CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.39 RIB Vaststelling Vergunningen, Toezicht en Handhavingsbeleid en Uitvoeringsstrategieen 2025-2028

Raadsvergadering 15 april 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college17.078 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Omgevingsanalyse Krimpenerwaard 2024

13

Prioriteitenstelling De gemeente Krimpenerwaard heeft geen onbeperkte middelen beschikbaar voor de uitoefening van de VTHtaken. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden om de middelen die wel beschikbaar zijn zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten met als doel om de risico’s voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Dit doen we door prioriteiten te stellen op basis van de uitgevoerde omgevings- en risicoanalyse. Door de inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving streven we een zo hoog mogelijk nalevingspercentage na. Een volledige naleving zal echter niet mogelijk zijn. Daarom zijn doordachte keuzes van belang in wat we wel en niet kunnen doen, en op welke wijze. Daarnaast is het van belang om binnen deze prioritering doordachte keuzes te maken in wat wel en niet gedaan kan worden en hoe dat uitgevoerd wordt. Dit laatste komt terug in onze strategie, welke we gaan vormgegeven in het VTH-beleid 2025-2028.

Omgevingsanalyse Krimpenerwaard 2024

14

Algemene beleidsdoelen Aan de hand van de risicoanalyse koppelen wij de voorgestelde prioriteiten aan beleidsdoelen. Dit wordt meer specifiek gemaakt in: •

Vergunningverlening Vergunningen, meldingen, ontheffingen en overige relevante producten worden door de gemeente Krimpenerwaard en haar ketenpartners zoveel als mogelijk binnen de wettelijke termijnen afgehandeld. Dit gebeurt aan de hand van werkafspraken en protocollen, waarmee we de onafhankelijkheid en kwaliteit borgen.

•

Toezicht & handhaving De toezichts- en handhavingstaken worden uitgevoerd waarbij we de kwaliteitseisen zoals gesteld in hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit als uitgangspunt hanteren. Op deze wijze borgen we de kwaliteit en professionaliteit van de uitoefening van onze taken. Verondersteld wordt dat de effecten hiervan ervoor zorgen dat de naleving van regelgeving wordt verhoogd en het aantal incidenten, klachten en handhavingsverzoeken zal afnemen.

•

Expertise sessies In november/december 2023 hebben we in zogenoemde expertise sessies een stap gezet om te komen tot een risicoanalyse met prioriteiten. Tijdens deze sessies zijn de volgende vragen behandeld: o o o o

Welke problemen doen zich voor binnen het taakveld vergunningverlening? Welke problemen ten aanzien van overtredingsoorten of naleving zijn per taakveld (V, T, H) te benoemen? Welke organisatorische of randvoorwaardelijke problemen doen zich voor? Welke risico’s zien we voor de komende jaren?

Werkwijze Om goed toezicht te houden is maatwerk voor iedere situatie een leidend principe. Vertrouwen leidt tot minder toezicht en gerechtvaardigd wantrouwen (of een gebrek aan vertrouwen) leidt tot meer toezicht. Door dit te analyseren wordt inzicht verkregen in dit vertrouwen en kan bij de juiste inzet van middelen het effect van toezicht worden vergroot. De risicoanalyse geeft aan welke thema’s van belang zijn en wordt het veronderstelde naleefbeeld toegevoegd. De resultaten van deze methodiek geven per taakveld weer hoe een activiteit scoort op naleving en risico. De taakvelden waarop is geprioriteerd, zijn: • veiligheid, • leefbaarheid, • Ruimtelijke kwaliteit, • gezondheid, • bestuurlijk afbreukrisico en • financiële risico’s.

Omgevingsanalyse Krimpenerwaard 2024

15

Prioriteitsopbouw Eerst zijn de risico’s per activiteit bepaald, verdeeld over de criteria Veiligheid, Leefbaarheid, Ruimtelijke kwaliteit, Gezondheid, Bestuurlijk, Financieel/economisch. Deze worden gescoord op risico. Daarna hebben we gekeken naar de mogelijke frequentie van voorkomen van misstanden en tevens ook de mogelijke omvang. Tot slot hebben we deze uitkomsten afgezet tegen het niveau van naleving. De optelling van het ”Risico X Frequentie X Omvang X Naleving” levert een totaalscore op. Deze score is leidend voor de prioritering. Uiteindelijk kunnen er ook nog bestuurlijke aandachtspunten worden meegegeven.

Omgevingsanalyse Krimpenerwaard 2024

16

Uitkomst risicoanalyse In de risicoanalyse hebben we de verschillende taken en activiteiten verdeeld in de prioritering laag, gemiddeld of hoog. Hoe groter de risico’s hoe hoger de prioritering. Deze vorm van prioritering heeft ook gevolgen voor de wijze waarop toezicht wordt gehouden, zowel in de planmatige als structurele uitoefening van de taken. Dit heeft invloed op het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Tevens hebben we de mogelijkheid geboden aan het college om een bestuurlijke weging mee te geven om prioriteiten aan te passen daar waar dat vanuit bestuurlijk oogpunt noodzakelijk wordt geacht. Prioriteit Hoog Gemiddeld Laag

Diepgang Diepgaande beoordeling, planmatige en structureel toezicht met gedetailleerde uitwerking in het uitvoeringsprogramma Gemiddelde beoordeling en steekproefsgewijs en/of gebiedsgericht toezicht Minimale beoordeling en minimaal (gebiedsgericht) toezicht

Tabelscore Groter dan 3 Tussen de 2 en 3 Lager dan 2

Onderstaand hebben we in tabellen weergegeven hoe de prioriteitsopbouw van onderwerpen tot stand is gekomen. Figuur 1; activiteiten bouw en RO

Figuur 2; activiteiten erfgoed/monumenten

Omgevingsanalyse Krimpenerwaard 2024

17

Figuur 3; activiteiten APV, publiek domein, veiligheid

Totaalscore onderwerpen en prioriteiten

Omgevingsanalyse Krimpenerwaard 2024

18

Bestuurlijke weging Voor het college bestaat de mogelijkheid om een bestuurlijke weging mee te geven om prioriteiten aan te passen daar waar dat vanuit bestuurlijk oogpunt noodzakelijk wordt geacht. In het voortraject is het conceptuitvoeringsprogramma met de verantwoordelijke bestuurders besproken (PO). Dit heeft geleid tot prioriteitsindeling "Hoog, groter dan 3” t.a.v. de volgende activiteiten: • Omgevingsvergunning bouw GK1 • Omgevingsvergunning bouw GK2 • Omgevingsvergunning bouw GK3 • Toezicht bouw GK1 • Toezicht bouw GK2 • Toezicht bouw GK3 • Kinderopvang, veilig gebruik pand • Evenementen, bouwtechnisch toezicht op tijdelijke bouwwerken (podia, tribunes e.d.) Naast de bestuurlijke prioritering van bovengenoemde onderwerpen zijn er ook een aantal onderwerpen die in de prioriteitenanalyse hoog scoren maar waarvan blijkt dat deze bestuurlijk een lagere prioriteit kennen. Dit gaat om: • Rookoverlast. Er is binnen onze gemeente geen beleid voor de aanpak van rookoverlast en dit wordt ook niet voorzien in de nabije toekomst. Derhalve wordt geen prioriteit gegeven aan dit risico. • Vergunningsvrij bouwen. Ook deze prioriteit scoort in de analyse hoog maar kent bestuurlijk geen prioriteit. Op dit onderwerp wordt ook niet actief toezicht gehouden.

Frequentie. Hoe vaak komt een mogelijke verstoring voor? Score 1 t/m 5 1 = niet/nauwelijks 2 = enkele malen per jaar 3 = maandelijks 4 = wekelijks 5 = dagelijks Omvang. Wat is de mogelijke omvang van de calamiteit? Score 1 t/m 5 1 = niet/nauwelijks 2 = locatie zelf 3 = locatie en directe omgeving 4 = wijk/buurt 5 = gemeentelijk Naleefgedrag. Zijn overtredingen het gevolg van het niet weten/niet kunnen naleven of dat er sprake is bewust/calculerend gedrag. Score 1 t/m 5 1 = zeer hoog naleefgedrag 2 = hoog naleefgedrag 3 = gemiddeld naleefgedrag 4 = laag naleefgedrag 5 = zeer laag naleefgedrag

Omgevingsanalyse Krimpenerwaard 2024

19

Relatie VTH-beleid De uitkomsten van deze omgevingsanalyse geven een beeld van de prioritering van onderwerpen en houvast in de verdeling van de capaciteit en middelen van team VTH. De strategische keuzes zijn weergegeven in het VTH-beleid. In dit document zijn keuzes gemaakt ten aanzien van de verschillende naleefstrategieën en deze werken door in het uitvoeringsprogramma.

Omgevingsanalyse Krimpenerwaard 2024

20

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .......................................................................................................................................1 Inleiding ..................................................................................................................................................2 Preventiestrategie...................................................................................................................................3 Vergunningenstrategie ...........................................................................................................................5 Toezichtstrategie ....................................................................................................................................9 Handhavingsstrategie ...........................................................................................................................11 Sanctiestrategie ....................................................................................................................................14 Gedoogstrategie ...................................................................................................................................17 Externe afstemming..............................................................................................................................18 Bijlage: Richtlijnen last

onder dwangsom .............................................................................................20

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

1

Inleiding In deze bijlage worden de strategieën en werkwijzen beschreven die de gemeente Krimpenerwaard hanteert voor de uitvoering van het Vergunningverlening, Toezicht en Handhavingsbeleid (hierna: VTH-beleid). Met de invoering van nieuwe wettelijke kaders, zoals de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb), is het noodzakelijk om bestaande strategieën te herzien en nieuwe werkwijzen te ontwikkelen. De hoofddoelstelling van dit document is om richting en duidelijkheid te bieden over hoe de gemeente invulling geeft aan haar taken binnen het VTH-domein. Dit omvat niet alleen een preventieve en dienstverlenende aanpak, maar ook handhaving en toezicht die bijdragen aan een veilige, rechtvaardige en duurzame leefomgeving. Het document dient als leidraad voor bestuurders, beleidsmakers, uitvoerende professionals en ketenpartners. Het geeft een integraal overzicht van onze aanpak, met specifieke aandacht voor het waarborgen van naleving, samenwerking met ketenpartners, en het monitoren en bijsturen van onze strategieën gedurende de beleidsperiode. Uitvoeringsstrategieën VTH-beleid Wij hanteren verschillende uitvoeringsstrategieën voor ons VTH-beleid, waarin we beschrijven hoe wij uitvoering geven aan onze visie. In de figuur hieronder is de samenhang tussen de strategieën weergegeven. In de paragrafen hierna zijn deze verder uitgewerkt.

Ten opzichte van het vorige beleidsplan zijn de strategieën herzien, mede door de inwerkingtreding van de Omgevingswet, Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) en de gewijzigde Landelijke Handhavingsstrategie. De komende beleidsperiode gaan we de uitvoering van deze nieuwe strategieën monitoren en evalueren. Als hiertoe aanleiding is, zullen we de strategieën bijstellen of herzien.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

2

Preventiestrategie De gemeente zet in op preventie. Dit doen we door de bewustwording bij inwoners, organisaties en bedrijven te vergroten. Met het vergroten van de bewustwording zullen regels en voorschriften beter worden nageleefd waardoor de onwenselijke effecten verminderen. Het is belangrijk dat regels voorschriften duidelijk, eenduidig en handhaafbaar zijn. Daarnaast is het belangrijk dat informatie goed toegankelijk is. Toets- en handhaafbaarheid van regelgeving Regels zijn relevant als ze nodig, actueel en uitvoerbaar zijn. Eenduidige regels zijn niet tegenstrijdig en op één manier uitlegbaar. Wanneer regels zijn gebaseerd op zichtbare en/of meetbare feiten zijn ze controleerbaar. Regels waar aan getoetst of gehandhaafd kan worden voldoen aan de volgende criteria: • • •

Relevantie; Eenduidigheid; Controleerbaarheid.

Team VTH stelt geen regels op. Bij het opstellen van nieuwe of het aanpassen van regels wordt graag mee gedacht met de beleidsmakers. Hierbij worden de bovenstaande criteria gehanteerd. Voorlichting en overleg vooraf Wij gaan er van uit dat inwoners, ondernemers en instanties het logisch vinden om de regels na te leven. Dit kan alleen als de regels bekend zijn voor degenen op wie ze van toepassing zijn. Als dit niet het geval is, neemt het risico toe dat overtredingen worden begaan. We willen daarom meer inzetten op bewust wording binnen het hele VTH traject. Dit kan op verschillende momenten in een proces. • • •

Voorafgaand aan een verzoek: eenvoudige informatievoorziening te realiseren (gemeentelijke website, vergunningscheck op het omgevingsloket, telefonisch contact) en de mogelijkheid bieden om een vooroverleg of intaketafel verzoek in te dienen. Tijdens een verzoek: helder en duidelijk communiceren over regels en voorschriften die gelden voor een plan en die verbonden kunnen worden aan een besluit. Na een verzoek: Gevolgen communiceren wanneer regels en/of voorschriften worden overtreden zodat dit zich niet voordoet.

De komende beleidsperiode willen we de digitale informatievoorziening helder en duidelijk te maken. Denk aan de gemeentelijke website met hierop verwijzingen naar landelijke websites en de vergunningscheck in het omgevingsloket.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

3

Buurtbemiddeling Buurtbemiddeling is er voor inwoners die overlast ervaren met of van buren en die graag een oplossing willen voor het conflict en er graag samen uit willen komen. Buurtbemiddeling wordt uitgevoerd door Kwadraad. Buurtbemiddeling Kwadraad geeft informatie en advies over hoe buren onderlinge verschillen kunnen aanpakken. Daarnaast is het mogelijk een onafhankelijke bemiddelaar in te schakelen. Onder begeleiding van de bemiddelaar kunnen buren samen nadenk over een goede oplossing. Wanneer geconstateerd wordt dat inzet van buurtbemiddeling zou kunnen helpen, worden inwoners hierover geïnformeerd. De partijen nemen vervolgens zelf contact op met Kwadraad.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

4

Vergunningenstrategie Met vergunningverlening wordt de basis gelegd voor een goede uitvoering door de vergunninghouder. Een goede vergunning stimuleert een goed naleefgedrag en vermindert het aantal noodzakelijke handhavingsacties. Hieronder volgen de uitgangspunten die de gemeente hanteert bij de behandeling van vergunningaanvragen en de afhandeling van meldingen: • • • •

Dienstverlenend: De gemeente heeft dienstverlening hoog in het vaandel. Dit betekent dat de gemeente zorgt dat de (potentieel) aanvrager, naast digitaal, ook telefonisch in contact kan staan met de gemeente. Hiervoor wordt het frontoffice VTH ingezet. Positief: De gemeente behandelt vergunningaanvragen vanuit een positieve blik. De gemeente zet zich in om een aanvraag samen met de aanvrager te kunnen realiseren. We hanteren een ‘ja, mits’ houding. Rechtvaardig en gelijkwaardig: De gemeente hanteert een gelijke behandeling voor haar inwoners, bedrijven en organisaties. Daarnaast handelt de gemeente conform wet- en regelgeving. Verantwoordelijkheid bij aanvrager: De aanvrager is verantwoordelijk voor het indienen van een volledige aanvraag. Dit betekent niet dat de gemeente zich afzijdig houdt aan de ‘voorkant’. De gemeente zet zich in om de (potentieel) aanvrager te informeren, begeleiden en faciliteren. Dit doen we onder andere door website-informatie over het digitaal indienen van een aanvraag omgevingsvergunning. Daarnaast is telefonisch klantencontact mogelijk via het frontoffice.

Scheiding van functies Om de objectiviteit van onze werkzaamheden te waarborgen, hanteren we binnen de gemeente een scheiding tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit houdt in dat de behandelaar van een vergunningaanvraag geen toezicht houdt op de uitvoering daarvan. We stimuleren wel de samenwerking tussen de verschillende rollen, zodat kennis voldoende wordt gedeeld en de kwaliteit van de gehele VTH-keten gewaarborgd blijft. Samenwerking ketenpartners Een goede samenwerking tussen de gemeente en ketenpartners is van groot belang voor een effectieve en efficiënte aanpak van vraagstukken in de leefomgeving. Bij sommige aanvragen hebben wij te maken met meerdere bevoegde gezagen. Door de samenwerkende partners elkaar te laten versterken, kan de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving verbeteren. Het bevordert kwalitatief betere adviezen, gebaseerd op gedeelde informatie en uitgangspunten. Om deze reden zoeken wij naar integrale afstemming rondom aanvragen door gebruik te maken van de zgn. “samenwerkingsruimte” in het omgevingsloket voor het uitwisselen van adviezen en de omgevingstafel voor het beoordelen van alle benodigde (externe) toestemmingen.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

5

Het initiatievenproces Voordat een inwoner of ondernemer een vergunningaanvraag doet, kan er ook gekozen worden om het initiatief met de gemeente te bespreken of doorlopen. Dit kan bij de gemeente op de volgende manier: • •

Een intaketafel voor plannen die strijdig zijn met het Omgevingsplan; Een omgevingstafel voor plannen die op de intaketafel als kansrijk zijn beoordeeld.

Op de intaketafel wordt gekeken of het initiatief maatschappelijke waarde heeft en of deze bestuurlijk wenselijk is. Dit proces wordt behandeld door Team VTH. Als het initiatief als kansrijk wordt gezien, wordt deze eventueel aan de omgevingstafel behandeld. De uitkomst van een omgevingstafel is een ontvankelijke aanvraag die de initiatiefnemer kan indienen. Dit kan een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit aanvraag zijn of een verzoek tot wijzigen van het Omgevingsplan. Het proces van de omgevingstafel wordt opgepakt door de diverse teams binnen het ruimtelijke domein. De rol van Team VTH binnen dit proces moet nog bepaald worden. Werkwijze vooroverleg Voordat een inwoner of ondernemer een vergunningaanvraag doet, kan er ook gekozen worden om een plan in schetsontwerp te laten toetsen. Bij een vooroverleg wordt een plan getoetst aan het Omgevingsplan en de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Tijdens het vooroverleg worden plannen niet voorgelegd aan ketenpartners. Deze toets vindt plaats tijdens de definitieve aanvraag. De inwoner of ondernemer krijgt een indicatie of de vergunning voor het plan verleend kan worden. Werkwijze vergunningen Na binnenkomst van de aanvraag, volgen wij standaard werkwijzen op hoofdlijnen. De processtappen van de standaardwerkwijzen zijn vastgelegd in het VTH-zaaksysteem Centric Leefomgeving.

Het verloop van de afhandeling van vergunningaanvragen of meldingen wordt in dit systeem bijgehouden. Beschrijving proces vergunningverlening De gemeente volgt bij de behandeling van een vergunningaanvraag de wettelijke reguliere of uitgebreide procedure, zoals vastgelegd in de Awb en het Omgevingsrecht. In zijn algemeenheid ziet dit proces eruit zoals hieronder beschreven.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

6

Tabel: Algemene processtappen vergunningverlening Processtap 1 Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag 2 Sturen ontvangstbevestiging 3 Vergunningverlener bepaalt: a. Bevoegd gezag. b. Uitgebreide of reguliere procedure. c. Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen d. Overzicht bewaken over lopende procedures en de voorgang. 4 Vergunningverlener is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: a. Toets volledigheid en ontvankelijkheid. b. (Vak)inhoudelijke toets aan relevante beoordelingskaders. c. Uitzetten bij interne- en externe adviseurs. d. Bewaken van de termijn, e. Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager. f. Opstellen (concept)beschikking. g. Registratie en verzenden beschikking. 5 Digitaal afhandelen dossier (leges opvoeren en doorzetten naar Toezicht) Beoordelingscriteria Omgevingswet vergunningen De gemeente hanteert objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. De criteria bestaan zowel uit wettelijke bepalingen, als uit lokale beleidsregels en verordeningen. Hieronder een opsomming van de belangrijkste criteria: • • • • • • • • • •

Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Omgevingsbesluit (Ob) De Omgevingsregeling Het invoeringsbesluit Omgevingsplan Krimpenerwaard Omgevingsvisie Krimpenerwaard Welstandsnota gemeente Krimpenerwaard 2017; BOPA-beleid.

Gemeente Krimpenerwaard heeft in 2021 een Omgevingsvisie vastgesteld. Vanaf 1 januari 2024 wordt er gewerkt met het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan zal de komende jaren aangevuld worden met planregelsets. Dit ter vervanging van de planregels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

7

Werkwijze meldingen Voor meldingen geldt de grondslag van het Bbl. In tegenstelling tot vergunningaanvragen wordt bij meldingen alleen een beoordeling op volledigheid uitgevoerd. Wanneer de melding niet volledig is, wordt de melder hiervan op de hoogte gebracht. Volledige meldingen krijgen bericht dat aan de meldingsplicht is voldaan. Meldingen op basis van het Bal en meldingen op basis van het Bbl met betrekking tot slopen en asbestverwijdering en een puinbreker worden afgehandeld door de Omgevingsdienst Midden Holland. Deze meldingen worden door het omgevingsloket rechtstreeks doorgezet naar de Omgevingsdienst. Bouw- en gereedmeldingen Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet werd een bouwplan preventief getoetst aan het Bouwbesluit. Dit is voor bouwwerken in gevolgklasse 1 (zoals grond gebonden woningbouw en bedrijfspanden met maximaal 2 bouwlagen ) vervangen door toetsing door een kwaliteitsborger. Er zijn wel vaste momenten in het proces ingebouwd waarin de initiatiefnemer verantwoording moet afleggen aan de gemeente over de naleving van de bouwtechnische voorschriften. Dit gaat in de vorm van een bouwmelding, vier weken voorafgaand aan de start van de werkzaamheden en een gereedmelding 10 werkdagen voor ingebruikname van het bouwwerk. In de basis gaan wij hiermee hetzelfde om als met de overige meldingen.

Als er lokaal gebonden risico’s zijn, dan worden deze gecontroleerd in het borgingsplan. Brandveilig gebruik De vergunningsplicht voor het brandveilig gebruiken van een bouwwerk is onder de Omgevingswet komen te vervallen. Aanvullend op de bestaande meldingsplicht is voor het gebruik van bouwwerken die onder Wabo vergunningplichtig waren nu ook een meldingsplicht van toepassing.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

8

Toezichtstrategie Onder toezicht wordt verstaan het controleren of de wettelijke bepalingen worden nageleefd. Toezicht is in te delen in twee soorten: • •

Toezicht op de naleving en Strafrechtelijke opsporing.

Toezicht op de naleving zijn werkzaamheden die door de gemeente worden verricht om na te gaan of bijvoorbeeld vergunningvoorschriften worden nageleefd. Strafrechtelijke opsporing bestaat uit werkzaamheden ter vaststelling van een strafbaar feit. Toezicht aan de hand van klachten en incidentmeldingen, niet-routinematig toezicht, kan zowel onder toezicht op de naleving als onder opsporing vallen. Dit is afhankelijk van de aard en de inhoud van de klacht of incidentmelding. Over het algemeen valt toezicht dat plaats vindt aan de hand van klachten en incidentmeldingen binnen het omgevingsrecht onder toezicht op de naleving. Een toezichthouder heeft naast het houden van toezicht op zijn of haar eigen beleidsterrein ook een signalerende functie. Zo kunnen toezichthouders ook de ogen en oren zijn voor andere specialismen en kunnen zij indien noodzakelijk een signaal afgeven als zij een overtreding constateren dat buiten hun eigen specialisme/bevoegdheid valt. Het is voor de toezichthouders niet mogelijk overal tegelijkertijd zijn. Daarom willen we ernaartoe om zoveel mogelijk risico-gestuurd te gaan werken. Aan de hand van een risicoanalyse wordt aan een activiteit een prioriteit gegeven van hoog naar laag. De prioriteit van een activiteit bepaalt namelijk de diepgang van het toezicht en/of de frequentie van de inspectie. Dit gaan we de komende beleidsperiode verder uitwerken.

De toezichthouders registeren de controlezaken in Centric Leefomgeving. Dit softwarepakket is nog in ontwikkeling, wat datasturing op dit taakveld tot op heden lastig maakt. De komende beleidsperiode wordt dit opgebouwd en ingevoerd. Welke soorten toezicht zijn er? Wij hanteren de volgende toezichtvormen: •

•

Toezicht op vergunningen: Hieronder valt het toezicht op verleende omgevingsvergunningen tijdens de uitvoeringsfase. Qua diepgang van het toezicht volgen we de prioritering hoog, gemiddeld of laag zoals in de omgevingsanalyse opgenomen. Toezicht n.a.v. klacht of melding: Toezicht waarbij op verzoek van Handhaving ter plaatse één of meerder inspecties worden uitgevoerd. Qua diepgang van het toezicht volgen we de prioritering hoog, gemiddeld of laag zoals in de omgevingsanalyse opgenomen

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

9

•

•

•

Thematisch/projectmatig toezicht Toezicht ten aanzien van een bepaald thema of gebied. Veelal in samenwerking met een ketenpartner. Jaarlijks zal in het uitvoeringsprogramma worden opgenomen op welk thema of gebied toezicht gehouden wordt. (Integraal) Signaaltoezicht: Toezicht waarbij een toezichthouder een signaal doorgeeft als de geconstateerde overtreding buiten zijn expertise valt, heet signaaltoezicht. Door deze manier van werken aan te houden beogen wij een integrale koppeling van de verschillende VTH-taken in de openbare ruimte en de bouw- en milieutaken. Signaaltoezicht is een overkoepelende vorm van toezicht en kan worden toepast bij elk van de hierboven beschreven vormen van toezicht. Ondermijning Toezicht waarbij in samenwerking met Team Openbare Orde en Veiligheid controles worden uitgevoerd in kader van ondermijning.

Voorbereiding toezicht De gemeente draagt zorg voor de kwaliteit van de uitvoering van toezicht en zorgt ervoor dat de controles door toezichthouders op een uniforme wijze worden uitgevoerd. Dit is onder andere mogelijk door een goede voorbereiding. Voordat een toezichtcontrole wordt uitgevoerd, verzamelt en beoordeelt de toezichthouder de relevante documenten bij een casus. Indien gewenst wordt overlegd met andere vakdisciplines voordat een toezichtcontrole wordt uitgevoerd. Zaakrapportage Om de uitvoering te kunnen monitoren moeten alle relevante zaken geregistreerd worden. De gegevens in de zaakrapportage leveren informatie over het effect van de handelingen die de gemeente uitvoert op het naleefgedrag van wet- en regelgeving. Als uit de monitoring blijkt dat het naleefgedrag niet het gewenste effect oplevert vormt dit input om de toezichtstrategie aan te passen. Op die manier draagt zaakrapportage op de lange termijn bij aan de strategievorming. De doorlopen stappen, de genomen beslissingen en verdere relevante documenten worden daarom door de toezichthouders opgeslagen in de daarvoor bedoelde applicatie. De volgende gegevens worden geregistreerd: • •

Uitgevoerde (her)controles. Geconstateerde overtredingen.

Communicatie van de rapportage De controlerapporten worden niet actief gedeeld. In overleg met handhaving worden controlerapporten gedeeld met belanghebbenden wanneer daarom wordt verzocht. Persoonlijke gegevens anonimiseren wij daarbij.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

10

Handhavingsstrategie Als het bevoegd gezag uit eigen waarneming kennisneemt van een overtreding, verzocht wordt handhavend op te treden of vanuit de kwaliteitsborger geïnformeerd wordt dan geldt de beginselplicht tot handhaven. Het uitgangspunt bij handhaven is de overtreding weg te nemen en/of om herhaling in de toekomst te voorkomen. Handhaven is maatwerk en daarom wordt per overtreding een gedegen juridische afweging gemaakt, zodat gebreken in het handhavingstraject worden voorkomen. De gestelde prioritering uit de risicoanalyse bepaald wanneer handhavend wordt opgetreden. De prioritering is opgenomen in de Omgevingsanalyse. Op welke wijze wij handhavend optreden bepalen wij zoveel mogelijk aan de hand van de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (hierna: LHSO). Deze strategie heeft het doel om een uniforme toepassing van sancties te borgen door passend te interveniëren bij iedere bevinding. De handhaver kan hiermee de overtreding in de interventiematrix van het LHSO plaatsen en behorende bij die positionering handelen. Zo is de LHSO vooral een afwegingsinstrument voor uitvoerders in handhaving. Door de LHSO te volgen kan worden gekomen tot onderling afgestemd en effectief handelen van de handhavingspartners (politie, Openbaar Ministerie en omgevingsdienst).

Legalisatieonderzoek Bij de start van een handhavingstraject wordt eerst onderzocht of de betreffende activiteit alsnog gelegaliseerd kan worden. In de praktijk betekent dit dat we onderzoeken of het mogelijk is om voor de activiteit een omgevingsvergunning te verlenen. Dit proces kan enige tijd in beslag nemen, afhankelijk van de complexiteit van de situatie. Als er een mogelijkheid is om de activiteit te legaliseren, wordt de overtreder in de gelegenheid gesteld om binnen een door ons gestelde termijn een omgevingsvergunning aan te vragen. Wanneer de overtreder hieraan voldoet en de vergunning wordt verleend, kan van verdere handhaving worden afgezien. Bestuurlijke boete LHSO Onderdeel van de LHSO is de bestuurlijke boete. Dit handhavingsinstrument is voor bepaalde overtredingen een effectiever instrument dan het toepassen van bestuursdwang. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de overtreding onherstelbaar is, zoals het kappen van bomen zonder een benodigde omgevingsvergunning of het niet naleven van gestelde vergunningsvoorwaarden. We hebben de bestuurlijke boete voor het onderdeel omgevingsrecht echter nog niet ingevoerd. De komende beleidsperiode gaan wij onderzoeken hoe wij gebruik kunnen maken van de bestuurlijke boete. Richtlijnen last onder dwangsom De LHSO bevat richtlijnen t.a.v. de hoogte van de dwangsom.

Omdat deze richtlijnen voornamelijk zijn gericht op overtreding van milieuregels hebben wij richtlijnen opgesteld t.a.v. bouwen, aanlegwerkzaamheden, strijdig gebruik, brandveiligheid, sloop, monumenten en constructieve veiligheid. In de bijlage Richtlijnen last onder dwangsom zijn voor de meest voorkomende overtredingen de maximale dwangsombedragen en de maximale lengte van de begunstigingstermijnen opgenomen. De richtlijn biedt enige houvast bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en de te stellen termijn en is niet uitputtend bedoeld. Voor overtredingen die niet Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

11

in de dwangsomtabel zijn opgenomen wordt de hoogte van de dwangsom en de te stellen termijn per specifieke situatie nader bepaald, waarbij aansluiting gezocht wordt bij overtredingen die daarop lijken. Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het individuele geval kan gemotiveerd worden afgeweken van de in de tabel genoemde waarden. Voor een last onder dwangsom wordt niet gekozen, indien het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen, zich daartegen verzet. Handhaving Besluit bouwwerken leefomgeving Tijdens de bouw van een project waar een kwaliteitsborger het toezicht op de kwaliteit controleert, kunnen er handhavingsverzoeken worden gedaan door omwonenden of de kwaliteitsborger informeert het bevoegd gezag over een strijdigheid met het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) die niet opgelost kan worden met de initiatiefnemer. In een dergelijk geval geldt prioriteit en het proportionaliteitsbeginsel. Voor het bepalen van proportionaliteit kan rekening worden gehouden met de volgende aspecten: • • • • •

Jurisprudentie Er is sprake van een klein verschil Het verschil is niet of nauwelijks met het blote oog waarneembaar Derden worden niet in hun belangen geschaad Het ongedaan maken van de overtreding brengt buitenproportioneel hoge kosten met zich mee of zou onevenredig zijn jegens overtreder

De komende beleidsperiode gaan we ervaring opdoen met mogelijke handhaving op strijdigheden met het Bbl. Aan de hand van monitoring en ervaring zal het beleid wordt geëvalueerd en aangepast waar nodig. Gereedmelding bij gefaseerde ingebruikname Bij grotere woningbouwprojecten worden woningen veelal in delen opgeleverd. Tussen de oplevering en bewoning van de eerste woningen en de oplevering van de laatste woningen kan een geruime tijd zitten. Door stichting Instituut bouwkwaliteit (IBK) is een factsheet uitgebracht waarin verschillende mogelijkheden worden beschreven hoe gemeente daar onder de werking van de Wkb mee om kunnen gaan. De volgende opties worden geschetst: • • •

Indien er geen signalen van de kwaliteitsborger of derden zijn en geen eigen waarnemingen dat er mogelijk iets niet klopt, de formele gereedmelding afwachten en in de tussentijd niet handhaven op ingebruikname. Uitgaand van de onder punt 1 genoemde optie en indien daar reden toe is op basis van artikel 2.20 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) aanvullend informatie opvragen over een specifiek onderdeel bij de oplevering van iedere fase (deellevering). Richting opdrachtgever van tevoren aangeven dat het uitgangspunt is dat twee weken voor iedere fase een volledige gereedmelding wordt gedaan. In dat geval moet dan eerder ook per fase een bouwmelding zijn gedaan.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

12

Het is van belang om vooraf duidelijk vast te leggen welke optie er wordt gekozen en die vooraf duidelijk te communiceren. Per optie zal de impact anders zijn op de keuzes en afwegingen die gemaakt moeten worden in onze bedrijfsvoering. Optie 3 wordt als meest wenselijk gezien. Casco bouw In de praktijk worden bouwwerken nogal eens casco opgeleverd, bijvoorbeeld zonder badkamer of keuken. Hieronder leest u een toelichting op het juridisch kader en de praktische uitwerking. Juridische kader: Ingebruikname zonder gereedmelding is niet toegestaan. In geval van een cascolevering zullen delen van het bouwwerk niet klaar zijn. Indien dit delen betreft die op grond van de voorschriften van het Bbl verplicht zijn dan zal een kwaliteitsborger geen verklaring kunnen afgeven bij oplevering en is gereedmelding dus niet mogelijk. Praktische uitwerking: Dit probleem zal met name spelen daar waar de aannemer de opdrachtgever van de kwaliteitsborger is, zoals bij de waarborginstellingen. Indien de opdracht van de kwaliteitsborger niet verder strekt dan de oplevering, dan zijn er twee mogelijkheden om alsnog te zorgen voor een verklaring zodat gereed gemeld kan worden. • •

De opdrachtgever kan zelf een aanvullende opdracht aan de kwaliteitsborger geven om de laatste openstaande punten af te ronden. De kwaliteitsborger kan een “verklaring” afgeven dat het bouwwerk met uitzondering van de cascopunten voldoet. De opdrachtgever kan dan met een eigen kwaliteitsborger de resterende punten afronden.

Aangezien casco en semi-casco regelmatig voorkomt bij woningbouw – de bewoner bouwt zelf zijn badkamer af bijvoorbeeld – is het voor bouwers en kwaliteitsborgers zaak om opdrachtgever goed te informeren over de consequenties. In veel gevallen zal de opdrachtgever zijn bouwwerk in gebruik hebben genomen voordat de laatste cascopunten zijn opgelost. Het bevoegd gezag kan – indien duidelijk is dat de cascopunten zijn belegd bij een (nieuwe) kwaliteitsborger – ook hierbij gebruik maken van zicht op legalisatie en dus afzien van handhaven.”

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

13

Sanctiestrategie Aan de hand van de bevindingen van de toezichthouder, moet het bevoegd gezag bepalen op welke wijze wordt geïntervenieerd om de overtreding te (laten) beëindigen. In de LHSO is daartoe een interventiematrix ontwikkeld, die richting geeft aan de wijze waarop opgetreden wordt. Hierbij wordt gekeken naar de (mogelijke) gevolgen van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Optreden In lijn met de LHSO kiest de gemeente Krimpenerwaard voor het zo licht mogelijk starten met het op herstel gericht interveniëren en het vervolgens inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. Uiteraard worden de bestuursrechtelijke middelen ingezet totdat sprake is van naleving. Keuze en invulling herstelsanctie Wat in relatie tot de overtreding een passende bestuursrechtelijke maatregel is, is afhankelijk van de situatie. Per geval wordt gekozen voor het meest doelmatige handhavingsinstrument. In de meeste gevallen kiest de gemeente Krimpenerwaard voor het opleggen van een last onder dwangsom. Tot een last onder bestuursdwang wordt ten aanzien van de fysieke leefomgeving niet snel besloten. Bestuursdwang kan hier slechts aan de orde zijn als er een spoedeisend belang is, als op voorhand duidelijk is dat de overtreder de overtreding niet zelf ongedaan zal (laten) maken of als een eerdere last onder dwangsom niet tot beëindiging van de overtreding heeft geleid.

Last onder dwangsom Op grond van artikel 5:32b, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) zijn er drie dwangsomsoorten: • • •

Een bedrag ineens; Een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd; Een bedrag per overtreding van de last

In de gemeente is gekozen om in principe een dwangsom ineens op te leggen. Dit is effectiever vanwege de hoogte van het bedrag en legt een kleiner beslag op de toezichtscapaciteit. Slechts bij het overtreden van voorschriften inzake het onderhoud van brandinstallaties is gekozen voor een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd, vanwege de vereiste snelheid waar dergelijke gebreken verholpen kunnen en moeten zijn. Herstellend handhavingstraject Een herstellend handhavingstraject kent in principe de volgende stappen, waarbij in elke stap een begunstigingstermijn wordt gegeven om de overtreding te beëindigen: • •

Voornemen herstelsanctie Herstelsanctie

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

14

Uitzonderingen Er kan aanleiding bestaan om direct over te gaan tot het opleggen van een herstelsanctie. Dit is met name aan de orde wanneer (ernstige) volksgezondheid-, openbare orde en/of veiligheidsaspecten in het geding zijn of wanneer voortduring van de overtreding tot onomkeerbare effecten leidt. Dan zal het college direct tot het toepassen van een passende bestuursrechtelijke maatregel besluiten. Preventieve herstelsanctie In situaties waar sprake is van klaarblijkelijk gevaar van een overtreding in de toekomst, kan al een preventieve last onder dwangsom worden opgelegd (artikel 5:7 Awb). Bijvoorbeeld als dezelfde overtreding eerder heeft plaatsgevonden of als sprake is van een aankondiging van een illegale situatie in de krant, internet of sociale media. Ook een preventieve last onder bestuursdwang kan in voorkomende gevallen worden opgelegd. Naar aanleiding van een verzoek wordt na één jaar de preventieve herstelsanctie heroverwogen en beoordeelt of de sanctie kan worden ingetrokken. Voortduren overtreding Als een last onder dwangsom is opgelegd en nadat een dwangsom (maximaal) is verbeurd, kan het voorkomen dat de overtreding nog steeds voortduurt. Er kan dan een tweede, nieuwe, last onder dwangsom opgelegd worden. De stap van het voornemen last onder dwangsom wordt dan overgeslagen.

De dwangsomhoogte wordt in dat geval gesteld op twee- of driemaal het oorspronkelijke dwangsombedrag, omdat het oorspronkelijke dwangsombedrag kennelijk een onvoldoende prikkel vormde om de overtreding te doen beëindigen. Nadat een tweede last onder dwangsom wordt opgelegd en nadat die dwangsom (maximaal) is verbeurd, wordt in principe geen derde last onder dwangsom opgelegd als de overtreding voortduurt, maar een last onder bestuursdwang. Verlengen begunstigingstermijn en opschorten looptijd handhavingsbesluiten De begunstigingstermijn is op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen door gebruik te maken van de dwangsomtabel uit de bijlage: Richtlijnen last onder dwangsom. Uitgangspunt is dan ook dat de begunstigingstermijn niet verlengd wordt. Slechts in enkele bijzondere gevallen kan overgegaan worden tot verlenging van de begunstigingstermijn. Hieronder worden deze gevallen opgesomd: •

•

•

Indien de overtreder om een verlening van de begunstigingstermijn verzoekt en aan de hand van objectieve gegevens aannemelijk kan maken dat hij de opgelegde last niet binnen de daartoe gestelde termijn kan uitvoeren. Hierbij moet de overtreder teven een concrete termijn geven waarbinnen hij de opgelegde last wel kan uitvoeren. Als een overtreder zelf te laat is begonnen met het aanvragen van offertes of het geven van een opdracht, wordt de begunstigingstermijn niet verlengd. Indien de overtreder aan de hand van objectieve gegevens aannemelijk maakt dat opheffing van de illegale situatie (bijvoorbeeld door bedrijfsverplaatsing/omzetting van de bedrijfsvorm/pensionering) in het vooruitzicht ligt. Ook hierbij geldt dat de overtreder een concrete termijn voor het opheffen van de illegale situatie moet geven. In het geval dat er sprake is van een handhavingsverzoek kan de begunstigingstermijn verlengd worden om gesprekken (waaronder mediation) te faciliteren, als alle betrokken partijen hiermee instemmen.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

15

Er kunnen ook indicaties zijn om juist niet over te gaan tot verlenging: • •

Als er sprake is van gevaar(zetting), hinder of overlast, of als andere soorten belangen geschaad kunnen worden, op het onderhavige perceel, in de omliggende fysieke leefomgeving of bij derden belanghebbenden. Als er geen zicht op legalisatie is, omdat de gemeente eerder al een aanvraag om omgevingsvergunning of ingediend plan voor een vooroverleg of intaketafel heeft afgewezen.

Bezwaarfase Indien tijdens de bezwaarfase wordt verzocht om verlenging van de begunstigingstermijn, wordt hiermee ingestemd tenzij belangen van derden onevenredig wordt geschaad of er gevaar is voor de veiligheid of volksgezondheid of onomkeerbare gevolgen optreden. De verlenging van de begunstigingstermijn duurt tot maximaal zes weken na de beslissing op bezwaar en/of de in de bestreden beschikking gegeven begunstigingstermijn na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Aan een verzoek om opschorting van de looptijd wordt niet meegewerkt of dit wordt desgewenst aangemerkt als een verzoek om het verlengen van de begunstigingstermijn. Beroepsfase of hoger beroepsfase Indien tijdens de beroepsfase of hoger beroepsfase wordt verzocht om verlenging van de begunstigingstermijn of om opschorting van de looptijd totdat op het beroep of hoger beroep is beslist, wordt daar in principe niet mee ingestemd. Dan geldt in principe de weg van de voorlopige voorziening. Voorlopige voorziening hangende beroep of hoger beroep Indien de rechtbank verzoekt om de werking van een handhavingsbesluit op te schorten totdat op het verzoek is beslist, wordt hiermee in principe ingestemd tenzij belangen van derden onevenredig worden geschaad of er gevaar is voor de veiligheid of volksgezondheid of onomkeerbare gevolgen optreden.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

16

Gedoogstrategie Gedogen betekent dat een instantie die de wettelijke bevoegdheid heeft om op te treden tegen een overtreding, er toch voor kiest om niet op te treden. Voor de gemeente is het uitgangspunt om op te treden tegen een overtreding. Het gedogen van overtredingen is daarom een uitzondering. Wanneer er sprake is van een uitzondering dan wordt de strategie gevolgd uit de nota “Grenzen aan gedogen” vastgesteld door het kabinet in 1996. Er moet altijd een zorgvuldige afweging worden gemaakt tussen het belang van handhaving en het belang van gedogen. Als er toch wordt besloten om te gedogen, dan moet dit goed worden gemotiveerd en er moet controle plaatsvinden om te voorkomen dat er misbruik wordt gemaakt van deze uitzondering. Indien door prioriteitstelling geen actief handhavingsbeleid wordt gevoerd ten aanzien van bepaalde normovertredingen, is er geen sprake van gedogen.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

17

Externe afstemming De gemeente Krimpenerwaard voert niet alle werkzaamheden zelf uit. Bepaalde werkzaamheden zijn uitbesteed of zijn er samenwerkafspraken gemaakt met ketenpartners. Deze afspraken zijn belangrijk en dragen bij aan de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Zonder uitputtend te zijn, zijn enkele belangrijke ketenpartners: Externe partner Veiligheidsregio Hollands Midden

Doel samenwerking De veiligheidsregio werkt aan de publieke veiligheid en gezondheid. Zij zijn de Brandweer, GGD, GHOR, Ambulance-zorg en Veilig Thuis. Zij adviseert en ondersteunt de gemeente bij de vergunningverlening (bouwen, milieu, gebruik) op het gebied van brandveiligheid, bereikbaarheid en bluswater-voorzieningen, ruimtelijke ordening inclusief externe veiligheid van brandveilig gebruik en gezondheid. Ook voert de VRHM op deze gebieden toezicht uit.

Omgevingsdienst Midden-Holland

De omgevingsdienst voert de wettelijke én enkele aanvullende (milieu)taken uit namens de gemeente. Zo adviseert de omgevingsdienst de gemeente bij vergunningverlening afhankelijk van het plan op het gebied van milieuaspecten, zoals bodem, geluid, natuurwetgeving, archeologie en andere activiteiten. Ook houdt zij toezicht op de milieuaspecten en voert zij de taken met betrekking tot sloopmeldingen. In de gemeenschappelijke regeling is opgenomen welke taken de omgevingsdienst voor de gemeente kan uitvoeren. Voor de gemeente wordt dit specifiek (inhoudelijk & financieel) gemaakt in een jaarprogramma.

Omgevingsdienst Haaglanden

De omgevingsdienst Haaglanden adviseert (namens de Provincie Zuid-Holland) over grondwaterbeschermingsgebied voor zover dit wordt aangestuurd vanuit het Omgevingsplan. Daarnaast wordt wanneer er sprake is van een meervoudige activiteit advies met instemming gevraagd over MBA’s op basis van de Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland of Natura 2000 en Flora en Fauna activiteiten.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

Hoe De samenwerkingsafspraken tussen de veiligheidsregio en de gemeente zijn vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling. Er is tevens een document Procesafspraken Expertise en Advies waarin procesafspraken zijn uitgewerkt. Adviezen worden opgevraagd via de samenwerkingsfunctionaliteit van het DSO. In het geval van toezicht (gezamenlijke controles) en handhaving verloopt het contact via de e-mail. Vanuit de gemeente is het contact over de taken met de omgevingsdienst belegd bij twee contactpersoon die voor afstemming zorgen. Over de advisering en de samenwerking tussen de gemeente en de ODMH als ketenpartner zijn werkafspraken gemaakt. Adviezen worden opgevraagd via de samenwerkingsfunctionaliteit van het DSO. In het geval van toezicht (gezamenlijke controles) en handhaving verloopt het contact via de e-mail. Adviezen worden opgevraagd via de samenwerkingsfunctionaliteit van het DSO. In het geval van toezicht (gezamenlijke controles) en handhaving verloopt het contact via de e-mail.

18

Provincie Zuid-Holland

Politie en Openbaar Ministerie

Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit Krimpenerwaard (GAOK) Hoogheemraadschappen

Het team planbeoordeling geeft advies en houdt toezicht op de naleving van de instructieregels bij ruimtelijke plannen, waarbij de focus ligt op de formele procedure voor het wijzigen van een omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning. Uitgangspunt van de afspraak tussen provincie en gemeente is dat de gemeente de provincie tijdig informeert over ruimtelijke plannen. De Provincie heeft hierover een handleiding ‘Werkwijze Planadvisering Omgevingswet 2024’ gepubliceerd wat gebruikt kan worden als naslagwerk. Afstemming over strafrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke handhavingstraject kan ertoe leiden dat de politie wordt ingeschakeld of dat zaken aan het Openbaar Ministerie worden overgedragen voor een strafrechtelijk traject. Deze commissie adviseert het bevoegd gezag over initiatieven, bouwplannen en aanvragen die gaan over (Rijks)monumenten op het gebeid van welstand en erfgoed. Binnen het grondgebied van de gemeente Krimpenerwaard bevinden zich drie Hoogheemraadschappen: • • •

Rijkswaterstaat

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Hoogheemraadschap van Rijnland

In het omgevingsplan is aangegeven wanneer een advies van een hoogheemraadschap nodig is. Nieuw onder de omgevingswet is de coördinatieregeling bij gelijktijdig ingediende wateractiviteit en omgevingsplan activiteit. Over de uitvoering van de coördinatie zijn werkafspraken gemaakt. In het omgevingsplan is aangegeven wanneer een advies van Rijkswaterstaat nodig is. In geval ook advies nodig is van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, stemmen beide ketenpartners onderling hun adviezen af.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

Over de afstemming met de provincie is een beleidsregel opgesteld. Informeren over ruimtelijke plannen verloopt via het eformulier ‘aanbieden ruimtelijke plannen’ van de Provincie ZuidHolland.

Handhavingsarrangement LHSO Afstemming loopt via Team OOV en bij handhaving verloopt contact via de e-mail. Adviezen worden opgevraagd via de samenwerkingsfunctionaliteit van het DSO en het behandelsysteem Centric Leefomgeving Met de Hoogheemraden zijn regionaal werkafspraken gemaakt. Adviezen worden opgevraagd via de samenwerkingsfunctionaliteit van het DSO. In het geval van toezicht (gezamenlijke controles) en handhaving verloopt het contact via de e-mail.

Adviezen worden opgevraagd via de samenwerkingsfunctionaliteit van het DSO. In het geval van toezicht (gezamenlijke controles) en handhaving verloopt het contact via de e-mail.

19

Bijlage: Richtlijnen last onder dwangsom Inleiding In de tabel opgenomen in deze richtlijnen, zijn voor de meest voorkomende overtredingen de maximale dwangsombedragen en de maximale lengte van de begunstigingstermijnen opgenomen. De tabel geeft een richtlijn aan en biedt enig houvast bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en de te stellen termijn. De tabel is niet uitputtend bedoeld. Voor overtredingen die niet in deze tabel zijn opgenomen wordt de hoogte van de dwangsom en de te stellen termijn per specifieke situatie nader bepaald, waarbij aansluiting gezocht wordt bij overtredingen die daar op lijken. Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het individuele geval kan gemotiveerd worden afgeweken van de in de tabel genoemde waarden. Voor een last onder dwangsom wordt niet gekozen, indien het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen, zich daartegen verzet. Dwangsomvormen In principe zullen wij een last onder dwangsom opleggen waarbij het dwangsombedrag ineens wordt verbeurd. Bij overtredingen waarbij de overtreding een handeling of nalaten daarvan inhoudt, kan ook een voor andere dwangsomvorm worden gekozen. In dat geval wordt dwangsomhoogte vastgesteld op 1/10e van het dwangsombedrag uit de tabel, waarbij de dwangsom maximaal tien keer verbeurd kan worden, met een maximum van dat dwangsombedrag.

In plaats van een dwangsombedrag ineens van € 10.000,- zou er bijvoorbeeld ook gekozen kunnen worden van een dwangsom van € 1.000,- per week dat de overtreding voortduurt, met een maximum dwangsombedrag van € 10.000,-. Voor een bedrag per tijdseenheid of per overtreding van de last wordt slechts in uitzonderlijke gevallen gekozen. Dit wordt dan ook per casus beoordeeld en beargumenteerd. Hoogte van de dwangsom In de tabel hieronder geven wij richtlijnen van de dwangsomhoogtes. Deze bedragen maken onderscheid in de aard van de overtreding en de overtreden norm, en de omvang van de overtreding. Deze bedragen vormen richtlijnen en kunnen in individuele gevallen worden verhoogd of verlaagd, bijvoorbeeld wegens de volgende omstandigheden: • •

• •

Het financiële voordeel dat de overtreder geniet van de overtreding. Dit kan bijvoorbeeld het voortduren van een bedrijfsmatige activiteit zijn, maar ook de kosten voor het installeren van veiligheidsinstallaties. De houding van de overtreder bij de overtreding of in het verleden (met een maximum van 5 jaar in het verleden). Als de overtreder bijvoorbeeld eerder zich niet aan een last onder dwangsom heeft gehouden, dan kan dit aanleiding zijn om de financiële prikkel van de nieuwe last onder dwangsom te versterken door middel van een hoger dwangsombedrag. De impact van de overtreding. De voorbeeldfunctie van de overtreder naar de samenleving toe.

Een dwangsombedrag moet altijd, ook na verhoging of verlaging, in verhouding staan tot de overtreden overtreding. Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

20

Dwangsomtabel In de volgende tabel worden richtlijnen gegeven voor de dwangsomhoogtes in relatie tot een aantal categorieën van overtredingen. Als een overtreding niet specifiek genoemd wordt, wordt aansluiting gezocht bij een vergelijkbare categorie. De dwangsomhoogtes moeten uiteraard altijd voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het de beginselen van evenredigheid en proportionaliteit. Dit kan er toe leiden dat een dwangsombedrag hoger of lager kan zijn. Een dwangsombedrag wordt altijd gemotiveerd in de last onder dwangsom. Bij elke activiteit waarbij wordt gesproken over handelen “zonder omgevingsvergunning”, wordt ook handelen “in afwijking van een verleende omgevingsvergunning” geschaard. Dwangsomhoogte Begunstigingstermijn Bouwen, omgevingsplanactiviteit, zonder omgevingsvergunning (artikel 5.1 lid 1 sub a Omgevingswet), Bouwen, technische omgevingsplanactiviteit, zonder omgevingsvergunning (artikel 5.2 lid 1 sub a Omgevingswet), en/of Het in stand laten van een zonder omgevingsvergunning gebouwd bouwwerk (artikel 5.6 Omgevingswet) Kwalificatie licht (bijv. bijbehorende € 2.500,- of 2 maanden bouwwerken <50m²) de geschatte bouwkosten Kwalificatie gemiddeld (bijv. € 5.000,- of 3 maanden bijbehorende bouwwerken 50m² t/m de geschatte bouwkosten 150m²) Kwalificatie zwaar (bijv.

€ 10.000 of de geschatte 3 maanden hoofdgebouwen, bijbehorende bouwkosten bouwwerken >150m²) Uitvoeren van een werk of werkzaamheden, omgevingsplanactiviteit, zonder omgevingsvergunning (artikel 5.1 lid 1 sub a Omgevingswet), zoals het aanleggen, verharden, dempen of graven van terrein. Kwalificatie licht (bijv. werken van € 2.500,- of 2 maanden <50m²) de geschatte bouwkosten Kwalificatie gemiddeld (bijv. werken € 5.000,- of 3 maanden van 50m² t/m 150m²) de geschatte bouwkosten Kwalificatie zwaar (bijv. werken van € 10.000 of de geschatte 3 maanden >150m² bouwkosten Het uitvoeren van een omgevingsplanactiviteit (artikel 5.1 lid 1 sub a Omgevingswet), namelijk het gebruiken van een perceel in strijd het (tijdelijke) omgevingsplan Bewoning van een hoofdgebouw, € 15.000,Minimaal 4 maanden bijbehorend bouwwerk of recreatieverblijf Detailhandel, andere bedrijfsmatige € 10.000,- of 3 maanden activiteiten of activiteiten die zo groot een schatting van het zijn dat zij als bedrijfsmatig kunnen financiële voordeel dat worden aangemerkt, opslag van behaald kan worden als dit handelswaar, aannemersmaterialen of hoger is. caravans Seksinrichting € 15.000,6 weken Overig € 10.000,- of 2 maanden een schatting van het

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

21

financiële voordeel dat behaald kan worden Het in gebruik nemen van een gebouw zonder gebruiksmelding vanwege de brandveiligheid (artikel 6.7 Besluit bouwwerken leefomgeving. € 20.000 6 weken. Tevens kan een last worden opgelegd om het gebruik onmiddellijk te staken. Het uitvoeren van een omgevingsplanactiviteit zonder omgevingsvergunning (artikel 5.1 lid 1 sub a Omgevingswet). Kwalificatie licht (bijv. bijbehorende € 2.500,- of 2 maanden bouwwerken <50m², mits geen de geschatte sloopkosten asbest) Kwalificatie gemiddeld (bijv. € 5.000,- of 3 maanden bijbehorende bouwwerken 50m² t/m de geschatte sloopkosten 150m², mits geen asbest) Kwalificatie zwaar (bijv. € 10.000 of de geschatte 3 maanden hoofdgebouwen, bijbehorende sloopkosten. Als er asbest bouwwerken >150m², of elke (waarschijnlijk) aanwezig is, sloopactiviteit waarbij (waarschijnlijk) kan de dwangsom met 50% asbest aanwezig is) verhoogd worden. Het uitvoeren van een rijksmonumentenactiviteit of omgevingsplanactiviteit ten aanzien van gemeentelijke monumenten of beschermde stads- en dorpsgezichten (artikel 5.1 lid 1 sub b en artikel 5.1 lid 1 sub a Omgevingswet). € 20.000 6 weken. Tevens kan een last worden opgelegd om het gebruik onmiddellijk te staken. Het maken of veranderen van een uitweg zonder omgevingsvergunning (artikel 2:12 Algemene plaatselijke verordening Krimpenerwaard, 5.1 lid 1 sub a en 22.8 Omgevingswet).

€ 2.500 6 weken Het (doen) kappen van een boom op de lijst Waardevolle bomen, een Monumentale boom, of Gedenkboom (artikel 5 Bomenverordening gemeente Krimpenerwaard 2023). € 10.000 of Afhankelijk van het 2x de herplantkosten van plantseizoen. een gelijke boom Het uitvoeren van een omgevingsplanactiviteit of bouwactiviteit, of het in stand houden van een bouwwerk of erf in strijd met het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 5.1 lid 1 sub a of artikel 5.1 lid 2 sub a Omgevingswet). Kwalificatie licht € 2.500,- of 2 maanden de geschatte kosten van de te nemen maatregelen Kwalificatie gemiddeld € 5.000,- of 3 maanden de geschatte kosten van de te nemen maatregelen Kwalificatie zwaar (bijv. wanneer er € 10.000 of 3 maanden gevaarzetting is) de geschatte kosten van de te nemen maatregelen Het uitvoeren van een bouwactiviteit zoals bedoeld in artikel 2.17 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zonder dit ten minste vier weken van tevoren te melden of het feitelijk in gebruik nemen van een bouwwerk of bouwwerken zoals bedoeld in artikel 2.17 van het Besluit bouwwerken Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

22

leefomgeving nemen zonder dit ten minste twee weken van tevoren te melden (artikel 2.18 en 2.21 van het Besluit bouwwerken leefomgeving) Kwalificatie licht € 2.500,2 maanden Kwalificatie gemiddeld € 5.000,3 maanden Kwalificatie zwaar (bijv. wanneer er € 10.000 3 maanden gevaarzetting is)

Invordering dwangsom Op de gemeente rust een beginselplicht tot invordering van een verbeurde dwangsom. Als de verbeurde dwangsom niet vrijwillig wordt betaald door de overtreder, zal deze via een dwangbevel worden ingevorderd. Van de invordering van de dwangsom wordt in principe niet afgezien. Als dit tot onaanvaardbare gevolgen leidt, kan de dwangsom gematigd worden en/of een betalingsregeling worden getroffen. Matigen van een dwangsom Als een overtreder na het verstrijken van de begunstigingstermijn aan de opgelegde last geen gehoor heeft gegeven, verbeurt de dwangsom van rechtswege. Het dwangsombedrag is altijd op een zorgvuldige wijze vastgesteld, volgens de hiervoor genoemde richtlijnen. Een verbeurde dwangsom kan in uitzonderlijke gevallen op verzoek van de overtreder gematigd worden. Hieronder staan situaties waarin de dwangsom gematigd kan worden: •

• •

Tijdens de looptijd van de begunstigingstermijn heeft de overtreder een begin gemaakt met het voldoen aan de last. Door bijzondere omstandigheden, die de overtreder concreet moet aantonen, is het niet gelukt binnen de termijn geheel aan de opgelegde last te voldoen. Korte tijd na het verstrijken van de begunstigingstermijn (binnen de helft van de oorspronkelijke begunstigingstermijn) is alsnog volledig aan de last gehoor gegeven; De overtreding is na het verbeuren van de dwangsom gedeeltelijk gelegaliseerd, waardoor de verhouding tussen de hoogte van de dwangsom en (het niet legaliseerbare deel van) de overtreding niet meer evenredig is; Na het verbeuren van de dwangsom blijkt uit –door de overtreder aan te dragen– nieuwe, objectieve gegevens dat inning van het gehele verbeurde bedrag bijzonder ingrijpende gevolgen heeft voor de persoonlijke en/of bedrijfsmatige omstandigheden van de aangeschrevene (bijvoorbeeld: faillissement). Voorwaarde hierbij is dat de opgelegde last korte tijd na het verstrijken van de begunstigingstermijn alsnog is uitgevoerd.

Matiging kan tot maximaal 90% van het totaal verbeurde bedrag, met een minimum van € 100,=, om het effect van de opgelegde dwangsommen niet volledig ongedaan te maken. Uitzondering is de matiging van dwangsommen die zijn opgelegd aan overtreders aan wie een tweede last onder dwangsom en/of last onder bestuursdwang bekend is gemaakt. De matiging bedraagt in dat geval maximaal 50% van het totaal verbeurde bedrag. Er zal dus niet overgegaan worden tot het kwijtschelden van de verbeurde dwangsom. Voor het matigen van de dwangsom geldt de voorwaarde dat de overtreding ongedaan is gemaakt.

Uitvoeringsstrategieën 2025-2028

23

Kostenverhaal bestuursdwang Op grond van artikel 5:25 Awb geschiedt de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder, tenzij deze redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen. In het verlengde hiervan worden de gemaakte kosten dan ook altijd ingevorderd, waarbij de hoogte bij kostenbeschikking wordt vastgesteld. In lijn met het derde lid van genoemd artikel worden voorbereidingskosten altijd verhaald, zelfs na het beëindigen van de overtreding na afloop van de begunstigingstermijn maar voor de uitvoeringsdatum van bestuursdwang. Meenemen en opslaan van zaken Bij de toepassing van bestuursdwang komt het college de bevoegdheid toe tot het meevoeren en opslaan van daarvoor vatbare zaken. Van dit meevoeren en opslaan wordt een proces-verbaal opgemaakt waarvan bij het bekendmaken van de kostenbeschikking (zo mogelijk binnen zes weken na de uitvoeringsdatum) een afschrift wordt verstrekt aan degene die de desbetreffende zaken onder beheer had. Na het meevoeren van de zaken draagt de gemeente zorg voor de bewaring van de opgeslagen goederen en geeft deze zaken in principe terug aan de rechthebbende. De teruggave van meegevoerde zaken wordt binnen de gemeente Krimpenerwaard, op grond van artikel 5:29, vierde lid Awb, opgeschort totdat de totale bestuursdwangkosten zijn voldaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=aa51cf61-d4c7-4928-9c70-2f94b6847702