CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.12 RIB Pilot Project aanpak oneigenlijk gebruik gemeentegrond

Raadsvergadering 28 januari 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college13.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In het geval grond van de gemeente in gebruik wordt genomen zonder dat daarover schriftelijke afspraken zijn gemaakt, is er sprake van inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Daardoor kan op termijn verjaring ontstaan, waardoor de gemeente haar eigendom kan verliezen. De gemeente heeft de wettelijk taak daartegen op te treden. In artikel 160 lid 3 Gemeentewet is namelijk bepaald dat de gemeente alles moet doen om verjaring of verlies van recht of bezit te voorkomen. Treedt de gemeente niet op, dan ontstaat de situatie dat de ene inwoner kosteloos grond van de gemeente in gebruik heeft en dat een ander daarvoor dient te betalen. Dit is in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

14 Krimpenerwaard snippergroen| 2025

Verder kan door het in gebruik nemen van gemeentegrond, de kwaliteit van de leefomgeving worden aangetast. Bovendien kan de situatie ontstaan dat de gemeente bij de ontwikkeling van nieuwbouwplannen of bij de herinrichting van de openbare ruimte, niet meer over alle benodigde gronden kan beschikken. Een dergelijke situatie is ongewenst.

Verjaring Om te bepalen welke stappen moeten worden ondernomen bij oneigenlijk grondgebruik, is het belangrijk om te onderzoeken of de gebruiker door verjaring eigenaar van de grond is geworden of dat deze situatie dreigt te ontstaan. Hieronder wordt allereerst uitgelegd wat met verjaring wordt bedoeld. Daarna wordt aangegeven welke instrumenten ingezet kunnen worden om tegen niet geregistreerd grondgebruik op te treden. Er zijn twee (wettelijke) grondslagen waarop een gebruiker de eigendom van (gemeente)-grond kan verkrijgen: 1. Verkrijgende verjaring (artikel 3:99 Burgerlijk Wetboek) Verkrijgende verjaring treedt op als iemand de grond gedurende een termijn van 10 jaar onafgebroken en te goeder trouw in bezit heeft. Deze vorm van verjaring komt niet vaak voor, omdat meestal niet kan worden voldaan aan de eis van goede trouw. Van goede trouw kan namelijk geen sprake zijn als de gebruiker uit de openbare registers van het Kadaster had kunnen afleiden dat niet hij maar iemand anders (de gemeente) eigenaar van de grond is. Doordat het eigendomsrecht in principe correct in de openbare registers is geregistreerd en iedereen dit register kan raadplegen, is van verkrijgende verjaring meestal geen sprake.

Wel blijkt uit de jurisprudentie dat niet in alle gevallen kan worden verlangd dat de gebruiker onderzoek doet bij het Kadaster naar de weergave van het perceel op de kadastrale kaarten. Deze kaarten behoren namelijk niet tot de openbare registers. In het kader van deze beleidsnota wordt daar verder niet op ingegaan. 2. Bevrijdende verjaring (artikel 3:105, 3:306 en 3:314 lid 2 Burgerlijk Wetboek) Voor bevrijdende verjaring hoeft er geen sprake te zijn van goede trouw. Iemand kan dus door bevrijdende verjaring eigenaar worden van grond, ook al wist diegene dat iemand anders eigenaar is. De verjaringstermijn voor bevrijdende verjaring is 20 jaar. Er hoeft geen sprake te zijn van onafgebroken bezit door dezelfde persoon. Degene die na verloop van 20 jaar de grond in bezit heeft, wordt eigenaar. De gemeente kan in dat geval haar eigendom niet meer terugvorderen. Het juridische verschil tussen verkrijgende en bevrijdende verjaring is dus dat de bezitter bij verkrijgende verjaring na 10 jaar het eigendomsrecht verkrijgt. De bezitter bij bevrijdende verjaring wordt eigenaar omdat de eerdere eigenaar na 20 jaar zijn eigendomsrecht verliest en niet meer kan terugvorderen. Schadevergoeding aan de gemeente Door een geslaagd beroep op verjaring verliest de gemeente haar grond. Uit rechtspraak blijkt dat eigendomsverlies door verjaring het gevolg kan zijn van onrechtmatig handelen.

De gemeente Krimpenerwaard eist hierdoor een schadevergoeding van de nieuwe eigenaar. Meestal zal de schadevergoeding een geldbedrag zijn. De gemeente Krimpenerwaard neemt daarbij de geldende grondprijzen als uitgangspunt. In plaats van geld kan de gemeente ook terug levering van de grond eisen. Bijvoorbeeld als de grond nodig is voor een herinrichting van het openbaar gebied, of indien er kabels en leidingen in de grond liggen die toegankelijk moeten blijven. Een geslaagd beroep op verjaring kan dus leiden tot een vordering uit schadevergoeding, waardoor alsnog de waarde van de grond aan de gemeente dient te worden betaald. Bezit Bij beide vormen van verjaring, is bezit een vereiste. Volgens artikel 3:107 Burgerlijk Wetboek is bezit “het houden van een goed voor zichzelf”. Of iemand een goed voor zichzelf houdt, moet worden beoordeeld naar verkeersopvatting (hoe er in de maatschappij over wordt gedacht) en op grond van uiterlijke kenmerken. Een bezitter moet de feitelijke macht over de grond uitoefenen met de pretentie eigenaar te zijn. Dit moet naar objectieve maatstaven worden beoordeeld. Verder dient bezit ondubbelzinnig en openbaar te zijn. Dit

15 Krimpenerwaard snippergroen| 2025

houdt in dat de (oorspronkelijke) grondeigenaar uit de gedragingen van de grondgebruiker duidelijk kan opmaken dat deze pretendeert eigenaar te zijn. Bezit kan niet ondubbelzinnig zijn als het gebruik van de grond net zo goed op basis van bijvoorbeeld een huurovereenkomst zou kunnen plaatsvinden. In algemene zin is het lastig om aan te geven welke vormen van gebruik als bezit zijn aan te merken. Dat hangt namelijk sterk af van de concrete situatie. Uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat er in de meeste gevallen sprake is van bezit als een gebruiker de grond heeft afgesloten met een hekwerk/schutting, waardoor de eigenaar de grond niet meer kan betreden. Het onderhouden van de grond, het aanbrengen van beplanting, het leggen van bestrating, het inzaaien met gras, is in het algemeen onvoldoende om te spreken van bezit. Houderschap Als grond wordt gebruikt met toestemming van de eigenaar, bijvoorbeeld op grond van een huur- of bruikleenovereenkomst, is er sprake van houderschap. De gebruiker houdt de grond dan voor een ander (de eigenaar). In dat geval kan er nooit sprake zijn van verjaring. Wie eenmaal houder is, blijft houder. Een huurder kan dus nooit bezitter worden.

Er zijn 2 wettelijke grondslagen waarop een gebruiker gemeentegrond in eigendom kan verkrijgen, namelijk verkrijgende- en bevrijdende verjaring. Daarvoor is bezit een vereiste. Of daarvan sprake is, moet worden beoordeeld naar verkeersopvatting en op grond van uiterlijke feiten.

Instrumenten om op te treden tegen niet geregistreerd grondgebruik De gemeente beschikt over een aantal instrumenten om op te treden tegen niet geregistreerd grondgebruik. Indien er nog geen sprake is van verjaring, kan ervoor gekozen worden het gebruik te legaliseren. Er kan dan geen verjaring meer optreden. Daarnaast is het ook mogelijk het gebruik te beëindigen. Beide mogelijkheden worden hieronder behandeld. Gebruik legaliseren Indien wordt geconstateerd dat er sprake is van niet geregistreerd grondgebruik, dan wordt zoveel mogelijk ingezet op legalisering van het gebruik. Daarbij gaat de voorkeur uit naar verkoop van de grond. Indien de grond niet voor verkoop in aanmerking komt aan de hand van de toetsingscriteria en er desondanks redenen zijn om de grond toch uit te geven kan de gemeente een huurovereenkomst sluiten tegen het dan geldende huurtarief. 1. Grond verkopen Aan de hand van de onder hoofdstuk 3 genoemde toetsingscriteria wordt nagegaan of de grond als snippergroen kan worden aangemerkt en voor verkoop in aanmerking komt. Als dat het geval is, wordt de gebruiker in de gelegenheid gesteld tot aankoop over te gaan. 2. Huurovereenkomst aangaan In het geval de grond niet voor verkoop in aanmerking komt of als de gebruiker niet bereid is tot aankoop

over te gaan en er redenen zijn om de grond toch uit te geven kan de gemeente een huurovereenkomst sluiten met de gebruiker. Indien wordt geconstateerd dat er sprake is van niet geregistreerd grondgebruik, dan wordt zoveel mogelijk ingezet op legalisering van het gebruik. Daarbij gaat de voorkeur uit naar verkoop van de grond. Indien de grond niet voor verkoop in aanmerking komt of als de gebruiker niet tot aankoop wil overgaan, dan kunnen er desondanks redenen zijn om de grond uit te willen geven en wordt de mogelijkheid geboden de grond te huren.

16 Krimpenerwaard snippergroen| 2025

Gebruik beëindigen – ontruiming vorderen Indien legalisering van oneigenlijk grondgebruik niet slaagt of als de gemeente de grond zelf nodig heeft, dan dient de grond te worden ontruimd. Ontruiming van de grond kan uiteraard vrijwillig plaatsvinden. Als de gebruiker daartoe niet bereid is, zijn er voor de gemeente 2 manieren om tot beëindiging van het feitelijke gebruik te komen. Deze worden hieronder behandeld. 1. Privaatrechtelijk: ontruiming vorderen In dat geval wordt middels een dagvaarding bij de civiele rechter gevorderd dat het gebruik wordt gestaakt en dat de gebruiker wordt veroordeeld tot het ontruimen van de grond. De gemeente handelt dan als rechtspersoon en als eigenaar van de grond. Daarbij dienen wel de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te worden genomen. In verband daarmee wordt de volgende werkwijze gehanteerd:

•

• •

Er wordt een brief (aanmaning/mededeling) naar de gebruiker gestuurd, waarin wordt verzocht het gebruik van de grond te beëindigen en de grond binnen 8 weken te ontruimen. Met deze brief wordt de lopende verjaringstermijn gestuit. Er dient dan wel binnen 6 maanden een dagvaarding te worden uitgebracht. Is aan het verzoek voldaan, dan richt de gemeente de grond in en onderhoudt deze. Als het gebruik niet vrijwillig wordt beëindigd en de grond wordt niet ontruimd, dan wordt binnen 6 maanden na aanmaning tot dagvaarding overgegaan.

2. Publiekrechtelijk: bestuursrechtelijke handhaving Een andere manier om tot beëindiging van het gebruik te komen, is de bestuursrechtelijke handhaving. Dit is alleen mogelijk als het gebruik in strijd is met een publiekrechtelijk voorschrift, bijvoorbeeld het omgevingsplan. Indien daarvan sprake is, dient de gemeente in principe gebruik te maken van haar bevoegdheid om handhavend op te treden. In dat geval moet worden overgegaan tot het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. Daar zijn 2 uitzonderingen op, namelijk (1) in het geval de situatie kan worden gelegaliseerd en (2) in het geval handhavend optreden onevenredig is gelet op de daarmee te dienen belangen. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de overtreding zeer beperkt is, terwijl handhaving voor de betrokkene veel schade oplevert. Publiekrechtelijke handhaving mag niet uitsluitend gericht zijn op het beëindigen van het bezit (om daarmee de verjaringstermijn te stoppen). Echter, als strijdig gebruik wordt beëindigd, volgt daaruit vaak wel dat de grond teruggaat naar de gemeente, waardoor privaatrechtelijk handhaven niet meer nodig is. Handhavingsplicht Ten aanzien van bestuursrechtelijke handhaving wordt nog opgemerkt dat de gemeente in beginsel verplicht is tot handhaving.

Deze verplichting is door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State als volgt geformuleerd (ABRvS 18 maart 2015):

Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift, het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dat kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Op welke wijze uiteindelijk wordt gehandhaafd, dient per situatie te worden beoordeeld.

17 Krimpenerwaard snippergroen| 2025

Indien legalisering van niet geregistreerd grondgebruik niet slaagt of als de gemeente de grond zelf nodig heeft, dan dient de grond te worden ontruimd. Indien de gebruiker niet bereid is daar vrijwillig aan mee te werken, zijn er voor de gemeente 2 manieren om tot beëindiging van het feitelijke gebruik te komen. Dit kan via de privaatrechtelijke weg door bij de civiele rechter ontruiming te vorderen of via de publiekrechtelijke weg door bestuursrechtelijke handhaving. Op welke wijze uiteindelijk wordt gehandhaafd, dient per situatie te worden beoordeeld. Beroep op verjaring Onder hoofdstuk 5 is ingegaan op de mogelijkheden die de gemeente heeft om op te treden tegen oneigenlijk grondgebruik. Er dient echter rekening mee te worden gehouden dat er gebruikers zijn die een beroep doen op verjaring. Degene die zich op verjaring beroept, moet bewijzen dat daarvan sprake is. Daarvoor dienen bewijstukken overgelegd te worden. Na beoordeling daarvan zijn er 2 situaties mogelijk, namelijk: 1. Verjaring is aangetoond Indien de gebruiker (lees: bezitter) door het overleggen van bewijsstukken heeft kunnen aantonen dat er inmiddels sprake is van verjaring, dan wordt dat door de gemeente erkend. Deze erkenning wordt middels een brief bevestigd.

In de brief wordt tevens aangegeven dat het aanbeveling verdient om door de notaris een akte van verjaring te laten opmaken, die vervolgens wordt ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster. Gebeurt dat niet, dan is in het Kadaster namelijk niet zichtbaar wie eigenaar van het perceel is geworden. Het initiatief daartoe ligt bij de bezitter. De kosten die daarmee gemoeid zijn, komen voor zijn/haar rekening. Overigens toetst de notaris aan de hand van de overgelegde stukken zelf ook nog of er inderdaad sprake is van verjaring. 2. Verjaring is niet aangetoond Indien er na beoordeling van de overgelegde stukken, naar het oordeel van de gemeente geen sprake is van verjaring, wordt dat aan de gebruiker schriftelijk medegedeeld. Vervolgens wordt – afhankelijk van de betreffende situatie – gehandeld zoals hiervoor beschreven onder hoofdstuk 5.

Degene die zich beroept op verjaring, moet bewijzen dat daarvan sprake is. Is verjaring aangetoond, dan wordt dat door de gemeente erkend. In dat geval verdient het aanbeveling om door de notaris een akte van verjaring te laten opmaken, die wordt ingeschreven in het Kadaster. Het initiatief daartoe ligt bij de bezitter. De kosten die daarmee gemoeid zijn, komen voor zijn rekening. Wordt verjaring niet aangetoond en niet erkend, dan wordt getracht het gebruik te legaliseren. Indien legalisering niet slaagt of als de gemeente de grond zelf nodig heeft, dan dient de grond te worden ontruimd.

18 Krimpenerwaard snippergroen| 2025

6. Plan van aanpak oneigenlijk grondgebruik Al eerder is aangegeven dat de gemeente als grondeigenaar bevoegd is om op te treden tegen eenieder die zonder toestemming gebruik maakt van haar gronden (artikel 5:2 Burgerlijk Wetboek). Sterker nog, de gemeente heeft de wettelijke taak daartegen op te treden, op grond van het bepaalde in artikel 160 lid 3 Gemeentewet. In kaart brengen oneigenlijk gebruik van gemeentegrond Vooraf moet duidelijk zijn op welke locaties binnen de gemeente sprake is van oneigenlijk gebruik van gemeentegrond (oneigenlijk grondgebruik groter dan 5 m2 gaat de gemeente actief handhaven). Hiervoor vindt een inventarisatie plaats. Door luchtfoto’s en kadastrale kaarten op elkaar te plaatsen wordt het gebruik van gemeentegrond inzichtelijk gemaakt. Vervolgens wordt in het archief bekeken of aan de gebruikssituatie een overeenkomst ten grondslag ligt of niet. Communicatie voorafgaand aan het project Aangezien het aanschrijven van inwoners op het oneigenlijk gebruik van gemeentegrond veel vragen en onrust kan veroorzaken, is het van belang om voorafgaand aan het project de inwoners van de gemeente goed te informeren over wat het doel is van het project en welke werkwijze wordt gehanteerd. De website van de gemeente, de lokale krant en sociale media kunnen dienen als informatiebron.

Oppakken van de dossiers in deelgebieden De gevallen van oneigenlijk grondgebruik worden niet tegelijk opgepakt. Dit om een lange doorlooptijd van dossiers te voorkomen. De dossiers zullen per kern/wijk (deelgebied) worden opgepakt omdat dit de meest efficiënte aanpak is. Na de inventarisatie wordt het aantal deelgebieden vastgesteld. Voordat het project start wordt er een planning gemaakt. Hierin staat wat de verwachte aanvangsdatum per deelgebied is. De planning komt op de website van de gemeente te staan, de lokale krant en sociale media. Mocht er sprake zijn van een natuurlijk of urgent moment, zoals groot onderhoud van de openbare ruimte, of verkoop van een woning dan kan worden afgeweken van de planning. Beoordeling dossiers in een adviesgroep Voordat inwoners aangeschreven worden over hun gebruik van gemeentegrond, moet voor ieder specifiek geval intern bekeken worden of de grond voor uitgifte in aanmerking komt. Maandelijks zal overleg plaatsvinden in een adviesgroep, waarbij de verschillende beleidsvelden vertegenwoordigd zijn die gaan over de uitgeefbaarheid van de stroken gemeentegrond. Tijdens dit overleg wordt een aantal gevallen besproken. Aan de hand van de toetsingscriteria paragraaf 3 wordt door de adviesgroep bepaald of de grond verkocht kan worden, moet worden ontruimd of dat een andere oplossing mogelijk is voor beëindiging van het oneigenlijk gebruik.

Het Didam-arrest, zoals benoemd in paragraaf 10 is hierbij tevens van toepassing. Aanschrijving bewoners Na afloop van het overleg in de adviesgroep wordt voor de besproken gevallen een brief opgesteld en naar de bewoners gestuurd. In deze brief staat wat in het specifieke geval de mogelijkheden zijn om het oneigenlijk gebruik te beëindigen. Ook worden contactgegevens opgenomen zodat bewoners hun keuze kunnen doorgeven, telefonisch hun vragen kunnen stellen of een afspraak kunnen maken voor een locatiebezoek. Locatiebezoek Bewoners die een brief hebben ontvangen van de gemeente kunnen een locatiebezoek inplannen indien zij dit wensen. Projectmedewerkers zullen vervolgens op locatiebezoek gaan om de situatie in de praktijk te bekijken en de situatie met de bewoners te bespreken. Na afloop van het locatiebezoek wordt door de

19 Krimpenerwaard snippergroen| 2025

projectmedewerkers in een verslag vastgelegd wat tijdens het locatiebezoek besproken is. Dit verslag krijgen de bewoners ook toegestuurd. Ook wordt afgesproken wat de vervolgstappen zijn. Afhandeling dossiers Nadat bewoners hun keuze hebben doorgegeven voor het regelen van het oneigenlijk grondgebruik, wordt het dossier verder afgehandeld. Afhankelijk van de mogelijkheden en de keuze zal een koop-, of huurovereenkomst opgesteld worden, een ontruiming van de grond plaatsvinden of een beroep op verjaring beoordeeld worden.

20 Krimpenerwaard snippergroen| 2025

7. Procedure Algemene spelregels Bij de behandeling van aanvragen voor de koop of huur van snippergroen moet de gemeente zich houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit betekent onder andere dat zij zorgvuldigheid moet betrachten en willekeur moet voorkomen. Daarnaast gelden de algemene wettelijke regels voor de aan- en verkoop en het gebruik van onroerende zaken. Bij het aangaan van een koop- of huurovereenkomst worden deze regels verder ingevuld en/of kan hiervan afgeweken worden voor zover de wet dit toestaat. Instemming en ondertekening van zowel de koper als verkoper (of van zowel de huurder als de verhuurder) is noodzakelijk voor het geldig zijn van een koop- of huurovereenkomst. Aan de ene kant kunnen personen die een aanvraag hebben ingediend niet worden verplicht om grond aan te kopen of te huren van de gemeente. Aan de andere kant kan de gemeente niet worden verplicht om een koop- of huurovereenkomst aan te gaan.

21 Krimpenerwaard snippergroen| 2025

8. Planologische procedure snippergroen Aan het einde van de projectperiode voert de gemeente in één keer een bestemmingswijziging uit voor de verkochte percelen. Op het moment dat de uitgifte van een ‘snippergroen’ perceel privaatrechtelijk is afgehandeld kan het zijn dat het gebruik van het betreffende ‘snippergroen’ perceel nog publiekrechtelijk (planologisch) gewijzigd dient te worden. De bestemming van deze percelen is na verkoop nog Groen of Verkeer. Deze wordt dan gewijzigd in bijvoorbeeld Wonen. Vanaf het moment van wijziging van de bestemming gelden de regels van het Omgevingsplan en het omgevingsrecht voor onder andere (vergunningsvrij) bouwen. Wanneer een koper eerder wil bouwen zal hij zelf een vergunning voor afwijkend gebruik moeten aanvragen (BOPA).

9. Beslissingsbevoegdheid van het college over verkoop Het besluit om een perceel grond, in dit geval snippergroen, te verkopen of te verhuren op grond van artikel 160 lid 1, sub d van de Gemeentewet is een bevoegdheid van het college. Het sluiten van overeenkomsten tot uitgifte van snippergroen is een privaatrechtelijke handeling waartegen geen bezwaar of beroep openstaat, omdat er geen sprake is van een besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. Het college heeft de besluitvormende bevoegdheid gemandateerd, zodat alle reguliere aanvragen voor aankoop of verhuur van snippergroen ambtelijk kunnen worden afgedaan. Het afwijzen van verzoeken valt daar ook onder. Het college heeft met dit Beleid Snippergroen de beleidskaders vastgesteld waarbinnen openbaar snippergroen mag worden verkocht of verhuurd. Ook heeft zij de kaders gesteld hoe met oneigenlijk grondgebruik wordt omgegaan.

22 Krimpenerwaard snippergroen| 2025

10. Proces aanvraag of oneigenlijk snippergroen Ontvangen aanvraag/behandelen oneigenlijk gebruik snippergroen De gemeente ontvangt via het aanvraagformulier op de website een aanvraag voor de aankoop van snippergroen. De aanvraag wordt geregistreerd in het zaaksysteem van de gemeente. Of de gemeente heeft een dossier waarbij sprake is van oneigenlijk gebruik van snippergroen en wil afspraken maken over dit gebruik. Bij de aanpak van oneigenlijk gebruik snippergroen werkt de gemeente kern en wijkgericht. Bepalen verkoopbaarheid gemeentegrond De aanvraag of het dossier oneigenlijk gebruik snippergroen wordt getoetst aan de hand van de toetsingscriteria uit hoofdstuk 3. De toetsingscriteria worden beoordeeld door experts van de verschillende vakafdelingen binnen de gemeente. Als uit de beoordeling blijkt dat grond niet voor verkoop in aanmerking komt wordt de aanvraag voor de aankoop van snippergroen afgewezen. Didam-arrest In het Didam-arrest van 26 november 2021 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat wanneer een overheidslichaam een onroerende zaak wil verkopen, verhuren et cetera, (potentiële) gegadigden de gelegenheid moet worden geboden om mee te dingen. De Hoge Raad heeft daarbij het volgende overwogen: “Indien bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve,

toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt, hoeft geen mededingingsruimte te worden geboden. In dat geval moet het overheidslichaam zijn voornemen tot verkoop, verhuur et cetera, op zodanige wijze bekendmaken dat een ieder daarvan kennis kan nemen. Daarbij moet worden gemotiveerd waarom naar zijn oordeel op grond van de hiervoor bedoelde criteria bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt” In de lijn van de onder hoofdstuk 3 genoemde toetsingscriteria, is de aangrenzende perceelseigenaar de enige gegadigde in geval van verkoop, verhuur van snippergroen. Daarom hoeft bij de uitgifte van snippergroen geen mededingingsruimte te worden geboden, maar dient wel bekendmaking plaats te vinden van het voornemen tot uitgifte. Deze bekendmaking geschiedt door publicatie op de gemeentelijke website en op de gemeentepagina in Het Kontakt.

De uitgifte van snippergroen vindt uitsluitend plaats aan de aangrenzende perceelseigenaar. Daarom dient op grond van het Didam-arrest bekendmaking op de website van de gemeente en in Het Kontakt plaats te vinden van het voornemen tot uitgifte.

Kabel of leiding aanwezig? Contact met nutsbedrijven Als uit de beoordeling blijkt dat snippergroen voor verkoop in aanmerking komt, wordt nader onderzoek gedaan naar de kabels en leidingen. Daarvoor wordt een KLIC-melding gedaan. In die gevallen dat een kabel of leiding in het snippergroen ligt wordt contact met de nutsbedrijven opgenomen. Dit kan ook de gemeente zijn in het geval van de aanwezigheid van riolering. Aan de nutsbedrijven of de adviseur riolering van de gemeente wordt gevraagd om te beoordelen of het mogelijk is de grond te verkopen met de kabels en

23 Krimpenerwaard snippergroen| 2025

leidingen en zo ja, welke voorwaarden (omleggen van kabels en leidingen of het vestigen van een zakelijk recht) daarbij horen. Koopovereenkomst opstellen Als aan alle criteria is voldaan stelt de gemeente de koopovereenkomst op met een bijbehorende verkooptekening. In deze koopovereenkomst worden alle voorwaarden opgenomen voor de verkoop, waaronder bijvoorbeeld een zakelijk recht voor een kabel of leiding of voorwaarden voor gebruik van de grond. De koopovereenkomst wordt door beide partijen, de gemeente en de koper, ondertekend. Leveringsakte Na ondertekening van de koopovereenkomst door beide partijen wordt een kopie van de overeenkomst naar de notaris gestuurd. De notaris wordt door de koper uitgekozen. De notaris stelt de leveringsakte op voor de levering van snippergroen. Door deze leveringsakte wordt de grond juridisch aan de koper geleverd. De notaris zorgt ervoor dat in het Kadaster wordt ingeschreven dat de koper de nieuwe eigenaar is van het snippergroen. Kadastrale inmeting Bij de verkoop van snippergroen maakt de grond nog onderdeel uit van een groter kadastraal perceel van de gemeente. Er dient daarom een kadastrale inmeting plaats te vinden om de grenzen van het perceel te bepalen. De kadastrale inmeting kan vóór of na de notariële levering plaatsvinden.

Bij percelen die kleiner zijn dan 100 m² met een koopsom van minder dan €5.000,-, is het kadastrale tarief lager dan bij een inmeting achteraf (levering op basis van ‘voorlopige kadastrale grenzen’ middels ‘Splits’). Bij percelen groter dan 100 m² of met een hogere koopsom dan € 5.000,- is het uit kostenoogpunt voor de koper interessant om de inmeting vóór de levering te laten plaatsvinden. Op de website van het Kadaster is de laatste informatie te vinden over de kosten voor de kadastrale inmeting. Bij de kadastrale inmeting worden de koper en verkoper (in dit geval de gemeente) uitgenodigd voor het aanwijzen van de nieuwe grenzen. Ontruimen Als sprake is van oneigenlijk gebruik snippergroen en de grond op basis van de toetsingscriteria niet voor verkoop/verhuur in aanmerking komt dient de grond te worden ontruimd. Ook als de grond wel voor verkoop/verhuur in aanmerking komt, maar de gebruiker de grond niet wil kopen/huren, dient de grond te worden ontruimd. Dit houdt in dat alle aangebrachte zaken verwijderd dienen te worden en de grond weer beschikbaar wordt gesteld aan de gemeente. Verjaring Het is mogelijk dat een gebruiker die snippergroen gebruikt een beroep doet op verjaring. Het is in dat geval aan degene die zich hierop beroept om dit ook te bewijzen aan de hand van bewijsmateriaal.

De gemeente beoordeelt enkel beroepen op verjaring die volledig zijn, dus onderbouwd met bewijs. De gemeente beoordeelt vervolgens dit bewijsmateriaal aan de hand van de geldende wetgeving en jurisprudentie. Aan de hand van deze beoordeling bepaalt de gemeente of voldoende bewijsmateriaal is aangeleverd om een beroep of verjaring te erkennen of dat sprake is van een afwijzing. De gemeente onderbouwt dit uitgebreid in een brief die naar de gebruiker wordt gestuurd. Hierbij houdt de gemeente rekening de mogelijkheid tot het vorderen van schadevergoeding, indien wordt voldaan aan de eisen die daar voor gelden.

24 Krimpenerwaard snippergroen| 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=c8c4f099-2167-43c1-b775-91dcc1fcb457