1.25 RIB Lokale Ontwikkelingsstrategie LEADER 2023-2027.pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
de gemeenteraad
CC DATUM
9-5-2023
ONDERWERP
Lokale Ontwikkelingsstrategie LEADER 2023-2027
Beste meneer, mevrouw, Na het afsluiten van LEADER-periode 2014-2022, wil de Krimpenerwaard opnieuw in aanmerking komen om LEADER-gebied te worden voor de periode 2023-2027. LEADER 2023-2027 is onderdeel van het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid dat in vernieuwde vorm in 2023 start. De LEADER-methode is een bottom-up werkwijze voor regionale ontwikkeling. LEADER-subsidies worden ingezet voor brede plattelandsontwikkeling. Op 20 september 2022 stemde het college al in met het opstellen van de Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) LEADER 2023-2027. Inmiddels is de LOS opgesteld door middel van een bottom-up werkwijze met meerdere stakeholders uit de Krimpenerwaard. De LOS wordt nu voorgelegd aan de provincie ter beoordeling. Indien de Provincie akkoord geeft, kunnen de eerste projectaanvragen naar verwachting eind 2023 worden ingediend. Er is totaal 2,2 miljoen euro subsidie beschikbaar voor initiatieven in de Krimpenerwaard gedurende de periode 2023-2027 rondom de thema’s biodiversiteit, klimaat, bodem en waterkwaliteit. De LOS zal het strategisch kader vormen waarbinnen deze initiatieven de komende jaren worden uitgevoerd. Dit kader is mede opgesteld met behulp van de input tijdens de aftrap van het LEADER-subsidieprogramma op 16 januari 2023, waaraan uw raad ook een bijdrage heeft geleverd.
Bijlagen: Lokale Ontwikkelingsstrategie Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
P.J. Bouvy-Koene
942952 / 1099709 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
Lokale Ontwikkeling Strategie 2023-2027
Krimpenerwaard
Inhoud 1 Totstandkoming en status Lokale Ontwikkeling Strategie ................................................................................................... 3 1.1 Beschrijving van het proces ........................................................................................................................................... 3 2 Gebied .................................................................................................................................................................................... 5 2.1 Begrenzing en beschrijving van het gebied .................................................................................................................. 5 2.2 Gebiedsanalyse............................................................................................................................................................... 7 2.3 Krachtenveldanalyse ....................................................................................................................................................11 3
Strategie .........................................................................................................................................................................13 3.1 Strategie, thema’s en algemene doelstellingen, inclusief visie daarop .....................................................................13 3.2 Relatie Lokale Ontwikkeling Strategie en overige relevante programma’s ...............................................................15 3.3 Resultaten .....................................................................................................................................................................16
4 Activiteitenplan ....................................................................................................................................................................17 4.1 Uitvoering van projecten .............................................................................................................................................18 4.2 Samenwerking ..............................................................................................................................................................18 4.3 Aanjaagactiviteiten in het gebied ................................................................................................................................19 4.4 Deskundigheidsbevordering ........................................................................................................................................19 4.5 Communicatie ..............................................................................................................................................................20 4.6 Administratie ................................................................................................................................................................21 5
Organisatie .....................................................................................................................................................................22 5.1 Positie, taken en bevoegdheden Lokale Actie Groep .................................................................................................22 5.2
Profiel en samenstelling Lokale Actie Groep.......................................................................................................23
5.3 Organisatie van de uitvoering ......................................................................................................................................24 6 Financiering..........................................................................................................................................................................26 6.1 Begroting ......................................................................................................................................................................26 6.2 Dekkingsplan ................................................................................................................................................................26 7 Beheer- en toezichtregeling/beschrijving van de openstellings- en selectieprocedure ..................................................28 7.1 Werkwijze Lokale Actie Groep en verantwoording.....................................................................................................28 7.2. Wijze van openstellen en plafond bepalen ................................................................................................................28 7.3. Selectiecriteria en selectieprocedure steunaanvragen .............................................................................................29 7.4.
Monitoring ...................................................................................................................................................................32 7.5. Effectmeting en evaluatie ...........................................................................................................................................32 Bijlage 1 ...................................................................................................................................................................................34 Bijlage 2 ...................................................................................................................................................................................35 Bijlage 3 ...................................................................................................................................................................................36
2
Deel I Beschrijving van de LOKALE ONTWIKKELING STRATEGIE
1 Totstandkoming en status Lokale Ontwikkeling Strategie 1.1 Beschrijving van het proces Inleiding Deze Lokale Ontwikkeling Strategie (LOS) Krimpenerwaard is geschreven in het kader van het LEADER programma dat onder het Nationaal Strategisch Plan (NSP) 2023-2027 zal worden uitgevoerd. Het NSP is onderdeel van het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid en verwoordt de ambitie van Nederland voor de ontwikkeling van het platteland. Het LEADER-programma stimuleert een vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling en beoogt bij te dragen aan de plaatselijke ontwikkeling van plattelandsgebieden. Om in aanmerking te komen voor de status “LEADER-gebied” dienen gebieden een Lokale Ontwikkeling Strategie op te stellen samen met de stakeholders in het gebied. Deze LOKALE ONTWIKKELING STRATEGIE is geheel volgens de LEADER aanpak (bottom-up, in samenwerking, integraal, multi sectoraal, innovatie en publiek/privaat) tot stand gekomen, waarbij we nadrukkelijk aandacht hebben besteed aan het betrekken van jongeren bij het gebiedsproces en deze strategie. Immers de jeugd heeft de toekomst. We stellen dan ook met trots dat deze strategie door, voor en van de inwoners, ondernemers en organisaties in de Krimpenerwaard is.
Organisatie en uitvoering van het proces Gemeente Krimpenerwaard heeft gereageerd op het signaal van de Plaatselijke Groep LEADER Polders met Waarden (2014-2020) dat er in het gebied animo is voor een LEADER programma in Krimpenerwaard voor de periode 2023-2027. De gemeente heeft als penvoerder voor het gebied in het voorjaar van 2022 een aanvraag ingediend om aanspraak te maken op budget voor de voorbereidingskosten LOKALE ONTWIKKELING STRATEGIE. De gemeente heeft het proces gefaciliteerd, maar de organisatie van het gebiedsproces is bottom-up uitgevoerd door een publiek-privaat initiatiefteam (samenstelling: zie bijlage 1) dat in het najaar van 2022 is gestart met de voorbereidingen voor het gebiedsproces. Het team, bestaande uit zowel ambtenaren van gemeente Krimpenerwaard, alsook van Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, agrariërs, vertegenwoordiger vanuit de Recreatie & Toeristische sector en een MKB ondernemer, werd ondersteund door een externe LEADER professional. De start van dit proces sloot naadloos aan op de afsluiting van het POP3 LEADER programma Polders met Waarden, waarvoor op 21 december 2022 de laatste projecten zijn ingediend en beoordeeld. De uitvoering van het proces bevatte verschillende elementen.
Enerzijds waren er activiteiten om het gebied te informeren over en activeren om te participeren in het komende LEADER programma en anderzijds waren deze activiteiten bedoeld om informatie en behoeften op te halen vanuit het gebied om zo op participatieve wijze vorm te geven aan de Lokale Ontwikkeling Strategie. Een bottom-up proces met als resultaat een LEADER programma door en voor het gebied, gericht op het gebied en de specifieke wensen en kansen die er liggen en rekening houdend met de belemmeringen en bedreigingen die er zijn. De partijen en belangengroepen die bij de totstandkoming van deze strategie betrokken zijn, vertegenwoordigen natuuren landschapsorganisaties, de agrarische sector, de recreatie-en toeristische sector, het midden-en klein bedrijf, maatschappelijke organisaties, overheden. Ook hebben we actief gezocht naar manieren om de jongeren te betrekken en hebben burgers uit naburige stedelijke omgeving hun bijdrage geleverd. Een uitgebreide beschrijving van deze verschillende belangengroepen is opgenomen in de krachtenveldanalyse (hoofdstuk 2). Deskresearch In de Krimpenerwaard zijn in de achterliggende jaren diverse visies over de toekomst van de Krimpenerwaard opgesteld en zijn diverse gebiedsprocessen doorlopen, zoals o.a.
het burgerinitiatief Strategische visie Krimpenerwaard van professor Riek Bakker (2016), gevolgd door Panorama Krimpenerwaard (2018), Landschapsinclusieve Landbouw Pilot Krimpenerwaard door het College van Rijksadviseurs (2020), de Proeftuin Krimpenerwaard 2018-2022), de Veenweideaanpak Krimpenerwaard (2019-2022), de diverse visie van stakeholders, het Coalitieakkoord van gemeente Krimpenerwaard (2022- 2026) en de verschillende beleidsdocumenten die betrekking hebben op de ontwikkeling van de Krimpenerwaard, het Nationaal Strategisch Plan etc. Al deze documenten tezamen hebben eveneens bijgedragen aan deze LEADER strategie.
3
Gebiedsbijeenkomsten Op 16 januari 2023 vond de LEADER startbijeenkomst plaats. De uitnodiging hiervoor is breed uitgezet via social media, de gemeentepagina in het regionale weekblad en via de netwerken van de verschillende stakeholder-groepen. Er waren ruim 70 personen aanwezig, vanuit verschillende sectoren en vanuit het gehele gebied afkomstig. In groepen hebben de aanwezigen hun “ideale Krimpenerwaard” geschetst en vervolgens de dialoog gevoerd hun behoeften en ambities, over welke stappen er nodig zijn om deze ambities en idealen te realiseren. Ook is deze avond met alle aanwezigen een start gemaakt met de SWOT-analyse. Het initiatief team heeft vervolgens een verdiepingsslag gemaakt en op basis van de uitkomsten van deze avond de contouren voor kansrijke thema’s geschetst. Een tweede moment waarop het initiatiefteam tijdens een gebiedsbijeenkomst in gesprek ging, was op 27 maart 2023. Tijdens deze avond is nader ingezoomd op de kansen en mogelijkheden die LEADER biedt voor een van de thema’s die uit de eerste participatie naar voren kwam: De waarde(n) van de Krimpenerwaard op de kaart. Dit leverde een scherper beeld van de behoeften op en dieper wederzijds begrip hoe LEADER hier van betekenis in zou kunnen zijn. Een derde bijeenkomst vond op 8 mei 2023 plaats.
Tijdens deze bijeenkomst is het concept LEADER programma besproken met de stakeholders en ook deze feedback is verwerkt. Tevens is besproken wat potentiële aanvragers kunnen doen ter voorbereiding op de openstelling van het LEADER programma, zodat zij er klaar voor zijn als het programma van start gaat. Input vanuit deelname aan verschillende gebiedsbijeenkomsten en gesprekken met stakeholders. Deze bijeenkomsten en gesprekken vonden plaats in de periode van september 2022 t/m april 2023, bijvoorbeeld tijdens bijeenkomsten met boeren, waaronder het Agrarisch Jongeren Kontakt, in het kader van het NPLG proces. (10 en 13 oktober, 15 november en 6 december). Ook hebben we de informatie die tijdens de door het Hoogheemraadschap Schieland en De Krimpenerwaard georganiseerde Werkplaatsessie van 3 april 2023 verwerkt in deze strategie. Speciale aandacht hebben we besteed aan het actief betrekken van jeugd bij ons proces: Op 12 april 2023 hebben we een workshop gegeven aan middelbare scholieren van het GeminiCollege waarbij de jongeren gebrainstormd hebben over de wat zij belangrijk vinden voor de plaats waar zij wonen en leven. Daarnaast is de Jongeren Klankbord groep die naast de gemeenteraad actief is, betrokken.
De concept LOKALE ONTWIKKELING STRATEGIE is met omliggende gemeenten en het waterschap besproken, waarbij tevens aan de orde kwam op welke wijze zij betrokken zullen zijn bij het LEADER programma. Status van de Lokale Ontwikkeling Strategie Dit document is een concept dat op 9 mei 2023 ter goedkeuring aan de LEADER beoordelingscommissie van ProvincieZuid Holland wordt voorgelegd. Na vaststelling door Gedeputeerde Staten van Provincie Zuid-Holland is deze Lokale Ontwikkeling Strategie definitief. Naar verwachting is dat medio 2023. Verklarende lijst met afkortingen: LAG Lokale Actie Groep (synoniem voor LAG = Plaatselijke Groep) LEADER Liaison Entre Actions de Développement de l’Économique Rurale LOS Lokale Ontwikkeling Strategie NSP Nationaal Strategisch Plan NPLG Nationaal Programma Landelijke Gebied
4
2 Gebied 2.1 Begrenzing en beschrijving van het gebied Deze LOKALE ONTWIKKELING STRATEGIE heeft betrekking op de Krimpenerwaard. Dorpen en steden in de Krimpenerwaard zijn: Krimpen aan den IJssel, Schoonhoven, Bergambacht, Stolwijk, Ammerstol, Haastrecht, Berkenwoude, Lekkerkerk, Krimpen aan de Lek, Vlist, Gouderak en Ouderkerk aan den IJssel. Een klein stukje van het gebied ten zuiden van Gouda in de Krimpenerwaard nabij Stolwijkersluis behoort sinds 1964 bij de gemeente Gouda1. Dit stukje valt wel binnen de contouren van het LEADER gebied. Gezien het stedelijke karakter van zowel Krimpen aan den IJssel als Gouda, vallen deze kernen buiten de contouren van het LEADER gebied. Wel wordt inhoudelijk samengewerkt in het kader van de versterking stad-land relaties. Zonder medewerking van de stedelijke gebieden is het immers niet mogelijk om de relatie tussen stad en platteland te verstevigen!
(bron: www.indekrimpenerwaard.nl)
Belangrijkste redenen om deze gebiedsbegrenzing te kiezen: - Coherentie qua identiteit, cultuurhistorie, landbouw, natuur-en landschap, economische activiteiten - Natuurlijke begrenzing ten zuiden door de rivier de Lek en aan de noordkant door de Hollandse IJssel en een provinciale grens aan de oostkant van het gebied - Voldoende kritische massa om beweging in gang te brengen, maar nog wel de juiste schaal in verhouding tot het beschikbare budget. Hierdoor kan het LEADER-budget op efficiënte en effectieve wijze worden benut. - Krimpenerwaard is een van de prioritaire gebieden in de veenweide strategie Zuid-Holland, wat mogelijkheden biedt om meekoppelkansen via LEADER te versterken.
Het oppervlakte van het LEADER gebied beslaat ca. 16.225 hectare. Gemeente Krimpenerwaard heeft afgerond een totale oppervlakte van 16.131 hectare, waarvan 14.832 land en 1.299 water. Stolwijkersluis heeft een totale oppervlakte van 94 hectare, waarvan ruim 75% land en minder dan 25% water.
1
Bron: Enderink, Sander i.s.m. Streekmuseum Krimpenerwaard, "Het Krimpenerwaardboek" p. 18, 2017, Krimpen a/d IJssel 5
Aantal inwoners per 1 januari 20232 in het LEADER gebied bedraagt 57.515. Deze inwoners zijn als volgt over de verschillende kernen verdeeld:
Gemeente
Krimpenerwaard
Kern Schoonhoven
13.380
Bergambacht
7.100
Stolwijk
5.422
Ammerstol
1.700
Haastrecht
4.375
Berkenwoude
1.713
Lekkerkerk
7.790
Krimpen a/d Lek
6.525
Vlist
Gouda
Totaal LEADER gebied
Aantal inwoners
645
Gouderak
2.580
Ouderkerk a/d IJssel
5.840
Stolwijkersluis
445
57.515
De Krimpenerwaard is een poldergebied in de provincie Zuid-Holland, dat zich uitstrekt tussen de rivieren de Lek, de Hollandse IJssel en de Vlist. Het oudhollands cultuur landschap van de Krimpenerwaard heeft een rijke cultuurhistorie en is van grote waarde voor landbouw, natuur en recreatie. Het gebied is in de middeleeuwen ontgonnen. Dit heeft geleid tot een kenmerkend verkavelingspatroon van smalle percelen met lange sloten, dijken en kades. De vele historische boerderijen, molens en kerken in het gebied getuigen van deze geschiedenis. De Goudse kaasmarkt, die al sinds de 17e eeuw gehouden wordt, is ook voor de Krimpenerwaard een belangrijk onderdeel van de cultuurhistorie. De Krimpenerwaard is een belangrijk onderdeel van het Groende Hart. De Krimpenerwaard bestaat uit laaggelegen veenpolders in een rivierengebied, met de kenmerkende verkaveling van een slagenlandschap. Dat landschap is van grote waarde voor zowel de agrariërs als de inwoners van het gebied. Op dit moment zijn de agrarische bedrijven voornamelijk melkveebedrijven. Deze bedrijven benutten het grootste deel van het land en onderhouden daarmee ook het karakteristieke landschap. In de achterliggende jaren is actief gewerkt aan verschillende programma’s voor een vitale toekomst van het gebied. Zo zijn daar o.a.
trajecten gestart in het kader van Proeftuin ‘Trots op Krimpenerwaard’, Onderzoek Bodemdaling Krimpenerwaard en de pilotstudie van het College van Rijksadviseurs, participeren agrariërs in DAW projecten, maar ook bredere ervaringen elders in het veenweidegebied met bijvoorbeeld Water Infiltratiesystemen (WIS), waarmee in de Krimpenerwaard 21 melkveehouders in Vlist al aan de slag zijn en er in de peilvakken Berkenwoude/Zuidbroek en Stolwijk-West een uitrol van WIS-systemen startklaar is. Daarnaast is een traject ingezet om melkveehouders in de Krimpenerwaard op individuele basis een toekomstbeeld voor hun bedrijf te laten vormen (‘Mijn Koers’). Bijzonder in de Krimpenerwaard is het feit dat de ruilverkaveling in de jaren 60 wel gestart is, maar niet is doorgezet. Ook vanaf de jaren 80 en 90 verliepen ruimtelijke ontwikkelingen niet gemakkelijk. “Plannen voor herinrichting en natuurontwikkeling die begin jaren negentig werden bedacht, stagneerden door tegengestelde belangen, complexiteit en nieuwe maatschappelijke inzichten”. Hoewel versnippering en tegengestelde belangen ook vandaag de dag nog steeds een rol spelen, zijn er inmiddels wel belangrijke stappen gezet om in samenwerking gezamenlijk aan ontwikkeling van het gebied te werken.
Zo werken het Zuid-Hollands Landschap, Programmabureau Veenweiden en agrarische bedrijven via het Natuur Beheer Collectief (NBC) Krimpenerwaard samen aan een nieuwe aanpak voor de inrichting en het beheer van 2.250 ha. natuur het gebied. Inmiddels is 500 ha al ingericht en in de periode 2023-2027 volgt nog 1.750 hectare. Op een deel van het areaal gaan realisatie van natuurdoelen en agrarisch medegebruik hand in hand. De Krimpenerwaard is een belangrijk leefgebied voor weidevogels zoals de grutto, kievit en tureluur. Daarnaast zijn er ook verschillende bijzondere planten- en diersoorten te vinden, zoals de kamsalamander en de rietorchis. O.a. de Natuur en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard en Agrarische Natuurvereniging Weidehof zetten zich samen met agrariërs en streekbewoners in voor agrarisch natuur-en landschapsbeheer en daarmee voor een kleurrijke Krimpenerwaard. Het 2
Bron: www.allecijfers.nl 6
gebied heeft ook veel waterpartijen, waaronder de Nieuwe Maas, de Lek en de Hollandse IJssel, die een belangrijke rol spelen in de waterhuishouding van Nederland. In de Krimpenerwaard ligt een aantal natuurreservaten met waardevolle natuur- en cultuurhistorische elementen als eendenkooien, hooilanden en houtkades. De Krimpenerwaard is een gebied waarin het plezierig wonen, werken en ontspannen is. Het gebied wordt omringd door het stedelijk gebied van Rotterdam en Capelle a/d IJssel en Gouda. Het zuidwestelijke deel ligt dicht bij Rotterdam, de tweede stad van ons land, die als een metropoolmagneet jaarlijks nieuwe bewoners aantrekt. Het noordelijke deel grenst aan Gouda. Veel stedelingen komen naar de Krimpenerwaard om te recreëren. De Vlist trekt veel dagrecreanten. Toeristen komen ook af op de kernen. Zoals zilverstad Schoonhoven met het Zilvermuseum en de vele juweliers of gouden zilverwerkplaatsen en Haastrecht met museum Bisdom van Vliet. Het Loetbos en recreatiegebied Krimpenerhout trekken vooral inwoners uit de Krimpenerwaard zelf. Er zijn verschillende culturele voorzieningen en door het jaar heen worden allerlei evenementen en activiteiten georganiseerd.
Andere LEADER gebieden, grenzend aan de Krimpenerwaard zijn: LEADER Hollandse Plassen ten noorden van de Krimpenerwaard, LEADER Alblasserwaard ten zuiden van de Krimpenerwaard en LEADER Utrecht West grenst aan de westzijde aan het beoogde LEADER gebied Krimpenerwaard. Deze gebieden liggen eveneens in Het Groene Hart en kennen vergelijkbare kansen en uitdagingen. Dit biedt mogelijkheden voor samenwerking op inhoudelijke thema’s. Bij het opstellen van de Lokale Ontwikkeling Strategieën is hierover reeds afstemming geweest.
2.2 Gebiedsanalyse Samen met de deelnemers aan het gebiedsproces is de volgende SWOT analyse gemaakt. Allereerst zijn de sterktes, zwaktes, kansen en mogelijkheden geïnventariseerd. Hierbij dient wel enige ruimte tot relativering te worden gelaten, aangezien de methode van de SWOT-analyse oorspronkelijk ontwikkeld is voor individuele bedrijven en niet voor een gebiedsanalyse. Dit betekent dat wat vanuit één perspectief gezien wordt als een sterkte of een kans, vanuit een ander perspectief mogelijk juist opgevat kan worden als een zwakte of bedreiging. Om dit enigszins te ondervangen, hebben we de inventarisatie steeds vanuit vier verschillende perspectieven benaderd: Agrarisch perspectief, sociaaleconomisch perspectief, vanuit het perspectief van bodem & water, klimaat en biodiversiteit en in algemene zin.
7
8
Ontwikkelingsbehoeften en prioriteiten Uit de SWOT-analyse volgt dat de ontwikkelingsbehoeften, die het meest aansluiten bij de prioritaire ontwikkelbehoeften van LEADER Nationaal Strategisch Plan (NSP), in het beoogde LEADER gebied Krimpenerwaard liggen op het gebied van landbouw, natuur en recreatie. In LEADER NSP zijn deze behoeften gedefinieerd als ‘Aantrekkelijker platteland voor wonen en recreëren (N23)’ en ‘Aantrekkelijker ondernemers en werkklimaat (N24)’. De overige behoeften in het NSP zijn gedefinieerd als: Klimaatmitigatie: lagere broeikasgasemissies en grotere koolstofvastlegging (N12), Klimaatadaptatie: lagere ecologische, economische schade en waterkwantiteit (N13), Opwekken duurzame energie en energiebesparing (N14), Betere chemische en biologische waterkwaliteit (N15), Versterkte natuurlijke weerbaarheid en waterbergend vermogen landbouwbodems (N16), Betere luchtkwaliteit: minder emissies van broeikasgassen, geurstoffen en fijnstof (N17), Meer en herstel van biodiversiteit (N18) en Behoud en herstel van (cultuur)landschappen (N19). Ook deze zijn relevant voor de urgente en belangrijke uitdagingen waar Krimpenerwaard voor staat: - Bodemdaling: bodemdaling heeft negatieve gevolgen voor de leefbaarheid, de landbouw en de infrastructuur in de regio.
De agrarische sector heeft een lager waterpeil nodig om de landbouwpercelen te kunnen blijven benutten voor landbouwkundig gebruik. Dit heeft mede tot gevolg dat de veenbodems oxideren. Het waterschap heeft aangegeven dat peilverlaging niet volhoudbaar is. Er is behoefte aan concrete en innovatieve maatregelen om bodemdaling tegen te gaan en emissies van broeikasgassen te reduceren, waarbij de landbouw in het gebied perspectief houd en nieuwe verdienmodellen kunnen worden ontwikkeld. - Waterkwaliteit: het water in de meeste plassen en boezems voldoet grotendeels al aan de kwaliteitsdoelen van de Kaderrichtlijn Waterkwaliteit (KRW). In grotere sloten breder dan acht meter (lijnvormige wateren) voldoet de waterkwaliteit nog niet, de hoeveelheid waterdiertjes en waterplanten is hier ontoereikend3. De rivierkreeft vormt een grote bedreiging voor de waterkwaliteit in de Krimpenerwaard. Er is behoefte aan concrete maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren waar nodig en op peil te houden waar de kwaliteit al (bijna) voldoet. - Toekomstbestendige Landbouw: De landbouwsector ervaart in de Krimpenerwaard druk door klimaatverandering, veranderingen in de markt, onbetrouwbaar en wisselend overheidsbeleid en 3
Bron: Waterkwaliteitsrapportage 2022 HHSK 9
-
-
-
-
maatschappelijke opgaven. Er is behoefte aan concrete oplossingen, nieuwe producten, diensten en innovaties op het boerenerf die bijdragen aan de economische vitaliteit, duurzaamheid en maatschappelijke acceptatie. Natuur- en landschapsbeheer: Het gebied heeft een rijke natuur- en landschapswaarde, maar zowel de biodiversiteit als de karakteristieke cultuurlandschappen staan onder druk door ontwikkelingen als klimaatverandering, landgebruik door o.a. de landbouw maar ook recreatie, wonen en bedrijvigheid. Er is behoefte aan regie op ruimte, waardoor meer duidelijkheid komt over wat waar wel en niet kan. Er zijn creatieve manieren om verschillende functies te combineren of naast elkaar een plek te geven nodig, rekening houdend met de ecologische draagkracht van het gebied. Recreatie-en Toerisme: Het gebied is aantrekkelijk voor bezoekers en we zien een toename van het aantal toeristen en recreanten. Om deze toename op te kunnen vangen is er behoefte aan uitbreiding van het aanbod (meerdaags verblijf) recreatieve voorzieningen en is een betere verbinding tussen deze voorzieningen noodzakelijk. Demografisch: De Krimpenerwaard heeft te maken met vergrijzing, waardoor de sociale samenhang en de vitaliteit van dorpen en gemeenschappen onder druk komen staan.
Tegelijkertijd biedt de bevolkingsgroep 65+ ook kansen als doelgroep voor nieuwe producten, diensten en concepten in het gebied. Er is behoefte aan creatieve oplossingen om deze kansen te benutten. Daarnaast heeft de jeugd behoefte aan meer voorzieningen op het gebied van ontmoeting, sport, spel en cultuur. Ondernemerschap: het gebied kent een levendig en goed georganiseerd MKB, dat echter kampt met uitdagingen om goed en gekwalificeerd personeel te vinden en te binden. Er is behoefte aan innovatieve manieren om nieuwe medewerkers te vinden en te binden.
Ontwikkelperspectieven Op basis van de ontwikkelingsbehoeften en de SWOT-analyse hebben we de ontwikkelperspectieven gedefinieerd door de groei-verbeter-verdedig-en probleemvelden te bepalen: Groeiveld: Door eigen sterkten te benutten inspelen op kansen van buitenaf Er is grote belangstelling vanuit de nabijgelegen stedelijke conglomeratie voor hetgeen we als plattelandsgebied te bieden hebben. De aanwezigheid van de vele plattelandswinkels en de recreatieve ondernemers bieden kansen om nieuwe producten en markten te ontwikkelen, waarbij de nieuwe vraag vanuit de stad centraal staat (vraaggericht aanbod ontwikkelen). Door de ondernemende mentaliteit en innovatiekracht die in het gebied aanwezig is, kunnen we deze kansen verzilveren. Dit draagt tevens positief bij aan de erkenning van de innovaties die doorlopend op het platteland en in de agrarische sector worden ontwikkeld. Tijdens de vorige LEADER-periodes zijn hier de eerste stappen toe gezet, maar er is nog een groot onbenut potentieel, wat de komende jaren verder uitgewerkt kan worden. Er zijn veel agrarische bedrijven met een opvolger. Deze mensen beschikken over vakmanschap en de landbouwgrond in de Krimpenerwaard is vruchtbaar.
In combinatie met de mogelijkheden voor innovaties, agrarisch natuurbeheer liggen hier grote kansen om een bijdrage te leveren aan de klimaat, bodem, water en biodiversiteitsopgaven die in het gebied liggen. Een derde aspect dat kansen biedt voor een veerkrachtige toekomst van de Krimpenerwaard is het demografische gegeven dat er relatief veel jongeren in het gebied wonen. In de Krimpenerwaard en in de aangrenzende steden (o.a. Rotterdam en Gouda) zijn relatief veel VO scholen, HBO en WO instellingen gevestigd. Ook heeft gemeente Krimpenerwaard een Jongerenraad en zijn de agrarische jongeren georganiseerd in het AJK. Dit biedt kansen om jongeren structureel meer te betrekken bij ontwikkelingen in het gebied. Het perspectief van jongeren ontbrak tot nu toe in belangrijke ontwikkelingen. Dit LEADER-programma heeft mede tot doel hierin verandering te brengen, door de positie van jongeren structureel te verbeteren in het gebied en in de ontwikkelingen in het gebied. Verbeterveld: Door in te spelen op kansen van buitenaf de eigen zwakten opheffen Van oudsher is de bevolking naar binnen gericht en doet het gebied (te) weinig aan branding van lokale producten en diensten. De toenemende belangstelling vanuit de stad in combinatie met de nabijheid van de stad biedt een prachtige kans om dit patroon te doorbreken.
LEADER biedt ruimte om te experimenteren met nieuwe coalities, waarbij stedelingen en plattelandsbevolking samenwerken en nieuwe netwerken gevormd worden die leiden tot innovatieve producten en diensten die zonder deze samenwerking niet gerealiseerd zouden worden. LEADER stimuleert initiatieven die vanuit een integrale en multisectorale aanpak tot stand komen. Op dit moment is het aanbod van agrarische
10
producten niet heel divers, terwijl er in toenemende mate behoefte is aan regionaal geproduceerd voedsel. Productinnovaties en ontwikkeling kunnen met behulp van LEADER worden geïnitieerd. De verbinding tussen natuur, landschap is zwak, dat geldt ook voor de verbinding met andere sectoren (landbouw, recreatie etc.). Hier biedt de integrale aanpak van LEADER kansen om in samenwerking tot oplossingen te komen. Verdedigveld: Door eigen sterkten te benutten constructief omgaan met bedreigingen van buitenaf Klimaatverandering heeft ook voor ons gebied veel gevolgen. Daarnaast is de bodemdaling een gegeven. Deze onafwendbare ontwikkelingen dwingen tot innovatieve oplossingen, waarbij we de aanwezige innovatiekracht en ondernemende mentaliteit die in het gebied aanwezig is moeten benutten. Een andere mogelijke bedreiging vormt het feit dat er in toenemende mate sprake is van conflicterende belangen en behoeften tussen agrarische sector, natuur en recreatieve ontwikkelingen vooral met het oog op landgebruik. Daar komt de afschaffing van derogatie nog bij, waardoor de behoefte aan landbouwgrond toeneemt. De gedeelde waarden en de sterke eigen verantwoordelijkheid van de agrarische sector en de bevolking, bieden het vertrouwen dat we in het gebied op constructieve wijze een oplossing kunnen vinden en conflicten kunnen vermijden.
Initiatieven die bottom-up en in samenwerking tot stand komen hebben de grootste slagingskans vanwege het draagvlak. Hierin kan LEADER een belangrijke stimulerende rol spelen. Problemenveld: zwakten die opgeheven moeten worden om bedreigingen van buitenaf het hoofd te kunnen bieden Een uitdaging die moet worden aangegaan is het opheffen van de onderlinge verdeeldheid die er in het gebied van oudsher is en die belemmerend werkt voor ontwikkelingen. De voorliggende vraagstukken vragen om samenwerking. Hier biedt LEADER mogelijkheden om de nodige samenwerking vanuit gedeelde waarden te organiseren.
2.3 Krachtenveldanalyse De Krimpenerwaard is een gebied waar het bruist van de activiteiten en een groot aantal (maatschappelijke) organisatie is actief in het gebied. Deze organisaties zijn belangrijke belangengroepen, die hun inbreng hebben geleverd aan deze strategie. Tevens zijn de meeste van deze belangengroepen de doelgroep van deze Lokale Ontwikkeling Strategie om projectvoorstellen en subsidieaanvragen in te dienen. Een niet-uitputtende lijst met de beschrijving van deze belangengroepen, onderverdeeld in de voor deze strategie relevante categorieën, volgt in onderstaande tabel.
Actor Agrarische Sector AJK
LTO
ANV Weidehof DWLK
NBC
Natuur organisaties NVWK
SBB ZH Landschap Recreatie & Toerisme
Rol Het Agrarisch Jongeren Kontakt (AJK) is de vereniging van, voor en door jonge boeren in het gebied en behartigt de belangen voor de leden en versterkt de onderlinge contacten tussen agrarische jongeren in de Krimpenerwaard. LTO zet zich in voor de belangen van de agrariërs, onderhoudt nauwe contacten én in overleg met de gemeente, haar inwoners, het waterschap en de provincie. Daarnaast initieert en participeert LTO in diverse projecten op het gebied van duurzame landbouw, bodem, klimaat en biodiversiteit. Weidehof Krimpenerwaard is een vereniging van agrariërs en streekbewoners. Met agrarisch natuur- en landschapsbeheer zetten zij zich in voor een kleurrijke en toekomstbestendige waard. Vereniging Duurzame Waterbeheersing en Landbouw Krimpenerwaard zet zich in om een duurzame en economisch gezonde manier van landbouw te bevorderen in de Krimpenerwaard en hierbij de natuur- en landschapswaarden te behouden en zo mogelijk te versterken. Het Natuurbeheercollectief (NBC) Krimpenerwaard bestaat uit de agrarische Natuurcoöperatie Krimpenerwaard, de Stichting Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Weidehof, de Stichting Het Zuid-Hollands Landschap en de vereniging Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard. Het NBC is een unieke organisatie in Nederland waarin we natuur- en agrarische organisaties hebben verenigd, gericht op het beheer van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
De Natuur en vogelwerkgroep Krimpenerwaard heeft als doel het bestuderen, beschermen en beheren van flora en fauna, en in ruimere zin van natuur en landschap in de Krimpenerwaard. De vereniging telt ruim 800 leden, waaronder een groeiend aantal jeugdleden In de Krimpenerwaard beheert Staatsbosbeheer een aantal natuur- en recreatiegebieden in opdracht van Groenalliantie Midden-Holland. Het Zuid-Hollands Landschap beheert in de Krimpenerwaard verschillende natuurgebieden.
11
St. Promotie KW
St. Voedselfamilies KW St. Cheese Valley
St. Groene Hart (SGH) St. OHW
St. Zilverstad Marketing
Jongeren Klankbordgroep Jongeren Middelbare Scholen
Overheden Provincie Zuid-Holland
Gemeente Krimpenerwaard Gemeente Gemeente IJssel
Gouda, Capelle a/d
HHSK
HDSR Holland Rijnland
Overig St. Waardzaam
Energiecoöperatie Waardstroom OKK
Burgers
De Stichting Promotie Krimpenerwaard zet zich in om het toeristisch-recreatieve product van het gebied in al haar facetten te versterken, door productontwikkeling en promotie en derhalve de sociaaleconomische kansen die deze sector biedt optimaal te (doen) benutten Deze organisatie zet zich in voor de versterking van de verbinding tussen consument, producent en het samenwerken met regionale organisaties. Cheese Valley is een publiek privaat samenwerkingsverband tussen de gemeenten Krimpenerwaard, Woerden, Bodegraven-Reeuwijk en Gouda en bedrijven, die. het toerisme naar het gebied wil stimuleren, de waarde van kaas en het culinair imago van Cheese Valley verhogen. SGH zet zich in voor ontwikkelingen die bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van het (cultuur)landschap in het gebied. St.
Oude Hollandse Waterlinie wil bijdragen aan het behoud van nationaal erfgoed de Oude Hollandse Waterlinie en in brede kring erkenning krijgen voor de historische en waterstaatkundige betekenis van de Oude Hollandse Waterlinie en de relevante rol die de deze linie in het heden en de toekomst kan spelen ondernemers, bewoners, verenigingen, cultuurmakers, evenementenorganisaties, kunstenaars, onderwijsinstellingen, zorgaanbieders en andere smaakmakers zetten zich gezamenlijk in om Schoonhoven aantrekkelijk maken en economisch versterken als Creatieve Zilverstad aan de Lek, voor inwoners, bezoekers, ondernemers en talent. De Klankbordgroep Jongeren is een aanspreekpunt voor jongeren in de Krimpenerwaard, om hun stem te laten horen en het gemeentebestuur adviseren over zaken die jongeren raken. Er zijn diverse middelbare scholen in het gebied. Regelmatig organiseren zij excursie naar het gebied en zoeken zij bijvoorbeeld in het kader van ”Burgerschap” of maatschappelijke- of snuffelstage contact met het bedrijfsleven en overige organisaties in de regio. Er liggen veel kansen om via de VO scholen op projectmatige basis te werken aan het versterken van de positie van jongeren in het gebied Veel van de ontwikkelingen die via het Rijk worden ingezet, komen via de Provincie in de Krimpenerwaard.
Denk hierbij aan de NSP-maatregelen, waaronder dit LEADER programma, maar ook de uitvoering van het NPLG, de RES etc. De verschillende gemeenten in de regio zetten zich in voor een breed scala aan ontwikkelingen in het gebied. Gemeente Krimpenerwaard is in dit LEADER programma penvoerder namens de Lokale Actie Groep LEADER Krimpenerwaard. Een klein deel van Gemeente Gouda (Stolwijkersluis) valt binnen de grenzen van dit LEADER gebied. Daarnaast zijn Gouda en Capelle a/d IJssel belangrijke partijen voor het versterken van stad-land relaties. Veel van de inwoners uit deze stedelijke plaatsen recreëren in de Krimpenerwaard. Het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en -veiligheid en waterbeschikbaarheid in de Krimpenerwaard. Zij richt haar beleid op de speerpunten: energie, klimaat, grondstoffen en kennis delen. HHSK zal als agenda lid verbonden zijn aan de Lokale Actie Groep en blijft op deze manier dicht bij de uitvoering van de Lokale Ontwikkeling Strategie aangesloten. Naast HHSK zijn in kleine delen van de Krimpenerwaard in nog twee andere waterschappen actief: Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden in Vlist en Hoogheemraadschap van Rijnland. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor de waterveiligheid, beheren dijken, sluizen, gemalen, stuwen en hoofdwatergangen.
Hiermee wordt de waterverdeling voor de landbouw geregeld en wordt het waterpeil op het juiste niveau gehouden. Ook zijn de waterschappen verantwoordelijk voor de kwaliteit van het water van sloten en plassen en zuiveren zij het afvalwater. Stichting WaardZaam is een netwerk waarbinnen toekomstgerichte, innovatieve ondernemers hun krachten bundelen en samenwerken om de duurzame impact in de regio Krimpenerwaard te vergroten De Coöperatie Waardstroom is opgericht door en voor inwoners uit de gemeente Krimpenerwaard met als doel het samen opwekken van duurzame energie op bij ons in de buurt De Ondernemers Kring Krimpenerwaard zet zich in voor het behartigen van de materiële en immateriële belangen van alle ondernemers in de Handel, Nijverheid, Industrie en Dienstverlening in de Krimpenerwaard en draagt hierdoor bij aan de vitaliteit van de regio. In enkele buurtschappen/dorpen van de Krimpenerwaard hebben burgers zich verenigd in dorpsraden of andere netwerken en zetten zij zich in om de leefbaarheid in hun directe omgeving te verbeteren.
12
3 Strategie 3.1 Strategie, thema’s en algemene doelstellingen, inclusief visie daarop In de Krimpenerwaard hebben we inmiddels meer dan 20 jaar ervaring met LEADER. De meerwaarde van de LEADER aanpak heeft zich bewezen via de vele kleinschalige projecten die allen op unieke wijze bij hebben gedragen aan de leefbaarheid en vitaliteit van het gebied. Dit zijn soms projecten die tot radicale innovaties leiden, maar veel vaker gaat het om incrementele innovaties, vernieuwingen via kleine stapjes en kleinschalige experimentele projecten die in staat zijn grote impact te maken voor de omgeving. Om je als gebied aan te kunnen passen aan de voortdurende veranderende omgeving is innoveren noodzakelijk. We richten ons met deze strategie op initiatieven waar de LEADER aanpak het verschil kan maken en we zetten in op projecten waar de LEADER aanpak maximale meerwaarde heeft: bottom-up, gebiedsgericht, integraal en op basis van een multisectorale en multistakeholder samenwerking. Deze vormen van samenwerking zullen, meer nog dan in het verleden, een onlosmakelijk onderdeel moeten vormen van initiatieven die om ondersteuning vragen. LEADER als “zaaigeld en kiemgeld” Met LEADER beogen we innovaties van onderop te stimuleren.
Innovatie bevat enerzijds het genereren van vernieuwende ideeën, concepten en ontwikkelingen die in potentie de status “innovatie” kunnen bereiken (zaaien) en anderzijds het succesvol toevoegen van waarde aan een product, dienst, proces of samenwerking door te investeren in de implementatie van vernieuwende ideeën, concepten en ontwikkelingen (kiemen). Kiem-projecten kunnen ook gaan over bestaande ideeën die op een nieuwe manier worden toegepast, “in een nieuw jasje” worden gestoken of een mix van bestaande ideeën die voor het eerst gecombineerd worden. LEADER stimuleert samenwerking waarbij verbindingen gelegd worden tussen zaken, concepten en partijen die daarvoor nog niet met elkaar verbonden waren. Aangezien het LEADER programma met name bedoeld is om de plattelandseconomie een impuls te geven, ligt het zwaartepunt van deze strategie op de “kiemgeld” projecten, waarmee investeringsprojecten worden gestimuleerd die leiden tot versterking van de regionale economie en verbetering van de leefomgeving. Hiermee wordt de bestaande innovatiekracht en ondernemersmentaliteit in het gebied benut.
Voordat er voldoende uitzicht is op een kansrijke innovatieve business case om de noodzakelijke investeringen van een initiatief rendabel te maken, moet echter vaak eerst nog het nodige worden gedaan: vragen over de technische, juridische, economische, maatschappelijke haalbaarheid moeten worden onderzocht en beantwoord; Soms moeten eerst prototypes worden ontwikkeld en testen en experimenten worden uitgevoerd. Naast steun voor projecten, stellen we daarom ook budget beschikbaar voor het versterken/doorontwikkelen van ideeën/pilots/experimenten. Dit budget noemen we “zaaigeld” en wordt als subcategorie in het openstellingsbesluit en in de begroting opgenomen. Deze categorie kent een eigen beoordelingssystematiek (zie hoofdstuk 7).
Innovatie wordt binnen LEADER gedefinieerd aan de hand van de volgende criteria: - Liggen in het ontwikkelen van producten en diensten specifieke lokale elementen besloten liggen, die nog niet eerder in het gebied zijn toegepast; - Gaat het om nieuwe methoden waarmee het eigen menselijk, natuurlijk en/of financieel potentieel van het gebied kan worden gebundeld en zodoende beter worden benut; - Is er sprake van combinaties van en verbindingen tussen economische sectoren die van oudsher van elkaar gescheiden zijn; - Is er sprake van originele vormen van organisatie en betrokkenheid van de plaatselijke bevolking bij het besluitvormingsproces en bij de uitvoering van het project? - Heeft de innovatie een voorbeeldwerking? Thema’s Het LEADER budget is echter zeer bescheiden en dat betekent dat het nodig is om focus aan te brengen in de thema’s en doelen die we via LEADER steunen. Op die manier kunnen we wel impact maken op de gekozen thema’s. We maken daarom scherpe keuzes en we zetten in op initiatieven die leiden tot een maximaal multipliereffect. We streven ernaar zoveel mogelijk synergie te bereiken en met de beschikbare publieke Europese en provinciale euro’s zoveel mogelijk private investeringen (in geld, tijd en kennis) aan te trekken.
Het betekent ook dat we met het LEADER programma geen dingen doen of ondersteunen die elders, via andere programma’s en regelingen, al voldoende zijn belegd.
13
Uitgangspunt is verder dat initiatieven, op zijn minst in intentie en potentie, ook een economische impact in het gebied moeten genereren. LEADER gaat immers over samenwerken aan de ontwikkeling van de plattelandseconomie. Daarbij benoemen we nadrukkelijk dat LEADER een totaalprogramma is, waar subsidie een onderdeel van uit maakt. Dat betekent dat wij niet uitsluitend de gesubsidieerde projecten waardevol vinden voor een goed resultaat. Ook de projectideeën en conceptplannen die aan de LEADER groep worden voorgelegd, die niet tot LEADER subsidie leiden kunnen wel essentieel bijdragen aan de ontwikkeling van de plattelandseconomie. De adviezen, het verbinden met andere partijen uit ons netwerk etc. om deze plannen sterker te maken, beschouwen we ook als onderdeel van de impact die het LEADER programma heeft op het gebied. Op basis van de uitkomsten van het gebiedsproces en de actuele ontwikkelingen in de Krimpenerwaard zijn de volgende thema’s en doelen gekozen voor LEADER Krimpenerwaard 2023-2027: 1. De Krimpenerwaard: een vitale groene regio In Nederland liggen de grootste uitdagingen op het gebied van biodiversiteit, klimaat, bodem & waterkwaliteit.
Het Nationaal Strategisch Plan zet in op innovatie en het ontwikkelen van kennis over deze aandachtsgebieden is hard nodig om de noodzakelijke omslag naar duurzame toekomst te kunnen maken Ook voedselzekerheid en een eerlijk landbouwinkomen zijn hoofddoelen van het GLB. Uit de SWOT-analyse komt naar voren dat ook in de Krimpenerwaard op dit thema vele uitdagingen liggen en dat deze thema’s tegelijkertijd vele kansen bieden voor de ontwikkeling van de Krimpenerwaard. Door deze Lokale Ontwikkeling Strategie willen we investeringen stimuleren, waarmee o.a. nieuwe verdienmodellen worden gegenereerd. Enerzijds richten we ons hierbij op het ontwikkelen van ecosysteemdiensten, met heldere KPI’s en anderzijds richten we ons op de verduurzaming van de (agrarische) economie. Doelstellingen binnen dit thema: Het komende LEADER programma steunt innovatieve projecten die : - bijdragen aan een duurzame en economisch toekomstbestendige landbouw - waterkwaliteit verbeteren - biodiversiteit verbeteren - circulaire economie versterken - nieuwe verdienmodellen genereren door diensten te ontwikkelen, aangeboden door boeren & MKB en gericht op & betaald door de maatschappij (overheid & consumenten) - kleinschalige ‘blauw/groene’ innovatie starten, in alle verscheidenheid - bijdragen aan duurzaam bodembeheer 2.
De waarde(n) van de Krimpenerwaard op de kaart Er zijn in de Krimpenerwaard in de achterliggende jaren verschillende netwerken en initiatieven ontwikkeld, die de Krimpenerwaard als gebied onder de aandacht brengen bij bezoekers en de eigen bevolking. Dit is een kracht van de Krimpenerwaard, die verder kan worden ontwikkeld. De nabijheid van steden als Rotterdam en Gouda vormen hierin een mooie kans. Het komende LEADER programma “staat op de schouders” van de ontwikkelingen die eerder zijn ingezet en bevordert naast verdienvermogen ook een robuuste/veerkrachtige samenleving in het gebied. Doelstellingen binnen dit thema: Het komende LEADER programma steunt innovatieve projecten die: - De vrijetijdseconomie versterken - Gebiedsidentiteit versterken en uitdragen - Het aanbod van toeristisch-recreatieve voorzieningen vernieuwen en uitbreiden - De recreatieve verbindingen versterken - Bijdragen aan de ontwikkeling van streekeigen producten en diensten en actieve netwerken die deze producten en diensten weten te vermarkten - De relatie tussen stedelijke en landelijke gebieden en kernen versterken - Ontwikkelen en versterken van netwerken die de toegevoegde waarde van de Krimpenerwaard, zowel in producten als diensten en concepten, weten te verwaarden en op de kaart te zetten.
Horizontale doelstellingen: Aansluitend op de geformuleerde behoeften en prioriteiten in het gebied, zijn als rode draad door beide thema’s zijn de volgende twee horizontale doelstellingen geformuleerd:
14
-
Actief jeugd betrekken bij projecten, ideeën en activiteiten en de positie van jongeren in het gebied versterken. Kennis, innovatie en digitalisering in de landbouw en in plattelandsgebieden stimuleren en delen, en het benutten daarvan bevorderen.
3.2 Relatie Lokale Ontwikkeling Strategie en overige relevante programma’s Nationaal Strategisch Plan Plattelandsontwikkeling in de volle breedte is het hoofdthema van dit LEADER-programma en gebied. Dit wordt via de twee genoemde thema’s nader uitgewerkt. In de doelen binnen deze thema’s invulling gegeven aan de 4 centrale doelen van het NSP: • D (SO4) Klimaatverandering en duurzame energie: Bijdragen tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, onder meer door de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en meer koolstof vast te leggen, duurzame energie te bevorderen en de ontwikkeling van weerbare teeltsystemen. • E (SO5) Efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen: Bevordering van de duurzame ontwikkeling en het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, onder meer door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen. • F (SO6) Bescherming van de biodiversiteit: Bijdragen aan tot het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten en tot de instandhouding van habitats en landschappen.
• H (SO8) Ontwikkeling in plattelandsgebieden: Bevorderen van de werkgelegenheid, groei, gendergelijkheid, sociale inclusie en lokale ontwikkeling in plattelandsgebieden, met inbegrip van bio-economie en duurzame bosbouw De overige doelen uit het NSP waar deze strategie aan bijdraagt zijn: • C (SO3): Verbeteren van de positie van de landbouwers in de waardeketen • G (SO7): Het aantrekken en vasthouden van jonge landbouwers en andere nieuwe landbouwers en bevordering van duurzame bedrijfsontwikkeling in plattelandsgebieden • I (SO9): SO9 Beter inspelen door de landbouw van de Unie op de maatschappelijke verwachtingen inzake voedsel en gezondheid, onder meer wat betreft hoogkwalitatief, veilig en voedzaam voedsel dat op duurzame wijze is geproduceerd, en voorts vermindering van de voedselverspilling, verbetering van het dierenwelzijn, en bestrijding van antimicrobiële resistentie • J (XCO): Horizontale doelstelling: de sector moderniseren door kennis, innovatie en digitalisering in de landbouw en in plattelandsgebieden te stimuleren en te delen, en het benutten daarvan bevorderen Nationaal Programma Landelijk Gebied/Provinciale Programma Landelijk Gebied De Krimpenerwaard is in Zuid-Holland aangewezen als “prioritair” gebied in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied.
In Zuid-Holland wordt een Strategie “Vitale Veenweiden Zuid-Holland” opgesteld, waar de Krimpenerwaard onderdeel van uitmaakt. De opgaven en doelen van het Zuid-Hollandse Programma Landelijk Gebied zijn samengevat in de volgende afbeelding (bron: startdocument PPLG-ZH):
15
Coalitieakkoord 2022-2026 Krimpenerwaard In 2022 heeft de Gemeente Krimpenerwaard het “Coalitieakkoord 2022-2026 Vitaal Vooruit” vastgesteld. Speerpunt van dit akkoord is het stimuleren van een vitale kernen en een krachtig en beleefbaar buitengebied. De ambities waar dit LEADER programma met name op aan sluit betreffen economie/ onderwijs, sport, cultuur en recreatie & toerisme/ milieu en duurzaamheid.
3.3 Resultaten Bijdrage van deze strategie aan de EU-resultaatindicatoren uit het NSP: • Aandeel van de plattelandsbevolking dat valt onder een plaatselijke ontwikkelingsstrategie: 57.515 inwoners. • Aandeel van de plattelandsbevolking dat betere toegang tot diensten en infrastructuur door GLB-steun geniet: In principe hebben alle inwoners betere toegang tot een of meer diensten en producten die als gevolg van deze strategie tot stand zijn gekomen; • Aantal personen dat onder ondersteunde projecten voor sociale inclusie valt: Sociale inclusie is geen specifiek doel voor onze strategie. Wel hebben we als horizontale brede doelstelling het verbeteren van de positie van jongeren opgenomen. Het aantal jongeren tussen 15 en 25 jaar in de Krimpenerwaard bedraag 6995 4 In 2027 hebben we met deze Lokale Ontwikkeling Strategie de volgende resultaten bereikt: Thema
Output indicatoren (kwantitatief)
Outcome indicatoren (kwalitatief)
LOKALE ONTWIKKELING STRATEGIE-Breed
Minimaal 18 initiatieven, zoals onderstaand De Krimpenerwaard is aantrekkelijker voor wonen en recreëren onderverdeeld over de categorieën en geworden en het ondernemersklimaat is verbeterd. thema’s gerealiseerd. 1 uitvoeringsprogramma gerealiseerd Samenwerking tussen partijen en belanghebbenden op het platteland tbv duurzame ontwikkeling van de Krimpenerwaard is versterkt en inspirerende projecten hebben verandering in gang gezet. Zaaigeldprojecten: Minimaal 8 projectideeën hebben steun Nieuwe vormen van samenwerking zijn ontstaan ontvangen voor nadere uitwerking van het idee/het uitvoeren van een kleinschalig Opgedane kennis en ervaring is gedeeld met en beschikbaar voor project/pilot/experiment de overige stakeholders in de regio Minimaal 4 van deze ideeën leiden tot een vervolgproject Kiemgeldprojecten: Minimaal 5 projecten gerealiseerd Innovaties op het gebied van toekomstbestendige landbouw zijn verder versterkt met allerlei pilotprojecten, waardoor er steeds thema 1:De meer verbanden bestaan tussen ‘oude’ bedrijven en nieuwe Krimpenerwaard: technologieën. Meer boeren maken gebruik van technische een vitale groene innovaties en nieuwe verdienmodellen en weten hierdoor een regio rendabele bedrijfsvoering te handhaven De schoonheid en de natuurwaarden van het landschap is vergroot en worden beter benut.
Kiemgeldprojecten: Minimaal 5 projecten gerealiseerd thema 2: De waarde(n) van de Krimpenerwaard op de kaart
Biodiversiteit en waterkwaliteit in het gebied zijn verbeterd; emissies van broeikasgassen zijn verminderd. Steeds meer bezoekers en recreanten worden verrast door nieuwe, verbeterde verbindingen, belevingselementen, creatieve informatievoorziening en de beleefbaarheid van het gebied, zowel op land als via het water. Agrariërs, recreatieondernemers, natuurorganisaties en andere plattelandsgroepen werken samen ten behoeve van zowel de beleefbaarheid als het beheer van natuur Inwoners van het gebied zijn trots op hun gebied en voelen zich “ambassadeur van de Krimpenerwaard” op De relatie tussen het gebied en de omliggende steden is versterkt
4
Bron: CBS via www.allecijfers.nl Referentiejaar 2022 16
4 Activiteitenplan Het activiteitenplan beschrijft met name wat de LOKALE ACTIE GROEP gaat doen om de doelen te behalen. In hoofdstuk 5 wordt beschreven hoe dit zal worden georganiseerd. De in de tabel samengevatte activiteiten worden vervolgens in dit hoofdstuk nader uitgewerkt. Activiteit Uitvoering Projecten:
Samenwerking :
Doelstelling
Middelen
Aanjagen van bottom-up projecten die een bijdrage • leveren aan de economische ontwikkeling van het • platteland. (draagt daarmee bij aan alle onder • thema 1 en thema 2 beschreven doelstellingen in • • de LOKALE ONTWIKKELING STRATEGIE) •
· Bevorderen (inter)nationale samenwerking · Terugdringen versnippering in het gebied · Bevorderen van kennisuitwisseling tussen (inter)nationale LEADER-groepen
• • • • • •
Digitale porta/formatsl tbv projectaanvragen Thematische bijeenkomsten Netwerk-bijeenkomsten Eén op één gesprekken Facilitering aanvragen Ondersteuning netwerken
verkennen mogelijkheden organiserenexcursies/bijeenkomsten ontsluiten informatie Leggen van contacten Website Social media
Deskundigheidsbevorder ing:
Bevorderen van kwalitatief goede bottom-up • projecten (draagt daarmee bij aan alle doelstellingen • • in de LOKALE ONTWIKKELING STRATEGIE) • Bevorderen kennis en kunde LAG leden • • •
Website Social media Informatie-folder/Toolkit Bijeenkomsten Trainingen Evaluatie-sessies Uitwisseling/studiereis
Communicatie:
Bekendmaken van het programma en de • mogelijkheden, informeren over de bottom-up up • projecten, resultaten, voortgang en uitvoering van de • LOKALE ONTWIKKELING STRATEGIE (draagt daarmee • bij aan alle doelstellingen in de LOKALE • • ONTWIKKELING STRATEGIE) • • •
Website Social media Informatie-folder Nieuwsbrieven (electronisch) Persberichten Communicatieplan Informatieverstrekking via pers, contacten en eigen media Informatiebijeenkomsten Aanwezigheid op relevante events derden
Bottom-up uitvoering van de LOKALE • ONTWIKKELING STRATEGIE (draagt daarmee bij aan • alle doelstellingen in de LOKALE ONTWIKKELING • STRATEGIE) • • •
Aanvraag Uitvoerings-en beheerkosten bij PZH Invulling taakverdeling, werkafspraken LOKALE ACTIE GROEP Website + Loket Social Media Persberichten Secretariaat
Bestuur en Organisatie: • •
Inrichten organisatie Administratie
17
4.1 Uitvoering van projecten Kenmerk van LEADER is de bottom-up benadering. Het behalen van de beschreven doelstellingen zal dan ook gerealiseerd worden via de uitvoering van de concrete projecten, die door partijen (zie krachtenveld analyse) vanuit het gebied worden geïnitieerd. De activiteiten van de LAG zijn erop gericht om initiatieven in het gebied te ontlokken en projecteigenaren te faciliteren in het gedurende het gehele proces.
• Inspireren en samenbrengen: organiseren van bijeenkomsten, plattelandscafé ’s, informatievoorziening
• • • •
(zowel digitaal als fysiek). De LOKALE ACTIE GROEP nodigt alle mensen en organisaties met ambities en concrete ideeën actief uit om samen ideeën te bedenken en te ontwikkelen tot integrale projecten die binnen LEADER of een van de andere programma’s passen. Om dit te kunnen doen zal de LOKALE ACTIE GROEP gelegenheden organiseren zodat mensen en ideeën met elkaar in contact gebracht kunnen worden. Ondersteunen, motiveren en begeleiden van initiatiefnemers bij de ontwikkeling van projecten Inrichten processen en het “loket” waar initiatiefnemers zich kunnen aanmelden met ideeën en projecten Beoordelen van projecten en subsidieverzoeken en hierover een besluit nemen. Hiervoor zijn transparante procedures en criteria opgesteld (zie Deel II). De LOKALE ACTIE GROEP organiseert de monitoring en evaluatie van projecten die in uitvoering zijn, zodat de resultaten en effecten van projecten goed gevolgd kunnen worden. Op basis hiervan evalueert de LOKALE ACTIE GROEP de voortgang van de uitvoering van de LOKALE ONTWIKKELING STRATEGIE. Daarnaast zal aan het einde van de programmaperiode een eindevaluatie worden uitgevoerd.
4.2 Samenwerking Samenwerking is eveneens een belangrijk kenmerk van LEADER. Deze LOKALE ONTWIKKELING STRATEGIE is via een gebiedsproces bottom-up tot stand gekomen. Hiermee zijn belangrijke stappen gezet in het proces van verbinden van verschillende actoren en faciliteren van samenwerking. De LOKALE ACTIE GROEP zal bij de uitvoering van de LOKALE ONTWIKKELING STRATEGIE samenwerking stimuleren op verschillende niveaus: • Regionaal: partijen in het gebied stimuleren tot samenwerking. Hierbij is ook het tegengaan van de versnippering (=opheffen van een zwakte, zie SWOT) een belangrijk aspect. De LOKALE ACTIE GROEP zal projecteigenaren stimuleren en helpen om samenwerking met andere partijen te zoeken bij de realisatie van hun projecten. De LOKALE ACTIE GROEP heeft hierin een verbindende rol. Het kan hierbij gaan om het verbinden van organisaties en mensen, zodat processen meer gezamenlijk benaderd worden. Daarnaast kan het ook gaan om het koppelen van initiatieven en projecten, waardoor bredere en integrale projecten ontstaan met een grotere impact. •