CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.18 RIB Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Raadsvergadering 16 april 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college15.178 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Regionale werkgroep Wonen en Zorg Om een gemeenschappelijk regionaal kader te ontwikkelen en regie te houden op de afhandeling van de benodigde stappen door de lokale werkgroepen Wonen en Zorg is een regionale werkgroep noodzakelijk. Deze regionale werkgroep Wonen en Zorg bestaat uit ambtelijke en professionele vertegenwoordigers van de vijf gemeenten, woningcorporaties, VGZ en zorgaanbieders. Afhankelijk van de te analyseren doelgroep kan de samenstelling van de werkgroep iets wijzigen. De regionale werkgroep wordt begeleid door een externe procesadviseur. Bij voorkeur hebben de trekkers van de lokale werkgroep Wonen en Zorg zitting in de regionale werkgroep, mits zowel ambtenaren vanuit Wonen als Sociaal Domein zijn vertegenwoordigd. Zij brengen bijvoorbeeld knelpunten vanuit de lokale werkgroep in de regionale werkgroep. Lokale werkgroep Wonen en Zorg Om specifieke maatregelen per gemeente te kunnen verkennen, wordt in iedere gemeente een lokale werkgroep opgericht (of aangehaakt bij de bestaande). Zoals hierboven is vermeld, neemt de trekker van het overleg eveneens deel aan de regionale werkgroep. 5.5 Vervolg Als de Bestuurlijke Tafel besluit tot regionale samenwerking voor de ontwikkeling van een woonzorgvisie is de logische vervolgstap om verbinding te maken met de samenwerkingspartners.

De zorgaanbieders hebben zelf al contact gezocht met de bestuurlijke trekker om hun hulp en ondersteuning aan te bieden. Met zowel zorgaanbieders als corporaties kan bestuurlijk het gesprek worden gestart over hun visie op de opgave en de wijze waarop het samenwerkingsproces kan worden ingericht. De gedachte nu is om bestuurders van de samenwerkingspartners uit te nodigen voor een eerste gezamenlijke bestuurlijke bijeenkomst in de eerste maanden van 2024. De uitnodiging zal dan gericht zijn op: Hoe kunnen we het samenwerkingsproces starten? Maar zoals gezegd, het woord is eerst aan de wethouders van de vijf gemeenten.

18

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Bijlage 1: Context bij de woonzorgopgave Bij de afweging wat de inhoud moet zijn van de regionale samenwerking bij de woonzorgopgave tussen gemeenten, is het goed om de gemeentelijke context in ogenschouw te nemen. Deze context wordt in belangrijke mate gevormd door de ministeries die het landelijke beleid en de wet- en regelgeving voor aandachtsgroepen bepalen. En voorts natuurlijk de samenwerkingspartners van wie het belangrijk is te weten hoe zij tegenover regionale samenwerking staan. Beleid ministeries BZK en VWS Het demissionaire kabinet heeft de huisvesting van aandachtsgroepen als prioritair bestempeld. Het ministerie van BZK ontwikkelt onder de noemer van het programma Een thuis voor iedereen, een van de landelijke actielijnen van de Nationale Woon- en bouwagenda, nieuwe wet- en regelgeving. Deze concept-Wet versterking regie op de volkshuisvesting verplicht gemeenten, naast andere zaken, tot een minimale regionale samenwerking bij de huisvesting van aandachtsgroepen. De wet ligt voor advies bij de Raad van State en zal naar verwachting in december 2023 aan de Tweede Kamer worden gestuurd. Voor de doelgroep ouderen werkt het ministerie van BZK intensief samen met VWS op het wonendeel. Het VWS-programma Wonen en Zorg voor ouderen bevat ook andere actielijnen die meer gericht zijn op de zorg.

Voorts is voor de begrenzing van de zorgkosten ook dit jaar een akkoord tussen VWS en de brancheorganisaties gesloten. Dit is het zogenoemde Integraal Zorg Akkoord (IZA). Het IZA beschrijft een gewenste transitie van de zorg naar preventie en stimulering van zorg thuis. In andere regio’s ontwikkelt het zorgkantoor bijvoorbeeld programma’s voor de ontwikkeling van woontussenvormen voor senioren. Tot slot is door het ministerie onder meer met de VNG het GALA-akkoord gesloten, het Gezond en Actief Leven Akkoord. Het akkoord omvat afspraken over het bereiken van een gezonde generatie in 2040: weerbare, gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. De ontwikkeling van een goede leefomgeving is één van de pijlers. Gemeenten kunnen hiervoor plannen indienen. Het kan zijn dat bij de opstart van de activiteiten het goed is om op regionaal niveau te bezien of het zinvol is gezamenlijke activiteiten op te starten voor de doelgroepen van de regionale woonzorgvisie.

Voor nu is de informatie over het programma Een thuis voor iedereen, de concept-Wet versterking regie op de volkshuisvesting en het programma Wonen en Zorg voor ouderen het meest relevant en de uitwerking van de wetgeving in woondeals5: Een thuis voor iedereen: de concept-Wet versterking regie volkshuisvesting Met de Wet versterking regie volkshuisvesting wordt onder andere regie genomen op het aantal woningen en locaties, op de betaalbaarheid van woningen en de evenredige verdeling van woningen over gemeenten en het verstevigen van lokale prestatieafspraken. Met deze wet worden verschillende wetten gewijzigd. De landelijke overheid vraagt iedere gemeente vanaf 2023 met de woonzorgvisie aan de slag te gaan, vanaf 2026 is de woonzorgvisie een wettelijk verplicht onderdeel van het volkshuisvestingsprogramma. Volgens de memorie van toelichting bij de wet wordt in een woonzorgvisie de woon-, zorg- en ondersteuningsbehoeften en -opgaven van alle aandachtsgroepen en ouderen in kaart gebracht. In de woonzorgvisie moet aandacht worden besteed aan de wijze waarop de gemeente invulling wil geven aan de huisvestingsopgave en de wijze waarop de gemeente de huisvestingsverordening wil inzetten voor de toewijzing van woonruimte voor deze groepen. Ook

5

In Zuid-Holland heten de woondeals ‘Regionale Realisatie Agenda’s’.

19

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

neemt de gemeente de randvoorwaarden op die zij nodig acht voor het goed kunnen wonen van inwoners die zorg en ondersteuning nodig hebben. De wet schrijft voor dat gemeenten een volkshuisvestingsprogramma maken waar een integrale regionaal afgestemde woonzorgvisie bij hoort. Gemeenten wordt dus gevraagd regionaal af te stemmen over hun lokale woonzorgvisie, of om een regionale woonzorgvisie te maken die geldt voor alle gemeenten in de regio. Veel gemeenten pakken dit op in een regionaal samenwerkingsverband om regionale woonzorgafspraken te maken die lokale gemeenten vervolgens verwerken in hun lokale woonzorgvisie.

Figuur 2: Infografic Een thuis voor iedereen (bron: Platform31) Programma wonen en zorg voor ouderen Het VWS-programma bevat een samenwerkingsparagraaf met het ministerie van BZK op wonen. Als ambitie is neergelegd dat de ministeries willen werken aan drie actielijnen: 1. Nieuwbouw voor ouderen: landelijk 900.000 woningen, waarvan een kleine 300.000 voor ouderen; 2. Preventie en doorstroming: ontzorgen 3. Goede leefomgeving Woondeals Beide ministeries laten de landelijke voornemens doorwerken in de regionale woondeals. Via de provincie roepen zij regio’s op om afspraken in 2024 te maken voor ouderen en studenten, daarna gevolgd door andere aandachtsgroepen. Landelijk is door ABF een doorrekening gemaakt welke woondifferentiatie in aantallen gewenst is. Ook de regio Midden-Holland heeft een informatiepakket 20

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

en doorrekening ontvangen. Deze cijfers zullen moeten worden meegenomen wanneer door de vijf gemeenten wordt besloten tot het maken van een gemeenschappelijk regionaal kader. De stakeholders Op 2 november 2023 hebben drie vertegenwoordigers van VGZ Zorgkantoor, zorgaanbieders (Kwintes) en corporaties (Mozaïek Wonen) in een korte presentatie vier vragen beantwoord: • Wat is de opgave op de korte en langere termijn? • Welke onderwerpen hebben regionale samenwerking nodig? • Welke onderwerpen moeten prioriteit krijgen? • Wat is een gewenste regionale procesaanpak? Hier een korte samenvatting van hun presentaties op deze vier vragen. 4 vragen Opgave

VGZ • Groei verpleegzorg thuis • Scheiden wonen en zorg

Onderwerpen • Verdeling van schaarse voor plekken regionale • Voorkomen dat een samenzorgvraag ontstaat werking (zoals ontmoetingsruimten)

Prioritaire onderwerpen

Gewenste • Bestuurstafel Middenregionale Holland procesaanpak • Benut Woonzorgwijzer Midden-Holland

Zorgaanbieders • Betere beschikbaarheid van kansrijke woningen over de regio • Werken aan de uitstroom/doorstroom • Kijken naar kansen voor Gewoon thuis • Noodzakelijke verruiming van vergunningen en regelgeving • Invloed van marktpartijen

• Creëren van woningen • Bevorderen van uitstroom en doorstroom • Leren van succesverhalen • Gezamenlijke opdracht voor de wethouders • Wat is de rol van de provincie? • Eerder zorgorganisatie betrekken bij mogelijk geschikte panden • Samenwerken en afstemmen met alle partijen

Corporaties Wonen en zorg is één van de opgaven

• Benoemen en prioriteren doelgroepen • Vaststellen werkelijke huisvestingsbehoefte • Aandacht voor spreiding en verdelen van de opgave • Bevordering doorstroming • Versnelling op gang brengen?

• Grotere diversiteit en spreiding van evenwichtig (woning)aanbod • Commitment van partijen op regionale opgave • Kennisuitwisseling • Coördinatie en aanmeldpunt van

21

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

4 vragen

VGZ

Zorgaanbieders • Betere spreiding van aanbod aan woningen

Corporaties zorginitiatieven met vraag om vastgoed • Onderzoeken mogelijkheden met andere partijen • Definities vaststellen

22

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Bijlage 2: Resultaat van Brede ambtelijke overleg van 29 juni 2023 Gesprek over de opgave Op basis van de ontvangen lokale en regionale documenten6 is de woonzorgopgave per geanalyseerde doelgroep geformuleerd en samengevat in een kwantitatieve en kwalitatieve opgave. Deze is besproken in twee groepen gericht op: • Doelgroep ouderen • Doelgroep verstandelijk beperkten/GGZ Twee vragen zijn besproken: 1. Is de opgave herkenbaar? 2. Wat zijn de regionale samenwerkingsonderwerpen? Hierna is de voorgestelde opgave verwoord, met daarbij de reacties op de twee vragen. In deel 1 gaat het om de doelgroep ouderen; in deel 2 over de doelgroep verstandelijk beperkten/GGZ.

6

Onder meer: Het onderzoeksrapport Nog langer thuis in de regio Midden-Holland, november 2022, Regionale agenda Wonen 2019, Bijlage 1. Addendum Regionale agenda wonen 2019, woonzorgvisies van gemeenten Krimpenerwaard, Gouda en Waddinxveen, Woonvisie Bodegraven-Reeuwijk, woonwagen-/ standplaatsenbeleid Bodegraven-Reeuwijk en Waddinxveen, beleid arbeidsmigranten Bodegraven-Reeuwijk, beleid kamerbewoning Waddinxveen, Convenant Uitstroom Opvang en Zorg Midden-Holland 2023, bijlagen 1 en 2.

23

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland 1. Doelgroep: Ouderen Besproken opgave ouderen De aanpassingen op basis van de input zijn in dit overzicht verwerkt. Regio/gemeente Regionaal

Per gemeente BodegravenReeuwijk

Gouda

Cijfermatig • 210 extra plaatsen in een instelling • 1.025 ‘verpleegzorgplekken’ • 5.150 geclusterde woningen • 1.580 nultredenwoningen

• • • • • • • •

45 extra plaatsen in een instelling 115 ‘verpleegzorgplekken’ 740 geclusterde woningen 230 nultredenwoningen 95 extra plaatsen in een instelling 455 ‘verpleegzorgplekken’ 1.675 geclusterde woningen 530 nultredenwoningen

Opgave Kwalitatief • Evenwichtige spreiding intramuraal, beschut en zelfstandig wonen (op basis van convenant) • Voldoende aanbod in een beschutte setting in wijken en kernen • Diverse aanbod aan woonvormen, zoals geclusterde woonvormen en meer generaties samen • Uitwerking van eisen aan woonvormen • Proberen wachtlijst voor verpleeghuis te verminderen door extra verpleeghuisplekken en/of preventie • Behoefte aan kennisuitwisseling goede voorbeelden van woningaanpassing • Inzicht nodig in huidig aantal geschikte woningen voor ouderen • Meer betaalbare woonvormen (sociaal en middelduur) • Stimuleren/faciliteren van doorstroming van ouderen • Meer geschikt maken van huidige woningvoorraad

Langer thuis mogelijk maken

24

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Regio/gemeente Krimpenerwaard

Waddinxveen

Zuidplas

Cijfermatig • 0 extra plaatsen in een instelling • 170 ‘verpleegzorgplekken’ • 1.035 geclusterde woningen • 320 nultredenwoningen • Tekort aan 24 verblijfsplaatsen en 400 specifieke zorgwoningen • • • • • • • •

15 extra plaatsen in een instelling 50 ‘verpleegzorgplekken’ 620 geclusterde woningen 190 nultredenwoningen 55 extra plaatsen in een instelling 235 ‘verpleegzorgplekken’ 980 geclusterde woningen 310 nultredenwoningen

Opgave Kwalitatief • Meer geschikt maken huidige voorraad • Uitwerking zorgconcepten • Randvoorwaarden grondontwikkeling met zorgpaspoort • Verkenning financiering ontmoeting(sruimten) in geclusterde woonconcepten • Visie basisstructuur maatschappelijke voorzieningen Toename nodig van geschikte woningen om langer thuis te blijven wonen

1.1 Is de opgave herkenbaar? Genoemd Om te kunnen sturen op het aantal toegankelijke woningen voor ouderen is zicht nodig op het huidige aantal geschikte woningen. De gemeente Zuidplas herkent de cijfermatige opgave. De nieuwbouw van het Vijfde Dorp biedt mogelijkheden om wat is misgegaan in de bestaande woningvoorraad te corrigeren. Op dit moment zijn ook geclusterde woonvormen nodig. De kwalitatieve opgave wordt herkend, maar het is lastig om daarover regionale afspraken te maken en/of die opgave lokaal volledig te realiseren. Gemist worden betaalbare woonvormen (sociaal en middelduur), niet alleen dure woonvormen nodig gericht op hoge inkomens.

Verwerken in geformuleerde opgave? Ja, toevoegen Nee, is geen opgave maar een kans in de uitvoering

Ja, toevoegen Nee, is geen opgave maar een bedreiging in de uitvoering. Wellicht doorvragen: wat maakt het lastig om opgave lokaal te realiseren? Ja, toevoegen

25

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland Gemist wordt het stimuleren/faciliteren van doorstroming van ouderen (2 keer genoemd). Proberen wachtlijst verpleeghuis te verkleinen. Door extra verpleeghuisplekken en/of door preventie. Dit is zeker een opgave, maar is deze opgave gemeentelijk of regionaal? Meer geschikt maken van de huidige woningvoorraad. Waar komt de “Strategische randvoorwaarden voor locatie of wijk” vandaan?

Ja, alhoewel het niet echt een opgave is, maar een ambitie Nee, opgave staat al vermeld. Wel de 2 opties toevoegen

Ja, toevoegen Ik heb dit nagezocht, maar kan de bron niet vinden. Voorstel: schrappen.

1.2 Wat zijn de regionale samenwerkingsonderwerpen? Genoemd Kennisuitwisseling over doorstroming van ouderen Kennisuitwisseling van goede voorbeelden van woningaanpassing (3 keer genoemd) Verkenning financiering en afstemming geclusterde woonconcepten Afstemming divers aanbod aan woonvormen Evenwichtige spreiding intramuraal, beschut en zelfstandig wonen (op basis van convenant) Wenselijk dat iedereen in eigen gemeente kan blijven wonen of daar waar netwerk is. Dus lokaal én regionaal. Uitwerking eisen aan woonvormen (3 keer genoemd) Kennisuitwisseling over Van Groot naar Beter-achtige doorstroomconstructies Regionale behoefte van instellingen die alleen haalbaar zijn in het Vijfde Dorp, vanwege ruimtegebrek in andere gemeenten.

26

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland 2. Doelgroep: Verstandelijk beperkten en GGZ Besproken opgaven Verstandelijk beperkten Regio/gemeente Regionaal Per gemeente Bodegraven-Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard

Cijfermatig • Het aanbod voorziet nu in de vraag • Vanwege toekomst mogelijk lichte uitbreiding nodig

• Uitbreiding van 95 plaatsen • Voor dagbesteding tekort aan 24 plaatsen

Opgave Kwalitatief

• De vraag aan Beschermd Wonen en tussenvormen neemt toe • Afspraken over aantal toe te voegen kleine en betaalbare woningen

Waddinxveen Zuidplas Besproken opgaven GGZ Regio/gemeente Regionaal

Opgave Cijfermatig Kwalitatief • Voor uitstroom uit Beschermd Wonen zijn 50 à 70 • Behoefte aan coördinatie van de uitstroom uit woningen per jaar nodig Beschermd Wonen • Voor uitstroom uit Beschermd en Beschut Wonen en • Zachte landing in de wijk: uitwerking preventie: maatschappelijke opvang zijn 20 à 25 extra woningen waakvlam, vinger aan de pols, herstelhuis. nodig • Naar één coördinatiepunt voor de uitstroom • Ophoging van het contingent van 68 naar 90 per jaar? (cliëntcoördinatie), met eventueel financiële verevening • 3 tot 5 Skaeve Huse of maatwerkwoningen • Meer variatie in aanbod voor uitstromers, zoals kamers voor jongeren • Aanbieden woonvorm voor personen met onaanvaardbaar woongedrag

Per gemeente 27

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland Bodegraven-Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas 2.1 Is de opgave herkenbaar? Genoemd Bodegraven-Reeuwijk: Beschut wonen – Bodegraven-Reeuwijk moet nog 10 plekken realiseren. Er is een normatief regionaal kader nodig om afweging te kunnen maken welke woonzorgvoorziening voorrang krijgt. Hoe woningopgave versnellen? Gouda: Zicht op PGB ontbreekt voor totaaloverzicht behoefte aan aanbod. Niet alleen uitstroom, maar ook woningen voor voorkomen instroom. Wonen Eerst: voorgesteld 12 woningen per jaar. Binnen gemeente geen aanspreekpunt voor Verstandelijk beperkten. Ontbreekt (beschermde woonomgevingen) woontussenvormen zonder indicatie. Gouda heeft van de opgave 34 beschutte woonplekken er 30 woningen gerealiseerd. Gouda realiseert 5 Skaeve Huse, Krimpenerwaard ook 5. Er is grote behoefte aan tijdelijke woonruimte voor spoedzoekers/dreigend daklozen. Er is behoefte aan particuliere initiatieven als Kamers met Aandacht, Huur&Buur. Krimpenerwaard: Er zijn kamertraining centra via de Jeugdwet, maar als jongeren 18 worden, gaan ze over naar de Wmo en daarvoor heeft de gemeente geen kamertrainingsaanbod gecontracteerd. Ontbreekt product voor jeugdzorg (kamertraining)/begeleid wonen. Er is naast behoefte aan uitstroom instellingen, behoefte aan woningen ter voorkoming van instroom MO.

Regionaal is versnelling nodig op realiseren van 80 beschutte plekken (Krimpenerwaard heeft 16 plekken nog niet gerealiseerd Behoefte aan woonvorm voor complexe doelgroep op wachtlijst BW en Beschut Wonen (Combi van GGZ/verstandelijke beperking). Door toename van complexe scheidingen-gezinsproblematiek en gebrek aan woningen, moeten mensen die gescheiden zijn soms gedwongen in één woning blijven wonen. Dit zorgt voor spanningen en is niet bevorderlijk voor het welzijn van de kinderen en volwassenen en kan problematiek verergeren. Deze mensen komen niet in aanmerking voor urgentie. Er is behoefte aan tijdelijke woningen voor dit soort spoedzoekers/economisch daklozen. 28

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland Waddinxveen: Sterke groei van aantal inwoners Algemene uitdaging is goedkope, sociale huur Bestuurlijk aangegeven: geen Skaeve Huse Beschut wonen nog niet gerealiseerd, vraag is groeit de opgave, hoe te monitoren? Visie maatschappelijke voorzieningen in de maak Zijn 3 tot 5 maatwerkwoningen bedoeld voor regionale opgave of lokale opgave? Klopt de behoefte aan 81 plekken voor beschut wonen? Voor de uitstroom BW en beschut wonen zijn 20 à 25 extra woningen nodig, wat voor type woningen betreft dat? Zuidplas: Wonen Eerst is nog geen prioriteit Groei gemeente door bouw vijfde dorp, lijkt alsof alle huisvestingsvragen van verschillende doelgroepen in het nieuwe dorp moeten komen Regio: Er moet een betere omschrijving komen van producten: zowel kwantitatief als kwalitatief. Overige opmerkingen: • WLZ-vraag ontbreekt; daar is weinig zicht op • Lichte uitbreiding beschermd en beschut wonen-panden. Is er vernieuwing nodig of zijn er clusters nodig? Is meer coördinatie nodig. • Koppelen zorgvraag aan zorgvastgoed – meer coördinatie nodig • Er is een PvA in voorbereiding voor ambulantisering BW. Kan dat later geïntegreerd? • Kwalitatief: gemengd wonen projecten- deels projecten waar mensen mogen blijven wonen en/of losse woningen, maar wel geografisch geclusterd.

• Kwantitatief: ook woningen nodig ter preventie instroom BW of beschut wonen • Cijfermatig: 1e, 2e, 3e punt overlappen, 2e lijkt aan de lage kant • Cijfermatig: realisatie 80 beschut wonen plekken (is een % per gemeente). Dit is deels al gerealiseerd. • Particuliere eigenaren/verhuur betrekken: waar is dat mogelijk? • Verheldering van de cijfers bij de regionale opgave GGZ: o Voor uitstroom uit Beschermd Wonen zijn 40 woningen per jaar nodig (dit kan natuurlijk in de loop van de tijd veranderen) o Voor uitstroom uit Beschut wonen zijn er 30 woningen per jaar nodig o Voor uitstroom uit maatschappelijke opvang, nog navragen. o Voor zover bovengenoemde groepen in aanmerking komen voor Wonen Eerst blijft het totaal aantal benodigde woningen gelijk, maar wordt een deel van de uitstroom vervangen door directe instroom in het kader van Wonen Eerst. • Toelichting bij bovenstaande:

29

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

•

• •

•

o Aantal uitstroom beschermd wonen is gebaseerd op instroomperiode 5/12 2021 tot 5/12 2022. Instroom en uitstroom moeten over de loop van de tijd gelijk zijn. Daarnaast zou het wenselijk zijn om tijdelijk de uitstroom te vergroten om de wachtlijst te verminderen (en onnodig lang wachten te voorkomen, kost de gemeente veel zorggeld) o Aantal beschut wonen zou het beste ook op die manier moeten worden berekend, op basis van de wachtlijst. Vooralsnog is uitgegaan van het aantal plekken (45) en een aangenomen gemiddelde verblijfsduur van een jaar. Van de 45 plekken zijn bovendien 15 afgehaald omdat er een overlap is met Beschermd wonen: een deel van de beschermd wonen mensen gaat eerst naar beschut wonen en daarna pas zelfstandig wonen. Zij hoeven natuurlijk maar één keer uit te stromen dan. Hoeveel dat precies is, is niet bekend. Doelgroep contingentregeling: Het contingent is bedoeld voor de bovengenoemde groepen (inclusief Wonen Eerst) maar ook voor uitstroom van cliënten uit andere instellingen (ggz, ex-gedetineerden, uit de Jeugdwet en de Wlz, ‘t Swanenburgshofje, De Reling en het doorstroomhuis voor ex-gedetineerde mensen) die niet op eigen kracht een goede kans maken op een woning. Cliënten moeten een maatschappelijke binding hebben met de regio of de regio moet om andere redenen de meest aangewezen woonplaats zijn.

Bewoners die tijdelijk buiten de regio hebben verbleven maar afkomstig zijn in Midden-Holland vallen ook onder de doelgroep. De vraag is of het opgehoogde aantal contingentwoningen voldoende is als bovengenoemde cijfers bij elkaar worden opgeteld (als ze compleet zijn) en daar nog de andere doelgroepen bij worden opgeteld. Overigens stroomt een deel van de groep via één van de andere instellingen door en dan moet je dat natuurlijk niet bij elkaar optellen (want er is maar één keer daadwerkelijk uitstroom naar een contingentwoning nodig). Een andere manier om het te meten is om het aantal aanmeldingen per jaar voor de contingentwoningen te bekijken. Maar omdat er meer plekken beschermd en beschut wonen nodig zijn en deels ook al gepland zijn zal dat aantal in de toekomst nog wel toenemen. En de contingentregeling is ook niet bekend bij alle instellingen die hun cliënten hiervoor zouden kunnen aanmelden, met name binnen de jeugdzorg is dat het geval. Bij grotere bekendheid dus wellicht ook meer aanmeldingen. Aantal Skaeve Huse: In Gouda 5 (al besluitvorming), in Krimpenerwaard (tussen de 2 en 5, afhankelijk van de vraag). Definities: o Beschermd wonen: een geclusterde woonvorm voor cliënten die permanent toezicht nodig hebben, omdat zij kwetsbaar zijn met risico op verwaarlozing en overlast en een gevaar kunnen vormen voor zichzelf en voor anderen.

o Beschut wonen: een geclusterde woonvorm voor cliënten met een gemeenschappelijke ruimte, waar begeleiding door de weeks op vaste momenten aanwezig is en daarbuiten 24-uurs bereikbaar en indien nodig op afroep langs komt. De doelgroep kan zelf aangeven wanneer hulp nodig is en de hulpvraag uitstellen. Bij beschut wonen betaalt de inwoner in principe zelf zijn huur. o Maatschappelijke opvang: Onderdak en begeleiding voor personen die geen thuis hebben en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. De regio gaat aan de slag met het maken van een PvA voor de verdere transitie van Beschermd wonen naar Beschermd thuis. De regio krijgt daarbij ondersteuning van het landelijke transitieteam. Eén van de onderwerpen die daarbij zal worden verkend is: samenwerking versterken met wonen/vastgoed (gedachtegoed ‘Wonen Eerst’; het realiseren van geclusterde woonvormen; gebiedsgericht werken; samenhang met regionaal en lokaal woonzorgbeleid).

30

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland • We zien dat de woonvraag enorm doorwerkt in de zorgvraag. Initiatieven als De Reling en het Swanenburghofje voorzien in een oplossing door woningen aan te bieden met lichte ondersteuning en een zorgaanbieder van beschermd wonen is zelf begonnen om een woning ter beschikking te stellen voor uitstroom uit beschut wonen. In die woning wordt dan ambulante Wmo-zorg geboden. Opvallend is dat al die 3 oplossingen uit het veld komen. • Verder blijkt uit een analyse van consulenten dat er zeker vijf cliënten zijn die nu in Beschut wonen terecht komen die met een eigen woonplek ook goedkopere zorg zouden kunnen krijgen (gewoon thuis). Kortom: met passende woningen kan zorggeld worden bespaard. En het is ook nog eens beter voor het herstel van een groot deel van de mensen die nu in een duurdere zorgvorm komt, want zelfstandiger dus de eigen regie wordt gestimuleerd. • Idealiter kijk je dan ook naar voorzieningen in de sociale basis voor die bewoners en dan wordt dus ook een geografische benadering van belang.

2.2 Wat zijn de regionale samenwerkingsonderwerpen? Genoemd Bespreken en vaststellen van de regionale opgave en verdelen ervan Monitoring van de uitvoering van de opgave: zijn we op de goede weg? Verdeling regionaal budget gekoppeld aan de voorzieningen versus tekort Maatschappelijke Opvang Analyse van impact bevolkingsgroei op verdeling regionale voorzieningen: BW en MO Ontwikkeling en definiëring van woontussenvoorzieningen jongeren/18-/18+ Versnelling bouwprocedures: uitwisselen kennis en kunde op ontwikkeling woonproducten Coördinatie en inzet regionaal op specialistische woonzorgopgave Arbeidsmarkt: voorkomen van onderlinge concurrentie Coördinatie en aanmeldpunt van zorginitiatieven met vraag om vastgoed

31

Nog langer thuis in Midden-Holland De extramuralisatie zet door

Questan Frank van Hoorn 25 oktober 2022

1. Samenvatting Langer thuis De doelstelling om vanaf 2013 het aantal mensen dat in een instelling*1 woont met 40% te beperken is in Midden-Holland inmiddels gerealiseerd. De afname bedroeg bij de ouderenzorg (Verpleging en verzorging, ofwel VV) 38%, bij de zorg voor verstandelijk gehandicapten (VG) 9% en bij de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en de overige zorgdoelgroepen* zelfs 100%2. Maar we zijn er nog niet. Het aantal mensen dat in een instelling woont zal in 2040 opnieuw achterblijven bij de ontwikkeling van het aantal mensen met een zware zorgvraag*. Steeds meer mensen met een beperking zullen ‘langer thuis’ wonen. Al is dat ‘thuis’ lang niet altijd de woning waar zij een groot deel van hun leven hebben doorgebracht, maar een woning die op hun beperking is afgestemd. De ouderenzorg (VV) Uitgaande van aannamen van het CBS zal het aantal plaatsen in een instelling in Midden-Holland tot 2040 nog maar beperkt toenemen (van 1.690 tot 1.900). Lang niet alle mensen met een Wlz-indicatie* zullen dan in een instelling terecht kunnen en/of willen. Naar verwachting zullen circa 1.025 (vooral eenpersoons-)huishoudens deze zware zorg in hun eigen woning krijgen. Omdat deze mensen veelal niet thuis te verzorgen zijn, zullen ‘verpleegzorgplekken*’ worden gerealiseerd: geclusterde (zelfstandige) woonvormen op basis van Wlz-zorg thuis.

Deze plekken worden voorzien in of nabij verpleeghuizen. Naast deze ouderen in instellingen of in verpleegzorgplekken is er ook een aanzienlijke toename van het aantal ouderen met een lichte of matige zorgvraag. Hun aandeel neemt volgens de Fortunaprognose in Midden-Holland met bijna 40% toe van 9.740 in 2020 tot 13.420 in 2040 . Dit is beduidend minder dan de toename van het aantal 75-plussers in de regio (85%). De toename van 75-plussers is het sterkst in Zuidplas (102%) en het minst sterk in Krimpenerwaard (68%). Dat deze toename veel groter is dan de verwachte toename van de zorgvraag is opmerkelijk. Het betekent dat ouderen straks gemiddeld per persoon minder zorgbehoevend zijn dan nu het geval is3. Men blijft tot op hogere leeftijd langer gezond. Echter, er doet zich in de periode tot 2040 ook een toename van de oudste ouderen (85-plussers) voor (dubbele vergrijzing). Hun aandeel neemt naar verwachting toe met 130% van 5.290 in 2020 tot 12.170 in 2040. De ouderen met een lichte of matige zorgvraag zullen over het algemeen thuis blijven wonen. Een deel van hen heeft hierop geanticipeerd door te verhuizen van een eengezinswoning* naar een gelijkvloers appartement. Terwijl van de 55 tot 64-jarigen 78% in een eengezinswoning woont, geldt dat onder de 65-plussers nog maar voor 61%. Tegelijk met de verhuizing neemt de oppervlakte van de woning af.

De prijsklasse van de nieuwe woning ligt echter op hetzelfde niveau als dat van de woning die men achterlaat. Het aantal nultredenwoningen* in de regio bedraagt ongeveer 19.400; 19% van de woningvoorraad. Vooral Gouda en Waddinxveen dragen hieraan bij. Dit aandeel is aanzienlijk minder dan het aandeel in den lande (24%). Daarnaast beschikt Midden-Holland over relatief veel woningen die tegen een 1 Begrippen met een * zijn in digitale versies van dit rapport doorklikbaar naar de begrippenlijst. Daarvandaan kan

weer worden teruggeklikt naar het vertrekpunt. 2 Er is geen intramuraal wonen voor GGZ in de regio, wel hebben 30 cliënten een Wlz-indicatie. 3 Steeds langer leven zonder beperkingen (CBS, 2018; zie ook https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/12/steedslanger-leven-zonder-beperkingen

N og l a n g e r t h u i s i n M i d d e n - H o l l a n d ; d e e xt r a m u r a l i s a t i e z e t d o or

1

overzienbare investering geschikt te maken zijn (28% van de woningvoorraad). Denk hierbij aan ruime eengezinswoningen en aan eengezinswoningen waar de meeste vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd, zoals boerderijen of patiowoningen. Hoewel het in 2015 duidelijk was dat veel voor ouderen gebouwd diende te worden, is de productie van nultredenwoningen in de regio achtergebleven. Terwijl het aandeel appartementen in de totale woningvoorraad (28% in 2022) zou moeten toenemen, bedraagt het aandeel in de woningen die vanaf 2015 zijn gebouwd maar 21%. Met name in Waddinxveen (14%) en Zuidplas (10%) was dit aandeel laag. Een kanttekening hierbij is dat in deze twee gemeenten meer dan gemiddeld is gebouwd. Het bouwen van nultredenwoningen op zich is geen garantie dat in de woningbehoefte van ouderen wordt voorzien. In de nultredenwoningen die landelijk na 2010 zijn gebouwd wonen minder dan gemiddeld 65-plussers. Om in de woonbehoefte van deze leeftijdsgroep te voorzien zal duidelijk moeten worden ingezet op nultredenwoningen die zowel qua ontwerp als qua ligging voor deze doelgroep aantrekkelijk zijn. Uitgaande van de vergrijzing en de zorgbehoefte die daardoor ontstaat zal het accent bij de nieuwbouw in de komende twee decennia moeten liggen op het realiseren van woningen voor ouderen.

Aanbeveling: Het aantal huishoudens neemt in de regio tot 2040 volgens de WoningBehoefteRaming (WBR 2019) van de Provincie Zuid-Holland toe met 10.500, afgezien van eventuele bovenregionale woningbouw (zie ook bijlage B2.1). Realiseer voor de huisvesting van 7.865 oudere huishoudens de volgende woningen: o 210 extra plaatsen in een instelling; o 1.025 ‘verpleegzorgplekken’: wooneenheden voor mensen met een zware zorgbehoefte (zoals zzp’s 5 en 6). Deze plekken kunnen om praktische redenen nabij een bestaande instelling worden gerealiseerd, maar ook op afstand daarvan, nabij een zorgsteunpunt; o 5.150 geclusterde woningen*: woningen in een complex met een gemeenschappelijke ruimte (voor zorg, recreatie, ontmoeting) en met een bouwkundig ontwerp dat is afgestemd op de ouder wordende mens (drempelloos, brede doorgangen, ruime doucheruimte, voorbereid op domotica, mogelijkheid tot een onderrijdbaar aanrecht. Deze wooncomplexen kunnen zowel gestapeld zijn, als hofjes; Woonvorm

Doelgroep

Ontwerpcriteria

(indicatief) Plaats in een instelling voor ouderen Geclusterd wonen met zware zorg (‘verpleegzorgplekken’)

Ouderen met een zzp 7 Zoals bestaande instellingen en hoger Ouderen met een zzp 5 Zoals bestaande instellingen en 6

Geclusterd wonen met middelzware zorg

Ouderen met zzp 4

Geclusterd wonen met mogelijkheid tot lichte zorg Nultredenwoning

Ouderen met voormalige zzp 1-3, met Wmo of zonder zorgbehoefte

Gemeenten B-R

nabijheid gemeenschappelijke ruimte, zonder drempels, brede deuren en gangen, ruime doucheruimte mogelijkheid tot onderrijdbaar aanrecht, voorbereid op domotica

idem

G

K

W

Z

M-H

45

95

0

15

55

115

455

170

50

235 1.025

60

145

105

70

70

680 1.530

930

550

910 4.600

230

320

190

310 1.580

530

210

450

2 N og l a n g e r t h u i s i n M i d d e n - H o l l a n d ; d e e xt r a m u r a l i s a t i e z e t d o or

Aanbevelingen: Maak een nadere invulling van de eisen die gesteld worden aan de woonvormen. Sluit hierbij zoveel mogelijk aan op de terminologie van de rijksoverheid. Hanteer de terminologie ook bij de woonruimteverdeling en de marketing van woningen in de particuliere sector en bij de monitoring van de ontwikkelingen en bevorder dat alle partijen (ouderenzorg, corporaties, particuliere ontwikkelaars) in de regio deze terminologie hanteren. Denk na over locaties voor deze woonvormen. Houd daarbij rekening met de aanwezigheid van voorzieningen en met het schaalniveau van woningcomplexen binnen wijken. Houd daarbij ook rekening met lokale verschillen in woonvoorkeuren. Deze verschillen doen zich onder andere voor tussen inkomensgroepen en tussen de gemeenten: “Vooral ouderen met lagere en lage middeninkomens hebben een voorkeur voor geclusterd wonen. Bij een hoog inkomen blijft men liever 'op zichzelf'. In Bodegraven-Reeuwijk en in wat mindere mate in Zuidplas hebben ouderen een voorkeur voor een 'eigen plek met privacy en rust'. In Gouda en Waddinxveen is men meer op gemeenschappelijkheid gericht, men wil vaker relatief eenvoudig, maar ook sociaal (onder andere in een hofje) wonen. In Krimpenerwaard geeft men de voorkeur voor het 'wonen in de wijk', ook te midden van huishoudens in een andere levensfase” (zie paragraaf 3.5).

o

1.580 nultredenwoningen met hetzelfde bouwkundig ontwerp als geclusterde woningen, maar zonder gemeenschappelijke ruimte (zie tabel 1).

Tabel 1: Uitbreidingsbehoefte woonvormen voor ouderen in de periode 2020-2040 per gemeente

Het aanbod aan intramurale plaatsen is momenteel te klein. Er staan 219 mensen als urgent wachtend op de wachtlijst van het Zorginstituut Nederland. Hiervan wachten 49 personen langer dan de landelijk afgesproken (‘treek’)norm.

Aanbeveling: Ga na of op de korte termijn mogelijkheden zijn om de wachtlijst voor een plaats in een verpleeghuis in de eigen regio te verkorten.

De fysieke invulling van de woonbehoefte van ouderen (‘de stenen’) dient aan te sluiten op zorg en welzijn. De woonvormen moeten niet alleen gewaardeerd worden door de ouderen, maar ook door de partijen die bij het leveren van zorg en welzijn betrokken zijn. De uitdaging is om ‘fysiek’ en ‘sociaal’ met elkaar te verbinden.

Aanbevelingen: Bevorder samenwerking tussen gemeente, woningcorporaties en zorgpartijen bij de afstemming van wonen, zorg en welzijn in de regio. Zorg voor een gedragen visie op de ontwikkelingen, voor overeenstemming over de te bereiken doelen en over de wijze waarop deze gerealiseerd worden. Bevorder dat zorgpartijen onderling afspraken maken over de verdeling van de geleverde zorg, zodat deze efficiënt kan worden geleverd. De verdeling kan ruimtelijk, maar ook in tijd plaatsvinden.

3 N og l a n g e r t h u i s i n M i d d e n - H o l l a n d ; d e e xt r a m u r a l i s a t i e z e t d o or

Stimuleer dat ouderen die willen verhuizen, dat daadwerkelijk doen. Niet alleen door het realiseren van aantrekkelijke woningen en het geven van informatie, ook door het ontzorgen van de verhuizing. In de sociale huursector kan worden overwogen om ouderen voorrang te geven bij het betrekken van een geschikte woning, wanneer zij een eengezinshuurwoning achterlaten. Stimuleer dat ouderen die in hun huidige woning willen blijven wonen dat kunnen doen, door hen een ‘blijverslening’ aan te bieden, waarmee de woning voor hen meer geschikt gemaakt kan worden. Deze regeling wordt verstrekt door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) en moet worden toegewezen door de gemeente of de provincie.

Geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijke opvang De geestelijke gezondheidszorg in Midden-Holland is sterk geëxtramuraliseerd. Er zijn binnen MiddenHolland geen intramurale plaatsen meer; cliënten met een zeer zware zorgvraag kunnen deze alleen krijgen buiten de regio. Wel zijn er circa 200 mensen woonachtig in een beschermende woonvorm, waarbij een verschuiving plaatsvindt van Beschermd wonen naar locaties voor minder zware zorg, zoals Beschut wonen* en Gewoon thuis* (met ambulante begeleiding). In de afgelopen drie jaar is de wachttijd voor een beschermende woonvorm flink toegenomen, van 7,5 maand naar 1,5 jaar. Een lange wachttijd en de krapte aan beschikbare plaatsen levert zowel problemen op bij het bieden van de juiste zorg als in de woonomgeving van mensen met geestelijke gezondheidsproblemen. Dit komt onder andere tot uiting in een sterke toename van het aantal meldingen over overlast en onveiligheid. Ook de maatschappelijke opvang is gebaat bij een verruiming van mogelijkheden voor uitstroom uit de opvang. Voor de mensen die geen begeleiding nodig hebben, omdat zij goed zelfstandig kunnen wonen maar wel een acute woonbehoefte hebben, zijn (tijdelijke) woonvoorzieningen nodig. Zo kunnen zij buiten de maatschappelijke opvang worden geholpen.

Aanbevelingen: Het aantal uitstroommogelijkheden uit Beschermd en Beschut Wonen en uit de maatschappelijke opvang dient op jaarbasis met 20 à 25 te worden verhoogd. Dit zou kunnen door het regionale contingent van 68 woningen per jaar dat beschikbaar is voor deze te verhogen naar 90. Indien hiervoor binnen het corporatieaanbod geen ruimte is, dient alternatief aanbod, zoals het realiseren van flexwoningen te worden overwogen. De samenstelling van het woningaanbod vanuit het regionale contingent dient volgens de zorgaanbieders meer gevarieerd te zijn. Voor veel uitstromers volstaat een goedkope flatwoning zonder lift, maar voor (eenouder)gezinnen met kinderen ontbreken ruimere woningen. Voor de jongeren zouden kamers al volstaan. Stem de samenstelling van dit woningaanbod meer af op het type huishoudens dat de woningen nodig heeft.

4 N og l a n g e r t h u i s i n M i d d e n - H o l l a n d ; d e e xt r a m u r a l i s a t i e z e t d o or

Daarnaast zien verschillende partijen de noodzaak van het vergroten van preventie, om de overlast in de woonomgeving te beperken en de zorgvraag niet te laten escaleren.

Aanbevelingen: Vergroot de mogelijkheden van ‘low profile’ niet-specialistische vorm van begeleiding na afronding van een traject; vergelijkbaar met de ‘waakvlamfunctie’ voor mensen uit de maatschappelijke opvang. Men houdt, gewenst of niet, een ‘vinger aan de pols’, ook bij mensen na GGZ-begeleiding en dus ook na het verstrijken van de afsprakentermijn bij een zorgdakconstructie. Biedt sociale teams van gemeenten en de maatschappelijke opvang meer mogelijkheden om mee te denken over probleemsituaties, door hen bij gelegenheid uit te nodigen voor overleggen hierover. Nu verergert de problematiek zich soms onnodig, bijvoorbeeld bij betalingsproblematiek in de sociale huursector. Initiatieven als het Herstelhuis, waar mensen met GGZ-problematiek gedurende twee weken op adem kunnen komen, dienen vanuit het oogpunt van preventie te worden ondersteund.

Tenslotte zijn op beperkte schaal woonvormen nodig voor mensen met onaangepast woongedrag, waarbij de kans op verbetering klein is.

Aanbeveling: Voor personen met onaanvaardbaar woongedrag dienen ‘skaeve huse’, ofwel ‘maatwerkwoningen’ te worden ingericht: eenvoudige en goedkope wooneenheden in een prikkelarme omgeving op afstand van de bestaande woonwijken.

Ook kan de wijze waarop de zorg is georganiseerd worden aangepast zodat deze meer aansluit op de zorgvraag.

Aanbeveling: De zorg voor mensen met verward gedrag is volgens verschillende partijen te veel ‘systeemgericht’. Men eist dat cliënten vastgelegde procedures en routes langs bepaalde loketten volgen. Voor zowel de cliënten als de hulpverlener heeft het de voorkeur om één aanspreekpunt te hebben met een brede bevoegdheid (huisvesting, werk en inkomen, schuldenproblematiek). Probeer de zorg zo te organiseren dat de cliënt ervaart geholpen te worden. Het aanstellen van een persoonlijke coach kan daarbij helpen.

Zorg voor mensen met een verstandelijke beperking De mate van extramuralisering is bij de organisaties voor mensen met een verstandelijke beperking relatief gering geweest. Dit was vooraf te voorzien omdat zelfstandig wonen de vaardigheid vereist om te kunnen bepalen wanneer hulp of zorg ‘op afroep’ moet worden ingewonnen. Er zijn enkele kleine stappen gezet waardoor een beperkt aantal mensen met een lage zzp zelfstandig konden gaan wonen,

5 N og l a n g e r t h u i s i n M i d d e n - H o l l a n d ; d e e xt r a m u r a l i s a t i e z e t d o or

maar een verdere extramuralisering ligt niet voor de hand. Het aanbod aan woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking in Midden-Holland voorziet in de vraag. Er zijn geen urgent wachtenden, wel wachten medio 2022 24 personen op een locatie van hun voorkeur. Met het oog op de toekomst is mogelijk lichte uitbreiding van het aantal plaatsen nodig. Bij uitbreiding wordt vooral gedacht aan locaties met een omvang van circa 35 wooneenheden, vooral om de zorg op een betaalbare manier te kunnen organiseren. De vergrijzing onder de doelgroep vraagt in de toekomst om aanpassingen binnen het aanbod, om toenemende mobiliteitsbeperkingen te ondervangen.

Aanbeveling: De woonlocaties zijn echter sterk gericht op relatief jonge (en mobiele) bewoners, terwijl ook onder deze doelgroep vergrijzing optreedt. Momenteel kunnen minder mobiele mensen met een verstandelijke beperking nog worden opgevangen in een verpleeghuis. Stem bij nieuwbouw of het aanpassen van locaties het ontwerp af op minder mobiele bewoners.

Algemeen In dit rapport komen de verschillende zorgdoelgroepen afzonderlijk aan bod. Dit betekent echter niet dat zich geen overlappen voordoen in de zorgvraag tussen de zorgdoelgroepen. Zo worden mensen met een verstandelijke beperking die lichamelijke gebreken krijgen opgevangen in een vestiging in de ouderenzorg. Ook de ‘waakvlamfunctie’ voor mensen die geen formele begeleiding meer krijgen, dient verschillende zorgdoelgroepen. Verder kunnen gemeenschappelijke ruimten bij wooncomplexen door verschillende zorgdoelgroepen worden gebruikt. Hier moet bij de inrichting dan rekening mee gehouden worden.

Aanbeveling: Ga na hoe samenwerking tussen organisaties voor verschillende doelgroepen (VV, VG, GGZ) voor verlichting kan zorgen. Denk daarbij zowel aan preventie (‘waakvlamfunctie’) en aan het bieden van woonruimte. Ook liggen er gedeelde belangen op het terrein van werk, dagbesteding en onderwijs (PROMEN, UWV, bijstand, onderwijsinstellingen). De gemeenten dienen partijen te stimuleren de samenwerking te bevorderen.

In sommige situaties is het lastig een cliënt in te delen in een zorgdoelgroep. Zo is er op individueel niveau soms discussie over de vraag of een zorgvraag bij de Wmo* dan wel de Wlz behoort. Hoe dan ook dient te worden voorkomen dat men eerst in de Wmo-molen meedraait, om vervolgens in een Wlztraject terecht te komen. Vergelijkbare discussies doen zich voor tussen de GGZ en de verslavingszorg.

Aanbeveling: Het verdient aanbeveling over deze twijfelgevallen nadere afspraken te maken en definities aan te scherpen, zodat de zorg versneld geleverd kan worden.

6 N og l a n g e r t h u i s i n M i d d e n - H o l l a n d ; d e e xt r a m u r a l i s a t i e z e t d o or

Het opstellen en vaststellen van beleidsnota’s is geen garantie voor de daadwerkelijke uitvoering daarvan. Zo is al vaker in beleidsrapporten vastgesteld dat meer geschikte woningen voor ouderen moeten worden gebouwd. Zo mist de ParticipatieAdviesRaad (PAR) in Waddinxveen controle op de uitvoering. “De gemeenteraad is blijkbaar te weinig alert of in staat om de bestuurders hierop aan te spreken”.

Aanbevelingen: Stel op basis van de aanbevelingen in dit rapport een lokale en regionale uitvoeringsagenda op, waarin de aanbevelingen zijn geprioriteerd en termijnen worden benoemd voor de uitvoering daarvan. Werk zoveel mogelijk regionaal, zodat er behalve aan de Raad ook aan de gemeenten in de regio verantwoording moet worden afgelegd. Regionale afstemming is ook nodig om de ambtelijke capaciteit te vergroten. Zo is voor kleinere gemeenten bij grootschalige nieuwbouwprojecten samenwerking met vakgenoten in de regio aan te bevelen om een de vastgelegde doelstellingen te bereiken.

Het geringe aantal vrijkomende woningen beperkt de uitvoering van het beleid voor verschillende doelgroepen. Sociale teams ervaren dat vooral voor jongeren de positie op de woningmarkt uitzichtloos is. Het bouwen van nieuwe woningen is niet alleen nodig voor de vele woningzoekenden in den lande; een groter aantal vrijkomende woningen komt ook ten goede aan ouderen en mensen met geestelijke gezondheidsproblematiek en in de maatschappelijke opvang.

Aanbeveling: De mogelijkheden van individuele gemeenten om woningbouw te versnellen, zijn beperkt. Gemeenten dienen niettemin bij te dragen door te lobbyen bij de Rijksoverheid door de uitgesproken nieuwbouwambities van harte te ondersteunen en door alvast plannen te maken voor de invulling van de toekomstige nieuwbouw, zowel met betrekking tot typen woonvormen per locatie als de mate van clustering van doelgroepen.

7 N og l a n g e r t h u i s i n M i d d e n - H o l l a n d ; d e e xt r a m u r a l i s a t i e z e t d o or

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=49ba1c90-c821-42e4-a4f3-af72bbd6c76c