1.19 RIB Rapporteren stand van zaken actiepunten woonvisie
Tekst van het document
Vitale kernen in het groen
11
22.217
Figuur 4: woningvoorraad naar eigendomssituatie Gemeente
26%
7%
67%
Vlist
22%
10%
69%
Stolwijk
23%
5%
72%
Schoonhoven
29%
Ouderkerk aan den IJssel
9%
17%
7%
Lekkerkerk
27%
Krimpen aan de Lek
29%
Haastrecht
27%
Gouderak
76% 7%
11%
Bergambacht
63%
6%
67% 6%
62%
5%
84%
23%
Ammerstol
4%
73%
37% 0%
66%
8%
32%
Berkenwoude
62%
10%
20%
2% 30%
Corporatiehuur
40%
61% 50%
Particuliere huur
60%
70%
80%
90%
100%
Koop
Bron: gemeente Krimpenerwaard (2023).
WET VERSTERKING REGIE VOLKSHUISVESTING Onlangs is de Wet regie volkshuisvesting (hierna: Wvrv) in consultatie gegaan. Het voorstel is om met de Wvrv vijf bestaande wetten te wijzigen om de regie op de volkshuisvesting te versterken door het bouwen van voldoende betaalbare woningen te versnellen, de juiste verdeling en het juiste gebruik van de woningvoorraad te bevorderen. Opvangen dubbele vergrijzing in woningmarkt is de grootste opgave voor de komende jaren De komende jaren veranderen de woonbehoeften in Krimpenerwaard flink, onder andere door demografische ontwikkelingen. De prognoses laten zien dat toename van huishoudens vooral komt door migratie en steeds minder door natuurlijke aanwas. Onderliggend neemt het aantal ouderen in omvang sterk toe. Dit zijn niet persé nieuwe huishoudens maar huishoudens die nu al in de gemeente wonen en simpelweg ouder worden. Ofwel: de bevolkingspiramide schuift door in de tijd. Dit zien we ook in onze gemeente. De komende jaren neemt het aandeel oudere personen (55-plus) sterk toe. Bovendien worden de oudste ouderen (80-plus) steeds ouder. Deze dubbele vergrijzing opvangen in de woningmarkt is qua omvang de grootste ruimtelijke opgave. Tegelijkertijd valt er voor ouderen weinig te kiezen. Het ontbreekt aan voldoende geschikt aanbod voor ouderen en geschikte plekken waar deze concepten kunnen landen.
Zowel in de koop- als de huursector en in alle prijssegmenten.
Vitale kernen in het groen
12
22.217
Figuur 5: bevolkingsontwikkeling gemeente Krimpenerwaard 2015-2021 (links) en 2022-2042 (rechts) 600
100%
500 400 300
50%
16%
19%
22%
25%
28%
28%
29%
30%
29%
27%
11%
11%
11%
11%
11%
36%
36%
36%
37%
38%
4% 5%
3% 5%
3% 5%
3% 5%
3% 5%
2022
2027
2032
2037
2042
200 100 0 0%
-100 2015
2016
2017 2018 2019 2020 Natuurlijke groei Binnenlandse verhuizingen Buitenlandse migratie
2021
alleenst. en stellen 75plus alleenst. en stellen 55 t/m 74 jaar alleenst. en stellen 35 t/m 54 jaar
Bron: CBS (2022) en Primos (ABF Research 2019). Bewerking Stec Groep (2023).
Wat willen we? SPEERPUNT OMGEVINGSVISIE: TOENAME WONINGEN IN RELATIE TOT BEHOEFTE We willen per kern ruimte bieden aan woningbouw, zodat voorzien kan worden in de eigen behoefte. De nieuwe woningen komen in en bij de kernen. Er is behoefte aan extra woningen in Krimpenerwaard. Dit komt doordat huishoudens steeds kleiner worden (huishoudensverdunning). Hierdoor is voor hetzelfde aantal inwoners een toename van het aantal woningen nodig. Ook groeit de bevolking van Krimpenerwaard tot 2030. We willen dat mensen in Krimpenerwaard kunnen (blijven) wonen en willen voorzien in de behoefte aan passende woningen. SPEERPUNT OMGEVINGSVISIE: EEN DIVERSER WONINGAANBOD We streven naar een divers aanbod van woonruimte, aansluitend op de woonwensen en behoeften van verschillende doelgroepen. Wonen in Krimpenerwaard betekent wonen in een groene, rustige en gezonde omgeving. Daarvoor hebben we voldoende woningen nodig die passen bij de behoefte. Woningen voor alle generaties en doelgroepen, nu en in de toekomst. Gedacht moet worden aan passende woningen voor zowel jongeren, gezinnen, ouderen, alleenstaanden als voor groepen met speciale woonbehoeften. Dit vraagt een kwalitatief, divers en flexibel woningaanbod met aandacht voor betaalbaarheid, zorg en bereikbaarheid van voorzieningen. Wij geven ruimte aan eigen wooninitiatieven en staan open voor nieuwe, onderscheidende en creatieve woonvormen.
Doel: we zetten in op de bouw van 4.000 woningen in de periode 2023-2040 Op basis van autonome huishoudensprognoses mogen we in onze gemeente tot 2040 een huishoudensgroei van 2.650 huishoudens verwachten (bron: ABF Research). Onze woningbouwambities liggen hoger. Om onze kernen leefbaar, vitaal en toekomstbestendig te houden kiezen we er bewust voor in te zetten op de realisatie van 4.000 woningen in de periode 2023-2040. We hebben hier twee redenen voor: • Allereerst is het realiseren van gerichte nieuwbouw een belangrijke randvoorwaarde voor vitaliteit. De bevolking van onze gemeente vergrijst in rap tempo en met nieuw en aanvullend aanbod behouden we onze jongeren en trekken we extra jongeren aan. Hiermee verbeteren we de vitaliteit en neemt het draagvlak voor voorzieningen en het verenigingsleven toe. Bovendien is de woningmarkt in onze regio (Midden-Holland) gemiddeld zo’n 15 tot 20% te krap. Met onze woningbouwambitie dragen we daarmee niet alleen bij aan het terugdringen van het woningtekort in onze eigen gemeente, maar dragen we ons steentje bij aan de regionale opgave. • Daarnaast realiseren we met een woningbouwprogramma van 4.000 woningen een groot aantal betaalbare woningen (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop). We zetten daarmee nadrukkelijk in op starters en middeninkomens.
Ook voorzien we hiermee in de groeiende vraag die ontstaat vanuit de huishoudensverdunning. Hierdoor moeten er in de toekomst meer huishoudens gehuisvest worden. Ook verlagen we hiermee het aantal scheefwoners (doordat
Vitale kernen in het groen
13
22.217
doorstroming wordt gerealiseerd). Dit heeft een positief effect op de huidige (te hoge) druk op het sociale huursegment. Laatstgenoemde is belangrijk. We verwachten richting de toekomst namelijk een nog grotere vraag naar geschikte en betaalbare woningen. Deze vraag komt bijvoorbeeld vanuit Oekraïense vluchtelingen en statushouders die ervoor kiezen in Nederland te blijven wonen. Hoe groot deze vraag exact zal zijn is nog onbekend. Om onze ambitie ook daadwerkelijk te halen stellen we een versnellingsagenda wonen op [actiepunt 1].
DOORSTROMING IN DE GOUDEN DRIEHOEK VAN DE WONINGMARKT Door de opbouw van de woningvoorraad is een woningmarkt ontstaan die doorstroming bemoeilijkt. Door de sterke prijsstijgingen op de koopmarkt is dit, voor met name starters, de afgelopen jaren nog moeilijker geworden. Er zit een gat tussen (betaalbare) sociale huur en steeds duurder geworden koopmarkt. Huishoudens met een middeninkomen (tussen circa € 45.000 en € 56.000) zitten klem en outsiders (huishoudens die nog geen koopwoning hebben) komen er niet meer tussen. Zoomen we in op de doorstroming van middeninkomens dan speelt de uitwisseling tussen sociale huur, middenhuur en betaalbare koop een sleutelrol. We focussen hier op de gouden driehoek van de woningmarkt. Idealiter is de driehoek gesloten en kan doorstroming tussen de segmenten soepel verlopen. In de praktijk is dit veelal niet het geval. Van sociale huur naar koopwoning betekent vaak een grote sprong in de woonlasten en is voor minder huishoudens te overbruggen. Een oplossing voor deze huishoudens ligt in een middenhuurwoning of een betaalbare koopwoning. Daarnaast verdient een deel van de huishoudens te veel voor een sociale huurwoning of kan hier, door wachtlijsten, niet in terecht. Middenhuur (van € 808 tot € 1.000) is voor deze huishoudens veelal een alternatief, daarom is dit is een belangrijk segment om te vergroten en te behouden.
Bron: Stec Groep (2023)
Doel: we zetten bij ieder nieuwbouwplan in op 75% betaalbaar Om meer betaalbare woningen te realiseren hanteren we op planniveau onderstaande segmentering. Dit betekent dat ieder plan voor 75% uit betaalbare woningen (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) moet bestaan1. Met de woningbouwsegmentering werken we toe naar een woningvoorraad die voor 30% bestaat uit sociale huurwoningen. Het is 1 We sluiten met de prijsgrens voor middenhuur en betaalbare koop aan op landelijke definities/kaders.
Vitale kernen in het groen
14
22.217
een ingroeimodel. Op basis van het beoogde bouwprogramma en het aandeel sociale huur zal dit aandeel daarentegen nog niet in 2040 bereikt zijn. Voor middenhuur gaan we uit van woningen met een huurprijs vanaf de liberalisatiegrens (€ 808,06, prijspeil 2023) tot 187 punten (tot 1 januari 2025 betekent dit € 1.100 per maand, daarna wordt de prijsgrens geïndexeerd). Voor het betaalbare koopsegment maken we een onderverdeling naar goedkope koop (tot € 250.000) en het overige deel betaalbare koop (€ 250.000 tot € 355.000). Op basis van de actuele planlijst brengen we specifiek in beeld voor welke bestaande projecten de 75% betaalbaarheidsregel niet gaat gelden (bijvoorbeeld omdat de planvorming niet meer beïnvloedbaar is of doordat vergevorderde plannen hierdoor teveel vertragen) [actiepunt 2]. Tabel 1: Woningbouwsegmentering per plan Segment
Aandeel
Sociale huur Middenhuur Dure huur Betaalbare koop (tot € 355.000) … waarvan goedkope koop (tot € 250.000) … waarvan overig betaalbaar (€ 250.000 tot € 355.000) Dure koop (vanaf € 355.000)
30% 20% 5% 25% 12,5% 12,5% 20%
We zetten instrumenten in om betaalbare woningen te realiseren en te behouden [actiepunt 3]. Dit doen we door (ondersteund door onze nieuw op te stellen doelgroepenverordening) bij nieuwbouwprojecten woningbouwcategorieën (sociale huur, betaalbare koop en middenhuur) af te dwingen in het bestemmingsplan/omgevingsplan. Wanneer dit niet anderszins gezekerd is (of kan worden) maken we privaatrechtelijke afspraken. Daarnaast blijven we de starterslening inzetten. De starterslening is bedoeld voor huishoudens die hun eerste woning kopen. De lening overbrugt het verschil tussen de prijs van de woning en de hypotheek bij de bank. Hiermee wordt het voor starters makkelijker een woning te kopen en kunnen zij toch de eerste stap op de koopmarkt zetten. We leggen, indien nodig, contacten tussen ontwikkelende partijen en woningcorporaties. Dit om ervoor te zorgen dat nieuw gerealiseerde sociale huurwoningen onder het beheer van één van de woningcorporaties komen te vallen. We doen daarnaast een beroep op de woningcorporaties om een deel van de middenhuur opgave te realiseren. We verwachten namelijk niet dat de markt deze opgave volledig oppakt. Ook biedt dit kansen voor het aanbieden van middenhuurwoningen via ‘Wonen in de Krimpenerwaard’ en kan hiermee voorrang verleend worden aan mensen die een sociale huurwoning achterlaten.
We maken met de woningcorporaties prestatieafspraken over het aantal te realiseren middenhuurwoningen en de instandhoudingstermijn daarvan [actiepunt 4]. Dit is in lijn met het Rijksbeleid. Van de beoogde 900.000 extra woningen tot 2030 moeten 50.000 middenhuurwoningen gebouwd worden door woningcorporaties.
NATIONALE WOON- EN BOUWAGENDA ZET VOL IN OP BETAAL- EN BESCHIKBAARHEID Een belangrijk kader voor de gemeentelijke woonvisie is de Nationale Woon- en Bouwagenda. Zoals Minister de Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) hierin aangeeft, is het woningtekort in Nederland te groot: “Als we wonen overlaten aan het vrije spel der krachten, geldt het recht van de sterkste en raken mensen in de knel. Een plek om te wonen is een grondrecht, maar de laatste jaren voor te veel mensen een nauwelijks bereikbaar voorrecht geworden”. Als oplossing voor het woningtekort heeft Minister de Jonge daarom de Nationale Woon- en Bouwagenda gepresenteerd. Het doel is om tot en met 2030 900.000 extra woningen te realiseren (100.000 per jaar). Van de 900.000 woningen die gebouwd worden, moeten 600.000 woningen betaalbaar zijn. Hiervan zijn 350.000 woningen middenhuur en betaalbare koop en 250.000 sociale huurwoningen. Deze ambities zijn eind 2022 vertaald naar samenwerkingsafspraken tussen het Rijk en de provincies. Met de provincie Zuid-Holland is afgesproken dat zij 235.460 woningen gaan realiseren in de periode 2022 t/m 2030. Op 14 maart is de Regionale Realisatieagenda Wonen Midden-Holland ondertekend. Daarin zijn afspraken gemaakt over de doelstellingen die gelden voor de regio Midden-Holland.
Vitale kernen in het groen
15
22.217
In principe moet ieder woningbouwplan tot 2040 voldoen aan de segmentering. Er is een aantal redenen om onderbouwd af te wijken van bovenstaande woningbouwsegmentering. Afwijken kan indien: 1. Goed onderbouwd aangetoond kan worden dat de leefbaarheid in een kern in het geding komt; 2. Goed onderbouwd aangetoond kan worden dat de financiële haalbaarheid van een plan in het geding komt. Ontwikkelende partijen en de gemeente zoeken, indien dit het geval is, daarna samen naar het grootst mogelijke betaalbare programma dat financieel wel haalbaar is; 3. Er sprake is van sloop/nieuwbouw door een woningcorporatie (dan mag 100% sociale huur teruggebouwd worden); 4. Er uitwisseling plaatsvindt tussen vergelijkbare prijssegmenten (bijvoorbeeld: een hoger aandeel betaalbare koop ter compensatie voor een lager aandeel middenhuur); 5. Als gezekerd is dat de opgave elders in de gemeente wordt ingevuld. We gaan daarvoor werken met een vereveningsfonds [actiepunt 5]. Om de voortgang van de ambities uit de woonvisie te kunnen bijhouden gaan we de Regionale Projectenlijst Woningbouw (RPW) beter benutten als sturingsinstrument om te monitoren welke plannen (aantal woningen, type, prijs, etc.) er gerealiseerd zijn en welke woningbouwplannen nog gerealiseerd gaan worden [actiepunt 6]. Op deze manier houden we onze ambities scherp in de gaten en kunnen we, indien nodig, op tijd bijsturen.
Doel: we zetten nieuwbouw gericht in voor de doorstroming van ouderen Het relatief beperkte aanbod van betaalbare woningen (koop en huur) hangt samen met de beperkte doorstroom(mogelijkheden) van/voor ouderen. We stimuleren het bouwen voor doorstroming. Dit betekent concreet dat we op locaties die geschikt zijn voor de huisvesting van ouderen nadrukkelijk inzetten op het realiseren van geschikte, aantrekkelijke en betaalbare nultredenwoningen. Hiermee komen we tegemoet aan de veranderende woonwensen van de vergrijzende bevolking én vergroten we de kansen van alle andere woningzoekenden op de woningmarkt van Krimpenerwaard. Het toevoegen van een nultredenwoning voor ouderen kan namelijk wel vijf verhuisbewegingen opleveren. Het toevoegen van een starterswoning zorgt gemiddeld voor slechts één verhuisbeweging.
Niet alle ouderen willen verhuizen, dat hoeft natuurlijk ook niet. Een deel van de ouderen wil echter wel ergens anders wonen, maar ziet op tegen de verhuizing. We gaan deze doelgroep daarom actiever ondersteunen. We starten daarom een informatiecampagne om huishoudens vroegtijdig te informeren over de mogelijkheden van toekomstbestendig wonen [actiepunt 7] en zetten instrumenten in om alle 65-plussers actief te verleiden en ontzorgen om te verhuizen naar een passende woning [actiepunt 8]. We pakken dit actiepunt samen op met de woningcorporaties. Op deze manier bieden we een pakket van maatregelen aan waarmee we doorstroming op maat kunnen realiseren. ACTIEPUNTEN: BESCHIKBAARHEID EN BETAALBAARHEID 1. We stellen een versnellingsagenda wonen op 2. We brengen op basis van de actuele planlijst specifiek in beeld voor welke bestaande projecten de 75% betaalbaarheidsregel niet gaat gelden 3. We zetten instrumenten in om betaalbare woningen te realiseren en te behouden 4. We maken met de woningcorporaties prestatieafspraken over het aantal te realiseren middenhuurwoningen en de instandhoudingstermijn daarvan 5. We gaan werken met een vereveningsfonds 6. We gaan de Regionale Projectenlijst Woningbouw (RPW) beter benutten als sturingsinstrument om de voortgang van de ambities uit de woonvisie te monitoren
Vitale kernen in het groen
16
22.217
7. 8.
We starten een informatiecampagne om huishoudens vroegtijdig te informeren over de mogelijkheden van toekomstbestendig wonen We zetten instrumenten in om 65-plussers actief te verleiden en ontzorgen om te verhuizen naar een passende woning
Vitale kernen in het groen
17
22.217
Pijler 2: Aantrekkelijke en inclusieve nieuwbouw Wat zien we? Nieuwbouw is nodig: het aantal huishoudens groeit en woonwensen veranderen Het aantal huishoudens in Krimpenerwaard en de regio groeit, maar ook de woonwensen van huishoudens veranderen sterk en constant. Nieuwbouw is nodig om de verwachte huishoudensgroei in Krimpenerwaard en regio de komende jaren op te kunnen vangen. Het is daarbij belangrijk niet alleen naar kwantiteit, maar ook naar kwaliteit te kijken. Woningen die toegevoegd worden aan de voorraad moeten voorzien in de kwalitatieve behoeften van onze inwoners (denk aan segment, type en locatie). In onderstaande figuren is de toekomstige woningbouwbehoefte voor de komende 10 jaar weergegeven op hoofdlijn en verder uitgesplitst naar productmarktcombinaties (PMC’s). Hierop is ook het toekomstige woningbouwprogramma uit tabel 1 gebaseerd.
Appartement/ Nultreden Grondgebonden
Figuur 6: woningbehoefte naar woningtypen 2022-2032 Sociale huur grondgebonden Vrijesectorhuur grondgebonden Koop grondgebonden Sociale huur appartement /Nultreden Vrijesectorhuur appartement /Nultreden Koopappartement /Nultreden
VSH SH KOOP NULT. NULT. NULT.
KOOP GGB
VSH SH GGB GGB
Figuur 7: verdieping woningbehoefte naar PMC’s GGB huur tot aftop.grens GGB huur aftop. tot lib.grens GGB huur lib.grens tot € 1000 GGB huur € 1000+ GGB tot € 175K GGB € 175-250K GGB € 250-355K GGB € 355-450K GGB € 450K+ NULT. huur tot aftop.grens NULT. huur aftop. tot lib.grens NULT. huur lib.grens tot € 1000 NULT. huur € 1000+ NULT. tot € 175K NULT. € 175-250K NULT. € 250-355K NULT. € 355-450K NULT. € 450K+
Bron: WoON 2015, 2018 & 2021, Primos 2019, Lokale Monitor Wonen 2021, CBS 2022. Bewerking Stec Groep (2022). SH = sociale huur, VSH = vrijesectorhuur, GGB = grondgebonden, NULT. = nultreden.
Vitale kernen in het groen
18
22.217
Wat willen we? SPEERPUNT OMGEVINGSVISIE: TOENAME WONINGEN IN RELATIE TOT BEHOEFTE We willen per kern ruimte bieden aan woningbouw, zodat voorzien kan worden in de eigen behoefte. De nieuwe woningen komen in en bij de kernen. Er is behoefte aan extra woningen in Krimpenerwaard. Dit komt doordat huishoudens steeds kleiner worden (huishoudensverdunning). Hierdoor is voor hetzelfde aantal inwoners een toename van het aantal woningen nodig. Ook groeit de bevolking van Krimpenerwaard tot 2030. We willen dat mensen in Krimpenerwaard kunnen (blijven) wonen en willen voorzien in de behoefte aan passende woningen. SPEERPUNT OMGEVINGSVISIE: EEN DIVERSER WONINGAANBOD We streven naar een divers aanbod van woonruimte, aansluitend op de woonwensen en behoeften van verschillende doelgroepen. Wonen in Krimpenerwaard betekent wonen in een groene, rustige en gezonde omgeving. Daarvoor hebben we voldoende woningen nodig die passen bij de behoefte. Woningen voor alle generaties en doelgroepen, nu en in de toekomst. Gedacht moet worden aan passende woningen voor zowel jongeren, gezinnen, ouderen, alleenstaanden als voor groepen met speciale woonbehoeften. Dit vraagt een kwalitatief, divers en flexibel woningaanbod met aandacht voor betaalbaarheid, zorg en bereikbaarheid van voorzieningen. Wij geven ruimte aan eigen wooninitiatieven en staan open voor nieuwe, onderscheidende en creatieve woonvormen.
Doel: we voegen kwalitatief goede en levensloopbestendige woningen toe Voor nieuwbouw zien we ouderen als een belangrijke doelgroep. Dit omdat we, met de bouw van woningen voor ouderen, de doorstroming op onze woningmarkt op gang krijgen (zie pijler 1). Op basis van het gemeentelijke woningbehoefteonderzoek blijkt bovendien dat 60% van de toekomstige woningbehoefte bestaat uit appartementen en nultredenwoningen. Onze wens is dan ook om 60% van het nieuwbouwprogramma (in een gevarieerde mix) als nultredenwoning/appartement te realiseren. We geven deze en eerder/later genoemde randvoorwaarden en wensen ten aanzien van nieuwbouwprojecten mee aan ontwikkelende partijen [actiepunt 9]. Essentieel daarbij is dat er levensloopbestendige producten met een goede prijs/kwaliteitverhouding worden gerealiseerd. Een levensloopbestendige woning is een zelfstandige woning die geschikt is (of eenvoudig geschikt te maken) voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in geval van fysieke handicaps of chronische ziekten van bewoners. De woning past in alle levensfasen bij de behoeften die de bewoner op dat moment heeft.
Andere kwalitatieve woningkenmerken die ouderen kunnen verleiden te verhuizen zijn: locaties dicht bij voorzieningen (of eenvoudig bereikbaar), woningen met minimaal drie kamers, goede ruime buitenruimte, trap- en drempelloos, brede deurposten, brede trapopgangen, een aantrekkelijke huurprijs, et cetera. Om ervoor te zorgen dat levensloopbestendige woningen voor ouderen de juiste kwaliteiten hebben, stellen we met betrokken partijen vast welke uitgangspunten voor levensloopbestendige woningen, naast de wettelijke vereisten, nodig zijn om kwalitatief goede levensloopbestendige nieuwbouw toe te voegen in Krimpenerwaard [actiepunt 10]. Tabel 2: streefprogrammering naar woningtypologie Segment
Aandeel
Grondgebonden (zoals rijtjeswoning, twee-onder-een-kap of vrijstaand) Nultreden/appartement
40% 60%
Doel: binnen 500 meter rondom voorzieningen zetten we zoveel mogelijk in op de bouw van levensloopbestendige woningen Idealiter concentreren we levensloopbestendige nieuwbouw zoveel mogelijk rondom voorzieningenclusters (zoals winkels, openbaar vervoer en een gezondheidscentrum). Bij nieuwbouwlocaties binnen een straal van 500 meter (dit is de loopafstand die ouderen maximaal af kunnen/willen leggen) rondom deze voorzieningen zetten we daarom zoveel mogelijk in op het realiseren van levensloopbestendige woningen. Binnen deze zorgcirkels verbeteren we ook de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Om actief te kunnen sturen op het realiseren van levensloopbestendige woningen brengen we in kaart waar de zorgcirkels in onze gemeente precies liggen [actiepunt 11]. Ook in kernen met minder voorzieningen worden
Vitale kernen in het groen
19
22.217
kleinschalige initiatieven die goed aansluiten bij de behoefte van (moderne) senioren toegestaan. Qua woonwensen bestaat er namelijk niet één type oudere. Hierbij is het dan wel noodzakelijk dat bewoners zelfstandig genoeg zijn om naar voorzieningen toe te kunnen, of bijvoorbeeld boodschappen kunnen bestellen en zorg aan huis ontvangen of over voldoende mantelzorg beschikken. Figuur 8: Impressie kwalitatief goede levensloopbestendige woningen
Doel: we realiseren met nieuwbouw en doorstroming kansen voor jongeren en jonge gezinnen Jongeren en jonge gezinnen blijven ook een belangrijke doelgroep voor de nieuwbouw. We zetten daarom ook in op het realiseren van bijvoorbeeld kleinere woningen voor jongeren. We zien daarentegen voor jongeren en jonge gezinnen ook veel mogelijkheden in de bestaande woningvoorraad. Om deze mogelijkheden ook echt te verzilveren moet doorstroming op gang komen. Hiervoor moeten nieuwbouwwoningen voor jongeren en ouderen voor een groot deel bij onze eigen inwoners terecht komen (zodat er binnen onze eigen woningvoorraad verschuivingen plaats kunnen gaan vinden). We zetten het bestaande woonruimteverdelingssysteem daarom voort en maken over de toewijzing van nieuwbouw (aanvullende) afspraken met de woningcorporaties en ontwikkelende partijen [actiepunt 12]. Doel: we zetten in op flexwoningen als kans voor onze jongeren en spoedzoekers Een flexibele huisvestingsschil vormt een belangrijke aanvulling op de reguliere woningmarkt. Zeker in de huidige woningmarkt waarin veel mensen (op korte termijn en dringend) woonruimte zoeken. Denk bijvoorbeeld aan starters die in de huidige woningmarkt moeilijk aan een reguliere woning komen, mensen die net gescheiden zijn, statushouders die wachten op een permanente woning of mensen die een baan in de omgeving hebben aangenomen.
Een flexibele huisvestingsschil kan verschillende vormen aannemen: van tijdelijke huurcontracten in permanente wooncomplexen tot tijdelijke woonunits op tijdelijke plekken met tijdelijke huurcontracten. Tijdelijke contracten zijn een oplossing voor mensen die vanuit een noodsituatie woonruimte nodig hebben, maar zelf in staat zijn binnen 2 jaar door te stromen naar een andere woning. Flexwonen op tijdelijke locaties kan een oplossing zijn omdat deze procedure vaak sneller is dan de procedure om permanente woningen te bouwen. We gaan in gesprek met de woningcorporaties over het realiseren van flexwoningen [actiepunt 13]. Ook faciliteren we particulieren om hun initiatieven voor flexwoningen te kunnen realiseren. We zien flexwonen wel als een tijdelijke (nood)oplossing. Doel: we blijven ook aandacht houden voor andere bijzondere doelgroepen Krimpenerwaard is en blijft ook de komende jaren een aantrekkelijke woongemeente voor iedereen. We hebben daarom ook aandacht voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Hieronder noemen we per doelgroep de belangrijkste acties. • Woonwagenbewoners: we houden bestaande woonwagenstandplaatsen in stand en houden de behoefte aan woonwagenstandplaatsen bij. Indien vereist maken we beleid [actiepunt 14]. • Arbeidsmigranten: op dit moment hebben wij als gemeente geen actief beleid omtrent huisvesting van arbeidsmigranten.
In nauwe samenwerking met andere beleidsterreinen zoals economie, openbare orde en veiligheid, handhaving, vergunningen, ruimtelijke ordening en publiekszaken stellen we beleid op [actiepunt 15]. • Statushouders: Het Rijk bepaalt elk half jaar hoeveel statushouders elke gemeente moet huisvesten. Samen met onze partners maken we er werk van deze taakstelling te halen. Statushouders worden waar dit kan in reguliere sociale huurwoningen gehuisvest. In tijden waar de taakstelling groot is, maar ook de druk op sociale huurwoningen, kijken we ook naar andere tijdelijke oplossingen. We maken met de woningcorporaties prestatieafspraken over de toewijzing van statushouders [actiepunt 16].
Vitale kernen in het groen
20
22.217
•
Bewoners maatwerkwonen2: er is een kleine groep inwoners die dakloos dreigt te raken doordat zij stelselmatig overlast veroorzaken. Dat is onhoudbaar voor de buren, maar ook voor de inwoner zelf. De inwoner heeft baat bij een prikkelarme woon- en leefomgeving, zonder te veel buren om zich heen. Maatwerkwonen biedt hier een oplossing voor. We realiseren maatwerkwonen woningen in Krimpenerwaard [actiepunt 17]. Momenteel zijn we bezig met een onderzoek naar het aantal te realiseren maatwerkwonen woningen en de locatie daarvan.
Naast bijzondere doelgroepen die een (bijzondere) woonvorm nodig hebben, zijn er ook bijzondere, innovatieve woonvormen zoals tiny houses. Voor dit specifieke concept, waarbij de eigenaar van een tiny houses zelfvoorzienend en duurzaam wil leven, zijn beleidsregels geformuleerd in 'Beleidsregels tijdelijke tiny houses Krimpenerwaard 2021. Doel: we streven ernaar de komende jaren in alle kernen woningen te bouwen We streven ernaar om de komende jaren in iedere kern woningbouw te plegen. We doen dit om onze kernen vitaal te houden en ervoor te zorgen dat onze inwoners hun wooncarrière (indien gewenst) zoveel mogelijk binnen hun eigen kern kunnen realiseren. We houden daarbij rekening met de omvang en het karakter van de kernen. Niet iedere kern leent zich bijvoorbeeld voor een grootschalige woningbouwontwikkeling. We hebben (en houden) daarbij ook aandacht voor de ruimtelijke en groene structuur die Krimpenerwaard kenmerkt. Nieuwe woningen hebben we daarom jarenlang zoveel als mogelijk binnen de bestaande grenzen van de kernen toegevoegd. Gevolg van dit beleid is dat inbreidingslocaties schaars zijn geworden. De nog beschikbare binnenstedelijke locaties bieden onvoldoende ruimte voor het realiseren van onze woningbouwambitie. We gaan/moeten de komende jaren daarom ook aan de randen van onze kernen bouwen.
We gaan daarbij zuinig om met het groen en sluiten aan op de bestaande identiteit van de kernen en sluiten aan bij de ruimtelijke kaders in de Omgevingsverordening van de provincie. Om inzichtelijk te krijgen op welke locaties we in de toekomst woningen kunnen bouwen voeren we momenteel, als onderdeel van de Ontwikkelagenda, locatieonderzoek uit [actiepunt 18]. In dit onderzoek stellen we een kansen kaart op en zetten we de eerste stap richting uitvoering. Tegelijkertijd wordt er momenteel gewerkt aan het document ‘Beleidsregels woningen buitengebied Krimpenerwaard’. Dit document geeft mogelijkheden en richtlijnen mee voor het realiseren van woningen in het buitengebied/de linten. Het gaat daarbij niet alleen om initiatieven van ontwikkelaars. We zetten ook in op het mogelijk maken van kleinschalige initiatieven van particulieren. LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING De Ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 opgenomen als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en in 2017 aangepast. Overheden moeten op grond van het Bro elke nieuwe stedelijke ontwikkeling motiveren aan de hand van de Ladder. Het instrument is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparantie bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Hierdoor wordt de ruimte in kernen optimaal benut en draagt het er tegelijkertijd aan bij dat het toekomstige woningaanbod aansluit op de behoefte vanuit huishoudens. Het is noodzakelijk om alle nieuwbouwplannen die nog niet in een geldend bestemmingsplan zitten ruimtelijk te onderbouwen en de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voor deze woningen aan te tonen vanuit de woningmarkt. Doel: om ruimte voor groen en klimaatadaptatie te maken gaan we binnenstedelijk de hoogte in Onze binnenstedelijke mogelijkheden nemen snel af. Dit betekent dat we zorgvuldig met onze ruimte moeten omgaan. Om onze woningbouwambities te realiseren én tegelijkertijd voldoende ruimte te (be)houden voor groen en klimaatadaptatie gaan we de hoogte in. We kiezen hierbij voor een juiste balans tussen stenen en groen. Doordat binnenstedelijke locaties zich goed lenen voor hoogbouw (mede doordat ouderen een belangrijke doelgroep vormen voor deze locaties) zetten we vooral hier in op het realiseren van hoogbouw. Hierdoor kunnen we meer woningen realiseren, creëren we ruimte voor groen (minder grondgebruik) en ontstaat er voldoende ruimte voor klimaatadaptatie.
Op locaties aan de rand van de kernen zetten we meer in op het dorpse karakter dat onze gemeente kenmerkt en kiezen we voor een ruimere opzet (met optioneel 2 Maatwerkwonen woningen zijn kleine eenvoudige woningen (ca 24m2) in een prikkelarme omgeving bedoeld voor een zeer
geringe doelgroep die overmatig overlast veroorzaakt en niet in een normale woonomgeving kan wonen.
Vitale kernen in het groen
21
22.217
een lager aandeel appartementen en een hoger aandeel grondgebonden woningen dan in het streefprogramma in tabel 2 is opgenomen). Om in beeld te brengen welke locaties wel/niet geschikt zijn voor hoogbouw en welke randvoorwaarden daarbij horen (voor goede verhouding stenen en groen) stellen we een hoogbouwvisie op [actiepunt 19]. We leggen daarbij nadrukkelijk de link met waterveiligheid, voldoende groen, parkeren en de duidelijke scheiding tussen kern en buitengebied. Ook stellen we een gemeentelijk verkeerbeleidsplan/omgevingsprogramma verkeer op waarbij aandacht is voor het optimaliseren van parkeren [actiepunt 20]. ACTIEPUNTEN: AANTREKKELIJKE EN INCLUSIEVE NIEUWBOUW 9. We geven randvoorwaarden en wensen ten aanzien van nieuwbouwprojecten mee aan ontwikkelende partijen 10. We stellen we met betrokken partijen vast welke uitgangspunten voor levensloopbestendige woningen, naast de wettelijke vereisten, nodig zijn om kwalitatief goede levensloopbestendige nieuwbouw toe te voegen in Krimpenerwaard 11. We brengen in kaart waar de zorgcirkels in onze gemeente liggen 12. We zetten het bestaande woonruimteverdelingssysteem voort en maken over de toewijzing van nieuwbouw (aanvullende) afspraken met woningcorporaties en ontwikkelende partijen 13. We gaan in gesprek met de woningcorporaties over het realiseren van flexwoningen 14.
We houden de behoefte aan woonwagenstandplaatsen bij en maken, indien gewenst, beleid 15. We stellen in nauwe samenwerking met andere beleidsterreinen zoals economie, openbare orde en veiligheid, handhaving, vergunningen, ruimtelijke ordening en publiekszaken beleid op voor de huisvesting van arbeidsmigranten 16. We maken met de woningcorporaties prestatieafspraken over de toewijzing van statushouders 17. We realiseren maatwerkwonen woningen 18. We voeren, als onderdeel van de Ontwikkelagenda, locatieonderzoek uit om inzicht te krijgen in op welke locaties we in de toekomst woningen kunnen bouwen (kansen kaart) 19. We stellen een hoogbouwvisie op 20. We stellen een gemeentelijke verkeersplan/omgevingsprogramma verkeer op
Vitale kernen in het groen
22
22.217
Pijler 3: Wonen, zorg en welzijn Wat zien we? Dubbele vergrijzing leidt tot groeiende zorgvraag, Rijksbeleid gericht op ‘langer thuis’ Er is sprake van een dubbele vergrijzing. Onze groep ouderen groeit niet alleen, onze ouderen worden ook steeds ouder. Op basis van autonome huishoudensprognoses verwachten we in 2040 zo’n 2.500 extra alleenstaanden en stellen van 75 jaar of ouder. Doordat het beleid vanuit het Rijk gericht is op ‘langer thuis’ worden steeds meer mensen oud in een zelfstandige woning. Hierdoor ontstaat een grotere vraag naar levensloopbestendige woningen in de nabijheid van voorzieningen, ondersteuning, mantelzorg en soms ook dagbesteding. Een deel van deze vraag kan opgevangen worden in nieuwbouw (zie pijler 2), maar een nog veel groter deel betreft een aanpassingsopgave in de bestaande voorraad en leefomgeving. Tabel 3: huishoudensontwikkeling naar doelgroepen op basis van Primos 2019 Alleenstaande t/m 24 jaar Alleenstaanden 25 t/m 34 jaar Stellen t/m 34 jaar Gezinnen (en 1-ouderhuishoudens) Alleenstaanden en stellen 35 t/m 54 jaar Alleenstaanden en stellen 55 t/m 74 jaar Alleenstaanden en stellen 75-plus Totaal
Huishoudens 2022 395 910 1.000 8.570 2.560
Ontw. 2022-2027 +10 -30 -160 +60
Ontw. 2022-2032 +10 -60 -260 +175
Ontw. 2022-2042 +25 -100 -365 +555
-15
+10
+60
+205 +855 +925
+310 +1.505 +1.690
-135 +2.610 +2.650
6.815 3.765 24.015
Bron: Primos, 2019. Bewerking Stec Groep, 2022.
In diezelfde periode groeit het aantal oudere cliënten met een Wlz-indicatie3 (en dus mensen die in principe behoefte hebben aan een plek in een verpleeghuis) met zo’n 385. Op basis van de beschikbare cijfers verwachten we dat het grootste deel van deze groei wordt veroorzaakt door mensen met dementie (+225), maar ook voor mensen met somatisch problemen (+160) zijn extra plekken nodig. Daarbovenop komt dat er momenteel een tekort bestaat aan zo’n 25 plekken. Dit betekent dat er in 2040 in totaal behoefte bestaat is aan 400 extra verpleeghuisplekken. De huidige inzet van het Rijk en het zorgkantoor is daarentegen dat er geen intramurale capaciteit bijkomt. Dit betekent dat er tot aan 2040 ingezet moet worden op het realiseren van 400 woningen in geclusterde woonvormen en/of woningen met een bepaalde zorgcomponent in de reguliere voorraad (in een passende verhouding goedkoop, middelduur en duur). Tabel 4: prognose aantal ouderen cliënten met een Wlz-indicatie 2020 Dementie Somatiek Totaal Huidig tekort Behoefte
2030 264 183 447
2040 310 214 524
Ontw. 2020-2040 366 252 618
Bron: Woonzorganalyse gemeente Krimpenerwaard, juni 2022. 3 Met een Wlz-indicatie kunnen mensen terecht in een verpleeghuis, een instelling voor mensen met een handicap of een ggz-
instelling.
+223 +162 +385 24 +400
Vitale kernen in het groen
23
22.217
In onderstaande tabel is de toekomstige behoefte aan geclusterde woonvormen en/of woningen met een bepaalde zorgcomponent in de reguliere voorraad per kern uitgesplitst. Geconcludeerd kan worden is dat de toekomstige behoefte zich vooral concentreert in de grotere kernen van de gemeente (Schoonhoven, Bergambacht, Ouderkerk aan den IJssel, Krimpen aan de Lek, Haastrecht, Lekkerkerk en Stolwijk). In de kleinere kernen (Gouderak, Ammerstol, Berkenwoude en Vlist) is de behoefte aan geclusterde woonvormen en/of woningen met een bepaalde zorgcomponent in de reguliere voorraad, op basis van de woonzorganalyse, een stuk kleiner. Dit is gezien de omvang van de kernen (en daarmee het aantal ouderen) en het bestaande zorgaanbod ook logisch. De toekomstige behoefte wordt namelijk deels gebaseerd op cijfers en trends uit het verleden. Tabel 5: Ontwikkeling aantal oudere Wlz cliënte Krimpenerwaard 2020-2040 naar kern Kern Lekkerkerk Krimpen aan de Lek Ouderkerk aan den IJssel Gouderak Bergambacht Ammerstol Berkenwoude Haastrecht Stolwijk Vlist Schoonhoven Totaal
2020
2040
Ontwikkeling 2020-2040
74 52 43 20 61 11 9 40 40 3 92 447
117 100 72 33 121 18 16 84 79 7 185 832
43 48 29 13 60 7 7 44 39 4 93 387
Bron: Woonzorganalyse gemeente Krimpenerwaard, juni 2022.
Extramuralisering raakt alle zorggroepen en vergroot noodzaak opvang in reguliere woningvoorraad Bovenop de vergrijzing is het beleid vanuit het Rijk gericht op een verdere extramuralisering van zorg (‘zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan’). Ook de druk op andersoortige zorgvoorzieningen zoals Jeugdzorg en Beschermd Wonen is in de gemeente Krimpenerwaard groot, zo geven zorgpartijen aan. Dit komt doordat de zorgvraag steeds complexer wordt. Hierdoor duurt uitstroom langer en ontstaan opstoppingen. Het aantal benodigde plekken is (en blijft) namelijk al jaren ongeveer hetzelfde. De druk op de zorg hangt ook samen met de beperkte mate van uitstroom. Dit komt doordat het beschikbare en geschikte aanbod voor bijvoorbeeld jongeren die vanuit Jeugdzorg of mensen die vanuit beschut- en beschermd wonen de reguliere woningmarkt op willen/kunnen/moeten stromen beperkt is. Een groot deel van deze uitstromers heeft behoefte aan een kleine en betaalbare sociale huurwoning (deels tot de kwaliteitskortingsgrens), maar deze woningen zijn op dit moment nauwelijks beschikbaar. We staan als gemeente dus voor een grote opgave op dit vlak. Tabel 6: prognose aantal Wlz en Wmo cliënten in de periode 2020-2040* 2020
2030
2040
Ontw. 2020-2040
Wlz Verstandelijke of meervoudige beperking Lichamelijke beperking
299
295
289
-10
GGZ-B Wmo Jeugdzorg Beschermd- en beschut wonen, Gewoon Thuis
53 14
55 14
56 14
-3 0
155
148
162
+7
47
44
43
-4
Bron: Woonzorganalyse gemeente Krimpenerwaard, juni 2022. *Prognose houdt geen rekening met individuele projecten.
Vitale kernen in het groen
24
22.217
Wat willen we? SPEERPUNT OMGEVINGSVISIE: PASSENDE MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN We zetten in op passende en bereikbare maatschappelijke voorzieningen. Voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Krimpenerwaard is een passend aanbod van bereikbare maatschappelijke voorzieningen van belang. Doel: we faciliteren aanpassingen in de bestaande voorraad Onze inwoners moeten zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen. Voor het merendeel van de ouderen geldt daarbij dat zij in een reguliere woning willen blijven wonen en niet willen verhuizen naar een woning die meer passend is voor ouderen, denk aan een gelijkvloerse woning of specifieke woon(zorg)voorziening. De zorgbehoefte en aanpassingsbehoefte van de woning en woonomgeving zal daarom voor een groot deel ontstaan daar waar de ouderen nu wonen (als er hulp/mantelzorg aanwezig is). We zetten daarom in op het meer geschikt maken van de bestaande voorraad en faciliteren aanpassingen vanuit het Wmo-budget. We houden in de begroting rekening met stijgende zorgkosten als gevolg van de toenemende vraag naar woningaanpassingen. We onderzoeken bij aanvragen daarentegen ook goed welke mogelijkheden aanvragers zelf hebben om in de woningaanpassing te voorzien. Over het aanpassen naar en toewijzen van levensloopbestendige woningen in de corporatiesector maken we afspraken met de woningcorporaties [actiepunt 21].
Ook denken we (in lijn met ons beleid gericht op (pré)-mantelzorg) mee over de mogelijkheden voor mantelzorg. Denk aan concepten als ‘kangoeroewoningen4’ waarmee meerdere generaties tijdelijk of permanent samenleven volgens de ruimtelijke kwaliteitskaders van de gemeente.
TEKORT AAN ZORGPERSONEEL VRAAGT OM SLIMME OPLOSSINGEN We signaleren dat het tekort aan zorgpersoneel de komende jaren verder toeneemt. Dit zorgt voor extra druk op de zorgverlening, mede vanwege de aankomende vergrijzing en het feit dat veel ouderen in een niet-levensloopbestendige woning wonen. Zorg moet hierdoor voor een belangrijk deel efficiënter verleend worden met (‘compacte’) specialistische zorg aan huis door professionals in combinatie met minder specialistische zorg door familie, kennissen en buren en ondersteunende diensten. Ook andere nieuwe mogelijkheden en innovaties (zoals digitale zorg, e-health, domotica en robotica) moeten ervoor gaan zorgen dat zorg meer op de juiste plek en tijdsonafhankelijk kan worden geleverd. Doel: we faciliteren en stimuleren geclusterde woonzorgvormen voor ouderen en zorgbehoevenden We willen iedereen een passende woning bieden. Ook ouderen en andere mensen met een (extramurale) zorgvraag. Het stimuleren en faciliteren van gedifferentieerde woonzorgvormen is daarom een belangrijk doel van de woonvisie. Het gaat daarbij niet alleen om initiatieven van ontwikkelaars. We zetten ook in op het mogelijk maken van kleinschalige initiatieven van particulieren. We sluiten hierbij aan bij de trends, mogelijke ontwikkelingen, kansen die zich voordoen en de vraag per kern.
Denk voor woonvormen bijvoorbeeld aan een (meergeneratie)hofje met levensloopbestendige woningen en een gezamenlijke tuin waarin vragers (ouderen) en dragers (starters, jonge gezinnen) samen wonen, naar elkaar omkijken en voor elkaar zorgen. Of aan een geclusterde woonvorm in een oud schoolgebouw waarin ouderen een eigen woonruimte met keuken en badkamer hebben, maar ook een gemeenschappelijke keuken en woonkamer delen en zelf zorg en ondersteuning efficiënt organiseren. Een voorbeeld van een geclusterd wooncomplex: zorg- en/of ontmoetingsvoorzieningen zijn centraal gesitueerd, (eventueel) met zorgwoningen voor ouderen die 24-uurs zorg nodig hebben. Hieromheen staan woningen voor een gezonde mix van sterk zorgbehoevenden en meer zelfstandige ouderen. Het belangrijkste is dat de woonvormen aansluiten bij de brede diversiteit aan woonwensen en -eisen van ouderen en zorgbehoevenden. Qua woonwensen is er namelijk niet één type oudere. Flexibel gebruik van woningen in verschillende zorgcategorieën en voldoende ruimte voor ontmoeten is daarbij in ieder geval gewenst. We werken daarom samen met de zorg- en welzijnspartijen en woningcorporaties uit hoe verschillende woonzorgconcepten er in onze kernen uit kunnen (of moeten) zien [actiepunt 22].
Om ontwikkelaars van woonzorgconcepten een kans te geven binnen een tender, zorgen we voor passende randvoorwaarden door gebruik te maken van een kavelpaspoort [actiepunt 23]. Ten slotte onderzoeken we
4 Een kangoeroewoning is een combinatie van twee zelfstandige woningen of wooneenheden onder één dak. De woonruimtes
hebben elk een aparte voordeur en hebben vaak ook een intern afsluitbare verbindingsdeur. De wooneenheden kunnen naast elkaar, maar ook boven elkaar gesitueerd zijn.
Vitale kernen in het groen
25
22.217
op welke wijze we als gemeente financieel kunnen bijdragen aan de realisatie en het gebruikersbeheer van ontmoeting(sruimten) binnen geclusterde woonconcepten [actiepunt 24]. Geclusterde woonvormen hoeven daarbij niet perse een groot zorg component te bevatten. Ook woonvormen waarbinnen mensen meer zelfstandig samen wonen behoren tot de geclusterde vormen. Daarnaast hebben we aandacht voor ontmoeting in de openbare ruimte. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan voldoende buitenspeelplekken voor alle leeftijden. Voor de uitvoering bekijken we bovenstaande actiepunten (en actiepunt 26 en 27) in samenhang. Doel: we zetten in op een leefomgeving die past bij een toenemende zorgvraag Fijn wonen in Krimpenerwaard hangt niet alleen af van de woning zelf. Ook de infrastructuur en de inrichting van de openbare ruimte rondom woningen moet aansluiten bij de toenemende zorgvraag. We nemen de opgave voor wonen en zorg integraal mee in de leefomgeving. We zetten daarbij niet alleen in op (geclusterde) levensloopbestendige woningen (zie pijler 2), maar ook op een toegankelijke omgeving (met minder drempels en dementie vriendelijke routes), maatschappelijke voorzieningen en ruimte voor ontmoetingen in de buurt. We streven daarmee naar een sterke basis ten behoeve van vitale kernen.
Om dit te kunnen realiseren is de samenwerking tussen zorg- en welzijnspartijen, het zorgkantoor, woningcorporaties en gemeente van essentieel belang. We zetten daarom in op het behouden, versterken en verbeteren van de bestaande samenwerkingsstructuur waarbinnen deze partijen samen werken aan de opgaven op het gebied van wonen en zorg [actiepunt 25]. Doel: we zetten in op een passend voorzieningenniveau per kern om de sociale basis te versterken Onze inwoners hebben baat bij een goede sociale basis met een breed en laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning in de eigen kern. Een sterke sociale basis stimuleert ontmoeting, helpt eenzaamheid te voorkomen, bevordert zelfredzaamheid en zorgt ervoor dat problemen zoveel mogelijk voorkomen en/of eerder gesignaleerd worden zodat inwoners niet in zware (zorg)trajecten terecht komen. Het samenbrengen van formele en informele zorg is belangrijk voor het creëren van een sterke sociale basis. Ook het hebben van een dak boven je hoofd (bestaanszekerheid) en een passend aanbod van maatschappelijke voorzieningen is hierin essentieel. We voeren daarom momenteel onderzoek uit naar het aanbod van maatschappelijke voorzieningen in relatie tot het gebruik en de behoefte. In het verlengde hiervan stellen we een visie op over de basisinfrastructuur op gemeente en kernniveau.
De inzichten hieruit nemen we mee bij de realisatie van onze volkshuisvestingsdoelen [actiepunt 26]. Doel: we zetten in op voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners Voor mensen met GGZ-problematieken zetten we in op diverse woonmogelijkheden in leefbare wijken. We hebben daarbij ook aandacht voor goede ambulante begeleiding (zorg aan huis). Op deze wijze dragen we bij aan het voorkomen van een opname en kunnen mensen waar dat mogelijk is eerder uitstromen naar een eigen woning. Ook voor andere kwetsbare inwoners (bijv. samenhangend met jeugdzorg, maatschappelijke opvang, slachtoffers van huiselijk geweld) is het essentieel een eigen passende plek te hebben om te wonen en leven. Zij hebben ook vaak een acute woonbehoefte. We zetten voor deze doelgroep daarom in op voldoende geschikte woningen. Dit betekent niet perse het creëren van extra plekken voor jeugdzorg of bijvoorbeeld beschermd- en beschut wonen (op basis van de woonzorganalyse groeit deze vraag namelijk niet), maar wel het actief inzetten op meer kleine en betaalbare sociale huurwoningen (deels tot de kwaliteitskortingsgrens en deels geclusterd/met begeleiding). Hiermee wordt de doorstroming vanuit instellingen bevorderd en kan de bestaande voorraad zorgwoningen beter benut worden.
We maken met zorg- en welzijnspartijen en woningcorporaties afspraken over het aantal toe te voegen kleine en betaalbare woningen voor uitstromers (deels onder de kwaliteitskortingsgrens) [actiepunt 27]. Samen met onze regiogemeenten vinden we het belangrijk om voldoende zorggeschikte woningen te hebben. Het regionaal goed afstemmen van deze zorgwoningen is noodzakelijk, omdat in de zorg niet naar gemeentegrenzen gekeken wordt. Om op regionaal niveau een goed evenwicht te vinden in de realisatie van voldoende en kwalitatief goede zorgwoningen, zoeken we actief de samenwerking op met onze regiogemeenten en stellen we gezamenlijk een regionale woonzorgvisie op [actiepunt 28]. ACTIEPUNTEN: WONEN, ZORG EN WELZIJN 21. We zetten in op het meer geschikt maken van de bestaande voorraad en maken prestatieafspraken met de woningcorporaties over het aanpassen naar en toewijzen van levensloopbestendige woningen 22. We werken samen met de zorg- en welzijnspartijen en woningcorporaties uit hoe verschillende woonzorgconcepten er in onze kernen uit kunnen (of moeten) zien
Vitale kernen in het groen
26
22.217
23. Om ontwikkelaars van woonzorgconcepten een kans te geven binnen een tender, zorgen we voor passende randvoorwaarden door gebruik te maken van een kavelpaspoort 24. We onderzoeken op welke wijze we als gemeente financieel kunnen bijdragen aan de realisatie van ontmoeting(sruimten) in geclusterde woonconcepten 25. We zetten in op het behouden, versterken en verbeteren van de bestaande samenwerkingsstructuur waarbinnen zorgen welzijnspartijen, het zorgkantoor, woningcorporaties en gemeente samen werken aan de opgaven op het gebied van wonen en zorg 26. We stellen een visie op over de basisinfrastructuur van maatschappelijke voorzieningen op gemeente en kernniveau. De inzichten nemen we mee bij de realisatie van onze volkshuisvestingsdoelen 27. We maken met zorg- en welzijnspartijen en woningcorporaties afspraken over het aantal toe te voegen kleine en betaalbare woningen voor uitstromers (deels onder de kwaliteitskortingsgrens) 28. We zoeken actief de samenwerking op met onze regiogemeenten en stellen gezamenlijk een regionale woonzorgvisie op
Vitale kernen in het groen
27
22.217
Pijler 4: Duurzaamheid Wat zien we? Grote verduurzamingsopgave in particuliere huur en koopvoorraad De bestaande woningvoorraad en leefomgeving zijn van groot belang voor de algemene woonkwaliteit in Krimpenerwaard. Het overgrote deel van de toekomstige woningvoorraad staat er immers nu al. Binnen de bestaande voorraad is sprake van een grote verduurzamingsopgave. De in Krimpenerwaard actieve woningcorporaties hebben daarom de afgelopen jaren flinke stappen gezet in de verduurzaming van hun bezit. Circa 75% van het bezit heeft inmiddels een label A, B of C. Dit is een stuk meer dan in de koop en overige particuliere huursector. In deze sectoren ligt dus nog een grote opgave. Daarnaast mogen woningcorporaties en particuliere verhuurders vanaf 2030 (conform landelijke wetgeving) geen woningen meer verhuren met een energielabel E, F, of G. Ook dit vraagt dus nog om een aanvullende verduurzamingsslag. Figuur 9: aandeel woningen per energielabel A overig
B C
koop
D E
corporatiehuur
F 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
G
Bron: BAG (2022), bewerking Stec Groep (2022). *Voor woningen waarvan het energielabel niet bekend is, is het energielabel ingeschat op basis van bouwjaar en type woning.
Klimaatverandering en biodiversiteitverlies vraagt om aanpassing leefomgeving Het weer wordt extremer. Meer regen in korte tijd, langere droge perioden en langdurige, hogere temperaturen. Hierdoor wordt het warmer in de kernen (hittestress), kan bij veel regen het water voor overlast zorgen en veroorzaakt droogte meer zetting van de bodem. Klimaatverandering heeft een grote impact op het functioneren van onze leefomgeving. Het is daarom belangrijk om onze leefomgeving aan te passen aan het verwachte klimaat en de effecten daarvan. Het aanpassen van de leefomgeving is ook nodig om het verlies van plant- en diersoorten (biodiversiteit) te stoppen. Verstening van kernen gaat ten koste van voedsel, veiligheid, voortplanting en variatie die soorten nodig hebben.
AKKOORD VAN PARIJS EN HET NATIONALE KLIMAATAKKOORD De gemeente Krimpenerwaard onderschrijft de ambities van het Akkoord van Parijs en het nationale Klimaatakkoord. We willen klimaatverandering tegen gaan en in 2050 klimaatneutraal en aardgasvrij zijn. We leveren onze bijdrage hieraan door: • onze woningen en gebouwen beter te isoleren; • hernieuwbare energie op te gaan wekken; • aardgas als energiebron voor het verwarmen van woningen en gebouwen te vervangen door elektriciteit, door duurzame warmtebronnen zoals aardwarmte of warmte uit oppervlaktewater of door groen gas. 5 Zolang warmtenetten en groen gas nog geen serieuze optie zijn, is het meest haalbare alternatief het (gedeeltelijk) overstappen naar elektrisch verwarmen doormiddel van (hybride) warmtepompen.
5 Zie ook onze Warmtevisie Krimpenerwaard
Vitale kernen in het groen
28
22.217
Wat willen we? SPEERPUNT OMGEVINGSVISIE: GEZOND EN VEILIG WOON- EN LEEFKLIMAAT Voldoende rust, een gezonde lucht en een veilige omgeving zijn belangrijk voor onze gezondheid. Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving nemen we gezondheidseffecten mee in onze afweging. Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die bewoners als prettig ervaren, waar gezonde keuzes gemakkelijk en logisch zijn en waar negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is. Belangrijke elementen voor een gezonde leefomgeving zijn uitnodigen tot bewegen (wandelen, fietsen, spelen), aandacht voor groen en water, elkaar ontmoeten (sociale cohesie), ontspanning, een goede milieukwaliteit, balans tussen geluid en stilte, klimaatbestendigheid (zoals meer groen voor tegengaan hitte- en wateroverlast) en een goede toegang tot voorzieningen. SPEERPUNT OMGEVINGSVISIE: KLIMAATADAPTIEVE INRICHTING IN DE KERNEN We spelen in op de gevolgen van klimaatverandering. We gaan wateroverlast, droogte en hittestress tegen. Bij nieuwe ontwikkelingen zoals nieuwe wijken maken we gebruik van de kwaliteit van het (onderliggende) landschap voor verkoeling en afvoeren van water. Hiermee versterken we ook de identiteit van Krimpenerwaard. We sluiten aan op het Convenant Klimaatadaptief Bouwen in Zuid Holland.
Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. SPEERPUNT OMGEVINGSVISIE: SAMEN BIODIVERSITEIT VERGROTEN Voldoende toegankelijk en aantrekkelijk groen, natuur en water zijn van groot belang voor een gezonde leefomgeving. We willen de biodiversiteit in onze leefomgeving vergroten. Dit doen we door het combineren van natuur- en landschapsontwikkeling bij nieuwbouw en renovatie. Winst is dat veel van deze ontwikkelingen bijdragen aan een klimaatadaptieve en natuurinclusieve inrichting. Deze verschillende invalshoeken gebruiken we bij het vergroten van kennis en bewustwording bij onze inwoners. Doel: verduurzamen bestaande particuliere voorraad (huur en koop) Ons hoofddoel is om het aardgasverbruik in Krimpenerwaard in 2030 met 30% te verminderen (ten opzichte van 2021). Hierbij wordt ingezet op het isoleren van woningen (zo’n 20% van het verminderde aardgasverbruik) en het overstappen naar (hybride) warmtepompen (zo’n 10% van het verminderde aardgasverbruik). De druk op de verduurzaming van de particuliere woningvoorraad (huur en koop) neemt de komende jaren daardoor toe. Als gemeente zien we voor onszelf een belangrijke rol in het informeren over en faciliteren van inwoners bij het verminderen van aardgasgebruik. Bewoners kunnen daarom gebruik maken van onze duurzaamheidslening.
Om het aardgasverbruik te verminderen stellen we daarnaast het gemeentelijke Uitvoeringsplan Warmte op [actiepunt 29]. Doel: verduurzamen corporatievoorraad Voor de woningvoorraad van woningcorporaties zetten we in op het uitfaseren van slechte energielabels (E, F en G) uiterlijk in 2030 6. We maken hierover prestatieafspraken met de woningcorporaties. Uitgangspunt hierbij is dat de prestatieafspraken aansluiten op de nationale prestatieafspraken [actiepunt 30]. Ook maken we met de woningcorporaties, gebaseerd op de eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen, prestatieafspraken over het realiseren van klimaatbestendige en natuurinclusieve nieuwbouw [actiepunt 31]. Deze nieuwbouw heeft zo min mogelijk versteend oppervlak en zoveel mogelijk groen. Een overschot aan water kan op deze manier de grond in en is een buffer voor droge perioden. Groen zorgt voor schaduw, verkoeling en een leefgebied voor flora en fauna. We hebben daarnaast ook aandacht voor de bestaande voorraad. In het convenant en het bijbehorende programmaplan is hier ook aandacht voor.
6 Met uitzondering van Rijksmonumenten en voor sloop aangemerkte woningen, en onder voorbehoud van voldoende instemming
van huurders of VVE’s).
Vitale kernen in het groen
29
22.217
Doel: duurzame, toekomstbestendige en betaalbare nieuwbouw Voor nieuwbouwprojecten sluiten we aan bij de duurzaamheidseisen zoals deze in het Bouwbesluit zijn opgenomen. We leggen als gemeente daarmee geen aanvullende bovenwettelijke duurzaamheidseisen op voor nieuwbouwwoningen. Dit doen we om de bouwkosten te drukken en nieuwbouwprojecten met betaalbare woningen financieel haalbaar te houden. Conform landelijke wetgeving is nieuwbouw aardgasvrij (= minimaal BENG7) en heeft nieuwbouw een milieuprestatie (MPG8) van maximaal 1,0. Dit wil daarentegen niet zeggen dat we ontwikkelende partijen niet stimuleren om hogere duurzaamheidsambities te realiseren. In gesprekken met ontwikkelende partijen kijken we waar ruimte ligt. Doel: toekomstbestendige wijken met aandacht voor groen Verduurzaming gaat niet alleen over woningen zelf. Duurzaamheid in de leefomgeving en het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte wordt ook een steeds scherper wordende eis om bijvoorbeeld hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Het biedt ook kansen voor het verbeteren van de uitstraling van woningen en buurten. We zetten daarom in op klimaatbestendige nieuwbouw en natuurinclusief bouwen. Hierbij kan gedacht worden aan het vergroenen van daken, gevels, tuinen en de openbare ruimte. Daarbij worden door diverse vormen van groen natuurlijke afwaterings- en verkoelingsmechanismen gemaakt.
Dit helpt bij de afvoer van hemelwater en het tegengaan van zogenaamde ‘hitteeilanden’. Hiermee verbeteren we de uitstraling van woningen en buurten en brengen we het ‘leven naar de straat’. Dit versterkt de sociale cohesie en hierdoor ontstaat een prettig en gezond leef- en verblijfsklimaat. Voor klimaatbestendig en natuurinclusief bouwen (voorkomen van wateroverlast, droogte, hitte, bodemdaling overstromingen en achteruitgang van de biodiversiteit) sluiten we per thema aan bij de doelstellingen en eisen die geformuleerd zijn in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. De kaders uit het convenant worden bij nieuwbouwprojecten meegegeven aan de ontwikkelende partij (zie ook actiepunt 9). In dit convenant en het bijbehorende programmaplan is er naast aandacht voor nieuwbouw, ook aandacht voor bestaande wijken. Niet elk gebied in Krimpenerwaard biedt dezelfde kansen, hiervoor dient maatwerk te worden geleverd. Aanvullend zijn in het programma Riolering en Klimaatadaptatie voor uitbreidingsplannen voor woonwijken uitgangspunten opgenomen met betrekking tot maximale percentages verhard oppervlak. ACTIEPUNTEN: DUURZAAMHEID 29. We stellen een gemeentelijk Uitvoeringsplan Warmte op 30. We maken met de woningcorporaties prestatieafspraken over het uitfaseren van slechte energielabels 31.
We maken met de woningcorporaties prestatieafspraken over het realiseren van klimaatbestendige nieuwbouw
7 Bijna Energie Neutrale Gebouwen 8 Milieu Prestatie Gebouwen
Vitale kernen in het groen
30
22.217
Uitvoeringsprogramma Wonen 2023-2028 In deze woonvisie hebben wij onze visie vastgelegd voor de komende jaren. Het hoofddoel van de woonvisie is: ‘’het versterken van onze vitale kernen doordat iedereen beschikt over een prettige en passende woning, woon- en leefomgeving’’. Om dit hoofddoel te behalen hebben we, per thema, meerdere subdoelen geformuleerd. Wij hebben daarbij telkens per subdoel aangegeven welke acties wij ondernemen om de visie uit te voeren. Deze acties vatten we samen in dit hoofdstuk: het Uitvoeringsprogramma Wonen 2023-2028. We rapporteren jaarlijks aan de raad over de voortgang van de actiepunten. Dit doen we tijdens de tweede tussentijdse rapportage. De woningmarkt is namelijk constant in beweging. Monitoren is belangrijk en bijsturen en/of herijken zal soms nodig zijn.
Pijler 1: Beschikbaarheid en betaalbaarheid DOEL 1: WE ZETTEN IN OP DE BOUW VAN 4.000 WONINGEN TOT 2040 Actiepunt 1: We stellen een versnellingsagenda wonen op Hoe: In het Collegeprogramma 2022-2026 Vitaal Vooruit zijn acties opgenomen om het bouwen van woningen te versnellen. Eén van de acties is het maken van deze woonvisie, maar ook het maken van een versnellingsagenda is onderdeel van het collegeprogramma. In de vorige collegeperiode was de bouw van woningen vooral gericht op locaties binnen de kernen. Dit heeft geresulteerd in zo’n 40 kleine projecten van minder dan 50 woningen, met een laag aandeel betaalbare koop- en huurwoningen. Dit vraagt een andere strategie. De woonvisie is een startpunt, de versnellingsagenda een vervolg. De versnellingsagenda zal gaan over het her prioriteren van lopende projecten, het onderzoeken van nieuwe woningbouwlocaties (vooral) aan de randen van de kernen op haalbaarheid en het inzetten op goede processen. Actiepunten 6 en actiepunt 18 hangen nauw samen met het opstellen en uitvoeren van de versnellingsagenda. Wie: gemeente Krimpenerwaard Wanneer: 2023