CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.45 Brief aan Ministerie VWS, Financiering nieuwe hospice voorziening (afdoening T25-007 en TV25-010)

Raadsvergadering 15 april 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college17.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Per e-mail: ptz@minvws.nl LOCATIE: Stolwijk

DOCUMENTNUMMER: 1577651

BEHANDELD DOOR:

UW BRIEF:

ZAAKNUMMER: 1492484

TELEFOON: 14 0182

UW KENMERK:

BIJLAGE(N): 1

E-MAIL: info@krimpenerwaard.nl VERZENDDATUM: 19 maart 2025

ONDERWERP: financiering nieuwe hospice voorziening

Geachte heer, mevrouw, In onze gemeente wordt binnenkort een nieuwe hospice gerealiseerd. Daar zijn wij als gemeentebestuur erg blij mee aangezien deze voorziening voorziet in een grote maatschappelijke behoefte. Ook zijn wij erg trots op het bestuur van de stichting Hospice Krimpenerwaard die zich al vele jaren vrijwillig inzet om een Bijna Thuis Huis met vier plekken te realiseren. Ondanks alle inspanningen van het bestuur van de Hospice om de begroting rond te krijgen voor zowel de realisatie als de exploitatie van de hospice en de vele giften en donaties van geldschieters, fondsen en lokale ondernemers en inwoners blijkt het niet mogelijk om hieruit voldoende dekking te verkrijgen voor de exploitatie in de eerste jaren. Het bestuur van de stichting heeft daarom de gemeente om financiële ondersteuning gevraagd in de vorm van een startsubsidie. Het blijkt namelijk dat de subsidieregeling vanuit VWS voor palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis ontoereikend is aangezien men rekent met het aantal gasten van het voorgaande jaar. Hierdoor start de hospice Krimpenerwaard direct met een financiële achterstand die moeilijk in te lopen is. De gemeente wil financieel bijdragen omdat wij een lokale hospice een belangrijke maatschappelijke voorziening vinden voor onze inwoners.

Maar tegelijkertijd is het niet de rol van de gemeente om, naast de kosten voor Hulp bij het Huishouden, ook de exploitatie van een hospice in de opstartfase te bekostigen. Die rol ligt bij de landelijke overheid. Wij betreuren het dat ook ten zeerste dat de spelregels van uw subsidieregeling het opstarten van nieuwe hospice-voorzieningen zo moeilijk maken terwijl er tegelijkertijd zo een grote maatschappelijke behoefte is aan deze ondersteuning. Zeker met het oog op het landelijk beleid om langer thuis te wonen en de gevolgen van de vergrijzing. Mede namens onze gemeenteraad willen wij ons ongenoegen hierover bij u kenbaar maken. Van de landelijke organisaties VPTZ Nederland en PZNL hebben wij begrepen dat deze knelpunten bij u bekend zijn en dat dit hoog op de agenda staat van het landelijk praktijkteam palliatieve zorg. De huidige subsidiesystematiek werkt niet goed voor nieuwe initiatieven zoals het Hospice Krimpenerwaard en wij dringen daarom aan om een herziening van de regeling.

gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl

De nieuwe hospice in Krimpenerwaard wordt breed gedragen door de lokale gemeenschap en voorziet in een behoefte. Deze behoefte is ook aangetoond in het Eindrapport Onderzoek Hospicecapaciteit (zie bijlage). Wij als gemeentebestuur nemen onze verantwoordelijkheid en verlenen het bestuur van de hospice een startsubsidie van € 200.000, - om de exploitatie in de eerste jaren mogelijk te maken zodat deze mooie voorziening een goede start kan maken met hulp van vele betrokken vrijwilligers. Hiermee bieden wij onze inwoners een fijne plek om hun laatste levensfase waardig af te kunnen sluiten samen met hun naasten. Wij gaan er van uit dat deze brief mede bijdraagt aan uw overwegingen om uw subsidieregeling te herzien en kijken uit naar uw reactie. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,

de burgemeester,

J. Hennip

ir. J. Beenakker

pag. 2/2

Versterken Hospicezorg

Onderzoek naar huidige en toekomstig benodigde capaciteit In opdracht van het Nationaal Programma

Palliatieve Zorg II Deel A – Generiek rapport landelijk VERNIEUWDE VERSIE NOVEMBER 2024

71721-Intern vertrouwelijk

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inhoudsopgave

3 Blik op toekomstig benodigde capaciteit

Leeswijzer Voor u ligt de bijgestelde eindrapportage van de eerste fase van het project ‘Versterken Hospicezorg’, onderdeel van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II. De oorspronkelijke rapportage, opgeleverd in mei 2024, is in deze vernieuwde versie aangevuld met data vanuit hospicevoorzieningen die initieel niet waren bereikt. Met het aanvullend onderzoek zijn gegevens van alle op dit moment bestaande en bekende hospices opgenomen, waarmee een 100% respons is bereikt. Hierdoor bevat deze bijgestelde rapportage een beter, volledig en betrouwbaar beeld van de huidige beddencapaciteit voor hospicezorg. Tevens leidt dit ertoe dat de prognoses voor de toekomst zijn aangescherpt, doordat het beeld van de huidige situatie is aangevuld. Tot slot is gebleken dat in de regionale rapportages van mei 2024 het benodigd aantal bedden licht is onderschat. In deze versie van de rapportage zijn de prognoses regionaal daarom met een klein aantal naar boven bijgesteld.

4 Aanbevelingen voor vervolg

Dit rapport bestaat uit twee delen: A. Een integrale rapportage met de landelijke uitkomsten en toelichting op het onderzoek; B. Een specifieke rapportage met de uitkomsten per zorgkantoorregio.

Deel A – Generiek rapport landelijk

1 Aanleiding, context en opzet onderzoek Pagina 3

2 Inzicht in de huidig bekende capaciteit Pagina 11

Pagina 29

Pagina 44

B Bijlagen

Pagina 49

Deel B – Uitkomsten per

zorgkantoorregio

In het eerste hoofdstuk gaan we in op de aanleiding en context van het onderzoek en de wijze waarop dit is uitgevoerd. Het tweede hoofdstuk presenteert de uitkomsten voor de huidige capaciteit van hospicezorg. Het derde hoofdstuk presenteert de prognoses die zijn gemaakt over de toekomstige capaciteit. In het vierde en laatste hoofdstuk geven we onze aanbevelingen voor het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II en alle betrokken partijen: Stichting PZNL, AHzN, VPTZ Nederland en ActiZ. In de bijlagen treft u onder andere de vragenlijst, de bronnenlijst en de samenstelling van het Kernteam aan. Gehanteerde bronnen worden telkens met een 1 aangeduid, die verwijst naar de bronnenlijst in de bijlage.

Pagina 57 71721-Intern vertrouwelijk

2

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Hoofdstuk 1

Aanleiding, context en opzet onderzoek

In dit hoofdstuk gaan we in op de achtergrond en aanleiding, de onderzoeksvraag en de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd. Op pagina 9 lichten we toe welke aanvullende stappen er zijn gezet om

te komen tot deze bijgestelde versie van de rapportage.

71721-Intern vertrouwelijk

3

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Achtergrond | Belang (voldoende) hospicecapaciteit steeds groter Eind jaren tachtig openden de eerste hospices* hun deuren. Sindsdien is

Behalve dat hospices in aantal zijn gegroeid, blijft ook de vraag naar

het aantal hospices in Nederland gegroeid. Op dit moment is niet bekend

hospicezorg toenemen, onder meer door vergrijzing onder de bevolking

hoeveel hospices er in Nederland zijn. Er komen nog altijd hospices bij

en daaraan gerelateerd een toename in absolute zin van sterfgevallen.

en hospices zijn niet verplicht lid te worden van een koepelorganisatie

Met de toenemende vraag dienen nieuwe toekomstige uitdagingen zich

(hoewel het merendeel deel wél lid is). Wel hebben hospices zich veelal

aan. In het in 2022 verschenen publieksrapport van het HOPEVOL-

aangesloten bij een regionaal Netwerk Palliatieve Zorg.

onderzoek1 zijn belangrijke ontwikkelingen voor hospicezorg

Nederland kent zeven Consortia Palliatieve Zorg, waaronder de 65 Netwerken Palliatieve Zorg zijn verdeeld. De titel ‘hospice’ is niet beschermd, er zijn grofweg drie typen hospices te onderscheiden waarbij de voorziening zelf bepaalt welke vorm voor hen van toepassing is: • Bijna Thuis Huis (BTH): de vrijwilligers van het hospice bieden allerlei

omschreven: de verwachte toename van het aantal zorgvragers, de complexere zorgvraag, de krapte aan zorgpersoneel, een toenemende vraag naar vrijwilligers, meer inzet van ondersteunende technologie en de toenemende (maatschappelijke) behoefte aan inzicht in kwaliteit en resultaat. Het rapport van het HOPEVOL-onderzoek geeft daarbij zeven

aanbevelingen voor de toekomst.

vormen van ondersteuning, de beroepsmatige zorg wordt geleverd door (en is de verantwoordelijkheid van) een externe wijkverplegings-

In het recente rapport De olifant de kamer uit2 wordt uitbreiding van de

organisatie en over het algemeen de eigen huisarts.

hospicezorgcapaciteit benoemd als een van de oplossingen voor het

• High Care Hospice (HCH): hier wordt 24 uur per dag continue zorg geboden door gespecialiseerde verpleegkundigen/verzorgenden

gezamenlijk met deskundige vrijwilligers in samenwerking met een huisarts of hospicearts. • Palliatieve Unit (PU): dit is een onderdeel van een professionele ouderenzorgorganisatie waar beroepsmatige zorgverleners en (vaak in beperkte mate) deskundige vrijwilligers werken. 71721-Intern vertrouwelijk

bredere capaciteitsvraagstuk van de zorg in de toekomst. Het Zorginstituut Nederland heeft recent geadviseerd3 om hospices als

oplossing te zien voor krapte in de palliatieve extramurale zorg. In het licht van deze ontwikkelingen is hospicezorg in toenemende mate een cruciaal onderdeel van het landschap van palliatieve zorg en ondersteuning en het vraagstuk rondom passende zorg. * In dit rapport worden de termen hospice en hospicevoorziening gehanteerd voor alle vormen van

hospices (Bijna Thuis Huizen, High Care Hospices en Palliatieve Units) tenzij expliciet anders vermeld.

4

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Aanleiding, vraagstelling | Project ‘Versterken Hospicezorg’ Gegeven de hiervoor genoemde ontwikkelingen heeft het Nationaal

Voor deze eerste fase heeft het NPPZ II aan Berenschot gevraagd om

Programma Palliatieve Zorg II (hierna: NPPZ II) de wens om een impuls

een onderzoek uit te voeren met als doel:

te geven aan het toekomstbestendig inrichten van hospicezorg op basis

1. Het doen van een inventarisatie van het aantal hospices en aantal

van de demografische en culturele kenmerken, en kwaliteits- en capaciteitsvraagstukken in de eigen regio.

bedden per type hospice, landelijk en op regionaal niveau. 2. Het maken van een prognose van de benodigde toekomstige capaciteit op basis van verschillende factoren.

Eind 2023 zijn vanuit het NPPZ II ook middelen beschikbaar gekomen om op korte termijn deze impuls te kunnen geven. Dit heeft geleid tot

In de tweede fase krijgen regio’s de mogelijkheid en middelen om op

het project ‘Versterken Hospicezorg’. Doelstelling van het project is de

basis van de inzichten uit onder meer dit onderzoek, maar ook

hospicezorg beter toe te rusten tot zorg die voor de zorgvrager nu en

HOPEVOL1, gezamenlijk aan de slag te gaan met toekomstbestendig

straks voldoende beschikbaar en kwalitatief goed is, en bovenal aansluit

inrichten van hospicezorg op het gebied van capaciteit, kwaliteit en

op de diversiteit en omvang van zorgvragen en capaciteit.

samenwerking.

Gezien de diversiteit aan hospices en de uitdagingen die op de

Financier van het project is het NPPZ II, dat eind 2023 de middelen voor

hospicezorg afkomen, is er behoefte aan een scherp(er) beeld van het

dit project beschikbaar heeft gesteld. Hierdoor kon snel gestart worden

huidige hospicelandschap en de toekomstig benodigde capaciteit.

en in relatief korte doorlooptijd deze eerste fase worden afgerond.

Daarom bestaat het project Versterken Hospicezorg uit twee fases.

Voor dagelijkse sturing en begeleiding van het project is een ‘Kernteam De eerste fase is bedoeld om landelijk en regionaal een eenduidig en zo

Versterken Hospicezorg’ ingericht, waarin de verschillende

volledig mogelijk beeld te krijgen van de huidige inrichting van het

hospicekoepels zijn vertegenwoordigd. Het Kernteam heeft in deze

hospicelandschap (typologie en capaciteit) én de toekomstig benodigde

eerste fase tevens de rol van inhoudelijk opdrachtgever voor Berenschot

capaciteit.

vervuld. Zie bijlage C voor de samenstelling van het Kernteam.

71721-Intern vertrouwelijk

5

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Initiële aanpak leidt tot inzicht hospicebeddencapaciteit De gehanteerde aanpak voor de eerste fase zag er als volgt uit:

Opstartfase

Voor het verspreiden van de vragenlijst is gebruikgemaakt van de

Nadat de onderzoeksaanpak is vastgesteld met het Kernteam, zijn wij

ledenlijsten en communicatiekanalen van de drie koepelverenigingen

gestart met het ontwikkelen van het capaciteitsmodel en met het

ActiZ, Associatie Hospicezorg Nederland (AHzN) en Vrijwilligers

verzamelen van informatie. Via een documentstudie zijn sociaal-

Palliatieve Terminale Zorg (VPTZ) Nederland. Daarnaast zijn hospices

demografische en andere voor capaciteit van hospicezorg relevante

zonder lidmaatschap bij een koepelvereniging aangeschreven, die

ontwikkelingen in kaart gebracht.

gevonden zijn via een Googlesearch en de Palliatieve ZorgZoeker4.

Opzet vragenlijst

Dataverwerking, datavalidatie en data-analyse

Voor de analyse van het huidige hospicelandschap heeft

Hoewel de vragenlijst initieel tot en met 31 december 2023 beschikbaar

dataverzameling plaatsgevonden door een online vragenlijst die zich

zou zijn, kon deze uiteindelijk tot en met 31 maart 2024 ingevuld

richtte op peiljaar 2022. De vragenlijst is opgesteld met en vastgesteld

worden. Deze beslissing kwam voort uit een lage responsgraad rond de

door het Kernteam Versterken Hospicezorg. Zie bijlage A voor de

oorspronkelijke sluitingsdatum, waarop respondenten langer de

vragenlijst. In deze vragenlijst werden onder andere de huidige

mogelijkheid hebben gekregen om de enquête in te vullen.

beddencapaciteit, uitbreidingsplannen, gasten en ligdagen uitgevraagd. 71721-Intern vertrouwelijk

6

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Aanpak leidt tot inzicht in hospicebeddencapaciteit Om de validiteit van de data uit de vragenlijsten te vergroten zijn lege

Regionale en landelijke duidingssessies

en foutieve entry’s verwijderd. Daarnaast zijn dubbele entry’s en entry’s

Er zijn zeven regionale duidingssessies georganiseerd voor de

die incorrect en/of onvolledig waren, gevalideerd door nabellen en e-

verschillende consortiumregio’s. Bij deze sessies waren

mailen. Ook is een outlier-analyse uitgevoerd op basis van berekeningen

vertegenwoordigers van hospices, aanbieders van wijkverpleging die

van de ligduur en bezettingsgraad. Ook deze respondenten zijn gebeld

zorg leveren in hospices, Netwerken Palliatieve Zorg, de Consortia en

en ge-e-maild. In totaal zijn circa 130 respondenten gecontacteerd en

het NPPZ II aanwezig. Tijdens de sessies zijn per consortiumregio de

hebben op 315 entry’s in de ruwe dataset bewerkingen plaatsgevonden.

uitkomsten van de analyse van het huidige hospicelandschap geduid en zijn verwachte ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het

In de datavalidatie en -analyse is gebleken dat het niet voor alle

toekomstige hospicelandschap, verkend. Daarnaast hebben twee

hospicevoorzieningen mogelijk was om alle vragen uit de vragenlijst

landelijke duidingssessies plaatsgevonden, waarbij de eerste sessie zich

valide te beantwoorden. Het aantal beschikbare bedden was bij alle

richtte op het duiden van de huidige capaciteit en de tweede sessie op

respondenten wel bekend, maar het bleek niet in alle gevallen mogelijk

het bepalen van factoren voor een prognose van de toekomstige

de gasten en ligdagen en andere informatie goed uit de registratie te

capaciteit.

halen. In deze gevallen zijn de hospices wél meegenomen in de inventarisatie van de bedden, maar zijn de verdere data niet gebruikt

Samenstelling factoren voor prognose toekomst

om bijvoorbeeld ligduur of bezettingsgraad te berekenen.

In de eerste plaats is een basisprognose gemaakt voor toekomstige beddencapaciteit waarin met name demografische ontwikkelingen zijn

Om een zo volledig mogelijk beeld van het hospicelandschap te

verwerkt. Vervolgens zijn op basis van de regionale sessies, de

verkrijgen, is tot slot de dataset verrijkt en vergeleken met gegevens uit

landelijke sessies en de deskresearch met het Kernteam Versterken

eerdere onderzoeken naar beddencapaciteit 16, 17. Uiteindelijk zijn de

Hospicezorg factoren bepaald die van invloed zijn op de prognoses voor

gegevens van 225 hospicevoorzieningen volledig of gedeeltelijk

toekomstige hospicezorg, en is van elke factor een onderbouwde

opgenomen in de definitieve dataset, wat – hoewel niet 100% dekkend –

inschatting gemaakt van het effect dat deze kan hebben op de

wel een voldoende betrouwbaar beeld geeft van het huidige landschap.

beddencapaciteit in de minimale, verwachte en maximale prognose.

71721-Intern vertrouwelijk

7

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Aanpak leidt tot inzicht in hospicebeddencapaciteit Rapportage Tot slot is alle verzamelde informatie verwerkt in voorliggende rapportage. Hoewel de initiële vraag van het NPPZ II was om te komen tot een rapportage op het niveau van de Consortia Palliatieve Zorg, bleek uit de regionale duidingssessies dat de Consortia veelal een te grote omvang kenden om in de praktijk samen te werken en dat er behoefte is aan inzicht op een kleiner schaalniveau. In overleg is er daarom voor gekozen om aan te sluiten bij de zorgkantoorregio’s. Door op zorgkantoorregioniveau samen te werken kunnen hospices ervaringen en krachten bundelen, aansluiten bij de

regionale (IZA)-transformaties en een goede koppeling maken met de Strategische agenda Transformatie palliatieve zorg van het NPPZ II. Deze indeling is weergegeven op de kaart hiernaast, conform de indeling van RegioAtlas5.

71721-Intern vertrouwelijk

8

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Vervolgonderzoek in najaar 2024 voor volledig beeld Extra onderzoeksronde hospicerapport

Dit heeft ertoe geleid dat in deze bijgestelde rapportage:

In de uitvoering van fase 2 in de regio’s bleek dat, zoals bekend, in de

• 26 aanvullende hospicevoorzieningen zijn opgenomen

eerste fase van het project niet alle hospicevoorzieningen in het land

• 21 aanpassingen zijn doorgevoerd op hospicevoorzieningen die reeds

waren bereikt. Daarom is vanuit het NPPZ II een aanvullend traject

in de rapportage opgenomen waren

opgestart om het beeld verder te completeren. Inmiddels zijn in fase 2

• 1 hospice uit de eerdere rapportage is weggelaten uit deze rapportage

in het gehele land projectleiders gestart met regionale projecten om de

• In totaliteit daarmee 250 hospicevoorzieningen zijn opgenomen in

hospicezorg te versterken, op regionaal of subregionaal niveau.

deze rapportage (ten opzichte van 225 voorzieningen in de rapportage dd. 15 mei 2024).

Deze groep projectleiders én diverse netwerkcoördinatoren palliatieve zorg en Kernteamleden zijn in deze extra onderzoeksronde actief

Op deze nieuw ontvangen data zijn dezelfde datacontroles, outlierchecks

betrokken geweest bij het inventariseren en benaderen van de

en bewerkingen uitgevoerd als hiervoor beschreven. Daarmee geeft de

hospicevoorzieningen die begin 2024 niet bereikt waren. Ook zijn bij een

voorliggende rapportage een beter, vollediger en betrouwbaarder beeld

aantal hospicevoorzieningen die in het voorjaar wél bereikt waren

van de bestaande hospicezorgcapaciteit.

wijzigingen doorgevoerd in de eerder ontvangen data, doordat bijvoorbeeld plannen ten aanzien van uitbreiding gewijzigd zijn. Tot slot

Tevens leidt dit ertoe dat de prognoses voor de toekomst zijn

zijn sinds begin 2024 enkele nieuwe initiatieven ontstaan die in de

aangescherpt, doordat het beeld van de huidige situatie is aangevuld.

huidige inventarisatie wel zijn meegenomen en heeft een enkel initiatief

Tot slot is gebleken dat in de regionale rapportages van mei 2024 het

dat begin 2024 voornemens was te starten inmiddels besloten dat dit

benodigd aantal bedden is onderschat. In deze versie van de rapportage

niet doorgaat. Dit initiatief is uit deze bijgestelde rapportage

zijn de prognoses regionaal licht naar boven bijgesteld.

weggelaten.

71721-Intern vertrouwelijk

9

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Uitgangspunten en definities In dit onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen

Uit de regionale sessie kwam het beeld naar voren dat er verschillende

hospicevoorzieningen (in lijn met HOPEVOL1) waarbij voor dit onderzoek

ideeën zijn over deze definities en dat deelnemers aan de sessies soms

een onderverdeling is gemaakt in drie vormen van Bijna Thuis Huizen:

van mening waren dat bepaalde hospices een andere typering zouden

• Bijna Thuis Huizen waarbij ondersteuning en zorg door deskundige

moeten hebben. In de verdere verwerking van de data is vastgehouden

vrijwilligers (informele zorg) wordt geleverd en ondersteund door

aan de typering zoals respondenten deze zelf hebben aangegeven.

beroepsmatige zorgverleners (formele zorg) op indicatie en in de nacht • Bijna Thuis Huizen waarbij ondersteuning en zorg door deskundige

In de dataverzameling is 2022 als peiljaar aangehouden als laatste afgeronde jaar op moment dat de vragenlijst openging. Daarbij zijn de

vrijwilligers wordt geleverd en ondersteund door beroepsmatige

volgende definities gehanteerd:

zorgverleners, wel of niet 24 uur per dag, afhankelijk van het aantal

• Bedden in 2022: totaal aantal bedden van voorziening (inclusief

gasten en hun indicatie

• Bijna Thuis Huizen waarbij ondersteuning en zorg door deskundige vrijwilligers wordt geleverd en ondersteund door beroepsmatige zorgverleners, standaard 24 uur per dag • High Care Hospices, met 24 uur per dag continue zorg, die geleverd wordt door verpleegkundigen, verzorgenden (formele zorg) en

bijvoorbeeld bedden voor respijtzorg of logeren).

• Bedden in 2022 bedoeld voor gasten in palliatieve terminale fase: totaal bedden bedoeld voor deze doelgroep. • Aantal gasten in de palliatieve terminale fase in 2022. • Totaal aantal dagen dat de organisatie zorg heeft geleverd aan gasten in de palliatieve terminale fase in 2022.

vrijwilligers (informele zorg) gezamenlijk

• Palliatieve Units, dit is een onderdeel van een professionele ouderenzorgorganisatie waar beroepsmatige zorgverleners en (vaak in beperkte mate) deskundige vrijwilligers werken.

De volgende variabelen zijn berekend op basis van de verzamelde data: • Gemiddelde ligduur: (totaal aantal dagen zorg voor gasten palliatieve terminale fase) / (aantal gasten in de palliatieve terminale fase)

Palliatieve thuiszorg en kinderpalliatieve zorg vallen buiten de scope van

• Gemiddelde bezettingsgraad: (totaal aantal dagen zorg voor gasten

dit onderzoek, net als ‘gemengde’ ELV-afdelingen waar een minimaal en

palliatieve terminale fase) / (aantal bedden voor gasten in palliatieve

wisselend aandeel palliatieve zorg geboden wordt.

terminale fase * 365 dagen)

71721-Intern vertrouwelijk

Beide variabelen zijn op organisatieniveau berekend over het jaar 2022.

10

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Hoofdstuk 2.

Inzicht in de huidig bekende capaciteit van hospices

In dit hoofdstuk presenteren we de bevindingen uit het vragenlijstonderzoek over de huidige beddencapaciteit van hospicezorg.

71721-Intern vertrouwelijk

11

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige capaciteit | Duiding van de respons Initieel, begin 2024, is van 225 organisaties inzicht verkregen in ten

In totaal zijn in deze onderzoeksronde 26 extra voorzieningen

minste het type hospice (zoals men zichzelf heeft getypeerd), de locatie

toegevoegd (en één verwijderd), waarmee in totaliteit 250

en het aantal hospicebedden. In de aanvullende onderzoeksronde, in

hospicevoorzieningen in beeld zijn (waarvan enkelen in oprichting). Van

oktober 2024, zijn in samenspraak met regionale projectleiders ruim 30

alle koepelverenigingen (ActiZ, AHzN en VPTZ Nederland) is de respons

organisaties (opnieuw) aangeschreven. Een aantal daarvan zijn

volledig in beeld. Ook zijn er enkele voorzieningen in het onderzoek

uiteindelijk niet in de onderzoeksresultaten opgenomen, bijvoorbeeld

meegenomen die geen lid zijn van een van deze koepelverenigingen.

omdat ze in het verleden wel een hospice of Palliatieve Unit hadden, maar deze zorg niet meer te bieden. Ook waren enkele van de

Ook laat deze extra onderzoeksronde zien dat het landschap volop in

aangeschreven organisaties bij navraag niet in scope van dit onderzoek,

beweging is. Initiatieven en uitbreidingsplannen die begin 2024 zijn

bijvoorbeeld omdat ze zich richten op kinderpalliatieve zorg of het

meegenomen, blijken toch anders, later, of niet tot wasdom te komen.

reguliere ELV-afdelingen betrof met een minimaal aandeel palliatief-

De huidige gegevensset en voorliggende rapportage is daarmee een

terminale zorg zonder ‘vaste bedden’.

momentopname van de situatie anno oktober 2024 en vraagt om periodieke herijking.

Door deze extra onderzoeksronde hebben we nu een volledig beeld van de beschikbare hospicebeddencapaciteit in Nederland. Alle

Van deze 250 organisaties hebben we bij circa driekwart van de

hospicevoorzieningen die bekend zijn, zijn onderdeel van de

respondenten de volledige informatie vanuit de vragenlijst kunnen

voorliggende rapportage. Dat is een groot compliment aan en dankzij de

verzamelen en benutten (ná verificatie van de cijfers op basis van

inspanningen van veel betrokken projectleiders, netwerkcoördinatoren

aanvullende contactmomenten). Van circa een kwart van de

en andere belanghebbenden in het land.

respondenten hebben we in kaart kunnen brengen wat voor type hospice het betreft en over hoeveel bedden ze beschikken, maar zijn geen betrouwbare inzichten in de overige variabelen verkregen.

71721-Intern vertrouwelijk

12

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Typering en spreiding van hospices Inzicht in spreiding en typen hospicevoorzieningen

Op de kaart links zien we de locaties van alle hospices in Nederland. PU HCH BTH

Anders

Daarbij geven de kleuren van de stippen aan welk type hospice het betreft. Hierbij is de typering aangehouden zoals in de vragenlijst door de respondenten is gehanteerd. Onderaan deze pagina zien we de verhouding tussen de typen hospices landelijk en de verdeling van de verschillende typen Bijna Thuis Huizen. De hospices die getypeerd zijn als ‘Anders…’ betreffen vooral hospices die nog niet geopend zijn en nog niet precies weten wat voor soort hospice ze worden.

Wat duidelijk werd in de verschillende bijeenkomsten, is dat de verschillende definities van de typen hospicevoorzieningen, niet eenduidig (h)erkend worden in de praktijk. Op de kaart en in de verdere analyses is de typering aangehouden zoals door de organisatie zelf aangegeven.

Type hospices (n=250) 4

Specificering BTH’s (n=123) 14

58

61

123 48

65 PU

71721-Intern vertrouwelijk

HCH

BTH Totaal

Anders

BTH met formele zorg op indicatie BTH met formele zorg altijd 24u/d BTH met formele zorg 24u/d, afhankelijk van indicatie 13

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Typen hospices per regio 0 Amstelland en De Meerlanden Amsterdam Apeldoorn/Zutphen Arnhem Drenthe Flevoland Friesland Groningen Haaglanden Kennemerland Midden-Brabant Midden-Holland Midden-IJssel Nijmegen Noord- en Midden-Limburg Noord-Holland Noord Noordoost-Brabant Rotterdam 't Gooi Twente Utrecht Waardenland West-Brabant Westland Schieland Delfland Zaanstreek/Waterland Zeeland Zuid-Holland Noord Zuid-Hollandse Eilanden Zuid-Limburg Zuidoost-Brabant Zwolle

5 2

1 1 1

3 3 3

15

20

In de grafiek hiernaast zien we de aantallen hospices per type (op basis van de eigen typering door respondenten), per zorgkantoorregio.

3 2 7

4 2

3

Wat opvalt, zowel in deze grafiek als op de kaart op de vorige pagina, is

2

dat er geen evenredige verdeling is van typen hospices over het land. Zo

1 4

2

2

6

1

4 4

1

zien we in de provincies Noord-Brabant en Limburg en rondom Arnhem

4 4

een groter aandeel High Care Hospices dan in andere delen van het

3

1

land. In de regionale duidingssessies is aangegeven dat dit onder meer

4

5 1

2 4

1 5 5 5 5

2

1

2 2

1

gestuurd in deze regio’s. In de noordoostelijke provincies zien we juist relatief meer Bijna Thuis Huizen. Dit hangt mogelijk samen met de

1 4

aanwezigheid van hechtere gemeenschappen in deze landelijkere

6 1 7

5 4 5 4 3 6 2

2

te maken heeft met de wijze waarop door financiers van zorg is

3

3

1 4

BTH Totaal

71721-Intern vertrouwelijk

10

6

gebieden, waaruit eerder een Bijna Thuis Huis-initiatief kan ontstaan.

3 10 1 1 2 1 4 2 3 2 1 2 7 2 5 2 2

HCH

PU

7

2

Wat opvalt in deze grafiek is dat er tussen zorgkantoorregio’s behoorlijke verschillen in aantallen hospices zijn. Deze verschillen zijn deels te verklaren door de omvang en het aantal inwoners van de

betreffende zorgkantoorregio. Zo is Utrecht een relatief grote, 4 1

dichtbevolkte zorgkantoorregio, waardoor het ook te verwachten is dat daar (in absolute zin) meer hospices te vinden zijn.

Anders

14

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Typen bedden en uitbreidingsplannen Totaal aantal bedden bedoeld voor gasten in de palliatieve terminale fase (2022) 1600

Totaal; 1483 16

1400

Totaal; 1326 6

gasten in de palliatieve terminale fase, voor alle hospicevoorzieningen weergegeven. Het linker staafdiagram toont het aantal bedden in 2022. In totaal zijn op basis van dit onderzoek 1.326 bedden in 2022 bekend (in de rapportage dd. 15 mei 2024 waren dit er 1.206). Wanneer we het aantal bedden per type hospicevoorziening (op basis

1200

630 548

1000

In de grafiek hiernaast wordt het totaal aantal bekende bedden, voor

van de eigen typering door respondenten) delen door het aantal hospices, zien we dat er verschillen zijn in omvang tussen de verschillende typen hospices: de HCH’s zijn gemiddeld genomen het grootst met gemiddeld 7,6 bedden, de BTH’s het kleinst met gemiddeld

800

4,5 bedden. De PU’s hebben gemiddeld 5,1 bedden.

600

527

477

geplande uitbreidingen. In totaal zijn er 157 extra bedden gepland bij 50

400

hospices, variërend van 1 tot 8 bedden per hospice, waarbij de grootste groei (absoluut én relatief) bij de BTH’s zal plaatsvinden. De meeste van

200

310

295

deze uitbreidingen zijn gepland in de periode 2024-2027. Daarnaast zijn er 46 hospices die aangeven wel na te denken over uitbreiding, maar

0 Huidig (2022)

PU

71721-Intern vertrouwelijk

Het rechter staafdiagram toont het aantal bedden inclusief reeds

HCH

Incl. gepland

BTH Totaal

Anders

nog geen concrete plannen te hebben.

Totaal

15

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Regionale verschillen in aantallen bedden Bedden bedoeld voor gasten in de palliatieve terminale

Op de kaart hiernaast zien we twee dingen:

fase afgezet tegen overlijdens per zorgkantoorregio

• Met de kleurenschaal is aangegeven hoe het totale aantal bedden (in 2022) voor

1,0%

gasten in de palliatieve terminale fase in elke zorgkantoorregio zich verhoudt ten opzichte van het (totale) aantal overlijdens in 2022. Hoe roder de kleur, hoe meer bedden er zijn ten opzichte van het aantal overlijdens. • De getallen op de kaart tonen het totale aantal bedden voor gasten in de palliatieve terminale fase van de betreffende zorgkantoorregio. Op de volgende pagina wordt per zorgkantoorregio ook zichtbaar wat voor typen hospices deze bedden bieden. Wat opvalt is dat er regionale verschillen zijn in het aantal bedden, zowel absoluut als relatief, ten opzichte van het aantal overlijdens. In de verschillende sessies werden deze

verschillen herkend en is aangegeven dat dit veelal historisch zo gegroeid is. Elementen die daarin mogelijk meespelen zijn: • Er zijn regionale verschillen in gemeenschapszin, waarbij in de noordelijke provincies mogelijk meer zorg binnen de eigen sociale omgeving wordt opgevangen. • Er is verschil in bevolkingsdichtheid van gebieden: in meer landelijke gebieden is het door de geografische spreiding lastiger om een hospice te organiseren.

• Sommige regio’s hebben sneller of eerder op de vergrijzing ingespeeld dan andere regio’s. 0,0%

Wat daarnaast mogelijk effect heeft, is dat sommige zorgvragers opgenomen wensen te worden in een hospice buiten de eigen regio, bijvoorbeeld in de buurt van hun kinderen.

71721-Intern vertrouwelijk

Hierover zijn geen data verzameld.

16

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Typen bedden per regio 0

20

40

60

Amstelland en De Meerlanden 6 10 12 Amsterdam 17 10 15 Apeldoorn/Zutphen 13 17 Arnhem 13 55 9 Drenthe 19 8 Flevoland 6 4 Friesland 20 45 Groningen 20 5 14 Haaglanden 26 8 29 Kennemerland 15 16 Midden-Brabant 2 32 Midden-Holland 20 5 Midden-IJssel 9 10 Nijmegen 17 10 9 Noord- en Midden-Limburg 32 15 14 Noord-Holland Noord 28 25 1 Noordoost-Brabant 17 25 Rotterdam 26 39 't Gooi 16 7 Twente 30 17 Utrecht 39 50 Waardenland 25 1 West-Brabant 36 12 6 Westland Schieland Delfland 25 7 13 Zaanstreek/Waterland 17 16 Zeeland 14 19 9 Zuid-Holland Noord 30 6 Zuid-Hollandse Eilanden 11 9 8 Zuid-Limburg 5 55 8 Zuidoost-Brabant 8 37 23 Zwolle 22 14 9

BTH Totaal (bedden)

HCH (bedden)

PU (bedden)

80

100

120

In de grafiek hiernaast zien we de aantallen bedden bedoeld voor gasten in de palliatieve terminale fase per type hospice (op basis van eigen typering door respondenten), per zorgkantoorregio (in 2022, zonder uitbreidingsplannen). Wat opvalt, zowel in deze grafiek als op de kaart op de vorige pagina, is een vergelijkbaar patroon als bij het aantal hospices per type (pagina 14); er is geen evenredige verdeling van typen bedden over het land. Wel zien we, mede ingegeven doordat de High Care Hospices gemiddeld meer bedden kennen, dat het aandeel bedden van High Care Hospices in veel regio’s relatief groot is. Daarnaast zien we, wanneer we deze grafiek en de grafiek op pagina 14

10

combineren, dat er tussen regio’s ook verschillen zijn in het gemiddelde aantal bedden per hospicevoorzieningen: • In Flevoland, Friesland, Groningen en Midden-Holland is de gemiddelde omvang van hospicevoorzieningen minder dan 4 bedden;

• In West-Brabant, Amstelland en De Meerlanden, Haaglanden en Noorden Midden-Limburg is de gemiddelde omvang juist groter dan 7 bedden. Mogelijk hangen deze verschillen deels samen met de bevolkingsdichtheid Anders (bedden)

van de betreffende regio’s. In meer dichtbevolkte gebieden zoals Haaglanden is het wellicht passender om een relatief grotere

71721-Intern vertrouwelijk

hospicevoorziening te bieden, omdat de vraag daar groter is.

17

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Bezetting, ligduur, gasten Naast inzicht in de beddencapaciteit, zijn ook de aantallen gasten en

Landelijk lag de bezettingsgraad gemiddeld op 74,6% in 2022 en de

ligdagen van gasten in de palliatieve terminale fase in kaart gebracht.

gemiddelde ligduur op 24,0 dagen. In totaal zijn er 12.294 gasten zeker

Dit met als doel om in beeld te krijgen wat de totale omvang van de

in zorg geweest; inclusief de berekende waardes komen we op 15.956

doelgroep van de hospicevoorzieningen was in 2022 en om een beeld te

gasten.

krijgen bij de ligduur en bezettingsgraad. Zoals in de introductie van dit Variabele

Landelijk, op basis van vragenlijst

Inclusief berekende waardes

Aantal bedden

1.326

-

Aantal gasten

12.294

15.956

Aantal ligdagen

284.290

371.064

Om toch inzicht te genereren in de totale omvang van het aantal gasten

Bezettingsgraad

74,6% *

-

en het aantal ligdagen, hebben we de volgende aannames gedaan:

Gemiddelde ligduur

24 dagen *

-

• We hebben de bezettingsgraad en de gemiddelde ligduur per

* De bezettingsgraad en gemiddelde ligduur zijn berekend enkel op basis van hospices die zowel (valide) het aantal bedden als het aantal gasten als het aantal ligdagen hebben kunnen aanleveren.

hoofdstuk toegelicht, is het echter voor circa een kwart van de respondenten niet mogelijk gebleken om in dit onderzoek betrouwbare cijfers over het aantal gasten en het aantal ligdagen aan te leveren.

zorgkantoorregio in kaart gebracht op basis van de hospices in de betreffende regio die zowel het aantal bedden als het aantal gasten als het aantal ligdagen valide hebben aangeleverd. • Op basis van deze bezettingsgraad en ligduur per zorgkantoorregio hebben we voor de hospices in deze regio waarvan enkel de bedden

beschikbaar waren, extrapolaties gemaakt voor het aantal gasten en het aantal ligdagen. De aantallen gasten en ligdagen inclusief deze ‘berekende waardes’ zien we terug in de rechterkolom van de tabel hiernaast.

71721-Intern vertrouwelijk

18

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Bezetting, ligduur, gasten Uit de regionale duidingssessies blijkt dat de ligduur en bezettingsgraad

Spreiding van ligduur en bezettingsgraad

behoorlijk kunnen fluctueren tussen hospices, maar zeker ook tussen

Dergelijke ontwikkelingen maken ook dat we een relatief grote spreiding

gasten.

zien tussen hospices in ligduur en bezettingsgraad. In onderstaande tabel zien we naast het landelijk gemiddelde ook het eerste kwartiel (de

Ten aanzien van de ligduur hebben we veel signalen gekregen dat in

waarde waar 25% van de hospices op of onder zit) en derde kwartiel (de

toenemende mate gasten óf relatief kort óf relatief lang in het hospice

waarde waar 25% van de hospices op of boven zit).

verblijven. Kort (enkele dagen) omdat ze relatief laat in de terminale

Variabele

Gemiddeld

1e kwartiel

3e kwartiel

Bezettingsgraad

74,6%

67,9%

84,5%

Gemiddelde ligduur

24,0 dagen

19,3 dagen

28,0 dagen

fase instromen, bijvoorbeeld omdat het thuis écht niet meer gaat omdat mantelzorgers overbelast raken. Lang (meerdere maanden) omdat gasten met een palliatieve terminale indicatie worden doorverwezen vanuit bijvoorbeeld het ziekenhuis en vervolgens in het hospice

Verschillen tussen typen hospices in ligduur en bezettingsgraad

‘opknappen’, waarna uitplaatsen naar netwerkpartners lastig is. Voor

Wanneer we kijken naar de verschillen tussen de typen landelijke

beide kanten kun je de vraag stellen of er sprake is van passende

voorzieningen (onderstaande tabel), zien we dat de Palliatieve Units een

hospicezorg en of dit verbeterd kan worden door bijvoorbeeld proactieve

lagere bezettingsgraad en een langere ligduur kennen dan de HCH’s en

zorgplanning.

BTH’s. De langere ligduur ontstaat mogelijk doordat bij deze organisaties niet altijd scherp onderscheid is tussen verpleeghuiscliënten

Over de bezettingsgraad hebben we veel signalen gehoord dat dit ‘met

en hospicecliënten. De bezettingsgraad bij High Care Hospices ligt iets

pieken en dalen’ gaat. Soms is er wekenlang sprake van maximale

hoger dan bij BTH’s, de gemiddelde ligduur is iets langer.

bezetting, en soms is het hospice ineens leeg of bijna leeg doordat meerdere gasten in korte tijd overlijden. Het blijkt dan niet altijd mogelijk om de bedden snel weer gevuld te krijgen vanuit een wachtlijst. 71721-Intern vertrouwelijk

Variabele

PU

HCH

BTH

Bezettingsgraad

67,9%

78,7%

74,8%

Gemiddelde ligduur

25,7 dagen

24,2 dagen

23,3 dagen 19

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Regionale verschillen gasten Gasten (inclusief berekende waardes) afgezet tegen het

Op de kaart hiernaast zien we twee dingen:

aantal overlijdens per zorgkantoor

• Met de kleurenschaal is aangegeven hoe het totale aantal gasten in de 16%

palliatieve terminale fase in elke zorgkantoorregio zich verhoudt tot het (totale) aantal overlijdens in 2022 (CBS6). Hoe roder de kleur, hoe groter het aandeel overlijdens dat in hospicevoorzieningen heeft plaatsgevonden. • De getallen op de kaart tonen het totale aantal gasten voor elk van de betreffende zorgkantoorregio’s. Hierbij is uitgegaan van het aantal gasten inclusief de ‘berekende waardes’ zoals toegelicht op pagina 18. Wat opvalt is dat er regionale verschillen zijn. In de verschillende sessies zijn deze verschillen ook besproken, waarbij dezelfde elementen (mogelijk) een rol spelen

als die bij het aantal bedden afgezet tegen het aantal overlijdens, zie ook pagina 16. Wat daarnaast mogelijk effect heeft, is dat sommige zorgvragers opgenomen wensen te worden in een hospice buiten de eigen regio, bijvoorbeeld in de buurt van hun kinderen. Hierover zijn geen data verzameld.

5%

71721-Intern vertrouwelijk

20

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Regionale verschillen ligduur Gemiddelde ligduur per zorgkantoorregio

Op de kaart hiernaast zien we twee dingen:

(op basis van volledig ingevulde data)

• Met de kleurenschaal is aangegeven hoe de gemiddelde ligduur van elke 32,4

zorgkantoorregio zich verhoudt tot die in de andere zorgkantoorregio’s. Hoe roder de kleur, hoe langer de gemiddelde ligduur. • De getallen op de kaart tonen de feitelijke waardes per zorgkantoorregio. Hierbij is per zorgkantoorregio het gemiddelde berekend op basis van de hospices die het aantal bedden, gasten en ligdagen valide hebben ingevuld. Wat opvalt is dat er regionale verschillen zijn. Bij veel regio’s ligt de gemiddelde ligduur op of rond het landelijk gemiddelde van 24 dagen, maar er zijn diverse regio’s waar de ligduur beduidend langer is, zoals Amsterdam, Midden-Brabant en

Noordoost-Brabant. Wat hier onder meer in meespeelt, zijn de volgende elementen: • De mate waarin sprake is van ‘verkeerde bed’-problematiek varieert behoorlijk tussen regio’s. Sommige hospices hebben hele goede samenwerking met ziekenhuizen, waardoor enkel écht gasten in de palliatieve terminale fase instromen. In andere regio’s is juist de ervaring dat ziekenhuizen vaak ‘foutief’

uitplaatsen naar een hospice, waarbij gasten na opname in een hospicevoorziening blijken op te knappen. Ook de mate waarin hospices zelf (strenge) selectie aan de poort toepassen varieert. 19,4

• Eenzaamheid van ouderen speelt ook een rol, waarbij het gevoel bestaat dat gasten die in de thuissituatie eenzaam zijn, vaker ‘opknappen’ in het hospice en

71721-Intern vertrouwelijk

door de warme zorg toch langer leven.

21

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Regionale verschillen bezettingsgraad Gemiddelde bezettingsgraad per zorgkantoorregio

Op de kaart hiernaast zien we twee dingen:

(op basis van volledig ingevulde data)

• Met de kleurenschaal is aangegeven hoe de gemiddelde bezettingsgraad van 84%

elke zorgkantoorregio zich verhoudt tot die van de andere zorgkantoorregio’s. Hoe roder de kleur, hoe hoger de gemiddelde bezettingsgraad. • De getallen op de kaart tonen de feitelijke waardes per zorgkantoorregio. Hierbij is per zorgkantoorregio het gemiddelde berekend op basis van de hospices die het aantal bedden, gasten en ligdagen valide hebben ingevuld. Wat opvalt is dat er regionale verschillen zijn. Veel regio’s liggen op of rond het landelijk gemiddelde van 74,6%, maar er zijn diverse regio’s waar de bezettingsgraad beduidend lager is. Wat hierin meespeelt, is dat sommige regio’s

een relatief klein aantal hospices kennen. Wanneer er één hospicevoorziening is met een (onderbouwd) lagere bezettingsgraad, heeft dat direct een groot effect op het gemiddelde.

62%

71721-Intern vertrouwelijk

22

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Capaciteitstekorten Onderstaande grafiek geeft weer hoeveel

Onderstaande grafiek geeft weer hoeveel

Een groot aantal respondenten (183) gaf aan

hospices gedurende 2022 gasten niet hebben

hospices gedurende 2022 gasten niet hebben

dat zij in 2022 aanmeldingen hebben gehad

kunnen opnemen vanwege 100%

kunnen opnemen vanwege een tekort aan

waarbij gasten in een ander hospice

bedbezetting. Bij een groot deel van de

personeel en/of vrijwilligers. Circa 80% van de

opgenomen zijn. Bij 43 hospices was dit aantal

respondenten (circa 90% van de bekende

bekende respons gaf aan dat dit niet

bekend en ging het om 625 gasten. 47

respons) is dit voorgekomen in 2022. Bij 61

voorkwam in 2022. Bij 35 respondenten kwam

respondenten gaven aan dat deze gegevens

respondenten was het aantal gasten bekend;

dit wel voor; bij de 7 hospices die dit hebben

onbekend zijn, bijvoorbeeld omdat dit via

in totaal betrof het 2.544 gasten.

bijgehouden betrof het 151 gasten in totaal.

zorgbemiddeling verloopt.

100% bedbezetting n=244

Tekort aan personeel / vrijwilligers n=244

26

26

Gasten in een ander hospice opgenomen n=244

28

47

7

26

14 131

140

61

43 183

Ja, aantal onbekend

Ja, aantal onbekend

Ja, aantal onbekend

Ja, aantal bekend, namelijk:

Ja, aantal bekend, namelijk:

Ja, aantal bekend, namelijk:

Nee

Nee

Nee

Onbekend

Onbekend

Onbekend

23 71721-Intern vertrouwelijk

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Regionale verschillen capaciteitstekort Gasten moeten weigeren door 100% bedbezetting Wanneer we kijken naar zorgkantoorregio’s zien we dat in vrijwel alle zorgkantoren het merendeel van de hospices gedurende 2022 gasten heeft moeten weigeren doordat alle bedden bezet waren. Dit geeft een duidelijke indicatie dat de huidige capaciteit in 2022 in vrijwel alle regio’s op minstens één moment gedurende het jaar niet afdoende was om aan de vraag te voldoen. Wanneer we kijken naar de verschillen tussen regio’s, valt vooral Kennemerland op, waar de helft van de hospices waarbij dit bekend is

aangeeft géén gasten te hebben moeten weigeren.

0%

40%

60%

80%

100%

Amstelland en De Meerlanden Amsterdam Apeldoorn/Zutphen Arnhem Drenthe Flevoland Friesland Groningen Haaglanden Kennemerland Midden-Brabant Midden-Holland Midden-IJssel Nijmegen Noord- en Midden-Limburg Noord-Holland Noord Noordoost-Brabant Rotterdam 't Gooi Twente Utrecht Waardenland West-Brabant Westland Schieland Delfland Zaanstreek/Waterland Zeeland Zuid-Holland Noord Zuid-Hollandse Eilanden Zuid-Limburg Zuidoost-Brabant Zwolle

Ja, aantal onbekend

71721-Intern vertrouwelijk

20%

Ja, aantal bekend, namelijk:

Nee

Onbekend

24

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Regionale verschillen capaciteitstekort Gasten moeten weigeren door tekort aan personeel of vrijwilligers Wanneer we kijken naar zorgkantoorregio’s, zien we dat in vrijwel alle regio’s het merendeel van de hospices gedurende 2022 géén gasten heeft moeten weigeren door een tekort aan personeel of vrijwilligers. In zes regio’s is het (voor zover bekend) bij ten minste 1 op de 3 van de hospices in 2022 (tijdelijk) voorgekomen dat gasten niet opgenomen konden worden door een tekort aan personeel of vrijwilligers. In het bijzonder valt Groningen op, waar de helft van de hospices (voor zover bekend) aangeeft gasten te hebben geweigerd om deze reden.

Uit de regionale gesprekken kwamen verschillende signalen dat naast eigen personeel of vrijwilligers ook de beschikbaarheid en bereikbaarheid van wijkverpleging (bij BTH’s) en huisartsen (bij BTH’s en HCH’s) in de praktijk niet altijd voldoende is. Dit leidt er eveneens toe, met name in avond, de nacht en het weekend, dat gasten niet of pas later kunnen worden opgenomen. Specifiek voor de huisartsenzorg

zijn er verschillende hospices die in de regionale sessies hebben aangegeven met een vaste huisarts te werken in plaats van met de eigen huisarts van gasten. En hier ook goede ervaringen mee hebben qua beschikbaarheid. Er zijn echter ook hospices die goede ervaringen

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Amstelland en De Meerlanden Amsterdam Apeldoorn/Zutphen Arnhem Drenthe Flevoland Friesland Groningen Haaglanden Kennemerland Midden-Brabant Midden-Holland Midden-IJssel Nijmegen Noord- en Midden-Limburg Noord-Holland Noord Noordoost-Brabant Rotterdam 't Gooi Twente Utrecht Waardenland West-Brabant Westland Schieland Delfland Zaanstreek/Waterland Zeeland Zuid-Holland Noord Zuid-Hollandse Eilanden Zuid-Limburg Zuidoost-Brabant Zwolle

Ja, aantal onbekend

Ja, aantal bekend, namelijk:

Nee

Onbekend

hebben met samenwerking met de eigen huisarts van gasten. 71721-Intern vertrouwelijk

25

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Regionale verschillen capaciteitstekort Gasten in een ander hospice opgenomen Er is ook uitgevraagd of bekend is of gasten die zijn aangemeld bij een hospice uiteindelijk in een ander hospice zijn opgenomen. Dit lijkt in de meeste regio’s wel aan de orde te zijn geweest. In veel gevallen is echter niet bekend of hier sprake van is of om welke aantallen dit gaat. Dit komt onder meer omdat hospices verschillend omgaan met ‘wachtlijstbeheer’ of ‘aanmeldingenbeheer’. Een belangrijk signaal in de duiding van deze uitkomsten kwam naar voren in meerdere regionale sessies: • Gasten worden regelmatig bij meerdere hospices aangemeld, in

afwachting van een plek. Daardoor staan gasten dubbel op de wachtlijst. Hoe vaak dit precies gebeurt, is niet bekend. Op enkele plekken in het land zien we de ontwikkeling dat hospices aansluiting zoeken bij regionale zorgcoördinatiecentra. Mogelijk gaat dit bijdragen aan beter inzicht in wachtlijsten en aanmeldingen.

0%

40%

60%

80%

100%

Amstelland en De Meerlanden Amsterdam Apeldoorn/Zutphen Arnhem Drenthe Flevoland Friesland Groningen Haaglanden Kennemerland Midden-Brabant Midden-Holland Midden-IJssel Nijmegen Noord- en Midden-Limburg Noord-Holland Noord Noordoost-Brabant Rotterdam 't Gooi Twente Utrecht Waardenland West-Brabant Westland Schieland Delfland Zaanstreek/Waterland Zeeland Zuid-Holland Noord Zuid-Hollandse Eilanden Zuid-Limburg Zuidoost-Brabant Zwolle

Ja, aantal onbekend

71721-Intern vertrouwelijk

20%

Ja, aantal bekend, namelijk:

Nee

Onbekend

26

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Verwijzers De grafiek hiernaast geeft inzicht in de belangrijkste verwijzers van de respondenten. Respondenten zijn gevraagd om 100% te verdelen over de verschillende categorieën. De gele stip geeft het gemiddelde per categorie verwijzers aan, de streep geeft de spreiding minimaal-

100,0

100 95

90,0

87

80,0

maximaal aan. 70,0 De respondenten benoemen dat gasten doorgaans naar hen verwezen worden door ziekenhuizen en huisartsen. In veel mindere mate worden gasten door wijkverpleging of door overige ketenpartners verwezen. Een relatief klein percentage betreft gasten ‘zonder verwijzing’. Dat zijn bijvoorbeeld gasten of mantelzorgers die zelf contact opnemen met het

hospice voor opname (waarna alsnog een formele indicatie moet worden aangevraagd).

50,0

40,0

43,4 37,7

35

30,0 20,0 10,0 0,0

71721-Intern vertrouwelijk

62

60,0

8,2

3,7

7,0

27

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Inzicht huidige situatie | Verwijzers Wanneer we naar de zorgkantoorregio’s kijken, zien we dat over de hele linie het ziekenhuis en huisartsen de dominante verwijzers zijn. Wel zien we verschillen in de verhoudingen hiertussen. In Rotterdam, MiddenHolland, Midden-IJssel en Amstelland en De Meerlanden wordt relatief minder door huisartsen verwezen; in Apeldoorn/Zutphen, Noord- en Midden-Limburg, Zuid-Limburg en Friesland is de huisarts juist meer dominant. Wat daarnaast opvalt, is dat het aandeel verwijzingen door wijkverpleegkundigen in een aantal regio’s relatief groter is dan in andere regio’s, bijvoorbeeld in Nijmegen, Flevoland en Midden-Holland. In de duidingssessies kwam naar voren dat de zichtbaarheid van hospices bij en relatiebeheer met huisartsen en ziekenhuizen wisselend is. Sommige hospices zetten sterk in op de verbinding met deze partners in de keten, waar andere hospices minder ingebed zijn in het lokale of regionale zorgnetwerk. Dergelijke verschillen spelen mogelijk ook mee in

de mate waarin verschillende verwijzers toeleiden naar hospices.

0,0

40,0

60,0

80,0

100,0

Amstelland en De Meerlanden Amsterdam Apeldoorn/Zutphen Arnhem Drenthe Flevoland Friesland Groningen Haaglanden Kennemerland Midden-Brabant Midden-Holland Midden-IJssel Nijmegen Noord- en Midden-Limburg Noord-Holland Noord Noordoost-Brabant Rotterdam 't Gooi Twente Utrecht Waardenland West-Brabant Westland Schieland Delfland Zaanstreek/Waterland Zeeland Zuid-Holland Noord Zuid-Hollandse Eilanden Zuid-Limburg Zuidoost-Brabant Zwolle

Huisartsen

71721-Intern vertrouwelijk

20,0

Wijkverpleging

Ziekenhuizen

Zonder verwijzing

Overig

28

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Hoofdstuk 3.

Blik op de toekomstig benodigde capaciteit voor hospices In dit hoofdstuk geven we eerst een kwalitatieve duiding van ontwikkelingen die we zien en gehoord hebben in de verschillende bijeenkomsten die invloed kunnen hebben op de toekomstige capaciteit.

Vervolgens gaan we in op de concrete prognoses die zijn gemaakt voor de toekomstig benodigde capaciteit.

71721-Intern vertrouwelijk

29

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Blik op de toekomst | Kwalitatieve duiding Om de toekomstig benodigde capaciteit van hospicevoorzieningen in

Gemiddeld vindt in 2022 (inclusief berekende gasten, zie pagina 18) 9%

kaart te brengen, zijn prognoses gemaakt op basis van het huidige

van de overlijdens plaats in hospices. Uit prognoses van het RIVM8 blijkt

hospicelandschap, sociaal-demografische ontwikkelingen en overige

dat een verschuiving in doodsoorzaken wordt verwacht. Zo zal dementie

ontwikkelingen die mogelijk van invloed zijn op de vraag naar

in 2040 vaker voorkomen als doodsoorzaak. Orgaanfalen komt in de

hospicevoorzieningen. In dit hoofdstuk worden allereerst de relevante

toekomst juist in mindere mate voor. In hospicevoorzieningen worden

ontwikkelingen en het verwachte effect hiervan toegelicht. Vervolgens

echter beperkte mogelijkheden voorzien om mensen met dementie op te

worden vier scenario’s voor toekomstig benodigde hospicecapaciteit

nemen, aangezien ‘dwalen’ in veel hospicevoorzieningen een

geschetst.

uitsluitingscriterium is voor opname.

Via de documentstudie en de regionale duidingssessies is in kaart

Daarnaast wordt een toename verwacht van het aantal

gebracht welke ontwikkelingen worden voorzien die (mogelijk) van

eenpersoonshuishoudens.9 Daarmee zullen er meer alleenstaanden met

invloed zijn op de vraag naar hospicevoorzieningen. Deze worden hierna

een beperkt sociaal netwerk zijn, en zullen meer mensen leven en

toegelicht. Een belangrijke noot om hier te plaatsen is dat alle

sterven in eenzaamheid. Ook wordt een toenemende vraag naar

genoemde ontwikkelingen met elkaar samenhangen, waardoor het lastig

mantelzorgers verwacht onder de zelfstandig wonende 75-plussers,

is om het afzonderlijke effect van deze ontwikkelingen te onderscheiden.

terwijl het aantal mantelzorgers afneemt.10

Sociaal-demografische ontwikkelingen

Tot slot kan de toename aan diversiteit en culturele verschillen in de

Er worden enkele sociaal-demografische ontwikkelingen voorzien die

samenleving invloed hebben.11 Mensen met een migratieachtergrond

mogelijk leiden tot een toename van de vraag naar

hebben vaker andere behoeften in de palliatieve terminale fase dan

hospicevoorzieningen. Landelijk zullen er in 2040 naar verwachting

mensen zonder migratieachtergrond en lijken op dit moment relatief

28.351 meer overlijdens zijn dan in 2022 (CBS6, 7).

minder gebruik te maken van hospicevoorzieningen.

71721-Intern vertrouwelijk

30

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Blik op de toekomst | Kwalitatieve duiding Mogelijk groeit ook onder deze groep inwoners de behoefte om gebruik

Landelijk (zorg)beleid

te maken van hospicevoorzieningen, wat vraagt om een uitbreiding van

De sociaal-demografische ontwikkelingen zijn uiteraard ook aanleiding

het aanbod. Aan de andere kant zouden deze culturele verschillen en de

voor aanpassingen in het landelijke zorgbeleid. Met als doel de borging

groei van deze groep er ook juist toe kunnen leiden dat er een grotere

van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg, zoals de beweging

groep mensen is die géén behoefte heeft om gebruik te maken van

naar ‘langer thuiswonen’, het bevriezen van het aantal

hospicevoorzieningen, waardoor de vraag juist zou afnemen.

verpleeghuisplekken12 en het stimuleren van zelfredzaamheid en gemeenschapskracht.

Aard en complexiteit van de zorgvraag De toenemende vergrijzing werkt ook door op de aard en complexiteit

Vanuit deze verschuivingen verwacht men:

van de vraag naar palliatieve zorg. Zo wordt – onder invloed van langer

• Druk op bekostiging en tarieven vanuit verzekeraars en zorgkantoren.

thuiswonen – een toenemende vraag naar respijtzorg en tijdelijke

• Een toenemend aantal burgerinitiatieven op het terrein van

hospicezorg verwacht. Tevens wordt een hogere complexiteit van somatische zorgvraag en multiproblematiek verwacht, wat vraagt om specifieke vaardigheden en expertise.

community care. • Een toenemend aantal inwoners met de wens om thuis te sterven, die vervolgens ondersteund wordt door de wijkverpleging (bijvoorbeeld door outreachend werken en bedsideconsultatie in de thuissituatie).

Onder invloed van toegenomen (maatschappelijke) bewustwording en regie over de invulling van het eigen levenseinde, worden de volgende

aanvullende ontwikkelingen gesignaleerd:

• Reductie van de beddencapaciteit bij ziekenhuizen en (meer) sturing op verkeerde-bedproblematiek.

• De komst van alternatieve, meer geclusterde woonvormen.

• toename van euthanasieverzoeken binnen hospicevoorzieningen • toename aan gasten die bewust stoppen met eten en drinken.

71721-Intern vertrouwelijk

31

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Blik op de toekomst | Kwalitatieve duiding Anders werken in de palliatieve zorg

• Inzet op verdere taakherschikking (zowel tussen zorgprofessionals als

Er wordt een tekort verwacht aan medewerkers in de wijkverpleging,

van formele naar informele zorg) en scholing van generalisten (zoals

huisartsen én vrijwilligers18, wat direct invloed heeft op

huisartsen en wijkverpleegkundigen) in palliatieve zorg.

hospicevoorzieningen.

• Digitalisering en de inzet van technologie. Naar verwachting neemt de inzet van ondersteunende technologie en domotica toe, wat invloed

Mede ingegeven door dit toenemende tekort zien we verschillende

heeft op de manier van werken en mogelijk ook tot arbeidsbesparing

ontwikkelingen in het kader van anders werken in de palliatieve

leidt.

terminale zorg, die kunnen bijdragen om de toegankelijkheid te borgen: • Aansluiten bij regionale transferpunten, wat helpt om de juiste zorgvrager op de juiste plek te krijgen. • Verbetering van transmurale samenwerking. Dit zorgt naar

verwachting voor meer ‘juiste zorg op de juiste plek, met de juiste deskundigheid’. • Vergroten van de toepassing van proactieve zorgplanning (ACP), wat kan leiden tot een beter planbare vraag, en de juiste zorgvrager op de juiste plek ondersteunt.

71721-Intern vertrouwelijk

32

Prognoses toekomstig benodigde capaciteit

71721-Intern vertrouwelijk

33

HET NPPZ II VERSTERKEN HOSPICEZORG | ONDERZOEK NAAR HUIDIGE EN TOEKOMSTIG BENODIGDE CAPACITEIT [VERSIE NOVEMBER 2024]

Prognoses voor toekomst | Toelichting Doel van deze prognoses

De opgestelde prognoses over de toekomstig benodigde capaciteit

Doel van het project Versterken Hospicezorg is een impuls te geven aan

dienen daarmee vooral als handvat en input voor het landelijke én

het toekomstbestendig inrichten van hospicezorg, waarin resultaten

regionale gesprek over hoe het hospicelandschap zich de komende jaren

zichtbaar worden op capaciteit, kwaliteit én samenwerking. Om de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=3df66695-335f-405c-8232-73a77c0dc955