1.238 RIB Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2026
Tekst van het document
6.1.5 Geen boete of waarschuwing 1. Er wordt geen boete opgelegd en er wordt geen waarschuwing gegeven als de inlichtingenplicht niet wordt nagekomen als het gaat om wijzigingen in de situatie van een medebewoner van 27 jaar of ouder. Hierbij kan het gaan om een wijziging in de studie (stoppen of starten), verhuizing (in komen wonen of vertrekken) en het bereiken van de leeftijd van 27 jaar.
6.2 Terugvorderen uitkering 6.2.1 Bevoegdheid gemeente PW | IOAW | IOAZ 1. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om een uitkering op te schorten, te herzien, in te trekken, terug te vorderen en te bruteren. 2. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om af te zien van (verdere) terugvordering en een terugvordering/boete kwijt te schelden binnen de kaders van de wetten. 3. Als er bijzondere omstandigheden zijn kan het college besluiten om geheel of gedeeltelijk af te zien van het gebruik van deze bevoegdheden.
6.2.2 Uitzonderingen terugvorderen PW | IOAW | IOAZ Het college vordert geen uitkering terug als voldaan is aan de inlichtingenplicht en als: a. de inwoner werk heeft aanvaard en uitstroomt uit de uitkering en er een terugvorderingsbedrag is ontstaan van maximaal € 700,-. De oorzaak van de terugvordering is dat de werkgever het loon achteraf betaalt of de loonstrook achteraf verstrekt. b. de ten onrechte verstrekte uitkering lager is dan € 150,-; dit zogenaamde kruimelbedrag is het bedrag dat overblijft na verrekening van het openstaande vakantiegeld of een nabetaling van bijstand. c. de uitkering wordt beëindigd door werk, een AOW-uitkering, of samenwoning, en er daardoor recht ontstaat over het gehele kalenderjaar op heffingskortingen. Hiervan is ook sprake als er niet voldaan is aan de inlichtingenplicht.
6.2.3 Bruteren PW | IOAW | IOAZ 1. Als de inwoner het niet te verwijten is dat de terugvordering niet binnen een kalenderjaar is afgelost en niet door het schenden van de inlichtingenplicht is ontstaan, wordt afgezien van het bruteren van de vordering. 2. Als de vordering (na het verlopen van de betalingstermijn van 6 weken) in het volgende kalenderjaar niet volledig is afgelost, wordt het restbedrag alsnog gebruteerd.
21
6.2.4 Kwijtschelden van terugvordering PW | IOAW | IOAZ 1. In de wet is bepaald wanneer het college kan stoppen met terugvorderen bij vorderingen die zijn ontstaan door het schenden van de inlichtingenplicht (artikel 58, lid 7 PW, artikel 25 lid 2 en 3, IOAW/IOAZ). Deze voorwaarden gelden ook voor vorderingen die niet zijn ontstaan door het schenden van de inlichtingenplicht. In dit geval wordt geen termijn van 10 jaar, maar van 5 jaar, aangehouden. 2. De inwoner kan een verzoek indienen om af te zien van (verdere) terugvordering.
6.2.5 Schuldregeling PW | IOAW | IOAZ 1. Het college kan besluiten om te stoppen met het invorderen als: a. de inwoner zijn schulden niet kan betalen; en b. als er anders geen schuldregeling tot stand komt; en c. het college bij de schuldregeling het deel krijgt waar zij wettelijk recht op heeft. 2. Een besluit om te stoppen met invorderen bij een schuldenregeling wordt ingetrokken of gewijzigd als: a. de schuldregeling niet tot stand komt binnen 12 maanden nadat het besluit om te stoppen met invorderen is genomen; b. de inwoner de vordering aan het college niet volgens de schuldregeling betaalt; c. de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft doorgegeven en de juiste gegevens tot een ander besluit zouden leiden.
6.2.6 Kwijtschelden bij een lening PW | IOAW | IOAZ 1. Bijstand verstrekt als geldlening wordt niet kwijtgescholden. Behalve bij bijzondere bijstand verstrekt als geldlening op grond van artikel 35 PW. 2. Om in aanmerking te komen voor de kwijtschelding uit lid 1 moet er voldaan worden aan de volgende voorwaarden: a. De inwoner komt 36 maanden binnen een periode van 42 maanden de aflossingsafspraken volledig na. Dit geldt per verstrekte geldlening; b. Indien de inwoner eerst een andere betaalverplichting heeft op grond van artikel 6.2.9 lid 1 van deze beleidsregels, gaan de 42 maanden in op het moment dat die andere betaalverplichting is voldaan.
6.2.7 Stoppen met terugvorderen niet mogelijk PW | IOAW | IOAZ Het college ziet niet af van (verdere) terugvordering als de openstaande bedragen door pand of hypotheek op een goed of op goederen zijn gedekt, voor zover zij op die goederen verhaald kunnen worden.
6.2.8 Terugbetalen PW | IOAW | IOAZ 1. Vorderingen worden voor zover mogelijk in één keer terugbetaald. 2. Als het mogelijk is worden openstaande vorderingen via de uitkering verrekend. Het aflossingsbedrag is 5% van de bijstandsnorm. 3. Op verzoek van de inwoner kan een betalingsafspraak worden gemaakt als terugbetaling binnen een gestelde termijn door de financiële situatie van de inwoner niet mogelijk is. 4. Het verzoek om een betalingsafspraak wordt afgewezen als de inwoner een vermogen heeft dat hoger is dan de vermogensgrenzen uit artikel 34 PW. 5. Het uitgangspunt bij een betalingsafspraak is dat de gehele terugbetaling plaatsvindt binnen drie jaar. 6. Als de inwoner met een inkomen hoger dan de bijstandsnorm kan aantonen dat terugbetaling binnen drie jaar onmogelijk is, dan wordt de betalingsafspraak afgestemd op de persoonlijke situatie. Uitgangspunt hierbij is een aflossing van 35% van het inkomen boven de
22
bijstandsnorm. Dit komt bovenop de verplichte minimale aflossing van 5% van de bijstandsnorm. Er wordt altijd rekening gehouden met de beslag vrije voet. 7. Als de inwoner werk vindt loopt de betalingsafspraak door tot een jaar na het eindigen van de uitkering. Na deze periode wordt de betalingsafspraak opnieuw bekeken. 8. Bij een aanmaning worden incassokosten in rekening brengen bij de inwoner. 9. Bij overdracht van een vordering aan de deurwaarder, worden er incassokosten, executiekosten en wettelijke rente in rekening gebracht voor de inwoner.
6.2.9 Volgorde van terugbetalen PW | IOAW | IOAZ 1. Het college hanteert de volgende volgorde bij het aflossen op verschillende vorderingen: boete, vordering als gevolg van schending inlichtingenplicht, overige vorderingen en geldlening. 2. Als het om dezelfde soort vorderingen gaat lost de inwoner eerst af op de oudste vordering. 3. De inwoner lost niet eerst af op de boete als: a. een derde schuldeiser beslag legt. Dan wordt eerst de openstaande vordering door het teveel betalen van een uitkering teruggevraagd; b. het bruteren van een openstaande vordering voorkomen kan worden door de inwoner eerst die betreffende openstaande vordering terug te laten betalen; c. de inwoner al aflost op een vordering en deze vordering bijna is afbetaald.
7. Van oud naar nieuw In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke beleidsregels vervangen worden door deze beleidsregels en wanneer deze beleidsregels ingaan. Hier is ook opgenomen dat het college met regelmaat beoordeelt of de beleidsregels nog goed werken, wat de officiële naam is van deze beleidsregels en dat het college van deze beleidsregels kan afwijken als dit echt nodig is.
7.1 Onderzoek naar de werking van de beleidsregels Gemeentewet 1. Het college heeft de mogelijkheid om te onderzoeken of de beleidsregels voldoende bijdragen aan de doelen die het college wil bereiken. Om dat te kunnen nagaan verzamelt het college systematisch informatie over alles wat van belang is om tot een goede evaluatie te komen. Het college houdt zich daarbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). 2. Het college bespreekt een verslag van dit onderzoek en past de beleidsregels aan als dat nodig is.
7.2 Afwijken van de beleidsregels (hardheidsclausule) Gemeentewet | Awb Het college kan afwijken van een bepaling uit deze beleidsregels als toepassing van die bepaling volgens het college een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is volgens artikel 4:84 Awb. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als de doelen van de in 1.1 genoemde wetten en Verordening of de doelen van deze beleidsregels door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald.
7.3 Intrekken oude beleidsregels De Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2024, welke is vastgesteld op 20 februari 2024, wordt hierbij ingetrokken.
23
7.4 Overgangsrecht Gemeentewet Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2024, past het college de meest gunstige beleidsregels toe.
7.5 Ingangsdatum en naam Gemeentewet 1. Deze beleidsregels worden genoemd: Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2026. 2. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2026. Aldus besloten in de vergadering van het college en wethouders van het college Krimpenerwaard, gehouden op 2 december 2025. De secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
Ir. J. Beenakker
24
Bijlage 1: Bijzondere bijstand Werkwijze Beoordeling aanvraag Stap 1: doel Welk doel wil de inwoner bereiken? - Bepaal de doelen. - Bespreek met de inwoner wat hij/zij wil bereiken en wat de inwoner daarbij nodig heeft. Wat wil de inwoner? Wat wil het college? Is er een gedeeld doel? Stap 2: grondwaarde Kan het gewenste doel worden ondersteund vanuit de principes van de wetten en de belangrijkste waarden van het college? Stap 3: overwegingen Bekijk de doelen op korte en lange termijn, voor de inwoner en de omgeving. Wat zijn de overwegingen? Overwegingen zijn: • Mogelijkheden en vaardigheden van de inwoner: gaat het werken? • Wat kan de inwoner en hoe kom je daarachter? • Leidende werkprincipes en uitgangspunten van het college. • Wat betekent het voor de korte en lange termijn als je het besluit wel of juist niet neemt? • Wat betekent het voor de inwoner en zijn omgeving als je het besluit wel of niet neemt? • De financiën van het college. • Wat zijn de maatschappelijke kosten als je het besluit wel of niet neemt? • Is het zuiver in de bedoeling? • Hoe wegen je eigen normen en waarden mee bij het nemen van een besluit? Stap 4: randvoorwaarden (wet- en regelgeving) Wat zijn de juridische en organisatorische randvoorwaarden om de oplossing mogelijk te maken? Onder welke voorwaarden kan het plan tot uitvoering komen.
Geef waar mogelijk de wetsartikelen aan die de randvoorwaarden bepalen. Bespreek wat van de inwoner, van het college en van betrokken hulpverleners wordt verwacht.
Vaak aangevraagde voorzieningen Voorziening
Voorwaarden
Bedrag
Woonkostentoeslag (WKT)
Het college kan bijzondere Hoogte is afhankelijk van de woonkosten bijstand verlenen voor bij koopwoning. woonkostentoeslag, als: a. huurtoeslag niet toereikend is; b. inwoner actief zoekt naar een goedkopere woning en deze accepteert. De bijzondere bijstand wordt verleend voor maximaal 12 maanden. Deze termijn kan bij bijzondere omstandigheden worden verlengd, eventueel als geldlening. Woonkosten bij koopwoning:
25
a. de hypotheekrente, niet zijnde de aflossing of de premie van een spaarhypotheek; b. het rioolrecht; c. het eigenaarsdeel waterschapslasten voor zover geen kwijtschelding is verleend; d. de erfpachtcanon; e. de premie opstalverzekering; f. het eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting voor zover geen kwijtschelding is verleend.
Verhuiskosten
Inrichtings- en stofferingskosten
Medische kosten en tandartskosten
Bij een koopwoning wordt de (te verkrijgen) voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting in verband met renteaftrek van de Belastingdienst in mindering gebracht op de bijzondere bijstand. Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor verhuiskosten. Onder verhuiskosten wordt verstaan: - de eerste (gebroken) maand huur of dubbele huur en administratiekosten (om niet); - de waarborgsom (geldlening); - de transportkosten (om niet). Het college kan bijzondere - Hoogte wordt bepaald volgens het bijstand verlenen voor kostenoverzicht (bijlage 2) of anders inrichtings- en maximaal de bedragen genoemd in de stofferingskosten. Nibud prijzengids. De bedragen worden - Inrichtingskosten: duurzame jaarlijks geïndexeerd. gebruiksgoederen (geldlening of - Anders: goedkoopst mogelijke om niet). passende voorziening. - Stofferingskosten: o.a. verf, behang, raambekleding en vloerbedekking (om niet). Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor medische kosten en tandartskosten . Voorwaarden: - Een acute noodsituatie waarbij sprake is van een schrijnende situatie en weigering van bijstand zou leiden tot onaanvaardbare gevolgen voor de gezondheid.
Alleen de goedkoopst passende noodzakelijk hulp wordt vergoed. Kosten die wel door de aanvullende verzekering zouden worden vergoed komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking
Het college verleend geen bijzondere bijstand voor: - (wettelijke) eigen bijdrage. - wettelijk en vrijwillig eigen risico.
26
Dieetkosten
Het college kan bijzondere De hoogte van de bijzondere bijstand bijstand verlenen voor wordt bepaald volgens de Nibud dieetkosten. De inwoner moet prijzenlijst. volgens medische redenen een bepaald dieet volgen. Dit dieet brengt meerkosten met zich mee.
Kleding
Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor kleding, als het een gevolg is van een plotselinge toename of afname van het lichaamsgewicht vanwege een medische oorzaak.
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald volgens de Nibudprijzengids.
Reiskosten voor bezoek Het college kan bijzondere De hoogte van de vergoeding is gelijk gezinsleden of naaste bijstand verlenen voor reiskosten aan de werkelijke reiskosten op basis van familieleden als er geen sprake is van een het tarief van het Openbaar Vervoer, dan voorliggende voorziening en wel bij eigen vervoer tegen een deze kosten noodzakelijk zijn en kilometervergoeding per kilometer. voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Bij de bepaling van de hoogte van de kilometervergoeding wordt aangesloten Onder gezinsleden of naaste bij de vergoeding van de familieleden worden verstaan: de Belastingdienst. partner of bloedverwanten in de eerste of tweede graad. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de Onder reiskosten worden kortste route volgens de ANWBverstaan: routeplanner. a. het bezoek aan een gezinslid of naast familielid dat langer verblijft in een ziekenhuis. Daarvan is sprake indien het afleggen van de bezoeken langer dan 2 weken voortduurt. Alleen reiskosten die ná 2 weken worden gemaakt kunnen voor bijzondere bijstand in aanmerking komen; b. het bezoek aan een gezinslid of naast familielid, dat verblijft in een instelling, niet zijnde ziekenhuis, als bedoeld in de wet of de Wet langdurige zorg of thuis wordt verzorgd dan wel verpleegd; c.
het bezoek van de ouder(s) voor het bezoek aan de instelling, niet zijnde een ziekenhuis, waar hun kind verblijft; d. het bezoek aan een in Nederland gedetineerd gezinslid of naast familielid.
27
Reiskosten schoolgaande minderjarige kinderen
Het college kan bijzondere De hoogte van de vergoeding is gelijk bijstand verlenen voor de aan de werkelijke reiskosten op basis van noodzakelijke reiskosten van het tarief van het Openbaar Vervoer (op minderjarige (ten laste komende) basis van goedkoopste optie), dan wel bij kinderen, als er: eigen vervoer tegen een a. geen sprake is van bijzonder kilometervergoeding per kilometer. leerlingenvervoer; en b. geen vergelijkbaar Bij de bepaling van de hoogte van de onderwijsinstituut dichterbij huis kilometervergoeding wordt aangesloten is waar het kind onderwijs kan bij de vergoeding van de volgen; en Belastingdienst. c. de reisafstand enkele reis tussen de woning van het kind Bij de bepaling van de hoogte van de en de school meer bedraagt dan vergoeding wordt uitgegaan van de 10 kilometer, gerekend over de kortste route volgens de ANWBkortste afstand; en routeplanner of wordt berekend aan de d. het kind voltijds onderwijs hand van de route- en prijs informatie via volgt op de betreffende school; 9292.nl . en e. het onderwijs noodzakelijk is voor het betreffende kind. De bijzondere bijstand wordt verleend voor maximaal 10 maanden per schooljaar. Ook kan er een jaarkaart worden verleend als dit goedkoper is dan een abonnement van 10 maanden. Een jaarkaart kan worden verleend als de aanvraag voor de herfstvakantie wordt ingediend.
Eventueel kan ook een kilometervergoeding worden verstrekt bij eigen vervoer.
Bewindvoering
Het college kan bijzondere De hoogte van de bijzondere bijstand bijstand verlenen voor de kosten wordt bepaald op de Regeling beloning bewindvoering. De bijzondere curatoren, bewindvoerders en mentoren. bijstand voor deze kosten kan De bijzondere bijstand kan maximaal 3 uiterlijk met 3 maanden maanden met terugwerkende kracht terugwerkende kracht worden worden toegekend. toegekend. Onder kosten bewindvoering wordt verstaan: a. curatele; b. beschermingsbewind; c. mentorschap, wat is uitgesproken door de rechter.
Budgetbeheer
Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de kosten van budgetbeheer als de noodzaak hiervoor is vastgesteld.
28
Eigen bijdrage rechtsbijstand / griffierechten
Het college kan bijzondere De hoogte van de bijzondere bijstand is bijstand verlenen voor de kosten de eigen bijdrage na aftrek van de korting van de eigen bijdrage voor die de inwoner had kunnen krijgen, zoals rechtsbijstand, wanneer aan de opgenomen in het Besluit eigen bijdrage inwoner een toevoeging is rechtsbijstand. verleend. Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor griffierechten. Andere bijkomende kosten die door een advocaat in rekening mogen worden gebracht en in aanmerking komen voor bijzondere bijstand zijn: a. kosten voor getuigen en deskundigen; b. kosten voor uittreksels uit openbare registers. Er wordt geen bijzondere bijstand verleend voor: a. vertaalkosten; b. reiskosten van de inwoner voor het bijwonen van rechtszittingen.
Overbruggingsuitkering
Het college kan bijzondere De hoogte van de bijzondere bijstand bijstand verlenen voor de bedraagt, na aftrek van eventueel noodzakelijke kosten van het inkomen, maximaal de bijstandsnorm bestaan, als de inwoner exclusief vakantietoeslag, berekend naar vanwege bijzondere de periode van de ingangsdatum van het omstandigheden geen geld heeft recht op algemene bijstand tot de eerste om de periode tussen de betaling ervan. bijstandsaanvraag en de eerste betaling van de uitkering zelf te overbruggen. Een voorwaarde is dat de inwoner hier geen schuld aan heeft. Bijzondere omstandigheden zijn: a. bij het verlaten van een asielzoekerscentrum (statushouders); b. na einde langdurige detentie; c. bij verlating door partner bij (echt)scheiding. De bijzondere bijstand wordt verleend voor maximaal 1 maand.
Doorbetalen vaste lasten
De PW sluit bepaalde inwoners De hoogte en de duur van de bijzondere uit van het recht op (bijzondere) bijstand wordt per inwoner beoordeeld, bijstand. Indien er sprake is van maar is nooit hoger dan de kosten van de bijzondere omstandigheden kan vaste lasten. bijzondere bijstand verstrekt worden voor de doorbetaling van de vaste lasten voor een
29
beperkte periode. De vaste lasten zijn de huur (onder aftrek van de huurtoeslag), de afsluit- en aansluitkosten van gas/water/elektra, behalve als doorbetaling van het vastrecht goedkoper is, en de kosten van de inboedelverzekering.
30
De Was-Wordt lijst Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Was
Wordt
Begrippenlijst fraudevordering: vordering ontstaan als gevolg van schending van de inlichtingenplicht.
Begrippenlijst vordering volgend uit schending inlichtingenplicht: vordering die is ontstaan op grond van artikel 58 lid 1 Participatiewet PW, artikel 25 lid 1 IOAW of artikel 25 lid 1 IOAZ als gevolg van schending inlichtingenplicht op grond van artikel 17 lid 1 van de Participatiewet.PW.
Begrippenlijst inkomsten uit arbeid: alle (parttime) inkomsten uit arbeid in loondienst.
Begrippenlijst inkomsten uit arbeid: alle (parttime) inkomsten uit arbeid in loondienst en inkomsten uit eigen onderneming.
Begrippenlijst
Begrippenlijst
peildatum: aanvraagdatum.
meetmoment voor het vaststellen van het recht op een inkomensvoorziening
geen eerder artikel
Begrippenlijst voedingsgeld: Dit geld is voor ontbijt, lunch, diner en bijvoorbeeld koffie of thee.
Begrippenlijst
Begrippenlijst
toevoeging: gesubsidieerde mediation of gesubsidieerde rechtsbijstand.
toevoeging: gesubsidieerde mediation of gesubsidieerde rechtsbijstand van de Raad voor Rechtsbijstand
2.2 Aanvragen en peildatum PW | Verordening
2.2 verkorte aanvraag levensonderhoud PW | Verordening 1.Het college gebruikt bij een aanvraag om algemene bijstand de gegevens van belanghebbende die bij al bekend zijn in verband met Voor een aantal voorzieningen geldt dat bij het indienen van een aanvraag uitgegaan wordt van een peildatum. In deze gevallen kan eerdere bijstandverlening, als de bijstand is beëindigd in verband met: een inwoner 4 weken vóór de peildatum een aanvraag indienen. a.werkaanvaarding; Aanvragen die eerder dan 4 weken vóór peildatum worden b.een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 13 van de wet; ingediend, worden afgewezen. c.een verblijf buiten de gemeente; d.en de aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na de einddatum van de eerdere bijstandsuitkering. 2.De belanghebbende verstrekt bij het indienen van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, in ieder geval inlichtingen over een wijziging in: a.het hoofdverblijf; b.de gezinssituatie; c.inkomen en vermogen.
2.5 Vaststellen van het inkomen en vermogen en peilmaand
5.3.2 Vaststellen van het inkomen en vermogen
4. Bij het bepalen van de draagkracht bij bijzondere bijstand, minimaregelingen en terugvordering worden niet tot de middelen gerekend:
4. Middelen die voor de bijzondere bijstand en minimaregelingen niet tot het inkomen gerekend worden en niet voor de draagkrachtberekening meegenomen worden zijn: a. de oudedagsvoorziening als bedoeld in artikel 33 lid 5 a. de Individuele Inkomenstoeslag; Participatiewet en b. de Studietoeslag; b. de individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de c. de Eenmalige Energietoeslag 2023; Participatiewet. d. middelen die op grond van deze beleidsregels worden vrijgelaten, c. de middelen zoals genoemd in artikel 31 lid 2 Participatiewet ; met uitzondering van de middelen genoemd in artikel 5.3.4. d. voedingsgeld in een Wlz-instelling ter compensatie voor eten, drinken en wassen.
2.5 Vaststellen van het inkomen en vermogen en peilmaand 1.Bij het vaststellen van het inkomen geldt artikel 31, 32 en 33 van de PW. 2.Bij het vaststellen van het inkomen en vermogen wordt uitgegaan van de maand voorafgaand aan de maand van de aanvraag. Bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van de inkomsten van de laatste drie maanden voorafgaand aan de maand van de aanvraag. 3.In afwijking van lid 2 wordt bij een aanvraag Meerkosten Chronisch zieken uitgegaan van het inkomen in de maand december van het voorgaande kalenderjaar. Bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van de inkomsten van de laatste drie maanden van het voorgaande kalenderjaar. 4.Bij het bepalen van de draagkracht bij bijzondere bijstand, minimaregelingen en terugvordering worden niet tot de middelen gerekend: a.de Individuele Inkomenstoeslag; b.de Studietoeslag; c.de Eenmalige Energietoeslag 2023; d.middelen die op grond van deze beleidsregels worden vrijgelaten, met uitzondering van de middelen genoemd in artikel 5.3.4.
5.3.2 Vaststellen van het inkomen en vermogen en peilmaand 1.Bij het vaststellen van het inkomen geldt de artikelen 31, 32 en 33 van de PW. 2.Bij het vaststellen van het inkomen en vermogen wordt uitgegaan van de maand voorafgaand aan de maand van de aanvraag. Bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van de inkomsten van de laatste drie maanden voorafgaand aan de maand van de aanvraag. 3.In afwijking van lid 2 wordt bij een aanvraag Meerkosten Chronisch zieken uitgegaan van het inkomen in de maand december van het voorgaande kalenderjaar. Bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van de inkomsten van de laatste drie maanden van het voorgaande kalenderjaar. 4.Middelen die voor de bijzondere bijstand en minimaregelingen niet tot het inkomen gerekend worden en niet voor de draagkrachtberekening meegenomen worden zijn: a.de oudedagsvoorziening als bedoeld in artikel 33 lid 5 Participatiewet en b.de individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet. c.de middelen zoals genoemd in artikel 31 lid 2 Participatiewet; d.voedingsgeld in een Wlz-instelling ter compensatie voor eten, drinken en wassen.
3.1.3 Reiskosten PW | IOAW | IOAZ |Verordening
3.1.3 Reiskosten PW | IOAW | IOAZ |Verordening
3. De hoogte van de vergoeding is gelijk aan de werkelijke reiskosten op basis van het tarief van het Openbaar Vervoer, dan wel bij eigen vervoer tegen een kilometervergoeding per kilometer. Bij de bepaling van de hoogte van de kilometervergoeding wordt aangesloten bij de vergoeding van de Belastingdienst.
3. De hoogte van de vergoeding is gelijk aan de werkelijke reiskosten op basis van het tarief van het Openbaar Vervoer, dan wel bij eigen vervoer tegen een kilometervergoeding per kilometer. Bij de bepaling van de hoogte van de kilometervergoeding wordt aangesloten bij de belastingvrije vergoeding.
3.2.5 Voortgangsgesprekken inburgeringsplichtigen Wi2021 Tijdens de Brede Intake wordt in het PIP het aantal voortgangsgesprekken afgesproken, waarbij de resultaten en de voortgang van het inburgeringstraject worden besproken. In het eerste jaar vindt er een voortgangsgesprek plaats. De inburgeringsplichtige krijgt een verslag van dit voortgangsgesprek.
3.2.5 Voortgangsgesprekken inburgering plichtige Wi2021 Tijdens de Brede Intake wordt in het PIP het aantal voortgangsgesprekken afgesproken, waarbij de resultaten en de voortgang van het inburgeringstraject worden besproken. In het eerste jaar vindt er een voortgangsgesprek plaats. De inburgering plichtige krijgt een verslag van dit voortgangsgesprek.
5.1 Vorm algemene bijstand 5.1 Vorm algemene bijstand 1. Als er bij een koopwoning, waar de overwaarde meer bedraagt 1. Als er bij een koopwoning algemene bijstand wordt verleend, gebeurt dat in de vorm van een geldlening via een hypotheek- of dan de vrijlating genoemd in artikel 34 lid 2 onderdeel d PW, pandovereenkomst. Tot de geldlening worden ook gerekend de bijstand wordt verleend, gebeurt dat in de vorm van een geldlening. eventuele kosten verbonden aan de taxatie, de hypotheekakte en de Hiertoe kan het college een hypotheek- of pandovereenkomst inschrijving van de hypotheek, en bijkomende kosten; vestigen. Tot de geldlening worden ook gerekend de eventuele 5. Ter vaststelling van de waarde van de woning vindt taxatie plaats kosten verbonden aan de taxatie, de hypotheekakte en de door een taxateur voor onroerende zaken die door het college in inschrijving van de hypotheek, en bijkomende kosten; overeenstemming met de inwoner wordt aangewezen of door een 5. Voor de vaststelling van de waarde, als bedoeld in het vierde lid, gemeentelijke taxateur. De kosten verbonden aan de taxatie, de gaat het college uit van de meest recente beschikking op grond van hypotheekakte en de inschrijving van de hypotheek, en de de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en stelt het college na bijkomende kosten, komen voor rekening van de inwoner.
De de datum van aanvang de uitkering elke vijf jaar opnieuw vast. bijstand voor deze kosten wordt aangemerkt als algemene bijstand, tenzij aan de inwoner uitsluitend bijzondere bijstand wordt verleend. 5.3.2 Vrijlating van giften PW 1. Als een inwoner een geldbedrag en/of goederen ontvangt dan wordt met deze middelen rekening gehouden bij de beoordeling van het recht op een uitkering. 2. Giften tot een bedrag van € 1.800,- per alleenstaande (ouder) of gezin per kalenderjaar worden niet als middelen gezien en hoeven niet gemeld te worden. Deze giften hebben geen invloed op de hoogte van de uitkering. Hierbij geldt het volgende: a. het moet duidelijk zijn van wie de gift afkomstig is en waarvoor deze bedoeld is; b. als er geen recht op uitkering bestaat over het hele kalenderjaar wordt naar rato van het aantal maanden gerekend dat in het kalenderjaar een uitkering wordt verstrekt; c. de waarde van giften in natura wordt bepaald aan de hand van de NIBUD prijzengids; d. als een inwoner niet bewijst dat het ontvangen geldbedrag een lening betreft, dan wordt het ontvangen geldbedrag gezien als een gift. 3. Als de giften hoger zijn dan € 1.800,- per kalenderjaar wordt het bedrag dat boven € 1.800,- uitkomt gezien als inkomsten of vermogen
5.3.2 Vrijlating van giften PW vervallen, dit artikelnummer wordt vervangen en uitgebreid naar wat voorheen artikel 2.5 was.
5.3.4 Vrijlating van inkomsten uit arbeid
5.3.4 Vrijlating van inkomsten uit arbeid
1. De inkomstenvrijlating wordt toegepast vanaf de eerste van de (opvolgende) maand. 5.3.4 Vrijlating van inkomsten uit arbeid
1.De inkomstenvrijlating wordt toegepast vanaf de eerste van de daaropvolgende maand. 5.3.4 Vrijlating van inkomsten uit arbeid
2. Bij het ontvangen van inkomsten uit arbeid bij aanvang van de 2. Bij het ontvangen van inkomsten uit arbeid wordt altijd voldaan uitkering geldt de inkomstenvrijlating vanaf het moment dat er aan de voorwaarde dit bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de sprake is van een structurele urenuitbreiding van minimaal 5 uur per inwoner. week. 5.3.4. Vrijlating van inkomsten uit arbeid
5.3.4 Vrijlating van inkomsten uit arbeid
3. Het recht op inkomstenvrijlating bestaat bij gehuwden voor ieder 3. Het recht op inkomstenvrijlating bestaat bij gehuwden voor ieder van de partners afzonderlijk van de partners afzonderlijk en bestaat per periode van 36 maanden. Als de bijstandsperiode minimaal 12 maanden wordt onderbroken, ontstaat er ook een nieuw recht op inkomstenvrijlating. 5.3.4 Vrijlating van inkomsten uit arbeid 6. De alleenstaande ouder die inkomsten uit arbeid ontvangt en de volledige zorg heeft voor een kind tot 12 jaar, heeft voor een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden recht op een aanvullende inkomstenvrijlating. Een aanvullende inkomstenvrijlating is alleen van toepassing als de vrijlating die beschreven is in lid 1 al 6 maanden is toegepast. Als de bijstandsperiode minimaal 12 maanden wordt onderbroken, ontstaat er een nieuw recht op deze aanvullende inkomstenvrijlating. 7. De inwoner die inkomsten uit arbeid ontvangt én medisch urenbeperkt is, ontvangt de inkomstenvrijlating van een medisch urenbeperkte. Deze inkomstenvrijlating is alleen van toepassing als de andere vrijlatingen uit lid 1 en 4 niet van toepassing zijn.
vervallen
5.3.4 Vrijlating inkomsten uit arbeid 10. De inwoner heeft geen recht op inkomstenvrijlating als hij inkomsten uit arbeid heeft en deze inkomsten niet gemeld heeft. De inwoner heeft dan niet voldaan aan de inlichtingen- en medewerkingsplicht.
Vervallen
5.3.5 Vrijlaten van vermogen PW
5.3.5 Vrijlaten van vermogen PW
1. De waarde van een uitvaartverzekering wordt niet tot het vermogen gerekend. Ook uitvaartverzekeringen voor minderjarige kinderen worden niet tot het vermogen gerekend.
1. De waarde van een uitvaartverzekering wordt niet tot het vermogen gerekend. Ook uitvaartverzekeringen voor minderjarige kinderen worden niet tot het vermogen gerekend. Indien de inwoner geld op een rekening heeft vastgezet voor de uitvaart, dat uitsluitend wordt uitgekeerd bij overlijden wordt niet tot het vermogen gerekend.
2. De waarde van een auto/motor, ouder dan 8 jaar, wordt niet tot het vermogen gerekend. Voor een oldtimer of exclusief model auto/motor geldt dat de waarde aangetoond moet worden door de inwoner, bijvoorbeeld via een taxatierapport. Een waarde gerekend volgens de ANWB-koerslijst hoger dan € 2.300,- wordt meegenomen bij het vaststellen van het vermogen. 3. De waarde van een caravan/camper/brommer/scooter/boot etc. wordt meegenomen bij het vaststellen van het vermogen als de waarde hoger is dan € 2.300,-. De inwoner moet de waarde aantonen, bijvoorbeeld via een taxatierapport.
2. Eén motorvoertuig per uitkering met een waarde tot maximaal € 5.000,- wordt beschouwd als algemeen gebruikelijk. Als de waarde meer bedraagt dan € 5.000,-, wordt het meerdere aangemerkt als vermogen. Wanneer de inwoner over meerdere voertuigen beschikt, wordt de vrijlating toegepast op het voertuig met de hoogste waarde. Overige voertuigen worden volledig tot het vermogen gerekend. De waarde kan aangetoond worden via de ANWB-koerslijst of taxatierapport. 3. Voor een oldtimer of exclusief model auto/motor geldt dat de waarde aangetoond moet worden door de inwoner, bijvoorbeeld via een taxatierapport. Voor deze voertuigen geldt dezelfde vrijlating uit lid 2.
5.4 Bijzondere bijstand PW | Verordening In Bijlage 1 worden voorzieningen waar vaak bijzondere bijstand voor wordt aangevraagd beschreven. Ook de voorwaarden en de wijze waarop de aanvraag beoordeeld wordt staan in deze bijlage vermeld.
5.4 Bijzondere bijstand PW | Verordening Het college heeft de bevoegdheid om binnen de wettelijke kaders bijzondere bijstand te verstrekken voor noodzakelijke kosten die voortkomen uit bijzondere omstandigheden en die naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit het inkomen.
5.4.1 Hoogte bijzondere bijstand PW De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald volgens het kostenoverzicht zoals opgenomen in Bijlage 2, of anders maximaal de bedragen genoemd in de Nibud prijzengids. De bedragen uit Bijlage 2 worden jaarlijks per 1 januari aangepast aan de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.
5.4.1 Algemene uitgangspunten PW | Verordening In Bijlage 1 worden de kosten waar vaak bijzondere bijstand voor wordt aangevraagd beschreven.
niet bestaand
5.4.1.1 Hoogte bijzondere bijstand PW Het uitgangspunt bij het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand is dat de goedkoopste adequate voorziening het maximale toekenningsbedrag is.
Ook de voorwaarden en de wijze waarop de aanvraag beoordeeld wordt staan in deze bijlage vermeld. Het uitgangspunt is daarbij niet, dat de vaak aangevraagde voorzieningen in Bijlage 1 per definitie noodzakelijk zijn. In de Bijlage 1 staan enkel voorbeelden welke worden toegekend op het moment, dat in het individuele geval bijstandsverlening noodzakelijk wordt geacht.
Bijstand wordt in beginsel om niet verstrekt, mits deze beleidsregels dit anders aangeven. Bij (losse) aanvragen bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen, stofferingskosten en overig inventaris bedraagt de hoogte van de noodzakelijke kosten voor het aan te schaffen goed maximaal 80% van het bedrag dat als richtprijs wordt genoemd in de Nibud-prijzengids. De goederen uit de Nibudprijzengids zijn niet per definitie noodzakelijk. Dit zijn enkel de goederen met bedragen die worden toegekend indien op het moment en in het individuele geval noodzakelijk zijn.
niet bestaand
5.4.1.2 Hoogte bijzondere bijstand voor inrichtings- en stofferingskosten PW De hoogte van de bijzondere bijstand wordt als volgt bepaald: Indien de aanvraag betrekking heeft op de volledige inrichting van een woning bedraagt de hoogte van de noodzakelijke kosten maximaal 45% voor tabel 2.1A en maximaal 50% voor tabel 2.1B van het bedrag dat in de Nibud-prijzengids genoemd wordt per inventarisatiepakket. De inrichtingskosten wordt verstrekt als renteloze geldlening. Indien de aanvraag betrekking heeft op de volledige inrichting van een kamer bedraagt de hoogte van de noodzakelijke kosten maximaal 25% van het bedrag dat in de Nibud-prijzengids genoemd wordt per inventarisatiepakket naar huishoudtype. De inrichtingskosten wordt verstrekt als renteloze geldlening. Voor elk ten laste komend kind wordt € 900,- berekend. Indien de aanvraag betrekking heeft op de volledige stoffering van een woning bedraag de hoogte van de noodzakelijke kosten maximaal 80% van het bedrag dat in de Nibud-prijzengids genoemd wordt bij het inventarisatiepakket voor stoffering naar huishoudtype. De stofferingskosten wordt verstrekt om niet.
5.6.4.1 Aanvraag 1.Een inwoner, zoals beschreven in artikel 5.3.4.1 van de verordening, kan op elk moment van het jaar voor zichzelf en/of zijn/haar minderjarige kinderen van 12 tot en met 17 jaar een aanvraag indienen voor een OV-pas. 2.Kinderen van 0 tot 4 jaar reizen altijd gratis en ontvangen geen OV-pas. 3.Kinderen van 4 tot en met 11 jaar ontvangen in principe geen OV-pas. Kinderen van 4 tot en met 11 jaar reizen onder begeleiding gratis mee op de OV-pas van een volwassene (maximaal 3 kinderen per volwassene). 4.In afwijking op het eerste lid, kunnen kinderen van 4 tot en met 11 jaar een OV-pas aanvragen, indien blijkt dat het kind wel zelfstandig reist. 5.De OV-pas is persoonsgebonden. 6.Als aan de inwoner een OV-pas is verstrekt, kan deze door de gemeente automatisch worden verlengd. 7.De OV-pas kan geblokkeerd of niet verlengd worden, als blijkt dat de pas niet volgens de afspraken is gebruikt.
1.Een inwoner, zoals bedoeld in artikel 5.3.2.1 of 5.3.3.1 van de verordening, kan op elk moment van het jaar voor zichzelf en/of zijn/haar minderjarige kinderen van 12 tot en met 17 jaar een OVpas aanvragen. 2.Kinderen tot en met 11 jaar reizen gratis mee met een volwassene (maximaal 3 kinderen per volwassene) en ontvangen geen OV-pas. 3.In afwijking op het eerste en tweede lid, kunnen kinderen van 4 tot en met 11 jaar een OV-pas aanvragen, indien blijkt dat een volwassene met meer dan 3 kinderen reist of het kind zelfstandig reist. 4.De OV-pas is persoonsgebonden en voor onbepaalde tijd geldig, zolang de inwoner aan de gestelde eisen voldoet. 5.De OV-pas kan beëindigd worden, als blijkt dat de pas niet volgens de afspraken is gebruikt.
5.6.4.2 Gebruik 5.6.4.2 Gebruik 1.De OV-pas kan worden gebruikt voor het Openbaar Vervoer van 1.De OV-pas kan worden gebruikt voor het openbaar vervoer van Arriva binnen de regio Zuid-Holland Noord en Syntuslijnen 195, Qbuzz, Transdev en NS in de provincie Zuid-Holland en 295, 106 en 107. Syntuslijnen 195, 295, 106 en 107. 2.De OV-pas kan onbeperkt worden gebruikt binnen de daluren. 2.De OV-pas kan onbeperkt worden gebruikt binnen de daluren. Daluren zijn op werkdagen voor 6.30 uur, tussen 9.00 uur en Daluren zijn op werkdagen voor 6.00 uur en na 09:00 uur 's 16.00 uur, na 18.30 uur en in de weekenden en op feestdagen de ochtends, en in de weekenden en op feestdagen de hele dag. hele dag.
5.6.4.3 Toetsen en beëindigen 5.6.4.3 Toetsen en beëindigen 1.De gemeente beëindigt de OV-pas per eerst mogelijke datum van 1.De gemeente controleert inwoners die een OV-pas hebben, inwoners die uitstromen naar werk en daardoor een inkomen boven maar die gedurende het kalenderjaar uitstromen naar werk of de van toepassing zijnde inkomensgrens hebben, verhuizen naar verhuizen naar een andere gemeente. Ook controleert de een andere gemeente of overlijden. gemeente via een steekproef inwoners die een OV-pas hebben, 2.De gemeente controleert jaarlijks inwoners met een OV-pas die maar geen bijstandsuitkering of in de 12 maanden voorafgaand geen bijstandsuitkering, AOW-, WIA- of Wajonguitkering ontvangen. aan de steekproef geen minimaregeling hebben ontvangen. De Als blijkt dat een inwoner niet (meer) aan de voorwaarden voldoet, steekproef omvat 10% van deze doelgroep (AOW-gerechtigden wordt de OV-pas per eerst mogelijke datum beëindigd. uitgezonderd). De steekproef kan als dat nodig is worden 3.Inwoners kunnen de OV-pas opzeggen bij de gemeente. De OVuitgebreid. pas wordt beëindigd per de eerst mogelijk datum. 2.De steekproef vindt jaarlijks plaats in maart. Als uit de steekproef blijkt dat een inwoner niet (meer) aan de voorwaarden voldoet, wordt de OV-pas per 1 januari van het volgende jaar gestopt.
3.Bij vertrek uit de gemeente en bij overlijden stopt de OV-pas per eerst mogelijke datum. 4.Inwoners kunnen de OV-pas opzeggen bij de gemeente. De OVpas wordt gestopt per de eerst mogelijk datum. 5.7.1.2 Toetsen en beëindigen 5.7.1.2 Toetsen en beëindigen PW | Verordening PW | Verordening 1.De gemeente controleert inwoners die een collectieve 1. De gemeente controleert inwoners die een collectieve zorgverzekering hebben, maar die gedurende het verzekeringsjaar zorgverzekering hebben, maar die gedurende het verzekeringsjaar uitstromen naar werk of verhuizen naar een andere gemeente. Ook uitstromen naar werk of verhuizen naar een andere gemeente. Ook controleert de gemeente via een steekproef inwoners die een controleert de gemeente via een steekproef inwoners die een collectieve zorgverzekering hebben, maar geen bijstandsuitkering collectieve zorgverzekering hebben, maar geen bijstandsuitkering of in de 12 maanden voorafgaand aan de steekproef geen ontvangen. De steekproef omvat 10% van de nietuitkeringsgerechtigden zonder AOW-uitkering. De steekproef kan minimaregeling of bijzondere bijstand hebben ontvangen. De steekproef omvat 10% van de niet-uitkeringsgerechtigden zonder als dat nodig is worden uitgebreid. AOW-uitkering, Wajonguitkering of IVA-uitkering. De steekproef kan als dat nodig is worden uitgebreid. 5.7.2 Meerkosten chronisch zieken en inwoners met een beperking
5.7.2 Medische meerkosten
6.1.3 Bepalen hoogte boete PW | IOAW | IOAZ |Verordening 1. Bij het bepalen van de hoogte van de boete kijkt de gemeente of deze binnen maximaal 24 maanden kan worden betaald door de inwoner.
6.1.3 Bepalen hoogte boete PW | IOAW | IOAZ |Verordening 1.Bij het bepalen van de hoogte van de boete kijkt het college of deze binnen maximaal 24 maanden kan worden betaald door de inwoner.
2. De hoogte van de boete hangt af van de overtreding: a. als bewust (met opzet) de informatie niet is verstrekt is de boete maximaal 24 maal 5% van de bijstandsnorm;
2.De hoogte van de boete hangt af van de overtreding: a. als bewust (met opzet) de informatie niet is verstrekt is de boete maximaal 24 maal 5% van de bijstandsnorm;
b. bij grove schuld is de boete maximaal 18 maal 5% van de bijstandsnorm;
b. bij grove schuld is de boete maximaal 18 maal 5% van de bijstandsnorm;
c. bij normale verwijtbaarheid is de boete maximaal 12 maal 5% van c. bij normale verwijtbaarheid is de boete maximaal 12 maal 5% van de bijstandsnorm; de bijstandsnorm; d. bij verminderde verwijtbaarheid is de boete maximaal een bedrag d. bij verminderde verwijtbaarheid is de boete maximaal een bedrag ter hoogte van 6 maal 5% van de geldende bijstandsnorm; ter hoogte van 6 maal 5% van de geldende bijstandsnorm; 3. Wanneer de inwoner tijdens het opleggen van de boete inkomsten heeft, en geen uitkering, wordt geen rekening gehouden met het inkomen dat hoger is dan de bijstandsnorm en wordt geen rekening gehouden met een goede financiële buffer.
3. Wanneer de inwoner tijdens het opleggen van de boete inkomsten heeft, en geen uitkering, wordt geen rekening gehouden met het inkomen dat hoger is dan de bijstandsnorm en wordt geen rekening gehouden met het vermogen onder de vermogensgrenzen uit artikel 34 PW.
4. Als de inwoner opnieuw de inlichtingenplicht niet nakomt wordt de hoogte van de boete bepaald volgens de regels van lid 1 tot en met 4. Als de inwoner binnen 5 jaar opnieuw de inlichtingenplicht, bestaande uit eenzelfde gedraging, niet nakomt wordt de hoogte 3. van de boete bepaald volgens de regels van lid 1 tot en met 3 met een verhoging van 150%.
6.1.4 Waarschuwing PW | IOAW | IOAZ |Verordening
6.1.4 Waarschuwing PW | IOAW | IOAZ |Verordening
1. De gemeente geeft geen boete maar een waarschuwing als: a. het benadelingsbedrag voor de gemeente door de overtreding van de inlichtingenplicht niet hoger is dan € 150,-; of
1. Het college geeft geen boete maar een waarschuwing als: a. het benadelingsbedrag voor het college door de overtreding van de inlichtingenplicht niet hoger is dan € 150,-; of
b. de inwoner binnen een maand onjuiste, niet volledige of geen inlichtingen heeft gegeven, maar hierna alsnog binnen een maand toch zelf de inlichtingen verstrekt.
b. de inwoner onjuiste, niet volledige of geen inlichtingen heeft gegeven, maar hierna alsnog binnen een maand toch zelf de inlichtingen verstrekt.
c. de inwoner geen inlichtingen verstrekt, waarbij achteraf nog een nabetaling aan de inwoner volgt.
c. vervallen
2. Als de inwoner binnen een periode van twee jaar nadat een waarschuwing is gegeven opnieuw de inlichtingenplicht overtreedt met een benadelingsbedrag dat lager is dan € 150,-, kan niet opnieuw een waarschuwing worden gegeven maar wordt een boete opgelegd van € 150,-. 6.1.5 Geen boete of waarschuwing 1. Er wordt geen boete opgelegd en er wordt geen waarschuwing gegeven als de inlichtingenplicht niet wordt nagekomen als het gaat om wijzigingen in de situatie van een inwonend meerderjarig kind van 27 jaar of ouder. Hierbij kan het gaan om een wijziging in de studie (stoppen of starten), verhuizing (in komen wonen of vertrekken) en het bereiken van de leeftijd van 27 jaar.
2. Als de inwoner binnen een periode van twee jaar nadat een waarschuwing is gegeven opnieuw de inlichtingenplicht overtreedt met een benadelingsbedrag dat lager is dan € 150,-, kan niet opnieuw een waarschuwing worden gegeven maar wordt een boete opgelegd van € 150,-. 6.1.5 Geen boete of waarschuwing 1. Er wordt geen boete opgelegd en er wordt geen waarschuwing gegeven als de inlichtingenplicht niet wordt nagekomen als het gaat om wijzigingen in de situatie van een medebewoner van 27 jaar of ouder. Hierbij kan het gaan om een wijziging in de studie (stoppen of starten), verhuizing (in komen wonen of vertrekken) en het bereiken van de leeftijd van 27 jaar.
2. Er wordt geen waarschuwing gegeven als de inwoner niet voldoet 2. vervallen aan de inlichtingenplicht én er geen sprake is van een benadelingsbedrag.
6.2.2 Uitzonderingen terugvorderen PW | IOAW | IOAZ
6.2.2 Uitzonderingen terugvorderen PW | IOAW | IOAZ
De gemeente vordert geen uitkering terug als voldaan is aan de inlichtingenplicht en als:
Het college vordert geen uitkering terug als voldaan is aan de inlichtingenplicht en als:
a. de inwoner werk heeft aanvaard en uitstroomt uit de uitkering en a. de inwoner werk heeft aanvaard en uitstroomt uit de uitkering en er een terugvorderingsbedrag is ontstaan van maximaal € 700,-. De er een terugvorderingsbedrag is ontstaan van maximaal € 700,-. De oorzaak van de terugvordering is dat de werkgever het loon achteraf oorzaak van de terugvordering is dat de werkgever het loon achteraf betaalt of de loonstrook achteraf verstrekt. betaalt of de loonstrook achteraf verstrekt. b. de ten onrechte verstrekte uitkering lager is dan € 150,-; dit zogenaamde kruimelbedrag is het bedrag dat overblijft na verrekening van het openstaande vakantiegeld of een nabetaling van bijstand.
b. de ten onrechte verstrekte uitkering lager is dan € 150,-; dit zogenaamde kruimelbedrag is het bedrag dat overblijft na verrekening van het openstaande vakantiegeld of een nabetaling van bijstand.
c. de uitkering wordt beëindigd door werk, een AOW-uitkering, of samenwoning, en er recht bestaat op heffingskortingen over het hele jaar.
c. de uitkering wordt beëindigd door werk, een AOW-uitkering, of samenwoning, en er daardoor recht ontstaat over het gehele kalenderjaar op heffingskortingen. Hiervan is ook sprake als er niet voldaan is aan de inlichtingenplicht.
6.2.6 Kwijtschelden bij een lening PW | IOAW | IOAZ
6.2.6 Kwijtschelden bij een lening PW | IOAW | IOAZ
1. Als de uitkering is verstrekt als geldlening, dan wordt het restant 1. Bijstand verstrekt als geldlening wordt niet kwijtgescholden. Behalve bij bijzondere bijstand verstrekt als geldlening op grond van van de geldlening kwijtgescholden als de inwoner 36 maanden artikel 35 PW. binnen een periode van 42 maanden de aflossingsafspraken volledig is nagekomen. De inwoner hoeft hiervoor geen verzoek in te 2. Om in aanmerking te komen voor de kwijtschelding uit lid 1 moet dienen. er voldaan worden aan de volgende voorwaarden: 2. Leningen die verstrekt zijn voor de doelen die genoemd worden in a. De inwoner komt 36 maanden binnen een periode van 42 artikel 48, lid 2 onder a, b of c van de PW worden niet maanden de aflossingsafspraken volledig na. Dit geldt per verstrekte kwijtgescholden. geldlening; b. Indien de inwoner eerst een andere betaalverplichting heeft op grond van artikel 6.2.9 lid 1 van deze beleidsregels, gaan de 42 maanden in op het moment dat die andere betaalverplichting is voldaan.
6.2.9 Volgorde van terugbetalen PW | IOAW | IOAZ 1.De gemeente hanteert de volgende volgorde bij het aflossen op verschillende vorderingen: boete, fraudevordering, overige vorderingen en geldlening. 2.Als het om dezelfde soort vorderingen gaat lost de inwoner eerst af op de oudste vordering. 3.De inwoner lost niet eerst af op de boete als: a.een derde schuldeiser beslag legt. Dan wordt eerst de openstaande vordering door het teveel betalen van een uitkering teruggevraagd; b.het bruteren van het openstaande fraude bedrag voorkomen kan worden door de inwoner eerst de openstaande fraudevordering terug te laten betalen; c.de inwoner al aflost op een vordering en deze vordering bijna is afbetaald.
6.2.9 Volgorde van terugbetalen PW | IOAW | IOAZ 1.De gemeente hanteert de volgende volgorde bij het aflossen op verschillende vorderingen: boete, vordering als gevolg van schending inlichtingenplicht, overige vorderingen en geldlening. 2.Als het om dezelfde soort vorderingen gaat lost de inwoner eerst af op de oudste vordering. 3.De inwoner lost niet eerst af op de boete als: a.een derde schuldeiser beslag legt. Dan wordt eerst de openstaande vordering door het teveel betalen van een uitkering teruggevraagd; b.het bruteren van een openstaande vordering voorkomen kan worden door de inwoner eerst die betreffende openstaande vordering terug te laten betalen; c.de inwoner al aflost op een vordering en deze vordering bijna is afbetaald.
Bijlage 1. Tabel Woonkostentoeslag - Hoogte is afhankelijk van maximale subsidiabele huurgrens
vervallen
Bijlage 1. Medische kosten De gemeente kan bijzondere bijstand verlenen voor medische kosten (werkwijze omgekeerde toets).
Bijlage 1. Medische kosten en tandartskosten Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor medische kosten en tandartskosten. Voorwaarden:
De gemeente verleend geen bijzondere bijstand voor: - (wettelijke) eigen bijdrage. - wettelijk en vrijwillig eigen risico.
Een acute noodsituatie waarbij sprake is van een schrijnende situatie en weigering van bijstand zou leiden tot onaanvaardbare gevolgen voor de gezondheid. Alleen de goedkoopst passende noodzakelijk hulp wordt vergoed. Kosten die wel door de aanvullende verzekering zouden worden vergoed komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking
Bijlage 1. Tabel Bijstand aan jongmeerderjarigen (18, 19 of 20 jaar)
Vervallen
De gemeente kan aanvullende bijstand verlenen aan jongmeerderjarigen, als: - de noodzakelijke kosten van het bestaan meer bedragen dan de jongerennorm; - de jongmeerderjarige zelfstandig woont; - geen beroep kan worden gedaan op ouders, omdat: a. de middelen van de ouder(s) niet toereikend zijn; of b. ouders de onderhoudsplicht niet nakomen. c. er andere bijzondere omstandigheden zijn waardoor geen beroep wordt gedaan op de draagkracht van de ouders. Het recht op bijzondere bijstand wordt in ieder geval beëindigd met ingang van de datum waarop de 21-jarige leeftijd wordt bereikt.
w
en Inkomen Waarom?
Wet?
Participatiewet, IOAW Volgens rechtbankuitspraken is de kwalificatie en IOAZ 'fraude' te zwaar en onnodig, omdat het verder gaat dan strikt noodzakelijke gegevensverwerking. Het is in strijd met het principe van minimale gegevensverwerking, wat een eis is binnen de AVG.
Dit begrip wordt verbreed. Ook de inkomsten uit eigen onderneming worden gezien als inkomsten uit arbeid.
Participatiewet
Deze begripsinvulling geeft passendere invulling aan de bedoeling vanuit de wetgever
Participatiewet
Wanneer een belanghebbende in een instelling Participatiewet verblijft, kan het voorkomen dat belanghebbende zijn/haar voeding niet in natura krijgt maar vanuit de instelling een wekelijks budget krijgt om dit zelf aan te schaffen. De uitvoering behoeft hiervoor een definitie bepaling.
tekstuele verduidelijking
Participatiewet
De inhoud van artikel 2.2 wordt vervangen. De Participatiewet invulling over de peildatum wordt toegevoegd bij de artikelen waarop de peildatum betrekking heeft. Met de nieuwe invulling wordt nu beleidsmatig invulling gegeven aan het nieuwe wetsartikel 43a, Pw
Participatiewet De inhoud van artikel 2.5 lid 4 van deze beleidsregels was te beperkt in haar strekking. Met de nieuwe invulling van lid 4 wordt beter gedekt welke middelen bij het vaststellen van het inkomen buiten beschouwing gelaten worden.
Dit artikel is uitgebreid en verschoven naar hoofdstuk 5, omdat dit meer overzicht geeft en enkel betrekking heeft op de regelingen uit hoofdstuk 5.
Participatiewet
tekstuele verduidelijking
Participatiewet
tekstuele aanpassing
Inburgering
Lid 1 benoemd specifiek de vrijlating vermogen in woning uit de wet + biedt nu ruimte om te kiezen tussen bijstand als geldlening of kiezen voor het vestigen van een hypotheek- of pandovereenkomst.
Participatiewet
per 1 januari 2026 start fase 1 van het Participatiewet wetswijzigingspakket Participatiewet in Balans. Als gevolg van deze wetswijziging wordt de giftenvrijlating voor gemeenten gemaximaliseerd op € 1200. Op grond van de wet kan hier op individuele gronden van afgeweken worden maar een generieke ophoging van de giftenvrijlating is per 1 januari 2026 niet meer mogelijk.
tekstuele verduidelijking
Participatiewet
lid 2 bracht een additionele voorwaarde voor een Participatiewet inkomensregeling die enkel van toepassing was op inwoners die de bijstand instroomde met een parttime dienstverband. Het stellen van aanvullende voorwaarden voor een inkomstenvrijlating t.o.v. andere bijstandsgerechtigden is niet wenselijk. onnodig beperkende voorwaarde
Participatiewet
Participatiewet Deze komen te vervallen omdat deze beleidsartikelen een herhaling van de wettekst zijn. Daarmee zijn ze overbodig in de beleidsregels.
is geen grondslag voor.
Participatiewet
De voorwaarde om een auto buiten beschouwing Participatiewet te laten voor het vaststellen van het vermogen was gekoppeld aan de leeftijd. De waarde van tweedehands autos is de laatste jaren fors gestegen. Dit maakt dat een auto van 8 jaar oud een vermogen kan vertegenwoordigen die niet meer redelijkerwijs verenigbaar is met het hebben van een bijstandsuitkering. Wel kan het bezit van een auto bijvoorbeeld reintegratie kansen vergroten. Derhalve is er gekozen dat het bezit van een motorvoertuig met een maximale waarde van €5000 als verenigbaar met de bijstand te gezien kan worden.
Verschuiving binnen art. 5.4 Bijzondere bijstand de Participatiewet oude tekst staat nu in art. 5.4.1.
Bijlage 2 is verwijderd. Deze tekst stond eerder in 5.4.
Participatiewet
Betreft de hoogte bijzondere bijstand in het algemeen. Tevens is gekozen voor een percentage van de nibud prijzengids te hanteren voor de hoogte i.p.v. een bijlage (2) die door ons zelf is opgesteld en niet altijd volledig is.
Participatiewet
De lijst met bedragen in bijlage 2 betroffen de pakketten die verstrekt worden bij een volledige wooninrichting en stoffering. Deze is niet altijd toereikend gebleken en is niet gebasseerd op de Nibud prijzengids. Deze oplossing is transparant voor inwoners. t.o.v. de vorige bedragen die werden verstrekt zit er een overgang in die geen financiële gevolgen heeft.
Participatiewet
Vereenvoudigd. Door wijzigen vervoerder zijn Gemeentewet bepaalde voorwaarden veranderd. Kinderen tot 11 jaar reizen sowieso gratis.
Andere en meer vervoerders, tevens een iets ruimer tijdsblok voor buiten de daluren.
Gemeentewet
Vereenvoudigd, dit artikel bestond gedeeltelijk uit uitvoeringsrichtlijnen. Tevens zijn de mogelijkheden om te beëindigen gewijzigd bij het wijzigen van vervoerder, waardoor huidge tekst niet meer paste bij de uitvoering.
Gemeentewet
De doelgroep die niet in de steekproef valt is veruimd met: in de afgelopen 12 maanden geen minima of bijzondere bijstand heeft ontvangen, Wajong of IVA krijgen.
Participatiewet
Titel aangepast, duidelijker en eenvoudiger voor de inwoner om te begrijpen waar de regeling voor is.
Gemeentewet
Participatiewet De wijziging wordt ingevoerd omdat het huidige artikel 6.1.3 lid 4 strijdig blijkt met artikel 18a, vijfde lid, van de Participatiewet en met de daaruit voortvloeiende jurisprudentie. Reeds genomen individuele besluiten worden beoordeeld conform de criteria van proportionaliteit en het vertrouwensbeginsel; heropening geschiedt alleen bij ernstige zichtbare onrechtmatigheden.
De inhoud van lid 1 sub c wordt inhoudelijk ook gedekt door de inhoud van lid 1 sub a van deze beleidsregels
Participatiewet
de inhoud van lid 2 wordt inhoudelijk ook gedekt door 6.1.4 lid 1 sub a van deze beleidsregels
Participatiewet
De toevoeging aan sub c zorgt voor verdere borging van de gewenste uitvoeringspraktijk.
Participatiewet
In de nieuwe invulling van artikel 6.2.6 wordt tekstueel verduidelijkt welke leningen voor kwijtschelding in aanmerking komen.
Participatiewet
Term fraudevordering wordt vervangen voor vordering als gevolg van schending inlichtingenplicht.
Participatiewet
Participatiewet vanaf 1-1-2026 is er geen maximale subsidiable huurgrens meer voor de huurtoeslag. Huurtoeslag wordt ongeacht de hoogte van de huur berekend a.d.h.v. het verzamelinkomen van de inwoner. Uitgebreid en specifiek een bepaling opgenomen Participatiewet voor tandartskosten. De zorgverzekering wordt geacht een passende en toereikende voorliggende voorziening te zijn.
Participatiewet per 1 januari 2026 start fase 1 van het wetswijzigingspakket Participatiewet in Balans. Uit deze wetswijziging volgt dat er een geuniformeerde ophoging van de jongerennorm komt. Waar in het verleden de jongerennorm op grond van gemeentelijk beleid opgehoogd kon worden middels bijzondere bijstand, is er per 1 januari 2026 een geuniformeerde ophoging vastgelegd in de Participatiewet die vanuit BUIG gefinancierd wordt.