1.232 RIB Handhavingsplan Participatiewet, IOAW en IOAZ 2025-2029
Tekst van het document
19
Sinds 2022
Niet bekend
-
Bijlage 3 Overzichtstabel met de inhoud van de maatregelen Pw in balans uit de Memorie van Toelichting Het wetsvoorstel Pw in balans bevat een samenhangend pakket van ruim twintig maatregelen. Deze maatregelen worden in de Memorie van Toelichting (in de aangehaalde paragrafen) nader toegelicht. Onderstaande tabel geeft een kort overzicht van de inhoud van de maatregelen. §
Onderwerp
Kern
Burgerperspectief
3.2
Harmonisatie aanvullende bijstand jongerennorm
De aanvulling op de jongmeerderjarigen-norm (18-21 jaar) wordt in beginsel gelijk voor alle gemeenten. Dit betekent dat gemeenten aanvullend € 634 aan jongeren kunnen geven wanneer ze redelijkerwijs geen steun van hun ouders krijgen.
De jongmeerderjarigen krijgen meer zekerheid dat de bijstand die zij ontvangen voldoende is om noodzakelijke kosten te kunnen betalen.
Wanneer blijkt dat dit bedrag niet voldoende is, kan de gemeente het bedrag verhogen. Als blijkt dat het bedrag te hoog is, kan de gemeente het verlagen. 3.3
Giften
Introductie van een standaard giftenvrijlating van € 1.200 per jaar.
3.4
Vermogen
Wanneer een burger een bijstandsuitkering aanvraagt, wordt gekeken naar het totale vermogen. Dit blijft ook gedurende de loop van de bijstand het uitgangspunt. Dus vermogen = totale vermogen – schulden.
Niet iedere gift moet meer worden gemeld bij de gemeenten. Melding is alleen nodig, als het totaal aantal giften boven de € 1.200 per jaar uitkomt. De giften die worden ontvangen, moeten worden bijgehouden door de bijstandsgerechtigde zelf. Voortaan wordt er rekening gehouden met zowel het huidige vermogen en de huidige schulden. Melding (in het kader van de inlichtingenplicht) is alleen nodig wanneer toenamen in bezit leiden tot een vermogen boven de geldende vermogensgrens en moeten dus door de bijstandsgerechtigde zelf worden bijgehouden.
De Vierwekenzoektermijn blijft van kracht. De gemeente krijgt wel de mogelijkheid om in knellende situaties geen gebruik te maken van de Vierwekenzoektermijn.
Als er een uitzondering wordt gemaakt op de Vierwekenzoektermijn, kan de jongere meteen een bijstandsuitkering krijgen.
3.6 Bijstand met terugwerkende kracht
De gemeente krijgt de mogelijkheid om een bijstandsuitkering met terugwerkende kracht te verstrekken. Dit kan de gemeente doen als de individuele omstandigheden daarom vragen. De maximale lengte is tot en met 3 maanden terug.
Indien nodig, kan de bijstand worden verleend voor de periode direct voorafgaand aan het moment waarop een burger bijstand heeft aangevraagd. Dit kan schulden voorkomen/financiële problemen verkleinen.
Gezamenlijke huishouding
Uit jurisprudentie volgt dat artikel 3, vierde lid, onderdeel a, Pw op onderdelen in strijd is met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Die strijdigheid wordt weggenomen.
Dit heeft geen gevolgen voor de bijstandsgerechtigden, omdat gemeenten de jurisprudentie van de CRvB al volgen.
De bijstandsuitkering voor een bijstandsgerechtigde met een partner die geen recht heeft op bijstand wordt verhoogd. Als de partner inkomsten heeft, worden deze verrekend. Een bijstandsgerechtigde met een niet-rechthebbende partner (bijvoorbeeld omdat deze in het buitenland of in de gevangenis verblijft) en met in Nederland wonende kinderen, heeft geen recht op extra kindgebonden budget. Dit komt door verschillende partnerbegrippen in verschillende wetten. In jurisprudentie is bepaald dat het bedrag van de bijstandsuitkering in deze situaties wordt verhoogd. Dit wordt nu ook vastgelegd in de wet.
Deze groep krijgt standaard hetzelfde bedrag aan bijstand als alleenstaanden.
3.5
3.7
3.8
3.9
Vierwekenzoektermijn jongeren tot 27 jaar
De grote verschillen tussen gemeenten worden hiermee zoveel mogelijk verkleind.
Bijstandsnorm voor hen met niet-rechthebbende partner Bijstandsnorm alleenstaande ouder zonder ALO-kop
Als de niet-rechthebbende partner inkomsten heeft, kunnen deze verrekend worden met de bijstand van de bijstandsgerechtigde.
20
De bijstandsgerechtigde met een nietrechthebbende partner die wel kinderen heeft in Nederland, kan recht hebben op een hogere bijstandsuitkering.
3.10 Onmiddellijk indienen aanvraag
Vaak kunnen burgers meteen een bijstandsaanvraag indienen als hier een melding voor wordt gemaakt bij de uitvoeringsorganisatie of gemeente. Voor de enkele situaties waar dat nog niet zo is, wordt geregeld dat zodra er een melding wordt gedaan, het meteen mogelijk moet zijn om een uitkering aan te vragen.
Burgers hoeven niet langer te wachten voor het aanvragen van een bijstandsuitkering. Dit wordt mogelijk zodra een melding is gedaan.
3.11
Gelijkstelling diverse aanvragen
Voorgesteld wordt om de aanvraagdatum van de eerst aangevraagde uitkering (bijstand, Bbz, Ioaw, Ioaz) bij een gemeente als meldingsdatum voor een bijstandsaanvraag te hanteren.
Als een burger per ongeluk de verkeerde uitkering aanvraagt in plaats van een bijstandsuitkering, wordt de datum van de eerste (verkeerde) aanvraag gebruikt. Hierdoor loopt de burger geen uitkering mis in de tijd tussen de verschillende aanvragen.
4.2
Verruiming van de bijverdiengrenzen
De verschillende vrijlatingsregelingen worden hetzelfde gemaakt in één vrijlating. De vrijlating bedraagt 15% voor de periode van 1 jaar. De gemeente kan besluiten de vrijlating te verlengen als men niet meer uren kan werken wegens individuele omstandigheden. De structurele vrijlating voor mensen met een medische uren beperking blijft behouden.
Er komt één bijverdienregeling, waardoor duidelijker wordt welk deel van de bijverdiensten een bijstandsgerechtigden mogen houden. Het doel is om werken vanuit de bijstand of in combinatie met een bijstandsuitkering aantrekkelijker te maken door de overgang tussen uitkering en werk makkelijker te maken en het hebben van werk én uitkering te versoepelen.
4.4
Versoepelen aanvraagprocedure
De aanvraagprocedure wordt vereenvoudigd: 1) Het wordt mogelijk om bijstand toe te kennen op basis van DigiD. Hierdoor kan de hele aanvraag digitaal plaatsvinden. 2) Identificatie mag voortaan ook op basis van een rijbewijs 3) Bijstandsgerechtigden die uit de bijstand zijn gestroomd en binnen 12 maanden weer instromen kunnen gebruik maken van een verkorte aanvraagprocedure, waarbij gegevens van eerdere aanvragen gebruikt mogen worden.
Het aanvraagproces voor een bijstandsuitkering wordt vereenvoudigd.
4.5
(Automatisch) verrekenen op Door een uniforme wijze van het berekenen van het nettouniforme wijze inkomen voor te schrijven, wordt (automatisch) verrekenen op basis van de gegevens uit de polisadministratie mogelijk gemaakt. Ook wordt het transactiestelsel verduidelijkt.
Het loonstrookje hoeft niet meer in alle gevallen maandelijks te worden aangeleverd. Dit vermindert de lastendruk en kan het proces in veel gevallen bespoedigen. Door deze maatregel wordt de inkomensonzekerheid verkleind.
4.6
Vereenvoudiging verrekenen
Door het verreken van vakantiegeld, eindejaarsuitkering en keuzebudget op een standaardwijze wordt zoveel mogelijk uniformiteit geborgd en is het makkelijker uit te leggen. Ook wordt de inkomenszekerheid hierdoor bevorderd.
Er komt regelgeving waarin de standaardwijze voor het verrekenen van de eindejaarsuitkering, vakantiegeld en keuzebudget wordt opgenomen. Dit maakt het verrekenproces eenduidiger. Ook wordt voorkomen dat bijstandsgerechtigden met inkomen naast de bijstand door het verrekenen van dit inkomen op maandbasis onder de bijstandsnorm terechtkomen.
21
4.7
Bufferbudget
Met het bufferbudget wordt een nieuw maatwerkinstrument geïntroduceerd om de financiële problemen – die ontstaan door het verrekenen van inkomsten – op te vangen en het bijstandsniveau te kunnen garanderen. Het bufferbudget bedraagt maximaal € 1.000 per jaar en wordt toegekend en beheerd door de gemeenten. Het college krijgt de mogelijkheid om een bufferbudget toe te kennen in een individueel geval als andere instrumenten zijn uitgeput of niet kunnen worden toegepast.
Er komt een budget dat schommelingen door het verrekenen van inkomen kan opvangen. Dit leidt tot meer financiële zekerheid op het moment dat een bijstandsgerechtigde naast de uitkering werkt en stimuleert daarmee de arbeidsinschakeling.
5.2
Generieke participatieplicht
De gemeenten krijgen de mogelijkheid om de participatieplicht per persoon verder aan te vullen met specifieke verplichtingen die gepast zijn gelet om de omstandigheden en mogelijkheden van het individu. De specifieke verplichtingen die nu in de wet zijn opgenomen worden geschrapt.
De bijstandsgerechtigde heeft een participatieplicht. Dit houdt in dat iemand naar vermogen algemeen geaccepteerd arbeid moet verkrijgen, accepteren, behouden en gebruik te maken van een door de gemeente aangeboden (re-integratie-) voorziening. Indien arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, is de persoon verplicht naar vermogen maatschappelijk te participeren. Zo nodig kan de gemeente extra verplichtingen opleggen. Dit wordt aan de bijstandsgerechtigde duidelijk gemaakt. Standaard specifieke verplichtingen, zoals het bereid moeten zijn om drie uur te reizen voor werk, komen te vervallen.
5.35.5
Maatschappelijke participatie
Maatschappelijke participatie is onderdeel van de generieke participatieplicht. Een bijstandsgerechtigde krijgt het recht om maatschappelijke participatie zelf vorm te geven. Daarnaast kunnen zij ondersteuning krijgen bij deze vormgeving.
Bijstandsgerechtigden die niet (direct) kunnen werken, krijgen meer ruimte om hun maatschappelijke participatie zelf vorm te geven. Tegelijkertijd kunnen zij ook aanspraak maken op ondersteuning, conform het gemeentelijk beleid.
Gemeenten ontwikkelen beleid met betrekking tot maatschappelijke participatie. 5.6
Maatregelenbeleid
Er komt een maatregelenbesluit waarin gemeenten meer ruimte krijgen om bij het opleggen van maatregelen rekening te houden met de individuele omstandigheden. De standaard-verlagingen die op dit moment in de wet zijn opgenomen komen te vervallen.
Als een bijstandsgerechtigde niet aan de verplichtingen voldoet, kan een meer passende maatregel opgelegd worden. De automatisch ‘harde’ maatregelen komen te vervallen.
5.7
Ruimte voor mantelzorg
Er wordt in de wet opgenomen dat mantelzorg geen op loon te waarderen arbeid is en dat - als men samenwoont vanwege de intensieve mantelzorg die wordt verleend – dit niet als gemeenschappelijk huishouden kan worden gezien.
Mantelzorgers kunnen mantelzorg verlenen zonder te hoeven vrezen voor de gevolgen voor de uitkering.
5.8
Verbreden experimenteerartikel
Experimenten mogen in het vervolg ook gericht zijn op maatschappelijke participatie, loonkostensubsidie en permanente ontheffingen. Daarnaast wordt de totale looptijd van experimenten verruimd naar 5 jaar.
Dit heeft niet direct gevolgen. Als een gemeente een experiment wil uitvoeren, krijgt zij hier meer ruimte voor. Als dit de gemeente is waar de bijstandsgerechtigde woont, kunnen zij mogelijk deelnemen aan het experiment.
6.2
Aanpassing toegangseis Ioaz
Zelfstandigen van 55 jaar en ouder die tot drie maanden voor de aanvraag van Ioaz hun bedrijf of beroep beëindigd hebben, kunnen alsnog toegang krijgen tot de Ioaz als zij ook aan de andere vereisten voldoen.
Oudere gewezen zelfstandigen die zich eerst hebben gericht op het beëindigen van het bedrijf of beroep en daarna pas een aanvraag doen voor Ioaz, krijgen alsnog de gelegenheid om Ioaz aan te vragen.
22
Bijlage 4 Samenwerking binnen het Sociaal Domein 4.1 Regionaal Platform Preventie, Toezicht & Handhaving • Het Regionaal Platform Preventie, Toezicht & Handhaving (RPF) is een samenwerkingsverband van gemeenten en ketenpartners gericht op preventie en handhaving. • Doel: Bevorderen van samenwerking en uitwisseling van kennis binnen het sociaal domein. • Lopende ontwikkelingen: o Evaluatie van de toekomst van het platform in 2024. o Herziening van de naam om een focus op preventie en handhaving te benadrukken. 4.2 Internationale Samenwerking: IBF • Het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) ondersteunt bij grensoverschrijdende onderzoeken naar verzwegen vermogen. • Doel: Bestrijden van fraude op het gebied van sociale zekerheid. 4.3 Toezicht op Zorgfraude • Regionale toezichthouders behandelen meldingen over zorgfraude binnen de Wmo en Jeugdwet. • Werkgebied: Gemeenten in Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen, Zuidplas en Krimpenerwaard
23