1.1 BIJL - Concept-NRD-HSV-380-kV-Geertruidenberg-Krimpen-aan-den-IJssel-of-Crayestein.pdf
Tekst van het document
Nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding Geertruidenberg - Krimpen aan den IJssel/ Crayestein Notitie reikwijdte en detailniveau Mei 2023
DATUM PAGINA
Mei 2023 2 van 62
Inhoudsopgave 1. INTRODUCTIE EN LEESWIJZER ................................................................................................................................ 3
2
3
4
5
6
1.1
Een nieuwe hoogspanningsverbinding ............................................................................................................ 3
1.2
Te doorlopen procedures ................................................................................................................................. 4
1.3
Initiatiefnemer & bevoegd gezag ..................................................................................................................... 5
1.4
Deze notitie: doel en leeswijzer ....................................................................................................................... 5
PROCEDURE EN PLANNING ................................................................................................................................. 6 2.1
Projectprocedure.............................................................................................................................................. 6
2.2
M.e.r.-plicht en -procedure ............................................................................................................................... 7
2.3
Integrale effectanalyse (IEA).......................................................................................................................... 10
2.4
Planning ......................................................................................................................................................... 11
WAAROM EEN NIEUWE HOOGSPANNINGSVERBINDING? ............................................................................ 12 3.1
Bestaand hoogspanningsnet en de taak van TenneT ................................................................................... 12
3.2
Ontwikkelingen in aanbod, verbruik en transport........................................................................................... 14
3.3
Capaciteitsknelpunt in 2030 ........................................................................................................................... 16
3.4
Hoe kan het knelpunt worden opgelost?........................................................................................................ 17
3.5
Doelstelling..................................................................................................................................................... 20
ONTWIKKELING VAN ALTERNATIEVEN............................................................................................................ 21 4.1
Technische basisuitgangspunten................................................................................................................... 21
4.2
Waarden, functies en opgaven ...................................................................................................................... 25
4.3
Het zoekgebied .............................................................................................................................................. 30
4.4
Ontwikkeling van corridors ............................................................................................................................. 31
4.5
Nadere analyse van de corridors ................................................................................................................... 36
4.6
Mogelijke knelpunten in de corridors ............................................................................................................. 36
4.7
Alle corridors worden nader onderzocht ........................................................................................................ 44
AANPAK ONDERZOEK PLANMER & PROJECTMER........................................................................................ 45 5.1
De hoofdstappen in het ontwerpproces ......................................................................................................... 45
5.2
Plangebied en studiegebied........................................................................................................................... 47
5.3
Te beschouwen situaties................................................................................................................................ 47
5.4
Autonome ontwikkelingen .............................................................................................................................. 48
5.5
Welke effecten worden onderzocht?.............................................................................................................. 49
5.6
Scoringsmethodiek......................................................................................................................................... 53
PARTICIPATIE ....................................................................................................................................................... 54 6.1
Communicatie en participatie......................................................................................................................... 54
6.2
Hoe kunt u reageren? .................................................................................................................................... 56
BIJLAGE: BEGRIPPENLIJST........................................................................................................................................ 57
DATUM PAGINA
Mei 2023 3 van 62
1. Introductie en leeswijzer Dit eerste hoofdstuk geeft de introductie op het project en deze notitie reikwijdte en detailniveau. In paragraaf 1.1 wordt kort toegelicht waarom een nieuwe hoogspanningsverbinding nodig is. In paragraaf 1.2 worden de belangrijkste procedures die daarvoor doorlopen moeten worden benoemd met in paragaaf 1.3 de belangrijkste hoofdrolspelers daarbij. Paragaaf 1.4 beschrijft tenslotte kort het doel van deze notitie met een leeswijzer.
1.1
Een nieuwe hoogspanningsverbinding
De overstap naar duurzame energie en een klimaat neutrale samenleving is in volle gang. Op land en op zee verschijnen steeds meer wind- en zonneparken. Tegelijkertijd neemt ook de vraag naar elektriciteit sterk toe. Deze transitie vraagt om aanpassing van ons elektriciteitsnetwerk. Als netbeheerder van het hoogspanningsnet in Nederland heeft TenneT onder meer de taak om ervoor te zorgen dat elektriciteit altijd beschikbaar is. Om dit te kunnen doen, wordt het netwerk nauwkeurig in de gaten gehouden om eventuele knelpunten zo snel mogelijk te ontdekken en op te lossen. Op veel plekken in Nederland wordt op dit moment al gewerkt aan uitbreiding van het hoogspanningsnet. Alles om te voorkomen dat het elektriciteitsnet overbelast raakt. In 2030 ontstaat er op de hoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel een dergelijk capaciteitsknelpunt. Deze verbinding is onderdeel van de landelijke hoogspanningsring. De bestaande verbinding heeft dan onvoldoende transportcapaciteit en kan niet verder opgewaardeerd worden. Daarom is het nodig om een nieuwe hoogspanningsverbinding te bouwen. Hiervoor worden twee opties onderzocht: •
een nieuwe verbinding tussen de hoogspanningsstations Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel, of
•
een nieuwe verbinding tussen de hoogspanningsstations Geertruidenberg en Crayestein (bij Dordrecht).
In figuur 1.1 is een uitsnede opgenomen van het bestaande hoogspanningsnet met genoemde hoogspanningsstations. Het gaat om verbindingen met een wisselspanning van 380.000 volt, oftewel 380 kilovolt (380kV). Dit zijn de rode lijnen in de figuur.
DATUM PAGINA
Mei 2023 4 van 62
Figuur 1-1. Uitsnede van het bestaande hoogspanningsnet met hoogspanningsstations Geertruidenberg, Krimpen aan den IJssel en Crayestein (de 380kV-verbindingen zijn weergegeven in rood)
1.2
Te doorlopen procedures
Om dit project ruimtelijk mogelijk te maken zijn de ministers voor Klimaat en Energie (K&E) en voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) voornemens een projectprocedure te doorlopen onder de nieuwe Omgevingswet om uiteindelijk een projectbesluit vast te stellen. De projectprocedure is het instrument voor het Rijk, de provincies en de waterschappen om complexe projecten met een nationaal of provinciaal belang mogelijk te maken en zorgvuldig voor te bereiden. De nieuwe Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Vanaf de start van het project is al voorgesorteerd op de nieuwe Omgevingswet en de projectprocedure. Ter onderbouwing van de besluitvorming over de aanleg van de nieuwe 380kV-hoogspanningsverbinding is het doorlopen van de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) verplicht. De keuze voor een nieuwe 380kVhoogspanningsverbinding dient immers weloverwogen genomen te worden en het is belangrijk om het milieubelang hierbij volwaardig te betrekken. De m.e.r.-procedure bestaat uit een aantal verschillende stappen waarbij een milieueffectrapport (MER) wordt opgesteld. In dit geval wordt de m.e.r.-procedure tweemaal doorlopen, waarbij de eerste keer een zogenoemd planMER wordt opgesteld en de tweede keer een zogenoemd projectMER.
In het planMER staat de keuze van de ligging van het tracé centraal en in het projectMER de keuze voor de in detail uitgewerkte uitvoering.
DATUM PAGINA
Mei 2023 5 van 62
Het project speelt in een complex gebied, met een veelheid aan waarden en functies en nationale, regionale en lokale opgaven. Het is daarom erg belangrijk om bij deze te maken keuzes steeds een zorgvuldige en integrale afweging te maken. Daarom worden in het te doorlopen proces naast de formele momenten meerdere communicatie- en participatiemomenten ingebouwd met de betrokken bestuursorganen, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. En wordt in ieder geval éénmaal en zo nodig tweemaal een zogenoemde integrale effectanalyse uitgevoerd (IEA). Hierbij komt de informatie uit alle invalshoeken samen, zoals ontwerp (techniek) met raming van de kosten, participatie, omgevingsaspecten en m.e.r. (milieu). Het op te stellen planMER en projectMER leveren de informatie over de milieueffecten.
1.3
Initiatiefnemer & bevoegd gezag
TenneT is als netbeheerder van het hoogspanningsnet binnen Nederland de initiatiefnemer van dit project en verantwoordelijk voor het uitvoeren van de benodigde onderzoeken en het opstellen van de benodigde rapporten, zoals het planMER en projectMER. TenneT is ook verantwoordelijk voor de aanvraag van de benodigde vergunningen. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) coördineert de besluitvorming van dit soort grote energieprojecten van nationaal belang, met als verantwoordelijken de ministers voor K&E en voor VRO. Zij vormen het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het op juiste wijze doorlopen van de procedures en de kwaliteit van de opgestelde rapporten. De benodigde vergunningen worden door verschillende landelijke, regionale en lokale overheden verleend.
1.4
Deze notitie: doel en leeswijzer
De eerste fase van de m.e.r.-procedure staat in het teken van het opstellen en vaststellen van de beoogde aanpak van het milieueffectonderzoek en de communicatie hierover met de betrokken bestuursorganen, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. TenneT heeft daartoe als eerste stap voorliggende notitie opgesteld, waarin de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen planMER en projectMER worden beschreven. De reikwijdte geeft aan wat het voornemen is en welke alternatieven en milieuthema’s worden onderzocht. Het detailniveau geeft de wijze aan waarop het onderzoek wordt uitgevoerd. Bijvoorbeeld op een globaal, kwalitatief hoog abstractieniveau door analyses met beschikbare kaarten en kentallen of juist op een gedetailleerd, kwantitatief laag abstractieniveau door onderzoek in het veld en modelberekeningen. Voorliggende notitie reikwijdte en detailniveau is ter inzage gelegd waarbij door eenieder reacties kunnen worden ingediend. De termijn voor het indienen van reacties is 6 weken. In deze notitie is beschreven hoe u kunt reageren. Deze notitie reikwijdte en detailniveau is als volgt opgebouwd: •
In hoofdstuk 2 zijn de te doorlopen procedures beschreven met een globale planning;
•
In hoofdstuk 3 is in vijf stappen toegelicht waarom de aanleg van een nieuwe 380kV-hoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel of tussen Geertruidenberg en Crayestein, nodig is;
•
Om dit project te kunnen realiseren zijn nog meerdere tracéliggingen en uitvoeringsvormen mogelijk. Hoofdstuk 4 beschrijft welke alternatieven worden onderzocht;
•
In hoofdstuk 5 wordt de aanpak van het onderzoek in het planMER en projectMER beschreven.
•
De aanleg van een nieuwe, bovengrondse 380kV-hoogspanningsverbinding is een verandering in de omgeving voor de mensen die er wonen, werken en recreëren. In hoofdstuk 6 is de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen worden betrokken in het proces, beschreven. In dit hoofdstuk staat ook hoe u kunt reageren op deze notitie.
•
Als bijlage is een begrippenlijst opgenomen waarin de belangrijkste termen uit deze notitie worden toegelicht.
DATUM PAGINA
2
Mei 2023 6 van 62
Procedure en planning
In dit hoofdstuk worden de te doorlopen procedures toegelicht: de projectprocedure (paragraaf 2.1) met de hieraan gekoppelde procedures van de milieueffectrapportage voor plannen en projecten (plan-m.e.r. en project-m.e.r., paragraaf 2.2) en de integrale effectanalyse (IEA, paragraaf 2.3). In paragraaf 2.4 is de globale planning weergegeven. In hoofdstuk 6 is beschreven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen worden betrokken in het proces. Gelijktijdig met de publicatie van deze notitie reikwijdte en detailniveau is ook een geactualiseerd participatieplan gepubliceerd.
2.1
Projectprocedure
Het doel van het project is het oplossen van het knelpunt in het landelijke hoogspanningsnet tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel in 2030 door de aanleg van een nieuwe 380kV-hoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel of tussen Geertruidenberg en Crayestein. Om dit project ruimtelijk mogelijk te maken zijn de ministers voor K&E en voor VRO voornemens een projectprocedure te doorlopen onder de nieuwe Omgevingswet en een projectbesluit vast te stellen. Als afsluiting van de verkenningsfase en voorafgaande aan de planuitwerking wordt een voorkeursbeslissing over het voorkeursalternatief genomen. De projectprocedure bestaat daarmee voor dit project uit de volgende vijf hoofdstappen: 1.
Kennisgeving voornemen en participatieplan;
2.
Verkenning van alternatieven (verkenningsfase);
3.
Voorkeursbeslissing (keuze van het voorkeursalternatief);
4.
Planuitwerking van het voorkeursalternatief (planuitwerkingsfase);
5.
Projectbesluit.
Deze stappen worden navolgend kort toegelicht. In parafen 2.2 en 2.3 volgt een nadere uitwerking samen met de hieraan gekoppelde m.e.r.-procedures voor plannen en projecten. De nieuwe Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Vanaf de start van het project is al voorgesorteerd op de nieuwe Omgevingswet en de projectprocedure. Stap 1: Kennisgeving voornemen en participatieplan De projectprocedure is gestart met de gelijktijdige kennisgeving van het voornemen en kennisgeving van het participatieplan. Daartoe is op 12 januari 2023 een kennisgeving in de Staatscourant gepubliceerd en is het “Document voornemen en participatieplan” ter inzage gelegd van 13 januari tot en met 23 februari 2023. In deze periode kon door iedereen een reactie worden gegeven. In het document is het voornemen om een nieuwe hoogspanningsverbinding aan te leggen inhoudelijk en procedureel toegelicht, inclusief de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen hierbij worden betrokken. De reacties zijn opgenomen in een reactienota, waarin staat of, en zo ja, op welke wijze de reacties worden meegenomen in de verkenningsfase. De reactienota is op de website van Bureau Energieprojecten gepubliceerd 1.
Stap 2: Verkenning van alternatieven In de verkenningsfase worden, met inbreng van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen uit de omgeving, alternatieven voor de nieuwe verbinding in beeld gebracht, nader uitgewerkt en op haalbaarheid, technische maakbaarheid en effecten onderzocht, beoordeeld en vergeleken. Stap 3: Voorkeursbeslissing Op basis van de resultaten van de verkenning neemt de minister voor K&E (in afstemming met de minister voor VRO) een voorkeursbeslissing voor de aanleg van de nieuwe verbinding. In de voorkeursbeslissing geeft het bevoegd gezag de voorkeur aan voor de ligging van het tracé van de nieuwe 380kV-verbinding, met mogelijke uitbreiding van bestaande hoogspannings1
Website Bureau Energieprojecten: https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/hsv-380-kvgeertuidenberg-krimpen-crayestein
DATUM PAGINA
Mei 2023 7 van 62
stations. Dit is het “voorkeursalternatief”. Voorafgaand aan het opstellen van de ontwerp-voorkeursbeslissing vindt bestuurlijk overleg plaats en vraagt de minister voor K&E een advies aan de lokale en regionale overheden. Na publicatie van de ontwerpvoorkeursbeslissing kan eenieder zijn zienswijzen inbrengen. De minister voor K&E neemt het regioadvies en de binnengekomen zienswijzen mee bij de definitieve vaststelling van de voorkeursbeslissing. De zienswijzen worden opgenomen in een antwoordnota waarin staat of, en zo ja, op welke wijze zienswijzen zijn meegenomen. Stap 4: Planuitwerking van het voorkeursalternatief In de planuitwerkingsfase wordt het voorkeursalternatief in detail verder uitgewerkt. Het kan zijn dat er meerdere uitvoeringsvarianten mogelijk zijn die binnen het voorkeursalternatief passen. Bijvoorbeeld voor wat betreft de locatie en de vormgeving van de masten, eventuele lokale ondergrondse aanleg in geval van een ruimtelijk knelpunt, inpassing in het landschap en de wijze van aanleg. Deze varianten worden nader uitgewerkt en op haalbaarheid en op effecten onderzocht, beoordeeld en vergeleken. Stap 5: Projectbesluit Het definitieve tracé met de meer in detail uitgewerkte uitvoering wordt door de ministers voor K&E en voor VRO planologischjuridisch vastgelegd in het projectbesluit.
Daarbij wordt een keuze gemaakt uit de eventuele uitvoeringsvarianten, inclusief maatregelen voor een goede landschappelijke inpassing. Aan het ontwerp-projectbesluit gaat intensief overleg met en advies van de lokale en regionale overheden vooraf. Ook andere omgevingspartijen en belanghebbenden in het gebied waar de nieuwe verbinding wordt gebouwd, worden op verschillende manieren betrokken bij de besluitvorming. Na publicatie van het ontwerpprojectbesluit kan eenieder zijn zienswijzen inbrengen. De ministers voor K&E en voor VRO nemen de reacties en zienswijzen mee bij de vaststelling van het definitieve projectbesluit. Tegen het projectbesluit kan beroep worden aangetekend bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
2.2
M.e.r.-plicht en -procedure
Het zoveel mogelijk voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om dit te doen is het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) ontwikkeld. Dit instrument dient in dit geval ter onderbouwing van de besluitvorming over aanleg van de nieuwe 380kVhoogspanningsverbinding. M.e.r. is voor dit project om twee redenen verplicht. Ten eerste omdat sprake is van een nieuwe hoogspanningsverbinding met een spanning van 220kV of meer en een mogelijke lengte van 15 km of meer. Deze drempelwaarden zijn op het moment van schrijven van deze notitie vastgelegd in onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r., dat is gekoppeld aan de Wet milieubeheer (na inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet is dit vastgelegd in bijlage V van het Omgevingsbesluit). Om deze reden zijn zowel de voorkeursbeslissing als het projectbesluit m.e.r.-plichtig. De tweede reden voor m.e.r.-plicht is dat sprake is van een plan (de voorkeursbeslissing), waarvoor een passende beoordeling Natura 2000 nodig is. In een passende beoordeling moet worden beoordeeld wat de gevolgen zijn van de nieuwe verbinding voor Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor deze gebieden.
Negatieve gevolgen voor deze gebieden kunnen nu nog niet worden uitgesloten waarmee een passende beoordeling en daarmee ook een m.e.r. voor de voorkeursbeslissing verplicht is. M.e.r. is een procedure die bestaat uit een aantal verschillende stappen resulterend in onder meer een milieueffectrapport (MER). Op moment van schrijven is de procedure vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (na inwerkintreding van de Omgevingswet is dat afdeling 16.4 van deze Wet). In de vorige paragraaf is de projectprocedure beschreven. De m.e.r.procedure moet gekoppeld hieraan verplicht twee keer worden doorlopen: •
Als onderdeel van de verkenning van alternatieven in stap 2, ter onderbouwing van de voorkeursbeslissing in stap 3 (de keuze van het voorkeursalternatief). Dit wordt plan-m.e.r. genoemd, waarbij een planMER wordt opgesteld.
•
Als onderdeel van de planuitwerking van het voorkeursalternatief in stap 4, ter onderbouwing van het projectbesluit in stap 5. Dit wordt project-m.e.r. genoemd waarbij een projectMER wordt opgesteld.
DATUM PAGINA
Mei 2023 8 van 62
Terminologie: M.e.r. = milieueffectrapportage (de procedure) MER = milieueffectrapport (het rapport) In figuur 2.1 zijn de gekoppelde procedures weergegeven met de stappen die worden doorlopen. Onderstaand volgt een korte toelichting op de te doorlopen procedurele stappen, waarbij drie fases zijn onderscheiden.
Figuur 2-1 Projectprocedure met hieraan gekoppeld de m.e.r.-procedure (plan-m.e.r. & project-m.e.r.) Fase 1: Reikwijdte en detailniveau De kennisgeving voornemen en participatieplan vormt de start van de verkenning in het kader van de projectprocedure. Als onderdeel van de verkenning van de alternatieven wordt ook de m.e.r.-procedure opgestart. De eerste fase van de m.e.r.procedure staat in het teken van het opstellen en vaststellen van de beoogde aanpak van het milieueffectonderzoek en de communicatie hierover met de betrokken bestuursorganen, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. TenneT heeft daartoe voorliggende notitie opgesteld waarin de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen planMER en projectMER worden beschreven. Zo wordt in hoofdstuk 4 van deze notitie de ontwikkeling van (tracé)alternatieven beschreven en in hoofdstuk 5 de aanpak van het milieueffectonderzoek.
DATUM PAGINA
Mei 2023 9 van 62
Voorliggende notitie reikwijdte en detailniveau is op de website van Bureau Energieprojecten gepubliceerd en ter inzage gelegd, waarbij door eenieder zienswijzen kunnen worden ingediend. In paragraaf 6.2 is beschreven hoe u kunt reageren. De termijn voor het indienen van zienswijzen is 6 weken. Parallel aan de terinzagelegging is voorliggende notitie reikwijdte en detailniveau ook voorgelegd aan de overlegpartners en bestuursorganen die bij de voorbereiding van de voorkeursbeslissing en het projectbesluit moeten worden geraadpleegd, zodat ook deze instanties hun reactie kunnen geven (zie paragraaf 6.1 voor een overzicht van betrokken overheidsinstanties). Tevens kiezen de ministers voor K&E en voor VRO er voor om de onafhankelijke Commissie voor de m.e.r. advies te vragen over de reikwijdte en het detailniveau van het plan- en projectMER. Na deze periode van terinzagelegging, raadpleging en advisering beantwoordt het ministerie van EZK in overleg met TenneT alle ingekomen zienswijzen en reacties in een reactienota waarin staat of, en zo ja, op welke wijze hiermee rekening wordt gehouden in het vervolgonderzoek. Met de vaststelling van de reactienota is ook de reikwijdte en detailniveau van het planMER en projectMER vastgesteld. De reactienota wordt eveneens op de website van Bureau Energieprojecten gepubliceerd.
Een belangrijke vereiste uit de Omgevingswet en de projectprocedure is dat tijdens de verkenningsfase door eenieder mogelijke alternatieven voor het voornemen kunnen worden aangedragen en dat vervolgens goed wordt gemotiveerd hoe hiermee wordt omgegaan. In de kennisgeving van het voornemen is eenieder uitgenodigd alternatieven aan te dragen voor de opgave. Deze alternatieven konden worden ingebracht als reactie op het voornemen, maar dat kan ook in de vorm van een zienswijze op deze notitie reikwijdte en detailniveau. De alternatieven moeten tenminste voldoen aan de technische basisuitgangspunten zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 4.1. In de reactienota zal worden aangegeven hoe hiermee zal worden omgegaan bij het vervolgonderzoek. Fase 2: PlanMER & Voorkeursbeslissing Als volgende stap tijdens de m.e.r.-procedure wordt als onderdeel van de verkenning, het planMER opgesteld. Voor het onderzoek naar de milieueffecten van de alternatieven vormt de aanpak conform de vastgestelde reikwijdte en detailniveau het uitgangspunt. Mede op basis van het regioadvies en een integrale effectanalyse (IEA, zie navolgende paragraaf voor een toelichting) wordt door de minister voor K&E (in afstemming met de minister voor VRO) een voorkeursalternatief gekozen. Het planMER vormt hiervoor een deel van de input. De keuze wordt op hoofdlijnen uitgewerkt in een ontwerp-voorkeursbeslissing.
De ontwerpvoorkeursbeslissing wordt tezamen met het planMER zes weken ter inzage gelegd. In deze periode is het voor iedereen mogelijk om zienswijzen in te dienen op de ontwerp-voorkeursbeslissing en het planMER. Daarnaast wordt het planMER getoetst door de Commissie voor de m.e.r. Deze onafhankelijke commissie toetst of de essentiële informatie in het planMER aanwezig is om het milieu volwaardig mee te nemen in de voorkeursbeslissing en adviseert beide ministers hierover. Tot slot wordt de voorkeursbeslissing definitief vastgesteld door de minister voor K&E waarbij rekening wordt gehouden met de ingekomen zienswijzen, reacties en adviezen. Fase 3: ProjectMER & Projectbesluit Als onderdeel van de planuitwerking van het voorkeursalternatief in het kader van de projectprocedure wordt het projectMER opgesteld. Voor het onderzoek naar de milieueffecten van de uitwerking van het voorkeursalternatief vormt de aanpak conform de vastgestelde reikwijdte en detailniveau wederom het uitgangspunt. Door de ministers voor K&E en voor VRO wordt het definitieve tracé met de meer in detail uitgewerkte uitvoering planologischjuridisch vastgelegd in een ontwerp-projectbesluit. Het projectMER vormt hiervoor een deel van de input. Het ontwerpprojectbesluit wordt tezamen met het projectMER zes weken ter inzage gelegd.
In deze periode is het voor iedereen mogelijk om zienswijzen in te dienen op het ontwerp-projectbesluit en het projectMER. Daarnaast wordt het projectMER vrijwillig ter toetsing voorgelegd aan de Commissie voor de m.e.r.
DATUM PAGINA
Mei 2023 10 van 62
Tot slot wordt het projectbesluit definitief vastgesteld door de ministers voor K&E en voor VRO, waarbij rekening wordt gehouden met de ingekomen zienswijzen, reacties en adviezen en de wijze waarop vorm is gegeven aan participatie wordt verantwoord. Het projectbesluit wordt bekend gemaakt en ter inzage gelegd. Tegen het projectbesluit kan beroep worden aangetekend bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op het moment dat het projectbesluit is vastgesteld, zijn nog niet alle technische en bouwkundige details voor de aanleg van de verbinding (voldoende) uitgewerkt. Na vaststelling van het projectbesluit zijn daarom (aanvullende) besluiten, ontheffingen of omgevingsvergunningen nodig. De belangrijkste besluiten worden daarbij zoveel mogelijk gelijktijdig genomen en de belangrijkste vergunningen en ontheffingen zoveel mogelijk gecoördineerd aangevraagd. Als de Raad van State uitspraak heeft gedaan dat het projectbesluit in stand kan blijven (in geval dat beroep is aangetekend) en verder alle benodigde besluiten zijn genomen en alle benodigde ontheffingen en vergunningen zijn verleend en onherroepelijk zijn, kan worden begonnen met de realisatie van de nieuwe 380kV-hoogspanningsverbinding.
2.3
Integrale effectanalyse (IEA)
Het project speelt in een complex gebied, met een veelheid aan waarden en functies en nationale, regionale en lokale opgaven. Het is dus erg belangrijk om bij de te maken keuzes in het kader van dit project een zorgvuldige en integrale afweging te maken, om hier zoveel mogelijk rekening mee te kunnen houden. Daarom wordt ter ondersteuning van deze keuzes éénmaal of tweemaal in het te doorlopen proces een zogenoemde integrale effectanalyse (IEA) uitgevoerd: •
Bij het bepalen van het voorkeursalternatief met het voorkeurstracé en met de wijziging en mogelijke uitbreiding van bestaande hoogspanningsstations. Het op te stellen planMER vormt daarbij een deel van de input. De keuzes zelf worden uitgewerkt en onderbouwd in de ontwerp-voorkeursbeslissing zoals deze door de minister voor K&E wordt vastgesteld;
•
Bij het planologisch-juridisch vastleggen van het definitieve tracé met de meer in detail uitgewerkte uitvoering, als de dan te maken keuzes nog om een integrale afweging vragen. Het op te stellen projectMER vormt daarbij een deel van de input. De keuzes zelf worden uitgewerkt en onderbouwd in het ontwerp-projectbesluit zoals deze door de ministers voor K&E en voor VRO wordt vastgesteld.
In de IEA komt de informatie uit alle invalshoeken samen, zoals ontwerp (techniek) met raming van de kosten, m.e.r. (milieu) en participatie (de omgeving, zie hoofdstuk 6 van deze notitie). De gevolgen van verschillende tracés (met de wijziging en eventuele uitbreiding van bestaande hoogspanningsstations) en de verschillende uitvoeringsvormen worden integraal beschreven en beoordeeld aan de hand van de volgende acht thema’s (gevisualiseerd in figuur 2-2): 1.
Ruimtelijke kwaliteit en landschap (hieronder vallen ook cultuurhistorie en archeologie);
2.
Natuur, bodem & water;
3.
Leefomgevingskwaliteit & gezondheid (geluid, luchtkwaliteit, magneetvelden);
4.
Ruimtelijke belemmeringen, ontwikkelingen & gebruiksfuncties (zoals wonen, werken en recreatie);
5.
Technische complexiteit: maakbaarheid, realiseerbaarheid voor 2030 en beheerbaarheid;
6.
Kosten: realisatie, beheer & onderhoud;
7.
Veiligheid;
8.
Duurzaamheid & toekomstvastheid.
Figuur 2-2: de acht thema’s van de Integrale Effectenanalyse (IEA)
DATUM PAGINA
Mei 2023 11 van 62
In de IEA wordt vooral de onderscheidende informatie ten behoeve van de te maken keuzes beschreven, zonder dat daarbij een weging wordt toegepast. Afgezien van de thema’s technische complexiteit (5) en kosten (6) leveren het planMER en projectMER voor alle thema’s uit dit integrale beoordelingskader een belangrijk deel van de informatie over de effecten. In paragraaf 5.5 van deze notitie is nader toegelicht welke effecten dit betreft.
2.4
Planning
De globale planning zoals voorzien bij het schrijven van voorliggende notitie is als volgt: •
Vaststellen reikwijdte en detailniveau in 2023;
•
Keuze voorkeursalternatief en ontwerp voorkeursbeslissing in 2024;
•
Voorkeursbeslissing als afronding van de verkenning in 2025;
•
Vaststellen projectbesluit als afronding van de planuitwerkingsfase in 2027;
•
Het streven is om aanleg van de nieuwe 380kV-verbinding af te ronden in 2030.
Voor de actuele planning verwijzen wij u naar de projectsite van TenneT 2.
2
Website: https://www.tennet.eu/nl/projecten/geertruidenberg-krimpen-aan-den-ijssel-crayestein
DATUM PAGINA
3
Mei 2023 12 van 62
Waarom een nieuwe hoogspanningsverbinding?
In dit hoofdstuk staat ‘nut & noodzaak’ centraal en wordt in vijf stappen toegelicht waarom de aanleg van een nieuwe 380kVhoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel of tussen Geertruidenberg en Crayestein nodig is: 1.
In paragraaf 3.1 wordt de opbouw van het bestaande hoogspanningsnet beschreven en gevisualiseerd, waarbij ook wordt ingezoomd op de bestaande hoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel. Tevens wordt de taak van TenneT bij het transport van elektriciteit toegelicht;
2.
In paragraaf 3.2 worden kort de (inter-)nationale ontwikkelingen beschreven in relatie tot het aanbod, verbruik en transport van elektriciteit aan de hand van beleid, afspraken en ambities;
3.
Uit berekeningen van TenneT blijkt dat door deze ontwikkelingen vanaf 2030 een capaciteitsknelpunt ontstaat in de bestaande landelijke 380kV-ring tussen de hoogspanningsstations Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel. Dit wordt toegelicht in paragraaf 3.3;
4.
In paragraaf 3.4 wordt beschreven hoe dit capaciteitsknelpunt kan worden aangepakt. TenneT heeft de potentiële mogelijkheden onderzocht waaruit blijkt dat het capaciteitsknelpunt alleen kan worden opgelost door de aanleg van een nieuwe 380kV-hoogspanningsverbinding als onderdeel van de bestaande landelijke 380kV-ring. Daarvoor bestaan twee opties: tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel of tussen Geertruidenberg en Crayestein;
5.
In paragraaf 3.5 wordt op basis van voorgaande paragrafen het doel van het project beschreven: oplossing van het capaciteitsknelpunt door de aanleg van de nieuwe verbinding.
3.1
Bestaand hoogspanningsnet en de taak van TenneT
Opbouw van het bestaande hoogspanningsnet Het elektriciteitsnet transporteert elektriciteit van de producenten naar de verbruikers en bestaat uit een landelijk grofmazig netwerk, met daar omheen fijnmazigere regionale en lokale netwerken. Het hoogspanningsnet (in beheer van TenneT) bestaat uit een combinatie van 380 kV, 220 kV, 150 kV en 110 kV-verbindingen (zie figuur 3.1 op de volgende pagina voor een overzicht). De rest van het netwerk is in beheer bij de regionale netbeheerders. Het 380kV-net verzorgt het transport van grootschalig opgewekte elektriciteit door heel Nederland, ook van en naar het buitenland. Het 380kV-net bestaat uit een landelijke 380kV-ring (de geel gemarkeerde rode lijnen in figuur 3.1) met daaromheen enkele subringen en verbindingen (de ongemarkeerde rode lijnen). De ringen staan in verbinding met de windparken op zee en met de ons omringende landen Groot-Brittannië, België, Duitsland, Denemarken en Noorwegen. De ringstructuur zorgt voor de robuustheid van het net. Als er een verbinding uitvalt, is het mogelijk om elektriciteit via een andere route aan te leveren. Dit is één van de manieren waarop TenneT kan voldoen aan de eisen op het gebied van leveringszekerheid. De 380kV-stations zijn de knooppunten in het landelijke netwerk voor de verdeling van elektriciteit.
De meeste hoogspanningsstations transformeren elektriciteit naar een andere spanning en brengen deze naar het regionale netwerk via 110kV en 150kV-verbindingen voor verdere verspreiding door Nederland. De bestaande hoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel De bestaande 380kV-hoogspanningsverbinding tussen de hoogspanningsstations bij Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel is onderdeel van de landelijke 380kV-ring. In figuur 3.2 wordt hier op ingezoomd. De taak van TenneT: Elektriciteitswet 1998 en de Netcode Elektriciteit Op basis van de Elektriciteitswet is het de taak van TenneT om elektriciteitsproducenten en verbruikers toegang tot het net te verlenen en te voorzien in de behoefte aan transportcapaciteit. TenneT is verplicht de leveringszekerheid te waarborgen: de ongestoorde levering van de geproduceerde elektriciteit aan consumenten en bedrijven. De Netcode Elektriciteit is een
DATUM PAGINA
Mei 2023 13 van 62
uitwerking van de verplichtingen die in de Elektriciteitswet 1998 zijn opgenomen. Om de leveringszekerheid te waarborgen is TenneT op basis van de Netcode Elektriciteit verplicht het transportsysteem voor elektriciteit zodanig te ontwerpen dat een enkele storing in het hoogspanningsnet niet leidt tot een onderbreking van de levering van elektriciteit van de producent naar de eindverbruiker. Dit betekent dat bij uitval van een verbinding, door storing of onderhoud, de leveringszekerheid via een andere verbinding verzekerd moet worden. Het landelijke elektriciteitsnet is verbonden met meerdere buurlanden en maakt daarmee onderdeel uit van het Europese elektriciteitsnet. Vraag en aanbod van elektriciteit worden op Europees niveau uitgewisseld en ook de netfrequentie is Europees vastgelegd. Dit draagt bij aan de leveringszekerheid van het landelijke net. TenneT is verantwoordelijk voor de landelijke leveringszekerheid.
Figuur 3-1. Het Nederlandse hoogspanningsnet per 1-1-2021 (de landelijke 380kV-ring is geel gemarkeerd) (bron: Investeringsplan Net op land 2022-2031, TenneT)
DATUM PAGINA
Mei 2023 14 van 62
Figuur 3-2. Een deel van de landelijke 380kV-ring met de 380kV-stations Geertruidenberg, Krimpen aan den IJssel en Crayestein (Bron: TenneT 2022)
3.2
Ontwikkelingen in aanbod, verbruik en transport
In deze paragraaf worden kort de (inter-)nationale ontwikkelingen beschreven in relatie tot het aanbod, verbruik en transport van elektriciteit aan de hand van beleid, afspraken en ambities. Dit leidt tot een aantal samenvattende conclusies. Klimaatakkoord (28 juni 2019) Voor de invulling van klimaatbeleid in Nederland sloten bedrijven en (overheids-)organisaties in 2019 het Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord staan afspraken met vijf sectoren over de maatregelen om klimaatdoelen te halen, waaronder het verminderen van de CO2-uitstoot in 2030 met 49% ten opzichte van 1990. Om dit doel te halen is de overstap naar duurzame energiebronnen nodig. Zo wordt geïnvesteerd in windparken op zee en zonneweiden. In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat 30 energieregio’s in Nederland samen de taak hebben om 35 Terawattuur (TWh) per jaar aan duurzame energie op land te realiseren vanaf 2030. Ook bedrijven moeten verduurzamen. Onder andere door de benodigde warmte niet meer met gas te genereren, maar steeds meer met elektriciteit. Grondstoffen die nu nog uit aardgas gewonnen worden (bijvoorbeeld waterstof), worden straks mogelijk elektrisch geproduceerd. Klimaatplan 2021-2030 (april 2020) Het Klimaatplan 2021-2030 bevat de hoofdlijnen van het klimaatbeleid voor de komende 10 jaar.
In het Klimaatplan zijn twee voor het hoogspanningsnet relevante beleidslijnen opgenomen: “Waarborgen van leveringszekerheid” en “Investeren in voldoende elektriciteitsinfrastructuur”.
DATUM PAGINA
Mei 2023 15 van 62
Het stimuleren van hernieuwbare elektriciteit kan gevolgen hebben voor het niveau van leveringszekerheid. De energievoorziening wordt sterker afhankelijk van weersomstandigheden met grotere schommelingen in zowel het aanbod als de vraag. Daarom is het noodzakelijk dat er tijdig voldoende transportcapaciteit op het elektriciteitsnetwerk van de landelijke en regionale netbeheerders wordt gecreëerd om deze fluctuaties op te kunnen vangen. Hiertoe zullen onder meer investeringsplannen worden gemaakt waarin wordt vastgelegd welke investeringen er nodig zijn om de doelstellingen te halen en de leveringszekerheid te blijven waarborgen. Programma Energie Hoofdstructuur (PEH) Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) is door het Rijk aangekondigd in het Klimaatakkoord en in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en is op dit moment in ontwikkeling. De ambitie van het PEH is tijdig te zorgen voor voldoende ruimte voor de nationale energiehoofdstructuur, op basis van een integrale afweging met andere opgaven en belangen, binnen een (inter-) nationale context en waarbij een goede leefomgevingskwaliteit randvoorwaarde is. Het programma heeft betrekking op ruimtelijk beleid op land en de grote wateren (behalve de Noordzee) en hanteert als tijdshorizon 2030-2050.
Bij de nationale energiehoofdstructuur gaat het om infrastructuur van nationaal belang, waaronder hoogspanningsverbindingen en -stations. Het PEH is de vervanger (en actualiseert de inhoud) van drie bestaande nationale structuurvisies: het derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening, de Structuurvisie Windenergie op Land en de Structuurvisie Buisleidingen. Programma Infrastructuur Duurzame Energie (PIDI) De industrie maakt plannen om hun energieverbruik te verduurzamen door af te stappen van fossiele brandstoffen. Dit vraagt veel aanpassing van de infrastructuur, bijvoorbeeld door de overstap op elektriciteit of verbruik van waterstof. Dit zijn keuzes die impact hebben op de gewenste uitbreiding van het hoogspanningsnet. De industrie wil zekerheid over de tijdige beschikbaarheid van de infrastructuur, de netbeheerders willen zekerheid van de vraag naar een aansluiting. Om dit aan te pakken is een Nationaal Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI) opgezet. In dit lopende programma wordt onder leiding van de Rijksoverheid samengewerkt door de industrie, netwerkbedrijven, energieproducten en medeoverheden.
Het Energiesysteem van de Toekomst; Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 (april 2021) Op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en zoals aangekondigd in het Klimaatplan 2021-2030, hebben partijen die verantwoordelijk zijn voor de energie-infrastructuur een verkenning uitgevoerd van de routes die Nederland kan kiezen om te komen tot een volledig klimaatneutraal energiesysteem: de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 (Netbeheer NL). Enkele van de hoofdconclusies zijn dat: 1.
De infrastructuur voor elektriciteit zeer fors moet worden uitgebreid, dat er een landelijk dekkend waterstoftransportnetwerk nodig is en dat infrastructuur voor warmte en CO2 moet worden aangelegd;
2.
Voor alle energiedragers (elektriciteit, waterstof, groen gas, warmte) voldoende flexibiliteit nodig is.
Internationale afspraken en ontwikkelingen In Europees verband zijn afspraken gemaakt om meer capaciteit ter beschikking te stellen voor het internationale transport van duurzaam geproduceerde elektriciteit. Hierdoor zal het internationale elektriciteitstransport over de 380kV-ring toenemen. Daarnaast zijn er ontwikkelingen in de opwekking in het buitenland die invloed hebben op het elektriciteitsnet: •
Toename van elektriciteitsproductie uit zon, wind op land en wind op zee in alle omringende landen;
•
Sluiting van kerncentrales in Duitsland en België;
•
Vermindering van de elektriciteitsproductie met steen- en bruinkoolcentrales in Duitsland;
•
Meer gebruik van gascentrales in België en het Verenigd Koninkrijk.
DATUM PAGINA
Mei 2023 16 van 62
Samenvattende conclusies Op basis van de hiervoor aan de hand van beleid, afspraken en ambities beschreven (inter-)nationale ontwikkelingen, worden de volgende conclusies getrokken over het aanbod, verbruik en transport van elektriciteit: •
Er vindt een overstap naar duurzame energiebronnen plaats, zoals windparken en zonneweiden. De energie-voorziening wordt daardoor sterker afhankelijk van weersomstandigheden met grotere schommelingen in zowel het aanbod als de vraag;
•
De industrie maakt plannen om hun energieverbruik te verduurzamen door af te stappen van fossiele brandstoffen, bijvoorbeeld door de overstap op elektriciteit. De vraag naar elektriciteit neemt hierdoor sterk toe;
•
Het is noodzakelijk dat tijdig voldoende transportcapaciteit op het elektriciteitsnetwerk van de landelijke en regionale netbeheerders wordt gecreëerd om zowel de toename als de grotere schommelingen in vraag en aanbod te kunnen opvangen;
•
Door netbeheerders worden investeringsplannen gemaakt waarin wordt vastgelegd welke investeringen nodig zijn.
3.3
Capaciteitsknelpunt in 2030
Investeringsplan Net op land 2022-2031 (12 september 2022) TenneT stelt elke twee jaar een investeringsplan op om een doorkijk te maken naar de behoefte aan investeringen in het netwerk voor de daaropvolgende 10 jaar. In samenwerking met de landelijke en regionale netbeheerders heeft TenneT een aantal toekomstscenario's uitgewerkt. Hiermee kunnen de verwachte toekomstige energiestromen door de netwerken (gas en elektriciteit) berekend worden. Specifiek voor de elektriciteitsstromen geldt dat TenneT hiermee mogelijke knelpunten in het net kan vaststellen. Dat geeft een goede weergave van de capaciteit die in de toekomst nodig is om aan de transportvraag te kunnen voldoen. In het Investeringsplan Net op land 2022-2031 zijn aan de hand van de drie toekomstscenario’s capaciteits-berekeningen uitgevoerd. Het eerste scenario is gebaseerd op het voorgenomen overheidsbeleid en de verwachte ontwikkelingen in de energiemarkt op basis van het Klimaatakkoord zoals beschreven in de vorige paragraaf. De andere twee scenario’s gaan een stapje verder, met een verdergaande ambitie dan het Klimaatakkoord. De scenario’s zijn uitgebreid toegelicht in het investeringsplan. De berekeningen laten enerzijds een groei in het energietransport zien tussen het noordoosten en het zuidwesten van Nederland.
Oorzaken hiervan zijn onder andere de toenemende elektriciteitsproductie in het Eemshavengebied en groeiende internationale energietransporten tussen Noord-Duitsland en België. Anderzijds is er een bovenmatige groei te zien in het aanbod duurzame opgewekte energie (zoals wind- en zonne-energie) dat leidt tot een groter transport van west naar oost in Nederland. Dit komt onder meer door de groei van offshore windparken die aan diverse 380kV-stations langs de kust gekoppeld worden (onder andere bij de Maasvlakte en in Zeeland). De ontwikkelingen zorgen voor enerzijds een toename van het elektriciteitsverbruik en anderzijds een toename in de productie van duurzame energie. Deze ontwikkelingen vormen voor TenneT en de regionale netbeheerders daarmee een grote uitdaging. De opbrengsten van wind- en zonne-energie zijn niet constant en de plek waar de elektriciteit wordt opgewekt, is niet altijd dezelfde als waar deze op dat moment nodig is. Die geografisch gespreide pieken en dalen in aanbod en vraag zijn groot en zorgen ervoor dat de elektriciteit over grote afstanden vervoerd moet worden. Opslag van elektriciteit is momenteel nog duur, onzeker en afhankelijk van grote investeringen, innovatie en flexibiliteit. Dit vraagt meer van het elektriciteitsnet dan wat het nu aan kan.
Dit gebrek aan transportcapaciteit resulteert in meerdere knelpunten in het hoogspanningsnet, waaronder in de bestaande 380kV-verbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel. Uit de berekeningen blijkt namelijk dat in alle drie scenario’s rond het jaar 2030 de huidige hoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel de gevraagde transportcapaciteit niet meer kan leveren (waarbij is uitgegaan
DATUM PAGINA
Mei 2023 17 van 62
van maximale benutting van de bestaande verbinding). Hierdoor komt de leveringszekerheid in 2030 in het gedrang. Zoals blijkt uit de vorige paragraaf zullen de ontwikkelingen in aanbod, verbruik en transport van elektriciteit zich ook na 2030 voortzetten. Wat gebeurt er als het capaciteitsknelpunt niet wordt opgelost? Als het capaciteitsknelpunt tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel niet wordt opgelost, komt in 2030 de leveringszekerheid in gevaar. Dan kan TenneT zijn verplichting om te zorgen voor een ongestoord transport van elektriciteit van producenten naar verbruikers niet meer nakomen. Mogelijkheid voor TenneT is om dan actief te gaan sturen door op verschillende locaties in Nederland de productie dan wel het verbruik van elektriciteit verplicht aan te zetten óf uit te schakelen. Of om nieuwe producenten en verbruikers niet meer aan te sluiten. Hierdoor kunnen elektriciteitsproducenten (zoals bijvoorbeeld windenergieparken op zee) hun elektriciteit niet aan het elektriciteitsnet leveren en/of verbruikers niet voldoende elektriciteit krijgen. Omdat via de bestaande verbinding ook elektriciteit wordt getransporteerd van Duitsland naar België, zal ook het internationale energietransport hinder ondervinden. Dit alles gaat gepaard met ontoelaatbaar hoge (maatschappelijke) kosten en draagt niet bij aan het behalen van de klimaatdoelstellingen.
Het capaciteitsknelpunt tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel in 2030 moet dus worden opgelost.
3.4
Hoe kan het knelpunt worden opgelost?
Onderzochte mogelijke oplossingen Om tot een oplossing te komen voor het capaciteitsknelpunt dat gaat ontstaan bij de bestaande 380kV-verbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel, heeft TenneT verschillende mogelijkheden onderzocht. 1.
Verder uitbreiden transportcapaciteit op de bestaande verbinding
De bestaande 380kV-hoogspanningsverbinding Geertruidenberg - Krimpen aan den IJssel wordt momenteel opgewaardeerd in het kader van het programma Beter Benutten. De bestaande masten worden voorzien van nieuwe geleiders die een grotere transportcapaciteit hebben. De masten en de mastvoeten worden waar nodig versterkt. Voor meer informatie over het programma Beter Benutten verwijzen wij u naar de website van TenneT 3. Daarmee wordt de bestaande 380kVhoogspanningsverbinding maximaal benut, verdere opwaardering is daarna niet meer mogelijk. Bij de capaciteitsberekeningen (zie voorgaande paragaaf) is al rekening gehouden met maximale benutting van de bestaande 380kV-hoogspanningsverbinding. Dit is daarom geen geschikte oplossing meer voor het capaciteitsknelpunt in 2030. 2.
Het optimaliseren van het gebruik van de landelijke 380kV-ring
Als op één punt in de landelijke 380kV-ring veel elektriciteit wordt aangevoerd en aan de andere zijde van de ring verbruikt wordt, kan het transport van elektriciteit zowel linksom als rechtsom door de ring verlopen. Hoe de verdeling in de praktijk daadwerkelijk is, is afhankelijk van allerlei factoren (denk aan de lengte van de verbindingen links en rechts en eventuele onderhoudsactiviteiten). Met speciale transformatoren (of spoelen) kan de verdeling links en rechts in sommige gevallen geoptimaliseerd worden. Het effect hiervan is echter beperkt en incidenteel, waardoor het capaciteitsknelpunt tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel niet structureel wordt opgelost. Deze werkwijze introduceert bovendien een extra storingsrisico door de extra componenten. De leveringszekerheid blijft daarmee in het geding. Dit is daarom geen geschikte oplossing voor het capaciteitsknelpunt in 2030. 3.
Het maken van een nieuwe ‘dwarsverbinding’ in de landelijke 380kV-ring
Door het aanleggen van een nieuwe 380kV-verbinding tussen Ens en Geertruidenberg of Tilburg wordt een nieuwe dwarsverbinding gerealiseerd in de landelijke 380kV-ring. Dit is gevisualiseerd in figuur 3-3. Hiermee kan dan zowel het knelpunt tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel als het knelpunt tussen Diemen en Ens worden aangepakt (hiervoor wordt momenteel ook een projectprocedure doorlopen). Uit onderzoek blijkt weliswaar dat hiermee meer transportcapaciteit ontstaat, maar dat bij een fout (kortsluiting) te grote elektriciteitsstromen door het hoogspanningsnet gaan lopen. Daar zijn de installaties 3
Website: https://www.tennet.eu/nl/projecten/beter-benutten-bestaande-380kv
DATUM PAGINA
Mei 2023 18 van 62
niet tegen bestand, waardoor de beschikbaarheid van het netwerk niet gewaarborgd kan worden. Bovendien zorgt de grote lengte van deze nieuwe verbinding (van circa 150 km) voor een grote ruimtelijke ingreep met hoge kosten en effecten in een groot gebied. Dit is daarom geen geschikte oplossing voor het capaciteitsknelpunt in 2030.
Figuur 3-3. Nieuwe dwarsverbinding tussen Ens en Tilburg in de landelijke 380kV-ring Een andere onderzochte mogelijkheid is een ondergrondse gelijkstroomverbinding tussen Ens en Tilburg. Ook hiermee kan dan zowel het knelpunt tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel als het knelpunt tussen Diemen en Ens worden aangepakt. Deze oplossing vereist aanpassingen aan de bestaande landelijke infrastructuur en de manier waarop het hoogspanningsnetwerk gebruikt kan worden. Ons 380kV-net en dat van Europa is namelijk gebaseerd op de technologie van wisselstroom. Gelijkstroom is geschikt om grote hoeveelheden elektriciteit over lange afstanden (honderden kilometers) te transporteren, bijvoorbeeld van grote windparken op zee naar het net op land. Deze technologie is minder effectief en minder geschikt om toe te passen in een dicht vertakt hoogspanningsnet met korte afstanden. Gelijkstroom is kostbaar en biedt minder transportcapaciteit om deze knelpunten op te lossen. Dit is daarom geen geschikte oplossing voor het capaciteitsknelpunt in 2030. Dat geldt zeker ook voor kortere trajecten dan tussen Ens en Tilburg. 4.
Nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbinding als onderdeel van de bestaande landelijke 380kV-ring
Na het onderzoeken van verschillende oplossingen komt TenneT tot de conclusie dat de enige reële oplossing voor het capaciteitsknelpunt op de hoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel de aanleg is van een nieuwe 380kV-hoogspanningsverbinding met wisselspanning als onderdeel van de bestaande landelijke 380kV-ring. Alleen met deze oplossing kan TenneT de leveringszekerheid blijven borgen en bijdragen aan de energietransitie.
DATUM PAGINA
Mei 2023 19 van 62
Nieuwe verbinding noodzakelijk Om het capaciteitsknelpunt in 2030 op de hoogspanningsverbinding tussen hoogspanningsstations Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel te kunnen oplossen is dus de aanleg van een nieuwe 380kV-hoogspanningsverbinding met wisselspanning noodzakelijk als onderdeel van de bestaande landelijke 380kV-ring. De nieuwe bovengrondse verbinding bestaat uit geleiders die de elektriciteit vervoeren tussen twee hoogspanningsstations, gedragen door een serie hoogspanningsmasten (de uitvoering wordt in hoofdstuk 4 verder uitgewerkt en toegelicht). Er zijn twee opties voor het bouwen van deze nieuwe 380kV-verbinding (schematisch weer gegeven in figuur 3-4): 1.
Het realiseren van een nieuwe 380kV-verbinding tussen de hoogspanningsstations Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel (de lange pijl in figuur 3-4, hemelsbreed ongeveer 27 km lang). Tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel ligt ook de bestaande 380kV-verbinding als onderdeel van de landelijke 380kV-ring (met een lengte van ongeveer 34 km). Hier komt dan dus een tweede verbinding tussen deze stations bij;
2.
Het realiseren van een nieuwe 380kV-verbinding tussen hoogspanningsstations Geertruidenberg en Crayestein (in Dordrecht). Hier is nog geen bestaande 380kV-verbinding aanwezig (de korte pijl in figuur 3-4, hemelsbreed ongeveer 14 km lang). Bij deze optie wordt tussen Crayestein en Krimpen aan den IJssel gebruik gemaakt van de al bestaande 380kVverbinding met een lengte van ongeveer 15 km. Deze hoeft daartoe niet te worden aangepast; de transportcapaciteit van deze bestaande verbinding is voldoende om in combinatie met de nieuwe verbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel het capaciteitsprobleem tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel in de landelijke 380kV-ring te kunnen oplossen. Het bestaande deel tussen Crayestein en Krimpen aan den IJssel wordt samen met de nieuwe verbinding onderdeel van de landelijke 380kV-ring.
Figuur 3-4. Twee opties voor het bouwen van de nieuwe 380kV-verbinding (schematisch weergegeven)
DATUM PAGINA
Mei 2023 20 van 62
Beide opties hebben voor- en nadelen. Zo is een nieuwe 380kV-verbinding tussen de hoogspanningsstations Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel langer, maar kan bij deze optie de nieuwe verbinding mogelijk (deels) parallel aan de bestaande verbinding worden aangelegd wat ruimtelijk mogelijk voordelen kan bieden. Het realiseren van een nieuwe 380kV-verbinding tussen hoogspanningsstations Geertruidenberg en Crayestein is korter, maar verloopt wel grotendeels door of direct langs het streng beschermde Natura-2000 gebied Biesbosch. Daarom worden beide opties, zowel een nieuwe 380kVhoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel als tussen Geertruidenberg en Crayestein, volwaardig en gelijkwaardig meegenomen in het onderzoek. Aanpassing hoogspanningsstations en plaatsen spoelen De nieuwe verbinding wordt aangesloten op de bestaande 380kV-hoogspanningsstations van Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel (optie 1) of Geertruidenberg en Crayestein (optie 2). Voor de aansluiting zelf zijn op deze stations nieuwe zogenoemde ‘velden’ nodig (dit is waar de verbinding het station binnen komt). Naast deze nieuwe ‘velden’ zijn er mogelijk op deze stations ook nieuwe compensatiespoelen noodzakelijk. Spoelen zijn een speciaal soort transformatoren (zie figuur 4-5 voor een voorbeeld van een spoel).
Een compensatiespoel zorgt ervoor dat het spanningsniveau op de 380kV-verbinding beheerst kan worden. Voor het plaatsen van de benodigde compensatiespoelen is ruimte op de stations nodig. Of deze spoelen nodig zijn hangt bijvoorbeeld af van de lengte van de nieuwe verbinding en of er op delen van het tracé ook ondergrondse kabels worden aangelegd. Dat is nu nog niet bekend, dit maakt deel uit van het onderzoek tijdens de MER-fase. Uit dit onderzoek wordt ook duidelijk of de benodigde aanpassingen binnen de bestaande begrenzing van de hoogspanningsstations passen of dat ruimtelijke uitbreiding van één of meerdere stations nodig is. Indien de nieuwe verbinding tussen Geertruidenberg en Crayestein komt, wordt deze verbinding, naast de reeds bestaande verbinding tussen Crayestein en Krimpen aan den IJssel, onderdeel van de landelijke 380kV-ring. De landelijke 380kV-ring bestaat hier dan uit de bestaande verbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel en de nieuwe verbinding tussen deze beide hoogspanningsstations via hoogspanningsstation Crayestein. Bij deze optie zijn in elk geval zogenaamde seriespoelen nodig. Een seriespoel wordt in serie gezet met de verbinding en zorgt ervoor dat de elektriciteit tussen deze twee parallelle verbindingen gelijkmatig kan worden verdeeld. Deze seriespoelen worden aangelegd onder of nabij de nieuwe verbinding.
Evenals bij de compensatiespoelen hangt het aantal en de locatie van de seriespoelen bijvoorbeeld af van de lengte van de nieuwe verbinding en of er op delen van het tracé ook ondergrondse kabels worden aangelegd. Dat is nu nog niet bekend, dit maakt deel uit van het onderzoek tijdens de MER-fase. Uit dit onderzoek wordt ook duidelijk wat het ruimtebeslag is van deze seriespoelen met bijbehorende voorzieningen.
3.5
Doelstelling
Op basis van voorgaande paragrafen kan het doel van het project nu als volgt worden verwoord: het oplossen van het knelpunt in het landelijke hoogspanningsnet tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel in 2030 door de aanleg van een nieuwe 380kV-hoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel of tussen Geertruidenberg en Crayestein. Inclusief de benodigde aanpassingen aan de bestaande hoogspanningsstations en de plaatsing van de benodigde spoelen. Zodat tussen hoogspanningsstations Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel ook na 2030 voldoende transportcapaciteit beschikbaar is waardoor de leveringszekerheid is gewaarborgd. Om dit doel te kunnen realiseren zijn voor de nieuwe hoogspanningsverbinding per optie nog meerdere liggingen van het tracé en uitvoeringsvormen (zoals de locatie en de vormgeving van de masten) mogelijk. Er moeten dus nog keuzes worden gemaakt. Het project speelt in een complex gebied, met een veelheid aan waarden en functies en nationale, regionale en lokale opgaven. Het is dus erg belangrijk om bij de te maken keuzes in het kader van dit project een zorgvuldige en integrale afweging te maken om hier zoveel mogelijk rekening mee te kunnen houden. Daartoe wordt éénmaal of tweemaal in het te doorlopen proces een zogenoemde integrale effectanalyse uitgevoerd (IEA).
Bij de te maken keuzes worden de gevolgen van verschillende tracés en uitvoeringsvormen integraal beschreven en beoordeeld aan de hand van acht thema’s (zie paragraaf 2.3 van deze notitie).
DATUM PAGINA
4
Mei 2023 21 van 62
Ontwikkeling van alternatieven
Een belangrijk wettelijk vereiste van het MER is dat de redelijke (reële) alternatieven en varianten van het voornemen worden onderzocht, zowel voor de aanleg van een nieuwe 380kV-hoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel als voor de aanleg van deze verbinding tussen Geertruidenberg en Crayestein. Dit geldt voor het planMER, waar de keuze van de ligging van het tracé centraal staat, als ook voor het daaropvolgende projectMER, waarin het gaat over de keuze voor de in detail uitgewerkte uitvoering van het voorkeursalternatief met het voorkeurstracé (zoals de locatie en de vormgeving van de masten en de aanpassing van bestaande hoogspanningsstations). In dit hoofdstuk zijn de resultaten van de eerste stappen van de ontwikkeling van alternatieven weergegeven (de stappen die nog volgen tijdens het opstellen van het plan- en projectMER zijn toegelicht in het volgende hoofdstuk): •