CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.26 RIB Ingediende zienswijzen projectplan Waterwet dijkversterking KIJK.pdf

Beeldvorming R&F (vergaderzaal 1.6) 17 januari 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Voorwoord wethouder10.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAADSINFORMATIEBRIEF

VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR

de gemeenteraad

CC DATUM ONDERWERP

10 januari 2023 Ingediende zienswijzen projectplan Waterwet dijkversterking KIJK

Beste meneer, mevrouw, Door het college zijn twee zienswijzen ingediend op het ontwerpprojectplan Waterwet ten aanzien van de dijkversterking Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard (afgekort: KIJK). Verkort weergegeven heeft het college in de zienswijzen aangegeven dat de belangen van èn de gevolgen voor de ondergrondse infrastructuur in onvoldoende mate zijn afgewogen in relatie tot de onderzochte (technische) alternatieven. Hoewel het belang van de dijkversterking wordt onderkend is op basis van de stukken geconcludeerd dat de rechtszekerheid en de positie van kabel- en leidingbeheerders (waaronder de gemeente met haar te vervangen persriool) aanzienlijk in de knel komen. Ook heeft het college opmerkingen gemaakt over het projectplan in relatie tot het Natuur Netwerk Nederland en de motie ‘Onderzoek uitbreiden bebouwde kom en aanleg trottoir IJsseldijk Noord’. Verder heeft het college om nadere informatie verzocht over diverse verkeers- en schadeaspecten van het projectplan Waterwet. Op 17 januari 2023 zal er bij de commissie R&F een beeldvormende bijeenkomst over het project KIJK plaatsvinden. De inhoud van de zienswijzen is van belang voor een goede beeldvorming van de commissieleden over het project KIJK. Het college wenst de ingediende zienswijzen dan ook aan uw raad te verstrekken.

Bijlagen RIB: zienswijzen Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,

de burgemeester,

J. Hennip

P.J. Bouvy-Koene

19311023041 / 1023272 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl

AANTEKENEN Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland t.a.v. de afdeling Water en Groen Postbus 90602 2509 LP DEN HAAG Per e-mail: waterveiligheidsprocedures@pzh.nl

LOCATIE: Stolwijk

DOCUMENTNUMMER: 1016535

BEHANDELD DOOR:

UW BRIEF:

ZAAKNUMMER: 193125715

TELEFOON: 14 0182

UW KENMERK:

BIJLAGE(N): 3

E-MAIL: info@krimpenerwaard.nl VERZENDDATUM: 27 december 2022

ONDERWERP: Zienswijze op het ontwerp-projectplan Waterwet, het MER en de ontwerpuitvoeringsbesluiten inzake

dijkversterking Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard (KIJK) Geacht College, Inleiding De kabel- en leidingbeheerders gemeente Krimpenerwaard (riolering, openbare verlichting en bluswatervoorziening), Oasen N.V. (drinkwater), Stedin Netbeheer B.V. (elektra en gas) en Glasdraad Krimpenerwaard (glasvezel; voorheen Rekam) wensen in onderhavige zienswijze hun bezwaren naar voren te brengen tegen het ontwerpprojectplan Waterwet, het MER en de ontwerp-uitvoeringsbesluiten inzake de dijkversterking Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard (hierna: ‘het ontwerpprojectplan’), welke ter inzage is gelegd op 18 november 2022 t/m 29 december 2022, op verzoek van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (hierna: ‘HHSK’). Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Als kabel- en leidingbeheerders dienen wij als gevolg van de dijkversterkingswerkzaamheden kabels en leidingen te verleggen, waardoor wij als belanghebbenden gerechtigd zijn een zienswijze in te dienen tegen het ontwerpprojectplan. Onder meer om onze bezwaren kenbaar te maken, maar tevens om onze rechtspositie veilig te stellen, dienen wij onze zienswijze in. Omdat belangen net wat afwijkend zijn doch grotendeels eenzelfde zijn, dienen wij individueel onze zienswijze in. De kabel- en leidingbeheerders hebben het ontwerpprojectplan geanalyseerd en beoordeeld.

Na bestudering van het ontwerpprojectplan merken wij als kabel- en leidingbeheerders op dat in (en in de nabijheid van) het plangebied diverse kabels en leidingen en de daarbij behorende objecten (o.a. transformatorstations) van verschillende kabel- en leidingbeheerders zijn gesitueerd. Voor zover de huidige beschikbare informatie een goede beoordeling toelaat, hebben de ontwikkelingen (mogelijke) gevolgen voor de aanwezige kabels en leidingen en objecten. Deze constatering is de aanleiding tot het indienen van de onderhavige zienswijze. De kabel- en leidingbeheerders lichten dat hieronder toe. De kabel- en leidingbeheerders onderkennen het belang van de dijkversterking, echter zijn van mening dat de belangen van èn de gevolgen voor de ondergrondse infrastructuur in onvoldoende mate zijn afgewogen in relatie tot de onderzochte (technische) alternatieven en tot het komen van het ontwerpprojectplan. Op basis van de stukken, maken wij op dat de rechtszekerheid en de positie van kabel- en leidingbeheerders aanzienlijk in de knel komen. Belangen gemeente Krimpenerwaard De gemeentelijke belangen als gevolg van de dijkversterkingswerkzaamheden zijn divers in het kader van kabels en leidingen en specifiek gericht op riolering, openbare verlichting, bluswatervoorziening en snel internet.

Stedelijk afvalwater Op grond van artikel 10.33 Wet milieubeheer (Wm) hebben gemeenten een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater. Onder stedelijk afvalwater wordt afvalwater verstaan dat bestaat uit huishoudelijk afvalwater gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl

of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De gemeente zorgt voor transport van dit water naar de rioolwaterzuivering. Ten aanzien van dit ontwerpprojectplan betreft het een drukrioleringssysteem met bijbehorende pompunits en persleidingen. Openbare Verlichting (OV) Er bestaat geen wettelijke verplichting tot het plaatsen van openbare verlichting. Wel heeft de overheid een zorgplicht: de wegen dienen veilig te zijn. In geval van het beheersgebied van het HHSK is het hoogheemraadschap wegbeheerder en voert de gemeente het beheer over de openbare verlichting. De gemeente dient daarom haar verlichting goed te onderhouden en geldt er het aansprakelijkheidsbeginsel. Als de openbare verlichting niet voldoet aan de eisen die de weggebruikers daaraan mogen stellen, dan kunnen zij de gemeente aansprakelijk stellen voor letsel en schade (boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 6.162 e.v. en artikel 6.174). Het aansprakelijkheidsbeginsel heeft alleen betrekking op de functie van verkeersveiligheid van de openbare verlichting. De sociale veiligheid en leefbaarheid blijven hierbij buiten beschouwing, als ze tenminste geen invloed hebben op de verkeersveiligheid. Het gaat hierbij om risicoaansprakelijkheid.

De weggebruiker hoeft niet de schuld van de wegbeheerder aan te tonen, maar de gevaarlijke toestand van de weg(uitrusting) en het gevaar dat daardoor ontstaat. De gemeente moet in voorkomende gevallen aantonen dat haar op het gebied van verlichtingskwaliteit en het onderhouden van de verlichtingsinstallatie in redelijkheid niets te verwijten valt. Vooruitlopend op dit ontwerpprojectplan heeft de gemeente proactief al een OV-plan laten opstellen, waarbij de vervanging van de bokpalen onontkoombaar is. De wijze van vervanging en bekostiging dient nader met het HHSK te worden afgestemd. Bluswatervoorziening Veiligheidsregio’s adviseren gemeenten over bluswater- en veiligheidsvraagstukken en zijn onderdeel van de toetsing van bouwplannen of andere vergunningsaanvragen. Op basis van de Wet Veiligheidsregio’s is de gemeente verantwoordelijk voor de brandweerzorg en voert de brandweer deze taak voor de gemeenten uit. De brandweerzorg houdt het volgende in: het beperken, voorkomen en bestrijden van brand. Een van de voorwaarden die nodig zijn om de brandweer haar werk te laten doen is een adequate primaire bluswatervoorziening. Het ontbreken ervan kan leiden tot risico’s dat calamiteiten niet effectief bestreden kunnen worden, wat kan resulteren in maatschappelijke ontwrichting, milieu incidenten, slachtoffers en materiële schade.

De Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) heeft de gemeente nadrukkelijk geadviseerd om in te zetten op primaire brandblusvoorzieningen, omdat alleen met secundaire voorzieningen niet wordt voldaan aan de wettelijke eisen. Snel internet Per eind 2023 dienen volgens het ministerie van Economische Zaken en Klimaat alle huishoudens in Nederland over een snelle internetverbinding te kunnen beschikken. Gemeenten en provincies hebben de verantwoordelijkheid om hierbij een bevorderende rol te spelen. Met betrekking tot het project KIJK is Glasdraad Krimpenerwaard voornemens om in een gezamenlijk tracé haar glasvezel mee te leggen. De gemeente Krimpenerwaard heeft inmiddels haar bevorderende rol gepakt en HHSK verzocht om met betreffende partijen een businesscase te maken waarin alle aspecten, dus ook het voor bewoners gratis of voor een beperkt tarief laten aansluiten op glasvezel, aan bod komen. De gemeente Krimpenerwaard vreest dat haar belangen (en de belangen van haar inwoners) worden geschonden door het ontwerpprojectplan. In de als bijlage bijgevoegde ‘Memo beknopte uiteenzetting bespreekpunten voor BO met hoogheemraad Cor Habben Jansen’ (d.d. 27 september 2022), zijn de achtergronden en de problematiek ten aanzien van de bovengenoemde belangen, verantwoordelijkheden en wettelijke verplichtingen nader uiteengezet.

Naast het voldoen aan bovengenoemde verantwoordelijkheden en wettelijke verplichtingen kijkt de gemeente Krimpenerwaard ook naar de (technische) uitvoerbaarheid en de maatschappelijke impact wat dit mogelijkerwijs tot gevolg gaat hebben en waarbij de kosten beheers- en betaalbaar blijven. Historie Het uitgangspunt bij verleggingen is dat een bestuursorgaan (waterschap, provincie, gemeente, Rijk) komt met een definitief ontwerp. Gelet op de complexiteit van dit dijkversterkingsproject, hebben de kabel- en leidingbeheerders de pro-activiteit en de samenwerking met elkaar opgezocht. Dit heeft geresulteerd in een samenwerkingsovereenkomst op 30 november 2017. Ondanks uitnodiging daartoe, heeft HHSK zich niet pag. 2/16

gecommitteerd aan deze samenwerkingsovereenkomst ten behoeve van de realisatie van een nieuw nutstracé nabij de IJsseldijk te Ouderkerk aan den IJssel. De kabel- en leidingbeheerders Oasen N.V. (drinkwater), Stedin Netbeheer B.V. (elektra en gas), de gemeente Krimpenerwaard (riolering, openbare verlichting en bluswatervoorziening) en Glasdraad Krimpenerwaard (glasvezel; voorheen Rekam), hierna te noemen: 'SOKpartners', waren en zijn voornemens om de voorbereiding- en uitvoeringswerkzaamheden gezamenlijk (en integraal) op te pakken, gelet op kostenefficiency en beperking van maatschappelijke overlast, ondanks dat er nog geen definitief ontwerp van het HHSK voor haar dijkversterking aanwezig was en is. Als SOK-partners zijn we ook al proactief geweest met ons voorontwerp, ondanks de onduidelijkheden, waarbij we reeds 13 bewonersbijeenkomsten hebben georganiseerd met daarbij behorende communicatie. Het definitief ontwerp van HHSK is tot op heden nog niet aangeleverd bij de SOK-partners. Ook aannemerscombinatie KIGO heeft aangegeven haar ontwerp niet te kunnen maken, omdat er nog antwoorden missen van HHSK. De afgelopen 5 jaar hebben wij als SOK-partners in een groot aantal bijeenkomsten over het voorgenomen plan gesproken. In de samenwerkingsovereenkomst hebben SOK-partners gekeken naar de koppelkansen en trekken samen op om een nieuw tracé te zoeken.

Helaas stellen wij als SOK-partners vast dat naar onze mening de zorgen (knelpunten), die destijds al naar HHSK zijn geuit, niet en/of in onvoldoende mate zijn meegewogen en opgepakt. Daarbij willen wij graag verwijzen naar de eerdere standpunten in een ingediende zienswijze d.d. 24 augustus 2018 van de SOK-partners (op een voorgesteld voorkeursalternatief (VKA) uit 2018: “Stedin, de gemeente Krimpenerwaard en Oasen hebben de voorkeur dat bestaande kabels en leidingen, die aangelegd zijn middels vestiging van zakelijk recht, kunnen blijven liggen. De (maatschappelijke) kosten en overlast voor de omgeving staan niet in verhouding tot het voordeel dat HHSK in de toekomst beoogt te realiseren door de kabels en leidingen op korte termijn naar een tracé buiten de veiligheidszone van de dijk te verplaatsen. Stedin, de gemeente Krimpenerwaard en Oasen gaan er dan ook vanuit dat HHSK alleen een verzoek tot verlegging zal doen als de noodzaak daarvan in verband met de functionaliteit van het dijklichaam en/of de uitvoering van werkzaamheden door HHSK vaststaat.

Tevens wordt ervan uitgegaan dat zoveel mogelijk zal worden geprobeerd dat de kabels en leidingen na voltooiing van de werkzaamheden door HHSK kunnen terugkeren in de bestaande tracés.” Daarom verbaast het ons als SOK-partners dat we – inmiddels een paar jaar verder – nog steeds geen duidelijkheid hebben over de gevolgen van het ontwerpprojectplan op de kabels en leidingen van de SOKpartners. Vervolgens is om aanvullende informatie gevraagd voor wat betreft de definitieve tekeningen/plan, om de engineering, juridische kaders en inhoudelijke planning te kunnen maken. Ook de door ons geleverde input wordt in het ontwerpprojectplan niet meegenomen, terwijl het verleggen van de kabels en leidingen een essentieel onderdeel is van een dergelijk ontwerpprojectplan. De SOK-partners betreuren dat er ook in dit formele publiekrechtelijke besluit geen duidelijkheid wordt geboden. De SOK-partners willen HHSK wijzen op hoofdstuk 7 van het document 'Stappenplan Samen sterk' op de website van het hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP): https://www.hwbp.nl/documenten/handreikingen/2020/12/14/stappenplan-samen-sterk-beginnen-met-kabels-enleidingen. Hierin staat aangegeven dat netbeheerders betrokken moeten worden bij het optimaliseren van het Voorkeursalternatief (VKA) voor besluitvorming.

Het gaat bij een verdere optimalisatie van het VKA om inpassing van functies, waaronder kabel en leidingen, met als doel om nadelige gevolgen van de dijkversterking te beperken of om kosten en materiaal te besparen. De te verleggen kabels en leidingen maken deel uit van het geoptimaliseerde VKA. Ook wordt een oproep gedaan aan HHSK, specifiek in dit document van het HWBP, om actualisering van de indeling in categorieën 1, 2 en 3 voor kabels en leidingen. Voortschrijdende ontwikkelingen Sinds de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst tussen de SOK-partners op 30 november 2017, hebben zich diverse (voortschrijdende) ontwikkelingen voorgedaan. Van een onvoldoende inventarisatie van stakeholders door HHSK, o.a. bluswatervoorzieningen, tot een damwandconstructie waarachter de nutsvoorzieningen kunnen liggen, tot de energietransitie en toenemende energievraag, toenemende druk om duurzaam te opereren in de gehele keten én van het gas af gaan qua impact vanuit het ministerie. Ook recent, per 13 september 2022, heeft Oasen aangegeven de drinkwaterkwaliteit niet te kunnen garanderen, gelet op de diameter (in relatie tot de bluswatervoorziening) en de (aanzienlijke) afstand van het achterlandtracé tot de woningen. Ook het feit dat er nauwelijks grond is aangekocht door HHSK en er voor grote delen van de pag. 3/16

IJsseldijk gekeken wordt naar ambities van 20 jaar in plaats van langere ligging en aanpak baart opzien voor de SOK-partners. Ook zijn ambities bijgesteld qua inhoud, zoals hoogteopgave en voorlanden. Door deze nieuwe ambities en voortschrijdende inzichten is er ook een koppelkans met gas te relateren, omdat dit ook maar tot 2050 gewenst is. Er zijn tevens nieuwe inzichten vanuit de Project Overstijgende Verkenning (POV) kabels & leidingen en de Strategische Samenwerking Water- en Netbeheerders (SSWN), waarbij bij andere HWBPprojecten in goed overleg met kabel- en leidingbeheerders wel mogelijkheden en maatwerk wordt geboden. De SOK-partners menen ook dat HHSK haar rol als wegbeheerder en coördinator bij openbare voorzieningen, met haar publieke rol, onvoldoende pakt. Andere aanpak bij vergelijkbare projecten Zowel Stedin als Oasen en de gemeente hebben andere ervaringen met dijkversterkingsprojecten, waaronder Kinderdijk-Schoonhovenseveer (KIS) en Bergambacht-Ammerstol-Schoonhoven (BAS), waarbij kabels- en leidingen een essentieel onderdeel waren van het project en het projectplan, middels o.a. vestiging van zakelijk recht ten behoeve van een beschikbaar werkterrein en een actiever - naar de samenwerking zoekend waterschap. In dit project werden de SOK-partners tevens gezien als ‘omgeving’ en dit werd ook zo ervaren. Dit was bij de andere projecten niet zo.

De SOK-partners menen dat zij net zo'n integraal onderdeel zijn van de dijkversterking als zij waren in de andere projecten. Willekeur De kabels van KPN kunnen in de dijk blijven liggen, tenminste zo is medegedeeld aan de SOK-partners. We zien en ervaren willekeur ten aanzien van KPN die niet gedwongen wordt om te verleggen, terwijl wij als SOKpartners dit wel moeten. Voor de volledigheid, KPN maakt geen deel uit van de SOK-partners. Zeker gelet op Glasdraad Krimpenerwaard, is dit volstrekte willekeur. Ook beziet het HHSK het plan om een bluswaterleiding in de dijk aan te leggen, maar een drinkwaterleiding mag weer niet in het dijklichaam, terwijl een drinkwaterleiding eenzelfde doel (bluswatervoorziening)kan nastreven, alsook de drinkwatervoorziening kan garanderen (dubbelfunctie), die eenzelfde functie kan hebben, waarbij meteen meerdere (maatschappelijke) belangen worden gediend. Nut en noodzaak Voor de SOK-partners ontbreekt de nut en noodzaak van de verlegging van de kabels en leidingen. Ook kan de SSWN een bijdrage leveren in de samenwerking tussen HHSK en de SOK-partners. Zeker nu we zien dat de in het ontwerp aangegeven damwanden de kabels en leidingen beschermen. Ook zien we diverse kabels en leidingen terugkomen in de dijk. Een dijk vertegenwoordigt een dijklichaam, een kern en een beschermingszone, met verwijzing naar de Keur.

Er worden door dit initiatief van HHSK zelfs kabels en leidingen geraakt, die niet eens in het dijklichaam liggen en ook geenszins gevaar opleveren. Zelfs zijn kraterberekeningen (sterkte en kwaliteit) op orde voor bepaalde disciplines (o.a. gas) in- en buiten het dijklichaam. De uitgangspunten c.q. ambities wijzigen (zie ook kopje 'voortschrijdende ontwikkelingen' in deze brief), waardoor de nodige onzekerheid optreedt over de scope. Door de nieuwe en voortschrijdende inzichten hebben de SOK-partners meer twijfels over de nut en noodzaak voor het verleggen van kabels en leidingen. Naast de investeringskosten, die dit met zich meebrengt, vragen wij ons af waarom het niet meer (willen) handhaven van de kabels en leidingen in het dijklichaam maatschappelijk gewenst is. Ook bij het eventueel vestigen van een zakelijk recht dan wel voor het voeren van een gedoogplichtprocedure (zie ook hieronder) dient de nut- en noodzaak evident aanwezig te zijn. Dit is onzes inziens niet het geval nu er geen reden is kabels en leidingen te verleggen. Een concreet uitgangspunt is ook de hoogteopgave. Dit uitgangspunt is aanzienlijk gewijzigd. Aanvankelijk zou er een behoorlijke hoogteopgave zijn, echter is deze nu gering door de faalkans te verkleinen van de Algerakering.

Dit heeft aanzienlijke impact gehad op de scope van de dijkversterkingswerkzaamheden en derhalve de werkzaamheden voor de SOK-partners. Planning en volgordelijkheid De planning van de SOK-partners in relatie tot de dijkversterkingswerkzaamheden gaat tot knelpunten leiden. Ook wordt onderschat hoeveel tijd er nodig is voor de SOK-partners voor verlegging van kabels en leidingen. De SOK-partners hebben volledigheidshalve ook specifieke en gedetailleerde punten uit het ontwerpplan in bijlage I benoemd om concrete duiding te geven. pag. 4/16

Verlegplan De SOK-partners gaan in beginsel niet akkoord met het verlegplan in de huidige verschijningsvorm. De SOKpartners hebben het verlegplan pas eind december 2022 ontvangen. Er mist duiding, het is onvolledig en summier, alsook missen er diverse bijlagen. Bij navraag is aangegeven dat 't voor de vorm alvast is verstuurd. Vanzelfsprekend begrijpen wij het belang voor de waterveiligheid, maar aan (de verlegging van) kabels en leidingen wordt geen, dan wel ruim onvoldoende, aandacht besteed. Eerst moet helder, in afstemming, worden uitgewerkt waar het tracé komt te liggen van de kabels en leidingen, voordat er akkoord kan worden gegaan met het verlegplan. Eerdere input van de SOK-partners is niet verwerkt. Ook maken de SOK-partners zich zorgen om de technische uitvoerbaarheid van de dijkversterkingsmaatregelen in de directe nabijheid van de kabels en leidingen, omdat de tekeningen niet weerspiegelen met wat in de praktijk uitvoerbaar is. De knelpunten zijn onvoldoende in kaart gebracht en tot op heden zijn geen definitieve tekeningen, waarop wij het tracé kunnen bepalen. Als SOK-partners verwijzen wij naar de documenten waarover eerst duidelijkheid moet komen vanuit het HHSK (bijlage II).

Uit de stukken blijkt in ieder geval dat er nog aanzienlijk veel afstemming dient plaats te vinden met de SOK-partners en dat HHSK de impact van kabels en leidingen op de (planning van de) dijkversterkingswerkzaamheden aanzienlijk (heeft) onderschat. Verzoek tot aanpassing (VTA) Op dit moment ligt er geen actueel verzoek tot aanpassing, wat gebruikelijk is conform de Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen 1999 en het betreffende uitvoeringsprotocol. Ook is er geen realistisch tracé en realistische datum van verlegging bekend bij de SOK-partners. Wat wij zien is willekeur qua kabels en leidingen die in en uit de dijk(lichamen) worden gelegd en zijn gelegen. Meekoppelkansen In paragraaf 8.5 Meegenomen kansen en ideeën (p. 185) zien we de voorgedragen ideeën van de SOK-partners uit de eerdere overleggen geheel niet terug. Daarbij is ook nog de tijdelijke weg achterlangs afgevallen. Wij vragen ons af of er wel in voldoende mate gekeken is naar de technische uitvoerbaarheid, betaalbaarheid (maatschappelijke verantwoordelijkheid), ruimtelijke kwaliteit en de gevolgen voor de ruimtelijke omgeving (impact op bewoners/perceeleigenaren). Er wordt nu tenminste twee keer overlast gecreëerd voor de omwonenden door een ander tracé in het achterland aan te wijzen.

Het tracé staat daarnaast nog niet vast en de omwonenden dienen wel gedurende de volledige periode van werkzaamheden te worden voorzien van elektriciteit, gas, drinkwater, riolering, openbare verlichting, telecom en bluswatervoorzieningen. De SOK-partners vragen zich af of in voldoende mate is onderzocht (en getoetst) of het aanwijzen van het achterland als toekomstig tracé technisch uitvoerbaar en betaalbaar is zonder specifiek te benoemen wat wordt verstaan onder het achterland. Voorts vragen de SOKpartners zich af of er is onderzocht (en getoetst) in hoeverre sprake zal zijn van negatieve effecten op de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de omgeving (bewoners en bedrijven)? Om klimaatdoelstellingen te behalen, wordt gekozen voor duurzame energie en dit vraagt om uitbreiding en verzwaring van energienetten. Praktisch betekent dit voor Stedin dat het gehele energiesysteem – dat is ontworpen voor fossiele brandstoffen – op de schop gaat. Alleen al tot 2030 moet 1 op de 3 straten in Nederland open om ervoor te zorgen dat deze duurzame energie betrouwbaar getransporteerd wordt. De energietransitie heeft veel impact op onze huidige energie infrastructuur (ook de gasleidingen die nog in gebruik zijn om gas te kunnen leveren) en we willen nog slimmer omgaan met de bestaande capaciteit op het elektriciteitsnet door deze optimaal te benutten.

Slim samenwerken is essentieel om de gewenste energietransitie betaalbaar te houden. Wij menen dat er sprake is van kapitaalvernietiging. Ook het duurzaam medegebruik (duurzame veiligstelling van kabels en leidingen in combinatie met waterveiligheid, alsook het genot van eigendom van particuliere grondeigenaren) is uit maatschappelijk oogpunt wenselijk, gezien de grote druk op de ruimte (en ondergrond). Tot op heden en onder voorwaarden heeft dat geen onaanvaardbare risico’s veroorzaakt voor de waterveiligheid en voldeed het aan de NEN-normen (NEN 3650, 3651, 3652 en 3659). Kan HHSK aangeven waaruit blijkt dat medegebruik uit maatschappelijk oogpunt onwenselijk en onveilig is?

pag. 5/16

Ruimte en integrale belangenafweging Ruimte in Nederland en op deze projectlocatie is zeer schaars. Ook om de toestemming en de juiste rechten (van opstal) te verkrijgen op een ander tracé kost tijd (vgl. hoofdstuk 7 beschikbaarheid van gronden en schaderegeling, ontwerpprojectplan). 5a openbare gronden – ontwerpprojectplan De SOK-partners hebben tegen het zogenaamde achterlandtracé onder meer het bezwaar ten aanzien van de bereikbaarheid, drinkwaterbedrijf Oasen specifiek ten behoeve van de garantie van de waterkwaliteit, alsook vanuit de blik van de grondeigenaren aanzienlijk meer beperking van hun eigendom. Voor de SOK-partners is het een uitgangspunt om kabels en leidingen zoveel mogelijk in openbare (publieke) grond met (voldoende) ruimte te (aan- en/of ver-)leggen en te houden. Dan wel dat het ‘snel’ bereikbaar is vanaf de openbare wegen. Stedin heeft als voorbeeld op grond van de Elektriciteitswet maar 4 uur de tijd om een storing op te sporen en te repareren (verhouding tussen maatschappelijke aanvaardbaarheid en schadevergoeding). Een netbeheerder dient niet afhankelijk te zijn van derden bij het verhelpen van problemen, bijvoorbeeld stroomstoringen of lekkages. Daarom heeft het de voorkeur om kabels en leidingen in de dijk te (laten) handhaven.

Daarbij zijn er ook wettelijke eisen om te kijken waar een meterkast staat en hoe aansluitkabels- en leidingen worden aangelegd (vaak via de voortuinen). 5b afweging – ontwerpprojectplan Ook in hoofdstuk 5 Effecten van de dijkversterking (in 1.0_Ontwerp_Projectplan_Waterwet; p. 62) geeft u aan dat de effecten van de dijkversterking zijn beoordeeld aan de hand van een specifiek afweegkader. Wij missen in Tabel 5-1 Beoordelingskader milieuthema’s en aspecten dat er geen enkele aandacht is voor de ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen). Ook is er recent een nadrukkelijke uitspraak rondom stikstof gekomen, met aanzienlijke impact. Daarvoor wordt, zowel HHSK als de SOK-partners, nog ondersteund middels advies van experts om de impact op het project vast te stellen. Onzes inziens is de dijkversterking KIJK inclusief de gevolgen voor kabels en leidingen één project. Voor de omgevingsvergunning die het HHSK nu aanvraagt is er vermoedelijk een Aerius-berekening gemaakt zonder impact van de kabels en leidingen. Ook de SOK-partners moeten aan de nieuwe realiteit gaan voldoen. Als het project als één wordt aangemerkt is de stikstofimpact van de kabels en leidingen complementair aan die van de gegevens van de aanvraag.

Naar de SOK-partners begrepen, moet het HHSK al natuurcompensatie doen en zou dit onzes inziens dus groter (kunnen) worden met de impact van de kabels en leidingen. Ter informatie, bijvoorbeeld Stedin en Oasen kunnen niet intern verrekenen c.q. salderen, waardoor nadere planningsproblemen kunnen ontstaan. Hoe gaat het HHSK hiermee om? 5c ruimte – ontwerpprojectplan Ondergrond en de ondergrondse infrastructuur dient onzes inziens structureel onderdeel te worden van alle relevante ruimtelijke planprocessen, waarbij het gebruik en bescherming van de bodem zorgvuldig afgewogen dient te worden. We zien graag dat deze insteek zorgvuldig en concreet wordt ingevuld. Daarin dient de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de kabels en leidingen in het ‘achterland’ meegenomen te worden en moet het belang van de perceeleigenaren in de vorm van extra beperkingen en belemmeringen bespreekbaar gemaakt en gewogen worden.

De vraag aan HHSK is of zij mede gezien haar invloed en rol in het voorkomen van de achterlandsweg een rol voor zichzelf ziet weggelegd om de perceeleigenaren van het belang van een achterlandtracé te overtuigen? 5d ontwerpduur- ontwerpprojectplan Uit het ontwerpprojectplan maken wij thans op, wat onze verbazing heeft gewekt, dat voor het versterken van een dijk een ontwerpduur van 50 jaar wordt gehanteerd, maar voor dijkversterking KIJK lijkt dit af te wijken naar een ontwerpduur van 20 jaar. Hierdoor zal de versterkingsmaatregel ‘fysiek beter’ in te passen zijn in de omgeving en sluit de levensduur van 20 jaar beter aan bij groot onderhoud van een wegconstructie. Ook is de overlast bij een ophoging vergelijkbaar met het ophogen van de weg (circa 20 cm) en voor de stabiliteit is het plan wel ontworpen op een levensduur van 50 jaar. In hoeverre kan HHSK de afweging om in de ontwerpduur af te wijken en deze te koppelen aan de levensduur van een wegconstructie billijken in relatie tot duurzaamheid en overlast voor belanghebbenden?

pag. 6/16

Wij begrijpen niet wat de uitzondering is voor deze afweging en dat er niet is gekozen voor een duurzamere oplossing en een beperking van de overlast. Kunt u dat toelichten, want de verlegging of aanleg van kabels en leidingen voor slechts 20 jaar strookt geenszins met de duurzame veiligstelling van de openbare voorzieningen van gas, elektra, water, glasvezel, riolering en openbare verlichting? Dit menen de SOK-partners te zien als willekeur, aangezien bij gasleidingen (die grotendeels niet in de dijk liggen en waar nog zeer onzeker is of ze na 2050 nog benodigd zijn), wel scherpere eisen worden gesteld dan 20 jaar. Planning (uitvoering en maatregelen) Een globale planning dient in het projectplan opgenomen te worden om het realiteitsgehalte van de genoemde periode inzichtelijk te maken. Vanaf de aanvang is door de SOK-partners geageerd dat de einddatum van het eerdere VTA niet realistisch was, gelet op de tijdsdruk van een nog niet ontvangen definitief ontwerp van HHSK, de tijdsdruk van het afsluiten van zakelijke rechten en het ontbreken van een inhoudelijke planning. Nimmer is inzichtelijk gemaakt hoe de SOK-partners conform de huidige planning de werkzaamheden moeten realiseren. Ook de nieuwe ontwikkelingen inzake stikstof hebben (mogelijk) impact op de planning.

Uit het ontwerpprojectplan maken wij als SOK-partners op dat er summier aandacht is besteed aan de aanwezige kabels en leidingen en de gevolgen voor de assets van de SOK-partners. Daardoor is het onvoldoende mogelijk om te beoordelen in welke mate er sprake zal zijn van (mogelijke) gevolgen. 6a planning - ontwerpprojectplan Wij verzoeken u de definitieve plantekeningen zo spoedig mogelijk aan ons als SOK-partners kenbaar te maken, zodat wij u enerzijds op de hoogte kunnen stellen van de kosten van de te nemen maatregelen en anderzijds een planning kunnen opstellen van de noodzakelijke werkzaamheden, maatregelen en/of voorzieningen als gevolg van het voorgenomen tracé. Onzes inziens is HHSK verantwoordelijk voor de coördinatie (als beheerder openbare ruimte) en het maken van verdere afspraken, in samenspraak met de SOK-partners, zoals te doen gebruikelijk. Ondanks dat het onduidelijk is of er een nieuw tracé komt voor de ondergrondse infrastructuur, lijkt hiermee in de planning van het project geen rekening te worden gehouden. Wij vragen ons ook sterk af of de realisatiedatum c.q. de start van de dijkversterkingswerkzaamheden wel realistisch zijn, mede gelet op de tijdsdruk. Dit blijkt ook uit het navolgende: “P.

55/56 ontwerpprojectplan: met name bij dijkvakken in Krimpen a/d IJssel met bebouwing op het voorland is de volgorde van kabels en leidingen verleggingen en dijkversterking een opgave voor HHSK en de netbeheerders. Alhoewel de verlegging van de kabels strikt genomen geen onderdeel is van de dijkversterking streeft HHSK ernaar om in nauw overleg met de netbeheerders de werkzaamheden zoveel mogelijk tegelijkertijd te laten plaatsvinden zodat zo min mogelijk hinder voor de bewoners optreedt. Bovendien kan de definitieve afwerking van de dijk pas plaatsvinden nadat alle graafwerkzaamheden zijn voltooid. Volgens planning voldoet de dijk in 2026 aan de waterveiligheidsnorm en worden de overige werkzaamheden aan de dijk in 2028 afgerond.”

pag. 7/16

Kan HHSK haar planning ten aanzien van de realisatiedatum inzichtelijk maken, rekening houdend met een eventueel nieuw tracé voor ondergrondse infrastructuur? Als SOK-partners betwijfelen wij nadrukkelijk hoe realistisch, maakbaar en haalbaar dit is. Wij begrijpen ook dat het project complex is, echter in de afgelopen jaren is er nog geen duidelijkheid gekomen en wordt in onvoldoende mate rekening gehouden met de (ligging van de) huidige infrastructuur (en de planning om met kabels en leidingen ergens te ‘mogen gaan liggen’). 6b Opstalrechten - ontwerpprojectplan Op dit moment is er geen duidelijkheid over een eenduidig tracé dan wel waar de infrastructuur uiteindelijk komt te liggen en/of zakelijke rechten (rechten van opstal) nodig zullen zijn en/of wij die ook tijdig (kunnen) verkrijgen. Wij maken ons als SOK-partners daarom ook zorgen dat wij wellicht tot een gedwongen en voldongen feit komen met alle (financiële) gevolgen van dien, zoals dwangsommen en stagnatieschade. Ook vragen wij ons af welke rol HHSK ziet voor zichzelf in het vaststellen van een eenduidig tracé voor ondergrondse infrastructuur en waarom? Heeft HHSK in haar planning rekening gehouden met (gedoogplicht)procedures ten aanzien van het beschikbaar krijgen van gronden, die voorafgaan aan het verleggen/ aanleggen van ondergrondse infrastructuur? We vernemen graag een motivatie hierbij.

6c Bereikbaarheid infrastructuur - ontwerpprojectplan Wellicht ten overvloede attenderen wij u erop dat de in het plangebied gelegen infrastructuur te allen tijde vrij toegankelijk dient te zijn, zowel tijdens als na de werkzaamheden. Dit is ten behoeve van onder meer doch niet uitsluitend onderhoudsdoeleinden. Op dit moment is er geen eenduidig tracé voor de SOK-partners. Financiële consequenties/ kosten De SOK-partners hebben al meermaals hun zorgen geuit naar HHSK over de toename van kosten door het ontbreken van daadkrachtige besluitvorming. Onder meer namen de kosten aan de zijde van de SOK-partners toe door bijkomend intern/ extern overleg tussen de nutsbedrijven en het vele malen verschuiven van data waarop DO-tekeningen van HHSK konden worden verwacht en/of beslissingen op zich lieten wachten. Dit noopt de SOK-partners er bij een volgend project helaas toe om te wachten op een definitief ontwerp, wat in het verleden het uitgangspunt is geweest. Dit had in dit project aanzienlijk veel kosten gescheeld. Als we kijken naar KPN, die gewoonweg hebben gewacht op het DO van HHSK, dan voelen de SOK-partners het spreekwoordelijke deksel op de neus met hun proactieve houding.

Gemaakte kosten De SOK-partners maken al kosten sinds ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst en zelfs al voorafgaand daarvan, gelet op de complexiteit van het project en een zorgvuldig benodigd plan van aanpak. Verzoek tot aanpassing Normaal gesproken gaat de financiële teller lopen vanaf het moment van ontvangst van het verzoek tot aanpassing, wat tot stand komt na uitgebreid vooroverleg, zodat de scope van eventuele verleggingen kan worden bepaald. Echter, op dit moment van schrijven van deze zienswijze, is er geen actueel VTA bekend. Slechts is er in het verleden een verouderd VTA afgegeven aan de SOK-partners, waarna deze weer is ingetrokken c.q. niet meer actueel is. Wij vernemen graag hoe hiermee om wordt gegaan. Schade Ook is onduidelijk hoe (gezamenlijk) met schade wordt omgegaan, omdat werkzaamheden grotendeels gelijktijdig gaan plaatsvinden. Naast dat trillingen gebouwen kunnen beschadigen, kan dat ook invloed hebben op de aldaar aanwezige kabels en leidingen. Ook dient voorafgaand aan de werkzaamheden zettingsonderzoek of nulmetingen gedaan te worden. Wij vinden het belangrijk dat voor de definitieve keuzes volledig inzicht wordt gegeven in alle (maatschappelijke) kosten en welke partijen de kosten hiervoor dragen en verantwoordelijk zijn. Normaal gesproken wordt dit vastgelegd in een projectovereenstemming (POS). Deze is nog niet opgemaakt.

Verwerving zakelijke rechten - Er is op dit moment geen eenduidig tracé. De SOK-partners vragen zich af of ze in het achterland of nabij de dijk komen te liggen;

pag. 8/16

-

-

-

De SOK-partners zijn in beginsel verantwoordelijk voor de verwerving van de benodigde zakelijke rechten voor een nieuw leidingtracé. In de praktijk vestigen de SOK-partners deze zakelijke rechten altijd na uitvoerige detailengineering. De SOK-partners zijn bevreesd dat er door de beperkte tijd voor detailengineering schade aan de zijde van de SOK-partners door onzorgvuldige voorbereiding optreedt; De SOK-partners wensen HHSK erop te attenderen dat er jaren overheen gaan om tot afsluiting van zakelijk recht te komen. Ook wordt er geenszins rekening gehouden met het feit dat er grondeigenaren zijn die geen akkoord geven, waardoor we te maken hebben met de doorlooptijd van de gedoogplichtprocedure conform de Belemmeringenwet Privaatrecht (gemiddeld circa 1,5 jaar) bij geen akkoord van grondeigenaren. De planning houdt geenszins rekening met mogelijke vertraging door het niet onmiddellijk kunnen vestigen van zakelijk recht bij derden ten behoeve van het leidingtracé; De SOK-partners wensen HHSK erop te attenderen dat zij eerst nog aanbesteding(en) dienen te publiceren en doorlopen om aannemers aan te stellen, conform vigerende Aanbestedingswet; Op dit moment is er nog geen projectovereenstemming (POS) opgesteld, wat gebruikelijk is bij dergelijke verleggingswerkzaamheden, conform de Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen (NKL 1999).

De POS maakt onderdeel uit van het voorbereidingsproces en een voortvarende aanpak in het kader van het afsluiten van zakelijke rechten. Voordat er met de uitvoering kan worden gestart, is een getekende POS noodzakelijk.

Gedoogplichtprocedures De SOK-partners hebben hun twijfels of ze een gedoogplicht verkrijgen bij Rijkswaterstaat, ook dient dit individueel te gebeuren per grondeigenaar (met aanzienlijke impact op de planning). De betreffende belemmering op het kadastrale perceel van grondeigenaren, alsook of er alternatieven mogelijk zijn, zijn belangrijke criteria bij de Belemmeringenwet Privaatrecht. Indien SOK-partners vanaf het achterlandtracé teruggaan naar de woningen met kabels- en leidingen, worden de percelen van grondeigenaren aanzienlijk belemmerd in genot en gebruik van de grond. Ook kunnen grondeigenaren wijzen op het feit dat er toch kabels en leidingen in de dijk gelegen zijn, waardoor dit alternatief voorhanden is met veel minder ingrijpende belemmeringen. Schadeloket Nu de werkzaamheden van de SOK-partners steeds dichter op de impactvollere werkzaamheden van HHSK komen qua planning, maken wij ons zorgen over schades en voor wiens rekening dergelijke schades komen. We zijn immers grotendeels gelijktijdig aan het werk, waardoor causaliteit en veroorzaker lastig aan te wijzen is. In het dijkversterkingsproject KIS van waterschap Rivierenland faciliteerde het waterschap een schadeloket, specifiek voor het feit dat in de eindfase van de werkzaamheden rondom kabels en leidingen, alvast de dijkaannemer kon starten.

Leveringszekerheid en brandveiligheid Gelet op de mogelijke aanpassingen aan de ondergrondse infrastructuur, alsmede in het kader van de leveringszekerheid, is het voor ons als SOK-partners van het grootste belang om tijdig inzichtelijk te krijgen welke aanpassingen er waar en wanneer uitgevoerd zullen worden. Een specifiek voorbeeld is bijvoorbeeld een overgangsperiode van wel/ niet operationele brandkranen (en derhalve belang van de bluswatervoorziening) van de oude drinkwaterleiding versus de nieuwe drinkwaterleiding. Daarnaast zal er, als er geen rekening gehouden wordt met het beschikbaar stellen van ruimte voor de nieuwe ondergrondse infrastructuur in het ontwerpprojectplan, gezocht moeten worden naar andere te nemen maatregelen, zoals liggingsmogelijkheden. Echter, verwijzend naar bovenstaande (en de mogelijke grote financiële consequenties), lijkt ons het verplaatsen/ verleggen als uniforme en algehele maatregelen geen realistische opties. Daarbij is de toegang tot werkstroken en toegangsroutes van belang. E.e.a. zal zeer waarschijnlijk gevolgen hebben voor de planning en mogelijk leiden tot financiële consequenties (meerwerk, uitloop, stagnatie). Conclusie De SOK-partners zijn genoodzaakt om hun rechtspositie veilig te stellen door middel van deze zienswijze op het ontwerpprojectplan.

Ondanks dat we nog steeds in overleg zijn, waarbij er meerdere malen aandacht is gevraagd voor verschillende aandachtspunten, dienen onze belangen gerespecteerd te worden. pag. 9/16

Vanuit maatschappelijk oogpunt is het voor alle partijen beter dat het ontwerpprojectplan zo ontwikkeld wordt dat de ondergrondse infrastructuur zoveel mogelijk kan blijven liggen en er geen extra omleggingen en/of extra maatregelen noodzakelijk zijn. Verleggingen van kabels en leidingen zijn zeer kostbaar. Om de maatschappelijke kosten zo laag c.q. verantwoord mogelijk te houden, is verplaatsing niet wenselijk. Daarom stellen wij voor de kabels en leidingen zoveel mogelijk te laten liggen (en of te handhaven in de berm/ dijklichaam). Hier komt bij dat de omvang van de benodigde voorbereid- en uitvoeringstijd groot is en de (financiële/maatschappelijke) gevolgen van de noodzakelijke werkzaamheden omvangrijk kunnen zijn. Graag worden wij als SOK-partners gehoord en treden wij in nader overleg met u (en/of de initiatiefnemers) om te bepalen welke eventuele aanpassingen noodzakelijk zijn. Kortom, zoals wij als SOK-partners hebben uiteengezet, zijn wij van mening dat er onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van de ondergrondse infrastructuur. Deze belangen zijn onvoldoende afgewogen bij het vaststellen van het ontwerpprojectplan en/of tot het komen van de juiste (financieel en maatschappelijke) maatregelen om deze knelpunten weg te nemen.

Wij hechten wel groot belang om in gezamenlijk overleg tot goede oplossingen te komen, waarbij afspraken gemaakt kunnen worden over de verdere uitvoering. De SOK-partners zijn thans in overleg met HHSK over de geschilpunten. Immers, de SOK-partners hebben reeds middels verschillende brieven, memo’s en besprekingen aandacht gevraagd voor hun aandachtspunten (vgl. bijlage II). Desalniettemin werden de SOK-partners genoodzaakt om hun rechtspositie veilig te stellen middels deze zienswijze door plotselinge bekendmaking van het ontwerpprojectplan. De SOK-partners wensen hun belangen gerespecteerd te zien. Vanzelfsprekend zullen de SOK-partners proactief samenwerken met HHSK in de totstandkoming van de verleggingen, maar hechten wij wel groot belang aan dit proces om in gezamenlijk overleg tot goede oplossingen te komen. Wij vertrouwen u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en zien met belangstelling uit naar uw reactie. Gelieve een reactie met betrekking tot deze zienswijze te richten aan de behandelaar van deze brief. Ook behouden wij ons het recht voor om de zienswijze aan te vullen met nadere argumenten voor eerder (in deze zienswijze) behandelde onderdelen.

Hoogachtend, namens burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard,

Mevr. R. Boere - Schoonderwoerd Wethouder gemeente Krimpenerwaard Bijlage(n): - B&W-besluit machtiging ondertekening portefeuillehouder - Bijlage I: puntsgewijze opmerkingen op het ontwerpprojectplan; - Bijlage II: communicatie zoals memo’s, brieven en besprekingsverslagen: 1. Zienswijze op voorkeursalternatief door SOK-partners (d.d. 24 augustus 2018); 2. Brief SOK-partners (d.d. 10 februari 2021); 3. Brief SOK-partners (d.d. 15 juli 2021; met 5 bijlagen); 4. Gespreksverslag bestuurlijk overleg (d.d. 1 december 2021); 5. Besluit Oasen brandblusringleidingen (d.d. 13 september 2022) 6. Memo beknopte uiteenzetting bespreekpunten voor BO met hoogheemraad Cor Habben Jansen (d.d. 27 september 2022).

pag. 10/16

Bijlage I: puntsgewijs opmerkingen op het ontwerpprojectplan Memo eisen kruisende kabels en leidingen hoofdstuk 12, paragraaf 12 De SOK-partners hebben de memo eisen kruisende kabels en leidingen niet ontvangen. Tegenstrijdigheid In het ontwerpprojectplan staat op p. 34 van de MER (OPPW_Bijl_1_1_MER_1e_fase) het volgende: “5.1 Plan-, onderzoeks- en studiegebied Plangebied: (…) Het plangebied is het gebied zoals dit wordt afgebakend in het projectplan Waterwet en waarbinnen de dijkversterking plaatsvindt. Het plangebied voor KIJK omvat in ieder geval de dijktrajecten in de scope. In de fase van het onderzoek is het plangebied als volgt gedefinieerd: § De dijk met kruin, talud en teen; § Een strook van 50m. vanaf de kruin van de dijk aan de rivierzijde, en 100m. aan de zijde van de Krimpenerwaard. De oplossingsrichtingen voor de dijk en ook een eventuele verlegging van kabels en leidingen vallen binnen deze zone.

Zo nodig dienen ter realisatie in het plangebied ook de bestemmingsplannen te worden gewijzigd en vergunningen en ontheffingen tezamen met het projectplan te worden gecoördineerd” Ook in paragraaf 3.1.1 Projectgebied (OPPW_Bijl_1_4_Definitief_NRD:) wordt aangegeven: “Het projectgebied is als volgt gedefinieerd: • de dijk, met kruin, talud en teen; • een strook van 50 meter (vanaf de kruin van de dijk) aan de buitenkant van de dijk (de kant van de Hollandsche IJssel); • een strook van 100 meter vanaf de kruin aan de binnendijkse kant. De oplossingsrichtingen voor de dijk en ook een eventuele verlegging van kabels en leidingen vallen binnen deze zone.” Vervolgens geeft u in ’Tabel 2 Toelichting meekoppelkansen’ het volgende aan:

*HSKK Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard

Zoals u ook in de geel gearceerde delen kunt lezen, brengt dit de nodige verwarring en onzekerheid met zich mee. Wij vinden het opmerkelijk dat er in sommige gevallen gesproken wordt over het verleggen naar een ‘nieuw tracé achter de woningen langs’ (hierna: het achterland). Nieuw tracé Kunt u aangeven in hoeverre hier rekening mee is gehouden en wat de overwegingen zijn geweest om af te wijken van de eerdere besluitvorming? Uit de stukken maken wij namelijk niet op dat de locatie van het tracé al vaststaat. Daarnaast is aanzienlijk maatwerk vereist op de locaties waar niet of nauwelijks ruimte is. Daarbij horen wij ook graag of er met de voorwaarden die dan horen bij een nieuw tracé rekening is gehouden (afstand, lengte, toegankelijk en bereikbaarheid etc.). Verder geeft u aan dat er voor dijkvak F t/m O er een vrije ruimte beschikbaar is in ‘het achterland’ voor een nieuw tracé. De beredenering waarom er voor deze dijkvakken in het dijklichaam geen ruimte (meer) zou zijn, is voor ons niet helder. Tot op heden hebben wij als SOK-partners geen duidelijkheid, ondanks het feit dat er meerdere malen om is verzocht. De beredenering is ambigu, namelijk er is vrije ruimte in het achterland, maar er

pag. 11/16

is verder niet gespecificeerd waar exact. Er is niet samengewerkt hierover en DO-tekeningen ontbreken, waarop de SOK-partners hun engineeringswerkzaamheden op kunnen voortbouwen. Ook is de vraag of verlegging van kabels en leidingen gewenst, mogelijk, dan wel noodzakelijk is. 1.0_Ontwerp_Projectplan_Waterwet, p. 55: “(…) In samenwerking met de betrokken netbeheerders is de voorbereiding van de verlegging van de kabels en leidingen voor dit gedeelte naar een tracé achterlangs inmiddels in gang gezet. Voor de overige dijkvakken (A t/m E in Krimpen aan den IJssel) en (P t/m W, van Lageweg tot aan Gouderak) is vanwege de dichte bebouwing geen tracé achterlangs beschikbaar. Op deze locaties wordt in nauw overleg met de betrokken netbeheerders gekeken wat de raakvlakken zijn met de kabels en leidingen voor de dijkversterkingsopgave en vinden, vanwege de dichte bebouwing en de beperkt aanwezige fysieke ruimte, de verleggingen noodgedwongen plaats naar een locatie in de binnenteen van de dijk.(…)” Vervolgens is het voor ons ook niet duidelijk waarom de assets vergeleken met de andere dijkvakken alsnog verlegd zouden moeten worden, omdat onzes inziens de dijkvakken (en omgeving dichte bebouwing) zo goed als gelijk zijn. Ook op basis van de NEN-normen is dit voor ons niet duidelijk.

Daarbij wordt de technische uitvoerbaarheid heel lastig en ook moeten extra lange tracés gemaakt worden en wij vragen ons daarom ook af of dat dan ook maatschappelijk verantwoord is. Wij achten het gedwongen verleggen van kabels en leidingen naar een locatie in de binnenteen van de dijk maatschappelijk onverantwoord. De hoge maatschappelijke kosten, die gemoeid zijn met een technisch onuitvoerbaar en extra lang tracé, staan niet in verhouding tot de noodzaak van een gedwongen verlegging, als door HHSK gewenst. Beleidsregels Verder staat in het Ontwerp Projectplan Waterwet op pagina 55 het volgende aangegeven: “(…) Op basis van de Beleidsregels Primaire Waterkeringen hanteert HHSK het uitgangspunt dat bij dijkversterkingen, de kabels en leidingen zoveel als mogelijk worden verlegd naar een tracé buiten de kernzone en de beschermingszone van de dijk. Voor het gedeelte van de dijkversterking KIJK geldt dat voor het deel tussen Ouderkerk en Lageweg (dijkvak F t/m O) er een vrije ruimte beschikbaar is in het achterland voor zo’n nieuw tracé. (…)” Graag horen wij van het HHSK wat er wordt verstaan onder ‘zoveel als mogelijk’. Dat is voor ons onduidelijk, specifiek met name welke kabels en/of leidingen en de motivering en afweging ervoor. Ook is voor ons niet helder wat de verschillende onderdelen zijn van de beschermingszone van de dijk.

Kabels en leidingen worden (bijna) nooit in de kern van een dijk aangelegd. In uw beleidsregels (https://www.schielandendekrimpenerwaard.nl/u-en-het-water/wonen-en-werken-aan-eendijk/) staat het volgende: Pagina 4 (Beheerplan Waterkeringen november 2021)

pag. 12/16

Pagina 6 (waterkeringenbeheersplan statisch deel 2004-2005) 4.4.2 Kabels en leidingen Algemeen is het ongewenst dat kabels en leidingen in de waterkering worden gelegd anderzijds houdt Schieland rekening met de maatschappelijke belangen die hiermee gediend kunnen zijn. Schieland verleent dan ook onder het stellen van voorschriften, waar mogelijk, vergunning. Voor leidingen is het beleid dat voldaan moet worden aan de eisen uit de NEN-normen, en wel NEN 3650, NEN 3651, NEN 3652 en NPR 3659. Het beleid dat Schieland voert met betrekking tot bestuurbare boringen is vastgelegd in bijlage 3 de nota “Vergunningbeleid horizontaal gestuurde boringen 2002” Binnen de kernzone van de waterkering worden in lengterichting van de waterkering geen transportleidingen toegestaan. Uitzondering hierop vormen dienstleidingen, van geringe diameter, indien na het bezien van alternatieve tracés (buiten de waterkering) geen redelijk alternatief aanwezig is. Onzes inziens kunnen de kabels en leidingen mee aangelegd worden dan wel blijven liggen, omdat dit geen nadelig effect heeft op de waterkerende functie van de dijk en in voorkomende gevallen de kans op schade aan de dijk zo goed als nihil is. Kortom, waarom de kabels en leidingen niet gehandhaafd kunnen worden, is voor ons niet duidelijk.

Kunt u dat verder toelichten? Kunt u met feiten komen en ter zake doende praktijkvoorbeelden uw redenatie onderbouwen dat kabels en leidingen, waarvoor vergunning is verleend, niet gehandhaafd kunnen worden? Onderzoeken Uit de stukken van de MER 1e fase (OPPW_Bijl_1_1_MER_1e_fase) valt ons op dat in geen van de (bureau)onderzoeken aandacht is voor de kabels en leidingen. Kunt u aangeven wat daar de reden van is? Verschillen Daarbij is het niet duidelijk waarom er voor een aantal kabels een uitzonderling gemaakt wordt en deze alsnog teruggeplaatst kunnen worden. Er lijkt willekeur te zijn qua kabels én leidingen die in en uit de dijk worden gelegen en zijn gelegen. Kunt u dat toelichten en motiveren? In de paragraaf ‘12. Kabels en Leidingen’(3.1.12_Notitie_Definitief_Ontwerp, p. 118) ontbreken er wat dijkvakken, kunt u toelichten wat daar de reden van is? U geeft zelf het volgende aan: “(…)De huidige stand van zaken is dat de nutsbedrijven momenteel de engineering van de dijkvakken F tot en met O aan het uitwerken zijn (CAT 1 K&L). De engineering van overige dijkvakken A t/m E en P t/m W ligt momenteel stil. (…)” Daarom lijkt het ook voor ons onvolledig en niet volledig uitgewerkt. Mogelijkerwijs wijzigt de CAT1 voor van F t/m O in de uitvoering naar CAT3, maar dat is nog onduidelijk.

Mogelijk is dit wenselijk, gelet op de slechte staat van de drinkwaterleiding en de financiële gevolgen bij elke lekkage ten opzichte van de woningen. In de nieuwe VTA kan mogelijk deze categorisering worden aangebracht en beschreven. Vervolgens lezen we verderop: 12.2 Raakvlakken Conform Eis BR001334: Er dient te worden voldaan aan de eisen van de kabels en leidingen beheerders, zoals genoemd in Memo-eisen dijkkruisende KL. is de betreffende memo gecheckt en zijn de raakvlakken met het huidige ontwerp in kaart gebracht: Waarbij de dijkvak A/B, R, S en V voor de aldaar gelegen kabels en leidingen verder zijn uitgewerkt heeft dit dan met de betreffende Categorieën (CAT) te maken. Dit is voor ons niet duidelijk. Er lijkt te worden afgeweken van wanneer een kabel en/of leiding wel aangelegd mag worden, dan wel kan blijven liggen in de dijk. Technische uitvoering In paragraaf 4.1.3 van het ontwerp Projectplan is te lezen dat 'daar waar geen voorlandoplossing mogelijk is en waar de inpassing van een grondoplossing tot onaanvaardbare effecten leidt', is gekozen voor een zelfstandig kerende constructie. Het is voor ons niet duidelijk waarom in die situatie de kabels en leidingen niet pag. 13/16

gehandhaafd kunnen worden in de beoogde damwandconstructie, waardoor er niet verlegd hoeft te worden. De assets liggen immers deels haaks en soms deels parallel met de wegconstructie en gaan niet dwars door de dijk. Daarbij is niet helder waarom niet naar andere technieken (best beschikbare technieken) wordt gekeken om alsnog de kabels en leidingen in de dijk te behouden en/of te handhaven in de bestaande bermstroken of door middel van bijvoorbeeld een overkluizing of bij een zelfstandig kerende constructie met een waterkerende muur of een talud e.d., zoals is beoogd in o.a. dijkvak L (pagina 96 Ontwerp Projectplan Waterwet). Daarbij willen we wederom verwijzen naar eerdere input vanuit de SOK-partners. Wij verzoeken u te motiveren uit welke motivatie, dan wel uit welk onderzoeksresultaat, blijkt dat deze toetsing heeft plaatsgevonden bij het maken van de afweging en het uiteindelijk voorgenomen plan. Daar waar de nodige bezwaren door de SOK-partners zijn aangeven, lijkt het erop dat het HHSK doorverwijst naar nog te contracteren aannemers. Terwijl onzes inziens duidelijkheid dient te komen voor het gehele kabelen/ of leidingen tracé, omdat het één niet altijd los van elkaar gezien kan worden. Daarbij is ook onzes inziens HHSK hiervoor verantwoordelijk.

Plannen KIJK: Stukken die horen bij het Ontwerp Projectplan Waterwet (OPPW) Algemene opmerking In de ingediende stukken Plannen KIJK zijn een aantal documenten dubbel ingediend! Hieronder een aantal voorbeelden hiervan: Notitie Maakbaarheid 3.1.15 en 4.7.3. Notitie uitgangspunten Ontwerp 3.1.11 en 4.7.4 Notitie Definitief Ontwerp 3.1.12 en 4.7.2 Enz. Kabels en leidingen als essentieel onderdeel van KIJK Ondanks dat kabels en leidingen een essentieel onderdeel zijn van de dijkversterkings-werkzaamheden, vinden we pas in hoofdstuk 12, p. 118, in het document 3.1.12 Notitie Definitief Ontwerp, hierover e.e.a. terug: -

-

In 12.1 wordt aangegeven dat: 1. het kabels- en leidingenoverleg is opgestart met de nutsbedrijven. Dit overleg tussen de SOKpartners loopt al een tijd, sinds november 2017 en meermaals wordt verzocht om aanhaken van HHSK hierbij; 2. engineeringswerkzaamheden stilliggen. Echter, er wordt niet aangegeven wat hiervan de oorzaak is, namelijk de besluitvorming en onduidelijkheid in te nemen keuzes van HHSK richting de SOK-partners; 3. de impact van kabels en leidingen beperkt lijkt. De SOK-partners zijn het hier pertinent mee oneens; In 12.2 wordt aangegeven dat een kabel in de dijk kan blijven liggen in Dijkvak A/B. Ook wordt in dijkvak R een overkluizing ontworpen voor 3 spanningskabels van Stedin en 1 van KPN. In Dijkvak S blijven 2 gasleidingen, 1 waterleiding van Dunea en 1 waterleiding van Oasen in de dijk liggen. Hieruit blijkt dat kabels en leidingen in de dijk kunnen blijven liggen, indien zorgvuldigheid betracht wordt qua damwand, overkluizing en/of ophoging. In dijkvak V wordt voor een kabel een damwandoplossing toegepast, met overkluizing en kleikist. De SOK-partners menen dat dit ook te maken heeft met het gemaakte onderscheid tussen Categorie 1verlegging en een Categorie 3-verlegging. De uitleg van CAT1 is dat deze voorafgaand de dijkversterkingswerkzaamheden plaatsvindt, maar feitelijk is het omdat het HHSK vindt dat er een alternatief mogelijk is in het achterland.

Dijkvak P t/m V ziet er identiek uit als F t/m O ten aanzien van lintbebouwing. Enige verschil is dat de drinkwaterleiding hier niet in de dijk ligt. Naar onzes inziens een volstrekt ongefundeerde keuze om bepaalde delen van de verlegging van de kabels en leidingen als CAT1 en CAT3 te bestempelen.

pag. 14/16

Tevens wordt in VERIFICATIERAPPORT WERKPAKKETACTIVITEIT, blz. 198, het volgende gemeld: Verificatietaak nr. BR001334 V-000771: K&L beheerders eisen: er dient te worden voldaan aan de eisen van de kabel- en leidingen-beheerders, zoals genoemd in Memo-eisen dijkkruisende KL. Verificatietaak nr. VT-000788: In paragraaf 13.2: kabels en leidingen van de notitie Definitief Ontwerp (DO) zijn de raakvlakken van het ontwerp met de kruisende kabels en leidingen in kaart gebracht. De relevante eisen voor het ontwerp zijn genoemd en er zijn een aantal vervolgacties voor het ontwerp uit gekomen. Onder andere bevat dit het ontwerpen van een overkluizing. Bij dijkvak S omvat dit het doorgeven van het ontwerp en (zettings-)berekeningen aan betreffende partijen. In het document 4.4.23. OPPW Bijlage 8 Voorgevings- en inpassingsplan: - Blz. 8 gaat over de planning: onder 2. Verleggen kabels en leidingen - Betreft het verleggen van kabels en leidingen vanuit de dijk naar een nieuw tracé achter de woningen langs. Hierbij werkt HHSK samen met eigenaren van kabels en leidingen en met gemeente Krimpenerwaard en Krimpen aan den IJssel. Dit betreft een raakvlakproject. In het document 4.5.7. MER Bijlage 4.2 Rivierkunde: - Blz. 8 (vaststellen voorkeursvariant DO) en blz. 24 (gaat over schadefactor) In het document 4.5.12.

MER Bijlage 3.7 Archeologie en cultuurhistorie: - 6, 8 en 27 hierin wordt verwezen naar: ZANTEN, J.W. VAN, 2017: Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard. Bureaustudie kabels en leidingen, Culemborg (BWZ Ingenieurs). In het document 4.5.16. Publiekssamenvatting MER: - Blz. 18 hier wordt alleen genoemd dat K&L worden verlegd en aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd. In het document 4.7.2. Notitie Definitief Ontwerp: - Idem als in 3.1.12. In het document 4.7.3. Notitie Maakbaarheid over K&L: - Blz. 3 (inhoudsopgave), blz. 5 (tabel), blz. 8 (tabel eisen aan Notitie), - Blz. 17, paragraaf 4.4.3. Kabels en Leidingen: Dit gaat over inventarisatie van de K&L. - Blz. 43 (gaat over afsluiting van wegen tijdens uitvoering). - Blz. 61 (Fasering en planning van het geheel in relatie tot grondaankoop, kabels en leidingen). - Blz. 102, Hierop is de planning van KIGO weer gegeven, hierin worden K&L (Cat. 3) genoemd onder kopje werkvoorbereiding. Looptijd wk. 37-’23 t/m wk 32-’24. Bij de stukken zit een planning van aannemerscombinatie KIGO in document 4.7.3 Notitie Maakbaarheid. De SOK-partners menen dat dit een onrealistische planning betreft. Conclusie Uit de (veelal dubbele) stukken blijkt dat kabels- en leidingen zeer summier worden genoemd.

Ook blijkt dat in ieder geval dat er nog aanzienlijk veel afstemming dient plaats te vinden met de SOK-partners en dat HHSK de impact van kabels en leidingen op de (planning van de) dijkversterkingswerkzaamheden aanzienlijk (heeft) onderschat. Er wordt gezegd dat er wordt samengewerkt, maar de SOK-partners ervaren dit volledig anders en dat wordt hiermee nog een keer onderstreept, mede gelet op tegenstrijdige bepalingen.

pag. 15/16

Bijlage II: communicatie zoals memo’s, brieven en besprekingsverslagen 1. Zienswijze op voorkeursalternatief door SOK-partners (d.d. 24 augustus 2018); 2. Brief SOK-partners (d.d. 10 februari 2021); 3. Brief SOK-partners (d.d. 15 juli 2021; met 5 bijlagen); 4. Gespreksverslag bestuurlijk overleg (d.d. 1 december 2021); 5. Besluit Oasen brandblusringleidingen (d.d. 13 september 2022); 6. Memo beknopte uiteenzetting bespreekpunten voor BO met hoogheemraad Cor Habben Jansen (d.d. 27 september 2022).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=e7b0e8d1-50c9-4c41-9243-071e91c6a239