1.10 RIB Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen 2026
Tekst van het document
Figuur 6 Prisoners-dilemma
Wij hebben in dit onderzoek slechts een objectieve basis gelegd voor deze besluitvorming en tevens de keuzeruimte geïnventariseerd waarmee deze objectieve basis in te vullen is. Wij adviseren de bestuurders in de gemeenschappelijk regelingen die op beide ‘levels’ opereren in een professioneel en rationeel samenspel tot bestuurlijke keuzes rondom de invulling van de door de FKGR gevraagde taakstelling te komen en zuinig te zijn op de gezonde verhoudingen en een uniforme werkwijze rondom indexeringen en gezamenlijke ombuigingen. 12
Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden
13/17
HOOFDSTUK 5
Totaaloverzicht alle onderzochte Gemeenschappelijke Regelingen
Figuur 7 Totaaloverzicht beïnvloedbare ruimte
13
Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden
14/17
Figuur 8 Beïnvloedbare ruimte per GR
GR VRHM Holland Rijnland Regio Midden-Holland ISD Bollenstreek ODWH ODMH Hecht BSGR SOZ
€ € € € € € € € €
Begroting 2026 Niet beïnvloedbaar 78.193.600 € 67.970.350 € 10.377.819 € 7.183.343 € 2.193.186 € 1.754.549 € 77.040.000 € 56.269.021 € 25.015.000 € 21.409.747 € 26.263.392 € 22.146.640 € 129.057.392 € 112.166.786 € 16.041.835 € 13.157.419 € 4.099.486 € 3.262.622 €
Figuur 9 Financiële omvang beïnvloedbare ruimte per GR
14
Beïnvloedbaar 10.223.250 3.194.476 438.627 20.770.979 3.605.253 4.116.753 16.890.605 2.884.416 836.864
% 13% 31% 20% 27% 14% 16% 13% 18% 20%
Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden
15/17
HOOFDSTUK 6
Leeswijzer Onze adviezen zijn gebaseerd op het door ons uitgevoerde onderzoek zoals toegelicht in de hiervoor opgenomen hoofdstukken. In bijlage 1 is een toelichting en nadere onderbouwing opgenomen van ons onderzoek en de uitkomsten daarvan. Hierin zijn achtereenvolgens de ontwikkeling van het Gemeentefonds, de ontwikkeling van de indexering van volgens de FKGR adviezen, de ontwikkeling van de bijdragen aan Gemeenschappelijke regelingen in de achterliggende jaren en de keuzeruimte bij Gemeenschappelijke Regelingen opgenomen. In bijlage 2 is de ontwikkeling van de bijdrage aan en de keuzeruimte in de begroting per gemeenschappelijke regeling opgenomen en voorzien van een kwalitatieve toelichting. Deze maakt integraal onderdeel uit van deze rapportage.
15
Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden
BIJLAGEN
Bijlage 1 : Toelichting onderzoek financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Bijlage 2: Factsheets per gemeenschappelijke regeling
16
16/17
Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden
17/17
WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG Nederland is continu in ontwikkeling. Maatschappelijk, economisch en organisatorisch verandert er veel. Al ruim 85 jaar volgen wij als adviesbureau deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. De behoefte om iets fundamenteels te betekenen voor mens en maatschappij zit in onze genen. Met onze adviezen en oplossingen hebben we dan ook actief meegebouwd aan het Nederland van vandaag. Altijd op zoek naar duurzame vooruitgang. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. Zo komen we tot gefundeerde adviezen en slimme oplossingen. Die zijn op het eerste gezicht misschien niet altijd de meest voor de hand liggende. Juist deze eigenzinnigheid maakt ons uniek. Daarbij zijn we niet van symptoombestrijding. En gaan pas naar huis als het is opgelost.
Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl
17
Bijlage 1: Toelichting onderzoek Financiële kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Peter Verheij
DEFINITIEF 28-10-2024
Hoe ziet de aanpak eruit? • Volumeontwikkeling: Hoe is dit uitgepakt, hoe ziet de toekomst eruit en
hoe verhoudt het zich t.o.v. gemeenten (mede i.r.t. 2% buffer in FKGR) • Indexeringsregeling: hoe is het uitgepakt, hoe ziet de toekomst eruit en welke keuzes en varianten zijn er mogelijk
• Keuzeruimte: Beïnvloedbaarheid op basis van ‘model ROB’ per GR bepalen en daarmee eventuele differentiatie per GR o.b.v. taak • Collectieve besluitvorming: proces waarin colleges en DB’s
gecommitteerd worden aan FKGR voorstel op LPO én volume Uitdaging: tijdpad richting 1 november 2024 2
GR’en onder kader FKGR Veiligheidsregio Hollands Midden
Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland GR Regio Midden Holland ISD Bollenstreek
Omgevingsdienst West-Holland Omgevingsdienst Midden-Holland Regionale dienst Openbare Gezondheid/GGD (HECHT)
Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (BSGR) Serviceorganisatie Zorg (SOZ) 3
Ontwikkeling Gemeentefonds
Intern vertrouwelijk
4
Ontwikkeling Gemeentefonds (1) HM-18
- € 105 miljoen (HM)
*cijfers op sheets 4-7 zijn gebaseerd op de meicirculaire 2024. De septembercirculaire heeft materieel (nagenoeg) geen effect gelet op het volgen van adviezen van de VNG en de toezichthouder m.b.t. de nu vervallen bezuiniging Jeugd
5
Ontwikkeling Gemeentefonds (3) HM-18 vs NL
- € 105 miljoen (HM)
6
Ontwikkeling Gemeentefonds (4) Herverdeeleffecten in HM-18 € -10 miljoen
7
Ontwikkeling Gemeentefonds (5) Herverdeeleffecten in HM-18 € -10 miljoen
8
Ontwikkeling Indexering
9
Indexeringen (1) FKGR versus Gemeentefonds (totaal)
*Gemeentefonds = incl. extra middelen als gevolg van taakuitbreidingen
10
Indexeringen (2) FKGR versus Gemeentefonds (totaal)
11
Nieuwe indexeringsmethode (BBP) Compensatie voor reële loonstijging verhuist van LPO-accres naar volumedeel BBP Daarmee is prijs BBP als index alleen voor de waardevastheid (inflatie).
Voor FKGR betekent dit een vraag wat te doen met verschil inflatie vs. reële loonstijging en hoe GR’en hiervoor te compenseren. Volledig volume bbp meenemen is te ruim omdat dit ook inhoudelijke volumestijgingen bevat. Alléén prijs BBP negeert de reële loonstijging en is een impliciete bezuiniging. 12
Indexeringsmethoden Mogelijke varianten 1. Indexering op basis van huidige methodiek (MEV) loon en prijs a. Waardevastheid vasthouden b. Nu eerst taakstelling, en indexering later bekijken en evt aanpassen 2. Indexeer op basis van BBP cijfers a. Gemeenten krijgen hier op gecompenseerd dus GR’en dan ook b. Uit elkaar trekken waardevastheid en korting wegens tekort op BBP 3. Indexeren op basis van waardevastheid (MEV) maar koppeling inbouwen met BBP. De koppeling behelst een buffer: alleen bij cumulatief >2,0% verschil met BBP expliciete taakstelling naar GR’en
13
Ontwikkeling GR’en
14
Gemeentelijke Bijdragen 8 GR’en Absolute bedragen
15
Gemeentelijke bijdragen 8 GR’en Absolute bedragen Gemeentelijke bijdragen
Serviceorganisatie Zorg (SOZ)
2020 49.300.722 8.230.808 407.883 14.161.587 16.084.615 52.016.000 11.848.000 -
2021 51.217.394 8.324.499 413.193 14.212.444 17.285.022 58.938.000 13.141.000 -
2022 51.883.220 8.911.306 387.203 15.076.558 18.246.519 60.148.000 13.524.000 -
2023 53.584.990 6.148.550 439.062 15.303.297 19.081.904 68.007.000 14.753.000 3.175.417
2024 60.028.216 6.635.835 474.898 17.639.000 18.448.915 68.605.000 16.582.000 3.638.027
2025 67.891.020 7.660.022 1.367.186 19.195.000 20.618.348 72.656.000 15.687.263 4.099.486
Totaal gemeentelijke bijdragen
152.051.635
163.533.573
168.178.828
180.495.243
192.053.915
209.176.350
Veiligheidsregio Hollands Midden* Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland GR Regio Midden-Holland Omgevingsdienst West-Holland* Omgevingsdienst Midden Holland* RDOG (Hecht)* en ** Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland
*Alleen de gemeentelijke bijdragen dus geen PZH, BDUR of andere SPUK van het Rijk en overige baten *BSGR: de opbrengst invorderingskosten vallen rechtstreeks de gemeenten toe en zijn niet in deze cijfers opgenomen, in factsheet specificatie per jaar ** De begrotingswijziging 2024 van € 3,7 miljoen is in de cijfers 2023 verwerkt i.p.v. 2024. De wijziging had daar zijn oorsprong en is in 2024 alsnog goedgekeurd en in de cijfers verwerkt. Voor het beeld van de ontwikkeling in de loop van de jaren levert dit een zuiverder beeld op. ***Bij Holland Rijnland is per 1-1-2023 SOZ als aparte organisatie afgesplitst
16
Gemeentelijke Bijdragen 8 GR’en Mutatie Mutatie gemeentelijke bijdragen t.o.v. voorgaand jaar Veiligheidsregio Hollands Midden* Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland GR Regio Midden-Holland Omgevingsdienst West-Holland* Omgevingsdienst Midden Holland* Regionale dienst openbare gezondheid /GGD (Hecht)* Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland
2021 3,89% 1,14% 1,30% 0,36% 7,46% 13,31% 10,91%
2022 1,30% 7,05% -6,29% 6,08% 5,56% 2,05% 2,91%
2023 3,28% -31,00% 13,39% 1,50% 4,58% 13,07% 9,09%
2024 12,02% 7,93% 8,16% 15,26% -3,32% 0,88% 12,40% 14,57%
2025 13,10% 15,43% 187,89% 8,82% 11,76% 5,90% -5,40% 12,68%
7,55%
2,84%
7,32%
6,40%
8,92%
Serviceorganisatie Zorg (SOZ) Totaal mutatie gemeentelijke bijdragen
Stijgen en dalingen per GR zijn nader geduid in factsheet per GR
17
Gemeentelijke Bijdragen 8 GR’en Mutatie
18
Indexeringen FKGR
19
Indexering FKGR FKGR versus Gemeentefonds (totaal)
*Gemeentefonds = incl. extra middelen als gevolg van taakuitbreidingen 20
Keuzeruimte bij GR’en
21
INZICHT IN BELEIDSVRIJHEID GEMEENTE
Keuzeruimte bepalen
KEUZERUIMTE BEPALEN
Meer inzicht in wettelijke taken, eigen beleid en bestaand beleid • meerjarig inzichtelijk maken wat de inzet
is op wettelijke taken, eigen beleid en overige uitgaven. Het gaat om de beïnvloedbaarheid van de begroting
van de gemeente en hoe dit zich ontwikkelt over tijd. • Beleidsvrijheid geduid van de Raad voor het Openbaar Bestuur als basis
22
Stand van zaken Keuzeruimte • Alle begrotingen van GR’en in dashboard geladen en gevalideerd
• Gesprekken met directies en controllers gevoerd • Duiding van cijfers toegevoegd m.b.t. gem. bijdragen per GR • Factsheet per GR aangeboden aan GR en gevalideerd bij directie GR’en
• Nagenoeg bij alle GR’en lopen trajecten die kunnen dienen om taakstelling in te vullen • Bij een aantal GR’en beleidsmatig tegengestelde beweging t.o.v.
taakstelling
23
Dashboard
Intern vertrouwelijk
24
Zonder RAV
Intern vertrouwelijk
25
Intern vertrouwelijk
26
Beinvloedbaarheid GR’ en Gemeenschappelijke regeling
%
13% Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland 31% GR Regio Midden-Holland 20% Omgevingsdienst West-Holland* 14% Omgevingsdienst Midden Holland* 16% Regionale dienst openbare gezondheid /GGD (Hecht)* 20% Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland 18% Serviceorganisatie Zorg (SOZ) 20% ISD Bollenstreek 27% 17% waarvan gemeentelijke bijdrage omvang mogelijke taakstelling GR' en Veiligheidsregio Hollands Midden*
Totaal begroting Beïnvloedbaar Stel 6% taakstelling Gem bijdragen € 78.196.600 € 10.165.558 4.080.250 € 10.377.819 € 3.217.124 460.367 € 2.193.186 € 438.637 82.168 € 25.015.000 € 3.502.100 1.153.620 € 26.263.392 € 4.202.143 1.239.163 € 84.312.873 € 16.862.575 4.366.626 € 16.041.835 € 2.887.530 942.805 € 4.099.486 € 819.897 246.379 € 77.040.000 € 20.800.800 4.505.328 € 323.540.191 € 62.896.364 12.571.377 209.176.350 6,01% € 12.571.499
*excl. RAV
De 18 Gemeenten in Hollands Midden hebben in 2026 een totale daling van €105 miljoen van de inkomsten uit het Gemeentefonds…..
27
Trajecten van GR’en besparingen Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland GR Regio Midden-Holland Omgevingsdienst West-Holland Omgevingsdienst Midden Holland Regionale dienst openbare gezondheid /GGD (Hecht) Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland Serviceorganisatie Zorg (SOZ) ISD Bollenstreek
traject doorlichting adhv draaiknoppen loopt voorjaar is menukaart opgemaakt en verspreid geen traject, wel mogelijkheden geen traject, zien mogelijkheden in begrotingsverkleining sturingsmogelijkheden ihkv ravijnjaar 2026 doorlichting en takendialoog, kostprijsbepaling memo besparingsopties in bestuur verspreid geen traject, wel mogelijkheden inventarisatie besparingsmogelijkheden opgesteld
28
Sturing op Verbonden Partijen én bezuinigen:
complexiteit2 • Indexering (loon en prijsontwikkeling)
Gemeentefonds
• Taken (Volume)
bijdragen Gemeenten
• Collectiviteit van besluitvorming
sturing en draagvlak
Praktijk: •
Gemeenten krijgen niet volledige LPO gecompenseerd, GR-en vaak wel (incl. nacalculatie), aanpassing nodig van kader
•
Bezuinigingen slaan vaak neer bij gemeentelijk deel van de begroting GR’en
•
Alle klassiekers die opgaan voor bijstellen gemeentelijke budgetten zijn bij GR’en hetzelfde of gaan op ‘in het kwadraat’ (frictieregelingen bij verlaging bijdragen)
De two-level game De realiteit van samenwerking
B
A
A
B
• Onderhandelen op
twee niveaus • De essentie van het
dubbele compromis
A B
30
Rol GS’en
Rol DB-leden + directeuren
In ‘eigen huis’
Wethouders financiën
Rol DB-leden +directeuren
Burgemeesters
B
A A
In de regio
B
A
B
Vakspecifieke wethouders 31
Advisering taakstelling en indexeringsmethodiek FKGR
32
Vraagstelling Werkgroep FKGR • Hoe hoog wordt de taakstelling voor 2026?
• Wel of niet differentiëren in taakstelling? • Wel of niet anticiperen op herverdeling (en hoe)? • Houdbaarheid / reflectie op kader
• Drempel taakstellingen (gem. 4 jaar) • Waardevast indexeren o.b.v. BBP prijs of loon – materiële budgetten • Aparte indexen of gewogen (75/25 c.q. 60/20/20)
• Hoe omgaan met verschillen ‘waardevast vs. BBP’ in kaderstelling • Hoe om te gaan met frictiekosten als gevolg van taakstelling 33
Advies Berenschot(1) Taakstelling 1. Neem het objectieve percentage mutatie Gemeentefonds in 2026 als totaal taakstelling mee naar de GR’en (-6,01%) 2. Hou het eenvoudig: niet differentiëren per GR 3. Laat incidenteel frictie bekostigen door gemeenten 4. Benoem risico op herverdeeleffect -0,58% (ca. € 10 miljoen) 5. Vraag GR’en de beïnvloedbare ruimte (zoals blijkt uit het dashboard) nader te
concretiseren 6. Op basis van deze nadere concretisering van de keuzeruimte met een sluitend voorstel voor invulling van de taakstelling te komen
34
Advies Berenschot(2) Indexering
7. Indexeer op de kosten en niet op de gemeentelijke bijdragen 8. Baseer prijsindexen op waardevaste indexen met een koppeling aan het BBP (indien verschil met BBP cumulatief >2,0% dan een taakstelling richting GR’en) 9. Differentieer de toekomstige index waar mogelijk afzonderlijk op loon, prijs en investeringen Overige adviezen 10. Maak werk van kaderstelling over reserves 11. Schaf de 4-jaars gemiddelde 2% drempel af zoals in het bestaande kader opgenomen*
12. Neem algemene passage op over mogelijk taakstelling bij grotere dalingen van het gemeentefonds * De reden hierachter is dat grote schommelingen vanwege de trap op trap af methodiek door het 8 jarig gemiddelde BBP niet (snel) meer aan de orde zullen zijn
35
Vaststelling kader FKGR Vervolgprocedure • Werkgroep FKGR stelt advies vast (na consultatie wethouders financiën) • Advies wordt verspreid naar colleges, raden en GR’en
• Colleges worden gevraagd dit advies te bekrachtigen • Bij verdeelde besluiten colleges, blijft advies FKGR staan • In het geval besluiten afwijken van advies is het aan raden, colleges en DB/AB’s van GR’en zelf wat daarmee te doen
36
Spoorboekje Q3 2024
Bestuurlijk opdracht gever
4e week augustus
2e week september
4e week september
Collegeleden
stuurgroep
Ambtelijk
2e week oktober
4e week oktober
externe deskundige
1 nov brief bij GR’en
Voorlichting raadsleden
Collegeleden
stuurgroep
stuurgroep
Ambtelijk
Ambtelijk opdracht gever
Ambtelijk
Ambtelijk
Medewerking GR’en, commitment Colleges en betrokkenheid gemeenteraden is essentieel 37
Planning • 15 oktober: financials gemeenten • 22 oktober: wethouders financiën en bestuurlijke werkgroep FKGR • Uiterlijk 1 november: nieuw kader FKGR richting GR’en, colleges en gemeenteraden • 19 november presentatie voor alle collegeleden
• GR’en vervolgen doorlichtingen • Voorjaar 2025: DB’s komen met kadernota c.q. concept begroting 2026 • Faciliteren en coördineren implementatie in begrotingen 2026
38
Berenschot
www.berenschot.nl linkedin.com/berenschot
Intern vertrouwelijk
Bijlage 2 Factsheets per Gemeenschappelijke regeling
1.1
Veiligheidsregio Hollands Midden ......................................................................... 2
1.2
Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland ................................................................ 5
1.3
GR Regio Midden Holland .................................................................................... 8
1.4
ISD Bollenstreek ............................................................................................... 11
1.5
Omgevingsdienst West-Holland .......................................................................... 14
1.6
Omgevingsdienst Midden-Holland ....................................................................... 18
1.7
Regionale dienst Openbare Gezondheid/GGD (HECHT) .......................................... 22
1.8
Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (BSGR) ................................................... 26
1.9
Serviceorganisatie Zorg (SOZ)............................................................................ 30
2/32
1.1
Veiligheidsregio Hollands Midden
Overzicht 2026
Beleidsproduct Bedrijfsvoering Bevolkingszorg Brandweerzorg GHOR Meldkamer BHM Risico -en Crisisbeheersing Totaal
Begroting 2026 € 27.060.100 € 890.200 € 37.151.400 € 2.801.700 € 1.415.000 € 8.875.200 € 78.193.600
Niet beïnvloedbaar € 24.473.465 € 749.750 € 31.647.275 € 2.463.300 € 1.395.000 € 7.241.560 € 67.970.350
Beïnvloedbaar € 2.586.635 € 140.450 € 5.504.125 € 338.400 € 20.000 € 1.633.640 € 10.223.250
Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Veiligheidsregio (VRHM) is opgericht door de gemeenten in Hollands Midden op 8 oktober 2010. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de VRHM zijn vastgesteld in de Wet veiligheidsregio's en in de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. Het gaat hierbij om de taken namens de gemeenten op het gebied van meldkamerfunctie voor brandweer, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening, risicobeheersing, rampenbestrijding en crisisbeheersing, GHOR, Bureau gemeentelijke crisisbeheersing, brandweerzorg. Deelnemers: Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Hillegom, Kaag en Braasem, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Waddinxveen, Zoeterwoude en Zuidplas.
% 10% 16% 15% 12% 1% 18% 13%
3/32
Bijdragen aan VRHM in cijfers Gemeentelijke bijdragen
2021 51.217.394 Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in € 1.916.672 Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in % 3,96% *de BDUR, overige baten en Noodopvang vluchtingen 2022 is hier niet in opgenomen Veiligheidsregio Hollands Midden*
2020 49.300.722
2022 51.883.220 665.826 1,31%
2023 53.584.990 1.701.770 3,30%
2024 60.028.216 6.443.226 12,66%
De begroting van de VRHM kent geen ontwikkelbudgetten. Ontwikkelingen worden tot op heden gefinancierd uit onderuitputting. Dit is bestuurlijk zo afgesproken. Onderuitputting neemt in de toekomst af, terwijl ontwikkelnoodzaak toeneemt. Uit benchmark gegevens blijkt dat zowel op de primaire processen als op de overheadprocessen, omgerekend naar 10.000 inwoners of per fte in de organisatie, overwegend lager ‘gescoord’ dan andere veiligheidsregio’s. De gemeentelijke bijdragen hebben zich in 2020 tot en met 2023 alleen langs een loon- en materiële index ontwikkeld. Gelet op de vierjarige cyclus van het regionaal beleidsplan zijn in de begroting 2024 de consequenties van de keuzes in dit beleidsplan verwerkt zoals eerder in de bijdrage 2020. De stijging in 2024 betreft naar reguliere indexering conform FKGR het scenario 1 (incidentele dekking omgezet naar structureel) ter grootte van € 1,2 miljoen en scenario 2 (wettelijke bepalingen en branchestandaarden) ter grootte van € 1,3 miljoen. De overige stijging betreft indexering. In 2025 is de bijdrage naast indexering gestegen met € 2,5 miljoen als gevolg van de overheveling van de GHOR taak van RDOG/Hecht. Duiding dashboard De VRHM is een kapitaalsintensieve organisatie. Er is sprake van veel materieel dat over lange termijn wordt afgeschreven zoals kazernes en voertuigen.
Daarnaast is sprake van een groot aandeel in de begroting voor personele lasten. In het dashboard is van een standaard verloop van 10% (gemiddeld gemeentelijk realisatiecijfer) uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. In de uitvoeringsorganisatie zit volgens VRHM dan ook relatief weinig keuzeruimte. Meer flexibiliteit is aanwezig in de adviesorganisatie. De clusterindeling van het gemeentefonds is een verdeling tussen gemeenten en niet binnen taken van een gemeente. Desondanks is in het verleden, toen de begroting van de VRHM hoger was dan de inkomsten in het cluster brandweer ingezet om de begroting binnen de omvang van het cluster brandweer te krijgen. Hiertoe is in de periode 2011 tot en met 2018 16,6% bezuinigd. Op dit moment is, door stijgingen van inkomsten van gemeenten, de realisatie van de begroting t.o.v. dit cluster 83%. Opgemerkt wordt dat de clusterindeling van het gemeentefonds overigens een verdeling betreft tússen gemeenten en niet bedoeld is om taaktoedeling bínnen gemeenten te sturen Er zijn evenzeer taken binnen gemeenten waarin de realisatie hoger is dan de toedeling in het gemeentefonds. Dit is een representatie van alle politieke en bestuurlijke keuzes door colleges en gemeenteraden in het gemeentelijke takenpakket.
In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 13% of € 10,2 miljoen op de gehele begroting. Hierbij is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van kapitaallasten (€ 8 miljoen), personele kosten (€ 36,8 miljoen) en contracten (€ 20,7 miljoen). Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt
2025 67.891.020 7.862.804 12,60%
4/32
de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. VRHM heeft miv 1 oktober 2024 een aangescherpte procedure met haar management ingevoerd, waarbij een afgewogen business case moet worden overlegd ingeval van nieuwe contractuele verplichtingen (inhuur, vacatures, investeringen boven de 20k). Op deze wijze heeft de VRHM reeds de bewuste stap gezet haar keuzemomenten aan te grijpen om deze te beïnvloeden. Ook krijgt de VRHM waarschijnlijk te maken met een korting op hun andere financieringsbron: de‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’. In de Miljoenennota is namelijk een bezuiniging van 10% op de BDuR opgenomen, wat resulteert in een korting van ongeveer € 1 miljoen. Hierover loopt op landelijk niveau nog een discussie. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR De veiligheidsregio is in belangrijke mate een parate uitvoeringsorganisatie. Daarnaast is er de adviesorganisatie, gericht op advies en toezicht bij infrastructurele aanpassingen, bouwwerkzaamheden en evenementen. Hierbij is er de voortdurende opgave om bij de tijd te blijven en voor te bereiden op de nieuwe tijd. Hiervoor is volgens de VRHM een impuls nodig. Naar de toekomst zijn voorbereidingen nodig voor de ontwikkelingen in de samenleving ter verhoging van de weerbaarheid.
Het gaat dan om effecten op de veiligheid van stedelijke verdichting, klimaatverandering, energietransitie. Hiervoor is nog geen financiering. Naast scenario 1 en 2 (zie duiding dashboard) was hiervoor een scenario 3 in de kadernota 2024 ter grootte van € 4,8 miljoen (op het spoor naar de nieuwe tijd) opgenomen. Hier is niet mee ingestemd door het Algemeen Bestuur. Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen VRHM loopt intern een traject om langs een aantal zoekgebieden draaiknoppen te vinden om kosten te besparen. Deze worden vormgegeven langs de volgende gebieden: •
Ring 0 (kern): primaire taken: brandweerzorg, risicoadvies, crisisbeheersing
•
Ring 1: ondersteunende taken direct t.b.v. primaire taken zoals vakbekwaamheid, brandpreventie, review wettelijk en niet-wettelijk
•
Ring 2: generieke bedrijfsvoeringstaken zoals herstructureren, besparingen contracten, generieke keuzes personeel en inhuur, schuiven in meerjareninvesteringsprogramma, financieringsmethodiek
•
Ring 3: ontwikkelopgaven zoals her-prioriteren, vertragen, stoppen, ombuigen, ontwikkelopgaven uit jaarplan en regionaal beleidsplan
Ring 0 raakt direct de primaire taken waar bij de implementatie van bezuinigingen VRHM idealiter probeert weg te blijven omdat dit direct het zorgniveau naar de inwoners raakt. De directie heeft aangegeven de ontwikkelingen en voorbereidingen vanuit de werkgroep FKGR voor de kaders van de begroting 2026 te betrekken bij deze analyse waarmee deze trajecten elkaar aanvullen en versterken. De analyses en inzichten vanuit de FKGR worden als input gebruikt. In tijd loopt dit gelijk op waardoor vervlechting van de trajecten kan plaatsvinden. VRHM zal via het DB en AB met draaiknoppen komen om keuzes te maken in de taken en betrekt hierbij het kader van de FKGR wat voor 2026 in ontwikkeling is. De VRHM beschikt over een algemene reserve van € 1,2 miljoen en bestemmingsreserves van € 4,6 miljoen. Daarmee beschikt de GR over beperkte middelen om eventuele incidentele frictielasten op te vangen.
5/32
1.2
Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland
Overzicht 2026
Beleidsproduct Fondsen en Subsidies Overhead (HR) Projecten Regionaal beleid en monitoring Regionaal Bureau Leerrecht Regionale investeringsagenda Regiotaxi Strategie en Beleid Algemeen Toekomstverkenningen Woonurgenties Totaal
Begroting 2026 € 1.195.630 € 2.987.493 € 699.028 € 423.232 € 2.733.702 € 540.534 € 572.440 € 304.255 € 327.789 € 593.716 € 10.377.819
Niet beïnvloedbaar € 470.538 € 2.423.680 € 167.751 € 356.074 € 2.173.009 € 383.941 € 309.425 € 143.683 € 191.213 € 564.030 € 7.183.343
Beïnvloedbaar € 725.092 € 563.813 € 531.277 € 67.158 € 560.693 € 156.593 € 263.015 € 160.572 € 136.576 € 29.686 € 3.194.476
Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland is een strategische samenwerking op het gebied van wonen, energie, economie, mobiliteit en groen en blauw. Daarnaast voert Holland Rijnland taken uit op het gebied van onderwijs (leerplicht) en arbeidsmarkt. De strategie is vastgelegd in de Regionale Omgevingsagenda (ROA), Regionale Energiestrategie (RES) en de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM). Op basis hiervan is in 2024 een Regionale Investeringsagenda vastgesteld.
% 61% 19% 76% 16% 21% 29% 46% 53% 42% 5% 31%
6/32
Deelnemers: Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude Gemeentelijke bijdragen Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland
2020 8.230.808
Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €
Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in %
2021 8.324.499 93.691 1,14%
2022 8.911.306 586.807 7,05%
2023 6.148.550 -2.762.756 -31,00%
2024 6.635.835 487.285 7,93%
2025 7.660.022 1.024.187 15,43%
De gemeentelijke bijdragen aan Holland Rijnland hebben zich tussen 2020 en 2022 ontwikkeld langs de reguliere lijnen van de loon- en materiële index van de FKGR. Deze index was niet toereikend voor de reële loonstijging omdat de werkelijke cijfers steeds hoger bleken dan de ramingen van het CPB waar de FKGR zich op heeft gebaseerd. Het verschil moest tijdelijk binnen de bestaande begroting gedekt. De nacalculatie van de FKGR voorziet namelijk niet in compensatie op de gemiste indexen in de tussenliggende jaren. De daling in 2023 is het gevolg van de oprichting van de Serviceorganisatie Zorg. Het deel van de begroting wat daar betrekking op heeft is verschoven naar die betreffende GR. In deze cijfers is geen rekening gehouden met de incidentele middelen ten behoeve van de Regionale Investeringsagenda vanaf 2025. Duiding dashboard Holland Rijnland is een organisatie waarin enerzijds Strategie en Beleid en anderzijds enkele uitvoeringstaken (Bureau Leerrecht, de Regiotaxi en Woonurgenties) zijn ondergebracht. De kosten hiervan bestaan voor het grootste deel uit personele kosten (€ 6,1 miljoen) en een deel uit programmabudget (€4,2 miljoen). Dit bestaat uit algemeen programmabudget zoals o.a. voor de investeringsagenda Strategie en beleid (€2,3 miljoen) middelen voor projecten (€ 0,7 miljoen) en middelen voor fondsen en subsidies (€ 1,2 miljoen).
Bij projecten gaat het om de RES, doorfietsroutes, de Regiodeal en Kantoren- en bedrijventerreinenstrategie. Bij de fondsen en subsidies gaat het onder ander om de provinciale subsidieregeling mobiliteit € 590.000, LEADER en de jaarlijkse storting in het cofinancieringsfonds van € 300.000. Het programmabudget is grotendeels beïnvloedbaar. Bij de fondsen en subsidies hangt dit af van de herkomst. De provinciale subsidie en de LEADER subsidie is (grotendeels) niet beïnvloedbaar omdat dan de inkomsten ook vervallen. Daarentegen is het cofinancieringsfonds gefinancierd uit de gemeentelijke
bijdragen en daarmee voor 100% beïnvloedbaar. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 31% of € 3,2 miljoen op de gehele begroting. Hierbij is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van personele kosten (€ 4,9 miljoen) en contracten (€ 0,2 miljoen). In het dashboard is van een standaard verloop van 10% (gemiddeld gemeentelijk realisatiecijfer) uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. Bij de berekening van de keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR Holland Rijnland heeft in 2024 de Regionale Investeringsagenda vastgesteld. Hiervoor worden bij begrotingswijziging voor de jaren 2025 tot en met 2027 incidentele middelen gevraagd. Deze zijn nog niet verwerkt in bovenstaande tabel en de gegevens uit het dashboard.
De contracten met betrekking tot kantoorhuisvesting loopt in 2030 af, de contracten met betrekking tot de PIOFACH taken in 2025 en de verplichtingen met betrekking tot de Regiotaxi in 2026.
7/32
Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen Holland Rijnland heeft een technische verkenning uitgevoerd naar de taken die beïnvloedbaar zijn. Dit heeft geleid tot een ‘menukaart’ met mogelijke keuzes per taak die bij Holland Rijnland is belegd. De menukaart maakt inzichtelijk hoe een aanpassing in taken door kan werken in de meerjarenbegroting. Hierin is zowel aandacht besteed aan het programmabudget, de personele component als de door HR verwachte mogelijke incidentele frictiekosten indien de betreffende taak geschrapt wordt. In de notitie als uitkomst van de technische verkenning is opgenomen dat uit bespreking van de notitie met collegeleden nog geen eenduidige opdracht aan het dagelijks bestuur naar voren gekomen is die richting kan geven aan eventuele bezuiniging op de gemeentelijke bijdragen. Het dagelijks bestuur heeft de portefeuillehouders vervolgens verzocht om binnen de eigen gemeenten het gesprek te starten op welke wijze zij bezuinigingsmogelijkheden zien langs de lijnen van een takendiscussie voor Holland Rijnland. De opbrengsten van het gesprek binnen de gemeenten kunnen de deelnemende gemeenten naar voren brengen in aanloop naar het begrotingsproces 2026. Voor overige informatie wordt verwezen naar de notitie ‘Technische verkenning taken van Holland Rijnland’ van juni 2024.
Holland Rijnland beschikt over een zeer geringe algemene reserve (< €10k) en voor € 1,4 miljoen aan bestemmingsreserves (begroting 2025). De GR heeft aangegeven te verwachten dat indien een taakstelling wordt opgelegd de gemeenten de incidentele middelen ter beschikking stellen om eventuele frictiekosten op te vangen.
8/32
1.3
GR Regio Midden Holland
Overzicht 2026
Beleidsproduct Programmaplan bestuurszaken Totaal
Begroting 2026 € 2.193.186 € 2.193.186
Niet beïnvloedbaar € 1.754.549 € 1.754.549
Beïnvloedbaar € 438.637 € 438.637
Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Regio Midden Holland is een bestuurlijke strategische samenwerking waarin gewerkt wordt aan de thema’s groei, bereikbaarheid en economische vitaliteit op vijf inhoudelijke tafels. De samenwerking in de Regio Midden-Holland wordt als netwerk vormgegeven vanuit de vijf MiddenHollandgemeenten. Midden Holland heeft taken op het gebied van Lobby en strategie, Verkeer en Vervoer, Duurzaamheid, Economie Onderwijs en Arbeidsmarkt, Ruimte en Wonen en Cultuur. Deelnemers: Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas Gemeentelijke bijdragen GR Regio Midden-Holland Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €
Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in %
2020 407.883
2021 413.193 5.310 1,30%
2022 387.203 -25.990 -6,29%
2023 439.062 51.859 13,39%
2024 474.898 35.836 8,16%
2025 1.367.186 892.288 187,89%
De stijging in de gemeentelijke bijdrage in de begroting 2025 is een gevolg van de stijging van de organisatie met 5,5 fte als gevolg van de versterking van de capaciteit. Dit is een opvolging van het BRE onderzoek Midden Holland. Naast de gemeentelijke bijdragen zijn er ook projectbaten van € 0,75 miljoen. Daarmee komt de totale begroting op het in het dashboard aangegeven € 2,2
% 20% 20%
9/32
miljoen. Regio Midden-Holland heeft de vanaf 2023 de begroting geïndexeerd o.b.v. de kaders van de FKGR. Tot en met 2022 heeft er geen indexatie op de begroting plaatsgevonden. Duiding dashboard In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 20% of € 0,4 mln op de gehele begroting. Hierbij is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van personele lasten (€ 0,5 mln.) Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. In het dashboard wordt voor personeel een standaard natuurlijk verloop van 10% per jaar uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. Omdat administratief de kosten gekoppeld zijn aan Taakveld Bestuur zou dit leiden tot een zeer lage beïnvloedbaarheid. Dit taakveld wordt normaliter alleen gebruikt voor kosten van een gemeentelijk bestuur. Om die reden is in het dashboard een handmatige aanpassing doorgevoerd en is een gemiddeld percentage toegepast wat op de verschillende taakgebieden die de GR uitvoert in ons onderzoek wordt waargenomen.
Naast de personele lasten (totaal € 0,7 miljoen waarvan per jaar 10% beïnvloedbaar zonder frictie) zijn ook de programmabudgetten (€ 0,3 miljoen) beïnvloedbaar omdat het om vrijwillige taken gaat die boven op de wettelijke taak van gemeenten komt. Wel wordt opgemerkt dat de regio in toenemende mate als aanspreekpunt fungeert voor de verdeling van regiodeals, subsidies, het komen tot afspraken over woningbouwprogramma's, duurzaamheid, opvang/asiel en bereikbaarheidsopgaven. De projectlasten die gekoppeld zijn aan projectbaten bieden geen mogelijkheid de gemeentelijke bijdrage te verlagen omdat de baten dan ook wegvallen. Overall is onze inschatting dat het werkelijke % beïnvloedbaarheid hoger ligt dan in het dashboard aangegeven gelet op de beleidsvrijheid in de taken die gemeenten bij de GR Midden Holland heeft neergelegd. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR In 2022 heeft door Berenschot een onderzoek plaatsgehad naar de bestuurlijk regionale ecosystemen (BRE). De uitkomsten van dit onderzoek laten zien dat de regio er goed voor staat maar tegelijkertijd op een kantelpunt staat. Om stappen te zetten in de samenwerking is eerst het ‘Verhaal van Midden-Holland’ opgesteld.
In navolging van het in 2022 uitgevoerde onderzoek “BRE Midden-Holland” is Berenschot begin 2024 gevraagd om met een advies te komen hoe de versterking van de Regio Midden-Holland vorm en inhoud kan krijgen: wat is nú nodig om een volgende stap te zetten voor gezamenlijk resultaat, wat vraagt dat van de organisatie MiddenHolland? In het rapport van 28 maart 2024 adviseert Berenschot om de regionale samenwerking in regio Midden-Holland met ingang van 2025 te versterken door een capaciteitsuitbreiding van 5,5 fte. Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen De GR Midden Holland heeft in mei 2024 een notitie geschreven ‘financiële ontwikkelingen 2026’ waarin zij het DB en AB inzicht geeft in de besparingsmogelijkheden en de effecten daarvan. Vanuit beleidsinhoudelijke optiek is in de memo de conclusie geformuleerd dat de directie zeer beperkte mogelijkheden ziet voor bezuinigingen. De beleidsontwikkeling zoals hierboven geschetst leidt in tegenstelling tot een daling van de gemeentelijke bijdrage als gevolg van minder rijksinkomsten tot een opwaartse beweging in de begroting vanaf 2025. Dit laat onverlet dat er technisch wel besparingsmogelijkheden zijn vanuit het perspectief van beleidsvrijheid zoals het dashboard weergeeft.
10/32
De GR beschikt over een algemene reserve van € 0,1 miljoen en bestemmingsreserves van € 0,3 miljoen. De GR Midden Holland heeft daarmee beperkt middelen om eventuele frictie op te vangen.
11/32
1.4
ISD Bollenstreek
Overzicht 2026
Beleidsproduct Overhead (ISDB) Participatie Wmo Totaal
Begroting 2026 € 3.985.000 € 35.003.000 € 38.052.000 € 77.040.000
Niet beïnvloedbaar € 3.188.000 € 25.741.742 € 27.339.280 € 56.269.021
Beïnvloedbaar € 797.000 € 9.261.258 € 10.712.720 € 20.770.979
% 20% 26% 28% 27%
Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (ISD Bollenstreek) is opgericht door de gemeenten in de Bollenstreek op 1 januari 2008. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de ISD zijn vastgesteld in de Wet sociale voorzieningen en in de gemeenschappelijke regeling ISD Bollenstreek. De ISD Bollenstreek is verantwoordelijk voor de uitvoering van taken op het gebied van sociale zekerheid, bijstandsverlening, werkgelegenheid, reintegratie, en maatschappelijke ondersteuning. Dit omvat ook het bevorderen van de participatie van inwoners en het ondersteunen van kwetsbare groepen in de samenleving. Deelnemers: Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen Bijdragen aan ISD Bollenstreek in cijfers
12/32
Gemeentelijke bijdragen ISD Bollenstreek Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €
Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in %
2020 63.859.909
2021 60.236.952 -3.622.957 -5,67%
2022 63.752.092 3.515.140 5,84%
2023 72.068.662 8.316.570 13,05%
2024 73.338.511 1.269.849 1,76%
2025 75.088.800 1.750.289 2,39%
(tabel kerncijfers GR en gemeentelijke bijdragen en ontwikkeling) In het algemeen is er een trend van stijgende gemeentelijke bijdragen aan de ISD Bollenstreek van 2021 tot en met 2025, gedreven door verhoogde vraag naar sociale diensten en noodzakelijke maatregelen om te voldoen aan de veranderende omstandigheden. Specifiek voor 2023 en 2024 zijn de budgetten van de ISD Bollenstreek aangepast om te voldoen aan de groeiende vraag naar sociale diensten en als gevolg van de inflatie en de stijging van de kosten voor personeel. In 2023 werd bijvoorbeeld een aanzienlijk hogere gemeentelijke bijdrage vastgesteld, mede door de toenemende instroom van uitkeringsgerechtigden onder de participatiewet en extra uitgaven gerelateerd aan de energietoeslag. De toename van uitkeringsgerechtigden is voornamelijk het gevolg is van de instroom van statushouders en veranderingen in de huisvestingstaken van gemeenten. Daarnaast zijn er ook wijzigingen doorgevoerd in de normbedragen voor de bijstandsverlening, wat invloed heeft op de totale uitgaven van de ISD. De bijdrage van gemeenten is daarmee niet alleen een reactie op de toenemende vraag naar sociale voorzieningen, maar ook een aanpassing aan de economische realiteit van stijgende kosten in het sociaal domein. Tot slot zijn ook de Cao-lonen van personeel in de sociale sector gestegen, met in 2023 een stijging van ongeveer 6,8%.
Duiding dashboard De ISD Bollenstreek is voornamelijk een uitvoeringsorganisatie met een sterk operationeel karakter. Ze hebben te maken met veel wettelijke taken die zijn vastgelegd in nationale wetgeving. Dit maakt dat er weinig keuzeruimte is binnen de uitvoeringsorganisatie. Dit komt doordat de ISD moet reageren op veranderende beleidsrichtlijnen van de gemeenten en het Rijk. De ruimte kan vooral gezocht worden in de adviserende taken, beleidsontwikkeling en enkele keuzes in het voorzieningenniveau dat ISD overeenkomt met de deelnemende gemeenten. De personele lasten vormen ongeveer 16% van de begroting van de ISD (Meerjarenbegroting 2024-2028). Aangezien het personeel voornamelijk betrokken is bij de uitvoering van wettelijke taken, is er weinig ruimte om te snijden in deze kosten zonder de kwaliteit van de dienstverlening in gevaar te brengen. Begin 2024 heeft bureau Berenschot een benchmark onderzoek uitgevoerd naar de formatie van de organisatie. Er is geconstateerd dat de ISD een relatief lage formatie heeft en hiermee dienstverlening van niveau neerzet. De ISD doet relatief veel, met relatief weinig personeel. Tegelijk werd ook geconstateerd dat er sprake is van enige krapte. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 27% of € 20,8 miljoen op de gehele begroting (€ 77 miljoen).
Hierbij moet vermeld worden dat de personele lasten alleen voor de overhead als personele lasten verwerkt zijn, terwijl ongeveer € 8 miljoen personele lasten binnen de posten participatie en zorg vallen. Als je daarvoor zou corrigeren dan kom je in 2026 uit op een beïnvloedbaar bedrag van € 14,4 miljoen (19%) uit in 2026. Daarbij gaan we uit van een standaard verloop van 10% (gemiddeld gemeentelijk realisatiecijfer) die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. De ISD heeft geen kapitaalgoederen waar rekening mee gehouden dient te worden. Ze hebben tevens geen grote contractuele afspraken lopen, dus deze zijn niet opgenomen in het dashboard.
13/32
Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR Er zijn geen specifieke ontwikkelingen besproken anders dan genoemde ontwikkelingen genoemd als verklaring voor de stijging van de gemeentelijke bijdrage. Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen De directie overlegt regelmatig met het dagelijks bestuur om te bespreken op welke wijze de kosten in de hand gehouden kunnen worden. Zo wilden ze bijvoorbeeld werken met inkomensafhankelijke bijdragen, maar dit werd door de minister afgewezen. Afgelopen voorjaar is er een voorstel gedaan voor bezuinigingen binnen de WMO. Dit bevatte ook voorstellen die wettelijk niet zijn toegestaan of op de grens van wel/niet wettelijk toegestaan zitten. ISD Bollenstreek ziet op verschillende gebieden nog mogelijkheden. Er zijn uitgebreide minimaregelingen waar nog in versoberd kan worden (Individuele Inkomens Toeslag, echter wel met risico op hogere BBZ). Ook kan de collectieve ziektekostenverzekering geschrapt worden (ca. 0,5 mln., maar ook hier risico op hogere beroep op bijzondere bijstand) en kan het aantal uren begeleiding en dagbesteding teruggedrongen worden. Tot slot kan ervoor gekozen worden om de medische keuringen voor bijstand te schrappen (€50K, dit wordt uitgevoerd door Hecht), de toegevoegde waarde is beperkt.
ISD Bollenstreek ziet ook mogelijkheden om verder te bezuinigen op hulp bij huishouden door te werken met een normenkader dat het wettelijk minimum hanteert. Dit wordt echter tenietgedaan doordat er een nieuwe aanbesteding plaatsvindt, waarbij verwacht wordt dat de kostprijs hoger zal zijn dan de mogelijke besparing. Grote besparingsmogelijkheden ziet de ISD Bollenstreek in de contracten met de aanbieders die de gemeente afsluit, zoals voor beschermd wonen. Hierbij lijkt soms meer aandacht te zijn voor het in stand houden van de aanbieder dan voor de klant, met de ervaring van ISD stellen zij dat er winst te behalen is in een zakelijkere aanpak door de gemeenten. De grootste kostenpost voor de ISD Bollenstreek is de reguliere uitkering. Deze kan alleen beïnvloed worden door snellere uitstroom (re-integratie), wat onder de verantwoordelijkheid van een andere gemeenschappelijke regeling valt. De ISD Bollenstreek geeft aan dat voor grote bezuinigingen wetswijzigingen nodig zijn.
14/32
1.5
Omgevingsdienst West-Holland
Overzicht 2026
Beleidsproduct Milieu (ODWH) Overhead (ODWH) Ruimtelijke ordening Wonen en bouwen Totaal
Begroting 2026 € 11.932.075 € 5.929.800 € 3.012.572 € 4.140.553 € 25.015.000
Niet beïnvloedbaar € 10.184.805 € 5.142.224 € 2.560.686 € 3.522.032 € 21.409.747
Beïnvloedbaar € 1.747.270 € 787.576 € 451.886 € 618.520 € 3.605.253
% 15% 13% 15% 15% 14%
Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Milieudienst West-Holland, de voorloper van de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) is opgericht door de gemeenten in de regio West-Holland op 2 januari 2001. Vanaf 2 januari 2015 is de dienst een omgevingsdienst, welke de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zoals vastgesteld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en in de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland uitvoert. De ODWH is verantwoordelijk voor de uitvoering van taken op het gebied van milieu, vergunningverlening, handhaving, toezicht en advisering op het terrein van de fysieke leefomgeving. Dit omvat onder andere zaken als lucht- en waterkwaliteit, afvalbeheer, en de bescherming van natuur en landschap. Deelnemers: Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude en de provincie ZuidHolland.
15/32
Gemeentelijke bijdragen Omgevingsdienst West-Holland*
2020 14.161.587
Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €
Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in % *dit is alleen de gemeentelijke bijdrage (zonder PZH)
2021 14.212.444 50.857 0,36%
2022 15.076.558 864.114 6,08%
2023 15.303.297 226.739 1,50%
2024 17.639.000 2.335.703 15,26%
2025 19.195.000 1.556.000 8,82%
(tabel kerncijfers GR en gemeentelijke bijdragen en ontwikkeling) De gemeentelijke bijdrage heeft zich de achterliggende jaren hoofdzakelijk ontwikkeld langs de indexering van de FKGR. Daarnaast vinden aanpassingen plaats op het meerjarig verloop van de uren zoals opgenomen in het Dienstplan. Het Dienstplan vormt de basis voor de begroting. Als deze doelen meer middelen vereisen, kan dat ook leiden tot verhogingen van de gemeentelijke bijdragen. Tevens worden hierin ook nieuwe prioriteiten en beleidsdoelen opgenomen. De ODWH heeft er de afgelopen jaar ook naar gestreefd om de kosten van de inhuur van externe medewerkers te verlagen, door deze inhuur terug te brengen en voor structureel werk mensen waar mogelijk in dienst te nemen. Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn er bodemtaken overgaan van de Provincie Zuid-Holland naar de gemeenten. Deze verschuiving is verwerkt in de begroting 2024. De deelnemersbijdragen van de gemeenten zijn toen daarom niet gebaseerd op het Dienstplan 2023 maar gebaseerd op de uren en materiele lasten die zijn gecommuniceerd via de werkplannen 2023 met omgevingswet. Duiding dashboard De ODWH is een uitvoeringsorganisatie waarbij het grootste deel van de begroting bestaat uit personele kosten (€ 25 miljoen).
In het dashboard is van een standaard verloop van 10% (gemiddeld gemeentelijk realisatiecijfer) uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 14,4% of € 3,6 miljoen op de gehele begroting. Hierbij is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van kapitaallasten (€ 0,2 miljoen), personele kosten (€ 19,7 miljoen) en verplichtingen, subsidies en contracten (€ 1,9 miljoen). Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt er vanuit gegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. Gelet op het karakter van de taken is de beïnvloedbaarheid tussen Wonen en bouwen en Milieu nagenoeg gelijk. Verschil is wel dat Wonen en bouwen taken alleen voor de gemeente Noordwijk en de provincie worden uitgevoerd en Milieutaken voor alle gemeenten.
Daarnaast bestaat een frictieregeling waar individueel 2% per jaar zonder frictie kan worden gereduceerd in taken. Indien gemeenten en provincie collectief besluiten tot grotere besparingen is het aan het Algemeen Bestuur hoe om te gaan met de mogelijk optredende frictie en de vastgestelde spelregels rondom frictiekosten. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR De commissie van Aartsen heeft in 2021 in beeld gebracht welke mogelijkheden er zijn om milieuhandhaving, -toezicht en vergunningverlening in Nederland te versterken, met als doel het stelsel effectiever en slagvaardiger te maken. Een goed functionerend VTH-stelsel is essentieel voor
16/32
het voorkomen van schade aan het milieu. Als belangrijk onderdeel van het advies is de commissie gevraagd welke mogelijkheden zij ziet om de onafhankelijkheid en deskundigheid van toezichthouders, waaronder omgevingsdiensten, te versterken en aan te geven wat ervoor nodig is om die versterking daadwerkelijk te realiseren. De commissie oordeelde dat het stelsel niet goed functioneert. Een belangrijk aangrijpingspunt voor verbetering van het VTH-stelsel is volgens de commissie de omgevingsdiensten, deze moeten effectiever en slagvaardiger kunnen opereren. Daarvoor is robuustheid van de omgevingsdiensten van belang. Iedere omgevingsdienst moet ten minste opgewassen zijn tegen de veelheid van taken die de dienst opgedragen krijgt. Dat vraagt om voldoende omvang met bijbehorende financiering, zodat de dienst taken kan uitvoeren op het gewenste niveau en kan investeren in kennisopbouw, informatie-uitwisseling en kwaliteitsborging. Om invulling en uitvoering te geven aan de aanbevelingen is op initiatief van I&W een interbestuurlijk programma (IBP) gevormd waarmee het VTH-stelsel structureel verstevigd kan worden. Hierin participeren het Rijk, gemeenten (VNG) en provincies (IPO). Onderdeel van het IBP is ‘robuuste omgevingsdienst en passende financiering’.
Er is een inhoudelijke benadering gevolgd waarbij 4 criteria zijn geformuleerd, te weten effectiviteit, efficiency, wendbaarheid en ontwikkelvermogen. Om deze criteria meetbaar en specifiek te maken, zijn deze vertaald in een set van zes kritische prestatie-indicatoren (kpi’s). Deze kpi’s vormen de ondergrens waar omgevingsdiensten aan moeten voldoen: 1.
De omvang van het regionaal werkprogramma gecombineerd met het percentage medewerkers in eigen dienst. Deze omvang is minimaal € 16,5 miljoen (inclusief overhead en prijspeil 2023) en 80% van de medewerkers in het primaire proces is in dienst van de organisatie.
2.
De dienst voldoet aan geldende kwaliteitscriteria VTH voor zowel de basistaken als de plustaken.
3.
De dienst heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie blijkend uit 0 aanwezigheid van een (meerjarige) innovatieagenda en vrij besteedbaar budget voor innovatie van 1% van de begroting.
4.
De dienst kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen door het aanhouden van buffers (weerstandsvermogen > 0,8).
5.
De dienst kan relatie leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatie gestuurd gewerkt. Dat komt tot uitdrukking in het percentage van de uitvoeringsformatie VTH voor businessintelligence en opleidingsbudget van 3% van de loonsom.
6.
De dienst past bij de identiteit van het werkgebied en er is sprake van samenhang (coherentie) in het takenpakket en logica in het geografisch werkgebied. De maatschappelijke opgave staat centraal.
De ODWH zal de komende periode moeten investeren om te voldoen aan de eis dat het opleidingsbudget 3% van de loonsom bedraagt en er een vrij besteedbaar budget van 1% van de begroting voor innovatie beschikbaar is. Met het doorvoeren van deze investeringen wordt de OHWH verliesgevend op uurtarief. Bezuinigen op de gemeentelijke bijdrage aan de ODWH kan ertoe leiden dat er niet (meer) voldaan kan worden aan bovengenoemde robuustheids- en kwaliteitscriteria. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle gemeenten bevoegd gezag geworden over de bodem. Daarmee zijn verantwoordelijkheden en ook de verantwoordelijkheid voor het budget overgegaan van de provincie Zuid-Holland naar de gemeenten. Dit heeft deels in 2024
17/32
plaatsgevonden. In 2025 zullen nog ruim 2000 uur verschoven worden van de provincie naar de gemeenten. In het kader van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) hebben uitvoerders van de bouw- en woningtoezichttaken de opdracht om de komende jaren in te krimpen. De wet zorgt er namelijk gefaseerd voor dat taken overgaan naar de markt en een aantal taken dus niet meer door de overheid (gemeente of OD) wordt uitgevoerd. Per 1 januari 2024 is de wet in werking getreden, maar nog maar voor een beperkt deel. De komende jaren wordt dit in fases uitgebreid. Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen Veel taken die de ODWH uitvoert zijn wettelijk verplicht en ze voldoen hier vaak aan het wettelijk minimum. Daarnaast voeren ze ook bovenwettelijke taken uit, zoals het verstrekken van duurzaamheidssubsidies. Een ander beïnvloedbaar onderdeel van de begroting betreft het advies van gemeenten over omgevingsplannen. Dit is vraag gestuurd, waardoor gemeenten hier zelf invloed op kunnen uitoefenen. De ODWH is 8 jaar geleden in een financieel zwaar weer teruggekomen. Een reorganisatie en stevige ombuigingen waren nodig. Tot op de dag van vandaag resulteert dit in andere financiële parameters en gewoonten. Ze zien weinig rek in hun begroting aangezien ze weinig bovenwettelijke taken hebben.
Dat maakt dat ze met het DB hebben afgesproken dat er geen taken- en/of overheaddiscussie gestart wordt. Ze verwachten dat dit meer kost dan dat het oplevert. Wel zijn ze bereid om mee te zoeken naar een ‘begrotingsverkleining’ van enige procenten op een manier die past bij hun werkwijze. De oplossing wordt daarbij gezocht in het werken met een gezond planningsoptimisme en het op een daarbij passende wijze omgaan met de inhuur.
18/32
1.6
Omgevingsdienst Midden-Holland
Overzicht 2026
Beleidsproduct BWT Milieu (ODMH) Overhead (ODMH) Totaal
Begroting 2026 € 5.761.136 € 10.782.831 € 9.719.424 € 26.263.392
Niet beïnvloedbaar € 4.896.966 € 9.123.068 € 8.126.606 € 22.146.640
Beïnvloedbaar € 864.170 € 1.659.764 € 1.592.818 € 4.116.753
% 15% 15% 16% 16%
Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Dit doet zij door de uitvoering van de milieutaken voor de gemeenten in de regio Midden-Holland en de gemeente Alphen aan den Rijn en de provincie Zuid-Holland. De ODMH voert de bouw- en woningtoezichttaken uit voor de gemeenten Bodegraven Reeuwijk, Gouda, Zuidplas, Waddinxveen en de provincie Zuid-Holland. Daarnaast voert de ODMH de zwemwatertaken uit voor heel de provincie Zuid-Holland. Deelnemende partijen: Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen, Zuidplas en de Provincie Zuid-Holland. Gemeentelijke bijdragen Omgevingsdienst Midden Holland* Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €
Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in % *dit is alleen de gemeentelijke bijdrage (zonder PZH)
2020 16.084.615
2021 17.285.022 1.200.407 7,46%
2022 18.246.519 961.497 5,56%
2023 19.081.904 835.385 4,58%
2024 18.448.915 -632.989 -3,32%
2025 20.618.348 2.169.433 11,76%
19/32
De gemeentelijke bijdrage heeft zich de achterliggende jaren hoofdzakelijk ontwikkeld langs de indexering van de FKGR. Daarnaast zijn diverse werkzaamheden opgepakt zonder dat hier additionele financiering tegenover stond vanuit de gemeentelijke bijdragen. Zo zijn voor de implementatie van de Omgevingswet en Wkb bijvoorbeeld geen aanvullende middelen aangevraagd bij de deelnemers. De kosten die hiermee samenhingen zijn door ODMH in de afgelopen jaren opgevangen binnen de staande begroting(en). Dit is volgens de ODMH ten koste gegaan van andere innovaties en ontwikkelingen. In de meest recente jaren is door de gemeente Alphen aan den Rijn in 2023 en 2024 ieder jaar 2,5% gereduceerd op de milieutaken. De gemeente Bodegraven-Reeuwijk heeft dit alleen in 2024 voor 2,5% toegepast. In oudere jaren (2017-2019) heeft de ODMH ten aan zien van de provinciale taken op de nullijn gefunctioneerd. In 2013, 2014 en 2015 is een bezuinigingsoperatie (op eigen initiatief) uitgevoerd van in totaal 15%, jaarlijks 5% (op de gemeentelijke bijdragen). Met betrekking tot de taken voor Bouw- en woningtoezicht is bij taakoverdracht in 2012 een korting van 10% toegepast. In 2024 is door is door de ingang van de wet kwaliteitsborging (Wkb) een afname van de uren van ca. 5% toegepast. De gemeente Bodegraven-Reeuwijk heeft ook voor de BWT taken een reductie van 2,5% toegepast in 2024.
Duiding dashboard De ODMH is een uitvoeringsorganisatie waarbij het grootste deel van de begroting bestaat uit personele kosten (€ 21 miljoen). In het dashboard is van een standaard verloop van 10% (gemiddeld gemeentelijk realisatiecijfer) uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 16% of € 4,2 miljoen op de gehele begroting. Hierbij is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van kapitaallasten (€ 0,6 miljoen), personele kosten (€ 17,6 miljoen) en verplichtingen, subsidies en contracten (€ 2,3 miljoen). Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. Gelet op het karakter van de taken is de beïnvloedbaarheid tussen BWT en Milieutaken nagenoeg gelijk.
Verschil is wel dat BWT taken voor enkele gemeenten worden uitgevoerd en Milieutaken voor alle gemeenten. Daarnaast bestaat een frictieregeling waar individueel 2,5% per jaar zonder frictie kan worden gereduceerd in taken. Indien gemeenten en provincie collectief besluiten tot grotere besparingen is het aan het Algemeen Bestuur hoe om te gaan met de mogelijk optredende frictie en de vastgestelde spelregels rondom frictiekosten. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR De commissie van Aartsen heeft in 2021 in beeld gebracht welke mogelijkheden er zijn om milieuhandhaving, -toezicht en vergunningverlening in Nederland te versterken, met als doel het stelsel effectiever en slagvaardiger te maken. Een goed functionerend VTH-stelsel is essentieel voor het voorkomen van schade aan het milieu. Als belangrijk onderdeel van het advies is de commissie gevraagd welke mogelijkheden zij ziet om de onafhankelijkheid en deskundigheid van toezichthouders, waaronder omgevingsdiensten, te versterken en aan te geven wat ervoor nodig is om die versterking daadwerkelijk te realiseren. De commissie oordeelde dat het stelsel niet goed
20/32
functioneert. Een belangrijk aangrijpingspunt voor verbetering van het VTH-stelsel is volgens de commissie de omgevingsdiensten, deze moeten effectiever en slagvaardiger kunnen opereren. Daarvoor is robuustheid van de omgevingsdiensten van belang. Iedere omgevingsdienst moet ten minste opgewassen zijn tegen de veelheid van taken die de dienst opgedragen krijgt. Dat vraagt om voldoende omvang met bijbehorende financiering, zodat de dienst taken kan uitvoeren op het gewenste niveau en kan investeren in kennisopbouw, informatie-uitwisseling en kwaliteitsborging. Om invulling en uitvoering te geven aan de aanbevelingen is op initiatief van I&W een interbestuurlijk programma (IBP) gevormd waarmee het VTH-stelsel structureel verstevigd kan worden. Hierin participeren het Rijk, gemeenten (VNG) en provincies (IPO). Onderdeel van het IBP is ‘robuuste omgevingsdienst en passende financiering’. Er is een inhoudelijke benadering gevolgd waarbij 4 criteria zijn geformuleerd, te weten effectiviteit, efficiency, wendbaarheid en ontwikkelvermogen. Om deze criteria meetbaar en specifiek te maken, zijn deze vertaald in een set van zes kritische prestatie-indicatoren (kpi’s). Deze kpi’s vormen de ondergrens waar omgevingsdiensten aan moeten voldoen: 1.