1.33 RIB Subsidieregelingen en -plafonds 2023.pdf
Tekst van het document
3.
Het subsidieplafond voor het subsidiëren van activiteiten, zoals bedoeld in deze subsidieregeling, wordt jaarlijks door de raad vastgesteld. Het subsidieplafond bedraagt voor 2023 € 9.986. De maximale hoogte van de individuele subsidie is gekoppeld aan de hoogte van de door de raad vast te stellen begroting en subsidieplafond. Dat betekent dat verlaging van het subsidieplafond kan leiden tot verlaging van de individueel te verlenen subsidie. Het plafond is niet van toepassing op subsidie van derden die via de gemeente wordt verstrekt/doorbetaald.
3
4.
Indien meerdere aanvragen voldoen aan de subsidievereisten waardoor de som van de aangevraagde subsidie het in lid 1 vermelde subsidieplafond te boven gaat, wordt de subsidie naar rato over de betreffende aanvragers verdeeld tot het moment dat het plafond bereikt wordt (kaasschaafmethode).
Artikel 9 Aanvraagtermijn(en) Artikel 7 lid 1 ASV is van overeenkomstige toepassing. Artikel 10 Aanvraag subsidie 1. 2. a. b. c. d. e. f. g. 3. 4.
Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het formulier dat via de gemeentelijke website beschikbaar is. De aanvraag bevat aanvullend op artikel 6 van de ASV: naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en (e-)handtekening van de contactpersoon; een beschrijving wat de activiteit inhoudelijk beoogt, de financiële begroting; een beschrijving van welke bijdrage het bestuur zelf levert aan de activiteit(en); een omschrijving hoe aanvrager invulling geeft aan de samenwerking met derden bij het organiseren van de activiteiten en op gebied van promotie; eventuele andere inkomstenbronnen; inzicht in de algemene toegankelijkheid van de activiteit; Het college kan naast het vermelde in lid 2 van de aanvrager aanvullende informatie verlangen. Indien de aanvraag niet de volledige informatie bevat krijgt de aanvrager maximaal twee weken de gelegenheid om de aanvraag te completeren. Indien de gegevens dan nog niet compleet zijn wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Artikel 11 Weigeringsgronden Naast de in artikel 10 ASV genoemde weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden wordt de subsidie geweigerd (en/of): a. b. c. d. e. f. g.
voor zover het activiteiten betreft die dezelfde zijn als de activiteiten die wij via inkoop hebben gecontracteerd; voor zover het initiatief is gericht op het invullen van alleen een individuele (ondernemers) vraag; indien de kosten van de activiteit in verhouding tot het te behalen resultaat onevenredig hoog zijn; als de te subsidiëren activiteit bij het indienen van de aanvraag al een aanvang heeft genomen; voor zover deze niet wordt/kan worden aangewend voor de uitvoering van het initiatief; indien de aanvraag eerder is gehonoreerd op grond van deze of van een andere subsidieregeling; indien de aanvraag niet voldoet aan de overige eisen van deze subsidieregeling.
Artikel 12 Verplichtingen van de aanvrager Aanvullend op het in artikel 12 en 13 ASV bepaalde. 1. 2.
3.
indien bijzondere maatschappelijke omstandigheden1 de uitvoering belemmeren, doet de aanvrager hiervan onverwijld, maar uiterlijk bij zijn aanvraag tot vaststelling van de subsidie melding aan de gemeente. Indien tijdig voldaan is aan lid 1 worden afspraken gemaakt over het alsnog (gedeeltelijk) realiseren van het gesubsidieerde initiatief waarbij het college als uitgangspunt hanteert dat het initiatief uiterlijk op 31 december van het opvolgende subsidiejaar uitgevoerd moet zijn. Indien aanvrager, verwijtbaar, niet tijdig heeft voldaan aan lid 1 wordt de subsidie vastgesteld als ware er geen bijzondere maatschappelijke omstandigheden.
Artikel 13 Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen artikel 11 onder d en artikel 12 van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 14 Inwerkingtreding en looptijd 1. 2. 3.
Deze subsidieregeling treedt in werking de dag na publicatie. Lid 1 onder gelijktijdige intrekking van de Subsidieregeling gemeente Krimpenerwaard 2022. Aanvragen die vóór 1 januari 2022 zijn ingediend op basis van de Subsidieregeling gemeente Krimpenerwaard 2022 worden volgens die regeling afgehandeld.
Artikel 15 Tenaamstelling Deze subsidieregeling wordt aangehaald als Subsidieregeling Recreatie en toerisme gemeente Krimpenerwaard 2023.
1
Zoals corona
4
TOELICHTING Artikel 7 Beoordeling van de subsidieaanvraag Hieronder volgen enkele voorbeelden van indicatoren: • aantal voorgenomen en gerealiseerde activiteiten; • aantal deelnemers/bezoekers • tevredenheid van de bezoekers/deelnemers; • inhoud en resultaat van eventuele project(en). Artikel 8 lid 4 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud Voorbeeldberekening bij overschrijden plafond Beschikbaar Aangevraagd A € 200 B € 500 C € 400 Totaal aangevraagd € 1.100
€ 1.000 Berekening 200/1.100*1.000 = 182 500/11.00*1.000 = 454 400/1.100*1.000 = 364 Te verlenen € 1.000
Artikel 13 hardheidsclausule De financiële positie van de aanvrager is nooit aanleiding voor het toepassen van de hardheidsclausule. Deze is op alleen inhoud gericht.
Ondertekening Krimpenerwaard, 12 april 2022 Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, De secretaris,
De burgemeester
5
Intitulé Burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard; Gezien het voorstel van 12 april 2022; Gelet op: -
artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Krimpenerwaard, zoals vastgesteld tijdens de vergadering van de gemeenteraad van 20 februari 2018, de beleidsnota Dierenwelzijn 2019-2022, de Wet dieren van 1 januari 2013, de Wet natuurbescherming van 1 januari 2017, titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 149 en 156 van de Gemeentewet;
Overwegende dat het wenselijk is -
om nadere regels te stellen, niet zijnde de uitvoering van de bij wet opgedragen taak, die bijdragen aan de bewustwording van de erkenning die de Wet dieren in artikel 3 heeft neergelegd van de intrinsieke (eigenwaarde) van het dier, dat die regels bijdragen aan het vergroten van het dierenwelzijn in algemene zin in de gemeente Krimpenerwaard, om organisaties en instellingen te ondersteunen die actief zijn op het gebied van dierenwelzijn, en zich actief richten op het verbeteren van de genoemde bewustwording;
Besluiten tot het vaststellen van de Subsidieregeling Dierenwelzijn gemeente Krimpenerwaard 2023.
1
Subsidieregeling Dierenwelzijn gemeente Krimpenerwaard 2023 Inhoudsopgave Subsidieregeling Dierenwelzijn gemeente Krimpenerwaard 2023 .................................................2 Artikel 1 Grondslag ..........................................................................................................................3 Artikel 2 Subsidiesoort.....................................................................................................................3 Artikel 3 Begripsomschrijvingen ......................................................................................................3 Artikel 4 Maatschappelijk effecten..................................................................................................3 Artikel 5 Subsidiabele activiteiten ...................................................................................................3 Artikel 6 Toekenningscriteria...........................................................................................................3 Artikel 7 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud ......................................................................3 Artikel 8 Beoordeling van de subsidieaanvraag...............................................................................3 Artikel 9 Aanvraag subsidie
.............................................................................................................3 Artikel 10 Weigeringsgronden.........................................................................................................4 Artikel 11 Verplichtingen van de aanvrager ....................................................................................4 Artikel 12 Hardheidsclausule...........................................................................................................4 Artikel 13 Inwerkingtreding en looptijd...........................................................................................4 Artikel 14 Tenaamstelling................................................................................................................4 TOELICHTING ...................................................................................................................................4 Artikel 7 lid 3 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud ..............................................................4 Artikel 12 hardheidsclausule ...........................................................................................................4 Ondertekening.................................................................................................................................5
2
Artikel 1 Grondslag Deze subsidieregeling vindt zijn grondslag in artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Krimpenerwaard 2019. De ASV geldt onverkort, tenzij daarvan expliciet wordt afgeweken. Artikel 2 Subsidiesoort Deze subsidieregeling heeft betrekking op de in artikel 7 lid 1 ASV vermelde jaarlijkse subsidies. Artikel 3 Begripsomschrijvingen In het bij of krachtens deze subsidieregeling bepaalde wordt verstaan onder: a. b. c. d. e. f.
aanvrager: rechtspersoon die een aanvraag indient om een initiatief uit te voeren; ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Krimpenerwaard 2019; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard; doelstelling: het vergroten van het dierenwelzijn in algemene zin in de gemeente Krimpenerwaard; initiatief: een voorgenomen activiteit die bijdraagt aan de doelstellingen van deze subsidieregeling; jaarlijkse subsidie: subsidie voor activiteiten met een structureel karakter die voor een of meerdere kalenderjaren wordt verstrekt.
Artikel 4 Maatschappelijk effecten Deze subsidieregeling is gericht op het ondersteunen en stimuleren één of meerdere van de volgende maatschappelijke effecten, die bijdragen: • • •
aan de bewustwording van de erkenning die de Wet dieren, in artikel 3, heeft neergelegd van de intrinsieke (eigenwaarde) van het dier, aan het vergroten van het dierenwelzijn in algemene zin in de gemeente Krimpenerwaard, aan de actieve bijdrage van meer vrijwilligers.
Artikel 5 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor die activiteiten die bijdragen aan het realiseren van één of meerdere van de in artikel 4 genoemde maatschappelijke effecten. Artikel 6 Toekenningscriteria 1. De aanvrager: a. heeft volledige rechtsbevoegdheid, b. is een organisatie zonder winstoogmerk. 2. Het initiatief waarvoor een aanvraag wordt gedaan kan geen aanspraak maken op financiering: a. vanuit de wet, verzekering of een fonds; b. vanuit een Europese, rijks, provinciale, (andere) gemeentelijke of gemeenschappelijke regeling. Artikel 7 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. 2.
3.
Het subsidieplafond voor het subsidiëren van activiteiten, zoals bedoeld in deze subsidieregeling, wordt jaarlijks door de raad vastgesteld. Het subsidieplafond bedraagt voor 2023 € 5.141. De maximale hoogte van de individuele subsidie is gekoppeld aan de hoogte van de door de raad vast te stellen begroting en subsidieplafond. Dat betekent dat verlaging van het subsidieplafond kan leiden tot verlaging van de individueel te verlenen subsidie. Indien meerdere aanvragen voldoen aan de subsidievereisten waardoor de som van de aangevraagde subsidie het in lid 1 vermelde subsidieplafond te boven gaat, wordt de subsidie naar rato over de betreffende aanvragers verdeeld tot het moment dat het plafond bereikt wordt (kaasschaafmethode).
Artikel 8 Beoordeling van de subsidieaanvraag 1.
2.
De te subsidiëren / gesubsidieerde activiteit wordt beoordeeld aan de hand van de vraag of deze (naar inhoud, aantal activiteiten, inzet aantal vrijwilligers, resultaat) invulling geeft aan 1 of meerdere in artikel 4 genoemde maatschappelijke effecten. Indien meerdere aanvragen voldoen aan de subsidievereisten waardoor de som van de aangevraagde subsidie het in artikel 7 vermelde subsidieplafond te boven gaat, wordt de subsidie naar rato over de betreffende aanvragers verdeeld tot het moment dat het plafond bereikt wordt.
Artikel 9 Aanvraag subsidie 1. 2. a. b.
Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het formulier dat via de gemeentelijke website beschikbaar is. De aanvraag bevat aanvullend op artikel 6 van de ASV: naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en (e-)handtekening van de contactpersoon; een beschrijving van de activiteit en de beoogde doelstelling;
3
c. d. 3. 4.
een beschrijving van welke bijdrage het bestuur zelf levert aan de activiteit(en); eventuele andere inkomstenbronnen; Het college kan naast het vermelde in lid 2 van de aanvrager aanvullende informatie verlangen. Indien de aanvraag niet de volledige informatie bevat krijgt de aanvrager maximaal twee weken de gelegenheid om de aanvraag te completeren. Indien de gegevens dan nog niet compleet zijn wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Artikel 10 Weigeringsgronden Naast de in artikel 10 ASV genoemde weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden wordt de subsidie geweigerd (en/of): a. b. c. d. e. f. g. h. i.
voor zover het activiteiten betreft die dezelfde zijn als de activiteiten die wij via inkoop hebben gecontracteerd; als de activiteiten een belemmering (kunnen) vormen voor de uitvoering van een wettelijke taak; voor zover het initiatief is gericht op het invullen van alleen een individuele vraag; indien de kosten van de activiteit in verhouding tot het te behalen resultaat onevenredig hoog zijn; als de te subsidiëren activiteit bij het indienen van de aanvraag al een aanvang heeft genomen; indien het initiatief voornamelijk betrekking heeft op privébelangen van de aanvrager; voor zover deze niet wordt/kan worden aangewend voor de uitvoering van het initiatief; indien de aanvraag eerder is gehonoreerd op grond van deze of van een andere subsidieregeling; indien de aanvraag niet voldoet aan de overige eisen van deze subsidieregeling.
Artikel 11 Verplichtingen van de aanvrager Aanvullend op het in artikel 12 en 13 ASV bepaalde: a. b.
c.
indien bijzondere maatschappelijke omstandigheden1 de uitvoering belemmeren, doet de aanvrager hiervan onverwijld, maar uiterlijk bij zijn aanvraag tot vaststelling van de subsidie melding aan de gemeente; indien tijdig voldaan is aan lid a worden afspraken gemaakt over het alsnog (gedeeltelijk) realiseren van het gesubsidieerde initiatief waarbij het college als uitgangspunt hanteert dat het initiatief uiterlijk op 31 december van het opvolgende subsidiejaar uitgevoerd moet zijn; indien aanvrager, verwijtbaar, niet tijdig heeft voldaan aan lid a wordt de subsidie vastgesteld als ware er geen bijzondere maatschappelijke omstandigheden.
Artikel 12 Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen artikel 6 lid 1, artikel 10 lid c, artikel 10 lid e, en artikel 11 van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 13 Inwerkingtreding en looptijd 1. 2. 3.
Deze subsidieregeling treedt in werking de dag na publicatie. Lid 1 onder gelijktijdige intrekking van de Subsidieregeling gemeente Krimpenerwaard 2022. Aanvragen die vóór 1 januari 2022 zijn ingediend op basis van de Subsidieregeling gemeente Krimpenerwaard 2022 worden volgens die regeling afgehandeld.
Artikel 14 Tenaamstelling Deze subsidieregeling wordt aangehaald als Subsidieregeling Dierenwelzijn gemeente Krimpenerwaard 2023.
TOELICHTING Artikel 7 lid 3 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud Voorbeeldberekening bij overschrijden plafond Beschikbaar Aangevraagd A € 200 B € 500 C € 400 Totaal aangevraagd € 1.100
€ 1.000 Berekening 200/1.100*1.000 = 182 500/11.00*1.000 = 454 400/1.100*1.000 = 364 Te verlenen € 1.000
Artikel 12 hardheidsclausule De financiële positie van de aanvrager is nooit aanleiding voor het toepassen van de hardheidsclausule. Deze is op alleen inhoud gericht.
1
Zoals corona
4
Ondertekening Krimpenerwaard, 12 april 2022 Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, De secretaris,
De burgemeester
5
Intitulé Burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard; Gezien het voorstel van 12 april 2022; Gelet op -
artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Krimpenerwaard, zoals vastgesteld tijdens de vergadering van de gemeenteraad van 20 februari 2018, het op 20 april 2021 vastgestelde Integraal beleidskader sociaal domein gemeente Krimpenerwaard 2021-2025 (Vooruitgang door verbinding), de Maatschappelijke Agenda Krimpenerwaard 2021-2025 (Van ambities naar uitvoering), de Wet kinderopvang, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, De Notitie onderwijskansen voor jonge kinderen, uitvoeringsprogramma Voor- en Vroegschoolse Educatie 2022-2025, titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 149 en 156 van de Gemeentewet;
Overwegende dat het wenselijk is om peuters te ondersteunen en te stimuleren bij het ontwikkelen van hun emotionele, -culturele en cognitieve vermogens, zodat zij een optimale start in het onderwijs kunnen maken (beleidsrad 1 Veerkracht); Besluiten tot het vaststellen van de Subsidieregeling voorschoolse voorzieningen gemeente Krimpenerwaard 2023.
1
Subsidieregeling voorschoolse voorzieningen gemeente Krimpenerwaard 2023 Inhoudsopgave Subsidieregeling voorschoolse voorzieningen gemeente Krimpenerwaard 2023 ..........................2 Artikel 1 Grondslag ..........................................................................................................................3 Artikel 2 Subsidiesoort.....................................................................................................................3 Artikel 3 Begripsomschrijvingen ......................................................................................................3 Artikel 4 Maatschappelijk effect......................................................................................................4 Artikel 5 Gemeentelijke doelen voor het verstrekken van subsidie op voorschoolse voorzieningen ..................................................................................................................................4 Artikel 6 Subsidiabele activiteiten ...................................................................................................4 6.1 Categorie peuteropvang............................................................................................................4 6.2 Categorie kwaliteitsimpuls ........................................................................................................4 6.3 Categorie
pedagogisch coach op de VVE groep ........................................................................4 6.4 Categorie kleine kernen subsidie...............................................................................................5 Artikel 7 Toetsingscriteria................................................................................................................5 Artikel 8 Subsidiebedragen..............................................................................................................5 8.1 Subsidiebedragen (VE) peuteropvang .......................................................................................5 8.2 Subsidiebedragen kwaliteitsimpuls VVE en inzet pedagogisch beleidsmedewerker ................6 8.3 Subsidiebedrag kleine kernen subsidie .....................................................................................6 Artikel 9 Verplichtingen van de aanvrager ......................................................................................6 Artikel 10 Resultaten – Wat levert de subsidie op? ........................................................................7 Artikel 11 Indicatoren – Hoe meten wij wat er bereikt is?? ............................................................7 Artikel 12 De verantwoording van de subsidie................................................................................7 Artikel 13
Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud ....................................................................7 Artikel 14 Aanvraagtermijn(en) .......................................................................................................8 Artikel 15 Bevoorschotting en betaling ...........................................................................................8 Artikel 16 Inwerkingtreding en looptijd...........................................................................................8 Artikel 17 Tenaamstelling................................................................................................................8 TOELICHTING ...................................................................................................................................8 Artikel 4 Maatschappelijk effect......................................................................................................8 Ondertekening.................................................................................................................................8 2
Artikel 1 Grondslag Deze subsidieregeling vindt zijn grondslag in artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Krimpenerwaard 2019. De ASV geldt onverkort, tenzij daarvan expliciet wordt afgeweken. Artikel 2 Subsidiesoort Deze subsidieregeling heeft betrekking op de in artikel 7 lid 1 ASV vermelde jaarlijkse subsidies. Artikel 3 Begripsomschrijvingen In het bij of krachtens deze subsidieregeling bepaalde wordt verstaan onder: a.
aanvraagjaar: het jaar waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend. Dit is het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft; b. ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Krimpenerwaard 2019; c. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard; d. doelgroep-peuter: een peuter met een indicatiestelling voor voorschoolse educatie (VE); e. IBK: Integraal beleidskader sociaal domein gemeente Krimpenerwaard 2021-2025 (Vooruitgang door verbinding); f. initiatief: een voorgenomen activiteit die bijdraagt aan de doelstellingen in het IBK en de MAG; g. inkomensverklaring: een officiële verklaring van de Belastingdienst met daarin inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar; h. inwoner: de persoon die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Krimpenerwaard; i. jaarlijkse subsidie: subsidie voor activiteiten met een structureel karakter die voor een of meerdere kalenderjaren wordt verstrekt; j. kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk in de kosten van kinderopvang; k. kleine kernen subsidie: subsidie voor een kern waarin maximaal 1 VVE aanbieder gevestigd is die niet rendabel kan zijn door kleine kernen problematiek. Deze aanbieder dient een aantoonbaar exploitatietekort te hebben; l.
landelijk Register Kinderopvang (LRK): register waarin alle kindercentra, gastouderbureaus en voorzieningen voor gastouderopvang zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen; m. MAG: De maatschappelijke agenda waarmee het college op 30 november 2021 heeft ingestemd; n. marktfalen: als de werking tussen vraag en aanbod verstoord is. Specifiek voor de peuteropvang: als er geen volle bezetting van de groep mogelijk is door te weinig peuters in de betreffende kern en er geen mogelijkheden zijn tot uitbreiding; o. maximumuurtarief: de maximale uurprijs voor dagopvang in een kindercentrum zoals vastgelegd in het Besluit Kinderopvangtoeslag; p. opvangvoorziening: voorziening waar (VE) peuteropvang aangeboden wordt niet zijnde gastouderopvang of buitenschoolse opvang; q. ouder: ouder in de zin van de Wet kinderopvang; r. ouderbijdrage: financiële vergoeding die ouders moeten betalen voor de afname van peuteropvang. De hoogte van de ouderbijdrage wordt bepaald aan de hand van de tabel kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst; s. ouderverklaring geen recht op kinderopvangtoeslag: een document waarop de ouder verklaart geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk. Als bewijsstuk moet hierbij een Inkomensverklaring gevoegd worden; t.
peuter: een kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar; u. peutermonitor: een tool die ontwikkeld is door Bureau Innovatienul13 om peuteraanbod, peuter- bereik en financiën inzichtelijk te maken voor gemeenten; v. peuteropvang: een vorm van kinderopvang waar opvang geboden wordt aan peuters van 2 tot 4 jaar voor maximaal 8 gesubsidieerde uren per week, verdeeld over minimaal 2 dagdelen. Waar nodig worden deze uren gevarieerd naar leeftijd aangeboden; w. radermodel: onderverdeling van de gemeentelijke beleidsdoelen in 8 op elkaar afgestemde maatschappelijke (sub)doelen. x. subsidie (VE) peuteropvang: subsidie waarbij de deelnemende peuter eenheid is van subsidie; y. subsidiejaar: het jaar waarover de subsidie wordt aangevraagd en is toegekend. Dit jaar ligt na het aanvraagjaar; z. subsidieregeling: een nadere regeling zoals bedoeld in artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening 2019 (ASV); aa. subsidie scholingskosten VVE en VVE gerelateerde programma’s: deze subsidie per groep is bedoeld als kwaliteitsimpuls op de peuteropvang locaties; bb. VVE peuteropvang: programma voorschoolse educatie van minimaal 960 uur verdeeld over 1,5 jaar voor peuters van 2,5 tot 4 jaar. Hierbij mag maximaal 6 uur per dag VE meetellen voor deze urennorm. Waar nodig worden deze uren gevarieerd naar leeftijd aangeboden.
In het programma aanbod wordt voldaan aan de eisen uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Peuters van 2 tot 2,5 jaar mogen deelnemen aan de VVE peuteropvang, de uren tellen echter niet mee in de urennorm van 960 uur; cc. verantwoordingsjaar: het jaar waarin de verantwoording wordt ingediend over de besteding van de subsidie, dit jaar ligt na het subsidiejaar;
3
dd. voorschool: de voorschool is opvang voor kinderen tussen 2 en 4 jaar waar ze spelend leren. De voorschool bereidt kinderen voor op de basisschool zodat zij een goede start hebben. De voorschool is voor alle peuters van 2 tot 4 jaar. De voorschool werkt samen met een basisschool. Het programma en de manier van werken van de voorschool sluit aan bij het programma en de manier van werken in groep 1 en 2. Hierdoor is voor het kind de overgang naar de basisschool makkelijker; ee. voorschoolse educatie (VE): uitvoering van een door het college gesubsidieerd programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten; ff. voorschoolse voorziening: een voorziening voor kinderen van nul tot vier jaar aangaande opvang en educatie; gg. WKO: Wet kinderopvang. Artikel 4 Maatschappelijk effect Deze subsidieregeling is gericht op het ondersteunen en stimuleren van de in paragraaf 6 van bijlage 1 IBK opgenomen maatschappelijke effecten. De aanpak is gericht op preventie en vroegsignalering en draagt er toe bij: • • •
dat het sociaal emotionele, -culturele en cognitieve vermogen van peuters wordt vergroot, dat minder kinderen met een ontwikkelingsachterstand instromen op de basisschool, dat optimaal invulling wordt gegeven aan de in beleidsrad 1 (Veerkracht, zie Toelichting) opgenomen doelstelling dat aan ieder kind een kansrijke start wordt geboden.
Artikel 5 Gemeentelijke doelen voor het verstrekken van subsidie op voorschoolse voorzieningen De activiteiten moeten een bijdrage leveren aan één of meerdere van onderstaande doelen: a. b. c. d.
e.
peuters nemen deel aan een voorschoolse voorziening die voldoet aan de kwaliteitscriteria van de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang; peuters met een VVE indicatie volgen een VVE programma dat voldoet aan het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; het voorkomen, vroegtijdig opsporen en aanpakken van taal- en onderwijsachterstanden bij peuters; de ontwikkeling van (doelgroep)peuters wordt op gestructureerde en samenhangende wijze gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Hierdoor wordt de kans vergroot op een start in het onderwijs zonder een achterstand; de voorschoolse voorzieningen in de kernen worden behouden.
Artikel 6 Subsidiabele activiteiten 6.1 Categorie peuteropvang a. b. c. d.
Een aanbod aan peuters van ouders aantoonbaar zonder recht op kinderopvangtoeslag- waarbij de gemeente maximaal 8 uur per week subsidieert. Een aanbod aan doelgroep peuters van zowel ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag als ouders met recht op kinderopvangtoeslag – waarbij de gemeente maximaal 16 uur per week subsidieert. De verleende subsidie kan ingezet worden om een peuter die maximaal 3 weken voor de vakantie vier jaar wordt, tot aan de vakantie te laten overbruggen om continuïteit te waarborgen voor het kind. De verleende subsidie kan bij uitzondering en deels ingezet worden om een peuter na zijn/haar vierde verjaardag langer op de peuteropvang te laten verblijven. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: i. ii. iii. iv. v. vi.
Er is geen sprake van kinderopvangtoeslag (deze loopt door tot het kind start in het basisonderwijs) Er is sprake van een speciale zorgbehoefte waardoor het kind nog niet kan starten op het primair onderwijs. De zorgbehoefte is door een professional in beeld gebracht. De mogelijkheid voor inzet van een Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang wordt in kaart gebracht De onderwijsinstelling heeft een zorgplicht voor aangemelde kinderen. De peuteropvang maakt samen met ouders, school en andere betrokken professionals een plan rondom het kind. De gemeente wordt betrokken bij het gebruik maken van deze uitzondering, waarbij er samen gekeken wordt naar de mogelijkheden in het budget.
6.2 Categorie kwaliteitsimpuls Subsidie ten behoeve van een kwaliteitsimpuls. Hieronder vallen scholingskosten VVE en VVE gerelateerde programma’s. 6.3 Categorie pedagogisch coach op de VVE groep Subsidie ten behoeve van de inzet van de HBO coach/pedagogisch beleidsmedewerker op de VVE groep conform het wijzigingsbesluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Voor deze categorie gelden de volgende uitgangspunten:
4
i. Doel besluit: verhogen van de kwaliteit van het aanbod van voorschoolse educatie ii. Norm: inzet pedagogisch beleidsmedewerker voor 10 uur per doelgroeppeuter per locatie per jaar (peildatum iii. Profiel: hbo werk- en denkniveau, gelijk aan de eisen zoals gesteld in de Wet IKK en zoals ze zijn uitgewerkt in de CAO Kinderopvang en de CAO Sociaal werk iv. Opleiding: hbo-, wo- en associate degree-opleidingen gericht op de ontwikkeling van kinderen en de manier waarop die ontwikkeling zo optimaal mogelijk kan worden ondersteund. Zie hiervoor de lijst Branche erkende Scholing voor Pedagogisch beleidsmedewerker/coach. MBO4-diploma aangevuld met een branche-erkende opleiding is ook mogelijk. v. De norm van 10 uur betreft een rekenregel. Het is dus niet zo dat de werkzaamheden van de pedagogisch beleidsmedewerker één op één zijn terug te brengen op 10 uur per doelgroepkind. Het totaal aantal voorgeschreven uren per locatie mag door de opvangorganisatie naar eigen inzicht worden ingezet, zolang de inzet gericht is op kwaliteitsverbetering van de beroepskrachten en het aanbod van de VE op de groepen waar doelgroepkinderen aan deelnemen 6.4 Categorie kleine kernen subsidie Subsidie ten behoeve van VVE aanbieders in kleine kernen die op basis van het gehanteerde subsidiabel uurtarief niet op rendabele wijze in stand gehouden kan worden.
Deze is alleen bedoeld voor aanbieders die de enige VVE aanbieder in de kern zijn en waar geen dagopvang gevestigd is, om marktverstoring te voorkomen. Artikel 7 Toetsingscriteria Een opvangvoorziening komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking wanneer: a. de opvangvoorziening opvang verzorgt aan (doelgroep)peuters gevestigd in de gemeente Krimpenerwaard; b. de opvangvoorziening staat als kinderdagverblijf ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang; c. zowel peuteropvang als VE peuteropvang aangeboden wordt; d. voor doelgroep peuters de aantekening voorschoolse educatie ‘ja’ aanwezig is bij de opvangvoorziening in het LRK; e. voor doelgroep peuters wordt een aanbod gerealiseerd van minimaal 960 uur over 1,5 jaar voor peuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar; f. de opvangvoorziening voldoet aan de basisvoorwaarden voor de kwaliteit van kinderopvang en de basisvoorwaarden voor de kwaliteit van voorschoolse educatie zoals opgenomen in de Wet Kinderopvang en het (wijzigings-)besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; g. de opvangvoorziening werkt met een kind-volgsysteem en een VVE programma dat voldoet aan de voorwaarden uit het besluit basisvoorwaarden voorschoolse educatie; h. De opvangvoorziening bevordert de doorgaande leerlijn naar het onderwijs en gebruikt hiervoor o.a. het formulier warme overdracht Krimpenerwaard.
Specifiek voor de aanvraag kleine kernen subsidie gelden de volgende toetsingscriteria: i. In de kern is de aanvrager de enige VVE aanbieder en is er geen dagopvang in de kern; j. De aanvrager kan aantonen dat er sprake is van marktfalen; k. De aanvrager kan aantonen dat er sprake is van een exploitatietekort. Artikel 8 Subsidiebedragen De subsidieregeling voorschoolse voorzieningen gemeente Krimpenerwaard 2023 is opgesteld voor kinderopvang organisaties die naast reguliere peuteropvang ook voorschoolse educatie aanbieden. Voorschoolse educatie is bedoeld om peuters te ondersteunen en stimuleren in de taalontwikkeling. De subsidie wordt uitgekeerd aan de kinderopvangorganisatie. Ouders betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage op basis van het door de rijksoverheid vastgesteld fiscaal maximumuurtarief. 8.1 Subsidiebedragen (VE) peuteropvang De subsidiebedragen ten behoeve van de (doelgroep)peuters van de volgende groepen ouders zijn als volgt: 1. Ouders met recht op kinderopvangtoeslag a. Ouders met een peuter die naar de reguliere peuteropvang gaat, betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage op basis van het door de rijksoverheid vastgesteld fiscaal maximumuurtarief over de eerste acht uur per week. De gemeente Krimpenerwaard subsidieert in dit geval het bedrag tussen het fiscaal maximumuurtarief en € 9,50 per uur over acht uur per week. b.
Ouders met een peuter die een VVE indicatie heeft, betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage op basis van het door de rijksoverheid vastgesteld fiscaal maximumuurtarief over de eerste acht uur per week. De gemeente subsidieert in dit geval het bedrag tussen het fiscaal maximumuurtarief en € 9,50 per uur over acht uur per week. Acht uur aanvullend per week (in totaal zestien uur) is voor deze ouders gratis. De gemeente Krimpenerwaard subsidieert de aanvullende acht uur per week voor € 9,50 per uur.
5
2.
3.
Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag a. Ouders met een peuter die naar de reguliere peuteropvang gaat, betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage op basis van het door de rijksoverheid vastgesteld fiscaal maximumuurtarief over de acht uur per week. De gemeente Krimpenerwaard subsidieert in dit geval de aanvulling tot het fiscaal maximumuurtarief en het bedrag tussen het fiscaal maximumuurtarief en € 9,50 per uur over acht uur per week. b. Ouders een peuter die een VVE indicatie heeft, betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage op basis van het door de rijksoverheid vastgesteld fiscaal maximumuurtarief over de eerste acht uur per week. De gemeente Krimpenerwaard subsidieert in dit geval de aanvulling tot het fiscaal maximumuurtarief en het bedrag tussen het fiscaal maximumuurtarief en € 9,50 per uur over acht uur per week. Acht uur aanvullend per week (in totaal zestien uur) is voor deze groep gratis. De gemeente Krimpenerwaard subsidieert de aanvullende acht uur per week met € 9,50 per uur. Voor lid 1.b en lid 2.b is er een wettelijke aanbodverplichting van 16 uur per week VVE voor kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar. Instellingen mogen variëren in de vorm waarin zij dit aanbieden, maar mogen niet meer dan zes uur per dag aanbieden. Over een periode van 1,5 jaar moet er in totaal 960 uur voorschoolse educatie aangeboden zijn.
Voor kinderen die al vóór 1 januari 2020 tweeënhalf waren en deelnamen aan voorschoolse educatie, geldt geen aanbodverplichting van 16 uur.
8.2 Subsidiebedragen kwaliteitsimpuls VVE en inzet pedagogisch beleidsmedewerker 1. 2.
Per peutergroep (locatie) kan er per jaar een subsidie worden aangevraagd ten hoogte van € 3.000. Deze subsidie is bedoeld voor scholingskosten VVE en VVE gerelateerde programma’s (kwaliteitsvergoeding). Per kind met een VVE indicatie geldt een toeslag van € 475 voor de inzet van de HBO coach/pedagogisch beleidsmedewerker op de groep. Zie de voorwaarden onder artikel 4.3 en het Wijzigingsbesluit Voorschoolse Educatie.
8.3 Subsidiebedrag kleine kernen subsidie De maximum aan te vragen subsidie is € 10.000. Zie voor de voorwaarden artikel 7 onder i, j en k. Artikel 9 Verplichtingen van de aanvrager 1. 2.
3.
De opvangvoorziening bepaalt in hoeverre ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag in aanmerking komen voor subsidie en gebruikt daarvoor een ouderverklaring ‘geen recht op kinderopvangtoeslag’. De opvangvoorziening levert per kwartaal de volgende gegevens aan door een upload in de Peutermonitor: a. het betreffende kwartaal waarover de gegevens ingediend worden; b. de betreffende maand waarover de gegevens ingediend worden; c. Naam van de locatie; d. identificatiecode van de locatie in het Landelijk register Kinderopvang; e. … of de locatie een erkende VVE locatie is; f. kind ID: Burgerservicenummer van de peuter; g. de indicatie; h. recht op kinderopvangtoeslag bij ouder(s)/verzorger(s); i. voornaam peuter; j. achternaam peuter; k. postcode van het woonadres van de peuter; l. huisnummer van het woonadres van de peuter; m. toevoeging op het huisnummer van het woonadres; n. woonplaats; o. geboortedatum van de peuter; p. het eerste Kind (hoeft alleen ingevuld te worden voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag); q. startdatum van de plaatsing; r. einddatum van de plaatsing; s. aantal gesubsidieerde reguliere uren dat de peuter in de betreffende maand is geplaatst. Dit betreft de contracturen/geplaatste uren; t. aantal gesubsidieerde VVE uren dat de peuter in de betreffende maand is geplaatst. Dit betreft de contracturen/geplaatste uren; u.
inkomen ouders: deze wordt alleen ingevuld voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Het gaat hier om het gezamenlijk toetsingsinkomen van de ouder(s)/ verzorger(s). De gemeente kan steekproefsgewijs opvangvoorzieningen verzoeken aanvullende gegevens aan te leveren via beveiligde e-mail, bijvoorbeeld Cryptshare. De gegevens die de gemeente kan opvragen in aanvulling op artikel 8.2 zijn: i. BSN ouder(s); ii. Naam ouder(s); iii. Ouderverklaring geen recht op kinderopvangtoeslag;
6
4. 5.
iv. Inkomensverklaring, zie punt 8.5 voor een toelichting; v. De aanwezigheid van een VVE indicatie. Op basis van de gegevens genoemd in artikel 8.2 en 8.3 toetst de gemeente de rechtmatigheid van de subsidieverlening. Na de rechtmatigheidstoets worden de persoonsgegevens genoemd in artikel 8.3 vernietigd. De opvangvoorziening: a. toetst aan de hand van de Ouderverklaring geen recht op kinderopvangtoeslag, in combinatie met een inkomensverklaring van de ouder(s), of een peuter in aanmerking komt voor een gesubsidieerde plek. Als dit om aantoonbare reden niet mogelijk is, kan er ander bewijs van inkomen worden opgevraagd. Dit kan zijn: salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc.; b. houdt een administratie bij van de documenten aan de hand waarvan de toetsing recht op een gesubsidieerde plek is gedaan en van bevindingen van deze toetsing. De opvangvoorziening bewaart deze gegevens nog 3 jaar (na afloop van het subsidiejaar) en stelt deze gegevens beschikbaar aan de gemeente als de gemeente hierop een controle wil uitvoeren. c. is niet verantwoordelijk voor de juistheid van de door ouders geleverde gegevens.
Artikel 10 Resultaten – Wat levert de subsidie op? De activiteiten moeten een bijdrage leveren aan een of meerdere van onderstaande resultaten: a. voldoende aanbod voor peuters, regulier en VVE; b. zoveel mogelijk peuters bereiken en toe leiden naar een voorschoolse voorziening; c. goede aansluiting op de basisschool, peuters maken een goede start binnen het basisonderwijs; d. goede kwaliteit van voorschoolse voorzieningen (kwaliteitszorg) waarbij het gebruikte VVE programma kinderen op vier ontwikkelingsgebieden (taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotioneel) stimuleert; e. het verbeteren van de voorschoolse educatie door middel van coaching van beroepskrachten voorschoolse educatie en/of beleidsvorming en -implementatie door een pedagogisch beleidsmedewerker; f. kinderopvanginstellingen voldoen aan de basisvoorwaarden zoals aangegeven in het Besluit Basisvoorwaarden Kwaliteit Voorschoolse Educatie. Artikel 11 Indicatoren – Hoe meten wij wat er bereikt is?? De volgende indicatoren (niet zijnde uitputtend) geven een indicatie of en in welke mate resultaten gerealiseerd zijn: a. het bereik (aantal peuters met en zonder VVE indicatie, aantal ouders met kinderopvangtoeslag); b. de wijze van uitvoering van het VVE programma (interne kwaliteitszorg); c. de (voortgangs)resultaten van het VVE programma; d. de ouderbetrokkenheid; e.
de mate waarin invulling wordt gegeven aan de doorgaande leerlijn. Artikel 12 De verantwoording van de subsidie 1.
2.
3.
Bij subsidies tot € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk op 1 juni van het verantwoordingsjaar een aanvraag tot vaststelling in. Deze aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). Uit het financieel verslag komt duidelijk naar voren hoe de subsidie is besteedt aan de genoemde activiteiten onder artikel 4 van deze subsidieregeling. Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk op 1 juni van het verantwoordingsjaar een aanvraag tot vaststelling in. Deze aanvraag tot vaststelling bevat: a. Een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). Uit het financieel verslag komt duidelijk naar voren hoe de subsidie is besteedt aan de genoemde activiteiten onder artikel 4 van deze subsidieregeling; c. Een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. Een accountantsverklaring in de vorm van een beoordelingsverklaring.
Alle ontvangen subsidies genoemd onder artikel 6 worden gebundeld in de aanvraag tot vaststelling.
Artikel 13 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1.
Het subsidieplafond voor de reguliere peuters in deze regeling is € 450.923,00. Het budget voor peuteropvang plekken VVE en de kwaliteitsimpuls VVE wordt niet vastgelegd in een plafond. Het uitgangspunt is dat alle doelgroep peuters een kwalitatief VVE aanbod moeten krijgen.
7
2.
3.
Het in lid 1 benoemde budget is onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad en onder voorbehoud dat de specifieke uitkering van het Rijk, verstrekt door de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, aan de gemeente Krimpenerwaard toegekend wordt. Bij overschrijding van het subsidieplafond wordt het totaalbedrag evenredig over de voor subsidie in aanmerking te nemen aanvragen verdeeld. Dat betekent dat de individuele voor subsidie in aanmerking te nemen aanvragen elk met een gelijk percentage worden gekort. Op het aangevraagde bedrag voor doelgroep peuters wordt niet gekort omdat de gemeente een wettelijke taak heeft in het voorzien van voldoende plekken voor VVE peuters.
Artikel 14 Aanvraagtermijn(en) 1. 2.
Conform artikel 7.3 van de Algemene Subsidie Verordening 2019 wordt er voor de voorschoolse voorzieningen een afwijkende aanvraagtermijn aangehouden. Een aanvraag om een jaarlijkse subsidie wordt ingediend vanaf 1 juli tot en met 31 augustus van het aanvraagjaar.
Artikel 15 Bevoorschotting en betaling 1. 2. 3.
Per kwartaal wordt één vierde van de verleende subsidie als voorschot verstrekt. De subsidie wordt betaald aan het geregistreerde kindercentrum. Bij de beoordeling van de ingediende verantwoording kan een vaststelling, terugvordering of nabetaling plaats vinden.
Artikel 16 Inwerkingtreding en looptijd 1. 2. 3.
Deze subsidieregeling treedt in werking de dag na publicatie. Het eerste lid is voor het eerst van toepassing op subsidieaanvragen voor activiteiten die in het jaar 2023 worden uitgevoerd. Lid 1 onder gelijktijdige intrekking van de vanaf 1 juli 2021 geldende Subsidieregeling voorschoolse voorzieningen gemeente Krimpenerwaard met dien verstande, dat deze van toepassing blijft voor activiteiten die op basis van die regeling zijn uitgevoerd.
Artikel 17 Tenaamstelling Deze subsidieregeling wordt aangehaald als Subsidieregeling voorschoolse voorzieningen gemeente Krimpenerwaard 2023.
TOELICHTING Artikel 4 Maatschappelijk effect Beleidsrad 1 Veerkracht -
De Subsidiabele activiteiten Activiteiten richten zich op het ondersteunen van inwoners bij het : omgaan met stress, tegenslag, trends (prestatiedruk, eenzaamheid, coronasomberheid onder jongeren, armoede, geestesziekte) het invullen van de hulpvraag op eigen kracht en in het eigen netwerk, gebruikmaking van informele en sociale steun, het realiseren van een kansrijke start.
Ondertekening Krimpenerwaard, 12 april 2022 Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, De secretaris,
De burgemeester,
8