1.132 RIB Regionale Woonzorgvisie
Tekst van het document
Kijkend naar 2041 in vergelijking met 2024, dan zet de stijging verder door. Dit effect is sterker in de gemeenten Waddinxveen (+28%) en Zuidplas (+17%) dan het regionale gemiddelde (+11%).
15
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
Tabel 12: Ontwikkeling personen die gebruik maken van jeugdhulp, in 2024-2041 Naam
Niveau
2024
2031
2024-2031
2041
2024-2041
Aantal
Aantal
Ontw.
Aantal
Ontw.
%
Regio
Midden-Holland
7.430
7.630
+200
8.220
+790
+11%
Gemeente
BodegravenReeuwijk
1.015
1.025
+10
1.070
+55
+5%
Gouda
2.385
2.435
+50
2.595
+210
+9%
Krimpenerwaard
1.520
1.485
-35
1.510
-10
-1%
Waddinxveen
1.010
1.105
+95
1.290
+280
+28%
Zuidplas
1.500
1.585
+85
1.760
+260
+17%
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages
Grootste deel van de jeugdhulp wordt aangeboden zonder verblijf Uit het onderscheid naar jeugdhulp met en zonder verblijf blijkt dat jeugdhulp zonder verblijf met 90% de grootste groep is in 2024. Absoluut gezien neemt jeugdhulp zonder verblijf ook het sterkst toe tot en met 2040. Het gaat om zo’n 720 extra jeugdigen die hier naar verwachting gebruik van gaan maken. De totale vraag naar jeugdhulp is in tabel 13 hoger dan in tabel 12 hiervoor. Dit komt omdat iemand zowel ergens kan verblijven (met verblijf) en tegelijkertijd een voorziening kan ontvangen die onder ‘zorg thuis’ valt.
Tabel 13: Ontwikkeling jeugdhulp naar vorm in regio Midden-Holland, 2024-2041 Vorm van jeugdhulp Zonder verblijf Met verblijf Totaal
2024
2031
2024-2031
Aantal
Aantal
6.710
6.890
+180
+3%
7.430
+720
+11%
720
735
+20
+3%
790
+70
+10%
7.430
7.630
+200
+3%
8.220
+790
+11%
Ontw.
2041
%
Aantal
2024-2041 Ontw.
%
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages
16
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
3. Wonen en zorg voor ouderen (65-plus) 3.1 Forse toename 65-plussers zorgt voor vergrijzing Aankomende jaren gaat de regio Midden-Holland groeien. Tot 2041 komen er circa 19.830 huishoudens bij. Het gaat hier vooral om meer huishoudens van 65 jaar en ouder. Tabel 14 toont dat de gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas het meest vergrijzen. Deze vergrijzing is dubbel: de oudste ouderen worden ook steeds ouder. Tot 2041 is er met name sprake van toename aantal 75+-huishoudens. Dit speelt in alle onderzochte gemeenten.
Tabel 14: Huishoudensontwikkeling per leeftijdsklasse Midden-Holland, 2024-2041 2024
2031
Aantal
Aantal
Tot 35 jaar
18.325
18.760
+435
+2%
18.580
+255
+1%
35 tot 55 jaar
36.105
38.860
+2.755
+8%
44.300
+8.195
+23%
55 tot 65 jaar
20.500
19.785
-715
-3%
18.500
-2.000
-10%
65 tot 75 jaar
17.030
19.570
+2.540
+15%
19.735
+2.705
+16%
75 tot 85 jaar
12.600
15.535
+2.935
+23%
18.560
+5.960
+47%
85 jaar en ouder
4.125
5.190
+1.065
+26%
8.840
+4.715
+114%
108.685
117.700
+9.015
+8%
128.515
+19.830
+18%
Leeftijd
Totaal
2024-2031 Ontw.
2041
%
2024-2041
Aantal
Ontw.
%
Bron: Primos2024. Bewerking Stec Groep (2024)
Tabel 15: Groei aantal 65-plussers, 2024-2041 Niveau
Naam
2024
2031
20242031
2041
2024-2041
Aantal
Aantal
Ontw.
Aantal
Ontw.
%
Regio
Midden-Holland
33.755
40.290
+6.540
47.140
+13.385
+40%
Gemeente
BodegravenReeuwijk
5.070
6.015
+945
6.970
+1.900
+37%
Gouda
10.390
12.705
+2.315
14.960
+4.570
+44%
Krimpenerwaard
8.280
9.460
+1.180
10.880
+2.600
+31%
Waddinxveen
4.125
4.945
+820
5.890
+1.765
+43%
Zuidplas
5.890
7.170
+1.280
8.440
+2.550
+43%
Bron: Primos2024. Bewerking Stec Groep (2024)
17
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
3.2 Verschuivingen binnen de oudere doelgroep zichtbaar Vooral stijging in aantal huishoudens ouder dan 75 jaar Binnen de doelgroep 65+ treden verschuivingen op. Er is sprake van ‘dubbele vergrijzing’ zoals eerder genoemd. Er zijn in 2041 naar verwachting niet enkel meer huishoudens ouder dan 65 jaar, ook binnen deze doelgroep worden de huishoudens ouder. Zo blijft het aantal huishoudens tussen de 65 en 75 jaar redelijk stabiel. Dit terwijl we juist een sterke stijging verwachten van het aantal huishoudens ouder dan 75 jaar (en later ook 85 jaar, zie paarse pijl). Dit heeft ook gevolgen voor de woon- en zorgopgave. Met name ouderen boven de 75 jaar doen namelijk een beroep op (intensieve) zorg. Hier dienen ook de woningen en woonomgeving op ingericht te worden.
Figuur 6: Ontwikkeling particuliere 65-plushuishoudens 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000
2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041
0
65 tot 75 jaar
75 tot 85 jaar
85 jaar en ouder
Bron: Primos2024. Bewerking Stec Groep (2024)
Prognoses geven richting, maar zijn geen blauwdruk Aangezien prognoses op de lange termijn omgeven zijn met een grote mate van onzekerheid, richten we ons in dit onderzoek op de perioden tot en met 2030 en tot en met 2040. Verdere doorkijk brengt meer onzekerheid met zich mee. Ook voor de doorkijk tot 2030 en 2040 geldt dat prognoses richting geven, maar geen blauwdruk zijn. Regelmatige monitoring is daarom nodig.
3.3 Woonzorgopgave voor 65-plussers De groei van het aantal 65-plussers in de regio Midden-Holland valt samen met de daaraan gekoppelde woonzorgopgave. In samenhang met de landelijke opgave voor ouderenhuisvesting geformuleerd door het Rijk staat hieronder de opgave voor de regio Midden-Holland naar regulier nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen (verpleegzorgplekken). In de regio Midden-Holland is de bruto opgave voor 65-plussers in totaal 10.875 nultreden-, geclusterde en zorggeschikte woningen. Hiervan zijn 6.085 regulier nultredenwoningen, 3.845 geclusterde woningen en 945 verpleegzorgplekken. Voor de regio is het inlopen van de opgave
18
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
voor ouderenhuisvesting hard nodig voor alle drie de woningtypen. Er is namelijk onvoldoende planaanbod om in deze drie categorieën te voorzien tot 2041. Vooral meer geclusterde woningen zijn nodig.
Figuur 7: Woonzorgopgave in de regio Midden-Holland, 2024-2041
Opgave - Regulier nultreden
3.070
880 170
950
1.015
-
95 Opgave - Geclusterd
2.450
Opgave - Verpleegzorgplek -
Middenhuur
415 360-
945
Sociale huur
520
1.000 Dure huur
2.000
3.000
4.000
Betaalbare koop (tot € 390.000)
5.000
Figuur 8: Confrontatie opgave 2024-2041 met plannen, regio Midden-Holland
6.085
Planaanbod nultreden
3.655
Opgave - geclusterd
3.845
Planaanbod geclusterd
460
Opgave - verpleegzorg Planaanbod verpleegzorg
945 405 0
Opgave
2.000
Planaanbod
Bron: Stec Groep (2024) en gemeentelijke planlijsten in regio Midden-Holland
4.000
7.000
Dure koop (vanaf € 390.000)
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2022), LMW (2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024)
Opgave - regulier nultreden
6.000
6.000
19
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
4. Aandachtsgroepen 4.1 Meer aandacht voor aandachtsgroepen De Rijksprogramma’s ‘Langer Thuis’ en ‘Een thuis voor iedereen’ richten zich op de groeiende groep ouderen en aandachtsgroepen. Het geeft op nationaal schaalniveau richting voor de manier waarop wonen voor deze doelgroepen (al dan niet met een zorg- en ondersteuningsvraag) georganiseerd moet worden. De groeiende groep ouderen (zie hoofdstuk 3) is vooral een lokaal vraagstuk, waarbij voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen een meer regionaal vraagstuk is. Een evenwichtige toedeling over gemeenten van aandachtsgroepen met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding is het doel van het programma ‘Een thuis voor iedereen’. In het kader van deze programma’s en de fair share afspraken staat hieronder de omvang en uitstroom van de verschillende aandachtsgroepen die het Rijk onderscheidt.
Tabel 16: Overzichtstabel omvang en uitstroom van aandachtsgroepen met voornamelijk een zorgvraag Standcijfer
Uitstroom
1. Wlz-cliënten (u*)
2.075 (personen in 2022)
15 (personen in 2022)
2. Beschermd wonen (u) Beschut wonen
104 (plekken in 2023)
44 (personen in 2023)**
49 (plekken in 2023)
26 (personen in 2023)**
3. Jeugdhulp met verblijf (u)
645 (personen in 2022)
85 (in 2021)
4. Forensische zorg (u)
2 (plekken in 2024)
Onbekend
- Vrouwenopvang
16 (plekken in 2023)
39 (personen in 2023)
- Dak- en thuislozen
52 (plekken in 2023)
43 (personen in 2023)***
6. Mantelzorgers (u)
21.676 (personen, inschatting 2021)
n.v.t.
7. Mantelzorgontvangers (u)
8.470 (personen, inschatting 2023)
n.v.t.
5. Maatschappelijke opvang (u)
Bronvermelding staat in bijlage 2 * (u) staat voor urgentie. Om ervoor te zorgen dat bepaalde categorieën urgent woningzoekenden overal in Nederland een gelijke kans hebben op woonruimte, wordt in de Wet versterking regie volkshuisvesting voor gemeenten de verplichting opgenomen om een huisvestingsverordening vast te stellen, met daarin in ieder geval een urgentieregeling. Daarin moeten de doelgroepen met een (u) in ieder geval opgenomen worden. Deze urgent woningzoekenden moeten met voorrang worden gehuisvest. ** Het gaat om cliënten waarvan de indicatie voor beschermd en beschut wonen is beëindigd. Er wordt niet bijgehouden waar deze mensen naartoe uitstromen. Dit kan zijn naar familie, naar een reguliere woning (eventueel via de HBD regeling), maar ook naar de maatschappelijke opvang. Ook kan het gaan om een omzetting van Wmoindicatie, naar Wlz-indicatie. De uitstroom naar reguliere woningen zal daarom waarschijnlijk lager zijn dan 70. *** Deze uitstroom blijkt uit data van Het Leger des Heils over personen die positief en duurzaam zijn uitgestroomd (extern). Hieronder wordt verstaan: zelfstandig wonen, intrek bij stabiel netwerk, Regionale Instelling voor Beschermd Wonen (RIBW) en begeleid wonen en opname. Het aantal personen dat naar een zelfstandige woning verhuist ligt daarom naar alle waarschijnlijkheid lager. Diepgaandere informatie is echter niet voorhanden.
20
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
4.2 Verdieping aandachtsgroepen met zorgvraag Figuur 9: Verdieping beschermd wonen: uitstroom naar leeftijd (in 2021)
20%
80%
< 35 jaar
35 tot 55 jaar
55 tot 75 jaar
> 75 jaar
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021). Bewerking Stec Groep (2024)
Tabel 17: Verdieping vrouwenopvang: instroom en uitstroom over 2019-2023 Jaar
Instroom volwassenen
Instroom kinderen
Andere opvang
2019
44
40
6
9
6
2020
44
56
13
9
2021
48
58
9
2022
40
46
2023
42
47
Bron: Kwintes, 2024
Eigen woning Gouda
Eigen woning regio
Eigen woning buiten regio
Anders
Totaal vertrokken volwassen
8
14
43
2
7
11
42
14
3
3
16
45
8
18
3
0
12
41
9
11
2
2
14
39
21
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
Tabel 18: Overzichtstabel omvang en uitstroom van aandachtsgroepen met voornamelijk een huisvestingsvraag Standcijfer
Uitstroom
8. Uitstroom detentie ≥ 3 maanden (u)
15 (personen in 2022)
15 (personen in 2022)
9. Stoppende sekswerkers (u)
Onbekend
Onbekend
10. Statushouders
800 (in 2021)
501 (taakstelling in 2024)
11. Oekraïense vluchtelingen
1.715 (personen in 2023)
600* (personen in 2023)
12. Arbeidsmigranten
1.800 (personen in 2021)
n.v.t.
13. Studenten
12.000 (personen in 2021)
n.v.t.
Hiervan woont 1.075 zelfstandig Bronvermelding staat in bijlage 2 * Dit zijn mensen die nog niet in een woning met een woonfunctie wonen.
Figuur 10: Verdieping statushouders: jaarlijkse taakstelling per gemeente 2021-2024 200 180
163 151
160 140
126
120
103 99
100 79
80 60
116
49
101 80
73
76
70
47
42
66
62
61
42
40 20 0 Bodegraven-Reeuwijk 2021
Gouda 2022
Krimpenerwaard
Waddinxveen
2023
Bron: Rijksoverheid. Taakstelling vergunninghouders (2021-2024). Bewerking: Stec Groep (2024)
2024
Zuidplas
95
22
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
Figuur 11: Verdieping statushouders: taakstelling 2024 en realisatie (01/08/24) per gemeente
Bodegraven-Reeuwijk
27
Gouda
73 46 121
30
Krimpenerwaard
116
18
Waddinxveen
151
98 66
4
62
Zuidplas
95
18
77
0
50
Taakstelling 1e + 2e helft
100 Al gerealiseerd
150
200
Opgave
Bron: Rijksoverheid. Taakstelling vergunninghouders (2021-2024). Bewerking: Stec Groep (2024)
Figuur 12: Verdieping Oekraïners: woonsituatie per gemeente (2021) 400
365 335
350 300
260
250 200
200
190 130
150 100 50
60
45
40
30
0 Bodegraven-Reeuwijk Met woonfunctie
Gouda
Krimpenerwaard Zonder woonfunctie
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021). Bewerking Stec Groep (2024)
Waddinxveen
Zuidplas
23
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
Figuur 13: Verdieping studenten: aantallen studenten per gemeente (2021)
355
BodegravenReeuwijk
655 715 845
Gouda
1.555 1.500 415
Krimpenerwaard
1.015 1.340 235
Waddinxveen
525 660 465
Zuidplas
885 835 0 WO
200
400 HBO
600
800
MBO
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021). Bewerking Stec Groep (2024)
1.000
1.200
1.400
1.600
24
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
Woonzorgopgave per gemeente Gemeente Bodegraven-Reeuwijk In de gemeente Bodegraven-Reeuwijk is de bruto opgave voor woningen voor 65-plussers in totaal 945 regulier nultredenwoningen, 595 geclusterde woningen en 105 verpleegzorgplekken. Voor de gemeente Bodegraven-Reeuwijk is het inlopen van de opgave voor ouderenhuisvesting hard nodig voor alle drie de woningtypen. Er is namelijk nog onvoldoende planaanbod om in deze drie categorieën te voorzien tot 2041. Zo zijn er nu in totaal plannen voor 10 extra verpleegzorgplekken, ten opzichte van een opgave van 105 verpleegzorgplekken.
Figuur 14: Woningbehoefte door ontwikkeling 65-plus huishoudens 2024 tot 2041, Bodegraven-Reeuwijk
Opgave - Regulier nultreden
475
Opgave - Geclusterd
375
Opgave - Verpleegzorgplek
Sociale huur
135
80 15 65
25
155
155
60
105
Middenhuur
200 400 600 Dure huur Betaalbare koop (tot € 390.000)
800 1.000 Dure koop (vanaf € 390.000)
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2022), LMW (2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024)
Figuur 15: Confrontatieopgave 2024-2041 met plannen, Bodegraven-Reeuwijk
Opgave - regulier nultreden
945
Planaanbod nultreden
315
Opgave - geclusterd
595
Planaanbod geclusterd
35
Opgave - verpleegzorg
105
Planaanbod verpleegzorg 10 Opgave
200
400
Planaanbod
Bron: Stec Groep (2024) en gemeentelijke planlijsten in regio Midden-Holland
600
800
1.000
25
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
Gemeente Gouda In de gemeente Gouda is de bruto opgave voor woningen voor 65-plussers in totaal 1.840 regulier nultredenwoningen, 1.230 geclusterde woningen en 525 verpleegzorgplekken. Voor de gemeente Gouda is het inlopen van de opgave voor ouderenhuisvesting hard nodig voor alle drie de woningtypen. Er is namelijk nog onvoldoende planaanbod om in deze drie categorieën te voorzien tot 2041. Er zijn vooral meer geclusterde woningen nodig aankomende jaren. Verder zijn er nu in totaal plannen voor 125 extra verpleegzorgplekken.
Figuur 16: Woningbehoefte door ontwikkeling 65-plus huishoudens 2024 tot 2041, Gouda
Opgave - Regulier nultreden
905
Opgave - Geclusterd
760
Opgave - Verpleegzorgplek
Sociale huur
290
60
270
315
175 30 150 115
525
Middenhuur
Dure huur
500 1.000 Betaalbare koop (tot € 390.000)
1.500 2.000 Dure koop (vanaf € 390.000)
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2022), LMW (2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024)
Figuur 17: Confrontatieopgave 2024-2041 met plannen, Gouda
Opgave - regulier nultreden
1.840
Planaanbod nultreden
1575
Opgave - geclusterd
1.230
Planaanbod geclusterd
180
Opgave - verpleegzorg
525
Planaanbod verpleegzorg
125 -
Opgave
200
400
600
800
1.000 1.200 1.400 1.600 1.800 2.000
Planaanbod
Bron: Stec Groep (2024) en gemeentelijke planlijsten in regio Midden-Holland
26
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
Gemeente Krimpenerwaard In de gemeente Krimpenerwaard is de bruto opgave voor woningen voor 65-plussers in totaal 1.335 regulier nultredenwoningen, 835 geclusterde woningen en 165 verpleegzorgplekken. Voor de gemeente Krimpenerwaard is het inlopen van de opgave voor ouderenhuisvesting nodig voor de woningtypen regulier nultreden, geclusterd én verpleegzorgplekken. De gemeente heeft 7 nieuwe ontwikkellocaties in beeld die hieraan moeten bijdragen (bovenop het bestaande planaanbod van 965 nultredenwoningen, 60 geclusterde woningen en 105 verpleegzorgplekken). In figuur 9 is in drie scenario’s geschetst hoe groot de opgave is/blijft na invulling van (een deel van) deze planlocaties.
Figuur 18: Woningbehoefte door ontwikkeling 65-plus huishoudens 2024 tot 2041, Krimpenerwaard
Opgave - Regulier nultreden
755
165 25
205
185
20 Opgave - Geclusterd
Opgave - Verpleegzorgplek
Sociale huur
Middenhuur
585
105 65 60
165
200 Dure huur
400 600 800 1.000 1.200 1.400 1.600 Betaalbare koop (tot € 390.000) Dure koop (vanaf € 390.000)
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2022), LMW (2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024)
Figuur 19: Confrontatie opgave 2024-2041 met plannen, Krimpenerwaard
Opgave - regulier nultreden
1.335
Planaanbod nultreden
965
Opgave - geclusterd
835
1.040
1.940
1.000
1.500
Planaanbod geclusterd 60 Opgave - verpleegzorg
165
Planaanbod verpleegzorg 105
Opgave
-
500
2.000
Planaanbod zonder de 7 ontwikkellocaties Planaanbod met ontwikkellocaties Stolwijds, Haastrecht-Zuid en Polderland Planaanbod met alle 7 ontwikkellocaties Bron: Stec Groep (2024) en gemeentelijke planlijsten in regio Midden-Holland
2.500
27
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
Gemeente Waddinxveen In de gemeente Waddinxveen is de bruto opgave voor woningen voor 65-plussers in totaal 790 regulier nultredenwoningen, 470 geclusterde woningen en 35 verpleegzorgplekken. Voor de gemeente Waddinxveen is het inlopen van de opgave voor ouderenhuisvesting hard nodig voor reguliere nultredenwoningen en geclusterde woningen. Er is namelijk nog onvoldoende planaanbod om in deze categorieën te voorzien tot 2041. Zo zitten er op dit moment geen geclusterde woningen in de plannen. In totaal zijn er nu plannen voor 80 extra verpleegzorgplekken. Dit is meer dan waar behoefte aan is (35).
Figuur 20: Woningbehoefte door ontwikkeling 65-plus huishoudens 2024 tot 2041, Waddinxveen
Opgave - Regulier nultreden
370
Opgave - Geclusterd
285
Opgave - Verpleegzorgplek
Sociale huur
120
25
125
150
65 10 60 50
35
200 400 600 Middenhuur Dure huur Betaalbare koop (tot € 390.000)
800 1.000 Dure koop (vanaf € 390.000)
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2022), LMW (2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024)
Figuur 21: Confrontatieopgave 2024-2041 met plannen, Waddinxveen
Opgave - regulier nultreden
790
Planaanbod nultreden
270
Opgave - geclusterd
470
Planaanbod geclusterd 0 Opgave - verpleegzorg
35
Planaanbod verpleegzorg
80 -
Opgave
100
200
300
400
500
Planaanbod
Bron: Stec Groep (2024) en gemeentelijke planlijsten in regio Midden-Holland
600
700
800
900
28
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
Gemeente Zuidplas In de gemeente Zuidplas is de bruto opgave voor woningen voor 65-plussers in totaal 1.165 regulier nultredenwoningen, 720 geclusterde woningen en 115 verpleegzorgplekken. Voor de gemeente Zuidplas is het inlopen van de opgave voor ouderenhuisvesting hard nodig voor alle drie de woningtypen. Er is namelijk nog onvoldoende planaanbod om in deze drie categorieën te voorzien tot 2041. Vooral geclusterde woningen zijn nodig. Er zijn nu plannen voor 185 extra geclusterde woningen, ten opzichte van een opgave van 715 verpleegzorgplekken.
Figuur 22: Woningbehoefte door ontwikkeling 65-plus huishoudens 2024 tot 2041, Zuidplas
Opgave - Regulier nultreden
565
Opgave - Geclusterd
445
Opgave - Verpleegzorgplek
Sociale huur
170 30
190
210
100 20 80 75
115
-
200
Middenhuur
Dure huur
400
600
800
1.000
Betaalbare koop (tot € 390.000)
1.200
1.400
Dure koop (vanaf € 390.000)
Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2018-2022), LMW (2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024)
Figuur 23: Confrontatie opgave 2024-2041 met plannen, Zuidplas
Opgave - regulier nultreden
1.165
Planaanbod nultreden
450
Opgave - geclusterd
720
Planaanbod geclusterd
185
Opgave - verpleegzorg
115
Planaanbod verpleegzorg
85 -
Opgave
200
400
600
Planaanbod
Bron: Stec Groep (2024) en gemeentelijke planlijsten in regio Midden-Holland
800
1.000
1.200
1.400
29
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
Bronnen aandachtsgroepen Tabel 19: Overzichtstabel bronvermelding omvang en uitstroom Standcijfer
Uitstroom
Aandachtsgroepen met voornamelijk een zorgvraag 1. Wlz-cliënten (u)
CBS Microdata, d.d. 3112-2022
CBS Microdata, d.d. 3112-2022
2. Beschermd wonen (u)
Digitaal Dashboard Tableau regio MiddenHolland, over jaar 2023
Digitaal Dashboard Tableau regio MiddenHolland, over jaar 2023
3. Jeugdhulp met verblijf (u)
CBS, d.d. 31-12-2022
CBS Microdata, d.d. 3112-2021
4. Forensische zorg (u)
Excodus, 2024
n.v.t.
5. Maatschappelijke opvang (u)
Kwintes, over jaar 2023
Kwintes, over jaar 2023
Leger des Heils, over jaar 2023
Leger des Heils, over jaar 2023
6. Mantelzorgers (u)
CBS, d.d. 31-12-2023
n.v.t.
7. Mantelzorgontvangers (u)
CBS, d.d. 31-12-2021
n.v.t.
- Vrouwenopvang
- Dak- en thuislozen
Aandachtsgroepen met voornamelijk een huisvestingsvraag 8. Uitstroom detentie ≥ 3 maanden (u)
MHA, d.d. 31-12-2022
MHA, d.d. 31-12-2022
9. Stoppende sekswerkers (u)
n.v.t.
n.v.t.
10. Statushouders
CBS Microdata, d.d. 3112-2021
Rijksoverheid, d.d. 0108-2024
11. Oekraïense vluchtelingen
CBS Microdata, d.d. 3112-2023
CBS Microdata, d.d. 3112-2023
12. Arbeidsmigranten
Woonbase ABF, d.d. 3112-2021
n.v.t.
13. Studenten
CBS Microdata, d.d. 3112-2021
n.v.t.
Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave
Colofon Datum: 29 januari 2025 Projectnummer: 24.155 Opdrachtgever: regio Midden-Holland Opdrachtnemer: Stec Groep Adviseurs: Luuk Lentferink, Maartje Lucassen, Casper van Rietbergen en Arlinde Dul Stec Groep Onderzoek en advies over wonen, werken en leefomgeving Postbus 217, 6800 AE Arnhem Willemsplein 5, 6811 KA Arnhem 026 - 751 41 00 info@stec.nl www.stec.nl
30
Begripsbepalingen wonen en zorg
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Overzicht Tabel 1: Overzicht aandacht en urgentie voor specifieke groepen
Hoofdstuk 2: Definities doelgroepen, urgente groepen en aandachtsgroepen Tabel 2: Definities/voorstel Stec Groep, definities BZK en verschil
Hoofdstuk 3: Definities woon(zorg)vormen Tabel 3: Definities/voorstel Stec Groep, definities BZK en Platform31
Bijlage A: Verdieping op urgentie bij chronisch zieken Tabel 4: Definities CIZ voor Wlz-grondslagen
3
1. Overzicht
4
Helder overzicht van definities nodig Een thuis voor iedereen Een passende woning voor iedereen in een gezonde en prettige woon- en leefomgeving. Dat is het doel van het Rijksprogramma ‘Een thuis voor iedereen’. Het is een van de zes programma’s onder de Nationale Woonen Bouwagenda. Speciale aandacht is er voor voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Aandachtsgroepen vinden moeilijk een passende woning Voor aandachtsgroepen is het vinden van een passende, betaalbare woning lastig. Momenteel verdringen zij elkaar en concurreren ze met regulier woningzoekenden om de schaarse betaalbare woningen. De leefbaarheid in sommige buurten en wijken staat steeds meer onder druk door ongelijke verdeling van de huisvesting binnen gemeenten en tussen gemeenten onderling. Ook komt de benodigde zorg en ondersteuning nog onvoldoende tot stand waardoor zelfstandig wonen wordt belemmerd (bron: Programma een thuis voor iedereen, p. 5). Borging op lokaal niveau nodig Het verdringen en concurreren van doelgroepen op de woningmarkt maakt ingrijpen van overheden nodig. Het Rijk stuurt op de wettelijke verankering hiervan in de Wet versterking regie op de volkshuisvesting (Wvrv). Specifiek verplicht de verankering gemeenten bij inwerkingtreding van de wet een urgentieregeling op te stellen.
In de urgentieregeling moeten de verplichte urgentiecategorieën terugkomen die in de Wvrv benoemd zijn. De urgentieregeling is onderdeel van het instrument huisvestingsverordening.
De verplichte urgentiecategorieën onder de Wvrv zijn: • Mensen met lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische beperking en ernstig chronisch zieken; • Uitstromers (van maatschappelijke opvang, beschermd wonen, klinische geestelijke gezondheidszorg, jeugdzorg, (jeugd)detentie en forensische zorg) • Mantelzorgers en mantelzorgontvangers; • Stoppende sekswerkers. Daarnaast beschrijft het Rijk in de Wvrv ook aandachtsgroepen die meer aandacht (kunnen) vragen op lokaal niveau. Deze aandachtsgroepen hebben niet per definitie een zorg- en ondersteuningsvraag, maar wel een huisvestingsvraag. Deze benoemde aandachtsgroepen zijn: • Arbeidsmigranten; • Studenten; • Woonwagenbewoners; • Statushouders; • Ouderen. De vijf aandachtsgroepen kunnen aanvullend opgenomen worden in de lokale urgentieregeling. De aandachtsgroepen en toewijzing van doelgroepen op basis van een maatschappelijke, economische en lokale binding komen in volgordelijkheid onder de verplichte urgentiecategorieën in de urgentieregeling. Voor voldoende borging raden we gemeenten aan de regionale afspraken rondom aandachtsgroepen aanvullend te verwerken in het op te stellen volkshuisvestingsprogramma en lokale prestatieafspraken.
5
Nuancering: niet iedere woningzoekende binnen de urgentiecategorie heeft per definitie urgentie Voor de urgentiecategorieën geldt een nuancering op individueel niveau. Hiervoor citeren we uit de Memorie van Toelichtingen van de Wvrv:
“Het betekent overigens niet dat iedere woningzoekende die onder een aangewezen categorie valt altijd urgentie krijgt. Een voorbeeld: iemand die uitstroomt uit detentie kan een urgente huisvestingsvraag hebben, maar het kan ook zijn dat hij of zij terug kan naar de woonruimte waar hij of zij voor detentie woonde, of voor huisvesting terecht kan bij een partner of familie. In de bij ministeriële regeling te geven criteria zal dit nader worden uitgewerkt. Voor de bij ministeriële regeling te geven afbakening zal als algemeen uitgangspunt gelden dat alleen groepen mensen urgent zijn als zij niet zelfredzaam zijn (op de woningmarkt) en zich zonder huisvesting in een maatschappelijk onhoudbare of onwenselijke situatie bevinden. Gemeenten hebben daarnaast de ruimte om aanvullende criteria die aan de urgentiegroepen worden gesteld op te nemen in de huisvestingsverordening.” (Consultatieversie Wvrv, Memorie van toelichtingen p. 30).
In de woonzorgvisie is zoveel mogelijk aangesloten bij Rijksdefinities In de regionale woonzorgvisie van Midden-Holland zijn de definities van het Rijk als uitgangspunt gebruikt. De beschikbaarheid van data en bronnen maakt dat het afwijken of verdiepen van de Rijksdefinities soms noodzakelijk was. De volgende hoofdstukken tonen de duiding van de Rijksdefinities en definities zoals gehanteerd in de regionale woonzorgvisie. Let wel, de Rijksdefinities kunnen nog nader afgebakend worden bij ministeriële regeling, zo staat in het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting. Dit kan ook het geval zijn bij de doelgroepen waar dat niet aangegeven staat. Dezelfde taal spreken door uniformiteit in definities Domeinoverstijgend en integraal werken aan wonen, zorg en welzijn maakt eenduidigheid in taal noodzakelijk. Om elkaar als ketenpartners op allerlei schaalniveaus te vinden, is het belangrijk uniformiteit in definities te hanteren. Ook voor monitoring en (tussentijdse) vergelijkingen is het belangrijk ontwikkelingen eenduidig aan te vliegen. We adviseren daarom op lokaal, regionaal en provinciaal niveau dezelfde definities te hanteren. De definities uit de regionale woonzorgvisie en deze bijlage bieden hiervoor een goede basis.
Bij aanpassingen in definities door het Rijk of bij publicatie van bronnen die de Rijksdefinities nog beter benaderen, kan afwijken van deze definities nodig zijn.
6
Tabel 1: Overzicht aandachtsgroepen en urgentiecategorieën Aandachtsgroep
Subgroep
Verplichte urgentie in urgentieverordening?
1.
Ouderen
Personen 65+
Geen urgentie voor groep, mogelijk wel om individuele redenen
2.
Mantelzorg
Mantelzorgers
Ja, nadere afbakening volgt nog
Mantelzorgontvangers 3. Langdurige zorg
Mensen met lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische beperking en ernstig chronisch zieken
Ja, nadere afbakening volgt nog
4. Uitstromers opvang
Daklozen
Ja
Huiselijk geweld (vrouwenopvang) Slachtoffers mensenhandel 5. Uitstromers beschermd wonen
Ja
6. Uitstromers klinische geestelijke gezondheidszorg
Ja
7. Uitstromers jeugdzorg
Inclusief pleeggezinnen
8. Uitstromers Jaarlijkse uitstroom na minimaal 3 maanden detentie (jeugd)detentie en forensische Jaarlijkse uitstroom na minimaal 3 maanden jeugddetentie. zorg Jaarlijkse uitstroom na Forensische zorg 9. Stoppende sekswerkers
10. Arbeidsmigranten
Die gebruik maken van een uitstapregeling
Ja, voor uitstromers tussen de 18 en 23 jaar Ja, voor personen met een leeftijd vanaf 18 jaar
Ja
Geen urgentie voor groep, mogelijk wel om individuele redenen
7
Aandachtsgroep
Subgroep
Verplichte urgentie in urgentieverordening?
11. Studenten
Uitwonende studenten
Geen urgentie voor groep, mogelijk wel om individuele redenen Geen urgentie voor groep, mogelijk wel om individuele redenen
12. Woonwagenbewoners 13. Statushouders
Wettelijke taakstelling
Nee
Bron: Stec Groep, 2024. * Langdurig en intensief: 8 uur per week meer dan 3 maanden lang. ** Personen van 55 jaar en ouder die mantelzorg ontvangen.
8
2. Aandachts- en urgentiegroepen
9
Tabel 2: Definities aandachtsgroepen en urgentiecategorieën Stec Groep en BZK Aandachtsgroepen en urgentiecategorieën
Definitie / voorstel Stec Groep
Definitie Wet versterken regie Volkshuisvesting / BZK 1
Verschillen in definities?
Begripsbepaling voor regionale woonzorgvisie is dezelfde als voor de urgentie
1
Woningzoekenden die uitstromen vanuit een beschermd wonen instelling
Personen die uitstromen uit beschermd wonen. Het gaat hier om personen die beschermd wonen op basis van de Wmo 2015 of op basis van de Wlz.
Woningzoekenden die een voorziening voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten. 2
Verschil: Stec Groep kijkt ook naar mensen met een Wlz-indicatie die uitstromen uit beschermd wonen.
Woningzoekenden die uitstromen uit instellingen voor klinische geestelijke gezondheidszorg
Personen die uitstromen na langdurige opname in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Het gaat ten eerste om personen die geestelijke gezondheidszorg vanuit de Wlz ontvangen en het verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wlz waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen verlaten. Ten tweede gaat het om woningzoekenden die het verblijf in verband met geneeskundige zorg die psychiaters of klinischpsychologen die plegen te bieden als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet verlaten. Het gaat hierbij om personen die geestelijke gezondheidzorg
Woningzoekenden die een verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch psychologen plegen te bieden en deze verlaten.
Verschil: Stec Groep kijkt naar gehele doelgroep die uitstroomt.
Bij de aangegeven doelgroepen komen er in ieder geval nog nadere voorwaarden (onder ministeriële regeling). Let wel, ook bij de groepen waar dat niet aangegeven staat kan dit het geval zijn. 2 Definitie beschermd wonen (Wmo2015, artikel 1.1.1): wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
10
Aandachtsgroepen en urgentiecategorieën
Definitie / voorstel Stec Groep
Definitie Wet versterken regie Volkshuisvesting / BZK 1
Verschillen in definities?
ontvingen in een intramurale setting en na het verlaten daarvan woningzoekende zijn geworden. Instelling: een organisatorisch verband dat zorg verleent. Woningzoekenden die uitstromen uit de vrouwenopvang en opvang voor slachtoffers van mensenhandel
Personen die uitstromen uit een opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld. Deze opvang wordt aangeduid met "vrouwenopvang", maar het kan ook om opvang van mannen gaan. Personen verblijven in de vrouwenopvang omdat zij in hun eigen woning en buiten de opvang niet veilig zijn vanwege de (dreiging van) geweld. Om toegang te krijgen tot de vrouwenopvang moet aan strenge criteria worden voldaan. Er moet echt sprake zijn van acuut en ernstig geweld. Het gaat hierbij om personen die nagenoeg allen zelfstandig kunnen wonen. De meerderheid van de vrouwen brengt kinderen mee naar de opvang. Voor de vervolghuisvesting gaat het dus veelal om huishoudens waar ook kinderen onderdeel van uitmaken. Huiselijk geweld volgens Wmo 2015: lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld of bedreiging daarmee door iemand uit de huiselijke kring (een familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot, of mantelzorger).
Woningzoekenden die een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten voor slachtoffers van huiselijk geweld of mensenhandel en die daar verbleven omdat zij door problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben moeten verlaten.
Geen verschil. Goed om te benoemen is dat in het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting uitstromers uit vrouwenopvang en slachtoffers van mensenhandel twee aparte categorieën zijn.
Woningzoekenden die uitstromen uit detentie of forensische zorg
• Woningzoekenden die uitstromen uit (jeugd)detentie. Het gaat om personen met een leeftijd van minimaal 18 jaar die uitstromen uit een inrichting als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet.
Woningzoekenden die een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3 eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische
Geen verschil. Stec Groep acht het belangrijk om in woonzorganalyses onderscheid te maken tussen beschermd wonen (Wmo) en
11
Aandachtsgroepen en urgentiecategorieën
Definitie / voorstel Stec Groep Voorzien wordt dat het bij uitstroom uit detentie om personen gaat die na een verblijf van minimaal drie aaneengesloten maanden genoemde inrichtingen verlaten.
Definitie Wet versterken regie Volkshuisvesting / BZK 1
Verschillen in definities?
zorg verlaten. Voorzien wordt dat het bij uitstroom uit detentie om personen gaat die na een verblijf van minimaal drie aaneengesloten maanden genoemde inrichtingen verlaten.
forensisch beschermd wonen (Dji).
Woningzoekenden die deelnemen aan een programma gericht op duurzaam stoppen met sekswerk waarbinnen begeleiding van sekswerkers plaatsvindt bij het vinden van ander werk, een andere woning of juiste zorg (DUUPregeling).
Geen verschil. De meeste sekswerkers die besluiten om te stoppen met het werk hebben geen ondersteuning nodig met het vinden van ander werk of het vinden
• Woningzoekenden die een instelling verlaten waar zij forensische zorg met verblijf ontvingen. Forensische zorg wordt verleend aan een justitiabele met een psychiatrische aandoening of beperking, een verslaving, of een verstandelijke handicap en die al dan niet voorwaardelijk onderdeel uitmaakt van een straf of een maatregel, of van de ten uitvoerlegging van een straf of maatregel, of voorwaardelijk onderdeel uitmaakt van een sepot, een schorsing van de voorlopige hechtenis, of een gratieverlening op grond van de Gratiewet, dan wel onderdeel uitmaakt van een strafbeschikking waarbij een gedragsmaatregel wordt opgelegd. De urgentie gaat gelden voor woningzoekenden die forensische zorg met verblijf verlaten, waarmee zowel beoogd wordt uitstromers uit de klinische forensische zorg als forensisch beschermd wonen met voorrang te huisvesten. Stoppende sekswerkers
Woningzoekenden die deelnemen aan een uitstapprogramma onder de Decentralisatie Uitkering Uitstapprogramma's Prostituees en zijn aangemeld door de uitvoerende organisatie van de DUUP-regeling.
12
Aandachtsgroepen en urgentiecategorieën
Definitie / voorstel Stec Groep
Definitie Wet versterken regie Volkshuisvesting / BZK 1
Verschillen in definities? van een andere woonplek. Het betreft dan ook enkel de groep die daarin belemmerd wordt door woningproblematiek.
Begripsbepaling voor woonzorgvisie is breder dan voor de urgentie Mantelzorgers en ontvangers
Woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen in artikel 1.1.1 Wmo 2015. Hieronder wordt bij mantelzorg verstaan: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.
Woningzoekenden die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlenen of ontvangen.
Geen verschil: De definitie van de aandachtsgroep kan door de gemeente indien gewenst - ruimer worden geformuleerd dan de urgentiecategorie. Voorwaarden voor minimale afstand tussen mantelzorgontvanger en -verlener, intensiteit van de mantelzorg, verwachtte duur, etc. volgen vanuit het Rijk.
Ernstig chronisch zieken en/of woningzoekenden met een lichamelijke, verstandelijke of
Woningzoekenden met ernstige chronische ziekten of lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen. De nadere voorwaarden waaraan personen in deze urgentiegroep zullen moeten voldoen, zullen bij ministeriële regeling worden uitgewerkt. Beoogd wordt dat deze categorie woningzoekenden betreft waarbij het medische probleem levensontwrichtend is,
Woningzoekenden die op grond van ernstige en chronische medische redenen (lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid of rolstoelafhankelijkheid) andere woonruimte of specifieke woonvormen behoeven.
Verschil: BZK refereert naar de groep woningzoekenden waarbij de huidige huisvestingssituatie ook na aanpassingen op basis van de Wmo niet volstaat én om mensen
psychische beperking
13
Aandachtsgroepen en urgentiecategorieën
Definitie / voorstel Stec Groep
Definitie Wet versterken regie Volkshuisvesting / BZK 1
waardoor ernstige woonproblemen ontstaan en woningzoekenden niet meer in staat zijn zelfstandig (zonder enige zorg) te wonen. Het moet gaan om situaties waarin men nog zelfstandig woont en het krijgen van andere woonruimte een substantieel deel van de oplossing voor het probleem van de woningzoekende vormt. Als het probleem niet of slechts beperkt kan worden opgelost door verhuizing naar andere woonruimte of als de woningzoekende meer gebaat is bij inzet van andere middelen dan een nieuwe woonruimte (zoals medische of psychische zorg met verblijf of meer begeleiding op grond van de Wmo, of meer financiële ondersteuning), valt een woningzoekende niet meer onder deze categorie. (Dreigend) dakloze mensen 4
3
• Feitelijk dakloze personen: dit zijn personen die niet beschikken over een eigen woonruimte en die voor een slaapplek gedurende de nacht zijn aangewezen op buiten slapen. Tot de feitelijk dakloze personen behoren ook personen die overnachten in de openlucht en in overdekte openbare ruimten (zoals portieken,
Verschillen in definities? die wegens hun beperking een specifieke woonbehoefte hebben. Stec Groep refereert voor deze groep naar mensen met een Wlz-indicatie. 3 Zie bijlage A voor een verdieping op de Wlzgrondslagen.
Woningzoekenden aan wie opvang of beschermd wonen is verleend als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015. Het voorgestelde artikel heeft betrekking op personen die als rechthebbende wegens dakloosheid in de maatschappelijke opvang verblijven of hier op grond van de Wmo 2015 een beschikking voor
Verschil: De definitie van Stec Groep maakt onderscheid tussen feitelijk en residentieel daklozen. De definitie van residentieel daklozen komt grotendeels
Binnen de definitie van de doelgroep ‘ernstig chronisch zieken en/of woningzoekenden met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking’ kunnen ook mensen met ADL-assistentie vallen. De aanvraag voor een ADL-subsidieregeling verloopt via het CIZ. Mensen met een ADL-regeling doen aanspraak op een ADL-woning. ADL-of Fokus-woningen zijn in de regel in eigendom van woningcorporaties. 4 Definitie (dreigend) dakloze mensen: Woningzoekenden die buitenslapen, mensen die verblijven in maatschappelijke opvang (woningzoekenden aan wie wegens dakloosheid een voorziening voor opvang is verleend als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015), mensen in niet-conventionele woonplekken vanwege een gebrek aan huisvesting (zoals op een vakantiepark) en mensen die uit nood verblijven bij familie en vrienden. Hierin wordt ook de woonbehoefte van groepen zoals zelfredzame remigrantenhuishoudens met de Nederlandse nationaliteit zonder huisvesting meegenomen.
14
Aandachtsgroepen en urgentiecategorieën
Definitie / voorstel Stec Groep fietsenstallingen en auto's). Ten slotte worden tot de groep feitelijk dakloze personen ook gerekend personen die binnen slapen in passantenverblijven van de maatschappelijke opvang of bij vrienden, kennissen of familie, zonder vooruitzicht op een slaapplaats voor de daarop volgende nacht.
Definitie Wet versterken regie Volkshuisvesting / BZK 1
Verschillen in definities?
hebben, maar de fase van opvang kunnen overslaan.
overeen met de definitie van BZK. Daarmee is de definitie van Stec Groep breder, omdat er ook aandacht wordt besteed aan de feitelijk daklozen, die geregistreerd zijn buiten een maatschappelijke opvangvoorziening.
Woningzoekenden tussen 18 en 23 jaar aan wie jeugdhulp met verblijf is verleend als bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet en die een accommodatie of gesloten accommodatie verlaten
Geen verschil: Goed te noemen is dat de definitie van de aandachtsgroep ruimer dan die van de urgentiecategorie. Onder de aandachtsgroep valt óók de woonvraag van mensen die uitstromen uit pleegzorg.
• Residentieel dakloze personen: tot deze groep worden gerekend personen die als bewoner staan ingeschreven bij instellingen voor maatschappelijke opvang. Het kan daarbij gaan om instellingen als internaten en sociale pensions, woonvoorzieningen op basis van particulier initiatief die zich richten op semipermanente bewoning door dakloze personen en particuliere commerciële pensions waar voornamelijk dakloze personen wonen. Woningzoekenden die uitstromen uit de Jeugdhulp met verblijf en pleegzorg
Jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar die een accommodatie of gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten. Passend kan hier ook betekenen dat naast de eigen plek om te wonen (een zelfstandige of een onzelfstandige woonruimte) ook ondersteuning, bescherming of ambulante behandeling kan worden ingezet. Op die manier kan de extramurale zorg beter op de behoefte van de jongere worden afgestemd en kan oneigenlijk gebruik van dure intramurale zorg worden voorkomen.
Wel onderdeel woonzorgvisie, geen wettelijke urgentie
15
Aandachtsgroepen en urgentiecategorieën
Definitie / voorstel Stec Groep
Definitie Wet versterken regie Volkshuisvesting / BZK 1
Verschillen in definities?
Ouderen
Personen van 65 jaar en ouder.
Personen van 55 jaar en ouder
Verschil: Leeftijdsgroep 55-65 jaar ontbreekt in definitie Stec Groep.
Ouderen met zorg WMO
Personen van 65 jaar en ouder die gebruik maken van minimaal één maatwerkvoorziening.
N.v.t.
Verschil: dit is geen aparte aandachtsgroep of urgentiecategorie vanuit BZK.
Wel onderdeel aandachtsgroepen, geen onderdeel regionale woonzorgvisie Arbeidsmigranten
Bij een arbeidsmigrant, zoals bedoeld in de Wet goed verhuurderschap, gaat het om een onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie die zijn hoofdverblijf niet in Nederland heeft en in Nederland verblijft om tijdelijke werkzaamheden te verrichten.
Onderdaan van een andere lidstaat van de EU die zijn hoofdverblijf niet in NL heeft en in Nederland verblijft om tijdelijke werkzaamheden te verrichten.
Geen verschil: Beide definities hebben betrekking op de woonbehoefte voor tijdelijk verblijf.
Woningzoekende studenten
Student die voldoet aan de verplichtingen in artikel 1.5 Wet studiefinanciering. Namelijk: de student woont op het adres waaronder hij in de basisregistratie personen staat ingeschreven en het woonadres van de student is niet het adres waaronder zijn ouders of een van hen in de basisregistratie personen staat of staan ingeschreven.
Woningzoekende die voltijds is ingeschreven bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of bij een instelling als bedoeld in artikel 1.2 onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, gevestigd binnen het gebied van de woningmarktregio.
Verschil: Onder de definitie van Stec Groep vallen niet de studenten die thuiswonend zijn én op zoek naar een woning.
Woonwagenbewoners
Een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Woningwet, is een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.
Woningzoekende die wil wonen in een woonwagen (als bedoeld in artikel 235 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek) en voor wie het wonen in een woonwagen onderdeel uitmaakt van diens culturele identiteit doordat deze
Geen verschil
16
Aandachtsgroepen en urgentiecategorieën
Definitie / voorstel Stec Groep
Definitie Wet versterken regie Volkshuisvesting / BZK 1
Verschillen in definities?
persoon zelf of zijn ouders of grootouders in een woonwagen hebben gewoond. Taakstelling en vergunninghouders
Houders van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000, op basis van de gemeentelijke taakstelling bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet.
Houders van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000, op basis van de gemeentelijke taakstelling bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet.
Geen verschil: het huisvesten van vergunninghouders is al een wettelijke taak (Huisvestingswet 2014) en wordt halfjaarlijks bekend gemaakt.
Oekraïense vluchtelingen
In ons onderzoek is deze categorie opgenomen als personen die verhuisd zijn van Oekraïne naar Nederland.
Oekraïense vluchtelingen worden opgevangen en krijgen tijdelijk bescherming (tot en met 4 maart 2025) in Nederland door de Richtlijn tijdelijke bescherming van de Europese Unie. Hieronder vallen Vluchtelingen met de Oekraïense nationaliteit die: 1) na 26 november 2021 uit Oekraïne zijn gereisd; 2) voor 27 november 2021 in Nederland waren voor bijvoorbeeld studie, werk of om asiel te vragen, en dat kunnen aantonen. Alsook vluchtelingen uit Oekraïne met een andere nationaliteit die: 1) op 23 februari 2022 een permanente Oekraïense verblijfsvergunning hadden (en alleen als ze Oekraïne hebben verlaten op of na 27 november 2021, en niet zijn teruggekeerd naar hun land van herkomst na 23 februari 2022); 2) op 23 februari 2022 nationale of internationale bescherming hadden in Oekraïne, bijvoorbeeld als erkend vluchteling.
Verschil: het is niet mogelijk om voor deze doelgroep onderscheid te maken naar de reden van migratie. Om die reden is onze definitie ruimer dan het Rijk hanteert. In realiteit zal echter veruit het merendeel van de Oekraïense migranten ook onder deze tijdelijke bescherming van de Europese Unie vallen. Dit komt onder andere doordat Oekraïne geen EU-lid is en arbeidsmigratie dus lastig kan plaatsvinden.
Ook vallen hieronder hun partners, minderjarige kinderen en familieleden die met hen samen
17
Aandachtsgroepen en urgentiecategorieën
Definitie / voorstel Stec Groep
Definitie Wet versterken regie Volkshuisvesting / BZK 1 woonden in Oekraïne. (bron: Rijksoverheid, 2023).
Verschillen in definities?
18
3. Woonvormen
19
Tabel 3: Definities woonvormen BZK en Platform31 Hieronder staan verschillende woonvormen gecategoriseerd naar algemene, bouwtechnische eisen. Verdiepingen op deze woonvormen bestaan, bijvoorbeeld door verschillen in eigendomsverhouding of bewonerssamenstellingen. Zo is gespikkeld wonen een vorm waarin verschillende doelgroepen naar leeftijd en met en zonder een (toekomstige) zorgvraag zo normaal mogelijk kunnen samenwonen. De bouwtechnische eisen kunnen ondanks deze bevolkingssamenstelling veelal teruggebracht worden naar de categorisering levensloopbestendig, nultreden, geclusterd of zorggeschikt. Er zijn vele voorbeelden zoals gemengd wonenconcepten en woongebouwen met een huismeester, maar ook onconventionele woonvormen zoals Skaeve Huse en het benutten van leegstaande panden. Een definitie van tijdelijk gebruik van gebouwen met een andere functie dan wonen of zorg is hieronder niet meegenomen. Reden is dat deze ruimten bouwtechnisch aan andere normen moeten voldoen dan de nieuwbouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Desondanks kan tijdelijke huisvesting van aandachtsgroepen in ander type vastgoed een mogelijkheid zijn voor acute huisvestingsopgaven. Woonkwaliteit moet uiteraard wel steeds in acht genomen worden.
Woonvormen
Definities / voorstel Stec Groep
Definitie BZK
Definitie Platform31
Levensloopbestendige woning
Vanuit het Bouwbesluit geldt voor alle nieuwbouw (en grondige renovatie) dat huur- en koopwoningen tot op zekere hoogte levensloopbestendig moeten zijn. Een veel gebruikte omschrijving is de levensloopbestendige woning: de woning is zo ontworpen dat deze geschikt is om bepaalde voorzieningen aan te brengen, die (in een latere levensfase) gebruikt kunnen worden. Zoals inloopdouche, bredere deuren of verlaagde drempels of een traplift. Het gaat om een combinatie van toegankelijkheid, veiligheid, bereikbaarheid en privacy. Er is geen bindend
Vanuit het Bouwbesluit geldt voor alle nieuwbouw (en grondige renovatie) dat woningen tot op zekere hoogte levensloopbestendig moeten zijn. Een veel gebruikte omschrijving is de levensloopbestendige woning. De woning is zo ontworpen dat deze geschikt is om bepaalde voorzieningen aan te brengen, die (in een latere levensfase) gebruikt kunnen worden. Zoals inloopdouche, bredere deuren of verlaagde drempels of een traplift. Het gaat om een combinatie van toegankelijkheid, veiligheid,
Vanuit het Bouwbesluit geldt voor alle nieuwbouw (en grondige renovatie) dat woningen tot op zekere hoogte levensloopbestendig moeten zijn. Een veel gebruikte omschrijving is de levensloopbestendige woning. De woning is zo ontworpen dat deze geschikt is om bepaalde voorzieningen aan te brengen, die (in een latere levensfase) gebruikt kunnen worden. Zoals inloopdouche, bredere deuren of verlaagde drempels of een traplift. Het gaat om een combinatie van toegankelijkheid, veiligheid, bereikbaarheid en privacy. Er is geen bindend eisenpakket (Bron: Handreiking Geclusterde woonvormen, 2023)
bereikbaarheid en privacy. Er is geen bindend eisenpakket (Bron: Platform31. Handreiking Geclusterde woonvormen, 2023).
20
eisenpakket (Bron: Handreiking Geclusterde woonvormen, 2023). Nultredenwoning
Nultredenwoningen zijn reguliere huur- en koopwoningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn. Dit houdt in dat je de woningen kan bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat keuken, badkamer, toilet en minimaal één slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk) (Bron: BZK, 2023).
Nultredenwoningen zijn reguliere woningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn. Dit houdt in dat je de woningen kan bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat keuken, badkamer, toilet en minimaal één slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk) (Bron: BZK, 2023).
In dit type woning zijn de woonkamer, keuken, badkamer, toilet en tenminste één slaapkamer gelijkvloers. De woning is zonder traplopen bereikbaar. Deze gelijkvloerse woningen/appartementen liggen vaak in de buurt van voorzieningen. Deze is goed toegankelijk voor mensen met een rollator (Bron: Handreiking Geclusterde woonvormen, 2023).
Geclusterd woning
Geclusterde woonvormen zijn onder andere hofjeswoningen, serviceflats en seniorenflats (zie handreiking ‘geclusterde woonvormen voor senioren’ van P31 voor voorbeelden; bijlage 5). Geclusterde woonvormen beslaan huur- en koopwoningen die voldoen aan de uitgangspunten voor nultredenwoningen. Daarnaast zijn deze woonvormen ingericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan. In ons onderzoek is het niet mogelijk geweest om bij de woonwens van ouderen rekening te houden met het vereiste van een ontmoetingsruimte (geen
Geclusterde woonvormen zijn onder andere hofjeswoningen, serviceflats en seniorenflats (zie handreiking ‘geclusterde woonvormen voor senioren’ van P31 voor voorbeelden; bijlage 5). Geclusterde woonvormen beslaan woningen die voldoen aan de uitgangspunten voor nultredenwoningen. Daarnaast zijn deze woonvormen ingericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan. Er moet een ontmoetingsruimte inpandig aanwezig zijn en de woonvorm wordt voor minimaal 50% bewoond door 55-plussers. Landelijk gaan wij bij clustering uit van een schaal van minimaal twaalf woningen. De schaal voor clustering kan op het platteland of in kleine kernen lager liggen. Het verdient aanbeveling dat de woningen dementievriendelijk ingericht worden (Bron: BZK, 2023)
De geclusterde woonvorm gaat over ruimtelijk geclusterde wooneenheden, waar ouderen (55+) permanent en zelfstandig wonen. De clustering bestaat uit minimaal twaalf woningen, die tenminste nultreden zijn. Er is een gemeenschappelijke ruimte voor bewoners die gericht is op ontmoeting. Er kan sprake zijn van gezamenlijk ingekochte welzijn- en zorgarrangementen. Voorbeelden hiervan zijn de Knarrenhof, gemeenschappelijk wonen, serviceflat of wonen met een plus-concept (Bron: Handreiking Geclusterde woonvormen, 2023)