1.10 RIB Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen 2026
Tekst van het document
De omvang van het regionaal werkprogramma gecombineerd met het percentage medewerkers in eigen dienst. Deze omvang is minimaal € 16,5 miljoen (inclusief overhead en prijspeil 2023) en 80% van de medewerkers in het primaire proces is in dienst van de organisatie.
2.
De dienst voldoet aan geldende kwaliteitscriteria VTH voor zowel de basistaken als de plustaken.
3.
De dienst heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie blijkend uit 0 aanwezigheid van een (meerjarige) innovatieagenda en vrij besteedbaar budget voor innovatie van 1% van de begroting.
4.
De dienst kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen door het aanhouden van buffers (weerstandsvermogen > 0,8).
5.
De dienst kan relatie leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatie gestuurd gewerkt. Dat komt tot uitdrukking in het percentage van de uitvoeringsformatie VTH voor businessintelligence en opleidingsbudget van 3% van de loonsom.
6.
De dienst past bij de identiteit van het werkgebied en er is sprake van samenhang (coherentie) in het takenpakket en logica in het geografisch werkgebied. De maatschappelijke opgave staat centraal.
Gezien het feit dat de begroting van ODMH voor milieutaken net boven de norm is (€17,5 mln waar de norm € 16,5 mln is, peiljaar 2023) kunnen bezuinigen op gemeentelijke bijdrage aan de ODMH kunnen ertoe leiden dat er niet meer kan worden voldaan aan een of meerdere van bovengenoemde robuustheids- en kwaliteitscriteria. Daarmee zou de dienst alsdan de bij haar belegde taken niet meer naar behoren kunnen uitvoeren. Vanuit het Rijk en de Tweede Kamer wordt de robuustheid van het VTH-stelsel nadrukkelijk in beeld gebracht en gemonitord, waarbij robuuste omgevingsdiensten een speerpunt zijn. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle gemeenten bevoegd gezag geworden over de bodem. Daarmee zijn verantwoordelijkheden en ook de verantwoordelijkheid voor het budget overgegaan van de provincie Zuid-Holland naar de gemeenten. Dit heeft deels in 2024 plaatsgevonden. In 2025 zullen nog ruim 2000 uur verschoven worden van de provincie naar de gemeenten. In het kader van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) hebben uitvoerders van de bouw- en woningtoezichttaken de opdracht om de komende jaren in te krimpen. De wet zorgt er
21/32
namelijk gefaseerd voor dat taken overgaan naar de markt en een aantal taken dus niet meer door de overheid (gemeente of OD) wordt uitgevoerd. Per 1 januari 2024 is de wet in werking getreden, maar nog maar voor een beperkt deel. De komende jaren wordt dit in fases uitgebreid. Verder worden er aan de organisatie toenemende eisen gesteld op terrein van o.a. rechtmatigheids-verantwoording / AVG/ WOO/ digitale veiligheid (BIO/ NIS2). De ODMH is eigenaar van het Midden-Hollandhuis. Voor de komende jaren staat het verder verduurzamen van het Midden-Hollandhuis op de agenda, incl. actualisatie MJOP. Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen In het DB van de ODMH is in het voorjaar is stil gestaan bij het verzoek van de bestuurlijke werkgroep FKGR om bij te dragen aan de financiële druk bij gemeenten. Het DB van de ODMH heeft hierbij opdracht gegeven om inzichtelijk te maken welke keuze-/ sturingsmogelijkheden er zijn. Op 27 juni is het Algemeen Bestuur van ODMH meegenomen in een toelichting op de taakuitvoering van de ODMH, de voor ODMH relevante ontwikkelingen, reeds doorgevoerde bezuinigingen, de financiële positie alsmede de sturingsmogelijkheden op de begroting van de ODMH. Als vervolgstap is het naar het einde van 2024 afgesproken een uitwerking te geven van de sturingsmogelijkheden op de begroting langs de volgende lijnen: •
Beoordelen materiele budgetten
•
Efficiency in processen
•
Inhoudelijke keuzes van de deelnemers (takendiscussie)
•
Kostenbesparing bij de deelnemers door taken regionaal (door de ODMH) uit te laten
voeren •
Intensivering samenwerking vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten
Deze analyse is van belang om handvatten te kunnen bieden aan het Dagelijks- en Algemeen Bestuur in de discussie rondom het ‘ravijnjaar 2026’ en de in ontwikkeling zijnde kaderstelling door de werkgroep FKGR, waarbij de ODMH ook oog wil houden voor de opgaven waar zij de komende jaren voor gesteld staat zoals geschetst in de paragraaf beleidsmatige ontwikkelingen.
22/32
1.7
Regionale dienst Openbare Gezondheid/GGD (HECHT)
Overzicht 2026
Beleidsproduct CCS COD DIR GBO GTG GTG GHOR JGZ RAV ZVH Totaal
Begroting 2026 € 5.531.515 € 14.056.469 € 4.186.770 € 5.890.811 € 10.934.564 €0 € 26.131.439 € 44.744.518 € 17.581.306 € 129.057.392
Niet beïnvloedbaar € 4.433.321 € 12.170.606 € 3.348.908 € 4.564.721 € 8.625.169 €0 € 20.878.076 € 44.744.518 € 13.401.467 € 112.166.786
Beïnvloedbaar € 1.098.194 € 1.885.863 € 837.862 € 1.326.089 € 2.309.395 €0 € 5.253.363 €0 € 4.179.839 € 16.890.605
% 20% 13% 20% 23% 21% 0% 20% 0% 24% 13%
Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Gemeenschappelijke Regeling Hecht voert voor alle achttien gemeenten van Hollands Midden gemeentelijke taken uit op het gebied van openbare gezondheid en veiligheid. Dit is ondergebracht in de resultaatverantwoordelijke eenheden: Jeugdgezondheidszorg (JGZ), gezondheidsbescherming
23/32
en toezicht (GT), gezondheidsbevordering en onderzoek (GBO), de regionale ambulancevoorziening (RAV) en het zorg- en veiligheidshuis (ZVH). Deelnemende gemeenten: alle achttien gemeenten van Hollands Midden Gemeentelijke bijdragen RDOG HM (Hecht)*
2020 52.016.000
Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €
Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in % *dit is alleen de gemeentelijke bijdrage (geen RAV inkomsten)
2021 58.938.000 6.922.000 13,31%
2022 60.148.000 1.210.000 2,05%
2023 68.007.000 7.859.000 13,07%
2024 68.605.000 598.000 0,88%
2025 72.656.000 4.051.000 5,90%
In de weergegeven gemeentelijke bijdragen is de 1e begrotingswijziging 2024 van Hecht verwerkt in de cijfers 2023. De oorsprong van deze wijziging is daar gelegen en ook in 2023 al in besluitvorming geweest. Deze wijziging is toen afgewezen en in 2024 alsnog goedgekeurd. Voor een zuiverder beeld van het verloop van de gemeentelijke bijdragen over de jaren is dit in 2023 verwerkt. De bijdragen zijn zonder de door zorgverzekeraars bekostigde RAV. Deze begrotingswijziging heeft als oorzaak een grote loonstijging die in de CAO is afgesproken. In 2023 is deze begrotingswijziging niet goedgekeurd en moest ten laste van de algemene reserve worden gebracht. De 1e begrotingswijziging betrof een stijging van de gemeentelijke bijdrage met € 3,7 miljoen. In de begroting 2025 is de overheveling van de GHOR-taak naar de veiligheidsregio VRHM verwerkt ter grootte van € 2,6 miljoen. De stijging die desondanks zichtbaar is in de gemeentelijke bijdrage heeft zijn oorzaak in de indexering conform FKGR en enkele inhoudelijke wijzigingen met betrekking tot Maternale Kinkhoestvaccinatie en de toename van bewoners en kinderen. Een deel van taken zijn Rijksbijdragen die via de gemeenten bij Hecht terecht komen, de schaalbaarheid van dergelijke bijdragen is niet beoordeeld.
Duiding dashboard Hecht is te typeren als een uitvoeringsorganisatie waar het grootste deel van de begroting bestaat uit personeelskosten. In het dashboard is van een standaard verloop van 10% (gemiddeld gemeentelijk realisatiecijfer) uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. Het feitelijk verloop bij Hecht bevindt zich lager dan deze 10% (7,5% in 2023, 6,5-7% verwacht in 2024). Dit maakt de keuzeruimte bij Hecht kleiner op basis van natuurlijk verloop. Het vrijspelen van de keuzeruimte vraagt dus eerst om een analyse van de taken en het maken van keuzes daarin. Deze analyse is nu nog niet gemaakt, maar wordt voorbereid door Hecht, waarbij het de doelstelling is dat het bestuur de gemaakte keuze in het AB van 18 december bevestigd. Een groot deel van de werkzaamheden wordt uitgevoerd door specialisten, het kiezen voor afbouw van deze specialistische taken leidt dan ook niet (altijd) 1:1 een uitstroom op deze plekken. De doorschuif mogelijkheden van deze specialisten naar andere posities binnen Hecht is beperkt, zodat de geschetste afbouw niet kosteloos zal kunnen geschieden. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 13% of € 17 miljoen op de gehele begroting. Indien hiervan RAV wordt uitgezonderd betreft het een keuzeruimte van 20% in 2026.
De RAV is als niet beïnvloedbaar voor de gemeentelijke bijdragen in het dashboard verwerkt. In de methodiek is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van kapitaallasten (€ 1,8 miljoen), personele kosten (€ 52,2 miljoen) en verplichtingen (€ 3,9 miljoen). Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden
24/32
of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. Hierbij moeten de kanttekeningen die hierboven reeds zijn opgenomen over het natuurlijk verloop en de inzet van specialisten in ogenschouw genomen worden. De kapitaallasten zijn grotendeels opgenomen onder de Centraal ondersteunende Diensten. Daarom is daar de keuzeruimte kleiner (13%) Binnen de overige resultaatverantwoordelijke eenheden is een gelijkmatige verdeling van kostensoorten en daarmee ook de beïnvloedbaarheid aanwezig. In de RVE Zorg- en Veiligheidshuis (24%) en Gezondheidsbevordering en onderzoek (23%) is de keuzeruimte iets groter. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR In het domein van publieke gezondheid en veiligheid komen een aantal maatschappelijke ontwikkelingen op de gemeenten en Hecht af. Dit betreft onder andere de pandemische paraatheid. In dat kader is het programma versterking infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid door het ministerie van VWS in het leven geroepen. Het regeerprogramma laat zien dat deze investering de komende jaren volledig wordt teruggedraaid. Hecht houdt daarom rekening dat er alleen incidenteel middelen voor versterking zijn.
Financiering hiervan verloopt vooralsnog via een Specifieke Uitkering aan gemeenten en GGD’ en. Echter is het voornemen om de SPUKS met een korting van 10% naar het gemeentefonds over te hevelen. Indien dit voor deze SPUK ook geldt blijft wel de taak staan maar komen de middelen in de integrale afweging van gemeenten terecht. Dit betreft bijvoorbeeld de extra middelen via een SPUK via het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA )met betrekking tot het versterkingen van de kennisfunctie van de GGD en de Integraal Zorg Akkoord (IZA). Als derde ontwikkeling is sprake van een taak voor de ontheemden uit Oekraïne. De kosten hiervan verlopen via de gemeentelijke bijdragen. Daarnaast zijn er nog beleidsontwikkelingen ten aanzien van de forensische geneeskunde en is sprake van een tekort op de bijdrage voor de gezondheidsadviseurs gevaarlijke stoffen (GAGS). Deze raken beide de gemeentelijke bijdragen. Tot slot is de taak voor de Maternale Kinkhoest vaccinatie van het RIVM naar de GGD overgegaan. De financiering hiervan is overgeheveld naar het Gemeentefonds en daarmee raakt dit de gemeentelijke bijdragen vanaf 2025. Zoals hiervoor reeds opgemerkt gaat in 2025 de GHOR taak over van Hecht naar de VRHM. Vooralsnog is daarom geen gemeentelijke bijdrage voor de GHOR taak meer opgenomen in de begroting van Hecht.
Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen In voorbereiding op het begrotingsproces 2026 heeft het dagelijks bestuur opdracht gegeven voor een financiële en inhoudelijke doorlichting van de producten die Hecht uitvoert. Deze opdracht bestaat uit een analyse van de kostprijs per product, het uitwerken van een begrotingsrekentool en het analyseren van de impact van de producten van Hecht. Deze drie onderdelen maken dat gemeenten in de toekomst beter inhoudelijk en financieel kunnen sturen op de resultaten van Hecht. Gemeenten kunnen op basis van de resultaten keuzes maken over de taken van Hecht, zodat Hecht maximaal bijdraagt aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Momenteel voert Hecht hierover een takendialoog met het bestuur en de gemeenten. Het Algemeen Bestuur heeft als wens om vanuit de takendialoog en de keuzes die gemeenten maken tot een herziening van de taakopdracht van Hecht te komen, waarbij de taken en de daarvoor beschikbaar te stellen budgetten met elkaar in lijn zijn. Dit is een politiek debat waarin politieke keuzes gemaakt moeten worden. De directie van Hecht heeft aangegeven de ontwikkelingen en voorbereidingen vanuit de werkgroep FKGR voor de kaders van de begroting 2026 te betrekken bij deze takendialoog
25/32
waarmee deze trajecten elkaar aanvullen en versterken. De kaders van uit de werkgroep FKGR, zijn generiek ingestoken. De uitkomsten van de takendialoog dienen in detail uitgewerkt te worden, waarbij per keuze een frictiekosten overzicht gemaakt dienen te worden.
26/32
1.8
Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (BSGR)
Overzicht 2026
Beleidsproduct Algemene dekkingsmiddelen Heffen Informatie & Innen Overhead Waarderen Totaal
Begroting 2026 € 63.309 € 2.358.413 € 3.142.034 € 5.974.389 € 4.503.690 € 16.041.835
Niet beïnvloedbaar € 50.647 € 1.886.730 € 2.639.552 € 4.977.537 € 3.602.952 € 13.157.418
Beïnvloedbaar € 12.662 € 471.683 € 502.482 € 996.852 € 900.738 € 2.884.416
Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) is een gemeenschappelijke regeling die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de heffing en inning van gemeentelijke- en waterschapsbelasting. BSGR neemt deze taak uit handen van de deelnemende gemeenten en waterschappen, wat zorgt voor een efficiëntere en uniforme afhandeling van lokale belastingzaken. Daarnaast verzorgt de BSGR ook de vaststelling van de WOZ-waarde van woningen en ander onroerend goed in de deelnemende gemeenten. De WOZ-waarde vormt de basis voor diverse belastingen. De BSGR voert jaarlijks herwaarderingen uit en behandelt bezwaren van inwoners over de WOZ-waarde.
% 20% 20% 16% 17% 20% 18%
27/32
Deelnemende gemeenten zijn Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Velsen, Voorschoten, Waddinxveen, Wassenaar en Zoeterwoude. Ook is het hoogheemraadschap van Rijnland deelnemer van de BSGR. Gemeentelijke bijdragen Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland
2020 11.848.000
Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €
Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in % Teruggave opbrengsten invorderingskosten -1.680.000 Gemeentelijke bijdragen minus invorderingskosten 10.168.000 Mutatie bijdrage minus invorderingskosten in € Mutatie bijdrage minus invorderingskosten in % *incl. teruggave jaarrekeningresultaat **volgens opgave van BSGR uit belastingrapportages en incl. teruggave jaarrekeningresultaat
2021 13.141.000 1.293.000 10,91% -1.268.000 11.873.000 1.705.000 16,77%
2022 13.524.000 383.000 2,91% -1.379.000 12.145.000 272.000 2,29%
2023 14.753.000 1.229.000 9,09% -2.140.000 12.613.000 468.000 3,85%
2024 16.582.000 1.829.000 12,40% -1.242.000 15.340.000 2.727.000 21,62%
2025 15.687.263 * -894.737 -5,40% ** 15.687.263 347.263 2,26%
De tabel laat een significante groei zien in de gemeentelijke bijdragen aan de BSGR tussen 2020 en 2024. Hoewel deze cijfers een sterke stijging tonen, zijn de invorderingsopbrengsten niet in de begroting van BSGR opgenomen. Deze komen rechtstreeks ten goede aan de gemeenten. Om die reden zijn deze aanvullende cijfers toegevoegd aan de tabel. De stijging in 2021 is onder andere het gevolg van de toetreding van de gemeente Velsen. Waardestijgingen van de WOZ-waarde zijn een belangrijke factor in de toename van de bijdrage. Het gevolg hiervan is onder andere een forse stijging in het aantal WOZ bewaren. Dit drukt op de begroting, want het te laat oppakken van bezwaren kost de BSGR €1.300 per bezwaar. Deze stijging heeft aldus BSGR geleidt tot een (incidentele) verhoging van de deelnemersbijdrage in 2024 als gevolg van de toename van proceskostenvergoeding en inhuur personeel om de bezwaren 2023 te kunnen afhandelen. In 2025 is deze stijging niet opgenomen in de begroting en heeft er alleen indexatie plaatsgevonden Duiding dashboard De begroting van de BSGR bestaat uit verschillende onderdelen: Heffen, Informatie & innen, Waarderen, Algemene dekkingsmiddelen en Overhead. Omdat de BSGR een uitvoeringsorganisatie is, is het grootste deel van de begroting personeelslasten.
In het dashboard wordt voor personeel een standaard natuurlijk verloop van 10% per jaar uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. Omdat het taakveld Belastingen ook de keuzevrijheid bevat van de tariefbepaling en BSGR een uitvoeringsorganisatie is die alleen de waardering, heffing en inning verzorgt is een handmatige aanpassing toegepast die past bij een uitvoeringsorganisatie en is de koppeling gelegd met het taakveld ‘overhead’. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 18% of € 3 mln. op de gehele begroting. Hierbij is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van kapitaallasten (€0,2 mln.), personele lasten (€8,1 mln.) en contracten (€0,9 mln.). Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. BSGR heeft aangegeven in totaal voor € 3,5 miljoen aan contracten te hebben lopen.
Het grootste deel loopt vóór 2026 af. In een aantal van deze contracten is een optie opgenomen om deze contracten te verlengen. BSGR geeft aan voornemens te zijn hiervan ook daadwerkelijk gebruik te willen maken omdat volgens BSGR aanbesteden uiteindelijk naar verwachting leidt tot hogere kosten.