CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.18 Bijlage 1. Programma Zon op veld

Raadsvergadering 10 juli 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college22.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4

5 Veroorzaakt geen knelpunt.

Archeologische waarden In de regio heb je verschillende typen afzettingen met kans op archeologische vondsten. Hiervoor wordt de provinciale kaart archeologische verwachtingswaarde 2011 gebruikt als bron. De mate van kansrijkheid voor de plaatsing van zonnepanelen in een gebied wordt maar minimaal door de aanwezigheid van archeologische waarden beinvloedt. Er is daarom gekozen om dit geen onderdeel uit te laten maken van de multicriteria analyse maar van de gebiedsbeschrijving. Als het te beoordelen gebied unieke en mee te wegen aspecten heeft op archeologische vondsten, zal het in de gebiedsbeschrijving zijn meegenomen en zijn weerslag hebben op het eindoordeel van dat gebied.

Cultuurhistorische waarde De Cultuurhistorische waarde van een gebied wordt bepaald door de aanwezigheid van monumenten, molenbiotopen of ander beeldbepalend erfgoed. In hoeverre een gebied door de 51

aanwezigheid hiervan wordt beïnvloed, is sterk afhankelijk van expert judgement. Immers, de aanwezigheid van een molenbiotoop in een zoekgebied van 4 hectare heeft meer invloed dan de aanwezigheid van eenzelfde molenbiotoop in een zoekgebied van 40 hectare. Er is voor dit criterium daarom gekozen voor een kwalitatieve beoordeling in de gebiedsbeschrijving. Als het te beoordelen gebied belangrijke, mee te wegen aspecten heeft op cultuurhistorische waarden zal het in de gebiedsbeschrijving zijn meegenomen en zijn weerslag hebben op het eindoordeel van dat gebied. Gebiedsspecifieke meekoppelkansen Meekoppelkansen zijn een belangrijke en soms doorslaggevende factor in de kansrijkheid van een initiatief. In het ene gebied worden andere meekoppelkansen belangrijker geacht dan in het andere gebied. Denk aan de aanwezigheid van knikpuntgebieden of recreatief terrein waar het wenselijk is zonnepanelen toe te passen. Deze meekoppelkansen worden meegenomen in de gebiedsbeschrijvingen. In de basis moet ieder zonneveld koppelkansen met andere opgaven meenemen. Dit wordt in een later stadium, bij de beoordeling van plannen in het afwegingskader, aan planontwikkelaars als voorwaarde gesteld. Als bron voor de specifieke gebiedsbeschrijvingen wordt expert- judgement gebruikt.

Overige landbouw- en landschappelijke waarden Er kunnen in een gebied nog andere aspecten van invloed zijn op de wenselijkheid of kansrijkheid om in dat gebied zonnepanelen te plaatsen. Denk bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van intensieve landbouw en de keuzes die gemaakt moeten worden met betrekking tot het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Deze kwalitatieve aspecten worden opgenomen in de gebiedsbeschrijvingen en hebben op die manier hun weerslag op het eindoordeel van een gebied. Per gebied wordt een aantal gegevens onderscheiden. Deze gegevens worden in de gebiedsbeschrijvingen weergegeven.

○

Het oordeel

Ieder zoekgebied krijgt op basis van de beoordeling van bovengenoemde criteria een eindbeoordeling. Deze beoordeling stelt de mate van kansrijkheid voor dit gebied vast. De beoordeling komt in eerste instantie kwantitatief tot stand. De berekening betreft een optelsom van de score op de verschillende kwantitatieve criteria. De score die hieruit komt, bepaalt vervolgens het eindoordeel: rood, oranje of groen. De drempelwaarden en de definitie van deze beoordeling worden hieronder beschreven. Vervolgens wordt de uitkomst zo nodig aangevuld of genuanceerd met de kwalitatieve benadering van de gebiedsbeschrijving en resultaten uit het participatietraject dat in 2023 is uitgevoerd. Hierdoor kan het uiteindelijke oordeel van een zoekgebied afwijken van de score van de kansenkaart. De berekening De berekening van de score betreft de optelsom van de individuele scores (1 t/m 5) van de criteria gedeeld door het totaal aantal criteria. Een score van 3 is gemiddeld of neutraal. De totaalscore varieert hiermee van 1 (minimale score) tot 5 (maximale score).

De drempelwaarden en definities

52

Totaalscores tussen 3 en 5 bevorderen de kansrijkheid van het gebied. Immers, in deze gebieden is op meer criteria positief gescoord dan negatief om op de eindscore tussen 3 en 5 uit te komen. Een score van 1 of 2 beperkt de kansrijkheid van het gebied. In deze gebieden is minimaal meer negatief geoordeeld op de criteria dan positief. Gebieden die laag hebben gescoord op uitsluitingscriteria zijn per definitie uitgesloten en zijn daarmee niet kansrijk. Dit leidt tot de volgende definities van beoordeling: Drempelwaarde

3 en daarboven

Onder 3

Uitsluiting

Beoordeling

Definitie

Groen gebied

Kansrijk Het gebied is geschikt voor een zonneveld. Let op: Initiatieven in deze gebieden zijn niet automatisch wenselijk. Daarvoor moeten initiatieven in deze gebieden ook nog rekening houden met de gebiedsbeschrijvingen en voldoen aan de criteria van het afwegingskader. De behaalde punten (score) in het afwegingskader gebruiken we om initiatieven met elkaar te vergelijken en de meest wenselijke te bepalen. Oftewel, hoe hoger uw initiatief scoort op elke voorwaarde, hoe beter.

Oranje gebied

Matig kansrijk Het gebied is minder geschikt voor zonnepanelen op veld. Of een project op dit gebied als wenselijk wordt gezien is mede afhankelijk van de beoordeling van het plan op andere thema’s. Initiatiefnemers dienen de criteria van het afwegingskader in acht te nemen bij de verdere uitwerking van hun plan.

Rood gebied

Niet kansrijk Dit gebied is niet geschikt voor de plaatsing van zonnepanelen. Een project wordt per definitie niet als wenselijk gezien. Het advies is om gebruik te maken van kansen voor zonnevelden in andere gebieden.

Gebiedsbeschrijvingen

○

Ter onderbouwing van de kansrijkheid van de zoekgebieden zijn gebiedsbeschrijvingen opgesteld. De gebiedsbeschrijving dient om: ● ●

Een oordeel van de kansrijkheid van een zoekgebied te onderbouwen met landschappelijke waarden en kenmerken en om de navolgbaarheid van de gegeven score te duiden. Gebiedsspecifieke inpassingsvoorwaarden om inpassing van zonnepanelen en aansluiting op gebiedsspecifieke meekoppelkansen te duiden. Dit ten behoeve van de prioritering van initiatieven in het afwegingskader.

Ieder kansrijk zoekgebied heeft een gebiedsbeschrijving als naslagwerk. Deze gebiedsbeschrijvingen hebben als bron onder andere gebiedsvisies, bestemmingsplannen en gebiedsprofielen. Ze dekken de totale beoordeling van het zoekgebied in de kansenkaart. De opbouw van de gebiedsbeschrijving is eenduidig, om verschillende gebieden te kunnen vergelijken. Deze opbouw is als volgt: ● ●

Naam zoekgebied en gemeente; Type zoekgebied (bijv. langs infrastructuur); 53

● ● ● ● ● ● ● ● ●

●

Landschapstype (bijv. droogmakerij veen) Inleidende tekst en algemene omschrijving van het gebied; Overzichtskaart Landschappelijke waarden en kenmerken Natuur en ecologische waarden Recreatiewaarden Cultuurhistorische waarden Archeologische waarden Gebiedsspecifieke inpassingsvoorwaarden - configuratie - begrenzing, afscherming en landschapskwaliteit - techniek en installatie - planproces en communicatie - beheer - meekoppelkansen Kansenkaartscore -

de kansenkaartscore staat op een apart formulier en geeft de totaalscore van het zoekgebied weer op basis van de eerder genoemde waarden.

De gebiedsbeschrijvingen zijn door een extern bureau ontwikkeld in samenwerking met ambtelijke vertegenwoordiging.

54

5.3 Handreiking Afwegingskader Spelregels omtrent het afwegingskader voor zon op veld, RES Midden Holland

○

Inleiding

In 2022 is in de regio Midden-Holland een proef gestart om te toetsen of een afwegingskader een geschikt instrument is om de wenselijkheid van initiatieven voor zon op veld in Midden-Holland weer te geven. Eind 2022 is vastgesteld dat de regio onder andere met een afwegingskader gaat werken. Het afwegingskader van de RES-regio Midden-Holland is een instrument dat initiatieven voor zon op veld ten opzichte van elkaar prioriteert. Daarmee geeft het aan welke van de ingediende initiatieven het meest wenselijk zijn om in de regio te realiseren. Het instrument dient niet als vergunningverlenend kader, daarvoor dient een ander instrument dat lokaal wordt vastgesteld. Het afwegingskader maakt onderdeel uit van het Programma Zon op Veld. In onderstaande figuur wordt de verhouding van het afwegingskader ten opzichte van de andere ruimtelijke instrumenten in de regio Midden-Holland weergegeven.

Figuur 2 (herhaald) - Programma Zon op Veld met ruimtelijke instrumenten

De methode van het afwegingskader is ontwikkeld door de Werkgroep Elektriciteit van de RESregio Midden-Holland, in samenwerking met de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH), maatschappelijke organisaties in de regio, de waterschappen, de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. De inhoudelijke kenmerken van het afwegingskader, waarmee de uiteindelijke wenselijkheid van een initiatief wordt bepaald, zijn door middel van een uitvoerig participatieproces met de inwoners van de regio in 2023 uitgewerkt. Het afwegingskader dient zowel voor initiatiefnemers als leidraad op basis waarvan zij hun initiatief of plan kunnen aanscherpen, als voor de regio om alle ingediende initiatieven ten opzichte van elkaar te kunnen prioriteren. Deze hand-out beschrijft de methodiek en de werking van het afwegingskader.

○

Doel van het afwegingskader 55

Het afwegingskader heeft als doel om de wenselijkheid van initiatieven voor de regio te bepalen, binnen gebieden die in de kansenkaart als kansrijk worden geacht. Alleen wenselijke initiatieven komen in de regio in aanmerking voor de aanvraag van een omgevingsvergunning en kunnen bij toekenning van de vergunning overgaan tot realisatie. Het afwegingskader is daarmee een voorportaal van de vergunningverlening en geeft de wenselijkheid van het initiatief aan.

Methodiek

○

De methode betreft een multicriteria-analyse die voor elk initiatief een oordeel geeft over de wenselijkheid ervan. Op basis van een set criteria die kwalitatief en kwantitatief kunnen worden ‘gescoord’, krijgt ieder initiatief een score toebedeeld. De initiatieven met de hoogste score zijn het meest wenselijk en zullen worden geprioriteerd richting vergunningverlening. Verdere uitleg over de scores en prioritering volgt verderop in deze handreiking. Ieder initiatief dat bekend is bij gemeenten komt in aanmerking voor opname in het afwegingskader. Dit kunnen initiatieven zijn die in de fase van een principeverzoek zijn of initiatieven die al richting aanvraag omgevingsvergunning (willen) gaan. Doorgaans is wel een plan vereist om in het afwegingskader opgenomen te worden. Het afwegingskader dient ertoe om deze initiatieven aan te scherpen óf af te laten vallen omdat er mogelijk doorslaggevende criteria zijn die het initiatief niet als wenselijk kunnen laten beschouwen. De methodiek biedt hiermee een transparante en eenduidige aanpak voor de prioritering van alle initiatieven voor zon op veld in de regio.

Samenwerking met de kansenkaart

○

De kansenkaart en het afwegingskader werken samen. De kansenkaart geeft de kansrijkheid weer van een specifiek zoekgebied om zonnepanelen op te realiseren. Deze kansrijkheid wordt weergegeven met een score en een oordeel (Kansrijk, matig kansrijk of niet kansrijk). Initiatiefnemers kunnen op basis van de kansenkaart inschatten waar zij het best een initiatief kunnen realiseren. Het afwegingskader neemt de scores uit de kansenkaart over: op het moment dat een initiatiefnemer een plan indient, wordt het plan opgenomen in het afwegingskader. In het afwegeingskader wordt gekeken welk gebied dit betreft op de kansenkaart. Een initiatief dat zich bevindt in een groen gebied wordt in het afwegingskader sneller als wenselijk beoordeeld dan een oranje gebied. De kansenkaart is daarmee één van de criteria van het afwegingskader. Het afwegingskader bestaat uit een document met daarin: ● ●

een lijst aan criteria op basis waarvan de initiatieven worden geprioriteerd de scores van initiatieven gerangschikt naar wenselijkheid.

Voorwaarden en uitzonderingen

○

Belangrijk voor initiatiefnemers en ontwikkelaars zijn de voorwaarden om in aanmerking te komen voor beoordeling binnen het afwegingskader: ● ●

Eenieder die een initiatief voor zonnepanelen op veld wil realiseren en daarmee vergunningsplichtig is, kan zich als ‘initiatiefnemer’ opgeven. Een initiatief dient te voldoen aan de minimale eisen op ieder criterium binnen het afwegingskader.

56

● ● ● ●

Een initiatief dient te liggen in één van de kansrijke zoekgebieden die zijn gepubliceerd binnen de kansenkaart. Een initiatief mag niet op Rijksvastgoed- en Rijksgrond liggen. Een initiatief dient afgestemd en akkoord te zijn bevonden door de eigenaar van de grond waarop het initiatief dient te worden ontwikkeld. Een initiatief dient te voldoen aan het provinciaal toepassingsbereik voor een zonneveld buiten bestaand stad- en dorpsgebied (500 m2)

Er zijn enkele uitzonderingen voor projecten die wel vergunningplichtig zijn, maar waar prioritering middels het afwegingskader en daarmee het Programma Zon op Veld niet van toepassing is. Deze projecten kunnen bij het bevoegd gezag direct een omgevingsvergunning aanvragen, mits zij voldoen aan alle voorwaarden voor provinciaal en gemeentelijk beleid aangaande de ruimtelijke kwaliteit en beleid en regelgeving vanuit de waterschappen. De uitzonderingen betreffen: ● ● ● ● ● ●

Projecten voor zon op veld met een omvang kleiner dan het provinciaal toepassingsbereik voor een zonneveld buiten bestaand stad- en dorpsgebied (500 m2), Projecten voor zon op parkeerterreinen (solar carports). Projecten voor zon op waterbassins. Projecten voor zon op geluidsschermen. Projecten voor zon op bestaande infrastructuur (zoals taluds). Projecten voor zon op boerenerven, stortplaatsen of bebouwing.

Bij projecten met een omvang kleiner dan het provinciaal toepassingsbereik voor een zonneveld wordt gedacht aan kleine velden gericht op de opwek van eigen energie. Voor deze uitzondering is gekozen om particuliere eigenaren niet onnodig in het afwegingskader van het programma op te nemen. Bij realisatie van dergelijke kleine velden blijft ruimtelijke kwaliteit en inpassing onverminderd van toepassing. Dergelijke uitzonderingen die dus qua locatie wel binnen de vastgestelde zoekgebieden vallen, vallen dus buiten het programma en zijn een aangelegenheid voor de individuele gemeenten. Daarbij worden zij aangemoedigd wel de instrumenten te hanteren, maar zijn ze vrij in het vergeven van vergunningen. Alle vergunningsplichtige initiatieven buiten deze uitzonderingen dienen volgens het programma tot stand te komen en dienen daarmee aan de voorwaarden van het programma te voldoen. In het bepalen van de wenselijkheid van de binnengekomen initiatieven wordt rekening gehouden met 20% extra reservering, rekening houdend met enige uitval in de vervolgfases van vergunningverlening en realisatie.

○

Criteria

Niet specifiek genoemd zijn de wettelijke verplichtingen bij de realisatie van een zonnepark. Deze gelden onverminderd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. De criteria uit het afwegingskader zijn hier een aanvulling op, en zijn daarmee bovenwettelijk, ofwel additioneel, om de wenselijkheid van een initiatief in de regio Midden-Holland te verbeteren. Deze criteria zijn niet alleen van landschappelijke of technische aard. Ook criteria met betrekking tot participatie, netbeheer of aansluiting bij lokale opgaven zijn onderdeel van de prioritering. Zo

57

wordt breed gekeken naar de wenselijkheid van een initiatief. De volgende criteria zijn meegenomen: ● ● ● ● ● ● ● ● ●

de kansenkaartscore meekoppelkansen landschappelijke inpassing ontwerp biodiversiteit veiligheid en gezondheid participatie - projectparticipatie participatie - lokaal eigendom netbeheer

Ieder initiatief wordt op basis van deze criteria gescoord met een kwantitatieve score. Elk criterium heeft per mogelijke score een eigen definitie om op deze score te komen. Onvoldoende – niet ontvankelijk Een score van 0 bij één of meer criteria betekent dat het initiatief op dat moment niet wordt opgenomen in de prioritering. Het plan is onvoldoende uitgewerkt en hoeft niet verder te worden beoordeeld. Het is aan de initiatiefnemer om het plan verder uit te werken en om aan de minimumeisen te voldoen. Minimale eis - voldoende score - consolideren Een score van 1 bij één of meer criteria (indien elders geen uitsluiting voorkomt) is noodzakelijk om in de prioritering opgenomen te worden. Het plan voldoet aan de minimumeisen om mee te gaan in de prioritering van het afwegingskader. Het initiatief zal niet hoog in de uiteindelijke prioritering uitkomen als alle criteria op voldoende worden gescoord. Aanscherping van het initiatief kan leiden tot een verhoging van de score en daarmee betere kansen om hoger geprioriteerd te worden. Goed en zeer goed – versterken en meerwaarrde Scores van 2 (goed) of 3 (zeer goed) bij criteria leiden tot wenselijker plannen. De hoeveelheid plannen die worden ingediend en de schaalgrootte van deze plannen tezamen bepalen de grensscore waarop een plan wenselijk wordt geacht of niet. Dit wordt verder uitgelegd onder ‘De score en prioritering’.

Hieronder worden de verschillende criteria toegelicht. In Bijlage 5.4 is het totaal aan criteria en scores opgenomen. De kansenkaart De verschillende zoekgebieden van de RES zijn in de kansenkaart al bestempeld tot kansrijk of niet kansrijk. Het criterium kansenkaart bepaalt daarmee voor een deel ook de wenselijkheid van een initiatief: ligt het in een kansrijk gebied of niet. Een rood gebied in de kansenkaart is niet kansrijk en leidt daarmee tot uitsluiting in het afwegingskader. De score voor het criterium kansenkaart in het afwegingskader wordt direct uit de gebiedsbeschrijving gehaald. De score is maximaal 5 en minimaal 1. Meekoppelkansen

58

Het benutten van meekoppelkansen is een belangrijk element van de realisatie van zon op veld. In ieder zoekgebied zijn kansen waarop een zonnepark multifunctioneel kan worden ingezet. Een initiatiefnemer dient als minimale eis gebruik te maken van gebiedseigen meekoppelkansen. Deze worden in de gebiedsbeschrijvingen gespecificeerd. Landschappelijke inpassing Het criterium landschappelijke inpassing zegt iets over de manier waarop het ingediende initiatief aandacht geeft aan (de aansluiting bij) de omgeving en het landschap. denk hierbij aan aandacht voor de leefbaarheid en het karakteristieke landschap, zichtlijnen en kavelstructuur. Doorgaans wordt dit aangetoond in een landschappelijk inpassingsplan. Ontwerp Het criterium ontwerp gaat in op ontwerp specifieke eisen en wensen die aan het technisch ontwerp gesteld worden. Zaken als uitlijning, compensatie van verhard oppervlak of de reflectie en schaduwwerking van panelen komen in dit criterium aan de orde. Tevens zijn de ecologische effecten, de productiewijze en duurzaam materiaalgebruik van belang. Er is bij dit criterium sprake van zowel minimale eisen, als bij wensen voor een goede en een zeer goede score. Een initiatief kan zich dus goed onderscheiden van andere initiatieven op dit thema. Biodiversiteit Behoud van biodiversiteit wordt een steeds belangrijker onderwerp bij de plaatsing van zonnepanelen.

Vaak leidt een zonneveld tot achteruitgang van de biodiversiteit in het gebied, uitzonderingen daargelaten. Er is bij dit criterium sprake van zowel minimale eisen, als bij wensen voor een goede en een zeer goede score. Een initiatief kan zich dus goed onderscheiden van andere initiatieven op dit thema. Veiligheid en gezondheid De plaatsing van zonneparken en de bijbehorende (elektrische) systemen brengen veiligheidsrisico’s met zich mee. Denk hierbij aan de plaatsing van schakelkasten en omvormers. Een initiatiefnemer dient hier voldoende rekening mee te houden. Participatie - projectparticipatie Projectparticipatie is een belangrijk criterium voor een succesvol initiatief in de regio MiddenHolland. Iedere initiatiefnemer is genoodzaakt aan de voorkant na te denken over het participatietraject dat zal worden doorlopen om omwonenden bij het project te betrekken. Denk hierbij aan communicatie of het laten meedenken en meebeslissen van inwoners over allerlei zaken omtrent het project. Participatie - lokaal eigendom Financiële participatie, ook wel het betrekken van de omgeving in het financiële eigendom van het project, is één van de doelen uit het klimaatakkoord. Dit criterium is daarom ook voor de regio Midden-Holland van groot belang en wordt ook wel lokaal eigendom genoemd. Het is aan een initiatiefnemer om te streven naar minimaal 50% lokaal eigendom van het initiatief.

Netbeheer

59

In de kansenkaart wordt in de kansrijkheid van een initiatief meegenomen of er ruimte is op het net en of het zoekgebied zich op redelijke afstand bevindt van een aansluitingspunt. In het afwegingskader, waar naar initiatieven wordt gekeken, is tevens gekozen voor een criterium waarbij het belang van de netbeheerder is opgenomen. In dit geval gaat het om projectspecifieke zaken waarbij het project de belasting op het elektriciteitsnet minimaliseert. Er is bij dit criterium sprake van zowel minimale eisen, als bij wensen voor een goede en een zeer goede score. Een initiatief kan zich dus goed onderscheiden van andere initiatieven op dit thema.

De score en prioritering

○

De score van een initiatief wordt berekend door de scores per criterium bij elkaar op te tellen. Er zijn in totaal 24 punten te behalen. Bij initiatieven met een gelijke score wordt vanuit de externe partij een advies gegeven. De score zegt iets over de score van het initiatief ten opzichte van de maximaal te behalen score, maar zegt niet direct iets over de wenselijkheid van het initiatief. Dat hangt af van het totaal aan initiatieven en de gestelde ambitie voor zon op veld. Dit wordt hieronder toegelicht. Ambitie In de RES-regio Midden Holland is een totale ambitie gesteld van 0,435 TWh duurzame opwek op jaarbasis. In de RES 1.0 is hiervan 0,186 TWh concreet toegewezen aan zon op veld en zon langs infrastructuur (tezamen zon op veld). Deze (deel)ambitie kan wijzigen, mits aan te nemen valt dat op andere zoekgebieden, bijvoorbeeld zon op grote daken of zon boven parkeerplaatsen, de beoogde ambitie aldaar niet te realiseren is of juist ruimschoots wordt gehaald. Vooralsnog is er geen reden om aan te nemen dat de ambitie voor zon op veld hoger of lager dient te worden gesteld. Dit is dan ook de basis voor het bepalen van de wenselijkheid van projecten voor zonneparken in deze zoekgebieden: het totaal opgesteld vermogen van de wenselijke projecten dient op te tellen tot deze ambitie.

Bepalen van wenselijkheid Ieder project dat wenselijk wordt geacht, scoort minimaal voldoende op alle criteria in het afwegingskader. Maar niet ieder initiatief dat voldoende scoort, is wenselijk. Dit hangt af van het totaal aan initiatieven dat nodig is om de ambitie te halen. Startend met het hoogst geprioriteerde initiatief wordt vervolgens de bijdrage aan de ambitie opgeteld, doorwerkend tot het initiatief waarmee het bod wat op dat moment noodzakelijk is, is behaald. Er wordt hierbij tevens rekening gehouden met een overprogrammering van 20% op het totaal beoogde vermogen om eventuele uitvallende projecten te compenseren. De initiatieven die binnen de marge vallen om het bod te halen, krijgen prioriteit en zijn conform de methodiek ‘wenselijk’. De overige initiatieven, ongeacht hun score, zijn dat niet en zijn daarmee ‘niet wenselijk’. Er kunnen zich hierdoor enkele situaties voordoen: ●

Het kan zijn dat een initiatief eerst wenselijk is, maar door de komst van een ander initiatief dat hoger scoort of de verlaging van de ambitie, ineens niet meer. Andersom kan dit ook, een initiatief dat eerst niet wenselijk is, kan door de verhoging van de ambitie of het wegvallen van andere initiatieven, ineens wél wenselijk zijn

60

●

●

Het kan zijn dat er (te) weinig initiatieven worden ingebracht. Hierdoor zijn mogelijk alle initiatieven die de minimale eis hebben gehaald, wenselijk om de beoogde ambitie alsnog te kunnen halen Het kan zijn dat er een initiatief met een zeer grote bijdrage aan het bod bovenaan de prioriteitenlijst staat. Hierdoor is het totaal aantal wenselijke projecten mogelijk erg gering.

De wenselijkheid wordt op deze manier behaald door het simpele feit of de ambitie met het beoogde aantal projecten wordt gehaald of niet.

61

5.4 Criteria en scores afwegingskader

62

5.5 Lijst van afkortingen Onderstaand overzicht is bedoeld als naslag voor veelgebruikte afkortingen en begrippen in het programma. Afkorting

Volledig uitgeschreven

Bopa

Buitenplanse omgevingsplan activiteit

DSO

Digitaal Stelsel Omgevingswet

GIS

Geographic Information System

KWp

Kilowattpiek

NNN-gebieden

Natuurnetwerk Nederland gebieden

ODMH

Omgevingsdienst Midden-Holland

plan-MER

plan Milieu Effect Rapportage

RES

Regionale Energie Strategie

TWh

Terawattuur

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

63

5.6 Kansenkaartscores en Gebiedsbeschrijvingen

64

○

Ter vaststelling

65

Krimpenerwaard Krimpenerhout

Kansenkaartscore: Redelijk kansrijk tot kansrijk – (Score: 3,1)

Cijfers van het zoekgebied: Grootte van het zoekgebied

Type landschap

119 ha

Waarde 3

Agrarisch gebied

Landschapstype:

Waarde 2

Veenweidegebied

Natuurwaarden:

Waarde 5

Geen aanwezigheid beschermde natuurwaarden

Recreatiewaarden:

Waarde 2

Hoge recreatieve waarden door de directe invloed van recreatieve vaar- fiets- en wandelverbindingen in het zoekgebied

Geplande ontwikkelingen:

Waarde 3

Geen ontwikkelingen voorzien of voorzien na 5 jaar

Netaansluiting:

Waarde 4

Binnen 1 tot 3 km van spannings- station

Netimpact:

Waarde 3

Veroorzaakt een knelpunt, dat voor 2030 wordt opgelost

Adviseurs Omgevingskwaliteit Groothandelsgebouw 010 280 94 45 Sta?onsplein 45 info@dorpstadenland.nl Postbus 29129 3001 GC RoHerdam dorpstadenland.nl

RES Midden-Holland

Gebiedsbeschrijving Krimpenerhout Gemeente Krimpenerwaard

Type zoekgebied: Agrarisch / Landschapstype: Veenweidegebied Oppervlakte zoekgebied: 119 hectare

Landschapskenmerken

A#. Foto’s van de loca1e en directe omgeving

Algemene landschappelijke kenmerken op hoofdlijn

Het Krimpenerhout is het uitloopgebied van de omliggende woon- en werkgebieden. Het veenweidelandschap is hier op een pre;ge manier toegankelijk gemaakt voor bezoekers. De gelaagdheid en diversiteit van de beplan?ng is fraai. Het zoekgebied heeA grotendeels een agrarische bestemming en is in eigendom en beheer bij een aantal agrarische bedrijven. Het gebied wordt in tweeën gedeeld door de Tiendweg. Ten noorden van de Tiendweg bezit het gebied de kenmerkende openheid van een veenweidegebied. Ten zuiden van de Tiendweg gaat de veenweide over in de lintbebouwing langs de dijk. Dit is een rafelige overgang. RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 1 van 9

Loca5ekaart

A#. Loca1e (s1ppellijn) van het zoekgebied in de huidige situa1e

Het westelijk deel van het zoekgebied overlapt met het Krimpenerhout. Ten noorden grenst het zoekgebied aan het recrea?egebied. Verder wordt het begrenst door de Molenweg (ten oosten), de Molendijk en de Noord (ten zuiden) en de westgrens van het gebied loopt ten oosten van Tiendweg 39, Krimpen aan de Lek. In het midden van het gebied loopt een verharde Tiendweg. De bebouwing is geconcentreerd langs de Molendijk.

Landschappelijke kenmerken en waarden

De hieronder beschreven landschapskenmerken en waarden zijn gebaseerd op de methode ‘landschap en duurzame energie’ van het rijk, het provinciale gebiedsprofiel en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze beschrijvingen zijn toegespitst op het zoekgebied en vormen de toelich?ng op de context waarin zon-op-land al dan niet wordt gerealiseerd. Deze kenmerken en waarden zijn de basis en als zodanig vertaald in de ‘Gebiedsspecifieke inpassingsvoorwaarden’ in het tweede deel van deze gebiedsbeschrijving.

A#. Landschappelijke kenmerken Gebiedsprofiel Krimpenerwaard: Van links naar rechts: Water als structuurdrager, Iden1teitsdragers van Zuid-Holland, Kwaliteit in stad- en dorpsgebied.

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 2 van 9

A#. Landschappelijke kenmerken Gebiedsprofiel Krimpenerwaard: Van links naar rechts: Kwaliteit in stad- en dorpsgebied, Verbindend vrije1jdslandschap, Weg door stad en land.

In het zoekgebied bevinden zich twee type landschappen. Het noordelijk deel is veenweidegebied. Het zuidelijk deel is veenweidegebied met rivierinvloed. Het veenweidegebied met rivierinvloed onderscheidt zich door de grotere hoeveelheid klei in de bodem. Het hoogteverschil is geleidelijk en er is geen duidelijke oeverwal te onderscheiden. De ontginning van de Krimpenerwaard verliep in meerdere fases en allereerst haaks vanaf de rivieren Lek en Hollandsche IJssel. Ondanks de gefaseerde ontginning is een gelijkma?g ontginningspatroon ontstaan met lange, smalle noord-zuid georiënteerde kavels en brede sloten. Het verkavelingspatroon van het kleiige en het veengebied is ook gelijk. Het waterpeil staat vlak onder het maaiveld. De bebouwing ligt als een aaneengesloten band langs de dijk. Binnendijks staat de meeste bebouwing beneden aan de dijkvoet en incidenteel op dijkniveau. Tussen de bebouwing door, langs de poldersloten zijn lange zichtlijnen de veenweide in. De ambi?es uit het Provinciale Gebiedsprofiel Krimpenerwaard aangaande dit onderwerp zijn:

Herkenbaar veenweidelandschap. • Herkenbaar houden van gave verkavelingspatronen van middeleeuwse ontginningen, met karakterisCeke langgerekte percelen, poldersloten en weteringen. • Noord-zuidgerichte slagenverkaveling met smalle lange kavels en veelal brede sloten handhaven en waar mogelijk herstellen. • Behouden en versterken van het contrast tussen verdichte dijklinten en open veenweidegebied; • Behoud van kleine landschapselementen zoals eendenkooien, pestbosjes en veenpuJen; • Tegengaan van verrommelend grondgebruik, dat de openheid aantast. • Doorzichten over opstrekkende verkaveling vanaf de wegen op de dijk zoveel mogelijk behouden. • Lengtesloten zijn beeldbepalend, deze sloten in principe handhaven en de zichtbaarheid zoveel mogelijk versterken. • Dammen in de sloten zijn ondergeschikt aan de lengterichCng van de kavel. • Koesteren van veenpuJen als historische landschapselementen. • Bij ruimtelijke ontwikkelingen voldoende ruimte voor waterberging, in de vorm van (verbrede) watergangen. Het dijklint: Molendijk. • Contrast verdichte dijklinten en open veenweidegebied beleeQaar houden. • Doorzichten over opstrekkende verkaveling vanaf de dijk zoveel mogelijk behouden, poldersloten lopen door tot aan de dijkvoet.

Kleine plukjes opgaande beplan?ng – voormalige pest- en hakhoutbosjes – staan verspreid in het grasland en zorgen voor coulissewerking in de open ruimte. In de Krimpenerhout is meer opgaande beplan?ng aanwezig. Door de combina?e van regelma?g ontginningspatroon en landschapselementen, onderbroken door bebouwingslinten ontstaat een verassende diversiteit.

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 3 van 9

Het gebied wordt ingeklemd door Krimpen aan de Lek en Krimpen aan den IJssel. De laatste is vanaf de jaren vijftig snel gegroeid als groeikern van Rotterdam. Voor Krimpen aan de Lek geldt dat het is ontstaan als verdikking van het dijklint langs de rivier. Het zoekgebied vormt een buffer tussen de twee woongebieden. Het gebied wordt gescheiden door een Tiendweg, die met name in gebruik is voor lokaal landbouwverkeer en als recreatieve route. De ambi?es uit het Provinciale Gebiedsprofiel Krimpenerwaard aangaande dit onderwerp zijn: Stedelijk uitloopgebied en de Tiendweg. • Toegankelijkheid van het landschap vergroten door herkenbare recreaCeve routes vanuit de groenzones door te trekken naar het landschap. • De toegankelijkheid van het gebied wordt behouden of verbeterd. • Handhaven van half- en onverharde paden als bijzondere belevingskwaliteit. • Behouden van het tracé en profiel van de Tiendweg inclusief de aangrenzende watergangen en de oriëntaCe haaks op de kavelrichCng. • De bijzondere belevingskwaliteit van Cendwegen behouden door zo min mogelijk verharding toe te passen. • De beplanCng met houtwallen / elzensingels koesteren en versterken. • De Cendwegen als groene contramal van de dichtbebouwde linten koesteren. • Geen bebouwing langs de onbebouwde Cendwegen.

Vanuit de trafostation bij Krimpen aan den IJssel lopen hoogspanningsleidingen in alle windstreken. De lijnen in noordoostelijke richting lopen min of meer haaks op de verkaveling en doorsnijden over de grootste lengte de Krimpenerwaard. Twee andere lijnen steken tussen Krimpen aan den Lek en Lekkerkerk de Lek over. De ambi?es uit het Provinciale Gebiedsprofiel Krimpenerwaard aangaande dit onderwerp zijn: Hoogspanningsleiding • De leidingen lopen als autonome lijnen over het gebied, nieuwe ontwikkelingen op het maaiveld (bijvoorbeeld bebouwing, beplanCng) reageren met hun begrenzing/vormgeving niet op de leidingen.

Natuur en ecologische waarden

De groene gebieden in het bovenstaande kaartje zijn onderdeel van de ecologische hoofdstructuur (EHS). De veenweidegebieden zijn ook onderdeel van het ‘Veenweidepact Krimpenerwaard’, dat zich inzet op het behoud en ontwikkelen van waardevol agrarische cultuurlandschap met bijhorende natuurwaarden. Het RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 4 van 9

zoekgebied grenst hier niet direct aan en behoort juist tot het landbouwkundig op?maal ingericht gebied. Wel is het gebied interessant vanwege de hoge waterstand, extensief beheer door koeien en de kleine landschapselementen zoals de wilgen langs de Tiendweg en andere opgaande beplan?ng in de Krimpenerhout. hHps://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.1931.BP1503BG003-VG01/t_NL.IMRO.1931.BP1503BG003-VG01.html

Recrea'e waarden

Het recreatiegebied Krimpenerhout (ten westen en noorden van het plangebied) is een geleidelijke overgang tussen bebouwd gebied en landschap met een mix van sportvelden, volkstuinen en andere stadsrandfuncties. In tegenstelling tot Krimpenerhout met de aanwezigheid van broekbossen is het overige deel van het zoekgebied nagenoeg open gebleven. Het zoekgebied is recreatief goed gekoppeld aan het Krimpenerhout. Er liggen fietsroutes aan de noord-, midden- en zuidzijde van het plangebied (zoals de Tiendweg en Noord-Molendijk). Met name in het westen lopen meerdere wandelroutes die makkelijk gekoppeld kunnen worden aan het zoekgebied.

Cultuurhistorische waarden

Het zoekgebied is onderdeel van de veenontginningen. De Tiendweg is aangelegd na de Middeleeuwen ter compartimentering van de polders. Langs de tiendwegen brachten de pachters een deel van de opbrengst van het land, een tiende, naar de leenheer. Een Tiendweg bestaat uit twee parallel lopende weteringen (of uit een wetering en een poldersloot) met een lange rechte kade ertussen. Langs deze Tiendweg zijn, met name aan de zuidkant, enkele wilgen opgeschoten of geplant.

Veenontginning Tiendweg Rivierdijk

Zeer hoge waarde Hoge waarde Redelijk hoge waarde

Zeer hoge waarde Hoge waarde Redelijk hoge waarde

A#. Cultuurhistorische Waardenkaart Zuid-Holland; Landschappelijke kenmerken (links) en Landschappelijke waarden (rechts) uit CHW Provincie Zuid-Holland

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 5 van 9

De oorspronkelijke bedding van de Lek is nog zichtbaar in het gebied. In de Middeleeuwen is de loop van het winterbed vastgelegd. In het zuiden van het zoekgebied ligt een boezem met hoge landschappelijke waarde. Hier buigt de Lekdijk wat uit en is het verkavelingspatroon aangepast. Omschrijving van de landschapselementen in het gebied uit de CHW Provincie Zuid-Holland: Veenontginning, algemeen De veenontginningen zijn vanaf de 11e eeuw ontstaan, toen vanaf een ontginningsbasis (rivier of gegraven wetering) de veenwildernis systematisch werd ontgonnen. Zo ontstond een verkaveling die nog altijd karakteristiek is voor het veenlandschap: lange (smalle) stroken, van elkaar gescheiden door (afwaterings)sloten, met de boerderij op de kop van de kavel. De stroken liggen evenwijdig aan elkaar. Tiendweg De tiendwegen zijn vermoedelijk aangelegd als kwelkade. Zo kon men in een deel van de polder, vroeg in het jaar, een lage waterstand verkrijgen ten behoeve van de landbouw. Rivierdijk De rivieren zijn vanaf de Middeleeuwen bedijkt. Vóór de aanleg van de deltadammen stonden de rivieren in open verbinding met de zee, waardoor zee- en rivierdijken in profiel lang niet altijd duidelijk van elkaar verschillen. De Molendijk heeft een redelijk hoge waarde.

Archeologische kenmerken en waarden

A#. Cultuurhistorische Waardenkaart Zuid-Holland; Archeologische kenmerken (links) en Archeologische waarden (rechts) uit CHW Provincie Zuid-Holland.

Tussen de 0 en 5 meter diepte zijn komafze;ngen met veen aanwezig. En ook dieper dan 5 meter komt in het grootste deel van het gebied komafze;ngen met veen voor. Dit heeA een geen tot lage archeologische waarde. In het noordwesten van het gebied is een rivierduin aanwezig met een hoge waarde. Ook is er in het meest zuidoostelijke puntje sprake van een buffer van een stroomgordel en geulafze;ng met een hoge archeologische waarde. Voor het overgrote deel van het gebied geldt een lage archeologische verwach?ng. Dit betekent een onderzoeksplicht voor plangebieden gelijk aan of groter dan 10.000 m² en ingrepen dieper dan 3 m beneden maaiveld. Omschrijving van de landschapselementen in het gebied uit de CHW Provincie Zuid-Holland: Rivierduinen Rivierduinen hebben een redelijk hoge tot hoge waarde, op grond van het gekarteerde grootschalige micro reliëf van de rivierduincomplexen. Stroomgordels/geulafzettingen Stroomgordels/geulafzettingen, incl. crevassen redelijk hoog tot hoog; In de Kenmerkenkaart wordt in deze eenheid onderscheid gemaakt in drie diepteklassen waarop deze waarde bereikt kan worden. Aanvullend geldt de verwachting dat de ondiep gelegen stroomgordels een hogere dichtheid aan bewoningssporen hebben, terwijl daarentegen de dieper gelegen stroomgordels een lagere dichtheid aan bewoningssporen hebben.

De redelijk hoog tot hoge verwachting geldt ook voor de buffers die aan weerszijden van de stroomgordels en geulafzettingen beneden 3 m – maaiveld voorkomen. hHps://pzh.b3p.nl/viewer/app/Cultuur_historische_atlas

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 6 van 9

RES Midden-Holland

Gebiedsbeschrijving Krimpenerhout Gemeente Krimpenerwaard

Type zoekgebied: Agrarisch / Landschapstype: Veenweidegebied Oppervlakte zoekgebied: 119 hectare

Gebiedsspecifieke inpassingsvoorwaarden

A#. Loca1ekaart van het zoekgebied

De Gebiedsspecifieke inpassingsvoorwaarden zijn leidend voor het inrich?ngsvoorstel van een zon-op-land ini?a?ef voor deze loca?e. De inpassingsvoorwaarden zijn gebaseerd op de landschappelijke kenmerken en waarden zoals beschreven in het eerste deel van deze gebiedsomschrijving.

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 7 van 9

Bijzondere voorwaarden • Het zoekgebied ligt in een grondwaterbeschermingsgebied. Voorstellen voor zon-op-land clusters dienen aan te geven hoe de eventuele aantas?ng van de waarden van de grondwaterbescherming wordt voorkomen.

Configura5e • De configura?e voor invulling met PV-opstellingen kent drie hoofdprincipes: o Op minimaal 150 meter afstand van de Tiendweg kunnen in het noorden meerdere naast elkaar gelegen agrarische percelen van het slagenpatroon voorzien worden van PVopstellingen. Zo vormen deze een groter aaneengesloten zon-op-veld cluster. o Drie van deze grotere clusters zon-op-veld met landschappelijke ruimte rondom kunnen zo gerealiseerd worden ten noorden van de Tiendweg. Er wordt ruim afstand van meerdere slagen tussen de clusters gehouden en er wordt rekening gehouden met het bestaande hoogspanningstracé en rekening gehouden met een eventueel nieuw hoogspanningstracé en/of waterstofnetwerktracé. o Ten zuiden van de Tiendweg tot aan de rivierdijk (Molendijk) worden geen zon-op-land clusters gerealiseerd. Hier wordt de ruimte te beperkt tussen Tiendweg en achterkanten van woonpercelen te beperkt geacht voor het realiseren van clusters zon-op-land met behoud van de ruimtelijke kwaliteit. • Het patroon van de polder blijA in alle clusters of invullingen behouden. • Wanneer een cluster uit meerdere slagen bestaat wordt het aanbevolen om de clustergrens op de korte kanten van beide zijden van de percelen te laten verspringen. Afwisseling met nieuwe waterpar?jen of broekbos zou de integra?e met het landschap kunnen versterken indien deze worden toegevoegd.

• Minimaal 1 slag ten westen van de Molenweg en een afstand van minimaal 100 meter vanaf het pad langs de Oude wetering wordt vrijgehouden van zon-op-veld. • Afstand tot de woon- en werkkavels aan de rivierdijk is in overleg met de eigenaren te bepalen. • Extensieve PV-opstellingen met een maximale dekkingsgraad en dichtste pakking van maximaal 50% van het gebruikte oppervlakte land van een perceel, om te voorkomen dat de veenbodem uitdroogt en tegelijker?jd vegeta?egroei behouden blijA. • Een inrich?ngsplan met PV-opstellingen die exact de slagrich?ng volgen is vereist. • Een beperkte hoogte van de PV-opstellingen wordt nagestreefd in verband met beleving vanaf grotere afstand van het open gebied. Maximale hoogte is 2 meter ten opzichte van het huidige maaiveld.

Minimale afstand zonnepanelen tot de Tiendweg 150m

PV-opstellingen volgen de rich1ng en grenzen van het verkavelingspatroon

Extensieve PV-opstelling met ruimte tussen de rijen

Begrenzing, afscherming en landschapskwaliteit

• De gronden rondom de clusters blijven agrarisch gebruikt, maar afwisseling van nieuwe waterpar?jen en broekbos kunnen een voortbouwing vormen op het ritme en inrich?ng van het aanwezige recrea?eve deel ten westen van de loca?e. Hier ligt ook de meekoppelkans met recrea?e. • Beperk de hoeveelheid hekwerk en afrastering zo veel als mogelijk. Waar toegankelijkheid kan worden beperkt met sloten

Voorkom hekwerk en afrastering, los op met brede en nieuwe sloten rond het cluster

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 8 van 9

heeA dat de voorkeur. Daarbij kan gekozen worden om nieuwe sloten rond het cluster aan te leggen. Afstemming met waterschap en de verna;ngsopgave van de veengrond is hierbij noodzakelijk. • Alle bestaande watergangen worden gerespecteerd in het inrich?ngsplan (geen dempingen). De PV-opstellingen worden op minimaal 2 meter van de insteek van de watergang geplaatst voor een groene oever en talud.

Techniek en installa5e

• Transformatorhuisjes hebben een rus?ge en ingetogen vormgeving en worden ruimtelijk logisch en uit het zicht geïntegreerd in het veld. Plaatsing gebeurt binnen elk cluster met een maximale hoogte van 150 cm boven het huidige maaiveld. • De kleur van de zonnepanelen inclusief omlijs?ng is donker en mat. Daarnaast wordt er één type paneel toegepast binnen elk cluster of het project als geheel. • Bij voorkeur zoveel mogelijk gebruik maken van al aanwezige paden. Meest efficiënte padensysteem voor onderhoud toepassen en breedte van rijbanen minimaal houden. • Verharding voor onderhoud, parkeren of anderszins buiten de clusters zo beperkt mogelijk houden.

Transformatorhuisjes worden ruimtelijk logisch geïntegreerd in het veld

Planproces en communica5e

• Uitwerking al?jd in samenspraak met gemeente, hoogheemraadschap en directe omgeving. • Langs de diverse wandel- en fietspaden in het omliggende gebied kunnen op meerdere punten informa?eborden worden geplaatst die het zon-op-veld project uitleggen.

Beheer

• In het beheerplan wordt ook de monitoring en wijze van eventueel herstel van aangetaste landschaps- natuur- en biodiversiteitswaarden gegeven.

Meekoppelkansen

• Uitbreiding van de natuurwaarden door natuurlijk beheer, aanleg van broekbos en waterpar?jen kunnen de aanwezige flora en fauna versterken en ook het recrea?eve domein uitbreiden. • De toegankelijkheid van recrea?eve routes en verblijfsfunc?e zouden verder kunnen worden uitgebreid in het gebied in samenspraak met gemeente, waterschap en omwonenden. • Eventuele waterbergingsopgaven kunnen gebruikt worden om de landschappelijke structuur te versterken, bijvoorbeeld door watergangen te verbreden, plasdraszones te creëren of het waterpeil te verhogen in samenspraak met het waterschap.

Meekoppelkans: creëren van broekbos, waterberging en recrea1e in de zone tussen de Tiendweg en het zonneveld

Aanvullende bronnen:

• LED Methode Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE): hHps://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/energie-enlandschap/energiemaatregelen-inpassen-met-oog-voor-het-landschap

• De gedragscode Zon-op-Land van de solar sector:

hHps://www.hollandsolar.nl/uploads/files/gedragscode-zon-op-land.pdf

SCchCng Dorp, Stad & Land is sinds 1929 een onaaankelijke kennispartner van gemeenten in Zuiden Zuidwest-Nederland. Dorp, Stad & Land toetst, onderzoekt, adviseert en inspireert op het gebied van architectuur, erfgoed, stedenbouw en landschap. Met een deskundig team van ruim zevenCg adviseurs zet de organisaCe zich in bij ca. zesCg gemeenten voor het publieke belang van een aangename en aantrekkelijke leefomgeving.

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=9b12a54f-14bf-4f03-ae14-aa86fc5aaa39