CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.18 RIB Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Raadsvergadering 16 april 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college15.178 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAADSINFORMATIEBRIEF

VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR CC DATUM ONDERWERP

de gemeenteraad n.v.t. 2 april 2024 Startnotitie Regionale Woonzorgvisie

Beste meneer, mevrouw, Hierbij biedt het college u de startnotitie aan die is opgesteld als opmaat naar een regionale woonzorgvisie. In deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de achtergrond en de totstandkoming van deze startnotitie. Achtergrond: Een thuis voor iedereen en versterking regie op de volkshuisvesting Voor steeds meer mensen is het moeilijk een passende woning te vinden. Sommige mensen hebben nog minder kansen, omdat zij zich in een kwetsbare situatie bevinden. Zij zijn vaak afhankelijk van extra zorg of begeleiding, of zij moeten hun leven (opnieuw) opbouwen. Het gaat om mensen die dak- en thuisloos zijn, die uitstromen uit een intramurale instelling, statushouders en diverse groepen mensen met sociale of medische urgentie, waaronder slachtoffers van huiselijk geweld. Deze mensen hebben niet alleen een dak boven hun hoofd nodig, vaak hebben zij ook behoefte aan zorg en ondersteuning. Daarnaast zijn arbeidsmigranten soms gehuisvest onder erbarmelijke omstandigheden of betalen zij torenhoge huren. Al deze aandachtsgroepen verdringen elkaar en concurreren met regulier woningzoekenden om de schaarse betaalbare woningen. De leefbaarheid in sommige buurten en wijken staat steeds meer onder druk door ongelijke verdeling van de huisvesting binnen gemeenten en tussen gemeenten onderling.

Ook komt de benodigde zorg en ondersteuning nog onvoldoende tot stand waardoor zelfstandig wonen wordt belemmerd. Om deze reden heeft het ministerie van BZK in 2021 het programma ‘Een thuis voor iedereen’ ontwikkeld. Het doel van dit programma is te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Een eerste stap om dit doel te bereiken, is vorig jaar gezet met de afspraken die zijn vastgelegd in de Regionale Realisatieagenda Midden-Holland. Daarnaast ligt er een wetvoorstel voor versterking regie op de volkshuisvesting. In dit wetsvoorstel zijn maatregelen en doelen uit het programma ‘Een thuis voor iedereen’ opgenomen. Eén van de verplichtingen voor gemeenten is ook dat zij vanaf 2026 een woonzorgvisie moeten opnemen in hun volkshuisvestelijkprogramma (*1). De inwerkingtreding van de wet is voorzien in 2024.

1317976 / 1322183 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk

www.krimpenerwaard.nl

Regionale woonzorganalyse In 2022 heeft onderzoeks- en adviesbureau Questan voor de regio Midden-Holland een analyse uitgevoerd naar wonen en zorg in de vijf regiogemeenten, Gouda, Bodegraven-Reeuwijk, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. Dit heeft geresulteerd in het rapport ‘Nog langer Thuis in Midden-Holland’ (zie bijlage 2). De doelgroepen waar Questan zich met deze analyse op heeft gericht, zijn ouderen met een (toekomstige) lichte of zware zorgbehoefte, mensen in de geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijke opvang en mensen met lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking. Het onderzoeksrapport is op 3 november 2022 in een gezamenlijk overleg van de wethouders Wonen en Sociaal Domein gepresenteerd en besproken. Aftrap naar een regionale woonzorgvisie Gezien de urgentie die naar voren komt in de woonzorganalyse, alsook de aanbevelingen die worden gedaan, hebben de wethouders Wonen en Sociaal Domein van de vijf gemeenten na de presentatie en bespreking van het onderzoeksrapport op 3 november 2022 de opdracht gegeven om te verkennen of en in welke mate er regionale samenwerkingsafspraken rond het thema wonen – zorg opgesteld dienen te worden. De uitkomst van deze verkenning, die in 2023 heeft plaatsgevonden, is beschreven in de startnotitie voor een regionale woonzorgvisie.

De startnotitie is op 18 december 2023 door de wethouders Wonen en Sociaal Domein van een positief advies voorzien. De startnotitie (bijlage 1) dient als aftrap voor het opstellen van een regionale woonzorgvisie. Aanpak en totstandkoming van de startnotitie Bij de uitwerking van een regionale aanpak voor een regionale woonzorgvisie zijn veel partijen betrokken. De vijf gemeenten kunnen de opgave wonen en zorg alleen oppakken in samenwerking met belangrijke stakeholders zoals zorgverzekeraars/zorgkantoor, zorgaanbieders en woningcorporaties. Naast de bestuurlijke inbreng van de betrokken wethouders Wonen en Sociaal Domein, is met een aantal professionals namens de stakeholders verkend waar zij urgentie zien en voor welke activiteiten volgens hen regionale afstemming aan de orde is. Samenvatting van het resultaat Iedere gemeente is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een lokale woonzorgvisie. Maar een optelsom van lokale visies leidt niet tot de oplossing van het huisvestingsvraagstuk van aandachtsgroepen. Regionale samenwerking is vaak noodzakelijk. In de startnotitie worden afwegingen voor regionale samenwerking op een rij gezet. Hieronder enkele argumenten uit de startnotitie: 1. Goede verdeling van het woonzorgaanbod voor inwoners, bijvoorbeeld bevorderen van een goede verdeling van beschikbaar en betaalbaar woonzorgaanbod voor inwoners van de vijf gemeenten. 2.

Kennis delen: regionale samenwerking bevordert doelgerichte en laagdrempelige uitwisseling van kennis tussen de gemeenten. 3. Aansluiten bij werkgebieden van partners. Woningcorporaties, zorgaanbieders en verzekeraars kennen een groter werkgebied dan één gemeente. Voor hen is samenwerking op regionale schaal gewenst. Andersom geldt dit ook voor gemeenten: samen optrekken voor strategische afspraken met zorgaanbieders en corporaties. Ook om te voorkomen dat gemeenten onderling in concurrentie komen. 4. Innovatie van bestaand woonaanbod. 5. Fysieke ruimte om te bouwen als regio. Van belang vanwege de provinciale rol bij het ruimtelijk beleid. Ook voor het benutten van provinciale subsidies of ondersteuningsmogelijkheden.

pag. 2/4

Samengevat moet de regionale samenwerking resulteren in de volgende kernpunten: 1. Samen inzicht: gemeenschappelijke, regionale informatie die vergelijkbaar is, bijvoorbeeld gegevens over de regionale behoefte aan specialistisch zorgaanbod en definities van woonzorgproducten. 2. Samen sturen en bijsturen. Door regionaal overzicht kunnen gemeenten en hun samenwerkingspartners regionaal bespreken of (bij)sturing nodig is. Monitoring maakt het mogelijk om tekorten in aanbod en uitvoering te constateren en het gesprek daarover te voeren én mogelijke oplossingen te verkennen. 3. Samen sterk: regionale afspraken als basis voor strategische afspraken tussen gemeenten en met belangrijkste uitvoerende stakeholders. Die basis is ook een stevige onderlegger voor de afstemming en samenwerking, en voor het gesprek met de provincie. Doelgroepen regionale woonzorgvisie De regionale woonzorgvisie richt zich op ouderen en doelgroepen vallend onder beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Overige aandachtsgroepen zoals verwoord in het wetsvoorstel Wet versterking regie op de volkshuisvesting (*2) worden cijfermatig in beeld gebracht, maar niet meegenomen in de aanpak van de regionale woonzorgvisie.

Verbinding met lokale woonzorgvisie In de lokale woonzorgvisie is opgenomen dat in de gemeente Krimpenerwaard sprake is van een dubbele vergrijzing, waarbij de doelgroep ouderen met dementie of somatische problemen specifieke aandacht vraagt. Naast passende woningen met bijbehorende zorg voor deze doelgroep, is ook behoefte aan kleine woningen om mensen die uitstromen uit de jeugdzorg of beschermd- of beschutwonenvoorzieningen te kunnen huisvesten. Om hierop te kunnen anticiperen is in de lokale woonzorgvisie een aantal doelen omschreven, te weten: 1) Aanpassen van de bestaande voorraad; 2) Realiseren van geclusterde woonvormen; 3) Aanpassen van de leefomgeving door wijken toegankelijk te maken, levensloopbestendige woningen te realiseren en ontmoeten mogelijk te maken; 4) Creëren van een passend voorzieningenniveau; 5) Voldoende geschikte woningen realiseren. Deze doelen sluiten aan bij de regionale woonzorgvisie, waarbij we wel uitgaan van wat lokaal kan, doen we lokaal en waar regionale afspraken toegevoegde waarde hebben, werken we regionaal. Vervolg Het werken aan een regionale woonzorgvisie vereist een regionale samenwerking tussen gemeenten.

We verwoorden de procesaanpak op drie onderdelen: Inhoud: Welke taken onderscheiden we? Partijen: Wie dient bij welke taak betrokken te zijn? Wie pakt de uitvoering op? De coördinatie? Proces en besluitvorming: Volgens welke processtappen ontwikkelen we een gemeenschappelijk regionaal kader? Welke besluitvorming is nodig en door wie? Het opstellen van een regionale woonzorgvisie vereist ook een regionale samenwerking tussen een groot aantal partijen. Dit vereist een zorgvuldige procesaanpak die in goed overleg met een vertegenwoordiging van de bij de regionale woonzorgvisie te betrekken partijen zal worden bepaald. Zorgvuldigheid, betrokkenheid en draagvlak zijn essentieel voor het beoogde eindresultaat: een regionale woonzorgvisie die bijdraagt aan de integrale aanpak voor de opgave het vraagstuk wonen – zorg Midden-Holland. Afhankelijk van diverse randvoorwaarden wordt de bestuurlijke oplevering van de regionale woonzorgvisie voorzien eind Q3 2024.

pag. 3/4

Bijlagen RIB: 1. Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland; 2. Samenvatting “Nog langer Thuis”

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,

de burgemeester,

J. Hennip

ir.J. Beenakker

*1 Volgens het wetsvoorstel Versterking regie op de volkshuisvesting moet de huisvestingsopgave van in elk geval de volgende aandachtsgroepen in kaart worden gebracht: mantelzorgverleners en -ontvangers, mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid, uitstromers uit intramurale zorginstellingen, woningzoekenden na detentie, (dreigend) dakloze mensen, stoppende sekswerkers, statushouders, ouderen, arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners.

*2 Volgens het wetsvoorstel Versterking regie op de volkshuisvesting moet de huisvestingsopgave van in elk geval de volgende aandachtsgroepen in kaart worden gebracht: mantelzorgverleners en -ontvangers, mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid, uitstromers uit intramurale zorginstellingen, woningzoekenden na detentie, (dreigend) dakloze mensen, stoppende sekswerkers, statushouders, ouderen, arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners.

pag. 4/4

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Regio Midden-Holland 18 december 2023

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Inhoudsopgave Samenvatting .......................................................................................................................................... 3 1. Beginnen met een startnotitie ........................................................................................................... 5 1.1 Bestuurlijke opdracht .................................................................................................................... 5 1.2 Aanpak voor startnotitie................................................................................................................ 5 1.3 Bouwstenen voor een regionale woonzorgvisie............................................................................ 6 2. Inhoudelijke bouwsteen 1: doelgroepen en regionale onderwerpen .............................................. 7 2.1 Opgave ouderen ............................................................................................................................ 7 2.2 Doelgroepen vallend onder domein Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang .............. 8 2.3 Verbreding naar andere doelgroepen ........................................................................................... 9 3. Inhoudelijke bouwsteen 2: afweging taken regionaal – lokaal .......................................................

11 3.1 Redenen voor regionale samenwerking ...................................................................................... 11 3.2 Wat moet regionaal samenwerken opleveren? .......................................................................... 12 3.3 Belangrijke randvoorwaarden ..................................................................................................... 12 4. Gemeenschappelijk regionaal kader ................................................................................................ 14 4.1 Doel ............................................................................................................................................. 14 4.2 Opzet ........................................................................................................................................... 14 4.3 Samenwerking ............................................................................................................................. 15 5. Inhoudelijke bouwsteen 3: procesaanpak en partijen .................................................................... 16 5.1 Welke taken moeten we organiseren? ........................................................................................ 16 5.2 Samenwerkingspartijen ...............................................................................................................

17 5.3 Proces en besluitvorming ............................................................................................................ 17 5.4 Coördinatie- en uitvoeringskracht ............................................................................................... 18 5.5 Vervolg ......................................................................................................................................... 18 Bijlage 1: Context bij de woonzorgopgave ........................................................................................... 19 Bijlage 2: Resultaat van Brede ambtelijke overleg van 29 juni 2023 .................................................. 23

2

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Samenvatting Iedere gemeente is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een lokale woonzorgvisie. Afgelopen jaren is landelijk gebleken dat de optelsom van deze lokale visies niet leidt tot de oplossing van het huisvestingsvraagstuk van aandachtsgroepen. Regionale samenwerking in een nader te bepalen vorm en omvang is vaak noodzakelijk. Regionale samenwerking op wonen en zorg ontstaat echter niet vanzelf. Gemeenten moeten met elkaar afwegen welke mate van regionale samenwerking zij gewenst vinden op dit dossier en hoe zij dit regionaal willen oppakken. In de regio Midden-Holland is door de gezamenlijke analyse Nog langer thuis in Midden-Holland de inhoudelijke urgentie helder vastgesteld. De vraag die in deze startnotitie is verkend, is of en in welke mate de vijf gemeenten in de regio Midden-Holland regionaal aan de slag willen om een regionale woonzorgvisie met elkaar te maken.

In deze startnotitie is de uitkomst van de verkenning beschreven: • Er zijn veel redenen voor regionale samenwerking; • Bestuurders kiezen voor een regionale woonzorgvisie met een afbakening naar zorgdoelgroepen; • Bestuurders constateren dat de ontwikkeling van een kader met gemeenschappelijke cijfers een voorwaarde is om afspraken te kunnen maken voor strategieën in vastgoed in combinatie met zorg; • De ontwikkeling van dit kader is niet slechts een papieren exercitie, maar een gefaseerde aanpak om de cijfers te koppelen aan regionaal beleid op wonen en zorg; • Het is om die reden noodzakelijk om niet alleen als vijf gemeenten samen te werken, maar ook de samenwerking te zoeken met zorgaanbieders, woningcorporaties en zorgkantoor. In deze startnotitie worden de gemeenschappelijke cijfers gedefinieerd met de term “regionaal gemeenschappelijk kader”.

Dat kader bestaat uit drie inhoudelijke bouwstenen, die elk in een hoofdstuk zijn uitgewerkt: • Bouwsteen 1: Doelgroepen en onderwerpen • Bouwsteen 2: Afweging taken regionaal – lokaal • Bouwsteen 3: Procesaanpak en partijen De startnotitie beschrijft verder volgens welke stappen de regio dit gemeenschappelijke kader wil opstellen: • Taak 1: Geef inzicht in vraagcijfers en definities • Taak 2: Verken mogelijke maatregelen regionaal en lokaal • Taak 3: Verken een mogelijke verdeling van de opgave per gemeente Dit kader zal het eerste belangrijke onderdeel zijn van een regionale woonzorgvisie. Maar voor regionale samenwerking zijn ook andere belangrijke onderwerpen benoemd. Bijvoorbeeld het aanjagen van innovatie, het uitwisselen van kennis en ervoor zorgen dat partners elkaar bestuurlijk inspireren maar ook vasthouden om gezamenlijk te werken aan goede woonzorg voor de inwoners van Midden-Holland. Daarmee wordt de regionale woonzorgvisie niet alleen een rapport, maar ook het resultaat van een samenwerkingsproces. In deze startnotitie wordt een voorstel voor een regionale procesorganisatie beschreven. In figuur 1 is de relatie tussen het gemeenschappelijk regionaal kader en de woonzorgvisie aangegeven.

3

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Woonzorgvisie Midden-Holland

Gemeenschappelijk regionaal kader Bouwstenen: 1. Doelgroepen en onderwerpen 2. Afweging taken regionaal – lokaal 3. Procesaanpak en partijen

Aanvullende thema s Bijvoorbeeld: - Regionale kennisuitwisseling - Innovatie - Inzet van huisvestingsverordening - Randvoorwaarden - Monitoring

Figuur 1: Gemeenschappelijk regionaal kader is belangrijk onderdeel van de woonzorgvisie De startnotitie is allereerst bedoeld voor de bestuurlijke samenwerking tussen de vijf gemeenten van de regio. Daarna willen de bestuurders aan tafel met de samenwerkingspartners, omdat duidelijk is dat zonder hen geen kader kan worden ontwikkeld en kan worden gewerkt aan een regionale woonzorgvisie Midden-Holland.

4

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

1. Beginnen met een startnotitie 1.1 Bestuurlijke opdracht In het onderzoeksrapport Nog langer thuis in Midden-Holland is de wonen- en zorgvraag geanalyseerd van zorgdoelgroepen in de regio Midden-Holland. Het onderzoeksrapport is op 3 november 2022 in een gezamenlijk overleg van de wethouders Sociaal en Ruimtelijk domein besproken en vastgesteld. Gezien de geschetste urgentie hebben de bestuurders de aanbevelingen van het onderzoeksrapport onderschreven. Zij hebben voor het vervolg de opdracht gegeven de regionale Nog langer thuis-analyse handen en voeten te geven in een startnotitie. Met wat, hoe en wie willen de vijf gemeenten, verenigd in de regio Midden-Holland, aan de slag om een regionale woonzorgvisie te ontwikkelen? Waarom eerst een intergemeentelijke verkenning? De totstandkoming van een woonzorgvisie is tot nu toe een lokale taak en lokale bevoegdheid. Een aantal gemeenten heeft al een eigen woonzorgvisie. Uit de Nog langer thuis-analyse is gebleken dat de omvang van het wonen en zorg-vraagstuk de mogelijkheden van de lokale gemeente te boven gaat. Vanuit dit besef hebben de betrokken wethouders hun ambtenaren gevraagd een regionale aanpak van een regionale woonzorgvisie te ontwikkelen1. De startnotitie verwoordt de regionale aanpak en de inhoudelijke bouwstenen van een regionale woonzorgvisie.

Dit om in het regionale bestuurlijke overleg Ruimte en Wonen – op dit gesprekspunt versterkt met de wethouders Sociaal van de vijf gemeenten – standpunten in te nemen. Ondertussen Gedurende de eigen afwegingsperiode blijven gemeenten zich bewust van de externe omgeving. Daarom is ook voor de startnotitie de belangrijke samenwerkingspartners als woningcorporaties, zorgaanbieders en VGZ gevraagd hun beeld op de opgave te schetsen. Voorts is de landelijke context beschreven. Zie bijlage 1. 1.2 Aanpak voor startnotitie Een ambtelijke trekkersgroep, versterkt met twee externe adviseurs, heeft de opdracht voor een startnotitie opgepakt. De ambtelijke trekkersgroep bestaat uit: • Germien la Grand, senior adviseur Inclusief en Passend Wonen, gemeente Gouda; • Jiska Ruis, senior beleidsadviseur Wonen, gemeente Bodegraven-Reeuwijk; • Hennie Bouwens, programmasecretaris/beleidsadviseur Economie en Wonen, regio MiddenHolland. Ondersteund door twee externe procesadviseurs: Wim Vos en Netty van Triest. Om een startnotitie op te kunnen stellen heeft de trekkersgroep driemaal overlegd met een ambtelijke vertegenwoordiging Wonen en Zorg van de vijf gemeenten en met op dat thema werkzame regionale ambtenaren.

Voorts zijn de wethouders Wonen en Sociaal Domein van de vijf gemeenten per gemeente gezamenlijk geïnterviewd en is een bijeenkomst georganiseerd met de professionals van de belangrijkste stakeholders. Met de wethouders Wonen en Sociaal Domein zijn op 25 september 2023 de bevindingen uit de interviews besproken. Met inachtneming van de inbreng tijdens de slotbespreking van de wethouders Wonen en Sociaal Domein op 18 december 2023 is deze startnotitie met een positief bestuurlijk advies afgerond.

1

Het document waarin de regionale samenwerkingsafspraken worden beschreven, hebben we als werktitel ‘Regionale woonzorgvisie’ genoemd. Het kan goed zijn dat na de start van de activiteiten een andere titel passender is bij de daadwerkelijke activiteiten. Bijvoorbeeld ‘Regionale woonzorg-afspraken’.

5

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

1.3 Bouwstenen voor een regionale woonzorgvisie De startnotitie beschrijft de bouwstenen waarmee gemeenten aan de slag willen als zij een regionale woonzorgvisie ontwikkelen. We hebben drie bouwstenen onderscheiden: a. Doelgroepen en regionale onderwerpen (zie hoofdstuk 2) Op welke doelgroepen richt zich de regionale woonzorgvisie? b. Afweging regionaal – lokaal (zie hoofdstuk 3) Welke taken zijn wenselijk om op regionaal niveau op te pakken en welke taken worden door de bestuurders als lokale taken benoemd? Wat is het doel en het resultaat van de regionale samenwerking? c. Procesaanpak en partijen (zie hoofdstuk 5) Wat is een mogelijke regionale aanpak verbonden met de lokale activiteiten? Welke fasering en regionale samenwerking met partijen is gewenst? Hieronder volgt een toelichting op de drie bouwstenen. a. Doelgroepen en regionale onderwerpen De eerste stap voor deze startnotitie was de vraag: op welke doelgroepen richten we de regionale activiteiten? Deze keuze wordt ten eerste bepaald door de urgentie van de woonzorgvraag die is beschreven in de Nog Langer thuis-analyse. Door het landelijke volkshuisvestingsbeleid, dat aandacht vraagt voor alle aandachtsgroepen, is het de vraag of de activiteiten voor de regionale woonzorgvisie zich dienen te verbreden naar aandachtsgroepen zoals arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en statushouders.

Huisvestingsbeleid voor deze groepen wordt nu door iedere gemeente afzonderlijk opgepakt. In de interviewronde zijn de wethouders bevraagd of zij het wenselijk vinden om de aanpak van een regionale woonzorgvisie te verbreden. Op het bestuurlijke overleg van de Bestuurlijke Tafel Ruimte en Wonen op 25 september 2023 zijn de uitkomsten uit de bestuurlijke interviews gedeeld. In deze startnotitie zijn keuzes uit de interviews en het bestuurlijke overleg verwoord. b. Afweging regionaal – lokaal De urgentie voor de regio is helder: de regio krijgt te maken met een dubbele vergrijzing, er is krapte op de arbeidsmarkt en er is sprake van een tekort aan woningen en woonvormen met zorg en/of begeleiding. Maar welke onderwerpen behoren tot de regionale woonzorgvisie? De ontwikkeling van een woonzorgvisie is tot nu toe vooral een lokale, gemeentelijke verantwoordelijkheid. De lokale autonomie voor een woonzorgzorgvisie kent begrenzingen in de praktijk. De meeste gemeenten hebben niet het volledige gewenste woonzorgaanbod binnen de eigen gemeentegrenzen beschikbaar. Willen zij dit veranderen dan is al snel overleg noodzakelijk met buurgemeenten. Bovendien worden randvoorwaarden voor het gewenste woonzorgaanbod vaak op regionale tafels afgesproken. Denk bijvoorbeeld aan woningprogrammering of het inkoopbeleid voor Wet langdurige zorg (Wlz)-/Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Dit maakt regionale samenwerking vaak noodzakelijk. De regio Midden-Holland stemt bijvoorbeeld al enige jaren af over de uitstroom van cliënten vanuit instellingen naar een zelfstandige woning. In deze startnotitie worden de afwegingen voor regionale samenwerking op een rij gezet en beschreven wat ambtelijk en bestuurlijk als wenselijk wordt gezien om regionaal op te pakken. c. Procesaanpak en partijen Bij de uitwerking van een regionale aanpak voor een regionale woonzorgvisie zijn veel partijen te betrekken. Op voorhand is duidelijk dat de vijf gemeenten de opgave wonen en zorg alleen kunnen oppakken samen met belangrijke stakeholders zoals zorgverzekeraar/zorgkantoor, zorgaanbieders en woningcorporaties. Op 2 november 2023 is op een bijeenkomst voor de professionals van de stakeholders verkend waar zij urgentie zien en welke activiteiten zij regionaal willen afstemmen. Met het brede ambtelijke overleg is vervolgens op 9 november 2023 een gezamenlijk procesaanpak uitgewerkt. 6

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

2. Inhoudelijke bouwsteen 1: doelgroepen en regionale onderwerpen De urgentie van de woonzorgvraag is de aanleiding voor deze startnotitie. Deze is beschreven in het onderzoeksrapport Nog langer thuis in regio Midden-Holland. Deze Nog langer thuis-analyse onderscheidt de volgende doelgroepen: • Ouderen; • Doelgroepen vallend onder domein Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. In bijlage 2 staat de gedetailleerde informatie over de opgave per doelgroep. Bestuurlijk en ambtelijk is verkend en besproken of in de vraaganalyse voor deze doelgroepen onderwerpen worden gemist, die in hun praktijk wel aan de orde zijn. In dit hoofdstuk wordt per doelgroep gedeeld welke regionale actie volgens betrokkenen nodig is. Tot slot is de verbreding naar andere aandachtsgroepen verkend. Is het wenselijk deze mee te nemen in de regionale samenwerking voor de regionale woonzorgvisie, of is de huidige lokale en regionale aanpak toereikend? 2.1 Opgave ouderen Met betrokkenen is verkend op welke onderwerpen regionale samenwerking winst kan opleveren. Op basis van de ambtelijke en bestuurlijke gesprekken delen we de volgende conclusies over regionale samenwerking: Conclusie: Grote urgentie en aan de slag De opgave voor ouderen is getalsmatig het grootst.

De regio krijgt te maken met een dubbele vergrijzing, er is krapte op de arbeidsmarkt en er is sprake van een tekort aan woningen en woonvormen met zorg en/of begeleiding. In alle bestuurlijke en ambtelijke gesprekken klinkt deze urgentie door. Alle betrokken bestuurders onderschrijven de urgentie voor de vraag naar en de noodzaak van extra verpleeghuiszorg en geclusterde woonzorgvormen. De grote mogelijkheden van thuistechnologie kunnen wellicht worden ingezet om de extra verpleeghuiszorgbehoefte op te vangen. Conclusie: Organiseer een regionaal bestuurlijk en professioneel netwerk wonen en zorg De meeste wethouders formuleren de behoefte aan strategische kennisuitwisseling met collegawethouders, maar ook met collega-bestuurders op het wonen en zorgdomein. Hoe kijkt een ieder tegen de opgave aan, waar liggen kansen tot samenwerking, wat zijn kansrijke aanpakken en concepten? Ambtelijk is er behoefte aan georganiseerde, regionale kennisuitwisseling over elkaars goede aanpakken. Bijvoorbeeld over woningaanpassing en mogelijkheden om doorstroming te bevorderen. Dit ter inspiratie voor de eigen lokale aanpak.

Conclusie: Lokaal verantwoordelijk en besluitvorming, regionaal monitoren De meeste wethouders beschrijven dat zij zelf als gemeente verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van een lokale woonzorgvisie en lokale aanpak die leidt tot bevordering van geschikte locaties en voorraad of het herbestemmen van bestaande woningvoorraad voor woonzorgvormen. Zij verwachten dat het grootste deel van de ouderen vooral in de eigen gemeente wil blijven wonen. Wethouders formuleren dat het wenselijk is om gezien de grote opgave regionaal te monitoren welke woonzorgproducten iedere gemeente ontwikkelt en regionaal te monitoren of gezamenlijk de vraag voldoende wordt beantwoord.

7

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Conclusie: Gemeenschappelijke cijfers en aannames over vraag en aanbod wonen en zorg In de Nog langer thuis-analyse worden de behoefte en de opgave in aantallen en woonzorgproducten regionaal en per gemeente kwantitatief en kwalitatief beschreven. Gemeenten geven aan (in samenspraak met financier/zorgverzekeraar en corporaties) deze cijfers en aannames nader te willen bespreken. Zowel ambtelijk als bestuurlijk wordt benoemd dat behoefte is aan de volgende vraag- en aanbodsanalyse: • Gemeenschappelijke cijfers en aannames waarover gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders het eens zijn, waaronder de behoefte aan: o geclusterde woonvormen; o verpleeghuiszorg (zowel intramuraal als in geclusterde woonvormen); • Een verrijking van de huidige regionale analyse met cijfers over de lokale bestaande woningvoorraad op prijs en geschiktheid; • Gemeenschappelijke regionale definiëring van genoemde woonzorgproducten. Benut hierbij kennis van bijvoorbeeld zorgpartijen over een effectieve en efficiënte clustering; • Een verkenning per gemeente welke mogelijkheden de betreffende gemeente heeft voor het genoemde aantal en de genoemde woonzorgproducten.

Door een gezamenlijke, regionale vraag- en aanbodanalyse uit te voeren met eenduidige definities die door alle vijf gemeenten worden toegepast, geven bestuurders aan antwoord te willen krijgen op de volgende vragen: • Wat is de regionale woonzorgvraag? • Welke specifieke woonzorgproducten, naast individuele voldoende toegankelijke woningen, zijn regionaal nodig en wat zijn de kenmerken van deze woonzorgproducten? • Welke spreiding over de vijf gemeenten is gewenst, gezien de vraaganalyse en welke is haalbaar gezien de mogelijkheden in de woningvoorraad en de planontwikkeling in de vijf gemeenten? Op basis van deze analyse, die samen met partners worden uitgevoerd, geven bestuurders aan het gesprek aan te willen gaan over mogelijke strategieën. Zoals bijvoorbeeld de stimulering van innovatieve woontussenvormen. Conclusie: Regionale sturing nodig op fysieke verdeling van innovatieve woontussenvormen Er is naast de behoefte aan verpleeghuiszorg voor ouderen behoefte aan een divers aanbod aan woonvormen die zelfhulp en onderlinge hulp bevorderen. Innovatieve woonvormen zoals Knarrenhof, Oudenhuis en Meergeneratie wonen. De vraag is of alle gemeenten binnen hun eigen grenzen locaties beschikbaar hebben.

Ambtelijk wordt voorgesteld om regionaal de behoefte zichtbaar te maken door de organisatie van een regionaal loket/aanmeldpunt voor initiatiefnemers en regionaal te bespreken waar mogelijkheden zijn om initiatieven te verbinden aan locaties. De initiatieven dienen te passen bij de woonzorganalyse zoals in het voorgaande punt is beschreven. Bestuurlijk kiezen de wethouders voor met name een uitvoering lokaal. 2.2 Doelgroepen vallend onder domein Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang De woonopgave voor de doelgroepen vallend onder het domein Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang is getalsmatig veel kleiner dan die van ouderen. De Nog langer thuisanalyse beschrijft dat door de regionaal ingezette transitie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis de vijf gemeenten een grote veranderingsopdracht hebben, waaronder een goede samenwerking tussen het wonen- en het sociale domein. In het sociale domein zal het accent meer liggen op preventief werken, vinger aan de pols en zorgdragen voor voldoende cliëntcoördinatie. Voor het wonen-domein is de opdracht te verkennen welke woonproducten de transitie naar 8

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Beschermd Thuis ondersteunen. Op basis van de ambtelijke en bestuurlijke gesprekken delen we de volgende conclusies over mogelijke onderwerpen voor regionale samenwerking: Conclusie: Bestaande regionale afspraken uitstroom uitvoeren, behoefte aan woningen monitoren Voor de uitstroom uit instellingen en maatschappelijke opvang zijn afspraken over uitstroom gemaakt en dit jaar geactualiseerd in het regionale Convenant uitstroom opvang en zorg regio Midden-Holland 2023. Een opdracht voor lokale gemeenten is uitstroom mogelijk te maken conform het contingent en de verdeling daarvan die de gemeenten op basis van het convenant met elkaar hebben afgesproken. De crux is daarbij de beschikbaarheid van kleine, betaalbare woningen omdat verreweg de meeste uitstromers alleenstaanden zijn. Ambtelijk wordt geconstateerd dat de krapte op de woningmarkt hoge kosten in het sociaal domein veroorzaakt doordat de zorgvraag voor een deel van de cliënten woonvragen zijn. Ambtelijk en bestuurlijk is de wens de uitstroom te coördineren en deze beter te monitoren waardoor een extra vraag beter in beeld kan komen. Conclusie: Monitoren en uitwisselen uitvoering Convenant uitstroom opvang en zorg Veel wethouders geven aan dat de realisatie van kleine en betaalbare woonvormen in nieuwbouw of in bestaande woningvoorraad traag verloopt.

Oorzaken zijn verschillend: bezwaren van omwonenden, onvoldoende mogelijkheden om sociale huur te realiseren. Het zou goed zijn om naast het lokale zicht op de uitvoering, ook regelmatig de regionale stand van zaken van de uitvoering van het convenant uit te wisselen. Zijn we op de goede weg? Dit als input om met elkaar te bespreken welke mogelijkheden een ieder ziet om te versnellen. Conclusie: Nieuwe woonvormen definiëren: behoefte aan differentiatie Door de transitie naar Beschermd Thuis ontstaat behoefte aan een grotere differentiatie in woontussenvormen. Ambtelijk worden benoemd: kamers met begeleiding voor jongeren, specialistisch aanbod (Wlz) voor doelgroepen met meervoudige problematiek. Regionaal zou deze behoefte moeten worden gedefinieerd en besproken hoe tot een verdeling van dit aanbod kan worden gekomen. Conclusie: Regionaal kennisuitwisseling over preventie nodig en visie op maatschappelijke voorzieningen Door de transitie naar Beschermd Thuis is de noodzaak voor preventief werken groter geworden. Naast maatregelen in het sociale domein, kent preventief werken een fysieke component. Wat zijn de benodigde maatschappelijke voorzieningen, zoals een buurthuis/huiskamer? Evenals bij de ouderen is de wens regionaal te verkennen welke voorzieningen in de wijk mogelijk zijn en op welk schaalniveau dit mogelijk is.

Iedere gemeente kan deze kennis vervolgens lokaal benutten voor keuzes in locaties en/of clustering van woningen. 2.3 Verbreding naar andere doelgroepen Het (nu demissionaire) kabinet ontwikkelt wetgeving om gemeenten te vragen een woonzorgvisie op te stellen voor alle aandachtsgroepen.2 Een aantal gemeenten in onze regio heeft wonen-beleid geformuleerd voor andere aandachtsgroepen zoals studenten, woonwagenbewoners, arbeidsmigranten. In de bestuurlijke gesprekken is verkend of wethouders het wenselijk vinden om de activiteiten en de aanpak voor de regionale woonzorgvisie te verbreden. Op basis van de ambtelijke en bestuurlijke gesprekken delen we de volgende conclusie: 2

Volgens het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting moet de huisvestingsopgave van in elk geval de volgende aandachtsgroepen in kaart worden gebracht: mantelzorgverleners en -ontvangers, mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid, uitstromers uit intramurale zorginstellingen, woningzoekenden na detentie, (dreigend) dakloze mensen, stoppende sexwerkers, statushouders, ouderen, arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners.

9

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Conclusie: Overige aandachtsgroepen in aantal wel in beeld brengen, niet meenemen in aanpak regionale woonzorgvisie De meeste wethouders geven aan de brede groep aandachtsgroepen, waaronder studenten, arbeidsmigranten en woonwagenbewoners, niet te willen meenemen in de aanpak voor een regionale woonzorgvisie. De aanpak van de regionale woonzorgvisie willen de wethouders beperken tot de zorgdoelgroepen. Dat zijn groepen die naast een woning zorg- en of begeleiding nodig hebben om zelfstandig te kunnen wonen. Het oppakken van de opgave en regionaal afstemmen voor deze zorgdoelgroepen is al complex genoeg, zeggen de meeste wethouders. Wel wordt voorgesteld om regionaal de woonbehoefte in beeld te brengen van alle aandachtsgroepen, gezien de mogelijkheden voor nieuwbouw. Een woning voor de één is immers een woning minder voor de ander. De aanpak van de andere aandachtsgroepen wordt op andere tafels opgepakt. Op het bestuurlijke overleg op 18 december 2023 zijn de doelgroepen voor de regionale woonzorgvisie aangescherpt. De regionale analyse richt zich op: • zelfstandige woningen of woonvormen die gebaseerd zijn op het principe scheiding van wonen en zorg. Huisvesting die in het zorgbudget wordt bekostigd valt hierbuiten. • zorgdoelgroepen vanaf 18 jaar waarbij de wonen-vraag gecombineerd gaat met een vraag naar welzijn, zorg en/ of begeleiding.

• uitgangspunt bij de begrenzing van deze doelgroepen is de begrenzing van de Nog langer thuisanalyse. Deze bevat drie categorieën: ouderen, doelgroepen met een psychische beperking, doelgroepen met een verstandelijke beperking. • De regionale activiteiten richten zich met name op zorgdoelgroepen waarbij een combinatie tussen wonen en zorg nodig is die valt onder de inkoopkaders Beschermd Wonen en Opvang en de Wet langdurige zorg.

10

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

3. Inhoudelijke bouwsteen 2: afweging taken regionaal – lokaal Zoals al eerder beschreven, is de ontwikkeling van een woonzorgvisie een taak van de individuele gemeente. Daarom is in de overleggen uitgebreid aan de orde geweest wat het karakter is van de regionale samenwerking. Waarom zou je regionale samenwerking wensen? En wat moet de regionale samenwerking opleveren? 3.1 Redenen voor regionale samenwerking In de bestuurlijke en ambtelijke gesprekken en in de bijeenkomst met stakeholders zijn de volgende argumenten benoemd voor regionale samenwerking: Een goede verdeling van woonzorgaanbod voor inwoners De opgave waarvoor de regio staat is groot. Ouderen met een zorgbehoefte en inwoners met psychische en verstandelijke beperkingen nemen in aantal toe en wonen steeds vaker zelfstandig. Gemeenten staan voor de opdracht om zeker voor de lage inkomens te bezien hoe zij, binnen hun mogelijkheden, kunnen zorgen voor een goed woonzorgaanbod en hoe zij kunnen voorkomen dat een tekort ontstaat of blijft bestaan. Er is tegelijkertijd druk op het beschikbare zorgbudget, op de beschikbare locaties en een schaarste op de arbeidsmarkt. Door zorgaanbieders zijn zorgen geuit of er voldoende betaalbaar woonzorgaanbod in de toekomst beschikbaar is en/of voldoende personeel kan worden geworven.

Keuzes voor bijvoorbeeld uitbreiding van een woonzorgproject met verpleeghuiszorg in de ene gemeente, hebben invloed op de overblijvende capaciteit voor de andere gemeenten. Om te zorgen dat er sprake blijft van een goede verdeling van beschikbaar en betaalbaar woonzorgaanbod voor de inwoners van de vijf gemeenten, is regionale samenwerking noodzakelijk. Het gaat dan bijvoorbeeld over een betere verdeling van het aantal sociale huurwoningen over de vijf regiogemeenten gekoppeld aan een bepaald type woonzorgproduct of bijvoorbeeld de verdeling van de uitstroom van cliënten uit instellingen. Kennis delen Door regionaal samen te werken kan beter elkaars kennis worden benut. Bijvoorbeeld bij het maken van een gedeelde analyse van de vraag. De resultaten kunnen niet alleen regionaal worden gebruikt, maar ook lokaal, als input voor het lokale woonzorgbeleid. Ook ervaringen over effectieve en efficiënte clustering kan over en weer behulpzaam zijn. Kansen benutten van elkaar De woningvoorraad in Gouda kenmerkt zich in vergelijking tot die van de andere regiogemeenten door veel appartementen. De andere gemeenten hebben relatief meer (grote) eengezinswoningen. Verder ontwikkelt de gemeente Zuidplas een 5e dorp waarin fysiek ruimte is voor woonzorgcomplexen. Door regionale samenwerking kunnen over en weer kansen worden benut.

Aansluiten bij werkgebied partners Veel partners (woningcorporaties, zorgaanbieders en verzekeraar) kennen een groter werkgebied dan één gemeente. Voor deze partners is samenwerking op regionale schaal gewenst. Andersom geldt dit ook voor gemeenten; wethouders benoemen de wens om samen op te trekken voor strategische afspraken met zorgaanbieders en corporaties. Ook om te voorkomen dat gemeenten onderling in concurrentie komen. Innovatie van bestaand aanbod Diverse wethouders benadrukken dat innovatie van woonzorgaanbod noodzakelijk is. De wens is regionaal deze innovatie te stimuleren en kennis uit te wisselen.

11

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Specialistisch aanbod Niet al het woonzorgaanbod kan in iedere gemeente worden geboden. Voor de ontwikkeling van dit specialistische zorgaanbod – zoals een verpleeghuis, een woonzorgvoorziening voor triple problematiek etc. – is regionale samenwerking en het gesprek noodzakelijk over waar te realiseren. Fysieke ruimte voor bouwen Het laatste argument dat voor regionale samenwerking is gegeven, is om als regio – voor de invulling van de woonzorgvraag – gezamenlijk het gesprek te kunnen voeren met de provincie. Om te pleiten voor extra fysieke ruimte en locaties of voor subsidiëring of ondersteuning. 3.2 Wat moet regionaal samenwerken opleveren? In bovenstaande redenen voor regionale samenwerking zijn ook de wensen besloten wat samenwerking moet opleveren. Deze kunnen we samenvatten in drie principes: • Samen inzicht • Samen sturen en bijsturen • Samen sterk Samen inzicht Door diverse gesprekspartners is gepleit om regionaal inzicht te krijgen in de regionale behoefte aan specialistische woonzorgaanbod, woonzorgproducten/woontussenvormen, de definiëring van de benodigde woonzorgproducten en cijfermatige verdeling ervan over de vijf gemeenten. Door te werken aan gemeenschappelijke, regionale informatie die vergelijkbaar is, kan het vervolggesprek worden gevoerd over verdeling en afstemming.

De basis voor dit kennisinzicht is het eerder uitgevoerde onderzoek Nog langer thuis in Midden-Holland. Samen sturen en bijsturen De woonzorgvisie is een lokale verantwoordelijkheid en bevoegdheid. Geen van de bestuurders pleit voor een regionale woonzorgvisie die de lokale woonzorgvisie vervangt. De regionale afspraken worden eerder beschouwd als ‘kop op’ de lokale visie. Bijvoorbeeld na definitie van een woonzorgproduct is het aan de gemeenten om deze te verbinden aan een locatie, concrete uitwerking en mogelijke initiatiefnemers. Door regionaal het overzicht te houden kunnen gemeenten en hun samenwerkingspartners regionaal bespreken of sturing of bijsturing noodzakelijk is. Door monitoring is het mogelijk om tekorten in aanbod en uitvoering te constateren en het gesprek te voeren of gemeenten of andere partners elkaar kunnen helpen. Samen sterk Regionale afspraken vormen ook de basis voor strategische afspraken tussen gemeenten en met belangrijkste uitvoerende stakeholders, zoals zorgpartijen, woningcorporaties en zorgverzekeraar. Het biedt een stevige onderlegger voor de afstemming en samenwerking en voor het gesprek met de provincie. Samen sterk, is door verschillende wethouders benoemd. 3.3 Belangrijke randvoorwaarden Regionale samenwerking en afstemming kost ook moeite en inspanning en vergt een goede balans met de gewenste lokale autonomie.

In de bestuurlijke en ambtelijke gesprekken zijn de volgende randvoorwaarden benoemd voor regionale samenwerking: Borging van regionale afspraken in gemeenteraden Hierboven zijn de argumenten genoemd voor regionale samenwerking. Die samenwerking moet leiden tot uitvoerbare regionale bestuurlijke afspraken. Deze afspraken moeten echter door de lokale gemeenteraden worden bekrachtigd. Niet alleen omdat de regio Midden-Holland geen formele 12

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

bestuurslaag is, maar ook omdat het belangrijk is dat de afspraken lokaal worden geborgd. Dat kan alleen door middel van besluiten door de gemeenteraden. In het bestuurlijke overleg op 18 december 2023 is afgesproken dat bij de opstart van de uitvoering een Raadsinformatiebrief wordt opgesteld. Geen vertraging voor de uitvoering van de eigen lokale woonzorgvisie Regionale samenwerking is heel belangrijk. Het kan bijvoorbeeld leiden tot kennistoename en versnelling van de (uitvoering van de) lokale woonzorgvisie. Maar elke gemeente heeft een eigen lokaal woonzorgbeleid, met een eigen tempo. De wethouders hebben aangegeven dat de regionale samenwerking niet mag leiden tot vertraging in de uitvoering van de lokale woonzorgvisie. Om die reden kiezen bestuurders voor een voortvarende aanpak en is de ambitie om in juli 2024 het gemeenschappelijk regionaal kader afgesproken te hebben. Lokale ruimte voor hoe regionale woonzorgvisie uit te voeren Na het vaststellen van de opgave en de verdeling daarvan over de vijf regiogemeenten is het aan de afzonderlijke gemeenten om te bepalen hoe die opgave wordt ingevuld. Denk aan de keuze van de locaties, gebiedsgericht of pandgericht, en de keuze voor de initiatiefnemer. Een realistische financiële planning en afspraken Ambitie is mooi, maar alleen als die realistisch is.

Daarom is overleg met de externe partners nodig om gezamenlijk af te spreken wat redelijkerwijs mogelijk is, zoals een minimale omvang van een zorgcomplex waar zware zorg wordt verleend. Daarom is het tijdig betrekken van regionale zorgaanbieders, verzekeraar/zorgkantoor noodzakelijk bij het maken van de afspraken, niet alleen de afspraken over het vergroten van het aanbod, maar ook later, op projectniveau. Iedere gemeente is nodig Samenwerking kan alleen succesvol zijn als alle vijf regiogemeenten zich aan het proces binden door de inzet van voldoende menskracht en financiële middelen. Voldoende regionale en lokale uitvoeringskracht De opgave is groot, complex en voor een deel nog niet bekend. Daarom is voor de uitvoering van het woonzorgbeleid bij de vijf regiogemeenten voldoende uitvoeringskracht nodig, in het Wonen en het Sociale Domein. Er dient ook voldoende regionale coördinerende capaciteit te zijn zowel voor wonen als voor zorg.

13

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

4. Gemeenschappelijk regionaal kader Als belangrijk onderwerp van regionale samenwerking wordt bestuurlijk en ambtelijk de ontwikkeling benoemd van een gemeenschappelijk cijfermatig kader: een regionale vraag- en aanbodsanalyse en een verdeling van het gewenste aanbod over de vijf gemeenten. Deze analyse en de verdeling noemen we in deze startnotitie een ‘gemeenschappelijk regionaal kader’.3 Om te zorgen dat ieder eenzelfde beeld heeft hiervan, hebben bestuurders op het eerste bestuurlijke overleg gevraagd dit gedetailleerd uit te werken. In dit hoofdstuk beschrijven we dit kader en de aanpak ervan. Het gemeenschappelijk regionaal kader is een belangrijk deel van de toekomstige inhoud van de te ontwikkelen regionale woonzorgvisie. Naar verwachting is dit niet de enige inhoud. In hoofdstuk 2 zijn immers meer onderwerpen benoemd waarvan het zinvol is om regionaal af te stemmen. Voorts zal werkende weg blijken dat naast het gemeenschappelijk regionaal kader, andere onderwerpen meer uitwerking behoeven. Op het bestuurlijke overleg op 18 december 2023 is echter afgesproken de uitvoering vooral te richten op de ontwikkeling van een gemeenschappelijk regionaal kader. Zo snel en zo beknopt mogelijk.

4.1 Doel De wethouders en ambtenaren hebben de volgende doelen genoemd voor het gemeenschappelijk regionaal kader: • Regionaal de behoefte in beeld brengen, als input voor regionale afspraken op het woon/ruimtelijk en sociaal/zorg domein (Regionale Realisatie Agenda, huisvestingsverordening, Wmo-convenant), zoals de verdeling van specialistische zorg en specifieke woontussenvoorzieningen (ouderen en GGZ/VG) over de vijf regiogemeenten en de mogelijkheden van uitruil of fasering van het aanbod. • Afstemming met het zorg/sociale domein over bijbehorende zorg- en dienstverlening. • Middel voor het gezamenlijke gesprek met andere partners: provincie, zorgpartijen en corporaties. 4.2 Opzet Het gemeenschappelijk regionaal kader bestaat uit: • Definities van woonzorgproducten De diverse woonzorgproducten/woontussenvormen, zoals ‘geclusterde woningen’, worden gedefinieerd, zodat voor alle betrokken partijen duidelijk is wat eronder wordt verstaan. • Inzicht in de behoefte per doelgroep en de omvang van het tekort Hierin worden in elk geval de zorgdoelgroepen onderscheiden en zoveel mogelijk van de overige aandachtsgroepen. Het gaat om de woonbehoefte tot bijvoorbeeld 2040. Voor zover de behoefte nu niet bekend is, worden afspraken gemaakt over de manier om deze inzichtelijk te krijgen, zoals een onderzoek aanvullend op de huidige Nog langer thuis-analyse.

Een belangrijk aspect is de duiding van de beschikbare cijfers over de woningbehoefte: omvat deze cijfers alle doelgroepen of zijn er doelgroepen buiten beschouwing gelaten? Uiteindelijk moet de behoefte van alle doelgroepen in beeld worden gebracht, zodat die behoefte kan worden uitgedrukt als één getal. Op basis van het huidige aanbod wordt inzicht gegeven in de tekorten. • Vergroting van het woningaanbod

3

Eerder bij het opstellen van deze startnotitie werd de term ‘regionaal afwegingskader’ gebruikt. Die naam bleek echter verwarring te geven bij de ambtenaren van de gemeenten.

14

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

Als duidelijk is hoe groot het tekort is, kan worden bepaald welke mogelijkheden er op regionaal niveau zijn om deze tekorten in de bestaande woningvoorraad te verkleinen. Denk aan het zorggeschikt maken van bestaande woningen. De resterende tekorten kunnen alleen door nieuwbouw worden weggenomen. Relevante vragen daarbij zijn: o Wat is de nieuwbouwopgave op basis van de Regionale Woondeal en de provinciale trendraming voor de regionale woningbehoefte? o Hoe groot is het regionale planaanbod, blijkend uit de Regionale Projectenlijst Wonen (RPW)? De confrontatie van het tekort aan de mogelijkheden om het woningaanbod te vergroten, maakt duidelijk in hoeverre het ruimtelijk en financieel gezien mogelijk is om het gehele tekort weg te nemen, of slechts een deel daarvan. • Verdeling van de opgave over de vijf gemeenten Op basis van de vorige stap kunnen afspraken worden gemaakt over de verdeling van de opgave over de vijf regiogemeenten. Het gaat daarbij niet alleen om de woningen of wooneenheden, maar ook om de bijbehorende zorg- en dienstverlening. Denkbaar is om bij de verdeling van de opgave tot een uitruil te komen: de ene gemeente doet wat extra’s voor de ene doelgroep, een andere gemeente doet wat extra’s voor een andere doelgroep.

De opgave per gemeente wordt voorzien van een realistische planning en kan leiden tot aanpassing van de huisvestingsverordening, de woningbouwplanning. Op het bestuurlijk overleg op 18 december 2023 is afgesproken bij de uitvoering van bovenstaande taken de volgende procesaanpak en prioritering aan te houden. Actielijn 1: Maak afspraken over wonen en zorg voor ouderen. De actuele behoefteraming van het Rijk kan naast de Nog langer thuis-analyse van 2022 worden gehouden. Actielijn 2: Maak afspraken over wonen en zorg voor mensen met een psychische beperking. Breid de Nog langer thuis-analyse eventueel uit met cijfers over deze aandachtsgroepen volgens het Rijk. Actielijn 3: Voor de overige aandachtsgroepen onder de Wet versterking regie op de Volkshuisvesting wordt de uitwerking van het Rijk afgewacht. Een bespreking van de aanpak van de overige aandachtsgroepen wordt geagendeerd voor het bestuurlijke regionale overleg in juni 2024. Na bestuurlijke instemming kan daarna de behoefteraming voor de andere aandachtsgroepen worden opgepakt. Indien gemeenten besluiten om vervolgens regionale afspraken te maken over de huisvesting van de overige aandachtsgroepen, dan kunnen deze op een later moment in de tijd als extra hoofdstuk worden toegevoegd aan de regionale woonzorgvisie.

4.3 Samenwerking Een gemeenschappelijk regionaal kader zal worden ontwikkeld in samenspraak met partners als VGZ, zorgaanbieders en woningcorporaties. Na een regionaal gemeentelijk akkoord op de aanpak voor de regionale woonzorgvisie zal het overleg kunnen starten met deze samenwerkingspartners waarover zij regionaal willen samenwerken en hoe zij willen deelnemen aan dit proces. Ambtelijk is verkend hoe een samenwerkingsproces vorm zou kunnen krijgen. Dit wordt in het volgende hoofdstuk beschreven.

15

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

5. Inhoudelijke bouwsteen 3: procesaanpak en partijen Het werken aan een regionale woonzorgvisie vereist ook een regionale samenwerking tussen gemeenten. Voorts dient duidelijk te zijn welke partijen de gemeenten willen betrekken. In dit hoofdstuk verwoorden we de procesaanpak op drie onderdelen: • Inhoud: welke taken onderscheiden we? • Partijen: wie dient bij welke taak betrokken te zijn? Wie pakt de uitvoering op? De coördinatie? • Proces en besluitvorming: volgens welke processtappen ontwikkelen we een gemeenschappelijk regionaal kader? Welke besluitvorming is nodig en zo ja door wie? 5.1 Welke taken moeten we organiseren? De belangrijkste opbrengst van regionale samenwerking is een gemeenschappelijk kader. Dit kader geeft input voor afspraken tussen samenwerkingspartijen en geeft invulling aan aantallen (kwantitatief en kwalitatief) in de woningbouwafspraken. In het vorige hoofdstuk is beschreven wat het doel is van het gemeenschappelijk regionaal kader en de opzet.

Zoals opgemerkt bestaat het gemeenschappelijk regionaal kader uit: • Definiëring van woonzorgproducten • Inzicht in de behoefte per doelgroep en de omvang van het tekort • Vergroting van het woningaanbod • Verdeling van de opgave over de vijf gemeenten Drie taken voor de ontwikkeling van het gemeenschappelijk regionaal kader Om tot een gemeenschappelijk regionaal kader te komen, moeten drie taken worden uitgevoerd: • Taak 1: Geef inzicht in vraagcijfers en definities • Taak 2: Verken mogelijke maatregelen regionaal en lokaal • Taak 3: Verken een mogelijke verdeling van de opgave per gemeente Taak 1: Geef inzicht in definities en vraagcijfers Definieer woonzorgproducten De diverse woonzorgproducten/woontussenvormen, zoals ‘geclusterde woningen’, worden gedefinieerd voor de verschillende zorgdoelgroepen, zoals beschreven in de Nog langer thuis-analyse, zodat voor alle betrokken partijen duidelijk is wat eronder wordt verstaan. De analyse beschrijft niet alleen de zwaardere zorgdoelgroepen, maar ook de vraag naar levensloopgeschikte woningen. Beschrijf de kwantitatieve behoefte per doelgroep en de omvang van het tekort met als uitgangspunt de Nog langer thuis-analyse. Hierin worden in elk geval de zorgdoelgroepen onderscheiden.

Onder zorgdoelgroepen verstaan we de beschrijving van aandachtsgroepen door het ministerie van BZK in de concept-wetgeving.4 Daarnaast wordt zoveel mogelijk de woonbehoefte van de overige aandachtsgroepen beschreven. Het gaat om de woonbehoefte tot bijvoorbeeld 2040. Voor zover de behoefte nu niet bekend is, worden afspraken gemaakt over de manier om deze inzichtelijk te krijgen, zoals een onderzoek aanvullend op de huidige Nog langer thuis-analyse. Op basis van het huidige aanbod wordt inzicht gegeven in de tekorten. Het behoefteonderzoek wordt gefaseerd opgepakt, met als start de analyse van de doelgroep ouderen. Dit omdat mede op grond van de Regionale Realisatie Agenda afspraken over ouderen moeten worden gemaakt. Bij deze analyse zullen de provinciale cijfers voor Wonen en Zorg voor 4

Verwijzing naar Besluit kwaliteit leefomgeving, etc.

16

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

ouderen en de doorrekening voor de regio eveneens tegen het licht worden gehouden. Omdat de provincie en het ministerie van BZK aandringen op het maken van ‘bindende afspraken’ is het denkbaar dat de uitkomst van deze taak 1 voor wat betreft de ouderen niet alleen landen in het gemeenschappelijk regionaal kader, maar ook in een afzonderlijk document dat bestuurlijk wordt vastgesteld door alle betrokken partijen. Daarna wordt de analyse van de doelgroepen van de GGZ/VG uitgewerkt en daarna de overige doelgroepen. Taak 2: Verken mogelijke maatregelen regionaal en lokaal Als duidelijk is hoe groot het tekort is, kan worden bepaald welke mogelijkheden er op regionaal niveau zijn om deze tekorten in de bestaande woningvoorraad te verkleinen. De confrontatie van het tekort aan de mogelijkheden om het woningaanbod te vergroten, maakt duidelijk in hoeverre het ruimtelijk en financieel gezien mogelijk is om het gehele tekort weg te nemen, of slechts een deel daarvan. Het zorggeschikt maken van bestaande woningen door woning- of complexaanpassing is een voorbeeld van een concrete maatregel die een gemeente kan bespreken met de woningcorporatie. Taak 3: Verken een mogelijke verdeling van de opgave per gemeente Op basis van de vorige stap kunnen afspraken worden gemaakt over de verdeling van de opgave over de vijf regiogemeenten.

Het gaat daarbij niet alleen om de woningen of wooneenheden, maar ook om de bijbehorende zorg- en dienstverlening. Denkbaar is om bij de verdeling van de opgave tot een uitruil te komen: de ene gemeente doet wat extra’s voor de ene doelgroep, een andere gemeente doet wat extra’s voor een andere doelgroep. Het ligt voor de hand dat deze uitruil vooral betrekking zal hebben op de doelgroepen waarvoor de aantallen te klein zijn om in elke gemeente een plek te realiseren, zoals de zwaardere zorg. De opgave per gemeente wordt voorzien van een realistische planning en kan leiden tot aanpassing van de huisvestingsverordening, de woningbouwplanning. De uitkomst kan ook leiden tot een aanpassing van de lokale woonzorgvisie. 5.2 Samenwerkingspartijen Het is op voorhand duidelijk dat gemeenten deze taken niet alleen kunnen oppakken. Er is samenwerking nodig met andere partijen. belangrijkste mede-ontwikkelaars zijn benoemd: VGZ, VVTaanbieders en GGZ/BW&MO-aanbieders en woningcorporaties. Voorts dienen provincie en vertegenwoordigers van BZK geïnformeerd en voor reflectie te worden betrokken. 5.3 Proces en besluitvorming Tot slot de procesaanpak, de organisatie van de drie grote taken en de besluitvorming erover. Hieronder wordt de aanpak in grote lijnen beschreven. In overleg met de belangrijkste partners dient deze nader te worden uitgewerkt.

Bestuurlijke Tafel Ruimte en Wonen De Bestuurlijke Tafel Ruimte en Wonen is het bestuurlijke orgaan voor de regionale woonzorgvisie. In deze startnotitie is als belangrijkste onderwerp de ontwikkeling van een gemeenschappelijk regionaal kader benoemd. De uitkomsten per taak worden ter bespreking en advisering voorgelegd aan het Bestuurlijke Overleg Ruimte en Wonen. Voor dit gesprekspunt worden eveneens de wethouders Sociaal uitgenodigd. Afspraken die leiden tot input voor beleid in de regio, moeten bestuurlijk worden bekrachtigd in het college van burgemeester van wethouders van de regiogemeenten. Met de samenwerkingspartners zal worden overlegd over hun deelname. In overleg met de bestuurders zal worden vastgesteld op welke wijze gemeenteraden worden geïnformeerd en hoe hun input kan worden opgehaald. Bij de vaststelling van een mogelijke verdeling van de opgave per

17

Startnotitie Woonzorgvisie Midden-Holland

gemeente en borging in de nieuwbouwprogrammering zal dit ter instemming van iedere gemeenteraad worden voorgelegd. Voor de agenda van de bestuurlijke tafel zijn meer onderwerpen ter afstemming benoemd; deze zijn beschreven in hoofdstuk 2 en ook genoemd in figuur 1. In overleg met de bestuurders kunnen deze worden opgepakt en uitgewerkt. De bestuurlijke tafel wijst een bestuurlijke trekker aan die bestuurlijk verantwoordelijk is voor de voortgang van het proces. 5.4 Coördinatie- en uitvoeringskracht Regionale trekkersgroep De startnotitie is uitgewerkt door een regionale trekkersgroep. We stellen voor het vervolg voor opnieuw een kleine trekkersgroep te organiseren waarbij de minimale samenstelling is: de regionale procescoördinator, twee vertegenwoordigers van de vijf gemeenten (één van Wonen en één van Sociaal Domein), één vertegenwoordiger van de zorgaanbieders en één vertegenwoordiger van de woningcorporaties. De regionale trekkersgroep voert regie op het proces en bewaakt de voortgang en samenhang van de activiteiten. Voorts bereidt de trekkersgroep het bestuurlijk overleg voor. De regionale trekkersgroep wordt begeleid door een externe procesregisseur. De bestuurlijke trekker is aanspreekpunt voor de trekkersgroep voor de voorbereiding van de bestuurlijke tafel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=49ba1c90-c821-42e4-a4f3-af72bbd6c76c