1.24 Afdoening T18-025 Prioritering handhaving.pdf
Tekst van het document
GEMEENTEBLAD
Nr. 27504 3 februari 2020
Officiële uitgave van de gemeente Krimpenerwaard
Vergunningen, Toezicht en Handhavingsbeleidsplan 2019-2023 1. Inleiding Dit vergunningen, toezicht en handhavingsbeleidsplan (VTH beleidsplan) is het kader voor de uitvoering van de gemeentelijke taken die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), plaatselijke verordeningen (zoals de Algemene Plaatselijke Verordening, Marktverordening en Afvalstoffenverordening) en diverse bijzondere wetten (zoals de Drank- en Horecawet en de Wet op de kansspelen). Het beleidsplan is de onderlegger voor de jaarlijkse integrale uitvoeringsprogramma’s. Dit beleid vervangt het vigerende Handhavingsbeleid 2016-2020. Voor vergunningverlening had de gemeente nog geen beleidsplan. Het nieuwe Besluit Omgevingsrecht (Bor) van juli 2017 verplicht gemeenten echter ook voor vergunningverlening een beleidsplan te hebben. Om integraliteit te borgen is gekozen om één beleidsplan te maken voor zowel vergunningverlening, als toezicht en handhaving. Dit plan is geldig voor de periode 2019 tot 2023. De milieucomponent van de Wabo kent een plan “Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving gemeentelijke milieutaken 2019-2022” van 18 januari 2019 dat is opgesteld door de Omgevingsdienst Midden-Holland. Het onderhavige beleidsplan ziet toe op de bouwregelgeving, de ruimtelijke regelgeving en de regelgeving inzake brandveilig gebruik.
Daarnaast ziet het op de genoemde regelgeving rondom openbare orde en veiligheid. 1.1 Doel van het VTH beleidsplan Met dit VTH beleidsplan wordt inzichtelijk gemaakt hoe de gemeentelijke vergunning-, toezichts- en handhavingstaak (VTH) wordt uitgevoerd en welke prioriteiten er gesteld zijn. Op basis van dit integrale VTH beleidsplan wordt jaarlijks (of voor meerdere jaren) een uitvoeringsprogramma gemaakt, zodat de uitvoering van de VTH taken de landelijke en gemeentelijke actualiteiten en taakstellingen volgen. 1.2 Opbouw VTH beleidsplan In voorliggend beleidsplan wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op algemene punten inzake het VTH beleid. Hieruit volgt de risicoanalyse en prioritering. Vervolgens komen de uitvoeringsdoelstellingen, werkwijzen, technieken en instrumenten aan bod. Tot slot wordt beschreven hoe de uitvoering van het VTH beleidsplan is geborgd.
2. Algemeen 2.1 Missie, visie op het gebied van VTH In 2015 is de gemeente ontstaan vanuit een fusie van een vijftal gemeenten. De gemeente Krimpenerwaard heeft een oppervlakte van ruim 160 km² en heeft circa 55.000 inwoners. Het grondgebied van de gemeente bestaat uit een elftal kernen met elk een eigen identiteit en een uniek veenweidegebied. Een veilige, duurzame en leefbare woon- en werkomgeving waarin inwoners en bedrijven kunnen rekenen op professionele en transparante dienstverlening is waar de gemeente voor staat. Voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving betekent dit dat de gemeente een goede balans voorstaat tussen de verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven om gezamenlijk tot oplossingen voor onderlinge geschillen te komen en de verantwoordelijkheid van het college om de bereidheid tot naleving te stimuleren en zo nodig handhavend op te treden ter bescherming van de fysieke leefomgeving. Hierbij wordt ingezet op: veiligheid; • eigen verantwoordelijkheid van de inwoners; • transparante en tijdige communicatie en besluitvorming; • goede samenwerking met elkaar en met de buitenwereld. • Aangezien de gemeente Krimpenerwaard een fusiegemeente betreft is het uniformeren van werkprocessen en beleid van de voormalige gemeenten een proces dat continu aandacht vraagt en dat de komende periode afgerond dient te worden.
2.2 Wettelijk kader Bij de uitvoering van onze VTH-taken vormen de volgende wetten, verordeningen en (beleids)documenten onze belangrijkste (beleids)kaders: Wetten:
1
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
• • • • • • • •
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), Besluit omgevingsrecht (Bor), en Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor); Wet ruimtelijke ordening (Wro); Drank en Horeca Wet (DHW); Woningwet; Besluit brandveiligheidgebruik; Havenbeveiligingswet; Wet op de kansspelen; Bouwbesluit 2012.
Beleidsdocumenten/verordeningen: Nota ruimtelijke kwaliteit 2017; • Gemeentelijke Bouwverordening 2016; • Algemene plaatselijke verordening (APV); • Marktverordening 2016; • Afvalstoffenverordening 2019; • Beleidsregel buitenplanse afwijkingsbevoegdheid 2015 (Regeling kruimelgevallen). • 2.3 Relevante ontwikkelingen De komende periode zijn er aantal (organisatorische, juridische- en maatschappelijke) ontwikkelingen die van invloed zijn op het samenstellen van het VTH beleid. In de jaarlijks te verschijnen uitvoeringsprogramma’s wordt ingegaan op wat deze ontwikkelingen voor dat jaar betekenen en welke activiteiten daaruit volgen. 2.3.1 Wet VTH In de Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (Wet VTH) is de vernieuwing van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving vastgelegd. Deze wet legt de basis voor de omgevingsdiensten en het basistakenpakket omgevingsrecht dat zij uitvoeren. De wet VTH is de verankering van de afspraken tussen de rijksoverheid, de provincies en gemeenten om vergunningverlening, toezicht en handhaving van het omgevingsrecht te verbeteren en te borgen. Gemeenten dienen een kwaliteitsverordening op te stellen, waarin de gewenste kwaliteit van de vergunningverlening en handhaving van hun Wabo taken worden opgenomen. De gemeente Krimpenerwaard heeft al een dergelijke verordening.
De wet VTH is in april 2016 gepubliceerd en per 1 juli 2017 van kracht geworden. Het betreft geen volledig nieuwe wet, maar een wijziging van de Wabo. Daarom is ook het Bor per 1 juli 2017 aangepast. In het nieuwe Bor zijn verschillende proceseisen die reeds verplicht waren voor handhaving, ook verplicht gesteld voor vergunningverlening. Het gaat dan bijvoorbeeld om het opstellen van een beleidsplan en uitvoeringsplan. Met voorliggend beleidsplan geeft de gemeente uitvoering aan deze verplichting. 2.3.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) strekt tot verbetering van de bouwkwaliteit door versterking van de privaatrechtelijke positie van de bouwconsumenten en door de introductie van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor bouwwerken. Binnen het nieuwe stelsel is de aanvrager van de omgevingsvergunning primair verantwoordelijk om aan te tonen dat het bouwwerk voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit. Om dit doel te kunnen behalen, zal voor ieder vergunningplichtig bouwwerk een onafhankelijke kwaliteitsborger ingeschakeld moeten worden, die door toepassing van een toegelaten instrument voor kwaliteitsborging zal moeten verklaren dat het bouwwerk daadwerkelijk voldoet aan het Bouwbesluit.
Het bevoegd gezag heeft bij de toetsing van de aanvraag geen inhoudelijke rol meer met betrekking tot de bouwtechnische voorschriften en zal niet meer toetsen of het aannemelijk is dat het bouwwerk hieraan voldoet. Het bevoegd gezag toetst nog wel aan welstand, ruimtelijke ordening en omgevingsveiligheid en blijft hier ook toezicht op houden. Dit nieuwe stelsel vraagt om een nieuwe werkwijze van de gemeente. Op 14 mei 2019 is het voorstel Wkb behandeld in de Eerste Kamer. Het voorstel is aangenomen. Het nieuwe stelstel treedt stapsgewijs in werking en geldt vanaf 1 januari 2021 eerst voor bouwwerken in de laagste risicoklasse (bijv. eengezinswoningen en eenvoudige bedrijfspanden). Met dit nieuwe stelstel zal komende jaren in de uitvoeringsprogramma’s rekening mee worden gehouden. 2.3.3 Omgevingswet De Omgevingswet behelst een grootschalige transitie van het Omgevingsrecht. In 2021 treedt de Omgevingswet volgens de huidige planning in werking. Door regelgeving op het gebied van omgevingsrecht te bundelen en te vereenvoudigen, ontstaat er meer samenhang in het beleid.
2
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
De wijzigingen in wet- en regelgeving vereisen een nieuwe manier van werken van overheden. Namelijk meer integraal, participatief, digitaal en gebruikmakend van lokaal maatwerk. De gemeente bereidt zich de komende jaren voor op de Omgevingswet. In eerste instantie door het uitvoeren van verschillende pilots. 2.3.4 Terugtredende politie Door de toenemende werkdruk en beperkte aanwezigheid van middelen is al langere tijd zichtbaar dat de politie een terugtrekkende beweging maakt. Dit vraagt in sommige gevallen extra inzet van de gemeente op het gebied van toezicht en handhaving. Met de extra inzet van BOA’s pakt de gemeente deze taak (deels) op. Ook zet de gemeente projecten op die naleving van wet- en regelgeving bevorderen zoals de aanpak tegen heling en de aanpak horeca buitengebied. Uiteraard blijft de gemeente in gesprek met de politie over de optimale verdeling van taken. Tegelijkertijd is het ook zaak om te bezien of zaken niet anders ingevuld kunnen worden. Zo is de gemeente terughoudender bij het ingrijpen bij (het toenemend aantal) burenruzies. De gemeente verwacht hier meer zelfredzaamheid van haar inwoners. Daar waar inzet van de gemeente toch nodig is gaat mediation voor handhavend optreden. Wanneer een burger een conflict of bezwaar wil maken, kan mediation een uitkomst beiden.
Onder begeleiding van een onafhankelijke mediator wordt geprobeerd tot een oplossing te komen. Door met elkaar te praten, komt de geschiedenis, emotie en/of het probleem naar boven en kunnen misverstanden over de inhoud van een zaak opgehelderd worden. Mediation raakt steeds meer ingeburgerd als instrument voor conflictmanagement. Voordelen van mediation zijn dat burgers invloed kunnen uitoefenen op de oplossing van het geschil. Daarnaast zijn de totale kosten voor mediation vaak lager dan de juridische kosten van een gerechtelijke procedure. Ook ga je samen op zoek naar een oplossing, waarbij beide partijen inspraak hebben en vaker tevreden zijn over de oplossing. 2.3.5 Asbestvrije daken Het is nog niet duidelijk of en wanneer nieuwe regelgeving komt voor het verwijderen van asbestdaken. Op dit moment beraadt de minister zich hierop. In juni 2019 heeft de Eerste Kamer namelijk het wetsvoorstel dat asbestdaken verbiedt weggestemd. Met het wetsvoorstel werd beoogd dat eigenaren van gebouwen met asbesthoudende dakbedekking deze moeten verwijderen. Hierbij maakt het niet uit of dit dak in bezit is van een particulier, een bedrijf of de overheid. Ook de toestand van het dak is niet relevant voor het verbod. Het verbod op asbestdaken is een middel om de hoeveelheid asbest in de leefomgeving te verminderen.
Verweerde asbestdaken leveren een bijdrage aan de gestage emissie van asbestvezels in het milieu. Dit komt omdat bijna alle asbestdaken in Nederland matig tot ernstig zijn verweerd. Door het verbod op asbestdaken ligt het in de lijn der verwachting dat het aantal sloopmeldingen met asbest zal toenemen. Verder ligt er bij de gemeente een taak ten aanzien van informatievoorziening. De gemeente heeft taken rondom asbest deels uitbesteed aan de omgevingsdienst (ODMH). De gemeente zal deze ontwikkeling dan ook in samenwerking met de ODMH oppakken.
3. Risicoanalyse en prioriteitenberekening 3.1 Inleiding Omdat er nooit voldoende capaciteit zal zijn om alle taken uitputtend uit te voeren, betekent VTH beleid opstellen ook keuzes maken en prioriteiten stellen. Dit gebeurt aan de hand van een risicoanalyse, waarmee de beschikbare middelen adequaat ingezet kunnen worden. Om de medewerkers zo effectief mogelijk in te zetten, moet bepaald worden welke activiteiten binnen de gemeente prioriteit hebben en welke minder. Gebruikelijk is dat de nadruk ligt op zaken waarbij het risico tot een calamiteit het hoogst is, wanneer er te weinig aandacht aan besteed wordt en waar het naleefgedrag laag is. Deze afweging vindt plaats door de toepassing van een risicomodel. Het model biedt de mogelijkheid om op basis van een risico inschatting en prioritering de inzet te bepalen. Hierbij kan gedacht worden aan de diepgang van toetsing en toezicht, de bezoekfrequentie van toezicht en de prioritering bij handhaving. 3.2 Methodiek Voor alle relevante activiteiten (Wabo, APV en bijzondere wetten) is een risico inschatting gedaan. Dit risico is bepaald middels een vaste methodiek waarbij verschillende beoordelingscriteria (zie bijlage 1) in acht zijn genomen, te weten: gezondheid; • veiligheid; • leefomgeving bij Wabo en leefbaarheid bij APV en bijzondere wetten; • financieel; • bestuur. •
3
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
Deze vijf beoordelingscriteria zijn gescoord van 0 tot 4. Per activiteit is voor elk criterium een inschatting gedaan van het effect van slecht naleefgedrag. Aanvullend is het risico op slecht naleefgedrag beoordeeld. Deze inschatting is gedaan in samenspraak met verschillende medewerkers. Zoals aangegeven is het risico bepalend voor de prioriteit. Dit varieert van zeer lage tot zeer hoge prioriteit. 3.3 Prioriteiten De volledige risico inschattingen en prioriteringen voor Wabo, APV en bijzondere wetten zijn te vinden in bijlage 2. In bijlage 3 worden de verschillende activiteiten uit de risicoanalyse toegelicht. De uitkomsten van de risicoanalyse worden gebruikt om de jaarlijkse prioriteiten vast te stellen in het uitvoeringsprogramma. In onderstaande tabel staat de top 10 van activiteiten die in de gemeente Krimpenerwaard de meeste prioriteit hebben. Top 10 Wabo
APV en bijzondere wetten
1
Industriefuncties
DHW vergunning commercieel
2
Agrarische functies
Overig APV
3
Illegale bouwwerken
Evenement C
4
Monumenten
Exploitatievergunning horeca
5
Slopen met asbest
Wijziging DHW vergunning
6
Ondermijning
Ondermijning
7
Woonfunctie onder Wkb gevolgklasse 2 en 3
Afval
8
Handelen in strijd met bestemmingsplan uitgebreid
Evenement B
9
Onderwijsfunctie
Vuurwerk en carbidschieten
10
Bijeenkomstfunctie kinderopvang
Overlast (stank, geluid, ongedierte)
4. Uitvoeringsdoelstellingen 4.1 Inleiding Op basis van de missie, visie, ontwikkelingen en de risicoanalyse zijn verschillende uitvoeringsdoelstellingen bepaald. Deze doelstellingen worden in dit hoofdstuk beschreven. 4.2 Uitvoeringsdoelstellingen en bijbehorende activiteiten 4.2.1 Risico gestuurd werken Zoals aangegeven in hoofdstuk 3 stelt de gemeente aan de hand van een risico inschatting prioriteiten ten aanzien van VTH. De komende periode wordt meer op basis van deze prioriteiten gewerkt. Voor vergunningverlening heeft dit gevolgen voor de diepgang van toetsing, voor toezicht voor de bezoekfrequentie en diepgang van toezicht en tot slot voor handhaving voor de mate waarin en de snelheid waarmee tot handhaving wordt overgegaan. Meer risico gestuurd gaan werken, doet een organisatie niet van de ene op de andere dag. Het op verantwoorde wijze implementeren van de bestuurlijke keuzes is een proces dat tijd kost en monitoring van de gevolgen vergt. Dit is een proces dat de komende periode zijn beslag krijgt. In 2019 wordt de prioritering geïmplementeerd in de werkprocessen en eerste ervaringen daarmee opgedaan en vanaf 2020 wordt het risico gestuurd werken in uitvoering gebracht. 4.2.2 Communicatie inzetten om naleefgedrag en draagvlak te bevorderen Voor de naleving en handhaving van wet- en regelgeving is extern draagvlak van belang.
Dit begint ermee dat burgers, bedrijven en instellingen binnen de gemeente weten welke visie de gemeente heeft op vergunningverlening, toezicht en handhaving en op het evenwicht in verantwoordelijkheid tussen overheid en burger. Daarom zal via lokale en sociale media bekendheid worden gegeven aan het beleid en de activiteiten die de gemeente onderneemt. Gedacht kan worden aan handhavingsactiviteiten en gericht en actief informeren over vigerende wet- en regelgeving (bijvoorbeeld regelgeving ten aanzien van evenementen in het evenementenseizoen of regelgeving ten aanzien van vuurwerk rondom de jaarwisseling). 4.2.3 Investeren in wat de Omgeving(swet) van ons vraagt Door de komst van de Omgevingswet verwacht de gemeente dat er meer zaken vergunningvrij zullen worden. De zaken waar toch nog een vergunning voor nodig is, worden complexer. Echter de tijd om te komen tot een besluit wordt korter. Het is dus zaak om te investeren in de voorkant van het proces. Dit betekent onderzoeken wat er nodig is om het vooroverleg verder te verbeteren. De praktijk leert dat
4
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
meer vergunningvrij betekent dat er meer toezicht en handhaving nodig is. Deze ontwikkeling volgt de gemeente op de voet. Voor het gehele VTH domein wordt het meer van belang dat toezichthouders beleidsmakers adviseren bij de totstandkoming van beleid. De uitvoering kan namelijk als geen ander inschatten wat de gevolgen zijn van het beleid in de uitvoeringsfase. Zijn regels bijvoorbeeld wel toetsbaar of handhaafbaar? Daarnaast vraagt de Omgevingswet en de omgeving ook een cultuurverandering, door meer integraal te werken, de omgeving meer te betrekken en te denken vanuit oplossingen en niet vanuit wat mag conform vigerende wet- en regelgeving. Zo kan in veel gevallen een telefoontje naar een aanvrager of klager het proces versnellen of onderliggende problemen bloot leggen en oplossen. In onderstaande tabel zijn de beleidsdoelstellingen opgenomen en daarbij zijn activiteiten opgenomen die de komende beleidsperiode worden ondernomen om de beleidsdoelstellingen te bewerkstellingen. In de uitvoeringsprogramma’s worden de activiteiten nader uitgewerkt en wordt bepaald wat we in dat jaar gaan doen. Beleidsdoelstelling
Activiteiten
1
Risico gestuurd werken
Plan maken voor risico gestuurd werken Uitvoering geven aan plan en gevolgen monitoren
2
Communicatie inzetten om naleefgedrag en draagvlak te bevorderen
Periodiek lokale en social media inzetten voor voorlichting en preventie
3
Investeren in wat de Omgevingswet van ons vraagt
Vooroverleg verder verbeteren Investeren in klantcommunicatie
5. Werkwijzen, technieken en instrumenten 5.1 Inleiding Om invulling te geven aan de uitvoeringsdoelstellingen van de gemeente worden onderstaande werkwijzen, technieken en instrumenten gehanteerd. 5.2 Toetsingsprotocol De uitvoering van vergunningstaken staat gezien de hoeveelheid en de diversiteit van de werkzaamheden onder druk. Dit heeft invloed op het toetsingsniveau van alle aanvragen. De wettelijke termijn blijft lopen en initiatiefnemers willen graag zo snel mogelijk aan de gang. De omvang van het huidige takenpakket maakt het daarom nodig om bij het werkproces onderbouwde keuzes te maken. Door keuzes te maken ten aanzien van de basiswerkwijze voor het verlenen van vergunningen, wordt gekomen tot kortere procedures en een (lichte) deregulering. Bijlage 4 legt per omgevingsvergunning de criteria waaraan een aanvraag getoetst moet worden vast. Daarnaast legt het per omgevingsvergunning vast op welk niveau en in welke mate er toezicht wordt gehouden. Uitgangspunt hierbij is dat er meer risico gestuurd gewerkt gaat worden. De komende periode wordt gewerkt aan een plan om hier op een verantwoorde manier invulling aan te geven. De borging van de werkwijzen vindt plaats in de procesbeschrijvingen en het workflow managementsysteem dat de gemeente hanteert.
Bijlage 4 gaat niet in op de werkwijze bij de omgevingsvergunningen met de activiteit bouwen en de werkwijze bij vergunningen in het kader van APV en bijzondere wetten. De ervaring leert dat met name bij de activiteit bouwen mogelijkheden voor risico gestuurd werken zijn. Dit betekent dus dat de huidige werkwijze tegen het licht gehouden dienen te worden. Om deze reden is er voor gekozen om deze niet op te nemen in dit beleidsstuk. In 2019 wordt bepaald hoe het risico gestuurd werken verantwoord zijn beslag kan krijgen in de organisatie. Dit zal resulteren in nieuwe werkprocessen en een nieuw toetsen toezichtprotocol. Wanneer deze zijn vastgesteld zullen deze onderdeel worden van dit beleidsplan. Dit geldt ook voor APV en bijzondere wetten. 5.3 Nalevingsstrategie Een bekend spreekwoord luidt: ‘voorkomen is beter dan genezen’. Helaas ligt de nadruk bij handhaving vooral op het genezen. Bestuursrechtelijk wordt voornamelijk handhavend opgetreden tegen reeds begane overtredingen, terwijl juist het voorkomen van die overtredingen vele malen doelmatiger is voor alle betrokkenen. Voor het verbeteren van de naleving van de regels zijn grofweg de volgende instrumenten beschikbaar: Het bevorderen van naleving (preventiestrategie); •
5
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
• • •
Het uitoefenen van controles en het houden van toezicht (toezicht- en controlestrategie); Het toepassen van sancties (sanctiestrategie); Het gedogen van situaties (gedoogstrategie).
In bijlage 5 wordt uitgebreid ingegaan op bovenstaande 4 punten. Dit is in grote mate conform de landelijke handhavingsstrategie (in afwijking daarvan wordt in gevallen van overtredingen in het ruimtelijk domein in de gemeente Krimpenerwaard (nog) geen gebruik gemaakt van bestraffende bestuursrechtelijke maatregelen. Mogelijkheden hiertoe, mede in relatie tot de Omgevingswet, worden komende jaren onderzocht). Voor de keuze om over te gaan tot handhaving zal de komende periode gebruik gemaakt worden van de prioriteitstelling uit bijlage 2. Gedogen is alleen toegestaan in uitzonderlijk gevallen en wanneer beperkt in tijd en omvang. 5.4 Samenwerking met externe partijen Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is van belang. De zorg voor de kwaliteit en de veiligheid van de leefomgeving verbetert als de samenwerkende partners elkaar versterken. Samenwerking levert kwalitatief betere adviezen, gebaseerd op gedeelde informatie en uitgangspunten. Belangrijke ketenpartners zijn: Samenwerking externe partijen Doel
Hoe
Veiligheidsregio Hollands Midden
De veiligheidsregio adviseert op het Advisering via het gebied van brandveiligheid en Omgevingsloket Online en bereikbaarheid bij bouwplannen volgens gezamenlijke controles. Bij de procesafspraken. Daarnaast adviseert handhaving verloopt contact de VRHM op gebied van externe via de mail. veiligheid bij bestemmingsplannen en evenementen.
Omgevingsdienst Midden Holland
De omgevingsdienst adviseert Advisering via het afhankelijk van het project op het gebied Omgevingsloket Online en brede milieuaspecten zoals bodem en gezamenlijke controles. Bij geluid, natuurwetgeving, archeologie handhaving verloopt contact en Activiteitenbesluit bedrijven. Indien via de mail. wordt afgeweken wordt van het bestemmingsplan kan expertise worden verlangd ter motivering van de milieutechnische aspecten in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De Omgevingsdienst Midden Holland vraagt indien nodig ook advies aan de GGD (o.a. volksgezondheidsaspecten).
en Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Omgevingsdienst Haaglanden Verlenen van de ontheffingen in het kader van de Wet natuurbescherming.
Advisering via het Omgevingsloket Online en gezamenlijke controles. Bij handhaving verloopt contact via de mail.
Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
Deze commissie is belast met het Wekelijkse zitting via beoordelen van het project aan de zaaksysteem. redelijke eisen van welstand en op het gebied van monumenten. De commissie adviseert het college van burgemeester en wethouders.
Rijksdienst cultureel erfgoed (RCE)
Afhankelijk van de impact van het Advies intern via ontwerp adviseert RCE over het behoud beleidsmedewerker van het cultureel erfgoed. monumenten, die wanneer nodig de RCE raadpleegt.
Provincie Zuid-Holland
Bij ruimtelijke afwegingen die vallen onder de uitgebreide procedure dient afstemming gezocht te worden.
Afstemming via e-formulier.
Hoogheemraadschap van Bij ruimtelijke afwegingen die vallen Afhankelijk van de aanvraag Schieland en Krimpenerwaard, onder de uitgebreide procedure en die vindt afstemming plaats via Stichtse Rijnlanden en van invloed zijn op het oppervlaktewater het Omgevingsloket online of Rijnland of de wijze hoe omgegaan wordt met via de mail.
6
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
de afvoer naar het oppervlaktewater dient afstemming gezocht te worden. Rijkswaterstaat
Afstemmen indien een aanvraag in het Afstemming en meldingen bij invloed gebied van rijkwaterstaat ligt. evenementen via de mail en bij omgevingsvergunningen via het Omgevingsloket online.
Politie en openbaar ministerie Afstemmen over strafrechtelijke handhaving. Agrarische beoordelingscommissie
Afstemming via afdeling OOV en bij handhaving verloopt contact via de mail.
Adviseert bij aanvragen voor uitbreiding Advisering via de mail. agrarische bestemming en bij aanvragen voor nieuwbouw agrarische bouwwerken.
6. Borging uitvoering 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de uitvoering van het VTH beleidsplan geborgd wordt. 6.2 Uitvoeringsorganisatie De uitvoering van de vergunningen, toezicht en handhavingswerkzaamheden is bij de gemeente Krimpenerwaard ondergebracht bij de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling (team Toezicht en Handhaving en team Ruimtelijke Ordening) en de afdeling Bestuur- en managementondersteuning (team Openbare orde en handhaving). Hierbij werken wij samen met onze partners. Zie paragraaf 5.4 voor een overzicht van onze partners. In bijlage 2 is voor alle activiteiten die VTH uitvoert een prioritering bepaald. Voor elk van de activiteiten zijn kengetallen voor urenbesteding vastgesteld door de ervaring van de gemeente. Door dit te combineren met een prognose van de verwachte aantallen kan een goed indicatief beeld gegeven worden van de verwachte benodigde formatie, wanneer alle activiteiten volledig worden uitgevoerd. Meer risico gestuurd gaan werken doet de gemeente niet van de ene op de andere dag. Het op verantwoorde wijze implementeren van de bestuurlijke keuzes is een proces dat tijd kost en monitoring van de gevolgen vergt. Dit is een proces dat de komende periode ingezet wordt. Er is capaciteit nodig voor de VTH werkvoorraad.
Dit ziet toe op het proces van vergunningverlening (ontvankelijkheidstoets, inhoudelijke beoordeling, opstellen en versturen beschikking en legesbrief, inclusief een juridische toets van de beschikking in 10% van de gevallen), het proces van toezicht op de vergunningsvoorwaarden tijdens de realisatie van het project (toezichtbezoeken en rapportage, inclusief een hercontrole in 20% van de gevallen en een juridische toets/ consultatie in 10% van de gevallen) en het proces van handhaving (juridische handhaving van overtredingen en de inzet van de BOA’s bij overtredingen). Er is echter ook capaciteit benodigd voor zaken als het behandelen van klachten, vooroverleg, mediation bezwaar en beroep en projecten. Dit zijn activiteiten die minder goed te prognosticeren zijn. In het uitvoeringsprogramma wordt hier meer diepgaand op ingegaan. Tot slot is het belangrijk om te beseffen dat het omgevingsrecht in transitie is. De komst van de Omgevingswet maakt dat de manier waarop VTH taken worden uitgevoerd zullen veranderen. Dit maakt dat het meer risico gestuurd werken niet direct als een vermindering in de benodigde capaciteit gezien kan worden. Er komen namelijk nieuwe uitdagingen op de gemeente af die inzet zullen vergen. Ook hier zal in de uitvoeringsprogramma’s rekening mee gehouden worden. 6.3 Uitvoeringsprogramma’s Dit VTH beleidsplan vormt de basis voor de uitvoeringsprogramma’s.
Aan de hand van de prioriteitstelling uit dit VTH beleidsplan en de actuele behoefte wordt in de uitvoeringsprogramma’s bepaald welke taken (en op welke wijze bijvoorbeeld de diepgang van toetsing en het aantal controles) er op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving worden uitgevoerd. Dat kan per jaar verschillen. De behoefte wordt bepaald door bijvoorbeeld veranderende wetgeving, meldingen/klachten over hetzelfde onderwerp (denk bijvoorbeeld aan fout parkeren in een bepaald gebied) etc. Tevens kan er ook een behoefte ontstaan omdat de raad bijvoorbeeld een nieuwe beleidsplan heeft vastgesteld.
7
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
De uitvoeringsprogramma’s gaan ook in op de vraag of de taken uitgevoerd kunnen worden met de huidige capaciteit of dat er bijvoorbeeld tijdelijk extra ondersteuning nodig is of dat bepaalde taken niet worden uitgevoerd. 6.4 Evaluatie uitvoeringsprogramma’s en monitoring beleidsdoelstellingen De uitvoeringsprogramma’s worden jaarlijks (of voor meerdere jaren) geëvalueerd. Hierbij wordt minimaal beoordeeld of: voorgenomen (operationele) activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd; • de uitvoering van deze activiteiten uit het uitvoeringsprogramma hebben bijgedragen aan de • voortgang van de beleidsdoelstellingen uit het VTH beleidsplan; het VTH beleidsplan naar aanleiding hiervan eventueel aangepast dient te worden. • 6.5 Evaluatie VTH beleidsplan Na het verstrijken van een beleidsperiode wordt het VTH beleidsplan geëvalueerd. Deze evaluatie dient als bron bij het opstellen van een nieuw VTH beleidsplan. Evaluatie kan alleen plaatsvinden, indien de uitvoering van het beleid gemonitord wordt. De jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden geëvalueerd waarbij ook gedurende het jaar gemonitord wordt in hoeverre de geplande uitvoering overeenkomt met de gerealiseerde uitvoering. Vastgesteld door het college op 2 juli 2019
8
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
Bijlage 1: Criteria voor risico inschatting Criteria risico inschatting Wabo Gezondheid
Veiligheid
Leefomgeving
In hoeverre is er een afname van een gezond leefklimaat voor de mens (afwijkingen Bouwbesluit)
In hoeverre is er directe schade aan mensen, dieren en goederen (constructie en omgevingsveiligheid)
In hoeverre wordt Wat zijn de kosten Wat is de impact de leefomgeving voor de (imagoschade) aangetast gemeenschap voor het bestuur (uiterlijk aanzien en ruimtelijke ordening)
0
geen effect
geen effect
geen effect
geen effect
geen effect
1
gevaar voor de gezondheid
pijn of letsel bij een individu
enige verstoring van de leefomgeving
€ 1 tot € 10.000 kosten voor de gemeenschap
nauwelijks bestuurlijke imagoschade / impact
2
groot gevaar voor letsel bij de meerderen of volksgezondheid zwaar letsel bij enkelen
3
veel gevallen van dood bij een aantasting van de € 200.000 tot regionaal ziekten enkeling en zwaar leefomgeving € 1000.000 kosten bestuurlijk letsel bij voor langere duur voor de imagoschade / meerderen gemeenschap impact
4
sterfgevallen
meerdere doden
Financieel
aantasting van de € 10.000 tot leefomgeving € 200.000 kosten voor de gemeenschap
permanente schade aan de leefomgeving
Bestuur
lokaal bestuurlijk imagoschade / impact
> € 1.000.000 kosten voor de gemeenschap
landelijk bestuurlijk imagoschade / impact
Financieel
Bestuur
Criteria risico inschatting APV en Drank- en Horecawet
9
Gezondheid
Veiligheid
Leefbaarheid
In hoeverre is er een afname van een gezond leefklimaat voor de mens
In hoeverre is er directe schade aan mensen, dieren en goederen
In hoeverre Wat zijn de kosten Wat is de impact leidden de voor de (imagoschade) gevolgen tot gemeenschap voor het bestuur afbreuk van het sociale leefmilieu (verloedering, gevoel van veiligheid, etc.)
0
geen effect
geen effect
geen effect
1
gevaar voor de gezondheid
pijn of letsel bij een individu
toename € 1 tot € 10.000 onveiligheidsgevoel kosten voor de gemeenschap
nauwelijks bestuurlijke imagoschade/impact
2
groot gevaar voor letsel bij de meerderen of volksgezondheid zwaar letsel bij enkelen
redelijke toename € 10.000 tot van het € 200.000 kosten onveiligheidsgevoel voor de gemeenschap
lokaal bestuurlijk imagoschade/impact
3
veel gevallen van dood bij een grote toename € 200.000 tot regionaal ziekten enkeling en zwaar van het € 1000.000 kosten bestuurlijk letsel bij onveiligheidsgevoel voor de imagoschade/impact meerderen gemeenschap
4
sterfgevallen
meerdere doden
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
geen effect
Zeer grote > € 1.000.000 toename van het kosten voor de onveiligheidsgevoel gemeenschap
geen effect
landelijk bestuurlijk imagoschade/impact
Bijlage 2: Risico inschatting Risico inschatting Wabo 15 februari 2018
10
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
11
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
Risico inschatting APV en Drank- en Horecawet 15 februari 2018
12
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
Bijlage 3: Uitleg categorieën Hieronder volgt per categorie waar nodig een uitleg. Categorie
Uitleg
Woonfunctie onder Wkb Bouwwerken bij een woning die vanwege hun ligging niet Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken vergunningsvrij zijn, zoals een dakkapel aan de voorzijde van een woning Woonfunctie onder Wkb gevolgklasse 1
Eenvoudige bouwwerken waar gewoond wordt zoals een grondgebonden woning
Woonfunctie onder Wkb gevolgklasse 2 en 3
Complexe bouwwerken waar gewoond wordt zoals een appartementencomplex
Bijeenkomstfunctie kinderopvang
Bouwwerken die bedoeld zijn voor kinderopvang
Bijeenkomstfunctie horeca
Bouwwerken die bedoeld zijn voor horeca
Bijeenkomstfunctie overig
Alle bouwwerken waar groepen mensen samenkomen anders dan horeca of kinderopvang
Handelen in strijd met bestemmingsplan regulier
Een afwijking van het bestemmingsplan waar beleid voor is
Handelen in strijd met bestemmingsplan uitgebreid
Een afwijking van het bestemmingsplan waar geen beleid voor is
Gezondheidszorgfunctie (met bedgebied)
Een bouwwerk bedoeld voor gezondheidszorg waar geslapen wordt
Gezondheidszorgfunctie (overig)
Een bouwwerk bedoeld voor gezondheidszorg waar niet geslapen wordt
Industriefuncties Agrarische functies Kantoorfunctie Logiesfunctie Onderwijsfunctie Winkelfunctie Bouwwerk geen gebouw zijnde
Tunnels, viaducten, bruggen, kunst, etc. in de buitenruimte
Aanlegactiviteiten
Grondwerkzaamheden die het aanzicht van het land veranderen
Uit- inrit Slopen Slopen met asbest Kappen Monumenten Evenementen
Bouwwerken op een evenement zoals een tribune of een tent
Illegale bouwwerken
Vergunning plichtige bouwwerken die zonder vergunning zijn gebouwd
Open erven en terreinen DHW vergunning (inrichtingseisen) Ondermijning
Activiteiten om ondermijnende criminaliteit tegen te gaan
Havenveiligheid
Inrichtingseisen haven
DHW vergunning commercieel
Toestemming voor het schenken en verkopen van alcohol met een commercieel doeleinde in bijvoorbeeld een kroeg
DHW vergunning para-commercieel Toestemming voor het schenken en verkopen van alcohol met (inclusief artikel 2:34b APV) zonder commercieel doeleinde in bijvoorbeeld een sportkantine
13
Slijterij
Toestemming voor de verkoop van alcohol in een winkel
Ontheffing sluitingstijden
Eénmalige toestemming om langer open te blijven voor winkels en horeca
Ontheffing artikel 35 DHW
Eénmalige tapvergunning
Exploitatievergunning horeca
Toestemming om een horecabedrijf de exploiteren
Wijziging DHW vergunning
Toevoegen of wijzigen van naam op de vergunning
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
Kansspelen Evenement A
Kleine evenementen (zie evenementenbeleid)
Evenement B
Middelgrote evenementen (zie evenementenbeleid)
Evenement C
Grote evenementen (zie evenementenbeleid)
Meldingsplichtige evenementen
Evenementen waarvoor geen vergunning nodig is (zie evenementenbeleid)
Incidentele festiviteiten
Instellingen hebben de mogelijkheid om per jaar maximaal 12 incidentele festiviteiten te organiseren
Seksbedrijf Standplaatsen overig
Een standplaats anders dan een marktstandplaats
Voorwerpen op of aan de weg
Containers, driehoekborden, reclame, terrassen, uitstallingen, steigers, etc.
Gebruik weg of weggedeelte anders Foutparkeren of fietsen in een voetgangersgebied dan overeenkomstig publieke functie Vuurwerk en carbidschieten Overig APV
o.a. verontreiniging door honden en/of paarden, overlast distels, collecteren etc.
Parkeren van kampeermiddelen e.d. langer dan 3 dagen op de weg Overige parkeerovertredingen
Voertuigwrakken, parkeren van grote/uitzichtbelemmerende voertuigen,
Overlast (stank, geluid, ongedierte) Afval Overtredingen dieren (honden, paarden e.d.) Havenveiligheid
Inrichtingseisen haven
Jeugd (hangplekken, vandalisme, alcohol) Basisregistratie Personen (BRP) Ondermijning
Activiteiten om ondermijnende criminaliteit tegen te gaan
Marktstandplaats
14
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
Bijlage 4: Toetsprotocol en werkwijzen vergunningverlening en meldingen Het verlenen van vergunningen en het afhandelen van meldingen dient plaats te vinden op basis van een strategie gebaseerd op objectieve criteria. In deze bijlage worden ten aanzien van de diverse omgevingsvergunningen en omgevingsmeldingen de basiswerkwijzen uiteengezet. Basiswerkwijze omgevingsvergunningen Uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden (artikel 2.1, onder b Wabo) Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden (de voormalige aanlegvergunning) wordt getoetst aan het ter plaatse geldende bestemmingsplan. In dit plan zijn ook regels opgenomen over de toelaatbaarheid van het werk of de werkzaamheden, waarbij veelal advies van een ter zake deskundige noodzakelijk is. In geval van: cultuurhistorische waarden wordt advies gevraagd bij de Omgevingsdienst Midden-Holland en/of • bij de beleidsmedewerker Monumenten; landschappelijke of natuurlijke waarden wordt advies gevraagd bij de landschapsdeskundige van • de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling; natuurwetgeving wordt advies gevraagd bij de Omgevingsdienst Midden-Holland; • waterstaatkundige belangen wordt advies gevraagd bij het betreffende hoogheemraadschap.
• Indien uit de advisering blijkt dat het werk of de werkzaamheden niet toelaatbaar zijn kan er geen medewerking worden verleend aan het plan, tenzij deze middels een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik alsnog vergund kunnen worden (zie hierna). Planologisch strijdig gebruiken (artikel 2.1, onder c Wabo) Een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik kan voor een afzonderlijke gebruiksactiviteit worden aangevraagd, maar ook in combinatie met bijvoorbeeld een aanvraag om het bouwen van een bouwwerk of het uitvoeren van een werk of werkzaamheden. Voor wat betreft de basiswerkwijze bij de toetsing van dit onderdeel maakt het geen verschil. Wanneer een dergelijke omgevingsvergunning wordt aangevraagd, worden eerst de in het bestemmingsplan opgenomen (binnenplanse) afwijkingsmogelijkheden onderzocht. In het bestemmingsplan zijn vaak voorwaarden opgenomen waarbinnen medewerking kan worden verleend aan een afwijking van de bouw- of gebruiksregels. Indien er ten aanzien van de strijdige activiteit geen binnenplanse afwijkingsbevoegdheid mogelijk is, wordt aan de hand van het kruimelgevallenbeleid beoordeeld of een buitenplanse afwijking een optie biedt. Dit kruimelgevallenbeleid vormt een inkadering van de wettelijke mogelijkheden genoemd in artikel 4 van Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.
Indien niet aan de in dit beleid opgenomen eisen wordt voldaan, moet in principe de vergunning worden geweigerd. Bij de weigering kan worden volstaan met een motivering en verwijzing naar het kruimelgevallenbeleid. In gevallen waarin een binnenplanse afwijking of het kruimelgevallenbeleid niet voorziet, wordt in eerste instantie in overleg met de RO-accounthouder bepaald of toch medewerking kan worden verleend. Hetzij met een buitenplanse afwijking met het toepassen van de hardheidsclausule, hetzij met een projectafwijkingsbesluit. Dit wordt via een principeverzoek (met of zonder ontwerp) beoordeelt door het college. Brandveilig gebruik (artikel 2.1, onder d Wabo) Een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik van een bouwwerk wordt geweigerd indien de brandveiligheid met het oog op het voorziene gebruik na toetsing op het Bouwbesluit niet voldoende verzekerd is. Hieromtrent wordt de Veiligheidsregio Hollands Midden om advies gevraagd. Dit advies (weigeren, verlenen of verlenen onder voorwaarden) wordt verwerkt in een besluit. Oprichten of wijzigen inrichting (artikel 2.1, onder e Wabo) De Omgevingsdienst Midden-Holland behandelt, namens de gemeente Krimpenerwaard, de aanvragen om een omgevingsvergunning voor het oprichten of wijzigen van een inrichting. De basiswerkwijze die zij hanteren is vastgelegd in hun VTH beleid.
Wijzigen rijks- of gemeentelijk monument (artikel 2.1, onder f en artikel 2.2, onder b Wabo) Een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een monument kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. In dit verband wordt in eerste instantie een beleidsmedewerker Monumenten van de afdeling RO om advies gevraagd. Vervolgens wordt de aanvraag voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
15
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
Slopen op grond van het bestemmingsplan of slopen in een beschermd stads- of dorpsgezicht (artikel 2.1, onder g en h en artikel 2.2, onder c Wabo) In het bestemmingsplan kan een sloopvergunningstelsel worden opgenomen, vergelijkbaar met het vergunningstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden. In dit plan zijn dan ook regels opgenomen omtrent de toelaatbaarheid van de sloopwerkzaamheden. In alle voorkomende gevallen wordt advies van een beleidsmedewerker Monumenten van de afdeling RO gevraagd en indien nodig ook van de stedenbouwkundige en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Aanleggen van een weg (artikel 2.2, onder d Wabo en artikel 2:11 APV) Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een weg wordt getoetst aan de weigeringsgronden uit de APV. Indien naar het oordeel van een verkeersmedewerker van de afdeling RO geen van de weigeringsgronden zich voordoet, wordt de omgevingsvergunning verleend. Maken van een uitweg (artikel 2.2, onder e Wabo en artikel 2:12 APV) Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg wordt getoetst aan de weigeringsgronden uit de APV en het onderliggende inrittenbeleid.
Indien naar het oordeel van een verkeersmedewerker van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en civiel medewerker van de afdeling Openbare Werken geen van de weigeringsgronden zich voordoet, wordt de omgevingsvergunning verleend. Hebben van een alarminstallatie (artikel 2.2, onder f Wabo) Ten aanzien van dit onderwerp is in het kader van deregulering geen regeling opgenomen in een plaatselijke verordening. Voor het hebben van een alarminstallatie is derhalve geen omgevingsvergunning benodigd. 1
Vellen van houtopstand (artikel 2.2, onder g Wabo en artikel 4:10 APV ) Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kappen van een boom wordt getoetst aan de weigeringsgronden uit de APV en de onderliggende Bomenverordening. Indien naar het oordeel van een boomdeskundige van de afdeling Openbare Ruimte en mogelijk ook een landschapsdeskundige van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling geen van de weigeringsgronden zich voordoet, wordt de omgevingsvergunning verleend. Maken van handelsreclame of het toestaan daarvan (artikel 2.2, onder h en artikel 2.2, onder i Wabo) Ten aanzien van dit onderwerp is tot op heden geen regeling opgenomen in de APV. Voor het maken van handelsreclame of het toestaan daarvan is derhalve geen omgevingsvergunning benodigd. Opslaan van roerende zaken of het toestaan daarvan (artikel 2.2, onder j en artikel 2.2, onder k Wabo) Ten aanzien van dit onderwerp is tot op heden geen regeling opgenomen in een plaatselijke verordening. Voor het opslaan van roerende zaken of het toestaan daarvan is derhalve geen omgevingsvergunning benodigd, tenzij dit gebruik in strijd is met het bestemmingsplan. In dat geval is een vergunning benodigd voor het planologisch strijdig gebruik.
Basiswerkwijze omgevingsmeldingen Brandveilig gebruik (artikel 1.18 Bouwbesluit 2012) Indien een gebruiksmelding wordt ingediend, wordt deze ter advisering voorgelegd aan de Veiligheidsregio Hollands Midden. Veiligheidsregio Hollands Midden werkt met toetsingsprotocollen en sjablonen. In de adviesbrief aan de gemeente wordt aangegeven waaraan het betreffende bouwplan is getoetst. Daarnaast hanteert de veiligheidsregio toetsingsrapporten waarbij artikelsgewijs de artikelen over brandveiligheid worden getoetst. Indien de melding als ontvankelijk wordt beoordeeld, ontvangt de melder de acceptatie van de gebruiksmelding. Op advies van de veiligheidsregio kunnen aan deze acceptatie nadere voorwaarden worden gehangen. Slopen zonder asbest (artikel 1.26 Bouwbesluit 2012) 3
Indien een sloopmelding wordt gedaan waarbij geen sprake is van asbestverwijdering maar wel 30 m sloopafval vrijkomt, wordt er gecontroleerd of de melding voldoet aan de indieningsvereisten. Als blijkt dat dit niet het geval is, wordt aan de melder een brief toegezonden dat de melding niet is geaccepteerd en niet tot sloop mag worden overgegaan. De toezichthouder wordt hierop geattendeerd. Indien de melding voldoet aan de wettelijk gestelde eisen, ontvangt de melder een acceptatie waarin wordt verwezen naar de algemene voorwaarden uit het Bouwbesluit 2012.
1) Juncto artikel 1:2 en bijlage F, artikel 1:8, artikel 1:18, artikel 1:30 en artikel 1:33 van de Bomenverordening
16
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
Slopen met asbest (artikel 1.26 Bouwbesluit 2012) Indien een sloopmelding wordt gedaan waarbij sprake is van asbestverwijdering, wordt naast de algemene ontvankelijkheidstoets gecontroleerd of het asbestinventarisatierapport is opgesteld door een gecertificeerd bedrijf. Als blijkt dat er niet voldaan is aan de indieningsvereisten, wordt aan de melder een brief toegezonden dat de melding niet is geaccepteerd en er niet tot sloop mag worden overgegaan. De toezichthouder wordt hierop geattendeerd. Indien de melding voldoet aan de wettelijk gestelde eisen, ontvangt de melder een acceptatie waaraan nadere voorwaarden kunnen worden gehangen. Basiswerkwijze meervoudige vergunningen In de voorgaande paragrafen is uitgegaan van aanvragen om enkelvoudige omgevingsvergunningen. Het kan voorkomen dat bijvoorbeeld zowel het bouwen van een bouwwerk, als het vellen van houtopstand en het maken van een uitweg tegelijkertijd worden aangevraagd. Ten aanzien van dergelijke aanvragen wordt de volgende basiswerkwijze gehanteerd: Indien zich weigeringsgronden voordoen en door de aanvrager niet is aangegeven dat blokkerende • onderdelen mogen worden weggelaten, dient de gehele vergunning te worden geweigerd. Indien zich weigeringsgronden voordoen en door de aanvrager is aangegeven dat blokkerende • onderdelen mogen worden weggelaten, wordt één besluit op de aanvraag genomen.
Dit betekent dat in het besluit dus één of meerdere activiteiten kunnen worden geweigerd. Indien er een besluit is genomen op de aangevraagde vergunningen, wordt dit doorgegeven aan • de toezichthouders en aan betrokken adviseurs (intern en extern).
17
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
Bijlage 5: Nalevingsstrategie Een bekend spreekwoord luidt: ‘voorkomen is beter dan genezen’. Helaas ligt de nadruk bij handhaving vooral op het genezen. Bestuursrechtelijk wordt voornamelijk handhavend opgetreden tegen reeds begane overtredingen, terwijl juist het voorkomen van die overtredingen vele malen doelmatiger is voor alle betrokkenen. Voor het verbeteren van de naleving van de regels zijn grofweg de volgende instrumenten beschikbaar: Het bevorderen van spontane naleving (preventiestrategie); • Het uitoefenen van controles en het houden van toezicht (toezicht- en controlestrategie); • Het toepassen van sancties (sanctiestrategie); • Het gedogen van situaties (gedoogstrategie). • Preventiestrategie Het bevorderen van de spontane naleving richt zich op het vergroten van de bewustwording bij burgers en bedrijven. Het doel is om de betrokkenheid en het draagvlak voor spontane naleving van wet- en regelgeving te vergroten. Het gevolg daarvan is dat er minder correctie van gemeentewege hoeft plaats te vinden, omdat er minder overtredingen worden gepleegd. Vanuit de gedachte dat burgers en bedrijven zelf primair verantwoordelijk zijn voor het naleven van wet- en regelgeving en dat de gemeente onmogelijk op alle wet- en regelgeving kan toezien, speelt de preventiestrategie een belangrijke rol.
De gemeente Krimpenerwaard baseert haar preventiestrategie op de volgende pijlers: Communicatie en voorlichting Qua landelijke regelgeving is het een roerige tijd: wijzigingen in het Bouwbesluit, een toekomstig verbod op asbestdaken, de eerdergenoemde Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en opnieuw een stelselherziening van het omgevingsrecht. Ook op gemeentelijk niveau worden verordeningen en beleidsstukken geharmoniseerd. Over dergelijke veranderingen wordt goed, veel en consequent gecommuniceerd, ter voorkoming van ongewenste situaties. De ervaring leert dat op deze wijze een aanzienlijk deel van de potentiële overtreders zich alsnog en blijvend houdt aan geldende regelgeving. De website van de gemeente Krimpenerwaard, maar ook de sociale media, worden hiervoor gebruikt. Conform doelstelling uit hoofdstuk 4 wordt hier de komende tijd verder op ingezet. Goede bereikbaarheid en klantgerichtheid Op vragen, verzoeken, meldingen en klachten van burgers en bedrijven wordt snel en adequaat gereageerd. De professionaliteit van de medewerkers is belangrijk, maar ook de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de juiste informatie. Een anonieme melding wordt niet opgepakt, tenzij de medewerkers beoordelen dat het in verband met veiligheid of gezondheid wel noodzakelijk is dat het opgepakt wordt. Eigen verantwoordelijkheid Burgers en bedrijven worden gezien als partners.
Overleg, voorlichting en andere positieve stimuleringsmaatregelen, zoals campagnes en brieven worden ingezet om gewenst gedrag te belonen. De gemeente is terughoudender bij het ingrijpen bij (het toenemend aantal) burenruzies. Zeker in het licht van de komende Wet kwaliteitsborging voor het bouwen komt meer en meer de nadruk te liggen op de verantwoordelijkheid van de bouwer. Beleidsontwikkeling De gemeente streeft naar heldere en handhaafbare regels, omdat dit wordt gezien als kritische succesfactor voor een adequate naleving. Multi-interpretabele regels vergroten de kans dat deze overtreden worden, aangezien burgers en bedrijven er een andere lezing op na kunnen houden dan de gemeente. Kwalitatief goede controles Een hoge mate van professionaliteit wordt van de toezichthouder verwacht, zodat de controlemomenten kwalitatief in orde zijn. De kwaliteit van deze controles wordt verbeterd door de ontwikkeling van de deskundigheid en de vaardigheden van de toezichthouders. Calculerend en repeterend gedrag streng aanpakken Een calculerende burger is prima op de hoogte van de regelgeving, maar overtreedt deze bewust. In de veronderstelling dat de pakkans toch klein is, gokt hij er op dat zijn overtreding niet gesanctioneerd wordt. Repeterend gedrag uit zich in het telkens opnieuw (bewust) overtreden van de regels.
In de sanctiestrategie wordt daarom rekening gehouden met calculerend en repeterend gedrag. Indien hiervan sprake is, zal strenger gehandhaafd worden. Toezicht strategie Wanneer regels niet spontaan worden nageleefd, is handhaving nodig. Voordat hiertoe over gegaan kan worden, zal echter eerst door een toezichthouder onderzocht moeten worden welke overtreding precies begaan is of wordt. Het houden van toezicht en het uitoefenen van controles vormt daarmee
18
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
een belangrijk fundament voor en tijdens latere acties. De wijze waarop het houden van toezicht en het uitvoeren van een controle plaats vindt dient dan ook zorgvuldig te gebeuren. Op voorhand wil de gemeente vastleggen hoe controles worden voorbereid en uitgevoerd, hoe vaak gecontroleerd wordt en hoe hierover gerapporteerd wordt. De gemeente kent verschillende vormen van toezicht. Regulier toezicht Dit gaat primair over het toezicht op de verleende omgevingsvergunningen, tijdens de bouwfase/de uitvoeringsfase. Een meer specifieke vorm van regulier bouwtoezicht betreft het objectgerichte toezicht tijdens de gebruiksfase van bedrijven, instellingen, gebouwen en evenementen door de Brandweer Regio Hollands Midden. De Brandweer Hollands Midden doet hiertoe jaarlijks een voorstel, dat onderdeel uitmaakt van het uitvoeringsprogramma. Voor wat betreft de APV en bijzondere wetten wordt onder regulier toezicht verstaan het toezicht dat gehouden wordt op de evenementenvergunning en daaraan verwante toestemmingen (zoals de tijdstippen waartussen een geluidsontheffing geldt of een ontheffing van de Drank- en Horecawet). Objectgericht toezicht vindt plaats tijdens de gebruiksfase van horeca-inrichtingen aan de hand van de Drank- en Horecavergunningen.
Gebiedsgericht toezicht Onder het gebiedsgericht toezicht valt het toezicht (over meerdere jaren) op activiteiten binnen een vooraf gedefinieerd geografisch gebied die plaatsvinden zonder vergunning of activiteiten waarbij algemene regels worden overtreden. Denk bijvoorbeeld aan linten of bedrijventerreinen die projectmatig worden opgepakt of het verkeerd aanbieden van huisvuil, overlast van hondenpoep en hangjongeren. Bij het gebiedstoezicht wordt zo veel als mogelijk aangesloten bij op handen zijnde/ lopende actualisaties van bestemmingsplannen. Los van deze projectmatige aanpak, vormt signaaltoezicht een specifiekere vorm van het gebiedsgerichte toezicht. Tussen de toezichthouders, de BOA’s, de brandweer en de ODMH zijn afspraken gemaakt over het houden van signaaltoezicht. Alle toezichthouders van een bepaalde vakdiscipline hebben hierin de taak om vermeende overtredingen te signaleren en aan de andere vakdisciplines door te geven. Reactief toezicht Buiten het reguliere toezicht en het gebiedsgerichte toezicht, komen er regelmatig klachten en meldingen binnen. Op basis van de prioritering en de handhaving strategie bepaalt de handhavingsjurist hoe het vervolg is. Repressief toezicht Voor wat betreft het repressieve toezicht in het kader van bestuurlijke handhavingstrajecten moet worden gedacht aan de her-controles die gedurende een handhavingsprocedure plaatsvinden.
Controlestrategie Deze paragraaf zet uiteen op welke wijze het houden van toezicht feitelijk vorm krijgt. Hierbij is aandacht voor de frequentie, de voorbereiding, de uitvoering en de rapportering. Frequentie De frequentie van controles verschilt al naar gelang het onderwerp. Per onderwerp is in hoofdstuk 3 een prioriteitstelling bepaald. Deze is bepalend voor de bezoekfrequentie. Voor andere activiteiten in de fysieke leefomgeving (vellen van houtopstand, uitvoeren van een werk enz.) is slechts één controlemoment nodig: na gereedkoming. Intensiever toezicht op deze activiteiten is vanuit het oogpunt van de veiligheid en de volksgezondheid niet nodig. Het toezicht op brandveilig gebruik vindt in principe, op voorstel van het uitvoeringsplan van de Brandweer Hollands Midden, plaats. Ten aanzien van de BOA-taken op het vlak van evenementen vindt ten minste een opstellingscontrole plaats, maar ook tijdens de evenementen wordt toezicht gehouden. De frequentie verschilt uiteraard afhankelijk van de aard en de grootte van het evenement, maar ook het schenken van alcohol of de aanwezigheid van bouwwerken kan de frequentie vergroten. Voorbereiding Bouwfase Voorafgaand aan het uitvoeren van een controle tijdens de bouwfase neemt de toezichthouder de vergunning met daarbij horende bouwtekeningen door.
Hierbij controleert de toezichthouder of aan alle voorwaarden uit de vergunning voldaan is, of er nog aanvullende gegevens aangeleverd moeten worden en of de ingediende aanvullende gegevens juist zijn.
19
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
Gebruiksfase Indien het een controle naar aanleiding van een melding betreft, bekijkt de toezichthouder vooraf luchtfoto’s om te kunnen bepalen op welk perceel de melding betrekking heeft en raadpleegt hij het vergunningenarchief op eventueel verleende vergunningen. Indien het een her-controle betreft, neemt de toezichthouder de verstuurde handhavingsbrieven nog eens door om na te gaan welke zaken gecontroleerd moeten worden. Bij eventuele vragen over de uit te voeren her-controle raadpleegt hij een van de juridische handhavers. Indien dit mogelijk is, wordt (doorgaans) telefonisch een afspraak gemaakt met de eigenaar c.q. overtreder. Uitvoering Bouwfase Tijdens de bouwfase wordt zowel op vaste momenten, als periodiek gecontroleerd. Vaste momenten zijn de controle op de heiwerkzaamheden, het keuren van de wapening van betonconstructies, het controleren van overige constructies, de controle op brandpreventie en de oplevering van het bouwwerk. Bij 95% van vergunningen worden controles gehouden of gebouwd wordt conform de verleende vergunning en de geldende regelgeving. De afweging om te controleren ligt aan de prioritering en het nieuw vast te stellen toetsing- en toezichtprotocol. Gebruiksfase Controles in de gebruiksfase worden door de toezichthouder in nauw overleg met de juridische handhavers uitgevoerd.
In gevallen waarin dit nodig is, gaat een juridisch handhaver mee met de toezichthouder tijdens de controle. Vanwege de juridische consequenties van handhaving worden de bevindingen van de controle door de toezichthouder nauwkeurig vastgelegd in een rapport met foto’s, voorzien van dagtekening en handtekening. Rapportage en vervolg Voor het rapporteren is een standaard constateringsrapport opgesteld dat wordt gegenereerd vanuit het workflowmanagementsysteem. Hierin dient, naast adres- en eigendomsgegevens, te worden weergegeven waar gecontroleerd is, wat geconstateerd is en wat de aanbevelingen zijn van de toezichthouder. Het rapport en de daarin neergelegde bevindingen vormen de basis voor een bestuursrechtelijk, reparatoir, handhavingstraject. Sanctiestrategie Aan de hand van de bevindingen van de toezichthouder, moet het bevoegd gezag bepalen op welke wijze zij intervenieert om de overtreding te (laten) beëindigen. In de Landelijke Handhavingsstrategie is daartoe een interventiematrix ontwikkeld, die richting geeft aan de wijze waarop opgetreden wordt. In deze paragraaf wordt het stappenplan uit de Landelijke Handhavingsstrategie uitgewerkt voor de gemeente Krimpenerwaard.
20
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
Interventiematrix
2
Positionering overtreding De handhavingsjurist bepaalt aan de hand van de volgende aspecten in welk segment van de interventiematrix de overtreding is gepositioneerd: De gevolgen van de overtreding voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of 1. maatschappelijke c.q. bestuurlijke relevantie: Vrijwel nihil; • Beperkt; • Van belang (er is sprake van aanmerkelijk risico dat de bevinding maatschappelijke c.q. • bestuurlijke onrust geeft en/of milieuschade, natuurschade, waterverontreiniging en/of doden/zieken of gewonden tot gevolg heeft), of; Aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar (in geval van maatschappelijke c.q. bestuurlijke • onrust en/of ernstige milieuschade, ernstige natuurschade, ernstige waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden). 2.
3
Het type normadressaat : Goedwillend, proactief en geneigd de regels te volgen; • Onverschillig, reactief; • Opportunistisch en calculerend, of; •
2) Gebruikte afkortingen: BSBm – Bestuurlijke Strafbeschikking milieu, PV – Proces Verbaal, LOB – Last onder bestuursdwang en LOD – Last onder dwangsom 3) Als geen normadressaat kan worden getypeerd, is typering B (onverschillig, reactief) het vertrekpunt.
21
Gemeenteblad 2020 nr. 27504
3 februari 2020
• 3.
Bewust en structureel de regels overtredend en/of crimineel of deel uitmakend van een criminele organisatie.
Verzwarende aspecten: Verkregen financieel voordeel (winst of besparing); • Status verdachte c.q. voorbeeldfunctie; • Ontbreken effect financiële sanctie; • Combinatie met andere relevante delicten (valsheid in geschrifte, corruptie of witwassen); • Medewerking van deskundige derden; • Normbevestiging nodig door middel van het openbaar afleggen van verantwoording • (onderzoek ter terechtzitting of persbericht bij transactie of strafbeschikking), en Waarheidsvinding nodig (in geval bestuursrechtelijke middelen ontoereikend zijn). •
Indien verzwarende aspecten aanwezig zijn, wordt de in de interventiematrix gepositioneerde bevinding één segment naar rechts en vervolgens één segment naar boven verplaatst. Bij verzachtende omstandigheden (waaronder mogelijkheid tot legalisatie) is de verplaatsing één segment naar links en vervolgens één segment naar onder. Als er meer verzachtende of verzwarende aspecten zijn, levert dit toch maar één verplaatsing op. Hierbij geldt echter wel: hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk te handhaven. Overleg met politie en OM Op basis van de voorgaande beoordeling en de plaats van de bevinding in de interventiematrix, bepaalt de handhavingsjurist of overleg met de politie en/of het Openbaar Ministerie noodzakelijk is. Dit overleg ziet met name op de vraag of bestuursrechtelijk, bestuurs- en strafrechtelijk of enkel strafrechtelijk wordt opgetreden. De interventiematrix kan hierbij als richtlijn dienen. Voor de lichte segmenten is bestuursrechtelijk optreden aangewezen. Voor de zware segmenten is strafrechtelijk optreden in ieder geval aangewezen, terwijl in veel gevallen bestuursrechtelijk optreden ook is aangewezen. Ten aanzien van de middensegmenten geldt dat bestuursrechtelijk, bestuursrechtelijk én strafrechtelijk of strafrechtelijk optreden is aangewezen.