1.24 RIB Septembercirculaire 2024
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Gevolgen septembercirculaire 2017Intern VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
Gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
8 oktober 2024 Septembercirculaire 2024
Beste heer, mevrouw, Op 17 september is de septembercirculaire 2024 verschenen. Deze circulaire informeert u in hoofdzaak over de gemeentefondsuitkeringen voor 2024 en verder, gebaseerd op de miljoenennota 2024. Met deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de belangrijkste onderwerpen uit de septembercirculaire 2024 en de financiële gevolgen van deze circulaire voor de gemeente Krimpenerwaard. De belangrijkste onderwerpen zijn: • Wijziging uitkeringsfactor (loon, prijsstijging en hoeveelheden) • Besparingsverlies Jeugd • Middelen indexatie Wmo • Btw compensatiefonds (BCF) • Taakmutaties, integratie- en decentralisatie-uitkeringen Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op jeugdzorg. Deze besparing (oplopend tot € 511 miljoen in 2027) was in mindering gebracht op de middelen voor jeugdzorg op de aanvullende post van het ministerie van Financiën. Het nieuwe kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing te laten vervallen. De genoemde besparing wordt daarom nu toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd van de algemene uitkering van het gemeentefonds. In de meerjarenbegroting van 2025 is hier al rekening mee gehouden. Door demografische ontwikkelingen stijgen de Wmo-kosten. Daarom is in de Voorjaarsnota 2024 een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen gereserveerd vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029.
Met de VNG is afgesproken dat een deel van de Wmo via een andere uitkering zal verlopen, maar vooralsnog zijn de middelen toegevoegd aan het gemeentefonds. In meerjarenbegroting 2025 is hier al rekening mee gehouden. Onderstaande tabel laat een uitsplitsing zien van de belangrijkste onderdelen uit de septembercirculaire voor de jaren 2024-2028: Totaal x € 1.000 Uitkering gemeentefonds conform begroting* Septembercirculaire 2024** Mutatie *Inclusief technische oplossing en aparte indexatie Wmo **Inclusief BCF plafond en afspraken jeugdzorgbijdrage Totaal x € 1.000 Wijziging uitkeringsfactor Besparingsverlies jeugd BTW Compensatiefonds (BCF) Taakmutaties, decentralisatie en integratie-uitkeringen (A) Mutatie op basis van septembercirculaire 2024 Taakmutaties, decentralisatie en integratie-uitkeringen (B) lastenraming (A-B) Mutatie na verwerking lasten
2024 112.481 112.677 196
2025 117.057 117.718 661
2026 111.537 114.388 2.851
2027 113.184 115.611 2.427
2028 114.644 116.916 2.272
2024 59
2025 313
-300 437 196 -466 -466 -270
-250 598 661 -641 -641 20
2026 1.690 1.212 -250 199 2.851 -1.469 -1.469 1.382
2027 1.465 1.209 -250 3 2.427 -1.283 -1.283 1.144
2028 1.221 1.313 -250 -12 2.272 -1.278 -1.278 994
De bovenstaande tabel is opgebouwd uit twee onderdelen. Onderdeel A is de berekening van de algemene uitkering voor de gemeente Krimpenerwaard. Onderdeel B gaat over de lasten die we als gemeente Krimpenerwaard zelf naar eigen inschatting ramen.
Ten opzichte van de meicirculaire 2024 is er in 2024 een nadeel en vanaf 2025 sprake van een voordeel. Een deel is vrij te besteden en een deel wordt ontvangen voor de compensatie van specifieke uitgaven, zoals bijvoorbeeld toekomstbestendig maken energiebeleid. Hieronder volgt een uitleg over de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de meicirculaire 2024. Wijziging uitkeringsfactor € 78.000 in 2024 oplopend naar € 1.221.000 in 2028 In de Miljoenennota is het accres voor het jaar 2025 en verder geactualiseerd op basis van de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB) (MEV25). Daarnaast zijn de basisgegevens van veel maatstaven geactualiseerd. Denk aan huishoudens, uitkeringsontvangers en OZB maatstaven. Besparingsverlies jeugd € 1.212.000 in 2026 oplopend naar € 1.313.000 in 2028 Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op jeugdzorg. Deze besparing was in mindering gebracht op de middelen voor jeugdzorg op de aanvullende post van het ministerie van Financiën. Het nieuwe kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing te laten vervallen. De genoemde besparing wordt daarom nu toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Hiervoor hadden we ook minder lasten opgenomen in de begroting. Dit is nu gecorrigeerd in de bovenstaande tabel bij onderdeel B.
Dit heeft een budgetneutraal effect. Plafond BTW compensatiefonds in 2024 € -300.000 en vanaf 2025 € -250.000 In deze circulaire is een geactualiseerde raming voor de ruimte onder het plafond voor gemeenten opgenomen. Dit is een lagere raming ten opzichte van de septembercirculaire 2023. Dit heeft een nadelig effect vanaf 2024. Taakmutaties, integratie- en decentralisatie-uitkeringen In 2024 en de daarop volgende jaren vinden er nog verschillende stortingen en uitnames plaats uit het gemeentefonds. Een groot deel van deze mutaties is klein van omvang en wordt niet genoemd. Conform ons eigen financieel beleid van de afgelopen jaren ramen wij tegenover specifieke taakmutaties, integratie- en decentralisatie uitkeringen ook de daarbij behorende lasten. Derhalve hebben een aantal van deze mutaties een budgettair neutraal effect. De belangrijkste mutaties zijn: •
Alleenverdienersproblematiek € 57.000 incidenteel in 2024 Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die door de alleenverdienersproblematiek onder het bestaansminimum uitkomen. Gemiste huur- en zorgtoeslag kan vanuit de individuele bijzondere bijstand gecompenseerd worden. De Tweede Kamer heeft gemeenten gevraagd deze huishoudens actief te benaderen. Gemeenten ontvangen budget om deze bijstand te verstrekken. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2024 om een bedrag van € 57.000.
•
Toekomstbestendig maken energiebeleid € 371.000 in 2024 en 2025 In het bestuurlijk overleg Klimaat en Energie is gesproken over de bekostiging van extra taken bij provincies en gemeenten voor het toekomstbestendig maken van het energiesysteem. Het betreft o.a. het voorkomen van netcongestie en het ondersteunen van bedrijven bij verduurzaming. Gemeenten worden ondersteund met een decentralisatie-uitkering om ca. 3 fte per RES-regio aan te nemen. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2024 en 2025 om een bedrag van €371.000.
•
Openbare bibliotheken 170.000 in 2025 en 2026 Gemeenten konden in 2023-2024 een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Er komt een wettelijke zorgplicht voor gemeenten t.a.v. de openbare bibliotheek. In aanloop naar structurele financiering wordt nu een uitkering verstrekt om zich op die zorgplicht voor te kunnen bereiden. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 en 2026 om een bedrag van €170.000.
pag. 2/3
Aandachtspunten Herijking gemeentefonds In 2023 is het gemeentefonds volledig herijkt. De herverdeeleffecten zijn nog maar ten dele in het gemeentefonds verwerkt, mede omdat op advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) een onderzoeksagenda wordt uitgevoerd naar o.a. de stapeling van problematiek in het sociaal domein. De onderzoeksrapporten worden later dit jaar verwacht. Daarna moet nog onderzoek worden opgestart of, en zo ja hoe, dit verwerkt kan worden in het huidige verdeelmodel. Meerjarenbegroting 2024 De septembercirculaire 2024 heeft in meerjarenperspectief een aantal wijzigingen tot gevolg. Deze wijzigingen hebben op het oog een positief effect voor onze begrotingspositie tot gevolg. De financiële consequenties 2024 worden zoals gebruikelijk verwerkt in de slotwijziging 2024 en de meerjarige gevolgen worden verwerkt in de 1e tussentijdse rapportage 2025. Indien bij het saldo van de begroting 2025 (indien deze onverkort vastgesteld wordt) het saldo van de septembercirculaire 2024 wordt opgeteld, ziet het financiële beeld er als volgt uit: Totaal x € 1.000 Saldo begroting Mutaties septembercirculaire 2024 Saldo begroting na septembercirculaire 2024
2025 26 20 46
2026 -7.785 1.382 -6.403
2027 -6.188 1.144 -5.044
2028 -5.520 994 -4.526
Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Bijlage Septembercirculaire 2024 Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
Ir. J. Beenakker
pag. 3/3
Gemeentefonds
Septembercirculaire 2024
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 17 september 2024 Kenmerk 2024-0000752157
Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
septembercirculaire gemeentefonds 2024 bekendmaking van beleid en het geven van informatie meicirculaire 2024 (2024-0000287430); decembercirculaire 2023 (2023-0000718122); septembercirculaire 2023 (2023-0000570821); meicirculaire 2023 (2023-0000285703) 17 september 2024 1 juli 2025
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
Voorwoord Voor u ligt de septembercirculaire Gemeentefonds 2024. Via de meicirculaire 2024 zijn gemeenten over de financiële kaders voor hun begrotingen geïnformeerd. De septembercirculaire 2024 geeft zoals gebruikelijk een geactualiseerd beeld, gebaseerd op de Miljoenennota 2025 en de onderliggende ontwerpbegroting van het Gemeentefonds. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. Vooral de latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.J.M. Uitermark
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
1
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Hoofdpunten ....................................................................................................... 5 1.1
Inleiding...................................................................................................... 5
1.2
Algemene uitkering....................................................................................... 5
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ........................................................ 6
Algemene uitkering .............................................................................................. 8 2.1
Inleiding...................................................................................................... 8
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ....................................... 8
1.
Bijstelling accres-tranches ............................................................................. 9
2.
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024 .................................................... 11
3.
Indexatie DU Jeugd: overheveling accres naar regionaal programma ................ 12
4.
Wet op de lijkbezorging ............................................................................... 12
5.
Digitaal Stelsel Omgevingswet ..................................................................... 13
6.
Besparingsverlies jeugd .............................................................................. 13
7.
Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI) .............................................. 13
8.
Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang ..................... 14
9.
Bijstand jongerennorm ................................................................................ 14
10.
Indexatie Wmo demografie .......................................................................... 14
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering ...........................................................15
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering .....................................................15
2.4.1
Bommenregeling .........................................................................................15
2.4.2
Ingroeipad decentralisatie-uitkering Maatschappelijk Opvang ............................16
2.5
Maatstaven, bedragen per eenheid, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ...................................................................................16
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen...............................................................21 3.1
Inleiding.....................................................................................................21
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen.........................21
1.
Alleenverdienersproblematiek 2023-2024 ...................................................... 22
2.
Wet Betaalbare huur ................................................................................... 23
3.
Faciliteitenbesluit opvangcentra .................................................................... 24
4.
Toekomstbestendig maken energiebeleid ....................................................... 24
5.
Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) ......................................................... 25
6.
Bed, bad en brood ...................................................................................... 25
7.
Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) ........................................................ 26
8.
Work in Nederland ...................................................................................... 26
9.
Nederlands-Soedanese repatrianten ............................................................. 27
10.
Aanpak recreatieparken .............................................................................. 27
11.
100 jaar vriendschap Turkije-Nederland ........................................................ 27
12.
Vrouwenopvang ......................................................................................... 27
13.
Openbare bibliotheken ................................................................................ 28
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
3
14.
IU Participatie: Afschaffen lage-inkomensvoordeel .......................................... 28
15.
IU Beschermd wonen: Volumegroei WMO Beschermd wonen ........................... 29
3.3.
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen .............................................................................................29
3.3.1. Beschermd wonen .......................................................................................29 3.3.2. Maatschappelijk opvang ...............................................................................29 4
Overige mededelingen .........................................................................................30 4.1
Inleiding.....................................................................................................30
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen .................30
4.3
Individuele referentiewaarden EMU-saldo medeoverheden 2025 ........................31
4.4
Rijksbijdrage sociale infrastructuur ................................................................32
4.5
Wegbeheer .................................................................................................32
4.6
Stand van zaken onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering ...............33
4.7
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ......................................................34
4.8
Iv3-indeling 2025 ........................................................................................34
4.9
Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen...............................35
4.10
Cijfers belastingcapaciteit .............................................................................35
Bijlagen...................................................................................................................36 Bijlage 2.1.1
Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2024 ....................................37
Bijlage 2.1.2
Bedragen per eenheid 2024 per cluster ...............................................39
Bijlage 2.1.3
Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 ....................................41
Bijlage 2.1.4
Bedragen per eenheid 2025 per cluster ...............................................43
Bijlage 2.2.1
Opbouw algemene uitkeringen 2024-2029 ...........................................45
Bijlage 2.4.1
Suppletie-uitkering bommenregeling ...................................................46
Bijlage 2.4.2
Suppletie-uitkering ingroeipad DU Maatschappelijke opvang ..................47
Bijlage 2.5.1
Aantallen per gemeente ophoging maatstaf Woonruimten ......................48
Bijlage 2.5.2
Volumina maatstaven 2024-2029 .......................................................56
Bijlage 3.2-1
Decentralisatie-uitkering Alleenverdienersproblematiek 2023-2024 .........58
Bijlage 3.2-2
Decentralisatie-uitkering Wet betaalbare huur ......................................62
Bijlage 3.2-3
Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra .......................70
Bijlage 3.2-4
Decentralisatie-uitkering Toekomstbestendig maken energiebeleid ..........71
Bijlage 3.2-5
Decentralisatie-uitkering Landelijke aanpak adreskwaliteit .....................72
Bijlage 3.2-6
Decentralisatie-uitkering Bed, bad en brood .........................................76
Bijlage 3.2-7
Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplicht (ELIP) ..............77
Bijlage 3.2-8
Decentralisatie-uitkering Work in Nederland .........................................81
Bijlage 3.2-9
Decentralisatie-uitkering Nederlands-Soedanese repatrianten.................82
Bijlage 3.2-13 Openbare bibliotheken ......................................................................83 Bijlage 3.3.1
Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang ................................87
Bijlage 4.3
EMU referentiewaarden gemeenten .....................................................88
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
4
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. 1.2
Algemene uitkering
Besparingsverlies Jeugd Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op jeugdzorg. Deze besparing (oplopend tot € 511 miljoen in 2027) was in mindering gebracht op de middelen voor jeugdzorg op de aanvullende post van het ministerie van Financiën. Het nieuwe kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing te laten vervallen. De genoemde besparing wordt daarom nu toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Het gaat om € 500 miljoen in 2026 en € 511 miljoen vanaf 2027. In paragraaf 2.2.11. van de meicirculaire 2024 is reeds gemeld dat de besparing van € 500 miljoen voor 2025 nog niet gerealiseerd kon worden en dat daarom voor 2025 een bedrag van € 500 miljoen is toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Zie ook paragraaf 2.2.6. Overheveling middelen indexatie Wmo demografie Met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing.
Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 op de Aanvullende Post een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. Het kabinet heeft deze middelen bij Miljoenennota 2025 overgeheveld naar het begrotingsartikel Accres (hoofdstuk 60) zodat gemeenten hier rekening mee kunnen houden in hun meerjarenbegroting.
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
5
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2024 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire zijn verwerkt betreffen:
-
Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele bijzondere bijstand. Via de decentralisatie-uitkering ‘Alleenverdienersproblematiek 2023-2024’ ontvangen gemeenten in 2024 een bijdrage van € 22,6 miljoen voor de compensatie die zij aan de betrokken huishoudens kunnen bieden. Zie ook paragraaf 3.2.1.
-
In het bestuurlijk overleg Klimaat en Energie van 28 november 2023 en 18 januari 2024 is gesproken over de bekostiging van extra taken bij provincies en gemeenten in het kader van het toekomstbestendig maken van het energiesysteem. Specifiek gaat het om taken op het gebied van het voorkomen van netcongestie, zoals het versnellen van de aanleg van infrastructuur, het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van energie via een stimuleringsprogramma energiehubs en het ondersteunen van bedrijven bij hun verduurzaming. Voor gemeenten wordt uitgegaan van een gezamenlijke, regionale inzet en inbreng in provinciale Meerjarenprogramma’s Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) en energievisies. Daarbij zal waar mogelijk worden aangesloten bij de samenwerking zoals die bij het nationaal programma Regionale Energiestrategie (RES) al plaats vindt. Gemeenten worden met deze decentralisatie-uitkering in staat gesteld ca 3 fte per (RES-)regio aan te nemen. In totaal gaat het om € 10 miljoen per jaar in 2024 en 2025. Zie ook paragraaf 3.2.3.
-
In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering om zich op de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Voor deze decentralisatie-uitkering Openbare bibliotheken is in 2025 en 2026 € 59,3 miljoen beschikbaar. Zie ook paragraaf 3.2.12.
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
6
-
Gemeenten worden vanaf 2025 gecompenseerd voor de afschaffing van het Lageinkomensvoordeel (LIV). Het gaat om het LIV dat de gemeente of haar sociaal ontwikkelbedrijf ontvangt voor werknemers met een interne plaatsing op basis van de Wet Sociale werkvoorziening (Wsw) of in nieuw beschut werk op basis van de Participatiewet. Compensatie vindt plaats via de gebruikelijke financieringsstromen voor de Sociale werkvoorziening (SW) en voor Beschut werk via de Integratie-uitkering Participatie. In 2025 gaat het in totaal om € 19,8 miljoen. Zie ook paragraaf 3.2.13.
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
7
2
Algemene uitkering
2.1
Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.
Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2024 tot en met 2029 ten opzichte van de meicirculaire 2024. Het betreft achtereenvolgens: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2024 en verder en worden
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
8
onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.
Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de meicirculaire 2024 (in duizenden euro's)
stand meicirculaire 2024
1) 2) 3)
algemene mutaties Bijstelling accres-tranches Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024 Indexatie DU Jeugd: overheveling accres naar regionaal programma
2024
2025
2026
2027
2028
2029
38.546.920
39.996.921
38.683.666
40.350.993
41.938.845
43.681.232
164.057
151.647
130.389
60.913
-746
-7.400
-7.400
-7.400
-7.400
-7.400
-13.479
3.230 -16.377
3.230 -19.275
3.230 -22.173
3.230 -25.071
500.000
511.000
511.000
511.000
5.400
5.400
5.500
10.000
446.667
taakmutaties 4) 5)
cluster Bestuur en ondersteuning Wet op de lijkbezorging Digitaal stelsel Omgevingswet
6)
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Besparingsverlies Jeugd
7) 8)
cluster Sociale basisvoorzieningen Kinderopvang Sociaal Medische indicatie Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang
9)
cluster Participatie Bijstand jongerennorm
-9.360
-9.360
-9.360
-9.360
10)
cluster Individuele voorzieningen Wmo Indexatie Wmo demografie
75.000
150.000
225.000
300.000
39.385.806
41.114.977
42.705.555
44.462.885
stand deze circulaire
-10.581
s
1.100
38.984.106
5.400 1.800
40.147.299
Toelichting 1.
Bijstelling accres-tranches
Uitgangspunten en actualiteit De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. In de meicirculaire van het lopend jaar wordt de tranche van het lopend jaar definitief. In deze septembercirculaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2025 en verder. Dit voorjaar is in constructief overleg met de VNG en het Interprovinciaal Overleg (IPO) besloten de nieuwe normeringssystematiek vervroegd in te voeren. Dit houdt in dat de koppeling van het accres aan de bbp-ontwikkeling per 2024 is ingevoerd. Uitgangspunt is dat de fondsen (GF en PF) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen is gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. In de Miljoenennota is het accres voor het jaar 2025 en verder geactualiseerd op basis van de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB) (MEV25). In de onderstaande tabel 2.2.2. zijn de actuele cijfers opgenomen.
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
9
Tabel 2.2.2. Indices CPB Indices CPB bbp MEV25
Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index
2025
2026
2027
2028
2029
2,0% 2,7% 4,80%
1,8% 2,7% 4,52%
1,7% 2,6% 4,33%
1,5% 2,4% 3,99%
1,5% 2,4% 3,92%
2,1% 2,3% 4,45%
2,0% 2,6% 4,61%
1,8% 2,6% 4,45%
1,7% 2,5% 4,22%
1,6% 2,5% 4,11%
Indices CPB bbp CEP 24 Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index Verschil (nieuw-oud) Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index
-0,1% -0,1% -0,2% -0,1% -0,1% 0,4% 0,0% 0,0% -0,1% -0,1% 0,35% -0,10% -0,11% -0,23% -0,20%
Voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld. Voor de jaren 2025 t/m 2029 is de raming van de volume bbp ontwikkeling neerwaarts bijgesteld. Accres Gemeentefonds Onderstaande tabel 2.2.3 bevat het accres voor het Gemeentefonds voor 2025 en verder zoals opgenomen in de Voorjaarsnota 2024 op basis van de bbp cijfers uit het CEP24. Tabel 2.2.4 bevat het accres voor het gemeentefonds voor 2025 en verder zoals opgenomen in de Miljoenennota 2025 op basis van de recente bbp cijfers uit de MEV25. Tabel 2.2.5 bevat de mutaties in het accres tussen stand Voorjaarsnota 2024 en stand Miljoenennota 2025. Met de VNG is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 op de Aanvullende Post een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. Het kabinet heeft deze middelen bij Miljoenennota 2025 overgeheveld naar het begrotingsartikel Accres (hoofdstuk 60) zodat gemeenten hier rekening mee kunnen houden in hun meerjarenbegroting. In deze circulaire zijn deze middelen toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo, zie paragraaf 2.2.10.
Dit is gedaan, omdat de middelen betrekking hebben op de Wmo en dan ook conform de maatstaven in dit cluster worden verdeeld.
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
10
Tabel 2.2.3. Accres Voorjaarsnota 2024 Bedragen in miljoenen 2025 euro tranche 2025 volume 812 tranche 2025 prijs 908 tranche 2026 volume tranche 2026 prijs
2026
2027
2028
2029
761
759
756
755
851
849
845
845
742
740
737
736
1.003
1.001
997
996
711
708
707
1.045
1.041
1.040
tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs
690
690
1.044
1.043
tranche 2029 volume
676
tranche 2029 prijs 1.720
3.357
5.104
6.817
1.086 8.575
Tabel 2.2.4. Accres Miljoenennota 2025 Bedragen in miljoenen 2025 euro tranche 2025 volume 798
2026
2027
2028
2029
747
744
741
741
tranche 2025 prijs
1.018
1.014
1.010
1.009
702
699
697
696
1.041
1.037
1.033
1.032
663
660
660
1.078
1.074
1.073
639
638
1.025
1.025
Totaal accres
1.086
tranche 2026 volume tranche 2026 prijs tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs tranche 2029 volume
633
tranche 2029 prijs Totaal accres
1.065 1.884
3.508
5.234
6.878
8.574
2026
2027
2028
2029
-14 167 -40 38 152
-15 165 -41 36 -48 33 130
-14 165 -40 36 -48 33 -51 -19 61
-14 165 -40 36 -48 33 -51 -18 -43 -21 -1
Tabel 2.2.5. Mutatie sinds Voorjaarsnota Bedragen in miljoenen 2025 euro tranche 2025 volume -14 tranche 2025 prijs tranche 2026 volume tranche 2026 prijs tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs tranche 2029 volume tranche 2029 prijs Totaal accres
2.
178 164
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024
Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
11
provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. Hierdoor zijn het BCF en het gemeente- en provinciefonds communicerende vaten. In deze circulaire is een geactualiseerde raming voor de jaren 2024 tot en met 2029 opgenomen. De ruimte onder het plafond voor gemeenten is voor 2024 geraamd op € 447 miljoen. Dit is € 224 miljoen lager dan geraamd bij de septembercirculaire 2023. De ontwikkeling van de uitgaven wordt vlak doorgetrokken. Hierbij is rekening gehouden met de jaarlijkse toevoegingen (taakmutaties) aan het BCF. Bij deze aanname blijft voor alle jaren sprake van ruimte onder het BCF-plafond. De ruimte onder het plafond is in alle jaren afgenomen ten opzichte van de ramingen bij de septembercirculaire 2023. Tabel 2.2.6 Geraamd plafond BCF (bedragen in miljoenen euro) BCF Plafond totaal Plafond aandeel gemeenten VJN24 Taakmutaties Toevoeging accres sinds voorjaarsnota Plafond aandeel gemeenten MN25 Uitputting gemeenten Ruimte onder plafond gemeenten
3.
2024
2025
2026
2027
2028
2029
4.890
4.973
5.212
5.423
5.639
5.849
4.227
4.396
4.593
4.792
4.995
5.193
31
8
7
-
-
-
-
15
12
6
-5
-17
4.258
4.419
4.612
4.799
4.990
5.176
3.811
3.811
3.811
3.811
3.811
3.811
447
608
801
988
1.179
1.365
Indexatie DU Jeugd: overheveling accres naar regionaal programma
In paragraaf 3.2.19. van de meicirculaire 2024 is gemeld dat de decentralisatie-uitkering Jeugd (DU Jeugd) (jaarlijks € 21,7 miljoen) met ingang van 2025 wordt beëindigd en dat deze middelen structureel worden toegevoegd aan het budget voor de (contact)gemeente voor het regionaal programma op de begroting van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen (OCW). Aangezien decentralisatie-uitkeringen deel uitmaken van de grondslag van de accres berekening wordt nu vanaf 2025 een deel van het accres structureel toegevoegd aan het budget voor de (contact)gemeente voor het regionaal programma. Het gaat om jaarlijks € 7,4 miljoen. Dit bedrag is gebaseerd op een (CPB-)raming van de loon-en prijsontwikkeling. 4.
Wet op de lijkbezorging
De inwerkingtreding van het wetsvoorstel van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) is voorzien op 1 januari 2026. Ten behoeve van de financiering van de beoogde wettelijke uitbreiding van de taken van de gemeentelijke lijkschouwer is voor de periode 2026-2031 jaarlijks € 3,2 miljoen naar de algemene uitkering overgeheveld. De middelen worden toegevoegd aan het cluster Bestuur en ondersteuning. Voor de jaren 2032 en verder dient over het structureel toekennen van middelen in het kader van het programma Werk aan Uitvoering (WaU) nog een besluit te worden genomen door de Ambtelijke Commissie Uitvoering (ACU).
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
12
5.
Digitaal Stelsel Omgevingswet
Op grond van de Beheerovereenkomst van 18 december 2018 dragen de gemeenten vanaf 1 januari 2020 jaarlijks 70% bij aan de kosten van beheer en doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). De gemeentelijke bijdrage is vanaf 2020 structureel overgeheveld van het gemeentefonds naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), te weten € 18,0 miljoen per jaar. Zie ook paragraaf 2.2.19. van de meicirculaire 2019. Met deze taakmutatie wordt deze gemeentelijke bijdrage structureel verhoogd, conform de aanvullende afspraken in het Bestuurlijk Overleg Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) van 13 juli 2023 op basis van het prijspeil 2024 (CPB index 3,5%)1, naar € 31,4 miljoen vanaf 2024. Het nog over te hevelen bedrag voor 2024 bedraagt € 10,6 miljoen, aangezien reeds € 20,9 miljoen naar de begroting van BZK is overgeheveld (de hiervoor genoemde € 18 miljoen aangevuld met indexatie). De aanvullende bijdrage voor de periode 2025-2029 is hierboven in tabel 2.2.1. opgenomen. Het bedrag voor 2029 is op basis van de huidige afspraken het structurele bedrag dat wordt uitgenomen. De middelen worden onttrokken aan het cluster Bestuur en ondersteuning. 6.
Besparingsverlies jeugd
Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op jeugdzorg. Deze besparing (oplopend tot € 511 miljoen in 2027) was in mindering gebracht op de middelen voor jeugdzorg op de aanvullende post van het ministerie van Financiën. Het nieuwe kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing te laten vervallen. De genoemde besparing wordt daarom nu toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Het gaat om € 500 miljoen in 2026 en € 511 miljoen vanaf 2027. In paragraaf 2.2.11. van de meicirculaire 2024 is reeds gemeld dat de besparing van € 500 miljoen voor 2025 nog niet gerealiseerd kon worden en dat daarom voor 2025 een bedrag van € 500 miljoen is toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. 7.
Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI)
De Sociaal Medische Indicatie (SMI) is een gemeentelijke regeling om gezinnen die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag, maar die ook niet in staat zijn de zorg voor hun kinderen volledig te dragen vanwege sociale of medische problematiek, een vergoeding te kunnen bieden voor het gebruik van kinderopvang. Door verschillende ontwikkelingen is de SMI budgettair steeds meer onder druk komen te staan. Om dit te kunnen ondervangen, wordt het SMI budget in een aantal stappen verhoogd. Voor de jaren 2025-2027 gaat het om € 5,4 miljoen, voor 2028 gaat het om € 5,5 miljoen en vanaf 2029 om jaarlijks € 10 miljoen. De middelen worden toegevoegd aan het cluster Sociale basisvoorzieningen.
1
Betreft de index materiële overheidsconsumptie (IMOC) voor 2024 uit de cMEV augustus 2023.
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
13
8.
Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang
In de Voorjaarsnota 2024 zijn middelen vrijgemaakt voor incidentele meerkosten voor toezicht en handhaving op aangepaste kwaliteitseisen in de kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en meertalige opvang voor 2024 en 2025. De aanpassingen zijn in werking getreden op 1 juli 2023, 1 februari 2024 en 1 juli 2024. Het gaat om kosten van implementatie van de regelgeving bij gemeenten en GGD’en en het uitvoeren van de eerste keer toezicht en handhaving op de aangepaste kwaliteitseisen. Zoals aangekondigd in paragraaf 4.6 van de meicirculaire 2024 worden deze middelen nu aan de algemene uitkering toegevoegd. Het gaat om € 1,1 miljoen in 2024 en € 1,8 miljoen in 2025. De middelen worden toegevoegd aan het cluster Sociale basisvoorzieningen. 9.
Bijstand jongerennorm
Gemeenten kunnen vanuit de bijzondere bijstand een aanvulling op de bijstand aan 21-minners geven als hun ouders niet bij kunnen springen. Met het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt de bijzondere bijstand met ingang van 1 januari 2026 overgeheveld naar de algemene bijstand. De aanvulling op de bijstand is bedoeld voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en daarmee is de algemene bijstand het juiste instrument voor dit soort kosten. Daarom worden er middelen vanuit de algemene uitkering (cluster Participatie) overgeheveld naar de algemene bijstand, op de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Het gaat om jaarlijks € 9,4 miljoen vanaf 2026. 10. Indexatie Wmo demografie Met de VNG is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 op de Aanvullende Post een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie.
Het kabinet heeft deze middelen bij Miljoenennota 2025 overgeheveld naar het begrotingsartikel Accres (hoofdstuk 60) zodat gemeenten hier rekening mee kunnen houden in hun meerjarenbegroting. In deze circulaire zijn deze middelen toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo, omdat de middelen betrekking hebben op de Wmo en dan ook conform de maatstaven in dit cluster worden verdeeld.
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
14
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.
Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Mutatie
Verdeelwijze
taakmutaties cluster Bestuur en ondersteuning Wet op de lijkbezorging
via maatstaven cluster
Digitaal stelsel Omgevingswet
via maatstaven cluster
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Vervallen besparing jeugdzorg
via maatstaven cluster
cluster Sociale basisvoorzieningen Kinderopvang Sociaal Medische indicatie
via maatstaven cluster
Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang
via maatstaven cluster
cluster Participatie Bijstand jongerennorm
via maatstaven cluster
cluster Individuele voorzieningen Wmo
via maatstaven cluster
Indexatie Wmo demografie
2.4 2.4.1
Overige mededelingen algemene uitkering Bommenregeling
De bommenregeling is geen Rijkssubsidie, maar een regeling die wordt gefinancierd uit het gemeentefonds. De bommenregeling is dan ook een regeling van en voor gemeenten, die bestemd is voor vergoeding van kosten van gemeenten en/of particuliere vondsten. De bommenregeling is niet bestemd voor vergoeding van kosten van andere partijen. Zoals aangekondigd in paragraaf 2.4.1. van de meicirculaire 2024 zullen de fondsbeheerders daar fasegewijs strenger op toezien. Gemeenten die voor de meicirculaire een aanvraag voor de bommenregeling hebben ingediend zijn dit voorjaar per mail verzocht om aan te geven of er in hun aanvraag dit jaar mogelijk sprake was van kosten die niet voor vergoeding in aanmerking komen. Dit heeft in
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
15
een aantal gevallen geleid tot een aanpassing van het in de meicirculaire toegekende bedrag. Met de gemeenten die dit betreft is contact geweest. In bijlage 2.4.1 is de definitieve vergoeding vanuit de bommenregeling voor dit jaar opgenomen (inclusief de berging van vliegtuigwrakken). Vanaf volgend jaar zullen ook de kosten van andere derden, met uitzondering van particuliere vondsten, niet langer voor vergoeding in aanmerking komen. Bovendien moet vanaf volgend jaar expliciet in het raadsbesluit worden verklaard dat de kosten alleen de kosten, exclusief btw, van gemeenten en/of particuliere vondsten betreffen. Er hoeft geen verdere onderbouwing te worden overlegd. Voor meer informatie hierover zie Bommenregeling gemeentefonds. 2.4.2
Ingroeipad decentralisatie-uitkering Maatschappelijk Opvang
In paragraaf 4.4. van de septembercirculaire 2023 is het verdeelmodel van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang in lijn gebracht met de maatstaven zoals die nu in het herijkte verdeelmodel voor de algemene uitkering worden gebruikt. Deze actualisatie had een technisch en beleidsarm karakter. Echter, doordat de maatstaf Huishoudens met laag inkomen niet langer bevroren was, had dit een relatief groot negatief effect voor de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, waar het effect voor andere gemeenten juist positief was. Daarom is met de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag een ingroeipad afgesproken voor de periode 2023-2025, naar analogie van het ingroeipad dat is gehanteerd bij de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering (zie bijlage 2.4.2). De bedragen voor 2026 en verder voor de suppletieuitkering zijn afhankelijk van verdere besluitvorming. In afwachting hiervan is ervoor gekozen om voor 2026 en verder uit te gaan van de stand 2025. 2.5
Maatstaven, bedragen per eenheid, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop in deze paragraaf). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen. Maatstaven Voor uitkeringsjaar 2024 is geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering voor dat uitkeringsjaar kunt u vinden in de toelichting op de
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
16
berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 20242. Huishoudens laag inkomen met drempel In paragraaf 2.5.2. van de meicirculaire 2024 is gemeld dat voor 2025 zal worden uitgegaan van een tweejarig gemiddelde en voor 2026 en verder van een driejarig gemiddelde van de maatstaf Huishoudens laag inkomen met drempel. Er is toen toegezegd dat nadere informatie over de definiëring van dit meerjarig gemiddelde, waaronder welke tijdsperiode en exacte berekeningswijze, in de septembercirculaire zou volgen. Het tweejarig gemiddelde zal worden berekend op basis van de gegevens van t-2 en t-3, aangezien de voorlopige cijfers van huishoudens met een laag inkomen van jaar t-1 niet eerder dan in december jaar t beschikbaar zijn. Het driejarig gemiddelde zal worden berekend op basis van de gegevens van t-2, t-3 en t-4. Voor de drempelwaarde zal eveneens worden uitgegaan van een tweejarig gemiddelde in 2025 en een driejarig gemiddelde in 2026 over dezelfde tijdsperiode. De prognose voor 2025 en verder is hierop aangepast. Woonruimten Begin juli 2024 zijn de actuele gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ontvangen over twee onderdelen van de maatstaf woonruimten, te weten het aantal uitwonende studenten en het aantal personen in zorginstellingen (onderdeel van het aantal personen in institutionele huishoudens).
Deze zijn opgenomen in bijlage 2.5.1 en zullen voor uitkeringsjaar 2023 en 2024 worden toegepast. Het aantal uitwonende studenten blijft voor 2024 een voorlopig cijfer, het aantal personen in zorginstellingen is definitief en wijzigt niet meer. Bedragen per eenheid De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor is een aantal bedragen per eenheid (bpe) voor 2024-2029 ten opzichte van de meicirculaire 2024 gewijzigd. In bijlagen 2.1.1-4 is meer informatie opgenomen over de gewijzigde bpe’s voor 2024 en 2025 Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de OZB-maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen te delen door de uitkeringsbasis. De – landelijke – uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang:
2
Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Rijksoverheid.nl
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
17
•
De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de algemene mutaties en taakmutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties.
•
De ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van geactualiseerde volumina en geactualiseerde bedragen per eenheid (bpe). Bijlage 2.5.2 bevat informatie over de raming van de volumina van de maatstaven.
•
De belastingcapaciteit.
Ten opzichte van de meicirculaire 2024 is de uitkeringsfactor voor het jaar 2021 ongewijzigd. De uitkeringsfactor voor uitkeringsjaar 2022 daalt ten opzichte van de meicirculaire 2024 met 1 punt van 1,824 naar 1,823. Deze daling wordt veroorzaakt door de actualisatie van de maatstaf medicijngebruik met drempel en de definitieve vaststelling van de artikel 12-uitkering voor gemeente Vlissingen. De uitkeringsfactor voor het uitkeringsjaar 2023 daalt met 2 punten van 1,307 naar 1,305. Deze daling wordt veroorzaakt door de actualisatie van de maatstaf Huishoudens laag inkomen met drempel en de maatstaf Loonkostensubsidie. De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2024-2029 is vermeld in tabel 2.5.1.
Tabel 2.5.1 Uitkeringsfactor 2024-2029
Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
1,420 30.138
1,457 30.361
1,460 29.807
1,504 30.108
1,545 30.358
1,587 30.684
De uitkeringsfactoren in tabel 2.5.1 zijn in lopende prijzen3. Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van de gegevens van het CPB zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen. Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgt hieronder de tabel, waarin voor ieder afzonderlijk jaar de ontwikkeling is opgenomen ten opzichte van de meicirculaire 2024 (verticale toelichting).
De algemene uitkering wordt geïndexeerd op basis van de bbp-ontwikkeling. Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. 3
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
18
Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Tabel 2.5.2 laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand meicirculaire 2024. Hierbij is voor het eerst het effect van de taakmutaties afzonderlijk gepresenteerd.
Tabel 2.5.2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2024-2029 2024
2025
2026
2027
2028
2029
stand meicirculaire 2024
1,414
1,457
1,459
1,504
1,548
1,593
mutaties deze circulaire algemene mutaties taakmutaties uitkeringsbasis/OZB
0,014 0,000 -0,008
0,005 0,000 -0,005
0,005 0,019 -0,023
0,004 0,021 -0,025
0,002 0,023 -0,028
0,000 0,026 -0,032
overig
0,000
0,000
0,000
0,000
0,000
0,000
uitkeringsfactor stand deze circulaire
1,420
1,457
1,460
1,504
1,545
1,587
De uitkeringsfactoren voor de jaren 2024 tot en met 2029 wijzigen ten opzichte van de meicirculaire 2024. De uitkeringsfactor is met name voor het jaar 2024 gewijzigd. Voor 2024 is er sprake van een stijging van de uitkeringsfactor ten opzichte van de meicirculaire 2024 van 6 punten. De stijging wordt veroorzaakt door de verwerking van de afrekening van de ruimte onder het plafond van het BCF (plus 14 punten) die deels gedempt wordt door veranderingen in de uitkeringsbasis als gevolg van gewijzigde volumina (-8 punten). De maatstaven die hierin een rol spelen zijn onder andere Huishoudens laag inkomen met drempel (-5,4 punten), Inwoners 75+ met drempel (-1,9 punten), Migratieachtergrond (-1,7 punten) en Regionale centrumfunctie (-1 punt). De belastingcapaciteit heeft een positief effect van 2,2 punten. Voor 2026 en verder is te zien dat de uitkeringsfactor opwaarts wordt bijgesteld als gevolg van de taakmutaties besparingsverlies Jeugd (€ 511 miljoen structureel) en indexatie Wmo demografie (€ 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen structureel), hetgeen tegelijkertijd leidt tot een opwaartse bijstelling van de uitkeringsbasis. Deze opwaartse bijstelling van de uitkeringsbasis heeft een negatief effect op de uitkeringsfactor. Als gevolg van deze twee tegengestelde effecten wijzigt de uitkeringsfactor voor 2026 en verder nauwelijks.
Op basis van de MEV 2025 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers in deze circulaire geactualiseerd. Hieronder staat in tabel 2.5.3 een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand meicirculaire 2024 en de stand van deze circulaire. Tabel 2.5.3 Bijstandsontvangers stand meicirculaire 2024 stand septembercirculaire 2024
2024 2025 384.006 386.097 384.006 386.549
2026 2027 394.479 401.984 393.931 400.597
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
2028 2029 411.390 419.753 409.713 418.343
19
Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd: •
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.
•
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt een suppletie-uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (zie paragraaf 2.4.1).
•
Een beperkt aantal gemeenten (Amsterdam, Rotterdam en den Haag) ontvangt een suppletie-uitkering vanwege het ingroeipad als gevolg van de actualisatie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang naar de maatstaf van het nieuwe verdeelmodel (zie paragraaf 2.4.2).
•
Vanaf 2023 geldt voor gemeenten een ingroeipad als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. Dit ingroeipad wordt zoals gebruikelijk verwerkt in een suppletie‐uitkering (zie paragraaf 2.5.2 van de meicirculaire 2022). De bedragen voor 2026 en verder voor de suppletie-uitkering zijn afhankelijk van verdere besluitvorming. In afwachting hiervan is ervoor gekozen om voor 2026 en verder uit te gaan van de stand 2025 en dus de suppletie-uitkering door te trekken.
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
20
3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratieuitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de meicirculaire 2024 over de periode 2024 tot en met 2029. De mutaties hebben betrekking op 2024 en verder en worden onder de tabel toegelicht.
Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2024-2029 (bedragen in duizenden euro's)* 2024 stand meicirculaire 2024
2025
2027
2028
2029
4.889.796 4.619.299 4.533.731 4.448.355 4.372.659 4.307.085
1
Alleenverdienersproblermatiek 2023-2024
22.597
2
Wet betaalbare huur
13.435
3
Faciliteitenbesluit opvangcentra
12.053
4
Toekomstbestendig maken energiebeleid
10.004
5
Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)
2.856
6
Bed, bad en brood
1.600
7
Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP)
1.400
8
Work in Nederland
1.321
9
Nederlands-Soedanese repatrianten
272
10
Aanpak recreatieparken
170
11
100 jaar vriendschap Turkije-Nederland
100
12
Vrouwenopvang
-222
13
Openbare bibliotheken
14
IU Participatie: afschaffen lage-inkomens voordeel
19.789
15
IU Beschermd wonen: Volumegroei WMO Beschermd wonen
14.185
stand deze circulaire
2026
19.256
16.406
9.150
7.352
6.500
-222
-222
-43
-43
-43
59.282
59.282 19.664
19.536
19.410
19.284
14.185
14.185
14.185
14.185
10.004
4.955.382 4.741.593 4.643.046 4.491.183 4.413.563 4.347.011
*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.
Septembercirculaire gemeentefonds 2024
21
Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen over de periode 2024 tot en met 2029.
Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2024-2029 (in duizenden euro's)* Uitkeringsjaar
2024
- IU Participatie - IU Beschermd wonen - IU Voogdij/18+ - Maatschappelijke opvang - Vrouwenopvang - Armoedebestrijding kinderen
2025
2026
2027
2028
2029
2.070.911 1.959.386 1.892.842 1.826.360 1.760.438 1.694.636 1.730.992 1.745.850 1.746.555 1.746.555 1.746.555 1.746.555 385.057 230.829 85.000
- Uitvoeringskosten Omgevingswet 71.535 - Nationaal Actieplan Dakloosheid 55.000 - Vergunningverlening, toezicht en handhaving 46.700 - Voorschoolse voorziening peuters 30.000 - Alleenverdienersproblematiek 2023-2024 22.597 - Jeugd 21.700 - Begeleiding jongeren naar werk 14.895 - Versterking arbeidsmarktregio's 14.593 - Beeldende kunst en vormgeving 13.500 - Wet betaalbare huur 13.435 - Extra capaciteit BOA's 13.000 - Faciliteitenbesluit opvangcentra 12.053 - Wet kwaliteitsborging bouw 10.076 - Toekomstbestendig maken energiebeleid 10.004 - Versterking dienstverlening gemeenten: personen met verward gedrag 10.000 - RES regio's 8.781 - Bodembescherming 8.636 - Veiligheidshuizen 7.699 - Aanpak laaggeletterdheid 7.300 - Dakloze EU burgers 7.000 - Uitstapprogramma prostituees 6.000 - Jeugdhulp aan kinderen in een AZC 5.100 - Regionale doelgroepen specifieke aanpak 4.784 - BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders 4.731 - Knelpunten verdeelproblematiek 4.047 - Versterking omgevingsveiligheidsdiensten 3.825 - Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) 2.856 - Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen 2.500 - Veilig wonen 2.415 - Landelijke beeindigingsregeling veehouderijbedrijven 2.224 - Faciliteitenbesluit opvangcentra 2.165 - Bed, bad en brood 1.600 - Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) 1.400 - Experiment gesloten coffeeshopketen 1.378 - Maatschappelijke begeleiding
1.373 - Work in Nederland 1.321 - LHBTI beleid Regenboogsteden 1.212 - Slavernijverleden 958 - Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) 840 - Social Labs 700 - Veilige steden 675 - Behoud sociale voorzieningen Groningen 629 - Outreachend werken 508 - Nederlands-Soedanese repatrianten 272 - Ex Ante Impact Analyse NPLV 223 - Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit 210 - Aanpak recreatieparken 170 - 100 jaar vriendschap Turkije-Nederland 100 - Verkeersveiligheid 95 - Vrouwenopvang -222 - Openbare bibliotheken
385.057 230.843 85.000
385.057 210.970 85.000
385.057 210.937 85.000
385.057 210.937 85.000
385.057 210.937 85.000
55.000 46.700 30.000
55.000 46.700 30.000
55.000 46.700 30.000