CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.18 BIJL2 - ZHPLG voorontwerp__1148575__

Raadsvergadering 19 september 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college34.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Beoogd resultaat Een verkenning van hoe overgangsgebieden kan bijdragen aan het efficiënt behalen van de ZH-PLG doelen. Rondom de volgende

N2000 gebieden zijn we al een stap verder en kunnen we de bestaande initiatieven gerichter gaan uitwerken: ▪ Kennemerland Zuid ▪ Coepelduynen ▪ Meijendel & Berkheide ▪ Westduinpark & Wapendal ▪ Solleveld & Kapittelduinen De rol van de provincie is de uitvoerder van de verkenning. Met een doorkijk naar de realisatie is de rol van de provincie regie voeren en de gebieden voeren uit.

Bijdrage aan het doelbereik Zuid-Holland heeft de opgave om kwetsbare natuur in een gunstige staat van instandhouding te brengen of houden. Overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden dragen bij om dit doel, en andere ZH-PLG doelen, effectief te behalen. Maatregelen buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden zijn namelijk nodig om de instandhoudingsdoelen binnen de gebieden te behalen. Verder is het mogelijk effectiever om maatregelen direct buiten de begrenzing te treffen, omdat daardoor robuustere gebieden ontstaan waar meerdere ZH-PLG doelen gehaald kunnen worden. Als deze maatregelen elders getroffen worden kan meer inspanning nodig zijn om hetzelfde resultaat te behalen. Voor de instandhouding van kwetsbare natuur is het wegnemen van drukfactoren belangrijk. Bij de betreffende Natura 2000-gebieden in de duinen is de variatie aan drukfactoren groot en biedt het creëren van overgangsgebieden een goede mogelijkheid deze

80

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

drukfactoren weg te nemen. Zo dragen overgangsgebieden bij aan de VHR-doelen, maar bieden ook ruimte voor het treffen van maatregelen voor de andere ZH-PLG doelen. Omdat de opgaven per Natura 2000-gebied kunnen verschillen, verschilt de manier waarop een overgangsgebied een bijdrage kan leveren aan deze opgaven.

Status bestuurlijke verankering Overgangsgebieden zijn aangemerkt als mogelijk middel om efficiënt ZH-PLG doelstellingen, waaronder Natura 2000 doelen, te behalen. Daarmee ligt er nog geen concreet voornemen om rond alle Natura 2000 gebieden overgangsgebieden te realiseren, maar wel om de effectiviteit te onderzoeken. Op basis van de verkenning kunnen aanvullende bestuurlijke besluiten worden genomen omtrent de realisatie van overgangsgebieden. Specifiek in het kerngebied kust en duinen is de ambitie om Nationaal Park Hollandse Duinen op te richten. Ongeveer 50 betrokken partijen zijn verenigd in het Nationaal Park Hollandse Duinen. Een belangrijk doel van dit initiatief is het in stand houden van de natuur in de Natura 2000 gebieden. Voor het eerste project in Katwijk rondt de gemeente de omgevingsvisie naar verwachting dit jaar af, nadat in het verleden al een intensief participatietraject heeft plaatsgevonden. Voor enkele van de voorgestelde gebieden zijn al uitgewerkte plannen en heeft participatie plaatsgevonden. Door participatie van veel betrokken partijen in het Nationaal Park Hollandse Duinen en door het creëren van een landschapsvisie voor het gehele gebied, met plannen die bijdragen aan het vervolmaken van het Nationaal Park Hollandse Duinen, is draagvlak ontstaan voor de benodigde gebiedstransformaties.

4.2.2. Maatregelpakket Toekomstbestendige land- en tuinbouw Met deze maatregelen werken we stapsgewijs toe naar een toekomstbestendig land- en tuinbouw die met een duurzame productie past bij de draagkracht van water en bodem. Samen met boeren en tuinders werken we aan land- en tuinbouw als onderdeel van het Zuid-Hollandse landschap met de natuurwaarden die daar kenmerkend in thuishoren. De maatregelen zijn er op gericht om in nauwe samenwerking met boeren en tuinders, of met hun (gebieds)collectieven, afspraken te maken over de aanpassing van bedrijfsvoering. Het zijn ook maatregelen waarin een meer natuurinclusieve land- en tuinbouw wordt bereikt en waarin agrarisch natuurbeheer met een lange termijn perspectief een vaste plek kan innemen in het verdienmodel van agrarische bedrijven. Cruciale bouwsteen van deze maatregelen en van de maatregelen van de verbetering van waterkwaliteit is een datagedreven werkwijze met een systeem van KPI’s en monitoring die samenwerking in gebiedsprocessen ondersteunt en borgt.

Maatregel verduurzaming veehouderij

Doel van de maatregel Het ondersteunen van de ontwikkeling naar een duurzamere veehouderij in Zuid-Holland. Duurzame veehouderij is veehouderij die zowel economisch als ecologisch toekomstbestendig is.

81

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

Beoogd resultaat De maatregel zet in op een aanpak gebaseerd op doelsturing aan de hand van een set van kritische prestatie indicatoren (KPI’s). De boer kiest zelf met welke activiteiten invulling gegeven wordt aan de doelen. De provincie geeft door middel van de KPI's richting en zet in op het financieel en organisatorisch faciliteren van de uitvoering van de activiteiten. We kijken in gebiedsprocessen samen met de agrariërs en andere gebiedspartners hoe we invulling geven aan de maatregel. Een financieel gezond toekomstperspectief is daarbij een voorwaarde om echt perspectief te geven en een belangrijke voorwaarde voor ondernemers om in beweging te komen. De maatregel bevat inspanningen van provincie en rijk (i.s.m. stakeholders) zoals het doorontwikkelen van een KPI-systematiek (i.c.m. studiegroepen), het juridisch borgen en monitoren van maatregelen, het creëren van een economisch perspectief voor agrariërs (bijvoorbeeld door middel van ondersteuning van korte ketens, vergoeding van groenblauwe diensten, ondersteuning bij omschakeling), het doorontwikkelen van agrarisch natuurbeheer en het ontwikkelen van grondbeleid ten behoeve van de transitie van de veehouderij (bijvoorbeeld kavelruilprocessen, mogelijkheid tot afwaardering gronden en het inzetten van gronden van stoppers voor extensivering).

Daarnaast bevat de maatregel stimulering van verduurzamingsactiviteiten op het boerenbedrijf, zoals voer- en managementmaatregelen en het investeren in duurzame technieken. Deze activiteiten zijn voor de melkveehouderij omschreven in het ‘Bouwstenenrapport’ (PPP-Agro, 2022).

Bijdrage aan het doelbereik Verduurzaming van de veehouderij, door inspanningen van ondernemers én overheden, draagt bij aan het reduceren van ammoniakemissie, een toename van de biodiversiteit in het agrarisch gebied, een verbeterde waterkwaliteit, een verminderde methaanuitstoot, een verbeterde bodemkwaliteit, verbeterd dierenwelzijn en financieel gezonde bedrijven met toekomstperspectief. Zoals uitgewerkt in hoofdstuk 2 heeft Zuid-Holland voor 2030 een reductieopgave van 2,5 kton ammoniak voor de landbouw en kan het nabij stikstofgevoelige N2000 gebieden nodig zijn om extra stikstofuitstoot te reduceren ten behoeve van de status van de natuur. Naast stikstof heeft Zuid-Holland voor 2030 een reductieopgave van 0,3 Mton CO2 equivalenten voor methaan en lachgas (bij bemesting) uit veeteelt en akkerbouw. Zoals uitgewerkt in de uitgangspunten wil de provincie ZuidHolland met behulp van een KPI-systematiek sturen door middel van doelen en niet door middel van maatregelen.

82

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

Over het doelbereik kunnen we nu het volgende zeggen per opgave: ▪

▪

▪

Met het hanteren van een bandbreedte van 35-40 kgNH3/ha voor graasdierbedrijven zetten we een belangrijke stap richting het behalen van de doelstelling van 2,5 kton. Vanaf 2025 geldt deze bandbreedte als streefwaarde, in 2030 evalueren we welke stappen nog gezet moeten worden om dit vanaf 2035 als norm in te voeren. Verschillende groepen boeren boeken nu al goede resultaten (bijvoorbeeld kringloopboeren Midden-Delfland). En in diverse gebieden zijn groepen boeren middels boerenwerkgroepen al aan het onderzoeken met welke activiteiten zij aan de slag willen. Voor de klimaatopgave is nog niet de vertaling gemaakt van het provinciale doel naar een bedrijfs-KPI. Het bouwstenenrapport laat al wel zien dat de verschillende activiteiten cumulatief zouden kunnen leiden tot 25-33% CO2-equivalenten reductie per bedrijf. Dit geeft de potentie weer van de maatregelen. Waterkwaliteit en natuur worden in andere maatregelen beschreven.

Status bestuurlijke verankering Aan deze maatregel ligt de GS-brief van 22 november 20221 waarin Provinciale Staten worden geïnformeerd over de landbouwbijdrage aan het ZH-PLG ten grondslag. Hierin is onder meer de keuze voor de KPI-gestuurde aanpak uitgesproken. De KPI-systematiek zelf moet nog vastgesteld worden. Als onderdeel van de gebiedsprocessen worden gebiedsspecifieke doelen en de opgave per gebied vastgesteld na een proces van joint fact finding. Deelgebieden lopen in verschillende tempo’s, maar krijgen ieder een bestuurlijke regiegroep, waarin de benodigde partijen aan tafel zitten en besluitvorming zal plaatsvinden. In de uitgangspunten ZH-PLG is aangekondigd toe te werken naar streefwaarden voor NH3per ha en dit in 2025 te evalueren.

Randvoorwaarden Rijk Voor het slagen van deze maatregel is het van belang dat het Rijk beleid formuleert op gericht op doelsturing. Dit in plaats van maatregelgericht beleid dat in strijd kan zijn met provinciale doelsturing. Verder is het noodzakelijk dat het Rijk (i.s.m. provincie(s)): ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Zorgt voor ondersteuning m.b.t. staatssteun issues; Werkt aan juridische borging maatregelen; Werkt aan legalisatie van de PAS-melders; Werkt aan verdienmodel/perspectief agrariërs; Borging aansluiting op afspraken in het landbouwakkoord;

1 https://pzh.notubiz.nl/document/12107753/1/GS+brief+aan+PS+-

+Landbouwbijdrage+aan+gebiedsprogramma+Zuid-Holland+-+DOS2020-0000155

83

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

Maatregel Verduurzaming akkerbouw

Doel van de maatregel Het doel van de maatregel is om de transitie naar een toekomstbestendige akkerbouw te versnellen en faciliteren om daarmee bij te dragen aan de NPLG doelen. Een toekomstbestendige akkerbouw is een akkerbouw die zowel ecologisch als economisch duurzaam is.

Beoogd resultaat De maatregel is gericht op doelsturing aan de hand van een set van kritische prestatie indicatoren (KPI’s). Daarmee is het mogelijk om gebiedsspecifieke doelen en de opgave per gebied te benoemen met de betrokkenen. De systematiek maakt het mogelijk voor agrariërs om de juiste instrumenten in te zetten voor aanpassingen in de bedrijfsvoering of aanpassingen in het gebied. Dit maatregelenpakket bestaat uit verschillende activiteiten die bijdragen aan een weerbaar bodem- en watersysteem, door middel van een toename van de biodiversiteit in het agrarisch gebied, gezonde nutriëntenkringlopen, een reductie aan ammoniak uitstoot, een verbeterde waterkwaliteit, een verminderde methaanuitstoot en een verbeterde bodemkwaliteit. Per gebied wordt bepaald welke (combinatie van) activiteiten passend is. Het belangrijkste instrument om hiertoe te komen is een catalogus aan maatregelen

en activiteiten die bijdragen aan het behalen van de NPLG doelen, mét bijbehorende financieringsproducten. Hieruit stellen boeren/gebieden hun eigen maatwerk pakket aan activiteiten samen. Daarnaast is het ontwikkelen van instrumentarium opgenomen, waaronder doelsturing op basis van een KPIsystematiek in samenwerking met de biodiversiteitsmonitor akkerbouw, een omschakelfonds voor de financiering van het risico van de transitie naar duurzame akkerbouw en een provinciebreed grondfonds als onderdeel van grondbeleid ten behoeve van transitie.

Bijdrage aan het doelbereik Door te investeren in een robuust bodem en watersysteem ontstaat een weerbaar landschap wat bestand is tegen weersextremen en ook met minder middelengebruik een goede oogst kan voortbrengen. Dit vermindert uitspoeling naar waterlichamen. Daarnaast zullen door het optimaliseren van de bedrijfsvoering kringlopen zoveel mogelijk gesloten worden, waardoor er minder uitspoeling is en de waterkwaliteit zal verbeteren. De in dit pakket aangedragen maatregelen zorgen enerzijds op managementniveau tot directe reductie van ammoniakemissies door zowel de efficiëntie van bemesting te verhogen als de hoeveelheid bemesting te reduceren, met een indicatieve doelstelling van 25% reductie in de akkerbouw. Ook zijn maatregelen opgenomen die een indirect effect hebben op de NH3-emissie. Door het reduceren van de stikstofuitstoot draagt de maatregel bij om in 2030 74% van de stikstofgevoelig habitats

2 https://pzh.notubiz.nl/document/12107753/1/GS+brief+aan+PS+-

+Landbouwbijdrage+aan+gebiedsprogramma+Zuid-Holland+-+DOS-2020-0000155

84

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

onder de KDW te brengen. Tot slot zal door de maatregel op bedrijfsniveau de methaanuitstoot door bemesting afnemen. Het realiseren van doelen start met het meedoen van boeren en tuinders in een langjarig ontwikkelingstraject. Veel doelen zijn nog niet bekend. We richten ons daarom op beweging en wat daarvoor nodig is. Dit brengt risico met zich mee, omdat van maatregelen die positieve effecten hebben niet altijd helder is hoe groot het doelbereik exact is, net als dat doel vaak nog niet gedefinieerd is. Dat is een risico wat we niet van de sector alleen kunnen vragen. Daarom is ons maatregelpakket gericht op het kunnen faciliteren en financieren van die beweging.

Status bestuurlijke verankering Aan deze maatregel ligt de GS-brief van 22 november 20222 waarin Provinciale Staten worden geïnformeerd over de landbouwbijdrage aan het ZH-PLG ten grondslag. Hierin is onder meer de keuze voor de KPI-gestuurde aanpak uitgesproken. De KPI-systematiek zelf moet nog vastgesteld worden. Als onderdeel van de gebiedsprocessen worden gebiedsspecifieke doelen en de opgave per gebied vastgesteld na een proces van joint fact finding. Deelgebieden lopen in verschillende tempo’s, maar krijgen ieder een bestuurlijke regiegroep, waarin de benodigde partijen aan tafel zitten en besluitvorming zal plaatsvinden. Dit proces zal lopen van mei 2023 tot het eerste kwartaal van 2024.

Randvoorwaarden Rijk Voor deze maatregel is het van belang dat het Rijk beleid formuleert op gericht op doelsturing. Dit in plaats van maatregelgericht beleid dat in strijd kan zijn met provinciale doelsturing. Verder is het noodzakelijk dat het Rijk (i.s.m. provincie(s)): ▪ ▪ ▪ ▪

Zorgt voor ondersteuning m.b.t. staatssteun issues Werkt aan juridische borging maatregelen Werkt aan verdienmodel/perspectief agrariërs Borging aansluiting op afspraken in het landbouwakkoord

Maatregel Natuurinclusieve (glas)tuinbouw

Doel van de maatregel Met deze maatregel willen we natuurinclusieve landbouw stimuleren en mogelijk maken voor het overgrote deel van de glas(tuinders.

Beoogd resultaat Op dit moment teelt ongeveer 20% van de tuinbouwers in ZuidHolland natuurinclusief. Het streven van de maatregel is dit aandeel te verhogen naar 75%. Om dit te bereiken zet de maatregel in op (1) het ontwikkelen van een monitoringssysteem en biodiversiteitsfootprint, (2) het inzetten van natuurinclusiefadviseurs ondersteunend aan het omschakelingsproces, (3) kennisoverdracht, (4) het bevorderen van samenwerking tussen organisaties (5) het op basis van reductiedoelen op bedrijfsniveau belonen van tuinders aan de hand van de footprint en (6)

85

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

kennisontwikkeling bij natuuraannemers om langs deze wijze biotopen aan te leggen.

Bijdrage aan het doelbereik Door deze omschakeling naar natuurinclusieve tuinbouw zal de sector minder kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen gaan gebruiken. Door een afname van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen leidt deze maatregel tot een verbetering van de waterkwaliteit. Als van de huidige gangbare telers 75% overstapt op de natuur- inclusieve teeltwijze, dan zal de druk op de omgeving door stikstof en chemie vanuit de kassen naar verwachting met circa 60% gaan afnemen, een vermindering van ongeveer 8000 kg toegepaste werkzame stof in de doelregio. Ook wordt de omgeving van de kassen geschikter als habitat voor verschillende inheemse soorten.

Als 100 telers 2000 m2 natuur naast hun kas aanleggen, is dat gezamenlijk over meerdere locaties 20 hectare inheemse natuur binnendijks. Dit staat gelijk aan 0,3 % van de NPLG-doelstelling om 5% GBDA te realiseren buiten prioritaire- en overgangsgebieden.

Status bestuurlijke verankering Op 21 februari is de contouragenda Natuurinclusief door GS vastgesteld. Op basis van de Toekomstverkenning Natuurinclusief is toegewerkt naar een provinciale Contouragenda Natuurinclusief Zuid-Holland. De contouragenda is een tussenstap onderweg naar een volwaardige Agenda Natuurinclusief. Daarnaast geeft Greenport West Holland invulling aan een uitgezet transitiepad om de transitie naar een natuurinclusieve tuinbouw vorm te geven. Vanuit de Greenport West Holland loopt een traject om een Green Deal natuurinclusieve tuinbouw op stellen en wordt er met verschillende consortia ingeschreven op calls naar onderzoek naar natuur inclusieve tuinbouw. In het bestuurlijk overleg van de Greenport West- Holland zal een convenant afgesloten moeten worden om de Green Deal en een uitvoeringsprogramma te accorderen (Q3/Q4 2023). Tevens zal bestuurlijke besluitvorming (GS en PS Q2 2024) plaats moeten vinden omtrent de uitbreiding van de stimuleringsregeling Duurzame bedrijventerreinen richting glastuinbouwgebieden.

Randvoorwaarden Rijk Om de transitie naar een natuurinclusieve (glas)tuinbouw in te kunnen zetten, is het van groot belang dat de afzetwaarde van duurzame producten in de keten beschermd wordt. Enerzijds door in te zetten op een gelijke winstmarge op duurzame en gangbare

86

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

producten. Anderzijds door huidige keurmerken voor tuinbouwproducten beter zichtbaar te maken in de keten. Tevens is een goede afstemming met de uitvoering van de richtlijn duurzaam gebruik gewasbeschermingsmiddelen c.q. de in procedure zijnde verordening duurzaam gebruik van de EU.

Maatregel ondersteuning bedrijfsvoering

Doel van de maatregel Het doel van deze maatregel is om het positieve, organiserende vermogen in de regio’s te waarderen en benutten om de doelen van de NPLG te halen. Om in beweging te komen en de doelen van de NPLG te halen, zijn vertrouwen en draagvlak harde randvoorwaarden. Daarvoor is volwaardige deelname van agrarische ondernemers aan de gebiedsprocessen nodig.

Beoogd resultaat Deze maatregel schept de randvoorwaarden voor een betrouwbare samenwerking tussen de overheid en de agrarische sector. De maatregel doet dit via meerdere sporen. Het creëert een veilige tussenruimte waar ondernemers en overheid met elkaar gedeelde beelden ontwikkelen en op basis daarvan handelen. De maatregel faciliteert daarnaast de vertaling van landelijke en provinciale doelen naar opgaven voor logische deelgebieden. Ook zorgt de maatregel ervoor dat het risico dat voorlopende ondernemers nemen gedeeld wordt met de overheid. Denk aan risico’s bij het deelnemen in innovatieve programma’s, die bijvoorbeeld zijn gericht op het ontwikkelen van andere mestproducten of het

opzetten van nieuwe verdienmodellen. Ten slotte voorziet de maatregel in een vergoeding voor agrariërs die deelnemen aan innovatie- en kennisprocessen.

Bijdrage aan het doelbereik Om deze deelname mogelijk te maken zijn vertrouwen, kennis en middelen nodig. Er is op dit moment een tekort aan alle drie: De agrariërs hebben te weinig vertrouwen in de overheid, er is te weinig gedeelde kennis en de beschikbare middelen landen nog onvoldoende op de plek waar ze verschil maken/bij partijen met voldoende lokaal vertrouwen om dat verschil te kunnen maken. Deze maatregel beschrijft de situatie en de weg naar realisatie van voldoende vertrouwen, kennis en vergroot het doelbereik van de middelen die worden ingezet in de maatregelen Verduurzaming Akkerbouw en Verduurzaming Veehouderij.

4.2.3. Maatregelpakket Verbetering waterkwaliteit Het maatregelpakket verbetering waterkwaliteit bevat maatregelen om in nauwe samenwerking met boeren en tuinders, of met hun (gebieds)collectieven, afspraken te maken over de aanpassing van bedrijfsvoering gericht op de reductie van emissies van vervuilende stoffen uit land- en tuinbouw naar het watersysteem. Onderdeel van deze maatregelen zijn een datagedreven werkwijze met een systeem van KPI’s en monitoring.

Maatregel emissiereductie bollenteelt

Doel van de maatregel De maatregel is gericht op het doorontwikkelen van waterbewust ondernemen in de bollenteelt.

Status bestuurlijke verankering Aan deze maatregel ligt nog geen bestuurlijk voornemen ten grondslag. Deze maatregel sluit aan bij de maatregel Verduurzaming Veehouderij en Verduurzaming Akkerbouw. Binnen deze maatregelen wordt als onderdeel van de gebiedsprocessen gebiedsspecifieke doelen en de opgave per gebied vastgesteld na een proces van joint fact finding. Deelgebieden lopen in verschillende tempo’s, maar krijgen ieder een bestuurlijke regiegroep, waarin de benodigde partijen aan tafel zitten en besluitvorming zal plaatsvinden. Dit proces zal lopen van mei 2023 tot het eerste kwartaal van 2024.

87

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

Beoogd resultaat De maatregel zoals beschreven bestrijkt de periode t/m 2027. De maatregel richt zich op een tweetal actielijnen: ▪ Doorontwikkeling precisielandbouw (maatwerk-aanpassingen bedrijfsproces) door middel van stimulatie van bewustwording en gedragsverandering door advies op maat per bedrijf, het onderzoeken van nieuwe oplossingsrichtingen en het faciliteren van bedrijven om aanpassingen in hun bedrijfsvorming door te voeren. ▪ Uitrol collectieve gebiedsgerichte aanpak (organisatie en instrumenten) door middel van een gebiedsbrede ontwikkeling, introductie, monitoring en evaluatie van een KPI-systematiek gericht op doelsturing.

Een impuls op de uitvoering is noodzakelijk. Uitgangspunt is het nemen van emissiebeperkende maatregelen die passen bij de bedrijven. De scope van de maatregel betreft de gehele bollenstreek; het betrekken van de hele regio en de goede zelforganisatie van de kwekers verhogen de kans op doelbereik. De maatregel zet in op regiocertificering. Regiocertificering doet een beroep op de coöperatieve traditie van de bedrijfstak en deze collectieve aanpak versterkt de kennisontwikkeling en de kans op doelbereik voor het gebied.

Bijdrage aan het doelbereik De maatregel draagt vanaf het begin bij aan het verkleinen van het KRW-doelgat voor nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. De twee actielijnen dragen bij aan bewustwording bij ondernemers over invloed van bedrijfsactiviteit op de omgeving en draagvlak voor het nemen van maatregelen op het erf en op de teeltgronden. Doorwerking op de NPLG-doelen vindt plaats na aanpassing van de bedrijfsvoering en de introductie van fysieke maatregelen in de periode t/m 2027. Voor de bollenteelt ligt er vooral een opgave voor het reduceren van de belasting van het oppervlaktewater door fosfaat en gewasbeschermingsmiddelen. Wat daadwerkelijk effectieve maatregelen zijn om de waterkwaliteit te verbeteren, is maatwerk per bedrijf of per perceel. De juiste set aan maatregelen hangt daarom samen met deze ruimtelijke variatie. Een kwantitatieve inschatting van het effect van de maatregel is (op dit moment) niet te geven. Uitvoering van de maatregelen draagt zeker bij aan het reduceren van emissieroutes. Agrarisch ondernemers rapporteren hun vorderingen via KPI's. Het risico op

88

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

normoverschrijdingen wordt daardoor lager waardoor de maatregel bijdraagt aan het behalen van de KRW-doelstellingen.

Status bestuurlijke verankering Er is duidelijk draagvlak voor deze maatregel. Op initiatief van Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) en in samenwerking met andere partijen (Provincie ZuidHolland, Rijnland, Deltaplan Agrarisch Waterbeheer) zijn afgelopen jaren diverse projecten uitgevoerd om te werken aan schoner water in de bollenstreek. De KAVB en andere sectororganisaties hebben zich verbonden aan een emissieloze teelt 2030 als ambitie. Sinds 2022 startte Rijnland het Landbouwportaal Rijnland van waaruit telers ondersteuning kunnen krijgen van coaches, advies en subsidie voor maatregelen op het gebied van bodem en waterkwaliteit. De maatregel is ambtelijk reeds op hoofdlijnen besproken door KAVB, Keukenhof en de Greenport Duin- en bollenstreek. Ook LTO Noord was hierbij aanwezig. Alle partners zijn positief over regiocertificering als instrument om de doelstellingen onder het PPLG (Zuid- en Noord-Holland) te gaan halen. De Greenport structuur is de juiste plek om de ontwikkeling en uitvoering van het project onder te brengen. De maatregel komt tegemoet aan de oproep aan provincies door het Rijk om in gebiedsprogramma's maatregelen uit te werken voor de restopgave voor de KRW voor zover deze wordt beïnvloed door agrarische bronnen. Door de maatregel op te nemen in het ZH-PLG committeert de provincie zich om inzet te plegen op de restopgave.

Bij een positief bestuurlijk besluit over de maatregel wordt opdracht gegeven aan een dealmaker om de tweede helft van het jaar te

komen tot het sluiten een convenant met gemeenten, Hoogheemraadschap van Rijnland en meerdere sectororganisaties om regiocertificering en de emissieloze teelt per 2030 tot stand te brengen met onder meer financiële steun van de Rijksoverheid.

Randvoorwaarden Rijk Naast middelen uit het transitiefonds vragen wij het Rijk (snel) helderheid te geven over wat te verwachten uit generieke landelijke beleids- en uitvoeringsprogramma's (o.a. Landbouwakkoord in relatie tot actieprogramma Nitraatrichtlijn en Uitvoeringsagenda Toekomstvisie Gewasbescherming 2030, actieprogramma KRWimpuls). De restopgave voor de KRW voor zover beïnvloed door agrarische bronnen is hier in belangrijke mate van afhankelijk. Zonder de opgave exact te kennen, is het doelbereik van de maatregel alleen globaal en kwalitatief te duiden. Wij verwachten dat het Rijk, in afwachting van deze helderheid, de provincie via de mogelijkheden die het transitiefonds biedt, steunt bij het doorzetten van de geschetste koers en concrete stappen die wij de tweede helft 2023 hierin willen nemen. Daarnaast zien wij voor het Rijk een belangrijke taak te werken aan een overbruggingsregeling ter dekking van bedrijfsrisico’s die zich voordoen bij de landbouwtransitie. De omschakeling naar goed scoren op KPI’s vergt aanpassing van de bedrijfsvoering. Dat kost tijd, geld en levert risico’s en onzekerheden op. Die overgang duurt al snel tussen de 3 en 5 jaar. Een omschakelfonds dat niet uit leningen bestaat, maar uit een combinatie van inkomensaanvulling en risicoafdekking, zou de overgang voor sommige bedrijven makkelijker maken.

Zeker als een dergelijk fonds publieke en private middelen kan stapelen.” Nader onderzoek naar coherentie,

89

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

legitimiteit, effectiviteit en vormgeving is nodig. Tot slot is beleidsmatige verankering van KPI-systematiek (met ruimte voor regio-specifieke uitwerking) gewenst om de sector een duidelijk en toetsbaar doel (prestatieniveau) mee te geven.

Maatregel emissiereductie boomteelt

Doel van de maatregel Voorlopers in de boomkwekerij hebben afgelopen jaren geïnvesteerd in diverse fysieke maatregelen om emissie van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen te beperken. Deze maatregel is gericht op manieren om dit breder te stimuleren om zo bij te dragen aan het behalen van KRW-doelstellingen.

Beoogd resultaat De maatregel zoals beschreven bestrijkt de periode t/m 2027. De maatregel richt zich op een drietal actielijnen: ▪ Coaching: communicatie richting telers door middel van nieuwe watercoaches en het uitbreiden van bestaande coachingsmogelijkheden ▪ Bewustwording: investeren in informatiebasis en -uitwisseling door middel van het opzetten en ondersteunen van participatieve monitoring ▪ Verduurzaming: transitie naar duurzame(re) teelt door het faciliteren van innovatiekringen met ondernemers, een waterschap en kennispartijen

Het gaat hier niet om een directe fysieke maatregelen. De drie actielijnen dragen bij aan bewustwording en draagvlak voor opschaling (van maatregel op perceel en/ of transitie naar biologische teelt). Beoogd wordt het transitieproces naar biologisch teelt te versnellen door een groep van koplopers (pioniers) te creëren.

Bijdrage aan het doelbereik De maatregel draagt indirect bij aan het verkleinen van het KRWdoelgat voor nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. Voor boomteelt ligt er vooral een opgave voor fosfor en gewasbeschermingsmiddelen. Ook hier geldt dat fosfaat vooral afkomstig is van nalevering uit de bodem. Wat daadwerkelijk effectieve maatregelen zijn om de waterkwaliteit te verbeteren is maatwerk per bedrijf of per perceel. Binnen deelgebieden en zelfs binnen bedrijven is er een grote variatie in bodemkwaliteit als ook het risico op P-verliezen naar het watersysteem. De juiste set aan maatregelen hangt daarom samen met deze ruimtelijke variatie. Een kwantitatieve inschatting van het effect van de maatregel is daarom lastig te geven. Uitvoering van de maatregelen draagt zeker bij aan het reduceren van fosfaatverliezen en lager gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het risico op normoverschrijdingen wordt daardoor lager waardoor de maatregel bijdraagt aan het behalen van de KRW-doelstellingen.

Status bestuurlijke verankering In het kader van het ZH-PLG zijn gebiedsgesprekken gevoerd met de regio Boskoop. Hierin is input opgehaald. Stichting Belangenbehartiging Greenport Boskoop (SBGB) en

90

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) werken nog aan concretisering van het de aanpak. De maatregel komt tegemoet aan de oproep aan provincies door het Rijk om in gebiedsprogramma's maatregelen uit te werken voor de restopgave voor de KRW voor zover deze wordt beïnvloed door agrarische bronnen. Door de maatregel op te nemen in het ZH-PLG committeert de provincie zich om inzet te plegen op de restopgave. Bij een positief bestuurlijk besluit over de maatregel wordt de tweede helft van het jaar gebruikt voor de concretisering en voorbereiding op de uitvoering van de actielijnen. Het maken en vastleggen van afspraken (intentieovereenkomst) van de provincie met SBGB en HHR over inzet en verantwoordelijkheden maakt hier onderdeel vanuit.

Randvoorwaarden Rijk Naast middelen uit het transitiefonds vragen wij het Rijk (snel) helderheid te geven over wat te verwachten uit generieke landelijke beleids- en uitvoeringsprogramma's (o.a. Landbouwakkoord in relatie tot actieprogramma Nitraatrichtlijn en Uitvoeringsagenda Toekomstvisie Gewasbescherming 2030, actieprogramma KRWimpuls). De restopgave voor de KRW voor zover beïnvloed door agrarische bronnen is hier in belangrijke mate van afhankelijk. Zonder de opgave exact te kennen, is het doelbereik van de maatregel alleen globaal en kwalitatief te duiden. Wij verwachten dat het Rijk, in afwachting van deze helderheid, de provincie via de mogelijkheden die het transitiefonds biedt, steunt bij het doorzetten van de geschetste koers en concrete stappen die wij de tweede helft 2023 hierin willen nemen. Daarnaast zien wij voor het Rijk een belangrijke taak te werken aan een overbruggingsregeling ter dekking van bedrijfsrisico’s die zich voordoen bij de landbouwtransitie. De omschakeling naar goed scoren op KPI’s vergt aanpassing van de bedrijfsvoering. Dat kost tijd, geld en levert risico’s en onzekerheden op. Die overgang duurt al snel tussen de 3 en 5 jaar. Een omschakelfonds dat niet uit leningen bestaat, maar uit een combinatie van inkomensaanvulling en risicoafdekking, zou de overgang voor sommige bedrijven makkelijker maken.

Zeker als een dergelijk fonds publieke en private middelen kan stapelen.” Nader onderzoek naar coherentie, legitimiteit, effectiviteit en vormgeving is nodig. Tot slot is beleidsmatige verankering van KPIsystematiek (met ruimte voor regio-specifieke uitwerking) gewenst om de sector een duidelijk en toetsbaar doel (prestatieniveau) mee te geven.

91

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

Maatregel emissiereductie glastuinbouw

Doel van de maatregel We geven invulling aan het bestuurlijk afsprakenkader Emissieloze Kas, met als doel (nagenoeg) nulemissie vanuit de glastuinbouw naar het oppervlaktewater, de bodem en het ondiepe grondwater in 2027 conform de visie van het Platform Duurzame Glastuinbouw.

Beoogd resultaat De maatregel zoals beschreven bestrijkt de periode t/m 2027. De maatregel richt zich op een drietal sporen: ▪ Kennisontwikkeling en verspreiding door middel van watercoaches ▪ Communicatie richting telers (waterbewustzijn) ▪ Intensivering en verbetering handhaving’.

Het gaat hier niet om een directe fysieke maatregelen, maar een verbetering van de interne milieuzorg bij de bedrijven ("good housekeeping”). Daarnaast kan het zijn dat het noodzakelijk is dat tuinders investeringen treffen in lekdetectiesystemen en verbeteringen in ontwerp en bouw (water installatiesysteem). De drie sporen dragen bij aan een betere naleving door de tuinders welke de noodzakelijke maatregelen in de kas moeten nemen om tot een nagenoeg nulemissie te komen. Eind 2023 ligt er vanuit de samenwerkende partijen een concrete uitwerking van deze 3 sporen inclusief de totale financieringsopgave.

Bijdrage aan het doelbereik Om de KRW-doelen voor de in de beheergebieden liggende KRWwaterlichamen te realiseren is nagenoeg een nulemissie noodzakelijk. De maatregel draagt bij aan het verkleinen van het KRW-doelgat voor nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. Goede handhaving, kennisontwikkeling en communicatie zijn essentieel om de middels wetgeving af te dwingen fysieke maatregelen effectief te laten zijn. In de beleidsbrief Water en Bodem Sturend is intensivering van de handhaving in de glastuinbouw opgenomen als maatregel. Een kwantitatieve inschatting van het effect van de maatregel is lastig te geven. Bewuste en onbewuste lozingen leiden samen met meer structurele lekstromen tot een te hoge belasting van het oppervlaktewater met normoverschrijding als gevolg. Zolang er sprake is van normoverschrijdingen voldoet het KRW-waterlichaam niet aan de doelstelling. Deze maatregel draagt bij aan het tegengaan van bewuste en onbewuste lozingen en verkleint zo het KRW-doelgat.

92

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

Status bestuurlijke verankering De (proces)maatregel emissieloze kas is opgenomen in het regionaal waterprogramma en in de waterbeheerplannen van het Hoogheemraadschap van Delfland als Schieland en de Krimpenerwaard. Betrokken partijen, te weten de twee waterschappen, de inliggende glasgemeenten, Glastuinbouw Nederland en de provincie hebben in 2022 het bestaande bestuurlijk afsprakenkader emissieloze kas verlengd tot 2027. In het kader van het ZH-PLG zijn gebiedsgesprekken gevoerd met de glastuinbouwgebieden. In het kader van het reguliere overleg Emissieloze Kas is het NPLG-traject gecommuniceerd en input opgehaald.

Randvoorwaarden Rijk Voor het bereiken van (nagenoeg) emissieloze kas is een verdere stapsgewijze reductie van emissie- en gebruiksnormen in het Activiteitenbesluit Milieubeheer / Besluit Activiteiten Leefomgeving noodzakelijk. Deze is als mogelijke beleidsmaatregel aangekondigd in de brief van de minister van IenW van 5 juni over het KRWimpulsprogramma. Voor een reductie in het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen is een nadere concretisering van de maatregelen/doelen uit de Toekomstvisie/uitvoeringsprogramma gewasbescherming als Nederlandse invulling van de EU-richtlijn duurzaam gebruik pesticiden van belang.

Maatregel aanpak waterkwaliteit landbouw

Doel van de maatregel De maatregel creëert de randvoorwaarden voor de versnelling en opschaling van de vermindering van landbouwemissies (nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen) naar het oppervlaktewater in agrarische gebieden waar de waterkwaliteit achterblijft.

Beoogd resultaat De maatregel richt zich op de noodzakelijke stappen (bewustwording, het formuleren van heldere en werkbare doelen en financiering van stapsgewijze aanpassing bedrijfsvoering) om te komen tot doelbereik voor de Kaderrichtlijn Water (KRW). De maatregel sluit aan bij de landbouwmaatregelen Verduurzaming Akkerbouw en Verduurzaming Veehouderij en om die reden wordt de voorbereiding en implementatie samen met deze maatregelen opgepakt. Omdat er bij deze maatregel andere partijen betrokken zijn dan bij Verduurzaming Akkerbouw en Verduurzaming Veehouderij wordt deze maatregel wel los opgesteld. Voor de waterkwaliteit in gebieden (greenports) met een hoofdzakelijk tuinbouwgebruik binnen de provincie Zuid-Holland (glastuinbouw, bollenteelt en boomteelt) zijn aparte maatregelen geformuleerd.

93

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

De maatregel zoals beschreven bestrijkt de periode t/m 2027 en initieert de volgende initiatieven: ▪ Initiatie van ‘gebiedsdeals’ via inzet van ‘gebiedsliasons’; ▪ Bewustwording bij ondernemers van de water- en (en bodem)opgave door: o Coaching en kennisdeling o Monitoring van de lokale waterkwaliteit ▪ Perspectief op beloning door uitwerken en introduceren van KPI-systematiek; ▪ Begeleiding bij het opstellen van emissiereductieplannen; ▪ (co-)financiering van fysieke, effectief bewezen maatregelen in bedrijfsvoering en beheer. Per gebied wordt bekeken welke bedrijfsaanpassingen in de specifieke lokale context het beste werken. Er wordt gestreefd naar een deelname van ca. 300 tot 500 bedrijven per jaar. De maatregel begint met een aanloopfase, waarin de uitvoeringsorganisatie wordt opgebouwd, de voorbereidingen voor een digitaal informatie- en monitoringsportaal worden getroffen en waarin wordt gestart in 2 á 3 startgebieden. In 2024 en 2025 wordt opgeschaald.

Bijdrage aan het doelbereik De maatregel als geheel draagt direct bij aan het behalen van de doelstellingen van het ZH-PLG in relatie tot landbouwlandbouwemissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen.

De aanpak is gebiedsgericht en risicogestuurd: ▪ Een gebiedsgerichte aanpak is nodig om dat met name specifieke, voor de omstandigheden passende, maatregelen de benodigde verbetering opleveren. Dit vraagt om een bottom-up aanpak met het gebied; ▪ Het risicogestuurde element zit erin dat focus van de inzet gaat naar gebieden waar de afstand tot het doel het grootst is en door ervoor te zorgen dat overeengekomen maatregelen op draagvlak kunnen rekenen. De aanpak berust op samenwerking maar is niet vrijblijvend. Middels monitoring wordt de voortgang (waterkwaliteitseffecten) in gebieden bewaakt. Het totaal aan activiteiten bepaalt de effectiviteit, waarbij de intensiteit en focus van de inzet van de activiteiten per gebied kan verschillen. Het faciliteren van de implementatie van fysieke (bovenwettelijke) maatregelen met bewezen effectiviteit vergroot de kans op doelbereik. De inschatting is dat 50% tot 80% van de ondernemers deelneemt aan de activiteiten binnen deze maatregel.

Status bestuurlijke verankering De maatregel sluit aan op al lopende gebiedsprocessen en de uitvoeringsafspraken die vooruitkomen uit de aanpak van Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW). De invulling van de maatregel is bottom-up tot stand gekomen op basis van gesprekken over wat nodig is in de gebieden met de inliggende waterschappen, LTO Noord en het DAW-supportteam Zuid-Holland. In deze gesprekken is verkend waar in de gebieden er progressie en knelpunten in de voortgang op de wateropgave zit en waar behoefte is voor

94

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

aanvullende inzet. Scope en activiteiten zijn hier rechtstreeks van afgeleid. De maatregel komt tegemoet aan de oproep aan provincies door het Rijk om in gebiedsprogramma's maatregelen uit te werken voor de restopgave voor de KRW voor zover deze wordt beïnvloed door agrarische bronnen. Door de maatregel op te nemen in het ZHPLG committeert de provincie zich om inzet te plegen op de restopgave. Bij een positief bestuurlijk besluit over de maatregel wordt de tweede helft van het jaar gebruikt voor het installeren van de uitvoeringsorganisatie. Het maken en vastleggen van afspraken (intentieovereenkomst) van de provincie met individuele waterschappen, sector (LTO en collectieven) en DAW-supportteam over inzet en verantwoordelijkheden maakt hier onderdeel vanuit.

Randvoorwaarden Rijk Naast middelen uit het transitiefonds vragen wij het Rijk (snel) helderheid te geven over wat te verwachten uit generieke landelijke beleids- en uitvoeringsprogramma's (o.a. Landbouwakkoord in relatie tot actieprogramma Nitraatrichtlijn en Uitvoeringsagenda Toekomstvisie Gewasbescherming 2030, actieprogramma KRWimpuls). De restopgave voor de KRW voor zover beïnvloed door agrarische bronnen is hier in belangrijke mate van afhankelijk. Zonder de opgave exact te kennen, is het doelbereik van de maatregel alleen globaal en kwalitatief te duiden. Wij verwachten dat het Rijk, in afwachting van deze helderheid, de provincie via de mogelijkheden die het transitiefonds biedt, steunt bij het doorzetten van de geschetste koers en concrete stappen die wij de tweede helft 2023 hierin willen nemen. Daarnaast zien wij voor het Rijk een belangrijke taak te werken aan een overbruggingsregeling ter dekking van bedrijfsrisico’s die zich

voordoen bij de landbouwtransitie. De omschakeling naar goed scoren op KPI’s vergt aanpassing van de bedrijfsvoering. Dat kost tijd, geld en levert risico’s en onzekerheden op. Die overgang duurt al snel tussen de 3 en 5 jaar. Een omschakelfonds dat niet uit leningen bestaat, maar uit een combinatie van inkomensaanvulling en risicoafdekking, zou de overgang voor sommige bedrijven makkelijker maken. Zeker als een dergelijk fonds publieke en private middelen kan stapelen. Nader onderzoek naar coherentie, legitimiteit, effectiviteit en vormgeving is nodig. Tot slot is beleidsmatige verankering van KPI-systematiek (met ruimte voor regio-specifieke uitwerking) gewenst om de sector een duidelijk en toetsbaar doel (prestatieniveau) mee te geven.

4.2.4. Maatregelpakket Toekomstbestendig water- en bodemsysteem Het maatregelpakket toekomstbestendig watersysteem bevat maatregelen gericht op het aanvoeren en vasthouden van voldoende water (grondwater, oppervlaktewater en regenwater) in het gehele watersysteem. Het zijn randvoorwaardelijke aanpassingen voor in het systeem en aanpassingen in gebieden voor vernatting van natuurgebieden en peilopzet in veenweidegebieden die de emissie van CO2verminderen. Het zijn maatregelen die verband houden met het realiseren van een toekomstbestendige bedrijfsvoering van de agrarische bedrijven en met de gewenste herinrichting van natuur en landschap en stedelijke ontwikkeling.

Maatregel Reductie CO2-emissie uit veenweiden

Doel van de maatregel De reductie van CO2emissie uit veen door het grondwaterpeil in veenweiden op te hogen of hoog te houden door het aanleggen van een waterinfiltratiesysteem (WIS) per peilvak. dat het grondwaterpeil in veenweiden ophoogt of hoog houdt.

Beoogd resultaat Tot 2025 de uitrol van maximaal 4000 ha WIS. Naast het aanleggen van WIS bevat het maatregelenpakket ook maatregelen die zijn gericht op het opvangen van de impact die het aanleggen van WIS heeft op enerzijds het watersysteem en anderzijds op het verdienvermogen van grondgebruik of bedrijfssystemen. Andere maatregelen, zoals greppelinfiltratie en klei in veen, zijn nog in

95

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

onderzoek. Zodra deze voldoende betrouwbaar kunnen worden aangelegd, willen we deze toevoegen aan het maatregelenpakket. Op de lange termijn (2030) mogelijk de uitrol van WIS in alle veenweiden in Zuid-Holland.

Bijdrage aan het doelbereik Op grond van een indicatieve verdeling tussen de veenweideprovincies heeft Zuid-Holland een aandeel van 21% van de nationale reductieopgave van 1 Mton broeikasgassen uit veen in 2030. Dat komt neer op ca. 60% reductie ten opzichte van het referentiejaar 2017. In onze projectfinanciering in Zuid-Holland zetten we in op 25% reductie per project. De maatregel vermindert tot 2025 de CO2-emissie uit veen met 0,01 tot 0,02Mton. Als in alle in alle veenweiden in Zuid-Holland WIS zou worden aangelegd, in de “actieve hoog gestuurde” vorm óf in combinatie met slootpeilopzet naar gemiddelde drooglegging van 30 tot 20 cm, reduceert de maatregel in 2030 de uitstoot van CO2 uit veen met 0,21 Mton. . Omdat op een veenweide met een hogere waterstand minder vee kan worden gehouden, draagt deze maatregel ook bij aan de reductie van de uitstoot van stikstof en methaan. Voor 2050 streven we, conform Klimaatakkoord, naar gemiddeld nul emissie. Als de CO2emissievermindering naar uiteindelijk nul emissie in 2050 ergens niet lukt, is vastlegging van CO2het alternatief. De verwachting is dat er uit veenweiden een restemissie blijft. Over een acceptabele omvang van zo’n restemissie en de wijze van compensatie zijn nog geen afspraken gemaakt.

96

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

Status bestuurlijke verankering In 2020 heeft LNV de provincie Impulsgelden Veenweiden toegekend. In 2021 heeft GS de startnotitie Veenweidestrategie Zuid-Holland 1.0 vastgesteld. In mei 2022 heeft GS de Strategie Vitale Veenweiden Zuid-Holland vastgesteld met medeneming van de opmerkingen van de partners uit de Regiegroep Vitale Veenweiden. In de Strategie wordt verwezen naar de eerste gebiedsplannen waar ook de aanleg van WIS is opgenomen. Deze ligt ter reactie bij de betrokken partners. Op verschillende locaties in de provincie wordt al gewerkt aan de uitrol van WIS. Omdat de toepassing en optimaal laten functioneren van WIS extra water vraagt, de waterkwaliteit (tijdelijk) negatief kan beïnvloeden en het risico op wateroverlast doet toenemen, heeft de maatregel grote invloed op het watersysteem. Daarom is op bovenregionaal niveau afstemming nodig over de verdeling van water voor verschillende opgaven. Ook moeten compensatiemiddelen of verdienmodellen voor agrariërs, op veenweiden waar het waterpeil verhoogd wordt, worden vastgesteld.

Randvoorwaarden Rijk Er is duidelijkheid of juridische borging nodig van de effectiviteit van de maatregelen. Ook moet er een keuze worden gemaakt over hoe er moeten worden omgegaan met de impact die deze maatregel heeft op het watersysteem en bedrijfsinkomens. Daarnaast is een voortzetting nodig van de financiering voor veenweide-onderzoek.

Maatregel Toekomstbestendig watersysteem

Doel van de maatregel De maatregel heeft als doel het regionaal watersysteem robuuster te maken en daarmee de weerbaarheid tegen tekorten aan zoet water te vergroten en wateroverlast te voorkomen.

Beoogd resultaat Een robuust en toekomstbestendig regionaal watersysteem, dat beter bestand is tegen verwachte extreme weersomstandigheden, zoals droogte en hevige regenval. Deelprojecten dragen bij aan waterbeschikbaarheid, aan omgaan met watertekort, aan het voorkomen van wateroverlast en aan het beperken van schade door extreem weer. Voorbeelden van deelmaatregelen zijn verbreding van watergangen, vergroten van de capaciteit van gemalen, pilots voor het ontzilten van brak grondwater, het inrichten van flexibel peilbeheer en het verbeteren van de bodemstructuur op landbouwpercelen.

Bijdrage aan het doelbereik Voor water en klimaat is de doelstelling voor 2050 dat het beleid, de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving in Nederland is aangepast aan het veranderende klimaat. Dit maatregelenpakket draagt daaraan via verschillende sporen.

97

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

Door het optimaliseren van aanvoermogelijkheden, een transitie naar andere waterbronnen en het vergroten van de eigen robuustheid wordt de waterbeschikbaarheid verhoogd en het gebruik van zoet water verlaagd. Door maatregelen als flexibel peilbeheer en de verbreding van watergangen kan het beschermingsniveau voor wateroverlast verhoogd worden.

Status bestuurlijke verankering Alle waterschappen werken aan het vergroten van de robuustheid en toekomstbestendigheid van hun watersysteem. In het ZH-PLG wordt expliciet gezocht naar samenhang met andere doelen uit het NPLG. De exacte uitwerking en planning van maatregelen volgt uit de gebiedsprocessen en beheerprogramma’s van de waterschappen. De waterschapsbesturen besluiten over inzet van eigen middelen. Ondernemers besluiten zelf over bodemverbeterende maatregelen. Een pakket van maatregelen om beter gesteld te staan tegen periodes van droogte is al vastgelegd in het Deltaplan Zoetwater en (ook door Provincie Zuid-Holland) bekrachtigd in de Bestuursovereenkomst Zoetwaterregio West-Nederland 2022-2027. Andere maatregelen, zoals de maatregel reductie CO2-emissie uit veenweiden hebben grote invloed op het watersysteem. Daarom is op bovenregionaal niveau afstemming nodig over de verdeling van water voor verschillende opgaven.

4.2.5. Low-regret pakket 2023-2025 Vooruitlopend op de aanvraag bij het transitiefonds zien we kansen om al aan de slag te gaan met low-regret projecten. Deze projecten dragen bij aan de doelen en zijn aangedragen vanuit de gebiedsprocessen. Er vindt nog een beoordeling plaats op kosteneffectiviteit, mate waarin een project bijdraagt doelbereik en uitvoerbaarheid. Tabel 3 bevat een overzicht van projectvoorstellen. Wij gaan graag met het Rijk het gesprek aan over deze projectvoorstellen en de mogelijke financiering hiervan uit het transitiefonds vooruitlopend op de integrale beoordeling van het ZH-PLG door onder andere PBL en Ecologische Autoriteit.

98

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

Tabel 2 Overzicht projectvoorstellen gebieden

99

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

4.2.6. Maatregelen voor stikstofemissie door de industrie Om de stikstofuitstoot uit industriële bronnen terug te dringen worden er verschillende maatregelen getroffen. Zo verplicht de Europese Richtlijn Industriële Emissies die bedrijven om de Best Beschikbare Technieken (BBT) toe te passen, waarbij vergunningen voortdurend worden aangescherpt waardoor reductie van emissies wordt bereikt1. De klimaatregelingen voor CO2-reductie zorgen eveneens voor NOx reductie in de industrie. Maatregelen als de CO2heffing het Europese emissiehandelssysteem (ETS) helpen hierbij, evenals subsidieregelingen zoals de SDE++ en de VEKI-regeling om de verduurzaming van de industrie te bevorderen. Specifiek voor stikstofreductie en CO2 in de industrie is er een piekbelastersaanpak, ook bekend als de maatwerkaanpak, in het leven geroepen. Hierbij werken de ministers van EZK en IenW samen met bevoegde gezagen, waaronder de provincie. Deze aanpak is gericht op landelijk ongeveer 35 industriële bedrijven waarbij de mogelijkheden tot aanscherping van huidige vergunningen worden verkend. Het Kabinet is al in gesprek met verschillende bedrijven: vorig jaar zijn hieruit de eerste Expressions of Principles getekend. In Zuid-Holland heeft Shell dit jaar al een Expression of Principles getekend. Ook de bovenwettelijke reductie van ammoniakemissie is onderdeel van de aanpak.

NOx-reductie is integraal onderdeel van de maatwerkaanpak voor de industrie.

100

Toetsbaar voorontwerp Zuid-Hollands programma landelijk gebied

4.3. Spelregels Rijk Na een positieve beoordeling van het ZH-PLG kunnen wij middelen uit het Transitiefonds aanvragen voor de uitvoering van maatregelpakketten. Voor deze aanvragen heeft het Rijk spelregels opgesteld. De komende maanden werken we de maatregelpakketten, en bijhorende projectinitiatieven, nader uit conform de Handreiking voor de gebiedsprogramma’s NPLG.

Ruimte voor nieuwe inzichten en aanpassingen Deze maatregelpakketten vormen de basis van ons plan. Indien we in de verloop van tijd nieuwe inzichten krijgen, is het mogelijk dat we deze maatregelen omwisselen voor maatregelen die bijvoorbeeld meer draagvlak hebben in het gebied. Dat doen we in overleg met het Rijk middels een ‘omwisselbesluit’. De bedoeling is dat de nieuwe maatregel vergelijkbaar of meer doelbereik heeft en past binnen de financiële ruimte van het totale gebiedsprogramma. Eventuele omwisselbesluiten verwerken we in nieuwe versies van het ZH-PLG.

4.4. Plan van aanpak sociaal economische impactanalyse De maatregelen gericht op het bereiken van de wettelijke doelen worden onderbouwd met een – in NPLG-termen – Sociaal Economische Impact Analyse (SEIA) om de mogelijke (positieve én negatieve) gevolgen voor brede welvaart van de maatregelen in kaart te brengen, maatregelen goed te kunnen onderbouwen en om eventuele voorstellen voor mitigerende maatregelen (in het geval

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=969c5357-f28e-49ad-ad33-542d59621fb5