1.24 RIB Septembercirculaire 2024
Tekst van het document
55.000 46.700 30.000
55.000 46.700 30.000
14.593 13.500 19.256 13.000
14.593 13.500 16.406 13.000
14.593 13.500 9.150 13.000
14.593 13.500 7.352 13.000
14.593 13.500 6.500 13.000
10.076 10.004 10.000 8.781 8.636 7.699
10.000 10.000 8.781 8.636 7.699
10.000 8.781 8.636 7.699
0 8.781 8.636 7.699
0 8.781 8.636 7.699
6.000 5.100 4.784 4.731 4.140
6.000 5.100 4.784 4.731 4.235
6.000 5.100
6.000 5.100
6.000 5.100
4.731 4.332
4.731 4.432
4.731 4.534
2.415
2.415
1.212
1.212
675
675
95 -222 59.282
95 -222 59.282
95 -43
95 -43
95 -43
Vindplaats september 2024, § 3.2-14 september 2024, § 3.2-15 mei 2024, § 3.2-20 t/m 21 december 2022, § 3.2-21 en 23 september 2023, § 3.2-3 mei 2020, § 3.3.8 mei 2024, § 3.2-1 mei 2024, § 3.2-2a mei 2017, § 4.2 september 2022, § 3.2-4 september 2024, § 3.2-1 mei 2024, § 3.2-19 september 2023, § 3.2-8 mei 2024, § 3.2-17 september 2015, § 4.2-1 september 2024, § 3.2-2 mei 2022, § 3.2-11 september 2024, § 3.2-3 september 2022, § 3.2-3 september 2024, § 3.2-4 mei 2023, § 3.2-19 september 2023, § 3.2-6 mei 2024, § 3.2-4 juni 2012, § 6.11 september 2019, § 3.2-7 mei 2024, § 3.2-2b september 2022, § 3.2-6 december 2019, § 3.3.1 mei 2024, § 3.2-5 mei 2020, § 3.3.7 mei 2024, § 3.2-18 september 2020, § 3.2-15 september 2024, § 3.2-5 mei 2024, § 3.2-6 september 2023, § 3.2-9 mei 2024, § 3.2-3 mei 2024, § 3.2-7 september 2024, § 3.2-6 september 2024, § 3.2-7 december 2023, § 3.2-19 mei 2024, § 3.2-8 september 2024, § 3.2-8 mei 2024, § 3.2-12 mei 2021, §3.2-15 mei 2024, § 3.2-9 mei 2024, § 3.2-10 mei 2024, § 3.2-14 mei 2024, § 3.2-11 mei 2024, § 3.2-13 september 2024, § 3.2-9 mei 2024, § 3.2-15 mei 2024, § 3.2-16 september 2024, § 3.2-10 september 2024, § 3.2-11 september 2023, § 3.2-13 september 2024, § 3.2-12 september 2024, § 3.2-13
Totaal 4.955.382 4.741.593 4.643.046 4.491.183 4.413.563 4.347.011 *Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.
Toelichting decentralisatie-uitkeringen 1.
Alleenverdienersproblematiek 2023-2024
Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
22
bijzondere bijstand4. De Tweede Kamer heeft met de motie Warmerdam c.s.5 verzocht om de betrokken huishoudens actief te benaderen. Met de VNG is afgesproken dat gemeenten dit gefaseerd oppakken. Ter ondersteuning van gemeenten is een handreiking opgesteld. Ook konden gemeenten een lijst met vermoedelijk betrokken huishoudens opvragen bij het Inlichtingenbureau. Deze lijsten zijn begin juli verstrekt. Via deze decentralisatie-uitkering ontvangen gemeenten budget om aan de betreffende huishoudens bijzondere bijstand te verstrekken. Nu wordt een bedrag van € 22,6 miljoen uitgekeerd. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-1. Een toelichting op de budgetten per gemeente staat op rijksoverheid.nl. De hoogte van het budget per gemeente is mede gebaseerd op informatie van de Belastingdienst over (1) de voorlopige aantallen huishoudens waar de alleenverdienersproblematiek speelt, en (2) de gemiddelde hoogte van de misgelopen toeslagen. De budgetten worden zo nodig bijgesteld wanneer definitieve gegevens beschikbaar zijn, naar verwachting bij de meicirculaire 2025 en de meicirculaire 2026. 2.
Wet Betaalbare huur
Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot:
•
De maximale huurprijzen die gelden op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS).
•
De maximale huurverhogingen in de gereguleerde sector.
•
De informatieplicht op verhuurders om hun huurders een puntentelling te overleggen bij het afsluiten van een contract.
Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van circa € 5,5 miljoen in 2024 voor de eenmalige kosten die gemeenten maken bij de implementatie van het wetsvoorstel. Deze implementatiegelden worden verdeeld aan de hand van de grootte van de gemeenten. Daarnaast ontvangen gemeenten een bijdrage voor het ontvangen en behandelen van meldingen en de handhaving op deze meldingen. Voor deze werkzaamheden ontvangen gemeenten vanaf 2024 een structurele bijdrage van circa € 6,5 miljoen per jaar. Deze middelen worden verdeeld op basis van het aandeel private huur per gemeente en de lokale woningmarktdruk (gemeten op basis van de gemiddelde WOZ-waarde).
4
Gemeentenieuws van SZW 2023-1 | Actueel | Rijksoverheid.nl
5
Tweede Kamer, vergaderjaar 2022-2023 26 448, nr. 719
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
23
Vanwege de piekperiode in de eerste jaren na inwerkingtreding van de wet is er een aanvullende incidentele bijdrage beschikbaar. De incidentele middelen worden in de periode 2024-2028 uitgekeerd op basis van inschattingen van de piek. Daarmee wordt er zorg voor gedragen dat de gemeenten die naar verwachting veel meldingen zullen ontvangen, hiervoor ook gecompenseerd worden. Deze incidentele middelen worden eveneens verdeeld op basis van het aandeel private huur per gemeente en de lokale woningmarktdruk (gemeten op basis van de gemiddelde WOZ-waarde). Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-2. 3.
Faciliteitenbesluit opvangcentra
In het faciliteitenbesluit is geregeld dat aan gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers hebben jaarlijks door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een uitkering wordt verstrekt. De uitkering wordt gebaseerd op het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen, verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de basisregistratie personen ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. Op basis van bovenstaande berekeningswijze is het aanvullende bedrag voor 2024 om de werkzaamheden in en voor de opvangcentra te kunnen vergoeden bepaald op € 12,1 miljoen. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-3. 4.
Toekomstbestendig maken energiebeleid
In het bestuurlijk overleg Klimaat en Energie van 28 november 2023 en 18 januari 2024 is gesproken over de bekostiging, welke middelen nu beschikbaar komen, van extra taken bij provincies en gemeenten in het kader van het toekomstbestendig maken van het energiesysteem. Specifiek gaat het om taken op het gebied van het voorkomen van netcongestie, zoals het versnellen van de aanleg van infrastructuur, het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van energie via een stimuleringsprogramma energiehubs en het ondersteunen van bedrijven bij hun verduurzaming. Voor gemeenten wordt uitgegaan van een gezamenlijke, regionale inzet en inbreng in provinciale Meerjarenprogramma’s Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) en energievisies. Daarbij zal waar mogelijk worden aangesloten bij de samenwerking zoals die bij het nationaal programma Regionale Energiestrategie (RES) al plaats vindt. Daarom worden deze middelen verdeeld op basis van de reeds bestaande RES-verdeelsleutel. Gemeenten worden met deze decentralisatie-uitkering in staat gesteld ca 3 fte per (RES-)regio aan te nemen. In totaal gaat het om € 10 miljoen per jaar in 2024 en 2025. Tevens wordt in beide jaren een afdracht van circa € 0,5 miljoen aan het BTWcompensatiefonds gedaan.
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
24
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-4. 5.
Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)
Op 15 mei 2023 is de wetswijziging van de Wet basisregistratie personen (Wbrp) in werking getreden waarbij wordt voorzien in een taak voor de minister van BZK om colleges van burgemeester en wethouders te ondersteunen bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven en bij het onderzoek naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de BRP. Deze aanpak staat bekend onder de naam Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA). Met dit voorstel wordt beoogd de adreskwaliteit in de BRP te verbeteren. Deze wetswijziging leidt tot meer werk bij gemeenten. Zoals reeds in september 2022 gemeld6 zal het ministerie van BZK hier incidenteel € 3 miljoen aan bijdragen. Dit bedrag is gebaseerd op de impactanalyse van de VNG en de verwachting dat gemeenten ca. 22.000 signalen kunnen verwerken. De verdeelsleutel bestaat uit een startbedrag van € 1.500 per gemeente (waarmee het voor elke gemeente mogelijk is om kwaliteits-bevorderende maatregelen te nemen) en een vergoeding op basis van te verwachten signalen per gemeente (het zogenaamde potentieel). Deze verdelingssystematiek wordt over 2 jaar geëvalueerd.
Omdat circa een derde van de gemeenten externe partijen betrekken bij het uitvoeren van huisbezoeken zal een bedrag van € 144.000 in het BTW-compensatiefonds worden gestort waardoor € 2,9 miljoen via de decentralisatie-uitkering wordt uitgekeerd. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-5. 6.
Bed, bad en brood
Het pilot-programma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021. In overleg met gemeenten en de VNG is besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2024. Om de rechtmatigheid te waarborgen worden de middelen voor gemeenten waar een LVVpilot loopt sinds 2022 verstrekt via een specifieke uitkering, zie ook paragraaf 3.2.9. van de decembercirculaire 2023. Gemeenten met overige onderdak voorzieningen (de zogenaamde bed-bad-brood voorzieningen) ontvangen een decentralisatie-uitkering. Hiervoor is in 2024 een bedrag van € 1,6 miljoen beschikbaar. Verdeling hiervan vindt plaats op basis van de bezetting van de
6
Rapport impactanalyse voor de Landelijke aanpak adreskwaliteit
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
25
voorziening per gemeente op 1 januari 2023 Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-6. 7.
Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP)
In het bestuurlijk overleg van april 2020 zijn tussen het ministerie van SZW en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde ELIPs. Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. De afspraken zijn met ingang van 1 januari 2023 geformaliseerd in de regelgeving. In het besluit Inburgering is nu opgenomen dat gemeenten inburgeraars die onder de ELIP-definitie gerekend worden, hulp en begeleiding kunnen aanbieden. Gemeenten kunnen inburgeraars die tot deze doelgroep behoren begeleiden. Gemeenten gaan zelf over de wijze van invulling van de begeleiding. Via een decentralisatie-uitkering worden middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld ten behoeve van begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIP’s bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. In de meicirculaire 2024 is € 840.000 verdeeld, zie paragraaf 3.2.9 van de meicirculaire 2024. Bij Voorjaarsnota 2024 is voor 2024 een bedrag van € 1,4 miljoen extra beschikbaar gesteld dat nu naar het gemeentefonds is overgeheveld. De extra middelen worden in deze circulaire verdeeld op basis van het aantal ELIPs per gemeente gemeten op basis van de cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) per 1 januari 2024.
Na publicatie van de meicirculaire is aan het licht gekomen dat er een rekenfout is gemaakt in de verdeling, de cohorten 2013 t/m 2017 waren namelijk niet meegenomen in de berekening. Dit is hersteld in de verdeling van de € 1,4 miljoen in deze circulaire. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-7. 8.
Work in Nederland
Om goede informatievoorziening, hulp en dienstverlening aan EU-arbeidsmigranten te bieden worden middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van de verschillende arbeidsmarktregio’s. In totaal is € 1,4 miljoen beschikbaar, waarvan € 79.000 aan het BTWcompensatiefonds is toegevoegd. Per deelnemende regio is voor het jaar 2024 een bedrag van € 200.000 (inclusief bijdrage aan BTW-compensatiefonds) beschikbaar. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-8.
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
26
9.
Nederlands-Soedanese repatrianten
De uitkering is bedoeld voor gemeenten die betrokken zijn bij de zogenoemde nazorg van evacués. Het betreft de zorg voor Nederlanders die zijn gerepatrieerd uit Soedan in april 2023 en in november 2023 uit Gaza. Zij zijn vanwege het oorlogsgeweld daar door de Nederlandse regering met hun kerngezin geëvacueerd naar Nederland. De uitkering is gebaseerd op een normbedrag van € 30 per persoon per dag. In totaal is € 0,3 miljoen beschikbaar. De middelen zijn nu overgeheveld naar de begroting van het Gemeentefonds. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-9. 10. Aanpak recreatieparken Het ministerie van BZK verstrekt in 2024 een bijdrage van € 0,2 miljoen aan de gemeente Asten als tegemoetkoming in de kosten voor onder meer het doorlopen van juridische procedures bij het voorkomen en tegengaan van ondermijning op recreatieparken. 11. 100 jaar vriendschap Turkije-Nederland De gemeenten Amsterdam en Deventer ontvangen elk in 2024 een bijdrage van € 50.000 voor het uitvoeren van activiteiten ter gelegenheid van het 100-jarige vriendschapsjubileum tussen Nederland en Turkije. De lokale initiatieven op dit thema kunnen bijdragen aan bevordering van sociale samenhang en aan wederzijds begrip over en binding van de doelgroep in de samenleving. 12.
Vrouwenopvang Op verzoek van de VNG, na consultering van de betrokken wethouders van de centrumgemeenten vrouwenopvang, is besloten om voor 2023, net als in voorgaande jaren, een incidentele uitname van € 222.000 te doen uit de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (DUVO). Het betrof een bedrag van € 178.900 vanwege een toenemend beroep op de landelijke centra voor seksueel geweld (LCSG) en een bedrag van € 43.000 vanwege het toenemend beroep op het Landelijk knooppunt huwelijksdrang en achterlating (LKHA). Zie ook paragraaf 3.2.3b van de septembercirculaire 2023. Eind 2023 is met de (centrum)gemeenten overeengekomen om deze uitname uit de DUVO (naar rato van het objectief verdeelmodel) ten behoeve van het LCSG voor drie jaar voort te zetten (2024-2026). De middelen worden overgeheveld naar het ministerie van VWS en via een specifieke uitkering verstrekt aan de gemeente Utrecht voor activiteiten die nodig zijn voor de uitvoering van de landelijke coördinatie van de centra seksueel geweld. Ten aanzien van de bekostiging voor het jaar 2026 wordt nog nader bezien hoe deze moet worden vormgegeven, gelet op wat er in de budgettaire bijlage bij het Hoofdlijnenakkoord is opgenomen over specifieke uitkeringen. Verder is met de (centrum)gemeenten eind 2023 ook overeengekomen om de uitname uit de DUVO van € 43.000 in verband met het toenemend beroep dat wordt gedaan op het
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
27
LKHA vanaf 2024 structureel te maken. De middelen worden eveneens overgeheveld naar de begroting van het ministerie van VWS. Deze middelen worden via een specifieke uitkering verstrekt aan de gemeente Den Haag voor activiteiten die nodig zijn voor de uitvoering van het LKHA. Ten aanzien van de bekostiging na 2025 wordt nog nader bezien hoe deze moet worden vormgegeven, gelet op wat er in de budgettaire bijlage bij het Hoofdlijnenakkoord is opgenomen over specifieke uitkeringen. 13. Openbare bibliotheken In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Hiervoor is in 2025 en 2026 in totaal een bedrag van € 59,3 miljoen beschikbaar. Dit bedrag wordt over alle gemeenten verdeeld op basis van een bedrag van € 2,95 per inwoner. Voor kleinere gemeenten waar het bedrag per inwoner leidt tot een bedrag lager dan € 100.000 wordt de uitkering aangevuld tot € 100.000.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-13. 14. IU Participatie: Afschaffen lage-inkomensvoordeel Het Rijk compenseert gemeenten via de integratie-uitkering Participatie (IU Participatie) vanaf 2025 voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorziening. Zie voor meer informatie het Gemeentenieuws van SZW 2024-3. Voor het jaar 2025 wordt bij deze septembercirculaire in totaal € 19,8 miljoen toegevoegd aan de IU Participatie. Aangezien het een bedrag per plek betreft, loopt de compensatie voor de Wsw na 2025 af met de afbouw van de Wsw (€ 13,4 miljoen in 2025, teruglopend naar € 0 vanaf 2048). De compensatie voor beschut werk loopt op met het landelijk aantal plekken in de ministeriële regeling (€ 6,4 miljoen in 2025, oplopend naar € 16,8 miljoen vanaf 2048). De compensatie betreft structureel een bedrag per plek: € 554 per plek in beschut werk (standaardplek van 31 uur per week) en € 400 per volledige dienstbetrekking op een interne plaatsing op basis van de Wet Sociale werkvoorziening (Wsw) (standaardeenheid van 36 uur per week en gewogen naar arbeidsbeperking).
Aangezien het Wsw-macrobudget binnen de IU Participatie over alle volledige dienstbetrekkingen wordt verdeeld, interne plaatsingen én detacheringen, is het bedrag per plek interne plaatsing (€ 400) omgerekend naar een bedrag per volledige dienstbetrekking. De omrekening komt uit op € 240 voor een
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
28
volledige dienstbetrekking (standaardeenheid van 36 uur per week en gewogen naar arbeidsbeperking) in de Wsw. Voor werknemers in de Wsw zonder interne plaatsing komt het loonkostenvoordeel Banenafspraak structureel beschikbaar. 15. IU Beschermd wonen: Volumegroei WMO Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen stijgt als gevolg van de toekenning van de volume-indexatie voor het jaar 2025 en verder (€ 14,2 miljoen per jaar). Dit bedrag is over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van de huidige verdeling van deze uitkering. De bedragen per gemeente voor het jaar 2024 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. 3.3.
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen
Deze paragraaf licht de wijzigingen in de decentralisatie-en integratie-uitkeringen toe die niet gepaard gaan met een wijziging in het macrobudget van de betreffende uitkering. Daarnaast bevat de paragraaf overige mededelingen die betrekking hebben op de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.3.1. Beschermd wonen De gemeente Bergen op Zoom ontvangt in 2025 net als in de periode 2018 tot en met 2024 een maximale aanvullende bijdrage van € 4,24 miljoen (zie voor meer informatie paragraaf 3.3.2 van de decembercirculaire 2018 en paragraaf 3.3.1 van de septembercirculaire 2023). In paragraaf 3.3.1. van de septembercirculaire 2023 is aan de gemeente Bergen op Zoom eerder een maximale aanvullende bijdrage van € 4,24 miljoen toegekend voor 2024. Op basis van de jaarrekeningcijfers over 2023 is deze bijdrage voor 2024 definitief vastgesteld op € 1,23 miljoen. De gewijzigde verdeling over de gemeenten voor de integratie-uitkering Beschermd wonen is gepubliceerd in de gemeentefondsrubriek op internet. 3.3.2. Maatschappelijk opvang De omvang van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang wijzigt niet. De verdeling van deze decentralisatie-uitkering over 2022 is ten opzichte van de septembercirculaire 2023 ongewijzigd en definitief. De trimfactor stellen we vast op 1,25819. De trimfactor zorgt ervoor dat het totaal beschikbare bedrag exact wordt uitgekeerd.
De verdeling van de middelen maatschappelijke opvang ten opzichte van de septembercirculaire 2023 is voor uitkeringsjaar 2023 veranderd als gevolg van het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstafaantallen. De verdeling over de gemeenten is opgenomen in bijlage 3.3.1. De achterliggende berekeningswijze treft u aan in de gemeentefondsrubriek op internet.
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
29
4
Overige mededelingen
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat diverse mededelingen over de gemeentefinanciën. Paragraaf 4.2 bevat mededelingen over het gemeentefonds die zowel betrekking hebben op de algemene uitkering als op de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Vervolgd wordt met mededelingen op het terrein van de gemeentefinanciën. 4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen
Gemeentefondstotalen Tabel 4.2.1 bevat een overzicht van de gemeentefondstotalen 2024-2029. In de tabel zijn de bedragen uit de hoofdstukken 2 en 3 bij elkaar gebracht.
Tabel 4.2.1 Gemeentefondstotalen 2024-2029 (in duizenden euro's) 2024
2025
2026
2027
2028
2029
Algemene uitkering
38.984.106
40.147.299
39.385.806
41.114.977
42.705.555
44.462.885
DU/IU
4.955.382
4.741.593
4.643.046
4.491.183
4.413.563
4.347.011
Totaal
43.939.488
44.888.892
44.028.852
45.606.160
47.119.118
48.809.896
Bevoorschotting De bedragen 2024 uit de tabel zullen worden verwerkt in de bevoorschotting vanaf 1 oktober 2024. Op 1 oktober 2024 zullen ook eventuele verrekeningen plaatsvinden als er eerder dit jaar te veel of juist te weinig voorschot is verstrekt. Verrekeningen over voorgaande uitkeringsjaren worden eveneens in oktober uitgevoerd. De voorschotbetalingen op de algemene uitkering over 2025 zullen in beginsel gebaseerd worden op de uitkeringsfactor en de bedragen per eenheid die in deze circulaire zijn vermeld. Daarnaast worden de meeste basisgegevens overgenomen van het jaar 2024. Gemeenten worden over de voorschotbetalingen geïnformeerd via de maandelijkse specificatieoverzichten. Voor de volledigheid: aan de berekening van de voorschotten kunnen geen rechten worden ontleend voor de definitieve vaststelling van de uitkeringen. Nominale ontwikkelingen De basis voor de grondslag waarover de indexatie van het gemeentefonds wordt berekend is (1) het jaarlijks budget in het gemeente- of provinciefonds voor zover dit verantwoord wordt op het uitgavenplafond Rijksbegroting, exclusief middelen in het sociaal deelfonds en corona- en Oekraïne-noodmaatregelen, en (2) het nog niet in het gemeente- of provinciefonds verwerkte volume-accres. Het jaarlijks budget bevat zowel de algemene uitkering als de decentralisatie-uitkeringen.
Het accres is naar eigen inzicht van een individuele gemeente of provincie in te zetten. Het accres wordt dan ook door de fondsbeheerders niet toegerekend aan specifieke clusters binnen de algemene uitkering
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
30
en/of decentralisatie-uitkeringen, maar als geheel toegerekend aan de algemene uitkering. Daarmee is de algemene uitkering in de meerjarenraming uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. De integratie-uitkeringen worden ieder jaar opnieuw geïndexeerd volgens de voor dat jaar van toepassing zijnde loon- en prijsontwikkeling (constante prijzen). Het is van belang dat gemeenten in hun ramingen rekening houden met de loon- en prijsontwikkelingen. Om gemeenten, die niet beschikken over eigen loon- en prijsindexen, te faciliteren bij het omgaan met nominale ontwikkelingen is tabel 4.2.2 opgenomen. De tabel bevat een aantal loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt voor de overheidssector. De cijfers zijn ontleend aan de meest recente publicaties van het CPB. Voor nadere informatie verwijzen wij naar de regelmatig bijgestelde prognoses op de website van het CPB.
Tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB* MEV 2025 en CEP 2024** mutaties per jaar in % 2024 Prijs bruto binnenlands product (pbbp) 4,0 Prijs nationale bestedingen (pnb) 3,3 Nationale consumentenprijsindex (cpi) 2,9 Loonvoet sector overheid 6,4 Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers 5,6 Prijs bruto overheidsinvesteringen (iboi) 3,0 Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 2,9
2025 2,7 2,6 3,4 4,7 4,8 2,3 2,7
2026 2,6 2,6 2,4 3,8 3,4 2,2 2,2
2027 2,6 2,6 2,3 4,8 4,3 2,1 2,2
2028 2,5 2,5 2,3 4,0 3,9 2,1 2,2
2029*** 2,5 2,5 2,3 4,0 3,9 2,1 2,2
* toelichting/ verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bij-kerngegevenstabel ** 2025 is op basis van de MEV 2025, 2024 en 2026 - 2028 is op basis van de CEP 2024 *** cijfers 2028 zijn doorgetrokken naar 2029
4.3
Individuele referentiewaarden EMU-saldo medeoverheden 2025
In de regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake het EMUsaldo is het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo voor de jaren 2024 tot en met 2026 bepaald alsmede de uitsplitsing daarvan per bestuurslaag.7 Om provincies en gemeenten tijdig een beeld te geven wat dit voor hen betekent, publiceert het ministerie van BZK in lijn met de Wet Hof individuele EMU-referentiewaarden. De referentiewaarden voor gemeenten zijn in bijlage 4.3 opgenomen en tot stand gekomen door het totaalbedrag uit de tabel hieronder op basis van de begrotingstotalen over de gemeenten te verdelen. Tabel 4.4.1: macronorm per bestuurslaag 2025 Verdeling macronorm (in % bbp) Verdeling macronorm (x € 1000)
Gemeenten
Provincies
Waterschappen
Totaal
0,34 3.999.488
0,10 1.176.320
0,06 705.792
0,50 5.881.600
Geraamde BBP 2025 (x € 1000)= 1.176.320.0008
Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. De Wet Hof bepaalt dat de individuele referentiewaarde voor het EMU-saldo van de individuele overheden naast het 7
Staatscourant 2024-3979 Deze berekening is gebaseerd op een voorlopige voorspelling van het bbp 2025 uit de Macro Economische Verkenning (MEV) en op de begrotingstotalen 2024 van gemeenten en provincies. 8
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
31
eigen aandeel ook het aandeel in openbare lichamen betreft. Het aandeel in openbare lichamen is het deel van het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regelingen dat aan de betreffende deelnemende individuele decentrale overheid wordt toegerekend. Een deel van het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regelingen maakt dus onderdeel uit van het EMU-saldo van de deelnemende decentrale overheden. 4.4
Rijksbijdrage sociale infrastructuur
Het Rijk stelt vanaf 2025 middelen beschikbaar aan gemeenten waarmee zij op termijn 10.000 werkplekken kunnen faciliteren, zie ook de Voorsjaarnota 20249. De werkplekken zijn bedoeld voor mensen die niet vallen onder beschut werk, maar wel zijn aangewezen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven voor hun ontwikkeling richting regulier werk of voor een tijdelijk vangnet, zie ook de Kamerbrief van 21 december 202310. Gemeenten ontvangen een bedrag per plek voor vaste bedrijfskosten, zodat de infrastructuur beschikbaar is. De middelen worden naar verwachting in de meicirculaire 2025 als apart budget toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie, omdat de verdeling verschilt met die van de rijksbijdragen Wet Sociale werkvoorziening (Wsw) en beschut werk (BW). Gemeenten ontvangen circa € 3.600 per plek. Dit komt neer op € 19,8 miljoen in 2025, met een oploop naar structureel € 35,9 miljoen. Dit structurele niveau wordt in 2035 bereikt. De middelen worden verdeeld over gemeenten op basis van de maatstaf Inwoners in het gemeentelijke doelgroepenregister. 4.5
Wegbeheer
Het groeipercentage voor de bijdragen van gemeenten aan het beheer van gemeentelijke wegen door waterschappen bedraagt voor de jaren 2024 en 2025 respectievelijk 6,54% en 3,52%. Sinds 1993 dient een aantal gemeenten op grond van de artikelen 22 en 24 van de Wet herverdeling wegenbeheer (WHW) een uitkering te verstrekken aan een waterschap voor het beheer van wegen. De hoogte van de uitkering is vastgelegd in het Besluit bijdrage vergoeding wegenzorg. Jaarlijks wordt zij bijgesteld op basis van gegevens van het CPB. Voor het jaar 2024 wordt het groeipercentage definitief vastgesteld op 7,2% (niet afgerond: 7,16%). Dit is het saldo van de raming voor 2024 (naar huidig inzicht 6,54%) en de nacalculatie over 2023 (0,62%). Voor het jaar 2025 wordt het groeipercentage voorlopig vastgesteld op 3,52%. Dit komt overeen met de huidige raming van de prijsstijging van de overheidsconsumptie in het jaar 2024.
9
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024 36 550 nr.1, pagina’s 197 en 202
10
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024 34 352, nr. 307
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
32
4.6
Stand van zaken onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering
De verdeling van de middelen uit het Gemeentefonds dient rekening te houden met de objectieve kenmerken van gemeenten. Om te bekijken of dat goed gebeurt, wordt in het Periodiek Onderhoudsrapport (POR), dat een bijlage is bij de begroting van het Gemeentefonds, geanalyseerd of de uitkomsten van het verdeelmodel van het Gemeentefonds aansluiten bij het actuele uitgavenpatroon van gemeenten. Bij de invoering van het nieuwe verdeelmodel deelden de ROB en VNG in hun adviezen11,12 de visie dat het nieuwe model een verbetering is ten opzichte van het oude model, maar benadrukten dat verder onderzoek nodig is. De ROB heeft daartoe een onderzoeksagenda voorgesteld, die door de fondsbeheerders is onderschreven. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. De onderzoeksagenda bevat onderzoeken naar de maatstaf centrumfunctie (stapeling problematiek sociaal domein) en naar de Overige Eigen Middelen (OEM). De rapporten van deze twee onderzoeken (centrumfunctie/stapeling problematiek sociaal domein en de Overige Eigen Middelen) worden in de tweede helft van 2024 verwacht. Bij het onderzoek naar de stapeling van de problematiek in het sociaal domein is expliciet aandacht voor het feit dat deze stapeling ook in niet-stedelijke gebieden voorkomt.
In het onderzoek naar de overige eigen middelen wordt onderzocht of een meer gedifferentieerde benadering van de overige eigen middelen meer recht doet aan de diverse aard van de eigen inkomsten. Daarnaast loopt er nog een onderzoek naar de grootstedelijkheid. Tijdens het traject is gezamenlijk met de G4 en de 100.000+ gemeenten besloten om het onderzoek niet te baseren op de gegevens van één jaar maar uit te breiden met gegevens van andere jaren om een zo goed mogelijk en betrouwbaar mogelijk beeld te krijgen. Ook van dit onderzoek wordt het rapport in de tweede helft van 2024 verwacht. In de POR 2024 is, naar aanleiding van het ROB advies, een analyse opgenomen van de definitie van de maatstaf “eenpersoonshuishoudens.” De ROB had in haar advies benoemd dat “het grote gewicht voor eenpersoonshuishoudens laat vermoeden dat de globaliteit is doorgeschoten. Het valt bijvoorbeeld op dat gemeenten met een hoge populatie studenten sterk positief uit de herverdeling komen. Voor de Wmo is dit niet logisch.”. De uitkomsten van de vorig jaar uitgevoerde analyse gaven op dat moment geen aanleiding voor aanpassingen aan het model. Er is toen wel toegezegd de effecten van eventuele aanpassing van de maatstaf eenpersoonshuishoudens in integraliteit met de aanpassing van de maatstaf centrumfunctie in het sociaal domein verder te onderzoeken.
De resultaten van bovengenoemde drie onderzoeken en de definitie van de maatstaf eenpersoonshuishoudens zullen de basis zijn voor een bredere onderzoeksopdracht met de vraag of, en zo ja, hoe deze verwerkt kunnen worden in het huidige verdeelmodel. Daartoe
11
ROB advies, Advies herverdeling gemeentefonds, 19 oktober 2021
12
VNG advies, Herijking gemeentefonds, 10 februari 2022
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
33
zal na afronding van de drie rapporten een onderzoeksopdracht worden uitgezet. Bij dit onderzoek zal expliciet aandacht zijn voor de kosten van specifieke groepen gemeenten zoals grote steden (100.000 plus), groei- en krimpgemeenten, instellingsgemeenten, toeristengemeenten, universiteitssteden en industriesteden. Tot slot zal er, conform de door de ROB voorgestelde onderzoeksagenda, een onderzoek worden gestart naar de kosten voor Bestuur & Ondersteuning. 4.7
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl
De gegevens in de online database met informatie over de financiën van decentrale overheden (www.findo.nl) worden op regelmatige basis geactualiseerd. De Iv3-data, zoals die door gemeenten en provincies zijn aangeleverd bij het CBS, en informatie over de financiële kengetallen zijn bijgewerkt tot en met de begroting van 2024 en de jaarrekening van 2023. De originele begrotingen en jaarstukken van gemeenten en provincies tot en met 2022 (jaarrekeningen) en 2024 (begrotingen) zijn aan de website toegevoegd. In het najaar worden de originele jaarrekeningen over 2023 toegevoegd. Door deze informatie en openbare documenten op één plaats beschikbaar te stellen, wil het ministerie van BZK bijdragen aan de transparantie en openbaarheid van de financiën van decentrale overheden 4.8
Iv3-indeling 2025
Er zijn nieuwe versies verschenen van de Iv3-informatievoorschriften voor 2025. Voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen is het volgende aangepast:
•
Onder taakveld 0.10 – Mutatie reserves is verduidelijkt dat de boeking van de resultaatsbestemming naar de betreffende reserves een balansboeking is.
•
De omschrijvingen van de leges onder de taakvelden zijn in lijn gebracht met de trefwoordenlijst heffingen taakveld en categorie gemeenten.
•
De omschrijvingen van de taakvelden op het gebied van Jeugd zijn verduidelijkt met de iJw-productcodes die op deze taakvelden moeten worden geboekt.
•
Er is een iJw-productcode-Iv3-taakveldkoppeltabel voor 2025 beschikbaar gesteld.
Verder zijn onder de toelichting van Iv3-categorieën en balansstanden verwijzingen opgenomen naar de beslisboom lastencategorieën, de trefwoordenlijst economische categorieën en de trefwoordenlijst balansstanden. Het Iv3-informatievoorschrift 1.1 voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen en de iJw-productcode-Iv3-taakveldkoppeltabel zijn hier te vinden, De trefwoordenlijsten voor heffingen, economische categorieën en balansstanden staan hier.
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
34
4.9
Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen
In artikel 13, lid 5, van de Financiële-verhoudingswet wordt bepaald dat jaarlijks, in overleg met de ministers die het aangaat, wordt bezien of een decentralisatie- en/of integratieuitkering (DU/ IU) kan worden overgeheveld naar de algemene uitkering. Het gemeentefonds kent nog enkele integratie-uitkeringen. De laatste middelen ten behoeve van de compensatieregeling binnen de IU Voogdij 18+ zijn afgelopen voorjaar overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds, zie hiervoor paragraaf 3.2.20 en 21 van de meicirculaire 2024. De invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen (BW), eerder voorzien voor 1 januari 2025, is uitgesteld (zie paragraaf 4.4 van de meicirculaire 2023). De nieuwe streefdatum voor invoering is nu 1 januari 202613. Meer informatie hierover volgt in een latere circulaire. Van de IU participatie blijven de onderdelen Wsw en Nieuw begeleiding beschut werk vooralsnog bestaan. In overleg met het ministerie van SZW zal worden gekeken hoe hiermee in de toekomst om te gaan. Voor de decentralisatie-uitkeringen is in tabel 3.2.2 te zien dat de meeste niet structureel zijn. Omzetting naar integratie-uitkering of algemene uitkering is voor die uitkeringen dan ook niet aan de orde.
Voor de overige (structurele) decentralisatie-uitkeringen geldt dat deze niet aan alle gemeenten worden uitgekeerd en/of nu nog niet kunnen worden verdeeld via de maatstaven van de algemene uitkering. Van de nog niet eerder in een begroting opgenomen decentralisatie-uitkeringen wordt bij ontwerpbegroting 2026 bezien of ze kunnen worden omgezet naar een integratie-uitkering of algemene uitkering 4.10
Cijfers belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit 2024 (voorlopige cijfers) zijn gepubliceerd op https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85383NED/table?dl=AAAF9 De belastingcapaciteit 2022 (definitief) wordt gepubliceerd op 5 december op https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/60039fvw/table?dl=AAAFB
13
Uitstel invoering woonplaatsbeginsel
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
35
Bijlagen
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
36
Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2024
Verdeeltabel 2024 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en
b.p.e. 2024
w ijzigingen
b.p.e. 2024
uitkeringsfactor
stand
volgens
stand
mei 2024
deze circulaire
september 2024
-0,31 1,20 0,03 0,01 -
134,78 42,27 79,48 5.179,66 1.047,75 166,19 766,20 628,55 75.166,66 3.784,12 375,26 1.326,62 269,09 47,34 209,89 565,90 114.518,58 263,83 528,66 384,90 5.179,66 385,83 45,41 10,86 155,11 13,42 31,40 86,45 150,84 7.925,10 2.935,95 6.818,51 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00 -
bedrijven bew oonde oorden 1930 historische w oningen in bew oonde oorden 1930 bijstandsontvangers doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep éénpersoonshuishoudens extra groei jongeren extra groei leerlingen voortgezet onderw ijs grote w oonkernen huishoudens met een laag inkomen met drempel inw oners inw oners 75+ met drempel inw oners w addengemeenten (<2500 inw oners) inw oners w addengemeenten (>7500 inw oners) inw oners w addengemeenten (2500 tot 7500 inw oners) jongeren kernen laag opleidingsniveau met drempel leerlingen (voortgezet) speciaal onderw ijs leerlingen voortgezet onderw ijs loonkostensubsidie migratieachtergrond landelijke centrumfunctie lokale centrumfunctie regionale centrumfunctie oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente omgevingsadressendichtheid onderw ijsachterstand oppervlak bebouw ing buitengebied oppervlak bebouw ing buitengebied ∗ bodemfactor buitengebied oppervlak bebouw ing w oonkern oppervlak bebouw ing w oonkern ∗ bodemfactor w oonkern oppervlak binnenw ater oppervlak buitenw ater oppervlak historische kern < 40 ha oppervlak historische kern > 65 ha oppervlak historische kern 40 tot 65 ha oppervlak land * bodemfactor gemeente oppervlak land ozb niet-w oningen eigenaren ozb niet-w oningen gebruikers ozb w oningen eigenaren vast bedrag vast bedrag Amsterdam verkiezingen Den Haag vast bedrag Rotterdam
w oonruimten w oonruimten ∗ bodemfactor w oonkern uitkeringsfactor
134,78 42,27 79,48 5.179,66 1.047,75 166,19 766,20 628,55 75.166,66 3.784,12 375,57 1.326,62 269,09 47,34 209,89 565,90 114.517,38 263,83 528,66 384,90 5.179,66 385,80 45,41 10,86 155,10 13,42 31,40 86,45 150,84 7.925,10 2.935,95 6.818,51 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00 -0,293% -0,223% -0,089% -
-
-0,293% -0,223% -0,089% -
982.055,84 74.175.269,15 1.494.533,45 27.064.336,61 11,79 52,99
-0,17 -
982.055,84 74.175.269,15 1.494.533,45 27.064.336,61 11,62 52,99
1,414
0,006
1,420
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
37
Mutaties uitkeringsjaar 2024 ten opzichte van stand meicirculaire 2024 (bedragen in euro's in basis)
maatstaven Totaal inwoners kernen migratieachtergrond regionale centrumfunctie woonruimten
-0,31 1,20 0,03 0,01 -0,17 0,006
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
Sociale basisvoorzieningen
Bestuur en ondersteuning
0,03 1,20 0,03 0,01 -
-0,34 -0,17
38
Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2024 per cluster
Bedragen per eenheid stand septembercirculaire 2024 uitkeringsjaar 2024 Totaal
Sociale basisvoorzieningen
7 Participatie
Wmo
Bestuur en Jeugd ondersteunin g
Orde en veiligheid
Onderwijs
Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu
Overig
Overige Eigen Middelen
OZB
bedrijven
134,78
-
-
-
-
-
84,44
-
-
50,34
-
-
-
bewoonde oorden 1930
42,27
-
-
-
-
-
-
-
-
42,27
-
-
-
historische woningen in bewoonde oorden 1930
79,48
-
-
-
-
-
-
-
79,48
-
-
-
-
bijstandsontvangers
5.179,66
-
5.179,66
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep
1.047,75
-
1.047,75
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
éénpersoonshuishoudens
166,19
-
-
166,19
-
-
-
-
-
-
-
-
-
extra groei jongeren
766,20
-
-
-
-
-
-
766,20
-
-
-
-
-
extra groei leerlingen voortgezet onderwijs
628,55
-
-
-
-
-
-
628,55
-
-
-
-
-
grote woonkernen
75.166,66
-
-
-
-
-
75.166,66
-
-
-
-
-
-
huishoudens met een laag inkomen met drempel
3.784,12
-
355,91
523,50
2.598,90
-
128,93
176,88
-
-
-
-
-
375,26
129,96
-
-
-
205,50
11,53
-
146,16
-
-
-117,89
-
1.326,62
-
-
1.326,62
-
-
-
-
-
-
-
-
-
inwoners waddengemeenten (<2500 inwoners)
269,09
-
-
-
-
-
-
-
-
-
269,09
-
-
inwoners waddengemeenten (>7500 inwoners) inwoners waddengemeenten (2500 tot 7500 inwoners) jongeren
47,34
-
-
-
-
-
-
-
-
-
47,34
-
-
209,89
-
-
-
-
-
-
-
-
-
209,89
-
-
565,90
-
-
-
305,55
-
-
260,35
-
-
-
-
-
5.563,94
-
23.621,29
-
-
-
-
-
-
-
-
inwoners inwoners 75+ met drempel
kernen
114.518,58
85.333,35
laag opleidingsniveau met drempel
263,83
-
-
263,83
-
-
-
-
-
-
-
-
-
leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs
528,66
-
-
-
-
-
-
528,66
-
-
-
-
-
leerlingen voortgezet onderwijs
384,90
-
-
-
-
-
-
384,90
-
-
-
-
-
loonkostensubsidie
5.179,66
-
5.179,66
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
migratieachtergrond
385,83
151,24
-
-
-
-
150,18
84,41
-
-
-
-
-
landelijke centrumfunctie
45,41
-
-
-
-
-
-
-
45,41
-
-
-
-
lokale centrumfunctie
10,86
-
-
-
-
-
5,39
-
5,47
-
-
-
-
regionale centrumfunctie oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente
155,11
29,01
-
49,88
45,62
-
-
-
30,60
-
-
-
-
13,42
-
-
-
-
-
-
-
-
13,42
-
-
-
31,40
-
-
-
-
-
-
-
-
31,40
-
-
-
omgevingsadressendichtheid
86,45
17,50
-
-
-26,22
3,66
18,26
-
-
73,25
-
-
-
onderwijsachterstand
150,84
-
-
-
-
-
-
150,84
-
-
-
-
-
7.925,10
-
-
-
-
-
-
-
-
7.925,10
-
-
-
2.935,95
-
-
-
-
-
-
-
-
2.935,95
-
-
-
oppervlak bebouwing buitengebied oppervlak bebouwing buitengebied ∗ bodemfactor buitengebied (voortzetting op de volgende bladzijde)
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
39
Bedragen per eenheid stand septembercirculaire 2024 uitkeringsjaar 2024
Totaal
oppervlak bebouwing woonkern oppervlak bebouwing woonkern ∗ bodemfactor woonkern oppervlak binnenwater
Sociale basisvoorzieningen
Participatie
Wmo
Bestuur en Jeugd ondersteunin g
Orde en veiligheid
Onderwijs
Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu
Overige Eigen Middelen
Overig
OZB
6.818,51
-
-
-
-
-
-
-
-
6.818,51
-
-
-
10.743,51
-
-
-
-
-
-
-
-
10.743,51
-
-
-
126,10
-
-
-
-
-
-
-
-
126,10
-
-
-
39,89
-
-
-
-
-
-
-
-
39,89
-
-
-
oppervlak historische kern < 40 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak historische kern > 65 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak historische kern 40 tot 65 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak land * bodemfactor gemeente
25,72
-
-
-
-
-
-
-
-
25,72
-
-
-
oppervlak land
39,00
-
-
-
-
-
-
25,26
-
13,74
-
-
-
ozb niet-woningen eigenaren
-0,2933%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,2933%
ozb niet-woningen gebruikers
-0,2231%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,2231%
ozb woningen eigenaren
-0,0890%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,0890%
982.055,84
-
-
-
-
-
-
-
-
-
49.821,63
vast bedrag Amsterdam
74.175.269,15
-
-
-
-
-
-
-
-
verkiezingen Den Haag
1.494.533,45
-
-
-
-
-
-
-
-
vast bedrag Rotterdam
27.064.336,61
-
-
-
-
-
-
-
-
-
woonruimten
11,62
-
-
-
-
82,64
56,12
-
-
-65,05
woonruimten ∗ bodemfactor woonkern
52,99
-
-
-
-
-
-
-
-
52,99
oppervlak buitenwater
vast bedrag
530.897,93 1.494.533,45
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
401.336,28
74.175.269,15 27.064.336,61
40
-
-
-
-
-
-
-
-
-62,09
-
-
-
Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025
Verdeeltabel 2025 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en
b.p.e. 2024
w ijzigingen
b.p.e. 2025
uitkeringsfactor
stand
volgens
stand
september 2024
deze circulaire
september 2024
134,78 42,27 79,48 5.179,66 1.047,75 166,19 766,20 628,55 75.166,66 3.784,12 375,26 1.326,62 269,09 47,34 209,89 565,90 114.518,58 263,83 528,66 384,90 5.179,66 385,83 45,41 10,86 155,11 13,42 31,40 86,45 150,84 7.925,10 2.935,95 6.818,51 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00 -
-55,47 -11,22 3,25 -21,47 -0,74 22,01 -3,31 482,07 4,96 -55,47 0,13 0,58 0,36 -
134,78 42,27 79,48 5.124,19 1.036,53 169,44 766,20 628,55 75.166,66 3.762,65 374,52 1.348,63 269,09 47,34 209,89 562,59 115.000,65 268,79 528,66 384,90 5.124,19 385,96 45,41 10,86 155,69 13,42 31,40 86,81 150,84 7.925,10 2.935,95 6.818,51 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00 -
-0,2933% -0,2231% -0,0890% -
-0,0146% -0,0111% -0,0024%
-0,3079% -0,2342% -0,0914% -
982.055,84 74.175.269,15 1.494.533,45 27.064.336,61 11,62 52,99
-1.697,91 -167.628,01 -0,03 -
980.357,93 74.175.269,15 1.326.905,44 27.064.336,61 11,59 52,99
1,420
0,037
1,457
bedrijven bew oonde oorden 1930 historische w oningen in bew oonde oorden 1930 bijstandsontvangers doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep éénpersoonshuishoudens extra groei jongeren extra groei leerlingen voortgezet onderw ijs grote w oonkernen huishoudens met een laag inkomen met drempel inw oners inw oners 75+ met drempel inw oners w addengemeenten (<2500 inw oners) inw oners w addengemeenten (>7500 inw oners) inw oners w addengemeenten (2500 tot 7500 inw oners) jongeren kernen laag opleidingsniveau met drempel leerlingen (voortgezet) speciaal onderw ijs leerlingen voortgezet onderw ijs loonkostensubsidie migratieachtergrond landelijke centrumfunctie lokale centrumfunctie regionale centrumfunctie oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente omgevingsadressendichtheid onderw ijsachterstand oppervlak bebouw ing buitengebied oppervlak bebouw ing buitengebied ∗ bodemfactor buitengebied oppervlak bebouw ing w oonkern oppervlak bebouw ing w oonkern ∗ bodemfactor w oonkern oppervlak binnenw ater oppervlak buitenw ater oppervlak historische kern < 40 ha oppervlak historische kern > 65 ha oppervlak historische kern 40 tot 65 ha oppervlak land * bodemfactor gemeente oppervlak land ozb niet-w oningen eigenaren ozb niet-w oningen gebruikers ozb w oningen eigenaren vast bedrag vast bedrag Amsterdam verkiezingen Den Haag vast bedrag Rotterdam
w oonruimten w oonruimten ∗ bodemfactor w oonkern uitkeringsfactor
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
41
Mutaties 2025 ten opzichte van uitkeringsjaar 2024 stand septembercirculaire 2024 (bedragen in euro's in basis)
maatstaven Totaal
Sociale basisvoorzieningen
Participatie
Wmo
Jeugd
Bestuur en ondersteuning
OZB
bijstandsontvangers -55,47 doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep -11,22 éénpersoonshuishoudens 3,25 huishoudens met een laag inkomen met drempel -21,47 inwoners -0,74 inwoners 75+ met drempel 22,01 jongeren -3,31 kernen 482,07 laag opleidingsniveau met drempel 4,96 loonkostensubsidie -55,47 migratieachtergrond 0,13 regionale centrumfunctie 0,58 omgevingsadressendichtheid 0,36 ozb niet-woningen eigenaren -0,0146% ozb niet-woningen gebruikers -0,0111% ozb woningen eigenaren -0,0024% vast bedrag -1.697,91 verkiezingen Den Haag -167.628,01 woonruimten -0,03
-0,91 22,59 0,13 0,11 0,07 -
-55,47 -11,22 -3,82 -55,47 -
3,25 10,47 22,01 459,48 4,96 0,96 -
-28,12 -3,31 -0,49 0,29 -
0,17 -1.697,91 -167.628,01 -0,03
-0,0146% -0,0111% -0,0024% -
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
42
Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2025 per cluster
Bedragen per eenheid stand septembercirculaire 2024 uitkeringsjaar 2025 Totaal
Sociale basisvoorzieningen
7 Participatie
Wmo
Jeugd
Bestuur en ondersteuning
Orde en veiligheid
Onderwijs
Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu
Overig
Overige Eigen Middelen
OZB
bedrijven
134,78
-
-
-
-
-
84,44
-
-
50,34
-
-
-
bewoonde oorden 1930
42,27
-
-
-
-
-
-
-
-
42,27
-
-
-
historische woningen in bewoonde oorden 1930
79,48
-
-
-
-
-
-
-
79,48
-
-
-
-
bijstandsontvangers
5.124,19
-
5.124,19
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep
1.036,53
-
1.036,53
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
éénpersoonshuishoudens
169,44
-
-
169,44
-
-
-
-
-
-
-
-
-
extra groei jongeren
766,20
-
-
-
-
-
-
766,20
-
-
-
-
-
extra groei leerlingen voortgezet onderwijs
628,55
-
-
-
-
-
-
628,55
-
-
-
-
-
grote woonkernen
75.166,66
-
-
-
-
-
75.166,66
-
-
-
-
-
-
huishoudens met een laag inkomen met drempel
3.762,65
-
352,09
533,97
2.570,78
-
128,93
176,88
-
-
-
-
-
374,52
129,05
-
-
-
205,67
11,53
-
146,16
-
-
-117,89
-
inwoners 75+ met drempel inwoners waddengemeenten (<2500 inwoners)
1.348,63
-
-
1.348,63
-
-
-
-
-
-
-
-
-
269,09
-
-
-
-
-
-
-
-
-
269,09
-
-
inwoners waddengemeenten (>7500 inwoners) inwoners waddengemeenten (2500 tot 7500 inwoners) jongeren
47,34
-
-
-
-
-
-
-
-
-
47,34
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
209,89
-
-
-
-
-
302,24
-
-
260,35
-
-
-
-
-
5.586,53
-
24.080,77
-
-
-
-
-
-
-
-
inwoners
kernen
209,89 562,59 115.000,65
85.333,35
laag opleidingsniveau met drempel
268,79
-
-
268,79
-
-
-
-
-
-
-
-
-
leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs
528,66
-
-
-
-
-
-
528,66
-
-
-
-
-
leerlingen voortgezet onderwijs
384,90
-
-
-
-
-
-
384,90
-
-
-
-
-
loonkostensubsidie
5.124,19
-
5.124,19
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
migratieachtergrond
385,96
151,37
-
-
-
-
150,18
84,41
-
-
-
-
-
landelijke centrumfunctie
45,41
-
-
-
-
-
-
-
45,41
-
-
-
-
lokale centrumfunctie
10,86
-
-
-
-
-
5,39
-
5,47
-
-
-
-
regionale centrumfunctie oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente
155,69
29,12
-
50,84
45,13
-
-
-
30,60
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
13,42
-
-
-
31,40
-
-
-
-
-
-
-
-
31,40
-
-
-
omgevingsadressendichtheid
86,81
17,57
-
-
-25,93
3,66
18,26
-
-
73,25
-
-
-
onderwijsachterstand
150,84
-
-
-
-
-
-
150,84
-
-
-
-
-
7.925,10
-
-
-
-
-
-
-
-
7.925,10
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2.935,95
-
-
-
oppervlak bebouwing buitengebied oppervlak bebouwing buitengebied ∗ bodemfactor buitengebied
13,42
2.935,95
(voortzetting op de volgende bladzijde)
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
43
Bedragen per eenheid stand septembercirculaire 2024 uitkeringsjaar 2025
Totaal
oppervlak bebouwing woonkern oppervlak bebouwing woonkern ∗ bodemfactor woonkern oppervlak binnenwater
Sociale basisvoorzieningen
Participatie
Wmo
Jeugd
Bestuur en ondersteuning
Orde en veiligheid
Onderwijs
Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu
Overige Eigen Middelen
Overig
OZB
-
-
-
-
-
-
-
-
6.818,51
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
10.743,51
-
-
-
126,10
-
-
-
-
-
-
-
-
126,10
-
-
-
39,89
-
-
-
-
-
-
-
-
39,89
-
-
-
oppervlak historische kern < 40 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak historische kern > 65 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak historische kern 40 tot 65 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak land * bodemfactor gemeente
25,72
-
-
-
-
-
-
-
-
25,72
-
-
-
oppervlak land
39,00
-
-
-
-
-
-
25,26
-
13,74
-
-
-
ozb niet-woningen eigenaren
-0,3079%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,3079%
ozb niet-woningen gebruikers
-0,2342%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,2342%
ozb woningen eigenaren
-0,0914%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,0914%
980.357,93
-
-
-
-
-
-
-
-
-
49.821,63
vast bedrag Amsterdam
74.175.269,15
-
-
-
-
-
-
-
-
verkiezingen Den Haag
1.326.905,44
-
-
-
-
-
-
-
-
vast bedrag Rotterdam
27.064.336,61
-
-
-
-
-
-
-
-
-
woonruimten
11,59
-
-
-
-
82,61
56,12
-
-
-65,05
woonruimten ∗ bodemfactor woonkern
52,99
-
-
-
-
-
-
-
-
52,99
oppervlak buitenwater
vast bedrag
6.818,51 10.743,51
529.200,02 1.326.905,44
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
401.336,28
74.175.269,15 27.064.336,61
44
-
-
-
-
-
-
-
-
-62,09
-
-
-
Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2024-2029 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkering 2024-2029 (in duizenden euro's) clusterindeling van het nieuwe verdeelmodel Algemene uitkering voorafgaand jaar algemene mutaties - accres - accres bijstelling tranches 2022 en verder - accres bijstelling tranches 2023 en verder - accres bijstelling tranches 2024 en verder - accres bijstelling tranches 2025 en verder - incidentele compensatie - opschalingskorting (coalitieakkoord) - plafond BTW-compensatiefonds 2024 - Plafond BTW-compensatiefonds (afrekening 2022) - plafond BTW-compensatiefonds 2023 - Eenmalige rijksbijdrage - Financieringssystematiek - knelpunten verdeelproblematiek - diversen - kennisscentrum explosieven WOII - volkshuisvestingsfonds - woningbouwimpuls - Indexatie DU Jeugd: overheveling accres naar regionaal programma cluster Participatie - Participatie: Wajong overheveling vanuit IU - Participatie: Regulier werk overheveling vanuit IU - loon- en prijsbijstelling - Correctie extrapolatie participatie - IPS-trajecten - Flankerend armoedebeleid - Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden - Re-integratie - Wet Visueel beperkten cluster Individuele voorzieningen Wmo - loon- en prijsbijstelling - geen aanspraak op begeleiding - overgangsrecht levenslang - mobiliteitshulpmiddelen - nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz - eigen bijdrage huishoudelijke hulp
(coalitieakkoord) - Terugdraaien eigen bijdrage huishoudelijke hulp (coalitieakkoord) - Herinvoering eigen bijdrage Wmo - Integraal Zorgakkoord (Wmo abonnementstarief) - Hulpmiddelen thuis laten staan - Wmo hulpmiddelen - indexatie Wmo demografie cluster Sociale basisvoorzieningen - Kinderopvang Sociaal Medische indicatie - Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang - toezicht voorschoolse educatie - landelijke vreemdelingenvoorzieningen - Asiel (inburgering) - versterking ondersteuning wijkteams - impuls integraal werken - Inburgering: overheveling vanuit IU - valpreventie bij ouderen (coalitieakkoord) - rijksvaccinatieprogramma meningokokken en informed consent - Rijksvaccinatieprogramma cluster Individuele voorzieningen Jeugd - jeugdzorg - loon- en prijsbijstelling jeugdzorg - loon- en prijsbijstelling voogdij 18+ - Werkdrukverlaging jeugdbescherming - ketensystemen jeugd - compensatieregeling Voogdij/18+ - Compensateregeling niet beoogde kosten jeugdzorg - Besparingsverlies Jeugd cluster Participatie - Bijstand jongerennorm cluster Sport, cultuur en recreatie cluster Infrastructuur, ruimte en milieu - handhaving energielabel C kantoren cluster Bestuur en ondersteuning - Wet op de lijkbezorging - Digitaal stelsel Omgevingswet - GDI voorzieningen 2022 - handelsregister - extra bijdragen BRP - robuust rechtsbeschermingssysteem - Wet Open Overheid
(structureel) - Wet Open Overheid (incidenteel) - BRP experiment - Kiescollege niet ingezetenen - systeemleren monitoring Algemene uitkering
2024
2025
2026
2027
2028
2029
35.546.854
38.984.106
40.147.299
39.385.806
41.114.977
42.705.555
2.410.752 -111.257 861.587 -813.089
2.115.747 -30.695 392.416 -797.105 164.057 -70.250
-2.301.476 916.022 115.600 1.016.292 -12.410 -513.510 0
1.081.885 -3.366 687.275 -73.072 -21.258 -26.210
1.646.519 58.601 -69.476 -21.910
924.000
-924.000 924.000 -97
-100
719.400 446.667 2.929 -145.532
-446.667
-91
-93
1.756.279 -61.659 -24.370
-213.835
-95
-102 -8
908 150.000 100.000 -7.400 1.152 2.987 2
1.047 4.857 361
1.518 4.172 -7.316
11.084 14.936 8.425
9.431
10.750 -50.000 0 -900 -261 -9.000 1.157 -1.000 1.000
-40
-40
-30
-20.000 -40
-9.000 1.157
-9.000 1.157
1.158
1.157
1.157
-95.000 95.000 -225.000 300 4.500
1.100 -1.020 -14.700 -10.000
110.000 200 2.200
5.400 700
100 -6.700 75.000
0
200
75.000
75.000
75.000
100
4.500
-1.800
14.700 -30.000 5.000
-3.000 -2.134 -5.000 42 4.427 -83.063 126.806 1.749 40.000 -374 27.394 -27.876
-2.370
-1.077 -833
-504.000 -50.941
-859.000 -75.865 -50.684
-50.000 -423 -834
-265
-10.581 7.993 -1.075 -1.567
-2.898
5.257
5.258
0
11.000
40.147.299
september 2024, § 2.2-7 september 2024, § 2.2-8 mei 2023, § 2.2-15 mei 2024, § 2.2-14 september 2022, § 2.2-7 mei 2023, § 2.2-16 december 2021, § 2.2-3 mei 2022, § 2.2-18 mei 2022, § 2.2-19 september 2018, § 2.2-7 september 2023, § 2.2-9
-2.225
mei 2024, § 2.2-18
3.230 -2.898
-2.898
-2.898
-2.898
-25.000
38.984.106
september 2019, § 2.2-8 mei 2021, § 2.2-11 mei 2024, § 2.2-13 december 2020, § 2.2-4 september 2021, § 2.2-7 mei 2022, § 2.2-14 mei 2023, § 2.2-13a mei 2023, § 2.2-13b mei 2023, § 2.2-12 september 2023, § 2.2-8 mei 2024, § 2.2-12 september 2024, § 2.2-10
september 2024, § 2.2-9
5.258 -24.979
-821 -237
mei 2022, § 2.2-13 mei 2022, § 2.2-13 mei 2023, § 2.2-4 mei 2024, § 2.2-5 september 2022, § 2.2-10 september 2023, § 2.2-7 mei 2024, § 2.2-4 september 2023, § 2.2-5 september 2023, § 2.2-6
-9.360
537
821
mei 2022, § 2.2-1 mei 2023, § 2.2-1 mei 2023, § 2.2-1 mei 2024, § 2.2-1b september 2024, § 2.2-1 mei 2024, § 2.2-1c mei 2024, § 2.2-1a september 2024, § 2.2-2 mei 2023, § 2.2-2 mei 2024, § 2.2-2 september 2022, § 2.2-4 september 2023, § 2.2-3 mei 2024, § 2.2-3 mei 2024, § 2.2-3 mei 2021, § 2.2-5 mei 2022, § 2.2-4 mei 2022, § 2.2-5 september 2024, § 2.2-3
december 2023, § 2.2-3 september 2023, § 2.2-10 mei 2024, § 2.2-8 mei 2024, § 2.2-6 mei 2024, § 2.2-9 mei 2024, § 2.2-7 mei 2024, § 2.2-10 september 2024, § 2.2-6
712 32.124 27.876 500.000
Vindplaats
39.385.806
41.114.977
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
-10.000 42.705.555
september 2024, § 2.2-4 september 2024, § 2.2-5 mei 2023, § 2.2-20 mei 2024, § 2.2-16 december 2023, § 2.2-1 mei 2023, § 2.2-13 mei 2021, § 2.2-18 mei 2021, § 2.2-18 mei 2024, § 2.2-17 mei 2024, § 2.2-15 mei 2023, § 2.2-16
44.462.885
45
Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling
Suppletie-uitkering Bommenregeling Gemeente Toegekend bedrag 2024 Gemeente Aalsmeer 21.189 Maasgouw Aalten 13.463 Maassluis Alkmaar 37.478 Midden-Drenthe Almere 459.384 Moerdijk Alphen aan den Rijn 204.140 Molenlanden Alphen-Chaam 34.447 Mook en Middelaar Altena 113.345 Neder-Betuwe Amersfoort 203.349 Nijmegen Amsterdam 93.567 Noardeast-Fryslân Apeldoorn 3.306.652 Nunspeet Asten 43.026 Oosterhout Baarle-Nassau 18.110 Oude IJsselstreek Beesel 0 Overbetuwe Berg en Dal 105.918 Reimerswaal Bergen (L.) 63.498 Renkum Bernheze 142.427 Reusel-De Mierden Best 99.455 Rheden Bladel 31.296 Roerdalen Borsele 19.811 Roosendaal Breda 289.369 Rotterdam Den Helder 99.289 Schiedam Deventer 250.024 Schouwen-Duiveland Dinkelland 49.057 's-Gravenhage Duiven 2.108 Sluis Echt-Susteren 91.174 Someren Edam-Volendam 15.898 Súdwest-Fryslân Ede 186.459 Terneuzen Eemsdelta 830.296 Tiel Eindhoven 299.350 Tilburg Enschede 389.320 Urk Etten-Leur 0 Utrecht Gennep 135.215 Utrechtse Heuvelrug Gilze en Rijen 121.949 Veere Goes 42.913 Velsen Goirle 21.074 Venlo Haarlem 8.006 Venray Haarlemmermeer 667.455 Vlissingen Heerenveen 12.920 Voorst Hendrik-Ido-Ambacht 92.202 Vught Hilvarenbeek 16.816 Waalre Hilversum 61.918 Waalwijk Horst aan de Maas 36.614 Waddinxveen Kampen 12.778 Weert Leiden 155.003 Westervoort Lingewaard 124.070 Woensdrecht Lochem 45.200 Zoeterwoude Loon op Zand 105.557 Zutphen Maasdriel 41.135
Zwolle Totaal
Toegekend bedrag 2024 40.675 3.836 16.954 339.297 0 19.048 199.492 2.333.198 25.673 179.618 150.071 117.569 622.771 28.591 32.362 51.462 34.721 173.748 190.905 1.632.334 484.863 5.205 116.410 160.686 23.328 1.048.360 124.678 105.492 10.221 1.986 185.909 27.412 10.769 99.082 571.346 406 165.337 19.789 17.625 3.998 9.085 115.916 111.281 20.037 150.542 1.975 15.282 80.349 19.093.418
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
46
Bijlage 2.4.2 Suppletie-uitkering ingroeipad DU Maatschappelijke opvang
x 1 euro
Amsterdam Rotterdam 's-Gravenhage Totaal
2023 1.824.791 890.160 838.492 3.553.443
2024 1.387.570 583.092 586.755 2.557.417
2025 2026 ev 950.348 950.348 276.023 276.023 335.018 335.018 1.561.389 1.561.389
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
47
Bijlage 2.5.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf Woonruimten Gemeente
CBS 1680 Aa en Hunze 358 Aalsmeer 197 Aalten 59 Achtkarspelen 482 Alblasserdam 613 Albrandswaard 361 Alkmaar 141 Almelo 34 Almere 484 Alphen aan den Rijn 1723 Alphen-Chaam 1959 Altena 60 Ameland 307 Amersfoort 362 Amstelveen 363 Amsterdam 200 Apeldoorn 202 Arnhem 106 Assen 743 Asten 744 Baarle-Nassau 308 Baarn 489 Barendrecht 203 Barneveld 888 Beek 1954 Beekdaelen 889 Beesel 1945 Berg en Dal 1724 Bergeijk 893 Bergen L 373 Bergen NH 748 Bergen op Zoom 1859 Berkelland 1721 Bernheze 753 Best 209 Beuningen 375 Beverwijk 1728 Bladel 376 Blaricum 377 Bloemendaal 1901 Bodegraven-Reeuwijk 755 Boekel 1681 Borger-Odoorn 147 Borne 654 Borsele
Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten Aantal Aantal personen Aantal Aantal Totale ophoging Totale ophoging personen in in uitwonende uitwonende maatstaf maatstaf zorginstellingen zorginstellingen studenten 2023** studenten 2024 woonruimten woonruimten 2024 per 1000 inw *** 2023**** 2024 2024* 526 376 487 277 151 706 1.124 1.157 2.126 1.505 104 778 33 2.130 831 10.923 3.933 3.106 1.699 253 151 1.175 418 966 166 445 121 904 159 165 763 1.428 707 504 93 188 502 260 123 599 306 284 305 311 246
20 11 18 10 7 27 10 16 9 13 10 13 9 13 9 12 23 19 24 15 21 47 9 15 10 12 9 25 8 13 25 20 16 15 3 7 12 12 10 25 8 25 12 13 11
130 170 120 150 90 130 1.080 580 2.400 820 40 220 20 2.280 3.590 50.000 1.460 6.270 820 70 20 160 310 330 90 200 40 320 70 50 110 430 210 150 160 150 310 90 40 110 210 40 140 170 100
120 190 120 170 110 130 1.070 570 2.380 820 40 220 20 2.320 3.580 50.090 1.410 6.190 800 70 20 180 300 340 90 200 40 350 80 60 100 440 190 140 160 170 280 80 40 130 230 20 110 150 100
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
215 43 107 38 23 348 270 185 600 205 10 55 5 570 898 12.500 1.829 2.262 886 37 61 858 78 124 23 50 10 455 18 13 376 589 144 96 40 38 78 23 10 395 53 142 35 43 25
195 48 135 43 28 370 268 262 595 205 10 55 5 580 895 12.523 1.936 2.312 925 29 57 870 75 176 23 50 10 496 20 15 370 564 141 85 40 43 70 20 10 300 58 131 28 38 25