CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.18 Bijlage 1. Programma Zon op veld

Raadsvergadering 10 juli 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college22.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

●

Projecten die niet voldoen aan de minimale eisen worden uitgenodigd hun project te verbeteren binnen deze tweede termijn.

Zonder details van andere initiatieven prijs te geven kunnen alle initiatiefnemers gestimuleerd worden hun project op onderdelen te verbeteren. Vervolgens krijgen initiatiefnemers de kans hun initiatief te verbeteren of een nieuw initiatief in te dienen. Ook initiatiefnemers die in de eerste ronde niet hebben meegedongen kunnen zich aanmelden. Kleine initiatiefnemers, zoals lokale organisaties die gedurende de eerste ronde een initiatief hebben ingediend, kunnen gebruikmaken van begeleiding vanuit de onafhankelijke externe partij en van ambtelijke ondersteuning vanuit gemeenten. Deze begeleiding dient ertoe het initiatief te verbeteren.

23

Stap 3b. Definitieve toets De externe onafhankelijke partij toetst opnieuw de ingediende, verbeterde projecten en stelt hierover een definitief advies op. Na het verstrijken van de tweede termijn is het niet meer mogelijk om een initiatief in te dienen. Eventuele latere aanvragen worden terzijde gelegd, omdat deze niet passen binnen de spelregels van het programma. Het programma is gericht op tijdige verlening van vergunningen voor het realiseren van projecten met de hoogste kwaliteit. Als een project niet binnen het stramien van het programma wordt ingediend en door de aangegeven tijdspaden van het programma niet kan worden beoordeeld, kan het dus ook niet als meest wenselijke worden aangemerkt. De aangepaste projecten worden door de externe onafhankelijke partij opnieuw getoetst. Vervolgens vindt opnieuw een definitieve prioritering plaats. Daarnaast schrijft de externe onafhankelijke partij een definitief advies onder welke voorwaarden de projecten kunnen worden vergund. In het advies wordt, naast de onderwerpen die tijdens de tussentijdse rapportage tevens zijn behandeld, ook de verdeling van projecten over de regio besproken. Bij een onevenredige verdeling van projecten over de verschillende zoekgebieden, dat wil zeggen bij een afwijking van meer dan 20%, wordt hierover geadviseerd.

Het advies met daarin de definitieve prioritering wordt aan de kerngroep aangeboden wederom aan de Kerngroep en de Stuurgroep van de RES aangeboden. Stap 4. Advies aan colleges en raden Het definitieve advies met prioritering van wenselijke projecten wordt ter besluit voorgelegd met de intentie om aan deze projecten ook daadwerkelijk vergunningen te verlenen. De kerngroep legt het definitieve advies voor aan de colleges. Het gehele advies wordt ter informatie voorgelegd, de adviezen en de te vergunnen projecten voor specifieke gemeenten worden ter besluitvorming voorgelegd in de gemeenten waar de initiatieven beoogd zijn. Zo wordt een advies over het openstellen van het tweede segment zoekgebieden ter besluitvorming voorgelegd aan de colleges waar deze zoekgebieden zijn gelegen. De gemeenteraden wordt gevraagd kennis te nemen van het advies en te besluiten niet over te gaan op wensen en bedenkingen. Het doel van het collegebesluit en het raadsbesluit om niet over te gaan op wensen en bedenkingen is dat al vóór de vergunningsaanvraag de regionale colleges en raden op één lijn zitten wat betreft de wenselijkheid over de te realiseren projecten. Met het besluit wordt de intentie uitgesproken de gewenste projecten ook te vergunnen bij een uitgewerkte vergunningsaanvraag. Op deze wijze kan de vergunningverlening zelf binnen de gemeenten bespoedigd worden.

Als er in deze stap door de colleges besloten wordt het tweede segment zoekgebieden vrij te geven, wordt daarin tevens een besluit genomen over een nieuw te volgen planning met openstellingstermijnen voor dit tweede segment.

24

Stap 5. Bekendmaking definitieve prioritering en verstrekking bevestigingsbrieven Op basis van de vastgestelde prioritering worden de initiatiefnemers van de wenselijke initiatieven verzocht een omgevingsvergunning aan te vragen. Na vaststelling van de prioritering door de colleges en na het besluit van de gemeenteraden om niet over te gaan op wensen en bedenkingen, worden de initiatiefnemers schriftelijk geïnformeerd. In deze brief staat onder welke voorwaarden een initiatiefnemer een omgevingsvergunning voor het betreffende project kan aanvragen. Alleen initiatieven die deze bevestigingsbrief hebben ontvangen komen in aanmerking voor een omgevingsvergunning. Stap 6. Uitwerking projecten, aanvraag en verlening omgevingsvergunning De initiatiefnemer werkt het project uit en maakt dit gereed voor het indienen van een vergunningaanvraag, inclusief participatie Op basis van de bevestigingsbrief gaat de initiatiefnemer aan de slag. In deze stap verrichten initiatiefnemers samen met de omgeving ook projectparticipatie en uitwerking van het aspect lokaal eigendom, wat door de colleges van iedere gemeente afzonderlijk wordt vastgesteld. De omgevingsvergunning wordt vervolgens door de initiatiefnemer aangevraagd bij de gemeente. De initiatiefnemer dient een formele vergunningsaanvraag op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) in.

De omgevingsvergunning wordt verleend op basis van de criteria uit de bevestigingsbrief die is meegegeven aan ieder wenselijk project en op basis van het afwegingskader, en daarmee ook aan de wettelijke vereisten en regelgeving van de bevoegde gezagen zoals de gemeenten, waterschappen en provincie. Het programma is niet betrokken bij het verlenen van de vergunning, dit is en blijft een taak van het bevoegde gezag. Tevens betrekt het bevoegde gezag in dit stadium van besluitvorming tussentijds andere actuele ontwikkelingen, zoals keuzes ten aanzien van nieuwe woningbouwlocatie, die alsnog verlening van een omgevingsvergunning voor een project zon op veld in de weg staat. De verwachting is dat, door de regionale voorbereiding en betrokkenheid van experts, colleges en gemeenteraden in het voortraject, de vergunningverlening zelf snel verloopt. Stap 7. Realisatie Nadat de omgevingsvergunning is verleend, kan het project worden gerealiseerd. Het bevoegde gezag houdt bij of de realisatie tot stand komt en koppelt dit periodiek terug aan de externe onafhankelijke partij voor monitoring.

25

3.2 Tijdsplanning

Stappen Programma Zon op Veld

Startdatum

Vaststelling colleges

Juni 2024

Stap 1.

Publicatie programma

Juni 2024

Stap 2a.

Eerste openstellingstermijn (3 maanden)

Stap 2b.

Tussentijdse toets

Stap 3a.

Tweede openstellingstermijn (1 maand)

Stap 3b.

Definitieve toets

Stap 4a.

Advies aan kerngroep RES

Februari 2025

Stap 4b.

Advies naar Stuurgroep

Februari 2025

Stap 4c.

Advies met besluit naar colleges

Februari 2025

Stap 4d.

Advies ter informatie naar raad met besluit niet over te gaan op wensen en bedenkingen

Maart 2025

Stap 4e.

Instemmen met advies door colleges

Juni 2025

Stap 5.

Bekendmaking definitieve prioritering en verstrekking bevestigingsbrieven

Juni 2025

Stap 6a.

Uitwerking projecten

Q3 en Q4 2025

Stap 6b.

Aanvraag omgevingsvergunning

Vanaf Q1 2026

Stap 6c.

Verlenen omgevingsvergunning door bevoegd gezag

Vanaf Q1 2026

Stap 7.

Realisatie

Vanaf Q2 2026

Voltooiing

2030

Juli - September 2024 Oktober 2024 November - December 2024 Januari – Februari 2025

Tabel 4 - Tijdsplanning

26

3.3 Rollen van betrokken partijen bij het realiseren van het Programma Zon op Veld Voor het realiseren van de doelstelling voor zon op veld zijn de genoemde ruimtelijke instrumenten ontwikkeld. Betrokken partijen gaan de volgende rollen hierin vervullen: Inzet externe onafhankelijke partij voor advisering en voorbereiding van besluiten Voor de toetsing van de projecten die voor zon op veld worden ingediend, wordt een externe onafhankelijke partij voor zon op veld ingesteld. De externe onafhankelijke partij heeft een adviserende rol in de voorbereiding van besluiten die het bevoegde gezag uiteindelijk zelf neemt. Verwacht wordt dat een aanzienlijk aantal projecten wordt ingediend. Om slagvaardig en uniform alle ingediende projecten te kunnen toetsen en prioriteren is een externe onafhankelijke partij nodig. Uniformiteit en hoogwaardige kwaliteit van het advies zijn essentieel, gelet op de impact van de projecten in de samenleving. Ook vanuit urgentie is een externe onafhankelijke partij nodig. Verantwoordelijkheden stakeholders Voor het invullen van de regionale RES-ambitie met projecten voor zon op veld hebben diverse stakeholders een eigen verantwoordelijkheid. In het overzicht wordt hiervoor een voorstel gedaan voor zover het de provincie en gemeenten betreft. Dit overzicht is in feite een samenvatting van de werkwijze en rollen die in hoofdstukken 3 en 4 zijn onderscheiden.

27

Activiteit

Initiatiefnemer

Omgeving

Externe onafhankelijke partij voor zon op veld

Stap 0. Vaststelling en vooraankondiging Programma Zon op Veld

Stap 1. Publicatie

Stap 2a. Eerste openstellingstermijn Stappen 2b. Tussentijdse toets

Ambtelijke dienst gemeente

College

Gemeenteraad

Voorbereiding vaststelling van het Programma Zon op Veld

Eerste conceptversie naar college.

Procedure ‘wensen en bedenkingen’ ten aanzien van vaststelling programma voorafgaand aan vaststelling door college (reactie gemeenteraad).

Na reactie gemeenteraad vaststelling van het Programma Zon op Veld Raadplegen van het gepubliceerde programma

Voorbereiding en indienen project

Raadplegen van het gepubli-

Voorbereiding publicatie vaststelling van het Programma Zon op Veld

Gemeenteraden wordt gevraagd te besluiten om niet over te gaan tot wensen en bedenkingen

Publicatie vaststelling van het Programma Zon op Veld

ceerde programma Afstemming met ambtelijke dienst aangaande binnenkomende initiatieven

Afstemming met externe onafhankelijke partij aangaande binnenkomende initiatieven

Uitbrengen voorlopig advies toetsing ‘meest wenselijke projecten’.

Voorbereiding tussentijdse rapportage voorlopige toetsing ‘meest wenselijke projecten’

Aangeven of een project door de initiatiefnemer kan worden verbeterd op welke onderdelen om alsnog aan de randvoorwaarden in de ruimtelijke

Kennisname tussentijdse rapportage en voorlopige toetsing ‘meest wenselijke projecten’

Kennisname tussentijdse rapportage en voorlopige toetsing ‘meest wenselijke projecten’

28

Activiteit

Initiatiefnemer

Omgeving

Externe onafhankelijke partij voor zon op veld

Ambtelijke dienst gemeente

College

Gemeenteraad

Voorbereiding besluitvorming prioritering ‘meest wenselijke projecten’ en concept bevestigingsbrieven

Vaststellen prioritering ‘meest wenselijke projecten’, nemen principebesluit en bevestigen verstrekking bevestigingsbrieven

Procedure ‘wensen en bedenkingen’ t.a.v. ‘meest wenselijke projecten’ voorafgaand aan vaststelling door college

Publicatie op platform en toetsen initiatieven en communicatie naar omgeving

Besluiten over vrijgave tweede segment

Besluiten niet over te gaan tot wensen en bedenkingen voor collegebesluit over vrijgave tweede segment

instrumenten te voldoen of beter te kunnen scoren Stap 3a. Tweede openstellingstermijn

Stap 3b. Definitieve toets

Verbeteren project n.a.v. tussentijds advies

Afstemming met ambtelijke dienst aangaande binnenkomende initiatieven en verlening ondersteuning aan initiatiefnemers

Afstemming met externe onafhankelijke partij aangaande binnenkomende initiatieven en verlening van ondersteuning aan initiatiefnemers.

Uitbrengen definitief advies toetsing ‘meest wenselijke projecten’

Ondersteuning in advies onafhankelijke partij.

Voorbereiding concept bevestigingsbrieven Stap 4. Advies aan college en raden en besluit

(Optioneel) Vrijgave tweede segment zoekgebieden

Advisering aangaande vrijgave aan programma

Voorbereiding besluitvorming omtrent vrijgave

29

Activiteit

Initiatiefnemer

Omgeving

Externe onafhankelijke partij voor zon op veld

Ambtelijke dienst gemeente

Stap 5.

Kennisnemen van besluit college en bevestigingsbri even

Kennisnemen van toetsing en prioritering ‘meest wenselijke projecten’

Uitbrengen adviezen aan initiatiefnemers

Versturen bevestigingsbrieven aan initiatiefnemers

Uitwerking initiatief, organiseren projectparticipa tie en aanvragen omgevingsverg unning

Deelnemen aan participatie

Waar nodig ondersteunen van initiatiefnemers in de aanvraag voor een omgevingsvergunning

Bekendmaking en verstrekking bevestigingbrieven

Stap 6. Uitwerking, aanvraag en verlening omgevingsvergunning

Stap 7. Realisatie

Gemeenteraad

Verlening omgevingsvergunning

Bindend adviesrecht (afhankelijk van wat per gemeente is vastgesteld)

Voorbereiding verlening omgevingsvergunning Waar nodig ondersteunen van initiatiefnemers in de aanvraag voor een omgevingsvergunning

Behandeling aanvragen omgevingsvergunningen

Realisering van project

Stappen 2b, 3b, 4 en 6 Monitoring

College

Monitoring realisatie

Incidenteel geïnformeerd

Voorbereiden advies monitoringssysteem.

Voorbereiden advies monitoringssysteem.

Vaststellen monitoringssysteem.

Uitvoeren monitoring.

Voorbereiding besluitvorming over adviezen nav monitoring.

Besluitvorming over adviezen nav monitoring.

Voorbereiden adviezen nav monitoring

Procedure ‘wensen en bedenkingen’ t.a.v. monitoringssysteem, voorafgaand aan vaststelling door college (reactie gemeenteraad) Procedure ‘wensen en bedenkingen’ t.a.v. en adviezen n.a.v. monitoring; voorafgaand aan vaststelling door college (reactie gemeenteraad)

Tabel 5 - Verantwoordelijkheden stakeholders

30

3.4 Relatie opgave RES regio - monitoring In het Programma Zon op Veld is aangegeven op welke wijze de gezamenlijk vastgestelde RESambitie kan worden gerealiseerd. Van belang is dat het proces met de gewenste of benodigde voortvarendheid wordt gevolgd. Of dit mogelijk is hangt mede af van het aantal en de kwaliteit van in te dienen projecten, de tijd die wordt besteed aan participatie. Veel factoren zijn van invloed op het wel of niet halen van de RES-ambitie op 1 januari 2030 als einddatum voor de realisatie van de beoogde zonnevelden. Het is van groot belang dat bevoegde gezagen tijdig zicht hebben op het kunnen behalen van RESambities. En zeker ook gelegenheid hebben om tussentijds en daarmee voortijdig bij te sturen of acties te ondernemen gedurende het proces. Het past ook in de RES-structuur en de voorziene terugmeldingsmomenten aan NPRES, dat gedurende het proces wordt gemonitord. Ingezet wordt op het opmaken van de balans van gerealiseerde projecten in relatie tot het behalen van de RES-ambitie na de stappen 2a, 3b en 4 en 6 en tijdens Stap 7 (driemaandelijks). Nadat de omgevingsvergunningen zijn verleend, wordt die balans halfjaarlijks ter kennisgeving aan de colleges en jaarlijks aan de gemeenteraden gebracht.

Daaraan wordt een advies toegevoegd als daarvoor aanleiding bestaat, bijvoorbeeld als het behalen van de RES-ambitie onder te grote druk staat (zie paragraaf 3.5).

3.5 Toepassing programma bij niet halen regionaal bod De RES-regio Midden-Holland heeft een ambitie voor het realiseren van 0,186 TWh zon op veld. De verwachting is dat hiervoor voldoende projecten worden aangemeld. Het kan zijn dat in de loop van de tijd de indruk ontstaat dat de ambitie niet in volle omvang en tijdig wordt gerealiseerd. Of dat hierover gerede twijfels ontstaan. Daarvoor zijn uiteenlopende omstandigheden aanleiding te bedenken (zie de tabel). Van belang is dat verschillende acties kunnen worden geïnitieerd om alsnog de regionale RES-ambitie te realiseren of af te wijken van de vastgestelde kaders. Inzet van de externe onafhankelijke partij vindt in overleg met het bevoegde gezag plaats, ondersteund door de ambtelijke dienst. Coördinatie zal door deze externe partij regionaal plaatsvinden. Deze partij bereid de informatievoorziening over de inzet van maatregelen en het resultaat hiervan voor voor het bevoegde gezag, met ondersteuning van de ambtelijke dienst. Als de situatie zich voordoet dat het programma op onderdelen wordt aangepast, dan is van belang daarbij ook te kijken naar de ruimte die de provinciale zonneladder wel of niet biedt. De volgende risicotabel licht de omstandigheden en maatregelen toe. Risico

Maatregelen

Te beperkte capaciteit projecten in relatie tot de RES-ambitie

● Inzet van gemeente richting ieder project voor optimalisering ● Inzet van gemeente zon op veld richting de markt in de vorm van het informeren van grondeigenaren en overleg met energiecoöperaties of ontwikkelaars van zonnevelden gericht op interesseren in projecten zon op veld in de RES-regio

31

Projecten vallen af bij toetsing kansenkaart

● Inzet gemeente gericht op verbetering van het project ● Beoordelen of sprake is van inconsistentie of voortschrijdend inzicht

Projecten vallen af bij toetsing afwegingskader

● Inzet gemeenten gericht op verbetering van het project ● Overwegen verruiming afwegingskader ● Beoordelen of sprake is van inconsistentie of voortschrijdend inzicht

Capaciteit netwerk is niet tijdig gereed

Inzet gemeenten richting netwerkorganisatie

Te weinig gronden beschikbaar

Inzet gemeenten meer grondeigenaren ● het stimuleren van deelname door bijvoorbeeld inzicht geven in kosten-opbrengsten voor een grondeigenaar ● inzetten op meer koppelkansen met ontwikkelingen in de omgeving ● inzet versoepeling belastingssysteem (actie richting Rijksoverheid)

Projecten vallen af bij realisering waardoor bod niet gehaald wordt

Overprogrammering opnemen ● uitgaan van 120% benodigde ‘wenselijke projecten’ ● 20% teveel wordt enkel ingezet bij afvallen projecten tijdens realisatie

Tabel 6 - Risicotabel

3.6 Toepassing programma bij initiatieven (deels) buiten een zoekgebied Op basis van de kansenkaart wordt de kansrijkheid van een gebied voor een initiatief aangeduid. De kansenkaart vormt daarmee een belangrijk criterium in het programma en bepaalt voor een belangrijke mate de score van een initiatief. Idealiter landen initiatieven binnen de kansrijke gebieden. Initiatieven buiten de groene kansrijke gebieden Het is denkbaar dat een initiatief wordt voorgesteld buiten de groene kansrijke gebieden. In dat geval betekent het dat het plan in principe niet in aanmerking komt voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Initiatieven die deels buiten de groene kansrijke gebieden zijn gelegen, kunnen in de volgende omstandigheden alsnog voor een beoordeling in aanmerking komen. Het voldoen aan het afwegingskader blijft overigens van belang. De initiatiefnemer toont in deze situatie aan dat de begrenzing van de kansrijke gebieden moet worden aangepast, zodanig dat het initiatief wel binnen een kansrijk gebied komt te liggen. Dit kan in de volgende situaties nodig zijn: ● Inconsistentie De aangehouden begrenzing in het programma blijkt inconsistentie te vertonen, zoals dit kan worden aangetoond aan de hand van de criteria voor het begrenzen van kansrijke gebieden; ● Voortschrijdend inzicht Elders zijn projecten gerealiseerd waarbij de aanvankelijk veronderstelde bezwaren

32

adequaat kunnen worden ondervangen of dat is gebleken dat die bezwaren zich in de praktijk niet voordoen. De genoemde omstandigheden kunnen ertoe leiden dat de kansenkaart wordt aangepast.Echter, de indruk bestaat dat op een initiatiefnemer een zware verantwoordingsplicht ligt voor het aantonen van inconsistentie of voortschrijdend inzicht. Tegelijkertijd dient zo’n project altijd nog te voldoen aan de andere ruimtelijke instrumenten (gebiedsbeschrijvingen en afwegingskader) en deel uit te maken van een openstellingsronde, zodat op een evenwichtige wijze een prioriteringsvolgorde tot stand komt. Initiatieven die volledig buiten de zoekgebieden zijn gelegen, kunnen enkel in het programma meedingen in eventuele volgende openstellingsrondes, als het beoogde gebied is opgenomen in de kansrijke zoekgebieden door middel van herijking. Het herijkingsproces vindt niet per sé parallel aan het programma plaats. Bij elke herijking van de RES en bij eventuele nieuwe openstellingstermijnen van dit programma worden de kansenkaart en het afwegingskader tegen het licht gehouden en waar nodig aangepast aan de actualiteit. Overheidsbeleid, publieke opinie en ontwikkeling in de markt maken daar deel van uit. Steeds zal in ogenschouw worden genomen of de provinciale zonneladder de gewenste ruimte voor aanpassing van het instrumentarium wel of niet biedt.

Bijstelling of afwijking van gebiedsbeschrijvingen en afwegingskader De hiervoor genoemde omstandigheden van inconsistenties en voortschrijdend inzicht, kunnen ook aan de orde zijn bij het toepassen van de gebiedsbeschrijvingen en het afwegingskader. Ook bij die ruimtelijke instrumenten kan blijken dat aanpassing nodig is. Hetzelfde geldt voor ontwikkelingen in het kader van netcongestie. Als dat het geval is, wordt het voorliggende programma hierop aangepast. De bevoegde gezagen zullen dan, op voorstel van de ambtelijke dienst, dat is geïnitieerd door de externe adviespartij, hiertoe besluiten nemen na consultatie van de provincie ten aanzien van met name de provinciale zonneladder en na de procedure ‘wensen en bedenkingen’ bij de gemeenteraad.

33

4 Omgevingsvergunningen, -visie en -plan 4.1 Onderbouwing projecten voor aanvraag omgevingsvergunning Programma als basis voor onderbouwing van projecten Initiatiefnemers onderbouwen hun eigen projecten. Dit kunnen zij doen aan de hand van het programma met daarin uitgesplitst de kansenkaart, gebiedsbeschrijvingen en afwegingskader. Immers, deze ruimtelijke instrumenten bevatten criteria die zijn voorzien van een onderbouwing en toelichting (zie bijlagen). Aan de hand van die onderbouwingen en toelichtingen kunnen initiatiefnemers het eigen project opbouwen en onderbouwen. Milieueffectrapportage Module Energietransitie provincie Zuid-Holland De provincie heeft voor het wijzigen van de Omgevingsverordening de Milieueffectrapportage Module Energietransitie (MER) opgesteld. De commissie MER heeft hierover geadviseerd. In de milieueffectrapportage en het advies zijn de zoekgebieden voor zon op veld uitgebreid en indringend beoordeeld. De informatie kan door initiatiefnemers worden benut voor de opbouw van het project en de onderbouwing van het project.

Samenvatting • Milieueffectrapportage Module Energietransitie • Provincie Zuid-Holland https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p35/p3592/a3592ts.pdf Beoordeling en prioritering projecten Voor de beoordeling van de projecten aan de hand van de drie ruimtelijke instrumenten en de prioritering wordt een onafhankelijke externe partij ingeschakeld. Zij bereiden hiervoor adviezen voor, die de ambtelijke dienst aan het bevoegde gezag uitbrengt.

4.2 Indieningsvereisten aanvraag omgevingsvergunning In de aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingevolge artikel 7.3 Omgevingsregeling en het Programma Zon op Veld in ieder geval vermeld: ● Een beschrijving van de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd; ● Het telefoonnummer van de aanvrager; ● Het adres, de kadastrale aanduiding en coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; ● Een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; ● Als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; ● Als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde; ● De wijze waarop aan de kansenkaart, het afwegingskader en de gebiedsbeschrijvingen wordt voldaan; ● De effecten voor de fysieke leefomgeving om te kunnen beoordelen of aan de wettelijke voorwaarde voor een evenwichtige toedeling van functies wordt voldaan.

34

4.3 Toetsing vergunningverlening Voor het proces van een Bopa heeft de VNG een stappenschema opgesteld. Dit stappenschema zal op hoofdlijnen worden gevolgd. Voor de benodigde tijdsperiode wordt uitgegaan van de reguliere procedure en die bedraagt circa 14 weken. Essentieel is dat projecten voor 1 januari 2030 worden gerealiseerd.

Figuur 4 - Stappenplan Bopa (bron: P04277_interactief_rapport_stappenplan, pagina 8)

4.4 Omgevingsvisie en omgevingsplan Omgevingsvisie Gemeenten beschikken over omgevingsvisies. Daarin is opgenomen dat de realisering van de energietransitie verloopt via de RES Midden-Holland 1.0, zodat rekening wordt gehouden met onder meer ruimtelijke kwaliteiten van de omgeving en netwerkcapaciteit. Binnen de kaders van de RES en de omgevingsvisies is hiervoor het Programma Zon op Veld opgesteld. Dit programma bevat een uitwerking van de daarin opgenomen doelstellingen. De uitwerking is gericht op het realiseren van de RES-ambitie door middel van de meest wenselijke projecten. Hiervoor worden alle in te dienen projecten getoetst aan de spelregels van dit programma. Het is gewenst dat deze gezamenlijke opgave in de omgevingsvisies wordt opgenomen, als invulling van de reeds opgenomen doelstellingen. Voorgesteld wordt dat na vaststelling van het Programma Zon op Veld door de colleges, op een gegeven moment de omgevingsvisie op dit onderdeel aanvullen: ‘Ingezet wordt op het realiseren van de meest wenselijke projecten zon op veld, zoals bedoeld in het Programma Zon op Veld’.

35

Omgevingsplan Ieder gemeente beschikt tot 1 januari 2024 over verschillende bestemmingsplannen. Vanaf 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking en vormen die bestemmingsplannen van rechtswege één omgevingsplan. Voorheen werden bestemmingsplannen herzien, partieel of geheel. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het omgevingsplan gewijzigd door middel van wijzigingsbesluiten die de gemeenteraad vaststelt. Na vaststelling van het Programma Zon op Veld zou de gemeenteraad het omgevingsplan kunnen wijzigen en daarmee op een locatie een project voor zon op veld direct toestaan. In paragraaf 2.1 is echter aangegeven dat het juist niet de bedoeling is dat een gemeente een wijziging van het omgevingsplan vaststelt voor het direct toestaan van projecten zon op veld. Ook al betreft het een locatie die in de RES 1.0 als zoekgebied is aangewezen of in dit programma zelfs als kansrijke locatie. Het direct toestaan van zonnevelden is strijdig met de opzet van de RES en het Programma Zon op Veld. De route voor het realiseren van projecten zon op veld verloopt via toetsing aan het Programma Zon op Veld en kan vervolgens worden gefaciliteerd met toepassing als Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (Bopa’s).

Dit is een afwijkingsprocedure die het mogelijk maakt af te wijken van het omgevingsplan, waarin een project voor zon op veld niet is toegestaan, en het project te toetsen aan de kaders die in het programma zijn opgenomen. Die kaders zijn met name gericht op het realiseren van alleen de meest wenselijke projecten en als er voldoende netwerkcapaciteit beschikbaar is. Daarvoor is wel nodig dat het project niet direct kan worden gerealiseerd. De gemeente verwerkt de Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) binnen 5 jaar in het omgevingsplan. Deze verplichting geldt vanaf 1 januari 2032. Dit betekent dat omgevingsvergunningen voor Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die voor of op 1 januari 2027 onherroepelijk zijn geworden, op 1 januari 2032 in het omgevingsplan moeten zijn verwerkt. Het staat de gemeente vrij om een Bopa eerder in een omgevingsplan te verwerken, bijvoorbeeld in combinatie met allerlei andere wijzigingen van het omgevingsplan. Het verdient de voorkeur dat de ruimtelijke kwaliteiten van een project op veld zorgvuldig in het omgevingsplan worden geborgd. De wijze waarop dat gebeurt hangt af van de opzet van het omgevingsplan van iedere gemeente. Als uitgangspunt kan worden genomen dat de bevestigingsbrief met de voorwaarden voor verlening van een omgevingsvergunning, hiervoor als basis wordt gebruikt.

Tevens is het mogelijk om in het omgevingsplan regels te stellen ten aanzien van onderhoud en beheer, zoals circulariteit van een project. Voor regels met betrekking tot onderhoud en beheer wordt in een omgevingsplan een afzonderlijk hoofdstuk gereserveerd, die hiervoor kan worden benut.

36

5 Bijlagen 5.1 Overzicht beleid en regelgeving bevoegde gezagen Instanties

Instrumenten

Rijk

Klimaatakkoord Het gezamenlijke doel is 35 TWh duurzaam opgewekte energie op land in 2030 te realiseren. Hierbinnen passen projecten voor zon op veld.

Provincie ZuidHolland

Omgevingsvisie energietransitie Streven naar grootschalige energieprojecten (windprojecten en zonneprojecten vanaf 15 KWp) met minimaal 50% lokaal eigendom. Zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied hebben invloed op de kwaliteit van het landschap en de ruimte voor voedselproductie. In de provincie Zuid-Holland is onbebouwde ruimte een schaars en waardevol goed. Zorgvuldig omgaan met deze schaarse ruimte is daarom uitgangspunt van beleid. Het beleid voor zonne-energie is gebaseerd op de volgende principes: 1.

Meervoudig ruimtegebruik

2.

Bescherming van de schaarse open ruimte en landschapswaarden.

3.

Een goede ruimtelijke ordening, waarbij infrastructuur (energienetwerk) als leidend principe wordt gehanteerd.

4.

Ruimtelijke kwaliteit, zorgvuldig omgaan met de bestaande functies en kwaliteiten van het gebied.

Omgevingsverordening, Module Energietransitie Voorkeur voor zonnepanelen op daken of binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Aanvullend buiten het bestaand stads- en dorpsgebied als duidelijk is dat capaciteit op daken en in stedelijk gebied onvoldoende is. Zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied mogelijk: op locaties passend binnen de provinciale zonneladder. Aanvullend op basis van integrale nadere verkenning en uitwerking die rekening houdt met onder andere opgaven landbouw, waterkwaliteit, stikstof en biodiversiteit en in combinatie met andere ruimtelijke opgaven. Landschappelijk ingepast en rekening houdend met biodiversiteit.

37

Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland De zogeheten zonneladder bevat handvatten voor zonnevelden met een meerwaarde voor de omgeving, bestaande uit: ●

een stappenplan voor het ontwikkelen van zonnevelden met ruimtelijke kwaliteit

●

ontwerpprincipes voor bij elkaar brengen van ontwerp en kwaliteit, functie en belangen

●

inspirerende voorbeelden

Provincie erbij betrekken als de planologische kaders of de borging van ruimtelijke kwaliteit in bestemmingsplan / beeldkwaliteitsparagraaf onvoldoende zekerheid of ruimte bieden. Gemeenten

Omgevingsvisie

Omgevings plan

Bindend adviesrecht en verplichte participatie

Lokaal eigendom

BodegravenReeuwijk

Toekomstvisie Bodegraven Reeuwijk (ruimtelijkeplannen.nl)

De geldende bestemming splannen staan geen projecten zon op veld toe.

Bindend adviesrecht

Lokaal eigendom

Bindend Adviesrecht BOPA gemeente BodegravenReeuwijk, vastgesteld 27 oktober 2021

Beleidskader Lokaal Eigendom gemeente Bodegraven-Reuwijk

Lijst adviesrecht raad o.g.v. artikel 16.15a Omgevingswet

In het ‘Beleidskader Lokaal Eigendom Gemeente Bodegraven-Reeuwijk – Participatie bij nieuwe energieprojecten’ geeft de gemeente aan dat de baten van duurzame energieprojecten ook op de langere termijn ten goede komen aan de gemeenschap, met behoud van de regie op het duurzame landschap zoals verwoord in de Toekomstvisie van Bodegraven-Reeuwijk. Hiermee wordt duidelijkheid geboden dat een initiatiefnemer ook binnen het gemeentelijk beleid moet passen.

De komende decennia omslag naar duurzame energie. Zonnevelden nemen veel ruimte in en hebben impact op onze leefomgeving. Zorgvuldig mee omgaan. Opwekken duurzame energie voor agrariërs, inwoners, verenigingen en bedrijven bron van inkomsten. Baten komen ten goede aan de samenleving. In RES Midden-Holland afspraken waar beste schone energie opgewekt kan worden. Zonneenergie op daken, waterbassins (tuinbouw), parkeerterreinen en geluidsschermen langs snelwegen voorkeur. Daarnaast zoekgebieden zonne-energie. Uitwerking in RES 2.0. Efficiënt en meervoudig ruimtegebruik, combinatie andere functies uitgangspunt. Effecten energieopwek op gezondheid meenemen.

Advies met instemming van de gemeenteraad is vereist indien het college voornemens is een positief besluit te nemen over een aanvraag omgevingsvergunning Bopa, behalve in de gevallen die in de lijst zijn opgenomen. In het geval van zon op veld is lid 3 relevant: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m2. Volgens het besluit is adviesrecht verplicht bij zonnevelden met een oppervlak van meer dan 50 m2

38

. Verplichte participatie Participatieverordening gemeente BodegravenReeuwijk, vastgesteld 14 juli 2021

Het beleid is gericht op het vergroten van draagvlak en zeggenschap en op een evenwichtige toedeling van lusten en lasten.

Leidraad Participatie gemeente BodegravenReeuwijk Ingevolge artikel 7.4 van de Omgevingsregeling moet de initiatiefnemer aangeven waarom wel (en in welke vorm) of niet aan participatie is gedaan. In de ‘Leidraad participatie Bodegraven-Reeuwijk’ is voor initiatiefnemers aangegeven welke vormen van participatie kunnen worden toegepast. Gouda

Energietransitie | Omgevingsvisie Gouda Omgevingsvisie bevat verwijzing naar RES, dat hierin de doelstelling en gebieden voor productie verder worden onderzocht; het Goudse aandeel ongeveer 25% - 0,108 TWh. Ambitie 50% lokaal eigendom. Zonne-energie combineren op plekken die het meest wenselijk en kansrijk zijn. ●

Daken (bestaand en nieuw), voor de opwekking van zonne-energie

●

De zone langs de A12/A20 en de invalswegen, voor de opwekking van zonne- en windenergie (samen met buurgemeente Waddinxveen)

De geldende bestemming splannen staan geen projecten zon op veld toe.

Bindend adviesrecht

Lokaal eigendom

Bindend adviesrecht BOPA, vastgesteld 26 mei 2021

Lokaal eigendom gemeente Gouda vastgesteld 7 februari 2024

De gemeenteraad van Gouda heeft een besluit met betrekking tot het toepassen van het bindend adviesrecht van de gemeenteraad bij Bopa’s bij Bopa’s genomen. Volgens het besluit is adviesrecht verplicht bij zonnevelden met een oppervlak van meer dan 50 m2.

In het Omgevingsprogramma zonneenergie bevat hoofdstuk 6 Participatie (Lokaal eigendom) twee beleidsuitgangspunten: •

Verplichte participatie Verplichte participatie BOPA, vastgesteld 26 mei 2021 Volgens het besluit is voor een project voor zon op veld participatie verplicht bij zonnevelden met een oppervlak van meer dan 50 m2 .

•

Realiseren betrokkenheid omgeving bij uitwerken initiatief, zodat belangen van de omgeving zijn geborgd. (Een deel van) de opbrengsten terug laten vloeien naar de omgeving zodat de omgeving meeprofiteert van de ontwikkeling.

39

●

Voor zonne-energie wordt hierbij gekeken vooral naar grote (bedrijfs-) daken en op overkappingen van parkeerterreinen

Participatiestrategie fysieke leefomgeving In de participatiestrategie staat een inspanningsverplichting voor het college van burgemeester en wethouders om initiatiefnemers aan te moedigen om participatie vorm te geven in de zin van de participatiestrategie die is vastgesteld door de gemeenteraad.

Aanvullende oplossingen: één of meer grote locaties om schone energie met zon en/of wind in ‘energielandschappen’. Spelregels:

Gouda (vervolg)

●

Houd bij energietransitie rekening met (beschermd) cultureel erfgoed

●

Houd bij herontwikkeling in het stedelijk gebied rekening met plaatsing van zonnepanelen (bijv. op (groene) daken)

●

Zoek voor de plaatsing van windturbines zo veel mogelijk aansluiting bij bestaand (gesloten) stedelijk gebied en/of bestaande windturbines

●

Houd rekening met beschikbare energieinfrastructuur

Hiervoor is een participatieproces in vijf stappen uitgewerkt: 1. Lokale omgeving in kaart brengen, 2. Participatieplan opstellen, 3. Principeverzoek indienen, 4. Indienen omgevingsvergunning aanvraag, 5. Omgevingsovereenkomst sluiten.

De RES zal in een separaat spoor worden afgerond, inclusief een eigen MER. Krimpenerwaard

Omgevingsvisie Gemeente Krimpenerwaard (ruimtelijkeplannen.nl) De energietransitie overstap van fossiele naar duurzame energiebronnen. Stimuleren opwekken duurzame energie. Zorgvuldige inpassing, voorkeur mix zonnevelden en (kleine) windmolens. Verwijzing naar RES Midden-Holland. Inzet op

De geldende bestemming splannen staan geen projecten zon op veld toe.

Bindend adviesrecht

Lokaal eigendom

Notitie ‘OPA-advieslijst Omgevingswet’

Lokaal eigendom gemeente Krimpenerwaard- vastgesteld 13 maart 2024

De gemeenteraad heeft een besluit met betrekking tot het toepassen van het bindend adviesrecht van de gemeenteraad bij Bopa’s genomen. Voor zon op veld projecten sprake van bindend adviesrecht, met daarbij de uitzondering als grondgebonden zonnepanelen worden geplaatst

Het ‘Beleidskader lokaal eigendom energie transitie gemeente Krimpenerwaard 2024’ bevat de kernpunten van het lokaal eigendom

40

onder andere: ●

buiten en direct grenzend aan een agrarisch bouwvlak voor zover de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1 hectare.

samenleving vrij van fossiele brandstoffen en fossiele energie en CO2-neutraal in 2050. In 2030 is de CO2-uitstoot met 50% afgenomen (ten opzichte van 2015).

●

Lokaal eigendom en koppelkansen.

●

Samenwerking binnen RES-regio en zorgvuldige keuze zoekgebieden voor zonne-energie.

Verplichte participatie Besluit verplichte participatie gemeente Krimpenerwaard, vastgesteld 4 juni 2025 Lijst verplichte advisering gemeente Krimpenerwaard, vastgesteld 4 juni 2025

In de gemeente Krimpenerwaard is 4 juni 2024 het besluit vastgesteld voor de lijst verplichte participatie Omgevingswet. Participatie is verplicht als sprake is van het plaatsen van grondgebonden zonnepanelen, buiten een bouwvlak, ongeacht de oppervlakte. Uitzondering hierop is als de grondgebonden zonnepanelen worden geplaatst buiten, en direct aangrenzend aan een agrarisch bouwvlak, voor zover de oppervlakte niet meer bedraagt dan 0,5 hectare.

Waddinxveen

Omgevingsvisie Waddinxveen (ruimtelijkeplannen.nl) Energievraag stijgt en verduurzaming is nodig. Verwijzing naar RES Midden-Holland: zoekgebieden voor zon op grote daken, parkeerplaatsen, waterbassins, geluidsschermen en langs infrastructuur. Aanvullend kijken naar windenergie.

De geldende bestemming splannen staan geen projecten zon op veld toe.

en het Omgevingsfonds Energie en Klimaat (paragraaf 4.2): 1. Verdeling van lusten en lasten, 2. De aanpak van energieprojecten en 3. De toegevoegde waarde voor omgeving. Daarom streeft de gemeente naar minimaal 50% lokaal eigendom per project, in combinatie met een Omgevingsfonds Energie en Klimaat. Daarbij verwacht de gemeente dat initiatiefnemers de op dat moment geldende normen onderschrijven en toepassen, zoals momenteel de gedragscode voor zon op land en voert de gemeente regie op hoe het Omgevingsfonds Energie en Klimaat voor de omgeving een plek krijgt binnen lokale energieprojecten. Het participatieproces is in hoofdstuk 5 uitgewerkt in het participatieplan voor energieprojecten.

Bindend adviesrecht

Lokaal eigendom

Bindend adviesrecht BOPA gemeente Waddinxveen

Lokaal eigendom gemeente Krimpenerwaard- vastgesteld 13 maart 2024

De gemeenteraad heeft een besluit met betrekking tot het toepassen van het bindend adviesrecht van de gemeenteraad bij BOPA’s en verplichte participatie bij BOPA’s genomen. Projecten voor zon op veld vallen onder het bindend adviesrecht. Verplichte participatie

Het ‘Beleidskader lokaal eigendom energie transitie gemeente Krimpenerwaard 2024’ bevat de kernpunten van het lokaal eigendom en het Omgevingsfonds Energie en Klimaat (paragraaf 4.2): 1. Verdeling

41

Verplichte participatie gemeente Waddinxveen Participatie is verplicht in gevallen waarbij een advies van de raad is vereist. Daarmee is participatie voor projecten zon op veld verplicht.

Zuidplas

Omgevingsvisie | Maak Zuidplas Verwijzing naar RES 1.0: mogelijkheden beoordelen zonnepanelen op daken, bedrijventerreinen en bedrijfspanden. Combineren met andere ambities. Opties vele kleinschalige, lokale projecten of één of enkele geconcentreerde gebieden. Voorkeur zonnepanelen op daken, innovatie in glastuinbouw. Aanpassingen netwerk nodig. De gemeente stimuleert actief en zet in op (financiële) bijdrage van energie-opwek aan andere ambities voor ontwikkelingen en

De geldende bestemming splannen staan geen projecten zon op veld toe. Uitzondering bestemming splan Zuidplas: Agrarisch -

van lusten en lasten, 2. De aanpak van energieprojecten en 3. De toegevoegde waarde voor omgeving. Daarom streeft de gemeente naar minimaal 50% lokaal eigendom per project, in combinatie met een Omgevingsfonds Energie en Klimaat. Daarbij verwacht de gemeente dat initiatiefnemers de op dat moment geldende normen onderschrijven en toepassen, zoals momenteel de gedragscode voor zon op land en voert de gemeente regie op hoe het Omgevingsfonds Energie en Klimaat voor de omgeving een plek krijgt binnen lokale energieprojecten. Het participatieproces is in hoofdstuk 5 uitgewerkt in het participatieplan voor energieprojecten.

Bindend adviesrecht

Lokaal eigendom

Bindend adviesrecht BOPA gemeente Zuidplas,vastgesteld 8 maart 2022,

Lokaal eigendom gemeente Zuidplas – vastgesteld 14 februari 2023

Conform artikel 6 van het besluit is een advies van de gemeenteraad noodzakelijk indien met een BOPA het realiseren van een zonneveld wordt mogelijk gemaakt, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgestelde (omgevings)visie, gebiedspaspoort of vastgesteld beleidskader. Voor zon op veld is de RES vastgesteld door de

Het ‘Beleidskader lokaal eigendom’ bevat de kernpunten van het lokaal eigendom en aanvullen financiële participatie (paragraaf 3.2): 1. Verdeling van lusten en lasten, 2. De aanpak van energieprojecten en 3. De toegevoegde waarde voor omgeving. Daarom is het uitgangspunt van de gemeente minimaal 50% lokaal

42

transities.

Glastuinbou w staat onder meer collectieve energievoorz ieningen toe.

gemeenteraad en biedt daarmee het vastgestelde beleidskader. De gemeenteraad kan echter alsnog een advies uitbrengen indien naar mening van het college sprake is van politiek gevoelig initiatief. Hieronder wordt ten minste, maar niet uitsluitend verstaan: 1. 2.

initiatieven die door de media gevolgd worden; initiatieven waarbij veel, of grote belangen zijn betrokken, 3. initiatieven die veel onrust onder de inwoners veroorzaken; 4. initiatieven die gaan over een functieverandering. Het college dient dus aan te geven van één van de beschreven situaties sprake is. Aangenomen wordt dat het college hiertoe over zal gaan. Verplichte participatie

eigendom per project, in combinatie met (daarbovenop) aanvullende vormen van financiële participatie of toegevoegde waarde voor de omgeving. Daarbij verwacht de gemeente dat initiatiefnemers de op dat moment geldende normen onderschrijven en toepassen, zoals momenteel de gedragscode voor zon op land en voert de gemeente regie op hoe aanvullende vormen van financiële participatie en toegevoegde waarde voor de omgeving een plek krijgt binnen lokale energieprojecten. Het participatieproces is in hoofdstuk 4 uitgewerkt in het participatieplan voor energieprojecten.

Besluit verplichte participatie ten behoeve BOPA, vastgesteld 8 maart 2022 De gemeenteraad heeft het besluit genomen over verplichte participatie ten behoeve van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. In dit besluit is onder artikel 6 opgenomen dat participatie verplicht is bij het realiseren of uitbreiden van een zonneveld, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgestelde (omgevings)visie, gebiedspaspoort of vastgesteld beleidskader. Voor zon op veld is de RES vastgesteld door de gemeenteraad en biedt daarmee het vastgestelde beleidskader. Daarmee is geen sprake van verplichte participatie. Mocht het zonneveld

43

binnen een door de raad aangegeven waardevol gebied worden gerealiseerd (artikel 2, lid 2) dan is echter wel sprake van verplichte participatie. Handreiking participatie bij ruimtelijke initiatieven Handreiking voor initiatiefnemers ten aanzien van het vormgeven van participatie bij ruimtelijke initiatieven.

Hoogheemraadsch ap

Waterschapsverordening

Schieland en de Krimpenerwaard

Het aanleggen van ‘nieuwe’ soorten voorzieningen zoals bodem-energiesystemen, aquathermie en zonnepanelen op waterstaatswerken valt, net als in de oude situatie, onder de omgevingsvergunningplicht. In de verordening is verder geen regelgeving voor projecten voor zon op veld opgenomen.

Rijnland

Geen regeling inzake zon op land.

De Stichtse Rijnlanden

Geen regeling voor zon op veld. Zonnepanelen mogen niet zonder vergunning boven watergangen worden geplaatst.

RES MiddenHolland

Instrument RES 1.0 Midden-Holland (Zie paragraaf 1.1 en 2.1.) In bijlage 7 is ter inspiratie een stappenplan participatie opgenomen en een toelichting op het aspect lokaal eigendom / financiële participatie.

44

5.2 Handreiking Kansenkaart Spelregels omtrent de kansenkaart voor Zon op Veld, RES Midden Holland

○

Inleiding

In 2022 is de Regio Midden Holland gestart met een proef om te toetsen of een kansenkaart voor deze regio een geschikt ruimtelijk instrument is om de kansrijkheid van zoekgebieden te onderbouwen. Eind 2022 is vastgesteld dat de regio onder andere met de kansenkaart zal gaan werken. De kansenkaart van de RES Midden-Holland is een visueel instrument waarin zichtbaar is gemaakt op welke plekken in de regio de realisatie van grondgebonden zonneparken kansrijk is en waar niet. De kansenkaart gaat alleen in op de zoekgebieden die voor zon op veld in de RES 1.0 van de regio zijn vastgesteld. De kansenkaart maakt deel uit van het Programma Zon op Veld. zie onderstaande figuur voor de verhouding ten opzichte van de andere ruimtelijke instrumenten in de regio MiddenHolland.

Figuur 1 - werking Programma Zon op Veld

De methode van de kansenkaart is ontwikkeld door de Werkgroep Elektriciteit van de RES regio Midden-Holland, in samenwerking met de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH), maatschappelijke organisaties in de regio, de waterschappen, de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. Met deze partners is een onderverdeling in kansrijkheid opgesteld. De bepaling van de kansrijkheid van gebieden is tot stand gekomen in een uitgebreid participatieproces met de inwoners van de regio in 2023. Deze handreiking beschrijft de methodiek en de werking van de kansenkaart.

○

Doel van de kansenkaart

De kansenkaart heeft als doel om in de regio onderscheid te maken in kansrijke en niet kansrijke gebieden voor de opwek van zon op veld binnen de vastgestelde zoekgebieden uit de RES 1.0. Alleen op (matig) kansrijke zoekgebieden is de ontwikkeling van zon met de vaststelling van het programma in principe realistisch en wenselijk

45

Methodiek

○

De kansenkaart methode betreft een multicriteria-analyse die voor elk zoekgebied een oordeel geeft over de mate van kansrijkheid van dat zoekgebied. Op basis van een set criteria die kwantitatief en kwalitatief worden ‘gescoord’, ontstaat per zoekgebied een oordeel waarin alle overwegingen die voor dat gebied gelden, zijn meegenomen. Dit oordeel is navolgbaar door de gebiedsbeschrijvingen die voor ieder gebied zijn opgesteld en waarin de beargumentering voor de behaalde score wordt weergegeven. Input voor de scores van de criteria en de gebiedsomschrijving zijn: ●

● ● ● ● ●

de provinciale planMER met onderliggende informatiesets, zoals: - Natura2000 en NNN; - recreatie; - cultuurlandschappen; - erfgoed; bestemmings- en masterplannen; gebiedsprofielen; 3ha-kaarten; expert judgement; netebeheergegevens: - locatie en reikwijdte spanningsstations; - beschikbare ruimte voor aansluitingen op spanningstations.

De methodiek biedt hiermee een transparante en eenduidige aanpak voor de beoordeling van de kansrijkheid van alle zoekgebieden binnen de RES-regio.

○

Samenwerking met het afwegingskader

De kansenkaart en het afwegingskader werken samen. De kansenkaart geeft de kansrijkheid weer van een specifiek zoekgebied om zonnepanelen binnen te realiseren. Deze kansrijkheid wordt weergegeven met een score en een oordeel. Initiatiefnemers kunnen op basis van de kansenkaart inschatten waar zij het best een initiatief kunnen realiseren. Het afwegingskader neemt de scores uit de kansenkaart over: op het moment dat een initiatiefnemer een plan indient dat wordt opgenomen in het afwegingskader, wordt gekeken welk gebied dit betreft op de kansenkaart. Een initiatief dat zich bevindt in een groen gebied wordt in het afwegingskader sneller als wenselijk beoordeeld dan een oranje gebied. De kansenkaart is daarmee één van de criteria van het afwegingskader. De kansenkaart bestaat uit een overzicht met zoekgebieden die gekoppeld is aan een GIS-applicatie voor een visuele, geografische weergave van de zoekgebieden.

○

Zoekgebieden

Alle vastgestelde zoekgebieden binnen de RES Midden-Holland zijn in de kansenkaart opgenomen. Door de opsplitsing van verscheidene grote zoekgebieden in meerdere kleine, is het aantal zoekgebieden in de kansenkaart groter dan in de RES 1.0 was voorzien voor zon op veld en zon langs infrastructuur. De volgende paragraaf beschrijft de detaillering van de zoekgebieden en direct daarna de lijst met kansrijke zoekgebieden in de regio. De paragrafen daarna beschrijft de totstandkoming van de beoordeling per zoekgebied en de gebiedsbeschrijvingen die de beoordeling onderbouwen. 46

Nadere detaillering van de zoekgebieden In de applicatie ArcGIS Pro zijn de zoekgebieden die zijn vastgesteld in de RES 1.0 overgenomen. De vaststelling van de RES 1.0 was een illustratie en geen exacte plaatsbepaling op kaart. De gebieden ‘zon langs infrastructuur’ waren in het proces richting RES 1.0 zorgvuldig geanalyseerd en beoordeeld. De ‘transitie-’ en ‘agrarische gebieden’ waren grotere en grovere gebieden die nog een verdere analyse en uitwerking nodig hadden na de vaststelling van de RES 1.0. In het proces van de kansenkaart is deze stap ook voor deze gebieden gemaakt. Daarnaast is er gekozen om in verschillende gebieden een verdere onderverdeling te maken zodat landschappelijke lijnen als infrastructuur tot opsplitsing van zoekgebieden leiden. In geen gevallen is daarmee een zoekgebied groter geworden. De opsplitsing vond alleen plaats binnen aangemerkte zoekgebieden van de RES 1.0. Dit bood de mogelijkheid om gebieden los van elkaar te beoordelen en te rangschikken volgens de methodiek van de kansenkaart. Voor de zoekgebieden ‘zon langs infrastructuur’ is deze methodiek bijna overal op het volledige zoekgebied van de RES 1.0 toegepast. Voor ‘zon in agrarische gebieden’ en ‘zon in transitiegebieden’ is dat gedaan voor kleinere gebieden.

Om tot deze kleinere gebieden te komen is een vergelijkbare analyse toegepast voor de totstandkoming van de zoekgebieden ‘zon langs infrastructuur’ in de RES 1.0. In de praktijk betekende dat het weglaten van (toekomstig) bestemde gebieden met natuur (Natura2000, NNN en weidevogelgebieden), woningbouw en recreatie. Vervolgens is er gekeken naar welke gronden binnen deze gebieden geschikt zijn. In eerste instantie om een beeld te krijgen van de haalbaarheid van de ambitie die in de RES 1.0 gesteld is. Dat is gedaan door de ongeschikte oppervlaktes binnen zoekgebieden eruit te laten. Denk aan stukken die bebouwd zijn, waar sloten liggen en andere objecten staan en waar zodoende geen plek is om zonnepanelen te plaatsen. Hierdoor zijn de zoekgebieden verder verfijnd. De kansenkaart en het overzicht van de gebieden zijn te zien in hoofdstuk 2.3. Criteria Om de kansrijkheid van een zoekgebied eenduidig te kunnen beoordelen is een aantal criteria opgesteld dat van belang is bij de inschatting van de kansrijkheid van het gebied. Deze criteria zijn: ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●

type zoekgebied; landschapstype; natuurwaarden; recreatiegebied; geplande ontwikkelingen; netaansluiting; netimpact; archeologische waarden; cultuurhistorische waarden; gebiedsspecifieke meekoppelkansen; landbouw- en landschappelijke waarden.

Ieder gebied wordt op deze criteria beoordeeld. In de meeste gevallen betreft dit per criterium een kwantitatieve beoordeling, die op basis van meetbare data wordt gedaan. Bijvoorbeeld openbare geografische kaartdata. Deze scores variëren op een schaal van 1 tot en met 5. In de regel zijn 47

scores 1, 2 of 3 nadelig voor de kansrijkheid van een zoekgebied. Scores van 4 en 5 zijn voordelig in de beoordeling van de kansrijkheid. Sommige criteria leiden bij een lage score direct tot een algehele beoordeling van het gebied als niet-kansrijk. Bijvoorbeeld omdat het gebied op korte termijn een andere bestemming krijgt of omdat het bijvoorbeeld beschermd gebied is. Dit wordt ook wel een uitsluitingscriterium genoemd. Dit wordt in het criterium aangegeven. Sommige criteria zijn niet te beoordelen op openbare geografische kaartdata. Om toch tot een score en weging te komen, zijn bijvoorbeeld bestemmingsplannen, gebiedsprofielen of expertjudgement geraadpleegd. De beoordeling van deze criteria is dan kwalitatief en niet te duiden op de vijfpuntsschaal. De beoordeling van deze criteria is opgenomen in de gebiedsomschrijving van ieder gebied. De gebiedsbeschrijvingen worden later in deze handreiking behandeld. Hieronder zijn de criteria uitgelicht met de bijbehorende definities per score. Type zoekgebied In de regio is in de RES 1.0 een voorkeur uitgesproken voor het ene type zoekgebied boven het andere. Deze voorkeur volgt de provinciale zonneladder. Allereerst is zon op dak, waterbassins en parkeerplaatsen het meest wenselijk. Initiatieven hiervoor vallen buiten de scope van het Programma Zon op Veld.

Vergunningverlening verloopt direct via de gemeente en vereist geen voortraject zoals dit programma beoogt. De regio wil juist dergelijke initiatieven stimuleren. Zon op- en langs infrastructuur is als tweede geprioriteerd op de zonneladder, en is het eerste type dat wordt behandeld binnen het Programma Zon op Veld. Het krijgt binnen het programma de hoogste prioriteit en is geprioriteerd boven zon in transitiegebieden en zon op agrarische gronden. Daarnaast is in de regio gekozen om de zoekgebieden in twee segmenten vrij te geven, waarbij zoveel mogelijk gebieden langs infrastructuur de voorkeur krijgen boven gebieden op agrarische gronden. Geen van de typen zoekgebieden leidt per direct tot uitsluiting. criteria/score Type zoekgebied

1

2

3 Agrarisch gebied

4

5

Transitiegebied

Gebied langs infrastructuur

Landschap De algemene landschappelijke kenmerken en de ondergrond van een gebied zeggen iets over de geschiktheid voor de plaatsing van zonnepanelen. Zo zijn panelen gemakkelijker te plaatsen en te onderhouden op droogmakerijen met klei dan op veenweidegebied. De ondergrond is steviger en de verkaveling van een droogmakerij is meer geschikt voor de opstelling van een zonneveld. Ook is op klei zowel intensief als extensieve bouw van panelen mogelijk, waarbij veenweidegebied enkel extensief bouwen mogelijk is. Dat is omdat wegens de bedekking van de bodem het veen meer zal gaan oxideren en daarmee CO2 zal uitstoten, wat onwenselijk is. Bron van dit criterium zijn de landschapskaarten van de gebiedsprofielen van de provincie ZuidHolland. Het criterium betreft geen uitsluitingscriterium en er kan zowel negatief als positief gescoord worden.

48

criteria/score

1

Type landschap

2 Veenweide gebied

3

4

Droogmakerij Veen + sierteelt op veen

5 Droogmakerij Klei

Natuurwaarden De aanwezigheid van verschillende typen natuur in de zoekgebieden maakt ze meer of minder kansrijk voor de plaatsing van zonnepanelen. Als bron voor de beoordeling van dit criterium zijn de provinciale kaarten weergegeven met daarop terreinen met bijzondere planten en vegetatie, Natura 2000 gebieden, NNN-gebieden en belangrijke weidevogelgebieden. In al dit soort gebieden is plaatsing van zonnepanelen in principe uitgesloten. Vandaar dat een negatieve score op dit criterium direct leidt tot de beoordeling ‘niet kansrijk’, onafhankelijk van de scores op andere criteria. Dit criterium is daarmee een uitsluitingscriterium. De aangrenzing van het zoekgebied aan een natuurgebied levert een gemiddelde score, score 3 op. De afwezigheid van deze gebieden levert een maximaal positieve score op. criteria/score

Natuurwaarden

1 Hoge natuurwaarden door de aanwezigheid of directe uitstraling van een Natura 2000 gebied, NNN gebied en/of weidevogelgebied

2

3

Gemiddelde aanwezigheid van recreatieve waarden door grenzing van het zoekgebied aan een natuurgebied

4

5

Geen aanwezigheid natuurwaarden

Recreatiegebied De aanwezigheid van recreatiegebied in een zoekgebied zegt iets over de wenselijkheid van het plaatsen van panelen aldaar. In een recreatief wandel/fietsgebied zijn panelen minder wenselijk dan op een terrein dat hier niet voor is bestempeld. De aanwezigheid van een recreatief gebied leidt niet direct tot uitsluiting maar beïnvloedt de kansrijkheid van het zoekgebied in meer of mindere mate. Zo is bepaald dat een zoekgebied dat volledig in een recreatiegebied ligt het meest benadeeld wordt qua kansrijkheid. Een zoekgebied dat gedeeltelijk uit een recreatiegebied bestaat of grenst aan een recreatiegebied, scoort respectievelijk een 2 of een 3. Geen aanwezigheid van recreatiegebieden levert de maximaal positieve score op. Bron voor dit criterium zijn de kaarten van Fietsnetwerk Nederland en de provinciale recreatiegebieden.

49

criteria/score

Recreatiegebied

1 Zeer hoge recreatieve waarde, door ligging van zoekgebied in recreatiegebied

2

3

4

Hoge Gemiddelde recreatieve aanwezigheid waarden door van recreatieve de directe waarden door invloed van grenzing van recreatieve het zoekgebied vaar-, fiets- en aan een wandelrecreatieverbindingen in gebied het zoekgebied

5

Geen recreatieve waarde

Geplande ontwikkelingen Als er op korte termijn ontwikkelingen in een gebied gepland staan, is het onwenselijk om daar zonnepanelen te plaatsen. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van woningen binnen een termijn van 5 jaar, dan is het niet zinvol een zonnepark te bouwen op diezelfde locatie. Als bron voor de beoordeling van dit criterium wordt de 3ha-kaart van de provincie gebruikt, aangevuld met expert-judgement van de gemeenten. De 3ha-kaart duidt niet op welke termijn ontwikkelingen worden gerealiseerd en levert daarmee te weinig inzicht. Dit criterium betreft een uitsluitingscriterium, waarbij een negatieve beoordeling (een ontwikkeling binnen nu en vijf jaar) direct leidt tot de beoordeling ‘niet kansrijk’. Alle andere mogelijkheden (na 5 jaar of geen ontwikkelingen voorzien) dragen ‘neutraal’ bij aan de kansrijkheid van het gebied. criteria/score

Geplande ontwikkelingen

1 Ontwikkelingen (woningbouw/ bedrijven) te verwachten binnen 0 tot 5 jaar.

2

3

4

5

Geen ontwikkelingen voorzien of pas voorzien na 5 jaar.

Netaansluiting In de Regio zijn verscheidene spanningsstations waarop een zonnepark kan worden aangesloten. Hoe verder een initiatief afligt van een spanningsstation, des te meer verliezen er plaats vinden in de kabels. Hoe duurder de aansluiting, des te meer werkzaamheden er dienen plaats te vinden met mogelijk overlast. Dit heeft een slechtere business case tot gevolg. De netaansluiting is kostentechnisch voor rekening van de initiatiefnemer maar kan leiden tot omgevingsoverlast, of door de slechtere business case tot minder aandacht voor overige aspecten. De afstand tot een spanningsstation leidt niet tot uitsluiting maar beïnvloedt de kansrijkheid van een gebied. Bron voor dit criterium zijn door Stedin aangeleverde geografische locaties van de spannings-stations met hun reikwijdte voor aansluiting (cirkels om de locatie). Stedin geeft aan dat een aansluiting tot 10 MW

50

tot 3 km van het spanningsstation is aan te sluiten, alvorens het zeer complex wordt dit te doen. Voor projecten >10MW geldt dit tot 5 km. Vandaar dat in de beoordeling sprake is van een positieve beoordeling bij afstanden onder de 3 km, daarboven wordt de beoordeling negatief. criteria/score

1

2

3

4

5

Netaansluiting

Buiten 7 km van spanningsstation

Buiten 5 km van spanningsstation

Binnen 3 tot 5 km van spanningsstation

Binnen 1 tot 3 km van spanningsstation

Binnen 0 tot 1 km van spanningsstation

Netimpact Naast de geografische afstand van het zonnepark tot het aan te sluiten spanningsstation is ook de beschikbare capaciteit van het spanningsstation een belangrijke factor in de kansrijkheid van een zonnepark. De aanwezigheid van een knelpunt dat niet is opgelost voor 2030 leidt er per definitie toe dat zoekgebied tot die tijd niet kansrijk is. Het is daarmee een uitsluitingscriterium. Bron voor dit criterium betreft de geografische capaciteitskaart van Netbeheer Nederland en de netimpactanalyse van de Netbeheerder. In de beoordeling is ervoor gekozen om gebieden zonder knelpunten de maximale positieve score te geven. Waar sprake is van knelpunten beïnvloedt dit de kansrijkheid negatief.

criteria/score

1

Netimpact

Veroorzaakt een knelpunt dat niet voor 2030 wordt opgelost.

2

3 Veroorzaakt een knelpunt, dat voor 2030 wordt opgelost.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=9b12a54f-14bf-4f03-ae14-aa86fc5aaa39