CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.37 Bijlage Krimpenerwaards Kookboek.pdf

Oordeelsvorming R&F (RZ) 19 januari 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Krimpenerwaards Kookboek (10 min)12.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Krimpenerwaards kookboek

| 2 0 1 9

Kernkwaliteiten

van het landschap

Lokale ingredienten

zorgen voor versterking van de streekeigenheid

6 Recepten

voor de toekomst

ontwikkelen met kwaliteit

Hovelingen aan tiendweg

2 - BoschSlabbers

Inhoud Inleiding 09 Landschap in ontwikkeling 09 Rol van het kookboek

Kenschets 13 Verhalend landschap

Kernkwaliteiten 20 Kernkwaliteiten

Kenschets

p.13

Ingredienten en kruiden

Kwaliteiten van het landschap

p.20

36 Ingrediënten 42 Tien kruiden

Ontwikkelingen 46 De belangrijkste ontwikkelingen

Ontwikkelingen

p.46

Recepten 54 Zes recepten Literatuurlijst Colofon

Recepten p.54

4 - BoschSlabbers

Krimpenerwaards kookboek - 5

Vergezicht over Slagenlandschap

6 - BoschSlabbers

Inleiding

Krimpenerwaards kookboek - 7

Veenput

8 - BoschSlabbers

Inleiding Richting geven aan kleine ontwikkelingen.

LANDSCHAP IN ONTWIKKELING De Krimpenerwaard is een bijzonder landschap. Bijzonder vanwege zijn ruimtelijkheid, zijn authenticiteit, zijn rijkdom aan biodiversiteit. Bijzonder ook omdat in tegenstelling tot zoveel andere gebieden in West Nederland de verandering in de naoorlogse periode zich meer geleidelijk heeft voltrokken. Grote transformaties zoals we die elders zo vaak zien zijn uitgebleven. Natuurlijk, dijken zijn versterkt, de landbouw is gemoderniseerd, wegen zijn aangelegd en woonkernen uitgebreid, maar in vergelijking met de meeste andere gebieden is de verandering beperkt. Dat maakt het landschap van de Krimpenerwaard tot een karaktervol en authentiek landschap. Authenticiteit is een belangrijke kwaliteit. In een wereld die steeds sneller om zijn as lijkt te draaien zijn mensen op zoek naar veilige thuishavens, naar plekken en dingen die ‘eigen’ zijn. Dat uit zich in de toenemende belangstelling voor de streekcultuur en streekproducten. Voorkomen moet worden dat de hang naar authenticiteit leidt tot de drang het landschap onder de glazen stolp te willen plaatsen. Ontwikkelingen moet men niet willen stoppen, dat is een heilloze weg; verandering hoort bij een levend landschap. Ontwikkeling is nodig om ruimte te bieden aan nieuwe vragen die op het landschap afkomen. Het houdt het landschap ‘bij de tijd’ en biedt ook de mogelijkheid om kwaliteit toe te voegen.

R O L VA N H E T KO O K B O E K Het is niet zo dat in de Krimpenerwaard ‘niets gebeurt’. Ook hier vinden aanpassingen plaats; worden in de linten huizen bijgebouwd, wordt vrijkomende agrarische bebouwing herbestemd, ontstaan boerencampings en worden bestaande campings uitgebreid, vind schaalvergroting plaats in

de landbouw, worden nieuwe fiets- en wandelpaden aangelegd etc. De ontwikkelingen die in de Krimpenerwaard spelen zijn daarmee weliswaar relatief bescheiden van aard, maar vele kleine veranderingen tezamen hebben wel degelijk een grote impact op het ruimtelijk beeld. De gemeente Krimpenerwaard wil ruimte bieden aan deze kleine ontwikkelingen, onder voorwaarde dat ze met respect voor het bestaande landschap op een slimme wijze in dat landschap wordt ingepast. Daartoe is dit kookboek opgesteld, enerzijds om richtlijnen vooraf te geven maar ook om inspiratie bij de planuitwerking te bieden. Daartoe heeft het kookboek voor de 6 belangrijkste ontwikkelingen ‘recepten’ ontwikkeld; beknopte handreikingen die de initiatiefnemer kunnen helpen om een plan te maken dat zich op een vanzelfsprekende wijze voegt in het bestaande landschap. Deze ‘recepten’ maken gebruik van ‘ingrediënten’ (ordening) en ‘kruiden’ (inpassing) die kenmerkend zijn voor de Krimpenerwaard. Op deze wijze kunnen nieuwe initiatieven op een streekeigenwijze worden ontwikkeld, in de ruimtelijke structuur van de Krimpenerwaard worden ingevoegd en landschappelijk worden ingepast. Ruimtelijke kwaliteit gaat over meer dan ‘mooi of lelijk’. Het gaat ook over het gebruik en het functioneren van het landschap. Daarnaast gaat het om de herkenbaarheid van het verleden, om de natuur en de natuurbeleving.

Het is een misvatting dat ruimtelijke kwaliteit plannen duurder maakt. Ruimtelijke kwaliteit draait vooral om de juiste aandacht op het juiste moment. Dat is het belangrijkste wat dit ruimtelijk kookboek beoogt. Om met een groot woonwarenhuis te spreken; ‘aandacht maakt alles mooier’. Krimpenerwaards kookboek - 9

Vergezicht over Slagenlandschap

10 - BoschSlabbers

Kenschets

Krimpenerwaards kookboek - 11

Kaart Krimpenerwaard circa 1800

Kaart Krimpenerwaard circa 1850

Kaart Krimpenerwaard circa 1900 12 - BoschSlabbers

Kenschets Het landschap van de Krimpenerwaard is een product van een lange geschiedenis, waarbij iedere episode zijn eigen aardigheden heeft toegevoegd zonder het voorgaande geheel uit te wissen. Het resultaat is een verhalend landschap.

Ieder plan voor een toekomstige ontwikkeling start vanuit een interpretatie van de situatie. Interpretatie van het heden kan niet zonder kennis van het verleden. Vaak ga je dingen pas herkennen wanneer je er weet van hebt. Door je in het verleden te verdiepen kijk je anders naar het heden en kom je wellicht tot een betere afweging voor de toekomst. Om het landschap van de Krimpenerwaard te kunnen begrijpen is het goed kennis te hebben van de geschiedenis. VERHALEND LANDSCHAP Het landschap van de Krimpenerwaard is het resultaat van een lange geschiedenis. Aanvankelijk, voordat de mens het gebied in cultuur nam, was het een uitgestrekt veenmoeras, omgeven door de rivieren Lek, Hollandsche IJssel en Vlist, doorsneden door veenstromen als de Loet. De rivieren hadden aan de oevers hogere, zandige wallen afgezet. Deze oeverwallen waren langs de Hollandsche IJssel gemiddeld breder dan langs de Lek. Zij waren relatief hoog en droog en boden met hun stevige grondslag een goede basis voor bewoning. Tussen de oeverwallen lag een ontoegankelijk sompig veenmoeras. Het veenpakket was vele meters dik en de bodem was te slap om op te kunnen wonen. In dit veenpakket lag een aantal zandopduikingen die in de laatste ijstijd door de wind waren afgezet.

Deze rivierduinen of ‘donken’ zijn nadien in de meeste gevallen door veen overdekt, maar bij Bergambacht lag een reeks van donken die nog net met hun ‘kop’ boven het veen uitstaken. Deze waren al vroeg voor bewoning geschikt. Bergambacht zelf ligt op zo een donk, en ook kasteel ’s Heer Aartsberg lag op een dergelijk rivierduin. Bij Opperduit lag een reeks van donken, maar deze liggen dieper onder het veen en zijn nooit bewoond geweest.

Vanaf de Middeleeuwen heeft de mens het veenkussen vanaf de hogere oeverwallen en de bewoning op de donken blokgewijs in cultuur genomen. De veenontginning werd collectief en strak georganiseerd ter hand genomen. Door een blok te ‘kopen’ verwierf men het recht dit blok te ontginnen. Vanaf een gezamenlijke ontginningsbasis sloegen de individuele ontginners hun slag, deze had een maximaal toegestane diepte van 1200 meter. Daarmee ontstond de ‘cope-ontginning’ met de kenmerkende slagenverkaveling. De boerderijen stonden aan de ontginningsbasis, waarmee langgerekte linten ontstonden. Eerst moest het gebied worden ontwaterd. Daartoe werden haaks op de ontginningsbasis sloten gegraven. Om te voorkomen dat zuur veenwater vanuit de nog niet ontgonnen omgeving op het ontginningsblok afstroomde werden aan de zijkanten van het blok zijdwendes aangelegd. Aanvankelijk werden de ontgonnen blokken gebruikt voor akkerbouw, maar de verbeterde ontwatering maakte al snel dat het veenpakket inklonk (doordat het veen in contact kwam met zuurstof trad oxidatie op) waardoor het land te nat werd voor akkerbouw en men moest overschakelen op gebruik als weideen hooiland. Doordat het veenkussen toen nog wel hoger lag dan de aanliggende rivieren kon het overtollige water langs natuurlijke weg op de rivieren worden geloosd.

Al naar gelang het ontgonnen veengebied verder inklonk werd de afwatering steeds moeilijker. De introductie van de windmolen bracht de oplossing. Windmolens sloegen het water dat in de boezems was verzameld uit op de rivieren. Later is hun werk overgenomen door stoomgemalen en elektrisch aangedreven gemalen. Krimpenerwaards kookboek - 13

Kaart Krimpenerwaard circa 1950

Kaart Krimpenerwaard circa 1980

Kaart Krimpenerwaard circa 2018 14 - BoschSlabbers

‘Vogelvlucht van erf met opstallen uit 1905, Oudelandse weg 18, Ouderkerk aan den IJssel.’ - in Krimpenerwaard, Catherina van Groningen (1995)

De boerderijen stonden aan het lint, en de kavels waren diep en smal. Het landgebruik was op de kop van de kavel, nabij de boerderij, het meest intensief. Naar achteren toe werd het land natter en het gebruik extensiever.

eerst de weilanden, gevolgd door hooilanden. Het weiland werd niet bemest, behalve door het vee. Hooiland werd helemaal niet bemest. Doordat achterop de kavel doorgaans ook niet werd gebaggerd overgroeiden de sloten en raakten zij dicht, waardoor het leek alsof het hooiland een aaneengesloten vlakte was.

De geoctroyeerde vervening In 1797 was octrooi uitgegeven voor de vervening van het centrale middendeel van de Krimpenerwaard, met een totale omvang van 2900 morgen. Bepaald was dat het gebied door een ringvaart en ringdijk moesten worden omgeven en dat het na de vervening moest worden drooggemaakt en weer als landbouwgebied moest worden ingericht. De ringvaart en ringdijk zijn aangelegd, maar al spoedig bleek het veen ongeschikt als brandstof waarop de vervening werd stilgelegd. Het Gebiedsprofiel Krimpenerwaard duidt dit gebied thans aan als Kroonjuweel van de Krimpenerwaard.

Aan het lint lagen de moestuinen, door knotwilgen omgeven hennep- en valsakkers en kleine boomgaarden. Men kon hier, op de koppen van de kavels, akkerbouw bedrijven door de akkers met slootbagger, vaak vermengd met zand (de ‘toemaak’) op te hogen. Hennep en vlas waren van belang voor de touwslagerijen en zeildoekweverijen, waarvan zowel molen- als scheepszeilen werden gemaakt. Ook waren op de koppen van de kavels knotwilgen langs de kavelsloten aangebracht. De wilgentenen werden gebruikt voor het maken van manden en vlechtbeschoeiingen. Verder naar achteren lagen

De achtereinden van de kavels waren vooral in gebruik als hooiland. Verspreid lagen daar ook de eendenkooien. De kavels werden ‘achterlangs’ ontsloten door tiendwegen, waaraan de achtertoegangen tot de kavel lagen. Hierlangs verlieten de zwaar beladen hooiwagens het veld. Om de draagkracht van de slappe veenbodem te versterken werden aan weerszijden van de toegang tot het perceel wilgen of essen geplant. Hun wortelpakket vormde een natuurlijke versteviging van de bodem. De achteringang werd gevormd door een houten hek met vleugels, aan weerszijden geflankeerd door bomen. Dit noemt men een ‘hoveling’ en komen uitsluitend in de Krimpenerwaard en de Alblasserwaard voor (Couterier en Schöne, belevingsonderzoek Krimpenerwaard, 1984). De hovelingen verschaffen de tiendwegen hun karakteristieke beeld van open wegen met op onregelmatige afstand pluksgewijze beplanting. Aan het lint komen hovelingen ook voor, waar de ontsluiting geen erf betrefd. Boerderij en erf vormden een sterk samenspel. Het erf en de bijgebouwen zijn en waren functioneel en gericht op met name de veehouderij en de productie van boter en kaas. Maar ook de productie van hennep speelde een rol. Veel erven werden onsloten door simpele smalle bruggen. De opbouw van het erf heeft ook streekeigen kenmerken. Aan de andere zijde van de oprit was veelal de paarden- of wagenschuur, Krimpenerwaards kookboek - 15

en erachter de hooiberg of -schuur met extra veestallen. Bijzonder zijn ook de aan de sloot gelegen boenstoepen. Voor de boerderij lagen de sier- en moestuin, de bleek en/of de boomgaard. In de naoorlogse periode ontstonden nieuwe technische mogelijkheden naast nieuwe maatschappelijke vragen. Om de productiviteit van de landbouw te verbeteren werden delen van de Krimpenerwaard heringericht (zoals polder de Schuwagt) en vond schaalvergroting plaats. De bevolkingsgroei maakte dat bij dorpen uitbreidingswijken werden aangelegd. De toegenomen mobiliteit leidde tot de aanleg van provinciale wegen als N207 en N210. Het landelijk gebied werd naast productiegebied in toenemende mate uitloopgebied voor de stedeling en gewaardeerd als leefgebied voor tal van planten diersoorten. In de Krimpenerwaard werden recreatiegebieden (als de Krimpenerhout en de uitbreiding van de het Loetbos) aangelegd en wandelroutes en natuurgebieden ontwikkeld. Conclusie De Krimpenerwaard is een cultuurhistorisch waardevol landschap, rijk aan aardkundige waarden (zoals de rivierdonken), archeologische vindplaatsen, monumentale boerderijen en gave verkavelingsstructuren (boerderijlinten, strokenverkaveling, tiendwegen). Het landschap van de Krimpenerwaard is het product van een lange geschiedenis, waarbij iedere episode zijn eigen aardigheden heeft toegevoegd zonder het voorgaande geheel uit te wissen.

Het resultaat is een uitzonderlijk ‘gelaagd’ landschap opgebouwd uit elementen en structuren uit verschillende perioden. Dit verschaft het landschap een sterk historisch perspectief. Het landschap van de Krimpenerwaard zit vol ‘verhalen’ en laat zich lezen als een geschiedenisboek; het heden wordt herkend als het resultaat van het verleden en tevens als vertrekpunt van nieuwe ontwikkelingen.

Boenhok

16 - BoschSlabbers

Krimpenerwaards kookboek - 17

Bodemsamenstelling

Geomorfologie

Biotopen

18 - BoschSlabbers

Ontginningssysteem

Watersysteem

Nederzettingen

Krimpenerwaards kookboek - 19

Boezem

20 - BoschSlabbers

Kernkwaliteiten landschap De grote structuurbepalende elementen en kenmerken, die de identiteit van de Krimpenerwaard van oudsher bepalen, worden de ‘kernkwaliteiten’ genoemd. Het landschap zal zich kunnen ontwikkelen, maar de kernkwaliteiten die ten grondslag liggen aan de eigenheid van het landschap zullen hierbij behouden blijven.

Krimpenerwaards kookboek - 21

Bokpalen in het lint.

C U LT U U R R I J K De Krimpenerwaard kent een sterk historisch perspectief. Het landschap is rijk aan elementen uit verschillende perioden: oeverwallen, donken, veenstromen, dijk- en polderlinten, tiendwegen, achterkaden, zijdwendes, eendenkooien, geriefbosjes, hennepakkertjes, boomgaardjes, vestingsteden, bokpalen. Tezamen maken deze elementen het verhaal van de Krimpenerwaard leesbaar. Donken, oeverwallen en veencomplex verhalen over de ontstaansgeschiedenis. De slagenverkaveling met de lange kavels haaks op de boerderijlinten, de zijdwendes, tiendwegen, achterkaden en veenputten maken de stelselmatige ontginningsgeschiedenis van het veencomplex zichtbaar. De oorspronkelijke ontginningsblokken zijn hierdoor nog goed herkenbaar. De dijklinten tonen hoe de hogere 22 - BoschSlabbers

oeverwallen langs de rivieren al vroeg een geschikte basis voor de bewoning boden. De hennepakkertjes en boomgaardjes laten zien dat lange tijd het agrarisch gebruik aan het lint intensiever van karakter en verrassend veelzijdig was. De vestingstad Schoonhoven herinnert aan de Oud Hollandse Waterlinie waar het oostelijk deel van de Krimpenerwaard deel van uitmaakte. De bokpalen (de houten elektriciteitspalen) langs de polderlinten herinneren aan de intrede van ‘de nieuwe tijd’, inmiddels alweer enige tijd geleden.

Nieuwe ontwikkelingen mogen geen afbreuk doen aan de afleesbaarheid van de geschiedenis. Waar mogelijk worden nieuwe ontwikkelingen ingezet om de herkenbaarheid van het verleden kracht bij te zetten.

K E R N K WA L I T E I T E N

Slagenlandschap met veenput

WAT E R R I J K Water tekent het landschap van de Krimpenerwaard. Het gebied wordt omsloten door rivieren (Hollandse IJssel, Lek, Vlist), doorsneden door de Loet en dooraderd door een stelsel van sloten, weteringen en boezems. Water is een sterk verbindend element, de rivieren verbinden de Krimpenerwaard met de bredere omgeving, het koppelt de stadjes en dorpen in de Krimpenerwaard met het buitengebied en het verbindt hetgeen aan de linten gebeurt met het diepe achterland. Het water is ook een sterk structurerend element. Aan de brede boezemwateren herkent men veelal de structuur van de oorspronkelijke ontginningsblokken.

Het water is ook een sterk ruimtelijk element, het water verschaft het landschap diepte. Vaak geniet men over het water verre doorzichten.

Nieuwe ontwikkelingen mogen geen afbreuk doen aan de herkenbaarheid van het watersysteem en aan de betekenis van het water als ruimtelijk structurerend element. Krimpenerwaards kookboek - 23

Vergezicht in de polder

RUIMTERIJK De Krimpenerwaard is een oer-Hollands polderland, rijk aan ruimte. Hoge wolkenluchten spiegelen zich in een welhaast eindeloze ritmiek van sloten en weteringen waarin het water zo hoog staat dat zij vrijwel naadloos overgaan in weilanden, waar tussen de grazende koeien en vogels op hoge stelten zich een weg door het hoge gras banen. Het is het landschap van bloemrijke slootkanten, monumentale boerderijen en weidse vergezichten. In dit oer-Hollands polderland treft men rust, stilte en zijn de nachten nog echt donker, waant men zich ver van de stad en de stedelijke hectiek verwijderd.

24 - BoschSlabbers

Bij nieuwe ontwikkelingen dient men zich gedegen rekenschap te geven van de impact van de ontwikkeling op de beleving van de ruimte. Wat betekent de nieuwe ontwikkeling voor de aanwezige doorzichten en vergezichten?

K E R N K WA L I T E I T E N

Natuurrrijk weidevogel gebied

N AT U U R R I J K De Krimpenerwaard is rijk aan natuur. Veel open gebieden zijn belangrijk weidevogelgebied. In gebieden met meer opgaande beplanting komen roofvogels als kerkuil en steenuil voor. Kruidenrijke graslanden en oevers maken de Krimpenerwaard ook tot leefgebied voor insecten als vlinders en bijen. Het water trekt soorten als ringslang, waterspitsmuis, kamsalamander en modderkruiper. Daarmee herbergt de Krimpenerwaard een uitzonderlijke biodiversiteit. Tegelijkertijd is ook hier behoud van de natuur geen vanzelfsprekendheid. Doordat gebieden beter zijn ontwaterd of de openheid in de loop der jaren is afgenomen, zijn delen van de Krimpenerwaard minder interessant voor weidevogels geworden. Slootdemping en oeververdediging zetten de aan water gebonden natuur onder druk.

Doordat daken van boerderijen en stallen steeds vaker ‘strak getrokken’ worden zijn er minder nestelmogelijkheden voor soorten als de huismus.

Bij nieuwe ontwikkelingen zullen de mogelijkheden om, ook op kleine schaal, de biodiversiteit te versterken worden aangegrepen. Zoek naar mogelijkheden om natuur-inclusief te ontwikkelen. Vaak kan de toepassing van een bescheiden voorziening als het aanbrengen van een natuurvriendelijke oever, het plaatsen van een bijenhotel of nestkasten of het toepassen van een speciale dakpan, al het verschil maken. Krimpenerwaards kookboek - 25

Koe in de wei

AG R A R I S C H E I D E N T I T E I T Aanvankelijk waren de dijk- en polderlinten nagenoeg volledig in agrarisch gebruik. De boerderijen stonden hier ‘schouder aan schouder’. Vrijwel alle bebouwing in de Krimpenerwaard was landbouwgerelateerd. Door schaalvergroting en boerderijverplaatsing hebben de meeste boerderijen hun agrarische functie verloren stonden. Veel vrijkomende bebouwing heeft een woonfunctie verkregen en zowel in de linten als aan de kernen is veel niet-agrarische bebouwing toegevoegd. Heden ten dage is nog maar een beperkt deel van de inwoners van de Krimpenerwaard in de agrarische sector of aanverwante bedrijvigheid werkzaam. Desondanks kent de Krimpenerwaard als geheel nog een sterke agrarische identiteit. Dit ‘boerenland’ vormt een sterk contrast tot de nabij 26 - BoschSlabbers

gelegen stedelijke gebieden van Krimpen aan de IJssel en Gouda. In dit oer-Hollands polderland treft men rust, stilte en duisternis, waant men zich ver van de stad en de stedelijke hectiek verwijderd. Alleen aan de rivieren is sprake van meer industriële activiteiten die overwegend aan de ligging direct aan bevaarbaar water zijn verbonden.

De agrarische identiteit is een kernkwaliteit van de Krimpenerwaard. Nieuwe ontwikkelingen binnen de Krimpenerwaard mogen geen afbreuk doen aan de agrarische identiteit. Industriële activiteiten worden bij voorkeur direct aan rivier, functioneel en ruimtelijk verbonden met de rivier, ontwikkeld.

K E R N K WA L I T E I T E N

Hovelingen aan de tiendweg

M A R KA N T E L A N D S C H A P S E L E M E N T E N De Krimpenerwaard is rijk aan streekeigen landschapselementen als eendenkooien, hovelingen, tiendwegen, hakhout, geriefbosjes, knotwilgen, boomgaardjes en hennepakkertjes. Zij brengen tekening in het overwegend open landschap aan, zij maken het onderscheid tussen een ‘open’ landschap en een ‘kaal’ landschap, zij maken dat er op het lager schaalniveau veel te zien en te ontdekken is.

Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot verlies aan markante landschapselementen. Waar mogelijk wordt de (inpassing van de) nieuwe ontwikkeling aangewend om markante landschapselementen aan de Krimpenerwaard toe te voegen. Krimpenerwaards kookboek - 27

Streekeigen architectuur op het erf

E E N H E I D I N M A AT E N S C H A A L Vrijwel alle gebouwde elementen in de Krimpenerwaard zijn in maat en schaal aan elkaar verwant. Aanvankelijk was er een sterk streekeigen bouwwijze. De meeste oudere boerderijen in de Krimpenerwaard behoren tot het Zuid-Hollandse type, waarbij de woonruimte en de stalruimte zich onder één dak bevinden. Kenmerkend zijn ook de halfronde ‘engelenramen’ hoog in de voorgevel, de gedecoreerde windveren en de boenstoep aan de sloot. Aanvankelijk waren alle boerderijen binnen het lint architectonisch ‘familie’ van elkaar. Dat hing samen met de eenduidigheid in functie en wellicht ook met het feit dat slechts een beperkt aantal aannemers uit de streek bij de bouw betrokken was. Met de instroom van andere functies, de introductie van cataloguswoningen en de inzet 28 - BoschSlabbers

van architecten en aannemers uit een veel grotere regio is het streekeigen karakter wat verwaterd, ofschoon de historische boerderijen nog altijd onmiskenbaar familie van elkaar zijn. Maar wat gebleven is, is de verwantschap in maat en schaal, in ‘korrel’. Binnen de Krimperwaard zijn er maar weinig elementen die echt beduidend groter of hoger zijn. Vaak is de kerktoren nog altijd het hoogste element binnen het dorp of lint.

Nieuwe ontwikkelingen zullen in maat en schaal harmoniëren met de omgeving.

K E R N K WA L I T E I T E N extensief

natuurlint

intensief cultuurlint

Tweepoligheid

TWEE POLIGHEID Vanouds is het onderscheid tussen cultuur- en natuurpool kenmerkend voor het landschap van de Krimpenerwaard. In en aan het lint was het landgebruik het meest intensief. Hier lagen de boerderijen, de stallen, de moestuinen, boomgaardjes en hennepakkers. Achter het lint lagen eerst de intensiever begraasde weilanden, die verder naar achteren overgingen in de extensiever gebruikte hooilanden. Daar lagen ook kleine hakhoutcomplexen en eendenkooien. In de loop der tijd is ook het gebruik verder achter op de kavels geleidelijk geïntensiveerd, maar nog altijd is het contrast tussen de ‘drukke voorkant’ en de ‘rustige achterkant’, tussen ‘autowegen’ en ‘landwegen’, tussen ‘cultuurlint’ en ‘natuurlint’ kenmerkend.

Nieuwe ontwikkelingen zullen passen binnen het kenmerkend onderscheid tussen dynamiek aan het lint en rust en ruimte aan de achterzijde van het ontginningsblok.

Krimpenerwaards kookboek - 29

wiel

wiel

wiel

Eendenkooi

Eendenkooi

Molenb wiel

Kernkwaliteiten van de Krimpenerwaard

30 - BoschSlabbers

Molenbiotoop wiel

Molenbiotoop

Molenbiotoop

Molenbiotoop

Molenbiotoop

biotoop

Krimpenerwaards kookboek - 31

Boomgaard of oud hennepakkertje

Eenheid in maat en schaal bebouwing

Bokpalen

Agrarische identiteit Zijdwende

Inte

nsie ve c u

ltuu

rpoo

l

Polderlint / veenlint Knotwilgen als erfbeplanting Ontginningsbasis

Middelwetering

Achterwetering

Kernkwaliteiten van de veenpolder

32 - BoschSlabbers

Waterrijk landschap

Ruimterijk landschap

Achterkade

Veenput Pestbosjes Hoveling

Exte

nsie ve n a

tuur

poo

l

Tiendweg

Eendenkooi Krimpenerwaards kookboek - 33

Open landschap in de Krimpenerwaard

34 - BoschSlabbers

Ingrediënten en kruiden Verschillende kenmerken bepalen het landschap van de Krimpenerwaard. Door met nieuwe ontwikkelingen op deze kenmerken in te spelen wordt recht gedaan aan de ‘eigenheid’ van de Krimpenerwaard. Op de eerste plaats zijn er de kenmerken die betrekking hebben op ‘ordeningsprincipes’, deze worden vanaf nu de ‘ingrediënten’ genoemd. Zij maken dat de nieuwe ontwikkeling zich op een vanzelfsprekende wijze in het landschap voegt. De ingrediënten vormen de basis voor het recept. Zonder ingrediënten geen gerecht. Daarnaast zijn er kenmerken die kwaliteit aan het landschap toevoegen, maar niet de structuur bepalen. Zij maken dat de ontwikkeling als vanzelfsprekend in het landschap worden ingepast. Deze kenmerken worden de ‘kruiden’ genoemd. Met de kruiden breng je het gerecht op smaak. Een geslaagd gerecht start met goede ingredienten. Wanneer de ingredienten niet op orde zijn, dan laat het gerecht zich ook met kruiden niet meer redden.

Krimpenerwaards kookboek - 35

Verkavelingspatroon Haaks op de ontginningsbasis, het lint waaraan de ontginningsboerderijen staan, zijn sloten gegraven om het veen te ontwateren. In natte gebieden liggen de sloten dichter op elkaar dan in drogere gebieden, de afstand varieert van 20 tot 60m. Na gemiddeld 1200 meter is een achterwetering gegraven. Zo ontstonden de kenmerkende ontginningsblokken. Deze slaan het overtollig water via molens en gemalen uit op de boezem.

Verkavelingspatroon

Afwisseling van open en besloten Vaak is binnen het lint sprake van een meer verdicht ‘centrumdeel’, waar de bebouwing schouder aan schouder staat, en de doorzichten op het achterland beperkt in aantal en afmeting zijn. Naar de uiteinden verdunt het lint waarbij de openheid van het landschap meer zichtbaar wordt.

Afwisseling van open en dicht

36 - BoschSlabbers

INGREDIËNTEN Doorzichten naar het landschap Vanuit het lint zijn er doorzichten op het achterliggend landschap. In het meer besloten deel ziet men over de sloten naar het aanliggend landschap. Hier kunnen ook voormalige (hennep) akkertjes en geriefhoutbosjes deel uitmaken van het doorzicht. De zichten worden breder waar het lint zich meer opent.

Doorzichten naar het landschap

Zichten op identiteitsdragers In het open landschap zijn verschillende blikvangers, cultuurdragers (genoemd bij de kernkwaliteiten) die het verhaal van de polder zichtbaar maken. Het behoud van zichten op deze identiteitsdragers is belangrijk voor de ‘leesbaarheid’ van dit verhaal.

Zichten op identiteitsdragders

Passende overgang naar de omgeving

Krimpenerwaards kookboek - 37

Maat en schaal Aan het lint wisselen grotere en kleinere gebouwen elkaar af, maar is overwegend kleinschalig van opbouw. Variaties in rooilijn, architectonische detaillering, erfomvang en erfinrichting brengen afwisseling in het lint. Nieuwe gebouwen zullen zich in maat en schaal, rooilijn, nokrichting en -hoogte, kleur- en materiaalgebruik en erfinrichting voegen naar de overige bebouwing in het lint. Idealiter neemt men daarbij het ‘mooiste’ gebouw uit het lint als referentie.

Overgang naar het landschap Veel van de kleine landschapselementen als hakhout, pestbosjes, knotbomen en eendenkooien hebben hun oorspronkelijke functie verloren en zijn in de loop der tijd geruimd. In het open landschap vallen de verschillende elementen die hier door de jaren heen zijn toegevoegd extra op. Een groene, streekeigen overgang naar het landschap is daarom gewenst. Op de koppen van de kavels staan van oudsher knotbomen langs de slootkant. Dieper het landschap in treft men bosschages, houtsingels en grotere bomen, vaak als relict van een voormalig pestbosje of houtsingel.

38 - BoschSlabbers

Maat en schaal

Overgang naar het landschap

INGREDIËNTEN Richting Doordat de boerderijen in de Krimpenerwaard woonhuis en stalruimte onder één dak hebben vormen de boerderijen een langerekte massa. Zij presenteren zich trots en zelfbewust naar het lint, met de nok haaks op het lint en de voordeur naar het lint. Ook bijgebouwen als paarden- of wagenschuur en extra veestallen staan haaks op het lint. Richting

Heldere erf inrichting De erven in de Krimpenerwaard kennen van oudsher een representatief voorerf en een meer landelijk achtererf. Het erf is bij voorkeur 1 slag (50m) en maximaal 2 slagen breed waarbij het erf niet verder dan tot aan de wetering reikt. Zo blijft de openheid in de polder behouden. Voor de boerderij liggen de sier- en moestuin, de boomgaard, de bleek en notenbomen. Leibomen voor de voorgevel zorgden voor verkoeling in de zomermaanden. Het erf wordt ontsloten via één opgang, bij voorkeur een brug over het water (liever dan een duiker).

Erven met een heldere indeling

Passende overgang naar de omgeving

Krimpenerwaards kookboek - 39

Streekeigen architectuur De bebouwing in de Krimpenerwaard is divers. Toch zijn er overeenkomsten die ‘eenheid in verscheidenheid’ brengen en zijn er tal van kleine elementen die kenmerkend zijn voor de Krimpenerwaard. Doordat woonhuis en stal onder één kap zijn ondergebracht zijn de boerderijen erg lang. Zij staan haaks op het lint waarbij de rooilijn wisselt. Kenmerkend is het zadeldak. Soms is het dak aan de korte zijden afgeschuind waarbij het wolfsdak ontstaat. Kenmerkend voor de Krimpenerwaard zijn de boenstoep aan de slootzijde en de bijgebouwen (paarden- of wagenschuur, hooiberg) aan de andere zijde. Ook het halfonde ‘Engelenraam’ hoog in de voorgevel en de makelaar die de nok aan de voorgevel bekroont zijn kenmerkend voor dit gebied. Materiaalgebruik en architectonische expressie zijn ingetogen. Natuurlijke materialen als gebakken steen, gebakken pannen, riet en hout voeren de boventoon. Nieuwe ontwikkelingen dienen zich in maat en schaal, positionering en ordening als vanzelfsprekend in het lint te voegen. In beginsel zijn hierbij twee opvattingen denkbaar: • historiserend, waarbij de nieuwe ontwikkeling zich in beeld zo veel mogelijk conformeert aan de omgeving, waardoor een gebouw ontstaat alsof het ‘er altijd al gestaan heeft’, • moderniserend, waarbij de inbreiding zich toont als een eigentijdse toevoeging aan het lint. Beide opvattingen zijn valide.

Kiest men voor historiserend dan verdient het aanbeveling het mooiste gebouw uit het lint als referentie te nemen. Kiest men voor eigentijds, ook dan zal het gebouw over een hoogwaardige detaillering beschikken.

Uitgangspunten woning: • Voorgevel representatief • Lage dakgoot, aansluitend bij de karakteristieken van het lint • Zadeldak, schilddak of wolfsdak, geen plat dak • Nokrichting haaks op het lint. Lengte-breedte verhouding 2,5 : 1 tot 1,5 : 1. • Kijk voor maximale afmetingen naar het bestemmingsplan en naar de karakteristieken van het lint.

•

• •

Max 2 hoog + kap 1 Laag max. 3m

• •

Zadeldak, schilddak of wolfdak 1 dakvlak Lage dakgoot

• •

Gevel representatief Entree richting lint

1,5

1

Pas de maximale inhoud aan de karakteristieken van het lint aan Streekeigen architectuur met engelenraam

40 - BoschSlabbers

INGREDIËNTEN

Uitgangspunten boerderij: • Voorgevel representatief • Lage dakgoot, aansluitend bij de karakteristieken van het lint • Dak in een neutrale kleur • Zadeldak of wolfsdak • Nokrichting haaks op het lint • lengte-breedte verhouding minimaal 3 : 1 • Kijk voor maximale afmetingen naar het bestemmingsplan en naar de karakteristieken van het lint.

• •

• • •

• •

Wolfdak Lage dakgoot

• •

Gevel representatief Entree richting lint

Max 2 hoog + kap 1 Laag max. 4m

1,5

Uitgangspunten bedrijfsbebouwing: • Voorgevel representatief • Zadeldak, bij bebouwing breder dan 15m dubbele kap • Maat en schaal van het bedrijfsgebouw passend bij de karakteristiek van het lint, geen al te grote bedrijfsgebouwen.

1

Zadeldak 1 dakvlak Lage dakgoot

• •

Gevel representatief Entree richting lint

1

Max. 15m anders tweede kap

5

Krimpenerwaards kookboek - 41

Solitaire bomen Mede door de verschillende soorten beplanting op de erven hebben de linten een groen karakter. Een solitaire boom past bij de erfinrichting van de streek en kan kwaliteit toevoegen aan een toekomstige ontwikkeling. Voorbeeldsoorten zijn: kastanje, beuk, linde, noot of treurwilg.

Solitaire bomen

Siertuin en bleek Op het voorerf ligt, vaak achter een kleine haag, een boeren sier- of moestuin. De siertuin bestond vaak uit buxushagen en rozenperken. Deze presenteert zich naar het lint en voegt streekeigen kwaliteit toe. Vaak is ook een open grasland aanwezig (de ‘bleek’) waar het wasgoed in de zon te bleken werd gelegd.

Siertuin

Boomgaard Naast het woonhuis ligt vaak een kleine boomgaard. Deze versterkt het groene beeld van het lint. Onder de boomgaard door ziet men uit op het achterliggend polderland. Waar ruimte aanwezig is, kunnen nieuwe boomgaardjes aan het lint worden ontwikkkeld, waar bij voorkeur hoogstam fruitbomen worden aangeplant.

Boomgaard

42 - BoschSlabbers

KRUIDEN Haag Als afscherming van het erf wordt aan de voorzijde vaak een haag evenwijdig aan het lint aangebracht. Voorbeeldsoorten zijn: haagbeuk en beuk.

Haag

Leibomen Vroeger werden leibomen als natuurlijke zonwering aan de zuidgevel van de boerderij aangeplant. Soms gaan de bomen ‘de hoek om’ om ook de westgevel van schaduw te voorzien. Plaatsing van leibomen aan de zuidgevel / westgevel past bij de erfindeling van de streek. Voorbeeldsoorten zijn: linde en plataan.

Leibomen

Knotbomen Het landschap van de Krimpenerwaard is rijk aan knotwilgen. Deze staan op de koppen van de kavels langs de kavelsloot. Hiermee is het landschap nabij de linten meer besloten, met relatief veel knotbeplanting in het veld. Verder naar achteren wordt het landschap opener. Herstel van knotboomrijen op de koppen van de kavels draagt bij aan het versterken van het contrast tussen beslotenheid nabij het lint en meer openheid in het achterland. Voorbeeldsoort: wilg.

Knotbomen

Krimpenerwaards kookboek - 43

Houtstrook of bomenrij Van oudsher zijn de erven in de Krimpenerwaard omkaderd door opgaand groen. Hierdoor liggen de erven als ‘groene eilanden’ in het open landschap. De overgang naar het landschap wordt ofwel gevormd door een divers samengestelde houtstrook van tenminste 5 meter breed ofwel door een enkele of dubbele bomenrij. Voorbeeldsoorten zijn: es, els, eik, wilg, meidoorn, sleedoorn, vuilboom, lijsterbes, hazelaar, vlier, kardinaalsmuts.

Houtstrook

Eenvoudige brug Waar het dubbele lint plaats maakt voor een enkel lint zijn de erven vaak aan één zijde van de as ontsloten via een brug. Passend bij de streek is deze eenvoudig en functioneel vormgegeven. Voor de continuïteit van de watergang is het wenselijk de brug uitnodigend (niet defensief) vorm te geven zonder steunpunten of hekwerken. Vanuit de continuïteit van het water heeft een brug een sterke voorkeur boven een dam of duikerconstructie. Minimaliseer de breedte van de brug waardoor zicht op het water gemaximaliseerd wordt.

Eenvoudige brug

Watergang met natuurlijke oever In het veenweidelandschap staat het water ‘hoog’ in de sloten en weteringen. Het water, de groene oevers en berm dragen sterk bij aan de beleving van het lint. Het water koppelt het lint, ook ruimtelijk, met het achterland. Over het water geniet men doorzichten. In het verleden zijn op veel plaatsen in het lint sloten gedicht. Waar mogelijk wordt een nieuwe ontwikkeling aangewend om gesloten watergangen weer open te maken. Een natuurlijke oever biedt kansen voor versterking van de natuur en de biodiversiteit. Houdt hiervoor een minimale maat van 3 m aan.Plaats waar beschoeiing toch noodzakelijk is, deze zo laag mogelijk bij de waterlijn. Maak deze van natuurlijke materialen, wilgen en hout.

44 - BoschSlabbers

Watergang met natuurlijke oever

KRUIDEN Riet In combinatie met water komt riet veel voor in de Krimpenerwaard. Riet biedt goede mogelijkheden voor een landschappelijke inpassing waarbij men het zicht op de ontwikkeling wil beperken zonder deze volledig aan het zicht te onttrekken. Riet voegt een landschappelijke vitrage toe. Het ‘verzacht’ de overgang waardoor de nieuwe ontwikkeling minder ‘open en bloot’ in het landschap staat.

Riet

Boerenpad Toevoegen van onverharde paden die ook door de recreant gebruikt kunnen worden, maakt de kwaliteiten van de Krimpenerwaard meer publiek beleefbaar. Het toevoegen van een boerenpad bij een ontwikkeling maakt dat wandelaars de openheid van de Krimpenerwaard meer ‘van binnenuit’ kunnen beleven.

Boerenpad

Natuurinclusiefontwikkelen Door een keer een (deel van een) oever niet te verdedigen, door de aanleg van een plasdras strook of door in de ontwikkeling kleine voorzieningen op te nemen (bijenhotel, nestkast, eendenmand, het inbouwen van nestmogelijkheden voor zwaluw of gier in gevel of dak) kan elke ontwikkeling op zijn manier bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit. Het zijn bescheiden ingrepen die tezamen een groot effect te weeg brengen.

Eendenmand

Krimpenerwaards kookboek - 45

Lint

46 - BoschSlabbers

Ontwikkelingen Vanuit de samenleving komen voortdurend nieuwe vragen op de Krimpenerwaard af. Deze maken dat het landschap continu in beweging is. De uitdaging is de ontwikkeling zodanig vorm te geven dat de kernkwaliteiten behouden blijven en waar mogelijk nieuwe kwaliteit wordt toegevoegd en het landschap in staat blijft ‘zijn verhaal te vertellen’. Voor dit kookboek zijn zes ontwikkelingen geselecteerd die in de Krimpenerwaard veel voorkomen: I. Functieverandering vrijkomende (agrarische) bebouwing II. Nieuwe niet-agrarische functies in agrarisch gebied (bijvoorbeeld zon en camping) III. Schaalvergroting in de landbouw IV. Adaptieve landbouw V. Inbreiding binnen lint of kern VI. Uitbreiding recreatieve verbindingen

Krimpenerwaards kookboek - 47

Schuur wordt wonen

I F U N C T I E V E R A N D E R I N G V R I J KO M E N D E ( AG R A R I S C H E ) B E B O U W I N G Door schaalvergroting en het uitplaatsen van boerderijen is de afgelopen decennia veel agrarische bebouwing vrijgekomen en herbestemd. Het is de verwachting dat deze trend zich de komende jaren onverminderd voort zal zetten. Vaak betreft dit een voormalig boerenerf, met naast de boerderij een veelheid aan ondergeschikte opstallen. Veelal wordt hierbij de boerderij (woonhuis en de daaraan verbonden stalcomplexen) omgevormd tot meerdere wooneenheden, al dan niet in combinatie met een nieuwe functie (kantoor, praktijk, kinderopvang, b&b) en worden in het kader van ‘ruimte voor ruimte’ de overige opstallen vervangen door nieuwe woongebouwen. Daarbij is het essentieel dat de boerderij zich blijft tonen als een ongedeelde massa, als één hoofdgebouw en ook het erf zoveel mogelijk als eenheid en collectief domein wordt vormgegeven, waarbij kan worden teruggegrepen op historische boeren-erfelementen als bleek, siertuin, boomgaard, moestuin, notenboom etc. Bij de toepassing van het ‘ruimte voor ruimte’ uitgangspunt zal worden bedacht of de eventueel nieuw toegevoegde functie voor de betreffende locatie logisch is en wat deze functie aan verkeersbewegingen genereert en hoe dat binnen de verkeersafwikkeling past.

48 - BoschSlabbers

Deze ontwikkeling is in veel gevallen goed denkbaar. Daarbij geldt een aantal voorwaarden: • De herontwikkeling vindt geheel binnen de contouren van het oorspronkelijke erf plaats. • De boerderij blijft het hoofdelement, de overige bebouwing is ondergeschikt aan de boerderij (zowel in massa als in architectonische uitwerking). • De boerderij en toegevoegde bebouwing vormen tezamen een ruimtelijk samenspel, dat in ordening refereert aan het oorspronkelijk onderscheid tussen boerderij, (wagen)schuur, hooiberg, stalcomplex en boenhok. • Bij de omvorming behoudt de boerderij zijn architectonische hoofdkenmerken.

ONTWIKKELINGEN

Camping in de Krimpenerwaard

I I I N PA S S I N G N I E T-AG R A R I S C H E F U N C T I E S A L S ZO N N E- E N E R G I E E N CA M P I N G De afgelopen jaren hebben zich in het agrarisch gebied niet-agrarische functies genesteld. Hierbij kan worden gedacht aan de ontwikkeling van campings, al dan niet ‘bij de boer’. Maar ook wordt verwacht dat onder druk van de energietransitie in de toekomst ook aanvragen tot de aanleg van zonnevelden regelmatig aan de orde zijn. De inpassing van de nieuwe functies is bij voorkeur niet alleen gericht op het beperken van de schade. Waar mogelijk wordt de nieuwe ontwikkeling ook aangezet om nieuwe collectieve kwaliteit aan het gebied toe te voegen, zoals een versterkte recreatieve toegankelijkheid of een versterkte ecologische ontwikkeling. Mogelijk kan de ontwikkeling van zonnevelden worden gecombineerd met vernatting door het lokaal hoger opzetten van het waterpeil. Vernatting remt de oxidatie van het veen en beperkt daarmee de uitstoot van CO2. Vernatting heeft een verminderde draagkracht van de bodem tot gevolg. Dit is bij de ontwikkeling van een zonneweide is dit minder bezwaarlijk dan bij begrazing.

De ontwikkeling: • Zal zich voegen in de landschappelijke hoofdstructuur. Deze wordt bepaald door de kenmerkende opbouw van ontginningslint met haaks daarop de slagenverkaveling, met lange sloten tussen de kavels. De nieuwe ontwikkeling mag de landschappelijke onderlegger niet negeren. • Zal zich als vanzelfsprekend voegen in het kenmerkend onderscheid tussen cultuur- en natuurpool, zal passen binnen de natuurlijke opbouw van intensief naar extensief grondgebruik. • Mag geen afbreuk doen aan de ruimtelijkheid van het landschap van de Krimpenerwaard. Dat vereist een zorgvuldige analyse van de impact van de nieuwe ontwikkeling op aanwezige zichtlijnen en zichtrelaties. • Wordt hoogwaardig landschappelijk ingepast waarbij gebruik wordt gemaakt van de voor de Krimpenerwaard kenmerkende landschapselementen. Beplantingen worden gebruikt om de nieuwe ontwikkeling landschappelijk in te passen, niet om deze volledig aan het oog te onttrekken. Voorkomen zal worden dat in het landschap weggeplante terreinen ontstaan waarvan men geen idee heeft wat zich achter de afschermende beplanting afspeelt. Idealiter wordt de ontwikkeling ingepast, maar toont deze zich tegelijkertijd ‘trots en zelfbewust’ naar de omgeving. Krimpenerwaards kookboek - 49

Schaalvergroting in de landbouw, grotere schuren in je het landschap

I I I S C H A A LV E R G R OT I N G I N D E L A N D B O U W

Het aantal agrarische bedrijven neemt af, maar de omvang per bedrijf neemt gemiddeld toe. Dat noopt ook tot grotere stallen, grotere werktuigen en grotere schuren. Hiermee neemt de roep om een groter erf, waarop alle opstallen geclusterd staan, toe. Voor het behoud van de agrarische identiteit is het essentieel dat de landbouw in de Krimpenerwaard ‘uit de voeten kan’, dat ze voldoende ruimte heeft om met de tijd mee te gaan. Ten behoeve van een eventueel gewenste schaalvergroting is een opschaling van het erf onder voorwaarden denkbaar.

•

•

•

•

50 - BoschSlabbers

Het erf dient ruimtelijk sterk te worden ingekaderd en afgezoomd door een robuuste erfbeplanting, samengesteld uit streekeigen beplantingen. Hierbij kan worden gedacht aan een houtsingel van 5 meter breed, deels afgewisseld door een dubbele bomenrij. Het erf reikt niet voorbij de doorgaande watergang die het lint van het achterliggend agrarisch gebied scheidt. Uitbreiding in de breedte heeft de voorkeur boven een uitbreiding in de diepte, tenzij in de naaste omgeving eerder een uitbreiding in de diepte heeft plaatsgevonden, waarbij het erf de scheidssloot is gepasseerd. Ten behoeve van het doorzicht vanaf het lint op het achterliggend agrarisch blijven eventuele kavelsloten integraal behouden.

ONTWIKKELINGEN

Pilot adaptieve landbouw

IV ADAPTIEVE LANDBOUW In de Krimpenerwaard speelt voortdurend het vraagstuk van de peilbeheersing. Wanneer men het gebied te goed ontwatert dan versnelt de oxidatie van het veenpakket, met een versterkte CO2 uitstoot als gevolg. Wanneer men het water op een te hoog peil handhaaft of zelfs opzet dan wordt het gebied dermate drassig dat beweiding door koeien nauwelijks meer mogelijk is. Adaptieve landbouw is landbouw die is aangepast aan de natuurlijke omstandigheden, welke benut worden voor een goede productie. Doel is de productie van gezond voedsel met passende verdiensten en behoud van natuur- en landschapskwaliteit. Adaptieve landbouw maakt gebruik van het zelfregulerend vermogen en de natuurlijke veerkracht van bodem, gewas en dieren. Dit vraagt om een systeemgerichte aanpak waarin de variatie van gewassen en dieren een belangrijke basis vormt. De focus ligt niet op maximale maar op stabiele productie. Adaptieve landbouw zet niet de economie of productie centraal, maar de productiemiddelen, zoals bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit. Dit levert uiteindelijk een robuuster, weerbaarder en veerkrachtiger landbouwsysteem. Zo kan men bijvoorbeeld het productiemiddel bodemkwaliteit centraal zetten en dit verbeteren met behulp van een kruidenrijkgrasland, voor een betere bodemstructuur en beworteling.

Dit brengt diversiteit in het grasland, waardoor het weerbaarder is. Daarnaast kan kruidenrijk grasland

ook winst opleveren voor weidevogels, dat is dan een bijkomend resultaat. De landbouw is op zoek naar teelten die ook onder natte omstandigheden kunnen gedijen. Natte teelten als lisdodde, cranberry, riet, pijlkruid en wilg helpen om bodemdaling in het veenweidegebied te reduceren en dragen bij aan een duurzame landbouw met minder uitstoot van broeikasgassen. Deze teelten dragen bij aan het feit dat delen van het veenweidegebied, waar het waterpeil in de toekomst verhoogd wordt, tóch een waardevol product opleveren en daarmee bijdragen aan een robuuster rendement.

Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: •

•

•

De ontwikkeling voegt zich in landschappelijke hoofdstructuur van het veencomplex. Dit betreft de kenmerkende opbouw van lint met haaks daarop de lange slagenverkaveling en sloten als scheidend element. De ontwikkeling voegt zich als vanzelfsprekend in het kenmerkend onderscheid tussen cultuuren natuurpool, van intensief naar extensief. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de ruimtelijkheid van het landschap van de Krimpenerwaard. Dit vereist zorgvuldige analyse van de impact van de ontwikkeling op de aanwezige zichtlijnen en zichtrelaties.

Krimpenerwaards kookboek - 51

Inbreiding binnen lint

V INBREIDING BINNEN LINT De meeste linten zijn in de loop der tijd gevormd en kennen een gevarieerde opbouw, gevarieerd in functie, omvang en architectonische uitstraling. Toch blijkt binnen die verscheidenheid vaak een grote mate van verwantschap. De gebouwen verschillen vaak essentieel in ouderdom en architectuur, maar zijn desondanks verwant in volume, positie, oriëntatie, kleur- en materiaalgebruik. Binnen het lint is sprake van verscheidenheid in harmonie. Bij inbreiding gaat het er om dat de nieuw toegevoegde massa zich als vanzelfsprekend in de bestaande omgeving voegt. Hierbij gaat het op de eerste plaats om positie en oriëntatie, om massa en hoogte, om kleur- en materiaalgebruik en pas dan om architectuur.

Deze ontwikkeling is in veel gevallen goed denkbaar. Daarbij geldt een aantal voorwaarden: •

•

•

•

52 - BoschSlabbers

Positie: Vaak bestaat een lint uit een opeenvolging van vrijstaande gebouwen. Tussen de gebouwen door zijn doorzichten op het achterliggend landschap. Positioneer de inbreiding zodanig dat deze doorzichten behouden blijven. De bouwwerken in het lint liggen op onregelmatige afstand tot de weg, dat noemen we een wisselende rooilijn, maar in die afstand tot de weg is wel een bandbreedte te onderkennen. Onderzoek wat de gangbare afstand tot de weg is. Positioneer de inbreiding zodanig dat de afstand tot de weg binnen de bandbreedte past. Oriëntatie: De gebouwen staan evenwijdig aan het lint of haaks op het lint. Onderzoek wat de meest gangbare oriëntatie van de gebouwen aan het lint is en speel daar met de positie van de inbreiding op in. Massa: De gebouwen aan het lint zijn niet allemaal gelijk van omvang en hoogte. Onderzoek de bandbreedte aan volume, goothoogte en nokhoogte en maak dat de nieuwbouw binnen die bandbreedte past. Architectuurstijl: Binnen het lint is een verscheidenheid aan architectuuropvattingen aanwezig. Kiest men voor historiserend dan verdient het aanbeveling het mooiste gebouw uit het lint als referentie te nemen. Kiest men voor eigentijds, ook dan zal het gebouw over een hoogwaardige detaillering beschikken.

ONTWIKKELINGEN

Uitbreiden van recreatieve uitbredingen

V I U I T B R E I D I N G R E C R E AT I E V E VERBINDINGEN De Krimpenerwaard is een recreatief aantrekkelijk landschap. Het contrast met de aanliggende stedelijke omgeving kan bijna niet groter zijn. Hier treft men rust en ruimte, een groene, natuurlijke omgeving, kan men eindeloos ver van zich afkijken, ruikt men de geur van vers gesneden gras. Ook de herkenbare aanwezigheid van het verleden en de direct zichtbare natuur (bloemrijke oevers, kruidenrijke weilanden, moerasvegetatie, water- en weidevogels) maken het gebied recreatief aantrekkelijk. Het gebied is open, maar geenszins kaal. De rijkdom aan kleine landschapselementen maakt dat er op het lagere schaalniveau verrassend veel te zien en te ontdekken is. Het agrarisch gebied is in toenemende mate naast productielandschap ook recreatief uitloopgebied en leefmilieu voor tal van planten diersoorten. Versterking van de recreatieve betekenis kan ook bijdragen aan verbreding van de plattelandseconomie, biedt kansen voor overnachten bij de boer, bed & breakfast, boerenwinkels, land-fair etc. Nieuwe fiets- en wandelroutes maken het mogelijk het landschap ‘van binnen uit’ te beleven. Bij voorkeur sluiten nieuwe recreatieve routes aan op de historische structuren, voeren zij langs zijdwendes, over achterkades en tiendwegen, langs eendenkooien, voormalige molenplaatsen en boezemwateren.

De ontwikkeling van de recreatieve route wordt aangewend om deze historische structuren sterker aan te zetten door het toevoegen van de kenmerkende beplanting die bij de betreffende structuur behoort: • Herstel van de hovelingen langs de tiendweg. • Versterken van de bomenrij of houtstrook langs de achterkade. • Aanbrengen van een ‘gerief- of pestbosje’ bij de rustplaats. • Versterken van de knotwilgen op de koppen van de kavels waar de route langs voert. • Reconstructie van een hennepakker. • Markeren van een oude molenplaats door de aanplant van enkele forse essen. Krimpenerwaards kookboek - 53

Molen aan de boezem

54 - BoschSlabbers

Recepten Aan de hand van 6 basisrecepten worden handvatten gegeven voor de belangrijkste ontwikkelingen die in de Krimpenerwaard spelen. Elk recept geeft een beknopte typering van de opgave en de karakteristieke kenmerken en knelpunten die er spelen bij het vormgeven aan deze ontwikkeling. Voor de inpassing van de ontwikkeling worden de ingrediënten en kruiden toegepast. Een voorbeelduitwerking toont hoe deze ingrediënten en kruiden bij de ontwikkeling kunnen worden ingezet.

Krimpenerwaards kookboek - 55

Functieverandering V R I J KO M E N D E ( AG R A R I S C H E ) B E B O U W I N G EEN BEKNOPTE OMSCHRIJVING Door schaalvergroting en het uitplaatsen van boerderijen is de afgelopen jaren veel agrarische bebouwing vrij gekomen en herbestemd tot wonen, werken of recreatie. Het is de verwachting dat deze trend zich de komende jaren voort zal zetten. Enerzijds gaat het om herbestemmen van gebouwen en anderzijds om het vervangen van stallen en schuren voor woningen. Deze ontwikkeling heeft impact op de oorspronkelijke inrichting van het erf. Dit recept biedt handvatten om het samenspel van het erf door herbestemmen en vervangen van gebouwen streekeigen te ontwikkelen.

D E H U I D I G E KWA L I T E I T E N VA N H E T L A N D S C H A P E N H O E H I E R M E E O M T E G A A N L an dsc h ap p e lijke p atro n e n • Behoud poldersloten en eventueel aanwezige streekeigen landschapselementen. • Behoud doorzichten naar het achterliggende landschap. Uitstraling • Behoud of herstel zoveel mogelijk het karakter van de oorspronkelijke boerderij, bijgebouwen en erf. Voorkom dat boerderij en erf authentieker worden dan dat ze ooit zijn geweest. • Ontwikkel boerderij en erf tot een sterk samenhangend geheel. • Behoud de kenmerkende hiërarchie tussen voorhuis, achterhuis, schuur, stallen en bijgebouwen. • Speel in op het onderscheid tussen een representatief voorerf en een meer landelijk / functioneel achtererf.

D E N I E U W E O N T W I K K E L I N G I N H E T B E S TA A N D E L A N D S C H A P

Bestaande bebouwing transformeren, extra parkeren op het erf

Bestaande situatie

Nieuwe bebouwing in plaats van schuur (ruimte voor ruimte), extra parkeren op het erf 56 - BoschSlabbers

RECEPT I ZO W E L ;

Nieuwbouw vormgeven als utilitair bijgebouw

Oude schuur bewoonbaar maken met behoud architectuur

Winkel als nieuwe functie in bestaande boerderij

Maat en schaal nieuwe bebouwing passend in landschap

ZO N I E T;

Kenmerkende erfindeling gaat verloren

Geen streekeigen architectuur

Te grote volumes, maat en schaal niet passend

Opgedeeld erf waarbij iedere woning zijn eigen tuin heeft

Krimpenerwaards kookboek - 57

“de ontwikkeling op mijn er f, gr ijp i k aan als kans om ook andere landschappelijke kenmer ken weer zichtbaar te maken” I N PAS S I N G S M A AT R E G E L E N •

•

Worden binnen de boerderij verschillende functionele eenheden ontwikkeld dan zal de boerderij zich ruimtelijk als een ongedeelde eenheid laten lezen en niet als een verzameling van eenheden. Dat betekent onder meer dat de boerderij in beeld over slechts één hoofdentree kan beschikken. Wanneer het erf voldoende ruimte biedt en dit vanuit de financiële haalbaarheid noodzakelijk is dan kan de mogelijkheid van extra bebouwing worden onderzocht. Deze toegevoegde bebouwing toont zich als een aan de boerderij ondergeschikt bouwvolume. Dit uit zich in omvang, architectonische uitwerking en materiaalgebruik. De historische boerderij is het pronkstuk van het erf, rijker gedetailleerd, met een hoogwaardig materiaalgebruik. De overige bebouwing is daaraan ondergeschikt en kent een meer utilitaire uitstraling. De nieuwe bebouwing laat zich lezen als een van oudsher aanwezig utilitair bijgebouw.

•

•

•

Behoud het samenhangende en ongedeelde karakter van het erf en voorkom dat deze zich laat lezen als een reeks van tuintjes. Dat betekent dat er geen ruimte is voor afscheidingen / schuttingen binnen het eigen erf. Behoud en versterk streekeigen erfinrichting en erfbeplanting, representatieve beplanting op het voorerf en landschappelijke beplanting op zij- en achtererf. Pas het parkeren op een vanzelfsprekende manier in de boerderij of op het erf in. Inpandig in de boerderij zelf of in een eigen gebouw op het erf, als ware het een eigentijdse wagenschuur of slim opgenomen in het tuinontwerp (parkeren in de bongerd, parkeren als onderdeel van een hagentuin).

VO O R B E E L D U I T W E R K I N G

Zichtlijn naar achterliggend landschap Transparante boomstrook Parkeren uit het zicht Nieuwe bebouwing in de tweede lijn op het achtererf, ondergeschikt aan boerderij. Landschappelijke streekeigen erfbeplanting Boerensier- of moestuin Voorkom dubbele opritten, pas de entree aan op de karakteristieken van het lint

58 - BoschSlabbers

Kavelsloot met natuurlijke oever min. 3m breed. Parkeren uit het zicht Herontwikkeling van bestaande schuur tot meerdere wooneenheden, gezamenlijke entree. Bergingen worden integraal in de architectuur opgelost (geen losse bergingen) Representatief voorerf Hagen als afscheiding van het voorerf

RECEPT I BEREIDING

Eindresultaat

Streekeigen erfbeplanting herstellen, knotbomen langs de sloten en solitaire boom op voorerf. Transparante boomstrook achterzijde kavel. Voorerf inrichten middels moestuin, heg en/of leibomen.

Boerderij in streekeigen architectuur heeft hoofdentree naar de weg en toegevoegde bebouwing toont zich als ondergeschikt in tweede linie op het achtererf. Eenheid in maat en schaal bebouwing met parkeren en bergingen op vanzelfsprekende manier ingepast op het erf.

Streekeigen erfinrichting met samenhangend en ongedeeld karakter met onderscheid tussen vooren achtererf. Verdwenen poldersloten herstellen en doorzichten naar achterliggende landschap behouden. Natuurvriendelijke oever van min 3m breed.

Krimpenerwaards kookboek - 59

Inpassing zon en camping N I E U W E N I E T-AG R A R I S C H E F U N C T I E S I N AG R A R I S C H G E B I E D EEN BEKNOPTE OMSCHRIJVING De afgelopen decennia hebben zich in toenemende mate niet-agrarische functies in het agrarisch gebied genesteld. Denk aan campings, biovergisters en zonnepanelen. De vrijetijds economie groeit en zo ook de vraag naar ‘kamperen bij de boer’. Onder druk van de energietransitie neemt de vraag naar de aanleg van zonneakkers en biovergisters de komende decennia mogelijk toe.

D E H U I D I G E KWA L I T E I T E N VA N H E T L A N D S C H A P E N H O E H I E R M E E O M T E G A A N L an dsc h ap p e lijke p atro n e n • Sluit aan op het verkavelingspatroon en de verkavelingsrichting. • Behoud poldersloten en aanwezige streekeigen landschapselementen. • Behoud de doorzichten op het achterliggende landschap. Uitstraling • Pas de maat en schaal aan op de karakteristieken van het lint en de kavel, beperkt van omvang. • Sluit de algehele uitstraling aan op het landelijke en natuurlijke karakter van de Krimpenerwaard. • Sluit in kleur-, materiaalgebruik en architectonische expressie aan bij de omgeving.

D E N I E U W E O N T W I K K E L I N G I N H E T B E S TA A N D E L A N D S C H A P

Minicamping op het erf

Bestaande situatie

Zonnepanelen + biovergister op het erf 60 - BoschSlabbers

RECEPT II ZO W E L ;

Utilitair gebouw in oude schuur

Camping binnen bestaande kavel, kleinschalig en omzoomd

Panelen sluiten op elkaar aan en volgen lijn van het dak

Schaalvergroting en zonnepanelen gaan goed samen

ZO N I E T;

Zonnepanelen ad-hoc op het dakvlak

Balans ontbreekt in maatgeving panelen op dak

Maat en schaal niet passend bij het landschap

Gebrek aan landschappelijke inpassing Krimpenerwaards kookboek - 61

“Met deze nieuwe functies maak ik de Kr impener waard toekomstbestendig zonder af te doen aan de cultuur histor ische kwaliteiten” I N PAS S I N G S M A AT R E G E L E N Zon n ep a n el en op h e t da k • Pas zonnepanelen bij voorkeur toe op daken, waarbij zij worden geïntegreerd in de architectuur en als vanzelfsprekend deel uitmaken van het dakvlak. • Vermijd bij platte daken zicht op panelen vanuit aanliggende bebouwing, vanaf de openbare weg of vanuit het landschap. • Voor schuine daken geldt dat de panelen bij voorkeur het gehele dakvlak beslaan en in het vlak van het dak liggen. • Voorkom een vrije compostie van zonnecollectoren. Waar daklichten of dakopbouwen aanwezig zijn vormen deze een strakke uitsnede uit het zonnedak. Vergi s t i n gs i l o’s o p h e t e r f • Pas de vergistingssilo’s in als onderdeel van het erf in de tweede lijn. • Omkader het erf met een inheemse groensingel. Deze dient voldoende breedt, dicht en hoog te zijn om de vergistingssilo aan het zicht te onttrekken.

Zo n n e - e n e rg ie o f cam p in g in de p o lde r • Ontwikkel een ruimtelijk concept dat optimaal inspeelt op de kenmerken van het gebied. • Sluit met de vorm van het erf aan bij de bestaande verkaveling, behoud of herstel kavelsloten met natuurlijke oevers en voorkom harde beschoeiingen. • Geef extra aandacht aan een representatieve inrichting van het voorterrein, bijvoorbeeld door de aanleg van moestuin en boomgaard. • Verzacht de overgang naar de omgeving door het terrein te omzomen met een deels gesloten en deels transparante groensingel samengesteld uit streekeigen beplanting. • Behoud en versterk de zichtlijnen vanuit het terrein op de omgeving en omgekeerd; zodat men het terrein niet als een geheimzinnig bosje interpreteert. • Beperk gebouwde voorzieningen, integreer deze in of aan bestaande gebouwen. • Beperk het verhard oppervlak en verkeer op het terrein. Organiseer nieuw parkeren uit het zicht, direct achter het hoofdgebouw. • Pas zo veel mogelijk halfverhardingen toe. •

VO O R B E E L D U I T W E R K I N G

Zicht op hoofdgebouw

Aantrekkelijk voorterrein met moestuin en/of boomgaard

Landschappelijke parkeerplaats uit het zicht

Bijgebouw met voorzieningen

Hagen of heesters als afscheiding van de kampeervelden Doorzicht naar de camping

Zonnepanelen beslaan gehele dakvlak als vanzelfsprekend onderdeel van het dak Gevarieerde houtstrook met streekeigen beplanting. Kavelsloot met natuurlijke oever, eventueel met riet of bloemrijk grasland ten bate van natuur. Ommetje naar achterliggend landschap

Zichtlijn naar achterliggend landschap 62 - BoschSlabbers

RECEPT II BEREIDING

Eindresultaat camping en zonneweide achterop het erf. Zonnepanelen volgens richtlijnen ingepast op de daken.

Representatieve inrichting voorterrein middels moestuin of boomgaard, camping of zonneveld omzomen met transparante groensingel. Hagen of heester als afscheiding kampeervelden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=6f929a91-2bb4-4450-b595-07343eb09ae8