‘Versterken Hospicezorg’, onderdeel van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II. De oorspronkelijke rapportage, opgeleverd in mei 2024, is in deze vernieuwde versie aangevuld met data vanuit hospicevoorzieningen die initieel niet waren bereikt. Met het aanvullend onderzoek zijn gegevens van alle op dit moment bestaande en bekende hospices opgenomen, waarmee een 100% respons is bereikt. Hierdoor bevat deze bijgestelde rapportage een beter, volledig en betrouwbaar beeld van de huidige beddencapaciteit voor

hospicezorg. Tevens leidt dit ertoe dat de prognoses voor de toekomst zijn aangescherpt, doordat het beeld van de huidige situatie is aangevuld. Tot slot is gebleken dat in de regionale rapportages van mei 2024 het benodigd aantal bedden licht is onderschat. In deze versie van de rapportage zijn de prognoses regionaal daarom met een klein aantal naar boven bijgesteld. Dit rapport bestaat uit twee delen: A. Een integrale rapportage met de landelijke uitkomsten en toelichting op het onderzoek; B. Een specifieke rapportage met de uitkomsten per zorgkantoorregio. Voorliggend rapport betreft de regionale rapportage op zorgkantoorregioniveau. Deze rapportage dient integraal met deel A gezien te worden. Deel A kent de volgende opbouw: In het eerste hoofdstuk gaan we in op de aanleiding en context van het onderzoek en de wijze waarop dit is uitgevoerd. Het tweede hoofdstuk presenteert de uitkomsten voor de huidige capaciteit van hospicezorg. Het derde hoofdstuk presenteert de

prognoses die zijn gemaakt over de toekomstige capaciteit. In het vierde en laatste hoofdstuk geven we onze aanbevelingen voor het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II en alle betrokken partijen: Stichting PZNL, AHzN, VPTZ Nederland en ActiZ. In de bijlagen treft u onder andere de vragenlijst, de bronnenlijst en de samenstelling van het Kernteam aan. Gehanteerde bronnen worden telkens met een 1 aangeduid, die verwijst naar de bronnenlijst in de bijlage. 71721-Intern vertrouwelijk

58

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Zorgkantoorregio : Midden-Holland Onderstaand ziet u de hospices waarvan we in dit onderzoek data hebben verzameld voor deze zorgkantoorregio. In de tabel ziet u tevens de typering en de aantallen bedden per hospice. Hospice

Soort hospice

Gemeente

Hospice BodegravenReeuwijk

Bijna Thuis Huis, met formele zorg Bodegraven24u/d, afhankelijk Reeuwijk van indicatie

4

Steun. Midden Holland/Gouda

Bijna Thuis Huis, met formele zorg Gouda op indicatie

4

1

4

*

Steun. Midden Bijna Thuis Huis, Holland/Waddinx met formele zorg Waddinxveen veen op indicatie Bijna Thuis Huis, Stichting Hospice met formele zorg Zuidplas Moerkapelle op indicatie WelThuis, locatie Palliatieve Unit Krimpenerwaard de Westerweeren Hospice IJsselThuis

Palliatieve Unit

Bijna Thuis Huis

High Care Hospice

Anders

71721-Intern vertrouwelijk

Bijna Thuis Huis, met formele zorg Zuidplas altijd 24u/d

Hanepraij (Zorgpartners Palliatieve Unit Midden Holland)

Gouda

Hospice Anders Krimpenerwaard

Krimpenerwaard

Totaal

Huidig aantal bedden (2022)

Geplande uitbreiding aantal bedden

Uitbreiding per

2024

4 2

4

3

4 25

Opent januari 2026

5

* = Uitbreiding nog niet concreet gepland

59

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Zorgkantoorregio : Midden-Holland Type hospices (zorgkantoor)

Type hospices (landelijk)

In de grafieken hiernaast ziet u de verhouding tussen de typen hospice (Bijna Thuis Huis, High Care Hospice en Palliatieve Unit). Dit betreft de typering zoals respondenten zélf hebben aangegeven.

4; 2%

1; 13% 58; 23%

123; 49%

2; 25% 5; 62% 65; 26%

0; 0% Bijna Thuis Huis

High Care Hospice

Bijna Thuis Huis

High Care Hospice

Palliatieve Unit

Anders

Palliatieve Unit

Anders

Bedden per type hospice (zorgkantoor) 5; 20%

Bedden per type hospice (landelijk) 6; 1%

0; 0%

295; 22%

0; 0%

548; 41%

20; 80%

477; 36%

Bijna Thuis Huis

High Care Hospice

Bijna Thuis Huis

High Care Hospice

Palliatieve Unit

Anders

Palliatieve Unit

Anders

71721-Intern vertrouwelijk

In de linker grafiek ziet u de verhouding voor de zorgkantoorregio, in de rechter grafiek (ter informatie, niet normstellend) hoe de verhouding landelijk ligt.

In de grafieken hiernaast ziet u de verhouding in het aantal bedden per type hospice (Bijna Thuis Huis, High Care Hospice en Palliatieve Unit). Dit betreft de typering zoals respondenten zélf hebben aangegeven. In de linker grafiek ziet u de verhouding voor de zorgkantoorregio, in de rechter grafiek (ter informatie, niet normstellend) hoe de verhouding landelijk ligt. Landelijk zien we dat High Care Hospices gemiddeld méér bedden kennen dan Bijna Thuis Huizen en Palliatieve Units. 60

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Zorgkantoorregio : Midden-Holland

MiddenHolland

Huidig aantal bedden (2022)

Aantal gasten

Aantal ligdagen

Aantal gasten (inclusief berekend)

Aantal ligdagen (inclusief berekend)

25

192

4.369

259

5.964

Bezettingsgraad 62,4%

0,0%

20,0%

40,0%

60,0%

Landelijk

Midden-Holland

74,6% 80,0%

100,0%

Gemiddelde ligduur 23,8

0,0

10,0

20,0

24,0

Landelijk

71721-Intern vertrouwelijk

30,0

Midden-Holland

40,0

50,0

In de tabel hiernaast ziet u voor de eigen zorgkantoorregio het aantal bedden in 2022 (voor zover bekend), het aantal ligdagen en het aantal gasten. Dit is op twee manieren in kaart gebracht: 1. De bedden, dagen en gasten zoals in de vragenlijst in kaart gebracht en gevalideerd in dit onderzoek. 2. De dagen en gasten inclusief een berekende waarde voor de hospices waar dit niet valide uit de vragenlijst kwam (zie ook p. 18). In de grafiek hiernaast ziet u hoe de bezettingsgraad in uw regio zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Voor het berekenen van de bezettingsgraad is enkel gerekend met de hospices die het aantal bedden, gasten en ligdagen volledig en valide hebben ingevuld.

In de grafiek hiernaast ziet u hoe de gemiddelde ligduur in uw regio zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Voor het berekenen van de gemiddelde ligduur is enkel gerekend met de hospices die het aantal bedden, gasten en ligdagen volledig en valide hebben ingevuld.

61

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Zorgkantoorregio : Midden-Holland Gasten niet op kunnen nemen door 100% bedbezetting Landelijk Midden-Holland 0%

20%

Ja, aantal onbekend

40%

60%

Ja, aantal bekend, namelijk:

80% Nee

100%

Onbekend

Gasten niet op kunnen nemen door een tekort aan personeel/ vrijwilligers Landelijk Midden-Holland 0%

20%

Ja, aantal onbekend

40%

60%

Ja, aantal bekend, namelijk:

80% Nee

100%

Onbekend

In de grafiek hiernaast ziet u welk aandeel van de hospices in uw regio gedurende het jaar gasten heeft moeten weigeren door 100% bedbezetting en (ter informatie) hoe dit zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Een aantal hospices hebben aangegeven dat het aantal gasten dat niet is opgenomen om deze reden bekend is. Het gezamenlijk aantal bedraagt: 130. In de grafiek hiernaast ziet u welk aandeel van de hospices in uw regio gedurende het jaar gasten heeft moeten weigeren door tekort aan personeel of vrijwilligers, en (ter informatie) hoe dit zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Een aantal hospices hebben aangegeven dat het aantal gasten dat niet is opgenomen om deze reden bekend is. Het gezamenlijk aantal bedraagt: n.v.t.

Verdeling van verwijzers Landelijk Midden-Holland 0% Huisartsen

71721-Intern vertrouwelijk

20% Wijkverpleging

40% Ziekenhuizen

60%

80%

Zonder verwijzing

100%

In de grafiek hiernaast ziet u via welke verwijzers gasten in uw regio in hospices komen en (ter informatie) hoe dit zich verhoudt tot het landelijke beeld.

Overig

62

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Zorgkantoorregio : Midden-Holland In deze grafiek ziet u hoe de prognoses zoals toegelicht in hoofdstuk 3

Prognose benodigd aantal bedden

kunnen worden doorgerekend voor uw regio.

60 54

Hiertoe zijn verschillende factoren bepaald die van invloed zijn op de 50

toekomstige capaciteit. Op basis van deze factoren zijn vier

46 41 38

Aantal bedden

40

37 34

32 31 30

25

36

verschillende prognoses voor toekomstig benodigde capaciteit ontwikkeld: • Basisprognose: op basis van enkel demografische ontwikkelingen en een aanname op het percentage niet-onverwachte overlijdens. • Verwachte prognose: op basis van het verwachte effect per factor.

23

21

• Minimale prognose: op basis van het minimale effect per factor. 20

20

• Maximale prognose: op basis van het maximale effect per factor. In deze regio zijn er op dit moment reeds plannen voor een uitbreiding

10

met 5 bedden. Daarnaast is er 1 hospice dat wel nadenkt over uitbreiding, maar nog geen concreet aantal bedden heeft opgegeven.

0

2022

2030

2035

2040

Jaar Prognose basis

Prognose verwachting

Prognose minimaal

Prognose maximaal

71721-Intern vertrouwelijk

63

Berenschot

www.berenschot.nl linkedin.com/berenschot

71721-Intern vertrouwelijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=3df66695-335f-405c-8232-73a77c0dc955