CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.132 RIB Regionale Woonzorgvisie

Raadsvergadering 15 juli 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college26.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.3 Wat willen we bereiken? In een inclusieve samenleving is plek voor iedereen Het hebben van een eigen woonplek kan participatie in de samenleving bevorderen. Vooral als mensen de behoefte voelen om zich zelfstandig (al dan niet met ondersteuning) te richten op het eigen herstel. Het zorgt er ook voor dat mensen meer onderdeel zijn van de samenleving dan wanneer zij als groep apart wonen. Onderdeel van de samenleving zijn (in plaats van vooral cliënt zijn) betekent ook aangesproken worden op wat goed gaat om het herstel te bevorderen. Onze focus ligt daarom op het integreren van mensen met een psychische kwetsbaarheid in reguliere woonomgevingen binnen onze lokale gemeenschap waar dat kan. Met deze verschuiving zetten we in op een inclusievere samenleving waarbij mensen met een psychische kwetsbaarheid volwaardig deelnemen aan het dagelijkse leven in hun eigen buurt of wijk.

Van beschermd wonen naar beschermd thuis Een deel van de mensen die nu in een beschermende woonvorm woont, zou met passende ondersteuning ook in een eigen woning kunnen wonen. Voor deze groep organiseren we daarom kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp dichtbij mensen. Kortom: van beschermd wonen naar beschermd thuis. Door deze verschuiving ontstaat een differentiatie in de zorg- en woningbehoefte. Denk aan kamers met begeleiding voor jongeren en specialistisch aanbod aan huis voor doelgroepen met meervoudige problematiek. Bekend is dat het grootste deel van de doelgroep in beschermd wonen 27 jaar of jonger is. Verdere verkenning naar de woonwensen van deze doelgroep is nodig voor passende (innovatieve) woonvormen.

31

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Voldoende betaalbare en passende woningen We zetten in op het toevoegen van voldoende kleine en betaalbare woningen. Een groot deel van de mensen die uitstroomt uit de maatschappelijke opvang of een beschermende woonvorm is namelijk alleenstaand en/of heeft een laag inkomen. Het is daarom belangrijk dat we voldoende kleine en betaalbare woningen toevoegen, op de juiste plek en met de gewenste kwaliteiten. Specifiek voor jongeren zetten we daarnaast in op gemengde woonvormen, intergenerationeel wonen en hospitaverhuur. Omdat we weten dat de realisatie van kleine en betaalbare woonvormen in nieuwbouw lastig is en bovendien traag verloopt, zetten we in op het beter benutten van de bestaande voorraad. We zien kansen voor het beter benutten van woningen die leegstaan 8, het transformeren van leegstand vastgoed en het splitsen van bestaande woningen.

Aanpak dakloosheid regio Midden-Holland: Wonen Eerst In 2022 is het Nationaal Actieplan Dakloosheid gelanceerd. Het plan stelt de ambitie om dakloosheid fors en structureel terug te dringen. Het doel: dakloosheid in 2030 beëindigen. De regio Midden-Holland was in 2021 al gestart met een experiment ‘Wonen Eerst’ voor een beperkte doelgroep (waarbij het reguliere traject naar een stabiele en duurzame woonplek tot drie keer toe mislukt is). Inmiddels is deze pilot geëvalueerd met positief resultaat. Werken vanuit respect en vertrouwen werpt dus duidelijk zijn vruchten af. We zetten het experiment ‘Wonen Eerst’ daarom voort als regulier beleid. Daarnaast gaan we onderzoeken hoe we Wonen Eerst in kunnen gaan zetten voor een veel bredere doelgroep dan die van het experiment. Zo geven we concreet invulling aan het Nationaal Actieplan Dakloosheid.

Legers des Heils 8

In Midden-Holland stond in 2024 ongeveer 3,5% van de woningvoorraad leeg. In heel Nederland was dit in 2024 ongeveer 4,5% (CBS, 2025).

32

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Goede ambulante ondersteuning in de thuissituatie Om de verschuiving van opvang naar wonen en van beschermd wonen naar beschermd thuis te kunnen maken moet er voldoende ambulante zorg beschikbaar zijn. We zetten daarom in op genoeg aanbod aan ambulante begeleiding voor kwetsbare mensen die dat nodig hebben, zoals mensen met psychische kwetsbaarheid die zijn uitgestroomd. Ook om te voorkomen dat zij (opnieuw) instromen in een instelling. Afhankelijk van de specifieke zorg- of ondersteuningsvraag wordt bepaald of ambulante zorg nodig is. Naast het vervullen van de zorg- of ondersteuningsrol, is het in de begeleiding van belang om aandacht te hebben voor het vinden van werk of dagbesteding, het leggen van contacten in de buurt en het op orde brengen van de financiën.

Maatwerkoplossingen bij onaanvaardbaar woongedrag Voor mensen die gebaat zijn bij een rustige basis zetten we in op het inrichten van ‘skaeve huse’, ofwel ‘maatwerkwoningen’. Dit zijn eenvoudige en goedkope wooneenheden in een prikkelarme omgeving op afstand van de bestaande woonwijken.

Van curatief naar preventief werken: voorkomen is beter dan genezen Ambulante begeleiding alleen is niet altijd voldoende om mensen met een psychische kwetsbaarheid mee te laten doen in de samenleving. We vinden het belangrijk meer aandacht te geven aan preventie. Dit doen we om het welbevinden van onze inwoners te versterken en zorgvragen zoveel mogelijk tegen te gaan. We investeren daarom in de positieve gezondheid (zie kader in paragraaf 4.3). Hierbij gaat het dus niet alleen om lichamelijke gezondheid, maar ook om dagelijks functioneren, participatie en mentale gezondheid. We zetten daarom in op het stimuleren van ontmoeting en beweging voor jong en oud. Zo is voor iedereen leven in een vertrouwde omgeving mogelijk. Een laagdrempelig netwerk van steunpunten in samenwerking met ervaringsdeskundigen kan bijdragen aan ondersteuning in de woon- en leefomgeving op persoonlijk niveau. Neem als voorbeeld het IZA initiatief ‘Laagdrempelige steunpunten als springplank naar meer Volwaardig Burgerschap’ (2024). Op deze manier zetten we in op

inclusieve, welkome en vitale wijken met voldoende ondersteuning, ruimte voor diversiteit en (algemene) voorzieningen die passen bij de verschillende behoeftes van verschillende inwoners.

Goede sociale basis belangrijk voor zelfredzaamheid De focus ligt op het versterken van participatie en zelfregie van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Een sterke sociale basis stimuleert ontmoeting, helpt eenzaamheid te voorkomen en bevordert zelfredzaamheid. Het zorgt ervoor dat problemen zoveel mogelijk voorkomen en/of eerder gesignaleerd worden. Zo’n basis is nodig om te voorkomen dat inwoners in complexe (zorg)trajecten terecht komen. Het samenbrengen van formele en informele zorg is belangrijk voor een sterke sociale basis.

33

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

5.4 Hoe kunnen we dit bereiken? Doel

Voorstel voor acties

In een inclusieve samenleving is plek voor iedereen

13 We voeren bestaande regionale afspraken over uitstroom uit. Daarnaast coördineren en monitoren we de in- en uitstroom beter. Dit doen we door: •

Met onze woon- en zorgpartners in individuele trajecten te bekijken hoe mensen die in de maatschappelijke opvang terecht komen zo snel kunnen doorstromen.

•

Het opstellen van een regionale urgentieverklaring. Hiermee versnellen we de uitstroom uit de vrouwenopvang.

•

Te werken met een regionale uitstroomtafel voor beschermd wonen. Een belangrijk onderdeel: bij cliënten een reëel beeld creëren over de mogelijkheden na uitstroom en deze opnemen in het begeleidingsplan.

Van beschermd wonen naar beschermd thuis

14 We maken met onze woonpartners afspraken over kamergewijze verhuur aan jongeren en mensen met een psychische kwetsbaarheid. We hebben daarbij nadrukkelijk aandacht voor behorende randvoorwaarden, zoals toewijzing en ambulante begeleiding.

Voldoende betaalbare en passende woningen

15 We zorgen ervoor dat alle gemeentelijke woningbouwprogramma’s voor minimaal 30% uit sociale huur bestaan. 16 We werken aan de uitbreiding van ‘Wonen Eerst’. We hebben daarbij aandacht voor een meer gevarieerd aanbod en hoe deze past bij de huishoudens. 17 We brengen de beter benutten-potentie in de bestaande voorraad in beeld. We onderzoeken waar we via het vullen van leegstand, transformaties en splitsingen meer kleine en betaalbare woningen kunnen realiseren. We houden daarbij rekening met de nabijheid van (zorg)voorzieningen. 18 We onderzoeken waar wet- en regelgeving (in het woon- én zorgdomein) uitstroom uit zorgvoorzieningen belemmert en pakken dit aan.

Aanpak dakloosheid regio Midden-Holland: Wonen Eerst

19 We zetten de pilot ‘Wonen Eerst’ om in regulier beleid. De aanpak wordt daarbij verbreed met alle in de regio actieve woningcorporaties. Dit doen we door: •

met woningcorporaties afspraken te maken over de vorm en financiering van de begeleiding na twee jaar (als het zorgdakcontract omklapt naar een huurcontract voor onbepaalde tijd);

•

het verhogen van het aantal contingenten van 68 naar 78 en hierover maken we afspraken met de woningcorporaties. We werken nader uit met welke doelgroep we ‘Wonen Eerst’ uitbreiden en maken afspraken over het aandeel woningen dat we via directe bemiddeling aan deze doelgroep toewijzen;

•

wanneer gemeenten het lokale contingent op basis van de verdeelsleutel Wonen Eerst niet halen, maken we ter compensatie op andere terreinen vervangende afspraken.

34

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Goede ambulante ondersteuning in de thuissituatie

20 Om voldoende ambulante zorg te (blijven) bieden, stimuleren we zorgaanbieders om innovatie en kosteneffectieve oplossingen te ontwikkelen. Denk aan digitale begeleiding of groepsgerichte ondersteuning.

Maatwerkoplossingen bij onaanvaardbaar woongedrag

21 We werken samen met onze woon- en zorgpartners aan voldoende maatwerkoplossingen. We hebben daarbij aandacht voor de grondprijs en staan open voor nieuwe, creatieve vormen van woningbouw.

Van curatief naar preventief werken: voorkomen is beter dan genezen

22 We zetten een regionaal (kennis)netwerk wonen en zorg op. Binnen dit netwerk werken we niet alleen samen met onze woon- en zorgpartners, maar ook met huisartsen, scholen, wijkteams en andere lokale partijen. Dit alles om hulpvragen vroegtijdig te signaleren. We benutten hiervoor bestaande meldpunten zoals ‘zorg en overlast’ optimaal. 23 We benutten de potentie die het wetsvoorstel ‘gegevensverwerking en -deling door woningcorporaties’ biedt. Woningcorporaties mogen, om het welzijn van bewoners en de leefbaarheid in de wijk te vergroten, gegevens over hun huurders delen met zorgverleners. 24 We maken met onze woon- en zorgpartners afspraken over ‘low profile’ begeleiding na afronding van een traject om een vinger aan de pols te houden. 25 We ondersteunen initiatieven zoals kamertraining- centra (hier leren mensen zelfstandig wonen en dit voorkomt dat mensen afglijden naar opvang en zorg) en herstelhuizen (hier kunnen mensen met een psychische kwetsbaarheid gedurende twee weken op adem komen).

Goede sociale basis belangrijk voor zelfredzaamheid

26 We stimuleren sociale netwerken. Dit doen we door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk en buurtprojecten die informele zorg en ondersteuning bieden te stimuleren.

35

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

6. Mensen met een verstandelijke beperking

36

37

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Onder de zorgdoelgroep verstandelijke beperking vallen mensen die extra ondersteuning nodig hebben in het dagelijks leven door beperkingen in cognitieve en adaptieve vaardigheden. Dit zijn mensen met een (blijvende) achterstand in de ontwikkeling die zich verstandelijk en aanvullend lichamelijk kan uiten. Kenmerkend zijn een lager IQ en moeite met conceptuele, sociale en praktische vaardigheden als rekenen, lezen, sociale interactie en zelfzorg. Verstandelijke beperkingen variëren van licht tot zeer ernstig en kunnen verschillende oorzaken hebben. Een verstandelijke beperking kan vanaf de geboorte aanwezig zijn (doordat deze genetisch is), maar ook later in het leven ontstaan (door bijvoorbeeld niet aangeboren hersenletsel).

6.1 Wat zien we? Mensen met een verstandelijke beperking hebben een diverse zorg- en ondersteuningsvraag De zorg- en ondersteuningsvraag van mensen met een verstandelijke beperking is persoonsgebonden. Zo kan de een 24 uur per dag zorg in nabijheid nodig hebben en de ander alleen een middag dagbesteding per week. Aantal inwoners met een verstandelijke beperking neemt richting 2040 toe In 2024 wonen er in Midden-Holland circa 1.645 mensen bij wie een verstandelijke beperking de zwaarste grondslag is voor hun Wlz-indicatie. Richting 2040 verwachten we dat het aantal inwoners met deze zwaarste grondslag toeneemt als gevolg van bevolkingsgroei. We gaan uit van een groei van zo’n 450 mensen (+27%). De woonopgave vanuit de doelgroep verstandelijke beperkten landt vanuit de Wlz vooral op intramuraal (beschermd) of begeleid wonen. Tegelijkertijd wordt de zorg steeds meer extramuraal georganiseerd, zoals ook bij ouderen en mensen met een psychische kwetsbaarheid het geval is. Sinds 2013 bedroeg de afname van het aantal mensen in een instelling bij de zorg voor verstandelijk gehandicapten 9% (bron: Questan, 2022 ‘Nog langer thuis in Midden-Holland’).

Figuur 9: Wlz-cliënten met verstandelijke handicap als dominante grondslag

Verstandelijke handicap

2024

2031

2024-2031

Aantal

Aantal

Ontw.

1.645

1.890

+245

% 15%

2041 Aantal 2.095

2024-2041 Ontw. +450

% +27%

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2022), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages

Bestaande woonzorglocaties nog niet altijd levensloopbestendig De bestaande woonzorglocaties in Midden-Holland voor mensen met een verstandelijke beperking zijn sterk gericht op relatief jonge en mobiele bewoners (bron: Questan, 2022 ‘Nog langer thuis in Midden-Holland’). Demografische ontwikkelingen tonen dat vergrijzing ook in deze doelgroep optreedt. Momenteel worden minder mobiele mensen met een verstandelijke beperking nog opgevangen in instellingen.

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

6.2 Wat horen we? Wat horen we? De vergrijzing onder de doelgroep verstandelijk beperkten vraagt om aanpassingen binnen het bestaande aanbod dat vooral gericht is op relatief jonge (mobiele) bewoners. Het bestaande vastgoed moet aansluiten bij de verwachte ouder wordende doelgroep met mobiliteitsbeperkingen. Hiervoor schat men vooral vervanging van bestaande locaties in. Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking gaat verder dan alleen een passende woonplek. Het gaat erom dat ze middenin de samenleving staan en mee kunnen doen. Ruimte om jezelf te zijn, anderen te ontmoeten en het hebben en houden van een baan hoort hierbij. Momenteel heeft ongeveer de helft van de mensen met een arbeidsbeperking nog geen werk. 9

6.3 Wat willen we bereiken? Iedereen doet mee in de samenleving We vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen in de samenleving, ook mensen met een verstandelijke handicap. Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking gaat verder dan alleen een passende woonplek. Ruimte om jezelf te zijn, anderen te ontmoeten en het hebben en houden van een baan hoort hier ook bij. Het hebben en houden van een baan helpt mensen namelijk om middenin de samenleving te (blijven) staan. Meer woonzorgplekken realiseren om voorbereid te zijn op de verwachte toename Zelfstandig wonen voor mensen met een verstandelijke beperking vergt de vaardigheden om dagelijkse activiteiten (grotendeels) zelfstandig uit te voeren. Denk hierbij aan persoonlijke verzorging, het doen van boodschappen, schoonmaken en koken. Eventueel is ambulante begeleiding (op afroep) nodig. Deze woningen kunnen gespikkeld in de wijk of in een geclusterde woonvorm gebouwd worden. We zetten voor deze woningen in op locaties nabij voorzieningenclusters en ontmoetingsruimtes (het liefst binnen een straal van vijfhonderd meter). Dit zorgt ervoor dat iedereen, ongeacht diens ondersteuningsvraag, comfortabel en zo lang mogelijk zelfstandig kan wonen. Afhankelijk van de zorgvraag kunnen meer prikkelarme omgevingen ook passend zijn, bijvoorbeeld voor mensen met bijkomende gedrags- of psychische problemen.

Bestaande en nieuwe woonzorglocaties voorbereiden op de toekomst Bestaande woonzorglocaties zijn nog niet altijd levensloopbestendig. De woonvoorkeuren en eisen van de verouderende groep verstandelijk beperkten vraagt om aanpassing of vervanging van bestaande gebouwen. Denk hierbij aan een verbeterde interne en externe toegankelijkheid van gebouwen, waaronder de aanwezigheid van (trap)liften bij meerdere verdiepingen. Ook kan goede verlichting, kameralarmering bij valsituaties en beugels aan de muren in badkamers en toiletten helpen.

9

In de UWV Monitor Arbeidsbeperking 2023 meet het UWV de arbeidsparticipatie van arbeidsbeperkten. Doelgroepen die hierin worden onderscheiden zijn mensen die zorg of ondersteuning ontvangen vanuit de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), Wet Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA), Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en Participatiewet.

38

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

6.4 Hoe kunnen we dit bereiken? Doel

Voorstel voor acties

Iedereen doet mee in de samenleving

27 We starten een regionale campagne onder werkgevers om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. We maken hierbij gebruik van de mogelijkheden die het wetsvoorstel Breed Offensief biedt. Zie ook hier.

Meer woonzorgplekken realiseren om voorbereid te zijn op de verwachte toename

28 We stimuleren woningcorporaties en woonzorgpartijen geclusterde woonvormen en nieuwe intramurale instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking te ontwikkelen. Dit binnen een straal van vijfhonderd meter rondom voorzieningenclusters en gemeenschapsruimtes.

Bestaande en nieuwe woonzorglocaties voorbereiden op de toekomst

29 We gaan met onze woningcorporaties en zorgpartijen in gesprek over het toekomstbestendig maken van het zorgvastgoed. We koppelen de herstructureringsvraagstukken aan prestatieafspraken en stimuleren gebouweigenaren ook breder te kijken naar koppelkansen, zoals verduurzaming. 30 Bij nieuwbouw stimuleren we vooraf toegankelijkheid, levensloopbestendigheid en duurzaamheid. Hiervoor stellen we regionaal richtlijnen op die we als gemeenten op lokaal niveau stimuleren bij gebouweigenaren, zoals woningcorporaties en zorgorganisaties.

39

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

7. Richtingen en adviezen voor vervolg

40

41

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

In dit hoofdstuk worden de richtingen voor vervolg geschetst. Het biedt adviezen van Stec Groep voor invulling van het regionale uitvoeringsprogramma die in een later stadium volgt.

7.1 Advies 1: Stel een regionaal afsprakenkader op als uitwerking van de regionale woonzorgvisie De voorstellen voor acties uit hoofdstukken 4, 5 en 6 geven richting aan concrete uitvoering. Breng met het regionale afsprakenkader prioriteit aan in de uitvoering van deze acties. De regionale opgave is te groot en te veelomvattend om in één keer in zijn geheel aan te pakken. • Met dit traject is de regionale en lokale opgave voor wonen en zorg in beeld gebracht voor ouderen en aandachtsgroepen. Daarnaast is gezamenlijk een visie op drie doelgroepen (ouderen (65+), mensen met een psychische kwetsbaarheid en mensen met een verstandelijke beperking) geformuleerd. • De regionale woonzorgvisie vormt daarmee het gezamenlijk kader en het regionale uitgangspunt voor de opgaven en de definities. • Belangrijk is dat alle regiogemeenten zich aan de regionale en lokale opgave uit het onderzoeksrapport en de definities uit het definitiekader committeren. Borg dit in een regionaal afsprakenkader. • Het afsprakenkader dient een breed afsprakenkader te zijn dat zich richt op bindende afspraken voor de regiogemeenten en (eventueel) de samenwerkingspartners. Het moet zich richten op gerichte uitvoering en samenwerking. Denk hiervoor bijvoorbeeld aan afspraken over financiering of de prioritering van het verdeelvraagstuk.

• Maak afspraken over de woonzorgopgave op regionaal én lokaal niveau, met woningcorporaties en zorgpartijen (prestatieafspraken). • Leg in het regionaal afsprakenkader vast op welk niveau u uitvoering geeft aan de opgave. Zo is de opgave voor ouderen (65+) voornamelijk een lokale opgave (verpleegzorgplekken uitgezonderd). Spreek daarom regionaal af dat elke gemeente bij de nieuwbouwopgave en het toevoegen van woningen in de bestaande bouw expliciet ruimte biedt voor het toevoegen van reguliere nultredenwoningen, geclusterde nultredenwoningen en verpleegzorgplekken voor ouderen. • Maak op gemeenteniveau een afwegingskader voor woningbouwinitiatieven. Geef daarbij prioritering aan projecten waarin factoren als ontmoeting, mix van doelgroepen, innovatie, mogelijkheid tot hybride zorg en nabijheid tot voorzieningen centraal staan. • Specifieke woonzorgopgaven hebben een meer regionaal karakter. Zie ook onderstaande tabel. Maak over de hiervoor benodigde voorzieningen in de regio afspraken over de eerlijke en passende verdeling (zie 7.3 over de fair share).

Tabel 3: Welke opgave waar oppakken Doelgroep

Toelichting

Waar oppakken

Ouderen (65+)

Primair een lokale opgave (verpleegzorgplekken uitgezonderd). Er zijn synergievoordelen te behalen met afstemming en samenwerking in de regio.

Lokaal en regionaal

Heeft vaker een regionaal component. Regionale afstemming is noodzakelijk, onder meer vanuit fair share op woondealniveau.

Regionaal

Uitstroom aandachtsgroepen met een zorgvraag

(provinciaal denkbaar)

42

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Uitstroom aandachtsgroepen zonder zorgvraag

Vaker regionaal (en soms provinciaal) geclusterd op enkele locaties. Fair share afspraken op regionaal niveau zijn nodig.

Regionaal

Statushouders en Oekraïense vluchtelingen

Onderdeel van een landelijke opgave waarbinnen gestuurd wordt met lokale taakstellingen.

Lokaal en regionaal

Arbeidsmigranten

Vormen veelal een regionale (en soms provinciale) opgave. Het gaat vaak om specifieke vormen van huisvesting.

Regionaal

(provinciaal denkbaar)

(provinciaal denkbaar)

Bron: Stec Groep (2024)

Aandachtspunt: niet alles kan overal •

• •

• •

De zorgvraag neemt toe onder druk van de vergrijzing. Ondanks dat we het zo lang mogelijk ‘thuis’ wonen graag faciliteren, beseffen we ons ook dat dit niet altijd mogelijk is. Zo is dit afhankelijk van de woning, woonomgeving en de zorgbehoefte en zal dat per persoon en per locatie sterk verschillen. Tegelijkertijd worden de grenzen van wat de zorg aankan steeds duidelijker zichtbaar en speelt de vraag of de benodigde zorg nog wel geleverd kan worden. Om ook in de toekomst zorg geleverd te krijgen en mensen zo lang en zo goed mogelijk ‘thuis’ te kunnen laten wonen, moeten keuzes worden gemaakt. Denk daarbij aan het aanwijzen van bepaalde kernen en verzorgingsgebieden (in kernen met meer voorzieningen) waarbinnen het ook met een complexere zorgvraag mogelijk is om zelfstandig, al dan niet geclusterd, te wonen. Voor lichte zorg en ondersteuning kan worden ingezet op clustering op lokaal niveau voor jong en oud. Daarbij is het behouden van het sociale netwerk van belang. Voor specialistische zorg moet op regionaal niveau geclusterd worden. Dit is noodzakelijk vanwege de complexiteit van de geleverde zorg, maar ook de financiële haalbaarheid.

7.2 Advies 2: Ga regionaal verder met visie op overige aandachtsgroepen, waaronder arbeidsmigranten •

• • •

In het onderzoeksrapport is de opgave voor alle doelgroepen in beeld gebracht. De overige doelgroepen zijn tijdens het gezamenlijke visietraject zijdelings aan bod gekomen. Dit vraagt een verdere uitwerking (visie) op regionaal (en lokaal) niveau. Daarbij is geconstateerd dat arbeidsmigranten een belangrijke groep zijn, waarvoor een regionale visie gewenst is. Belangrijk is daarbij de samenhang tussen de verschillende aandachtsgroepen. Denk daarbij aan de toenemende instroom van arbeidsmigranten in de maatschappelijke opvang (MO). Een gezamenlijke regionale visie op alle aandachtsgroepen conform de Wvrv is noodzakelijk om te komen tot regionale afspraken die in het kader van deze wet moeten worden gemaakt. Zie ook het punt hierna.

7.3 Advies 3: Werk toe naar een eerlijke regionale verdeling (fair share) •

Fair share gaat om solidariteit en met elkaar de verantwoordelijk nemen voor alle aandachtsgroepen. Van gemeenten wordt verwacht dat zij hun eerlijke aandeel nemen in de

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

•

•

•

•

•

huisvestingopgave van eigen kwetsbare inwoners en mensen met een specifieke woonvraag. In dat kader worden regionaal afspraken gemaakt over de ‘fair share’. De regionale fair share afspraken richten zich op een eerlijke regionale verdeling van het aanbod en daarmee de verdeling van de regionale opgave. Voor de fair share afspraak geldt: kijk er integraal naar en kijk dan wat het meest logisch is. Er zijn gemeenten die veel voorzieningen hebben en die daardoor nu al (bovengemiddeld) veel doen, vooral voor specifieke zorg. Vooral in de voormalige centrumgemeente zijn bovengemiddeld veel voorzieningen. Daarnaast zijn er gemeenten die een minder groot deel van de opgave opvangen. Fair share afspraken zijn complex. Belangrijk voor het vervolg om te komen tot regionale afspraken over de fair share is hoe bijvoorbeeld omgegaan wordt met bestaande structuren. Zie ook onderstaande kader over de aandachtspunten. Onderdeel van de fair share afspraak kan zijn dat er regionale uitruil plaatsvindt. Zo kan het zijn dat op basis van de bestaande voorzieningen regionaal afgesproken wordt dat de ene gemeente wat meer doet voor een specifieke groep en een andere gemeente juist een ander deel van de regionale opgave op zich neemt. Kijk dus bij het maken van regionale afspraken ook vooral naar de kansen die er zijn.

Op basis van de regionaal gevoerde gesprekken blijkt dat er kansen liggen om de uitstroom uit beschermd wonen en de maatschappelijke opvang op te vangen conform de afspraak: instroom = uitstroom. Dit betekent dat gemeenten inwoners die uit die gemeente komen bij uitstroom (uit een andere gemeente) ook weer opvangen. Borg de afspraken in een regionale huisvestingsverordening en voer deze ook lokaal door.

Aandachtspunten mogelijke richting voor fair share In het bestuurlijk overleg van 12 december 2024 is gesproken over een mogelijk verdeling van de fair share. Daarbij zijn enkele aandachtspunten genoemd voor het komen tot regionale fair share afspraken: 1. Het is belangrijk om te kijken naar de draagkracht van de wijk. Door goede ondersteuning van een wijk kan de draagkracht worden vergroot. Het huidige aanbod is nu sterk bepalend voor hoe de regionale opgave verdeeld kan worden. Daarbij zijn de verschillende voorzieningen niet evenredig verdeeld over de regio. 2. Voor complexere zorg is een evenredige regionale verdeling lastiger te realiseren dan voor lichtere zorg. Aandachtsgroepen verdelen op basis van gemeentelijke inwonersaantallen is dus te kort door de bocht. 3. Bij nieuwe initiatieven kan op regionaal niveau bekeken worden welke gemeenten al voorzieningen hebben en welke nog niet. Op basis van onder andere de gemeentelijke opgave, maar ook de uitwisseling met andere zorgopgaven, kan dan bekeken worden binnen welke gemeente het initiatief het meest passend is om te komen tot een eerlijke verdeling. 4. In nieuwe en bestaande initiatieven kan gezocht worden naar een andere mix van doelgroepen zodat er op lokaal niveau een bredere groep bediend kan worden. Echter kan ook niet alles overal. 5. Financiering vormt een complexiteit.

Voormalige centrumgemeenten huisvesten nog steeds relatief meer zorgdoelgroepen, maar krijgen hier niet meer geld voor dan andere gemeenten. Die complexiteit heeft invloed op de keuzes. Hierover moeten (nieuwe en) eerlijke afspraken over gemaakt worden.

43

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

7.4 Advies 4: Versterk het netwerk en geef regionale regie en samenwerking een vervolg •

• •

•

•

•

•

•

Regionale samenwerking draagt bij aan het invullen van de regionale opgave en kan daarnaast bijdragen aan innovatie, het uitwisselen van kennis en elkaar inspireren en vasthouden. Door samen op te trekken kan de samenwerking benut worden om te leren, inspireren en te stimuleren. Benut daarom het momentum voor verdere regionale samenwerking nu gesprekken gevoerd zijn en de opgave voor iedereen inzichtelijk is gemaakt. Zorg voor afstemming tussen alle woonzorgpartners. Alles hangt samen maar weinig werkt als vanzelfsprekendheid samen. Er is daarom behoefte aan en noodzaak voor afstemming tussen alle woonzorgpartners. Dit vraagt om integraal samenwerken. Probeer partners op regionaal niveau bij elkaar te houden en benut de energie die er nu in zit voor verdere samenwerking. Dit door bijvoorbeeld twee keer per jaar regionaal (zowel ambtelijk als bestuurlijk) bij te praten. Betrek waar mogelijk ook de provincie. De provincie heeft tot op heden niet actief deelgenomen aan het woonzorgvisietraject. De provincie kan een belangrijke rol spelen als coördinator, regisseur en stimulator. Zij heeft deze rollen ook vanuit de Wvrv. Denk aan het maken van regionale afspraken en het toezien op de uitvoering hiervan, maar ook door gemeenten te stimuleren en knelpunten op te lossen. Focus op regionale regie en ondersteuning, met uitvoering op lokaal niveau.

Daarbij is het denkbaar dat u op regionaal niveau een opdracht uitzet voor een vastgoed- of wijkenscan waarin u de verbinding tussen het sociale en fysieke domein legt. Dit helpt voor snelheid in afspraken met als doel om tot uitvoering op lokaal niveau te komen. Zorg - waar dat kan - dat de financiering van de stelselwetten aansluit bij de regionale opgaven en afspraken. Borg en veranker de regionale afspraken bijvoorbeeld in de regionale inkoopkaders en de doorontwikkeling van maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Stel een regionale huisvestingsverordening op voor eenheid in definities en afwegingen. Bij inwerkingtreding van de Wvrv is een urgentieregeling verplicht. Door gezamenlijk een huisvestingsverordening uit te werken, wordt een regionale basis gelegd voor lokale vaststelling. Laat daarbij ruimte voor maatwerk op lokaal niveau.

7.5 Advies 5: Borg op lokaal niveau inbedding en uitvoering •

•

• •

•

Het Volkshuisvestingsprogramma en daarbinnen de gemeentelijke visie op wonen en zorg vormt de basis voor lokale afspraken tussen gemeenten, corporaties, huurdersorganisaties en zorginstellingen op het gebied van wonen, leefbaarheid, welzijn en zorg. Belangrijk is om een verbinding te maken tussen het Wmo-beleidsplan en volkshuisvestingsprogramma. Gemeenten moeten in hun Wmo-beleidsplan aandacht besteden aan de vraag naar zorg, jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning die hoort bij de woonopgave voor aandachtsgroepen. Belangrijk is deze ook lokaal in te bedden. Door de opgave en definities op lokaal niveau te verwerken in het volkshuisvestingsprogramma. Maak op basis van de regionale woonzorgvisies en afspraken (en lokale uitwerkingen) prestatieafspraken tussen gemeenten en corporaties. Nodig zorgpartijen hier ook voor uit, deze ruimte biedt de Wvrv en het is vanuit de inhoud ook volstrekt logisch om te doen. Leg in de lokale prestatieafspraken vast hoe de nieuwbouw- en bestaande voorraad beter benut kan worden voor de huisvesting van senioren (en aandachtsgroepen).

44

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

7.6 Advies 6: Monitor de afspraken en zorgbehoefte op regionaal niveau •

• •

•

Nu de opgave in beeld is, is het van belang om op regionaal niveau eenduidig en op basis van het definitiekader het overzicht te houden op de ontwikkeling van de opgave, maar ook hierover vervolgens met elkaar het (kwantitatieve én kwalitatieve) gesprek over te voeren. Monitor daarom op regionaal niveau welke woonzorgproducten iedere gemeente ontwikkelt en of gezamenlijk de vraag voldoende wordt beantwoord. Maak hierbij gebruik van het bestaande monitoringssysteem van de provincie en scherp deze samen aan waar nodig. Het monitoren op regionaal niveau stelt u in staat om op regionaal niveau en lokaal niveau te bespreken of (bij)sturing noodzakelijk is. Daarnaast biedt regionale monitoring en samenwerking kans om een regionaal loket/aanmeldpunt voor initiatiefnemers op te zetten en dit regionaal te coördineren. Zo kunnen op regionaal niveau initiatieven verbonden worden aan locaties. Houd daarbij als regio de regie en vraag de regiogemeenten periodiek (bijvoorbeeld twee keer per jaar tijdens de provinciale woningbouwprogrammacyclus) om input te leveren ten behoeve van de monitoring. Denk daarbij aan de voortgang van de realisatie van ouderenhuisvesting of de planlijst wonen. De gezamenlijk afgestemde regionale opgave is hierbij het uitgangspunt.

45

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

8. Bijlage A

46

47

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

8.1 Tabel A1: Rijksprogramma’s en nationale zorgakkoorden Rijksprogramma’s

Nationale zorgakkoorden

Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening (VRO)

Volksgezondheid, Welzijn & sport (VWS)

Wonen en zorg voor ouderen

Een thuis voor iedereen

Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO)

Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg & welzijn (TAZ)

Nationaal Plan Dakloosheid

(2022)

(2022)

(2022)

(2022)

(2022)

(2022)

(2023)

• 290.000 woningen geschikt voor ouderen bouwen tot 2030

• Voldoende betaalbare woningen

• Transformatie ouderenzorg

• Transitie naar passende en arbeidsbesparende zorg

• Dakloosheid te allen tijde voorkomen

• Toegankelijk kwalitatief en goed betaalbaar

• Preventie, gezondheid en sociale basis

• Samen met de patiënt

• Weerbare gezonde mensen

• Informeren, ontzorgen en doorstroming bevorderen • Leefomgeving geschikt om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen

• Aandachtsgroepen • Evenredige verdeling over gemeenten

• Passend bij behoefte en betaalbaar • ‘Zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan’

• Arbeidsmarkt in zorg en welzijn toekomstbestendiger maken • Innovatieve werkvormen & behouden medewerkers. Leren en ontwikkelen

• Wonen eerst: afbouw maatschappelijk e opvang en eerst stabiele huisvesting • Vergroten van woningvoorraad voor (dreigend) dakloze mensen

Bron: Verschillende Rijksprogramma’s en zorgakkoorden. Samenvatting: Stec Groep

Integraal Zorg Akkoord (IZA)

• Nadruk op (positieve) gezondheid

Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)

• Sterke sociale basis • Positieve gezondheid voor een gezonde leefomgeving

Regionale woonzorgvisie Midden-Holland

Colofon Datum: 12 maart 2025 Projectnummer: 24.155 Opdrachtgever: Regio Midden-Holland Opdrachtnemer: Stec Groep Adviseurs: Arlinde Dul, Luuk Lentferink en Maartje Lucassen Stec Groep Onderzoek en advies over wonen, werken en leefomgeving Postbus 217, 6800 AE Arnhem Willemsplein 5, 6811 KA Arnhem 026 - 751 41 00 info@stec.nl www.stec.nl

48

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave Onderzoeksrapport wonen en zorg regio Midden-Holland 29 januari 2025

2

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3

3 3 3

Aanleiding Uw vragen Leeswijzer

Huidig en verwacht zorggebruik

4

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

4 5 6 7 12 14

Huishoudens en zorgvraag nemen toe in Midden-Holland Stelselwetten als uitgangspunt voor zorggebruik Zorgverzekeringswet (Zvw) Wet langdurige zorg (Wlz) Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo2015) Jeugdwet

Wonen en zorg voor ouderen (65-plus)

16

3.1 3.2 3.3

16 17 17

Forse toename 65-plussers zorgt voor vergrijzing Verschuivingen binnen de oudere doelgroep zichtbaar Woonzorgopgave voor 65-plussers

Aandachtsgroepen

19

4.1 4.2

19 20

Meer aandacht voor aandachtsgroepen Verdieping aandachtsgroepen met zorgvraag

Woonzorgopgave per gemeente

24

Gemeente Bodegraven-Reeuwijk Gemeente Gouda Gemeente Krimpenerwaard Gemeente Waddinxveen Gemeente Zuidplas

24 25 26 27 28

Bronnen aandachtsgroepen

29

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Om tot een goede regionale samenwerking te komen, is het van belang de opgaven in beeld te hebben. Denk aan demografische veranderingen zoals vergrijzing, maar ook aan de omvang en uitstroom van aandachtsgroepen. Het Rijk heeft de opgave geformuleerd om tot en met 2030 290.000 extra woningen te realiseren voor de doelgroep ouderen, waarvan 170.000 nultredenwoningen, 80.000 geclusterde woonvormen en 40.000 zorggeschikte woningen. Daarnaast is bij inwerkingtrede van de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) het in beeld brengen van de (uitstroom van) aandachtsgroepen belangrijk. Op basis hiervan kunnen regiogemeenten samen toewerken naar de fair share afspraken. Voorliggend onderzoeksrapport gaat in op deze opgaven voor de regio Midden-Holland en haar gemeenten. Het rapport dient daarmee als cijfermatige basis voor de regionale woonzorgvisie.

1.2 Uw vragen Naast inzicht in ontwikkelingen rondom zorg en welzijn, bent u ook benieuwd naar de koppeling met wonen. Daarom heeft u de volgende vragen voor dit onderzoeksrapport: • Hoe ziet de woon- en zorgvraag van verschillende zorgdoelgroepen er in Midden-Holland uit tot 2040? • Hoe verhoudt de woonzorgvraag zich tot de regionale woningbouwprogrammering? Komen vraag en aanbod met elkaar overeen? • Welke specifieke woonzorgproducten, naast individueel voldoende toegankelijke woningen, zijn regionaal nodig? En wat zijn de kenmerken van deze woonzorgproducten? • Welke spreiding over de vijf gemeenten is gewenst gezien de vraaganalyse? En welke spreiding is haalbaar gezien de mogelijkheden in de woningvoorraad en de woningbouwplannen in de vijf gemeenten?

1.3 Leeswijzer De (woon)zorgvraag pellen we per zorgvraag en doelgroep af. In hoofdstuk 2 is de huidige en verwachte zorgvraag uitgesplitst aan de hand van vier stelselwetten. Dit zijn: Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke opvang en de Jeugdwet. Vervolgens staat in hoofdstuk 3 de opgave benoemd voor specifiek 65-plussers. Tot slot is de omvang en uitstroom benoemd voor de aandachts- en urgentiegroepen zoals benoemd door het Rijk. In de bijlagen staat achtergrondinformatie.

‘De zorgvrager’ of ‘de oudere’ bestaat niet Bij het lezen van dit onderzoeksrapport is het steeds belangrijk om te beseffen dat ‘de zorgvrager’ of ‘de oudere’ niet bestaat. Ieder mens verschilt op individueel niveau. Het doel van dit onderzoek is dan ook om op regionaal schaalniveau uitspraken te doen over de woonzorgopgave in MiddenHolland. In hoofdstuk 3 is bij benadering een leeftijdsgrens getrokken voor ouderenhuisvesting. De doelgroep vanaf 65 jaar heeft namelijk een grotere kans is op een (gestapelde) zorgvraag en maakt veelal woonkeuzes gekoppeld aan deze zorgvraag.

3

4

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave

2. Huidig en verwacht zorggebruik 2.1 Huishoudens en zorgvraag nemen toe in Midden-Holland Midden-Holland groeit tot 2041 met bijna 20.000 huishoudens, vooral groep ouderen groeit Op dit moment wonen er ongeveer 108.685 huishoudens in de regio Midden-Holland. In 2040 is het huishoudensaantal waarschijnlijk gestegen naar 128.515 (+19.830 huishoudens). Deze toename wordt voor een belangrijk deel verklaard door dubbele vergrijzing (zie tabel 14). Hierdoor stijgt niet alleen het aantal huishoudens, maar ook het aantal huishoudens dat zorg gebruikt; in 2041 maakt een op de vijf huishoudens gebruik van zorg.

Tabel 1: Aantal huishoudens in regio Midden-Holland Niveau

Naam

2024

2031

2024-2031

2041

2024-2041

Aantal

Aantal

Ontw.

Aantal

Ontw.

%

Regio

Midden-Holland

108.685

117.700

+9.015

128.515

+19.830

+18%

Gemeente

BodegravenReeuwijk

15.255

16.145

+890

17.390

+2.135

+14%

Gouda

35.395

38.590

+3.195

41.730

+6.335

+18%

Krimpenerwaard

24.475

25.625

+1.150

26.755

+2.280

+9%

Waddinxveen

14.075

16.020

+1.945

18.680

+4.605

+33%

Zuidplas

19.485

21.315

+1.830

23.960

+4.475

+23%

Bron: Primos2024. Bewerking Stec Groep (2024)

Figuur 1: Aandeel huishoudens dat zorg gebruikt per gemeente 25% 20%

19%

21%

21% 18%

23% 20%

19%

22% 18% 19%

18%

20%

15%

2024

10%

2041

5% 0%

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021). Primos2024. Bewerking Stec Groep (2024)

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave

2.2 Stelselwetten als uitgangspunt voor zorggebruik Leidende principes voor een eerlijke toegang tot zorg en ondersteuning Het Nederlandse zorgstelsel legt de basis voor de zorg in Nederland en biedt daarmee het kader waarnaar overheden en zorgaanbieders handelen. Het zorgstelsel is gebaseerd op de principes: • toegang tot zorg voor iedereen; • solidariteit via een voor iedereen verplichte zorgverzekering; • een goede kwaliteit van zorg. Het zorgstelsel in Nederland is geregeld aan de hand van vijf stelselwetten: Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet en Wet publieke gezondheid (Wpg). 1 Onderzoek wonen en zorg Midden-Holland gaat in op vier van de vijf stelselwetten In dit hoofdstuk gaan we in op het zorggebruik vanuit vier van de vijf stelselwetten. Geen onderdeel van deze verkenning is het zorggebruik vanuit de bredere Wet publieke gezondheid.

Figuur 2: Vijf stelselwetten die de zorg in Nederland regelen

Bron: Stec Groep, 2024

1

Andere wetten raken hieraan, zoals de Participatiewet, Wet zorg en dwang en de Wet forensische zorg.

5

6

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave

2.3 Zorgverzekeringswet (Zvw) Zorgverzekeringswet is voor iedereen De zorgverzekeringswet (Zvw) stelt een ziektekostenverzekering (basispakket) verplicht voor alle Nederlandse ingezetenen en mensen die in het buitenland wonen maar uit Nederland inkomsten uit arbeid ontvangen. De zorg die via de Zorgverzekeringswet geleverd wordt kan bestaan uit een behandeling, dienst of product. In het Besluit zorgverzekering (Bzv) staan de vormen van zorg opgesomd die in het basispakket van de zorgverzekering vallen. Dit zijn onder meer sommige eerstelijnszorg zoals een huisarts, maar ook wijkverpleging. Andere eerstelijnszorg, zoals de kosten van een bezoek aan een tandarts of fysiotherapeut, vallen (gedeeltelijk) buiten dit basispakket. Focus op de zorg vanuit de Zvw die invloed heeft op de woningbehoefte In dit onderzoek richten we ons met name op personen en/of huishoudens voor wie hun zorggebruik invloed heeft op hun woningbehoefte. Het gebruik van wijkverpleging is daarbij een cruciale factor. Dit betekent immers dat deze personen ondersteuning nodig hebben om zelfstandig te kunnen wonen. Deze personen hebben vaak echter geen 24-uurszorg nodig, doordat ze een groot deel van de tijd zelfredzaam zijn. We nemen in dit onderzoek alle personen en/of huishoudens mee die in 2021 wijkverpleging hebben ontvangen. Dit kan in sommige gevallen ook van tijdelijke aard zijn geweest.

Behoefte aan wijkverpleging in de regio Midden-Holland groeit aankomende jaren met circa 40% Met CBS Microdata hebben we inzicht in het aantal personen en huishoudens dat in 2021 zorgkosten heeft gehad voor wijkverpleging. Op basis van verwachte demografische ontwikkelingen maken we een inschatting van het aantal huishoudens dat in de periode 2024 tot en met 2040 wijkverpleging nodig heeft. We zien dat het aantal huishoudens dat naar verwachting wijkverpleging wil gebruiken fors toeneemt met 3.450 huishoudens (+43%) tot en met 2040. Dit komt met name door een sterke toename van oudere huishoudens. Dat zijn namelijk de huishoudens die relatief vaak wijkverpleging gebruiken (zie ook tabel 2 op de volgende pagina). De relatieve toename in de gemeenten is redelijk vergelijkbaar met die in de regio. In de gemeente Krimpenerwaard ligt de ontwikkeling zo’n 10% lager (met +32%) dan de regionale groei en in de gemeenten Zuidplas en Waddinxveen ligt dit 7% hoger (met 50%).

Tabel 2: Ontwikkeling huishoudens die gebruik maken van wijkverpleging via Zvw in periode 2024-2041 in regio Midden-Holland Niveau

Naam

2024

2031

2024-2031

2041

2024-2041

Aantal

Aantal

Ontw.

Aantal

Ontw.

%

Regio

Midden-Holland

8.060

9.350

+1.290

11.510

+3.450

+43%

Gemeente

BodegravenReeuwijk

1.135

1.325

+190

1.645

+510

+45%

Gouda

2.680

3.165

+485

3.830

+1.150

+43%

Krimpenerwaard

1.855

2.040

+185

2.440

+585

+32%

Waddinxveen

1.090

1.290

+200

1.640

+550

+50%

Zuidplas

1.300

1.530

+230

1.955

+655

+50%

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages

7

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave

Grootste behoefte aan wijkverpleging bij oudere huishoudens We delen de ontwikkeling van het aantal huishoudens met wijkverpleging in naar leeftijdsklassen. Zo is in beeld door welke leeftijdsgroepen de verwachte toename van wijkverpleging veroorzaakt wordt. Tot 2041 is te zien dat met name de wijkverpleging aan de huishoudens tussen 75 en 85 jaar (+1.205) en ouder dan 85 jaar (+1.830) toeneemt. Dit gaat om hoge aantallen doordat ruim de helft van de 75-plussers op dit moment wijkverpleging gebruikt (circa 56%) en deze groep de komende jaren naar verwachting sterk toeneemt. Voor jongere huishoudens verwachten we eveneens een toename van wijkverpleging, maar deze toename is minder sterk. Dit komt omdat het aantal jongere huishoudens ook toeneemt tot 2041, ook al hebben zij minder vaak behoefte aan wijkverpleging dan oudere huishoudens. Ten slotte zal een groot deel van jongere huishoudens slechts tijdelijk gebruik maken van wijkverpleging, bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname.

Tabel 3: Ontwikkeling huishoudens met wijkverpleging naar leeftijd in de regio Midden-Holland, 2024-2041 Leeftijd

2024

2031

Aantal

Aantal

2024-2031 Ontw.

2041

%

Aantal

2024-2041 Ontw.

%

<65 jaar

1.965

2.030

+65

+3%

2.135

+170

+9%

65-75 jaar

1.570

1.800

+230

+15%

1.815

+245

+16%

75-85 jaar

2.695

3.295

+600

+22%

3.900

+1.205

+45%

>85 jaar

1.830

2.225

+395

+22%

3.660

+1.830

+100%

Totaal

8.060

9.350

1.290

+16%

11.510

+3.450

+43%

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages

2.4 Wet langdurige zorg (Wlz) Zorg vanuit de Wlz is 24 uur per dag bereikbaar en nabij De Wet langdurige zorg (Wlz) regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en mensen met een psychische aandoening. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeelt of iemand in aanmerking komt voor zorg uit de Wlz. Dit is het geval wanneer iemand intensieve zorg of toezicht nodig heeft. Deze persoon kan vervolgens een keuze maken over de leveringsvorm van de zorg, bijvoorbeeld thuis in de eigen (zorggeschikte/geclusterde) woning of in een instelling. De ontwikkeling van het aantal personen dat gebruik maakt van Wlz is zeer relevant voor de verwachte huisvestingsvraag van zorgbehoevenden. Hieronder hebben we op basis van CBS Microdata (personen met Wlz-indicatie) en de Primos-prognose een inschatting gemaakt van de verwachte vraag naar Wlz-zorg. Naar verwachting +2.720 (+55%) Wlz-cliënten tot 2041 in de regio Midden-Holland Het aantal Wlz-cliënten gaat over personen met een Wlz-indicatie. Dit betreft zowel personen in een instelling (intramuraal) als personen die langdurige zorg thuis ontvangen (extramuraal). Voor de regio Midden-Holland neemt het aantal Wlz-cliënten toe tot en met 2040. Ten opzichte van 2024 gaat het om een toename van circa 55%. Met name vergrijzing ligt hieraan ten grondslag.

De grootste absolute en relatieve stijging wordt verwacht in de gemeente Gouda. Het gaat om een toename van zo’n 1.160 cliënten, goed voor een toename van 60% in 2041 ten opzichte van 2024.

8

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave

Tabel 4: Ontwikkeling Wlz-cliënten in regio Midden-Holland, 2024-2041 Niveau

Naam

2024

2031

2024-2031

2041

2024-2041

Aantal

Aantal

Ontw.

Aantal

Ontw.

%

4.940

6.030

+1.090

7.660

+2.720

+55%

605

730

+125

935

+330

+55%

Gouda

1.930

2.415

+485

3.090

+1.160

+60%

Krimpenerwaard

1.045

1.240

+195

1.545

+500

+48%

Waddinxveen

530

640

+110

815

+285

+54%

Zuidplas

830

1005

+175

1.275

+445

+54%

Regio

Midden-Holland

Gemeente

BodegravenReeuwijk

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2022), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages

Sterke relatieve groei van zo’n 65% bij huishoudens met Wlz-indicatie in de gemeente Wanneer we kijken naar de ontwikkeling van het aantal Wlz-cliënten naar huishoudens, dan stijgt in de regio Midden-Holland het aantal huishoudens dat gebruik maakt van de WIz tot en met 2040 met bijna 1800 huishoudens. Dit staat gelijk aan een stijging van circa 65% in 2041 ten opzichte van 2024. De gemeentelijke ontwikkelingen variëren ten opzichte van het regionale gemiddelde: in de gemeente Gouda gaat het bijvoorbeeld om een relatieve groei van zo’n 80%, tegenover een relatieve groei van circa 50% in de gemeente Krimpenerwaard. In absolute zin groeit het aantal huishoudens dat gebruik maakt van de Wlz het meest in de gemeente Gouda (+885). Belangrijk om te noemen is dat de huishoudens hieronder alleen betrekking hebben op extramurale zorg. Dit is in lijn met de trend van extramuralisering, waarbij langdurige zorg aan huis naar verwachting sterk toeneemt, wat de behoefte aan zorggeschikte woningen vergroot.

Tabel 5: Ontwikkeling aantal huishoudens dat gebruik maakt van de Wlz, 2024-2041 Niveau

Naam

2024

2031

2024-2031

2041

2024-2041

Aantal

Aantal

Ontw.

Aantal

Ontw.

%

2.715

3.370

+655

4.505

+1.790

+66%

355

410

+55

555

+200

+56%

1.105

1.435

+330

1.990

+885

+80%

Krimpenerwaard

555

660

+105

840

+285

+51%

Waddinxveen

335

405

+70

510

+175

+52%

Zuidplas

365

460

+95

610

+245

+67%

Regio

Midden-Holland

Gemeente

BodegravenReeuwijk Gouda

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages

9

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave

Toename van het aantal Wlz-cliënten landt vooral in leeftijdsklasse 75 jaar en ouder Van de circa 4.940 personen die in 2024 gebruik maken van de zorg uit de Wlz, zijn er 1.885 jonger dan 65 jaar (38%). Daarnaast zijn circa 1.485 personen ouder dan 85 jaar (30%). Als we vooruitkijken, dan neemt de komende jaren naar verwachting het aantal personen dat gebruik maakt van zorg uit Wlz toe. Door de toenemende vergrijzing landt deze zorgvraag vooral bij ouderen vanaf 75 jaar. Tot 2041 is de absolute groei is het sterkst bij personen vanaf 85 jaar, goed voor een toename van in totaal 2.720 personen (+107%).

Tabel 6: Ontwikkeling Wlz-cliënten naar leeftijd in regio Midden-Holland, 2024-2041 2024

2031

Aantal

Aantal

<65 jaar

1.885

2.085

+200

+11%

2.410

+525

+28%

65-75 jaar

345

485

+140

+41%

410

+65

+19%

75-85 jaar

1.225

1.570

+345

+28%

1.760

+535

+44%

>85 jaar

1.485

1.890

+405

+27%

3.080

+1.595

+107%

Totaal

4.940

6.030

+1.090

+22%

7.660

+2.720

+55%

Leeftijd

2024-2031 Ontw.

%

2041 Aantal

2024-2041 Ontw.

%

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2022), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages

Tot 2041 sterkste toename in de Wlz-cliënten met psychogeriatrische en somatische grondslag Van de circa 4.940 personen die in 2024 gebruik maken van de zorg uit de Wlz, hebben er 1.745 een psychogeriatrische grondslag en 1.645 een verstandelijke handicap. Daarmee zijn deze doelgroepen momenteel het grootst. Vanwege een toename van 1.365 personen blijven cliënten met een psychogeriatrische aandoening de grootste groep in 2041. Tot 2041 verdubbelt eveneens het aantal Wlz-cliënten met een somatische grondslag. Relatief gezien is dit de sterkste groei van alle grondslagen (88%). De toename van het aantal cliënten met een psychogeriatrische en somatische grondslag is met name toe te schrijven aan de al ingezette vergrijzing (zie hiervoor hoofdstuk 3 voor de algehele huishoudensontwikkeling in de regio). Bij alle andere grondslagen is ook een toename zichtbaar van 25% of meer. Een uitzondering is de ontwikkeling van het aantal personen in de Wlz met een psychiatrische grondslag. Hier is de toename 5%.

Indicatie versus verzilvering Iemand met een Wlz-indicatie hoeft niet per definitie de Wlz-zorg ook daadwerkelijk te verzilveren. In 2022 waren er 2.500 personen met een Wlz-indicatie verpleging en verzorging (VV), waarvan 140 personen deze zorg niet verzilverd hebben (bron: VGZ). In totaal wordt dus ongeveer 95% van de zorg daadwerkelijk verzilverd.

10

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave

Tabel 7: Wlz-cliënten naar dominante grondslag in regio Midden-Holland, 2024-2041 2024

2031

Aantal

Aantal

Ontw.

Lichamelijke handicap

435

490

+55

13%

545

+110

+25%

Psychiatrisch

205

210

+5

2%

215

+10

+5%

1.745

2.265

+520

30%

3.110

+1.365

+78%

880

1.140

+260

30%

1.655

+775

+88%

Verstandelijke handicap

1.645

1.890

+245

15%

2.095

+450

+27%

Zintuigelijke handicap

30

35

+5

17%

40

+10

+33%

4.940

6.030

+1.090

22%

7.660

+2.720

+55%

Grondslag

Psychogeriatrisch Somatisch

Totaal

2024-2031

2041

%

2024-2041

Aantal

Ontw.

%

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2022), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages

Toename van het aantal Wlz-cliënten tot 2041 landt voor groot deel ’thuis’ Van het totaal aantal personen dat in 2024 gebruik maakt van zorg uit de Wlz, wonen 2.760 binnen een instelling (circa 55%). De andere helft ontvangt de zorg ‘thuis’. Vanwege de beperking van de uitbreiding in het aantal instellingsplekken zal het groeiende aantal Wlz-cliënten tot 2041 in toenemende mate ‘thuis’ zorg ontvangen. ‘Thuis’ zal in veel gevallen echter geen reguliere woning betekenen, maar een woning die geschikt is om zware zorg te kunnen ontvangen. CBS Microdata geeft geen verdere specificering van de leveringsvorm. Hierdoor baseren we onze prognose op dit onderscheid (instelling of thuis). De toename van het aantal Wlz-cliënten binnen een instelling hangt samen met de verwachte toename van het aantal personen met een Wlzindicatie in de regio Midden-Holland. Tegelijkertijd wonen mensen met een Wlz-indicatie steeds vaker (langer) thuis. Die trend is al een aantal jaren gaande en is ook zichtbaar in de data (+86%).

Tabel 8: Ontwikkeling Wlz-cliënten naar leveringsvorm in regio Midden-Holland, 2024-2041 2024

2031

Aantal

Aantal

Instelling

2.760

3.195

+435

+16%

3.600

+840

+30%

Thuis

2.180

2.835

+655

+30%

4.060

+1.880

+86%

Totaal

4.940

6.030

+1.090

+22%

+7.660

+2.720

+55%

Leveringsvorm

2024-2031 Ontw.

%

2041 Aantal

2024-2041 Ontw.

%

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2022), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages

11

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave

Figuur 3: Verdieping: groei Wlz-cliënten met psychiatrische, psychogeriatrische en verstandelijke handicap grondslag (intramuraal en extramuraal), periode 2024-2041 2.000 1.800 1.600 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200 WLZ intramuraal

WLZ extramuraal

WLZ intramuraal

Psychiatrisch 2024

2031

WLZ extramuraal

Psychogeriatrisch

WLZ intramuraal

WLZ extramuraal

Verstandelijke handicap

2041

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024)

Figuur 4: Verdieping: groei psychiatrische en psychogeriatrische Wlz-cliënten per gemeente, periode 2024-2041 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200 0 2024 2031 2041 2024 2031 2041 2024 2031 2041 2024 2031 2041 2024 2031 2041 BodegravenReeuwijk

Gouda

Krimpenerwaard

Waddinxveen

Zuidplas

Psychogeriatrisch WLZ extramuraal

Psychogeriatrisch WLZ intramuraal

Psychiatrisch WLZ extramuraal

Psychiatrisch WLZ intramuraal

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024)

12

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave

Figuur 5: Verdieping: groei verstandelijke handicap per gemeente, periode 20242041 350 300 250 200 150 100 50 0 2024 2031 2041 2024 2031 2041 2024 2031 2041 2024 2031 2041 2024 2031 2041 BodegravenReeuwijk

Gouda

Krimpenerwaard

Waddinxveen

Zuidplas

Verstandelijk gehandicapt WLZ extramuraal Verstandelijk gehandicapt WLZ intramuraal

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024)

2.5 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo2015) Gemeenten verantwoordelijk voor de zorg vanuit de Wmo2015, net zoals voor de Jeugdwet De Wet maatschappelijke ondersteuning is een gedecentraliseerde wet sinds 2015. Dit houdt in dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de aanspraak die op deze wet gemaakt wordt. Deze wet moet het mogelijk maken dat personen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Hiervoor worden verschillende voorzieningen aangeboden, waarbij onderscheid wordt gemaakt in algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. De maatwerkvoorzieningen (denk aan hulp bij het huishouden of een rolstoel) worden via een indicatie aan personen afgegeven. Uitgangspunt: het aantal huishoudens dat gebruik maakt van één of meer Wmo-voorzieningen In onderstaande tabel staat de verwachte ontwikkeling van het aantal huishoudens dat gebruik maakt van een Wmo-voorziening. Huishoudens kunnen daarbij gebruik maken van meer dan één voorziening uit de Wmo. We kiezen ervoor deze zorg op het niveau van huishoudens (personen die samen in een woning wonen) weer te geven, omdat dit het sterkste raakt aan de huisvestingsvraag die deze zorgbehoefte oplevert. We brengen het huidige Wmo-gebruik in beeld op basis van data van CBS Microdata. Voor de ontwikkeling gaan we uit van eenzelfde aandeel Wmo-gebruik door de diverse leeftijdsklassen.

Vergrijzing leidt tot toename Wmo-gebruik van huishoudens met ruim 40% tot en met 2040 In totaal zien we dat het aantal huishoudens dat gebruik maakt van Wmo2015 (onder de huidige voorwaarden) toeneemt met 3.820 tot 2041 in de regio Midden-Holland. Dit is een stijging van 42% ten opzichte van 2024. In elke Midden-Hollandse gemeente is een stijging zichtbaar, variërend van circa 30% in de gemeente Krimpenerwaard tot ruim 50% in de gemeenten Waddinxveen en Zuidplas.

13

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave

Tabel 9: Ontwikkeling huishoudens met Wmo (excl. verblijf en opvang), 2024-2041 Niveau

Naam

2024

2031

2024-2031

2041

2024-2041

Aantal

Aantal

Ontw.

Aantal

Ontw.

%

Regio

Midden-Holland

8.995

10.345

+1.350

12.815

3.820

+42%

Gemeente

BodegravenReeuwijk

1.100

1.280

+180

1.605

+505

+46%

Gouda

3.375

3.930

+555

4.735

+1.360

+40%

Krimpenerwaard

2.135

2.320

+185

2.805

+670

+31%

895

1.055

+160

1.355

+460

+51%

1.490

1.760

+270

2.315

+825

+55%

Waddinxveen Zuidplas

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages

Forse toename van het aantal huishoudens van 85 jaar en ouder dat gebruik maakt van de Wmo Van de circa 8.995 huishoudens die in 2024 gebruikmaken van de Wmo, zijn er circa 6.185 (69%) 65 jaar en ouder. Ongeveer 2.165 huishoudens zijn ouder dan 85 jaar (24%). De toename van het aantal huishoudens dat gebruik maakt van de Wmo zit voornamelijk in de categorie 85-plus. Deze groep neemt absoluut (+2.170) en relatief (+100%) het sterkst toe tot 2041. In de categorie jonger dan 65 jaar is de relatieve stijging in diezelfde periode het kleinst (+8%).

Tabel 10: Ontwikkeling van huishoudens die gebruik maken van Wmomaatwerkvoorzieningen naar leeftijd in regio Midden-Holland, 2024-2041 Leeftijd

2024

2031

Aantal

Aantal

2024-2031 Ontw.

2041

%

Aantal

2024-2041 Ontw.

%

<65 jaar

2.810

2.900

+90

+3%

3.030

+220

+8%

65-75 jaar

1.275

1.455

+180

+14%

1.455

+180

+14%

75-85 jaar

2.745

3.360

+615

+22%

3.995

+1.250

+46%

>85 jaar

2.165

2.630

+465

+21%

4.335

+2.170

+100%

Totaal

8.995

10.345

+1.350

+15%

12.815

+3.820

+42%

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages

Grote toename verwacht van gebruik hulpmiddelen en diensten en hulp bij het huishouden Er zijn in 2024 circa 18.525 maatwerkvoorzieningen verstrekt in de regio Midden-Holland. Omdat huishoudens meer dan één voorziening uit de Wmo kunnen gebruiken, ligt het aantal huishoudens in onderstaande tabel hoger dan het totaal aantal huishoudens dat gebruik maakt van de Wmo. Van alle afgegeven voorzieningen in 2024 zijn er 10.310 (circa 55%) ingedeeld als hulpmiddelen en diensten. Deze type voorziening neemt absoluut gezien het sterkst toe tot 2041 (+4.865), gevolgd door hulp bij het huishouden (+2.650). Ondersteuning thuis stijgt minder snel. Dit komt doordat dit type voorziening relatief vaak door jongere personen wordt gebruikt. In totaal neemt naar verwachting het gebruik van de Wmo toe met circa 7.765 voorzieningen in de periode 2024 tot 2041. In de regio Midden-Holland heeft een huishouden dat Wmo gebruikt in 2024 toegang tot gemiddeld 2,1 voorzieningen. Dit blijft nagenoeg gelijk in 2041.

14

Zicht op de Midden-Hollandse woonzorgopgave

Tabel 11: Ontwikkeling type voorzieningen (exclusief verblijf en opvang) in regio Midden-Holland, 2024-2041 Type voorziening

2024

2031

2024-2031

Aantal

Aantal

Ontw.

Ondersteuning thuis

3.070

3.270

+200

+7%

3.500

+430

+14%

Hulp bij het huishouden

5.145

6.100

+955

+19%

7.795

+2.650

+52%

Hulpmiddelen en diensten

10.310

11.930

+1.620

+16%

14.995

+4.685

+45%

Totaal

18.525

21.300

+2.775

+15%

26.290

+7.765

+42%

%

2041 Aantal

2024-2041 Ontw.

%

Bron: CBS Microdata (2024, cijfers 2021), Primos2023. Bewerking Stec Groep (2024). Afgerond op vijftallen en hele percentages

2.6 Jeugdwet Jeugdigen tot 18 jaar, met uitloop tot 23 jaar, ontvangen zorg vanuit de Jeugdwet Via de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor hulp die aan jeugdigen (tot achttien jaar met uitloop tot 23 jaar) geleverd wordt. Deze hulp betreft ondersteuning en zorg aan jeugdigen en of hun ouders/verzorgers. Ook het bevorderen van zelfstandig maatschappelijk functioneren valt hieronder. Jeugdhulp kan onderverdeeld worden in jeugdhulp zonder en met verblijf. Bij jeugdhulp met verblijf woont de jeugdige niet meer bij de ouders, maar bijvoorbeeld in een pleeggezin, gezinshuis of instelling. Aantal personen met jeugdzorg neemt toe tot 2041 In onderstaande tabel staat de verwachte ontwikkeling van het aantal jeugdigen dat gebruikmaakt van de Jeugdwet. We maken hiervoor gebruik van CBS Microdata. Vervolgens gebruiken we een prognose van het aantal gezinnen in de regio Midden-Holland om een inschatting te kunnen maken van het aantal jeugdigen dat in de toekomst jeugdhulp nodig heeft. We houden er in deze prognose dus rekening mee dat het aandeel jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp niet toeneemt. In werkelijkheid zien we echter lange wachttijden in de jeugdzorg. Wanneer wordt ingezet op het inlopen van deze wachttijden, dan kan de vraag naar jeugdhulp hoger uitvallen. Het aantal personen met jeugdzorg neemt in 2031 toe ten opzichte van 2024 met 85 in de regio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=4abbc901-8c10-4cb9-b298-c11efc6817de